EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 19.12.2018
COM(2018) 892 final
2018/0432(COD)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
om de voortzetting van de territoriale samenwerkingsprogramma's Peace IV (Ierland-Verenigd Koninkrijk) en Verenigd Koninkrijk-Ierland (Ierland/Noord-Ierland/Schotland) mogelijk te maken in het kader van de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie
TOELICHTING
1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL
•Motivering en doel van het voorstel
Op 29 maart 2017 heeft het Verenigd Koninkrijk kennisgegeven van zijn voornemen om zich uit de Unie terug te trekken krachtens artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie. Dit betekent dat, als het terugtrekkingsakkoord niet wordt geratificeerd, vanaf 30 maart 2019 ("de terugtrekkingsdatum") de primaire en secundaire wetgeving van de Unie niet langer van toepassing is op het Verenigd Koninkrijk. Het Verenigd Koninkrijk wordt dan een derde land.
In de mededeling van de Commissie "Voorbereidingen voor de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie op 30 maart 2019: een noodplan" staat: "De Commissie hecht ook aan de voortzetting van de thans lopende programma’s Peace en Interreg tussen de aangrenzende graafschappen van Ierland en Noord-Ierland, waaraan het Verenigd Koninkrijk deelneemt."
De Europese Raad (artikel 50) heeft op 13 december 2018 opnieuw opgeroepen om de werkzaamheden ter voorbereiding op de gevolgen van de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk op alle niveaus te intensiveren, rekening houdend met alle mogelijke resultaten. Deze handeling maakt deel uit van een pakket maatregelen die de Commissie vaststelt in antwoord op die oproep.
Het doel van dit voorstel is te zorgen voor de voortzetting van twee bilaterale samenwerkingsprogramma’s waarbij Ierland betrokken is, namelijk het Peace IV-programma (Ierland-Verenigd Koninkrijk) en het programma Verenigd Koninkrijk-Ierland (Ierland/Noord-Ierland/Schotland).
•Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein
Het doel van dit voorstel is te zorgen voor de voortzetting van bestaande programma’s.
•Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie
Dit voorstel is volledig in overeenstemming met het mandaat van de Raad voor de onderhandelingen met het Verenigd Koninkrijk over zijn terugtrekking uit de Unie.
2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID
•Rechtsgrondslag
Artikel 178 VWEU.•Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)
Aangezien de voorgestelde handeling de voortzetting van twee samenwerkingsprogramma’s in het kader van Verordening (EU) nr. 1299/2013 beoogt, is de naleving van het subsidiariteitsbeginsel van deze programma's al onderzocht op het tijdstip van de vaststelling van die verordening.
•Evenredigheid
Het voorstel geldt als evenredig aangezien het de nodige juridische wijzigingen omvat maar tegelijkertijd niet verder gaat dan wat nodig is om de ordelijke voortzetting van de twee Noord-zuid-samenwerkingsprogramma's waarbij Noord-Ierland betrokken is te bereiken.
•Keuze van het instrument
Aangezien de handeling voortbouwt op Verordening (EU) nr. 1299/2013 is een voorstel voor een verordening de enige passende vorm.
Aangezien deze verordening, die in werking zal treden op de dag na de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie, slechts van toepassing zal zijn indien geen terugtrekkingsakkoord met het Verenigd Koninkrijk overeenkomstig artikel 50, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie in werking is getreden op de datum waarop de Verdragen niet meer van toepassing zijn op en in het Verenigd Koninkrijk, is de voorgestelde ad-hoc-handeling passender dan een wijzigingsverordening.
3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING
•Raadpleging van belanghebbenden
Het voorstel moest dringend worden voorbereid zodat het tijdig kan worden aangenomen door de medewetgevers. Daardoor kon geen raadpleging van de belanghebbenden worden uitgevoerd.
•Effectbeoordeling
Overeenkomstig de richtsnoeren voor betere regelgeving is gezien de aard van de voorgestelde maatregel geen effectbeoordeling verricht. Er zijn geen andere materieel verschillende beleidsopties mogelijk. De voorgenomen maatregel is de enige levensvatbare beleidsoptie om te zorgen voor de ordelijke voortzetting van twee bilaterale samenwerkingsprogramma’s waarbij Ierland betrokken is, namelijk het Peace IV-programma (Ierland-Verenigd Koninkrijk) en het programma Verenigd Koninkrijk-Ierland (Ierland/Noord-Ierland/Schotland), na de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie.
4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING
Het doel van dit voorstel is te zorgen voor de voortzetting van twee bilaterale samenwerkingsprogramma’s waarbij Ierland betrokken is, namelijk het Peace IV-programma (Ierland-Verenigd Koninkrijk) en het programma Verenigd Koninkrijk-Ierland (Ierland/Noord-Ierland/Schotland), zonder wijziging van de toegewezen bedragen en de financiering ervan indien het terugtrekkingsakkoord niet wordt geratificeerd. De beide programma's blijven financiering ontvangen uit de begroting van de Unie. De mogelijkheid om de nodige controles en audits uit te voeren in alle deelnemende regio's moet worden bevestigd door een overeenkomst tussen de Commissie en de autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk en vormt een voorwaarde voor de financiering.
2018/0432 (COD)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
om de voortzetting van de territoriale samenwerkingsprogramma's Peace IV (Ierland-Verenigd Koninkrijk) en Verenigd Koninkrijk-Ierland (Ierland/Noord-Ierland/Schotland) mogelijk te maken in het kader van de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 178,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité,
Gezien het advies van het Comité van de Regio's,
Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)Op 29 maart 2017 heeft het Verenigd Koninkrijk kennisgegeven van zijn voornemen om zich uit de Unie terug te trekken krachtens artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie. De Verdragen zullen niet langer van toepassing zijn op het Verenigd Koninkrijk vanaf de datum van inwerkingtreding van het terugtrekkingsakkoord of, bij gebreke daarvan, na verloop van twee jaar na de kennisgeving, d.w.z. vanaf 30 maart 2019, tenzij de Europese Raad met instemming van het Verenigd Koninkrijk unaniem tot verlenging van deze termijn besluit.
(2)De terugtrekking vindt plaats tijdens de programmeringsperiode 2014-2020, waarin het Verenigd Koninkrijk deelneemt aan vijftien programma’s in het kader van de doelstelling "Europese territoriale samenwerking" ("samenwerkingsprogramma’s"). Bij twee van die programma’s is Noord-Ierland betrokken en wordt steun verleend voor vrede, verzoening en samenwerking tussen Noord en Zuid in het kader van het "Goede-Vrijdagakkoord"; de Unie wenst die programma's voort te zetten zelfs als het Verenigd Koninkrijk zich terugtrekt uit de Unie zonder dat een terugtrekkingsakkoord in werking is getreden tegen de datum waarop de Verdragen niet langer van toepassing zijn op en in het Verenigd Koninkrijk krachtens artikel 50, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie. Daarom moet deze verordening beperkt blijven tot die twee samenwerkingsprogramma's.
(3)De twee samenwerkingsprogramma's vallen met name onder Verordening (EU) nr. 1299/2013 van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad. In deze verordening moeten bepalingen worden vastgesteld met het oog op de voortzetting van die twee samenwerkingsprogramma's overeenkomstig de genoemde verordeningen na de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie.
(4)Wat de bilaterale samenwerkingsprogramma’s Peace IV (Ierland-Verenigd Koninkrijk) en Verenigd Koninkrijk-Ierland (Ierland/Noord-Ierland/Schotland) betreft, is de beheersautoriteit ondergebracht in het speciale orgaan voor EU-programma's (Special EU Programmes Body, SEUPB), dat is opgericht in het kader van de "Agreement between the Government of Ireland and the Government of the United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland establishing Implementation Bodies", die op 8 maart 1999 is ondertekend (de Brits-Ierse overeenkomst van 8 maart 1999). Aangezien Noord-Ierland bij die twee samenwerkingsprogramma's betrokken is, moeten de programma's worden voortgezet met de nodige aanvullende bepalingen.
(5)Met het oog op de voortzetting van die programma’s moet worden verduidelijkt dat onverminderd artikel 20, leden 2 en 3, van Verordening (EU) nr. 1299/2013, de betrokken samenwerkingsprogramma's de deelnemende regio’s in het Verenigd Koninkrijk kunnen omvatten, die gelijkwaardig moeten zijn aan regio’s van NUTS-niveau 3.
(6)Met het oog op de voortzetting van die programma’s met financiering uit de algemene EU-begroting moet een administratieve overeenkomst worden gesloten tussen de Commissie en de autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk die moet ingaan op de datum waarop de Verdragen niet langer van toepassing zijn op en in het Verenigd Koninkrijk, om de controles en audits van de respectieve programma's mogelijk te maken. Als de nodige controles en audits niet kunnen worden uitgevoerd, moet de Commissie de mogelijkheid hebben om betalingstermijnen uit te stellen, betalingen te schorsen en financiële correcties toe te passen overeenkomstig de artikelen 83, 142, 144 en 145 van Verordening (EU) nr. 1303/2013.
(7)Overeenkomstig artikel 76 van Verordening (EU) nr. 1303/2013 moeten de besluiten van de Commissie tot goedkeuring van het Peace IV-programma (Ierland-Verenigd Koninkrijk) C(2015) 8564 van 30 november 2015, als gewijzigd bij C(2018) 5126 van 26 juli 2018, en het Interreg VA-programma C(2015) 890 van 12 februari 2015, als gewijzigd bij C(2016) 1547 van 10 maart 2016, financieringsbesluiten blijven in de zin van het Financieel Reglement en derhalve een juridische verbintenis in de zin van die verordening. Het Verenigd Koninkrijk blijft aansprakelijk voor de financiële verplichtingen die het als lidstaat is aangegaan met betrekking tot deze juridische verbintenissen van de Unie.
(8)Vanaf de datum waarop de Verdragen niet langer van toepassing zijn, zal het Verenigd Koninkrijk niet langer deel uitmaken van het "tot de Unie behorende deel van het programmagebied" in de zin van artikel 20, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1299/2013. Daarom moeten de bepalingen inzake de subsidiabiliteit van concrete acties afhankelijk van de plaats van uitvoering worden aangepast.
(9)Om ervoor te zorgen dat de in deze verordening opgenomen maatregelen meteen kunnen worden toegepast, moet deze verordening in werking treden op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. Deze verordening zal slechts van toepassing zijn indien geen met het Verenigd Koninkrijk overeenkomstig artikel 50, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie gesloten terugtrekkingsakkoord in werking is getreden op de datum waarop de Verdragen niet meer van toepassing zijn op en in het Verenigd Koninkrijk overeenkomstig artikel 50, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie,
HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Onderwerp en toepassingsgebied
Deze verordening bevat bepalingen om de gevolgen van de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie aan te pakken indien geen met het Verenigd Koninkrijk overeenkomstig artikel 50, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie gesloten terugtrekkingsakkoord in werking is getreden op de datum waarop de Verdragen niet meer van toepassing zijn op en in het Verenigd Koninkrijk overeenkomstig artikel 50, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, evenals bepalingen in verband met de voortzetting van de volgende twee onder Verordening (EU) nr. 1299/2013 vallende samenwerkingsprogramma’s met deelname van het Verenigd Koninkrijk ("de samenwerkingsprogramma's"):
(1)Peace IV (Ierland-Verenigd Koninkrijk);
(2)Verenigd Koninkrijk-Ierland (Ierland/Noord-Ierland/Schotland).
Verordening (EU) nr. 1299/2013 blijft van toepassing op de samenwerkingsprogramma’s behoudens de bepalingen van deze verordening.
Artikel 2
Geografische reikwijdte
Onverminderd artikel 20, leden 2 en 3, van Verordening (EU) nr. 1299/2013 kunnen de betrokken samenwerkingsprogramma's de deelnemende regio’s in het Verenigd Koninkrijk omvatten, die gelijkwaardig zijn aan regio’s van NUTS-niveau 3.
Artikel 3
Programma-autoriteiten
In afwijking van artikel 21, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1299/2013
–blijft het speciale orgaan voor EU-programma's (Special EU Programmes Body, SEUPB) waar de beheersautoriteit en de certificeringsautoriteit van Peace IV (Ierland-Verenigd Koninkrijk) en van het programma Verenigd Koninkrijk-Ierland (Ierland/Noord-Ierland/Schotland) zijn ondergebracht, zijn functies uitoefenen;
–blijft het ministerie van Financiën van Noord-Ierland de auditautoriteit van deze programma’s.
Artikel 4
Bevoegdheden van de Commissie met betrekking tot controles
De toepassing van de regels inzake de controles en audit van de respectieve programma's wordt overeengekomen tussen de Commissie en de autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk. De controles en audits bestrijken de volledige looptijd van de samenwerkingsprogramma’s.
Als de nodige controles en audits van de programma's niet kunnen worden uitgevoerd in alle betrokken regio's, is dat een ernstige tekortkoming in het beheers- en controlesysteem voor de toepassing van maatregelen overeenkomstig de artikelen 83, 142, 144 en 145 van Verordening (EU) nr. 1303/2013.
Artikel 5
Subsidiabiliteit van concrete acties afhankelijk van de plaats van uitvoering
Het bij artikel 20, lid 2, onder b), van Verordening (EU) nr. 1299/2013 vastgestelde plafond is niet van toepassing op de samenwerkingsprogramma's.
Artikel 6
Inwerkingtreding en toepassing
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing vanaf de dag die volgt op de dag waarop de Verdragen niet langer van toepassing zijn op en in het Verenigd Koninkrijk overeenkomstig artikel 50, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie.
Deze verordening is echter niet van toepassing als een overeenkomstig artikel 50, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie met het Verenigd Koninkrijk gesloten terugtrekkingsakkoord tegen die datum in werking is getreden.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel,
Voor het Europees Parlement
Voor de Raad
De voorzitter
De voorzitter
FINANCIEEL MEMORANDUM
1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF
1.1.Benaming van het voorstel/initiatief
1.2.Betrokken beleidsterrein(en)
Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende bijzondere bepalingen voor het beheer van de Europese programma’s voor territoriale samenwerking in het kader van de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk (VK) uit de Europese Unie.
1.3.Motivering van het voorstel/initiatief
1.3.1.Behoefte(n) waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing vanaf de dag die volgt op de dag waarop de Verdragen niet langer van toepassing zijn op en in het Verenigd Koninkrijk overeenkomstig artikel 50, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie.
Deze verordening is niet van toepassing zijn als een overeenkomstig artikel 50, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie met het Verenigd Koninkrijk gesloten terugtrekkingsakkoord tegen die datum in werking is getreden.
1.3.2.Toegevoegde waarde van de deelname van de Unie (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder "toegevoegde waarde van de deelname van de Unie" verstaan de waarde die een optreden van de Unie oplevert bovenop de waarde die door een optreden van alleen de lidstaat zou zijn gecreëerd.
1.3.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan
1.3.4.Verenigbaarheid met het meerjarige financiële kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten
Deze verordening is verenigbaar met het meerjarig financieel kader. Zij heeft geen financiële gevolgen.
1.3.5.Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking
Deze verordening heeft geen financiële gevolgen. De bijdrage van de Unie aan de programma’s zal worden gefinancierd uit de algemene begroting van de Unie.
1.4.Duur en financiële gevolgen van het voorstel/initiatief
–X geen financiële gevolgen
1.5.Beheersvorm(en)
◻ Direct beheer door de Commissie
–◻ door haar diensten, waaronder het personeel in de delegaties van de Unie;
–◻
door de uitvoerende agentschappen
X Gedeeld beheer met de lidstaten
◻ Indirect beheer door begrotingsuitvoeringstaken te delegeren aan:
–◻ derde landen of de door hen aangewezen organen;
–◻ internationale organisaties en hun agentschappen (geef aan welke);
–◻ de EIB en het Europees Investeringsfonds;
–◻ de in de artikelen 70 en 71 van het Financieel Reglement bedoelde organen;
–◻ publiekrechtelijke organen;
–◻ privaatrechtelijke organen met een openbare dienstverleningstaak, voor zover zij voldoende financiële garanties bieden;
–◻ privaatrechtelijke organen van een lidstaat, waaraan de uitvoering van een publiek-privaat partnerschap is toevertrouwd en die voldoende financiële garanties bieden;
–◻ personen aan wie de uitvoering van specifieke maatregelen op het gebied van het GBVB in het kader van titel V van het VEU is toevertrouwd en die worden genoemd in de betrokken basishandeling.
–Verstrek, indien meer dan een beheersvorm is aangekruist, extra informatie onder "Opmerkingen".
Opmerkingen
2.BEHEERSMAATREGELEN
2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen
Vermeld frequentie en voorwaarden.
2.2.Beheers- en controlesyste(e)m(en)
2.2.1.Rechtvaardiging van de voorgestelde beheersvorm(en), uitvoeringsmechanisme(n) voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie
2.2.2.Informatie over de geïdentificeerde risico's en het (de) systeem (systemen) voor interne controle dat is (die zijn) opgezet om die risico's te beperken
2.2.3.Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding van de controlekosten tot de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting).
2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden
Vermeld de bestaande en geplande preventie- en beschermingsmaatregelen, bijvoorbeeld in het kader van de fraudebestrijdingsstrategie.
3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF
3.1.Rubriek(en) van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven
·Bestaande begrotingsonderdelen
In volgorde van de rubrieken van het meerjarige financiële kader en de begrotingsonderdelen.
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
Begrotingsonderdeel
|
Soort
uitgave
|
Bijdrage
|
|
|
Nummer
|
GK/ NGK
|
van EVA-landen
|
van kandidaat-lidstaten
|
van derde landen
|
in de zin van artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement
|
|
13
|
13.03.64.01 - Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) — Europese territoriale samenwerking (ETS)
|
Gespl.
|
NEE
|
NEE
|
NEE
|
NEE
|
3.2.Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten
3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten
–X
Deze verordening heeft geen financiële gevolgen.
◻
Voor het voorstel/initiatief zijn beleidskredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:
EUR
|
Rubriek van het meerjarig financieel
kader
|
13
|
|
|
|
|
|
2019
|
2020
|
2021
|
2022
|
2023
|
Volgende jaren
|
TOTAAL
|
|
• Annulering van beleidskredieten
|
|
|
|
|
|
|
|
|
13.03.64.01 - Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) — Europese territoriale samenwerking (ETS)
|
Vastleggingen
|
(1a)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Betalingen
|
(2 a)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL kredieten
|
Vastleggingen
|
=1a+1b +3
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Betalingen
|
=2a+2b
+3
|
|
|
|
|
|
|
|
•TOTAAL beleidskredieten
|
Vastleggingen
|
(4)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Betalingen
|
(5)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
•TOTAAL uit het budget van specifieke programma's gefinancierde administratieve kredieten
|
(6)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL kredieten
voor RUBRIEK 13
van het meerjarig financieel kader
|
Vastleggingen
|
=4+ 6
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Betalingen
|
=5+ 6
|
|
|
|
|
|
|
|
Wanneer het voorstel/initiatief gevolgen heeft voor meerdere beleidsrubrieken, herhaal bovenstaand deel:
|
•TOTAAL beleidskredieten (alle beleidsrubrieken)
|
Vastleggingen
|
(4)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Betalingen
|
(5)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL uit het budget van specifieke programma's gefinancierde administratieve kredieten (alle beleidsrubrieken)
|
(6)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL kredieten
voor de RUBRIEKEN 1 tot en met 4
van het meerjarig financieel kader
(referentiebedrag)
|
Vastleggingen
|
=4+ 6
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Betalingen
|
=5+ 6
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Rubriek van het meerjarig financieel
kader
|
5
|
"Administratieve uitgaven"
|
Dit deel moet worden ingevuld aan de hand van de "administratieve begrotingsgegevens", die eerst moeten worden opgenomen in de
bijlage bij het financieel memorandum
(Bijlage V bij de interne voorschriften), te uploaden in DECIDE met het oog op overleg tussen de diensten.
in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)
|
|
|
|
Jaar
N
|
Jaar
N+1
|
Jaar
N+2
|
Jaar
N+3
|
Zoveel jaren als nodig invullen om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)
|
TOTAAL
|
|
DG: <…….>
|
|
•Personele middelen
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
•Andere administratieve uitgaven
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL DG<….>
|
Kredieten
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL kredieten
voor RUBRIEK 5
van het meerjarig financieel kader
|
(totaal vastleggingen = totaal betalingen)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)
|
|
|
|
Jaar
N
|
Jaar
N+1
|
Jaar
N+2
|
Jaar
N+3
|
Zoveel jaren als nodig invullen om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)
|
TOTAAL
|
|
TOTAAL kredieten
voor de RUBRIEKEN 1 tot en met 5
van het meerjarig financieel kader
|
Vastleggingen
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Betalingen
|
|
|
|
|
|
|
|
|
3.2.2.Geraamde output, gefinancierd met operationele kredieten
Vastleggingskredieten, in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)
|
Vermeld doelstellingen en outputs
⇩
|
|
|
Jaar
N
|
Jaar
N+1
|
Jaar
N+2
|
Jaar
N+3
|
Zoveel jaren als nodig invullen om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)
|
TOTAAL
|
|
|
OUTPUTS
|
|
|
Soort
|
Gem. kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Totaal aantal
|
Totale kosten
|
|
SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 1…
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
- Output
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
- Output
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
- Output
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 1
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 2…
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
- Output
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 2
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
3.2.3.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten
–◻
Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig
–◻
Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:
in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)
|
|
Jaar
N
|
Jaar
N+1
|
Jaar
N+2
|
Jaar
N+3
|
Zoveel jaren als nodig invullen om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)
|
TOTAAL
|
|
RUBRIEK 5
van het meerjarig financieel kader
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Personele middelen
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Subtotaal RUBRIEK 5
van het meerjarig financieel kader
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Buiten RUBRIEK 5
van het meerjarig financieel kader
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Personele middelen
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Andere administratieve
uitgaven
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Subtotaal
buiten RUBRIEK 5
van het meerjarig financieel kader
|
|
|
|
|
|
|
|
|
De benodigde kredieten voor personeel en andere administratieve uitgaven zullen worden gefinancierd uit de kredieten van het DG die reeds voor het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.
3.2.3.1.Geraamde personeelsbehoeften
–◻
Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig.
–◻
Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:
Raming in voltijdequivalenten
|
|
Jaar
N
|
Jaar
N+1
|
Jaar N+2
|
Jaar N+3
|
Zoveel jaren als nodig invullen om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)
|
|
•Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)
|
|
XX 01 01 01 (zetel en vertegenwoordigingen van de Commissie)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
XX 01 01 02 (delegaties)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
XX 01 05 01/11/21 (onderzoek door derden)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
10 01 05 01/11 (eigen onderzoek)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
•Extern personeel (in voltijdequivalenten: VTE)
|
|
XX 01 02 01 (AC, END, INT van de "totale financiële middelen")
|
|
|
|
|
|
|
|
|
XX 01 02 02 (AC, AL, END, INT en JPD in de delegaties)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
XX 01 04 yy
|
- in de zetel
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
- in vertegenwoordigingen
|
|
|
|
|
|
|
|
|
XX 01 05 02/12/22 (AC, END, INT - Onderzoek door derden)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
10 01 05 02/12 (AC, END, INT – eigen onderzoek)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Ander begrotingsonderdeel (te vermelden)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL
|
|
|
|
|
|
|
|
XX is het beleidsterrein of de begrotingstitel.
Voor de benodigde personele middelen zal een beroep worden gedaan op het personeel van het DG dat reeds voor het beheer van deze actie is toegewezen en/of binnen het DG is herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.
Beschrijving van de uit te voeren taken:
|
Ambtenaren en tijdelijk personeel
|
|
|
Extern personeel
|
|
3.2.4.Verenigbaarheid met het huidige meerjarige financiële kader
Het voorstel/initiatief:
–X
kan volledig worden gefinancierd binnen de relevante rubriek van het meerjarig financieel kader (MFK).
–◻
hiervoor moet een beroep worden gedaan op de niet-toegewezen marge in de desbetreffende rubriek van het MFK en/of op de speciale instrumenten zoals gedefinieerd in de MFK-verordening.
Zet uiteen wat nodig is, onder vermelding van de betrokken rubrieken en begrotingsonderdelen, de desbetreffende bedragen en de voorgestelde instrumenten.
–◻
hiervoor is een herziening van het MFK nodig.
Zet uiteen wat nodig is, onder vermelding van de betrokken rubrieken en begrotingsonderdelen en de desbetreffende bedragen.
3.2.5.Bijdragen van derden
Het voorstel/initiatief:
–X voorziet niet in medefinanciering door derden
–
voorziet in medefinanciering door derden, zoals hieronder wordt geraamd:
Kredieten in EUR
3.3.Geraamde gevolgen voor de ontvangsten
–X
Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten.
–
Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen:
–◻
voor de eigen middelen
–◻
voor overige ontvangsten
–Geef aan of de ontvangsten worden toegewezen aan de begrotingsonderdelen voor uitgaven
EUR
Vermeld voor de toegewezen ontvangsten het (de) betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven.
Andere opmerkingen (bijv. over de methode/formule voor de berekening van de gevolgen voor de ontvangsten of andere informatie).