Brussel, 12.9.2018

COM(2018) 633 final

2016/0131(COD)

Gewijzigd voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

inzake het Asielagentschap van de Europese Unie en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 439/2010




FMT:ItalicEen bijdrage van de Europese Commissie aan de bijeenkomst van de leiders in
FMT:ItalicSalzburg op 19-20 september 2018


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET GEWIJZIGD VOORSTEL

Motivering en doel van het gewijzigd voorstel

Onderhavig voorstel maakt deel uit van een reeks maatregelen die een vervolg vormen op de conclusies van de Europese Raad van 28 juni 2018 1 en waarbij de Commissie voorstelt de Europese grens- en kustwacht te versterken en de terugkeerrichtlijn te herzien door haar oorspronkelijke voorstel voor een verordening betreffende een Asielagentschap van de Europese Unie te wijzigen. Deze voorstellen zijn gebaseerd op de beginselen van solidariteit en verantwoordelijkheid en de lidstaten zullen daardoor ten volle op ondersteuning door de Unie kunnen rekenen voor het beheer van gemengde migratiestromen door de zaken van onderdanen van derde landen die om internationale bescherming verzoeken of illegaal op het grondgebied van de lidstaten aanwezig zijn onder meer in gecontroleerde centra snel te behandelen.

In zijn conclusies heeft de Europese Raad opnieuw bevestigd dat een integrale aanpak van migratie belangrijk is en gesteld dat migratie niet alleen voor één lidstaat, maar voor Europa als geheel een uitdaging is. In dit verband heeft hij benadrukt dat het voor de Unie van belang is haar volledige steun te verlenen aan een ordelijk beheer van de migratiestromen. De belangrijkste beginselen die in de conclusies van de Europese Raad zijn overeengekomen, zijn ook verder gesteund door de lidstaten in verschillende fora 2 , waarbij de nadruk erop lag dat de instrumenten van de Europese solidariteit moesten worden versterkt. Het Asielagentschap van de Europese Unie moet een tastbaar voorbeeld van Europese solidariteit zijn en moet het ambitieniveau kunnen bereiken dat nodig is voor een efficiënt en effectief gemeenschappelijk Europees asielstelsel ('CEAS').

Het Asielagentschap van de Europese Unie moet in staat zijn de lidstaten zo nodig volledige operationele ondersteuning te bieden en de capaciteit van de lidstaten te versterken om asielzaken in de administratieve fase van de procedures te beheren en beroepen in asielzaken te behandelen. Onderhavig gewijzigd voorstel voor een verordening betreffende een Asielagentschap van de Europese Unie is toegespitst op de bepalingen betreffende de operationele en technische bijstand om ervoor te zorgen dat het Agentschap op verzoek van de lidstaat zo veel mogelijk ondersteuning kan bieden door de administratieve procedure voor internationale bescherming geheel of gedeeltelijk uit te voeren, door bijstand te verlenen bij de uitvoering van de procedure om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming of deze procedure uit te voeren en door bijstand te verlenen aan hoven en rechtbanken bij de behandeling van beroepen, onverminderd de bevoegdheid van de lidstaten om beslissingen te nemen over individuele verzoeken en met volledige eerbiediging van de organisatie van de justitie in elke lidstaat, alsmede van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de justitie. 

Als follow-up van de conclusies van de Europese Raad heeft de Commissie de concepten regionale ontschepingsregelingen en gecontroleerde centra ontwikkeld en werkt zij samen met de lidstaten, de relevante agentschappen van de Unie en andere belanghebbenden om deze concepten uit te voeren op basis van een gezamenlijke inspanning met volledige ondersteuning van de Unie. In deze context, en gezien de wijzigingen die worden voorgesteld in de verordening betreffende de Europese grens- en kustwacht, is het doel van onderhavig gewijzigd voorstel ook de elementen van samenwerking tussen het Asielagentschap van de Europese Unie en de Europese grens- en kustwacht te versterken om het voorstel van de Commissie tot wijziging van de verordening betreffende de Europese grens- en kustwacht tot uitdrukking te brengen, met name wat betreft het inzetten van ondersteuningsteams voor migratiebeheer in hotspots en gecontroleerde centra. In dit verband pakt de Commissie aan dat moet worden gezorgd voor synergieën tussen de procedures voor internationale bescherming en terugkeer door middel van coördinatie tussen de nationale bevoegde autoriteiten en de relevante agentschappen van de Unie.

Onderhavig gewijzigd voorstel moet worden behandeld in de context van de interinstitutionele onderhandelingen over het voorstel voor een verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 439/2010, dat de Commissie op 4 mei 2016 heeft ingediend 3 . Die onderhandelingen hebben op 28 juni 2017 geleid tot een voorlopig akkoord tussen het Europees Parlement en de Raad, dat volgens de Commissie het mandaat van het Asielagentschap van de Europese Unie ("het Agentschap") in vergelijking met het huidige mandaat van het Europees ondersteuningsbureau voor asielzaken al significant zal versterken. De goedkeuring van de Verordening betreffende het Asielagentschap van de Europese Unie is hangende gezien de aan de gang zijnde besprekingen over de volledige hervorming van het CEAS. De Commissie respecteert het voorlopige akkoord dat op 28 juni 2017 tussen het Europees Parlement en de Raad is bereikt en erkent de toegevoegde waarde van dat compromis ten opzichte van de huidige verordening. De Commissie is van oordeel dat onderhavig gewijzigd voorstel moet worden besproken in de context van de lopende onderhandelingen over het CEAS en moet worden beschouwd als een aanvulling op deze besprekingen. Onderhavig gewijzigd voorstel mag de goedkeuring van de Verordening betreffende het Asielagentschap van de Europese Unie op geen enkele wijze verder vertragen.

De Europese Raad heeft verder benadrukt dat er snel een oplossing moet worden gevonden voor het hele CEAS-pakket en was van oordeel dat de werkzaamheden moeten worden voortgezet om dat pakket zo spoedig mogelijk af te ronden. De doelgerichte wijzigingen van onderhavig voorstel zijn, samen met de voorstellen over de Europese grens- en kustwacht en de terugkeerrichtlijn, gebaseerd op een integrale benadering die noodzakelijk is om overeenstemming te vergemakkelijken waarbij een juist evenwicht wordt gevonden tussen solidariteit en verantwoordelijkheid.

Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein

In april 2016 heeft de Commissie naar aanleiding van verzoeken van de Europese Raad 4 aangekondigd dat zij verder zou gaan met de hervorming van het bestaande kader van de Unie om een humaan en efficiënt asielbeleid te waarborgen, en in mei en juli van dat jaar heeft zij een reeks voorstellen voor de hervorming van het CEAS ingediend. Deze voorstellen omvatten een voorstel voor een verordening betreffende het Asielagentschap van de Europese Unie. Onderhavig wijzigingsvoorstel vormt een aanvulling op het oorspronkelijke voorstel van de Commissie en is coherent met de doelstelling om een intern beleid op te bouwen dat gebaseerd is op een evenwicht tussen solidariteit en verantwoordelijkheid gezien de conclusies van de Europese Raad van juni 2018. De versterkte ondersteuning door het Asielagentschap van de Europese Unie is een essentieel element van solidariteit.

Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie

Onderhavig voorstel is in overeenstemming met het brede langetermijnbeleid inzake beter migratiebeheer dat de Commissie heeft uiteengezet in de Europese migratieagenda, waarin de politieke beleidslijnen van voorzitter Juncker zijn uitgewerkt tot een reeks samenhangende en elkaar onderling versterkende maatregelen die zijn gebaseerd op vier pijlers: een beperking van de stimulansen voor irreguliere migratie, de beveiliging van de buitengrenzen en het redden van levens, een krachtig asielbeleid en een nieuw beleid voor legale migratie. Met onderhavig voorstel wordt verder uitvoering gegeven aan de Europese migratieagenda, meer bepaald wat betreft de doelstelling het asielbeleid van de Unie te versterken, aangezien het Asielagentschap van de Europese Unie de volledige en coherente uitvoering van het CEAS zal garanderen. Hiermee wordt gevolg gegeven aan oproepen van de Europese Raad in juni 2018 om een integrale aanpak van migratie te volgen, waarbij een effectievere controle van de buitengrens van de Unie wordt gebundeld en de externe maatregelen en de interne aspecten, in het bijzonder die welke verband houden met de hervorming van het CEAS, worden versterkt.

De herziene financiële kaderregeling voor gedecentraliseerde agentschappen 5 , met inbegrip van aangescherpte regels inzake de governance van deze agentschappen op het gebied van fraude, onregelmatigheden, regels inzake belangenconflicten en interne controle, zal de regels in onderhavig voorstel aanvullen.

2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Rechtsgrondslag

Het wetgevingsvoorstel is gebaseerd op artikel 78, leden 1 en 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

Subsidiariteit

De doelstellingen van onderhavig voorstel zijn i) ervoor te zorgen dat de lidstaten meer ondersteuning door het Agentschap kunnen krijgen, onder meer door het Agentschap te betrekken bij de procedure voor internationale bescherming in de administratieve fase en bij de procedure die krachtens Verordening (EU) nr. XXX/XXX [Dublinverordening] van toepassing is, zodat zij verzoeken om internationale bescherming snel en tijdig kunnen behandelen en de asiel- en opvangstelsels efficiënt en ordelijk kunnen functioneren; ii) de elementen van de samenwerking tussen het Asielagentschap van de Europese Unie en de Europese grens- en kustwacht te versterken en iii) de verantwoordelijkheid voor het voordragen van kandidaten voor een plaatsvervangend uitvoerend directeur aan de Commissie toe te wijzen.

Aangezien het in het gemeenschappelijk en gedeeld belang is dat het rechtskader inzake asiel correct wordt toegepast en dat het gemeenschappelijk Europees asielstelsel als geheel efficiënt functioneert, kunnen de doelstellingen van onderhavig voorstel niet voldoende door de lidstaten worden verwezenlijkt en kunnen zij derhalve, vanwege de omvang en de gevolgen van het optreden, beter door de Unie worden verwezenlijkt. De Unie kan maatregelen nemen overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) vervatte subsidiariteitsbeginsel.

Evenredigheid

Het voorstel voorziet in de mogelijkheid dat het Agentschap meer ondersteuning biedt, onder meer door het Agentschap te betrekken bij de procedure voor internationale bescherming in de administratieve fase en bij de procedure die van toepassing is krachtens Verordening (EU) nr. XXX/XXX [Dublinverordening], onder meer door beslissingen over verzoeken om internationale bescherming op te stellen. Dergelijke ondersteuning kan de lidstaten alleen op hun verzoek en overeenkomstig hun behoeften worden geboden. Overeenkomstig het in artikel 5 VEU vervatte evenredigheidsbeginsel gaat onderhavig voorstel derhalve niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

Keuze van het instrument

Alleen een verordening kan zorgen voor de efficiëntie en uniformiteit die noodzakelijk zijn voor de toepassing van het Unierecht inzake asiel. Gezien het feit dat het oorspronkelijke voorstel van de Commissie betrekking had op een verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie, is bovendien hetzelfde rechtsinstrument geschikt voor onderhavig gewijzigd voorstel.

3. EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

Bij de opstelling van onderhavig gewijzigd voorstel heeft de Commissie rekening gehouden met de recente discussies in de Europese Raad, de Raad van Ministers en het Europees Parlement over de voortdurende uitdagingen op het gebied van migratie en asiel en het belang om de agentschappen van de Unie nog effectiever te maken bij het krachtig aanpakken daarvan. Met name heeft de Europese Raad tijdens zijn bijeenkomst van 28 juni 2018 opnieuw bevestigd dat migratie niet alleen voor één lidstaat, maar voor Europa als geheel een uitdaging vormt. In dit verband heeft hij benadrukt dat het voor de Unie van belang is haar volledige steun te verlenen aan een ordelijk beheer van de migratiestromen. In onderhavig voorstel komt bijgevolg dit idee tot uitdrukking en wordt voorzien in versterkte operationele ondersteuning zodat de lidstaten, ondersteund door het Agentschap, beter opgewassen zijn tegen de huidige migratie-uitdagingen.

Bijgevolg voorziet onderhavig voorstel, rekening houdend met de interinstitutionele onderhandelingen en het voorlopige akkoord tussen het Europees Parlement en de Raad van 28 juni 2017, alleen in specifieke wijzigingen van artikel 16 inzake operationele en technische bijstand en artikel 21 inzake ondersteuningsteams voor migratiebeheer (om te zorgen voor samenhang met het voorstel voor een verordening betreffende de Europese grens- en kustwacht, dat samen met onderhavig gewijzigd voorstel wordt ingediend). Voorts wordt voorgesteld een nieuw artikel toe te voegen, namelijk artikel 16 bis over versterkte bijstand in het kader van de procedure voor internationale bescherming en de Dublinprocedure, en artikel 47 te wijzigen wat betreft de selectie van de plaatsvervangend uitvoerend directeur. Het voorstel beoogt dus een antwoord te bieden op de huidige urgente behoeften van de lidstaten die onder migratiedruk staan, en is een uitdrukking van de huidige situatie op het terrein, waarbij de voorgestelde wijzigingen worden beperkt tot datgene wat in dat verband noodzakelijk is.

Gezien de bovenstaande toelichting en de al met al beperkte aard van onderhavig wijzigingsvoorstel heeft de Commissie besloten geen extra evaluatie, raadpleging van belanghebbenden of effectbeoordeling uit te voeren, en zich in onderhavig verband te baseren op de werkzaamheden bij de opstelling van het oorspronkelijke voorstel voor een verordening inzake een Asielagentschap van de Europese Unie, dat de Commissie op 4 mei 2016 heeft ingediend.

Grondrechten

In onderhavig voorstel worden de grondrechten geëerbiedigd en de beginselen in acht genomen die met name in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zijn erkend. Alle activiteiten van het Asielagentschap van de Europese Unie moeten plaatsvinden met volledige eerbiediging van de grondrechten als vervat in het Handvest, waaronder het recht op asiel (artikel 18), bescherming tegen refoulement (artikel 19), de eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven (artikel 7), de bescherming van persoonsgegevens (artikel 8) en het recht op een doeltreffende voorziening in rechte en op een onpartijdig gerecht (artikel 47). In het voorstel wordt ten volle rekening gehouden met de rechten van het kind en de bijzondere behoeften van personen in een kwetsbare positie.

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Onderhavig voorstel wijzigt het oorspronkelijke voorstel van de Commissie voor een verordening betreffende het Asielagentschap van de Europese Unie, waardoor de operationele en technische bijstand door het Agentschap aan de lidstaten wordt versterkt, met name door het bieden van versterkte ondersteuning met betrekking tot de procedure voor internationale bescherming alsook met betrekking tot de tenuitvoerlegging van de Dublinverordening. Bovendien voorziet het voorstel in de mogelijkheid om op ruimere schaal gebruik te maken van de ondersteuningsteams voor migratiebeheer. Er zijn dan ook extra financiële middelen vereist om het Agentschap in staat te stellen de nodige asielondersteuningsteams (bestaande uit onder meer asieldeskundigen, tijdelijk personeel en tolken) alsmede technische uitrusting en infrastructuur (bijvoorbeeld Eurodacapparatuur) voor deze activiteiten in te zetten.

De gevraagde extra financiële middelen bedragen 55 miljoen EUR voor elk jaar tussen 2019 en 2027. De totale financiële middelen die het Agentschap nodig heeft om zijn opdracht krachtens het voorgestelde uitgebreide mandaat te vervullen, bedragen 320,8 miljoen EUR voor de periode 2019-2020 en 1,25 miljard EUR voor de periode 2021-2027.

Om het Agentschap in staat te stellen zijn nieuwe taken effectief uit te voeren, zijn er geen nieuwe posten gepland in vergelijking met het oorspronkelijke voorstel van de Commissie, dat voorzag in een geleidelijke uitbreiding van het personeelsbestand van het Agentschap tot 500 voltijdequivalenten in 2020, aangezien voor de meeste van de voorgestelde nieuwe activiteiten de extra asielondersteuningsteams kunnen worden ingezet.

De financiële behoeften zijn verenigbaar met het huidige meerjarige financiële kader, maar eventueel moet een beroep worden gedaan op speciale instrumenten als omschreven in Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013. De voor de periode 2021-2027 gevraagde EU-bijdrage kan worden gefinancierd binnen de in het MFK-voorstel van 2 mei 2018 vastgestelde maxima.

5.OVERIGE ELEMENTEN

Toelichting bij de specifieke bepalingen van het voorstel

In onderhavig voorstel tot wijziging van het oorspronkelijke voorstel van de Commissie voor een verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie wordt rekening gehouden met de interinstitutionele onderhandelingen en het voorlopige akkoord dat op 28 juni 2017 tussen het Europees Parlement en de Raad is bereikt. Op basis van dat voorlopig akkoord zal het Agentschap de operationele en technische bijstand aan de lidstaten kunnen opvoeren, met name aan de lidstaten die onevenredig onder druk staan, onder meer door de oprichting van de asielinterventiepool van 500 deskundigen uit de lidstaten, om een snelle inzet mogelijk te maken. In het kader van de operationele en technische bijstand die het Agentschap kan verlenen, zal het de behandeling van verzoeken om internationale bescherming vergemakkelijken en de lidstaten bijstaan bij de procedure voor internationale bescherming. Het Agentschap zal ook in een lidstaat kunnen interveniëren op grond van een uitvoeringsbesluit van de Raad als er sprake is van onevenredige druk waardoor uitzonderlijk zware en dringende eisen aan de asiel- en opvangstelsels van een lidstaat worden gesteld en als geen of onvoldoende maatregelen worden genomen of als de betrokken lidstaat de aanbevelingen van de Commissie na een monitoringexercitie niet naleeft. Het Agentschap zal de werking van het CEAS verbeteren door het regelmatig monitoren van de operationele en technische toepassing van het CEAS door de lidstaten om mogelijke tekortkomingen te voorkomen of te identificeren en relevante ondersteuning te verlenen.

Onderhavig gewijzigd voorstel bestaat uit specifieke wijzigingen waarbij de Commissie voorstelt twee artikelen van haar oorspronkelijke voorstel te vervangen, namelijk artikel 16 over operationele en technische bijstand en artikel 21 over ondersteuningsteams voor migratiebeheer. Zij stelt ook voor een nieuw artikel in te voegen, namelijk artikel 16 bis over versterkte bijstand in het kader van de procedure voor internationale bescherming en de Dublinprocedure. Voorts worden wijzigingen voorgesteld van artikel 47 betreffende de benoeming van de plaatsvervangend uitvoerend directeur.

Wat betreft artikel 16 betreffende de operationele en technische bijstand die het Agentschap aan de lidstaten kan verlenen, neemt de Commissie in haar wijzigingsvoorstel de tekst op van het voorlopige akkoord tussen het Europees Parlement en de Raad. Op deze wijze worden in het gewijzigde voorstel alle situaties en voorwaarden beschreven waaronder operationele en technische bijstand door het Agentschap kan worden verleend, namelijk op verzoek van de betrokken lidstaat, op initiatief van het Agentschap met instemming van de betrokken lidstaat of op basis van een uitvoeringsbesluit van de Raad. In onderhavig gewijzigd voorstel worden ook de taken gepreciseerd die het Agentschap kan uitvoeren bij het verlenen van operationele en technische bijstand door de taken op te nemen die in de artikelen 16 en 21 van het voorlopig akkoord zijn omschreven. Bovendien zijn de taken in artikel 16 verder aangepast om rekening te houden met de invoering van artikel 16 bis over versterkte bijstand in het kader van de procedure voor internationale bescherming en de Dublinprocedure, alsook met de wijzigingen in artikel 21 over ondersteuningsteams voor migratiebeheer.

Het nieuwe artikel 16 bis staat centraal in onderhavig gewijzigd voorstel en biedt een lidstaat de mogelijkheid om op zijn verzoek meer ondersteuning van het Agentschap te krijgen, onder meer door het Agentschap geheel of gedeeltelijk te betrekken bij de procedure voor internationale bescherming in de administratieve fase en bij de procedure die van toepassing is krachtens Verordening (EU) nr. XXX/XXX [Dublinverordening]. Op die manier zouden de lidstaten verzoeken om internationale bescherming snel en tijdig kunnen behandelen, waardoor hun asiel- en opvangstelsels efficiënt en ordelijk zouden kunnen functioneren. In dit verband zou het Agentschap op verzoek van de nationale bevoegde autoriteit beslissingen over verzoeken om internationale bescherming kunnen opstellen en deze beslissingen kunnen verstrekken aan de nationale bevoegde autoriteiten, die vervolgens de beslissing over individuele verzoeken nemen en volledig verantwoordelijk zijn voor de behandeling van dit verzoek. Het Agentschap zou de lidstaten ook kunnen ondersteunen bij de behandeling van hun beroepen in asielzaken, onder meer door juridisch onderzoek te verrichten, verslagen en analyses op te stellen en op verzoek van de hoven of rechtbanken andere juridische ondersteuning te verlenen, met volledige eerbiediging van de rechterlijke onafhankelijkheid en onpartijdigheid.

Wat de wijzigingen in artikel 21 inzake ondersteuningsteams voor migratiebeheer betreft, stelt de Commissie een nieuw artikel voor ter vervanging van het artikel in haar oorspronkelijke voorstel, om te zorgen voor samenhang met haar voorstel voor een verordening betreffende de Europese grens- en kustwacht, dat samen met onderhavig gewijzigd voorstel wordt ingediend. De Commissie stelt voor de armslag om het gebruik van ondersteuningsteams voor migratiebeheer in gang te zetten, te vergroten: het inzetten van deze teams is afhankelijk van een verzoek van de lidstaat, maar is niet langer beperkt tot omstandigheden die onevenredige migratie-uitdagingen met zich meebrengen. Met het gewijzigde voorstel is de Commissie verantwoordelijk voor coördinatie op het terrein, zoals reeds tot uitdrukking komt in het voorlopige akkoord tussen het Europees Parlement en de Raad, alsmede voor de coördinatie van de verzoeken van de lidstaten en de beoordeling van de behoeften. Hierdoor zou de samenhang tussen de verschillende acties van de relevante agentschappen van de Unie en het zuinig omgaan met de middelen van de agentschappen en de lidstaten worden gewaarborgd.

Wat artikel 47 betreft stelt de Commissie voor dat kandidaten voor een plaatsvervangend uitvoerend directeur door de Commissie en niet door de uitvoerend directeur aan de raad van bestuur van het Agentschap worden voorgedragen. Deze wijziging, waarmee wordt teruggegrepen op hetgeen in het oorspronkelijke voorstel van de Commissie was voorgesteld, wordt ingevoerd om te zorgen voor samenhang met de procedure voor de benoeming van de uitvoerend directeur en zo het governancekader van het Agentschap beter af te stemmen op de beginselen van de gemeenschappelijke aanpak met betrekking tot gedecentraliseerde agentschappen van de Unie, die op 12 juli 2012 door het Europees Parlement, de Raad en de Commissie is goedgekeurd. Een en ander is ook verenigbaar met de aanpak van de Commissie in haar voorstel voor een verordening betreffende de Europese grens- en kustwacht.

Als de medewetgevers met de door de Commissie in onderhavig gewijzigd voorstel voorgestelde wijzigingen instemmen en deze overnemen, moet worden gezorgd voor samenhang met de andere artikelen van het voorstel voor een verordening inzake het Europees Asielagentschap betreffende de procedure voor het verlenen van operationele en technische bijstand, het operationele plan en het inzetten van de asielondersteuningsteams, en bepalingen inzake gegevensbescherming, alsook andere daarmee verband houdende instrumenten, met name de voorstellen betreffende de verordening asielprocedure en de Dublinverordening, en moeten de artikelen en overwegingen worden hernummerd.

2016/0131 (COD)

Gewijzigd voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

inzake het Asielagentschap van de Europese Unie en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 439/2010




Een bijdrage van de Europese Commissie aan de bijeenkomst van de leiders in
Salzburg op 19-20 september 2018

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 78, leden 1 en 2,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

1)    Na overweging 20 worden de volgende overwegingen ingevoegd:

“1)In juni 2018 heeft de Europese Raad opnieuw het belang van een integrale aanpak van migratie bevestigd en gesteld dat migratie niet alleen voor één lidstaat, maar voor Europa als geheel een uitdaging is. In dit verband heeft de Europese Raad benadrukt dat het belangrijk is dat de Unie volledige ondersteuning biedt voor een ordelijk beheer van de migratiestromen, met name door middel van een snelle behandeling om de toegang tot bescherming van degenen die in nood verkeren te waarborgen, waarbij degenen die dat niet zijn snel terugkeren, onder meer via gecontroleerde centra. De Unie moet de betrokken lidstaten dan ook volledige financiële en operationele ondersteuning kunnen bieden via de relevante agentschappen van de Unie, inclusief het Asielagentschap van de Europese Unie.

2)In dit verband moet het Agentschap op verzoek van een lidstaat nog meer versterkte operationele en technische bijstand kunnen verlenen door de procedure voor internationale bescherming in de administratieve fase geheel of gedeeltelijk uit te voeren en bijstand te verlenen met betrekking tot de procedure die van toepassing is krachtens Verordening (EU) nr. XXX/XXX [Dublinverordening], onverminderd de bevoegdheid van de lidstaten om over individuele verzoeken te beslissen.

3)De betrokkenheid van het Agentschap bij de procedure voor internationale bescherming en bij de procedure die van toepassing is krachtens Verordening (EU) nr. XXX/XXX [Dublinverordening] zou ervoor zorgen dat de lidstaten alle vereiste ondersteuning krijgen om verzoeken om internationale bescherming snel en tijdig te behandelen, zodat de asiel- en opvangstelsels efficiënt en ordelijk kunnen functioneren. Daartoe moet het Agentschap ook in staat zijn de nationale bevoegde autoriteiten in de administratieve fase van de procedure bij te staan bij de opstelling van beslissingen over verzoeken om internationale bescherming. Deze nationale bevoegde autoriteiten moeten rekening kunnen houden met de door het Agentschap opgestelde ontwerpbeslissingen, onverminderd hun bevoegdheid om beslissingen over individuele verzoeken te nemen.

4)Het Agentschap en het Europees Grens- en kustwachtagentschap moeten nauw samenwerken om de migratie-uitdagingen, met name aan de buitengrenzen, die worden gekenmerkt door vaak grote inkomende gemengde migratiestromen, effectief aan te pakken. Met name moeten beide agentschappen hun activiteiten coördineren en de lidstaten ondersteunen om de procedure voor internationale bescherming en de terugkeerprocedure met betrekking tot onderdanen van derde landen van wie het verzoek om internationale bescherming is afgewezen of die anderszins illegaal in de lidstaten aanwezig zijn, te vergemakkelijken. Het Agentschap en het Europees Grens- en kustwachtagentschap moeten ook nauw samenwerken bij andere gemeenschappelijke operationele activiteiten, zoals gedeelde risicoanalyse, verzameling van statistische gegevens, opleiding en ondersteuning van de lidstaten op het gebied van noodplanning.

5)De lidstaten moeten kunnen rekenen op verhoogde operationele en technische versterking door ondersteuningsteams voor migratiebeheer, met name in hotspots of gecontroleerde centra. De ondersteuningsteams voor migratiebeheer moeten zijn samengesteld uit teams van deskundigen uit de lidstaten die worden ingezet door het Agentschap, het Europees Grens- en kustwachtagentschap en Europol of andere relevante agentschappen van de Unie, alsmede deskundigen afkomstig van het personeel van het Agentschap en het Europees Grens- en kustwachtagentschap. De Commissie moet zorgen voor de noodzakelijke coördinatie bij de beoordeling van behoeften en van de operaties op het terrein, met name met het oog op de deelname van verschillende agentschappen van de Unie en mogelijk andere belanghebbenden.

6)In dit verband moet het Agentschap de adequate infrastructuur en technische uitrusting kunnen inzetten die noodzakelijk zijn voor de asielondersteuningsteams en moet het de bevoegde nationale autoriteiten, inclusief de justitie, kunnen bijstaan.

7)In hotspotgebieden of gecontroleerde centra dienen de lidstaten samen te werken met de relevante agentschappen van de Unie, die binnen hun mandaat en bevoegdheden en onder coördinatie van de Commissie dienen op te treden.

8)In die gevallen moeten de agentschappen van de Unie, op verzoek van de lidstaat en onder coördinatie van de Commissie, optreden om de lidstaat van ontvangst te ondersteunen bij de toepassing van snelle procedures voor internationale bescherming en/of terugkeer. Het moet mogelijk zijn snel onderscheid te maken tussen onderdanen van derde landen die internationale bescherming nodig hebben en die welke dergelijke bescherming niet nodig hebben, veiligheidscontroles uit te voeren en de procedure voor internationale bescherming en/of terugkeer geheel of gedeeltelijk uit te voeren.

9)De lidstaten moeten de mogelijkheid hebben om het Agentschap om bijstand te verzoeken, niet alleen om hun nationale overheidsdiensten te versterken, maar ook om de hoven en rechtbanken die asielzaken behandelen bij te staan, onverminderd de onafhankelijkheid van de justitie en met volledige inachtneming van de organisatie van de justitie in elke lidstaat. Daartoe moet het Agentschap bij de vaststelling van het profiel van deskundigen voorzien in de onafhankelijkheid van deskundigen van de nationale administratieve autoriteiten en in de mogelijkheid dat dezen de hoven of rechtbanken op hun verzoek bijstaan om onder meer juridisch onderzoek, juridische analyse en andere juridische ondersteuning te verrichten."

2) Na overweging 42 worden de volgende overwegingen ingevoegd:

“1)Een andere doelstelling van deze verordening is ervoor te zorgen dat de lidstaten, op hun verzoek en overeenkomstig hun behoeften, meer ondersteuning van het Agentschap kunnen krijgen, onder meer door het te betrekken bij de procedure voor internationale bescherming en de procedure die van toepassing is krachtens Verordening (EU) nr. XXX/XXX [Dublinverordening], zodat de lidstaten verzoeken om internationale bescherming snel en tijdig kunnen behandelen, de asiel- en opvangstelsels efficiënt en ordelijk kunnen functioneren en de elementen van samenwerking tussen het Asielagentschap van de Europese Unie en de Europese grens- en kustwacht worden versterkt.

2)Aangezien die doelstelling niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt en derhalve, vanwege de omvang en de effecten van de maatregel, beter op het niveau van de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie maatregelen treffen, overeenkomstig het in artikel 5 VEU neergelegde subsidiariteitsbeginsel. Overeenkomstig het in datzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om die doelstellingen te verwezenlijken.",

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

3) Artikel 16 wordt vervangen door:

"Artikel 16

Operationele en technische bijstand door het Agentschap

1. Het Agentschap verleent operationele en technische bijstand aan de lidstaten overeenkomstig dit hoofdstuk:

a) op verzoek van de betrokken lidstaat aan het Agentschap met betrekking tot de uitvoering van zijn verplichtingen op grond van het CEAS;

b) op verzoek van de betrokken lidstaat aan het Agentschap overeenkomstig artikel 16 bis;

c) op verzoek van de betrokken lidstaat aan het Agentschap indien zijn asiel- of opvangstelsels onder onevenredige druk staan;

d) op verzoek van de betrokken lidstaat aan het Agentschap overeenkomstig artikel 21;

e) op initiatief van het Agentschap indien de asiel- of opvangstelsels van een lidstaat onder onevenredige druk staan, en met instemming van de betrokken lidstaat;

f) indien het Agentschap operationele en technische bijstand verleent overeenkomstig artikel 22.

2. Het Agentschap organiseert en coördineert gedurende een beperkte termijn, met volledige eerbiediging van de grondrechten, de passende operationele en technische bijstand die kan inhouden dat een of meer van de volgende operationele en technische maatregelen worden genomen:

a) identificeren en registreren van onderdanen van derde landen, opnemen van hun biometrische gegevens en hen informeren over die procedures, in voorkomend geval in nauwe samenwerking met andere agentschappen van de Unie;

b) bijstand verlenen bij de registratie van verzoeken om internationale bescherming en deze uitvoeren;

c)eerste informatie verstrekken aan onderdanen van derde landen die een verzoek om internationale bescherming willen indienen en hen doorverwijzen naar de bevoegde nationale autoriteiten;

d) faciliterenbijstand verlenen bij de behandeling van verzoeken om internationale bescherming die in behandeling zijn bij de verantwoordelijke nationale autoriteiten of deze andere noodzakelijke bijstand verlenen bij de procedure voor internationale bescherming, met name door:

i)    het verlenen van bijstand bij of het uitvoeren van het onderhoud over de ontvankelijkheid en het inhoudelijke onderhoud, al naar het geval, en het onderhoud om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is;

ii)    het registreren van het verzoek om internationale bescherming in het geautomatiseerde systeem waarvan sprake in Verordening (EU) nr. XXX/XXX [Dublinverordening];

c)    bijstand verlenen aan de nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de behandeling van verzoeken om internationale bescherming;

iii)    het ondersteunen van de informatieverstrekking aan verzoekers inzake, al naar het geval, de procedure voor internationale bescherming procedure en inzake opvangvoorzieningen; 

iv)    het verlenen van bijstand bij het verstrekken van informatie over de toewijzing en het verlenen van de noodzakelijke bijstand aan verzoekers die aan toewijzing zouden kunnen worden onderworpen;

e)    gezamenlijke initiatieven van de lidstaten voor technische samenwerking door lidstaten bij de behandeling van verzoeken om internationale bescherming faciliteren;

f)    de lidstaten advies geven en daarbij voor coördinatie zorgen inzake het opzetten en beheren van opvangfaciliteiten, daarbij bijstand verlenen of daarbij voor coördinatie zorgen, met name wat betreft noodhuisvesting, vervoer en medische bijstand;

g)    bijstand bieden bij de taken en verplichtingen vervat in Verordening (EU) nr. XXX/XXX [de Dublinverordening], inclusief door de uitvoering of coördinatie van het toewijzen of overbrengen van verzoekers of begunstigden van internationale bescherming in de Unie;

h)    bijstand verlenen bij de procedures die van toepassing zijn krachtens Verordening (EU) nr. XXX/XXX [Dublinverordening];

   i)    tolkdiensten verlenen;

j)    de lidstaten helpen ervoor te zorgen dat alle noodzakelijke kinderrechten en waarborgen ter bescherming van het kind gegarandeerd zijn, met name ten aanzien van niet-begeleide minderjarigen;

k)    de lidstaten bijstand verlenen bij het identificeren van verzoekers die bijzondere procedurele waarborgen behoeven, of verzoekers met bijzondere opvangbehoeften, of andere personen in een kwetsbare positie, met inbegrip van minderjarigen, alsook bij het doorverwijzen van deze personen naar de bevoegde nationale autoriteiten voor passende bijstand op basis van nationale maatregelen, en bij het verzekeren dat alle noodzakelijke waarborgen voor deze verzoekers zijn ingebouwd;

l)    bijstand verlenen of ondersteuning bieden bij de coördinatie tussen de relevante nationale autoriteiten met het oog op de follow-up van de procedure voor internationale bescherming met mogelijke terugkeerprocedures bij een negatieve eindbeslissing;

m)    opstellen van beslissingen over verzoeken om internationale bescherming, onverminderd de bevoegdheid van de nationale bevoegde autoriteit om beslissingen over individuele verzoeken te nemen;

n)    bijstand verlenen bij de behandeling van beroepen, onder andere door het verrichten van juridisch onderzoek, analyse en andere juridische ondersteuning;

o)    deelnemen aan de ondersteuningsteams voor migratiebeheer in hotspotgebieden zoals bedoeld in Verordening 2016/1624artikel 21, in nauwe samenwerking met andere relevante agentschappen van de Unie;

p)    inzetten van asielondersteuningsteams;

q)    in voorkomend geval advies verstrekken en de adequate infrastructuur en technische uitrusting inzetten die noodzakelijk zijn voor de asielondersteuningsteams en om de bevoegde nationale autoriteiten, inclusief de justitie, bij te staan.

3.    Het Agentschap financiert of medefinanciert de in lid 1 2 bedoelde activiteiten uit zijn begroting overeenkomstig de voor het Agentschap geldende financiële regels.

4.    De uitvoerend directeur evalueert overeenkomstig de in het operationele plan vastgestelde rapportage- en evaluatieregeling het resultaat van de operationele en technische maatregelen en dient binnen 60 dagen na het eind van het voorzien in deze maatregelen bij de raad van bestuur gedetailleerde evaluatieverslagen samen met de opmerkingen van de grondrechtenfunctionaris in. Het Agentschap verricht een volledige vergelijkende analyse van die resultaten, die wordt opgenomen in het in artikel 65 bedoelde jaarlijkse activiteitenverslag."

4) Het volgende nieuwe artikel 16 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 16 bis

Versterkte bijstand bij de procedure voor internationale bescherming en de Dublinprocedure

1. Een lidstaat kan het Agentschap verzoeken hem versterkte bijstand te verlenen om hem bij te staan bij de uitvoering van zijn asielbeleid, met inbegrip van zijn verplichtingen krachtens het CEAS. Daartoe zet het Agentschap asielondersteuningsteams in, inclusief in voorkomend geval asielondersteuningsteams die uit de asielinterventiepool afkomstig zijn, om:

a)de procedure voor internationale bescherming in de administratieve fase geheel of gedeeltelijk uit te voeren overeenkomstig Verordening (EU) nr. XXX/XXX [verordening asielprocedure], onverminderd de bevoegdheid van de lidstaten om over individuele verzoeken te beslissen en/of;

b)bijstand te verlenen bij de snelle uitvoering van of om procedures uit te voeren die van toepassing zijn krachtens Verordening (EU) nr. XXX/XXX [Dublinverordening], en/of;

c)bijstand te verlenen bij de behandeling van beroepen met betrekking tot de procedures waarvan sprake in de punten a) en b).

2.Voor de toepassing van lid 1, onder a), worden de deskundigen van de asielondersteuningsteams in voorkomend geval met de volgende taken belast:

a)het verstrekken van informatie aan verzoekers over de procedure voor internationale bescherming en, in voorkomend geval, over de opvangvoorzieningen;

b)het registreren van verzoeken om internationale bescherming;

c)het opnemen van biometrische gegevens en doorgeven van die gegevens overeenkomstig artikel 10 van Verordening (EU) nr. XXX/XXX [Eurodacverordening];

d)het bijstaan van verzoekers bij de indiening van hun verzoek om internationale bescherming;

e)het identificeren en beoordelen van de behoeften aan bijzondere procedurele waarborgen of bijzondere opvangbehoeften;

f)het uitvoeren van, al naar het geval, het onderhoud over de ontvankelijkheid en het inhoudelijke onderhoud;

g)het beoordelen van het bewijs met betrekking tot verzoeken om internationale bescherming;

h)het opstellen van beslissingen over verzoeken om internationale bescherming en het verstrekken van deze beslissingen aan de bevoegde nationale autoriteiten, die verantwoordelijk zouden zijn voor het nemen van beslissingen over individuele verzoeken in overeenstemming met de grondbeginselen en waarborgen waarin is voorzien in Verordening (EU) nr. XXX/XXX [verordening asielprocedures];

i)het verlenen van bijstand of bieden van ondersteuning bij de coördinatie tussen de relevante nationale autoriteiten met het oog op de follow-up van de procedure voor internationale bescherming met mogelijke terugkeerprocedures bij een negatieve eindbeslissing.

3.Voor de toepassing van lid 1, onder b), worden de deskundigen van de asielondersteuningsteams in voorkomend geval met de volgende taken belast:

a)het registreren van het verzoek om internationale bescherming in het geautomatiseerde systeem waarvan sprake in Verordening ((EU) nr. XXX/XXX [Dublinverordening];

b)het verstrekken van informatie aan verzoekers over de procedures die van toepassing zijn krachtens Verordening (EU) nr. XXX/XXX [Dublinverordening];

c)het uitvoeren van het onderhoud om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming;

d)de opsporing van familieleden en het matchen daarvan met de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming;

e)het bepalen welke verzoekers in aanmerking komen voor toewijzing of overbrenging;

f)het verlenen van bijstand bij de uitvoering, de uitvoering of de coördinatie van de toewijzing of de overbrenging van personen die om internationale bescherming verzoeken of personen die internationale bescherming genieten;

g)het verlenen van bijstand bij of de uitvoering van de procedure om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming;

h)het verlenen van bijstand bij of het uitvoeren van overnameprocedures en kennisgevingen inzake terugname overeenkomstig Verordening (EU) nr. XXX/XXX [Dublinverordening].

4. Voor de toepassing van lid 1, onder c), verlenen de deskundigen van de asielondersteuningsteams in voorkomend geval de hoven en rechtbanken op hun verzoek en met volledige inachtneming van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de justitie bijstand bij de behandeling van beroepen, onder meer door het verrichten van juridisch onderzoek, analyses en andere juridische ondersteuning.

5.Het Agentschap zorgt voor de vertaling van relevante documenten en voor de noodzakelijke tolkdiensten."

5) Artikel 21 wordt vervangen door:

"Artikel 21

Ondersteuningsteams voor migratiebeheer

1.Wanneer een lidstaat verzoekt om operationele en technische versterking door ondersteuningsteams voor asielbeheer als bedoeld in artikel 17 van Verordening nr. XXX/XXX of wanneer er ondersteuningsteams voor migratiebeheer worden ingezet in hotspotgebieden als bedoeld in artikel 18 van Verordening nr. XXX/XXX, garandeert de uitvoerend directeur de coördinatie van de activiteiten van het Agentschap in de ondersteuningsteams voor migratiebeheer met de Commissie en andere relevante agentschappen van de Unie, en met name met het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie. 2.

2.De uitvoerend directeur start in voorkomend geval de procedure voor het inzetten van asielondersteuningsteams of deskundigen van de asielinterventiepool overeenkomstig de artikelen 17 en 18. De operationele en technische versterking die de asielondersteuningsteams of deskundigen van de asielinterventiepool bieden in het kader van de ondersteuningsteams voor migratiebeheer, kan het volgende omvatten:

a) de screening van onderdanen van derde landen, met inbegrip van hun identificatie, registratie en, indien de lidstaten daarom verzoeken, het nemen van hun vingerafdrukken;

b) de registratie van verzoeken om internationale bescherming en, indien de lidstaten daarom verzoeken, de behandeling van dergelijke verzoeken;

c) het verstrekken van informatie over asielprocedures, met inbegrip van herplaatsing en specifieke bijstand, aan verzoekers of potentiële verzoekers die in aanmerking kunnen komen voor herplaatsing.

1.Ondersteuningsteams voor migratiebeheer kunnen op verzoek van een lidstaat of op initiatief van het Agentschap en met instemming van de betrokken lidstaat worden ingezet om die lidstaat technische en operationele versterking te bieden.

2.Ondersteuningsteams voor migratiebeheer bestaan uit asielondersteuningsteams, operationeel personeel van het permanent korps van de Europese grens- en kustwacht en deskundigen van Europol of andere relevante agentschappen van de Unie.

3.De lidstaat waarvan sprake in lid 1 dient een verzoek tot versterking door de ondersteuningsteams voor migratiebeheer en een beoordeling van zijn behoeften bij de Commissie in. De Commissie geeft op basis van de beoordeling van de behoeften van die lidstaat het verzoek door aan, al naar het geval, het Agentschap, aan het Europees Grens- en kustwachtagentschap, aan Europol en aan andere relevante agentschappen van de Unie en zorgt voor de algemene coördinatie van die beoordeling.

4.De relevante agentschappen van de Unie beoordelen, onder coördinatie van de Commissie, het verzoek om versterking en de behoeften van een lidstaat, teneinde de noodzakelijke maatregelen inclusief de inzet van technische uitrusting te bepalen, waarmee de betrokken lidstaat moet instemmen.

5.De Commissie stelt, in samenwerking met de lidstaat van ontvangst en de relevante agentschappen van de Unie, de voorwaarden vast voor de samenwerking bij het inzetten van de ondersteuningsteams voor migratiebeheer alsook de inzet van technische uitrusting, en is verantwoordelijk voor de coördinatie van de activiteiten van deze teams.

6. De asielondersteuningsteams die door het Agentschap worden ingezet in het kader van de ondersteuningsteams voor migratiebeheer kunnen de taken uitvoeren waarvan sprake in artikel 16, lid 2, en artikel 16 bis.

7.Ondersteuningsteams voor migratiebeheer omvatten, indien nodig, personeel dat deskundig is op het gebied van kinderbescherming, mensenhandel, grondrechten, gendergelijkheid en bescherming tegen gendergerelateerd geweld."

6) Artikel 47 wordt vervangen door:

Artikel 47
Plaatsvervangend uitvoerend directeur

1. De uitvoerend directeur wordt bijgestaan door een plaatsvervangend uitvoerend directeur bij het beheer van het Agentschap en bij de uitvoering van zijn taken, als bedoeld in artikel 46, lid 5. Indien de uitvoerend directeur afwezig of verhinderd is, neemt de plaatsvervangend uitvoerend directeur zijn plaats in.

2. De plaatsvervangend uitvoerend directeur wordt benoemd door de raad van bestuur op voorstel van de uitvoerend directeur uit een kandidatenlijst die door de Commissie wordt opgesteld na een open en transparante selectieprocedure. De plaatsvervangend uitvoerend directeur wordt benoemd op grond van zijn verdiensten en passende bestuurs- en managementvaardigheden, inclusief relevante professionele ervaring op het gebied van migratie en asiel. De uitvoerend directeur draagt ten minste drie kandidaten voor de post van plaatsvervangend uitvoerend directeur voor. De raad van bestuur heeft de bevoegdheid om de ambtstermijn te verlengen of de plaatsvervangend uitvoerend directeur uit zijn functie te ontheffen op voorstel van de uitvoerend directeur. De bepalingen van artikel 45, leden 1, 4, 5, 7, 8 en 9, zijn van toepassing op de plaatsvervangend uitvoerend directeur."

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten overeenkomstig de Verdragen.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement                Voor de Raad

De voorzitter                De voorzitter

FINANCIEEL MEMORANDUM

1.KADER VAN HET VOORSTEL

1.1.Benaming van het voorstel

1.2.Betrokken beleidsterrein in de ABM/ABB-structuur

1.3.Aard van het voorstel

1.4.Doelstellingen

1.5.Motivering van het voorstel

1.6.Duur en financiële gevolgen

1.7.Beheersvormen

2.BEHEERSMAATREGELEN

2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen

2.2.Beheers- en controlesysteem

2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden

3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL

3.1.Rubriek van het meerjarige financiële kader en betrokken begrotingsonderdeel voor uitgaven

3.2.Geraamde gevolgen voor de uitgaven 

3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de uitgaven

3.2.2.Geraamde gevolgen voor de beleidskredieten

3.2.3.Geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten

3.2.4.Verenigbaarheid met het huidige meerjarige financiële kader

3.2.5.Bijdragen van derden

3.3.Geraamde gevolgen voor de ontvangsten

FINANCIEEL MEMORANDUM

1.KADER VAN HET VOORSTEL

1.1.Benaming van het voorstel

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD inzake het Asielagentschap van de Europese Unie en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 439/2010

1.2.Betrokken beleidsterrein in de ABM/ABB-structuur 6  

Beleidsterrein: Asiel en migratie (titel 18)

Activiteit: Asiel

1.3.Aard van het voorstel

 Het voorstel betreft een nieuwe actie 

 Het voorstel betreft een nieuwe actie na een proefproject/een voorbereidende actie 7  

 Het voorstel betreft de verlenging van een bestaande actie 

 Het voorstel betreft een actie die wordt omgebogen naar een nieuwe actie 

1.4.Doelstelling

1.4.1.De met het voorstel beoogde strategische meerjarendoelstelling van de Commissie

Het voorstel heeft als doel de rol van het EASO te versterken en het uit te bouwen tot een volwaardig agentschap voor het bieden van uitgebreide operationele ondersteuning, voor het faciliteren van de uitvoering van het CEAS en voor het bevorderen van de werking ervan.

Om deze uitbouw weer te geven wordt met het voorstel de naam "EASO" gewijzigd in "Asielagentschap van de Europese Unie".

1.4.2.Specifieke doelstellingen en betrokken ABM/ABB-activiteiten

Specifieke doelstelling nr. 1: Faciliteren van de uitvoering van het CEAS en bevorderen van de werking ervan

- monitoren en beoordelen van de uitvoering van het CEAS

- ondersteunen van (activiteiten voor) de uitvoering van het CEAS

- ondersteunen van (activiteiten voor) de praktische samenwerking tussen de lidstaten

- informatie over de landen van herkomst en gemeenschappelijke analyse

- bevorderen van het recht van de Unie en de operationele normen inzake asiel

Specifieke doelstelling nr. 2: Versterking van operationele en technische bijstand aan de lidstaten

- de praktische samenwerking en informatie-uitwisseling bevorderen

- activiteiten voor operationele ondersteuning

- samenwerking met partners en belanghebbenden

- operationele normen, richtsnoeren en beste praktijken inzake asiel

- communicatie en informatie-uitwisseling

Betrokken ABM/ABB-activiteit

→MFK 2014-2020

Activiteit 18 03: Asiel en migratie

→MFK 2021-2027

Activiteit 10: Migratie

1.4.3.Verwachte resultaten en gevolgen

Vermeld de gevolgen die het voorstel zou moeten hebben op de begunstigden/doelgroepen.

Het doel bestaat erin het EASO om te vormen tot een volwaardig agentschap dat in staat is:

- de lidstaten de noodzakelijke operationele en technische ondersteuning te bieden;

- de praktische samenwerking en informatie-uitwisseling tussen de lidstaten te bevorderen;

- een duurzame en billijke verdeling van de verzoeken om internationale bescherming te bevorderen;

- de uitvoering van het CEAS en de capaciteit van de asiel- en opvangstelsels van de lidstaten te monitoren en te beoordelen; en

- convergentie mogelijk te maken bij de beoordeling van verzoeken om internationale bescherming in de Unie.

1.4.4.Resultaat- en effectindicatoren

Vermeld de indicatoren aan de hand waarvan kan worden nagegaan in hoeverre het voorstel is uitgevoerd.

- aantal tekortkomingen dat is geconstateerd bij het monitoren en beoordelen van de uitvoering van het CEAS, per jaar

- aantal ondersteunende activiteiten voor de uitvoering van het CEAS, per jaar

- aantal ondersteunende activiteiten voor praktische samenwerking tussen de lidstaten, per jaar

- aantal lidstaten van herkomst met betrekking waartoe verslagen en een gemeenschappelijke analyse zijn opgesteld, per jaar

- aantal operationele normen, richtsnoeren en beste praktijken inzake asiel, per jaar

- aantal gevallen van praktische samenwerking en netwerkvorming, per jaar

- aantal regelingen voor informatie-uitwisseling, per jaar

- aantal activiteiten voor operationele ondersteuning, per jaar

- aantal regelingen en activiteiten met partners en belanghebbenden, per jaar

- aantal communicatieactiviteiten, per jaar

1.5.Motivering van het voorstel

1.5.1.Behoefte(n) waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien

Onderhavig voorstel bouwt voort op het huidige mandaat van het EASO en breidt dit uit teneinde het EASO om te vormen tot een volwaardig agentschap dat over de noodzakelijke instrumenten beschikt voor: 1) het bevorderen van de praktische samenwerking en informatie-uitwisseling inzake asiel; 2) het bevorderen van het recht en de operationele normen van de Unie om een hoge mate van uniformiteit te garanderen wat betreft de toepassing van het rechtskader inzake asiel; 3) het garanderen van meer convergentie bij de beoordeling van de beschermingsbehoeften in de Unie; 4) het monitoren en beoordelen van de uitvoering van het CEAS; 5) het versterken van de technische en operationele bijstand aan de lidstaten voor het beheer van de asiel- en opvangstelsels, inclusief versterkte ondersteuning op het gebied van de procedure voor internationale bescherming om te zorgen voor een snelle en tijdige behandeling om de efficiënte en ordelijke werking van de asiel- en opvangstelsels mogelijk te maken en om de lidstaten bij te staan bij de toepassing van de Dublinprocedure; 6) het verrichten van uitgebreide activiteiten ter ondersteuning van de lidstaat van ontvangst, om een snelle behandeling te waarborgen door de administratieve procedure voor internationale bescherming geheel of gedeeltelijk uit te voeren, inclusief in gecontroleerde centra, en om de justitie bij te staan bij de behandeling van beroepen.

1.5.2.Toegevoegde waarde van de deelname van de EU

De doelstellingen van het voorstel bestaan erin de uitvoering van het CEAS te faciliteren en de werking ervan te bevorderen, de praktische samenwerking en informatie-uitwisseling inzake asiel tussen de lidstaten te versterken, het Unierecht en operationele normen te bevorderen om een hoge mate van uniformiteit te garanderen wat betreft asielprocedures, opvangvoorzieningen en de beoordeling van de beschermingsbehoeften in de Unie, de operationele en technische toepassing van het recht en de normen van de Unie inzake asiel te monitoren en de lidstaten meer operationele en technische bijstand te bieden voor het beheer van de asiel- en opvangstelsels, met name wanneer hun asiel- en opvangstelsels onder onevenredige druk staan.

Aangezien het een gemeenschappelijk en gedeeld belang is om via gecoördineerd optreden van de lidstaten en met ondersteuning van het Asielagentschap van de Europese Unie de behoorlijke toepassing van het rechtskader inzake asiel te garanderen en derhalve de stabiele en ordelijke werking van het CEAS te waarborgen, kunnen de doelstellingen van onderhavig voorstel niet voldoende door de lidstaten alleen worden verwezenlijkt maar kunnen zij beter op Unieniveau worden verwezenlijkt.

1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan

Het EASO heeft sinds de start van zijn werkzaamheden in 2011 de lidstaten voortdurend ondersteund bij de toepassing van de huidige regels en de verbetering van de werking van de bestaande instrumenten. Het Agentschap heeft ervaring opgedaan en een goede staat van dienst opgebouwd wat betreft het bevorderen van de praktische samenwerking tussen de lidstaten en de steun aan de lidstaten bij het nakomen van hun verplichtingen in het kader van het CEAS. De taken van het EASO zijn gestaag geëvolueerd om tegemoet te komen aan de toenemende behoeften van de lidstaten en van het CEAS als geheel. De lidstaten rekenen in toenemende mate op de operationele en technische bijstand van het Agentschap. Het Agentschap heeft aanzienlijke kennis opgebouwd en ervaring opgedaan op het gebied van asiel. Het kan nu worden omgevormd tot een volwaardig centrum van expertise, waar het nu nog in grote mate afhankelijk is van de informatie en expertise van de lidstaten.

Volgens de Commissie is het agentschap een van de instrumenten die kunnen worden gebruikt om de structurele zwakke punten van het CEAS aan te pakken. Deze zwakke punten zijn nog duidelijker geworden door de grootschalige en ongecontroleerde aankomst van migranten en asielzoekers in de Europese Unie met name in de jongste jaren. Het zou niet passend zijn het CEAS te hervormen zonder daarbij het Agentschap het mandaat toe te kennen dat het nodig heeft in het licht van de behoeften die door de hervorming worden gecreëerd. Het is van essentieel belang het Agentschap de noodzakelijke middelen te bieden om lidstaten in crisissituaties bij te staan, maar het is des te noodzakelijker een solide rechtskader en operationeel en praktisch kader te creëren voor het Agentschap, zodat het de asiel- en opvangstelsels van de lidstaten kan versterken en aanvullen.

1.5.4.Verenigbaarheid en eventuele synergie met andere passende instrumenten

Onderhavig voorstel is in overeenstemming met het brede langetermijnbeleid inzake beter migratiebeheer dat de Commissie heeft uiteengezet in de Europese migratieagenda, waarin de politieke beleidslijnen van voorzitter Juncker zijn uitgewerkt tot een reeks samenhangende en elkaar onderling versterkende maatregelen die zijn gebaseerd op vier pijlers: een beperking van de stimulansen voor irreguliere migratie, de beveiliging van de buitengrenzen en het redden van levens, een krachtig asielbeleid en een nieuw beleid voor legale migratie. Met onderhavig voorstel wordt verder uitvoering gegeven aan de Europese migratieagenda, meer bepaald wat betreft de doelstelling het asielbeleid van de Unie te versterken, aangezien het Asielagentschap van de Europese Unie de volledige en coherente uitvoering van het CEAS zal garanderen. Onderhavig wijzigingsvoorstel vormt een aanvulling op het oorspronkelijke voorstel van de Commissie en is coherent met de doelstelling om een intern beleid op te bouwen dat gebaseerd is op een evenwicht tussen solidariteit en verantwoordelijkheid gezien de conclusies van de Europese Raad van juni 2018. De versterkte ondersteuning door het Asielagentschap van de Europese Unie is een essentieel solidariteitselement. Onderhavig voorstel versterkt ook de elementen van samenwerking tussen het Asielagentschap van de Europese Unie en de Europese grens- en kustwacht om het voorstel van de Commissie tot wijziging van de verordening betreffende de Europese grens- en kustwacht tot uitdrukking te brengen, met name wat betreft het inzetten van ondersteuningsteams voor migratiebeheer.

1.6.Duur en financiële gevolgen

 Voorstel met een beperkte looptijd

   Voorstel is van kracht vanaf [DD/MM]JJJJ tot en met [DD/MM]JJJJ

   Financiële gevolgen vanaf JJJJ tot en met JJJJ

 Voorstel met een onbeperkte geldigheidsduur

uitvoering met een opstartperiode vanaf JJJJ tot en met JJJJ,

gevolgd door een volledige uitvoering.

1.7.Beheersvormen 8  

 Direct beheer door de Commissie

door haar diensten, waaronder het personeel in de delegaties van de Unie;

   door de uitvoerende agentschappen

 Gedeeld beheer met lidstaten

 Indirect beheer door begrotingsuitvoeringstaken te delegeren aan:

derde landen of de door hen aangewezen organen;

internationale organisaties en hun agentschappen (geef aan welke);

de EIB en het Europees Investeringsfonds;

de in de artikelen 208 en 209 van het Financieel Reglement bedoelde organen;

publiekrechtelijke organen;

privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, voor zover zij voldoende financiële garanties bieden;

privaatrechtelijke organen van een lidstaat, waaraan de uitvoering van een publiek-privaat partnerschap is toevertrouwd en die voldoende financiële garanties bieden;

personen aan wie de uitvoering van specifieke maatregelen op het gebied van het GBVB in het kader van titel V van het VEU is toevertrouwd en die worden genoemd in de betrokken basishandeling.

Verstrek, indien meer dan een beheersvorm is aangekruist, extra informatie onder "Opmerkingen".

Opmerkingen

2.BEHEERSMAATREGELEN

2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen

Vermeld frequentie en voorwaarden.

Het Asielagentschap van de Europese Unie heeft de plicht verslag uit te brengen over zijn activiteiten. Het Agentschap moet een jaarlijks activiteitenverslag opstellen inzake asiel, waarin de resultaten van de activiteiten die het in de loop van het jaar heeft uitgevoerd, worden geëvalueerd. Dat verslag moet een vergelijkende analyse van de activiteiten van het Agentschap omvatten, zodat het de kwaliteit, consistentie en doeltreffendheid van het CEAS kan bevorderen. Het Agentschap moet het jaarlijkse activiteitenverslag toezenden aan de raad van beheer, het Europees Parlement en de Raad.

De Commissie moet binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze verordening de opdracht geven een evaluatie uit te voeren, en vervolgens om de vijf jaar, om met name de impact, de doeltreffendheid en de efficiëntie van het Agentschap en de werkmethoden ervan te beoordelen. Bij deze evaluatie moet de impact van het Agentschap op de praktische samenwerking inzake met asiel verband houdende zaken en de werking van het CEAS worden geëvalueerd. De Commissie moet het evaluatieverslag samen met haar conclusies over het verslag toesturen aan het Europees Parlement, de Raad en de raad van beheer. De bevindingen van de evaluatie moeten openbaar worden gemaakt.

2.2.Beheers- en controlesysteem

2.2.1.Geconstateerde risico's

- De huidige bevoegdheden van het Agentschap moeten worden uitgebreid om de uitvoering van het CEAS en van het hervormde Dublinsysteem te waarborgen. Er moeten meer personele en financiële middelen aan het Agentschap worden toegewezen, wil het zijn taak kunnen vervullen. Zonder deze wijzigingen komt het CEAS in gevaar.

- Grote en ongecontroleerde migratiestromen blijven de asiel- en opvangstelsels onder druk zetten, waardoor het langer duurt om van de noodaanpak over te schakelen naar ordelijk beheer van de migratie- en asielstelsels.

- Werving van personeel: het tempo waarin personeel wordt aangeworven, kan een risico vormen, aangezien de capaciteit van het Agentschap nog steeds beperkt is, werving betrekkelijk traag verloopt en het werk zich opstapelt. DG HOME probeert dit aspect te verzachten door voortdurend ondersteuning en monitoring te bieden.

- Vertraging bij de vaststelling van de rechtsgrondslag voor het gewijzigde Dublinsysteem en aanverwante IT-ontwikkelingen die zouden moeten worden beheerd door het Agentschap, zouden de vervulling van de nieuwe taken van het Agentschap in dit opzicht kunnen belemmeren.

- Het Agentschap blijft in hoge mate afhankelijk van de kennis van de lidstaten en het Agentschap loopt achter met de ontwikkeling van zijn eigen kennisbasis, die nodig is om uit te groeien tot een zelfstandig expertisecentrum.

Naar aanleiding van de aanzienlijke zwakke punten die door de Europese Rekenkamer en de dienst Interne Audit met betrekking tot het beheer en de controle van het EASO zijn vastgesteld en die in het jaarlijkse activiteitenverslag 2017 tot punten van voorbehoud hebben geleid, heeft DG HOME een mitigerend actieplan opgesteld. De situatie moet worden rechtgezet en voorkomen moet worden dat de risico's zich opnieuw voordoen door de coördinatie te verbeteren, door werkafspraken te maken tussen het bevoegde DG en het Agentschap en door nauwlettende monitoring.

In dit verband monitort de Commissie het functioneren van het Agentschap, met inbegrip van de uitvoering van de begroting, op de voet door haar actieve aanwezigheid bij de vergaderingen van de raad van bestuur en van de voorbereidende groep van de raad van bestuur. Om de monitoringfunctie van de raad van bestuur verder te bevorderen, ontvangt en evalueert de Commissie sinds februari 2018 op basis van een besluit van de raad van bestuur inzake voorlopige maatregelen met betrekking tot de uitvoerend directeur regelmatige (tweewekelijkse) monitoringverslagen over financiën, aanbestedingen en werving.

2.2.2.Controlemiddel(en)

De rekeningen van het Agentschap worden ter goedkeuring voorgelegd aan de Rekenkamer en worden onderworpen aan de kwijtingsprocedure. De Interne Auditdienst van de Commissie zal de audits uitvoeren in samenwerking met de interne controleur van het Agentschap.

Naast de onafhankelijke controles die door de Rekenkamer en de dienst Interne Audit worden uitgevoerd, zal de tenuitvoerlegging van het op beginselen gebaseerde internecontrolekader van het Agentschap het mogelijk maken de vastgestelde risico's te controleren. Met name het onderdeel informatie en communicatie moet het personeel dat met de gedecentraliseerde agentschappen te maken heeft, bewuster maken, terwijl het onderdeel monitoringactiviteiten het mogelijk zal maken verslag uit te brengen op basis van robuuste monitoringindicatoren om vooraf zwakke punten op te sporen.

2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden

Vermeld de bestaande en geplande preventie- en beschermingsmaatregelen.

- Het Agentschap: de uitvoerend directeur zal het budget van het Agentschap beheren. Elk jaar legt de uitvoerend directeur aan de Commissie, de raad van bestuur en de Rekenkamer de gedetailleerde rekeningen van alle ontvangsten en uitgaven over het voorgaande boekjaar voor. Daarnaast zal de dienst Interne Audit van de Commissie advies uitbrengen over de resultaten van de follow-upaudit met betrekking tot de stand van uitvoering van de maatregelen die voortvloeien uit de IAS-audit van 2016 betreffende de uitvoering van de begroting en de aanbestedingsplanning. De resultaten van de audit moeten het management van het Agentschap zekerheid verschaffen over de robuustheid van de ingevoerde controles en een leidraad bieden voor eventuele verdere noodzakelijke verbeteringen.

Na goedkeuring door de Commissie en de Rekenkamer stelt het Agentschap zijn financieel reglement overeenkomstig Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 vast. Het Agentschap zal een intern auditsysteem opzetten dat vergelijkbaar is met dat wat door de Commissie is ontwikkeld in het kader van haar eigen herstructurering. Het Agentschap zal hetzelfde internecontrolekader opzetten als dat van de Commissie, dat een solide kader biedt voor fraudeopsporing en -preventie, terwijl de fraudebestrijdingsstrategie van DG Home de bij het Agentschap vastgestelde risicogebieden zal bestrijken.

- Samenwerking met OLAF: het onder het statuut van de Commissie vallende personeel zal met het oog op de fraudebestrijding samenwerken met het Europees Bureau voor Fraudebestrijding (OLAF).

- Rekenkamer: de Rekenkamer zal de rekeningen onderzoeken overeenkomstig artikel 248 van het Verdrag en jaarlijks een verslag over de activiteiten van het Agentschap publiceren.

3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL

3.1.Rubriek van het meerjarige financiële kader en betrokken begrotingsonderdeel voor uitgaven

·Bestaande begrotingsonderdelen

In volgorde van de rubrieken van het meerjarige financiële kader en de begrotingsonderdelen.

Rubriek van het meerjarig financieel kader

Begrotingsonderdeel

Soort
uitgaven

Bijdrage

Nummer
[Rubriek 3]

GK/ NGK

van EVA-landen

van kandidaat-lidstaten

van derde landen

in de zin van artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement

3

18.03.02 Het Europees ondersteuningsbureau voor asielzaken (EASO)

GK/ NGK

NEE

NEE

JA *

NEE

*Het EASO ontvangt bijdragen van de met de Schengenruimte geassocieerde landen.

·Vereiste nieuwe begrotingsonderdelen voor het MFK 2021-2027

·Er is geen nieuw begrotingsonderdeel in het MFF 2014-2020 nodig. Wel moet de omschrijving van begrotingsonderdeel 18 03 02 worden aangepast.

In volgorde van de rubrieken van het meerjarige financiële kader en de begrotingsonderdelen.

Rubriek van het meerjarig financieel kader

Begrotingsonderdeel

Soort
uitgaven

Bijdrage

Nummer
[Onderdeel 4 Migratie en grensbeheer]

GK/ NGK

van EVA-landen

van kandidaat-lidstaten

van derde landen

in de zin van artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement

4

10.YY.YY Asielagentschap van de Europese Unie

 

GK/ NGK

NEE

NEE

JA *

NEE

3.2.Geraamde gevolgen voor de uitgaven

Een verhoging met 55 miljoen euro van 2019 tot 2027 ten opzichte van het financieel memorandum bij het voorstel van de Commissie COM(2016) 271 final van 4.5.2016.

Het doel van de verhoging is het verdubbelen van de middelen die beschikbaar zijn voor uitgaven in verband met operationele ondersteuning (begrotingsonderdeel 33 in de begroting van het Agentschap) voor de volgende activiteiten:

1) Het versterken van de technische en operationele bijstand aan de lidstaten voor het beheer van de asiel- en opvangstelsels, inclusief versterkte ondersteuning op het gebied van de procedure voor internationale bescherming om te zorgen voor een snelle en tijdige behandeling om de efficiënte en ordelijke werking van de asiel- en opvangstelsels mogelijk te maken en om de lidstaten bij te staan bij de toepassing van de Dublinprocedure.

2) Versterkte activiteiten ter ondersteuning van de lidstaat van ontvangst, om een snelle behandeling te waarborgen door de administratieve procedure voor internationale bescherming geheel of gedeeltelijk uit te voeren, inclusief in de gecontroleerde centra, en om de justitie bij te staan bij de behandeling van beroepen.

Voor de komende tien jaar worden naar schatting ongeveer 500 000 asielaanvragen per jaar in alle EU-landen samen verwacht (momenteel zijn in de EU in 2018 na acht maanden 382 000 asielaanvragen ontvangen). Voor Griekenland en Italië worden ongeveer 120 000 aanvragen per jaar verwacht, waarvan 60 000 in Griekenland en 60 000 in Italië. In Griekenland worden op de eilanden gemiddeld 15 000 aanvragen behandeld. Het EASO behandelt momenteel slechts een deel van de deze aanvragen op de eilanden en biedt op het vasteland nog geen soortgelijke ondersteuning als door Griekenland is gevraagd. Meer in het algemeen is de impact van de hulp van het EASO aan de lidstaten bij de behandeling van alle aanvragen op dit moment beperkt. Het doel van de gewijzigde verordening is de capaciteit en de gebieden waarop het EASO de lidstaten, met name de lidstaten in de voorste linie (bv. GR en IT), verder ondersteunt, uit te breiden, inclusief via de gecontroleerde centra, zoals gevraagd in de conclusies van de Europese Raad van 28 juni.



3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de uitgaven

in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

Rubriek van het meerjarig financieel
kader 2014-2020

3

Veiligheid en burgerschap

Asielagentschap van de Europese Unie

Jaar
2018

Jaar
2019

Jaar
2020

TOTAAL

• Beleidskredieten

Nummer begrotingsonderdeel

Vastleggingen

1)

Betalingen

2)

Nummer begrotingsonderdeel

Vastleggingen

(1a)

Betalingen

(2 a)

Uit het budget van specifieke programma's gefinancierde administratieve kredieten

Nummer begrotingsonderdeel

3)

TOTAAL kredieten
voor het Asielagentschap van de Europese Unie (oorspronkelijk voorstel COM(2016)271)

Vastleggingen

=1+1a +3

86.971

96.686

114.100

297.757

Betalingen

=2+2a

+3

86.971

96.686

114.100

297.757

Extra middelen in verband met het huidige voorstel

Vastleggingen

55.000

55.000

110.000

Betalingen

55.000

55.000

110.000

TOTAAL kredieten
voor het Asielagentschap van de Europese Unie

86.971

151.686

169.100

407.757

86.971

151.686

169.100

407.757



Rubriek van het meerjarig financieel
kader 2014-2020

5

"Administratieve uitgaven"

in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

Jaar
2018

Jaar
2019

Jaar
2020

TOTAAL

DG: HOME

• Personele middelen

0.536

0.536

0.536

1.608

• Andere administratieve uitgaven

0.030

0.030

0.030

0.090

TOTAAL DG MIGRATIE EN BINNENLANDSE ZAKEN

Kredieten

0.566

0.566

0.566

1.698

TOTAAL kredieten
onder RUBRIEK 5
van het meerjarig financieel kader
 

2014-2020

(Totaal vastleggingen = totaal betalingen)

0.566

0.566

0.566

1.698

in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

Jaar
2018

Jaar
2019

Jaar
2020

TOTAAL

TOTAAL kredieten
onder RUBRIEKEN 1 tot en met 5
van het meerjarig financieel kader
 

2014-2020

Vastleggingen

87.537

152.252

169.666

409.455

Betalingen

87.537

152.252

169.666

409.455

Rubriek van het meerjarig financieel
kader 2021-2027

4

Migratie en grensbeheer

Asielagentschap van de Europese Unie

Jaar
2021

Jaar
2022

Jaar
2023

Jaar
2024

Jaar
2025

Jaar
2026

Jaar
2027

TOTAAL

• Beleidskredieten

Nummer begrotingsonderdeel

Vastleggingen

1)

Betalingen

2)

Nummer begrotingsonderdeel

Vastleggingen

(1a)

Betalingen

(2 a)

Uit het budget van specifieke programma's gefinancierde administratieve kredieten 9  

Nummer begrotingsonderdeel

3)

TOTAAL kredieten
voor het Asielagentschap van de Europese Unie

Vastleggingen

=1+1a +3

171.400

173.700

176.100

178.500

180.900

183.500

185.900

1 250.000

Betalingen

=2+2a

+3

171.400

173.700

176.100

178.500

180.900

183.500

185.900

1 250.000



Rubriek van het meerjarig financieel
kader 2021-2027

7

'Europees openbaar bestuur'

in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

Jaar
2021

Jaar
2022

Jaar
2023

Jaar
2024

Jaar
2025

Jaar
2026

Jaar
2027

TOTAAL

DG: HOME

• Personele middelen

0.536

0.536

0.536

0.536

0.536

0.536

0.536

3.752

• Andere administratieve uitgaven

0.030

0.030

0.030

0.030

0.030

0.030

0.030

0.210

TOTAAL DG MIGRATIE EN BINNENLANDSE ZAKEN

Kredieten

0.566

0.566

0.566

0.566

0.566

0.566

0.566

3.962

TOTAAL kredieten
onder RUBRIEK 7
van het meerjarig financieel kader
2021-2027

(Totaal vastleggingen = totaal betalingen)

0.566

0.566

0.566

0.566

0.566

0.566

0.566

3.962

in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

Jaar
2021

Jaar
2022

Jaar
2023

Jaar
2024

Jaar
2025

Jaar
2026

Jaar
2027

TOTAAL

TOTAAL kredieten
onder RUBRIEKEN 1 tot en met 7
van het meerjarig financieel kader
 

Vastleggingen

171.966

174.266

176.666

179.066

181.466

184.066

186.466

1 253.962

Betalingen

171.966

174.266

176.666

179.066

181.466

184.066

186.466

1 253.962

3.2.2.Geraamde gevolgen voor de kredieten van het Asielagentschap van de Europese Unie

   Voor het voorstel zijn geen beleidskredieten nodig

   Voor het voorstel zijn beleidskredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

MFF 2014-2020* (Vastleggingskredieten (in EUR)

* In deze tabel worden alleen de operationele uitgaven van titel 3 weergegeven.    

MFK 2021-2027*

Vastleggingskredieten in EUR

* In deze tabel worden alleen de operationele uitgaven van titel 3 weergegeven.    

3.2.3.Geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten

3.2.3.1.Samenvatting

   Voor het voorstel zijn geen administratieve kredieten nodig.

   Voor het voorstel zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

Het gevraagde aantal personeelsleden voor het Agentschap blijft ongewijzigd ten opzichte van het oorspronkelijke voorstel van de Commissie van 4 mei 2016, d.w.z. een geleidelijke toename tot 500 VTE in 2020.

in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

Personele middelen (*)

2018

2019

2020

2021-2027

TOTAAL

C(2013)519 uitgangssituatie

51

51

51

51

51

Wijzigingen

40

40

40

40

40

Gewijzigde uitgangssituatie

91

91

91

91

91

Gevraagde extra posten*

59

70

82

0

0

Personeelsformatieposten (in personen)

214

284

366

366

366

Waarvan AD

135

179

231

231

231

waarvan AST

79

105

135

135

135

Extern personeel (VTE)

83

106

134

134

134

waarvan arbeidscontractanten

72

95

123

123

123

waarvan gedetacheerde nationale deskundigen

11

11

11

11

11

TOTAAL

297

390

500

500

500

* Deze tabel geeft een overzicht van de reeds in het voorstel van de Commissie COM(2016) 271 final van 4.5.2016 gevraagde personele middelen. Vanaf 2021 en daarna wordt geen personeelsuitbreiding gevraagd.

Personeelsuitgaven

2018

2019

2020

2021-2027 (voor elk jaar)

Personeelsformatieposten (in personen)

28.676.000

38.056.000

49.044.000

49.044.000

- Waarvan AD

18.090.000

23.986.000

30.954.000

30.954.000

- waarvan AST

10.586.000

14.070.000

18.090.000

18.090.000

Extern personeel (VTE)

5.898.000

7.508.000

9.468.000

9.468.000

- waarvan arbeidscontractanten

5.040.000

6.650.000

8.610.000

8.610.000

- waarvan gedetacheerde nationale deskundigen (END)

858.000

858.000

858.000

858.000

Totaal personeel

34.574.000

45.564.000

58.512.000

58.512.000

3.2.3.2.Geraamde personeelsbehoeften

   Voor het voorstel zijn geen personele middelen nodig.

   Voor het voorstel zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

Raming in voltijdequivalenten

2018

2019

2020

invullen: zoveel jaren als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

• Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)

XX 01 01 01 (zetel en vertegenwoordigingen van de Commissie)

4

4

4

XX 01 01 02 (delegaties)

XX 01 05 01 (onderzoek door derden)

10 01 05 01 (eigen onderzoek)

Extern personeel (in voltijdequivalenten, VTE 10

XX 01 02 01 (AC, END, INT van de "totale financiële middelen")

XX 01 02 02 (AC, AL, END, INT en JED in de delegaties)

XX 01 04 jj  11

- zetel

- delegaties

XX 01 05 02 (AC, END, INT - onderzoek door derden)

10 01 05 02 (AC, END, SNE – eigen onderzoek)

Ander begrotingsonderdeel (te vermelden)

TOTAAL

4

4

4

XX is het beleidsterrein of de begrotingstitel.

Voor de benodigde personele middelen zal een beroep worden gedaan op het personeel van het DG dat reeds voor het beheer van deze actie is toegewezen en/of binnen het DG is herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.

Beschrijving van de uit te voeren taken:

Ambtenaren en tijdelijk personeel

De Commissie vertegenwoordigen in de raad van bestuur van het Agentschap. Het advies van de Commissie over het jaarlijkse werkprogramma opstellen en de tenuitvoerlegging van het programma controleren. Op de opstelling van de begroting van het Agentschap toezien en de uitvoering van de begroting monitoren. Het Agentschap bijstaan bij de ontwikkeling van zijn activiteiten in overeenstemming met het EU-beleid, onder meer door het deelnemen aan bijeenkomsten van deskundigen.

Extern personeel

3.2.4.Verenigbaarheid met het huidige meerjarige financiële kader

   Het voorstel is verenigbaar met het huidig meerjarig financieel kader (MFK), maar kan leiden tot de inzet van speciale instrumenten als omschreven in de MFK-verordening.

   Het voorstel vergt herprogrammering van de betrokken rubriek van het meerjarige financiële kader.

   Het voorstel vergt toepassing van het flexibiliteitsinstrument of herziening van het meerjarig financieel kader 12 .

3.2.5.Bijdragen van derden

Het voorstel voorziet niet in medefinanciering door derden.

 Het voorstel voorziet in medefinanciering, zoals hieronder wordt geraamd:

Kredieten in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

2018

2019

2020

2021-2027

invullen: zoveel jaren als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

Totaal

Bijdrage van de geassocieerde Schengenlanden 

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

TOTAAL medegefinancierde kredieten




Geraamde gevolgen voor de ontvangsten

   Het voorstel heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten.

   Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen:

   voor de eigen middelen

   voor de diverse ontvangsten

in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

Begrotingsonderdeel voor ontvangsten:

Voor het lopende begrotingsjaar beschikbare kredieten

Gevolgen van het voorstel 13

Jaar
N

Jaar
N+1

Jaar
N+2

Jaar
N+3

invullen: zoveel jaren als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

Artikel ………….

Voor de diverse ontvangsten die worden "toegewezen", vermeld het (de) betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven.

Vermeld de wijze van berekening van de gevolgen voor de ontvangsten.

(1)    EUCO 28.06.2018.
(2)    Mesebergverklaring door Duitsland en Frankrijk "Renewing Europe’s promises of security and prosperity", 19 juni 2018.
(3)    COM(2016) 271 final.
(4)    EUCO 19.02.2016.
(5)    [verwijzingen die moeten worden toegevoegd zodra de nieuwe financiële kaderregeling (gedelegeerde handeling) is goedgekeurd; goedkeuring gepland voor het einde van het jaar].
(6)    ABM: activity-based management; ABB: activity-based budgeting.
(7)    In de zin van artikel 54, lid 2, onder a) of b), van het Financieel Reglement.
(8)    Nadere gegevens over de beheersvormen en verwijzingen naar het Financieel Reglement zijn beschikbaar op BudgWeb: http://www.cc.cec/budg/man/budgmanag/budgmanag_en.html
(9)    Technische en/of administratieve bijstand en uitgaven ter ondersteuning van de uitvoering van programma's en/of acties van de EU (vroegere "BA"-onderdelen), onderzoek door derden, eigen onderzoek.
(10)    AC = Agent Contractuel (arbeidscontractant); AL = Agent Local (plaatselijk functionaris); END = Expert National Détaché (gedetacheerd nationaal deskundige); INT= Intérimaire (uitzendkracht); JED= Jeune Expert en Délégation (jonge deskundige in delegaties).
(11)    Subplafond voor extern personeel uit beleidskredieten (vroegere "BA"-onderdelen).
(12)    Zie de artikelen 11 en 17 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020.
(13)    Voor traditionele eigen middelen (douanerechten en suikerheffingen) moeten nettobedragen worden vermeld, d.w.z. na aftrek van 25 % aan inningskosten.