Brussel, 3.4.2019

COM(2019) 170 final

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE EMPTY

Verscherpt toezicht – Griekenland, april 2019


Achtergrond

De Commissie heeft op 27 februari 2019 haar tweede verslag over het verscherpt toezicht op Griekenland goedgekeurd 1 . Naast de opneming van Griekenland in het Europees Semester biedt verscherpt toezicht een uitgebreid kader voor monitoring van de economische ontwikkelingen en het nastreven van beleidsmaatregelen die nodig zijn om te zorgen voor een duurzaam economisch herstel 2 . Het biedt de Commissie ook het kader om de toezegging van Griekenland aan de Eurogroep van 22 juni 2018 te beoordelen om de in het kader van het Europees Stabiliteitsmechanisme vastgestelde hervormingen voort te zetten en af te ronden en om de doelstellingen van de in het kader van dat programma en de voorlopers daarvan vastgestelde hervormingen te vrijwaren, overeenkomstig artikel 3, lid 1, van Verordening 472/2013. Daartoe behoort de uitvoering van de aan de verklaring van de Eurogroep van 22 juni 2018 gehechte specifieke hervormingstoezeggingen inzake i) budgettair en budgettair-structureel beleid, ii) sociale zekerheid, iii) financiële stabiliteit, iv) arbeids- en productmarkten, v) privatisering en vi) modernisering van het openbaar bestuur 3 .

In het verslag over het verscherpt toezicht van 27 februari 2019 werd geconcludeerd dat Griekenland aanzienlijke vooruitgang had geboekt bij de uitvoering van zijn specifieke hervormingstoezeggingen die tegen eind 2018 moesten worden nagekomen. Meer bepaald was de conclusie dat de volgende specifieke toezeggingen voor eind 2018 als nagekomen konden worden beschouwd: i) de goedkeuring van een begroting voor 2019 waarbij de doelstelling van een primair overschot van 3,5 % van het bbp moest worden gehaald; ii) de niet-accumulatie van netto-betalingsachterstanden, hoewel nog aanvullende inspanningen nodig zijn om de betalingsachterstanden weg te werken en de opbouw van nieuwe betalingsachterstanden te voorkomen; iii) de opening van een kritieke massa aan centra voor eerstelijnszorg (TOMY's); iv) de voltooiing van belangrijke stappen om gecentraliseerde aanbestedingen voor gezondheidszorg te waarborgen; v) het versoepelen van de kapitaalcontroles in overeenstemming met de overeengekomen routekaart; vi) de vaststelling en goedkeuring van de afstotingsstrategie van het Grieks Fonds voor Financiële Stabiliteit (HFSF), waarbij de mogelijke deelname van de autoriteiten aan de laatste fase van de afstoting nog wordt overwogen; vii) de aanneming van machtigingswetgeving inzake vergunningverlening voor investeringen; viii) de herziening van het minimumloon, formeel in overeenstemming met de aangenomen procedure, hoewel de omvang van de verhoging risico's inhoudt voor de werkgelegenheid en het concurrentievermogen; ix) de voltooiing van fase I van het e-justitieproject; (x) de uitvoering van het strategisch plan van de Griekse Maatschappij voor Activa en Deelnemingen (HCAP); xi) de herstructurering van de vastgoeddochteronderneming ETAD en de aanvang van de uitvoering van het coördinatiemechanisme voor staatsbedrijven die onder HCAP vallen met het oog op de vertragingen bij de overdracht van het Olympisch Centrum (OAKA); xii) de actualisering van het plan voor de ontwikkeling van activa van het privatiseringsagentschap (TAIPED), de voltooiing van cruciale privatiseringsaanbestedingen, met inbegrip van het aardgastransmissienetwerk (DESFA) en de verlenging van de concessie voor de internationale luchthaven van Athene, en de voltooiing van essentiële stappen in verband met het Hellinikon-project; xiii) de autoriteiten zijn met de Commissie modaliteiten overeengekomen om een onafhankelijke beoordeling uit te voeren van de aanstellingsprocedure voor administratief secretarissen en directeuren-generaal tegen half 2019, en hebben belangrijke wetgeving aangenomen om de planning van aanwervingen in de overheidssector te verbeteren en de meerjarige aanwervingsplannen te koppelen aan de budgettaire middellangetermijnstrategie.

In het verslag over het verscherpt toezicht van 27 februari 2019 is echter ook geconcludeerd dat een aantal specifieke hervormingstoezeggingen die tegen eind 2018 moesten worden uitgevoerd, nog open stonden en moesten worden voltooid. De op dat moment openstaande kwesties hadden betrekking op maatregelen op het gebied van belastingdienst, financiële stabiliteit, energie, privatisering en openbaar bestuur. Met betrekking tot een aantal toezeggingen moesten technische stappen worden voltooid (herstructurering van het gasbedrijf DEPA; Egnatia-autosnelweg; benoemingen bij HFSF), terwijl er over andere nog inhoudelijke discussies gaande waren (belastingdienst en openbaar bestuur); afstoting van de bruinkoolcentrales; de financiële sector, met inbegrip van de hoofdwoningbescherming).

In het verslag over het verscherpt toezicht van 27 februari 2019 werd er ook op gewezen dat ontwikkelingen op sommige gebieden aanleiding gaven tot bezorgdheid over de koers en de uitvoering van de hervormingen op middellange termijn. Deze punten van zorg verdienen de volledige aandacht van de autoriteiten en hebben betrekking op a) het ambitieniveau bij het aanpakken van de resterende structurele begrotingsuitdagingen en het vermijden van nieuwe begrotingsrisico's die kunnen ontstaan naar aanleiding van rechterlijke beslissingen, aanwervingen in de overheidssector en mogelijke wijzigingen in de afbetalingssystemen voor belasting- en socialezekerheidsschulden; b) het tempo van de geboekte vooruitgang en het prioriteitsniveau dat wordt toegekend aan de maatregelen die nodig zijn om de soliditeit en veerkracht van de banksector te herstellen, met name wat de kwaliteit van de activa betreft; en c) de toezegging het loonconcurrentievermogen op middellange termijn zeker te stellen en een klimaat te creëren dat daadwerkelijk ondernemingsvriendelijk en investeringsvriendelijk is.

In deze actualisering worden de ontwikkelingen sinds de goedkeuring van het verslag over het verscherpt toezicht op 27 februari 2019 beoordeeld bij de implementatie van de specifieke hervormingstoezeggingen die tegen eind 2018 moesten zijn waargemaakt. Griekenland heeft met name i) primaire en secundaire wetgeving aangenomen om de Onafhankelijke Belastingdienst te versterken; ii) relevante actualiseringen verstrekt over maatregelen ter ondersteuning van de afwikkeling van niet-renderende leningen en de stabiliteit van de banksector (e-veilingen, staatsgaranties, actieplan voor insolventie van huishoudens); iii) primaire wetgeving aangenomen en toegezegd binnenkort secundaire wetgeving te zullen aannemen inzake een nieuwe regeling voor hoofdwoningbescherming; iv) de nodige stappen ondernomen om de vacatures bij HFSF op te vullen; v) de aanbesteding voor de afstoting van een deel van de bruinkoolproductiecapaciteit van de Openbare Elektriciteitsmaatschappij opnieuw uitgeschreven; vi) de wetgeving voor de herstructurering van DEPA goedgekeurd, vii) verdere maatregelen genomen om de belemmeringen voor de Egnatia-transactie weg te nemen; en viii) een reeks maatregelen goedgekeurd om de hervorming van het openbaar bestuur vooruit te helpen.

Griekenland heeft de noodzakelijke maatregelen genomen om alle specifieke hervormingstoezeggingen die voor eind 2018 waren gedaan te realiseren.

De Eurogroep is op 22 juni 2018 overeengekomen dat het pakket schuldverlichtingsmaatregelen voor Griekenland stimulansen moet omvatten om ervoor te zorgen dat de in het kader van het programma overeengekomen hervormingsmaatregelen degelijk en ononderbroken worden uitgevoerd. Daartoe zijn bepaalde overeengekomen beleidsafhankelijke schuldmaatregelen tot half 2022 op halfjaarlijkse basis ten behoeve van Griekenland toegepast, mits uit positieve verslagen in het kader van het verscherpt toezicht blijkt dat de toezeggingen inzake voortzetting en afronding van de hervormingen worden nagekomen. Deze schuldmaatregelen omvatten: i) de terugstorting van bedragen die gelijk zijn aan de opbrengsten van de Griekse overheidsobligaties die door de centrale banken worden aangehouden in het kader van het Securities Markets Programme (SMP) en de Agreement on Net Financial Assets (ANFA), en ii) een verlaging tot nul van de renteopslag voor bepaalde leningen van de Europese Faciliteit voor financiële stabiliteit. De inhoud van het verslag over het verscherpt toezicht van 27 februari 2019 en deze latere actualisering zouden door de Eurogroep kunnen worden gebruikt om een akkoord te bereiken over het toepassen van een eerste tranche van beleidsafhankelijke schuldmaatregelen.

Een update over de vorderingen bij de uitvoering van de specifieke hervormingstoezeggingen.

Belastingdienst

Hoewel de specifieke toezegging om eind 2018 op een personeelsbestand van 12.000 vaste medewerkers bij de Onafhankelijke Belastingdienst (IAPR) uit te komen nog niet is gehaald (eind 2018 bedroeg het personeelsbestand 11.487), hebben de autoriteiten nu een volledige reeks aanvullende maatregelen genomen. Deze zullen de naleving van de personeelstoezegging ondersteunen, de bredere hervorming van de belastinginning versterken en de algemene operationele capaciteit en efficiëntie van IAPR op een aantal punten verbeteren. Tegen de tijd dat het verslag over het verscherpt toezicht op 27 februari 2019 werd uitgebracht, hadden de autoriteiten al een aantal van deze maatregelen genomen (goedkeuring van het actieplan voor de hervorming ("blauwdruk") voor 2019-2021; akkoord met het Secretariaat-Generaal voor Informatiediensten over jaarlijkse IT-kredieten). Sinds de goedkeuring van het verslag over het verscherpt toezicht op 27 februari 2019 hebben de autoriteiten de resterende overeengekomen aanvullende maatregelen ter versterking van IAPR voltooid:

·De invoering van op IAPR afgestemde functiegroepen, salarisschalen en functiewaarderingen wordt onontbeerlijk geacht voor het verbeteren van de vooruitzichten van IAPR om hooggekwalificeerde medewerkers aan te trekken en ervoor te zorgen dat zij zich kunnen ontwikkelen en vooruitgaan. Begin maart 2019 is een wetswijziging van de machtigingswetgeving inzake IAPR goedgekeurd. Dankzij die wetswijziging kan vervolgens secundaire wetgeving worden aangenomen voor de invoering van een nieuw stelsel van functiegroepen, die rechtstreeks aan de functiebeschrijvingen zijn gekoppeld. Deze hervorming houdt nauw verband met de hervorming van het openbaar bestuur, en met name de aanstelling van senior managers in overheidssectoren.

·Er zijn wetgevingswijzigingen inzake bescherming tegen aansprakelijkheid en het bevorderen van mobiliteit overeengekomen en begin maart 2019 goedgekeurd.

·Een interministerieel besluit over de aankoop van brandstofmarkers is begin maart aangenomen en zal een belangrijk instrument bieden tegen smokkel.

Het kader voor de afwikkeling van niet-renderende leningen

In het verslag over het verscherpt toezicht was geconcludeerd dat de tekortkomingen in de wettelijke kaders die relevant zijn voor de afwikkeling van niet-renderende leningen moesten worden aangepakt. Sinds de goedkeuring van het verslag over het verscherpt toezicht op 27 februari 2019 hebben de autoriteiten op verschillende gebieden verdere maatregelen genomen. Deze maatregelen worden geacht te volstaan om te voldoen aan de specifieke toezegging om de afwikkeling van niet-renderende leningen te ondersteunen: er zal echter nauwlettende monitoring en follow-up vereist zijn in de toekomst, en de Europese instellingen zullen verslag uitbrengen in het kader van verscherpt toezicht. Meer bepaald:

·Hebben de autoriteiten een wetswijziging goedgekeurd en een geactualiseerd actieplan voor de verwerking van door de staat gegarandeerde leningen ingediend. De effectiviteit ervan in de praktijk met het oog op een volledige vereffening van de hangende opgevraagde garanties zal in de komende maanden worden beoordeeld.

·Wat e-veilingen betreft zijn verdere stappen geschetst om de kwestie van gerechtelijk bevolen veilingsuitstel aan te pakken die het gevolg is van de indiening van verzoekschriften door debiteuren voor een herziening van de minimumlaatprijs in het kader van de komende evaluatie van de implementatie van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering. Van de autoriteiten wordt verwacht dat zij in het kader van de derde cyclus van verscherpt toezicht voorstellen indienen en zo nodig goedkeuren voor de uitvoering van maatregelen ter afschrikking van proceduremisbruik door strategische wanbetalers door middel van last-minute verzoeken om uitstel in het kader van de implementatie van het nieuwe stelsel voor de bescherming van hoofdwoningen en van de bestaande wet op de insolventie van huishoudens (Katseli-wet). De autoriteiten zullen ook de redenen voor mislukte veilingen nader analyseren en deze, zo nodig ook met wetgevende middelen, aanpakken.

·De autoriteiten hebben gegevens verstrekt over lopende zaken in de context van het kader voor insolventie van huishoudens, alsook een streeftraject voor het wegwerken van de achterstand tot 2021, zoals beoogd in het actieplan, op basis van de veronderstelling dat de infrastructuur verbeterd zou worden. Verwacht wordt dat de autoriteiten half 2019 een herzien actieplan zullen indienen, waarbij ook rekening zal worden gehouden met de gevolgen van de nieuwe regeling voor de bescherming van de hoofdwoning.

·Op het gebied van de wetten inzake verkoop van niet-renderende leningen en securitisatie werden de vereiste verduidelijkingen meegedeeld aan de Griekse Vereniging van Banken en geüpload op de website van het ministerie van Financiën. De doeltreffendheid ervan zal de komende maanden worden beoordeeld.

Niet-renderende leningen: bescherming van de hoofdwoning

Griekenland heeft wetgeving aangenomen om een nieuw systeem op te zetten voor de bescherming van bepaalde hoofdwoningen, dat tot doel heeft de herstructurering van niet-renderende leningen te ondersteunen. Dit volgt op het verstrijken van de bepalingen inzake de bescherming van hoofdwoningen in het kader van de wet op de insolventie van de huishoudens (Katseli-wet), die bedoeld was om tijdelijk te zijn en eind februari 2019 afliep na een uitzonderlijke verlenging met twee maanden. De primaire wetgeving voor de regeling is vastgesteld op 29 maart en de secundaire wetgeving inzake de specificaties van het aangewezen elektronische platform, de overheidssubsidie en de wijze van waardering van bepaalde activa waarop de vermogenscriteria betrekking hebben, moeten kort daarna worden aangenomen.

De nieuwe regeling is uniek voor Griekenland. Om kort te gaan, kredietnemers die natuurlijke personen zijn en van wie de leningen gedekt zijn door zekerheden op de hoofdwoning en die op 31 december 2018 een betalingsachterstand hadden, kunnen via een elektronisch platform een aanvraag indienen bij de regeling. Op voorwaarde dat zij aan bepaalde criteria voldoen, kunnen zij een aanvraag indienen om in aanmerking te komen voor een herstructurering en afschrijving van hun hypothecaire schulden (woning- of bedrijfskredieten), hetzij na een akkoord over gestandaardiseerde herstructureringsvoorstellen die door de schuldeisers via een online platform worden verlengd, hetzij, indien er geen akkoord is, door een beroep te doen op de rechter; debiteuren zouden ook profiteren van de bescherming tegen de gedwongen verkoop van hun hoofdwoning zolang zij afbetalingen van de geherstructureerde schulden verrichten. Voor een deel van de afbetalingen zouden kredietnemers een overheidssubsidie ontvangen. De besprekingen van de afgelopen weken hebben de belangrijkste kwesties verduidelijkt, om ervoor te zorgen dat de regeling werkelijk tijdelijk en doelgericht is en voldoende waarborgen bevat om misbruik door strategische wanbetalers en het ontstaan van nieuwe achterstanden bij de rechtbanken te voorkomen, alsook om prikkels voor betalingsdiscipline te ondersteunen.

De belangrijkste parameters van de nieuwe regeling zijn als volgt:

·De regeling heeft betrekking op leningen aan huishoudens en bedrijven met als zekerheid de hoofdwoning. De uitbreiding van het toepassingsgebied tot bedrijfsleningen levert specifieke problemen op die aan de Griekse autoriteiten zijn meegedeeld. Zij betreft de uitbreiding van het toepassingsgebied van de bescherming van de hoofdwoningen tot een nieuwe categorie leningnemers die niet onder de vroegere Katseli-wetgeving vallen (ontvangers van bedrijfskredieten) en zonder de levensvatbaarheid van de ondernemingen te beoordelen: het is dus minder duidelijk hoeveel aanvragen er zullen zijn en hoe goed het systeem (met inbegrip van de rechtbanken en het staatssubsidiemechanisme) dit aankan. Ook vanuit het oogpunt van financiële stabiliteit verdient zij bijzondere aandacht, aangezien uit de beschikbare effectbeoordelingen blijkt dat in vergelijking met woninghypotheken grotere schuldafschrijvingen vereist zullen zijn en de geraamde impact op het kapitaal van banken dus relatief groot is. Bovendien bestaat er, indien de regeling niet goed functioneert, een risico dat banken in de toekomst minder bereid zijn om leningen te verstrekken aan kleine bedrijven waarbij de hoofdwoning als zekerheid wordt gebruikt, waardoor de kredietactiviteiten met zekerheidsstelling nadelig kunnen worden beïnvloed. Ten slotte bestaat het risico dat de beschikbaarheid van de nieuwe regeling voor bedrijfskredieten de stimulansen voor de in aanmerking komende debiteuren om gebruik te maken van het buitengerechtelijke kader, dat het mogelijk maakt om ook met betrekking tot belastingen en socialezekerheidsbijdragen potentiële achterstallige betalingen te herstructureren, zal verminderen. Het meest bindende criterium om in aanmerking te komen is de omvang van de uitstaande leningen, die is vastgesteld op 130.000 EUR per crediteur voor woninghypotheken en 100.000 EUR voor bedrijfsleningen, waardoor de risico's die aan deze categorie leningen verbonden zijn tot op zekere hoogte worden beperkt. Volgens de beschikbare ramingen zou het aantal in aanmerking komende debiteuren met verplichtingen jegens meer dan één crediteur beperkt zijn en zou de vaststelling van een drempel per crediteur de automatische verwerking van aanvragen in het kader van het platform vereenvoudigen. De instellingen hebben hun bezorgdheid geuit over het feit dat de drempel voor talrijke schuldeisers wordt toegestaan en hebben de autoriteiten om bijkomende informatie over het toepassingsgebied en de gevolgen ervan verzocht.

·De regeling stelt criteria vast voor het inkomen en het vermogen van de huishoudens, met uitzondering van de hoofdwoning, alsmede een drempel voor de waarde van het onroerend goed. De vermogensdrempel is vastgesteld op 15.000 EUR voor de liquide activa van de kredietnemer, echtgeno(o)t(e) en nabestaanden en 80.000 EUR voor onroerende activa en transportvoertuigen op het moment van de aanvraag. De Europese instellingen hebben de aandacht van de autoriteiten gevestigd op de implicaties van hun beleidskeuze voor de prikkels voor betalingsdiscipline en op de distributionele implicaties van het verstrekken van een overheidssubsidie voor 20 jaar aan kredietnemers die naast hun hoofdwoning een redelijk groot vermogen kunnen hebben. De inkomensdrempel is gebaseerd op de voorwaarden van de Katseli-wet, d.w.z. afhankelijk van de grootte van het huishouden met een plafond van 36.000 EUR per jaar 4 . De drempel voor de waarde van de beschermde woning is vastgesteld op een uniforme waarde van 250.000 EUR voor leningen aan huishoudens, waardoor het toepassingsgebied ruimer is dan de Katseli-wet (waarvan de drempel 180.000 EUR plus vermeerderingen voor de omvang van het gezin bedraagt). Voor zakelijke kredieten is de drempel vastgesteld op een uniforme waarde van 175.000 EUR.

·De regeling staat open voor debiteuren die als overheidspersoneel onder gunstige voorwaarden een hypotheek hebben ontvangen, niet van een bank, maar van een overheidsfonds. De Europese instellingen hebben de aandacht van de autoriteiten gevestigd op het feit dat daarmee niet de uitdaging van het land op het gebied van niet-renderende leningen beoogd wordt, die betrekking heeft op bankkredieten, waardoor er repercussies kunnen zijn op prikkels om betalingsdiscipline aan de dag te leggen.

·De regeling is als tijdelijk bedoeld. Aanvragen kunnen tot 31 december 2019 worden ingediend voor leningen die op 31 december 2018 90 dagen of meer achterstallig zijn. Daardoor zal kunnen worden gerapporteerd over het aflopen van de regeling in de context van de monitoring van de specifieke toezeggingen voor eind 2019 in het kader van verscherpt toezicht.

·Op basis van de herstructureringsvoorstellen van de banken zullen de afbetalingen worden ondersteund door een progressieve overheidssubsidie die afhankelijk is van het inkomen (gemiddeld geschat op ongeveer 30%). De regeling past een verplichte haircut toe voor de hoofdsom boven een leenquotiteit van 120%. Bovendien hebben de afbetalingen een standaardlooptijd van 20 jaar of lopen ze af wanneer de schuldenaar 80 wordt. De aanpak kan een vertraagde daling van het percentage niet-renderende leningen ondervangen doordat een gestandaardiseerde oplossing wordt aangeboden. In tegenstelling tot de gebruikelijke bankpraktijk wordt echter niet ten volle rekening gehouden met de totale betalingscapaciteit van de debiteur en wordt geen rekening gehouden met de levensvatbaarheid van de kredietnemers van bedrijfskredieten, aangezien dezelfde herstructurering en afschrijving horizontaal wordt toegepast. Dit was bedoeld om een groot aantal herstructureringen in een beperkte periode mogelijk te maken.

·Het elektronische platform moet eind april 2019 operationeel zijn. Het is opgezet om volledig geautomatiseerd te beoordelen of aan de subsidiabiliteitscriteria wordt voldaan en zal toegang hebben tot informatie die betrekking heeft op aanvragers uit andere databases van de overheid en/of de banksector. Het platform zal schuldeisers op de hoogte brengen van nog in behandeling zijnde aanvragen en hen de relevante gegevensverzameling ter beschikking stellen zodat zij hun voorstel ten behoeve van de debiteuren kunnen formuleren. Het platform is ook bedoeld om te gebruiken voor het filteren van nog in behandeling zijnde Katseli-zaken op basis van hun kwantitatieve elementen; als dit aspect op de juiste wijze wordt geïmplementeerd, zal het de rechtbanken helpen bij het opsporen van oneigenlijke aanvragen in het kader van de insolventiewetgeving voor huishoudens en een snellere afhandeling van deze zaken mogelijk maken.

·Een efficiënte werking van het platform zou in principe kunnen leiden tot een bevredigend aantal herstructureringen waaraan beperkte maar niet te verwaarlozen  risico's op latere rechtszaken verbonden zijn die de bestaande achterstanden zouden kunnen vergroten. Indien de platformprocedure niet tot een herstructureringsovereenkomst leidt, heeft de debiteur het recht om bij de bevoegde rechter een verzoek tot herstructurering in te dienen. De aanwijzing van de datum van de terechtzitting en de uitspraak van de rechtbank moeten plaatsvinden binnen strikte termijnen (respectievelijk zes maanden na de indiening van de aanvraag en drie maanden na de behandeling van de zaak). De tijdelijke opschorting van de tenuitvoerlegging kan onder specifieke voorwaarden worden toegestaan en kan, bij debiteuren die geacht werden in aanmerking te komen voor een herstructurering, maar niet in staat waren om tot een herstructurering te komen, de betaling in het kader van het platform van maandelijkse termijnen of de betaling van een deel van het uitstaande bedrag vereisen, afhankelijk van de omstandigheden. De wetgeving voorziet in een aantal waarborgen tegen lichtzinnig of te kwader trouw ingediende aanvragen, aangezien deze door de rechtbank kunnen worden gesanctioneerd door het opleggen van een boete. Het is echter gerechtvaardigd om potentiële nieuwe geschillen die in het kader van de regeling ontstaan en de gevolgen voor de handhaving op zowel de korte als de lange termijn nauwlettend te monitoren, aangezien beide elementen van belang zijn voor de toekomstige kredietverlening en de terugdringing van niet-renderende leningen.

·De beschikbare ramingen bevestigen dat de begrotingskosten van de subsidie binnen de beoogde begrotingskredieten van 150 miljoen EUR voor 2019 en 200 miljoen EUR per jaar daarna blijven. De kalibratie van de subsidie moet in de secundaire wetgeving worden vastgesteld en zal zorgvuldige monitoring vereisen, aangezien de beschikbare ramingen onderhevig zijn aan onzekerheden in verband met de onvolledige beschikbaarheid van gegevens.

Over het geheel genomen heeft de nieuwe wettelijke regeling het potentieel om de herstructurering van niet-renderende leningen te ondersteunen, al blijven er enkele risico's voor de financiële stabiliteit en de betalingsdiscipline bestaan. Er is aanzienlijke vooruitgang geboekt tijdens de voorbereidende fase van het opstellen van de wetgeving om de risico's van implementatie en geschillen te beperken die in een advies van de ECB 5 over een eerder ontwerp van de wet werden geïdentificeerd, en die betrekking hadden op de potentiële impact van de regeling op de financiële stabiliteit en betalingsdiscipline, alsook op de risico's van misbruiken door strategische wanbetalers. Er moet echter worden benadrukt dat deze risico's tot op zekere hoogte zijn ingeperkt, maar niet weggenomen, in de wetgeving die is aangenomen: het feit dat de regeling uniek is, betekent dat er onzekerheid bestaat over de wijze waarop zij in de praktijk zal werken en dus ook over de omvang en de mogelijkheid om deze risico's te kwantificeren.

In de toekomst moeten de resterende technische details, met name met betrekking tot de operationaliteit en functionaliteit van het platform, snel worden uitgewerkt en moet de technische implementatie zo snel mogelijk worden opgezet. De implementatie zal nauwlettend moeten worden gevolgd wat betreft de operationele aspecten (werking van het platform, snelheid van afwikkeling), het effect op het kapitaal van de banken, de impact op handhaving en procederen, en de budgettaire kosten van de subsidie. De Europese instellingen zullen actualiseringen verstrekken over de uitvoering van de regeling en mogelijke problemen in de context van het verscherpt toezicht. De Griekse autoriteiten wordt verzocht toe te zeggen de looptijd of het toepassingsgebied van de nieuwe regeling niet verder uit te breiden en corrigerende maatregelen, met inbegrip van wetgeving, vast te stellen indien zich uitvoerings- of juridische problemen met de regeling voordoen. Ten slotte zij eraan herinnerd dat de nieuwe regeling de goedkeuring als staatssteun door de Commissie vereist.

In overeenstemming met het toelichtend verslag bij de wetgeving inzake de nieuwe regeling zijn de Europese instellingen verheugd over de toezegging van de Griekse autoriteiten om maatregelen te nemen om de wetgeving die betrekking heeft op insolventie/faillissement en schuldherstructurering te harmoniseren. Dit zal beginnen met een hervorming van de Katseli-wet, die half 2019 moet zijn afgerond, om te zorgen voor juridische duidelijkheid en consistentie, om mazen in de wet te dichten die kunnen worden misbruikt om de handhaving op te schorten of te blokkeren, om waarborgen toe te voegen die voldoende worden geacht om strategisch wanbetalingsgedrag te ontmoedigen en om de cultuur van buitengerechtelijke bilaterale of multilaterale herstructureringen te bevorderen.

Het Grieks Fonds voor Financiële Stabiliteit (HFSF)

Alle toezeggingen met betrekking tot de governance van HFSF zijn nagekomen. Wat de werking van HFSF betreft, heeft de minister van Financiën een brief ingediend bij de Eurogroepwerkgroep (EWG) met de voorgedragen kandidaten voor de openstaande posten in de Directieraad en in de Algemene Raad van HFSF, en de kandidaten zijn door EWG bevestigd. Het ministerie van Financiën heeft ook een advies van de Juridische Adviseur van de Staat verkregen en goedgekeurd over de status van het HFSF-selectiepanel en over de voortzetting ervan voor de duur van HFSF.

Energie

De afstoting van delen van de bruinkoolopwekkingscapaciteit van de Openbare Elektriciteitsmaatschappij (PPC), bestaande uit de bruinkoolgestookte elektriciteitscentrales Meliti en Megalopoli 3 en 4, blijft een hoeksteen van de Griekse energiehervormingen. Na het mislukken van de eerste aanbesteding in februari 2019 hebben de autoriteiten opnieuw bevestigd dat zij voornemens waren de afstoting af te ronden en zich te houden aan de bestaande toezegging in het kader van verscherpt toezicht, de antitrustmaatregelen en de daarmee verband houdende besluit van de Commissie. Daartoe hebben zij een nieuwe aanbesteding uitgeschreven met eind juni als uiterste termijn voor de sluiting van de overeenkomst, met de goedkeuring van de algemene vergadering van de PPC. De afstoting werd ook opgenomen in een recente wijziging van de nationale energiewet, die de verplichting om de afstoting te voltooien, uitbreidde tot de aandeelhouders van PPC. PPC kan om een nieuwe taxatie van de installaties verzoeken, ditmaal rekening houdend met andere bruinkoolinstallatieverkopen in de EU zoals bepaald in de antitrustmaatregelen, alsook de inschrijvingen die zijn ontvangen bij de recente mislukte aanbesteding. Voorts zal PPC een andere taxateur aanwijzen, die een fairness opinion over de ontvangen inschrijvingen zal geven. Wat betreft de duidelijkheid over de verkoopvoorwaarden is overeengekomen om in de verkoop- en aankoopovereenkomsten geen mechanisme voor risicodeling op te nemen, hoewel tijdens het proces andere voorwaarden met investeerders kunnen worden besproken. Al deze stappen zullen worden ondernomen om het afstotingsproces tot een goed einde te brengen in overeenstemming met de toezeggingen die in de antitrustzaak en binnen de termijn voor de nieuwe aanbesteding zijn gedaan.

Het nieuwe afstotingsproces is reeds aan de gang in overeenstemming met de beoogde termijnen. Zes ondernemingen hebben op de uitnodiging tot het indienen van blijken van belangstelling gereageerd. Er is nu een virtuele dataroom beschikbaar, waarin de verkoop- en aankoopovereenkomsten zijn opgenomen die de basis zullen vormen voor de onderhandelingen. De komende maanden moeten de eerste verkoop- en aankoopovereenkomsten en de overeenkomst over de definitieve versie van de verkoop- en aankoopovereenkomsten worden vrijgegeven en zullen vervolgens de bindende inschrijvingen worden ingediend. Deze inschrijvingen moeten zowel door de raad van bestuur van PPC als door de algemene vergadering van PPC worden goedgekeurd vóór het einde van de afstotingsperiode, die voor eind juni 2019 is vastgesteld. Na goedkeuring door de algemene vergadering van PPC zal het Griekse parlement de verkoop bevestigen. Voortbouwend op de tijdige uitvoering van de beoogde stappen tot nu toe, is het van essentieel belang om de herwonnen dynamiek voor de afstotingstransactie in de toekomst te behouden.

Privatisering

Op 7 maart 2019 is wetgeving met betrekking tot de herstructurering van het gasbedrijf DEPA aangenomen. De wetgeving effent de weg voor de overeengekomen privatiseringstransactie. Het zal belangrijk zijn ervoor te zorgen dat de overgangsbepalingen inzake werkgelegenheid in de wetgeving gericht blijven op de bestaande werknemers op hun huidige niveaus.

In januari 2019 hadden de autoriteiten ingestemd met een aantal maatregelen die snel moesten worden uitgevoerd om de terugkerende belemmeringen voor de concessie van de Egnatia-autosnelweg aan te pakken. Het was de bedoeling dat de transactie zou kunnen doorgaan met het oog op een bindend bod binnen 2019 in overeenstemming met het bijgewerkte plan voor de ontwikkeling van activa van het privatiseringsfonds TAIPED. De tot nu toe overeengekomen maatregelen zijn uitgevoerd in overeenstemming met de technische haalbaarheid. Daartoe behoren met name de goedkeuring van de begroting van Egnatia, de voltooiing van de parlementaire procedure voor de benoeming van de CEO van Egnatia, de indiening door Egnatia van alle hangende dossiers bij de vergunningverlenende autoriteit voor tunnels en de indiening van de nodige informatie over het toltarievenbeleid bij de Commissie. Het versnelde proces met betrekking tot de vergunningverlening voor tunnels moet worden voortgezet om problemen in verband met de vergunningverlening voor tunnels zo snel als praktisch uitvoerbaar op te lossen. Meer in het algemeen zal het van cruciaal belang zijn ervoor te zorgen dat de transactie ongehinderd doorgaat, om te voorkomen dat het algemene positieve beeld op de privatiseringsagenda wordt vertroebeld. 

Openbaar bestuur

Tegen de achtergrond van de ongelijke vooruitgang bij de benoeming van hogere leidinggevenden is een reeks aanvullende maatregelen uitgevoerd die relevant zijn voor de modernisering van de overheid, waaronder de goedkeuring van een wet die het mogelijk maakt een aanwervingsplan voor de lange termijn nauw te koppelen aan de begrotingsstrategie voor de middellange termijn en het opstellen van een stappenplan voor de stroomlijning van het functieclassificatiesysteem ("klados"). Sinds de goedkeuring van het verslag over het verscherpt toezicht op 27 februari 2019 hebben de autoriteiten essentiële maatregelen genomen met betrekking tot de hervorming van de wetgevingscodificatie, waaronder de uitvaardiging van het goedkeuringsbesluit voor de aanbesteding van het "digitale portaal" en de indiening van wettelijke bepalingen voor het "centrale codificatiecomité", dat naar verwachting een sleutelrol zal spelen bij het toezicht op de wetgevingscodificatie. Bovendien hebben de autoriteiten bevestigd dat het aantal geplande aanwervingen in 2019 in overeenstemming is met de in het aanwervingsplan opgenomen cijfers, zodat voor 2019 aan een één-op-één vervangingsregel kan worden voldaan. Dit houdt onder meer in dat vanaf 2018 het aantal vaste aanwervingen (ongeveer 1.000) dat de 1:3 afvloeiingsregeling voor 2018 overschreed, opnieuw in evenwicht wordt gebracht en dat het aantal tijdelijke functionarissen (ongeveer 14%) wordt verminderd om de loonkostendoelstelling in de financiële strategie voor de middellange termijn te halen.

Voortgang bij de uitvoering van de specifieke toezeggingen voor eind 2018 (Eurogroepbijlage 22 juni 2018)

25 maart 2019

Toezegging

Stand van zaken

1

Begrotingsdoelstelling: de jaarlijkse begroting vertoont een primair overschot op middellange termijn van 3,5% van het bbp.

De begroting 2019 werd goedgekeurd en is in overeenstemming met de doelstelling voor het primaire overschot.

2

Belastingdienst: vaste posten bij de Onafhankelijke Belastingdienst om eind 2018 uit te komen op 12.000 medewerkers.

Het aantal vaste medewerkers bedroeg eind 2018 11.487, wat minder is dan de doelstelling. De autoriteiten hebben de volgende aanvullende maatregelen genomen:

·Blauwdruk (2019-2021): IAPR heeft haar ''Blauwdruk'' vastgesteld.

·IT: akkoord tussen GSIS en IAPR over jaarlijkse kredieten voor het GSIS-begrotingsonderdeel IAPR-diensten.

·HR-hervorming: op 6 maart 2019 is een wijziging aangenomen van de machtigingswetgeving die de invoering mogelijk maakt van een classificatiesysteem op basis van functiebeschrijvingen (FEK A 48/2019, artikel 64). Deze maatregel houdt verband met de hervorming van het openbaar bestuur (#16).

·Aansprakelijkheid voor belasting- en douaneambtenaren: inhoudelijk akkoord. Er is een wetswijziging aangenomen op 6 maart 2019 (FEK A 48/2019, artikel 64).

·Overdrachten naar IAPR op basis van de mobiliteitsregeling: wettelijke bepalingen die moeten worden vastgesteld om de overdracht van personeel naar IAPR op basis van de mobiliteitsregeling te vergemakkelijken; inhoudelijk akkoord. Er is een wetswijziging aangenomen op 6 maart 2019 (FEK A 48/2019, artikel 64).

·Gezamenlijk ministerieel besluit inzake "brandstofmarkers": is aangenomen (FEK B 803/2019, 7 maart 2019).

·Het beoordelingsbesluit van IAPR is gepubliceerd in het staatsblad (FEK B 6225/2018).

3

Publiek financieel beheer: vermijden dat er zich nieuwe betalingsachterstanden opbouwen.

Uit de gegevens van december 2018 blijkt dat de stand van de netto betalingsachterstanden sinds het einde van het ESM-programma is gedaald. Uit de gegevens van januari blijkt dat er sprake is van een voortdurende, zij het langzame daling. In de toekomst zijn nog extra inspanningen nodig zijn om de betalingsachterstanden weg te werken en het ontstaan van nieuwe betalingsachterstanden te voorkomen;

4

Gezondheidszorg: openen van ten minste 120 centra voor eerstelijnszorg (TOMY's) tegen eind 2018.

Volgens de meest recente rapporten werden 120 centra voor eerstelijnszorg (TOMY's) over het hele grondgebied geopend.

5

Gezondheidszorg: tegen eind 2018 het hoofdorgaan oprichten dat verantwoordelijk is voor centrale aanbestedingen (EKAPY).

Het belangrijkste orgaan dat verantwoordelijk is voor centrale aanbestedingen, EKAPY, is operationeel en de gecentraliseerde aanbestedingen zijn hervat.

6

Niet-renderende leningen: voortzetting van de hervormingen die gericht zijn op het herstel van de gezondheid van het bankwezen, met inbegrip van de inspanningen op het gebied van de afwikkeling van niet-renderende leningen, door ervoor te zorgen dat het relevante wettelijke kader effectief blijft functioneren.

Door de staat gegarandeerde leningen: er is een geactualiseerd actieplan ingediend bij de Europese instellingen. De overeengekomen wetswijziging is goedgekeurd. E-veilingen: er is een akkoord om de kwestie van gerechtelijk bevolen veilingsuitstel aan te pakken die het gevolg is van de indiening van verzoekschriften door debiteuren voor een herziening van de minimumlaatprijs in het kader van de evaluatie van de uitvoering van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering, die eind maart 2019 voltooid moet zijn.. Achterstand bij de behandeling van gevallen van insolventie van huishoudens: de autoriteiten hebben geactualiseerde gegevens gepresenteerd over de ontwikkeling van de achterstand in 2018. Wetten inzake verkoop van niet-renderende leningen en securitisatie: de vereiste verduidelijkingen over de uitvoering van wet 4354/2015 werden meegedeeld aan de Griekse Vereniging van Banken en geüpload op de website van het ministerie van Financiën.

Wet inzake insolventie van huishoudens: de autoriteiten hebben een wettelijke regeling voor de bescherming van hoofdwoningen vastgesteld. Hoewel de regeling het potentieel heeft om de herstructurering van niet-renderende leningen te ondersteunen, zijn de risico's voor de financiële stabiliteit en de betalingsdiscipline tot op zekere hoogte gelimiteerd, maar niet weggenomen. Er zal dan ook nauwlettende monitoring vereist zijn en de instellingen zullen verslag uitbrengen in het kader van het verscherpt toezicht. De belemmeringen in verband met elektronische veilingen en een geactualiseerd actieplan inzake de achterstand bij zaken betreffende insolventie van huishoudens in verband met de Katseli-wet zullen naar verwachting worden aangepakt/aangekaart in het kader van de derde cyclus van verscherpt toezicht, waarbij ook rekening zal worden gehouden met het herziene kader voor de bescherming van hoofdwoningen.

7

Kapitaalcontroles: versoepeling van de kapitaalcontroles overeenkomstig de routekaart van mei 2017.

De autoriteiten zijn doorgegaan met het opheffen van de kapitaalcontroles in overeenstemming met de overeengekomen routekaart.

8

Justitie: voltooiing van fase I van de invoering van het e-justitiesysteem (OSDDY-PP) tegen eind 2018.

Fase I van OSDDY-PP is afgerond met de formele levering van alle prestaties door de contractant in januari 2019.

9

HFSF zal tegen eind 2018 een exitstrategie ontwikkelen voor de verkoop van zijn belangen in de systeembanken en het mandaat van het Selectiecomité van HFSF zal worden afgestemd op het mandaat van HFSF.

Exitstrategie: de Algemene Raad van HFSF heeft het afstotingskader voor de verkoop van zijn aandelen in de vier systeembanken goedgekeurd. Verlenging van het mandaat van het Selectiepanel: de autoriteiten hebben verduidelijkt dat volgens hen het mandaat van het Selectiepanel van HFSF als orgaan is afgestemd op het onlangs verlengde mandaat van HFSF; dit werd bevestigd door de Juridisch Adviseur van de staat wiens advies werd goedgekeurd door de minister van Financiën. Benoemingen: wat betreft de kandidaten voor de openstaande posten in de Directieraad en de Algemene Raad, heeft EWG in haar brief aan de minister van 14 maart alle bovengenoemde kandidaten bevestigd. De ministeriële besluiten over de benoeming van deze personen zijn nog in behandeling. 

10

Arbeidsmarkt: instandhouden van het concurrentievermogen via een jaarlijkse actualisering van het minimumloon overeenkomstig de bepalingen van Wet 4172/2013.

De autoriteiten hebben het minimumloon geactualiseerd volgens de procedure van artikel 103 van Wet 4172/2013. Als gevolg hiervan is het minimumloon met 10,9% verhoogd en is het subminimumloon voor personen onder de 25 jaar afgeschaft (wat neerkomt opeen stijging van ongeveer 27%). De omvang van de stijging geeft aanleiding tot bezorgdheid over de werkgelegenheidsvooruitzichten (met name voor jonge en oudere laaggeschoolde werknemers) en over het concurrentievermogen op middellange termijn.

11

Investeringsvergunningen: goedkeuring van alle machtigingswetgeving op het gebied van vergunningen

Alle machtigingswetgeving is aangenomen door de uitvaardiging van een gezamenlijk ministerieel besluit (FEK/B/436 - 14.02.2019).

12

Energie: voltooiing van de overeengekomen afstoting van een deel van de bruinkoolgestookte capaciteit van de Openbare Elektriciteitsmaatschappij tegen eind 2018.

Na het mislukken van het aanbestedingsproces hebben de autoriteiten een herzien voorstel ingediend, dat in detail is besproken, waarbij de belangrijkste elementen duidelijk zijn geworden. Op 7 maart zijn wijzigingen aangenomen in een energiewet met bepalingen om de afstoting mogelijk te maken. Op 8 maart is bij de Commissie een geactualiseerd voorstel voor de aanbestedingsprocedure op basis van de besproken voorwaarden ingediend. Het voorstel voorziet in het hervatten van een versneld aanbestedingsproces dat uiterlijk in mei 2019 moet zijn afgerond. De hoofdpunten van het voorstel zijn:

·Een nieuwe waardering van de installaties, rekening houdend met vergelijkbare transacties

·Geen verwijzing naar een risicodelingsovereenkomst in de koop- en verkoopovereenkomst

·De koop- en verkoopovereenkomst zal door het Parlement worden goedgekeurd

·De RvB en de aandeelhouders van PPC hebben een wettelijke verplichting om de transactie te voltooien

Op 8 maart 2019 is de uitnodiging tot het indienen van blijken van belangstelling en het verzoek om bindende offertes gelanceerd.

Er zijn tussentijdse maatregelen geïmplementeerd in lijn met de beoogde tijdschema's. De VDR, met daarin de oorspronkelijke koop- en verkoopovereenkomst, is geopend en toegankelijk gemaakt voor de 6 bedrijven die blijken van belangstelling hebben ingediend en de geheimhoudingsovereenkomst hebben ondertekend. Dit zal de basis vormen voor besprekingen tussen deze investeerders en PPC.

13

Griekse Maatschappij voor Activa en Deelnemingen (HCAP): het Strategisch Plan van HCAP zal continu worden geïmplementeerd.

HCAP heeft het Strategisch Plan opgesteld dat in januari 2018 door de Algemene Vergadering is goedgekeurd. Op basis van het Strategisch Plan hebben de niet-beursgenoteerde dochterondernemingen bijgewerkte bedrijfsplannen ingediend bij HCAP. Bovendien heeft HCAP het bedrijfsplan van de Maatschappij voor de periode 2019-2021 opgesteld voor de implementatie van het Strategisch Plan en de vaststelling van essentiële prestatie-indicatoren voor de niet-beursgenoteerde dochterondernemingen.

14

HCAP: de overdracht van OAKA aan HCAP en de herstructurering van ETAD zullen eind 2018 voltooid zijn.

De herstructurering van ETAD is voltooid. De overdracht van OAKA neemt meer tijd in beslag dan oorspronkelijk gepland. De autoriteiten hebben een routekaart opgesteld voor de specifieke acties die in 2019 moeten worden ondernomen om de openstaande technische vraagstukken aan te pakken; dit lijkt aangewezen gezien de complexiteit van het project. Daarnaast zijn het Kabinetscomité en HCAP op 21 februari 2019 gestart met de implementatie van het coördinatiemechanisme voor staatsbedrijven.

15

Aanbestedingen Het plan voor ontwikkeling van activa van TAIPED zal op continue basis worden geïmplementeerd. De transacties met betrekking tot de AIA-concessie, Hellinikon en DESFA zullen eind 2018 zijn afgerond.

Plan voor ontwikkeling van activa (ADP): Het bijgewerkte ADP van TAIPED werd op 15 februari door KYSOIP bekrachtigd (FEK 461, 15 februari 2019). DESFA: De financiële afsluiting van de transactie werd afgerond op 20 december 2018. AIA: De overeenkomst tot verlenging van AIA is op 14 februari 2019 door het Griekse parlement geratificeerd en de betaling van de financiële transactie van 1,1 miljard EUR plus een jaarlijks percentage van 10,3% dat AIA vanaf 1 januari 2019 tot en met de sluitingsdatum naar evenredigheid heeft betaald, heeft op 22 februari 2019 plaatsgevonden, waarmee de transactie is beëindigd. Hellinikon: het project heeft enige vertraging opgelopen, met name wat betreft de toekenning van de casinovergunning en de goedkeuring van de stedenbouwkundige en milieuvergunningen. Belangrijke tussenstappen: i) het verzoek om een voorstel voor de toekenning van de casinovergunning is op 22 februari geüpload; ii) de studies over de stadsplanningszone, de ontwikkelingszone en het park werden op 6 februari 2019 door de investeerders bij de Griekse autoriteiten ingediend en de geïntegreerde milieueffectbeoordeling volgde op 18 februari. De geïntegreerde milieueffectrapportage is na de nodige correcties op 25 februari 2019 geüpload in het elektronische milieuregister. De openbare raadpleging is op 21.3.2019 van start gegaan. DEPA: op 7 maart 2019 is wetgeving met betrekking tot de herstructurering van DEPA aangenomen. De wetgeving effent de weg voor de overeengekomen privatiseringstransactie. Het zal belangrijk zijn ervoor te zorgen dat de overgangsbepalingen inzake werkgelegenheid in de wetgeving gericht blijven op de bestaande werknemers op hun huidige niveaus. Egnatia: alle acties die zijn opgenomen in de lijst die de Griekse autoriteiten en de instellingen zijn overeengekomen om de Egnatia-concessie weer op de rails te krijgen, zijn uitgevoerd. Er moeten alleen nog technische kwesties worden afgerond om Egnatia in staat te stellen over te gaan tot de bouw van alle resterende tolstations, terwijl de versterkte inspanningen voor een sluitende terugkoppeling met betrekking tot tunnelvergunningen moeten worden voortgezet.

16

Openbaar bestuur — Benoemingen. De implementatie van hervormingen om het openbaar bestuur te moderniseren zal worden voortgezet. Als onderdeel van deze inspanning zal Griekenland tegen eind 2018 hervormingen voltooien om het personeelsbeheer in de publieke sector en met name de benoeming van administratief secretarissen-generaal en alle directeuren-generaal overeenkomstig wet 4369/2016 te moderniseren.

Directeuren-generaal: alle benoemingen (90 posten) zijn voltooid. Administratief secretarissen: tot op heden zijn er geen (69) personen benoemd en als aanvullende maatregel hebben de autoriteiten een wet aangenomen inzake strategische aanwerving (die ook het aanwervingsplan koppelt aan de begrotingsstrategie voor de middellange termijn) en de versterking van de capaciteit van het ministerie van Administratieve Wederopbouw en: i) een geactualiseerd tijdschema verstrekt voor de voltooiing van de aanwervingen van administratief secretarissen tegen eind 2019; ii) ingestemd met de Commissie over de modaliteiten van de onafhankelijke beoordeling van de benoemingscycli van administratief secretarissen en directeuren-generaal, die uiterlijk in juni 2019 moeten zijn afgerond en waarvoor uiterlijk in september 2019 vervolgmaatregelen moeten zijn vastgesteld; iii) toegezegd een specifieke routekaart inzake de stroomlijning van beroepskwalificaties ("klados") te zullen opstellen, iv) toegezegd om de censusdatabase ("apografi") bij te werken om ook over stromen van vast personeel van privaatrechtelijke juridische entiteiten te rapporteren en een categorie van tijdelijk personeel van privaatrechtelijke juridische entiteiten die door NSRK/andere bronnen worden betaald op te nemen; v) toegezegd de eerste oproepen tot benoeming van afdelingshoofden uiterlijk eind maart 2019 te lanceren. Aanvullend hebben de autoriteiten de volgende maatregelen genomen: met betrekking tot wetgevingscodificatie is het goedkeuringsbesluit voor de aanbesteding voor het "digitale portaal" vastgesteld (5 maart 2019). De wettelijke bepalingen voor het "Centraal codificatiecomité" zijn voor openbare raadpleging uitgevaardigd en aan het Parlement voorgelegd (26 maart 2019). Daarnaast hebben de autoriteiten in verband met de belangrijke hervorming van de belastingdienst op 6 maart 2019 een wijziging goedgekeurd die het mogelijk maakt de eerste fase van de koppeling van functiegroepen aan functieomschrijvingen voor IAPR (FEK A 48/2019, artikel 64) te implementeren.

Er zijn gesprekken gaande met de autoriteiten over de salarisbepalingen die zijn opgenomen in een wetsontwerp van het ministerie van Economische Zaken en Ontwikkeling. De instellingen hebben hun bezorgdheid geuit over het feit dat de voorgestelde wijziging om het zogenaamde "persoonlijke verschil" uit te breiden, zou kunnen leiden tot ondermijning van de algemene beginselen van de hervorming van de uniforme salarisschaal.

(1)  Mededeling van de Commissie COM(2019)201 en het begeleidende werkdocument van de diensten van de Commissie SWD(2019)201 van 27 februari 2019.
(2)  De Europese Centrale Bank (ECB) neemt deel aan het verscherpt toezicht in overleg en in overeenstemming met de bevoegdheden van de ECB en levert aldus expertise op het gebied van het beleid voor de financiële sector en macro-kritische kwesties, zoals centrale begrotingsdoelstellingen en duurzaamheids- en financieringsbehoeften. Het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) neemt deel in de context van het systeem voor vroegtijdige waarschuwing van het ESM en in overeenstemming met het memorandum van overeenstemming van 27 april 2018 over de werkrelaties tussen de Europese Commissie en het ESM.
(3)   https://www.consilium.europa.eu/media/35749/z-councils-council-configurations-ecofin-eurogroup-2018-180621-specific-commitments-to-ensure-the-continuity-and-completion-of-reforms-adopted-under-the-esm-programme_2.pdf  
(4) Het equivalente mediaan inkomen voor een huishouden van de omvang die in aanmerking komt voor de hoogste drempel (twee volwassenen en drie personen ten laste) bedraagt ongeveer 18-20.000 EUR, afhankelijk van de leeftijd van de kinderen.
(5) https://www.bankingsupervision.europa.eu/ecb/legal/pdf/en_con_2019_09_f_sign_.pdf