Brussel, 22.8.2018

COM(2018) 601 final

2018/0309(NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen in de Gemengde Commissie EU-CTC die is ingesteld bij de overeenkomst betreffende een gemeenschappelijke regeling inzake douanevervoer van 20 mei 1987, met betrekking tot wijzigingen van deze overeenkomst


TOELICHTING

1.ONDERWERP VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel van het voorstel

Dit voorstel betreft het besluit tot bepaling van het namens de Unie in te nemen standpunt in de Gemengde Commissie EU-CTC 1 voor gemeenschappelijk douanevervoer ("de Gemengde Commissie") met betrekking tot de voorgenomen vaststelling door deze commissie van een besluit tot wijziging van een reeks bijlagen bij aanhangsel III van de overeenkomst betreffende een gemeenschappelijke regeling inzake douanevervoer van 20 mei 1987 2 ("de overeenkomst").

2.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

2.1.De overeenkomst betreffende een gemeenschappelijke regeling inzake douanevervoer

De overeenkomst heeft tot doel het goederenverkeer tussen de Europese Unie en de andere landen die partij zijn bij de overeenkomst, te vergemakkelijken. Zij is op 1 januari 1988 in werking getreden.

De Europese Unie is partij bij de overeenkomst.

De landen die partij zijn bij de overeenkomst maar geen lid zijn van de Unie, worden in de overeenkomst "landen die deelnemen aan het gemeenschappelijk douanevervoer" genoemd.

2.2.De Gemengde Commissie

De Gemengde Commissie is belast met het beheer van de overeenkomst en ziet toe op de correcte uitvoering ervan. Zij stelt bij besluit wijzigingen in de aanhangsels van de overeenkomst vast.

De besluiten van de Gemengde Commissie worden aangenomen in onderlinge overeenstemming tussen de overeenkomstsluitende partijen.

2.3.De beoogde handeling van de Gemengde Commissie

Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland ("het Verenigd Koninkrijk") heeft de overeenkomst als lidstaat van de Europese Unie toegepast sinds de inwerkingtreding ervan in 1988. Wanneer het Verenigd Koninkrijk zich uit de Europese Unie terugtrekt, zal de overeenkomst evenwel automatisch niet langer van toepassing zijn op het Verenigd Koninkrijk. Als het Verenigd Koninkrijk dus ook na zijn terugtrekking uit de Europese Unie gebruik wil maken van een gemeenschappelijke douanevervoerregeling voor het vervoer van goederen tussen de overeenkomstsluitende partijen en het Verenigd Koninkrijk, moet het als een afzonderlijke partij tot de overeenkomst toetreden.

Indien de tussen de onderhandelaars van de EU en het Verenigd Koninkrijk overeengekomen overgangsregeling in werking treedt in het kader van het terugtrekkingsakkoord waarover momenteel wordt onderhandeld overeenkomstig artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, zullen de internationale overeenkomsten waarbij de Unie partij is, daaronder begrepen de overeenkomst in kwestie, van toepassing zijn op en in het Verenigd Koninkrijk met ingang van de datum van terugtrekking tot en met 31 december 2020. In dat geval zal de toetreding van het Verenigd Koninkrijk tot deze overeenkomst pas van kracht worden vanaf de datum waarop het Unierecht (daaronder begrepen deze overeenkomst) niet langer van toepassing is op en in het Verenigd Koninkrijk.

Door de toetreding van het Verenigd Koninkrijk tot de overeenkomst dienen de documenten van zekerheidstelling waarin de partijen bij de overeenkomst zijn vermeld, te worden aangepast. De naam "het Verenigd Koninkrijk" zal worden geschrapt in het deel dat bestemd is voor de lidstaten van de Unie, en worden opgenomen in het deel dat bestemd is voor de landen die deelnemen aan het gemeenschappelijk douanevervoer.

De Commissie wordt verzocht onderhavig ontwerpvoorstel voor een besluit aan te nemen en aan de Raad toe te zenden.

Het besluit van de Gemengde Commissie tot wijziging van de overeenkomst zal bindend worden voor de overeenkomstsluitende partijen in overeenstemming met artikel 3 van dat besluit, waarin is bepaald dat het in werking treedt op de datum waarop de toetreding van het Verenigd Koninkrijk tot de overeenkomst als een afzonderlijke partij van kracht wordt, onder voorbehoud van die toetreding.

In overeenstemming met artikel 15, lid 3, van de overeenkomst dienen de overeenkomstsluitende partijen in overeenstemming met hun eigen wetgeving gevolg te geven aan besluiten tot wijziging van de overeenkomst.

3.NAMENS DE UNIE IN TE NEMEN STANDPUNT

Het voorgestelde standpunt houdt in dat de bijlagen bij aanhangsel III van de overeenkomst, waarin het Verenigd Koninkrijk is opgenomen als een lidstaat van de Unie, worden gewijzigd om duidelijk te maken dat het Verenigd Koninkrijk een afzonderlijke partij bij de overeenkomst is zodra zijn toetreding van kracht is geworden. De wijzigingen zijn derhalve technisch van aard.

Het voorgestelde standpunt is in overeenstemming met het gemeenschappelijk handelsbeleid.

4.RECHTSGRONDSLAG

4.1.Procedurele rechtsgrondslag

4.1.1.Beginselen

Artikel 218, lid 9, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) voorziet in de vaststelling van besluiten tot bepaling van "de standpunten die namens de Unie worden ingenomen in een krachtens een overeenkomst opgericht lichaam, wanneer dit lichaam handelingen met rechtsgevolgen vaststelt, met uitzondering van handelingen tot aanvulling of wijziging van het institutionele kader van de overeenkomst".

Overeenkomstig artikel 15, lid 3, onder a), van de overeenkomst stelt de Gemengde Commissie bij besluit wijzigingen in de aanhangsels van de overeenkomst vast.

4.1.2.Toepassing op het onderhavige geval

De Gemengde Commissie is een lichaam dat is opgericht krachtens een overeenkomst, te weten de overeenkomst betreffende een gemeenschappelijke regeling inzake douanevervoer.

Het door de Gemengde Commissie vast te stellen besluit is een handeling met rechtsgevolgen. Dit besluit zal overeenkomstig artikel 20 van de overeenkomst uit hoofde van het volkenrecht bindend zijn.

Hoewel het Verenigd Koninkrijk geen derde land zal zijn wanneer de Gemengde Commissie deze wijzigingen van de aanhangsels vaststelt, is het niettemin noodzakelijk de technische aanpassingen van de aanhangsels voor te bereiden zodat deze toepassing kunnen vinden zodra het Verenigd Koninkrijk een afzonderlijke partij bij de overeenkomst wordt.

De beoogde handeling strekt niet tot aanvulling of wijziging van het institutionele kader van de overeenkomst.

De procedurele rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is derhalve artikel 218, lid 9, VWEU.

4.2.Materiële rechtsgrondslag

De materiële rechtsgrondslag voor een overeenkomstig artikel 218, lid 9, VWEU te nemen besluit wordt in de eerste plaats bepaald door de doelstelling en de inhoud van de beoogde handeling ten aanzien waarvan namens de Unie een standpunt wordt ingenomen. Wanneer de beoogde handeling een tweeledige doelstelling heeft of bestaat uit twee componenten, waarvan er een kan worden gezien als hoofddoelstelling of overwegende component, terwijl de andere doelstelling of de andere component slechts ondergeschikt is, moet het overeenkomstig artikel 218, lid 9, VWEU te nemen besluit op één materiële rechtsgrondslag worden gebaseerd, namelijk die welke vereist is gelet op de hoofddoelstelling of de overwegende component.

De wijzigingen in de aanhangsels van de overeenkomst met het oog op de toetreding van het Verenigd Koninkrijk tot de overeenkomst moeten zorgen voor efficiënte procedures voor grensoverschrijding. De doelstelling en inhoud van de beoogde handeling hebben in de eerste plaats dus betrekking op het gemeenschappelijk handelsbeleid.

De materiële rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is derhalve artikel 207 VWEU.

4.3.Conclusies

De rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is artikel 207 VWEU, in samenhang met artikel 218, lid 9, VWEU.

2018/0309 (NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen in de Gemengde Commissie EU-CTC die is ingesteld bij de overeenkomst betreffende een gemeenschappelijke regeling inzake douanevervoer van 20 mei 1987, met betrekking tot wijzigingen van deze overeenkomst

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 207, in samenhang met artikel 218, lid 9,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)De overeenkomst betreffende een gemeenschappelijke regeling inzake douanevervoer 3 ("de overeenkomst") is gesloten tussen de Europese Economische Gemeenschap, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland, de Republiek IJsland, het Koninkrijk Noorwegen, het Koninkrijk Zweden en de Zwitserse Bondsstaat op 20 mei 1987 en in werking getreden op 1 januari 1988.

(2)Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland ("het Verenigd Koninkrijk") heeft de wens geuit om als een afzonderlijke partij tot de overeenkomst toe te treden vanaf de datum waarop deze niet langer van toepassing is op en in het Verenigd Koninkrijk.

(3)De toetreding van het Verenigd Koninkrijk tot de overeenkomst als een afzonderlijke partij vereist dat de nodige aanpassingen worden aangebracht in de documenten van zekerheidstelling waarvan een model is opgenomen in bepaalde bijlagen bij aanhangsel III van de overeenkomst, waarbij het Verenigd Koninkrijk als lidstaat van de Europese Unie wordt geschrapt en als een land dat deelneemt aan het gemeenschappelijk douanevervoer, wordt toegevoegd.

(4)Ingevolge artikel 15, lid 3, onder a), van de overeenkomst kan de bij die overeenkomst ingestelde Gemengde Commissie bij besluit wijzigingen in de aanhangsels van de overeenkomst vaststellen. Het is passend het standpunt te bepalen dat namens de Unie moet worden ingenomen in de Gemengde Commissie, aangezien het besluit tot wijziging van de overeenkomst voor de Unie bindend zal zijn.

(5)De overeenkomst waarborgt efficiënte procedures voor grensoverschrijding in het handelsverkeer tussen de overeenkomstsluitende partijen.

(6)Aangezien bij het besluit van de Gemengde Commissie de overeenkomst zal worden gewijzigd, is het passend dat besluit na de vaststelling ervan bekend te maken in het Publicatieblad van de Europese Unie,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Het namens de Unie in te nemen standpunt in de Gemengde Commissie EU-CTC die is ingesteld bij de overeenkomst betreffende een gemeenschappelijke regeling inzake douanevervoer van 20 mei 1987, met betrekking tot wijzigingen in de aanhangsels van die overeenkomst, is gebaseerd op het aan dit besluit gehechte ontwerpbesluit van deze Gemengde Commissie.

Artikel 2

Het besluit van de Gemengde Commissie wordt na de vaststelling ervan bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 3

Dit besluit is gericht tot de Commissie.

Gedaan te Brussel,

   Voor de Raad

   De voorzitter

   

(1)    Landen die deelnemen aan het gemeenschappelijk douanevervoer.
(2)    PB L 226 van 13.8.1987, blz. 2.
(3)    PB L 226 van 13.8.1987, blz. 2.

Brussel, 22.8.2018

COM(2018) 601 final

BIJLAGE

bij het voorstel

voor een besluit van de Raad

betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen in de Gemengde Commissie EU-CTC die is ingesteld bij de overeenkomst betreffende een gemeenschappelijke regeling inzake douanevervoer van 20 mei 1987, met betrekking tot wijzigingen van deze overeenkomst


Voorstel voor een besluit nr. .../2018 van de bij de overeenkomst betreffende een gemeenschappelijke regeling inzake douanevervoer van 20 mei 1987 ingestelde Gemengde Commissie EU-CTC

van ……2018

tot wijziging van die overeenkomst

DE GEMENGDE COMMISSIE EU-CTC,

Gezien de overeenkomst betreffende een gemeenschappelijke regeling inzake douanevervoer van 20 mei 1987, en met name artikel 15, lid 3, onder a),

 

Overwegende hetgeen volgt:

(1)Ingevolge artikel 15, lid 3, onder a), van de overeenkomst betreffende een gemeenschappelijke regeling inzake douanevervoer van 20 mei 1987 1 ("de overeenkomst") kan de bij die overeenkomst ingestelde Gemengde Commissie ("de Gemengde Commissie") bij besluit wijzigingen in de aanhangsels van de overeenkomst vaststellen.

(2)Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland ("het Verenigd Koninkrijk") heeft de wens geuit om als een afzonderlijke partij tot de overeenkomst toe te treden en is daartoe uitgenodigd bij Besluit nr. .../2018 van .../2018.

(3)Dienovereenkomstig moeten de formulieren van zekerheidstelling worden gewijzigd waarbij het Verenigd Koninkrijk wordt geschrapt als lidstaat van de Unie en wordt ingevoegd als land dat deelneemt aan het gemeenschappelijk douanevervoer.

(4)Om gebruik te kunnen maken van de formulieren van zekerheidstelling die zijn gedrukt volgens de geldende criteria vóór de datum waarop de toetreding van het Verenigd Koninkrijk tot de overeenkomst als een afzonderlijke partij van kracht wordt, moet een overgangsperiode worden vastgesteld gedurende welke de gedrukte formulieren, met enkele aanpassingen, verder mogen worden gebruikt.

(5)De inwerkingtreding van dit besluit moet worden gekoppeld aan de datum waarop de toetreding van het Verenigd Koninkrijk tot de overeenkomst als een afzonderlijke partij van kracht wordt, en moet onder voorbehoud van die toetreding zijn.

(6)De overeenkomst moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Aanhangsel III van de overeenkomst betreffende een gemeenschappelijke regeling inzake douanevervoer van 20 mei 1987 ("de overeenkomst") wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij dit besluit.

Artikel 2

De formulieren van zekerheidstelling in de bijlagen C1 tot en met C6 bij aanhangsel III van de overeenkomst, in de versie die van kracht was op de dag vóór de inwerkingtreding van dit besluit, mogen verder worden gebruikt mits de nodige geografische aanpassingen worden aangebracht, gedurende één jaar vanaf de inwerkingtreding van dit besluit.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op de datum waarop de toetreding van het Verenigd Koninkrijk tot de overeenkomst als een afzonderlijke partij van kracht wordt, onder voorbehoud van die toetreding.

Gedaan te Brussel, ... 2018

   Voor de Gemengde Commissie

   De voorzitter

   Philip Kermode

Aanhangsel III van de overeenkomst betreffende een gemeenschappelijke regeling inzake douanevervoer van 20 mei 1987 wordt als volgt gewijzigd:

1) Bijlage C1 wordt vervangen door:

"BIJLAGE C1

VERBINTENIS VAN DE BORG - ZEKERHEIDSTELLING PER AANGIFTE

I. Verbintenis van de borg

1. Ondergetekende 21

…………………………………………………………………………………………………..…………………………………………………………………………………………………..

wonend te 32

…………………………………………………………………………………………………... ……….…………………………………………………………………………………………...

stelt zich borg en verbindt zich hoofdelijk bij het kantoor van zekerheidstelling van

…………………………………………………………………………………………………...

tot een maximumbedrag van

…………………………………………………………………………………………………

jegens de Europese Unie (bestaande uit het Koninkrijk België, de Republiek Bulgarije, de Tsjechische Republiek, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Republiek Estland, Ierland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, de Republiek Kroatië, de Italiaanse Republiek, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg, Hongarije, de Republiek Malta, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Polen, de Portugese Republiek, Roemenië, de Republiek Slovenië, de Slowaakse Republiek, de Republiek Finland, het Koninkrijk Zweden) en de Republiek IJsland, de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, het Koninkrijk Noorwegen, de Republiek Servië, de Zwitserse Bondsstaat, de Republiek Turkije, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland 43, het Vorstendom Andorra en de Republiek San Marino 54, voor al hetgeen waarvoor de persoon die deze zekerheidstelling verstrekt 65:

…………………………………………………………………………………………………

aan de voornoemde landen verschuldigd is of kan worden, uit hoofde van de rechten en andere heffingen 76 met betrekking tot de hieronder omschreven, onder de volgende douaneregeling geplaatste goederen 87:

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

Omschrijving van de goederen:     ……………………………………………………………………………..................................

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

2. Ondergetekende verbindt zich ertoe om op het eerste schriftelijke verzoek van de bevoegde autoriteiten van de onder punt 1 genoemde landen de gevorderde bedragen te betalen, zulks zonder de termijn van dertig dagen vanaf het tijdstip van het verzoek te kunnen overschrijden, tenzij ondergetekende of iedere andere belanghebbende vóór het verstrijken van deze termijn ten genoegen van de bevoegde douaneautoriteiten aantoont dat de bijzondere regeling, anders dan de regeling bijzondere bestemming, is aangezuiverd, het douanetoezicht op de bijzondere bestemming van goederen of de tijdelijke opslag naar behoren is beëindigd of, in het geval van andere regelingen dan bijzondere regelingen of tijdelijke opslag, dat de situatie van de goederen is geregulariseerd.

Op verzoek van ondergetekende en om elke als geldig erkende reden kunnen de bevoegde autoriteiten de termijn binnen welke ondergetekende de gevorderde bedragen moet betalen, na de dertig dagen vanaf de datum van het verzoek om betaling verlengen. De uit de toekenning van deze extra termijn voortvloeiende kosten, en met name de rente, moeten zodanig worden berekend dat het bedrag gelijk is aan het bedrag dat op de nationale geld- en kapitaalmarkt zou worden aangerekend.

3. Deze verbintenis is geldig vanaf de dag van goedkeuring door het kantoor van zekerheidstelling. Ondergetekende blijft aansprakelijk voor de betaling van de schuld die ontstaan is bij de douaneregeling die onder dekking van deze verbintenis begonnen is vóór de datum waarop de intrekking of opzegging van de akte van borgtocht is ingegaan, ook als de betaling pas later wordt geëist.

4. Ten behoeve van deze verbintenis kiest ondergetekende woonplaats 98 in elk van de onder punt 1 genoemde landen, bij:

Land

Naam en voornaam, of handelsnaam, en volledig adres

Ondergetekende erkent dat alle correspondentie, betekeningen, formaliteiten en procedures in verband met deze verbintenis die schriftelijk aan één van de gekozen woonplaatsen worden gericht respectievelijk op één van de gekozen woonplaatsen worden vervuld, door hem/haar aanvaard zullen worden als op geldige wijze aan hem/haar te zijn gericht of te zijn vervuld.

Ondergetekende erkent de bevoegdheid van de onderscheiden rechters in wier rechtsgebieden hij/zij woonplaats heeft gekozen.

Ondergetekende verbindt zich ertoe de gekozen woonplaats te handhaven of, als hij/zij één of meer ervan moet wijzigen, dit van tevoren aan het kantoor van zekerheidstelling mee te delen.

Gedaan te………………………op…………………………………………………………….

…………………………………………………………………………………………………

(Handtekening) 109

II. Goedkeuring door het kantoor van zekerheidstelling

Kantoor van zekerheidstelling    
………………………………………………………………………………………………

………………………………………………………………………………………………

………………………………………………………………………………………………

Verbintenis van de borg goedgekeurd op …................................. ter dekking van de douaneregeling waarop de douaneaangifte/aangifte tot tijdelijke opslag nr. …………………………..dd…………………………………………………………….....

……………………………………………………………………………betrekking heeft 1110

(Stempel en handtekening)"

   

2) Bijlage C2 wordt vervangen door:

"BIJLAGE C2

VERBINTENIS VAN DE BORG — ZEKERHEIDSTELLING PER AANGIFTE MET BEWIJS VAN ZEKERHEIDSTELLING

I. Verbintenis van de borg

1. Ondergetekende 121

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

wonend te 132

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

stelt zich borg en verbindt zich hoofdelijk bij het kantoor van zekerheidstelling van

…………………………………………………………………………………………………

jegens de Europese Unie (bestaande uit het Koninkrijk België, de Republiek Bulgarije, de Tsjechische Republiek, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Republiek Estland, Ierland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, de Republiek Kroatië, de Italiaanse Republiek, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg, Hongarije, de Republiek Malta, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Polen, de Portugese Republiek, Roemenië, de Republiek Slovenië, de Slowaakse Republiek, de Republiek Finland, het Koninkrijk Zweden) en de Republiek IJsland, de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, het Koninkrijk Noorwegen, de Republiek Servië, de Zwitserse Bondsstaat, de Republiek Turkije, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, het Vorstendom Andorra en de Republiek San Marino 143, voor al hetgeen de houder van de regeling aan de voornoemde landen verschuldigd is of kan worden, uit hoofde van de rechten en andere heffingen in verband met de invoer of uitvoer voor de onder de regeling Uniedouanevervoer of gemeenschappelijk douanevervoer geplaatste goederen, ten aanzien waarvan ondergetekende zich verbonden heeft tot afgifte van bewijzen van zekerheidstelling per aangifte ten belope van ten hoogste 10 000 EUR per bewijs.

2. Ondergetekende verbindt zich ertoe om op het eerste schriftelijke verzoek van de bevoegde autoriteiten van de onder punt 1 genoemde landen de gevorderde bedragen te betalen, tot het maximumbedrag van 10 000 EUR per bewijs van zekerheidstelling per aangifte en zonder de termijn van dertig dagen vanaf het tijdstip van het verzoek te kunnen overschrijden, tenzij ondergetekende of iedere andere belanghebbende vóór het verstrijken van deze termijn ten genoegen van de bevoegde autoriteiten aantoont dat de regeling is aangezuiverd.

Op verzoek van ondergetekende en om elke als geldig erkende reden kunnen de bevoegde autoriteiten de termijn binnen welke ondergetekende de gevorderde bedragen moet betalen, na de dertig dagen vanaf de datum van het verzoek om betaling verlengen. De uit de toekenning van deze extra termijn voortvloeiende kosten, en met name de rente, moeten zodanig worden berekend dat het bedrag gelijk is aan het bedrag dat op de nationale geld- en kapitaalmarkt zou worden aangerekend.

3. Deze verbintenis is geldig vanaf de dag van goedkeuring door het kantoor van zekerheidstelling. Ondergetekende blijft aansprakelijk voor de betaling van de schuld die ontstaan is bij de regeling Uniedouanevervoer of gemeenschappelijk douanevervoer die onder dekking van deze verbintenis begonnen is vóór de datum waarop de intrekking of opzegging van de akte van borgtocht is ingegaan, ook als de betaling pas later wordt geëist.

4. Ten behoeve van deze verbintenis kiest ondergetekende woonplaats 154 in elk van de onder punt 1 genoemde landen, bij:

Land

Naam en voornaam, of handelsnaam, en volledig adres

Ondergetekende erkent dat alle correspondentie, betekeningen, formaliteiten en procedures in verband met deze verbintenis die schriftelijk aan één van de gekozen woonplaatsen worden gericht respectievelijk op één van de gekozen woonplaatsen worden vervuld, door hem/haar aanvaard zullen worden als op geldige wijze aan hem/haar te zijn gericht of te zijn vervuld.

Ondergetekende erkent de bevoegdheid van de onderscheiden rechters in wier rechtsgebieden hij/zij woonplaats heeft gekozen.

Ondergetekende verbindt zich ertoe de gekozen woonplaats te handhaven of, als hij/zij één of meer ervan moet wijzigen, dit van tevoren aan het kantoor van zekerheidstelling mee te delen.

Gedaan te …………………………………………………………………………………….

op…………………………………………………………………………………………….

…………………………………………………………………………………………………

                       (Handtekening) 165

II. Goedkeuring door het kantoor van zekerheidstelling

Kantoor van zekerheidstelling

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

Verbintenis van de borg aanvaard op    
………………………………………………………..………………………………………………………………………………………………………………………………………..

(Stempel en handtekening)"

3) Bijlage C4 wordt vervangen door:

"BIJLAGE C4

VERBINTENIS VAN DE BORG - DOORLOPENDE ZEKERHEIDSTELLING

I.    Verbintenis van de borg

1.    Ondergetekende 171

…………………………………………………………………………………………...

………………………………………………………………………………………….

wonend te 182 

………………………………………………………………………………………….

………………………………………………………………………………………….

stelt zich borg en verbindt zich hoofdelijk bij het kantoor van zekerheidstelling van

………………………………………………………………………………………….

tot een maximumbedrag van ………………………………………………………….

jegens de Europese Unie (bestaande uit het Koninkrijk België, de Republiek Bulgarije, de Tsjechische Republiek, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Republiek Estland, Ierland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, de Republiek Kroatië, de Italiaanse Republiek, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg, Hongarije, de Republiek Malta, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Polen, de Portugese Republiek, Roemenië, de Republiek Slovenië, de Slowaakse Republiek, de Republiek Finland, het Koninkrijk Zweden) en de Republiek IJsland, de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, het Koninkrijk Noorwegen, de Republiek Servië, de Zwitserse Bondsstaat, de Republiek Turkije, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland 193, het Vorstendom Andorra en de Republiek San Marino 204,


voor al hetgeen waarvoor de persoon die deze zekerheidstelling verstrekt 215 …………………………………….. aan de voornoemde landen verschuldigd is of kan worden, uit hoofde van de rechten en andere heffingen 226 die kunnen en/of zijn ontstaan met betrekking tot goederen die onder de in punt 1a en/of 1b vermelde douaneregelingen zijn geplaatst.

Het maximumbedrag van de zekerheidstelling bestaat uit een bedrag ter hoogte van

……………………………………………………………………………………….

a)    hetgeen overeenkomt met 100/50/30 % 237 van het deel van het referentiebedrag dat overeenkomt met het bedrag van de douaneschuld en andere heffingen die kunnen ontstaan, gelijk aan de som van de in punt 1a genoemde bedragen

en

……………………………………………………………………………………….

b)    hetgeen overeenkomt met 100/30 %7 van het deel van het referentiebedrag dat overeenkomt met het bedrag van de douaneschuld en andere heffingen die zijn ontstaan, gelijk aan de som van de in punt 1b genoemde bedragen.

1a.    De bedragen die deel uitmaken van het referentiebedrag dat overeenkomt met het bedrag van de douaneschuld en, in voorkomend geval, andere heffingen die kunnen ontstaan, zijn de volgende voor elk van de hieronder genoemde doeleinden 248:

a)    tijdelijke opslag - ....,

b)    Uniedouanevervoer/gemeenschappelijk douanevervoer - ...,

c)    stelsel van douane-entrepots - ...,

d)    tijdelijke invoer met volledige vrijstelling van invoerrechten - ...,

e)    actieve veredeling - ...,

f)    bijzondere bestemming - ...,

g)    indien een andere regeling — vermeld het andere soort regeling - ... .

1b.    De bedragen die deel uitmaken van het referentiebedrag dat overeenkomt met het bedrag van de douaneschuld en, in voorkomend geval, andere heffingen die zijn ontstaan, zijn de volgende voor elk van onderstaande doeleinden8:

a)    in het vrije verkeer brengen in het kader van de normale douaneaangifte zonder uitstel van betaling - ...,

b)    in het vrije verkeer brengen in het kader van de normale douaneaangifte met uitstel van betaling - ...,


c)    in het vrije verkeer brengen in het kader van een douaneaangifte die overeenkomstig artikel 166 van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie is ingediend - ...,

d)    in het vrije verkeer brengen in het kader van een douaneaangifte die overeenkomstig artikel 182 van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie is ingediend - ...,

e)    tijdelijke invoer met gedeeltelijke vrijstelling van invoerrechten - ...,

f)    bijzondere bestemming - ... 259., 

g)    indien een andere regeling — vermeld het andere soort regeling - ... .

2.    Ondergetekende verbindt zich ertoe om op het eerste schriftelijke verzoek van de bevoegde autoriteiten van de onder punt 1 genoemde landen de gevorderde bedragen te betalen, zulks tot het hierboven vermelde maximumbedrag en zonder de termijn van dertig dagen vanaf het tijdstip van het verzoek te kunnen overschrijden, tenzij ondergetekende of iedere andere belanghebbende vóór het verstrijken van deze termijn ten genoegen van de bevoegde douaneautoriteiten aantoont dat de bijzondere regeling, anders dan de regeling bijzondere bestemming, is aangezuiverd, het douanetoezicht op de bijzondere bestemming van goederen of de tijdelijke opslag naar behoren is beëindigd of, in het geval van andere regelingen dan bijzondere regelingen, dat de situatie van de goederen is geregulariseerd.

Op verzoek van ondergetekende en om elke als geldig erkende reden kunnen de bevoegde autoriteiten de termijn binnen welke ondergetekende de gevorderde bedragen moet betalen, na de dertig dagen vanaf de datum van het verzoek om betaling verlengen. De uit de toekenning van deze extra termijn voortvloeiende kosten, en met name de rente, moeten zodanig worden berekend dat het bedrag gelijk is aan het bedrag dat op de nationale geld- en kapitaalmarkt zou worden aangerekend.

Dit bedrag kan slechts dan worden verminderd met de reeds krachtens deze verbintenis betaalde sommen, wanneer de ondergetekende wordt aangesproken om een schuld te betalen die is ontstaan bij een douaneregeling die is begonnen vóór de ontvangst van het vorige verzoek tot betaling of binnen dertig dagen na ontvangst daarvan.

3.    Deze verbintenis is geldig vanaf de dag van goedkeuring door het kantoor van zekerheidstelling. Ondergetekende blijft aansprakelijk voor de betaling van de schuld die ontstaan is bij de douaneregeling die onder dekking van deze verbintenis begonnen is vóór de datum waarop de intrekking of opzegging van de akte van borgtocht is ingegaan, ook als de betaling pas later wordt geëist.

4.    Ten behoeve van deze verbintenis kiest ondergetekende woonplaats 2610 in elk van de onder punt 1 genoemde landen, bij:

Land

Naam en voornaam, of handelsnaam, en volledig adres

Ondergetekende erkent dat alle correspondentie, betekeningen, formaliteiten en procedures in verband met deze verbintenis die schriftelijk aan één van de gekozen woonplaatsen worden gericht respectievelijk op één van de gekozen woonplaatsen worden vervuld, door hem/haar aanvaard zullen worden als op geldige wijze aan hem/haar te zijn gericht of te zijn vervuld.

Ondergetekende erkent de bevoegdheid van de onderscheiden rechters in wier rechtsgebieden hij/zij woonplaats heeft gekozen.

Ondergetekende verbindt zich ertoe de gekozen woonplaats te handhaven of, als hij/zij één of meer ervan moet wijzigen, dit van tevoren aan het kantoor van zekerheidstelling mee te delen.

Gedaan te …………………………………………………………………………………………

op ……………………………..…………………………….………………………………..

…………………………………………………………………………………………………

(Handtekening) 2711



II.    Goedkeuring door het kantoor van zekerheidstelling

Kantoor van zekerheidstelling

………………………………………………………………………………………………

Verbintenis van de borg aanvaard op

………………………………………………………………………………………………..

…………………………………………………………………….

   (Stempel en handtekening)"

4) In rij 7 van bijlage C5 worden de woorden "Verenigd Koninkrijk" ingevoegd tussen de woorden "Turkije" en "Andorra(*)".

5) In rij 6 van bijlage C6 worden de woorden "Verenigd Koninkrijk" ingevoegd tussen de woorden "Turkije" en "Andorra(*)".

(1)    PB L 226 van 13.8.1987, blz. 2.
(2) 1     Naam en voornaam, of handelsnaam.
(3) 2     Volledig adres.
(4) 3     Haal de naam/namen door van de staat/staten op het grondgebied waarvan de zekerheidstelling niet mag worden gebruikt.
(5) 4     De verwijzingen naar het Vorstendom Andorra en de Republiek San Marino hebben uitsluitend op Uniedouanevervoer betrekking.
(6) 5     Naam en voornaam, of handelsnaam, en volledig adres van de persoon die de zekerheidstelling verstrekt.
(7) 6     Van toepassing met betrekking tot de andere verschuldigde heffingen in verband met de invoer of uitvoer van de goederen wanneer de zekerheidstelling wordt gebruikt om goederen onder de regeling Uniedouanevervoer of gemeenschappelijk douanevervoer te plaatsen of in meer dan één lidstaat kan worden gebruikt.
(8) 7     Vermeld een van de volgende douaneregelingen:    a) tijdelijke opslag,    b) Uniedouanevervoer/gemeenschappelijk douanevervoer,    c) stelsel van douane-entrepots,    d) tijdelijke invoer met volledige vrijstelling van invoerrechten,    e) actieve veredeling,    f) bijzondere bestemming,    g) in het vrije verkeer brengen in het kader van de normale douaneaangifte zonder uitstel van betaling,    h) in het vrije verkeer brengen in het kader van de normale douaneaangifte met uitstel van betaling,    i) in het vrije verkeer brengen in het kader van een douaneaangifte die overeenkomstig artikel 166 van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie is ingediend (PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1),    j) in het vrije verkeer brengen in het kader van een douaneaangifte die overeenkomstig artikel 182 van Verordening (EU) nr. 952/2013 is ingediend,    k) tijdelijke invoer met gedeeltelijke vrijstelling van invoerrechten,    l) indien een andere regeling — vermeld het andere soort regeling.
(9) 8     Wanneer de wetgeving van een land niet voorziet in de mogelijkheid om woonplaats te kiezen, wijst de borg in dit land een lasthebber aan die gemachtigd is alle voor de borg bestemde mededelingen te ontvangen. De verbintenissen in punt 4, tweede en vierde alinea, moeten op overeenkomstige wijze worden bedongen. De onderscheiden rechters in wier rechtsgebieden de woonplaatsen van de borg en van de lasthebber zijn gelegen, zijn bevoegd kennis te nemen van de geschillen betreffende deze borgtocht.
(10) 9     De ondertekenaar dient vóór zijn handtekening het volgende in handschrift te vermelden: "Goed voor borgstelling voor een bedrag van …" (waarbij het bedrag voluit in letters wordt geschreven).
(11) 10     In te vullen door het kantoor waar de goederen onder de regeling of in tijdelijke opslag zijn geplaatst.
(12) 1     Naam en voornaam, of handelsnaam.
(13) 2     Volledig adres.
(14) 3     De verwijzingen naar het Vorstendom Andorra en de Republiek San Marino hebben uitsluitend op Uniedouanevervoer betrekking.
(15) 4     Wanneer de wetgeving van een land niet voorziet in de mogelijkheid om woonplaats te kiezen, wijst de borg in dit land een lasthebber aan die gemachtigd is alle voor de borg bestemde mededelingen te ontvangen. De verbintenissen in punt 4, tweede en vierde alinea, moeten op overeenkomstige wijze worden bedongen. De onderscheiden rechters in wier rechtsgebieden de woonplaatsen van de borg en van de lasthebber zijn gelegen, zijn bevoegd kennis te nemen van de geschillen betreffende deze borgtocht.
(16) 5     De ondertekenaar dient vóór zijn handtekening het volgende in handschrift te vermelden: "Geldig als bewijs van zekerheidstelling".
(17) 1     Naam en voornaam, of handelsnaam.
(18) 2     Volledig adres.
(19) 3     Haal de naam/namen door van het land/de landen op het grondgebied waarvan de zekerheidstelling niet mag worden gebruikt.
(20) 4     De verwijzingen naar het Vorstendom Andorra en de Republiek San Marino hebben uitsluitend op Uniedouanevervoer betrekking.
(21) 5     Naam en voornaam, of handelsnaam, en volledig adres van de persoon die zich borg stelt.
(22) 6     Van toepassing met betrekking tot de andere verschuldigde heffingen in verband met de invoer of uitvoer van de goederen wanneer de zekerheidstelling wordt gebruikt om goederen onder de regeling Uniedouanevervoer/gemeenschappelijk douanevervoer te plaatsen of in meer dan één lidstaat of overeenkomstsluitende partij kan worden gebruikt.
(23) 7     Doorhalen wat niet van toepassing is.
(24) 8     Andere regelingen dan gemeenschappelijk douanevervoer zijn uitsluitend in de Unie van toepassing.
(25) 9.    Voor de opgegeven bedragen in een douaneaangifte voor de regeling bijzondere bestemming.
(26) 10     Wanneer de wetgeving van een land niet voorziet in de mogelijkheid om woonplaats te kiezen, wijst de borg in dit land een lasthebber aan die gemachtigd is alle voor de borg bestemde mededelingen te ontvangen. De verbintenissen in punt 4, tweede en vierde alinea, moeten op overeenkomstige wijze worden bedongen. De onderscheiden rechters in wier rechtsgebieden de woonplaatsen van de borg en van de lasthebber zijn gelegen, zijn bevoegd kennis te nemen van de geschillen betreffende deze borgtocht.
(27) 11     De ondertekenaar dient vóór zijn handtekening het volgende in handschrift te vermelden: "Goed voor borgstelling voor een bedrag van …" (waarbij het bedrag voluit in letters wordt geschreven).