|
De overwogen opties omvatten een reeks CO2-reductietrajecten tot 2030.
Er zijn verschillende opties voor de niveaus van de doelstellingen overwogen, waarbij de CO2-emissiereducties voor zware bedrijfsvoertuigen in 2030 variëren tussen 3 % en 8 % ten opzichte van het referentiescenario. Tegen 2030 zullen de NOx-emissies afnemen met 1,3 tot 4,7 % en PM2,5-emissies met maximaal 0,6 %.
Naar verwachting zullen er aanzienlijke nettovoordelen zijn voor de samenleving als geheel en voor vervoerondernemers en consumenten. Deze nemen toe naarmate de CO2-doelstellingen strikter worden. Netto economische voordelen vanuit een maatschappelijk oogpunt, met inbegrip van vermeden CO2-kosten, variëren tussen 9 377 en 52 369 EUR per in 2025 ingeschreven vrachtauto en tussen 41 567 en 87 278 EUR per in 2030 ingeschreven vrachtauto.
Vanuit het oogpunt van het eerste en tweede gebruik variëren cumulatieve nettobesparingen, d.w.z. het verschil tussen brandstofbesparingen en productiekosten, tussen 5 413 en 37 589 EUR per vrachtauto in 2025 en tussen 22 032 en 82 429 EUR per vrachtauto in 2030. Dit komt overeen met een besparing van 1 tot 4 % van de exploitatiekosten in 2025 en van 3 tot 12 % in 2030.
Uit een beoordeling van de kostenefficiënte technologieën die reeds beschikbaar zijn of binnenkort beschikbaar zullen komen, blijkt dat met de volledige uitrol ervan in 2025 emissiereducties van 15 tot 20 % ten opzichte van het referentiescenario behaald kunnen worden.
Meer onzekerheden over de prestaties en de kosten van meer geavanceerde technologieën, en in het bijzonder alternatieve aandrijflijnen die afhankelijk zijn van het bestaan van een infrastructuur voor alternatieve brandstoffen, kunnen op de haalbaarheid van opties met hogere doelstellingen in 2030 van invloed zijn.
De totale kosten van vrachtvervoer door zware bedrijfsvoertuigen per activiteit zijn licht afgenomen, met minder dan 1 % in 2025 en in de orde van grootte van 1 tot 3 % in 2030.
|