Brussel, 10.4.2019

COM(2019) 195 final

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE

De gevolgen opvangen van een terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie zonder akkoord: de gecoördineerde aanpak van de Unie


MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE EUROPESE RAAD, DE RAAD, DE EUROPESE CENTRALE BANK, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ, HET COMITÉ VAN DE REGIO'S EN DE EUROPESE INVESTERINGSBANK

De gevolgen opvangen van een terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie zonder akkoord: de gecoördineerde aanpak van de Unie

1.Inleiding

Op 29 maart 2017 heeft het Verenigd Koninkrijk kennis gegeven van zijn voornemen zich terug te trekken uit de Unie. De Commissie blijft de mening toegedaan dat een ordelijke terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie op basis van het terugtrekkingsakkoord, overeengekomen met de regering van het Verenigd Koninkrijk en bekrachtigd door de Europese Raad (art. 50) op 25 november 2018, de beste uitkomst is. De Commissie blijft zich ten volle inspannen voor dat doel. De realiteit is echter dat twee dagen vóór de termijn van 12 april 2019, zoals verlengd door de Europese Raad 1 , de kans op een wanordelijke terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie aanzienlijk is toegenomen. Het doel van deze mededeling is de balans op te maken van de intensieve voorbereidingen voor dat scenario die sinds 2017 zijn getroffen.

De Commissie heeft alle belanghebbenden bij herhaling erop gewezen, onder andere in de drie mededelingen ter voorbereiding op de brexit van 19 juli 2018 2 , 13 november 2018 3 en 19 december 2018 4 , dat er in een scenario zonder akkoord aanzienlijke ontregeling zou zijn. Dit oordeel is niet veranderd. In een scenario zonder akkoord is er geen sprake van de ordelijke overgang waarin het terugtrekkingsakkoord voorziet.

De instellingen van de EU, de nationale overheden op alle niveaus en alle belanghebbenden hebben daarom de krachten gebundeld om de gevolgen van een scenario zonder akkoord te verzachten. Dankzij deze collectieve inspanning is de EU vandaag voorbereid voor een wanordelijke terugtrekking.

De noodmaatregelen die op Europees en nationaal niveau zijn genomen, zijn gebaseerd op de algemene beginselen die in de mededeling van 13 november 2018 zijn vastgesteld. Noodmaatregelen bieden niet dezelfde voordelen als die van het lidmaatschap van de Unie, noch dezelfde voorwaarden als die van een overgangsperiode, zoals voorzien in het terugtrekkingsakkoord. Zij zijn van tijdelijke aard en zijn eenzijdig door de Europese Unie genomen ter bescherming van haar belangen. Zij zijn geheel in overeenstemming met de bij de Verdragen voorziene verdeling van de bevoegdheden en met het subsidiariteitsbeginsel.

In een scenario zonder akkoord verschaffen deze tijdelijke noodmaatregelen het Verenigd Koninkrijk de nodige ruimte om de drie belangrijkste scheidingskwesties te regelen, wat een eerste vereiste is om met het Verenigd Koninkrijk besprekingen te beginnen over de hierna te volgen koers. Zoals voorzitter Juncker op 3 april 2019 in het Europees Parlement verklaarde 5 , houden deze kwesties in i) dat de rechten van EU27-burgers en Britse onderdanen die hun recht van vrij verkeer hebben uitgeoefend vóór de terugtrekking, onverkort moeten worden gerespecteerd en beschermd, ii) dat het Verenigd Koninkrijk zijn als lidstaat aangegane financiële verplichtingen onverkort moet nakomen en iii) dat onverminderd een oplossing moet worden gevonden om de vrede op het eiland Ierland en de integriteit van de interne markt te bewaren. Het Verenigd Koninkrijk moet de letter en de geest van het Goede-Vrijdagakkoord ten volle respecteren.

2.De voorbereidingen voor een noodscenario zijn afgerond

Het treffen van voorbereidingen voor de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk is een gezamenlijke inspanning geweest van de EU-instellingen en -organen, de nationale, regionale en lokale overheden en het bedrijfsleven. Al deze actoren is gevraagd verantwoordelijkheid te nemen om zich voor te bereiden op een terugtrekking zonder akkoord en de ergste gevolgen ervan op te vangen.

De instellingen en organen van de EU en de EU27-lidstaten hebben zich actief op een scenario zonder akkoord voorbereid sinds december 2017. Naast de drie mededelingen waarin politieke richtsnoeren zijn gegeven voor de te volgen aanpak, heeft de Commissie 92 6 kennisgevingen gepubliceerd om belanghebbenden en overheden te helpen zich voor te bereiden. Tevens heeft zij 19 wetgevingsvoorstellen ingediend, waarvan er 18 zijn goedgekeurd en vanaf de terugtrekkingsdatum in werking zullen treden, en één, betreffende de EU-begroting voor 2019, met terugwerkende kracht van toepassing zal zijn vanaf de terugtrekkingsdatum wanneer het afgerond 7 is. De Commissie heeft eveneens 45 niet-wetgevingshandelingen goedgekeurd betreffende diverse beleidsterreinen 8 .

De Commissie heeft breed technisch overleg gepleegd met de EU27-lidstaten, zowel over algemene voorbereidingskwesties en noodmaatregelen als over specifieke sectorale, juridische en administratieve kwesties. Vertegenwoordigers van de Commissie hebben de hoofdsteden van alle EU27-lidstaten bezocht om duidelijkheid te verschaffen over de voorbereidingen en noodmaatregelen van de Commissie en de nationale voorbereidingen en noodplannen te bespreken. De bezoeken hebben aangetoond dat de lidstaten goed voorbereid zijn op alle scenario’s.

Cruciale terreinen waarop noodplanning nodig was, zijn rechten van de burger (sociale zekerheid, verblijfsrechten en reizen), vervoer (basisconnectiviteit en veiligheid), politiële en justitiële samenwerking, het beheer van de nieuwe buitengrenzen van de Unie met het Verenigd Koninkrijk, visserij en de begroting van de Unie. De Unie en de lidstaten hebben daarnaast ook op andere geselecteerde terreinen maatregelen genomen.

Wat de rechten van burgers betreft, verlenen de lidstaten een (tijdelijke of permanente) verlenging van de verblijfsrechten van onderdanen van het VK die in de EU verblijven op het tijdstip van de terugtrekking, in de geest van de ruimhartige aanpak die door de Commissie is aanbevolen 9 .

De socialezekerheidsrechten die burgers ten aanzien van het Verenigd Koninkrijk hadden vóór de terugtrekking, worden beschermd. De noodverordening garandeert voor de personen die onder de regeling vallen, ongeacht hun nationaliteit, de beginselen van gelijke behandeling, gelijkstelling en samentelling voor feiten of gebeurtenissen die plaatsvonden en voor tijdvakken van verblijf, verzekering of werk die waren vervuld vóór de terugtrekking 10 . De lidstaten nemen op nationaal niveau eveneens maatregelen om de bescherming van de socialezekerheidsrechten van de betrokken burgers na de terugtrekking te waarborgen.

De Unie is tevens overeengekomen dat onderdanen van het Verenigd Koninkrijk geen visum nodig hebben wanneer zij voor zakelijke of toeristische doeleinden naar de EU reizen voor korte verblijven tot 90 dagen in eender welke periode van 180 dagen, mits het Verenigd Koninkrijk eenzelfde behandeling verleent aan alle burgers van de EU27 11 .

Voorts zijn noodverordeningen vastgesteld om essentiële vervoersverbindingen in stand te houden voor de belangrijkste vervoerswijzen: voor de luchtvaart 12 en het spoor- 13 en wegvervoer, zowel voor reizigers als voor vracht 14 .

Na de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie zal de politiële en justitiële samenwerking plaatsvinden op basis van multilaterale internationale overeenkomsten in plaats van op basis van het EU-recht. De instellingen van de EU en de lidstaten hebben in onderling overleg de geschikte, in dat verband te gebruiken instrumenten geïdentificeerd. De lidstaten hebben aanzienlijke inspanningen geleverd om deze instrumenten tegen de terugtrekkingsdatum operationeel te krijgen.

De lidstaten hebben nauw met de EU-instellingen samengewerkt om de integriteit van de interne markt te beschermen, door de nodige infrastructuur en middelen te voorzien om douaneformaliteiten en -controles en sanitaire en fytosanitaire controles toe te passen op goederen aan de grens.

In de financiële sector is slechts een beperkt aantal EU-maatregelen noodzakelijk geacht om de risico’s voor de financiële stabiliteit in de Europese Unie tot een minimum te beperken. Dit besluit was gebaseerd op een gezamenlijke analyse van de “no deal”-risico’s door de Commissie, de Europese Centrale Bank, de Gemeenschappelijke Afwikkelingsraad en de Europese toezichthoudende autoriteiten en op de analyse van een gezamenlijke technische groep van de Europese Centrale Bank en de Bank of England.

Wat visserijactiviteiten betreft, zullen de genomen maatregelen de voortzetting van wederzijdse toegang van vaartuigen van de Unie en het Verenigd Koninkrijk tot elkaars wateren gedurende heel 2019 mogelijk maken 15 , mits het Verenigd Koninkrijk vaartuigen van de Unie toegang verleent en de vangstmogelijkhedenverordening voor 2019 16 eerbiedigt. In het andere geval zal financiële steun voor EU-vissers beschikbaar zijn als zij hun activiteiten tijdelijk moeten stopzetten 17 .

Al deze maatregelen zullen tijdelijk de grootste ontregeling als gevolg van een wanordelijke terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk opvangen, zoals weergegeven in de grafiek in bijlage 1 bij deze mededeling.

3.De begroting 2019 en aanvullende financiële steun

De Commissie heeft een voorstel voor een noodverordening aangenomen waarin wordt bepaald dat de betaling van middelen uit de algemene begroting van de EU aan Britse begunstigden in 2019 kan worden voortgezet als het Verenigd Koninkrijk zijn bijdragen aan de begroting voor 2019 blijft betalen en toestaat dat de vereiste audits en controles plaatsvinden 18 . Mocht het Verenigd Koninkrijk er niet mee instemmen bij te dragen aan de financiering van de begroting 2019 zoals uiteengezet in de voorgestelde noodverordening, dan zal de Commissie te gelegener tijd een ontwerp van gewijzigde begroting indienen om het resulterende financieringstekort te verhelpen. De Commissie doet in dit verband een oproep tot het Parlement en de Raad om het voorstel formeel goed te keuren.

De Unie heeft besloten dat zelfs zonder deze bijdragen bepaalde activiteiten in elk geval moeten worden voortgezet. Het programma Peace IV en het programma voor samenwerking tussen het Verenigd Koninkrijk en Ierland zullen worden voortgezet, aangezien zij essentiële steun verlenen voor vrede in Noord-Ierland en Ierland 19 . Alle lopende Erasmus+-leermobiliteitsactiviteiten waarbij het Verenigd Koninkrijk is betrokken en die op de terugtrekkingsdatum waren begonnen, kunnen ook worden voltooid om ontregeling voor studenten en hun uitzendende en ontvangende instellingen te voorkomen 20 .

Bedrijfsorganisaties en belanghebbenden hebben voorts te kennen gegeven dat financiële steun van de Unie noodzakelijk kan zijn om de economische gevolgen van een wanordelijke terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie te verzachten. De impact van een terugtrekking zonder akkoord zal overal in de Europese Unie worden gevoeld, maar sommige regio’s en economische sectoren zullen onmiskenbaar in belangrijkere mate worden getroffen.

In de eerste plaats zullen de naburige lidstaten van het Verenigd Koninkrijk met aanzienlijke kosten worden geconfronteerd. Alhoewel alle lidstaten verificaties en controles in verband met de douanevoorschriften, sanitaire en fytosanitaire verordeningen en andere gezondheids- en veiligheidsnormen zullen moeten uitvoeren, zal de omvang daarvan bijzonder groot zijn voor sommige. Zij hebben met het oog daarop nieuwe grenscontroleposten moeten inrichten of bestaande moeten aanpassen. Ten tweede zullen de economische kosten bijzonder hoog zijn voor sectoren met de grootste blootstelling op het Verenigd Koninkrijk. Dit is bijvoorbeeld het geval voor exporteurs van landbouwproducten en levensmiddelen die op de Britse markt zijn gericht, bedrijven in de visserijsector die afhankelijk zijn van toegang tot de Britse wateren en toeristische bedrijven in regio’s die populair zijn bij Britse toeristen. Ten derde is tijdens de voorbereidingen van de Commissie gebleken dat kleine en middelgrote ondernemingen die met het Verenigd Koninkrijk handel drijven, over minder middelen beschikken om zich voor te bereiden dan grote ondernemingen. Kleine en middelgrote ondernemingen beschikken soms niet over de administratieve en juridische capaciteit om een volledig noodplan uit te voeren.

Hoewel de behoefte aan financiële ondersteuning onmiskenbaar is, moet met de financiële omstandigheden van een terugtrekking zonder akkoord rekening worden gehouden. De Commissie heeft consequent gesteld dat het Verenigd Koninkrijk gebonden blijft aan zijn financiële verplichtingen ten aanzien van de Europese Unie in alle scenario’s, en dat de Europese Unie van haar kant de financiële verplichtingen ten aanzien van het Verenigd Koninkrijk zal nakomen, ook in geval van een terugtrekking zonder akkoord.

Tegen deze achtergrond heeft de Commissie onderzocht hoe de bestaande programma’s en fondsen van de Uniebegroting, eventueel na de nodige aanpassingen, kunnen worden ingezet in geval van “no deal”. De bedoeling hiervan is, binnen de grenzen van de bestaande middelen, de impact te verzachten op de gebieden waar deze het meest zou worden gevoeld. Deze maatregelen zullen worden voorgesteld rekening houdende met de aanpassingen aan de uitgaven- en de ontvangstenzijde van de EU-begroting die het gevolg zouden kunnen zijn van een wanordelijke terugtrekking en met volledige gebruikmaking van de bestaande begrotingsinstrumenten en beschikbare middelen. Door bepaalde structuurfondsen te herprogrammeren, maatregelen tegen verstoring van de landbouwmarkten overeenkomstig de verordening inzake de gemeenschappelijke marktordening 21 te activeren, met inbegrip van gebruikmaking van alle mogelijke financiële bronnen, en specifieke instrumenten te gebruiken, zoals het programma voor het concurrentievermogen van het midden- en kleinbedrijf (COSME), het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG), het Solidariteitsfonds en het Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI), zou specifieke aanvullende financiering uit de EU-begroting beschikbaar kunnen worden gesteld in geval van een terugtrekking zonder akkoord.

Voor meer onmiddellijke steun aan getroffen belanghebbenden, bijvoorbeeld kleine en middelgrote ondernemingen met een aanzienlijke blootstelling op het Verenigd Koninkrijk, bieden de EU-staatssteunregels flexibele oplossingen voor nationale steunmaatregelen

4.Richtsnoeren voor een gecoördineerde aanpak na een wanordelijke terugtrekking

De eensgezindheid en solidariteit die de EU27-lidstaten aan de dag hebben gelegd tijdens de onderhandelingen met het Verenigd Koninkrijk en de voorbereidingen voor de terugtrekking dienen een gemeenschappelijk doel, niettegenstaande dat de blootstelling op het Verenigd Koninkrijk niet overal in de Unie gelijk is. Het is cruciaal dat de stappen die na een wanordelijke terugtrekking worden genomen, gecoördineerd en consistent blijven. Deze eensgezindheid vergroot de doeltreffendheid van alle verzachtende maatregelen, beschermt onze gemeenschappelijke regels en een gelijk speelveld, vergroot de voorspelbaarheid voor de ergst getroffen partijen en laat de onderhandelingsdoelstellingen van de Unie voor de besprekingen over de toekomstige betrekkingen met het Verenigd Koninkrijk intact. Om deze redenen moeten bilaterale akkoorden tussen lidstaten en het Verenigd Koninkrijk worden vermeden.

Om lidstaten die noodmaatregelen implementeren bijkomend te ondersteunen, geeft de Commissie vandaag aanvullende richtsnoeren op vijf belangrijke gebieden. Deze moeten bijdragen tot een vlotte implementatie van de noodmaatregelen en tot de verwezenlijking en instandhouding van een gecoördineerde aanpak:

·rechten van burgers inzake verblijf en sociale zekerheid;

·politiële en justitiële samenwerking in strafzaken;

·geneesmiddelen en medische hulpmiddelen;

·visserijactiviteiten; en

·gegevensbescherming.

De Commissie zal deze richtsnoeren indien nodig aanvullen. De Commissie staat onverminderd ter beschikking van de EU27-lidstaten om elke aangelegenheid betreffende de gevolgen van een terugtrekking zonder akkoord te bespreken, in dezelfde geest van transparante en intensieve samenwerking die de hele onderhandelingsperiode heeft gekenmerkt. De lidstaten worden aangemoedigd om in de periode na de terugtrekking de Commissie en elkaar in kennis te stellen van voorziene en onvoorziene problemen die zich voordoen en van beste praktijken om deze aan te pakken, zodat alle lidstaten hiervan kunnen profiteren. Voor de periode onmiddellijk na de terugtrekking heeft de Commissie een callcenter opgericht waar de overheidsdiensten van de lidstaten met vragen terecht kunnen. EU-burgers, bedrijven en andere belanghebbenden kunnen voor alle vragen contact opnemen met Europe Direct (gratis 00 800 6 7 8 9 10 11 van overal in de EU).

5.Slotopmerkingen

Sinds het referendum in het Verenigd Koninkrijk op 23 juni 2016 heeft de Unie consequent verklaard het besluit van het Verenigd Koninkrijk om de Unie te verlaten te betreuren, maar de uitslag te respecteren. De Commissie blijft de mening toegedaan dat een ordelijke terugtrekking op basis van het terugtrekkingsakkoord de beste uitkomst is. Een wanordelijke terugtrekking kan echter alleen worden voorkomen als het Verenigd Koninkrijk het terugtrekkingsakkoord ratificeert.

De EU heeft daarom de nodige maatregelen getroffen om voorbereid te zijn op een terugtrekking zonder akkoord, terwijl zij nog steeds vastberaden is een dergelijke uitkomst te voorkomen. Eensgezindheid en solidariteit tussen de lidstaten blijven noodzakelijk om de uitdagingen die zullen worden opgeworpen het hoofd te bieden en de kernwaarden van de Unie te verdedigen.

(1)      Besluit (EU) 2019/476 van de Europese Raad, vastgesteld in overeenstemming met het Verenigd Koninkrijk, van 22 maart 2019 tot verlenging van de in artikel 50, lid 3, VEU bedoelde termijn (PB L80I van 22.3.2019, blz. 1).
(2)      COM(2018) 556.
(3)      COM(2018) 880.
(4)      COM(2018) 890.
(5)      Verklaring van voorzitter Juncker over de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie in de plenaire zitting van het Europees Parlement, Brussel, 3 april 2019, http://europa.eu/rapid/press-release_SPEECH-19-1970_en.htm .
(6)       https://ec.europa.eu/info/brexit/brexit-preparedness/preparedness-notices_nl . 
(7)      De verwachting is dat het Europees Parlement het voorstel goedkeurt tijdens de plenaire zitting beginnende op 15 april 2019.
(8)      Voor nog eens 19 niet-wetgevingshandelingen loopt de goedkeuringsprocedure, in afwachting van input van het Verenigd Koninkrijk en andere externe actoren.
(9)      Een lijst van de verblijfsrechten die in de lidstaten van de EU aan onderdanen van het VK worden verleend, is te vinden op de website van de Commissie: https://ec.europa.eu/info/brexit/brexit-preparedness/residence-rights-uk-nationals-eu-member-states_en .
(10)      Verordening (EU) 2019/500 van het Europees Parlement en de Raad van 25 maart 2019 tot vaststelling van noodmaatregelen op het gebied van de coördinatie van de sociale zekerheid na de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie (PB L 85I van 27.3.2019, blz. 35).
(11)      Wijziging van Verordening (EU) 2018/1806 van het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2018 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld. Deze handeling zal de komende dagen formeel worden vastgesteld.
(12)      Verordening (EU) 2019/494 van het Europees Parlement en de Raad van 25 maart 2019 betreffende bepaalde aspecten van de luchtvaartveiligheid in verband met de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie (PB L 85I van 27.3.2019, blz. 11); en Verordening (EU) 2019/502 van het Europees Parlement en de Raad van 25 maart 2019 betreffende gemeenschappelijke regels ter waarborging van basisconnectiviteit in het luchtvervoer in verband met de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Unie (PB L 85I van 27.3.2019, blz. 49).
(13)      Verordening (EU) 2019/503 van het Europees Parlement en de Raad van 25 maart 2019 betreffende bepaalde aspecten van spoorwegveiligheid en spoorverbindingen in verband met de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie (PB L 85I van 27.3.2019, blz. 60).
(14)      Verordening (EU) 2019/501 van het Europees Parlement en de Raad van 25 maart 2019 betreffende gemeenschappelijke regels ter waarborging van basisconnectiviteit in het goederen- en personenvervoer over de weg in verband met de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Unie (PB L 85I van 27.3.2019, blz. 39).
(15)      Verordening (EU) 2019/498 van het Europees Parlement en de Raad van 25 maart 2019 tot wijziging van Verordening (EU) 2017/2403 wat betreft vismachtigingen voor Unievissersvaartuigen in de wateren van het Verenigd Koninkrijk en visserijactiviteiten van vissersvaartuigen van het Verenigd Koninkrijk in de wateren van de Unie (PB L 85I van 27.3.2019, blz. 25).
(16)      Verordening (EU) 2019/124 van de Raad van 30 januari 2019 tot vaststelling, voor 2019, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn (PB L 29 van 31.1.2019, blz. 1), en Verordening (EU) 2018/2025 van de Raad van 17 december 2018 tot vaststelling, voor 2019 en 2020, van de vangstmogelijkheden voor vissersvaartuigen van de Unie voor bepaalde bestanden van diepzeevissen (PB L 325 van 20.12.2018, blz. 7).
(17)      Verordening (EU) 2019/497 van het Europees Parlement en de Raad van 25 maart 2019 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 508/2014 wat betreft bepaalde voorschriften met betrekking tot het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, na de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie (PB L 85I van 27.3.2019, blz. 22).
(18)      Voorstel voor een verordening van de Raad inzake maatregelen betreffende de uitvoering en de financiering van de algemene begroting van de Unie in 2019 in verband met de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie, COM/2019/64 final. Het voorstel is door de Raad goedgekeurd.
(19)      Verordening (EU) 2019/491 van het Europees Parlement en de Raad van 25 maart 2019 om de voortzetting van de territoriale samenwerkingsprogramma's Peace IV (Ierland-Verenigd Koninkrijk) en Verenigd Koninkrijk-Ierland (Ierland/Noord-Ierland/Schotland) mogelijk te maken in de context van de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie (PB L 85I van 27.3.2019, blz. 1).
(20)      Verordening (EU) 2019/499 van het Europees Parlement en de Raad van 25 maart 2019 tot vaststelling van bepalingen voor de voortzetting van de lopende leermobiliteitsactiviteiten uit hoofde van het Erasmus+-programma vastgelegd door Verordening (EU) nr. 1288/2013, in het kader van de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie (PB L 85I van 27.3.2019, blz. 32).
(21)      Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671).

Brussel, 10.4.2019

COM(2019) 195 final

BIJLAGE

bij

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE EUROPESE RAAD, DE RAAD, DE EUROPESE CENTRALE BANK, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITE, HET COMITE VAN DE REGIO'S EN DE EUROPESE INVESTERINGSBANK

De gevolgen opvangen van een terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie zonder akkoord: de gecoördineerde aanpak van de Unie

Tijdlijn voor essentiële noodmaatregelen van de EU



Brussel, 10.4.2019

COM(2019) 195 final

BIJLAGE

bij

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE EUROPESE RAAD, DE RAAD, DE EUROPESE CENTRALE BANK, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITE, HET COMITE VAN DE REGIO'S EN DE EUROPESE INVESTERINGSBANK

De gevolgen opvangen van een terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie zonder akkoord: de gecoördineerde aanpak van de Unie

Rechten van burgers op het gebied van verblijf en sociale zekerheid:
gecoördineerde aanpak in geval van terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie zonder akkoord


1.Inleiding

Op 29 maart 2017 heeft het Verenigd Koninkrijk kennisgegeven van zijn voornemen zich terug te trekken uit de Unie. De Commissie blijft de mening toegedaan dat een ordelijke terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie op basis van het terugtrekkingsakkoord, overeengekomen met de regering van het Verenigd Koninkrijk en bekrachtigd door de Europese Raad (art. 50) op 25 november 2018, de beste uitkomst is. De Commissie blijft zich ten volle inspannen voor dat doel. Twee dagen vóór de termijn van 12 april 2019, zoals verlengd door de Europese Raad 1 , is de kans op een wanordelijke terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie evenwel aanzienlijk toegenomen. 

2.Verblijfsrechten van burgers

Met ingang van de terugtrekkingsdatum zijn Britse onderdanen 2 die in de EU wonen geen EU-burger meer, waardoor zij ook niet langer het recht van vrij verkeer genieten 3 . Zij zullen automatisch onder de algemene regels vallen die in de EU op onderdanen van derde landen van toepassing zijn. Omgekeerd zullen EU-burgers die in het Verenigd Koninkrijk wonen, niet langer worden beschermd door de EU-regels inzake vrij verkeer. Dit zal gevolgen hebben voor het recht van die Britse onderdanen en EU-burgers om daar waar zij nu wonen te blijven en te werken.

2.1.Het waarborgen van een voortgezet verblijfsrecht voor Britse onderdanen die al in de EU woonachtig zijn

De Commissie heeft steeds duidelijk gemaakt dat de bescherming van de wettelijke status van Britse onderdanen die momenteel in de EU wonen, een prioriteit is en heeft de lidstaten opgeroepen om ten aanzien van hen een ruimhartige benadering te hanteren. Met betrekking tot het recht van Britse onderdanen om in de EU27-lidstaten te verblijven, bestaan er verschillende situaties; voor sommige situaties zijn nationale noodmaatregelen genomen, terwijl voor andere bestaande regels toereikend zijn.

De afgelopen maanden hebben de EU27-lidstaten, in het kader van een door de Commissie gecoördineerd proces, nationale noodmaatregelen voorbereid om ervoor te zorgen dat alle Britse onderdanen die op het moment van de terugtrekking legaal in een lidstaat verblijven, hun legale verblijf in de periode direct na een terugtrekking zonder akkoord kunnen voortzetten. Deze maatregelen zullen ook het overschrijden van de binnen- en buitengrenzen van de EU onmiddellijk na de terugtrekking vergemakkelijken.

Hoewel met de vrijwillige coördinatie van de acties van de lidstaten een coherente aanpak wordt beoogd, kunnen de door de lidstaten gekozen benaderingen en procedures van elkaar afwijken, al naargelang de individuele situatie van de lidstaten. Elke lidstaat wordt immers geconfronteerd met verschillende problemen, afhankelijk van het aantal Britse onderdanen dat op zijn grondgebied verblijft en van zijn juridische en administratieve systeem.

De lidstaten hebben de nodige maatregelen genomen om hun respectieve nationale maatregelen tijdig goed te keuren en de Commissie daarvan in kennis gesteld. De Commissie verzamelt en publiceert een actueel overzicht met de meest recente informatie over de nationale maatregelen van de EU27-lidstaten op haar webpagina’s over de voorbereiding op de brexit 4 teneinde Britse onderdanen die in de Unie verblijven over hun rechten te informeren. Op nationaal niveau nemen de lidstaten tal van maatregelen om Britse onderdanen die op hun grondgebied verblijven, te bereiken 5 . De Commissie stelt vast dat de nodige maatregelen nu al zijn ingevoerd. Zij dringt er bij de lidstaten die hun goedkeuringsprocedures nog niet hebben afgerond, op aan dit zo snel mogelijk te doen.   

De maatregelen van de lidstaten komen grotendeels met elkaar overeen, zij het dat de exacte reikwijdte enigszins verschilt ten aanzien van Britse onderdanen die reeds op hun grondgebied verblijven. De meeste lidstaten hebben gekozen voor een vorm van specifieke permanente of tijdelijke nationale "regularisatiewetgeving". In veel lidstaten zijn de beoogde status en rechten geënt op de richtlijn inzake vrij verkeer 6 of op het terugtrekkingsakkoord. Een aantal lidstaten onderstreept het belang van wederkerigheid van de zijde van het Verenigd Koninkrijk als leidend beginsel voor hun nationale maatregelen.

Britse onderdanen die al meer dan vijf jaar legaal in een lidstaat hebben verbleven, komen in aanmerking voor de status van langdurig ingezetene van de EU, mits zij voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2003/109/EG 7 . Dit is een solide status in de lidstaat van verblijf, die is verankerd in het recht van de Unie 8 en een behandeling waarborgt die gelijk is aan die van de onderdanen van die lidstaat alsmede het recht garandeert om in een andere EU-lidstaat te gaan wonen, werken of studeren, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan 9 . De Commissie herhaalt dat zij van mening is dat perioden van legaal verblijf van Britse onderdanen vóór de terugtrekkingsdatum in een EU27-lidstaat moeten worden beschouwd als perioden van legaal verblijf in een lidstaat van de Europese Unie overeenkomstig Richtlijn 2003/109/EG betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen 10 .

De Commissie verzoekt de lidstaten verdere maatregelen te overwegen om te waarborgen dat alle Britse onderdanen die op de terugtrekkingsdatum legaal op het grondgebied van de EU27-lidstaten verblijven (met name degenen die minder dan vijf jaar in een lidstaat verblijven), hun verblijf legaal kunnen voortzetten wanneer de tijdelijke noodmaatregelen aflopen. Als er niet zonder meer een permanente status is toegekend, varieert dit eindpunt, afhankelijk van de door de betrokken lidstaat gekozen aanpak, van enkele maanden tot meerdere jaren na de terugtrekking.

2.2.Rechten van Britse onderdanen die na de terugtrekkingsdatum naar de EU komen

Voor kort verblijf (maximaal 90 dagen binnen een periode van 180 dagen) hebben het Europees Parlement en de Raad overeenstemming bereikt over een regeling waarbij Britse onderdanen 11 vrijgesteld worden van een visumplicht op voorwaarde van wederkerigheid van de zijde van het VK ten aanzien van EU-burgers 12 .

Britse onderdanen die na de terugtrekkingsdatum in de EU aankomen voor een verblijf van langere duur (meer dan 90 dagen voor eender welk doel) vallen onder de nationale en EU-regels inzake legale migratie die van toepassing zijn op onderdanen van derde landen 13 . Deze regels maken het met name mogelijk om, afhankelijk van de relevante criteria, een vergunning te verlenen om te verblijven met het oog op werk 14 , studie of onderzoek of om zich bij een familielid in de EU te voegen.

2.3.Voortgezet verblijfsrecht voor EU-burgers die al in het Verenigd Koninkrijk verblijven

Hoewel de rechtspositie van EU-burgers die reeds in het Verenigd Koninkrijk verblijven onder de nationale bevoegdheid van het VK zal vallen, beschouwt de Commissie de bescherming daarvan als een prioriteit. Zelf streeft zij er ook naar de status te waarborgen van Britse onderdanen die reeds legaal in de EU verblijven. De Commissie is daarom ingenomen met de verzekering die het VK heeft gegeven en de beleidsmaatregelen die het VK genomen om ervoor te zorgen dat de rechten van EU-burgers in het Verenigd Koninkrijk, ook in geval van een terugtrekking zonder akkoord 15 , worden beschermd door middel van de zogenoemde "EU Settled Status" 16 .

De vertegenwoordigingen van de Commissie in het Verenigd Koninkrijk en de betrokken diensten in Brussel monitoren en analyseren de voorbereidende stappen van het Verenigd Koninkrijk om de beleidsaankondigingen in wetgevingshandelingen en concrete acties om te zetten, teneinde zich ervan te vergewissen dat de status van de EU-burgers voldoende gewaarborgd zal zijn. De Commissie verzoekt de diplomatieke vertegenwoordigingen van de lidstaten in het Verenigd Koninkrijk om te blijven samenwerken met de vertegenwoordiging van de Commissie in het Verenigd Koninkrijk om EU-burgers in het Verenigd Koninkrijk waar nodig informatie, expertise en juridisch advies te bieden 17 .

3.Socialezekerheidsrechten van burgers

Wanneer er geen terugtrekkingsakkoord tot stand komt, zullen de regels van de Unie inzake de coördinatie van de sociale zekerheid niet langer op en in het Verenigd Koninkrijk van toepassing zijn. Zonder noodmaatregelen zouden de met het Verenigd Koninkrijk verband houdende socialezekerheidsrechten – van burgers van de EU27 evenals die van Britse onderdanen – die zijn gebaseerd op feiten en gebeurtenissen die zich hebben voorgedaan en tijdvakken van verzekering, van werkzaamheden in loondienst, van werkzaamheden anders dan in loondienst of van wonen die zijn vervuld vóór de terugtrekkingsdatum, gevaar lopen.

Zowel op het niveau van de Unie als op nationaal niveau zijn noodmaatregelen genomen.

3.1.Noodverordening inzake de coördinatie van de sociale zekerheid

Op 25 maart 2019 is goedkeuring gehecht aan de verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van noodmaatregelen op het gebied van de coördinatie van de sociale zekerheid na de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie 18 .

Deze noodverordening, die unilateraal, verbindend in al haar onderdelen en rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat is, wordt van toepassing met ingang van de datum van een wanordelijke terugtrekking. Zij heeft betrekking op de volgende personen:

·onderdanen van een lidstaat, staatlozen en vluchtelingen op wie de wetgeving van een of meer lidstaten van toepassing is of geweest is, en die vóór de terugtrekking in een situatie met betrekking tot het Verenigd Koninkrijk verkeren of hebben verkeerd, alsmede hun gezinsleden en hun nabestaanden;

·onderdanen van het Verenigd Koninkrijk op wie vóór de terugtrekking de wetgeving van een of meer lidstaten van toepassing is of geweest is, alsmede hun gezinsleden en hun nabestaanden.

Krachtens de verordening zullen de lidstaten voortgaan met de toepassing van:

·het beginsel van samentelling ten aanzien van vóór de terugtrekking vervulde tijdvakken van verzekering, van werkzaamheden in loondienst, van werkzaamheden anders dan in loondienst of van wonen in het Verenigd Koninkrijk;

·het beginsel van gelijkstelling ten aanzien van vóór de terugtrekking in het Verenigd Koninkrijk verworven uitkeringen of inkomsten en feiten of gebeurtenissen die zich vóór die datum in het Verenigd Koninkrijk hebben voorgedaan; alsook

·het beginsel van gelijke behandeling ten aanzien van situaties die zich vóór de terugtrekking hebben voorgedaan.

De verordening heeft geen betrekking op feiten en tijdvakken van na de terugtrekking, noch op het beginsel van de exporteerbaarheid van uitkeringen naar het Verenigd Koninkrijk.

3.2.De unilaterale, gecoördineerde noodaanpak

Alle EU27-lidstaten is verzocht 19 om na de terugtrekking een unilaterale, gecoördineerde noodaanpak toe te passen, die er in aanvulling op de verordening voor zorgt dat personen die nadeel ondervinden van de terugtrekking, een zo ruim mogelijke bescherming genieten.

Net als de verordening zou de gecoördineerde aanpak van toepassing zijn op alle verzekerden die vóór de terugtrekkingsdatum in de EU27-lidstaten rechten hebben met betrekking tot het Verenigd Koninkrijk en op wie de relevante verordeningen betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels van toepassing zouden geweest wanneer de terugtrekking niet had plaatsgevonden.

Dit geldt voor burgers van de EU27 en Britse onderdanen die, als gevolg van de uitoefening van hun recht op vrij verkeer vóór de terugtrekkingsdatum, rechten hebben verworven of zullen verwerven in de EU met betrekking tot tijdvakken die zijn vervuld of feiten of gebeurtenissen die zich hebben voorgedaan vóór de terugtrekkingsdatum 20 . De gecoördineerde aanpak gaat verder dan het toepassingsgebied van de verordening doordat deze aanpak zich ook uitstrekt tot:

·uitvoer van ouderdomspensioenen naar personen die in het Verenigd Koninkrijk wonen;

·vergoedingen van kosten voor gezondheidszorg of kosten in verband met werkloosheidsuitkeringen voor grensarbeiders die op het moment van de terugtrekking aan de orde zijn;

·verzoeken om vergoeding met betrekking tot het Verenigd Koninkrijk die door een EU27-lidstaat worden behandeld en die na de terugtrekking zijn ingediend, maar betrekking hebben op een behandeling vóór de terugtrekking;

·geplande en noodzakelijke medische behandeling in het Verenigd Koninkrijk die op de terugtrekkingsdatum gaande is;

·na de terugtrekking ingediende verzoeken om vergoeding van werkloosheidsuitkeringen die het Verenigd Koninkrijk vóór de terugtrekking heeft verstrekt aan grensarbeiders die in het Verenigd Koninkrijk wonen, maar in een EU27-lidstaat werkzaam zijn.

3.3.Nationale, unilaterale maatregelen die verder kunnen gaan

Op een aantal gebieden zouden afzonderlijke lidstaten de gecoördineerde noodaanpak kunnen aanvullen via hun eigen, nationale, unilaterale maatregelen die burgers ruimere bescherming bieden 21 . De EU27-lidstaten zouden dit kunnen doen door het voortzetten van de uitvoer naar het Verenigd Koninkrijk van andere uitkeringen dan ouderdomspensioenen, zoals werkloosheidsuitkeringen, moeder- en vaderschapsuitkeringen, invaliditeitspensioenen, uitkeringen bij ziekte, nabestaandenpensioenen, pensioenen bij arbeidsongevallen en overlijdensuitkeringen.

3.4.Dichten van de leemte tussen de terugtrekking en de nieuwe status quo

Een terugtrekking zonder akkoord zal, anders dan een situatie waarin sprake is van een geratificeerd terugtrekkingsakkoord, na de terugtrekking onvermijdelijk een leemte met zich brengen, een periode waarin de Unie-brede noodmaatregelen niet van toepassing zijn op tijdvakken van werkzaamheden, wonen of verzekering van burgers in het VK. De Commissie is van mening dat de gevolgen voor de burgers van een dergelijke leemte tot een minimum moeten worden beperkt.

De EU27-lidstaten nemen maatregelen met betrekking tot de situatie van burgers na een terugtrekking zonder akkoord. Deze maatregelen, die verder kunnen gaan dan de Unie-brede noodmaatregel, moeten unilateraal en in de tijd beperkt zijn.

De EU27-lidstaten zouden onder meer kunnen overwegen ervoor te zorgen dat het beginsel van samentelling ook van toepassing blijft op de tijdvakken van werkzaamheden, verzekering en wonen van deze personen in het Verenigd Koninkrijk na de terugtrekking. Bovendien zouden de EU27-lidstaten, op voorwaarde van wederkerigheid, ook toegang kunnen verlenen tot gezondheidszorg aan Britse onderdanen die in het Verenigd Koninkrijk zijn verzekerd, maar op hun grondgebied verblijven.

4.Aanvullende informatie

Overheden en belanghebbenden vinden aanvullende informatie over de gevolgen van een wanordelijke terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk voor de rechten van burgers op het gebied van verblijf en sociale zekerheid op de volgende website van de Commissie:

https://ec.europa.eu/info/brexit/brexit-preparedness/preparedness-notices_nl

(1)      Besluit (EU) 2019/476 van de Europese Raad, vastgesteld in overeenstemming met het Verenigd Koninkrijk, van 22 maart 2019 tot verlenging van de in artikel 50, lid 3, VEU bedoelde termijn (PB L 80I van 22.3.2019, blz. 1).
(2)      Onder "Britse onderdanen" moeten ook hun gezinsleden uit derde landen worden verstaan die op het moment van de terugtrekking al in het desbetreffende gastland woonachtig zijn.
(3)      Britse onderdanen die ook de nationaliteit van een EU-lidstaat hebben, blijven EU-burgers en behouden volledig hun rechten inzake vrij verkeer.
(4)      https://ec.europa.eu/info/brexit/brexit-preparedness/residence-rights-uk-nationals-eu-member-states_en
(5)      Bijna alle lidstaten staan in contact met Britse ambassades en consulaten. Sommige communiceren ook via specifieke websites over verblijfskwesties en via sociale media. Andere publiceren brochures, zetten hotlines inzake de brexit op en zoeken actief contact met ngo’s en werkgeversorganisaties. Sommige lidstaten nemen ook individueel contact op met elke Britse burger die op hun grondgebied verblijft.
(6)      Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1612/68 en tot intrekking van Richtlijnen 64/221/EEG, 68/360/EEG, 72/194/EEG, 73/148/EEG, 75/34/EEG, 75/35/EEG, 90/364/EEG, 90/365/EEG en 93/96/EEG (PB L 158 van 30.04.2004, blz. 77).
(7)      Richtlijn 2003/109/EG van de Raad van 25 november 2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen, PB L 16 van 23.01.2004, blz. 44. Deze richtlijn is niet van toepassing in Ierland en Denemarken.
(8)      Zie voor een recent overzicht van de uitvoering door de lidstaten het verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van 29 maart 2019 over de uitvoering van Richtlijn 2003/109/EG betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen (COM (2019) 161 final).
(9)      Zie hoofdstuk III van Richtlijn 2003/109/EG (artikelen 14 tot en met 23).
(10)      Mededeling van de Commissie van 13 november 2018 "Voorbereidingen voor de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie op 30 maart 2019: een noodplan" (COM(2018) 880 final).
(11)      Overigens waren Britse onderdanen die geen recht op vrij verkeer op grond van het EU-recht genoten, reeds vrijgesteld van de visumplicht.
(12)      Wijziging van Verordening (EU) 2018/1806 van het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2018 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld. Een dezer dagen vindt de formele goedkeuring plaats.
(13)      EU-portaalsite over immigratie: https://ec.europa.eu/immigration/  
(14)      Er zijn verschillende vormen van arbeidsmigratie mogelijk waarvoor telkens andere regels gelden.
(15)      Beleidsnota over de rechten van burgers in geval van een terugtrekking zonder akkoord (gepubliceerd op 6 december 2018; laatstelijk bijgewerkt op 28 maart 2019), zie https://www.gov.uk/government/publications/policy-paper-on-citizens-rights-in-the-event-of-a-no-deal-brexit ; Beleidsnota over immigratie vanaf 12 april 2019 in geval van een terugtrekking zonder akkoord (gepubliceerd op 28 januari 2019), zie https://www.gov.uk/government/publications/eu-immigration-after-free-movement-ends-if-theres-no-deal/immigration-from-30-march-2019-if-there-is-no-deal  
(16)       https://www.gov.uk/eusettledstatus  
(17)      Zie www.eurights.uk
(18)      Verordening (EU) 2019/500 van het Europees Parlement en de Raad van 25 maart 2019 tot vaststelling van noodmaatregelen op het gebied van de coördinatie van de sociale zekerheid na de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie (PB L 85I van 27.3.2019, blz. 35).
(19)      Zie de ontwerpnota met richtsnoeren van de diensten van de Commissie inzake een gezamenlijke brexit-noodaanpak op EU27-niveau bij een terugtrekking zonder akkoord ("unilaterale gecoördineerde noodaanpak"), welke werd besproken tijdens het deskundigenseminar op 20 december 2018.
(20)      De aanpak is ook van toepassing op staatlozen en vluchtelingen in een vergelijkbare situatie, alsmede op gezinsleden en nabestaanden van personen uit deze categorieën. De aanpak breidt de toepassing ook uit tot onderdanen van derde landen op wie Verordening (EU) nr. 1231/2010 of Verordening (EG) nr. 859/2003 vóór de terugtrekkingsdatum van toepassing is of is geweest, en op hun gezinsleden en nabestaanden waar het gaat om hun verworven of te verwerven rechten in verband met situaties met betrekking tot het Verenigd Koninkrijk vóór de terugtrekking. Dit betekent dat onderdanen van derde landen die zich vóór de terugtrekkingsdatum in een grensoverschrijdende situatie binnen de EU bevonden met betrekking tot het Verenigd Koninkrijk, evenals hun gezinsleden en nabestaanden, hun rechten in de EU27-lidstaten zouden behouden met betrekking tot de tijdvakken die zijn vervuld of de feiten of gebeurtenissen die zich hebben voorgedaan vóór de terugtrekkingsdatum. Verordening (EU) nr. 1231/2010 is niet van toepassing op Denemarken.
(21)      Zoals vermeld in de ontwerpnota met richtsnoeren (zie voetnoot 19).

Brussel, 10.4.2019

COM(2019) 195 final

BIJLAGE

bij

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE EUROPESE RAAD, DE RAAD, DE EUROPESE CENTRALE BANK, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ, HET COMITÉ VAN DE REGIO'S EN DE EUROPESE INVESTERINGSBANK

De gevolgen opvangen van een terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie zonder akkoord: de gecoördineerde aanpak van de Unie

Politiële en justitiële samenwerking in strafzaken:
gecoördineerde aanpak in geval van terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie zonder akkoord


1.Inleiding

Op 29 maart 2017 heeft het Verenigd Koninkrijk kennisgegeven van zijn voornemen zich terug te trekken uit de Unie. De Commissie blijft de mening toegedaan dat een ordelijke terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie op basis van het terugtrekkingsakkoord, overeengekomen met de regering van het Verenigd Koninkrijk en bekrachtigd door de Europese Raad (art. 50) op 25 november 2018, de beste uitkomst is. De Commissie blijft zich ten volle inspannen voor dat doel. Twee dagen vóór de termijn van 12 april 2019, zoals verlengd door de Europese Raad 1 , is de kans op een wanordelijke terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie evenwel aanzienlijk toegenomen. 

2.Noodkader: bestaande terugvalinstrumenten

In geval van terugtrekking zonder akkoord zal het rechtskader van de Unie inzake politiële en justitiële samenwerking met ingang van de terugtrekkingsdatum niet langer van toepassing zijn op het Verenigd Koninkrijk. De rechtsinstrumenten van de EU kunnen in dat geval niet meer worden gebruikt om samenwerkingsprocedures of informatie-uitwisselingsmechanismen met betrekking tot het Verenigd Koninkrijk te ondersteunen. Dit houdt met name het volgende in:

·het Verenigd Koninkrijk wordt losgekoppeld van alle EU-netwerken, informatiesystemen en databanken 2 ;

·de procedures voor justitiële samenwerking 3 met het Verenigd Koninkrijk zullen niet meer in een EU-kader worden voortgezet;

·het Verenigd Koninkrijk zal niet langer aan de EU-agentschappen 4 kunnen deelnemen en zal worden behandeld als een derde land dat geen specifieke overeenkomst heeft gesloten.

Hoewel de terugtrekking een aanzienlijke verandering teweeg zal brengen in de wijze waarop de EU27-lidstaten momenteel samenwerken met het Verenigd Koninkrijk, betekent dit niet dat de politiële en justitiële samenwerking met het Verenigd Koninkrijk niet kan worden voortgezet. De politiële en justitiële samenwerking in strafzaken tussen de EU27-lidstaten en het Verenigd Koninkrijk zal moeten worden gebaseerd op alternatieve rechtskaders en samenwerkingsmechanismen, op grond van het internationale recht en het nationale recht.

Om een hoog niveau van veiligheid voor alle burgers te waarborgen, is de noodplanning van de EU dan ook gericht op het identificeren van betrouwbare terugvalmechanismen 5 , het voorbereiden van een terugkeer naar alternatieve rechtskaders en samenwerkingsmechanismen en het treffen van de nodige operationele voorbereidingen op nationaal niveau. Hoewel de samenwerking tussen de EU27-lidstaten en het Verenigd Koninkrijk anders zal zijn, is het doel van noodplanning ervoor te zorgen dat de rechtshandhaving en de justitiële samenwerking met het Verenigd Koninkrijk als derde land kunnen worden voortgezet, met volledige inachtneming van het Unierecht en zonder ernstige verstoringen.

Bovendien zal de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk geen verandering brengen in de politiële en justitiële samenwerking tussen de 27 resterende lidstaten 6 . De Unie zal een doeltreffende en echte veiligheidsunie blijven opbouwen, waarvan alle leden nauw samenwerken. De Unie beschikt over krachtige instrumenten die de nationale autoriteiten in staat stellen informatie uit te wisselen en inlichtingen te delen, verdachten op te sporen en deze door middel van het strafrechtsysteem te vervolgen en straffen, Europeanen online te beschermen en haar grenzen doeltreffend te beheren. Ook zullen de EU27-lidstaten voor de bestrijding van terrorisme, cybercriminaliteit en andere ernstige en georganiseerde criminaliteit nauw blijven samenwerken en informatie uitwisselen via Europol. Bovendien zal de toekomstige uitrol van technologieën voor grensbeheer, zoals het inreis-uitreissysteem en het Europees systeem voor reisinformatie en -autorisatie, verder bijdragen tot een hoog niveau van veiligheid in het hele Schengengebied. Door de grotere interoperabiliteit van alle systemen zullen rechtshandhavingsinstanties over betrouwbaarder en vollediger informatie beschikken. De EU27-lidstaten zullen ook verder profiteren van het netwerk van internationale overeenkomsten van de Unie.

Dit kader voor politiële en justitiële samenwerking in strafzaken blijft een hoog niveau van veiligheid garanderen voor mensen die in de EU wonen, werken of reizen.

Het Verenigd Koninkrijk en de EU27-lidstaten zijn zich ervan bewust dat voor de terugkeer naar alternatieve samenwerkingsmechanismen aanpassingen en wijzigingen op operationeel niveau vereist zijn. De mate van aanpassing hangt af van de bestaande nationale procedures, structuren, instrumenten en personele en andere middelen en moet derhalve door elke lidstaat worden beoordeeld. De Commissie heeft samen met alle lidstaten gezorgd voor passende noodmaatregelen om tijdig voorbereid te zijn op elk scenario.

3.Specifieke voorbereidingen en richtsnoeren voor de lidstaten

Loskoppeling van het Verenigd Koninkrijk van netwerken, informatiesystemen en databanken van de EU

Aan de toegang van de autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk tot de netwerken, informatiesystemen en databanken van de EU komt op de terugtrekkingsdatum een einde. Voor gecentraliseerde systemen (zoals het Schengeninformatiesysteem/Sirene, het Europol-informatiesysteem en Eurodac) wordt de loskoppeling voorbereid en uitgevoerd door de betrokken EU-agentschappen, zo nodig in nauwe samenwerking met de lidstaten. De Commissie onderhoudt voortdurend nauw contact met de agentschappen en alle voorbereidende stappen zijn gezet om te zorgen voor loskoppeling op de terugtrekkingsdatum. Wat betreft de gedecentraliseerde systemen zijn de lidstaten op de hoogte gebracht van de noodzaak actie te ondernemen alsook van de te nemen maatregelen. Bijgevolg zal al het verkeer via de TESTA-verbindingen (EuroDomain) in het Verenigd Koninkrijk in geval van terugtrekking zonder akkoord automatisch met ingang van de terugtrekkingsdatum worden stopgezet. Tenzij de Europese Raad met instemming van het Verenigd Koninkrijk besluit de in artikel 50 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie bedoelde periode verder te verlengen, wordt deze maatregel op 13 april 2019 ten uitvoer gelegd.

Gegevens in EU-netwerken, informatiesystemen en databanken

De in de systemen aanwezige gegevens – nl. EU-gegevens in het Verenigd Koninkrijk dan wel gegevens van het Verenigd Koninkrijk die vóór de terugtrekkingsdatum zijn ontvangen – en de te ondernemen acties zijn besproken met de deskundigen van de lidstaten, rekening houdend met de specifieke kenmerken van de verschillende systemen.

Er is geen algemene verplichting om rechtmatig verkregen Britse gegevens die vóór de terugtrekkingsdatum zijn uitgewisseld, uit nationale of EU-informatiesystemen te verwijderen, behalve in twee gevallen: i) wanneer de gegevens het eigendom van het Verenigd Koninkrijk zijn gebleven, kan het om verwijdering ervan verzoeken; ii) in geval van persoonsgegevens, waar per geval op grond van de toepasselijke regelgeving, waaronder algemene verordening gegevensbescherming 7 en de richtlijn inzake rechtshandhaving 8 , moet worden bepaald in welke mate verwerking nog is toegestaan. In sommige gevallen zullen dergelijke gegevens moeten worden gewist; daarbij gaat het met name om Britse SIS-signaleringen, die snel achterhaald raken en daarom niet als basis kunnen dienen voor dwangmaatregelen ten aanzien van personen, en om Britse gegevens in Eurodac. Optreden op basis van achterhaalde signaleringen kan een ernstig risico opleveren voor de bescherming van de grondrechten (zoals de arrestatie van iemand die inmiddels is vrijgesproken).

Overgang van het Schengeninformatiesysteem naar Interpol voor de uitwisseling van rechtshandhavingsinformatie tussen de EU27-lidstaten en het Verenigd Koninkrijk

Het Schengeninformatiesysteem II (SIS) stelt de bevoegde nationale autoriteiten, zoals de politie en de grenswacht, in staat informatie te delen voor het grensbeheer en de veiligheid in de EU-lidstaten en de Schengenlanden. Het Verenigd Koninkrijk wordt op de terugtrekkingsdatum losgekoppeld van het Schengeninformatiesysteem (SIS) en uitgesloten van de samenwerking in het kader van Sirene. Voor de verdere uitwisseling van rechtshandhavingsinformatie tussen de EU27-lidstaten en het Verenigd Koninkrijk zijn Interpol en zijn systeem van kennisgevingen door zowel de EU27-lidstaten als het Verenigd Koninkrijk aangemerkt als passend terugvalmechanisme ter vervanging van het SIS. Zowel de EU27-lidstaten als het Verenigd Koninkrijk bereiden – afzonderlijk maar op vergelijkbare wijze – de overgang voor naar kennisgevingen en opsporingsberichten van Interpol die gelijkwaardig zijn aan de informatie die momenteel via het SIS wordt uitgewisseld 9 . Passend gebruik van de kanalen van Interpol zal er volgens de Britse minister van Binnenlandse Zaken voor zorgen dat het Verenigd Koninkrijk kan blijven reageren op belangrijke operationele waarschuwingen van de lidstaten 10 . Voorts werken de lidstaten met het oog op hun gegevensuitwisseling met het Verenigd Koninkrijk aan de overgang van nationale Sirene-bureaus (dat wil zeggen contactpunten voor informatie-uitwisseling en coördinatie in verband met SIS-signaleringen) naar I-24/7, het mondiale politiecommunicatiesysteem van Interpol.

De communicatie van de politie via Interpol is in alle EU27-lidstaten en in het Verenigd Koninkrijk staande praktijk. De afgelopen maanden hebben de EU27-lidstaten in samenwerking met de Commissie voorbereidingen getroffen om ervoor te zorgen dat zij er uit operationeel oogpunt klaar voor zijn om voor de politiële samenwerking met het Verenigd Koninkrijk weer intensiever gebruik te maken van de kanalen van Interpol. De lidstaten hebben hun interne operationele procedures, personeelssterkte, opleiding en IT-instrumenten onderzocht en aangepast om de effectiviteit van kennisgevingen van Interpol te maximaliseren en deze in de praktijk voor rechtshandhavers zo toegankelijk mogelijk te maken.

Samenwerking tussen het Verenigd Koninkrijk en EU-agentschappen, met inbegrip van Europol 11 , Eurojust 12 en eu-LISA 13

Wat betreft de agentschappen, met inbegrip van Europol, Eurojust en eu-LISA, zal het Verenigd Koninkrijk niet langer kunnen deelnemen en moeten worden behandeld als een derde land zonder specifieke samenwerkingsovereenkomst. Met betrekking tot Europol en Eurojust gelden voor het Verenigd Koninkrijk de regels voor de samenwerking met derde landen, ook wat het gebruik van gegevens betreft. Europol en het Verenigd Koninkrijk kunnen strategische gegevens uitwisselen 14 en hetzelfde geldt voor Eurojust. Het Verenigd Koninkrijk zal persoonsgegevens met Europol kunnen delen onder de voorwaarden van zijn nationale recht. Europol zou kunnen gebruikmaken van de gronden in zijn oprichtingsverordening die het mogelijk maken persoonsgegevens over te dragen aan derde landen waarmee geen samenwerkingsovereenkomst is gesloten 15 . Europol en Eurojust hebben voorbereidingsmaatregelen genomen en zullen zo nodig passende procedures kunnen invoeren.

Behandeling van aanhangige zaken — justitiële samenwerking in strafzaken

Op het gebied van justitiële samenwerking in strafzaken is het recht van de Unie in geval van terugtrekking zonder akkoord niet langer van toepassing op aanhangige zaken die een relatie hebben met het Verenigd Koninkrijk.

Daarom mogen de EU27-lidstaten in geval van terugtrekking zonder akkoord met ingang van de terugtrekkingsdatum a) aanhangige procedures voor justitiële samenwerking met het Verenigd Koninkrijk niet voortzetten en b) geen nieuwe procedures voor justitiële samenwerking met het Verenigd Koninkrijk starten op basis van het recht van de Unie.

Of dergelijke aanhangige zaken al dan niet worden stopgezet, is een kwestie die niet onder het recht van de Unie valt. Dat hangt af van de interne rechtsorde van elk van de EU27-lidstaten, van hun nationale wetgeving inzake samenwerking met derde landen of van bindende internationale overeenkomsten.

Indien voortzetting overeenkomstig het nationale recht of een relevant internationaal verdrag mogelijk is, belet het recht van de Unie de lidstaten niet om vóór de terugtrekkingsdatum een aanvullend verzoek in te dienen op grond van de relevante nationale wetgeving of internationale overeenkomst. Dergelijke verzoeken zouden echter afhankelijk moeten zijn van de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk zonder akkoord en pas met ingang van de terugtrekkingsdatum mogen worden uitgevoerd.

Voor zulke aanhangige zaken zijn de relevante internationale terugvalinstrumenten (bv. verdragen van de Raad van Europa) en relevante nationale maatregelen geïdentificeerd en besproken tijdens specifieke technische seminars. De lidstaten hebben de nodige voorbereidingsmaatregelen genomen ter beperking van eventuele negatieve gevolgen voor de openbare veiligheid die een terugtrekking zonder akkoord zou kunnen hebben in verband met zulke aanhangige zaken.

De lidstaten is ook verzocht om, als onderdeel van hun noodplannen, te onderzoeken of bepaalde verdragen en protocollen van de Raad van Europa moeten worden geratificeerd om een meer doeltreffende samenwerking met het Verenigd Koninkrijk mogelijk te maken. Eventuele bilaterale overeenkomsten die bestonden tussen de lidstaten en het Verenigd Koninkrijk voordat de EU-instrumenten werden vastgesteld, treden niet opnieuw in werking.

Bilaterale contacten tussen de bevoegde autoriteiten van de EU27-lidstaten en het Verenigd Koninkrijk kunnen, voor strikt operationele doeleinden met betrekking tot specifieke aanhangige zaken, nuttig zijn om ervoor te zorgen dat de overgang van de EU-samenwerking naar samenwerking op basis van nationaal of internationaal recht in het kader van de lopende politiële en justitiële samenwerking in de periode onmiddellijk na de terugtrekking zo soepel mogelijk verloopt en geen afbreuk doet aan de toekomstige betrekkingen.

De rechten van verdachten of beklaagden zullen worden gewaarborgd door de desbetreffende instrumenten van de Raad van Europa en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens, waarbij het Verenigd Koninkrijk partij is. Slachtoffers van misdrijven zijn voor de bescherming van hun rechten aangewezen op de nationale wetgeving en praktijk van het Verenigd Koninkrijk. Het Verenigd Koninkrijk voorziet al in een reeks rechten van slachtoffers, waarin ook de EU-regels zijn opgenomen.

4.Aanvullende informatie

Overheden en belanghebbenden vinden aanvullende informatie over de gevolgen van een wanordelijke terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk voor de politiële en justitiële samenwerking in strafzaken op de volgende website:

https://ec.europa.eu/info/brexit/brexit-preparedness/preparedness-notices_nl



BIJLAGE: Door de Commissie geïdentificeerde terugvalinstrumenten 16

EU-instrument

Terugvalinstrument

Schengeninformatiesysteem (SIS) 17

Verzoek om aanvullende informatie bij het nationale deel (Sirene-bureaus)

Databanken (documenten, voertuigen) en kennisgevingen (personen) van Interpol

Interpolkanaal, bestaande bilaterale kanalen

Europol 18

Interpol, bilaterale kanalen, mogelijkheden tot uitwisseling van gegevens door middel van afwijkingen op basis van artikel 25 van Verordening (EU) 2016/794 (Europolverordening)

Prüm 19  

VK niet aangesloten.

Zweeds initiatief 20 (algemeen kader voor het delen van rechtshandhavingsgegevens tussen lidstaten)

Interpol, bestaande bilaterale kanalen

Tweede Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken van 2001 (ETS nr. 182)

Het VN-Verdrag tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad (Verdrag van Palermo) zorgt voor een minimumniveau van aanpassing.

FIU.net (financiële-inlichtingeneenheden)

Financiële-actiegroep (internationaal), Verdrag van Warschau van de Raad van Europa, Egmont Secure Web

Bureaus voor de ontneming van vermogensbestanddelen 21

Camden Asset Recovery Inter-Agency Network (CARIN), bilaterale kanalen

Europees beeldopslagsysteem (FADO) 22

Interpol-databank voor gestolen en verloren reisdocumenten

Samenwerking op het gebied van ongeregeldheden rond voetbal 23

2016 – Europees Verdrag inzake een integrale benadering van veiligheid, beveiliging en gastvrijheid bij voetbalwedstrijden en andere sportevenementen (CETS nr. 218) 24

Gezamenlijke onderzoeksteams (GOT’s) 25 — Wederzijdse bijstand in strafzaken tussen lidstaten van de Europese Unie 26

Tweede Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken van 2001 (ETS nr. 182)

Gemeenschappelijk optreden inzake georganiseerde misdaad 27

Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad

Eurodac 28

Niet noodzakelijk; het VK zal niet langer deelnemen aan de Dublin-verordening (Verordening (EU) nr. 604/2013)

Richtlijn cybercriminaliteit 29

2001 – Europees Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken (ETS nr. 185) 30 , en het Aanvullend Protocol betreffende de strafbaarstelling van handelingen van racistische en xenofobische aard verricht via computersystemen van 2003 (ETS nr. 189) 31  

Bestrijding van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen en kinderpornografie 32

Bestrijding van kinderpornografie op internet 33

2007 – Europees Verdrag inzake de bescherming van kinderen tegen seksuele uitbuiting en seksueel misbruik (CETS nr. 201) 34

Voorkoming en bestrijding van mensenhandel 35

Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad en het Protocol inzake de voorkoming, bestrijding en bestraffing van mensenhandel, in het bijzonder vrouwenhandel en kinderhandel; 2005 – Europees Verdrag tegen mensenhandel (CETS nr. 197) 36

Europees aanhoudingsbevel 37

1957 – Europees Verdrag betreffende uitlevering (ETS nr. 24) 38  

1975 – Eerste Aanvullend Protocol (ETS nr. 86) 39

1983 – Tweede Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag betreffende uitlevering (ETS nr. 98) 40

2010 – Derde Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag betreffende uitlevering (CETS nr. 209) 41

2012 – Vierde Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag betreffende uitlevering (CETS nr. 212) 42

Europees onderzoeksbevel 43

1959 – Europees Verdrag betreffende wederzijdse rechtshulp in strafzaken (ETS nr. 30) 44

1978 – Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken (ETS nr. 99) 45

2001 – Tweede Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken (ETS nr. 182) 46  

2001 – Europees Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken (ETS nr. 185) 47

Europese beslissingen tot bevriezing en confiscatie 48

1990 – Europees Verdrag inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven (ETS nr. 141) 49

2005 – Europees Verdrag inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven en terrorismefinanciering (CETS nr. 198) 50

Overbrenging van gevangenen 51

1983 – Europees Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen (ETS nr. 112) 52

1997 – Aanvullend Protocol bij het Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen (ETS nr. 167) 53

2017 – Protocol tot wijziging van het Aanvullend Protocol bij het Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen (CETS nr. 222) 54

Europees Strafregisterinformatiesysteem (ECRIS) 55

Artikel 13 van het Verdrag van de Raad van Europa van 1959 aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken

Wederzijdse erkenning geldelijke sancties 56

1970 – Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen (ETS nr. 70) 57  

(1)      Besluit (EU) 2019/476 van de Europese Raad, vastgesteld in overeenstemming met het Verenigd Koninkrijk, van 22 maart 2019 tot verlenging van de in artikel 50, lid 3, VEU bedoelde termijn (PB L80I van 22.3.2019, blz. 1).
(2)      Zoals het Schengeninformatiesysteem (SIS II), het Europol-informatiesysteem (EIS), Eurodac en Ecris.
(3)      Zoals het Europees aanhoudingsbevel.
(4)      Zoals Europol, Eurojust en eu-LISA.
(5)      Voor een overzicht van de geïdentificeerde terugvalmechanismen, zie bijlage I.
(6)      De met Schengen geassocieerde landen, namelijk IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland, zijn ook gebonden aan bepaalde instrumenten van het acquis op het gebied van de politiële en justitiële samenwerking, voor zover deze instrumenten deel uitmaken van het Schengenacquis. Voor de toepassing van deze nota moeten derhalve onder de term „EU27-lidstaten” ook de met Schengen geassocieerde landen worden verstaan, met betrekking tot de instrumenten die voor hen bindend zijn.
(7)      Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).
(8)      Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 89).
(9)      Kennisgevingen zijn internationale verzoeken om samenwerking of signaleringen waarmee de politie cruciale informatie over criminaliteit centraal kan delen met alle andere lidstaten van Interpol. Opsporingsberichten zijn minder formele instrumenten waarmee de Interpol-lidstaten alle of een aantal lidstaten rechtstreeks om samenwerking kunnen verzoeken.
(10)      Brief van 15 februari 2019 van de Britse minister van Binnenlandse Zaken, de heer Sajid Javid, aan de ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie van de EU27-lidstaten.
(11)      Verordening (EU) 2016/794 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en tot vervanging en intrekking van de Besluiten 2009/371/JBZ, 2009/934/JBZ, 2009/935/JBZ, 2009/936/JBZ en 2009/968/JBZ van de Raad (PB L 135 van 24.5.2016, blz. 53).
(12)      Verordening (EU) 2018/1727 van het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2018 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor justitiële samenwerking in strafzaken (Eurojust), en tot vervanging en intrekking van Besluit 2002/187/JBZ van de Raad (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 138).
(13)      Verordening (EU) 2018/1726 van het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2018 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (eu-LISA), tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1987/2006 en Besluit 2007/533/JBZ van de Raad en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1077/2011 (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 99).
(14)      Zie Verordening (EU) 2016/794 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en tot vervanging en intrekking van de Besluiten 2009/371/JBZ, 2009/934/JBZ, 2009/935/JBZ, 2009/936/JBZ en 2009/968/JBZ van de Raad (PB L 135 van 24.5.2016, blz. 53).
(15)      In duidelijk omschreven situaties is het, met inachtneming van de toepasselijke voorwaarden en waarborgen, krachtens de oprichtingsverordening van Europol toegestaan om in individuele gevallen persoonsgegevens over te dragen naar derde landen waarmee geen samenwerkingsovereenkomst is gesloten. Op grond van de oprichtingsverordening kan ook tijdelijk een reeks overdrachten worden toegestaan, mits wordt voldaan aan de toepasselijke voorwaarden en waarborgen, waaronder de instemming van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming.
(16)      Alle geïdentificeerde terugvalinstrumenten moeten worden gebruikt met volledige inachtneming van de toepasselijke EU-regels inzake gegevensbescherming.
(17)      Verordening (EG) nr. 1987/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) (PB L 381 van 28.12.2006, blz. 4); Verordening (EG) nr. 1986/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende de toegang tot het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) voor de instanties die in de lidstaten belast zijn met de afgifte van kentekenbewijzen van voertuigen (PB L 381 van 28.12.2006, blz. 1); Besluit 2007/533/JBZ van de Raad van 12 juni 2007 betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) (PB L 205 van 7.8.2007, blz. 63).
(18)      Verordening (EU) 2016/794 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en tot vervanging en intrekking van de Besluiten 2009/371/JBZ, 2009/934/JBZ, 2009/935/JBZ, 2009/936/JBZ en 2009/968/JBZ van de Raad (PB L 135 van 24.5.2016, blz. 53).
(19)      Besluit 2008/615/JBZ van de Raad van 23 juni 2008 inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit (PB L 210 van 6.8.2008, blz. 1); Besluit 2008/616/JBZ van de Raad van 23 juni 2008 betreffende de uitvoering van Besluit 2008/615/JBZ inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit (PB L 210 van 6.8.2008, blz. 12).
(20)      Kaderbesluit 2006/960/JBZ van de Raad van 18 december 2006 betreffende de vereenvoudiging van de uitwisseling van informatie en inlichtingen tussen de rechtshandhavingsautoriteiten van de lidstaten van de Europese Unie (PB L 386 van 29.12.2006, blz. 89).
(21)      Besluit 2007/845/JBZ van de Raad van 6 december 2007 betreffende de samenwerking tussen de nationale bureaus voor de ontneming van vermogensbestanddelen op het gebied van de opsporing en de identificatie van opbrengsten van misdrijven of andere vermogensbestanddelen die hun oorsprong vinden in misdrijven (PB L 332 van 18.12.2007, blz. 103).
(22)      Gemeenschappelijk optreden 98/700/JBZ van 3 december 1998 door de Raad aangenomen op basis van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, betreffende de invoering van een Europees beeldopslagsysteem (FADO) (PB L 333 van 9.12.1998, blz. 4).
(23)      Besluit 2002/348/JBZ van de Raad van 25 april 2002 inzake veiligheid naar aanleiding van voetbalwedstrijden met een internationale dimensie (PB L 121 van 8.5.2002, blz. 1).
(24)      Niet geratificeerd door AT, BE, BG, HR, CY, CZ, DK, EE, FI, DE, EL, HU, IE, IT, LV, LT, LU, NL, RO, SK, SI, ES en SE. Niet geratificeerd door het VK.
(25)      Resolutie van de Raad betreffende een modelovereenkomst ter instelling van een gemeenschappelijk onderzoeksteam (GOT) (PB C 18 van 19.1.2017, blz. 1).
(26)      Overeenkomst, door de Raad vastgesteld overeenkomstig artikel 34 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie – Verklaring van de Raad over artikel 10, lid 9 – Verklaring van het Verenigd Koninkrijk over artikel 20 (PB C 197 van 12.7.2000, blz. 3); Akte van de Raad van 29 mei 2000 tot vaststelling, overeenkomstig artikel 34 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, van de Overeenkomst betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie (PB C 197 van 12.7.2000, blz. 1).
(27)      Gemeenschappelijk Optreden 97/827/JBZ van 5 december 1997 vastgesteld door de Raad op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie tot instelling van een mechanisme voor evaluatie van de uitvoering en toepassing op nationaal niveau van de internationale verbintenissen inzake de bestrijding van de georganiseerde criminaliteit (PB L 344 van 15.12.1997, blz. 7).
(28)      Verordening (EU) nr. 603/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 26 juni 2013 betreffende de instelling van “Eurodac” voor de vergelijking van vingerafdrukken ten behoeve van een doeltreffende toepassing van Verordening (EU) nr. 604/2013 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend en betreffende verzoeken van rechtshandhavingsinstanties van de lidstaten en Europol om vergelijkingen van Eurodac-gegevens ten behoeve van rechtshandhaving, en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1077/2011 tot oprichting van een Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (PB L 180 van 29.6.2013, blz. 1).
(29)      Richtlijn 2013/40/EU van het Europees Parlement en de Raad van 12 augustus 2013 over aanvallen op informatiesystemen en ter vervanging van Kaderbesluit 2005/222/JBZ van de Raad (PB L 218 van 14.8.2013, blz. 8).
(30)      Niet geratificeerd door IE en SE.
(31)      Niet geratificeerd door AT, BE, BG, EE, HU, IE, IT, MT en SE. Niet geratificeerd door het VK.
(32)      Richtlijn 2011/93/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 ter bestrijding van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen en kinderpornografie, en ter vervanging van Kaderbesluit 2004/68/JBZ van de Raad (PB L 335 van 17.12.2011, blz. 1).
(33)      Besluit van de Raad van 29 mei 2000 ter bestrijding van kinderpornografie op internet (PB L 138 van 9.6.2000, blz. 1).
(34)      Niet geratificeerd door IE.
(35)      Richtlijn 2011/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2011 inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers daarvan, en ter vervanging van Kaderbesluit 2002/629/JBZ van de Raad (PB L 101 van 15.4.2011, blz. 1).
(36)      Geratificeerd door alle lidstaten.
(37)      Kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten — Verklaringen van sommige lidstaten bij de aanneming van het kaderbesluit, PB L 190 van 18.7.2002, blz. 1.
(38)      Geratificeerd door alle lidstaten en het VK.
(39)

     Niet geratificeerd door het VK of AT, FI, FR, DE, EL, IE en IT.

(40)

     Niet geratificeerd door FR, EL, IE en LU.

(41)      Niet geratificeerd door BE, BG, CZ, HR, EE, EL, IE, FI, FR, HU, IT, LU, MT, PL, PT, SE en SK.
(42)      Alleen geratificeerd door het VK en LV, AT en SI.
(43)      Richtlijn 2014/41/EU van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 betreffende het Europees onderzoeksbevel in strafzaken (PB L 130 van 1.5.2014, blz. 1).
(44)      Geratificeerd door alle lidstaten en het VK.
(45)      Geratificeerd door alle lidstaten en het VK.
(46)      Niet geratificeerd door EL, IT en LU.
(47)      Niet geratificeerd door IE en SE.
(48)      Kaderbesluit 2006/783/JBZ van de Raad van 6 oktober 2006 inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op beslissingen tot confiscatie (PB L 328 van 24.11.2006, blz. 59); Kaderbesluit 2003/577/JBZ van de Raad van 22 juli 2003 inzake de tenuitvoerlegging in de Europese Unie van beslissingen tot bevriezing van voorwerpen of bewijsstukken (PB L 196 van 2.8.2003, blz. 45).
(49)      Geratificeerd door alle lidstaten en het VK.
(50)      Niet geratificeerd door AT, CZ, EE, FI, IE, LT en LU.
(51)      Kaderbesluit 2008/909/JBZ van de Raad van 27 november 2008 inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op strafvonnissen waarbij vrijheidsstraffen of tot vrijheidsbeneming strekkende maatregelen zijn opgelegd, met het oog op de tenuitvoerlegging ervan in de Europese Unie (PB L 327 van 5.12.2008, blz. 27).
(52)      Geratificeerd door alle lidstaten en het VK.
(53)      Niet geratificeerd door IT, PT en SK.
(54)      Niet geratificeerd door de lidstaten of het VK.
(55)      Kaderbesluit 2008/675/JBZ van de Raad van 24 juli 2008 betreffende de wijze waarop bij een nieuwe strafrechtelijke procedure rekening wordt gehouden met veroordelingen in andere lidstaten van de Europese Unie (PB L 220 van 15.8.2008, blz. 32).
(56)      Kaderbesluit 2005/214/JBZ van de Raad van 24 februari 2005 inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op geldelijke sancties (PB L 76 van 22.3.2005, blz. 16).
(57)      Niet geratificeerd door het VK of HR, CZ, FI, FR, DE, EL, HU, IE, IT, LU, MT, PL, PT en SK.

Brussel, 10.4.2019

COM(2019) 195 final

BIJLAGE

bij

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE EUROPESE RAAD, DE RAAD, DE EUROPESE CENTRALE BANK, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ, HET COMITÉ VAN DE REGIO'S EN DE EUROPESE INVESTERINGSBANK

De gevolgen opvangen van een terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie zonder akkoord: de gecoördineerde aanpak van de Unie

Geneesmiddelen en medische hulpmiddelen:
gecoördineerde aanpak in geval van terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie zonder akkoord


1.Inleiding

Op 29 maart 2017 heeft het Verenigd Koninkrijk kennisgegeven van zijn voornemen zich terug te trekken uit de Unie. De Commissie blijft de mening toegedaan dat een ordelijke terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie op basis van het terugtrekkingsakkoord, overeengekomen met de regering van het Verenigd Koninkrijk en bekrachtigd door de Europese Raad (artikel 50) op 25 november 2018, de beste uitkomst is. De Commissie blijft zich ten volle inspannen voor dat doel. Twee dagen vóór de termijn van 12 april 2019, zoals verlengd door de Europese Raad 1 , is de kans op een wanordelijke terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie evenwel aanzienlijk toegenomen.

2.Voorbereidingen in de medische sector

Van meet af aan is de medische sector in de voorbereidende werkzaamheden van de Europese Commissie een prioriteit geweest. Voor geneesmiddelen (voor menselijk en diergeneeskundig gebruik) en medische hulpmiddelen is volledige naleving van de EU-wetgeving essentieel voor de veiligheid van patiënten en cruciaal om de permanente beschikbaarheid te waarborgen in geval van terugtrekking door het Verenigd Koninkrijk zonder een terugtrekkingsakkoord.

Al bij haar eerste kennisgeving over geneesmiddelen in mei 2017 2 heeft de Commissie belanghebbenden opgeroepen om zich voor te bereiden op het geval dat er geen terugtrekkingsakkoord wordt gesloten. Sindsdien zijn er verschillende kennisgevingen en documenten met vragen en antwoorden over geneesmiddelen en medische hulpmiddelen bekendgemaakt en geregeld geactualiseerd 3 . In de kennisgevingen worden belanghebbenden verzocht zich voor te bereiden op het geval dat het Verenigd Koninkrijk zich zonder akkoord uit de EU terugtrekt, en worden alle vereiste maatregelen vastgesteld.

Marktdeelnemers hebben de verantwoordelijkheid de nodige maatregelen te nemen om te waarborgen dat zij de EU-wetgeving blijven naleven, ook wat betreft de lokalisatievereisten van de EU voor bepaalde functies (bv. houders van een vergunning voor het in de handel brengen van geneesmiddelen of gemachtigden voor medische hulpmiddelen) en activiteiten (bv. plaatsen waar partijen worden vrijgegeven), alsmede de vervanging van bevoegde autoriteiten en aangemelde instanties in het VK door bevoegde autoriteiten en aangemelde instanties in de EU-27 in het proces van de goedkeuring voor het in de EU in de handel brengen van producten.

De Commissie, het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) en de EU-27-lidstaten hebben de rol van lidstaat-rapporteur van het Verenigd Koninkrijk overgedragen aan een EU-27-lidstaat en hebben de overdracht van de rol van referentielidstaat, waar nodig, vergemakkelijkt. Daarnaast heeft de Commissie de EU-27-lidstaten richtsnoeren 4 verstrekt voor omstandigheden waaronder de taken van plaatsen waar partijen worden getest, niet tijdig van het Verenigd Koninkrijk naar de EU-27 kunnen worden overgedragen. De bevoegde autoriteiten kunnen met name in naar behoren gemotiveerde gevallen gebruikmaken van een bestaande vrijstelling in het kader van de richtlijnen betreffende geneesmiddelen voor menselijk 5 en diergeneeskundig 6 gebruik om houders van een vergunning voor het in de handel brengen toe te staan zich voor een beperkte periode te baseren op in het Verenigd Koninkrijk uitgevoerd onderzoek van de kwaliteitsbewaking.

Wat medische hulpmiddelen betreft, hebben de Commissie en de lidstaten scherp toegezien op de gestage vorderingen van de overdacht van certificaten van in het VK aangemelde instanties naar in de EU-27 aangemelde instanties (d.w.z. gekwalificeerde entiteiten die door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten zijn aangewezen om conformiteitsbeoordelingstaken uit te voeren overeenkomstig de productwetgeving van de Unie). Noch de Commissie, noch de lidstaten zijn bij dit proces betrokken. Voor het geval de overdracht van cruciale medische hulpmiddelen niet tegen de terugtrekkingsdatum is voltooid, heeft de Commissie de EU-27-lidstaten richtsnoeren verstrekt betreffende bestaande nationale afwijkingen in het kader van de richtlijnen betreffende medische hulpmiddelen 7 en medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek 8 . Op basis van deze afwijkingen mogen lidstaten in naar behoren gerechtvaardigde gevallen houders van certificaten uit het VK vergunning verlenen hun producten voor een beperkte periode op het grondgebied van de desbetreffende lidstaat in de handel te blijven brengen.

De voorbereidende maatregelen en het mogelijke gebruik van de bovengenoemde vrijstellingen en afwijkingen zullen naar verwachting het risico van tekorten aan geneesmiddelen en aan cruciale medische hulpmiddelen, als het VK zich zonder akkoord terugtrekt, aanzienlijk beperken. Derhalve is het niet noodzakelijk geacht op EU-niveau noodmaatregelen voor geneesmiddelen of medische hulpmiddelen vast te stellen.

3.Resterende problemen in de medische sector

Uit de beschikbare informatie blijkt dat het merendeel van de geneesmiddelen die door de terugtrekking van het VK worden getroffen, op de terugtrekkingsdatum aan de EU-wetgeving zouden moeten voldoen. Het is echter mogelijk dat ondanks alle inspanningen sommige geneesmiddelen en medische hulpmiddelen niet op tijd aan de EU-wetgeving voldoen en derhalve het risico van tekorten kan ontstaan, als de marktdeelnemers niet snel handelen om dit te verhelpen. De Commissie en de lidstaten blijven scherp toezien op de vorderingen van de lopende voorbereidende maatregelen en zullen ondersteuning verlenen aan de betrokken belanghebbenden.

4.Gecoördineerde maatregelen om tekorten aan te pakken

Teneinde een gecoördineerde aanpak van mogelijke tekorten aan geneesmiddelen in de EU te waarborgen, zal het regelgevingsnetwerk voor geneesmiddelen 9 , het EMA samen met nationale regelgevende instanties op het gebied van geneesmiddelen en de Commissie, zich verlaten op zijn ervaring met het omgaan met onverwachte omstandigheden, zoals veiligheidsincidenten of tekorten. Dit betreft ook de coördinatie tussen belangrijke besluitvormers bij nationale regelgevende instanties, het EMA en de Commissie om op de situatie toe te zien, problemen aan te pakken en patiënten en artsen passend te informeren. Deze structuur bouwt voort op bestaande strategieën om met dergelijke incidenten en tekorten om te gaan in het kader van het incidentenbeheersplan van het netwerk 10 en de taskforce betreffende de beschikbaarheid van toegelaten geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik van de hoofden van geneesmiddelenautoriteiten (HMA) en het EMA (TF AAM, Heads of Medicines Agencies (HMA)/EMA Task Force on Availability of Authorised Medicines for Human and Veterinary Use) 11 , maar hierbij kan rekening worden gehouden met de specifieke kenmerken van de terugtrekking van het VK 12 .

Op het gebied van medische hulpmiddelen werkt de Commissie in het kader van het netwerk van de Coördinatiegroep voor medische hulpmiddelen (MDCG) en de bevoegde autoriteiten voor medische hulpmiddelen (CAMD) nauw samen met de EU-27-lidstaten om op de vorderingen met de overdracht van certificaten toe te zien en vast te stellen voor welke cruciale medische hulpmiddelen een risico van tekorten kan ontstaan. De Commissie zal met name een transparant en samenhangend gebruik van de nationale afwijkingen door lidstaten in de gehele EU coördineren om versnippering van de eengemaakte markt te vermijden.

5.Aanvullende informatie

Overheden en belanghebbenden vinden aanvullende informatie over de gevolgen van een wanordelijke terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk voor geneesmiddelen en medische hulpmiddelen op de volgende website van de Commissie en het EMA:

https://ec.europa.eu/info/brexit/brexit-preparedness/preparedness-notices_nl

https://www.ema.europa.eu/en/about-us/united-kingdoms-withdrawal-european-union-brexit

(1)    Besluit (EU) 2019/476 van de Europese Raad, vastgesteld in overeenstemming met het Verenigd Koninkrijk, van 22 maart 2019 tot verlenging van de in artikel 50, lid 3, VEU bedoelde termijn (PB L 80I van 22.3.2019, blz. 1).
(2)     https://ec.europa.eu/info/sites/info/files/medicinal_products_for_human_use-veterinary_medicinal_products_en.pdf
(3)     https://ec.europa.eu/info/sites/info/files/file_import/medicinal_products_for_human_and_veterinary_use-qa_nl_0.pdf
https://ec.europa.eu/info/sites/info/files/file_import/industrial_products_nl_1.pdf
https://ec.europa.eu/info/sites/info/files/qa_brexit_industrial_products_en.pdf
(4)   https://ec.europa.eu/health/sites/health/files/files/documents/brexit_batchtesting_medicinalproducts_en.pdf
(5)    Artikel 20, onder b), van Richtlijn 2001/83/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 november 2001 tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor menselijk gebruik (PB L 311 van 28.11.2001, blz. 67).
(6)    Artikel 24, onder b), Richtlijn 2001/82/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 6 november 2001 tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik (PB L 311 van 28.11.2001, blz. 1).
(7)    Zie artikel 9, lid 9, van Richtlijn 90/385/EEG van de Raad van 20 juni 1990 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake actieve implanteerbare medische hulpmiddelen (PB L 189 van 20.7.1990, blz. 17) en artikel 11, lid 13, van Richtlijn 93/42/EEG van de Raad van 14 juni 1993 betreffende medische hulpmiddelen (PB L 169 van 12.7.1993, blz. 1).
(8)    Zie artikel 9, lid 12, van Richtlijn 98/79/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 oktober 1998 betreffende medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek (PB L 331 van 7.12.1998, blz. 1).
(9)    Het netwerk bestaat uit de Europese Commissie, de nationale bevoegde autoriteiten van de lidstaten en het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA).
(10)     https://www.ema.europa.eu/en/human-regulatory/post-authorisation/pharmacovigilance/incident-management-plan
(11)     www.hma.eu/522.html
(12)    Bovendien houdt het Europees Waarnemingscentrum voor de voorziening van medische radio-isotopen toezicht op de gevolgen van de terugtrekking van het VK, wat medische radio-isotopen betreft.

Brussel, 10.4.2019

COM(2019) 195 final

BIJLAGE

bij

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE EUROPESE RAAD, DE RAAD, DE EUROPESE CENTRALE BANK, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ, HET COMITÉ VAN DE REGIO'S EN DE EUROPESE INVESTERINGBANK

De gevolgen opvangen van een terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie zonder akkoord: de gecoördineerde aanpak van de Unie

Visserijactiviteiten:
Gecoördineerde aanpak in geval van terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie zonder akkoord


1.Inleiding

Op 29 maart 2017 heeft het Verenigd Koninkrijk kennis gegeven van zijn voornemen zich terug te trekken uit de Unie. De Commissie blijft de mening toegedaan dat een ordelijke terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie op basis van het terugtrekkingsakkoord, overeengekomen met de regering van het Verenigd Koninkrijk en bekrachtigd door de Europese Raad (art. 50) op 25 november 2018, de beste uitkomst is. De Commissie blijft zich ten volle inspannen voor dat doel. Twee dagen vóór de termijn van 12 april 2019, zoals verlengd door de Europese Raad 1 , is de kans op een wanordelijke terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie evenwel aanzienlijk toegenomen. 

2.Noodmaatregelen voor de visserijsector

Na een terugtrekking zonder akkoord wordt de toegang tot de wateren van het VK geregeld door de wetgeving van het VK, overeenkomstig het internationaal recht.

De Europese Unie is bereid om tot het einde van 2019 toegang aan vaartuigen van het VK te blijven verlenen, op voorwaarde dat het Verenigd Koninkrijk toegang aan EU-vaartuigen blijft verlenen. Als noodmaatregel heeft de Europese Unie de nodige rechtsgrondslag vastgesteld om vaartuigen van de EU en het VK te machtigen om tot en met 31 december 2019 in elkaars wateren te blijven vissen, met inachtneming van de overeengekomen voorwaarden van de verordeningen tot vaststelling van de vangstmogelijkheden voor 2019 2 , die zijn overeengekomen toen het VK nog een lidstaat was.

Indien het Verenigd Koninkrijk EU-vaartuigen toegang tot zijn wateren blijft verlenen, werkt de Commissie nauw met de lidstaten samen om mogelijke verstoringen als gevolg van de noodzaak om machtigingen voor visserijactiviteiten voor EU-vaartuigen in wateren van het VK te verkrijgen, tot een minimum te beperken. Met het oog op de uitvoering van deze noodmaatregel hebben de Commissie en de lidstaten de nodige stappen ondernomen om, zodra het Verenigd Koninkrijk een derde land wordt, in staat te zijn de lijsten door te geven van vaartuigen die machtiging vragen om in de wateren van het VK te vissen.

De algemene doelstelling blijft de visserijactiviteiten zoveel mogelijk te behouden. De Unie heeft echter maatregelen genomen om voorbereid te zijn als het Verenigd Koninkrijk zou besluiten EU-vaartuigen de toegang tot zijn wateren te ontzeggen. De Unie heeft het bestaande rechtsinstrument aangepast om de lidstaten in staat te stellen financiële compensatie te verlenen aan vissers die in aanzienlijke mate afhankelijk zijn van de wateren van het VK en die de activiteiten in kwestie tijdelijk moeten stopzetten wegens het ontbreken van toegang tot die wateren 3 . Een dergelijke compensatie voor tijdelijke stopzetting vormt een aanvulling op andere in het kader van het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (EFMZV) beschikbare maatregelen die kunnen worden gebruikt ter mitigatie van de negatieve economische gevolgen van de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie.

3.Overige kwesties in verband met visserijactiviteiten

De terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk zonder akkoord dreigt schadelijke gevolgen voor de visserijsector te hebben als EU-vaartuigen geen toegang tot de wateren van het VK meer wordt verleend. De gevolgen van een wanordelijke brexit moeten aan voortdurende, gedetailleerde en systematische analyse door de Commissie, de lidstaten en het Europees Bureau voor visserijcontrole (EBVC) worden onderworpen om snelle en gecoördineerde reacties mogelijk te maken.

Het verlies van toegang tot de wateren van het Verenigd Koninkrijk kan de druk op bestanden in de wateren van de EU doen toenemen, en kan ernstige socio-economische gevolgen hebben voor vaartuigen die sterk van toegang tot de wateren van het VK afhankelijk zijn alsook voor vaartuigen waarvan de traditionele EU-visgronden mogelijk meer zullen worden bevist wegens een verplaatsing van de visserijinspanning. Het beginsel van gelijke toegang indachtig is het essentieel dat de acties van de EU27-lidstaten en hun vloten worden gecoördineerd.

Indien de bestaande visserijactiviteit van EU27-vaartuigen in de wateren van het VK zich geheel of gedeeltelijk naar de EU-wateren verplaatst, kunnen ernstige problemen ontstaan: (i) het risico bestaat dat de verhoogde visserijdruk in de EU-wateren die daarvan het gevolg zou zijn, de mariene hulpbronnen onherstelbaar uitdunt, door de visbestanden uit te putten en schade aan het ecosysteem te berokkenen; en (ii) het risico bestaat dat er als gevolg van "overbezetting" geschillen tussen verschillende vloten en vaartuigen over de visgronden in de EU-wateren ontstaan.

Een ongecoördineerde aanpak door de lidstaten dreigt het gemeenschappelijk visserijbeleid en het gelijke speelveld tussen de vissers van de EU te verstoren.

4.Gecoördineerde actie

De gevolgen van een terugtrekking zonder akkoord moeten worden beheerd, zowel op nationaal als op Europees niveau. In overeenstemming met de respectieve bevoegdheden uit hoofde van de Verdragen, is de Commissie bereid een coördinerende rol te spelen.

De hieronder voorgestelde beginselen en maatregelen zijn bedoeld om de EU27-lidstaten bij te staan met het oog op een efficiënt en gecoördineerd beheer van hun gebruik van mitigatiemaatregelen in een situatie waarin EU-vaartuigen, na de terugtrekkingsdatum, geen toegang tot de wateren van het Verenigd Koninkrijk meer zouden hebben.

De belangrijkste doelstellingen van coördinatie zijn:

·verstoringen tot een minimum beperken en de visserijactiviteiten van EU-vloten zoveel mogelijk behouden, rekening houdend met de cumulatieve effecten van een dergelijke verplaatsing van de visserijactiviteit; en

·een evenredig, billijk en gecoördineerd gebruik van mitigatiemaatregelen waarborgen in gevallen waarin verplaatsing niet mogelijk of niet wenselijk is.

Voornaamste leidende beginselen:

De Commissie staat klaar om met de betrokken lidstaten samen te werken op basis van de volgende leidende beginselen:

·bij de beoordeling van de verplaatsing van visserijactiviteiten moet rekening worden gehouden met de cumulatieve effecten;

·mitigatiemaatregelen moeten gericht zijn op vloten en bestanden die gevolgen ondervinden van het verlies van toegang tot de wateren van het VK; en

·de gecoördineerde aanpak mag op geen enkel moment prejudiciëren op het onderhandelingsstandpunt van de EU over de toekomstige betrekkingen met het Verenigd Koninkrijk.

4.1.Aanbevolen maatregelen

4.1.1.Verplaatsing identificeren en beheren

In aanvulling op maatregelen waarin is voorzien in de controleverordening 4 en de EBVC-verordening van de Raad 5 zal de Commissie met de betrokken lidstaten samenwerken om een vrijwillig kader overeen te komen om wijzigingen in de visserijactiviteiten in de EU-wateren intensiever te monitoren.

De Commissie staat klaar om, op basis van een grondige analyse van de huidige visserijpatronen die door de Commissie en de betrokken lidstaten is verricht aan de hand van door de lidstaten verstrekte gegevens, met de betrokken lidstaten samen te werken om binnen het bestaande kader relevante criteria aan te wijzen ter beoordeling van de haalbaarheid, duurzaamheid en omvang van mogelijke verplaatsingen.

Tot deze criteria behoren het mogelijke gebruik van huidige vangsten van het VK in de wateren van de EU27, de biologische capaciteit van bestanden om toegenomen visserijdruk in de wateren van de EU27 op te vangen, mogelijke alternatieven voor het spreiden van de visserijdruk, de benutting van quota en de economische gevolgen voor de betrokken vaartuigen.

4.1.2.Gecoördineerd gebruik van mitigatiemaatregelen, met inbegrip van compensatie voor tijdelijke stopzetting

In gevallen waarin een verplaatsing van de visserijactiviteit volgens de bovenbedoelde analyse niet mogelijk of niet wenselijk is, is een keuze voor een of meer passende mitigatie-instrumenten gerechtvaardigd. Mitigatie kan verschillende vormen aannemen. In overeenstemming met de respectieve institutionele bevoegdheden is de Commissie bereid om samen met de betrokken lidstaten, in voorkomend geval, de relevante instrumenten en de voorwaarden voor het gebruik van dergelijke instrumenten te bepalen.

Tot de mogelijke mitigatie-instrumenten behoren maatregelen in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid (onder meer uit hoofde van de artikelen 9 en 10 van Verordening (EU) 1380/2013 inzake meerjarenplannen, artikel 12 inzake maatregelen van de Commissie bij ernstige bedreigingen voor de biologische rijkdommen van de zee, artikel 13 inzake noodmaatregelen van lidstaten, artikel 16 inzake de vaststelling van vangstmogelijkheden en de uitwisseling van vangstmogelijkheden) en in het kader van Verordening (EU) 508/2014 inzake het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij.

Indien dat nodig wordt geacht, kunnen instrumenten worden gecombineerd.

De Commissie zal met de betrokken lidstaten samenwerken om een gemeenschappelijke benadering voor het beheer van de visserijactiviteiten te ontwikkelen, met inbegrip van het mogelijke gebruik van compensatie voor de tijdelijke stopzetting van visserijactiviteiten als een instrument om steun te verlenen aan vissers voor gederfde activiteiten.

Verordening (EU) 2019/497 voorziet in het gebruik van tijdelijke stopzetting ter compensatie van verliezen vanwege het verlies van toegang tot de wateren van het VK. De lidstaten worden aangemoedigd om, gebruikmakend van de door de EFMZV-verordening geboden mogelijkheden, bij de Commissie gedetailleerde plannen voor (de mogelijkheid tot) het gebruik van tijdelijke stopzetting in de periode tot en met 31 december 2019 in te dienen. Op basis daarvan zal de Commissie met de lidstaten samenwerken om ervoor te zorgen dat het gebruik van dit instrument billijkheid en evenredigheid voor de vloten en de betrokken visserijen waarborgt.

5.Versterkte samenwerking met alle betrokken actoren

Ter vergemakkelijking van de bovenbedoelde coördinatie worden de lidstaten verzocht een contactpunt voor rechtstreekse communicatie met de Commissie en de andere lidstaten aan te wijzen. Daarnaast moet een operationeel netwerk van correspondenten worden opgezet om specifieke operationele kwesties aan te pakken die zich kunnen voordoen als gevolg van een wanordelijke terugtrekking.

Willen de coördinatie-inspanningen slagen, dan moeten alle belanghebbende partijen worden betrokken en hun rol spelen bij de maatregelen die moeten worden genomen. Sterke coördinatie tussen representatieve visserijorganisaties is essentieel en kan een belangrijke bijdrage leveren aan de voorkoming van mogelijke conflicten tussen vissers. De Commissie zal met de lidstaten samenwerken om representatieve visserijorganisaties te blijven raadplegen en zal het overleg tussen deze organisaties blijven bevorderen.

6.Aanvullende informatie

Overheden en belanghebbenden vinden aanvullende informatie over de gevolgen van een wanordelijke terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk voor visserijactiviteiten op de volgende website:

(1)      Besluit (EU) 2019/476 van de Europese Raad, vastgesteld in overeenstemming met het Verenigd Koninkrijk, van 22 maart 2019 tot verlenging van de in artikel 50, lid 3, VEU bedoelde termijn (PB L 80 van 22.3.2019, blz. 1).
(2)      Verordening (EU) 2019/124 van de Raad van 30 januari 2019 tot vaststelling, voor 2019, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden (PB L 29 van 31.1.2019, blz. 1) en Verordening (EU) 2018/2025 van de Raad van 17 december 2018 tot vaststelling, voor 2019 en 2020, van de vangstmogelijkheden voor vissersvaartuigen van de Unie voor bepaalde bestanden van diepzeevissen (PB L 325 van 20.12.2018, blz. 7).
(3)      Verordening (EU) 2019/497 van het Europees Parlement en de Raad van 25 maart 2019 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 508/2014 wat betreft bepaalde voorschriften met betrekking tot het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, na de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie (PB L 85 van 27.3.2019, blz. 22).
(4)      Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een controleregeling van de Unie die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen (PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1).
(5)      Verordening (EG) nr. 768/2005 van de Raad van 26 april 2005 tot oprichting van een Europees Bureau voor visserijcontrole (PB L 128 van 21.5.2005, blz. 1).

Brussel, 10.4.2019

COM(2019) 195 final

BIJLAGE

bij

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE EUROPESE RAAD, DE RAAD, DE EUROPESE CENTRALE BANK, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ, HET COMITÉ VAN DE REGIO'S EN DE EUROPESE INVESTERINGSBANK

De gevolgen opvangen van een terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie zonder akkoord: de gecoördineerde aanpak van de Unie

Gegevensbescherming:
gecoördineerde aanpak in geval van terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie zonder akkoord


1.Inleiding

Op 29 maart 2017 heeft het Verenigd Koninkrijk kennis gegeven van zijn voornemen zich terug te trekken uit de Unie. De Commissie blijft de mening toegedaan dat een ordelijke terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie op basis van het terugtrekkingsakkoord, overeengekomen met de regering van het Verenigd Koninkrijk en bekrachtigd door de Europese Raad (art. 50) op 25 november 2018, de beste uitkomst is. De Commissie blijft zich ten volle inspannen voor dat doel. Twee dagen vóór de termijn van 12 april 2019, zoals verlengd door de Europese Raad 1 , is de kans op een wanordelijke terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie evenwel aanzienlijk toegenomen.

2.Gegegensdoorgiften aan het Verenigd Koninkrijk in geval van een terugtrekking zonder akkoord ("no deal")

De Unie beschikt over een alomvattende reeks regels voor de doorgifte van persoonsgegevens aan derde landen. In geval van een "no deal"-scenario zullen doorgiften van gegevens aan het Verenigd Koninkrijk op basis van deze regels gebeuren. Hiertoe behoren met name de algemene verordening gegevensbescherming (AVG) 2 en de richtlijn wetshandhaving 3 . Deze nota heeft hoofdzakelijk betrekking op de instrumenten in het kader van de AVG.

Zoals vermeld in de mededeling van de Commissie van 13 november 2018 over de voorbereidingen voor de brexit is de Commissie van mening dat de bestaande instrumenten voor gegevensuitwisseling toereikend zijn om in te spelen op de onmiddellijke behoeften op het gebied van gegevensdoorgiften aan het Verenigd Koninkrijk in geval van een "no deal"-scenario. Deze instrumenten worden al toegepast voor doorgiften van gegevens aan alle landen van de wereld, met uitzondering van de dertien derde landen of gebieden die (gedeeltelijk) onder een adequaatheidsbesluit vallen 4 . Tegen deze achtergrond heeft de Commissie geen desbetreffende noodmaatregel vastgesteld, en zij is in dit stadium niet van plan een adequaatheidsbesluit ten aanzien van het Verenigd Koninkrijk vast te stellen.

De bepalingen in hoofdstuk V van de AVG voorzien in een breed instrumentarium voor de doorgifte van gegevens aan derde landen, zowel voor particuliere entiteiten als voor overheden. Daartoe behoren:

·Standaardcontractbepalingen: de Commissie heeft drie reeksen standaardcontractbepalingen vastgesteld, waarop bedrijfsexploitanten rechtstreeks een beroep kunnen doen voor de doorgifte van gegevens aan derde landen. Deze standaardbepalingen zijn te vinden op de website van de Commissie 5 .

·Bindende bedrijfsvoorschriften: juridisch bindende regels inzake gegevensbescherming die door de bevoegde gegevensbeschermingsautoriteit zijn goedgekeurd, kunnen van toepassing zijn op een ondernemingsgroep.

·Gedragscodes en certificeringsmechanismen: deze instrumenten kunnen passende waarborgen bieden voor de doorgifte van persoonsgegevens indien zij bindende en afdwingbare toezeggingen van de organisatie in het derde land omvatten, ook wat de rechten van de betrokken personen betreft.

·Afwijkingen, d.w.z. "wettelijke gronden" voor het doorgeven van gegevens, bijvoorbeeld toestemming, de uitvoering van een overeenkomst, de uitoefening van een rechtsvordering of gewichtige redenen van algemeen belang (zie punt 3 voor verdere informatie over afwijkingen).

Voor verdere informatie, zie de kennisgeving ter voorbereiding op de brexit inzake gegevensbescherming 6 en de informatieve nota van het Europees Comité voor gegevensbescherming (EDPB) inzake gegevensdoorgiften in het kader van de AVG in het geval een no-deal-brexit 7 .

3.Praktische stappen die gegevensexporteurs uit de EU (bedrijven en autoriteiten) moeten nemen om ervoor te zorgen dat de EU-regels onverminderd worden nageleefd

De gegevensexporteurs moeten de instrumenten toepassen die zij het meest geschikt achten voor een individuele doorgifte van gegevens aan het Verenigd Koninkrijk.

Voordat zij gegevens doorgeven aan het Verenigd Koninkrijk, moeten zij:

1.nagaan welke verwerkingsactiviteiten zullen leiden tot een doorgifte van persoonsgegevens aan het Verenigd Koninkrijk;

2.bepalen welk instrument voor gegevensdoorgifte het beste past in de situatie;

3.het gekozen instrument voor gegevensdoorgifte klaarmaken voor gebruik tegen de terugtrekkingsdatum;

4.in de interne documentatie aangeven dat gegevens zullen worden doorgegeven aan het Verenigd Koninkrijk; en

5.indien van toepassing, de privacyverklaring dienovereenkomstig bijwerken om de betrokken personen te informeren.

Gegevensdoorgiften op basis van afwijkingen

Wat de doorgifte van gegevens aan het Verenigd Koninkrijk op basis van een afwijking 8 betreft, moeten de verwerkingsverantwoordelijken zich ervan bewust zijn dat deze afwijkingen uitzonderingen zijn op de regel dat passende waarborgen moeten worden geboden. Afwijkingen moeten dan ook restrictief worden geïnterpreteerd en voornamelijk betrekking hebben op incidentele en niet-repetitieve verwerkingsactiviteiten.

Deze afwijkingen omvatten onder meer de volgende situaties:

·een persoon heeft uitdrukkelijk met de voorgestelde doorgifte ingestemd, nadat hij alle nodige informatie heeft ontvangen over de aan de doorgifte verbonden risico's;

·de doorgifte is noodzakelijk voor de uitvoering of de sluiting van een overeenkomst tussen de betrokken persoon en de verwerkingsverantwoordelijke, of de overeenkomst is gesloten in het belang van de betrokkene;

·de doorgifte van gegevens is noodzakelijk wegens gewichtige redenen van algemeen belang, bijvoorbeeld in het geval van internationale gegevensuitwisselingen tussen diensten met bevoegdheid op het gebied van de sociale zekerheid 9 ;

·de doorgifte van gegevens is noodzakelijk voor dwingende gerechtvaardigde belangen van de organisatie die niet ondergeschikt zijn aan de belangen van de betrokkene. Een organisatie die van deze afwijking gebruikmaakt, moet passende waarborgen voor de bescherming van persoonsgegevens bieden.

Nadere richtsnoeren en uitleg over de afwijkingen en de wijze waarop deze moeten worden toegepast, zijn te vinden in de richtsnoeren van het Europees Comité voor gegevensbescherming inzake afwijkingen op grond van artikel 49 10 .

Instrumenten die uitsluitend beschikbaar zijn voor overheidsinstanties of -organen

De autoriteiten van de lidstaten kunnen ook gebruikmaken van niet juridisch bindende administratieve regelingen, zoals memoranda van overeenstemming 11 . Dergelijke administratieve regelingen moeten, na advies van het Europees Comité voor gegevensbescherming, worden goedgekeurd door de bevoegde nationale gegevensbeschermingsautoriteit.

Op grond van de richtlijn inzake rechtshandhaving mogen rechtshandhavingsinstanties (bijvoorbeeld politiediensten of openbare aanklagers) persoonsgegevens doorgeven aan de Britse autoriteiten indien zij, op basis van hun eigen beoordeling van de omstandigheden in verband met de doorgifte, hebben geconcludeerd dat er passende waarborgen inzake gegevensbescherming bestaan 12 . De Europol-verordening 13 en de richtlijn over persoonsgegevens van passagiers 14 bevatten specifieke bepalingen betreffende de doorgifte van persoonsgegevens aan de autoriteiten van derde landen door respectievelijk Europol en de bevoegde autoriteiten van de lidstaten.

Doorgifte van gegevens aan het Verenigd Koninkrijk door commerciële exploitanten

Bedrijfsexploitanten in de lidstaten en in het Verenigd Koninkrijk zouden goed op de hoogte moeten zijn van de beschikbare instrumenten voor de doorgifte van gegevens aan derde landen door particuliere ondernemingen, aangezien deze nu al worden gebruikt voor de doorgifte van persoonsgegevens aan derde landen. Daarnaast hebben de belanghebbenden onlangs informatie over het gebruik van deze instrumenten gekregen in de context van de inwerkingtreding van de nieuwe wetgeving inzake gegevensbescherming in mei 2018. De lidstaten worden evenwel aangemoedigd om ervoor te zorgen dat ondernemingen die geen ervaring hebben met gegevensdoorgiften aan derde landen, bijvoorbeeld kleine en middelgrote ondernemingen die in het verleden alleen te maken hadden met lidstaten, van het bestaan van deze instrumenten op de hoogte worden gebracht.

Voortdurende steun aan de lidstaten

De Commissie, en met name het directoraat-generaal Justitie en Consumentenzaken, werkt samen met belanghebbende partijen en gegevensbeschermingsautoriteiten aan een optimaal gebruik van het AVG-instrumentarium voor het doorgeven van gegevens, en staat klaar om de lidstaten te ondersteunen bij de toepassing van de beschikbare instrumenten. Bovendien heeft de Commissie een deskundigengroep van belanghebbenden opgericht, bestaande uit de industrie, het maatschappelijk middenveld en de academische wereld, ter ondersteuning van de toepassing van de AVG. Tot slot kunnen belanghebbende partijen zich tot hun nationale gegevensbeschermingsautoriteiten wenden om meer specifieke informatie te ontvangen over het gebruik van instrumenten voor de doorgifte van gegevens.

4.Aanvullende informatie

Overheden en belanghebbenden vinden aanvullende informatie over de gevolgen van een wanordelijke terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk voor gegevensbescherming op de volgende website:

https://ec.europa.eu/info/brexit/brexit-preparedness/preparedness-notices_nl

(1)      Besluit (EU) 2019/476 van de Europese Raad, vastgesteld in overeenstemming met het Verenigd Koninkrijk, van 22 maart 2019 tot verlenging van de in artikel 50, lid 3, VEU bedoelde termijn, PB L 80I van 22.3.2019, blz. 1.
(2)      Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1.
(3)      Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad, PB L 119 van 4.5.2016, blz. 89.
(4)      Het gaat om de volgende landen en gebieden: Andorra , Argentinië , Canada (alleen commerciële organisaties), de Faeröer , Guernsey , Israël , Japan , Jersey , Man , Nieuw-Zeeland , Uruguay , de Verenigde Staten (beperkt tot het privacyschildkader ) en Zwitserland .
(5)        https://ec.europa.eu/info/law/law-topic/data-protection/data-transfers-outside-eu/model-contracts-transfer-personal-data-third-countries_nl  
(6)       https://ec.europa.eu/info/sites/info/files/file_import/data_protection_nl.pdf.  
(7)       https://edpb.europa.eu/our-work-tools/our-documents/other/information-note-data-transfers-under-gdpr-event-no-deal-brexit_en  
(8)      Uit hoofde van artikel 49 van de AVG.
(9)      Overweging 112 van de AVG.
(10)       https://edpb.europa.eu/our-work-tools/our-documents/guidelines/guidelines-22018-derogations-article-49-under-regulation_nl  
(11)      Artikel 46, lid 3, onder b), van de AVG. Een recent voorbeeld van een dergelijke regeling waarvoor het Europees Comité voor gegevensbescherming (EDPB) een positief advies heeft gegeven, is de administratieve regeling voor de doorgifte van persoonsgegevens tussen financiële toezichthoudende autoriteiten van binnen de Europese Economische Ruimte (EER) en financiële toezichthoudende autoriteiten van buiten de EER. De tekst van de regeling is te vinden op de website van het EDPB: https://edpb.europa.eu/our-work-tools/our-documents/other/draft-administrative-arrangement-transfer-personal-data-between_nl  
(12)      Artikel 37, lid 1, onder b), van Richtlijn (EU) 2016/680.
(13)      Artikel 25 van Verordening (EU) 2016/794 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol), PB L 135 van 24.5.2016, blz. 53.
(14)      Artikel 11 van Richtlijn (EU) 2016/681 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 over het gebruik van persoonsgegevens van passagiers (PNR-gegevens) voor het voorkomen, opsporen, onderzoeken en vervolgen van terroristische misdrijven en ernstige criminaliteit, PB L 119 van 4.5.2016, blz. 132.