EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 12.6.2019
COM(2019) 276 final
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE
Stand van zaken met betrekking tot de voorbereidingen voor noodmaatregelen voor de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie
EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 12.6.2019
COM(2019) 276 final
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE
Stand van zaken met betrekking tot de voorbereidingen voor noodmaatregelen voor de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE EUROPESE RAAD, DE RAAD, DE EUROPESE CENTRALE BANK, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ, HET COMITÉ VAN DE REGIO'S EN DE EUROPESE INVESTERINGSBANK
Stand van zaken met betrekking tot de voorbereidingen voor noodmaatregelen voor de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie
1.Inleiding
Het Verenigd Koninkrijk heeft besloten de Europese Unie te verlaten en daartoe een beroep gedaan op de procedure van artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU). Op 11 april 2019 heeft de Europese Raad (art. 50) in overeenstemming met het Verenigd Koninkrijk besloten 1 tot verdere verlenging 2 van de in artikel 50, lid 3, VEU bedoelde termijn tot en met 31 oktober 2019 3 . Indien het Verenigd Koninkrijk het terugtrekkingsakkoord 4 op eender welk moment vóór 31 oktober 2019 ratificeert, vindt de terugtrekking plaats op de eerste dag van de maand na die waarin de ratificatieprocedure is voltooid. De Commissie blijft van mening dat een ordelijke terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie op basis van het terugtrekkingsakkoord de beste uitkomst is.
Tenzij het Verenigd Koninkrijk het terugtrekkingsakkoord uiterlijk op 31 oktober 2019 ratificeert of om een derde verlenging verzoekt, waarmee de Europese Raad (art. 50) unaniem moet instemmen, eindigt de in artikel 50, lid 3, VEU bedoelde termijn op die datum. Het Verenigd Koninkrijk wordt dan vanaf 1 november 2019 een derde land zonder akkoord dat een ordelijke terugtrekking waarborgt. Gelet op de aanhoudende onzekerheid met betrekking tot de ratificatie door het Verenigd Koninkrijk en op de heersende situatie in het Verenigd Koninkrijk, alsmede op de aanpak die de Europese Raad (art. 50) gedurende het hele proces heeft voorgestaan, moeten alle betrokken partijen zich blijven voorbereiden op alle mogelijke uitkomsten, inclusief een terugtrekking zonder akkoord.
De Europese Raad (art. 50) heeft besloten de vooruitgang op zijn bijeenkomst van 20 en 21 juni 2019 te evalueren. Bij wijze van input voor die evaluatie en follow-up van haar vier eerdere mededelingen over de voorbereidingen en noodmaatregelen voor de brexit 5 maakt de Commissie in deze mededeling de stand van zaken op met betrekking tot de voorbereidingen en noodmaatregelen die de Europese Unie en de EU27-lidstaten hebben getroffen, de gevolgen van de verlenging en eventueel nog te ondernemen voorbereidende werkzaamheden. De Commissie roept de lidstaten en belanghebbenden op de verlenging te benutten om na te gaan of alle nodige voorbereidingen en noodmaatregelen zijn getroffen.
Zoals de Commissie steeds heeft benadrukt, kunnen noodmaatregelen de meest ingrijpende verstoringen als gevolg van een terugtrekking zonder akkoord enkel verzachten. Hoewel de Commissie niet wenst te speculeren over de mogelijke economische consequenties van verschillende scenario’s, staat vast dat een terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk zonder akkoord ernstige negatieve economische gevolgen zou hebben, en dat deze gevolgen verhoudingsgewijs veel ingrijpender zouden zijn in het Verenigd Koninkrijk dan in de EU27-lidstaten 6 . De lidstaten en belanghebbenden kunnen hun individuele blootstelling aan de negatieve gevolgen van een terugtrekking zonder akkoord verminderen door middel van voorbereiding. Ook intensieve voorbereidingen in alle sectoren van de economie zullen de negatieve gevolgen temperen.
Zoals zij in de vierde mededeling over de voorbereidingen voor de brexit van 10 april 2019 7 aangaf, is de Commissie bereid financiële steunmaatregelen voor te stellen om de gevolgen in de meest getroffen gebieden en sectoren te verzachten, daarbij gebruikmakend van de beschikbare middelen en eventuele aanpassingen aan de uitgaven- en ontvangstenzijde van de EU-begroting die het gevolg zouden kunnen zijn van een wanordelijke terugtrekking. Voor meer onmiddellijke steun aan getroffen belanghebbenden, bieden de EU-staatssteunregels flexibele oplossingen voor nationale steunmaatregelen.
2.De voorbereidingen en noodmaatregelen van de EU zijn adequaat
De Europese Unie was reeds voorbereid voor de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk vóór de oorspronkelijke terugtrekkingsdatum (30 maart 2019). De intensieve werkzaamheden die alle EU-instellingen en -organen en de EU27-lidstaten voorafgaand aan die datum hebben verricht, zijn nog steeds van nut.
De maatregelen op het niveau van de EU werden samengevat in de vierde mededeling over de voorbereidingen voor de brexit van 10 april 2019. De Commissie heeft 19 wetgevingsvoorstellen ingediend ter voorbereiding op de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk. Het Europees Parlement en de Raad hebben 18 daarvan aangenomen en een politiek akkoord bereikt over het resterende voorstel, dat betrekking heeft op de EU-begroting voor 2019 en naar verwachting formeel zal worden goedgekeurd in juni 2019. Deze wetgevings- en rechtshandelingen, opgenomen in bijlage 1, betreffen gebieden zoals vervoer, sociale zekerheid, Erasmus+ en de visumregeling die van toepassing is op onderdanen van het Verenigd Koninkrijk. De Commissie heeft ook 63 niet-wetgevingshandelingen op een aantal beleidsterreinen vastgesteld.
De Commissie heeft alle maatregelen op EU-niveau gescreend op adequaatheid in verband met de verlenging van de in artikel 50, lid 3, VEU bedoelde termijn. Op basis van deze screening is de Commissie van mening dat deze wetgevings- en niet-wetgevingshandelingen van de Unie nog steeds voldoen voor de beoogde doelstellingen. Zij behoeven bijgevolg niet wezenlijk te worden gewijzigd. De Commissie plant geen nieuwe maatregelen vóór de nieuwe terugtrekkingsdatum.
In verreweg de meeste gevallen worden het tijdstip van toepassing en de geldigheidsduur van elk van deze handelingen automatisch aangepast aan de nieuwe terugtrekkingsdatum en is het niet nodig de teksten te wijzigen. In sommige gevallen wordt in de handelingen een datum voor het einde van de geldigheidsduur vastgesteld. De Commissie zal nagaan of deze handelingen gezien de nieuwe timing een technische aanpassing vereisen voordat zij verstrijken.
Voorts had de Commissie met het oog op de eerdere terugtrekkingsdatum van 12 april 2019 op basis van door het Verenigd Koninkrijk gegeven garanties 16 niet-wetgevingshandelingen 8 vastgesteld 9 op grond van de sanitaire en fytosanitaire wetgeving van de EU. Vanwege de termijnverlenging zijn deze maatregelen thans achterhaald. Indien het Verenigd Koninkrijk de nodige garanties blijft verstrekken, zullen de maatregelen echter opnieuw worden vastgesteld en van toepassing zijn vanaf 1 november 2019.
De 93 kennisgevingen die de Commissie heeft gepubliceerd 10 , blijven op tal van gebieden waar de terugtrekking gevolgen heeft als leidraad dienen voor belanghebbenden en overheden. De datum van terugtrekking mag dan wel gewijzigd zijn, de juridische analyse van de gevolgen van de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk blijft.
Verder worden de technische besprekingen en uitwisselingen tussen de Commissie en de EU27-lidstaten, alsook met vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en het maatschappelijk middenveld over algemene voorbereidingskwesties en noodplanning en over specifieke sectorale, juridische en administratieve aangelegenheden voortgezet. Deze besprekingen hebben gedurende het hele proces plaatsgevonden en hebben het mogelijk gemaakt tal van punten te verduidelijken.
3. Lopende voorbereidingen op welbepaalde gebieden
In eerdere mededelingen over de voorbereidingen voor de brexit zijn zeer uiteenlopende sectoren en beschouwingen daaromtrent behandeld. Dit deel is toegespitst op gebieden waar de komende maanden nog steeds bijzondere waakzaamheid geboden is.
Zoals de Commissie consequent heeft benadrukt, vergt de voorbereiding op de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk een inspanning van zowel de overheden als de economische actoren. Het is de verantwoordelijkheid van alle belanghebbenden om op alle uitkomsten voorbereid te zijn. Ook de betrokken burgers moeten voorbereidingen treffen.
Ondernemingen in sommige sectoren gaven in maart 2019 aan dat zij onvoldoende tijd hadden gehad om zich aan te passen. De Commissie raadt de belanghebbenden ten zeerste aan de extra tijd tot 31 oktober 2019 te benutten om al het nodige te ondernemen om zich op de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk voor te bereiden. Zij moeten zorgen dat zij over de nodige wettelijke vergunningen beschikken, dat zij de administratieve stappen voor grensoverschrijdende handel hebben genomen en dat zij de nodige actie met het oog op hervestiging, bedrijfsreorganisatie of aanpassing van contracten 11 hebben ondernomen. In het bijzonder zullen producten die niet aan de voorschriften voldoen of waarvoor niet de juiste vergunningen zijn verkregen, niet in de EU op de markt mogen worden gebracht. Zoals hierboven gezegd, is de Commissie niet van plan verdere maatregelen te nemen voor een eventueel scenario zonder akkoord noch om een gebrek aan voorbereiding van economische actoren te compenseren. De Commissie is van oordeel dat de extra tijd vanwege de termijnverlenging in principe moet volstaan om zich aan te passen, zodat zelfs in gevallen waarin in vrijstellingen of afwijkingen is voorzien, deze niet nodig zouden moeten zijn.
Nationale, regionale en lokale overheden in de EU27 hebben een cruciale rol gespeeld bij de voorbereiding op de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk. Alle EU27-lidstaten hebben wetgeving aangenomen, strategieën uitgestippeld en praktische voorbereidingen getroffen. Naar analogie van wat de Commissie heeft gedaan voor noodmaatregelen van de EU, moeten de EU27-lidstaten hun nationale noodmaatregelen screenen om te waarborgen dat zij na de verlenging van de in artikel 50, lid 3, bedoelde termijn adequaat blijven. In geval van een terugtrekking zonder akkoord moeten de definitieve voorbereidende maatregelen uiterlijk vanaf 1 november 2019 van toepassing zijn.
Verblijfsrechten en socialezekerheidsrechten van burgers
Wat de verblijfsrechten van Britse onderdanen betreft, hadden de EU27-lidstaten vóór 12 april 2019 nationale noodmaatregelen voorbereid of getroffen om ervoor te zorgen dat Britse onderdanen en hun familieleden van buiten de EU legaal zouden kunnen verblijven in de periode onmiddellijk na een terugtrekking zonder akkoord. De Commissie heeft met de EU27-lidstaten samengewerkt om tot een coherente algemene aanpak te komen, maar erkent dat nationale flexibiliteit nodig is, aangezien niet alle lidstaten met dezelfde uitdagingen worden geconfronteerd, afhankelijk van hun wettelijke en administratieve stelsels en van het aantal Britse onderdanen dat op hun grondgebied verblijft.
Om voor meer duidelijkheid te zorgen, heeft de Commissie in nauwe samenwerking met de EU27-lidstaten een overzicht opgesteld van de nationale maatregelen inzake verblijfsrechten, dat te vinden is op haar webpagina’s over de voorbereidingen voor de brexit 12 . De Commissie zal dit overzicht blijven bijwerken met de meest recente input van de EU27-lidstaten. De Commissie verzoekt de EU27-lidstaten om op hun grondgebied verblijvende Britse onderdanen te blijven informeren en begeleiden. De Commissie herinnert eraan dat bescherming van de wettelijke status van Britse onderdanen die momenteel in de EU verblijven, een prioriteit is.
Voor EU-burgers die in het Verenigd Koninkrijk verblijven, is informatie over de aanpak van de Britse regering beschikbaar op de website van de Britse overheid 13 .
Zoals in de vierde mededeling over de voorbereidingen voor de brexit van 10 april 2019 is toegelicht, heeft de Commissie ook met de EU27-lidstaten samengewerkt ter aanvulling van het niveau van bescherming van de socialezekerheidsrechten waarin de EU-noodverordening 14 voorziet bij een terugtrekking zonder akkoord. Dit omvat een eenzijdige, gecoördineerde aanpak, toe te passen op alle verzekerden met rechten in het Verenigd Koninkrijk vóór de terugtrekkingsdatum. De EU27-lidstaten kunnen ervoor kiezen eenzijdig het beginsel van samentelling van tijdvakken van arbeid, verzekering en verblijf in het Verenigd Koninkrijk toe te passen na de terugtrekking of andere eenzijdige maatregelen te nemen 15 . Zij zouden ook de toegang tot gezondheidszorg kunnen verlenen aan in het VK verzekerden die op hun grondgebied verblijven. De Commissie heeft een overzicht opgesteld van de nationale maatregelen 16 . Het bevestigt dat, in weerwil van enige verschillen tussen de lidstaten wegens hun specifieke omstandigheden, de gecoördineerde aanpak een uniform basisniveau van bescherming in de EU27-lidstaten waarborgt. De EU27-lidstaten moeten de verlenging van de termijn benutten om de burgers te bereiken en ervoor te zorgen dat zij toegang hebben tot de nodige informatie om zich voor te bereiden op de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk.
Geneesmiddelen, medische hulpmiddelen en chemische stoffen
De terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk heeft gevolgen voor twee soorten geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik: die welke centraal door de Europese Commissie worden goedgekeurd en die welke nationaal door de lidstaten worden goedgekeurd. Op 12 april 2019 was slechts een klein aantal centraal toegelaten producten (ongeveer 1 %) niet in overeenstemming gebracht met de regelgeving. Hoewel dit niet onoverkomelijk is, hebben zowel de farmaceutische industrie als de patiënten er belang bij dat het wordt geregeld. Het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) heeft de conformiteitsprocedure voor geneesmiddelen die centraal worden toegelaten thans bijna voltooid. Wat betreft geneesmiddelen die nationaal worden toegelaten, moet nog meer worden gedaan. De industrie wordt sterk aangeraden de verlenging van de termijn te gebruiken om de resterende geneesmiddelen tegen 31 oktober 2019 in overeenstemming met de regelgeving te brengen, in nauwe samenwerking met het EMA en de nationale geneesmiddelenautoriteiten 17 . Wat de overbrenging van faciliteiten voor partijtests vanuit het Verenigd Koninkrijk naar de EU27-lidstaten betreft, heeft de Commissie in maart 2019 richtsnoeren uitgevaardigd in verband met de mogelijkheid voor bedrijven om een tijdelijke vrijstelling te verkrijgen, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan 18 . Hoewel de kwestie minder relevant zou moeten zijn vanwege de verlenging van de in artikel 50, lid 3, bedoelde termijn, blijven deze richtsnoeren geldig voor zowel centraal als nationaal toegelaten geneesmiddelen om de overbrenging van de testinstallatie voor kwaliteitscontrole naar de EU27 snel te kunnen voltooien.
Daarnaast is de overdracht van certificaten voor medische hulpmiddelen van aangemelde instanties van het VK naar aangemelde instanties van de EU27 nog gaande. Verschillende aangemelde instanties van het VK richten nieuwe instanties op in de EU27-lidstaten of werken samen met aangemelde instanties van de EU27 om de certificaten van hun klanten over te dragen naar de EU27-lidstaten. Hoewel er goede vorderingen zijn gemaakt met het overdragen van certificaten in de aanloop naar 12 april 2019, zullen er nog aanzienlijke inspanningen nodig zijn om alles te regelen tegen 31 oktober 2019. In die gevallen waarin het onmogelijk is voor aangemelde instanties van het VK om alle certificaten van hun klanten tijdig over te dragen, wordt producenten sterk aangeraden om de overdracht van hun certificaat naar een aangemelde instantie in de EU27-lidstaten zelf af te handelen. De lidstaten moeten ondernemingen helpen hun voorbereidingen toe te spitsen op kritieke geneesmiddelen en een aangemelde instantie van de EU27 te vinden om hun certificaten tijdig aan over te dragen. De lidstaten bespreken de voortgang regelmatig, met name in de brexittaskforce van het netwerk van bevoegde autoriteiten op het gebied van medische hulpmiddelen en onderhouden regelmatig contact met de Commissie. De Commissie is van mening dat de verlenging van de in artikel 50, lid 3, bedoelde termijn tot 31 oktober 2019 voldoende tijd biedt om zowel de overdracht van certificaten als de aanpassing van de productetiketten te voltooien.
Wat chemische stoffen betreft, waren de REACH-registraties van 463 stoffen eind april 2019 overgedragen naar de EU27-lidstaten, terwijl er nog 718 alleen geregistreerd waren door in het Verenigd Koninkrijk gevestigde registranten. Het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) heeft een “brexitvenster” in REACH-IT 19 geopend waar die registranten het nodige kunnen doen om hun REACH-registraties vóór de terugtrekkingsdatum over te dragen. Na de jongste verlenging van de termijn van artikel 50, lid 3, houdt het ECHA het brexitvenster open tot en met 31 oktober 2019. Bedrijven met in het VK gevestigde registranten die hun registraties nog niet hebben overgedragen naar de EU27-lidstaten, wordt sterk aangeraden om van deze mogelijkheid gebruik te maken en zich in verbinding te stellen en afspraken te maken met mogelijke in de EU27 gevestigde mederegistranten en downstreamgebruikers. Als de registraties niet worden overgedragen, kunnen de betrokken chemische stoffen vanaf de terugtrekkingsdatum niet in de EU in de handel worden gebracht. Wat REACH-vergunningen betreft, moeten in het VK gevestigde aanvragers van vergunningen hun aanvraag doorsturen naar een in de EU27 gevestigde onderneming om onderbrekingen van de voorziening te voorkomen.
Douane, indirecte belastingen en grensinspectieposten
Op het gebied van douane en indirecte belastingen heeft de Commissie voorafgaand aan de vorige terugtrekkingsdatum talrijke technische vergaderingen gehouden en richtsnoeren gepubliceerd over douane, belasting over de toegevoegde waarde (btw) en de accijnzen 20 . Tot de terugtrekkingsdatum zijn een aantal aanvullende sectoroverschrijdende besprekingen met de bevoegde nationale diensten over de stand van zaken gepland. Er worden ook bijzondere inspanningen gedaan om specifieke opleiding te verstrekken aan nationale douaneambtenaren, door middel van workshops 21 , online video’s of animaties, en daarnaast worden ook programma’s georganiseerd om versneld nieuw douanepersoneel in dienst te nemen en bestaand personeel om te scholen 22 .
Voorts zet de Commissie de meertalige communicatiecampagne voort die op 18 februari 2019 23 is gelanceerd om EU-bedrijven en alle andere belanghebbenden te bereiken en deze te begeleiden bij hun voorbereidingen voor de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk. De communicatiemiddelen omvatten bijvoorbeeld een speciale website 24 , folders, een douanegids en webgebaseerde toelichting op de technische oplossingen die worden toegepast om ervoor te zorgen dat het douanewetboek van de Unie ten aanzien van het Verenigd Koninkrijk ten uitvoer wordt gelegd in geval van een terugtrekking zonder akkoord.
De nationale overheden hebben aanzienlijke investeringen gedaan in infrastructuur en personeel, met name in de lidstaten die de belangrijkste punten van binnenkomst en vertrek zijn voor de handel van de Europese Unie met het Verenigd Koninkrijk. De lidstaten werken ook samen met de Commissie bij haar opleidings- en communicatie-inspanningen om marktdeelnemers en belanghebbenden te bereiken.
Gezien het grote aantal betrokken marktdeelnemers, is het moeilijk exact te bepalen in welke mate bedrijven op douanegebied voorbereid zijn, maar het beschikbare cijfermateriaal toont aan dat er actie is ondernomen.
Ten eerste zijn de registratie- en identificatienummers van de Europese Unie (EORI), die worden toegekend aan alle marktdeelnemers die door de douaneautoriteiten zijn geregistreerd voor toekomstige in- en uitvoeractiviteiten, aanzienlijk toegenomen van februari tot maart 2019 25 . In dit verband heeft de Commissie verduidelijkt 26 dat marktdeelnemers reeds vóór de terugtrekkingsdatum de voor de registratie vereiste gegevens kunnen indienen of de nodige stappen kunnen ondernemen. Ten tweede zijn ook de aanvragen toegenomen voor de status van “geautoriseerde marktdeelnemer” (Authorised Economic Operator — AEO), waarbij bepaalde douanevereisten kunnen worden verlicht of vereenvoudigd 27 . Deze trends wijzen erop dat belanghebbenden steeds beter voorbereid zijn waar het gaat om douaneprocedures, maar betekenen niet dat alle nodige voorbereidingen zijn getroffen. De EORI-nummertoewijzing en de AEO-status vormen immers slechts een deel van de maatregelen die marktdeelnemers moeten nemen om zich voor te bereiden op een scenario zonder akkoord, dat bijvoorbeeld ook veranderingen inzake logistiek en operationele planning kan teweegbrengen of de indienstneming van douanespecialisten kan vereisen. Tot slot mag het opvoeren van de inspanningen zich niet beperken tot landen in de nabijheid van het Verenigd Koninkrijk: elke onderneming uit de EU27 die voornemens is te blijven handeldrijven met het Verenigd Koninkrijk na de terugtrekkingsdatum moet actie ondernemen en contact opnemen met haar nationale douanedienst om te verifiëren of alle nodige voorbereidingen zijn getroffen.
Voor sanitaire en fytosanitaire controles (SPS) hebben de EU27-lidstaten nieuwe grensinspectieposten (GIP’s) ingericht of bestaande grensinspectieposten uitgebreid op plaatsen van binnenkomst van invoer uit het Verenigd Koninkrijk in de EU. Zoals eerder gezegd, zal de niet-wetgevingshandeling waarbij deze GIP’s zijn goedgekeurd, opnieuw moeten worden vastgesteld vanwege de jongste verlenging van de in artikel 50, lid 3, bedoelde termijn. De EU27-lidstaten doen er inmiddels goed aan de extra tijd te benutten om na te gaan of deze GIP’s verdere aanpassingen behoeven om van meet af aan volledig operationeel te zijn. De Commissie onderhoudt overigens regelmatig contact met de meest betrokken lidstaten om in een scenario zonder akkoord zo snel mogelijk een landbrugroute tussen Ierland en de rest van de Europese Unie via het Verenigd Koninkrijk tot stand te kunnen brengen, met ondersteuning van de noodzakelijke IT-systemen.
Vervoer
Op het gebied van het luchtvervoer bevat noodverordening (EU) 2019/502 28 een specifiek mechanisme voor EU-luchtvaartmaatschappijen om aan de meerderheidseigendoms- en zeggenschapsvereisten van de EU te voldoen na de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk. Luchtvaartmaatschappijen hadden vanaf de inwerkingtreding van de verordening (d.w.z. vanaf 28 maart 2019) 15 dagen de tijd om aan elke nationale vergunningverlenende autoriteit een plan voor te leggen met een beschrijving van de maatregelen die zij zullen nemen om tot volledige naleving van de vereisten te komen. De bevoegde vergunningverlenende autoriteiten hebben twee maanden de tijd om te beoordelen of de maatregelen naleving zullen waarborgen en zij moeten de Commissie en de luchtvaartmaatschappij in kennis stellen van hun beoordeling. Krachtens de noodverordening hebben de betrokken luchtvaartmaatschappijen tot 30 maart 2020 de tijd om de maatregelen uit te voeren en volledig te voldoen aan het recht van de Unie inzake eigendom en zeggenschap 29 . Dit proces is aan de gang en de Commissie heeft regelmatig contact met de nationale autoriteiten. Op grond van de noodverordening kunnen luchtvaartmaatschappijen uit het Verenigd Koninkrijk ook exploitatievergunningen aanvragen in elke lidstaat waarin zij actief willen zijn; deze bepalingen zijn eveneens van toepassing sinds 28 maart 2019.
In de sector van het spoorvervoer moeten exploitanten die niet de vereiste stappen hebben ondernomen om de relevante documenten van de EU27 te verkrijgen, het nodige doen om deze documenten te verkrijgen. De noodverordening (EU) 2019/503 30 voorziet reeds in een royale termijn om zich in overeenstemming met de regelgeving te brengen. De Commissie is van oordeel dat exploitanten wegens de termijnverlenging over voldoende tijd beschikken om op de terugtrekkingsdatum aan de regelgeving te voldoen. Treinbestuurders die treinen op grensoverschrijdende spoorwegdiensten willen blijven besturen en nog geen geldige EU27-vergunning hebben verkregen – wat voor een aanzienlijk aantal het geval is – moeten de nodige stappen ondernemen. Met betrekking tot veiligheidscertificaten en exploitatievergunningen voor spoorwegondernemingen die via de Kanaaltunnel opereren, hebben de nationale autoriteiten en bepaalde exploitanten verdere maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat de desbetreffende certificaten en vergunningen van de EU27 beschikbaar zijn.
Visserijactiviteiten
In de visserijsector heeft de Commissie snel actie ondernomen om de EU-noodverordeningen ten uitvoer te leggen 31 . De Commissie en de lidstaten hebben samengewerkt om informatie in het juiste formaat te verzamelen opdat verzoeken van EU-vaartuigen om toegang tot de wateren van het VK te krijgen, kunnen worden behandeld zodra de noodverordening betreffende vismachtigingen van toepassing wordt. De Commissie zal ervoor zorgen dat, indien nodig, de noodzakelijke structuren om de noodmaatregel snel te implementeren aanwezig zijn.
De Commissie heeft ook nauw samengewerkt met de lidstaten om hun operationele programma’s aan te passen, zodat middelen van het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij kunnen worden gebruikt voor tijdelijke stillegging, indien zulks nodig en passend is. De Commissie wijst nogmaals op het belang van een gecoördineerde aanpak van de betrokken EU27-lidstaten ter voorbereiding op de eventualiteit dat EU-vaartuigen niet langer toegang hebben tot de Britse wateren. Zij is bereid verder overleg te faciliteren over een gemeenschappelijk kader voor het monitoren van veranderingen in of verstoringen van de visserijactiviteiten in de EU-wateren, met inbegrip van mogelijke verplaatsingen van deze activiteiten, en om op een gecoördineerde manier te kunnen reageren, onder andere eventueel via steun voor tijdelijke stillegging. De Commissie zal ook blijven samenwerken met het Europees Bureau voor visserijcontrole, waarvoor een nuttige rol is weggelegd bij de grotere controle-, monitoring- en bewakingsinspanningen na de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk.
Indien het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie zonder akkoord verlaat op 31 oktober 2019, zullen de gevolgen voor de vaststelling van de vangstmogelijkheden voor 2020, onder andere het uitwerken van een specifieke regeling met het Verenigd Koninkrijk overeenkomstig de internationaalrechtelijke verplichtingen en op basis van wetenschappelijk advies, op het gepaste moment moeten worden onderzocht.
Financiële diensten
Op het gebied van financiële diensten hadden ondernemingen in de aanloop naar de vorige terugtrekkingsdatum 12 april 2019 aanzienlijke vooruitgang geboekt met hun noodplanning, omvattende onder andere vestiging in de EU27-lidstaten, aanpassing (“repapering”) of beëindiging van grensoverschrijdende contracten, en aanpassing van bedrijfsmodellen 32 . Er blijven echter nog enkele kwesties te regelen. Verzekeringsmaatschappijen, betalingsdienstaanbieders en andere financiële dienstverleners die niet voorbereid zijn wat betreft bepaalde aspecten van hun bedrijf (bijvoorbeeld contractbeheer en toegang tot infrastructuur) wordt sterk aangeraden om hun voorbereidingen te voltooien tegen 31 oktober 2019. De Commissie ziet er samen met de toezichthouders op EU-niveau en de nationale toezichthouders op toe dat de bedrijfsnoodplannen volledig worden uitgevoerd, en zij verwacht dat de Britse toezichthouders ondernemingen niet zullen beletten dergelijke plannen uit te voeren. De Commissie werkt ook samen met de lidstaten om een samenhangende aanpak te waarborgen van de noodmaatregelen op het gebied van financiële diensten die op nationaal niveau worden genomen, teneinde de financiële stabiliteit en de gelijke concurrentievoorwaarden op de interne markt voor financiële diensten te bewaren. De Commissie maakt zich sterk voor stabiele en open financiële markten. Als het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie echter zonder akkoord verlaat op 31 oktober 2019, zal dit onvermijdelijk tot een zekere fragmentatie van de financiëledienstenmarkten leiden.
3.Slotopmerkingen
Volgens de Commissie is een terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk zonder akkoord nog steeds een mogelijke uitkomst, met alle negatieve economische gevolgen van dien. De Commissie heeft alle reeds genomen EU-noodmaatregelen geëvalueerd in het licht van de verlenging van de in artikel 50, lid 3, bedoelde termijn en is tot de conclusie gekomen dat deze toereikend en adequaat blijven. Niettemin zal de Commissie de politieke ontwikkelingen blijven volgen en zal zij nagaan of een verlenging/verruiming van de genomen maatregelen nodig is. De Commissie blijft de lidstaten en belanghebbenden ook bijstaan met hun voorbereidingen en benadrukt nogmaals hoe belangrijk het voor alle belanghebbenden is om de periode tot de nieuwe termijn van 31 oktober 2019 te benutten om zich zo goed mogelijk op alle mogelijke uitkomsten voor te bereiden.
Besluit (EU) 2019/584 van de Europese Raad (PB L 101 van 11.4.2019, blz. 1).
Na een verzoek daartoe van het Verenigd Koninkrijk heeft de Europese Raad op 22 maart 2019 besloten tot een eerste verlenging (Besluit (EU) 2019/476 van de Europese Raad (PB L 80I van 22.3.2019, blz. 1)).
Op 11 april, na een tweede verzoek tot verlenging van het Verenigd Koninkrijk, besloot de Europese Raad tevens dat het besluit om de periode tot 31 oktober 2019 te verlengen niet langer van toepassing zou zijn op 31 mei 2019 indien het Verenigd Koninkrijk geen verkiezingen voor het Europees Parlement hield en het terugtrekkingsakkoord niet uiterlijk op 22 mei 2019 had geratificeerd. Aangezien het Verenigd Koninkrijk het terugtrekkingsakkoord op 22 mei 2019 niet had geratificeerd, heeft het op 23 mei 2019 Europese verkiezingen gehouden.
Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (PB C 144I van 25.4.2019, blz. 1).
19.7.2018: COM(2018) 556 final/2; 13.11.2018: COM(2018) 880 final; 19.12.2018: COM(2018) 890 final; 10.4.2019: COM (2019) 195 final.
Externe studies waarin met zowel verhandelbare als niet-verhandelbare goederen en diensten rekening is gehouden, wijzen op een inkrimping van het Britse bbp op korte termijn in een scenario zonder akkoord, waarin het VK aan de meestbegunstigingsregeling van de Wereldhandelsorganisatie onderworpen is. Het IMF bijvoorbeeld, raamt de inkrimping op 3,7 à 4,9 % in zijn World Economic Outlook (2019), terwijl de Bank of England (in november 2018) deze raamt op 4,75 à 7,75 % over een periode van vijf jaar, in beide gevallen vergeleken met het basisscenario. Het IMF (in 2019) raamt het gemiddelde kortetermijneffect op de EU27-lidstaten op ruim onder de 1 %, terwijl de studie van de Bank of England geen raming voor de EU27-lidstaten geeft. Verschillende externe studies wijzen op een negatief langetermijneffect op het Britse bbp van om en bij de 3 tot 8 %. Het IMF (in 2019) raamt het op bijna 3 %, en de Britse overheid (in 2018) op 7,7 %. Het gemiddelde langetermijneffect op de EU27 wordt door het IMF (in 2019) op ruim onder de 1% geraamd, in lijn met de meeste andere studies.
COM(2019) 195 final.
Deze handelingen betreffen: i) de goedkeuring van het residubewakingsprogramma voor 2019 van het Verenigd Koninkrijk en zijn van de Kroon afhankelijke gebieden; ii) het vaststellen van de status van het Verenigd Koninkrijk en zijn van de Kroon afhankelijke gebieden ten aanzien van boviene spongiforme encefalopathie (BSE); iii) de opname in de lijst van het Verenigd Koninkrijk en zijn van de Kroon afhankelijke gebieden als derde land dat levende dieren en dierlijke producten naar de EU mag uitvoeren; en iv) de goedkeuring van nieuwe of uitgebreide grensinspectieposten in de EU27-lidstaten die het meest betrokken zijn bij invoer uit het VK.
PB L 100 van 11.4.2019 en PB L 103 van 12.4.2019.
https://ec.europa.eu/info/brexit/brexit-preparedness/preparedness-notices_nl
Bijvoorbeeld de contractuele keuze inzake de bevoegdheid van de Britse rechter (zie voor nadere informatie de desbetreffende kennisgeving aan belanghebbenden: https://ec.europa.eu/info/sites/info/files/file_import/civil_justice_en.pdf ).
https://ec.europa.eu/info/brexit/brexit-preparedness/citizens-rights_en .
Verordening (EU) 2019/500 van het Europees Parlement en de Raad van 25 maart 2019 tot vaststelling van noodmaatregelen op het gebied van de coördinatie van de sociale zekerheid na de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie (PB L 85I van 27.3.2019, blz. 35).
Zoals de mogelijkheid blijven bieden om andere uitkeringen dan ouderdomspensioenen naar het Verenigd Koninkrijk uit te voeren.
https://ec.europa.eu/info/brexit/brexit-preparedness/citizens-rights_en .
Informatie over de voortgang van deze voorbereidingen zal worden uitgewisseld tussen de lidstaten en gedeeld met de Commissie en het EMA tijdens de maandelijkse vergaderingen van de coördinatiegroepen voor wederzijdse erkenning en gedecentraliseerde procedures (CMDh/CMDv) en de regelmatige bijeenkomsten van de hoofden van de geneesmiddelenautoriteiten (HMA) en de desbetreffende brexittaskforce.
De vrijstellingen waarin artikel 20, onder b), van Richtlijn 2001/83/EG (betreffende geneesmiddelen voor menselijk gebruik) en artikel 24, onder b), van Richtlijn 2001/82/EG (inzake geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik) voorzien, kunnen in naar behoren gemotiveerde gevallen door de bevoegde autoriteiten worden gebruikt om houders van een vergunning voor het in de handel brengen gedurende een beperkte periode en uiterlijk tot eind 2019 in staat te stellen kwaliteitstests te laten uitvoeren in het Verenigd Koninkrijk.
The guidance notes are available at https://ec.europa.eu/taxation_customs/uk_withdrawal_nl .
Tot eind 2019 zijn er 15 extra workshops gepland.
Er zijn momenteel drie programma’s voor snelle opleiding beschikbaar voor alle lidstaten en in alle EU-talen, met rechtstreekse toegang tot EU-opleidingsmateriaal.
Persbericht: Http://europa.eu/rapid/press-release_IP-19-901_nl.htm .
De EORI-aanvragen zijn aanzienlijk gestegen in maart 2019 (van 57 556 in februari 2019 tot 306 105 in maart 2019), met pieken in de lidstaten die het dichtst bij het Verenigd Koninkrijk liggen. In Frankrijk zijn de aanvragen met een factor 55 vermeerderd, van 4 020 tot 219 924, en in Ierland met een factor zeven van 327 in januari tot 2 017 en 1 1941 respectievelijk in februari en maart 2019. In België was er een toename van 50 %, van 962 tot 1 570, en in Italië een verzesvoudiging in maart in vergelijking met februari 2019, van 5 890 tot 31 375 (bron: maandelijks rapport van de Economic Operators System (EOS) database).
https://ec.europa.eu/info/sites/info/files/file_import/guidance-customs-procedures_nl.pdf .
Het aantal aanvragen voor de AEO-status geeft een stijging te zien in 2018 en 2019 (1 727 aanvragen in 2018 tegen 1 449 in 2017, en 943 aanvragen in de eerste vijf maanden van 2019 alleen). Deze stijging is met name opmerkelijk in Ierland (16 aanvragen in 2017, tegenover 42 in 2018 en 76 in de eerste vijf maanden van 2019) en in Frankrijk (100 aanvragen in de eerste vijf maanden van 2019, vergeleken met 132 aanvragen voor heel 2018). Aangezien een EORI-nummer nodig is om de status van geautoriseerde marktdeelnemer aan te vragen, valt gelet op de piek van de EORI-registraties in maart 2019 niet uit te sluiten dat het aantal AEO-aanvragen in de toekomst nog verder zal stijgen (bron: maandelijks rapport van de Economic Operators System (EOS) database).
Verordening (EU) 2019/502 van het Europees Parlement en de Raad van 25 maart 2019 betreffende gemeenschappelijke regels ter waarborging van basisconnectiviteit in het luchtvervoer in verband met de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Unie (PB L 85I van 27.3.2019, blz. 49).
Artikel 16, lid 4, van Verordening (EU) 2019/502 bepaalt dat de verordening niet langer van toepassing is vanaf het eerstkomende van de volgende twee tijdstippen: a) de datum waarop een algemene overeenkomst met het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot het verrichten van luchtvervoer waarbij de Unie partij is, in werking treedt of, in voorkomend geval, voorlopig wordt toegepast, of b) 30 maart 2020.
Verordening (EU) 2019/503 van het Europees Parlement en de Raad van 25 maart 2019 betreffende bepaalde aspecten van spoorwegveiligheid en spoorverbindingen in verband met de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie (PB L 85I van 27.3.2019, blz. 60).
Verordening (EU) 2019/498 van het Europees Parlement en de Raad van 25 maart 2019 tot wijziging van Verordening (EU) 2017/2403 wat betreft vismachtigingen voor Unievissersvaartuigen in de wateren van het Verenigd Koninkrijk en visserijactiviteiten van vissersvaartuigen van het Verenigd Koninkrijk in de wateren van de Unie (PB L 85I van 27.3.2019, blz. 25); en Verordening (EU) 2019/497 van het Europees Parlement en de Raad van 25 maart 2019 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 508/2014 wat betreft bepaalde voorschriften met betrekking tot het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, na de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie (PB L 85I van 27.3.2019, blz. 22).
De Europese Centrale Bank en de Europese toezichthoudende autoriteiten beschouwen de mate van voorbereiding van de financiële sector op basis van gegevens van de noodplannen in het algemeen als bevredigend. De Bank of England heeft aangegeven dat de mate van voorbereiding van de Britse financiële sector adequaat is. Voorts brengt volgens de Financial Stability Review van de ECB van mei 2019 “een brexit zonder akkoord beheersbare risico’s voor de financiële stabiliteit van de eurozone in het algemeen met zich mee en hebben de autoriteiten voorbereidingen getroffen voor deze uitkomst”.
EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 12.6.2019
COM(2019) 276 final
BIJLAGE
bij
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE EUROPESE RAAD, DE RAAD, DE EUROPESE CENTRALE BANK, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ, HET COMITÉ VAN DE REGIO'S EN DE EUROPESE INVESTERINGSBANK
Stand van zaken met betrekking tot de voorbereidingen voor noodmaatregelen voor de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie
LIJST VAN WETGEVINGSHANDELINGEN INZAKE VOORBEREIDINGEN EN NOODMAATREGELEN
|
Verordening (EU) 2018/1717 van het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2018 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 wat betreft de zetel van de Europese Bankautoriteit (Voor de EER relevante tekst) COM(2017) 734 final - PB L 291 van 16.11.2018, blz. 1-2 |
|
Verordening (EU) 2018/1718 van het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2018 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 726/2004 wat betreft de zetel van het Europees Geneesmiddelenbureau (Voor de EER relevante tekst) COM(2017) 735 final - PB L 291 van 16.11.2018, blz. 3–4 |
|
Verordening (EU) 2019/216 van het Europees Parlement en de Raad van 30 januari 2019 inzake de verdeling van de in de WTO-lijst van de Unie opgenomen tariefcontingenten na de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 32/2000 van de Raad COM(2018) 312 final - PB L 38 van 8.2.2019, blz. 1–25 |
|
Verordening (EU) 2019/26 van het Europees Parlement en de Raad van 8 januari 2019 tot aanvulling van de typegoedkeuringswetgeving van de Unie in verband met de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie (Voor de EER relevante tekst) COM(2018) 397 final - PB L 8I van 10.1.2019, blz. 1–7 |
|
Verordening (EU) 2019/492 van het Europees Parlement en de Raad van 25 maart 2019 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 391/2009 wat betreft de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie (Voor de EER relevante tekst) – inspectie van schepen COM(2018) 567 final - PB L 85I van 27.3.2019, blz. 5–6 |
|
Verordening (EU) 2019/495 van het Europees Parlement en de Raad van 25 maart 2019 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1316/2013 wat betreft de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie (Voor de EER relevante tekst) – aanpassing van de kernnetwerkcorridor Noordzee – Middellandse Zee COM(2018) 568 final - PB L 85I van 27.3.2019, blz. 16–19 |
|
Besluit (EU) 2019/504 van het Europees Parlement en de Raad van 19 maart 2019 tot wijziging van Richtlijn 2012/27/EU betreffende energie-efficiëntie en Verordening (EU) 2018/1999 inzake de governance van de energie-unie en van de klimaatactie, wegens de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie (Voor de EER relevante tekst.) COM(2018) 744 final - PB L 85I van 27.3.2019, blz. 66–68 |
|
Verordening (EU) 2019/592 van het Europees Parlement en de Raad van 10 april 2019 tot wijziging van Verordening (EU) 2018/1806 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld, met betrekking tot de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie COM(2018) 745 final - PB L 103I van 12.4.2019, blz. 1–4 |
|
Verordening (EU) 2019/496 van het Europees Parlement en de Raad van 25 maart 2019 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 428/2009 van de Raad door de verlening van een uniale algemene uitvoervergunning voor de uitvoer van bepaalde producten voor tweeërlei gebruik uit de Unie naar het Verenigd Koninkrijk COM(2018) 891 final - PB L 85I van 27.3.2019, blz. 20–21 |
|
Verordening (EU) 2019/491 van het Europees Parlement en de Raad van 25 maart 2019 om de voortzetting van de territoriale samenwerkingsprogramma's Peace IV (Ierland-Verenigd Koninkrijk) en Verenigd Koninkrijk-Ierland (Ierland/Noord-Ierland/Schotland) mogelijk te maken in de context van de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie COM(2018) 892 final - PB L 85I van 27.3.2019, blz. 1–4 |
|
Verordening (EU) 2019/502 van het Europees Parlement en de Raad van 25 maart 2019 betreffende gemeenschappelijke regels ter waarborging van basisconnectiviteit in het luchtvervoer in verband met de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Unie (Voor de EER relevante tekst) COM(2018) 893 final - PB L 85I van 27.3.2019, blz. 49–59 |
|
Verordening (EU) 2019/494 van het Europees Parlement en de Raad van 25 maart 2019 betreffende bepaalde aspecten van de luchtvaartveiligheid in verband met de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie (Voor de EER relevante tekst) COM(2018) 894 final - PB L 85I van 27.3.2019, blz. 11–15 |
|
Verordening (EU) 2019/501 van het Europees Parlement en de Raad van 25 maart 2019 betreffende gemeenschappelijke regels ter waarborging van basisconnectiviteit in het goederen- en personenvervoer over de weg in verband met de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Unie (Voor de EER relevante tekst) COM(2018) 895 final - PB L 85I van 27.3.2019, blz. 39–48 |
|
Verordening (EU) 2019/497 van het Europees Parlement en de Raad van 25 maart 2019 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 508/2014 wat betreft bepaalde voorschriften met betrekking tot het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, na de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie COM(2019) 48 final - PB L 85I van 27.3.2019, blz. 22–24 |
|
Verordening (EU) 2019/498 van het Europees Parlement en de Raad van 25 maart 2019 tot wijziging van Verordening (EU) 2017/2403 wat betreft vismachtigingen voor Unievissersvaartuigen in de wateren van het Verenigd Koninkrijk en visserijactiviteiten van vissersvaartuigen van het Verenigd Koninkrijk in de wateren van de Unie COM(2019) 49 final - PB L 85I van 27.3.2019, blz. 25–31 |
|
Verordening (EU) 2019/500 van het Europees Parlement en de Raad van 25 maart 2019 tot vaststelling van noodmaatregelen op het gebied van de coördinatie van de sociale zekerheid na de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie (Voor de EER relevante tekst) COM(2019) 53 final - PB L 85I van 27.3.2019, blz. 35–38 |
|
Voorstel voor een verordening van de Raad houdende maatregelen voor de uitvoering en de financiering van de algemene begroting van de Unie in 2019 in verband met de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie COM(2019) 64 final - wetgevingsprocedure nog niet afgerond |
|
Verordening (EU) 2019/499 van het Europees Parlement en de Raad van 25 maart 2019 tot vaststelling van bepalingen voor de voortzetting van de lopende leermobiliteitsactiviteiten uit hoofde van het Erasmus+-programma vastgelegd door Verordening (EU) nr. 1288/2013, in het kader van de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie COM(2019) 65 final - PB L 85I van 27.3.2019, blz. 32–34 |
|
Verordening (EU) 2019/503 van het Europees Parlement en de Raad van 25 maart 2019 betreffende bepaalde aspecten van spoorwegveiligheid en spoorverbindingen in verband met de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie (Voor de EER relevante tekst.) COM(2019) 88 final - PB L 85I van 27.3.2019, blz. 60–65 |
EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 12.6.2019
COM(2019) 276 final
BIJLAGE
bij
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE EUROPESE RAAD, DE RAAD, DE EUROPESE CENTRALE BANK, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ, HET COMITÉ VAN DE REGIO'S EN DE EUROPESE INVESTERINGSBANK
Stand van zaken met betrekking tot de voorbereidingen voor noodmaatregelen voor de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie
LIJST VAN KENNISGEVINGEN VAN DE COMMISSIE AAN BELANGHEBBENDEN
Door de diensten van de Commissie gepubliceerde kennisgevingen ter voorbereiding op de brexit per onderwerp 1
(stand van zaken 12 juni 2019)
|
ONDERWERP |
|
|
GOEDEREN |
|
|
1 |
Industrieproducten |
|
2 |
Industrieproducten - Vragen en antwoorden |
|
3 |
Pleziervaartuigen en waterscooters |
|
4 |
Geneesmiddelen voor menselijk gebruik, diergeneesmiddelen |
|
5 |
V&A Geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik |
|
6 |
Gewasbeschermingsmiddelen |
|
7 |
V&A Gewasbeschermingsmiddelen |
|
8 |
Biociden |
|
9 |
V&A Biocidensector |
|
10 |
Typegoedkeuring (motorvoertuigen) |
|
11 |
Landbouw- en bosbouwvoertuigen, twee- of driewielige voertuigen en vierwielers, niet voor de weg bestemde mobiele machines – typegoedkeuring |
|
12 |
V&A Landbouw- en bosbouwvoertuigen, twee- of driewielige voertuigen en vierwielers, niet voor de weg bestemde mobiele machines – typegoedkeuring |
|
13 |
Industriële chemische stoffen (REACH) |
|
14 |
Detergentia |
|
15 |
Meststoffen |
|
16 |
Pyrotechnische artikelen |
|
17 |
Explosieven voor civiel gebruik |
|
18 |
EU-milieukeur |
|
19 |
Afvalstoffenwetgeving |
|
20 |
Cosmetische producten |
|
LEVENSMIDDELEN, DIERVOEDERS, PLANTEN, VETERINAIRE PRODUCTEN |
|
|
21 |
Levensmiddelen, biologische productie en kwaliteitsregelingen (geograpfische aanduidingen) |
|
22 |
Diervoeding |
|
23 |
V&A Diervoeding |
|
24 |
Genetisch gemodificeerde organismen |
|
25 |
Natuurlijk mineraalwater |
|
26 |
Teeltmateriaal |
|
27 |
Dierfokkerij/zoötechniek |
|
28 |
Diergezondheid |
|
29 |
Plantgezondheid |
|
DOUANE EN INDIRECTE BELASTINGEN, INVOER- EN UITVOERVERGUNNINGEN |
|
|
30 |
Douane en indirecte belastingen |
|
31 |
Preferentiële oorsprongsregels |
|
32 |
Belasting over de toegevoegde waarde (btw) |
|
33 |
Invoer- en uitvoercertificaten |
|
34 |
Handel in beschermde soorten (CITES) |
|
35 |
Invoer van hout |
|
36 |
Handhaving van intellectuele-eigendomsrechten door de douane |
|
37 |
EU-voorschriften inzake douaneschuld en douanerechten |
|
38 |
Leidraad douanegerelateerde aangelegenheden indien er geen akkoord is |
|
39 |
Leidraad accijnskwesties bij overbrengingen van goederen die niet beëindigd zijn |
|
40 |
Controles op de uitvoer van producten voor tweeërlei gebruik |
|
FINANCIËLE DIENSTEN |
|
|
41 |
Wettelijke controles |
|
42 |
Ratingbureaus |
|
43 |
Beheer van activa |
|
44 |
Diensten voor transactieverwerking |
|
45 |
Beleggingsdiensten |
|
46 |
Bankdiensten |
|
47 |
Verzekering |
|
48 |
Instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening |
|
BURGERLIJK RECHT, VENNOOTSCHAPSRECHT, CONSUMENTENBESCHERMING, GEGEVENSBESCHERMING |
|
|
49 |
Gegevensbescherming |
|
50 |
Vennootschapsrecht |
|
51 |
Internationaal privaatrecht en burgerlijk recht |
|
52 |
V&A - Internationaal privaatrecht en burgerlijk recht |
|
53 |
Consumentenbescherming en passagiersrechten |
|
INTELLECTUELE EIGENDOM |
|
|
54 |
Merken en modellen |
|
55 |
Plantenrassen |
|
56 |
Auteursrecht |
|
57 |
Aanvullende beschermingscertificaten |
|
BEROEPSKWALIFICATIES |
|
|
58 |
Beroepskwalificaties |
|
59 |
Kwalificaties van personeel van slachthuizen |
|
60 |
Kwalificaties van vervoerders van dieren |
|
61 |
Kwalificaties van zeevarenden |
|
VERVOER |
|
|
62 |
Luchtvaart |
|
63 |
Luchtvaartveiligheid |
|
64 |
Veiligheid van lucht- en zeevaart |
|
65 |
Wegvervoer |
|
66 |
Zeevaart |
|
67 |
Spoorvervoer |
|
68 |
Binnenvaart |
|
DIGITAAL BELEID |
|
|
69 |
eu-domeinnamen |
|
70 |
Elektronische handel |
|
71 |
Elektronische communicatie |
|
72 |
Audiovisuele mediadiensten |
|
73 |
eIDAS/vertrouwensdiensten |
|
74 |
Beveiliging van netwerken |
|
75 |
Geoblocking |
|
ENERGIE EN KLIMAATVERANDERING |
|
|
76 |
Euratom |
|
77 |
Elektriciteits- en gasmarkt |
|
78 |
Garanties van oorsprong |
|
79 |
CO2-emissies van motorvoertuigen |
|
80 |
Rapportage CO2-uitstoot door maritiem vervoer |
|
81 |
Regeling voor de handel in emissierechten |
|
82 |
Gefluoreerde broeikasgassen |
|
OVERIGE |
|
|
83 |
Stoffen van menselijke oorsprong |
|
84 |
Klinische proeven |
|
85 |
Overheidsopdrachten |
|
86 |
EU-mededingingsrecht (mededinging en concentratiecontrole) |
|
87 |
Milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS) |
|
88 |
Scheepsrecycling |
|
89 |
Europese burgerinitiatieven |
|
90 |
EU-regels inzake visserij en aquacultuur |
|
91 |
Europese ondernemingsraden |
|
92 |
Industriële beveiliging (EUCI) |
|
93 |
Reizen tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk |
De kennisgevingen zijn gepubliceerd op de volgende webpagina: https://ec.europa.eu/info/brexit/brexit-preparedness/preparedness-notices_nl