|
11.2.2020 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 47/81 |
Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over het verslag van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s — Burgerschaps- en verblijfsregelingen voor investeerders in de Europese Unie
(COM(2019) 12 final)
(2020/C 47/12)
Rapporteur: Jean-Marc ROIRANT
|
Raadpleging |
Commissie, 12.3.2019 |
|
Rechtsgrondslag |
Artikel 304 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie |
|
Bevoegde afdeling |
Werkgelegenheid, Sociale Zaken en Burgerschap |
|
Goedkeuring door de afdeling |
15.10.2019 |
|
Goedkeuring door de voltallige vergadering |
30.10.2019 |
|
Zitting nr. |
547 |
|
Stemuitslag (voor/tegen/onthoudingen) |
213/1/5 |
1. Conclusies en aanbevelingen
|
1.1. |
Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) sluit zich aan bij de oproep van het Europees Parlement in een recent verslag (1) om alle investeerdersregelingen geleidelijk af te schaffen en dringt er bij de lidstaten op aan om deze aanbeveling op te volgen of redelijke argumenten en bewijzen aan te dragen om dit niet te doen. |
|
1.2. |
In afwachting daarvan erkent het EESC dat de groep van deskundigen uit de lidstaten die door de Commissie is opgericht, om de risico’s van de in hoofdstuk 3 beschreven burgerschaps- en verblijfsregelingen voor investeerders aan te pakken en haar primaire mandaat te vervullen, zich zou moeten concentreren op:
|
|
1.3. |
Deze maatregelen moeten worden ondersteund door nauwlettend toezicht op en handhaving van sancties door de Commissie voor zover dit op grond van het communautaire acquis toegestaan is. |
|
1.4. |
Het EESC beveelt aan dat de lidstaten ertoe worden aangezet om een due-diligenceprocedure zonder specifieke tijdsbeperkingen toe te passen die is afgestemd op het hoge risicoprofiel van de aanvragers, d.w.z. met strengere due-diligencenormen, zoals beschreven in de vijfde antiwitwasrichtlijn (2). Dit zou ook moeten gelden voor elke geldschieter ingeval aanvragers de mogelijkheid krijgen om een beroep te doen op derden om hun investering te verrichten. |
|
1.5. |
De Commissie zou een coördinatiemechanisme moeten invoeren dat de lidstaten in staat stelt om informatie uit te wisselen over succesvolle en afgewezen aanvragen voor burgerschap en verblijfsvergunningen. Dit zou kunnen gebeuren in de vorm van gekoppelde centrale registers met informatie over de due-diligenceprocedure in het kader waarvan een aanvraag is afgewezen, en de onderliggende redenen voor een dergelijk besluit, om “shoppen” in verschillende lidstaten te ontmoedigen. Bij de bekendmaking van de redenen voor de afwijzing moet rekening worden gehouden met de eventuele bezorgdheid van veiligheidsinstanties over de openbare veiligheid of de internationale samenwerking tussen agentschappen. |
|
1.6. |
Het EESC zou graag zien dat alle agenten en tussenpersonen die diensten aan aanvragers verlenen, de antiwitwasvoorschriften van de vijfde antiwitwasrichtlijn in acht nemen. |
|
1.7. |
De EU zou er voorts voor moeten pleiten dat agenten die diensten aan aanvragers verlenen, geaccrediteerd zijn en een gedragscode naleven met minimumcriteria en -vereisten die op EU-niveau geharmoniseerd zijn. Agenten die er niet in slagen om nauwkeurige en betrouwbare documentatie ter aanvaarding van de aanvraag op te stellen, moeten kunnen worden bestraft en moeten bij herhaald falen hun vergunning/accreditatie verliezen. |
|
1.8. |
Hoewel het EESC erkent dat overheden wellicht gespecialiseerde agentschappen zullen moeten inhuren om de nodige controles uit te voeren, dringt het erop aan dat overheden de hoofdverantwoordelijkheid blijven behouden voor het aanvaarden of afwijzen van aanvragers. Ook moeten overheden een reeks maatregelen handhaven om belangenconflicten of omkopingsrisico’s te voorkomen. Gespecialiseerde agentschappen moeten met name worden geselecteerd op basis van gedegen contractbeginselen waarbij meer belang wordt gehecht aan de kwaliteit van de dienstverlening dan aan de kosten. Zij mogen de regelingen niet verkopen of aan de aanvragers aanvullende diensten verlenen, en hun beloning mag niet afhangen van de resultaten van de aanvragen. |
|
1.9. |
Het is ook van cruciaal belang dat elk rapport over de verscherpte due-diligence waarbij risico’s in kaart worden gebracht, wordt besproken met het betrokken overheidsagentschap om ervoor te zorgen dat de betrokken lidstaten een volledig beeld hebben van de aard en het niveau van de risico’s en dat zij ten volle begrijpen of de door het gespecialiseerde agentschap gehanteerde bronnen en onderzoekstechnieken in overeenstemming zijn met de beginselen inzake goede praktijken. Passende nota’s en documenten met betrekking tot besluiten moeten worden bewaard overeenkomstig de verjaringstermijnen die voor misdrijven m.b.t. vervalsing van documenten en omkoping gelden. |
|
1.10. |
De lidstaten moeten ervoor zorgen dat de programma’s gepaard gaan met sterke governance- en toezichtmechanismen en dat zij aan publiek toezicht worden onderworpen. De burgers moeten worden geïnformeerd over de doelstellingen, risico’s en voordelen van de burgerschaps- en verblijfsregelingen voor investeerders. Het EESC benadrukt dat het belangrijk is dat informatie over aanvragers van burgerschaps- en verblijfsregelingen voor investeerders toegankelijk is voor het publiek, en verzoekt de Commissie de lidstaten aan te moedigen om systematisch informatie over de regelingen te verzamelen en te publiceren in een open gegevensformaat en op een geharmoniseerde en vergelijkbare basis. |
|
1.11. |
Volgens het EESC is het van belang dat de lidstaten regelmatig effectbeoordelingen uitvoeren en zo nodig aanpassingen doorvoeren, dat zij onafhankelijk toezicht op de regelingen uitoefenen, dat zij regelmatig audits uitvoeren en de resultaten daarvan overeenkomstig de toepasselijke wetgeving bekendmaken. |
|
1.12. |
De lidstaten moeten voorts voorzien in degelijke klokkenluidersregelingen voor personeel en burgers om problemen en wanpraktijken te melden. Ook moeten ze mechanismen inbouwen voor het intrekken van het burgerschap en het verblijfsrecht ingeval nieuw bewijs van corruptie of criminaliteit aan het licht komt. Besluiten over het ontnemen van het staatsburgerschap moeten worden genomen in overeenstemming met de nationale en EU-wetgeving. |
2. Achtergrond en inhoud van het verslag van de Commissie
|
2.1. |
Nationaliteit is een band tussen een burger en de staat. Het burgerschap van een land is van oudsher gebaseerd op de verwerving van het geboorterecht, hetzij door afstamming (jus sanguinis), hetzij door geboorte op het grondgebied (jus soli). Staten kunnen ook het burgerschap toekennen aan personen die aan bepaalde voorwaarden voldoen of die kunnen aantonen dat zij een reële band met het land hebben (naturalisatie). Zo zij gedacht aan de verplichting om een permanente verblijfplaats in de betrokken lidstaat te verwerven en te behouden, als blijk van het voornemen van de aanvrager om een deel van zijn belangen naar de betrokken lidstaat over te brengen. |
|
2.2. |
De afgelopen decennia heeft een groot aantal EU-lidstaten burgerschaps- en verblijfsregelingen voor investeerders opgezet om investeringen aan te trekken in ruil voor het burgerschap of verblijfsrechten in het betrokken land. |
|
2.3. |
In een resolutie van 16 januari 2014 (3) heeft het Europees Parlement zijn bezorgdheid geuit over het feit dat nationale regelingen voor de “rechtstreekse of onrechtstreekse verkoop” van het EU-burgerschap het concept van het EU-burgerschap zelf ondermijnen. In een debat op 30 mei 2018 heeft het Europees Parlement een reeks risico’s besproken die verband houden met de burgerschaps- en verblijfsregelingen voor investeerders (4). De kwestie werd verder behandeld in de Bijzondere Commissie financiële misdrijven, belastingontduiking en belastingontwijking (TAX3) van het Europees Parlement. In het eindverslag van TAX3 (5) wordt een aantal belangrijke mitigatiemaatregelen uiteengezet om de risico’s van de genoemde regelingen te beperken, samen met een oproep aan de lidstaten om alle bestaande regelingen zo snel mogelijk af te schaffen. In afwachting van de definitieve intrekking van de regelingen wordt de Commissie in het verslag verzocht om streng toe te zien op de uitvoering van due-diligenceonderzoeken m.b.t. aanvragers, te zorgen voor een betere gegevensverzameling, alsook de uitwisseling van informatie tussen de lidstaten te coördineren. |
|
2.4. |
Op 23 januari 2019 heeft de Commissie een verslag (6) uitgebracht waarin de relevante nationale wettelijke kaders en praktijken worden onderzocht en de belangrijkste risico’s, uitdagingen en problemen in verband met deze regelingen worden beschreven. |
|
2.5. |
In het verslag van de Commissie wordt uitgelegd hoe de regelingen risico’s met zich meebrengen op het gebied van veiligheid, witwassen van geld, belastingontduiking en omzeiling van de EU-regels. Deze risico’s worden volgens het verslag nog vergroot doordat de manier waarop sommige regelingen worden toegepast, weinig transparant is en de lidstaten onderling niet samenwerken. De Commissie heeft zich ertoe verbonden om er verder op toe te zien of de burgerschaps- en verblijfsregelingen in overeenstemming zijn met het EU-recht, en zo nodig maatregelen te nemen. Om een en ander te verbeteren en specifieke maatregelen vast te stellen om de uit de regelingen voortvloeiende problemen aan te pakken, heeft de Commissie een groep van deskundigen opgericht die dit jaar al twee keer is bijeengekomen om zich te buigen over de risico’s die met de burgerschapsregelingen voor investeerders gepaard gaan, en risicobeperkende maatregelen vast te stellen. |
|
2.6. |
De meeste van deze regelingen zijn ingevoerd in de nasleep van de financiële crisis van 2007. Een aantal Europese landen die zwaar door de crisis zijn getroffen, hebben dit wellicht gezien als een kans op economisch herstel. Gezien de concurrentie tussen landen om directe buitenlandse investeringen aan te trekken kan dit tot verschillende normen en eisen hebben geleid. |
3. Algemene opmerkingen
3.1. Risico’s en bedreigingen voor de EU
|
3.1.1. |
Het EESC is ingenomen met het verslag van de Commissie, dat een grondige analyse bevat en een duidelijke beschrijving geeft van de verschillende soorten risico’s die deze regelingen voor alle EU-burgers en de EU als geheel met zich meebrengen. Het toont met name aan dat burgerschaps- en verblijfsregelingen voor investeerders, indien zij niet op de juiste wijze worden toegepast, inherente risico’s van corruptie, witwassen van geld, veiligheid en belastingontduiking met zich mee kunnen brengen, waardoor zowel de afzonderlijke lidstaten die dergelijke regelingen toepassen als de hele EU aan deze bedreigingen worden blootgesteld. |
|
3.1.2. |
Het EESC is van mening dat de vraag kan rijzen of sommige van deze regelingen wel in overeenstemming zijn met de beginselen en doelstellingen van de EU, waaronder het beginsel van loyale samenwerking. |
3.2. Onderscheid tussen burgerschaps- en verblijfsregelingen voor investeerders
|
3.2.1. |
Het EESC is het ermee eens dat er geen onderscheid mag worden gemaakt tussen de manier waarop de risico’s van burgerschaps- dan wel verblijfsregelingen voor investeerders worden aangepakt. |
|
3.2.2. |
Hoewel de gevolgen van de toekenning van een paspoort dan wel een visum aanzienlijk verschillen wat betreft de rechten die zij verlenen, houden beide soorten regelingen even grote veiligheidsrisico’s in en moeten zij derhalve gepaard gaan met even strenge mitigatiemaatregelen. Dit is met name van belang om te voorkomen dat de meest risicovolle kandidaten in plaats van het burgerschap een verblijfsregeling gaan aanvragen. |
|
3.2.3. |
Hoewel verblijfsregelingen minder riskant kunnen lijken vanwege hun tijdelijke aard, fungeren zij ook als toegangspoort tot een permanente status. In sommige landen kunnen de begunstigden van een verblijfsvisum voor investeerders al na enkele jaren een aanvraag voor een permanente verblijfstitel of burgerschap indienen. |
3.3. Risico’s van witwassen en corruptie
|
3.3.1. |
In het verslag van de Commissie wordt benadrukt hoe risicobereidheid in combinatie met ontoereikende veiligheids- en due-diligencecontroles van aanvragers de deur van de EU voor corrupte personen zou kunnen openzetten. |
|
3.3.2. |
In het verslag wordt een aantal potentiële lacunes en grijze zones aangegeven met betrekking tot veiligheids- en due-diligencecontroles. Een en ander geeft met name aanleiding tot bezorgdheid over de wijze waarop burgerschapsverzoeken door de nationale autoriteiten worden behandeld en over de wisselwerking daarvan met de EU-regels. |
|
3.3.3. |
Het EESC stelt vast dat, ondanks het hoge risicoprofiel van de aanvragers, in het algemeen geen systematische verscherpte due-diligencecontroles worden uitgevoerd. Bovendien worden personen ten laste of derden die middelen verstrekken om de aanvrager te ondersteunen, niet stelselmatig onderworpen aan strikte due-diligencecontroles en -verificaties. |
|
3.3.4. |
Het EESC begrijpt dat het snel toegang verschaffen tot burgerschap of verblijf, soms al binnen enkele maanden, een van de belangrijkste verkoopargumenten van deze regelingen is. Hiermee wordt gewoonlijk expliciet geadverteerd. Het profiel en de herkomst van de aanvragers maken het echter vaak moeilijk om passende due-diligence- en veiligheidscontroles uit te voeren en binnen de gestelde termijn betrouwbare bedrijfsinlichtingenrapporten op te stellen. |
|
3.3.5. |
Het ontbreken van minimumnormen maakt dat niet alle lidstaten even selectief zijn, wat twijfels doet rijzen over de strengheid van de controles en verificaties waaraan ze worden onderworpen. |
|
3.3.6. |
Sommige lidstaten die verblijfsregelingen voor investeerders toepassen, lijken niet over een procedure te beschikken om proactief de veiligheidsproblemen aan te pakken die soms pas na de toekenning van een verblijfstitel aan het licht komen. |
|
3.3.7. |
Het EESC beklemtoont voorts dat er een aanzienlijk risico bestaat dat de EU-regels ter bestrijding van het witwassen van geld worden omzeild, aangezien de tussenpersonen en instanties via welke de door de aanvragers betaalde middelen worden gekanaliseerd, niet kunnen worden beschouwd als meldingsplichtige entiteiten in de zin van de vierde en vijfde antiwitwasrichtlijnen. Bovendien vereisen niet alle lidstaten dat de investering wordt gedaan via een nationale bank die onderworpen is aan de antiwitwasverplichtingen van de EU, en in gevallen waarin betalingen in contanten rechtstreeks aan overheidsinstanties worden gedaan, vallen ook deze overdrachten niet onder de antiwitwaswetgeving van de EU. |
3.4. Tekortkomingen op het gebied van governance en transparantie
|
3.4.1. |
Het EESC vreest dat de ontoereikende verantwoordingsplicht en de beperkte transparantie van de burgerschaps- en verblijfsregelingen voor investeerders ook corruptie in de hand kunnen werken. Het gebrek aan transparantie en integriteit stelt overheidsfunctionarissen en ook de staat zelf bloot aan corruptierisico’s. Structurele zwakke punten van de burgerschaps- en verblijfsregelingen voor investeerders zijn mogelijk onder meer: de grote discretionaire bevoegdheid bij de besluitvorming, het gebrek aan behoorlijk onafhankelijk toezicht en het risico van belangenconflicten van particuliere agenten en tussenpersonen die betrokken zijn bij zowel de aanvraag- als de due-diligenceprocedure. |
|
3.4.2. |
Het EESC is met name ongerust dat dergelijke structurele zwakheden en de ondoorzichtigheid in een sector waarin veel geld circuleert en die te maken heeft met klanten met een hoog nettovermogen, overheden kunnen blootstellen aan ongepaste beïnvloeding, machtsmisbruik en omkoping. Kortom, deze regelingen houden niet alleen het risico in dat corrupte personen de lidstaten binnenkomen, maar ook dat de autoriteiten zelf corrupt worden. |
|
3.4.3. |
Het EESC begrijpt dat in sommige rechtsgebieden overheden zelf due-diligenceonderzoeken verrichten, terwijl er in andere rechtsgebieden gespecialiseerde agentschappen worden ingehuurd om de controles uit te voeren die vervolgens in de uiteindelijke beslissing zullen worden meegenomen. Verder wijst het erop dat regeringen in ieder geval in eerste instantie verantwoordelijk moeten blijven voor het aanvaarden of afwijzen van aanvragen, waarbij zij de resultaten van het due-diligenceonderzoek moeten gebruiken om hun besluit te onderbouwen. Ingeval deze belangrijke stap in de aanvraagprocedure wordt overgelaten aan gespecialiseerde agentschappen, waarschuwt het EESC voor mogelijke risico’s van belangenverstrengeling en omkoping, en is het van mening dat dergelijke agentschappen niet door de staat mogen worden gecontracteerd om due-diligenceonderzoeken van aanvragers te verrichten terwijl ze ook tegelijkertijd diensten en advies aan de aanvragers kunnen verlenen. |
|
3.4.4. |
Het EESC zou graag zien dat er meer officiële cijfers beschikbaar komen over de omvang van het fenomeen (omvang van de investeringen, aantal aanvragers, begunstigden, nationaliteiten, bedrag en impact van de investeringen enz.). Het betreurt dat ondanks de toenemende publieke belangstelling, zelfs basisinformatie over aanvragers van burgerschaps- en verblijfsregelingen voor investeerders, en over hun investeringen nog steeds geheim wordt gehouden. |
3.5. De EU-dimensie
|
3.5.1. |
In het verslag van de Commissie wordt de EU-dimensie van het probleem in het licht gesteld. Niet alleen wordt de EU gebruikt als een belangrijk verkoopargument om investeerders aan te trekken, maar een besluit van een lidstaat om een paspoort of een visum te verstrekken kan ook negatieve gevolgen hebben voor andere lidstaten en de EU als geheel, aangezien door een dergelijk besluit toegang wordt verleend tot het hele Schengengebied en de hele eengemaakte markt. |
|
3.5.2. |
Het EESC is het ermee eens dat de reputatie van het EU-burgerschap en het gemeenschappelijke geheel van rechten en waarden op het spel staan en herhaalt het standpunt van het Parlement en de woorden van een voormalige commissaris (7) dat “het EU-burgerschap niet te koop mag zijn”. |
|
3.5.3. |
Het verlenen van burgerschap en verblijfstitels — de voordelen, ethische implicaties en risico’s ervan — heeft derhalve gevolgen voor alle EU-burgers. Desondanks blijven de EU-burgers in het duister tasten over de toepassing van deze regelingen, over de vraag hoe hun nationale regeringen de onvermijdelijke risico’s van burgerschaps- en verblijfsregelingen aan vermogende particulieren al dan niet kunnen beperken en over de vraag waar de investeringen die in het kader van deze regelingen worden gedaan, uiteindelijk naartoe gaan. |
|
3.5.4. |
Het EESC erkent dat het gebrek aan geharmoniseerde normen en praktijken op EU-niveau een nivellering naar beneden in termen van due-diligencenormen en transparantie in de hand kan werken, samen met het “shoppen” in verschillende rechtsgebieden door risicovolle personen op zoek naar een paspoort. In het verslag van de Commissie wordt benadrukt dat dit risico nog toeneemt door het huidige gebrek aan overleg en informatie-uitwisseling tussen de lidstaten over investeerders die het burgerschap aanvragen. In de praktijk betekent dit dat een aanvraag die in een lidstaat om veiligheids- en witwasredenen wordt afgewezen, in een andere lidstaat kans van slagen heeft. Het EESC acht het daarom nuttig dat de lidstaten in het kader van de aanvraag van het staatsburgerschap van de investeerder de verplichting invoeren om een geldig Schengenvisum voor te leggen. |
|
3.5.5. |
Het EESC is van mening dat, hoewel de toepassing van de burgerschaps- en verblijfsregelingen voor investeerders van land tot land verschilt, een aanpak per geval, gericht op specifieke problemen die in de afzonderlijke landen zijn vastgesteld, niet voldoende is en dat een gecoördineerde aanpak op EU-niveau nodig is om dit probleem op te lossen. |
3.6. Belastingontduiking en andere soorten risico’s
|
3.6.1. |
Zoals het Europees Parlement (8) en de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) (9) onlangs hebben aangegeven, zouden burgerschaps- en verblijfsregelingen voor investeerders kunnen worden misbruikt voor belastingontduiking, aangezien zij investeerders in staat stellen in hun eigen rechtsgebied fiscale ingezetenen te blijven en tegelijkertijd te profiteren van de fiscale voordelen van de genoemde burgerschaps- en verblijfsregelingen. |
|
3.6.2. |
De regelingen die toegang bieden tot bijzondere belastingregelingen zijn aangemerkt als bijzonder riskant en kunnen leiden tot belastingontduiking. Zij maken het met name voor particulieren mogelijk om de rapportering in het kader van de gezamenlijke rapportagestandaard te omzeilen. De OESO heeft twee EU-lidstaten opgenomen in haar lijst van rechtsgebieden die burgerschaps- en verblijfsregelingen voor investeerders aanbieden die een groot risico voor de integriteit van de rapportagestandaard kunnen vormen (10). |
|
3.6.3. |
De in par. 2.3 en 3.6.1 genoemde studie van het Europees Parlement wijst op andere soorten risico’s van burgerschaps- en verblijfsregelingen voor investeerders, zoals macro-economische risico’s als gevolg van de volatiliteit van dit soort investeringsstromen, sociaal-economische risico’s als gevolg van de prijsinflatie op de vastgoedmarkt, of politieke risico’s, zoals het risico dat het vertrouwen in de EU-instellingen wordt ondermijnd en de reputatie van het EU-burgerschap wordt geschaad, waardoor de mobiliteit en het vrije verkeer van EU-burgers in de toekomst mogelijk in gevaar komen. Voorts wordt gewezen op de risico’s van toenemende discriminatie tussen categorieën migranten. Het is dan ook belangrijk dat de lidstaten duidelijk maken welke risico’s zij bereid zijn te nemen in het licht van de verwachte voordelen en gevolgen, en dat zij regelmatig effectbeoordelingen uitvoeren om ervoor te zorgen dat de voordelen groter zijn dan de risico’s. |
4. Specifieke opmerkingen
4.1. Rol van de particuliere sector
|
4.1.1. |
Bij de beoordeling van de rol van particuliere ondernemingen in de governance van burgerschaps- en verblijfsregelingen voor investeerders erkent het EESC dat er twee verschillende soorten ondernemingen bestaan. De eerste categorie bestaat uit ondernemingen die door de staat zijn gecontracteerd om het programma te beheren, aanvragen te verwerken en aanvragers te screenen, en de tweede categorie zijn ondernemingen die diensten verlenen aan investeerders en hen helpen bij het indienen van aanvragen voor het programma, ongeacht of zij al dan niet geaccrediteerd zijn. |
|
4.1.2. |
Hoewel het EESC erkent dat particuliere ondernemingen die door de staat zijn gecontracteerd, een nuttige rol kunnen spelen bij het verrichten van due-diligenceonderzoeken van aanvragers en de nodige achtergrondcontroles alsook bij het opstellen van bedrijfsinlichtingenrapporten, waarschuwt het ervoor om deze ondernemingen niet te belasten met risicobeoordeling of besluitvorming. Het EESC dringt erop aan dat deze verantwoordelijkheid bij de bevoegde overheden blijft liggen. |
|
4.1.3. |
Het EESC maakt zich grote zorgen over de promotie van EU-rechten en EU-burgerschap als een product dat te koop wordt aangeboden. Het is tevens bijzonder beducht voor belangenconflicten als ondernemingen die werden gecontracteerd om aanvragers te screenen, ook aanverwante commerciële activiteiten verrichten of aanvullende diensten aan potentiële investeerders verlenen. |
|
4.1.4. |
Wat particuliere agenten en ondernemingen betreft die diensten verlenen aan investeerders die een burgerschaps- of verblijfsregeling aanvragen, betreurt het EESC het feit dat, ondanks het risicoprofiel van hun welkome klanten, de ondernemingen en personen die in de sector van de burgerschaps- en verblijfsregelingen werkzaam zijn, niet stelselmatig onderworpen zijn aan wettelijke regelgeving, noch worden beschouwd als meldingsplichtige entiteiten in het kader van antiwitwasregels. |
|
4.1.5. |
Voorts begrijpt het EESC dat niet alle lidstaten die diensten verlenen aan aanvragers, een accreditatie en/of vergunning van tussenpersonen vergen, d.w.z. dat deze tussenpersonen niet noodzakelijk moeten slagen voor een bekwaamheids- en eerbaarheidstest (“fit and proper”-test) en niet moeten voldoen aan een aantal minimale accreditatievereisten, waaronder de bevestiging dat tussenpersonen gereglementeerde beroepsbeoefenaren zijn, de beschikbaarstelling van informatie over de uiteindelijk begunstigden en een belangenverklaring. Het EESC zou daarom graag zien dat er een verplichte gedragscode wordt ingevoerd, dat er toezicht wordt gehouden op gereguleerde beroepsbeoefenaren door een bevoegde nationale instantie en dat er informatie over gereguleerde beroepsbeoefenaren wordt verstrekt via een openbaar toegankelijk register van dienstverleners. |
4.2. De externe dimensie
|
4.2.1. |
Het EESC maakt zich zorgen over de risico’s voor de EU van burgerschaps- en verblijfsregelingen voor investeerders die zijn opgezet door derde landen waarmee de EU visumvrije overeenkomsten heeft gesloten, zoals de toetredingslanden, de landen van het Oostelijk Partnerschap en de landen in het Caribisch gebied en de Stille Oceaan. Het onderschrijft de aanbeveling van de Commissie om de toekenning van de visumvrije status aan derde landen afhankelijk te stellen van de hoogst mogelijke normen voor de tenuitvoerlegging van de genoemde burgerschaps- en verblijfsregelingen en om de bestaande visumvrije regelingen in het licht van deze normen te herzien. |
|
4.2.2. |
In het kader van het streven naar een geleidelijke afschaffing van de bestaande regelingen in de EU beveelt het EESC aan de toetredingslanden bij hun toetreding niet toe te staan burgerschaps- of verblijfsregelingen voor investeerders toe te passen, zodat er geen nieuwe regelingen aan de bestaande worden toegevoegd. |
Brussel, 30 oktober 2019.
De voorzitter
van het Europees Economisch en Sociaal Comité
Luca JAHIER
(1) http://www.europarl.europa.eu/cmsdata/162244/P8_TA-PROV(2019)0240.pdf
(2) Richtlijn (EU) 2018/843 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/849 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, en tot wijziging van de Richtlijnen 2009/138/EG en 2013/36/EU (PB L 156 van 19.6.2018, blz. 43), https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:32018L0843&from=NL
(3) Resolutie van het Europees Parlement van 16 januari 2014 over het te koop aanbieden van het EU-burgerschap (PB C 482 van 23.12.2016, blz. 117), http://www.europarl.europa.eu/sides/getDoc.do?pubRef=-//EP//TEXT+TA+P7-TA-2014-0038+0+DOC+XML+V0//NL
(4) http://www.europarl.europa.eu/doceo/document/CRE-8-2018-05-30-ITM-019_NL.html?redirect
(5) http://www.europarl.europa.eu/cmsdata/162244/P8_TA-PROV(2019)0240.pdf
(6) https://ec.europa.eu/info/sites/info/files/com_2019_12_final_report.pdf
(7) https://europa.eu/rapid/press-release_SPEECH-14-18_en.htm
(8) http://www.europarl.europa.eu/RegData/etudes/STUD/2018/627128/EPRS_STU(2018)627128_EN.pdf
(9) https://www.oecd.org/tax/automatic-exchange/crs-implementation-and-assistance/residence-citizenship-by-investment
(10) http://www.oecd.org/tax/automatic-exchange/crs-implementation-and-assistance/residence-citizenship-by-investment