EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 29.5.2018
COM(2018) 352 final
2018/0183(NLE)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN DE RAAD
tot wijziging van Verordening (EU) 2018/120 wat bepaalde vangstmogelijkheden betreft
EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 29.5.2018
COM(2018) 352 final
2018/0183(NLE)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN DE RAAD
tot wijziging van Verordening (EU) 2018/120 wat bepaalde vangstmogelijkheden betreft
TOELICHTING
1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL
•Motivering en doel van het voorstel
Bij Verordening (EU) 2018/120 van de Raad zijn voor 2018 voor sommige visbestanden en groepen visbestanden de vangstmogelijkheden vastgesteld welke in de wateren van de Unie en, voor vaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn. Deze vangstmogelijkheden worden doorgaans meerdere keren gewijzigd gedurende de periode waarin zij van kracht zijn.
•Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein
De voorgestelde maatregelen zijn opgesteld overeenkomstig de doelstellingen en de voorschriften van het gemeenschappelijk visserijbeleid en zijn in overeenstemming met het beleid van de Unie inzake duurzame ontwikkeling.
•Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie
De voorgestelde maatregelen zijn in overeenstemming met andere beleidsgebieden van de Unie, met name op het vlak van milieu.
2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID
•Rechtsgrondslag
De rechtsgrondslag van dit voorstel is artikel 43, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
De verplichting van de Unie om de levende aquatische rijkdommen op duurzame wijze te exploiteren, vloeit voort uit de verplichtingen die zijn vastgelegd in artikel 2 van de nieuwe basisverordening voor het GVB.
•Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)
Het voorstel valt onder de exclusieve bevoegdheid van de Unie als bedoeld in artikel 3, lid 1, onder d), van het Verdrag. Het subsidiariteitsbeginsel is derhalve niet van toepassing.
•Evenredigheid
Het voorstel is om de volgende reden in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel: het GVB is een gemeenschappelijk beleid. Krachtens artikel 43, lid 3, van het Verdrag is het aan de Raad om maatregelen tot vaststelling en verdeling van de vangstmogelijkheden vast te stellen.
•Keuze van het instrument
Voorgesteld instrument: verordening.
3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING
•Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan
Niet van toepassing.
•Raadpleging van belanghebbenden
In het voorstel wordt rekening gehouden met de feedback van belanghebbenden, adviesraden, nationale overheidsdiensten, vissersorganisaties en niet-gouvernementele organisaties.
•Bijeenbrengen en gebruik van expertise
Het voorstel is gebaseerd op wetenschappelijk advies van de Internationale Raad voor het onderzoek van de zee (ICES) en het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij (WTECV).
•Effectbeoordeling
De werkingssfeer van de verordening inzake vangstmogelijkheden wordt omschreven in artikel 43, lid 3, van het Verdrag.
•Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging
Niet van toepassing.
•Grondrechten
Niet van toepassing.
4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING
De voorgestelde maatregelen hebben geen gevolgen voor de begroting.
5.OVERIGE ELEMENTEN
•Toelichting bij de specifieke bepalingen van het voorstel
Het voorstel beoogt de wijziging van Verordening (EU) 2018/120 zoals hieronder beschreven.
Walvishaai
Op de 12e vergadering van de Conferentie van de Partijen bij het Verdrag inzake de bescherming van trekkende wilde diersoorten is de walvishaai (Rhincodon typus) toegevoegd aan aanhangsel I bij het verdrag. Deze soort moet derhalve worden opgenomen in de lijsten van verboden soorten.
Scharretongen
Aangezien uit het wetenschappelijke advies blijkt dat scharretongen in ICES-deelgebied 7 en de ICES-sectoren 8a, 8b, 8d en 8e tot hetzelfde biologische bestand behoren, is het dienstig de lidstaten die in beide zones over een quotum voor die soort beschikken, een flexibiliteit van 25 % tussen ICES-deelgebied 7 en de ICES-sectoren 8a, 8b, 8d en 8e toe te staan.
Noordse garnaal
Op 26 maart 2018 heeft de ICES advies voor de vangsten van Noordse garnaal (Pandalus borealis) in de ICES-sectoren 3a en 4a Oost (Skagerrak, Kattegat, en noordelijke Noordzee in het Noors Diep) uitgebracht. Na overleg met Noorwegen is ertoe besloten de toewijzing van Noordse garnaal voor de EU in het Skagerrak vast te stellen op 3 327 ton.
Sprot
Op 12 april heeft de ICES zijn jaarlijks advies voor sprot (Sprattus sprattus) in de Noordzee uitgebracht. Volgens het ICES-advies mogen de vangsten van sprot in de Noordzee in de periode van 1 juli 2018 tot en met 30 juni 2019 niet meer dan 177 545 ton bedragen. De vangstmogelijkheden voor sprot moeten daarom dienovereenkomstig worden vastgesteld.
Haring in de Keltische Zee
Uit het advies van de ICES blijkt dat het haringbestand in de Keltische Zee zich niet binnen biologisch veilige grenzen bevindt. Daarom moet de verwijzing naar artikel 7, lid 2, worden geschrapt.
Kever
Op 11 april 2018 heeft de ICES zijn advies van oktober 2017 over de vangstmogelijkheden voor kever voor de periode van 1 november 2017 tot en met 31 oktober 2018 geactualiseerd. De vangstmogelijkheden voor kever moeten daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd, waarbij ook rekening moet worden gehouden met uitwisselingen met derde landen.
Langoustine
Wanneer geen survey met onderwaterbeelden (UWTV) kan worden verricht, kan volgens het advies van de ICES verklikkervisserij worden ingezet voor het verzamelen van gegevens over de vangsten per inspanningseenheid (CPUE) met betrekking tot langoustines in functionele eenheid 25 van ICES-sector 8c. De vangstmogelijkheden worden gewijzigd om te voorzien in een dergelijke verklikkervisserij.
Omzetting van vangstmogelijkheden voor EU-vaartuigen in het SPRFMO-gebied
De Regionale Organisatie voor het visserijbeheer in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan (SPRFMO) heeft in 2018, op haar zesde jaarvergadering, een TAC voor Chileense horsmakreel van 35 186 ton vastgesteld. Die TAC moet in de verordening worden opgenomen.
2018/0183 (NLE)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN DE RAAD
tot wijziging van Verordening (EU) 2018/120 wat bepaalde vangstmogelijkheden betreft
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 43, lid 3,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)Bij Verordening (EU) 2018/120 van de Raad 1 zijn voor 2018 voor sommige visbestanden en groepen visbestanden de vangstmogelijkheden vastgesteld welke in de wateren van de Unie en, voor vaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn.
(2)Op de 12e vergadering van de Conferentie van de Partijen bij het Verdrag inzake de bescherming van trekkende wilde diersoorten is de walvishaai (Rhincodon typus) toegevoegd aan aanhangsel I bij het verdrag. Deze soort moet derhalve worden opgenomen in de lijsten van verboden soorten.
(3)Aangezien uit het wetenschappelijke advies van de Internationale Raad voor het Onderzoek van de Zee (ICES) blijkt dat scharretongen in ICES-deelgebied 7 en de ICES-sectoren 8a, 8b, 8d en 8e tot hetzelfde biologische bestand behoren, is het dienstig de lidstaten die in beide zones over een quotum voor die soort beschikken, een flexibiliteit van 25 % tussen ICES-deelgebied 7 en de ICES-sectoren 8a, 8b, 8d en 8e toe te staan.
(4)Op 26 maart 2018 heeft de ICES advies voor de vangsten van Noordse garnaal (Pandalus borealis) in de ICES-sectoren 3a en 4a Oost (Skagerrak, Kattegat, en noordelijke Noordzee in het Noors Diep) uitgebracht. Op grond van dat advies en na overleg met Noorwegen is het passend het aandeel van de Unie van Noordse garnaal in het Skagerrak op 3 327 ton vast te stellen.
(5)Volgens ICES-advies van 12 april 2018 mogen de vangsten van sprot (Sprattus sprattus) in de Noordzee voor de periode van 1 juli 2018 tot en met 30 juni 2019 niet meer dan 177 545 ton bedragen. De vangstmogelijkheden voor sprot moeten dienovereenkomstig worden vastgesteld.
(6)Op 11 april 2018 heeft de ICES een herzien advies voor kever voor de periode van 1 november 2017 tot en met 31 oktober 2018 uitgebracht. De vangstmogelijkheden voor kever moeten dienovereenkomstig worden gewijzigd.
(7)ICES heeft advies uitgebracht waarin staat dat, wanneer geen survey met onderwaterbeelden kan worden verricht, verklikkervisserij kan worden ingezet voor het verzamelen van gegevens over de vangsten per inspanningseenheid met betrekking tot langoustines in functionele eenheid 25 van ICES-sector 8c. De vangstmogelijkheden moeten worden gewijzigd om te voorzien in een dergelijke verklikkervisserij.
(8)De Regionale Organisatie voor het visserijbeheer in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan (SPRFMO) heeft in 2018 op haar zesde jaarvergadering een TAC voor Chileense horsmakreel vastgesteld. Die maatregel moet in Unierecht worden omgezet.
(9)De in Verordening (EU) 2018/120 vastgestelde vangstbeperkingen zijn van toepassing met ingang van 1 januari 2018. De bepalingen van de onderhavige verordening betreffende vangstbeperkingen moeten derhalve eveneens met ingang van die datum van toepassing zijn. Een dergelijke retroactieve toepassing doet geen afbreuk aan de beginselen van rechtszekerheid en bescherming van de legitieme verwachtingen, aangezien de betrokken vangstmogelijkheden nog niet zijn opgebruikt.
(10)Verordening (EU) 2018/120 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Verordening (EU) 2018/120 wordt als volgt gewijzigd:
a)In artikel 13, lid 1, wordt het volgende punt ingevoegd:
"walvishaai (Rhincodon typus) in alle wateren;".
b)In artikel 45, lid 1, wordt het volgende punt ingevoegd:
"walvishaai (Rhincodon typus) in de wateren van de Unie;".
c)De bijlagen IA en IJ worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2018, met uitzondering van artikel 1, punten a) en b), die met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze verordening van toepassing zijn.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel,
Voor de Raad
De voorzitter
EUROPESE COMMISSIE
Brussel,29.5.2018
COM(2018) 352 final
BIJLAGE
bij
VOORSTEL VOOR EEN VERORDENING VAN DE RAAD
tot wijziging van Verordening (EU) 2018/120 wat bepaalde vangstmogelijkheden betreft
BIJLAGE
1.Bijlage IA bij Verordening (EU) 2018/120 wordt als volgt gewijzigd:
1)de tabel met de vangstmogelijkheden voor scharretongen in 7 wordt vervangen door de volgende tabel:
"
|
Soort: |
Scharretongen |
|
|
Gebied: |
7 |
|
|
|
|
Lepidorhombus spp.
|
|
(LEZ/07.) |
|
|
||
|
België |
|
333 |
(1) |
Analytische TAC |
|
|
|
|
Spanje |
3 693 |
(2) |
Artikel 7, lid 2, van deze verordening is van toepassing. |
||||
|
Frankrijk |
4 481 |
(2) |
Artikel 12, lid 1, van deze verordening is van toepassing. |
||||
|
Ierland |
2 038 |
(1) |
|||||
|
Verenigd Koninkrijk |
1 765 |
(1) |
|||||
|
Unie |
12 310 |
||||||
|
TAC |
12 310 |
||||||
|
(1) |
5 % van dit quotum mag worden gevangen in 8a, 8b, 8d en 8e (LEZ/*8ABDE) voor bijvangsten in de gerichte visserij op tong. |
||||||
|
(2) |
25 % van dit quotum mag worden gevangen in 8a, 8b, 8d en 8e (LEZ/*8ABDE). |
||||||
";
2)de tabel met de vangstmogelijkheden voor Noordse garnaal in 3a wordt vervangen door de volgende tabel:
"
|
Soort: |
Noordse garnaal |
|
Gebied: |
3a |
|
|
|
|
|
Pandalus borealis |
|
(PRA/03A.)
|
||||
|
Denemarken |
|
2 162 |
Voorzorgs-TAC |
|
|
||
|
Zweden |
1 165 |
Artikel 7, lid 2, van deze verordening is van toepassing. |
|||||
|
Unie |
3 327 |
Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|||||
|
Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|||||||
|
TAC |
6 230 |
||||||
";
3)de tabel met de vangstmogelijkheden voor sprot en bijvangsten in wateren van de Unie van 2a en 4 wordt vervangen door de volgende tabel:
"
|
Soort: |
Sprot en bijvangsten |
Gebied: |
wateren van de Unie van 2a en 4 |
|
|||||
|
|
Sprattus sprattus |
|
|
(SPR/2AC4-C) |
|
|
|||
|
België |
|
1 911 |
(1)(2) |
Analytische TAC |
|
|
|||
|
Denemarken |
155 660 |
(1)(2) |
|||||||
|
Duitsland |
1 911 |
(1)(2) |
|||||||
|
Frankrijk |
1 911 |
(1)(2) |
|||||||
|
Nederland |
1 911 |
(1)(2) |
|||||||
|
Zweden |
1 330 |
(1)(2)(3) |
|||||||
|
Verenigd Koninkrijk |
1 911 |
(1)(2) |
|||||||
|
Unie |
166 545 |
(1) |
|||||||
|
Noorwegen |
10 000 |
(1) |
|||||||
|
Faeröer |
1 000 |
(1)(4) |
|||||||
|
TAC |
177 545 |
(1) |
|||||||
|
(1) |
Dit quotum mag slechts worden gevangen van 1 juli 2018 tot en met 30 juni 2019. |
||||||||
|
(2) |
Maximaal 2 % van het quotum mag bestaan uit bijvangsten van wijting (OTH/ *2AC4C). Overeenkomstig deze bepaling op het quotum in mindering gebrachte bijvangsten van wijting en overeenkomstig artikel 15, lid 8, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 op het quotum in mindering gebrachte bijvangsten van soorten mogen samen niet hoger zijn dan 9 % van het quotum. |
||||||||
|
(3) |
Inclusief zandspieringen. |
||||||||
|
(4) |
Mag tot 4 % bijvangsten van haring bevatten. |
|
|
|
|
||||
";
4)in de tabel met de vangstmogelijkheden voor haring in de wateren van de Unie van 7g, 7h, 7j en 7k wordt de vermelding "Artikel 7, lid 2, van deze verordening is van toepassing" geschrapt;
5)de tabel met de vangstmogelijkheden voor kever en bijvangsten in 3a en de wateren van de Unie van 2a en 4 wordt vervangen door de volgende tabel:
"
|
Soort: |
Kever en bijvangsten |
Gebied: |
3a; wateren van de Unie van 2a en 4 |
|||||
|
|
Trisopterus esmarkii |
|
|
(NOP/2A3A4.) |
|
|||
|
Denemarken |
85 186 |
(1) |
Analytische TAC |
|||||
|
Duitsland |
16 |
(1) (2) |
Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|||||
|
Nederland |
63 |
(1) (2) |
Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|||||
|
Unie |
85 265 |
(1) (3) |
||||||
|
Noorwegen |
15 000 |
(4) |
||||||
|
Faeröer |
6 000 |
(5) |
||||||
|
TAC |
Niet relevant |
|||||||
|
(1) |
Maximaal 5 % van het quotum mag bestaan uit bijvangsten van schelvis en wijting (OT2/*2A3A4). Overeenkomstig deze bepaling op het quotum in mindering gebrachte bijvangsten van schelvis en wijting en overeenkomstig artikel 15, lid 8, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 op het quotum in mindering gebrachte bijvangsten van soorten mogen samen niet hoger zijn dan 9 % van het quotum. |
|||||||
|
(2) |
Het quotum mag uitsluitend worden gevangen in wateren van de Unie van de ICES-gebieden 2a, 3a en 4. |
|||||||
|
(3) |
Het quotum van de Unie mag slechts worden gevangen van 1 november 2017 tot en met 31 oktober 2018. |
|||||||
|
(4) |
Er moet een sorteerrooster worden gebruikt. |
|||||||
|
(5) |
Er moet een sorteerrooster worden gebruikt. Met inbegrip van maximaal 15 % onvermijdelijke bijvangsten (NOP/*2A3A4) die op dit quotum in mindering moeten worden gebracht. |
|||||||
";
6)de tabel met de vangstmogelijkheden voor langoustine in 8c wordt vervangen door de volgende tabel:
"
|
Soort: |
Langoustine |
|
Gebied: |
8c |
|
|
||
|
|
Nephrops norvegicus |
|
(NEP/08C.) |
|
|
|||
|
Spanje |
|
2 |
(1) |
Voorzorgs-TAC |
|
|
||
|
Frankrijk |
0 |
|||||||
|
Unie |
2 |
(1) |
||||||
|
TAC |
2 |
(1) |
||||||
|
(1) |
Uitsluitend voor vangsten in het kader van verklikkervisserij voor het verzamelen van gegevens over de vangsten per inspanningseenheid (CPUE) in functionele eenheid 25 tijdens vijf reizen per maand in augustus en september door vaartuigen met waarnemers aan boord. |
|||||||
".
2.In bijlage IJ bij Verordening (EU) 2018/120 wordt de tabel met de vangstmogelijkheden voor Chileense horsmakreel in het SPRFMO-verdragsgebied vervangen door de volgende tabel:
"
|
Soort: |
Chileense horsmakreel |
Gebied: |
SPRFMO-verdragsgebied |
|
|
|
Trachurus murphyi |
|
(CJM/SPRFMO) |
|
|
Duitsland |
8 849,28 |
Analytische TAC |
||
|
Nederland |
9 591,70 |
Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
||
|
Litouwen |
6 157,56 |
Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
||
|
Polen |
10 587,46 |
|||
|
Unie |
35 186 |
|||
|
TAC |
Niet relevant |
|||
|
|
|
|
|
|
".