Brussel, 16.5.2018

COM(2018) 302 final

2018/0152(COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 767/2008, Verordening (EG) nr. 810/2009, Verordening (EU) 2017/2226, Verordening (EU) 2016/399, Verordening XX/2018 [de interoperabiliteitsverordening] en Beschikking 2004/512/EG, en tot intrekking van Besluit 2008/633/JBZ van de Raad

{SEC(2018) 236 final}
{SWD(2018) 195 final}
{SWD(2018) 196 final}


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

·Context van het voorstel

Het Visuminformatiesysteem (VIS) 1 wordt sinds 2011 als technologische oplossing gebruikt om de procedure voor afgifte van visa voor kort verblijf te faciliteren en de visum-, grens-, asiel- en migratieautoriteiten te helpen de noodzakelijke informatie inzake onderdanen van derde landen die een visum nodig hebben om naar de EU te reizen, snel en doeltreffend te controleren. Het VIS verbindt consulaten van de lidstaten over de hele wereld en al hun doorlaatposten aan de buitengrenzen. Het systeem matcht biometrische gegevens, met name van vingerafdrukken, voor identificatie- en verificatiedoeleinden.

Zoals vermeld in de mededeling over de aanpassing van het visumbeleid aan nieuwe uitdagingen 2 is het gemeenschappelijk visumbeleid van de EU 3 een essentieel onderdeel van het Schengenacquis. Het visumbeleid is een instrument dat toerisme en zakelijke contacten faciliteert en tegelijkertijd veiligheidsrisico’s en het risico van irreguliere migratie naar de EU tegengaat. Dat doel moet steeds voor ogen worden gehouden. Hoewel de grondbeginselen van de behandeling van visumaanvragen sinds de inwerkingtreding van de Visumcode 4 in 2010 en de ingebruikneming van het VIS in 2011 niet zijn herzien, is de omgeving waarbinnen het visumbeleid wordt toegepast, drastisch gewijzigd. De afgelopen jaren hebben de uitdagingen op migratie- en veiligheidsgebied een verschuiving teweeggebracht in het politieke debat over het gebied zonder toezicht aan de binnengrenzen in het algemeen en het visumbeleid in het bijzonder, in die zin dat de EU een nieuwe blik werpt op de balans tussen aandachtspunten op het gebied van migratie en veiligheid, economische overwegingen en de buitenlandse betrekkingen in het algemeen.

In de mededeling over de instandhouding en de versterking van Schengen 5 heeft de Commissie al verklaard dat in het gebied zonder controles aan de binnengrenzen grensoverschrijdende bedreigingen voor de openbare orde of de binnenlandse veiligheid een zaak van algemeen belang zijn. Met het ontbreken van controles aan de binnengrenzen gingen maatregelen gepaard inzake de buitengrenzen, het visumbeleid, het Schengeninformatiesysteem, gegevensbescherming, politiële samenwerking, justitiële samenwerking in strafzaken en drugsbeleid. 

Tegelijkertijd bieden belangrijke technologische ontwikkelingen nieuwe mogelijkheden om het aanvragen van een visum voor zowel aanvragers als consulaten te vereenvoudigen. Aangezien het VIS een belangrijk onderdeel is van het kader dat aan het visumbeleid ten grondslag ligt, vormt dit voorstel een aanvulling op het recente voorstel tot wijziging van de Visumcode, dat de Commissie op 14 maart 2018 heeft gepresenteerd 6 . Het VIS maakt integraal deel uit van de aanpak van de Commissie voor gegevensbeheer met betrekking tot grenzen, migratie en veiligheid. Het moet ervoor zorgen dat grenswachters, rechtshandhavers, immigratiefunctionarissen en justitiële autoriteiten over de noodzakelijke informatie beschikken om de buitengrenzen van de EU beter te beschermen, migratie te beheren en de interne veiligheid voor alle burgers te verhogen. In december 2017 heeft de Commissie de regels inzake interoperabiliteit van EU-informatiesystemen 7 voorgesteld, zodat deze systemen op een slimmere en efficiëntere wijze samenwerken.

Bij de verordening over het inreis-uitreissysteem (EES) van 2016 8 is vastgesteld dat het EES en het VIS volledig interoperabel kunnen zijn, zodat een volledig beeld wordt verkregen van de geschiedenis van de visumaanvraag van onderdanen van derde landen, door toevoeging van informatie over hoe zij van hun visum gebruik hebben gemaakt. Het voorstel tot vaststelling van een kader voor interoperabiliteit tussen EU-informatiesystemen op het gebied van grenzen en visa wijzigt de VIS-verordening, om het VIS op te nemen in het gemeenschappelijke platform, samen met het EES en het Europees Systeem voor reisinformatie en -autorisatie (ETIAS), die de basis vormen voor de interoperabiliteit. De detector van meerdere identiteiten die bij het interoperabiliteitsvoorstel is geïntroduceerd, zal het gemakkelijker maken meerdere identiteiten op te sporen en identiteitsfraude tegen te gaan. De detector zal de autoriteit die de aanvraag behandelt, automatisch op de hoogte brengen als de aanvrager bekend staat onder verschillende identiteiten, zodat passende maatregelen kunnen worden genomen. Zodra de nieuwe informatiesystemen operationeel zijn en hun interoperabiliteit is gegarandeerd, zullen de functionarissen die bevoegd zijn voor de behandeling van visumaanvragen veel beter in staat zijn om een snelle achtergrondcontrole van de aanvrager uit te voeren. Het Europees zoekportaal zal het mogelijk maken om met één enkele zoekopdracht resultaten uit verschillende systemen te verkrijgen. Dit zal de veiligheid in het gebied zonder controle aan de binnengrenzen verhogen. De wetgeving inzake de behandeling van visumaanvragen moet in het licht van de bovenstaande doelstelling worden gewijzigd. De wijzigingen moeten onder meer de visumautoriteiten ertoe verplichten automatisch de detector van meerdere identiteiten en andere databanken te raadplegen bij het beoordelen van de veiligheids- en migratierisico’s van onderdanen van derde landen die een visum voor kort verblijf aanvragen.

Op EU-niveau is een informatielacune vastgesteld inzake de documenten op basis waarvan onderdanen van derde landen langer dan 90 dagen binnen een periode van 180 dagen in het Schengengebied mogen verblijven, d.w.z. visa voor verblijf van langere duur, verblijfsvergunningen en verblijfskaarten (definitief verslag van de deskundigengroep op hoog niveau inzake informatiesystemen en interoperabiliteit 9 , mei 2017 10 ). De Raad 11 heeft de Commissie verzocht een haalbaarheidsstudie uit te voeren over de instelling van een centraal EU-register waarin informatie over visa voor verblijf van langere duur, verblijfskaarten en verblijfsvergunningen wordt opgeslagen. Uit de studie 12 , die in september 2017 is voltooid, is gebleken dat een in het VIS ingebed register de meest haalbare oplossing zou zijn uit het oogpunt van IT-beveiliging, praktische uitvoerbaarheid en kosteneffectiviteit. Er werd een follow-upstudie uitgevoerd inzake de noodzaak en de evenredigheid van een uitbreiding van het VIS met gegevens inzake visa voor verblijf van langere duur en verblijfsdocumenten 13 .

Naast de interoperabiliteitswerkzaamheden die sinds april 2016 plaatsvinden om tot krachtigere en slimmere informatiesystemen voor grenzen en veiligheid te komen, is in 2016 een algehele evaluatie van het VIS uitgevoerd 14 . Daarbij zijn met name de geschiktheid voor het beoogde gebruik, de efficiëntie, de doeltreffendheid en de toegevoegde waarde voor de EU onderzocht. Er werd geconcludeerd dat het VIS zijn doelstellingen bereikt en zijn functies vervult, en nog steeds een van de meest geavanceerde systemen in zijn soort is, maar dat door nieuwe uitdagingen op het gebied van visa en grens- en migratiebeheer bepaalde aspecten ervan verder moeten worden ontwikkeld.

Op 17 april 2018 heeft de Commissie een voorstel 15 gepresenteerd betreffende de versterking van de beveiliging van verblijfskaarten afgegeven aan onderdanen van derde landen die familielid zijn van een burger van de Unie. In het licht van dit voorstel is het niet nodig dergelijke verblijfskaarten in het VIS op te nemen.

·Bestaande bepalingen op het door het voorstel bestreken gebied

Het VIS werd ingesteld bij Beschikking 2004/512/EG en het doel, de functies en de verantwoordelijkheden ervan zijn vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 767/2008 (de VIS-verordening). In Verordening (EG) nr. 810/2009 van 13 juli 2009 (de Visumcode) zijn de regels inzake de registratie van biometrische kenmerken in het VIS vastgelegd. Bij Besluit 2008/633/JBZ van de Raad van 23 juni 2008 zijn de voorwaarden vastgesteld waaronder de aangewezen autoriteiten van de lidstaten en Europol toegang krijgen tot het VIS om het te raadplegen met het oog op het voorkomen, opsporen en onderzoeken van terroristische misdrijven en andere ernstige strafbare feiten.

Dit voorstel doet geen afbreuk aan Richtlijn 2004/38/EG 16 . Dit voorstel strekt in geen enkel opzicht tot wijziging van Richtlijn 2004/38/EG.

·Doelstellingen van het voorstel

De algemene doelstellingen van dit initiatief stemmen overeen met de op het Verdrag gebaseerde doelstellingen de veiligheid in de EU en aan haar grenzen te verbeteren, het recht van bonafide reizigers te faciliteren om de buitengrens te overschrijden en zich vrij binnen het gebied zonder controle aan de binnengrenzen te verplaatsen en er vrij te verblijven, en het beheer van de Schengenbuitengrenzen te bevorderen. Deze doelstellingen zijn verder uitgewerkt in de Europese migratieagenda en in de latere mededelingen, waaronder de mededeling over de instandhouding en de versterking van Schengen 17 , de Europese veiligheidsagenda 18 , de voortgangsverslagen van de Commissie over de totstandbrenging van een echte en doeltreffende Veiligheidsunie en de mededeling over de aanpassing van het visumbeleid aan nieuwe uitdagingen 19 .

De specifieke doelstellingen van dit voorstel zijn:

(1)de procedure voor het aanvragen van een visum vergemakkelijken;

(2)de controles aan de doorlaatposten aan de buitengrenzen en op het grondgebied van de lidstaten vergemakkelijken en versterken;

(3)de veiligheid in het Schengengebied bevorderen door de informatie-uitwisseling tussen lidstaten inzake onderdanen van derde landen die houder zijn van een visum voor verblijf van langere duur of een verblijfsvergunning, te faciliteren.

Er wordt ook een aantal secundaire doelstellingen nagestreefd:

(4)de identiteitscontrole van onderdanen van derde landen op het grondgebied van een lidstaat door de migratie- en rechtshandhavingsautoriteiten faciliteren;

(5)de identificatie van vermiste personen faciliteren;

(6)de identificatie en terugkeer ondersteunen van personen die niet of niet langer aan de voorwaarden voor binnenkomst, verblijf of vestiging op het grondgebied van de lidstaten voldoen;

(7)de toegang van rechtshandhavingsautoriteiten tot gegevens inzake personen die een visum voor kort verblijf aanvragen of over een dergelijk visum beschikken, bevorderen (deze toegang is al mogelijk op grond van de huidige regels) en de toegang uitbreiden tot houders van een visum voor verblijf van langere duur en verblijfsvergunningen, waar dit nodig is voor preventie, opsporing, onderzoek of vervolging van zware criminaliteit en terrorisme en met inachtneming van strenge normen inzake gegevensbescherming en privacy;

(8)statistieken verzamelen ter ondersteuning van een op feiten gebaseerd migratiebeleid op het niveau van de Europese Unie.

2.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

·Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan

In 2016 is een Refit-evaluatie 20 uitgevoerd van het VIS, waaruit een aantal aanbevelingen ter verbetering van de werking van het systeem zijn voortgekomen. De aanbevelingen hebben de basis gevormd voor dit voorstel.

In het algemeen heeft de evaluatie van het VIS aangetoond dat het systeem zijn doelstellingen bereikt. Uit de evaluatie is echter ook gebleken dat het VIS verder moet worden ontwikkeld om een betere respons te bieden op nieuwe uitdagingen op het gebied van visa, grenzen en veiligheid. Daartoe zouden de bestaande en toekomstige IT-systemen aan elkaar kunnen worden gekoppeld en methoden kunnen worden onderzocht om informatie over visa voor verblijf van langere duur, waaronder biometrische kenmerken, in het VIS op te nemen. De evaluatie heeft ook duidelijk gemaakt dat het systeem moet worden verbeterd, met name wat de monitoring van gegevenskwaliteit en de productie van statistieken betreft.

De meeste punten die bij de evaluatie werden opgemerkt, zijn technisch van aard en moeten ervoor zorgen dat het systeem verder wordt afgestemd op nieuwe wetgevingsvoorstellen in het betrokken gebied. De punten betreffen met name:

1) het verbeteren van de gegevenskwaliteit;

2) het integreren van VISMail in het VIS;

3) het centraliseren van de raadplegings- en vertegenwoordigingsfuncties;

4) het ondersteunen van gezichtsherkenning of het gebruik van latente vingerafdrukken; en

5) het instellen van een rapportage- en statistiekenmachine op basis van VIS-gegevens.

Tussen oktober 2016 en juli 2017 heeft eu-LISA een studie uitgevoerd over alle geplande technische gevolgen die voortvloeien uit de evaluatie van het VIS. Bijgevolg was geen gedetailleerde beoordeling van de gevolgen van deze technische verbeteringen nodig.

Voor verschillende problemen die bij de evaluatie werden opgemerkt, was naast een technische analyse echter ook verdere analyse van de mogelijke oplossingen en hun gevolgen nodig:

·de problemen voor de uitvoering van procedures voor de terugkeer van irreguliere migranten naar hun land van herkomst indien zij niet over reisdocumenten beschikken;

·de risico’s van irreguliere migratie en visumfraude bij het aanvragen van een visum, met name mensenhandel en ander misbruik waarvan kinderen jonger dan 12 jaar slachtoffer worden;

·de moeilijkheden waarmee grens- en migratieautoriteiten worden geconfronteerd bij de verificatie van visa voor verblijf van langere duur en verblijfsdocumenten en de houders ervan;

·de informatielacune op het gebied van controles inzake risico’s van irreguliere migratie en veiligheid bij de behandeling van visumaanvragen;

·de noodzaak de mogelijkheid te overwegen om bij de behandeling van visumaanvragen automatisch andere databanken op het gebied van veiligheid en grenzen te raadplegen. Hierbij moet rekening worden gehouden met de ontwikkelingen die zich sinds de evaluatie van 2016 hebben voorgedaan op het gebied van EU-informatiesystemen voor grensbeheer en veiligheid en moet overeenstemming worden gegarandeerd met de recent goedgekeurde voorstellen van de Commissie (ESS) en met voorstellen voor nieuwe ontwikkelingen en systemen (herschikking van de Eurodac-verordening, ETIAS, ECRIS-TCN en interoperabiliteit). 

·Raadpleging van belanghebbende partijen

Bijlage 2 van de bijgevoegde effectbeoordeling bevat een nauwkeurige beschrijving van de raadpleging van belanghebbenden. De Commissie heeft opdracht gegeven tot drie onafhankelijke studies: één over de haalbaarheid, de noodzaak en de evenredigheid van het verlagen van de leeftijd voor het nemen van vingerafdrukken van kinderen tijdens de visumprocedure en het opslaan van een kopie van het reisdocument van visumaanvragers in het VIS, en twee studies over respectievelijk de haalbaarheid en de noodzaak en evenredigheid van een uitbreiding van het VIS met gegevens inzake visa voor verblijf van langere duur en verblijfsdocumenten (d.w.z. verblijfsvergunningen en verblijfskaarten). Deze studies omvatten een gerichte raadpleging van alle betrokken belanghebbenden, waaronder nationale autoriteiten die toegang hebben tot het VIS om gegevens in te voeren, te wijzigen, te verwijderen of te raadplegen, nationale autoriteiten die bevoegd zijn voor migratie en terugkeer, kinderbeschermingsautoriteiten, politie, autoriteiten die mensenhandel bestrijden, autoriteiten die bevoegd zijn voor consulaire zaken en nationale autoriteiten die bevoegd zijn voor controles aan doorlaatposten aan de buitengrenzen. Voorts werden ook verschillende autoriteiten en niet-gouvernementele organisaties van buiten de EU die werkzaam zijn op het gebied van de rechten van het kind geraadpleegd.

In 2017-2018 heeft de Commissie twee openbare raadplegingen gehouden. De eerste vond plaats van 17 augustus 2017 tot 9 november 2017 en betrof het verlagen van de leeftijd voor het nemen van vingerafdrukken van kinderen tijdens de visumprocedure. De tweede openbare raadpleging werd van 17 november 2017 tot 9 december 2018 gehouden en betrof een uitbreiding van het VIS met gegevens inzake visa voor verblijf van langere duur en verblijfsdocumenten.

De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming maakte op 9 november 2017 zijn mening over het verlagen van de leeftijd voor het nemen van vingerafdrukken van kinderen kenbaar en lichtte op 9 februari 2018 zijn standpunt toe over de uitbreiding van het VIS met gegevens inzake visa voor verblijf van langere duur en verblijfsdocumenten.

De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming en het Bureau voor de grondrechten hebben hun standpunten over verschillende aspecten van het voorstel kenbaar gemaakt tijdens gerichte gesprekken in het kader van de raadplegingen van belanghebbenden die ter voorbereiding van de effectbeoordeling plaatsvonden.

·Effectbeoordeling

In 2018 is een effectbeoordeling 21 uitgevoerd die gericht was op de kwesties die ter voorbereiding van dit voorstel verder moesten worden onderzocht. De effectbeoordeling was gebaseerd op drie onafhankelijke studies die in 2017 en 2018 in opdracht van de Commissie zijn uitgevoerd. De bevindingen van de studie van eu-LISA over de technische haalbaarheid van alle mogelijke ontwikkelingen van het VIS, die in november 2016 en februari 2017 werd uitgevoerd, en de studie over de haalbaarheid van geïntegreerd grensbeheer voor personen die niet in het EES zijn geregistreerd (ETIAS-studie), werden ook in aanmerking genomen.

Bij de effectbeoordeling zijn alternatieven onderzocht voor:

·de opname van een digitale kopie van het reisdocument in het VIS (op een gecentraliseerde of gedecentraliseerde manier), waarbij twee subopties zijn overwogen: enkel de pagina met persoonsgegevens opslaan of alle gebruikte pagina’s van het reisdocument van de aanvrager opslaan;

·het verlagen van de leeftijd voor het nemen van vingerafdrukken van kinderen, waarbij twee subopties zijn overwogen: de leeftijd verlagen naar zes jaar of de leeftijd verlagen zodat iedereen onder de vingerafdrukplicht valt;

·de opname van gegevens inzake visa voor verblijf van langere duur en verblijfsdocumenten in het VIS, met wetgevingsopties die een verdere harmonisatie en beveiliging van documenten voor verblijf van langere duur en verblijfsdocumenten omvatten; het voorzien in een koppeling tussen nationale databanken, zodat alle lidstaten de relevante databanken van andere lidstaten kunnen doorzoeken; de opname van documenten in het VIS met of zonder gegevens over geweigerde aanvragen;

·het garanderen van automatische controles inzake migratie en veiligheid aan de hand van beschikbare databanken.

Met dit voorstel worden de voorkeursopties van de effectbeoordeling gevolgd wat betreft de eerste bovengenoemde maatregel (opslag van een kopie van de bladzijde met persoonsgegevens van het reisdocument) en de tweede maatregel (het verlagen van de leeftijd voor het nemen van vingerafdrukken naar 6 jaar) en de vierde maatregel. Wat de opname van visa voor verblijf van langere duur en verblijfsdocumenten in het VIS betreft, is informatie inzake verblijfskaarten die worden afgegeven aan familieleden van een EU-burger die het recht van vrij verkeer geniet op grond van het Unierecht, niet in dit voorstel opgenomen, aangezien de rechten van deze onderdanen van derde landen voortvloeien uit hun familiebanden met een EU-burger. Bovendien heeft de Commissie met haar voorstel van 17 april 2018 de veiligheid van dergelijke verblijfskaarten versterkt.

De raad voor regelgevingstoetsing heeft de ontwerpeffectbeoordeling bestudeerd en heeft op 23 april 2018 een gunstig advies gegeven.

3.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

·Samenvatting van de voorgestelde maatregelen

Het doel, de functies en de verantwoordelijkheden van het VIS moeten verder worden gedefinieerd om rekening te houden met de uitbreiding van het systeem met gegevens inzake houders van een visum voor verblijf van langere duur en verblijfsvergunningen. Het VIS moet ook worden uitgebreid zodat de categorieën gegevens inzake aanvragen voor visa voor kort verblijf de opname van kopieën van reisdocumenten omvatten, en het moet nieuwe functies krijgen, zoals het register voor rapportage en statistieken en VISMail 22 . Dit betekent dat de regels van de Visumcode met betrekking tot de procedure voor de behandeling van visumaanvragen moeten worden gewijzigd. Bij Besluit 2008/633/JBZ van de Raad is voorzien in de toegang van rechtshandhavingsautoriteiten van de lidstaten en Europol tot het VIS. Dit besluit, dat al vóór de invoering van het Verdrag van Lissabon bestond, regelde de toegang van rechtshandhavingsautoriteiten in het kader van de vroegere zogenaamde “derde pijler” van het Verdrag betreffende de Europese Unie. De derde pijler bestaat niet langer als dusdanig in de huidige Verdragen en de Commissie is van oordeel dat het huidige voorstel de mogelijkheid biedt om de inhoud van dit besluit in de VIS-verordening te integreren. Aangezien het VIS zal worden uitgebreid met informatie over visa voor verblijf van langere duur en verblijfsvergunningen, zal het Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (eu-LISA) worden belast met de verdere ontwikkeling en het verdere operationele beheer van het systeem, zoals noodzakelijk is.

Bijgevolg moeten wijzigingen worden aangebracht in Verordening (EG) nr. 810/2009 (de Visumcode), Verordening (EG) nr. 767/2008, Verordening (EU) 2017/2226 (de EES-verordening), Verordening (EU) XX [de interoperabiliteitsverordening] en Verordening (EU) 2016/399 (de Schengengrenscode).

De voornaamste doelstellingen van het voorstel kunnen als volgt worden samengevat:

Informatielacunes op het gebied van grenzen en veiligheid elimineren door in het VIS visa voor verblijf van langere duur en verblijfsdocumenten op te nemen

Uit het eindverslag van de deskundigengroep op hoog niveau 23 blijkt dat er op EU-niveau een informatielacune bestaat ten aanzien van de documenten op grond waarvan onderdanen van derde landen langer dan 90 dagen binnen een periode van 180 dagen op het grondgebied van een EU-lidstaat kunnen verblijven 24 . Er worden momenteel geen gegevens over deze documenten en de houders ervan verzameld en dergelijke gegevens kunnen niet worden geverifieerd met behulp van de grootschalige IT-systemen van de EU op het gebied van grenzen en veiligheid (alleen met het SIS kunnen dergelijke gegevens in beperkte mate worden geverifieerd). De lidstaten zijn van mening dat het huidige beheer van deze documenten de grensoverschrijding van onderdanen van derde landen en hun vrije verkeer in het gebied zonder toezicht aan de binnengrenzen kan hinderen.

Onderdanen van derde landen die naar de EU reizen met het oog op een verblijf van langere duur, zijn de enige categorie onderdanen van derde landen die nog niet door een van de grootschalige IT-systemen van de EU wordt gedekt (zoals de onderstaande figuur aantoont). Door visa voor verblijf van langere duur en verblijfsvergunningen in het VIS op te nemen, wordt ervoor gezorgd dat informatie over deze documenten en hun houders aanwezig is in een van de grootschalige IT-systemen van de EU, en dat daarvoor dezelfde voorwaarden gelden als die welke gelden voor documenten die hun worden afgegeven in het kader van de visumvrije regeling (gegevens die reeds in ETIAS en EES worden opgenomen) of de visumplicht (gegevens van onderdanen van derde landen die voor een kort verblijf naar de EU reizen, worden reeds opgenomen in het VIS en het EES). Andere nationale autoriteiten dan de autoriteit van afgifte zullen hierdoor dat document en de houder ervan kunnen controleren aan de grenzen of op het grondgebied van de lidstaten.

Het VIS zal een systematische en betere informatie-uitwisseling tussen de lidstaten bevorderen wat betreft onderdanen van derde landen die houder zijn van een visum voor verblijf van langere duur of een verblijfsvergunning, en zal op deze manier de veiligheid in het Schengengebied verhogen. Als gegevens inzake verblijf van langere duur en verblijfsvergunning in een centraal systeem worden opgenomen en voor alle relevante autoriteiten van de lidstaten toegankelijk worden gemaakt, zal iedere lidstaat op basis van de gegevens die in het systeem worden gevonden bij de controle van de houders van de documenten aan grensdoorlaatposten en op het grondgebied van de lidstaten, het veiligheidsrisico op een meer precieze en neutrale wijze kunnen beoordelen.

De opname van deze documenten in een centraal systeem zal ook bijdragen tot het opsporen van fraude waarbij met valse onderliggende documenten echte documenten worden verkregen.

Het faciliteren van een betere en systematische informatie-uitwisseling tussen lidstaten zou ook de administratieve lasten verlichten en een oplossing bieden voor de taalbarrière die een struikelblok kan zijn wanneer met een andere lidstaat contact wordt opgenomen om de echtheid van een door een onderdaan van een derde land overgelegd document na te gaan.

Wanneer wordt beslist of een visum voor verblijf van langere duur of verblijfsvergunning wordt afgegeven of verlengd, zal met gebruik van interoperabiliteitscomponenten een aantal automatische controles plaatsvinden om na te gaan of de databanken van de EU en Interpol gegevens bevatten die erop wijzen dat de persoon een bedreiging kan vormen voor de veiligheid van de lidstaten. De lidstaat die het document afgeeft, zal overeenkomstig de bestaande EU-wetgeving en het bestaande nationale recht follow-up moeten geven aan treffers.

Betere controles bij de behandeling van visumaanvragen door interoperabiliteit

Op grond van de bestaande regels hoeven consulaten voor visumplichtige reizigers slechts in het Schengeninformatiesysteem te controleren of voor de visumaanvrager een inreisverbod geldt. Er bestaat thans geen verplichting om visumaanvragers te controleren aan de hand van andere beschikbare EU-databanken (zoals Eurodac) of de Interpol-databanken voor gestolen en verloren reisdocumenten of reisdocumenten met signaleringen 25 .

Zodra het Europees zoekportaal operationeel is, zullen de bevoegde autoriteiten, met inbegrip van de voor de behandeling van visumaanvragen bevoegde autoriteiten, met één zoekopdracht resultaten kunnen opvragen uit alle systemen waartoe zij toegang hebben (waaronder Eurodac, het EES en ECRIS-TCN), zodat zij die systemen niet afzonderlijk hoeven te bevragen. Het Europees zoekportaal zal het gemakkelijker maken risico’s op het gebied van veiligheid en irreguliere migratie in de visumprocedure op te sporen, doordat visumfunctionarissen snel en efficiënt een achtergrondcontrole van de aanvragers zullen kunnen uitvoeren.

Het voorstel inzake interoperabiliteit moet het tevens gemakkelijker maken om meervoudige identiteiten op te sporen en identiteitsfraude te bestrijden. Dankzij interoperabiliteit wordt de visumautoriteit die een visumaanvraag behandelt automatisch op de hoogte gebracht als de aanvrager bekend staat onder verschillende identiteiten en kunnen passende maatregelen worden genomen.

Aangezien het VIS ook deel uitmaakt van het rechtskader voor de instelling van interoperabiliteit, zijn er technische mogelijkheden ontstaan om ervoor te zorgen dat bevoegde gebruikers de praktische communicatie tussen verschillende databanken op een snelle, naadloze en systematische manier, kunnen benutten. Wanneer de visumautoriteiten aan de hand van het Europees zoekportaal automatische controles aan de hand van andere databanken zullen kunnen uitvoeren, zal dit de eerste keer zijn dat het interoperabiliteitskader in de praktijk wordt toegepast.

Voor iedere aanvraag zal de door de aanvrager voorgelegde informatie automatisch door het VIS worden geverifieerd en beoordeeld aan de hand van alle bovengenoemde systemen.

Om de behandeling van visumaanvragen te verbeteren, zal naast automatische zoekopdrachten aan de hand van andere databanken ook gebruik worden gemaakt van specifieke risico-indicatoren. De indicatoren zullen regels voor gegevensanalyse omvatten, evenals specifieke waarden die de lidstaten verstrekken en statistieken die uit andere relevante databanken voor grensbeheer en veiligheid zijn gegenereerd. Dit zal de risicobeoordelingen verbeteren en de toepassing van gegevensanalyse mogelijk maken. De risico-indicatoren zouden geen persoonsgegevens bevatten en zouden steunen op statistieken en informatie die de lidstaten verstrekken met betrekking tot dreigingen, abnormale percentages van weigering en langer verblijf dan toegestaan voor bepaalde categorieën onderdanen van derde landen, en risico’s voor de volksgezondheid.

De invoering van systematische controles inzake veiligheid en migratie in de context van VIS-gegevens bouwt voort op de voordelen die het interoperabiliteitskader biedt.

Faciliteren van de identificatie van vermiste personen

Er kunnen zich situaties voordoen waarin personen in hun eigen belang moeten worden geïdentificeerd, omdat zij verdwaald of vermist waren of als slachtoffer van mensenhandel zijn geïdentificeerd. In de context van het operabiliteitskader is voorzien in de mogelijkheid voor de politie om, waar de nationale wetgeving dat toestaat, een persoon te identificeren aan de hand van biometrische gegevens die van deze persoon bij een identiteitscontrole zijn verzameld. Deze toegang tot gegevens zou echter onvoldoende zijn in de specifieke situaties die hierboven zijn omschreven. Rechtshandhavingsautoriteiten zouden snelle toegang moeten hebben tot VIS-gegevens, zodat zij op een snelle en betrouwbare manier een persoon kunnen identificeren, zonder dat aan alle voorwaarden en aanvullende waarborgen voor de toegang van rechtshandhavingsautoriteiten moet worden voldaan.

Informatielacunes bij de behandeling van visa voor kort verblijf wegwerken door de leeftijd voor het nemen van vingerafdrukken te verlagen en kopieën van reisdocumenten in het VIS op te nemen ter ondersteuning van terugkeerprocedures

·De leeftijd voor het nemen van vingerafdrukken van kinderen die een aanvraag indienen, verlagen van 12 naar 6 jaar

Deze maatregel maakt het mogelijk voor functionarissen om de identiteit van een kind in de visumprocedure te controleren en zal controle bij het overschrijden van een buitengrens mogelijk maken. Bovendien zal de ondubbelzinnige identificatie van kinderen ervoor zorgen dat zij beter worden beschermd en mensenhandel en irreguliere migratie beter worden tegengegaan, en dat het belang van het kind steeds voorop staat. In het recht worden aanvullende waarborgen opgenomen die ervoor zorgen dat het belang van het kind voorop blijft staan tijdens de procedure voor de behandeling van de visumaanvraag en tijdens ieder verder gebruik van de gegevens van het kind.

Van iedere aanvrager die minstens 6 jaar oud is, zullen vingerafdrukken worden genomen, waardoor de groep aanvragers voor een visum voor kort verblijf wordt uitgebreid met de categorie 6- tot 11-jarigen.

Bij de goedkeuring van Verordening (EG) nr. 810/2009 werd erkend dat in een latere fase zou worden nagegaan of een voldoende betrouwbare identificatie en verificatie van de vingerafdrukken van kinderen jonger dan 12 jaar mogelijk is, en in het bijzonder op welke manier vingerafdrukken met de leeftijd evolueren. In het licht daarvan heeft het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek (JRC) 26 van de Europese Commissie in 2013 een studie uitgevoerd waarbij is onderzocht of automatische vingerafdrukherkenning voor kinderen dezelfde erkenningspercentages kan opleveren als voor volwassenen. Uit de studie is gebleken dat vingerafdrukherkenning voor kinderen tussen 6 en 12 jaar onder bepaalde voorwaarden haalbaar is met een voldoende graad van nauwkeurigheid. Een van de voorwaarden is dat operatoren passende opleiding moeten krijgen om afbeeldingen van hoge kwaliteit te kunnen maken.

Een tweede studie 27 heeft deze bevinding bevestigd en heeft meer inzicht gegeven in hoe de kwaliteit van vingerafdrukken evolueert met de leeftijd. De Commissie heeft nog een studie 28 uitgevoerd inzake de noodzaak en evenredigheid van het verlagen van de leeftijd voor het nemen van vingerafdrukken van kinderen in de visumprocedure. Deze studie heeft aangetoond dat het verlagen van de leeftijd de doelstellingen van het VIS zou helpen bereiken, met name waar het gaat om een betere bestrijding van identiteitsfraude en het stroomlijnen van controles aan de grensdoorlaatposten aan de buitengrenzen. Voorts bleek dat het verlagen van de leeftijd aanvullende voordelen zou opleveren, zoals een betere preventie en bestrijding van misbruik van de rechten van het kind, doordat identificering of identiteitscontrole mogelijk wordt van kinderen uit derde landen die op het grondgebied van de lidstaten worden aangetroffen in een situatie waarin hun rechten mogelijk of daadwerkelijk geschonden zijn (bv. kinderen die slachtoffer zijn van mensenhandel, vermiste kinderen en niet-begeleide minderjarigen die asiel aanvragen).

·Opslaan van een kopie van de bladzijde met persoonsgegevens van het reisdocument van een aanvrager in het VIS ter ondersteuning van terugkeerprocedures

Het voorstel introduceert een nieuwe categorie gegevens die in het VIS moeten worden opgeslagen bij het indienen van een visumaanvraag. Op dit moment nemen lidstaten kopieën van het reisdocument van de aanvrager. Er bestaan echter geen EU-regels die bepalen welke uniforme voorwaarden gelden voor het bewaren van deze informatie of de uitwisseling ervan tussen lidstaten. Het bewaren van een kopie van het reisdocument zal het mogelijk maken deze documenten beter te controleren en de efficiëntie van terugkeerprocedures te verhogen. Het gebruik van het VIS hiervoor zou het terugkeerbeleid van de EU ondersteunen.

De autoriteiten die bevoegd zijn voor identificatie (en/of verificatie op het grondgebied) en terugkeer, namelijk de migratie- en terugkeerautoriteiten, kunnen het systeem al doorzoeken aan de hand van de vingerafdrukken van een onderdaan van een derde land, maar zouden daarbovenop ook een kopie van het reisdocument kunnen ophalen, met inachtneming van strikte toegangsregels.

Volgens artikel 2, onder e), van de VIS-verordening bestaat een van de doelstellingen van het VIS erin te helpen bij de identificatie van personen die niet of niet langer aan de voorwaarden voor binnenkomst, verblijf of vestiging op het grondgebied van de lidstaten voldoen. Op grond van artikel 31, lid 2, kunnen de lidstaten een beperkt aantal gegevens overgedragen of ter beschikking stellen aan een derde land indien dit noodzakelijk is voor het vaststellen van de identiteit van onderdanen uit een derde land, met het oog op terugkeer 29 . Het VIS is verder verbeterd met deze maatregel om de identificatie en terugkeer van irreguliere migranten te ondersteunen 30 .

Verbeteren van andere technische componenten van het VIS

In het VIS is VISMail geïntegreerd ten behoeve van raadpleging, met het oog op het stroomlijnen van de uitwisselingen tussen het centrale systeem van het VIS en de nationale systemen. De configuratie van het centrale systeem is aangepast aan de behoefte om snel en efficiënt de beschikbaarheid te garanderen in geval van storingen (het back-upsysteem is met name omgevormd tot een actief/actief-configuratie).

Om de kwaliteit van de in het VIS opgeslagen gegevens te verbeteren, zijn op het niveau van de aanvraag indicatoren inzake gebrekkige gegevenskwaliteit ingevoerd. eu-LISA is belast met het beheer van de gegevenskwaliteitcontrole in het VIS. Er is een functie geïntroduceerd die ervoor moet zorgen dat het VIS een verzoek om voorafgaande raadpleging pas aanvaardt wanneer alle passende informatie naar behoren is ingevuld. Nog een andere functie maakt het mogelijk om een onderscheid te maken tussen zaken waarin vingerafdrukken om juridische redenen niet noodzakelijk zijn en zaken waarin geen vingerafdrukken kunnen worden verzameld. Om problemen met het verzamelen van biometrische kenmerken aan te pakken, met name wat de kwaliteit van gezichtsopnames betreft, zullen alternatieve normen worden toegepast, zoals het direct nemen van een foto (de gezichtsopname wordt ter plaatse gemaakt). Voor voorafgaande raadpleging, vertegenwoordiging en daaropvolgende kennisgeving wordt voorzien in een centrale technische oplossing die de lidstaten in staat stelt hun eigen informatie met betrekking tot deze functies te beheren en bij te werken.

·Rechtsgrondslag

De rechtsgrondslag van deze verordening bestaat uit de volgende artikelen van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie: artikel 16, lid 2, artikel 77, lid 2, onder a), b), d) en e), artikel 78, lid 2, onder d), e) en g), artikel 79, lid 2, onder c) en d), artikel 87, lid 2, onder a), en artikel 88, lid 2, onder a).

Op grond van artikel 77, lid 2, onder a), b), d) en e), VWEU kunnen het Europees Parlement en de Raad maatregelen vaststellen met betrekking tot het gemeenschappelijk beleid inzake visa en andere verblijfstitels van korte duur en de controles waaraan personen bij het overschrijden van de buitengrenzen worden onderworpen, evenals maatregelen met betrekking tot de geleidelijke invoering van een geïntegreerd systeem van beheer van de buitengrenzen en het voorkomen dat personen, ongeacht hun nationaliteit, bij het overschrijden van de binnengrenzen aan enige controle worden onderworpen. Dit is de belangrijkste rechtsgrondslag voor de voorgestelde verordening.

Krachtens artikel 16, lid 2, VWEU beschikt de Unie over de bevoegdheid om voorschriften vast te stellen betreffende de bescherming van natuurlijke personen ten aanzien van de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie, alsook door de lidstaten, bij de uitoefening van activiteiten die binnen het toepassingsgebied van het recht van de Unie vallen, alsmede de voorschriften betreffende het vrije verkeer van die gegevens. Deze Verdragsbepaling vormt eveneens een belangrijke rechtsgrondslag voor het voorstel.

Een van de secundaire doelstellingen van dit voorstel bestaat erin om nationale rechtshandhavingsautoriteiten en Europol onder strikte voorwaarden toegang te verlenen tot VIS-gegevens voor rechtshandhavingsdoeleinden. Het voorstel berust derhalve ook op respectievelijk artikel 87, lid 2, onder a), en artikel 88, lid 2, onder a), VWEU. Deze beide aanvullende rechtsgrondslagen vereisen dezelfde gewone wetgevingsprocedure als die welke op grond van artikel 77, lid 2, vereist is.

Met het voorstel wordt ook een aantal andere secundaire doelstellingen nagestreefd, waaronder het bevorderen van de Dublinprocedure en de procedure voor de behandeling van asielaanvragen ─ maatregelen die zijn ontwikkeld op grond van artikel 78, lid 2, onder d), e) en g), VWEU, het ondersteunen van de identificatie en terugkeer van onderdanen van derde landen als onderdeel van de maatregelen die op grond van artikel 79, lid 2, onder c), VWEU zijn ontwikkeld, en het ondersteunen van de identificatie van slachtoffers en de bestrijding van mensenhandel als onderdeel van de maatregelen die op grond van artikel 79, lid 2, onder d), VWEU zijn ontwikkeld. Deze aanvullende rechtsgrondslagen zijn verenigbaar met de belangrijkste rechtsgrondslagen.

·Subsidiariteitsbeginsel

Op grond van artikel 77, lid 2, onder a), VWEU kan de Unie maatregelen vaststellen voor het gemeenschappelijk beleid inzake visa en andere verblijfstitels van korte duur. Dit voorstel valt binnen de grenzen die door deze bepaling worden gesteld. De doelstelling bestaat erin de regels inzake de elektronische verwerking van aanvragen voor een voorgenomen verblijf op het grondgebied van de lidstaten van ten hoogste 90 dagen binnen een periode van 180 dagen, verder te ontwikkelen en te verbeteren. Deze doelstelling kan niet voldoende door de lidstaten afzonderlijk worden verwezenlijkt, omdat een bestaand besluit van de Unie (de VIS-verordening) alleen door de Unie zelf kan worden gewijzigd.

Het vrije verkeer in het gebied zonder toezicht aan de binnengrenzen vereist dat de buitengrenzen doeltreffend worden beheerd, zodat de veiligheid gegarandeerd is. De lidstaten zijn dan ook overeengekomen om daar samen voor te zorgen, met name door informatie te delen via gecentraliseerde EU-systemen op het gebied van justitie en binnenlandse zaken. Dit is bevestigd in de diverse conclusies die met name sinds 2015 zijn vastgesteld door respectievelijk de Europese Raad en de Raad.

Het ontbreken van toezicht aan de binnengrenzen maakt een degelijk beheer van de buitengrenzen noodzakelijk, waarbij iedere lidstaat of ieder geassocieerd land ten behoeve van de andere lidstaten en geassocieerde landen toezicht moet houden op de buitengrens. Geen enkele lidstaat kan irreguliere migratie en grensoverschrijdende criminaliteit alleen aanpakken. Wanneer onderdanen van derde landen het gebied zonder toezicht aan de binnengrenzen eenmaal zijn binnengekomen, kunnen zij zich er vrij bewegen. In een gebied zonder binnengrenzen dient tegen irreguliere immigratie, internationale criminaliteit en terrorisme gezamenlijk te worden opgetreden, onder meer door identiteitsfraude op te sporen. Een dergelijke aanpak kan alleen op EU-niveau succesvol zijn.

Krachtens artikel 77, lid 2, onder b), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is de Unie bevoegd om wetgevend op te treden met betrekking tot personencontrole en efficiënte bewaking bij het overschrijden van de buitengrenzen van de lidstaten. Het huidige EU-recht inzake de visumprocedure moet worden gewijzigd, om rekening te houden met de reisbewegingen van onderdanen van derde landen die een aanvraag indienen voor een visum voor kort verblijf, en in het bijzonder met de recente EES-bepalingen die de verplichte afstempeling opheffen en voorzien in een inreis-uitreisnotitie voor onderdanen van derde landen die voor een kort verblijf zijn toegelaten, zodat de autoriteiten van de lidstaten het juiste gebruik van eerdere visa voor kort verblijf in het gebied zonder toezicht aan de binnengrenzen kunnen beoordelen.

Wat visa voor verblijf van langere duur en verblijfsvergunningen betreft, voorziet artikel 21 van de Schengenovereenkomst in de wederzijdse erkenning van deze documenten als documenten die de houders ervan de toestemming geven zich vrij in het Schengengebied te bewegen gedurende ten hoogste 90 dagen binnen een periode van 180 dagen (zoals het geval is bij visa voor kort verblijf), op voorwaarde dat zij voldoen aan de voorwaarden van artikel 6, lid 1, onder a), c), en e), van Verordening (EU) 2016/399 (de Schengengrenscode). In conclusies van de Raad 31 is meermaals opgeroepen tot nieuwe maatregelen om de informatielacunes voor grensbeheer en rechtshandhaving met betrekking tot de grensoverschrijding van houders van een visum voor verblijf van langere duur en verblijfsvergunningen aan te pakken, bijvoorbeeld door een EU-register met dergelijke gegevens te creëren. Door gegevens over deze documenten op te nemen, kunnen de lidstaten deze gegevens delen en kunnen de documenten van de houders worden geverifieerd aan de buitengrenzen of binnen de EU door andere lidstaten van de lidstaat van afgifte en kan worden nagegaan of een persoon een bedreiging kan vormen voor de veiligheid van een van de lidstaten. Dit beantwoordt aan de doelstellingen uit hoofde van artikel 77 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

Derhalve kan deze doelstelling van het voorstel niet voldoende door de lidstaten afzonderlijk worden verwezenlijkt en kan deze beter op het niveau van de Unie worden bereikt.

·Evenredigheidsbeginsel

Zoals beschreven in de effectbeoordeling bij dit voorstel voor een herziene verordening, worden de in dit voorstel gemaakte beleidskeuzes als evenredig beschouwd. Zij gaan niet verder dan hetgeen nodig is om de overeengekomen doelstellingen te verwezenlijken.

Krachtens artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie mag het optreden van de Unie niet verder gaan dan wat nodig is om de doelstellingen van de Verdragen te verwezenlijken. De vorm die voor dit EU-optreden is gekozen, moet het mogelijk maken de doelstellingen van het voorstel te verwezenlijken en het voorstel zo doeltreffend mogelijk ten uitvoer te leggen. Het voorgestelde initiatief is een nadere ontwikkeling van de regels inzake reizen zonder grenzen en moet ervoor zorgen dat er aan de buitengrenzen in alle lidstaten die de controles aan de binnengrenzen hebben opgeheven, gemeenschappelijke regels gelden en dat deze op dezelfde manier worden toegepast. Het bouwt voort op een instrument dat de Europese Unie informatie verschaft over onderdanen van derde landen. Het codificeert en verbetert de huidige toegang van rechtshandhavingsautoriteiten tot informatie in het VIS inzake deze categorieën onderdanen van derde landen, zodat op snelle, accurate, veilige en kostenefficiënte wijze onderdanen van derde landen die van terrorisme of zware criminaliteit worden verdacht (of daarvan slachtoffer zijn), kunnen worden geïdentificeerd en de reisgeschiedenis van onderdanen van derde landen die verdachten (of slachtoffers) zijn van dergelijke strafbare feiten, kan worden geraadpleegd.

Het voorstel is opgebouwd rond de beginselen van “gegevensbescherming door ontwerp” en is een evenredig instrument wat betreft het recht op bescherming van persoonsgegevens, omdat het aantal gegevens dat moet worden verzameld en de duur waarvoor deze moeten worden opgeslagen, beperkt blijven tot wat absoluut noodzakelijk is om het systeem te laten werken en de doelstellingen te verwezenlijken. Bovendien voorziet het voorstel in alle vereiste waarborgen en mechanismen voor een doeltreffende bescherming van de grondrechten van reizigers, en met name de bescherming van hun privéleven en hun persoonsgegevens, en de uitvoering van deze waarborgen en mechanismen.

Voor de werking van het systeem zijn op EU-niveau geen verdere processen of harmonisatiemaatregelen nodig. De voorgenomen maatregel is derhalve evenredig, aangezien deze niet verder gaat dan noodzakelijk is wat optreden op EU-niveau betreft om de gestelde doelen te bereiken.

De voorkeursoptie is ook evenredig wat de kosten betreft, gezien de voordelen die het systeem voor alle lidstaten bij het beheer van de gemeenschappelijke buitengrenzen en de ontwikkeling van een gemeenschappelijk EU-migratiebeleid zal opleveren.

Het voorstel is derhalve in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel.

·Keuze van instrument

Dit voorstel bouwt voort op een bestaand centraal systeem aan de hand waarvan lidstaten samenwerken en het systeem vereist een gemeenschappelijke architectuur en gemeenschappelijke werkingsregels. Bovendien stelt het voor de lidstaten uniforme regels vast inzake de controle aan de buitengrenzen en de toegang tot het systeem, onder meer voor rechtshandhavingsdoeleinden. Derhalve kan alleen voor een verordening als rechtsinstrument worden gekozen.

·Grondrechten

De voorgestelde verordening heeft gevolgen op het gebied van de grondrechten, met name het recht op menselijke waardigheid (artikel 1 van het Handvest van de grondrechten van de EU), het recht op vrijheid en veiligheid (artikel 6 van het Handvest), de eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven (artikel 7 van het Handvest), de bescherming van persoonsgegevens (artikel 8 van het Handvest), het recht op asiel en bescherming van het beginsel van non-refoulement (artikelen 18 en 19 van het Handvest), het recht op bescherming bij verwijdering, uitzetting of uitlevering (artikel 19 van het Handvest), het recht op non-discriminatie (artikel 21 van het Handvest), de rechten van het kind (artikel 24 van het Handvest) en het recht op een doeltreffende voorziening in rechte (artikel 47 van het Handvest).

De VIS-verordening van 2008 bevat strenge regels voor de toegang tot het VIS en de nodige waarborgen. Het voorziet ook in het recht van toegang, correctie, verwijdering en verhaal van de betrokken personen (d.w.z. rectificatie of wissing en rechtsmiddelen in de zin van de algemene verordening gegevensbescherming 32 ), in het bijzonder het recht op een voorziening in rechte, en in toezicht op de verwerkingsactiviteiten door onafhankelijke openbare autoriteiten. Dit voorstel introduceert aanvullende waarborgen voor de specifieke behoeften van de nieuwe categorieën van gegevens, gegevensverwerking en betrokkenen in het kader van het VIS. Bijgevolg is dit voorstel volledig in overeenstemming met het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, met name wat betreft het recht op de bescherming van persoonsgegevens, en voldoet het ook aan artikel 16 VWEU, dat voor eenieder het recht op bescherming van zijn persoonsgegevens waarborgt.

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

In het licht van de technische studie die eu-LISA in 2016 heeft uitgevoerd inzake de technische aanpassing van het VIS naar aanleiding van de Refit-oefening en de effectbeoordeling, volgt het voorstel de optie die een uitbreiding van het VIS omvat met gegevens inzake visa voor verblijf van langere duur en verblijfsvergunningen, zodat automatische controle aan de hand van de databanken van de EU en Interpol op het gebied van veiligheid en, indien van toepassing, irreguliere migratie kan plaatsvinden, en die een verlaging van de leeftijd voor het nemen van vingerafdrukken van kinderen en de opslag van een kopie van de pagina met persoonsgegevens van het reisdocument van de aanvragers in het VIS omvat. Volgens de studie is voor het bovenstaande 182 miljoen euro nodig. De ontwikkelingsfase zal naar verwachting in de periode 2021-2023 plaatsvinden, wat betekent dat de noodzakelijke middelen zullen komen uit het bedrag dat in het kader van de volgende EU-begroting wordt toegewezen. Indien het voorstel wordt aangenomen vóór het volgende financieel kader, zullen de vereiste middelen (die op 1,5 miljoen euro worden geraamd) uit de begrotingslijn ISF-Grenzen en visa komen en zullen de bedragen in mindering worden gebracht van het bedrag dat gereserveerd is voor 2021-2023. Het bedrag van 1,5 miljoen euro zou worden besteed aan de voorbereiding van de uitvoering van de maatregelen waarin het voorstel voorziet, zoals die welke verband houden met de voorbereiding van uitvoeringshandelingen en de lancering van overheidsopdrachten. Als tegen maart 2019 (d.w.z. nog tijdens de huidige legislatuur) een politiek akkoord wordt bereikt, zal ernaar worden gestreefd het voorstel tegen eind 2021 ten uitvoer te brengen.

De middelen die nodig zijn voor dit voorstel (zowel wat het fonds voor grensbeheer als alle betrokken agentschappen betreft) zijn verenigbaar met het voorstel van de Commissie van 2 mei 2018 inzake het meerjarig financieel kader voor de periode 2021-2027. De kosten met betrekking tot de uitvoering van het voorstel zijn als volgt verdeeld:

105 miljoen EUR voor eu-LISA (indirect beheer);

45 miljoen EUR voor de lidstaten, begroot in hun nationale programma’s (gedeeld beheer);

2 miljoen EUR voor het Europees Grens- en kustwachtagentschap (indirect beheer);

30 miljoen EUR voor Europol (indirect beheer);

Het kostenmodel wordt toegelicht in deel 2 "Summary of costs and benefits" van bijlage 3 "Who is affected and how" en in bijlage 4 "REFIT" van de effectbeoordeling, en wordt nader geanalyseerd in de studie "Feasibility and Implications of Lowering the Fingerprinting age for Children", de studie "Storing a scanned copy of the visa applicants' travel document in the Visa Information System", de "Feasibility study to include in a repository documents for Long-Stay visas, Residence and Local Border Traffic Permits" en de studie "Legal Analysis on the Necessity and Proportionality of Extending the Scope of the Visa Information System (VIS) to Include Data on Long Stay Visas and Residence Documents", die de effectbeoordeling ondersteunen.

5.AANVULLENDE INFORMATIE

·Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage

De Commissie zal ervoor zorgen dat er toezicht wordt gehouden op de werking van het VIS en zal de belangrijkste beleidsdoelstellingen ervan evalueren. Vier jaar na de aanvang van de toepassing van de herziene VIS-verordening en daarna om de vier jaar zal de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag indienen. Het verslag zal een algehele evaluatie omvatten van de werking van het systeem, met inbegrip van de directe en indirecte gevolgen ervan en de praktische uitvoering met betrekking tot de grondrechten. In het verslag moeten de resultaten worden getoetst aan de doelstellingen, moet de voortgang op de vier belangrijkste probleemgebieden worden beoordeeld, moet worden nagegaan of de uitgangspunten nog gelden en moeten de gevolgen voor toekomstige opties worden geëvalueerd. De uitvoering van het VIS wordt ook geëvalueerd via het Schengenevaluatiemechanisme, overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1053/2013 van de Raad 33 , zonder afbreuk te doen aan de rol van de Commissie als hoedster van de Verdragen (artikel 17, lid 1, VEU).

·Variabele geometrie

Dit voorstel bouwt voort op en strekt tot ontwikkeling van het Schengenacquis op het gebied van buitengrenzen en visa, in de zin dat het de overschrijding van de buitengrenzen en de afgifte van visa voor kort verblijf betreft.

Met betrekking tot de protocols bij de Verdragen en de overeenkomsten betreffende de betrokkenheid bij de ontwikkeling van het Schengenacquis heeft dit de volgende gevolgen:

Denemarken: overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van het Protocol (nr. 22) betreffende de positie van Denemarken, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) is gehecht, neemt Denemarken niet deel aan de aanneming door de Raad van overeenkomstig titel V van het derde deel van het VWEU voorgestelde maatregelen.

Aangezien deze verordening voortbouwt op het Schengenacquis, moet Denemarken overeenkomstig artikel 4 van bovengenoemd protocol binnen een termijn van zes maanden nadat de Raad een besluit heeft genomen over de verordening, beslissen of het deze in zijn nationale wetgeving zal omzetten.

Verenigd Koninkrijk en Ierland: overeenkomstig de artikelen 4 en 5 van het Protocol betreffende het Schengenacquis dat is opgenomen in het kader van de Europese Unie en overeenkomstig Besluit 2000/365/EG van de Raad van 29 mei 2000 betreffende het verzoek van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland deel te mogen nemen aan enkele van de bepalingen van het Schengenacquis en Besluit 2002/192/EG van de Raad van 28 februari 2002 betreffende het verzoek van Ierland deel te mogen nemen aan bepalingen van het Schengenacquis, nemen het Verenigd Koninkrijk en Ierland niet deel aan de aanneming van Verordening (EG) 767/2008 (de VIS-verordening), noch aan enig ander rechtsinstrument dat wordt gerekend tot hetgeen algemeen bekend staat als het "Schengenacquis", dat wil zeggen de rechtsinstrumenten ter organisatie en ondersteuning van de afschaffing van het toezicht aan de binnengrenzen en de begeleidende maatregelen betreffende het toezicht aan de buitengrenzen.

Deze verordening houdt een ontwikkeling van dit acquis in, en het Verenigd Koninkrijk en Ierland nemen derhalve niet deel aan de aanneming van deze verordening, die dan ook niet bindend voor, noch van toepassing op het Verenigd Koninkrijk en Ierland is.

Overeenkomstig het arrest van het Hof van Justitie in zaak C-482/08, Verenigd Koninkrijk tegen Raad 34 doet de omstandigheid dat deze Verordening niet alleen artikel 77, lid 2, onder b) en d), VWEU als rechtsgrondslag heeft, maar daarnaast ook de artikelen 87, lid 2, onder a), en artikel 88, lid 2, onder a), geen afbreuk aan bovenvermelde conclusie, aangezien de toegang tot het systeem voor rechtshandhavingsdoeleinden secundair is ten opzichte van de instelling van het Visuminformatiesysteem.

IJsland en Noorwegen: de procedures die zijn vastgelegd in de associatieovereenkomst tussen de Raad van de Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen inzake de wijze waarop IJsland en Noorwegen worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis, zijn van toepassing, aangezien dit voorstel voortbouwt op het Schengenacquis zoals omschreven in bijlage A bij die overeenkomst 35 .

Zwitserland: deze verordening houdt een ontwikkeling in van de bepalingen van het Schengenacquis als bedoeld in de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis 36 .

Liechtenstein: deze verordening houdt een ontwikkeling in van de bepalingen van het Schengenacquis als bedoeld in het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis 37 .

Kroatië, Cyprus, Bulgarije en Roemenië: het visumbeleid, met inbegrip van het VIS, maakt deel uit van het Schengenacquis dat nog niet van toepassing is op de lidstaten die het acquis overeenkomstig hun toetredingsakten nog niet volledig toepassen. Een vereenvoudigde regeling voor de controle van personen aan de buitengrenzen is ingesteld overeenkomstig Besluit nr. 565/2014/EU van het Europees Parlement en de Raad 38 . De regeling is gebaseerd op de eenzijdige erkenning door Bulgarije, Kroatië, Cyprus en Roemenië van bepaalde documenten, met name Schengenvisa die worden afgegeven door lidstaten die het Schengenacquis volledig toepassen, als gelijkwaardig met hun nationale visa voor de doorreis over hun grondgebied of een voorgenomen verblijf op hun grondgebied van ten hoogste 90 dagen binnen een periode van 180 dagen. Besluit (EU) 2017/1908 van de Raad staat Bulgarije en Roemenië voorts toe om VIS-gegevens te raadplegen in een read-onlymodus zonder het recht in het VIS gegevens in te voeren, te wijzigen of te verwijderen, met het oog op het faciliteren van hun nationale procedure voor het aanvragen van een visum en om fraude en ieder ander misbruik van Schengenvisa te voorkomen door het controleren van hun geldigheid en echtheid aan de hand van de gegevens in het VIS; om met betrekking tot onderdanen van derde landen die houder zijn van een visum voor kort verblijf de controles aan de grensdoorlaatposten aan de buitengrenzen en op het grondgebied te faciliteren; om het vaststellen van de voor het verzoek om internationale bescherming verantwoordelijke lidstaat te faciliteren; om de behandeling van dergelijke aanvragen te faciliteren en om het niveau van interne veiligheid op het grondgebied van de lidstaten te verhogen door de strijd tegen zware criminaliteit en terrorisme te bevorderen.

Aangezien deze verordening een ontwikkeling vormt van het acquis, doordat de raadpleging van het VIS wordt uitgebreid en informatie wordt uitgewisseld over visa voor verblijf van langere duur en verblijfsvergunningen, die ook door Bulgarije en Roemenië als gelijkwaardig met hun nationale visa voor de doorreis over hun grondgebied of een voorgenomen verblijf op hun grondgebied worden beschouwd, moeten deze lidstaten visa voor verblijf van langere duur en verblijfsvergunningen kunnen raadplegen voor dezelfde doeleinden als die welke in Besluit (EU) 2017/1908 zijn vastgesteld.

2018/0152 (COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 767/2008, Verordening (EG) nr. 810/2009, Verordening (EU) 2017/2226, Verordening (EU) 2016/399, Verordening XX/2018 [de interoperabiliteitsverordening] en Beschikking 2004/512/EG, en tot intrekking van Besluit 2008/633/JBZ van de Raad

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 16, lid 2, artikel 77, lid 2, onder a), b), d) en e), artikel 78, lid 2, onder d), e) en g), artikel 79, lid 2, onder c) en d), artikel 87, lid 2, onder a), en 88, lid 2, onder a),

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité 39 ,

Gezien het advies van het Comité van de Regio’s 40 ,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)Het Visuminformatiesysteem (VIS) werd opgezet bij Beschikking 2004/512/EG van de Raad 41 als technologische oplossing voor de uitwisseling van visumgegevens tussen de lidstaten. Bij Verordening (EG) nr. 767/2008 van het Europees Parlement en de Raad 42 zijn het doel, de functies en de bevoegdheden met betrekking tot het VIS vastgesteld, evenals de voorwaarden en procedures voor de uitwisseling van informatie inzake visa voor kort verblijf tussen de lidstaten om de behandeling van aanvragen voor visa voor kort verblijf en de daarmee samenhangende beslissingen te vergemakkelijken. In Verordening (EG) nr. 810/2009 van 13 juli 2009 van het Europees Parlement en de Raad 43 worden de regels inzake de registratie van biometrische kenmerken in het VIS vastgelegd. Bij Besluit 2008/633/JBZ van de Raad 44 zijn de voorwaarden vastgesteld waaronder de aangewezen autoriteiten van de lidstaten en Europol toegang krijgen tot het VIS om het te raadplegen met het oog op het voorkomen, opsporen en onderzoeken van terroristische misdrijven en andere ernstige strafbare feiten.

(2)Het VIS heeft ten doel de uitvoering van het gemeenschappelijk visumbeleid, de consulaire samenwerking en de raadpleging van de centrale visumautoriteiten te verbeteren door de uitwisseling van gegevens tussen de lidstaten betreffende aanvragen en de daarmee samenhangende beslissingen te vergemakkelijken, teneinde: de visumaanvraagprocedure te vergemakkelijken; “visumshopping" te voorkomen, de bestrijding van identiteitsfraude te vergemakkelijken; controles aan de doorlaatposten aan de buitengrenzen en op het grondgebied van de lidstaten te vergemakkelijken; te helpen bij de identificatie van personen die niet of niet meer aan de voorwaarden voor binnenkomst, verblijf of vestiging op het grondgebied van de lidstaten voldoen; de toepassing te faciliteren van Verordening (EU) nr. 604/2013 van het Europees Parlement en de Raad 45 en bij te dragen tot het voorkomen van bedreigingen van de binnenlandse veiligheid in de lidstaten.

(3)In haar mededeling van 6 april 2016 over krachtigere en slimmere informatiesystemen voor grenzen en veiligheid 46 heeft de Commissie benadrukt dat de EU haar IT-systemen, gegevensarchitectuur en informatie-uitwisseling op het gebied van grensbeheer, rechtshandhaving en terrorismebestrijding moet versterken en verbeteren en dat de interoperabiliteit van IT-systemen moet worden bevorderd. In de mededeling werd ook opgemerkt dat informatielacunes moeten worden aangepakt, onder meer waar het gaat om onderdanen van derde landen die houder zijn van een visum voor verblijf van langere duur.

(4)Op 10 juni 2016 heeft de Raad zijn goedkeuring gehecht aan een routekaart voor het verbeteren van informatie-uitwisseling en informatiebeheer 47 . Om de bestaande informatielacunes op het gebied van documenten die aan onderdanen van derde landen worden afgegeven, aan te pakken, heeft de Raad de Commissie verzocht de instelling te onderzoeken van een centraal register van verblijfsvergunningen en visa voor verblijf van langere duur die door de lidstaten worden afgegeven, waarin informatie met betrekking tot deze documenten kan worden opgeslagen, zoals de einddatum van de geldigheidsduur en hun mogelijke intrekking. Artikel 21 van de Schengenovereenkomst voorziet in het recht van vrij verkeer op het grondgebied van de staten die partij zijn bij de overeenkomt gedurende ten hoogste 90 dagen binnen een periode van 180 dagen, door te zorgen voor de wederzijdse erkenning van de verblijfsvergunningen en visa voor verblijf van langere duur die door deze staten worden afgegeven.

(5)In zijn conclusies van 9 juni 2017 over de verdere stappen voor het verbeteren van de informatie-uitwisseling en het waarborgen van de interoperabiliteit van de EU-informatiesystemen 48 heeft de Raad erkend dat er nieuwe maatregelen nodig kunnen zijn om de huidige informatielacunes voor grensbeheer en rechtshandhaving met betrekking tot de grensoverschrijding van houders van een visum voor verblijf van langere duur en verblijfsvergunningen aan te pakken. De Raad verzocht de Commissie dringend een haalbaarheidsstudie uit te voeren over de instelling van een centraal EU-register waarin informatie over visa voor verblijf van langere duur en verblijfsvergunningen wordt opgeslagen. De Commissie heeft vervolgens twee studies verricht: uit de eerste haalbaarheidsstudie 49 is geconcludeerd dat de ontwikkeling van een register technisch haalbaar is en dat het hergebruik van de VIS-structuur vanuit technisch oogpunt de beste optie zou zijn, terwijl de tweede studie 50 inzake de noodzaak en evenredigheid aantoonde dat het noodzakelijk en evenredig zou zijn om het toepassingsgebied van het VIS uit te breiden met de bovengenoemde documenten.

(6)In de mededeling van de Commissie van 27 september 2017 over de uitvoering van de Europese migratieagenda 51 is benadrukt dat het gemeenschappelijk visumbeleid van de EU niet alleen een essentieel instrument is voor het faciliteren van toerisme en bedrijfsleven, maar ook van groot belang is voor het voorkomen van veiligheidsrisico’s en risico’s van irreguliere migratie naar de EU. In de mededeling is erkend dat het gemeenschappelijk visumbeleid verder moet worden aangepast aan de huidige uitdagingen, en dat daarbij nieuwe IT-oplossingen moeten worden benut en een evenwicht moet worden gezocht tussen de voordelen van versoepeld reizen met een visum enerzijds en verbeterd migratie-, veiligheids- en grensbeheer anderzijds. Er werd ook in gesteld dat het rechtskader van het VIS zou worden herzien, om de behandeling van visumaanvragen verder te verbeteren, onder meer wat gegevensbescherming en de toegang van de rechtshandhavingsinstanties betreft, het gebruik van het VIS verder te verruimen voor nieuwe categorieën gegevens en nieuwe toepassingen van gegevens, en de interoperabiliteitsinstrumenten optimaal te benutten.

(7)In de mededeling van de Commissie van 14 maart 2018 over de aanpassing van het visumbeleid aan nieuwe uitdagingen 52 is opnieuw bevestigd dat het rechtskader van het VIS zou worden herzien, als onderdeel van het brede denkproces over de interoperabiliteit van informatiesystemen.

(8)Bij de goedkeuring van Verordening (EG) nr. 810/2009 is erkend dat de vraag of een voldoende betrouwbare identificatie en verificatie van de vingerafdrukken van kinderen jonger dan 12 jaar mogelijk is, en in het bijzonder op welke manier vingerafdrukken met de leeftijd evolueren, in een latere fase zou moeten worden behandeld, op basis van de resultaten van een onder de verantwoordelijkheid van de Commissie uitgevoerde studie. Uit de studie 53 die het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek in 2013 heeft uitgevoerd, is gebleken dat vingerafdrukherkenning voor kinderen tussen 6 en 12 jaar onder bepaalde voorwaarden haalbaar is met een voldoende graad van nauwkeurigheid. Een tweede studie 54 heeft deze bevinding in december 2017 bevestigd en heeft meer inzicht verschaft in hoe de kwaliteit van vingerafdrukken evolueert met de leeftijd. Op basis daarvan heeft de Commissie in 2017 nog een studie uitgevoerd over de noodzaak en evenredigheid van het verlagen van de leeftijd voor het nemen van vingerafdrukken van kinderen in de visumprocedure tot 6 jaar. Uit deze studie 55 is gebleken dat het verlagen van de leeftijd voor het nemen van vingerafdrukken de doelstellingen van het VIS zou helpen bereiken, met name waar het gaat om het faciliteren van de bestrijding van identiteitsfraude en het faciliteren van controles aan doorlaatposten aan de buitengrenzen, en aanvullende voordelen zou opleveren, zoals een betere preventie en bestrijding van schendingen van de rechten van het kind, doordat identificering of identiteitscontrole mogelijk wordt van kinderen uit derde landen die in het Schengengebied worden aangetroffen in een situatie waarin hun rechten mogelijk of daadwerkelijk geschonden zijn (bv. kinderen die slachtoffer zijn van mensenhandel, vermiste kinderen en niet-begeleide minderjarigen die asiel aanvragen).

(9)Bij alle procedures waarin deze verordening voorziet, moeten de lidstaten het belang van het kind vooropstellen. Het welzijn, de veiligheid en de mening van het kind moeten terdege in aanmerking worden genomen, in overeenstemming met zijn leeftijd en maturiteit. Het VIS is met name relevant waar er een risico bestaat dat een kind slachtoffer is van mensenhandel.

(10)De persoonsgegevens die een visumaanvrager met het oog op een visum voor kort verblijf verstrekt, moeten door het VIS worden verwerkt, zodat wordt nagegaan of de toegang van de aanvrager tot de Unie een bedreiging kan vormen voor de openbare veiligheid en volksgezondheid in de Unie en het risico van irreguliere migratie door de aanvrager kan worden beoordeeld. Wat betreft onderdanen van derde landen die houder zijn van een visum voor verblijf van langere duur of een verblijfsvergunning, moeten deze controles beperkt blijven tot wat nodig is voor de verificatie van de identiteit van de houder en van de echtheid en de geldigheid van het visum voor verblijf van langere duur of de verblijfsvergunning en om na te gaan of de toegang van een onderdaan van een derde land tot de Unie een bedreiging kan vormen voor de openbare veiligheid of volksgezondheid in de Unie. De controles mogen niet van invloed zijn op beslissingen inzake visa voor verblijf van langere duur en verblijfsvergunningen.

(11)Voor de beoordeling van de bovengenoemde risico’s is de verwerking vereist van persoonsgegevens met betrekking tot de identiteit van de persoon, het reisdocument, en in voorkomend geval, de garantsteller of, indien de aanvrager minderjarig is, de identiteit van de persoon die verantwoordelijk is voor hem. Elk element van de persoonsgegevens in de aanvraag moet worden vergeleken met de gegevens in een notitie, dossier of signalering in een informatiesysteem (het Schengeninformatiesysteem (SIS), het Visuminformatiesysteem (VIS), de Europol-databanken, de Interpol-databank voor gestolen en verloren reisdocumenten (SLTD), het inreis-uitreissysteem (EES), Eurodac, het ECRIS-TCN-systeem wat veroordelingen met betrekking tot terroristische misdrijven en andere ernstige strafbare feiten betreft en/of de Interpol-databank voor reisdocumenten met signaleringen (TDAWN)), met de watchlists of met specifieke risico-indicatoren. De categorieën persoonsgegevens die voor de vergelijking worden gebruikt, moeten behoren tot de categorieën gegevens die zijn opgenomen in de doorzochte informatiesystemen, de watchlist of de specifieke risico-indicatoren.

(12)De interoperabiliteit tussen EU-informatiesystemen is tot stand gebracht bij [Verordening (EU) XX inzake interoperabiliteit] om ervoor te zorgen dat de EU-informatiesystemen en hun gegevens elkaar aanvullen, met het oog op het verbeteren van het beheer van de buitengrenzen, het beter voorkomen en bestrijden van illegale migratie en het garanderen van een hoog niveau van veiligheid in de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht binnen de Unie, onder meer door handhaving van de openbare orde en veiligheid en vrijwaring van de veiligheid op het grondgebied van de lidstaten.

(13)De interoperabiliteit tussen de informatiesystemen van de EU stelt deze systemen in staat elkaar aan te vullen teneinde de correcte identificatie van personen te vergemakkelijken, bij te dragen tot de bestrijding van identiteitsfraude, vereisten inzake de gegevenskwaliteit van de respectieve Europese informatiesystemen te verbeteren en te harmoniseren, de technische en operationele implementatie van de bestaande en de toekomstige informatiesystemen van de EU door de lidstaten te vergemakkelijken, de waarborgen inzake gegevensbeveiliging en -bescherming die van toepassing zijn op de informatiesystemen van de EU, te versterken en te vereenvoudigen, de toegang van rechtshandhavingsinstanties tot het EES, het VIS, het [ETIAS] en Eurodac te stroomlijnen en de doelen van het EES, het VIS, het [ETIAS], Eurodac, het SIS en het [ECRIS-TCN] te ondersteunen.

(14)De interoperabiliteitscomponenten dekken gegevens in het EES, het VIS, het [ETIAS], Eurodac, het SIS en het [ECRIS-TCN] en Europol-gegevens, zodat de Europol-gegevens gelijktijdig met deze EU-informatiesystemen kunnen worden doorzocht; het is derhalve aangewezen deze componenten te gebruiken ten behoeve van automatische controles en bij de toegang tot het VIS voor rechtshandhavingsdoeleinden. Het Europees zoekportaal moet daartoe worden gebruikt, met het oog op een snelle, naadloze, efficiënte, systematische en gecontroleerde toegang tot de EU-informatiesystemen, de Europol-gegevens en de Interpol-databanken, zoals noodzakelijk voor de uitvoering van de taken van de systemen, overeenkomstig de voor deze systemen geldende toegangsrechten, en om de doelstellingen van het VIS te ondersteunen.

(15)De vergelijking met andere databanken moet automatisch gebeuren. Indien uit een vergelijking een treffer voortkomt met persoonsgegevens of een combinatie van persoonsgegevens in de aanvragen en een notitie, dossier of signalering in een van de bovengenoemde informatiesystemen, of met persoonsgegevens op de watchlist, moet de aanvraag handmatig worden verwerkt door een operator van de bevoegde autoriteiten. Op basis van de beoordeling door de bevoegde autoriteiten moet worden besloten of er al dan niet een visum voor kort verblijf wordt afgegeven.

(16)Weigering van een aanvraag voor een visum voor kort verblijf mag niet uitsluitend zijn gebaseerd op de automatische verwerking van persoonsgegevens in een aanvraag.

(17)Wanneer een aanvraag voor een visum voor kort verblijf op grond van informatie afkomstig uit de VIS-verwerking wordt geweigerd, moet de aanvrager het recht hebben beroep aan te tekenen. Het beroep moet worden ingesteld in de lidstaat die de beslissing over de aanvraag heeft genomen, overeenkomstig het nationale recht van die lidstaat. De bestaande waarborgen en regelingen inzake beroep van Verordening nr. 767/2008 moeten van toepassing zijn.

(18)Voor het beoordelen van de aanvraag voor een visum voor kort verblijf moet gebruik worden gemaakt van specifieke risico-indicatoren die afgestemd zijn op vooraf bepaalde risico’s met betrekking tot veiligheid, irreguliere migratie en volksgezondheid. De criteria die worden gebruikt voor het vaststellen van de specifieke risico-indicatoren mogen in geen geval uitsluitend op het geslacht of de leeftijd van een persoon zijn gebaseerd. Zij mogen onder geen beding uitsluitend gebaseerd zijn op informatie waaruit ras, huidskleur, etnische of sociale achtergrond, genetische kenmerken, taal, politieke of andere opvattingen, godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuiging, het lidmaatschap van een vakvereniging, het behoren tot een nationale minderheid, eigendom, geboorte, handicap of seksuele oriëntatie af te leiden zijn.

(19)Het fenomeen dat zich steeds nieuwe soorten veiligheidsdreigingen, patronen van irreguliere migratie en dreigingen voor de volksgezondheid aftekenen, vereist een doeltreffende respons en moet met moderne middelen worden tegengegaan. Aangezien deze middelen gepaard gaan met de verwerking van grote hoeveelheden persoonsgegevens, moet op adequate wijze worden gewaarborgd dat de inmenging in het recht op de eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven en op de bescherming van persoonsgegevens wordt beperkt tot wat in een democratische samenleving noodzakelijk is.

(20)Er moet voor worden gezorgd dat voor aanvragers van een visum voor kort verblijf of voor onderdanen van derde landen aan wie een visum voor verblijf van langere duur of een verblijfsvergunning is afgegeven, ten minste een zelfde niveau van controle wordt toegepast als voor niet-visumplichtige onderdanen van derde landen. Daartoe is ook een watchlist opgesteld met informatie over personen die worden verdacht van een ernstig strafbaar feit of terrorisme of ten aanzien van wie er feitelijke aanwijzingen zijn of een redelijk vermoeden bestaat dat zij een ernstig strafbaar feit of een terroristische daad zullen plegen, en deze watchlist moet ook worden gebruikt voor verificatie van de bovengenoemde categorieën onderdanen van derde landen.

(21)Ter nakoming van hun verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst ter uitvoering van de Schengenovereenkomst moeten internationale vervoerders kunnen nagaan of onderdanen van een derde land die houder zijn van een visum voor kort verblijf, visum voor verblijf van langere duur of verblijfsvergunning in het bezit zijn van de vereiste geldige reisdocumenten. Deze verificatie moet mogelijk worden gemaakt door dagelijks uit het VIS gegevens te halen en deze in een afzonderlijke, alleen uitleesbare databank in te voeren, zodat een minimaal noodzakelijke hoeveelheid gegevens wordt opgeslagen aan de hand waarvan een zoekopdracht kan worden uitgevoerd die alleen het antwoord OK/niet OK oplevert.

(22)In deze verordening moet worden omschreven welke autoriteiten van de lidstaten toegang kan worden verleend tot het VIS voor het invoeren, wijzigen, verwijderen of raadplegen van gegevens inzake visa voor verblijf van langere duur en verblijfsvergunningen voor de specifieke doelen die zijn uiteengezet in de VIS-verordening wat deze categorie documenten en hun houders betreft, voor zover dat nodig is voor het vervullen van hun taken.

(23)De verwerking van VIS-gegevens inzake visa voor verblijf van langere duur en verblijfsvergunningen dient in verhouding te staan tot het beoogde doel en noodzakelijk te zijn voor het vervullen van de taken van de bevoegde autoriteiten. Wanneer zij het VIS gebruiken, dienen de bevoegde autoriteiten ervoor te zorgen dat de menselijke waardigheid en de integriteit van de personen wier gegevens worden opgevraagd, worden geëerbiedigd en mogen zij personen niet discrimineren op grond van geslacht, huidskleur, etnische of sociale achtergrond, genetische kenmerken, taal, politieke, levensbeschouwelijke, godsdienstige of andere overtuiging, het behoren tot een nationale minderheid, eigendom, geboorte, handicap, leeftijd of seksuele oriëntatie.

(24)Het is van essentieel belang dat rechtshandhavingsautoriteiten voor de bestrijding van terrorisme en andere ernstige strafbare feiten over zo actueel mogelijke informatie beschikken om hun taken uit te voeren. Bij Besluit 2008/633/JBZ van de Raad is voorzien in de toegang van rechtshandhavingsautoriteiten van de lidstaten en van Europol tot het VIS. De inhoud van dit besluit moet worden geïntegreerd in de VIS-verordening, om deze in overeenstemming te brengen met het huidige Verdragskader.

(25)Het is al gebleken dat toegang tot VIS-gegevens voor rechtshandhavingsdoeleinden nuttig is voor de identificatie van personen die door geweld om het leven zijn gekomen en ertoe kan bijdragen dat onderzoekers aanzienlijke vooruitgang boeken in zaken betreffende mensenhandel, terrorisme of drugshandel. De in het VIS opgenomen gegevens inzake verblijf van langere duur dienen daarom, onder de voorwaarden die in deze verordening worden vastgesteld, ook beschikbaar te zijn voor aangewezen autoriteiten van de lidstaten en de Europese Politiedienst (Europol).

(26)Aangezien Europol een sleutelrol speelt bij de samenwerking tussen de instanties van de lidstaten voor het onderzoeken van grensoverschrijdende criminaliteit, om criminaliteit op het niveau van de Unie te voorkomen, te analyseren en te onderzoeken, moet de huidige toegang van Europol tot het VIS in het kader van zijn taken worden gecodificeerd en gestroomlijnd, waarbij onder meer rekening wordt gehouden met de recente ontwikkelingen van het rechtskader, zoals Verordening (EU) 2016/794 van het Europees Parlement en de Raad 56 .

(27)Toegang tot het VIS voor het voorkomen, opsporen of onderzoeken van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten, vormt een inmenging in het grondrecht op eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven en het grondrecht op de bescherming van persoonsgegevens van personen wier persoonsgegevens in het VIS worden verwerkt. Elke dergelijke inmenging dient in overeenstemming te zijn met het recht, dat voldoende nauwkeurig dient te zijn vastgesteld, zodat personen hun gedrag kunnen aanpassen, en dat personen dient te beschermen tegen willekeur en voldoende duidelijk dient aan te geven over welke discretionaire bevoegdheid de bevoegde autoriteiten beschikken en op welke manier die wordt uitgeoefend. Elke inmenging dient in een democratische samenleving noodzakelijk te zijn om een rechtmatig en evenredig belang te beschermen en evenredig te zijn met het te bereiken rechtmatige doel.

(28)[Verordening 2018/XX inzake interoperabiliteit] voorziet in de mogelijkheid voor de politieautoriteit van een lidstaat om, waar de nationale wetgeving dat toestaat, een persoon te identificeren aan de hand van biometrische gegevens die van deze persoon bij een identiteitscontrole zijn verzameld. Er kunnen zich echter ook specifieke situaties voordoen waarin een persoon moet worden geïdentificeerd in zijn eigen belang. Het kan bijvoorbeeld gaan om situaties waarin een vermiste of ontvoerde persoon of een als slachtoffer van mensenhandel geïdentificeerde persoon wordt teruggevonden. In dergelijke gevallen moeten rechtshandhavingsautoriteiten snel toegang hebben tot VIS-gegevens, zodat zij op een snelle en betrouwbare manier een persoon kunnen identificeren, zonder dat aan alle voorwaarden en aanvullende waarborgen voor toegang van rechtshandhavingsautoriteiten moet worden voldaan.

(29)Het vergelijken van gegevens op basis van een latente vingerafdruk, dat wil zeggen het dactyloscopische spoor dat op de plaats van het misdrijf kan worden gevonden, is een fundamenteel hulpmiddel op het gebied van politiële samenwerking. De mogelijkheid om in zaken waarin er gegronde redenen bestaan om te vermoeden dat de dader of het slachtoffer in het VIS is geregistreerd, een latente vingerafdruk te vergelijken met de in het VIS opgeslagen vingerafdrukgegevens, zou voor de rechtshandhavingsautoriteiten van de lidstaten zeer waardevol zijn als hulpmiddel om terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten te voorkomen, op te sporen of te onderzoeken, wanneer bijvoorbeeld latente vingerafdrukken het enige op de plaats van het misdrijf beschikbare bewijsmateriaal zijn.

(30)Het is nodig de bevoegde autoriteiten van de lidstaten aan te wijzen, alsook het centrale toegangspunt waarlangs verzoeken om toegang tot VIS-gegevens worden ingediend, en een lijst bij te houden van de operationele diensten van de aangewezen autoriteiten die om die toegang mogen verzoeken voor specifieke doeleinden, namelijk het voorkomen, opsporen of onderzoeken van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten.

(31)Verzoeken om toegang tot in het centrale systeem opgeslagen gegevens moeten door de operationele diensten van de aangewezen autoriteiten worden gericht aan het centrale toegangspunt en moeten worden gemotiveerd. De operationele diensten van de aangewezen autoriteiten die om toegang tot VIS-gegevens mogen verzoeken, mogen niet als verifiërende autoriteit optreden. De centrale toegangspunten moeten onafhankelijk van de aangewezen autoriteiten optreden en moeten worden belast met het onafhankelijke toezicht op de strikte naleving van de in deze verordening vastgestelde toegangsvoorwaarden. In uitzonderlijke urgente gevallen, wanneer in een vroeg stadium toegang moet worden verkregen om te kunnen reageren op een specifiek en reëel gevaar in verband met een terroristisch misdrijf of een ander ernstig strafbaar feit, dient het centrale toegangspunt het verzoek onmiddellijk te kunnen verwerken, waarbij verificatie pas achteraf plaatsvindt.

(32)Om persoonsgegevens te beschermen en systematische zoekopdrachten door rechtshandhavingsautoriteiten uit te sluiten, mag de verwerking van VIS-gegevens slechts plaatsvinden in welbepaalde gevallen en wanneer die verwerking noodzakelijk is voor het voorkomen, opsporen of onderzoeken van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten. De aangewezen autoriteiten en Europol mogen derhalve alleen om toegang tot het VIS verzoeken wanneer zij gegronde redenen hebben om aan te nemen dat die toegang informatie zal opleveren die in aanzienlijke mate bijdraagt aan het voorkomen, opsporen of onderzoeken van een terroristisch misdrijf of een ander ernstig strafbaar feit.

(33)De in het VIS opgeslagen persoonsgegevens van houders van documenten voor verblijf van langere duur mogen niet langer worden bewaard dan voor de doelstellingen van het VIS noodzakelijk is. Het is aangewezen de gegevens inzake onderdanen van derde landen gedurende een periode van vijf jaar te bewaren, zodat bij de beoordeling van aanvragen voor een visum voor kort verblijf rekening kan worden gehouden met de opgeslagen gegevens, overschrijding van de toegestane verblijfsduur kan worden opgespoord en een veiligheidsbeoordeling kan worden uitgevoerd van onderdanen van derde landen aan wie dergelijke documenten voor verblijf van langere duur zijn afgegeven. De gegevens inzake het gebruik van eerdere documenten kunnen de toekomstige afgifte van visa voor kort verblijf vergemakkelijken. Een kortere bewaringstermijn zou voor de gestelde doelen niet toereikend zijn. De gegevens moeten na afloop van de periode van vijf jaar worden gewist, tenzij er gronden zijn om dat eerder te doen.

(34)Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad 57 is van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door de lidstaten bij de toepassing van deze verordening. De verwerking van persoonsgegevens door rechtshandhavingsautoriteiten met het oog op het voorkomen, het onderzoeken, het opsporen of het vervolgen van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, wordt geregeld bij Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad 58 .

(35)Leden van de Europese grens- en kustwachtteams en personeel dat betrokken is bij met terugkeer verband houdende taken kunnen op grond van Verordening (EU) 2016/1624 van het Europees Parlement en de Raad Europese databanken raadplegen waar dat nodig is voor de uitvoering van de operationele taken die in het operationele plan zijn vastgesteld met betrekking tot grenscontrole, grensbewaking en terugkeer, onder het gezag van de gastlidstaat. Om deze raadpleging te vergemakkelijken en de teams een doeltreffende toegang tot de in het VIS opgeslagen gegevens te garanderen, moet het Europees Grens- en kustwachtagentschap toegang krijgen tot het VIS. Voor deze toegang moeten de voorwaarden en toegangsbeperkingen gelden die van toepassing zijn op de bevoegde autoriteiten van de lidstaten voor ieder specifiek doel waarvoor VIS-gegevens kunnen worden geraadpleegd.

(36)De terugkeer van onderdanen van derde landen die niet of niet meer voldoen aan de voorwaarden voor binnenkomst, verblijf of vestiging op het grondgebied van de lidstaten, overeenkomstig Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad 59 , is een wezenlijk onderdeel van de brede maatregelen om irreguliere migratie aan te pakken en vormt een belangrijke reden van zwaarwegend algemeen belang.

(37)De derde landen van terugkeer vallen vaak niet onder adequaatheidsbesluiten die de Commissie op grond van artikel 45 van Verordening (EU) 2016/679 vaststelt of onder nationale bepalingen die zijn vastgesteld voor de omzetting van artikel 36 van Richtlijn (EU) 2016/680. Bovendien hebben de grote inspanningen van de Unie om samen te werken met de belangrijkste landen van herkomst van onderdanen van derde landen die illegaal op het grondgebied verblijven en die het bevel hebben gekregen terug te keren, er niet voor kunnen zorgen dat derde landen overeenkomstig hun verplichtingen uit hoofde van het internationaal recht hun eigen onderdanen overnemen. De overnameovereenkomsten die door de Unie of door de lidstaten zijn gesloten of waarover zij onderhandelen en die voorzien in passende waarborgen voor de doorgifte van gegevens aan derde landen overeenkomstig artikel 46 van Verordening (EU) 2016/679 of overeenkomstig de nationale bepalingen die zijn vastgesteld ter omzetting van artikel 37 van Richtlijn (EU) 2016/680, betreffen slechts enkele van deze derde landen en de sluiting van nieuwe overeenkomsten is nog onzeker. In dergelijke situaties kunnen persoonsgegevens overeenkomstig deze verordening worden verwerkt met de autoriteiten van derde landen met het oog op de uitvoering van het terugkeerbeleid van de Unie, voor zover aan de voorwaarden van artikel 49, lid 1, onder d), van Verordening (EU) 2016/679 of van de nationale bepalingen ter omzetting van artikel 38 of 39 van Richtlijn (EU) 2016/680 is voldaan.

(38)De lidstaten moeten de relevante in het VIS verwerkte persoonsgegevens overeenkomstig de toepasselijke gegevensbeschermingsvoorschriften en waar dat in individuele gevallen nodig is voor de uitvoering van taken op grond van Verordening (EU) .../... van het Europees Parlement en de Raad 60 , [verordening tot vaststelling van een Uniekader voor hervestiging] ter beschikking stellen van het [Asielagentschap van de Europese Unie], van relevante internationale organen zoals de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen en de Internationale Organisatie voor Migratie en voor vluchtelingen- en hervestigingsoperaties van het Internationaal Comité van het Rode Kruis, met betrekking tot onderdanen van derde landen of staatlozen die door deze internationale organen naar lidstaten zijn doorverwezen in uitvoering van Verordening (EU) .../... [Verordening betreffende het Uniekader voor hervesting].

(39)Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad 61 is van toepassing op de activiteiten van de instellingen en organen van de Unie bij het uitvoeren van hun taken als verantwoordelijke voor het operationeel beheer van het VIS.

(40)De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is geraadpleegd overeenkomstig artikel 28, lid 2, van Verordening (EG) nr. 45/2001 en heeft op […] advies uitgebracht.

(41)Om de medewerking van derde landen op het gebied van overname van irreguliere migranten te bevorderen en de terugkeer te faciliteren van onderdanen van derde landen van wie mogelijk gegevens in het VIS zijn opgeslagen, moeten in het VIS kopieën van de reisdocumenten van aanvragers van een visum voor kort verblijf worden opgeslagen. Kopieën van reisdocumenten vormen een bewijs van nationaliteit dat op een grotere schaal door derde landen wordt erkend, hetgeen niet het geval is met de informatie die van het VIS wordt uitgelezen.

(42)Raadpleging van de lijst van reisdocumenten waarmee de houder de buitengrenzen kan overschrijden en waarin een visum kan worden aangebracht, als vastgesteld bij Besluit nr. 1105/2011/EU van het Europees Parlement en de Raad 62 , maakt verplicht deel uit van de behandeling van een visumaanvraag. Visumautoriteiten moeten deze verplichting systematisch uitvoeren en deze lijst moet derhalve worden opgenomen in het VIS, zodat automatisch kan worden gecontroleerd of het reisdocument van de houder wordt erkend.

(43)Onverminderd de verantwoordelijkheid van de lidstaten voor de accuraatheid van de in het VIS ingevoerde gegevens, dient eu-LISA de verantwoordelijkheid te hebben om de gegevenskwaliteit te verbeteren door een centraal instrument voor het monitoren van de gegevenskwaliteit in te voeren, en om op gezette tijden verslag uit te brengen aan de lidstaten.

(44)Om het gebruik van het VIS voor het analyseren van trends in migratiedruk en grensbeheer beter te kunnen monitoren, moet eu-LISA in staat zijn om, zonder gevaar voor de integriteit van de gegevens, een capaciteit te ontwikkelen voor statistische rapportage aan de lidstaten, de Commissie en het Europees Grens- en kustwachtagentschap. Hiertoe moet een centraal statistisch register worden opgezet. De geproduceerde statistieken mogen geen persoonsgegevens bevatten.

(45)Deze verordening doet geen afbreuk aan de toepassing van Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad 63 .

(46)Daar de doelstellingen van deze verordening niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt en deze gezien de noodzaak van het garanderen van de uitvoering van het gemeenschappelijk visumbeleid, van een hoog veiligheidsniveau binnen het gebied zonder controle aan de binnengrenzen en van de geleidelijke invoering van een geïntegreerd systeem van beheer van de buitengrenzen, beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

(47)De verordening bevat strenge regels voor de toegang tot het VIS en de nodige waarborgen. De verordening voorziet ook in het recht van inzage, rectificatie, wissing en beroep, in het bijzonder het recht op een voorziening in rechte, en in toezicht op de verwerkingsactiviteiten door onafhankelijke openbare autoriteiten. Dit voorstel introduceert aanvullende waarborgen die de specifieke behoeften moeten dekken van de nieuwe categorieën van gegevens die door het VIS zullen worden verwerkt. Deze verordening strookt derhalve met de grondrechten en de in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie erkende beginselen, met name het recht op menselijke waardigheid, het recht op vrijheid en veiligheid, de eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven, de bescherming van persoonsgegevens, het recht op asiel en de bescherming van het beginsel van non-refoulement en bescherming in geval van verwijdering, uitzetting en uitlevering, het recht op non-discriminatie, de rechten van het kind en het recht op een doeltreffende voorziening in rechte.

(48)Er moeten specifieke bepalingen gelden voor visumplichtige onderdanen van derde landen die familielid zijn van een burger van de Unie op wie Richtlijn 2004/38/EG van toepassing is of van een onderdaan van een derde land die onder het Unierecht inzake vrij verkeer valt, en niet in het bezit zijn van een verblijfskaart overeenkomstig Richtlijn 2004/38/EG. In artikel 21, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie wordt bepaald dat iedere burger van de Unie het recht heeft vrij op het grondgebied van de lidstaten te reizen en te verblijven, onder voorbehoud van de beperkingen en voorwaarden die bij de Verdragen en de bepalingen ter uitvoering daarvan zijn vastgesteld. Deze beperkingen en voorwaarden zijn opgenomen in Richtlijn 2004/38/EG.

(49)Zoals bekrachtigd door het Hof van Justitie van de Europese Unie hebben dergelijke familieleden niet alleen het recht het grondgebied van de lidstaat binnen te komen, maar ook het recht hiervoor een inreisvisum te verkrijgen. De lidstaten moeten deze personen alle faciliteiten verlenen om de nodige visa te krijgen, en de visa moeten zo spoedig mogelijk via een versnelde procedure kosteloos worden afgegeven.

(50)Het recht om een visum te verkrijgen is niet onvoorwaardelijk en kan worden geweigerd aan familieleden die een risico vormen voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de volksgezondheid in de zin van Richtlijn 2004/38/EG. In het licht daarvan kunnen de persoonsgegevens van familieleden alleen worden geverifieerd wanneer de gegevens verband houden met hun identificatie en hun status, voor zover deze gegevens relevant zijn om de eventuele veiligheidsdreiging van deze personen te beoordelen. Bij de behandeling van visumaanvragen mogen alleen veiligheidsoverwegingen worden getoetst, en niet overwegingen op het gebied van migratie.

(51)Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van deze verordening, die niet bindend is voor, noch van toepassing is op deze lidstaat. Aangezien deze verordening voortbouwt op het Schengenacquis, beslist Denemarken overeenkomstig artikel 4 van bovengenoemd protocol binnen een termijn van zes maanden nadat de Raad een besluit heeft genomen over de verordening of het deze in zijn nationale wetgeving zal omzetten.

(52)Deze verordening houdt een ontwikkeling in van de bepalingen van het Schengenacquis waaraan het Verenigd Koninkrijk niet deelneemt, overeenkomstig Besluit 2000/365/EG van de Raad 64 ; het Verenigd Koninkrijk neemt derhalve niet deel aan de vaststelling van deze verordening, die niet bindend is voor, noch van toepassing is op deze lidstaat.

(53)Deze verordening houdt een ontwikkeling in van de bepalingen van het Schengenacquis waaraan Ierland niet deelneemt, overeenkomstig Besluit 2002/192/EG van de Raad 65 ; Ierland neemt derhalve niet deel aan de vaststelling van deze verordening, die niet bindend is voor, noch van toepassing is op deze lidstaat.

(54)Wat IJsland en Noorwegen betreft, houdt deze verordening een ontwikkeling in van de bepalingen van het Schengenacquis in de zin van de Overeenkomst tussen de Raad van de Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen inzake de wijze waarop IJsland en Noorwegen worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis 66 , die vallen onder het gebied bedoeld in artikel 1, onder A, van Besluit 1999/437/EG van de Raad 67 .

(55)Wat Zwitserland betreft, houdt deze verordening een ontwikkeling in van de bepalingen van het Schengenacquis in de zin van de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis 68 , die vallen onder het gebied bedoeld in artikel 1, onder A, van Besluit 1999/437/EG van de Raad, juncto artikel 3 van Besluit 2008/146/EG van de Raad 69 en artikel 3 van Besluit 2008/149/JBZ van de Raad 70 .

(56)Wat Liechtenstein betreft, houdt deze verordening een ontwikkeling in van de bepalingen van het Schengenacquis in de zin van het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis 71 , die vallen onder het gebied bedoeld in artikel 1, onder A, van Besluit 1999/437/EG van de Raad, juncto artikel 3 van Besluit 2011/350/EU van de Raad 72 en artikel 3 van Besluit 2011/349/EU van de Raad 73 .

(57)Deze verordening, met uitzondering van artikel 22 novodecies, is een handeling die voortbouwt op het Schengenacquis of op een andere wijze daaraan is gerelateerd, zoals bedoeld in, respectievelijk, artikel 3, lid 2, van de Toetredingsakte van 2003, artikel 4, lid 2, van de Toetredingsakte van 2005 en artikel 4, lid 2, van de Toetredingsakte van 2011, met uitzondering van de bepalingen die bij Besluit (EU) 2017/1908 op Bulgarije en Roemenië toepasselijk zijn gemaakt 74 ,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 767/2008 wordt als volgt gewijzigd:

(1)Aan artikel 1 worden de volgende alinea's toegevoegd:

"In deze verordening worden ook procedures vastgesteld voor de uitwisseling van informatie tussen de lidstaten over visa voor verblijf van langere duur en verblijfsvergunningen, inclusief informatie over bepaalde beslissingen over visa voor verblijf van langere duur en verblijfsvergunningen.

Door identiteitsgegevens, gegevens van reisdocumenten en biometrische gegevens op te slaan in het bij artikel 17 van Verordening 2018/XX van het Europees Parlement en de Raad* [Verordening 2018/XX inzake interoperabiliteit] ingestelde gemeenschappelijke identiteitenregister (CIR), draagt het VIS bij aan het vergemakkelijken en ondersteunen van de correcte identificatie van personen die in het VIS zijn geregistreerd".

_______

*    Verordening 2018/XX van het Europees Parlement en de Raad* [Verordening 2018/XX inzake interoperabiliteit] (PB L).";

(2)artikel 2 wordt vervangen door:

"Artikel 2
Doelstelling van het VIS

1. Het VIS heeft ten doel de uitvoering van het gemeenschappelijk visumbeleid, de consulaire samenwerking en de raadpleging van de centrale visumautoriteiten te verbeteren door de uitwisseling van gegevens tussen de lidstaten betreffende aanvragen en de daarmee samenhangende beslissingen te vergemakkelijken, teneinde:

a) de procedure voor het aanvragen van een visum te vergemakkelijken;

b) te voorkomen dat de criteria voor de vaststelling van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag, worden omzeild;

c) fraudebestrijding te vergemakkelijken;

d) controles aan de doorlaatposten aan de buitengrens en op het grondgebied van de lidstaten te vergemakkelijken;

e) te helpen bij de identificatie en terugkeer van personen die niet of niet langer aan de voorwaarden voor binnenkomst, verblijf of vestiging op het grondgebied van de lidstaten voldoen;

f) te helpen bij de identificatie van vermiste personen;

g) de toepassing van Verordening (EU) nr. 604/2013 van het Europees Parlement en de Raad* en Richtlijn 2013/32/EU van het Europees Parlement en de Raad** te vergemakkelijken;

h) bij te dragen tot het voorkomen, opsporen en onderzoeken van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten;

i) bij te dragen tot het voorkomen van bedreigingen van de binnenlandse veiligheid van een van de lidstaten;

j) een correcte identificatie van personen te waarborgen;

k) de doelstellingen van het Schengeninformatiesysteem (SIS) te ondersteunen die betrekking hebben op signaleringen van onderdanen van derde landen aan wie de toegang is geweigerd, van personen die worden gezocht met het oog op aanhouding ten behoeve van overlevering of uitlevering, van vermiste personen, van personen die worden gezocht met het oog op een gerechtelijke procedure en van personen die onopvallend of gericht moeten worden gecontroleerd.

2. Met betrekking tot visa voor verblijf van langere duur en verblijfsvergunningen heeft het VIS ten doel de uitwisseling van gegevens tussen de lidstaten betreffende de daarmee samenhangende beslissingen te vergemakkelijken, teneinde:

a) een hoog niveau van veiligheid te ondersteunen, door bij te dragen aan de beoordeling of de aanvrager wordt beschouwd als een bedreiging voor de openbare orde, de interne veiligheid of de volksgezondheid, vóór diens aankomst aan de doorlaatposten aan de buitengrenzen;

b) de grenscontroles en de controles op het grondgebied doeltreffender te maken;

c)  bij te dragen tot het voorkomen, opsporen en onderzoeken van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten;

d)    een correcte identificatie van personen te waarborgen;

e)    de toepassing van Verordening (EU) nr. 604/2013 en Richtlijn 2013/32/EU te vergemakkelijken;

f)    de doelstellingen van het Schengeninformatiesysteem (SIS) te ondersteunen die betrekking hebben op signaleringen van onderdanen van derde landen aan wie de toegang is geweigerd, van personen die worden gezocht met het oog op aanhouding ten behoeve van overlevering of uitlevering, van vermiste personen, van personen die worden gezocht met het oog op een gerechtelijke procedure en van personen die onopvallend of gericht moeten worden gecontroleerd.

*    Verordening (EU) nr. 604/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend (PB L 180 van 29.6.2013, blz. 31).

**    Richtlijn 2013/32/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende gemeenschappelijke procedures voor de toekenning en intrekking van de internationale bescherming (PB L 180 van 29.6.2013, blz. 60).";

(3)artikel 3 wordt geschrapt;

(4)aan artikel 4 worden de volgende punten toegevoegd:

(12)"VIS-gegevens": alle gegevens die zijn opgeslagen in het centrale systeem van het VIS en het CIR overeenkomstig de artikelen 9 tot en met 14, en 22 quater tot en met 22 septies;

(13)"identiteitsgegevens": de gegevens als bedoeld in artikel 9, lid 4, onder a) en aa);

(14)"vingerafdrukgegevens": de gegevens betreffende vingerafdrukken die in een VIS-dossier zijn opgeslagen;

(15)"gezichtsopname": een digitale afbeelding van het gezicht;

(16)"gegevens van Europol": persoonsgegevens die door Europol worden verwerkt voor het in artikel 18, lid 2, onder a), van Verordening (EU) 2016/794 van het Europees Parlement en de Raad* vermelde doel;

(17)"verblijfsvergunning": alle verblijfstitels die door de lidstaten worden afgegeven overeenkomstig het uniform model van Verordening (EG) nr. 1030/2002 van de Raad** en alle andere documenten als bedoeld in artikel 2, lid 16, onder b), van Verordening (EU) 2016/399;

(18)"visum voor verblijf van langere duur": een vergunning die door een lidstaat wordt afgegeven overeenkomstig artikel 18 van de Schengenovereenkomst;

(19)"nationale toezichthoudende autoriteit" voor rechtshandhavingsdoeleinden: de krachtens artikel 41 van Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad opgerichte toezichthoudende autoriteiten***;

(20)"rechtshandhaving": het voorkomen, opsporen of onderzoeken van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten;

(21)"terroristische misdrijven": strafbare feiten naar nationaal recht die overeenkomen met of gelijkwaardig zijn aan die welke zijn bedoeld in Richtlijn (EU) 2017/541 van het Europees Parlement en de Raad****;

(22)"ernstige strafbare feiten": de strafbare feiten die overeenkomen met of gelijkwaardig zijn aan die welke zijn bedoeld in artikel 2, lid 2, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ*****, indien die volgens het nationale recht strafbaar zijn gesteld met een vrijheidsstraf of een tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel met een maximumduur van ten minste drie jaar.

________________

*    Verordening (EU) 2016/794 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en tot vervanging en intrekking van de Besluiten 2009/371/JBZ, 2009/934/JBZ, 2009/935/JBZ, 2009/936/JBZ en 2009/968/JBZ van de Raad (PB L 135 van 24.5.2016, blz. 53).

**    Verordening (EG) nr. 1030/2002 van de Raad van 13 juni 2002 betreffende de invoering van een uniform model voor verblijfstitels voor onderdanen van derde landen (PB L 157 van 15.6.2002, blz. 1).

***    Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 89).

****    Richtlijn (EU) 2017/541 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 inzake terrorismebestrijding en ter vervanging van Kaderbesluit 2002/475/JBZ van de Raad en tot wijziging van Besluit 2005/671/JBZ van de Raad (PB L 88 van 31.3.2017, blz. 6).

*****    Kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten (PB L 190 van 18.7.2002, blz. 1).

(5)artikel 5 wordt vervangen door:

"Artikel 5
Categorieën gegevens

1. Alleen de volgende categorieën gegevens worden in het VIS opgeslagen:

a) alfanumerieke gegevens betreffende de aanvrager van het visum voor kort verblijf en de aangevraagde, afgegeven, geweigerde, nietig verklaarde, ingetrokken of verlengde visa als bedoeld in artikel 9, leden 1 tot en met 4, en de artikelen 10 tot en met 14, alfanumerieke gegevens betreffende afgegeven, ingetrokken, geweigerde, nietig verklaarde of verlengde visa voor verblijf van langere duur en verblijfsvergunningen als bedoeld in de artikelen 22 quater tot en met 22 septies, alsmede informatie betreffende de treffers als bedoeld in de artikelen 9 bis en 22 ter, en de resultaten van de verificaties als bedoeld in artikel 9 quater, lid 6;

b) gezichtsopnames als bedoeld in artikel 9, lid 5, en artikel 22 quater, lid 2, onder f);

c) vingerafdrukgegevens als bedoeld in artikel 9, lid 6, en artikel 22 quater, lid 2, onder g);

d) koppelingen naar andere aanvragen als bedoeld in artikel 8, leden 3 en 4, en artikel 22 bis, lid 3.

2. Onverminderd de opslag van gegevensverwerkende handelingen krachtens artikel 34, worden de in artikel 16, artikel 24, lid 2, en artikel 25, lid 2, bedoelde kennisgevingen die via het VIS worden verzonden, niet in het VIS opgeslagen.

3. Het CIR bevat de gegevens als bedoeld in artikel 9, lid 4, onder a) tot en met cc), artikel 9, leden 5 en 6, artikel 22 quater, lid 2, onder a) tot en met cc), f) en g), en artikel 22 quinquies, onder a) tot en met cc), f) en g). De overige VIS-gegevens worden opgeslagen in het centrale systeem van het VIS."

(6)het volgende artikel 5 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 5 bis

Lijst van erkende reisdocumenten

(1)De lijst van reisdocumenten waarmee de houder de buitengrenzen kan overschrijden en waarin een visum kan worden aangebracht, als ingesteld bij Besluit nr. 1105/2011/EU van het Europees Parlement en de Raad*, wordt in het VIS opgenomen.

(2)Het VIS voorziet in de functie voor het gecentraliseerde beheer van de lijst van erkende reisdocumenten en van de kennisgeving van erkenning of niet-erkenning van in de lijst opgenomen reisdocumenten overeenkomstig artikel 4 van Besluit 1105/2011/EU.

(3)De nadere bepalingen betreffende het beheer van de in lid 2 bedoelde functie worden vastgelegd in uitvoeringshandelingen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 49, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

_________________

*    Besluit nr. 1105/2011/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de lijst van reisdocumenten waarmee de houder de buitengrenzen kan overschrijden en waarin een visum kan worden aangebracht en betreffende de invoering van een mechanisme voor het opstellen van deze lijst (PB L 287 van 4.11.2011, blz. 9).

(7)artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

a) lid 2 wordt vervangen door:

"2. De toegang tot het VIS voor raadpleging van de gegevens is uitsluitend voorbehouden aan de naar behoren gemachtigde personeelsleden van de autoriteiten van elke lidstaat en van de EU-organen die bevoegd zijn voor de in de artikelen 15 tot en met 22, 22 quater tot en met 22 septies, en 22 octies tot en met 22 undecies, genoemde doelen, alsmede voor de in de artikelen 20 en 21 van [Verordening (EG) nr. 2018/XX inzake de interoperabiliteit] genoemde doelen.

Deze toegang is beperkt tot de gegevens die vereist zijn voor de uitvoering van hun taken overeenkomstig deze doelen en staat in verhouding tot de doelstellingen.";

b) het volgende lid 4 wordt toegevoegd:

"4. Het VIS voorziet in de functie voor het gecentraliseerde beheer van deze lijst."

   c) het volgende lid 5 wordt toegevoegd:

"5. De nadere bepalingen betreffende het beheer van de functie voor het gecentraliseerde beheer van de in lid 3 bedoelde lijst worden vastgelegd in uitvoeringshandelingen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de onderzoeksprocedure als bedoeld in artikel 49, lid 2."

(8) in artikel 7 wordt een nieuw lid ingevoegd:

"3. Bij alle procedures waarin deze verordening voorziet, stellen de lidstaten het belang van het kind voorop. Er wordt rekening gehouden met het welzijn en de veiligheid van het kind, in het bijzonder wanneer het gevaar bestaat dat het kind het slachtoffer wordt van mensenhandel, en met de mening van het kind, en afhankelijk van de leeftijd en de maturiteit van het kind, wordt daaraan passend belang gehecht."

(9) de titel van hoofdstuk II wordt vervangen door:

"INVOERING EN GEBRUIK VAN GEGEVENS BETREFFENDE VISA VOOR KORT VERBLIJF DOOR DE VISUMAUTORITEITEN"

(10)artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

a) lid 1 wordt vervangen door:

"1. Indien de aanvraag ontvankelijk is overeenkomstig artikel 19 van Verordening (EG) nr. 810/2009, stelt de visumautoriteit binnen 2 werkdagen het aanvraagdossier op door de in artikel 9 genoemde gegevens in het VIS in te voeren, voor zover deze gegevens door de aanvrager moeten worden verstrekt.";

b) het volgende lid 1 bis wordt ingevoegd:

"1 bis. Bij het opstellen van het aanvraagdossier start het VIS automatisch de zoekopdracht overeenkomstig artikel 9 bis en zendt het de resultaten terug.

(c) lid 5 wordt vervangen door:

5. "Wanneer bepaalde gegevens om wettelijke redenen niet vereist zijn of feitelijk niet kunnen worden verstrekt, wordt in de rubrieken voor deze gegevens "niet van toepassing" vermeld. Het ontbreken van vingerafdrukken wordt aangeduid door "VIS0"; voorts is in het systeem een onderscheid mogelijk tussen de gevallen bedoeld in artikel 13, lid 7, onder a) tot en met d), van Verordening (EG) nr. 810/2009."

(11)artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:

a) in punt 4 wordt het bepaalde onder a), b) en c) vervangen door:

"(a)achternaam (familienaam); voornaam/-namen; geboortedatum; nationaliteit/nationaliteiten; geslacht;

(aa) achternaam bij de geboorte (vroegere familienaam/-namen); plaats en land van geboorte; nationaliteit bij de geboorte;

(b)soort en nummer van het reisdocument/de reisdocumenten en de drielettercode van het land dat het reisdocument/de reisdocumenten heeft afgegeven;

(c)de datum waarop de geldigheidstermijn van het reisdocument/de reisdocumenten verstrijkt;

(cc)de autoriteit die het reisdocument heeft afgegeven en de datum van afgifte;";

b) punt 5 wordt vervangen door:

"5. een gezichtsopname van de aanvrager, overeenkomstig artikel 13, lid 1, van Verordening (EG) nr. 810/2009.";

c) het volgende punt 7 wordt toegevoegd:

"7. een scan van de pagina met biografische gegevens.";

d) de volgende twee alinea's worden toegevoegd:

"8. De in de punt 5 van de eerste alinea bedoelde gezichtsopnames van onderdanen van derde landen hebben een toereikende resolutie en kwaliteit voor gebruik bij automatische biometrische matching.

In uitzonderlijke gevallen, wanneer niet kan worden voldaan aan de voor de registratie van de ter plaatse gemaakte gezichtsopname in het VIS vastgestelde specificaties inzake kwaliteit en resolutie, kan de gezichtsopname, in afwijking van de tweede alinea, elektronisch van de chip van het elektronische machineleesbare reisdocument (eMRTD) worden uitgelezen. In dergelijke gevallen wordt de gezichtsopname slechts toegevoegd aan het persoonlijke dossier nadat elektronisch is geverifieerd of de in de chip van het eMRTD geregistreerde gezichtsopname overeenstemt met de ter plaatse gemaakte gezichtsopname van de onderdaan van een derde land.";

(12)de volgende artikelen 9 bis tot en met 9 quinquies worden ingevoegd:

"Artikel 9 bis

Zoekopdrachten in andere systemen

1.De aanvraagdossiers worden automatisch door het VIS verwerkt om na te gaan of er treffers zijn. Het VIS onderzoekt elk aanvraagdossier afzonderlijk.

2.Wanneer een aanvraag wordt gecreëerd of een visum wordt afgegeven, gaat het VIS na of het reisdocument dat met die aanvraag verband houdt, is erkend overeenkomstig Besluit 1105/2011/EU, door een automatische zoekopdracht uit te voeren in de in artikel 5 bis bedoelde lijst van erkende reisdocumenten, en zendt het een resultaat terug.

3.Met het oog op de verificaties waarin artikel 21, lid 1, en artikel 21, lid 3, onder a), c) en d), van Verordening (EG) nr. 810/2009 voorzien, start het VIS een zoekopdracht door gebruik te maken van het in artikel 6, lid 1, [van de interoperabiliteitsverordening] gedefinieerde Europese zoekportaal, om de in artikel 9, punt 4, van deze verordening bedoelde relevante gegevens te vergelijken met de gegevens in een notitie, dossier of signalering die zijn geregistreerd in het VIS, het Schengeninformatiesysteem (SIS), het inreis-uitreissysteem (EES), het Europees Systeem voor reisinformatie en -autorisatie (ETIAS), met inbegrip van de watchlist bedoeld in artikel 29 van Verordening (EU) 2018/XX met het oog op het instellen van een Europees systeem voor reisinformatie en -autorisatie, Eurodac, [het ECRIS-TCN-systeem voor zover het gaat om veroordelingen voor terroristische misdrijven en andere vormen van ernstige criminaliteit], de gegevens van Europol, de Interpol-databank voor gestolen en verloren reisdocumenten (SLTD) en de Interpol-databank voor reisdocumenten met signaleringen (Interpol TDAWN).

4.Het VIS voegt aan het aanvraagdossier een verwijzing toe naar elke treffer die wordt verkregen overeenkomstig lid 3. In voorkomend geval geeft het VIS aan welke lidstaat of lidstaten de gegevens hebben ingevoerd of aangeleverd die tot de treffer(s) hebben geleid, dan wel of Europol dat heeft gedaan, en registreert het deze informatie in het aanvraagdossier.

5.Voor de doeleinden van artikel 2, lid 1, onder k), worden bij de krachtens lid 3 uitgevoerde zoekopdrachten de in artikel 15, lid 2, bedoelde relevante gegevens vergeleken met de gegevens in het SIS, teneinde vast te stellen of ten aanzien van de aanvrager een van de volgende signaleringen is uitgevaardigd:

(a)een signalering van personen die worden gezocht met het oog op aanhouding ten behoeve van overlevering of uitlevering;

(b)een signalering van vermiste personen;

(c)een signalering van personen die worden gezocht met het oog op een gerechtelijke procedure;

(d)een signalering van personen en voorwerpen met het oog op onopvallende controles of gerichte controles.

Artikel 9 ter

Specifieke bepalingen die van toepassing zijn op zoekopdrachten in andere systemen voor familieleden van EU-burgers of van andere onderdanen van derde landen die onder het Unierecht inzake vrij verkeer vallen

1.Wat betreft onderdanen van derde landen die familielid zijn van een burger van de Unie op wie Richtlijn 2004/38/EG van toepassing is of van een onderdaan van een derde land die het recht van vrij verkeer geniet dat gelijkwaardig is aan dat van de burgers van de Unie op grond van een overeenkomst tussen de Unie en haar lidstaten, enerzijds, en een derde land, anderzijds, worden de in artikel 9 bis, lid 3, bedoelde automatische controles uitsluitend uitgevoerd om na te gaan of er geen feitelijke aanwijzingen of op feitelijke aanwijzingen gebaseerde redelijke gronden zijn om aan te nemen dat de aanwezigheid van de betrokkene op het grondgebied van de lidstaten een risico voor de veiligheid of een groot epidemiologisch risico vormt overeenkomstig Richtlijn 2004/38/EG.

2.Het VIS gaat na niet of:

(a)de aanvrager momenteel geregistreerd staat als persoon die de toegestane verblijfsduur heeft overschreden dan wel of hij in het verleden als zodanig geregistreerd is geweest, door raadpleging van het EES;

(a)de aanvrager overeenkomt met een persoon wiens gegevens in Eurodac zijn geregistreerd.

3.Indien de automatische verwerking van de aanvraag als bedoeld in artikel 9 bis, lid 3, een treffer heeft opgeleverd die overeenkomt met een signalering met het oog op weigering van toegang en verblijf als bedoeld in artikel 24 van Verordening (EG) nr. 1987/2006, verifieert de visumautoriteit om welke reden werd beslist deze signalering in het SIS op te nemen. Als deze reden verband houdt met een risico op het gebied van illegale immigratie, wordt geen rekening gehouden met de signalering bij de beoordeling van de aanvraag. De visumautoriteit gaat te werk overeenkomstig artikel 25, lid 2, van de SIS II-verordening.

Artikel 9 quater

Verificatie door de centrale autoriteiten

1.Elke treffer die voortkomt uit de zoekopdrachten overeenkomstig artikel 9 bis, lid 3, worden handmatig geverifieerd door de centrale autoriteit van de lidstaat die de aanvraag behandelt.

2.Bij de handmatige verificatie van de treffers heeft de centrale autoriteit toegang tot het aanvraagdossier en eventueel daaraan verbonden aanvraagdossiers, evenals tot alle treffers die de automatische verwerking overeenkomstig artikel 9 bis, lid 3, heeft opgeleverd.

3.De centrale autoriteit verifieert of de in het aanvraagdossier geregistreerde identiteit van de aanvrager overeenkomt met de gegevens in het VIS of een van de geraadpleegde databanken.

4.Indien de persoonsgegevens niet overeenkomen en er geen andere treffer is geregistreerd gedurende de geautomatiseerde verwerking overeenkomstig artikel 9 bis, lid 3, wist de centrale autoriteit de valse treffer uit het aanvraagdossier.

5.Indien de gegevens overeenkomen met of er twijfel blijft bestaan over de identiteit van de aanvrager, informeert de centrale visumautoriteit die de aanvraag behandelt, de centrale autoriteit van de andere lidstaten waarvan is gebleken dat zij de gegevens die tot de treffer hebben geleid, hebben ingevoerd of aangeleverd overeenkomstig artikel 9 bis, lid 3. Indien is gebleken dat één of meer lidstaten de gegevens hebben ingevoerd of aangeleverd die tot de treffer hebben geleid, raadpleegt de centrale autoriteit de centrale autoriteiten van de andere lidstaten volgens de procedure van artikel 16, lid 2.

6.Het resultaat van door de centrale autoriteiten van de andere lidstaten uitgevoerde verificaties wordt aan het aanvraagdossier toegevoegd.

7.In afwijking van het bepaalde in lid 1 zendt het VIS, indien de in artikel 9 bis, lid 5, bedoelde vergelijking een of meer treffers oplevert, een automatische kennisgeving naar de centrale autoriteit van de lidstaat die de zoekopdracht heeft gegeven met het oog op het nemen van passende follow-upmaatregelen.

8.Indien blijkt dat Europol de gegevens heeft aangeleverd die tot een treffer hebben geleid overeenkomstig artikel 9 bis, lid 3, raadpleegt de centrale eenheid van de bevoegde lidstaat de nationale Europol-eenheid voor follow-up overeenkomstig Verordening (EU) 2016/794, en met name hoofdstuk IV.

Artikel 9 quinquies

Verantwoordelijkheden van Europol

Europol past zijn informatiesysteem aan om de automatische verwerking van de zoekopdrachten als bedoeld in artikel 9 bis, lid 3, en artikel 22 ter, lid 2, mogelijk te maken."

(13)aan artikel 13 wordt het volgende lid 4 toegevoegd:

"4.    Indien het aanvraagdossier overeenkomstig de leden 1 en 2 is bijgewerkt, zendt het VIS een kennisgeving naar de lidstaat die het visum heeft afgegeven, waarin de beslissing tot nietigverklaring of intrekking van dat visum wordt meegedeeld. Een dergelijke kennisgeving wordt automatisch door het centrale systeem gegenereerd en verzonden via het mechanisme bedoeld in artikel 16.";

(14)artikel 15 wordt als volgt gewijzigd:

a) in lid 2 wordt het volgende punt e bis) ingevoegd:

"e bis) gezichtsopname;";

b) het volgende lid 2 bis wordt ingevoegd:

"2 bis. De gezichtsopname als bedoeld in lid 2, onder e bis), mag niet het enige zoekcriterium zijn.";

(15)in artikel 16 worden de leden 2 en 3 vervangen door:

"2. Wanneer in het VIS een aanvraagdossier wordt aangemaakt betreffende een onderdaan van een bepaald derde land of een persoon die behoort tot een specifieke categorie onderdanen van een bepaald derde land, waarvoor op grond van artikel 22 van Verordening (EG) nr. 810/2009 voorafgaande raadpleging is vereist, zendt het VIS het verzoek om raadpleging automatisch naar de aangegeven lidstaat of lidstaten.

De geraadpleegde lidstaat of lidstaten zend(t)(en) het antwoord naar het VIS, dat dit antwoord doorzendt naar de lidstaat die het verzoek heeft aangemaakt.

Uitsluitend met het oog op de uitvoering van de raadplegingsprocedure wordt de lijst van lidstaten die op grond van artikel 22 van Verordening (EG) nr. 810/2009 vereisen dat hun centrale autoriteiten worden geraadpleegd door de centrale autoriteiten van andere lidstaten bij het onderzoek van visumaanvragen voor eenvormige visa die zijn ingediend door onderdanen van bepaalde derde landen of specifieke categorieën onderdanen van die landen, en van de betrokken onderdanen van derde landen, in het VIS geïntegreerd."

3. De in lid 2 omschreven procedure is ook van toepassing op:

a) de toezending van informatie over de afgifte van visa met territoriaal beperkte geldigheid overeenkomstig artikel 25, lid 4, over wijzigingen van gegevens overeenkomstig artikel 24, lid 2, en over ex-postkennisgevingen overeenkomstig artikel 31 van Verordening (EG) nr. 810/2009;

b) alle andere mededelingen in verband met de consulaire samenwerking die de doorgifte van in het VIS geregistreerde of daarmee verband houdende persoonsgegevens inhouden, de toezending van verzoeken aan de bevoegde visumautoriteit om kopieën van reisdocumenten overeenkomstig artikel 9, punt 7, en andere documenten ter staving van de aanvraag, en de toezending van elektronische kopieën van die documenten, alsmede op verzoeken als bedoeld in artikel 9 quater en artikel 38, lid 3. De bevoegde visumautoriteiten beantwoorden dergelijke verzoeken binnen twee werkdagen.";

(16)artikel 17 wordt geschrapt;

(17)de titel van hoofdstuk III wordt vervangen door:

"TOEGANG TOT GEGEVENS OVER VISA VOOR KORT VERBLIJF DOOR ANDERE AUTORITEITEN"

(18)in artikel 18, lid 6, wordt de tweede alinea vervangen door:

"De autoriteiten die bevoegd zijn om controles te verrichten aan de grenzen waar het EES wordt gebruikt, verifiëren de vingerafdrukken van de visumhouder aan de hand van de vingerafdrukken die in het VIS zijn opgeslagen. Voor visumhouders wier vingerafdrukken niet kunnen worden gebruikt, wordt de in lid 1 bedoelde zoekopdracht verricht aan de hand van de in lid 1 genoemde alfanumerieke gegevens, in combinatie met de gezichtsopname.";

(19)het volgende artikel 20 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 20 bis

Gebruik van VIS-gegevens voor het invoeren van SIS-signaleringen van vermiste personen en de latere toegang tot die gegevens

1.De in het VIS opgeslagen vingerafdrukgegevens kunnen worden gebruikt om signaleringen van vermiste personen in te voeren overeenkomstig artikel 32, lid 2, van Verordening (EU) .... van het Europees Parlement en de Raad* [Verordening (EU) betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengeninformatiesysteem (SIS) op het gebied van politiële samenwerking en justitiële samenwerking in strafzaken]. In die gevallen worden de vingerafdrukgegevens via beveiligde kanalen uitgewisseld met het Sirene-bureau van de lidstaat die de gegevens bezit.

2.Indien er sprake is van een treffer met een SIS-signalering als bedoeld in lid 1, kunnen kinderbeschermingsautoriteiten en nationale gerechtelijke autoriteiten, met inbegrip van die welke belast zijn met de instelling van strafvervolging en van gerechtelijke onderzoeken voorafgaand aan tenlastelegging, alsook hun coördinerende instanties, als bedoeld in artikel 43 van Verordening (EU) … [COM(2016) 883 final – SIS LE], bij de uitoefening van hun taken om toegang tot de in het VIS opgenomen gegevens verzoeken. De voorwaarden waarin de wetgeving van de Unie en de nationale wetgeving voorzien, zijn van toepassing.

__________

*    Verordening (EU) ... van het Europees Parlement en de Raad van ... (PB L ... van ..., blz. ...).";

(20)in artikel 22 wordt lid 2 vervangen door:

"2. Indien uit het zoeken aan de hand van de in lid 1 genoemde gegevens blijkt dat in het VIS gegevens zijn opgeslagen betreffende de persoon die om internationale bescherming verzoekt, wordt de bevoegde asielautoriteit, uitsluitend met het oog op het in lid 1 genoemd doel, toegang verleend voor het raadplegen van de volgende gegevens van de aanvrager of van gekoppelde aanvraagdossiers van de aanvrager, als bedoeld in artikel 8, lid 3:

a) het nummer van de aanvraag;

b) de uit het aanvraagformulier of de aanvraagformulieren overgenomen gegevens bedoeld in artikel 9, leden 4, 5 en 7; 

c) foto’s;

d) de gegevens die zijn ingevoerd in verband met afgegeven, nietig verklaarde, of ingetrokken visa, of in verband met visa waarvan de geldigheidsduur is verlengd, als bedoeld in de artikelen 10, 13 en 14;

e) de gegevens als bedoeld in artikel 9, punten 4) en 5), van de overeenkomstig artikel 8, lid 4, gekoppelde aanvraagdossiers.";

(21)artikel 23 wordt vervangen door:

"Artikel 23

Bewaringstermijn van opgeslagen gegevens

1.    Onverminderd de verwijdering van gegevens als bedoeld in de artikelen 24 en 25 en de registratie van gegevens als bedoeld in artikel 34, worden de dossiers voor ten hoogste vijf jaar in het VIS opgeslagen.

Deze termijn gaat in:

a) op de datum waarop de geldigheidsduur van het visum, het visum voor verblijf van langere duur of de verblijfsvergunning verstrijkt, indien een visum, een visum voor verblijf van langere duur of een verblijfsvergunning is afgegeven;

b) op de nieuwe datum waarop de geldigheidsduur van het visum, het visum voor verblijf van langere duur of de verblijfsvergunning verstrijkt, indien een visum, een visum voor verblijf van langere duur of een verblijfsvergunning is verlengd;

c) op de datum waarop het aanvraagdossier in het VIS is aangemaakt, indien de aanvraag ingetrokken, afgesloten of afgebroken is;

d) op de datum van de beslissing van de verantwoordelijke autoriteit, indien een visum, een visum voor verblijf van langere duur of een verblijfsvergunning is geweigerd, nietig verklaard of ingetrokken, of de geldigheidsduur ervan is ingekort, naargelang het geval.

2.    Na het verstrijken van de in lid 1 bedoelde termijn worden het dossier en de in artikel 8, leden 3 en 4, en artikel 22 bis, leden 3 en 5, bedoelde koppelingen naar dit dossier automatisch uit het VIS gewist.

(22)in artikel 24 wordt lid 2 vervangen door: 

"2. Indien een lidstaat over aanwijzingen beschikt dat in het VIS verwerkte gegevens onjuist zijn of dat gegevens in strijd met deze verordening in het VIS zijn verwerkt, stelt die lidstaat de bevoegde lidstaat daarvan onmiddellijk in kennis. Die kennisgeving gebeurt volgens de in artikel 16, lid 3, bedoelde procedure.

Indien de onjuiste gegevens betrekking hebben op de koppelingen die zijn gemaakt overeenkomstig artikel 8, lid 3 of 4, en artikel 22 bis, lid 3, doet de bevoegde lidstaat de nodige verificaties, geeft hij binnen 48 uur een antwoord en rectificeert hij in voorkomend geval de koppeling. Bij gebreke van antwoord binnen de gestelde termijn rectificeert de verzoekende lidstaat de koppeling en stelt hij de bevoegde lidstaat daarvan in kennis via VISMail.";

(23)artikel 25 wordt als volgt gewijzigd:

a) lid 1 wordt vervangen door:

"1. Indien voor het verstrijken van de in artikel 23, lid 1, bedoelde termijn een aanvrager de nationaliteit van een lidstaat heeft verworven, worden de aanvraagdossiers en de in artikel 8, leden 3 en 4, en artikel 22 bis, lid 3, bedoelde koppelingen betreffende hem of haar door de lidstaat die de betrokken aanvraagdossiers en koppelingen heeft aangemaakt, onmiddellijk uit het VIS gewist.";

b) in lid 2 worden de woorden "de infrastructuur van het VIS" vervangen door "VISMail".

(24)in artikel 26 wordt het volgende lid 8 bis ingevoegd:

"8 bis. In de volgende omstandigheden is het eu-LISA toegestaan geanonimiseerde werkelijke persoonsgegevens uit het VIS-productiesysteem te gebruiken voor testdoeleinden:

a) voor diagnostiek en reparatie wanneer in het centraal systeem fouten worden ontdekt;

b) voor het testen van nieuwe technieken en technologieën die de prestaties van het centraal systeem of de verzending van gegevens naar het centrale systeem kunnen verbeteren.

In dergelijke gevallen worden in de testomgeving maatregelen voor beveiliging, toegangscontrole en registratie toegepast die gelijkwaardig zijn aan die van het productiesysteem van het VIS. Werkelijke persoonsgegevens die voor testdoeleinden worden gebruikt, worden zodanig geanonimiseerd dat de betrokkene niet meer kan worden geïdentificeerd.";

(25)artikel 27 wordt vervangen door:

"Artikel 27

Plaats van het centrale Visuminformatiesysteem

Het hoofdsysteem van het centrale VIS, dat voor technisch toezicht en beheer zorgt, bevindt zich in Straatsburg (Frankrijk) en een centrale-VIS-back-up, die alle functies van het belangrijkste centrale VIS kan overnemen, bevindt zich in Sankt Johann im Pongau (Oostenrijk).

Beide locaties kunnen tegelijkertijd worden ingezet voor het operationele beheer van het VIS, mits de tweede locatie bij uitval van het systeem de werking ervan kan blijven waarborgen.";

(26)artikel 29 wordt als volgt gewijzigd:

   a)    de titel wordt vervangen door:

"Verantwoordelijkheid voor het gebruik en de kwaliteit van gegevens"

   b)    lid 1, onder c), wordt vervangen door:

"c)    de gegevens accuraat en geactualiseerd zijn, een passend kwaliteitsniveau hebben en voldoende volledig zijn, wanneer zij naar het VIS worden gezonden.";

c)    in lid 2, onder a), wordt het woord "VIS" in beide gevallen vervangen door de woorden "VIS of het CIR;

   d)    het volgende lid 2 bis wordt ingevoegd:

"2 bis. Samen met de Commissie ontwikkelt en handhaaft de beheersautoriteit automatische mechanismen en procedures voor het controleren van de gegevenskwaliteit, waarmee de VIS-gegevens aan kwaliteitscontroles kunnen worden onderworpen, en brengt zij regelmatig verslag uit aan de lidstaten. De beheersautoriteit brengt regelmatig verslag uit over de controles van de gegevenskwaliteit aan de lidstaten en de Commissie.

Dit mechanisme en deze procedures en de uitlegging inzake de naleving van de regels op het gebied van gegevenskwaliteit worden door middel van uitvoeringsmaatregelen overeenkomstig de in artikel 49, lid 2, bedoelde procedure vastgesteld.";

(27)het volgende artikel 29 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 29 bis
Specifieke regels voor het invoeren van gegevens

1.Het invoeren van gegevens als bedoeld in de artikelen 9, 22 quater en 22 quinquies in het VIS moet aan de volgende voorafgaande voorwaarden voldoen:

a) gegevens als bedoeld in de artikelen 9, 22 quater en 22 quinquies, en in artikel 6, lid 4, mogen pas na een door de verantwoordelijke nationale autoriteiten uitgevoerde kwaliteitscontrole naar het VIS worden gezonden;

b) gegevens als bedoeld in de artikelen 9, 22 quater en 22 quinquies, en in artikel 6, lid 4, worden door het VIS verwerkt na een door het VIS overeenkomstig lid 2 uitgevoerde kwaliteitscontrole.

2.Kwaliteitscontroles door het VIS worden als volgt uitgevoerd:

(a)bij het aanmaken van aanvraagdossiers of dossiers van onderdanen van derde landen in het VIS worden kwaliteitscontroles uitgevoerd op de gegevens als bedoeld in de artikelen 9, 22 quater en 22 quinquies; indien deze controles niet voldoen aan de vastgestelde kwaliteitscriteria, worden de verantwoordelijke autoriteiten automatisch door het VIS in kennis gesteld;

(b)de automatische procedures als bedoeld in artikel 9 bis, lid 3, en artikel 22 ter, lid 2, kunnen pas door het VIS worden geactiveerd nadat het VIS een kwaliteitscontrole heeft uitgevoerd overeenkomstig dit artikel; indien deze controles niet voldoen aan de vastgestelde kwaliteitscriteria, worden de verantwoordelijke autoriteiten automatisch door het VIS in kennis gesteld;

(c)controles op de kwaliteit van gezichtsopnamen en dactyloscopische gegevens worden uitgevoerd bij het aanmaken van dossiers van onderdanen van derde landen in het VIS, om na te gaan of voldaan is aan de minimumnormen voor gegevenskwaliteit die biometrische matching mogelijk maken;

(d)kwaliteitscontroles op de gegevens als bedoeld in artikel 6, lid 4, worden uitgevoerd bij het opslaan van informatie over de nationale aangewezen autoriteiten in het VIS.

3.Er worden kwaliteitsnormen vastgesteld voor het opslaan van de in de leden 1 en 2 bedoelde gegevens. Deze normen worden gespecificeerd in uitvoeringshandelingen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de onderzoeksprocedure als bedoeld in artikel 49, lid 2.";

(28)artikel 31, leden 1 en 2, worden vervangen door:

"1. Onverminderd Verordening (EU) 2016/679 kunnen de gegevens als bedoeld in artikel 9, lid 4, onder a), b), c), k) en m), artikel 9, lid 6, en artikel 9, lid 7, uitsluitend worden doorgegeven aan of ter beschikking gesteld van een derde land of een in de bijlage opgenomen internationale organisatie wanneer dat in individuele gevallen noodzakelijk is om de identiteit van onderdanen van derde landen te bewijzen, en uitsluitend met het oog op terugkeer overeenkomstig Richtlijn 2008/115/EG of hervestiging overeenkomstig Verordening …[kaderverordening hervestiging], en mits de lidstaat die de gegevens in het VIS heeft ingevoerd, zijn goedkeuring heeft gegeven.";

(29)Artikel 34 wordt vervangen door:

"Artikel 34
Bijhouden van logbestanden

1. Elke lidstaat, het Europees Grens- en kustwachtagentschap en de beheersautoriteit houden logbestanden bij van alle gegevensverwerkende handelingen in het VIS. Die logbestanden bevatten het doel van de toegang zoals bedoeld in artikel 6, lid 1, artikel 20 bis, lid 1, artikel 22 duodecies, lid 1, en de artikelen 15 tot en met 22, en 22 octies tot en met 22 undecies, de datum en het tijdstip van de toegang, het soort toegezonden gegevens zoals bedoeld in de artikelen 9 tot en met 14, het soort bij het zoeken gebruikte gegevens zoals bedoeld in artikel 15, lid 2, artikel 18, artikel 19, lid 1, artikel 20, lid 1, artikel 21, lid 1, artikel 22, lid 1, de artikelen 22 octies tot en met 22 undecies, artikel 45 bis en artikel 45 quinquies, en de naam van de autoriteit die de gegevens invoert of opvraagt. Voorts houdt elke lidstaat logbestanden bij van de personeelsleden die naar behoren gemachtigd zijn gegevens in te voeren of op te vragen.

2. Voor de in artikel 45 ter bedoelde handelingen wordt van elke in het VIS en het EES verrichte gegevensverwerkingsactiviteit een logbestand bijgehouden overeenkomstig dit artikel en artikel 41 van Verordening (EU) 2226/2017 tot instelling van een inreis-uitreissysteem (EES).

3. Deze logbestanden mogen uitsluitend worden gebruikt voor het toezicht op de toelaatbaarheid van de gegevensverwerking vanuit een oogpunt van gegevensbescherming en voor het verzekeren van de gegevensbeveiliging. De logbestanden moeten met passende maatregelen tegen ongeoorloofde toegang worden beschermd en na een periode van één jaar na het verstrijken van de in artikel 23, lid 1, bedoelde bewaringstermijn worden verwijderd, indien zij niet voor reeds aangevangen controleprocedures noodzakelijk zijn.";

(30)artikel 37 wordt als volgt gewijzigd:

a) in lid 1 wordt de inleidende zin vervangen door:

"Onderdanen van derde landen en de personen bedoeld in artikel 9, lid 4, onder f), artikel 22 quater, lid 2, onder e), of artikel 22 quinquies, onder e), worden door de bevoegde lidstaat ingelicht over:";

b) lid 2 wordt vervangen door:

"2. De in lid 1 bedoelde informatie wordt schriftelijk aan de onderdaan van een derde land meegedeeld bij het verzamelen van de gegevens, de foto en de vingerafdrukgegevens als bedoeld in artikel 9, punten 4, 5 en 6, artikel 22 quater, lid 2, en artikel 22 quinquies, onder a) tot en met g), en, indien nodig, mondeling in een taal en op een wijze die de betrokkene begrijpt of redelijkerwijze geacht wordt te begrijpen. Kinderen worden op een bij hun leeftijd passende wijze ingelicht, met behulp van brochures en/of informatiegrafieken en/of demonstraties die specifiek zijn ontworpen om hun de procedure voor het nemen van vingerafdrukken uit te leggen.";

c) in lid 3 wordt de tweede alinea vervangen door:

"Als er geen dergelijke door die personen ondertekende formulieren zijn, wordt deze informatie verstrekt overeenkomstig artikel 14 van Verordening (EU) 2016/679.";

(31)in artikel 38 wordt lid 3 vervangen door:

"3. Indien het in lid 2 bedoelde verzoek tot een andere dan de bevoegde lidstaat wordt gericht, nemen de autoriteiten van de lidstaat waarbij het verzoek werd ingediend binnen zeven dagen contact op met de autoriteiten van de bevoegde lidstaat. De bevoegde lidstaat controleert de juistheid van de gegevens en de rechtmatigheid van de verwerking ervan in het VIS binnen één maand.";

(32)in artikel 43 worden de leden 1 en 2 vervangen door:

"1. De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming werkt nauw samen met de nationale toezichthoudende autoriteiten in verband met specifieke kwesties waarvoor nationale betrokkenheid vereist is, met name wanneer de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming of een nationale toezichthoudende autoriteit grote verschillen tussen praktijken van de lidstaten constateert of potentieel onrechtmatige gegevensdoorgifte via de communicatiekanalen van de interoperabiliteitscomponenten constateert, dan wel in de context van vragen die door een of meer nationale toezichthoudende autoriteiten worden gesteld ten aanzien van de uitvoering en de uitlegging van deze verordening.

2. In de in lid 1 bedoelde gevallen wordt gezorgd voor gecoördineerd toezicht in overeenstemming met artikel 62 van Verordening (EU) 2018/XXXX [herziene Verordening (EG) nr. 45/2001].";

(33)aan artikel 45 wordt het volgende lid 3 toegevoegd:

"3. De technische specificaties voor de kwaliteit, de resolutie en het gebruik van vingerafdrukken en de gezichtsopname voor biometrische verificatie en identificatie in het VIS worden vastgelegd in uitvoeringshandelingen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 49, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.";

(34)het volgende artikel 45 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 45 bis
Gebruik van gegevens voor verslagen en statistieken

1.De naar behoren gemachtigde personeelsleden van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, de Commissie, eu-LISA en het bij Verordening (EU) 2016/1624 opgerichte Europees Grens- en kustwachtagentschap hebben, uitsluitend met het oog op het opstellen van verslagen en statistieken, zonder dat daarbij personen kunnen worden geïdentificeerd, toegang om de volgende gegevens te raadplegen:

(a)de statusinformatie;

(b)de bevoegde autoriteit, met plaatsaanduiding;

(c)geslacht, geboortedatum en huidige nationaliteit van de aanvrager;

(d)de lidstaat van eerste binnenkomst, uitsluitend wat visa voor kort verblijf betreft;

(e)de datum en de plaats van de aanvraag en van de beslissing betreffende de aanvraag (afgifte of afwijzing);

(f)het soort afgegeven document, meer bepaald een luchthaventransitvisum, een eenvormig visum, een visum met territoriaal beperkte geldigheid, een visum voor verblijf van langere duur of een verblijfsvergunning;

(g)het soort reisdocument en de drielettercode van het land dat het reisdocument heeft afgegeven, uitsluitend wat visa voor kort verblijf betreft;

(h)de redenen die zijn aangegeven voor een beslissing betreffende het document of de aanvraag, uitsluitend wat visa voor kort verblijf betreft; wat visa voor verblijf van langere duur en verblijfsvergunningen betreft, de beslissing over de aanvraag (of de aanvraag is ingewilligd of afgewezen, en om welke reden);

(i)de bevoegde autoriteit, met plaatsaanduiding, die de aanvraag heeft afgewezen en de datum van afwijzing, uitsluitend wat visa voor kort verblijf betreft;

(j)de gevallen waarin dezelfde aanvrager bij meer dan één bevoegde visumautoriteit een visum voor kort verblijf heeft aangevraagd, met vermelding van deze visumautoriteiten, met plaatsaanduiding, en de data van afwijzing, uitsluitend wat visa voor kort verblijf betreft;

(k)wat visa voor kort verblijf betreft, het/de hoofddoel(en) van de reis; met betrekking tot visa voor verblijf van langere duur en verblijfsvergunningen, het doel van de aanvraag;

(l)de gegevens die zijn ingevoerd in verband met een document dat is ingetrokken of nietig verklaard, of waarvan de geldigheidsduur is verstreken, naargelang het geval;

(m)in voorkomend geval, de datum waarop de geldigheidsduur van het visum voor verblijf van langere duur of de verblijfsvergunning verstrijkt;

(n)het aantal personen dat op grond van artikel 13, lid 7, van Verordening (EG) nr. 810/2009 is vrijgesteld van de verplichting om vingerafdrukken te laten afnemen;

(o)de gevallen waarin de in artikel 9, punt 6, bedoelde gegevens feitelijk niet konden worden verstrekt overeenkomstig de tweede zin van artikel 8, lid 5;

(p)de gevallen waarin de in artikel 9, punt 6, bedoelde gegevens om wettelijke redenen niet vereist waren, overeenkomstig de tweede zin van artikel 8, lid 5;

(q)de gevallen waarin een visum werd geweigerd aan een persoon die de in artikel 9, punt 6, bedoelde gegevens feitelijk niet kon verstrekken, overeenkomstig de tweede zin van artikel 8, lid 5.

De naar behoren gemachtigde personeelsleden van het Europees Grens- en kustwachtagentschap hebben toegang om de in de eerste alinea bedoelde gegevens te kunnen raadplegen, teneinde risicoanalyses en kwetsbaarheidsbeoordelingen zoals bedoeld in de artikelen 11 en 13 van Verordening (EU) 2016/1624 te kunnen uitvoeren.

2.Voor de toepassing van lid 1 worden de in dat lid bedoelde gegevens door eu-LISA opgeslagen in het centraal register voor rapportage en statistieken bedoeld in [artikel 39 van Verordening 2018/XX inzake interoperabiliteit].

3.    De door eu-LISA ingevoerde procedures voor toezicht op de werking van het VIS als bedoeld in artikel 50, lid 1, omvatten de mogelijkheid om regelmatige statistieken op te stellen voor het waarborgen van dat toezicht.

4.Elk kwartaal stelt eu-LISA op basis van VIS-gegevens inzake visa voor kort verblijf statistieken op waarin met name voor elke locatie waar een visum werd aangevraagd, melding wordt gemaakt van:

(a)het totaal aantal aangevraagde luchthaventransitvisa, met inbegrip van meervoudige luchthaventransitvisa;

(b)het totaal aantal afgegeven visa, met inbegrip van meervoudige A-visa;

(c)het totaal aantal afgegeven meervoudige visa;

(d)het totaal aantal niet-afgegeven visa, met inbegrip van meervoudige A-visa;

(e)het totaal aantal aangevraagde eenvormige visa, met inbegrip van eenvormige visa voor meerdere binnenkomsten;

(f)het totaal aantal afgegeven visa, met inbegrip van visa voor meerdere binnenkomsten;

(g)het totaal aantal afgegeven visa voor meerdere binnenkomsten, uitgesplitst naar geldigheidsduur (minder dan 6 maanden, 1 jaar, 2 jaar, 3 jaar, 4 jaar, 5 jaar);

(h)totaal aantal niet-afgegeven eenvormige visa, met inbegrip van visa voor meerdere binnenkomsten;

(i)totaal aantal afgegeven visa met territoriaal beperkte geldigheid.

De dagelijkse statistieken worden opgeslagen in het centraal register voor rapportage en statistieken.

5.Elk kwartaal stelt eu-LISA op basis van de VIS-gegevens inzake visa voor verblijf van langere duur en verblijfsvergunningen statistieken op, waarin met name voor elke locatie melding wordt gemaakt van:

(a)totaal aantal aangevraagde, afgegeven, geweigerde, verlengde en ingetrokken visa voor verblijf van langere duur;

(b)totaal aantal aangevraagde, afgegeven, geweigerde, verlengde en ingetrokken verblijfsvergunningen.

6.Aan het eind van elk jaar worden statistische gegevens verzameld in kwartaalstatistieken voor het betrokken jaar. De statistieken bevatten een uitsplitsing van de gegevens per lidstaat.

7.    Op verzoek van de Commissie verstrekt eu-LISA de Commissie statistieken over specifieke aspecten van de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijke visumbeleid of van het migratiebeleid, onder meer wat betreft de toepassing van Verordening (EU) nr. 1053/2013.";

(35)de volgende artikelen 45 ter, 45 quater, 45 quinquies en 45 sexies worden ingevoegd:

"Artikel 45 ter

Toegang tot gegevens voor verificatie door vervoerders

1.Ter nakoming van hun verplichtingen uit hoofde van artikel 26, lid 1, onder b), van de overeenkomst ter uitvoering van het akkoord van Schengen sturen luchtvervoerders, zeevervoerders en internationale vervoerders die groepen per bus over land vervoeren, een zoekopdracht naar het VIS om te verifiëren of onderdanen van derde landen die houder zijn van een visum voor kort verblijf, een visum voor verblijf van langere duur of een verblijfsvergunning, in het bezit zijn van een geldig visum voor kort verblijf, visum voor verblijf van langere duur of verblijfsvergunning, naargelang het geval. Wat visa voor kort verblijf betreft, verstrekken vervoerders hiertoe de in artikel 9, punt 4, onder a) tot en met c), of artikel 22 quater, onder a) tot en met c), van deze verordening vermelde gegevens, naargelang het geval.

2.Teneinde uitvoering te geven aan lid 1 of teneinde een oplossing te bieden voor een eventueel geschil waartoe de toepassing van dat lid aanleiding zou geven, houdt eu-LISA logbestanden bij van alle gegevensverwerkende verrichtingen van vervoerders binnen de gateway voor vervoerders. Deze logbestanden tonen de datum en het tijdstip van elke verrichting, de voor raadpleging gebruikte gegevens, de door de gateway voor vervoerders doorgezonden gegevens en de naam van de betrokken vervoerder.

Logbestanden worden gedurende een periode van twee jaar opgeslagen. Logbestanden worden door passende maatregelen beschermd tegen ongeoorloofde toegang.

3.Beveiligde toegang tot de gateway voor vervoerders, zoals bedoeld in artikel 1, lid 2, onder h), van Beschikking 2004/512/EG, als gewijzigd bij deze verordening, stelt vervoerders in staat om de in lid 1 bedoelde zoekopdracht te verrichten voordat de passagier instapt. Hiertoe zendt de vervoerder het verzoek om raadpleging van het VIS met gebruikmaking van de gegevens die zijn opgeslagen in de machineleesbare zone van het reisdocument.

4.In het antwoord van het VIS wordt aangegeven of de betrokkene beschikt over een geldig visum, door de vervoerders het antwoord OK/NIET OK te verstrekken.

5.Een uitsluitend voor vervoerders bestemd authenticatiesysteem wordt opgezet om, voor de doeleinden van lid 2, de gemachtigde personeelsleden van vervoerders toegang te bieden tot de gateway voor vervoerders. Het authenticatiesysteem wordt door de Commissie vastgesteld door middel van uitvoeringshandelingen volgens de in artikel 49, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Artikel 45 quater

Vangnetprocedures ingeval het technisch niet mogelijk is voor vervoerders om toegang tot gegevens te verkrijgen

1.Als het technisch niet mogelijk is om de in artikel 45 ter, lid 1, bedoelde zoekopdracht te verrichten, wegens een storing van een onderdeel van het VIS of door andere factoren waarop de vervoerders geen invloed hebben, worden de vervoerders vrijgesteld van de verplichting om het bezit van een geldig visum of reisdocument te verifiëren met gebruikmaking van de gateway voor vervoerders. Indien de beheersautoriteit een dergelijke storing ontdekt, stelt zij de vervoerders daarvan in kennis. Zij doet hetzelfde wanneer de storing is hersteld. Indien de vervoerders de storing ontdekken, mogen zij de beheersautoriteit daarvan in kennis stellen.

2.De bijzonderheden van de vangnetprocedures worden bepaald in een uitvoeringshandeling die wordt vastgesteld volgens de in artikel 49, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Artikel 45 quinquies

Toegang tot VIS-gegevens door de Europese grens- en kustwachtteams

1. Om de in artikel 40, lid 1, van Verordening (EU) 2016/1624 van het Europees Parlement en de Raad* bedoelde taken en bevoegdheden te kunnen uitoefenen en naast de toegang bedoeld in artikel 40, lid 8, van die verordening, hebben de leden van de Europese grens- en kustwachtteams en van de teams van personeelsleden die betrokken zijn bij terugkeergerelateerde activiteiten, binnen de grenzen van hun mandaat recht op toegang tot en het doorzoeken van de VIS-gegevens.

2. Om de in lid 1 bedoelde toegang te waarborgen, wijst het Europees Grens- en kustwachtagentschap een gespecialiseerde eenheid met naar behoren gemachtigde ambtenaren van de Europese grens- en kustwacht aan als centraal toegangspunt. Het centrale toegangspunt verifieert of de in artikel 45 sexies vastgestelde voorwaarden zijn vervuld om om toegang tot het VIS te kunnen verzoeken.

__________

*    Verordening (EU) 2016/1624 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2016 betreffende de Europese grens- en kustwacht en tot wijziging van Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 863/2007 van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EG) nr. 2007/2004 van de Raad en Besluit 2005/267/EG van de Raad (PB L 251 van 16.9.2016, blz. 1).

Artikel 45 sexies

Procedure en voorwaarden voor toegang tot VIS-gegevens door Europese grens- en kustwachtteams

1. Met het oog op de in artikel 45 quinquies, lid 1, bedoelde toegang kan een Europese grens- en kustwachtteam een verzoek tot raadpleging van alle gegevens of een specifieke reeks in het VIS opgeslagen gegevens richten tot een in artikel 45 quinquies, lid 2, bedoeld centraal toegangspunt van de Europese grens- en kustwacht. In het verzoek wordt verwezen naar het operationeel plan inzake grenscontroles, grensbewaking en/of terugkeer van de betrokken lidstaat waarop het verzoek is gebaseerd. Bij ontvangst van een verzoek om toegang verifieert het centrale toegangspunt van de Europese grens- en kustwacht of de in lid 2 bedoelde voorwaarden voor toegang zijn vervuld. Indien alle voorwaarden voor toegang zijn vervuld, verwerkt het naar behoren bevoegde personeel van het centrale toegangspunt het verzoek. De VIS-gegevens waartoe toegang is verkregen, worden op zodanige wijze naar het team gezonden dat de beveiliging van de gegevens niet in gevaar wordt gebracht.

2. Voor de verlening van toegang gelden de volgende voorwaarden:

a) de ontvangende lidstaat staat de leden van het team toe het VIS te raadplegen om de operationele doelstellingen te bereiken die zijn vastgesteld in het operationele plan inzake grenscontroles, grensbewaking en terugkeer, en

b) de raadpleging van het VIS is nodig voor het vervullen van de specifieke taken die de ontvangende lidstaat het team heeft toevertrouwd.

3. Overeenkomstig artikel 40, lid 3, van Verordening (EU) 2016/1624 mogen teamleden en leden van teams van personeelsleden die betrokken zijn bij terugkeergerelateerde taken, in reactie op uit het VIS verkregen informatie alleen handelen op instructie van en, als algemene regel, in aanwezigheid van grenswachters of personeel dat betrokken is bij met terugkeer verband houdende taken van de ontvangende lidstaat waar zij actief zijn. De ontvangende lidstaat mag de teamleden toestaan namens hem op te treden.

4. In geval van twijfel of indien de verificatie van de identiteit van de houder van het visum, visum voor verblijf van langere duur of verblijfsvergunning mislukt, verwijst het lid van het Europees grens- en kustwachtteam de betrokkene naar een grenswachter van de ontvangende lidstaat.

5. De raadpleging van de VIS-gegevens door teamleden gebeurt als volgt:

a) bij de uitvoering van taken in verband met grenscontroles overeenkomstig Verordening (EU) 2016/399 hebben de teamleden toegang tot VIS-gegevens voor verificatie bij doorlaatposten aan de buitengrenzen overeenkomstig respectievelijk artikel 18 of artikel 22 octies van deze verordening;

b) bij de verificatie of de voorwaarden voor binnenkomst, verblijf of vestiging op het grondgebied van de lidstaten zijn vervuld, hebben de teamleden toegang tot de VIS-gegevens voor verificatie op het grondgebied van onderdanen van derde landen overeenkomstig respectievelijk artikel 19 of 22 nonies van deze verordening;

c) bij de identificatie van personen die mogelijk niet of niet langer aan de voorwaarden voor binnenkomst, verblijf of vestiging op het grondgebied van de lidstaten voldoen, hebben de teamleden toegang tot de VIS-gegevens voor identificatie overeenkomstig artikel 20 van deze verordening.

6. Wanneer een dergelijke toegang en zoekopdracht leiden tot een treffer in het VIS, wordt de ontvangende lidstaat daarvan in kennis gesteld.

7. Elk logbestand van gegevensverwerkende handelingen in het VIS door een lid van de Europese grens- en kustwachtteams of van teams van personeelsleden die betrokken zijn bij terugkeergerelateerde taken, wordt door de beheersautoriteit bijgehouden overeenkomstig de bepalingen van artikel 34.

8. Elke toegang en zoekopdracht door het Europees Grens- en kustwachtagentschap wordt overeenkomstig artikel 34 in een logbestand vastgelegd en elk gebruik dat dit agentschap maakt van de gegevens waartoe het toegang heeft, wordt geregistreerd.

9. Het is niet toegestaan om delen van het VIS te verbinden met een computersysteem voor gegevensverzameling en verwerking dat door of bij het Europees Grens- en kustwachtagentschap wordt gebruikt, noch om in het VIS opgeslagen gegevens waartoe het Europees Grens- en kustwachtagentschap toegang heeft, over te dragen naar een dergelijk systeem, tenzij zulks noodzakelijk is voor het uitvoeren van de taken op grond van de verordening tot instelling van een Europees systeem voor reisinformatie en autorisatie (ETIAS). Er mag geen deel van het VIS worden gedownload. Het registreren van de toegang en de zoekopdrachten in logbestanden wordt niet beschouwd als downloaden of kopiëren van VIS-gegevens.

10. Het Europees Grens- en kustwachtagentschap neemt maatregelen om te zorgen voor de beveiliging van gegevens als bedoeld in artikel 32, en past deze toe."

(36)artikel 49 wordt vervangen door:

"Artikel 49

Comitéprocedure

1.De Commissie wordt bijgestaan door een comité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad*.

2.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

____________

*    Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).";

(37)het volgende artikel 49 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 49 bis
Adviesgroep

Eu-LISA richt een adviesgroep op, die dat agentschap expertise levert met betrekking tot het VIS, in het bijzonder bij de opstelling van het jaarlijkse werkprogramma en van het jaarlijkse activiteitenverslag." ;

(38)artikel 50 wordt vervangen door:

"Artikel 50

Monitoring en evaluatie

1.De beheersautoriteit zorgt ervoor dat er procedures zijn om de resultaten, de kosteneffectiviteit, de beveiliging en de kwaliteit van de dienstverlening van het VIS te toetsen aan de doelstellingen.

2. Met het oog op het technische onderhoud heeft de beheersautoriteit toegang tot de vereiste informatie over de in het VIS verrichte verwerkingshandelingen.

3.Om de twee jaar legt eu-LISA aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie een verslag voor over de technische werking en de beveiliging van het VIS.

4.Elke lidstaat en Europol stellen met inachtneming van de bepalingen van nationaal recht inzake de bekendmaking van gevoelige informatie jaarlijkse verslagen op over de doeltreffendheid van de toegang tot VIS-gegevens voor rechtshandhavingsdoeleinden, waarin informatie en statistieken zijn opgenomen over het volgende:

(a)het exacte doel van de raadpleging, met inbegrip van het soort terroristisch misdrijf of ander ernstig strafbaar feit;

(b)    gegronde redenen voor het gegronde vermoeden dat de verdachte, de overtreder of het slachtoffer onder deze verordening valt;

(c)    het aantal verzoeken om toegang tot het VIS rechtshandhavingsdoeleinden;

(d)    het aantal en het soort van gevallen die hebben geleid tot succesvolle identificaties.

De jaarlijkse verslagen van de lidstaten en van Europol worden uiterlijk op 30 juni van het daaropvolgende jaar aan de Commissie toegezonden.

5. Om de vier jaar stelt de Commissie een algemene evaluatie van het VIS op. In deze algemene evaluatie worden de bereikte resultaten afgezet tegen de doelstellingen, en wordt nagegaan of de uitgangspunten nog gelden, hoe deze verordening is toegepast met betrekking tot het VIS, hoe de beveiliging van het VIS is, hoe gebruik wordt gemaakt van de in artikel 31 bedoelde bepalingen en welke gevolgen een en ander voor toekomstige werkzaamheden heeft. De Commissie legt de evaluatie voor aan het Europees Parlement en de Raad.

6. De lidstaten verstrekken de beheersautoriteit en de Commissie de informatie die nodig is om de in de leden 3, 4 en 5 bedoelde verslagen op te stellen.

7. De beheersautoriteit verstrekt de Commissie de informatie die nodig is om de in lid 5 bedoelde algemene evaluaties op te stellen.";

(39)    de titel van bijlage 1 wordt vervangen door:

"Lijst van internationale organisaties bedoeld in artikel 31, lid 1"

(40)na artikel 22 worden de volgende hoofdstukken III bis en III ter ingevoegd:

HOOFDSTUK III bis

INVOERING EN GEBRUIK VAN GEGEVENS BETREFFENDE VISA VOOR VERBLIJF VAN LANGERE DUUR EN VERBLIJFSVERGUNNINGEN

Artikel 22 bis

Procedures voor het invoeren van gegevens na een beslissing over een aanvraag voor een visum voor verblijf van langere duur of een verblijfsvergunning

1.Na een beslissing over een aanvraag voor een visum voor verblijf van langere duur of een verblijfsvergunning, maakt de autoriteit die de beslissing heeft gegeven, onverwijld een persoonlijk dossier aan, door de in artikel 22 quater of artikel 22 quinquies bedoelde gegevens in het VIS in te voeren.

2.Na het aanmaken van het persoonlijk dossier start het VIS automatisch de zoekopdracht overeenkomstig artikel 22 ter.

3.Indien de houder zijn aanvraag heeft ingediend als lid van een groep of samen met een familielid, maakt de autoriteit een persoonlijk dossier aan voor elke persoon die deel uitmaakt van de groep, en koppelt zij de dossiers van de personen die samen een aanvraag hebben ingediend en aan wie een visum voor verblijf van langere duur of een verblijfsvergunning is afgegeven.

4.Wanneer bepaalde gegevens overeenkomstig Uniewetgeving of nationale wetgeving niet moeten worden verstrekt of feitelijk niet kunnen worden verstrekt, wordt in de rubrieken voor deze gegevens "niet van toepassing" vermeld. In het geval van vingerafdrukken is in het systeem een onderscheid mogelijk tussen de gevallen waarin overeenkomstig Uniewetgeving of nationale wetgeving geen vingerafdrukken vereist zijn en de gevallen waarin zij feitelijk niet kunnen worden verstrekt.

Artikel 22 ter

Zoekopdrachten in andere systemen

1.Uitsluitend met het doel na te gaan of de persoon een bedreiging vormt voor de openbare orde, de binnenlandse veiligheid of de volksgezondheid van de lidstaten overeenkomstig artikel 6, lid 1, onder e), van Verordening (EU) 2016/399, worden de dossiers automatisch door het VIS verwerkt om treffers vast te stellen. In het VIS wordt elk dossier afzonderlijk onderzocht.

2.Telkens wanneer een persoonlijk dossier wordt aangemaakt na de afgifte of weigering van een visum voor verblijf van langere duur of een verblijfsvergunning overeenkomstig artikel 22 quinquies, start het VIS een zoekopdracht door gebruik te maken van het in artikel 6, lid 1, [van de interoperabiliteitsverordening] gedefinieerde Europese zoekportaal, om de in artikel 22 quater, lid 2, onder a), b), c), f) en g) van deze verordening bedoelde relevante gegevens te vergelijken met de relevante gegevens in het VIS, het Schengeninformatiesysteem (SIS), het inreis-uitreissysteem (EES), het Europees Systeem voor reisinformatie en -autorisatie (ETIAS), met inbegrip van de watchlist bedoeld in artikel 29 van Verordening (EU) 2018/XX met het oog op het instellen van een Europees systeem voor reisinformatie en -autorisatie, [het ECRIS-TCN-systeem voor zover het gaat om veroordelingen voor terroristische misdrijven en andere vormen van ernstige criminaliteit], de gegevens van Europol, de Interpol-databank voor gestolen en verloren reisdocumenten (SLTD) en de Interpol-databank voor reisdocumenten met signaleringen (Interpol TDAWN).

3.Het VIS voegt aan het persoonlijk dossier een verwijzing toe naar elke treffer die wordt verkregen overeenkomstig de leden 2 en 5. In voorkomend geval geeft het VIS aan welke lidstaat of lidstaten de gegevens hebben ingevoerd of aangeleverd die tot de treffer(s) hebben geleid, dan wel of Europol dat heeft gedaan, en registreert het deze informatie in het persoonlijk dossier.

4.Voor de doeleinden van artikel 2, lid 2, onder f), betreffende een afgegeven of verlengd visum voor verblijf van langere duur, worden bij de krachtens lid 2 uitgevoerde zoekopdrachten de in artikel 22 quater, lid 2, bedoelde relevante gegevens vergeleken met de gegevens in het SIS, teneinde vast te stellen of ten aanzien van de houder een van de volgende signaleringen is uitgevaardigd:

(a)een signalering van personen die worden gezocht met het oog op aanhouding ten behoeve van overlevering of uitlevering;

(b)een signalering van vermiste personen;

(c)een signalering van personen die worden gezocht met het oog op een gerechtelijke procedure;

(d)een signalering van personen en voorwerpen met het oog op onopvallende controles of gerichte controles.

Indien de in dit lid bedoelde vergelijking een of meer treffers oplevert, zendt het VIS een automatische kennisgeving naar de centrale autoriteit van de lidstaat die het verzoek heeft ingediend en die passende follow-upmaatregelen dient te nemen.

5.Wat betreft de raadpleging van gegevens in het EES, het ETIAS en het VIS overeenkomstig lid 2, zijn de treffers beperkt tot de vermelding van weigeringen van reisautorisaties, van toegang of van een visum die zijn ingegeven door veiligheidsoverwegingen.

6.Indien het visum voor verblijf van langere duur of een verblijfsvergunning is afgegeven of verlengd door een consulaire instantie van een lidstaat, is artikel 9 bis van toepassing.

7.Wanneer de verblijfsvergunning is afgegeven of verlengd of een visum voor verblijf van langere duur is verlengd door een autoriteit op het grondgebied van een lidstaat, is het volgende van toepassing:

(a)de autoriteit gaat na of de in het persoonlijke dossier geregistreerde gegevens overeenkomen met de gegevens in het VIS of in een van de geraadpleegde EU-informatiesystemen/databanken, de gegevens van Europol, of de gegevens in de Interpol-databanken overeenkomstig lid 2;

(b)indien de treffer overeenkomstig lid 2 verband houdt met gegevens van Europol, wordt de nationale Europol-eenheid in kennis gesteld voor follow-up;

(c)indien de gegevens niet overeenkomen en er geen andere treffer is geregistreerd gedurende de automatische verwerking overeenkomstig de leden 2 en 3, wist de autoriteit de valse treffer uit het aanvraagdossier;

(d)indien de gegevens overeenkomen met of er twijfel blijft bestaan over de identiteit van de aanvrager, onderneemt de autoriteit stappen ten aanzien van de gegevens die tot de treffer hebben geleid overeenkomstig lid 4, volgens de procedures, voorwaarden en criteria waarin de EU-wetgeving en de nationale wetgeving voorzien.

Artikel 22 quater

Aanmaak van een persoonlijk dossier voor een afgegeven visum voor verblijf van langere duur of verblijfsvergunning

Een overeenkomstig artikel 22 bis, lid 1, aangemaakt persoonlijk dossier bevat de volgende gegevens:

(1)de autoriteit die het document heeft afgegeven, met plaatsbepaling;

(2)de volgende gegevens van de houder:

a) achternaam (familienaam); voornaam/-namen; geboortedatum; huidige nationaliteit of nationaliteiten; geslacht; datum, plaats en land van geboorte;

b) soort en nummer van het reisdocument en de drielettercode van het land van afgifte van het reisdocument;

c)de datum waarop de geldigheidstermijn van het reisdocument verstrijkt;

(cc) autoriteit die het reisdocument heeft afgegeven;

d) in het geval van minderjarigen: achternaam en voornamen van de persoon die het ouderlijk gezag of de wettelijke voogdij uitoefent over de houder;

e) de achternaam, voornaam en het adres van de natuurlijke persoon of de naam en het adres van de werkgever of een andere organisatie waarop de aanvraag is gebaseerd;

f) een gezichtsopname van de houder, indien mogelijk ter plaatse gemaakt;

g) twee vingerafdrukken van de houder, overeenkomstig de Uniewetgeving en nationale wetgeving;

(3)de volgende gegevens betreffende het afgegeven visum voor verblijf van langere duur of de afgegeven verblijfsvergunning:

(a)statusinformatie waaruit blijkt dat een visum voor verblijf van langere duur of een verblijfsvergunning is afgegeven;

(b)plaats en datum van de beslissing tot afgifte van het visum voor verblijf van langere duur of de verblijfsvergunning;

(c)het soort afgegeven document (visum voor verblijf van langere duur of verblijfsvergunning);

(d)het nummer van het afgegeven visum voor verblijf van langere duur of van de afgegeven verblijfsvergunning;

(e)de datum waarop de geldigheidsduur van het visum voor verblijf van langere duur of de verblijfsvergunning verstrijkt.

Artikel 22 quinquies

Aanmaak van een persoonlijk dossier in bepaalde gevallen van weigering van een visum voor verblijf van langere duur of verblijfsvergunning

Indien een beslissing is genomen tot weigering van een visum voor verblijf van langere duur of van een verblijfsvergunning, omdat de aanvrager wordt beschouwd als een bedreiging voor de openbare orde, de binnenlandse veiligheid of de volksgezondheid, of omdat de aanvrager documenten heeft overgelegd die op frauduleuze wijze zijn verkregen, zijn vervalst of op ongeoorloofde manier zijn gewijzigd, maakt de autoriteit die het visum of de verblijfsvergunning heeft geweigerd, onverwijld een persoonlijk dossier aan met de volgende gegevens:

a.familienaam, familienaam bij de geboorte (vroegere familienamen); voornaam/-namen; geslacht; datum, plaats en land van geboorte;

b.huidige nationaliteit en nationaliteit bij de geboorte;

c.soort en nummer van het reisdocument, de autoriteit die het heeft afgegeven, de datum van afgifte van het document en de datum waarop de geldigheidstermijn ervan verstrijkt;

d.in geval van minderjarigen: achternaam en voornamen van de persoon die het ouderlijk gezag of de wettelijke voogdij uitoefent over de aanvrager;

e.de achternaam, voornaam en het adres van de natuurlijke persoon waarop het verzoek is gebaseerd;

f.een gezichtsopname van de aanvrager, indien mogelijk ter plaatse gemaakt;

g.twee vingerafdrukken van de aanvrager, overeenkomstig de Uniewetgeving en nationale wetgeving;

h.informatie waaruit blijkt dat het visum voor verblijf van langere duur of de verblijfsvergunning werd geweigerd omdat de aanvrager wordt beschouwd als een bedreiging voor de openbare orde, de binnenlandse veiligheid of de volksgezondheid, of omdat de aanvrager documenten heeft overgelegd die op frauduleuze wijze zijn verkregen, zijn vervalst of op ongeoorloofde manier zijn gewijzigd;

i.de autoriteit die het visum voor verblijf van langere duur of de verblijfsvergunning heeft geweigerd, met plaatsbepaling;

j.plaats en datum van de beslissing tot weigering van het visum voor verblijf van langere duur of van de verblijfsvergunning;

Artikel 22 sexies

Toe te voegen gegevens bij intrekking van een visum voor verblijf van langere duur of verblijfsvergunning

1. In geval van een beslissing tot intrekking van een verblijfsvergunning of een visum voor een verblijf van langere duur of tot verkorting van de geldigheidsduur van een visum voor verblijf van langere duur, voegt de autoriteit die de beslissing heeft genomen, de volgende gegevens toe aan het persoonlijke dossier:

a) statusinformatie waaruit blijkt dat het visum voor verblijf van langere duur of de verblijfsvergunning is ingetrokken of, in het geval van een visum voor verblijf van langere duur, dat de geldigheidsduur ervan is verkort;

b) de autoriteit die het visum voor verblijf van langere duur of de verblijfsvergunning heeft ingetrokken, of de geldigheidsduur van het visum voor verblijf van langere duur heeft verkort, met plaatsbepaling;

c) plaats en datum van de beslissing;

d) in voorkomend geval, de nieuwe datum waarop de geldigheidsduur van het visum voor verblijf van langere duur verstrijkt;

e) het nummer van de visumsticker, indien in verband met de verkorting van de geldigheidsduur een nieuwe visumsticker is verstrekt.

2. Het persoonlijke dossier bevat ook de reden(en) waarom het visum voor verblijf van langere duur of de verblijfsvergunning werd ingetrokken of de geldigheidsduur van het visum voor verblijf van langere duur werd ingekort overeenkomstig artikel 22 quinquies, onder h).

Artikel 22 septies

Toe te voegen gegevens bij verlenging van een visum voor verblijf van langere duur of verblijfsvergunning

In geval van een beslissing tot verlenging van een verblijfsvergunning of een visum voor verblijf van langere duur, voegt de autoriteit die de verblijfsvergunning of het visum voor verblijf van langere duur heeft verlengd, de volgende gegevens toe aan het persoonlijk dossier:

a) statusinformatie waaruit blijkt dat het visum voor verblijf van langere duur of de verblijfsvergunning werd verlengd;

b) de autoriteit die het visum voor verblijf van langere duur of de verblijfsvergunning heeft verlengd, met plaatsbepaling;

c) plaats en datum van de beslissing;

d) in geval van een visum voor verblijf van langere duur, het nummer van de visumsticker, indien ter verlenging van het visum voor verblijf van langere duur een nieuwe visumsticker wordt verstrekt;

e) de datum waarop de verlengde termijn verstrijkt.

Artikel 22 octies

Toegang tot gegevens voor verificatie van visa voor verblijf van langere duur en verblijfsvergunningen bij doorlaatposten aan de buitengrens

1.Uitsluitend met het oog op de verificatie van de identiteit van de houder van een document en/of de echtheid en de geldigheid van het visum voor verblijf van langere duur of de verblijfsvergunning, en om na te gaan of de betrokkene geen bedreiging vormt voor de openbare orde, de binnenlandse veiligheid of de volksgezondheid van een lidstaat overeenkomstig artikel 6, lid 1, onder e), van Verordening (EU) 2016/399, hebben de autoriteiten die bevoegd zijn voor het verrichten van controles bij de doorlaatposten aan de buitengrens overeenkomstig die verordening, toegang om te zoeken aan de hand van het documentnummer in combinatie met een of meer van de in artikel 22 quater, lid 2, onder a), b) en c), van deze verordening genoemde gegevens.

2.Indien uit het zoeken aan de hand van de in lid 1 genoemde gegevens blijkt dat in het VIS gegevens betreffende de houder van het document zijn opgeslagen, wordt de bevoegde grenscontroleautoriteit, uitsluitend met het oog op de in lid 1 genoemde doeleinden, toegang verleend voor het raadplegen van de volgende gegevens in het persoonlijk dossier:

(a)de statusinformatie van het visum voor verblijf van langere duur of de verblijfsvergunning waaruit blijkt dat het visum voor verblijf van langere duur of de verblijfsvergunning werd afgegeven, ingetrokken of verlengd;

(b)gegevens als bedoeld in artikel 22 quater, lid 3, onder c), d) en e);

(c)in voorkomend geval, gegevens als bedoeld in artikel 22 sexies, lid 1, onder d) en e);

(d)in voorkomend geval, gegevens als bedoeld in artikel 22 septies, onder d) en e);

(e)foto’s als bedoeld in artikel 22 quater, lid 2, onder f).

Artikel 22 nonies

Toegang tot gegevens voor verificatie op het grondgebied van de lidstaten

1.Uitsluitend met het oog op de verificatie van de identiteit van de houder en van de echtheid en de geldigheid van het visum voor verblijf van langere duur of de verblijfsvergunning, of om na te gaan of de betrokkene geen bedreiging vormt voor de openbare orde, de binnenlandse veiligheid of de volksgezondheid van de lidstaten, hebben de autoriteiten die bevoegd zijn om controles op het grondgebied van de lidstaten te verrichten om na te gaan of de voorwaarden voor binnenkomst, verblijf of vestiging op het grondgebied van de lidstaten zijn vervuld, en, in voorkomend geval, de politiediensten, toegang om te zoeken aan de hand van het nummer van het visum voor verblijf van langere duur of de verblijfsvergunning in combinatie met een of meer van de in artikel 22 quater, lid 2, onder a), b) en c), van deze verordening genoemde gegevens.

2.Indien uit het zoeken aan de hand van de in lid 1 genoemde gegevens blijkt dat in het VIS gegevens betreffende de houder zijn opgeslagen, wordt de bevoegde autoriteit, uitsluitend met het oog op de in lid 1 genoemde doeleinden, toegang verleend voor het raadplegen van de volgende gegevens in het persoonlijk dossier en, in voorkomend geval, in de daaraan gekoppelde dossiers overeenkomstig artikel 22 bis, lid 4:

(a)de statusinformatie van het visum voor verblijf van langere duur of de verblijfsvergunning waaruit blijkt dat het visum voor verblijf van langere duur of de verblijfsvergunning werd afgegeven, ingetrokken of verlengd;

(b)gegevens als bedoeld in artikel 22 quater, lid 3, onder c), d) en e);

(c)in voorkomend geval, gegevens als bedoeld in artikel 22 sexies, lid 1, onder d) en e);

(d)in voorkomend geval, gegevens als bedoeld in artikel 22 septies, onder d) en e);

(e) foto’s als bedoeld in artikel 22 quater, lid 2, onder f).

Artikel 22 decies

Toegang tot gegevens om vast te stellen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van verzoeken om internationale bescherming

1.Uitsluitend om vast te stellen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EU) nr. 604/2013, hebben de bevoegde asielautoriteiten toegang om te zoeken aan de hand van de vingerafdrukken van de persoon die om internationale bescherming verzoekt.

Indien de vingerafdrukken van de persoon die om internationale bescherming verzoekt, niet kunnen worden gebruikt of indien de zoekopdracht aan de hand van de vingerafdrukgegevens geen resultaat oplevert, wordt gezocht aan de hand van het nummer van het visum voor verblijf van langere duur of de verblijfsvergunning in combinatie met de in artikel 22 quater, lid 2, onder a), b) en c), genoemde gegevens.

2.Indien uit het zoeken aan de hand van de in lid 1 genoemde gegevens blijkt dat in het VIS een visum voor verblijf van langere duur of verblijfsvergunning is geregistreerd, wordt de bevoegde asielautoriteit, uitsluitend met het oog op het in lid 1 genoemd doel, toegang verleend voor het raadplegen van de volgende gegevens van het aanvraagdossier, en wat de onder g) genoemde gegevens betreft, van de daaraan gekoppelde aanvraagdossiers betreffende de echtgeno(o)t(e) en de kinderen, overeenkomstig artikel 22 bis, lid 4:

a) de autoriteit die het visum voor verblijf van langere duur of de verblijfsvergunning heeft afgegeven of verlengd;

b) de gegevens bedoeld in artikel 22 quater, lid 2, onder a) en b);

c) het soort document;

d) de geldigheidsduur van het visum voor verblijf van langere duur of de verblijfsvergunning;

f) foto’s als bedoeld in artikel 22 quater, lid 2, onder f);

g) de gegevens bedoeld in artikel 22 quater, lid 2, onder a) en b), van de gekoppelde aanvraagdossiers betreffende de echtgeno(o)t(e) en de kinderen.

3.Raadpleging van het VIS overeenkomstig de leden 1 en 2 geschiedt alleen door de aangewezen nationale autoriteiten als bedoeld in artikel 27 van Verordening (EU) nr. 603/2013 van het Europees Parlement en de Raad*.

Artikel 22 undecies

Toegang tot gegevens voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming

1.Uitsluitend met het oog op de behandeling van een verzoek om internationale bescherming hebben de bevoegde asielautoriteiten overeenkomstig artikel 27 van Verordening (EU) nr. 603/2013 toegang om te zoeken aan de hand van de vingerafdrukken van de persoon die om internationale bescherming verzoekt.

Indien de vingerafdrukken van de persoon die om internationale bescherming verzoekt, niet kunnen worden gebruikt of indien de zoekopdracht aan de hand van de vingerafdrukgegevens geen resultaat oplevert, wordt gezocht aan de hand van het nummer van het visum voor verblijf van langere duur of verblijfsdocument in combinatie met de in artikel 22 quater, lid 2, onder a), b) en c), genoemde gegevens of een combinatie van in artikel 22 quinquies, onder a), b), c) en f) genoemde gegevens.

2.Indien uit het zoeken aan de hand van de in lid 1 genoemde gegevens blijkt dat in het VIS gegevens zijn geregistreerd betreffende de persoon die om internationale bescherming verzoekt, wordt de bevoegde asielautoriteit, uitsluitend met het oog op het in lid 1 genoemd doel, toegang verleend voor het raadplegen van de ingevoerde gegevens betreffende alle visa voor verblijf van langere duur of verblijfsvergunningen van de verzoeker die zijn afgegeven, geweigerd, ingetrokken of waarvan de geldigheidsduur is verlengd, als bedoeld in de artikelen 22 quater, 22 quinquies, 22 sexies en 22 septies en betreffende de daaraan gekoppelde aanvraagdossiers van de verzoeker als bedoeld in artikel 22 bis, lid 3.

3.Raadpleging van het VIS overeenkomstig de leden 1 en 2 geschiedt alleen door de aangewezen nationale autoriteiten als bedoeld in artikel 27 van Verordening (EU) nr. 603/2013.

HOOFDSTUK III ter

Procedure en voorwaarden voor toegang tot het VIS voor rechtshandhavingsdoeleinden

Artikel 22 duodecies
Aangewezen autoriteiten van de lidstaten

1.De lidstaten wijzen de autoriteiten aan die bevoegd zijn de in het VIS opgeslagen gegevens te raadplegen om terroristische misdrijven en andere ernstige strafbare feiten te voorkomen, op te sporen en te onderzoeken.

2.Elke lidstaat stelt een lijst van de aangewezen autoriteiten op. Elke lidstaat geeft eu-LISA en de Commissie kennis van zijn aangewezen autoriteiten, en kan deze kennisgeving te allen tijde wijzigen of vervangen.

3.Elke lidstaat wijst een centraal toegangspunt aan dat toegang heeft tot het VIS. Het centrale toegangspunt verifieert of de in artikel 22 quindecies vastgestelde voorwaarden zijn vervuld om om toegang tot het VIS te kunnen verzoeken.

Indien het nationale recht dit toestaat, kunnen de aangewezen autoriteit en het centrale toegangspunt deel uitmaken van dezelfde organisatie, maar het centrale toegangspunt treedt bij de uitvoering van zijn taken uit hoofde van deze verordening volledig onafhankelijk van de aangewezen autoriteiten op. Het centrale toegangspunt staat los van de aangewezen autoriteiten en ontvangt van deze diensten geen instructies met betrekking tot de resultaten van de verificatie, die het onafhankelijk verricht.

De lidstaten kunnen, afhankelijk van hun organisatorische en bestuurlijke structuur, meer dan één centraal toegangspunt aanwijzen om hun grondwettelijke of wettelijke vereisten na te komen.

4.Elke lidstaat geeft eu-LISA en de Commissie kennis van zijn centrale toegangspunt, en kan deze kennisgeving te allen tijde wijzigen of vervangen.

5.Op nationaal niveau houdt elke lidstaat een lijst bij van de operationele diensten binnen de aangewezen autoriteiten die via het/de centrale toegangspunt(en) om toegang mogen verzoeken tot in het VIS opgeslagen gegevens.

6.Alleen naar behoren gemachtigd personeel van het/de centrale toegangspunt(en) mag verzoeken om toegang tot het VIS overeenkomstig de artikelen 22 quaterdecies en 22 quindecies.

Artikel 22 terdecies
Europol

1.Europol wijst een van haar operationele diensten aan als "aangewezen autoriteit van Europol" en machtigt deze tot het indienen van verzoeken om toegang tot het VIS via het in lid 2 bedoelde aangewezen centrale toegangspunt van het VIS teneinde het optreden van de lidstaten bij het voorkomen, opsporen en onderzoeken van terroristische misdrijven en andere ernstige strafbare feiten te ondersteunen en te versterken.

2.Europol wijst een gespecialiseerde dienst met naar behoren gemachtigde Europol-ambtenaren aan als centraal toegangspunt. Het centrale toegangspunt verifieert of de in artikel 22 septdecies vastgestelde voorwaarden zijn vervuld om om toegang tot het VIS te kunnen verzoeken.

Het centrale toegangspunt treedt bij de uitvoering van zijn taken uit hoofde van deze verordening onafhankelijk op en ontvangt van de in lid 1 bedoelde aangewezen autoriteit van Europol geen instructies met betrekking tot de resultaten van de verificatie.

Artikel 22 quaterdecies
Procedure voor toegang tot het VIS voor rechtshandhavingsdoeleinden

1.De in artikel 22 duodecies, lid 5, bedoelde operationele diensten richten een gemotiveerd elektronisch of schriftelijk verzoek om toegang tot in het VIS opgeslagen gegevens aan de in artikel 22 duodecies, lid 3, bedoelde centrale toegangspunten. Bij ontvangst van een verzoek om toegang verifieert/verifiëren het/de centrale toegangspunt(en) of de in artikel 22 quindecies bedoelde voorwaarden voor toegang zijn vervuld. Indien de voorwaarden voor toegang zijn vervuld, wordt het verzoek verwerkt door het/de centrale toegangspunt(en). De verkregen VIS-gegevens worden op zodanige wijze naar de in artikel 22 duodecies, lid 5, bedoelde operationele diensten gezonden dat de beveiliging van de gegevens niet in gevaar wordt gebracht.

2.In dringende gevallen, wanneer een dreigend gevaar voor het leven van een persoon in verband met een terroristisch misdrijf of een ander ernstig strafbaar feit moet worden voorkomen, verwerkt/verwerken het/de centrale toegangspunt(en) het verzoek onmiddellijk en verifieert/verifiëren het/zij pas achteraf of alle voorwaarden van artikel 22 quindecies zijn vervuld en er daadwerkelijk sprake was van een dringend geval. De verificatie achteraf geschiedt zonder onnodige vertraging en in elk geval uiterlijk zeven werkdagen na de verwerking van het verzoek.

3.Wanneer uit een verificatie achteraf blijkt dat de toegang tot VIS-gegevens niet gerechtvaardigd was, wissen alle autoriteiten die tot die gegevens toegang hebben gehad, de uit het VIS verkregen informatie en stellen zij de centrale toegangspunten in kennis van die wissing.

Artikel 22 quindecies
Voorwaarden voor toegang tot VIS-gegevens door de aangewezen autoriteiten van de lidstaten

1.Aangewezen autoriteiten mogen toegang krijgen tot het VIS om het te raadplegen als elk van de volgende voorwaarden is vervuld:

(a)toegang voor raadpleging is noodzakelijk en evenredig met het oog op het voorkomen, opsporen en onderzoeken van een terroristisch misdrijf of een ander ernstig strafbaar feit;

(b)toegang voor raadpleging is noodzakelijk en evenredig in een specifiek geval;

(c)er zijn gegronde redenen om aan te nemen dat de raadpleging van de VIS-gegevens wezenlijk zal bijdragen tot het voorkomen, opsporen of onderzoeken van de desbetreffende strafbare feiten, met name wanneer er een gegrond vermoeden bestaat dat de verdachte, de dader of het slachtoffer van een terroristisch misdrijf of een ander ernstig strafbaar feit behoort tot een van de categorieën waarop deze verordening van toepassing is;

(d)na een zoekopdracht gegeven aan het CIR overeenkomstig artikel 22 van Verordening 2018/XX [inzake interoperabiliteit] wijst het ontvangen antwoord als bedoeld in [artikel 22, lid 5, van die verordening] uit dat gegevens zijn opgeslagen in het VIS.

2.De in lid 1, onder d), genoemde voorwaarde dient niet te zijn vervuld in situaties waarin de toegang tot het VIS nodig is als een instrument ter raadpleging van het visumverleden of de perioden van toegestaan verblijf op het grondgebied van de lidstaten van een bekende verdachte, een bekende dader of een bekend vermoedelijk slachtoffer van een terroristisch misdrijf of een ander ernstig strafbaar feit.

3.Raadpleging van het VIS is beperkt tot het zoeken aan de hand van de volgende gegevens uit het persoonlijk dossier:

(a)achternaam/-namen (familienamen), voornaam/-namen; geboortedatum, nationaliteit/nationaliteiten en/of geslacht;

(b)soort en nummer van het reisdocument/de reisdocumenten, drielettercode van het land dat het reisdocument/de reisdocumenten heeft afgegeven en datum waarop de geldigheidstermijn ervan verstrijkt;

(c)nummer van de visumsticker of nummer van het visum voor verblijf van langere duur of de verblijfsvergunning en de datum van het verstrijken van de geldigheidsduur van het visum, het visum voor verblijf van langere duur of de verblijfsvergunning, naargelang het geval;

(d)vingerafdrukken, met inbegrip van latente vingerafdrukken;

(e)gezichtsopname;

4.Raadpleging van het VIS geeft, in het geval van een treffer, toegang tot de in dit lid vermelde gegevens, alsook tot alle andere gegevens uit het persoonlijk dossier, met inbegrip van gegevens die zijn ingevoerd in verband met afgegeven, geweigerde, nietig verklaarde of ingetrokken documenten, of documenten waarvan de geldigheidsduur is verlengd. Toegang tot de in artikel 9, punt 4, onder l), bedoelde gegevens die in het aanvraagdossier zijn opgenomen, wordt alleen verstrekt wanneer uitdrukkelijk om raadpleging van die gegevens is verzocht in een gemotiveerd verzoek en het raadplegingsverzoek na onafhankelijke verificatie is goedgekeurd.

Artikel 22 sexdecies

Toegang tot het VIS voor de identificatie van personen in specifieke omstandigheden

In afwijking van artikel 22 quindecies, lid 1, dienen de aangewezen autoriteiten de in dat lid vastgestelde voorwaarden niet te vervullen voor toegang tot het VIS met het oog op de identificatie van personen die vermist, ontvoerd of als slachtoffers van mensenhandel aangemerkt zijn en ten aanzien van wie er gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat de raadpleging van VIS-gegevens zal bijdragen tot hun identificatie, en/of tot het onderzoek naar specifieke gevallen van mensenhandel. In die omstandigheden kunnen de aangewezen autoriteiten in het VIS opzoekingen doen aan de hand van de vingerafdrukken van die personen.

Wanneer de vingerafdrukken van die personen niet kunnen worden gebruikt, of wanneer het zoeken aan de hand van de vingerafdrukken geen resultaat oplevert, wordt gezocht aan de hand van de gegevens bedoeld in artikel 9, onder a) en b).

Raadpleging van het VIS geeft, in het geval van een treffer, toegang tot alle in artikel 9 en in artikel 8, leden 3 en 4, genoemde gegevens.

Artikel 22 septdecies
Procedure en voorwaarden voor toegang tot VIS-gegevens door Europol

1.Europol heeft toegang om het VIS te raadplegen als alle volgende voorwaarden zijn vervuld:

a)    de raadpleging is noodzakelijk en evenredig om het optreden van de lidstaten bij het voorkomen, opsporen of onderzoeken van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten die onder het mandaat van Europol vallen, te ondersteunen en te versterken; 

b)    de raadpleging is noodzakelijk en evenredig in een specifiek geval;

c)    er zijn gegronde redenen om aan te nemen dat de raadpleging van de VIS-gegevens wezenlijk zal bijdragen tot het voorkomen, opsporen of onderzoeken van de desbetreffende strafbare feiten, met name wanneer er een gegrond vermoeden bestaat dat de verdachte, de dader of het slachtoffer van een terroristisch misdrijf of een ander ernstig strafbaar feit behoort tot een van de categorieën waarop deze verordening van toepassing is;

d)    na een zoekopdracht gegeven aan het CIR overeenkomstig artikel 22 van Verordening 2018/XX [inzake interoperabiliteit] wijst het ontvangen antwoord als bedoeld in artikel 22, lid 3, van die verordening uit dat gegevens zijn opgeslagen in het VIS.

2.De in artikel 22 quindecies, leden 2, 3 en 4, vastgestelde voorwaarden zijn van overeenkomstige toepassing.

3.De aangewezen autoriteit van Europol kan een gemotiveerd elektronisch verzoek om raadpleging van alle of van een specifieke reeks in het VIS opgeslagen gegevens richten tot het in artikel 22 duodecies, lid 3, bedoelde centrale toegangspunt van Europol. Bij ontvangst van een verzoek om toegang gaat het centrale toegangspunt van Europol na of de in de leden 1 en 2 bedoelde voorwaarden voor toegang zijn vervuld. Indien alle voorwaarden voor toegang zijn vervuld, verwerkt het naar behoren bevoegde personeel van het centrale toegangspunt het verzoek. De verkregen VIS-gegevens worden op zodanige wijze naar de in artikel 22 terdecies, lid 1, bedoelde operationele diensten gezonden dat de beveiliging van de gegevens niet in gevaar wordt gebracht.

4.Voor het verwerken van de gegevens die Europol door middel van raadpleging van VIS-gegevens heeft verkregen, is de toestemming nodig van de lidstaat van herkomst. Deze toestemming wordt verkregen via de nationale Europol-dienst van die lidstaat.

Artikel 22 octodecies
Loggen en documenteren

1.Alle lidstaten en Europol zorgen ervoor dat alle gegevensverwerkende handelingen die voortvloeien uit verzoeken om toegang tot VIS-gegevens in overeenstemming met hoofdstuk III quater, worden gelogd of gedocumenteerd ten behoeve van de controle op de toelaatbaarheid van het verzoek, het toezicht op de rechtmatigheid van de gegevensverwerking en op de integriteit en beveiliging van de gegevens en ten behoeve van de interne controle.

2.Uit de logbestanden of documentatie moet in alle gevallen het volgende blijken:

a)het precieze doel van het verzoek om toegang tot VIS-gegevens, met inbegrip van het terroristische misdrijf of het andere ernstige strafbare feit, en, wat Europol betreft, het precieze doel van het verzoek om toegang;

b)het nummer van het nationale dossier;

c)de datum en het precieze tijdstip van het verzoek om toegang van het centrale toegangspunt aan het centrale systeem van het VIS;

d)de naam van de autoriteit die heeft verzocht om toegang voor raadpleging;

(e)in voorkomend geval, de beslissing met betrekking tot de verificatie achteraf;

(f)de voor de raadpleging gebruikte gegevens;

(g)volgens de nationale regels of Verordening (EU) 2016/794, het kenmerk van de functionaris die de zoekopdracht heeft verricht en van de functionaris die om de zoekopdracht heeft verzocht.

3.Logbestanden en documentatie worden uitsluitend gebruikt voor het toezicht op de rechtmatigheid van de gegevensverwerking en voor het waarborgen van de integriteit en de beveiliging van de gegevens. Alleen een logbestand dat geen persoonsgegevens bevat, mag worden gebruikt voor toezicht en evaluatie in de zin van artikel 50 van deze verordening. De overeenkomstig artikel 41, lid 1, van Richtlijn (EU) 2016/680 ingestelde toezichthoudende autoriteit, die verantwoordelijk is om de toelaatbaarheid van het verzoek na te gaan en toezicht te houden op de rechtmatigheid van de gegevensverwerking, en de integriteit en beveiliging van de gegevens, krijgt op verzoek toegang tot deze logbestanden om haar taken te vervullen.

Artikel 22 novodecies

Voorwaarden voor toegang tot VIS-gegevens door aangewezen autoriteiten van een lidstaat ten aanzien waarvan deze verordening nog niet in werking is getreden

1.Toegang tot het VIS voor raadpleging door aangewezen autoriteiten van een lidstaat ten aanzien waarvan deze verordening nog niet in werking is getreden, is mogelijk als de volgende voorwaarden zijn vervuld:

(a)de toegang valt binnen de werkingssfeer van hun bevoegdheden;

(b)de toegang is aan dezelfde voorwaarden onderworpen als die welke in artikel 22 quindecies, lid 1, zijn genoemd;

(c)de toegang wordt voorafgegaan door een naar behoren gemotiveerd schriftelijk of elektronisch verzoek aan een aangewezen autoriteit van een lidstaat waarop de verordening van toepassing is; die autoriteit verzoekt vervolgens het/de nationale centrale toegangspunt(en) het VIS te raadplegen.

2.Een lidstaat ten aanzien waarvan deze verordening nog niet in werking is getreden, stelt op basis van een naar behoren gemotiveerd schriftelijk of elektronisch verzoek zijn visumgegevens beschikbaar aan de lidstaten waarop deze verordening wel van toepassing is, mits de voorwaarden van artikel 22 quindecies, lid 1, zijn vervuld.

_____________

*    Verordening (EU) nr. 603/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 26 juni 2013 betreffende de instelling van "Eurodac" voor de vergelijking van vingerafdrukken ten behoeve van een doeltreffende toepassing van Verordening (EU) nr. 604/2013 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend en betreffende verzoeken van rechtshandhavingsinstanties van de lidstaten en Europol om vergelijkingen van Eurodac-gegevens ten behoeve van rechtshandhaving, en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1077/2011 tot oprichting van een Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (PB L 180 van 29.6.2013, blz. 1).".

Artikel 2
Wijzigingen van Beschikking 2004/512/EG

Artikel 1, lid 2, van Beschikking 2004/512/EG wordt vervangen door:

"2. Het Visuminformatiesysteem wordt gebaseerd op een gecentraliseerde architectuur en bestaat uit:

a) het gemeenschappelijke identiteitenregister (CIR) bedoeld in [artikel 17, lid 2, onder a), van Verordening 2018/XX inzake interoperabiliteit]; 

b) een centraal informatiesysteem, hierna "centraal visuminformatiesysteem" te noemen (CS-VIS);

c) een interface in elke lidstaat, hierna „nationale interface” te noemen (NI-VIS), die voor de verbinding met de bevoegde centrale nationale autoriteit van de betrokken lidstaat zorgt, of een op gemeenschappelijke technische specificaties gebaseerde en voor alle lidstaten identieke nationale uniforme interface (NUI) in elke lidstaat, waarmee het centrale systeem wordt aangesloten op de nationale infrastructuur in de lidstaten;

d) een communicatie-infrastructuur tussen het VIS en de nationale interfaces;

e) een beveiligd communicatiekanaal tussen het VIS en het centrale systeem van het EES;

f) een beveiligde communicatie-infrastructuur tussen het centrale systeem van het VIS en de centrale infrastructuren van het Europees zoekportaal ingesteld bij [artikel 6 van Verordening 2017/XX inzake interoperabiliteit], de gezamenlijke dienst voor biometrische matching ingesteld bij [artikel 12 van Verordening 2017/XX inzake interoperabiliteit], het gemeenschappelijke identiteitenregister ingesteld bij [artikel 17 van Verordening 2017/XX inzake interoperabiliteit] en de detector van meerdere identiteiten ingesteld bij [artikel 25 van Verordening 2017/XX inzake interoperabiliteit];

(g) een mechanisme voor raadpleging over aanvragen en voor uitwisseling van informatie tussen centrale visumautoriteiten ("VISMail");

(h) een gateway voor vervoerders;

(i) een beveiligde webdienst die communicatie mogelijk maakt tussen enerzijds het VIS en anderzijds de gateway voor vervoerders en de internationale systemen (Interpolsystemen/-databanken);

(j) een gegevensopslagplaats ten behoeve van verslaglegging en statistieken.

Voor het centrale systeem, de nationale uniforme interfaces, de webdienst, de gateway voor vervoerders en de communicatie-infrastructuur van het VIS worden de hardware- en softwarecomponenten van respectievelijk het centrale systeem van het EES, de nationale uniforme interfaces van het EES, de gateway voor vervoerders van het ETIAS, de webdienst van het EES en de communicatie-infrastructuur van het EES zoveel als technisch mogelijk is, gedeeld en hergebruikt.

Artikel 3
Wijzigingen van Verordening (EU) nr. 810/2009

Verordening (EU) nr. 810/2009 wordt als volgt gewijzigd:

(1)artikel 10, lid 3, onder c), wordt vervangen door:

"c) een foto overleggen die beantwoordt aan de normen van Verordening (EG) nr. 1683/95 of, op het eerste verzoek en vervolgens ten minste om de 59 maanden daarna, een foto overleggen die beantwoordt aan de in artikel 13 van deze verordening vastgestelde normen";

(2)artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:

a) in lid 2 wordt het eerste streepje vervangen door:

„- een op het tijdstip van de aanvraag ter plaatse en digitaal gemaakte foto;";

b) lid 3, eerste alinea, wordt vervangen door:

"Indien naar aanleiding van een aanvraag die minder dan 59 maanden vóór de datum van de nieuwe aanvraag was ingediend, van de aanvrager vingerafdrukken werden genomen en ter plaatse een foto van toereikende kwaliteit werd genomen, kunnen die [gegevens] in de volgende aanvraag worden overgenomen.";

c) lid 7, onder a), wordt vervangen door:

"a)    kinderen jonger dan 6 jaar;";

d)    lid 8 wordt geschrapt;

(3)artikel 21 wordt als volgt gewijzigd:

a) lid 2 wordt vervangen door:

"2. Voor elke visumaanvraag wordt het VIS geraadpleegd overeenkomstig artikel 8, lid 2, en de artikelen 15 en 9 bis van Verordening (EG) nr. 767/2008. De lidstaten zorgen ervoor dat volledig gebruik wordt gemaakt van alle zoekcriteria zoals bedoeld in die artikelen om valse afkeuringen en identificaties te voorkomen.

b) de volgende leden 3 bis en 3 ter worden ingevoegd:

"3 bis. Bij de beoordeling van de in lid 3 bedoelde voorwaarden voor binnenkomst houdt het consulaat rekening met de resultaten van de verificaties op grond van artikel 9 quater van Verordening (EG) nr. 767/2008 in de volgende gegevensbanken:

(a)het SIS en de SLTD, om na te gaan of het voor de aanvraag gebruikte reisdocument overeenkomt met een reisdocument dat is aangemerkt als verloren, gestolen of ongeldig gemaakt en of het overeenkomt met een reisdocument dat is geregistreerd in een dossier in de Interpol-databank TDAWN;

(a)het centrale ETIAS-systeem, om na te gaan of de aanvrager gerelateerd is aan een geweigerde, ingetrokken of nietig verklaarde reisautorisatieaanvraag;

(b)het VIS, om na te gaan of de in de aanvraag verstrekte gegevens over het reisdocument gerelateerd zijn aan een andere visumaanvraag die samenhangt met andere identiteitsgegevens, alsook of ten aanzien van de aanvrager een beslissing tot weigering, intrekking of nietigverklaring van een visum voor kort verblijf is genomen;

(c)het EES, om na te gaan of de aanvrager momenteel geregistreerd staat als persoon die zijn toegestane verblijfsduur overschrijdt, of de aanvrager in het verleden als zodanig geregistreerd is geweest, dan wel of de aanvrager in het verleden de toegang werd geweigerd;

(d)het Eurodac, om na te gaan een verzoek om internationale bescherming van de aanvrager werd ingetrokken of afgewezen;

(e)de gegevens van Europol, om na te gaan of de in de aanvraag verstrekte gegevens overeenstemmen met de gegevens in deze databank;

(f)het ECRIS-TCN-systeem, om na te gaan of de aanvrager overeenkomt met een persoon wiens gegevens zijn geregistreerd in deze gegevensbank voor terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten;

(g)het SIS, om na te gaan of de aanvrager is gesignaleerd omdat hij wordt gezocht met het oog op aanhouding ten behoeve van overlevering op basis van een Europees aanhoudingsbevel of omdat hij wordt gezocht met het oog op aanhouding ten behoeve van uitlevering.

Het consulaat heeft toegang tot het aanvraagdossier en de eventueel daaraan gekoppelde aanvraagdossiers, evenals tot alle resultaten van de verificaties op grond van artikel 9 quater van Verordening (EG) nr. 767/2008.

3 ter. De visumautoriteit raadpleegt de detector van meerdere identiteiten samen met het gemeenschappelijke identiteitenregister bedoeld in artikel 4, punt 37, van Verordening 2018/XX [inzake interoperabiliteit] of het SIS, of beide, ter beoordeling van de verschillen tussen de gelinkte identiteiten en zij verricht aanvullende controles die nodig zijn voor het nemen van een beslissing over de status en de kleur van de link en voor een beslissing over de afgifte of weigering van het visum van de betrokkene.

Overeenkomstig artikel 59, lid 1, van Verordening 2018/XX [inzake interoperabiliteit] wordt deze alinea pas van toepassing wanneer de detector van meerdere identiteiten in gebruik wordt genomen.";

c) lid 4 wordt vervangen door:

"4. Het consulaat controleert met gebruikmaking van de uit het EES verkregen informatie of de aanvrager met zijn voorgenomen verblijf de maximaal toegestane verblijfsduur op het grondgebied van de lidstaten niet overschrijdt, ongeacht mogelijke toegestane verblijven op grond van een nationaal visum voor verblijf van lange duur of een door een andere lidstaat afgegeven verblijfsvergunning.";

(4)het volgende artikel 21 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 21 bis

Specifieke risico-indicatoren

1.De beoordeling van het veiligheidsrisico, het risico op het gebied van illegale immigratie of het hoge epidemiologische risico is gebaseerd op:

(a)door het EES gegenereerde statistieken die voor een specifieke groep reizigers met een visum wijzen op buitengewone percentages personen die de toegestane verblijfsduur hebben overschreden of aan wie de toegang is geweigerd;

(b)door het VIS overeenkomstig artikel 45 bis gegenereerde statistieken die voor een specifieke groep reizigers wijzen op buitengewone percentages personen aan wie visumaanvraag is geweigerd wegens een risico uit het oogpunt van irreguliere migratie, veiligheid of volksgezondheid;

(c)door het VIS overeenkomstig artikel 45 bis en door het EES gegenereerde statistieken die wijzen op verbanden tussen aan de hand van het aanvraagformulier verzamelde informatie en de overschrijding van de toegestane verblijfsduur of de toegangsweigering;

(d)door de lidstaten op grond van feitelijke of op bewijzen gebaseerde elementen verstrekte informatie over specifieke veiligheidsrisico-indicatoren of door die lidstaat geconstateerde veiligheidsdreigingen;

(e)door de lidstaten op grond van feitelijke of op bewijzen gebaseerde elementen verstrekte informatie die, voor een specifieke groep reizigers met die lidstaat als bestemming, wijst op buitengewone percentages personen die de toegestane verblijfsduur hebben overschreden of aan wie de toegang is geweigerd;

(f)door de lidstaten verstrekte informatie over een specifiek hoog epidemiologisch risico, evenals door het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC) verstrekte informatie, gebaseerd op epidemiologische surveillance en risicobeoordelingen, en door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) gemelde uitbraken van ziekte.

2.De Commissie stelt een uitvoeringshandeling vast waarin de in lid 1 bedoelde risico's worden gespecificeerd. Die uitvoeringshandeling wordt volgens de in artikel 52, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

3.Op basis van de overeenkomstig lid 2 bepaalde specifieke risico's worden specifieke risico-indicatoren vastgesteld, die een combinatie van gegevens omvatten, waaronder een of meer van de volgende:

(a)leeftijdsgroep, geslacht, nationaliteit;

(b)land en plaats van verblijf;

(c)lidsta(a)t(en) van bestemming;

(d)lidstaat van eerste binnenkomst

(e)doel van de reis;

(f)huidig beroep.

4.De specifieke risico-indicatoren zijn gericht en evenredig. Zij mogen onder geen beding uitsluitend gebaseerd zijn op geslacht of leeftijd. Zij mogen onder geen beding uitsluitend gebaseerd zijn op informatie waaruit ras, huidskleur, etnische of sociale achtergrond, genetische kenmerken, taal, politieke of andere opvattingen, godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuiging, het lidmaatschap van een vakvereniging, het behoren tot een nationale minderheid, eigendom, geboorte, handicap of seksuele oriëntatie af te leiden zijn.

5.De specifieke risico-indicatoren worden door de Commissie vastgesteld door middel van een uitvoeringshandeling. Die uitvoeringshandeling wordt volgens de in artikel 52, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

6.De visumautoriteiten gebruiken de specifieke risico-indicatoren om na te gaan of de aanvrager een risico vormt op het gebied van illegale immigratie of voor de veiligheid van de lidstaten, of een hoog epidemiologisch risico vormt overeenkomstig artikel 21, lid 1.

7.De Commissie evalueert regelmatig de specifieke risico’s en de specifieke risico-indicatoren.";

(5) artikel 46 wordt vervangen door:

"Artikel 46
Opstelling van statistieken

De Commissie publiceert uiterlijk op 1 maart van elk jaar de volgende jaarlijkse statistieken over visa per consulaat en grensdoorlaatpost waar afzonderlijke lidstaten visumaanvragen behandelen:

(a)het aantal luchthaventransitvisa dat is aangevraagd, afgegeven en geweigerd;

(b)het aantal eenvormige enkelvoudige visa en meervoudige visa dat is aangevraagd, afgegeven (uitgesplitst naar geldigheidsduur: 1, 2, 3, 4 en 5 jaar) en geweigerd;

(c)het aantal afgegeven visa met territoriaal beperkte geldigheid.

Deze statistieken worden opgesteld op basis van de verslagen die zijn gegenereerd door de centrale gegevensopslagplaats van het VIS overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EG) nr. 767/2008.";

(6)in artikel 57 worden de leden 3 en 4 geschrapt.

Artikel 4
Wijzigingen van Verordening (EU) nr. 2017/2226

Verordening (EU) nr. 2017/2226 wordt als volgt gewijzigd:

(1)aan artikel 9, lid 2, wordt de volgende alinea toegevoegd:

"Het EES voorziet in de functie voor het gecentraliseerde beheer van deze lijst. De nadere bepalingen betreffende het beheer van deze functie worden vastgelegd in uitvoeringshandelingen. Deze uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 68, lid 2, van deze verordening bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.";

(2)in artikel 13 wordt lid 3 vervangen door:

"3. Ter nakoming van hun verplichtingen uit hoofde van artikel 26, lid 1, onder b), van de overeenkomst ter uitvoering van het akkoord van Schengen maken vervoerders gebruik van de webdienst om na te gaan of een visum voor kort verblijf geldig is, en of het aantal toegestane binnenkomsten reeds is opgebruikt of de houder de maximale duur van het toegestane verblijf heeft bereikt, en of, naargelang het geval, het visum geldig is voor het grondgebied van de haven van bestemming van de reis. De vervoerders verstrekken de in artikel 16, lid 1, onder a), b) en c), van deze verordening vermelde gegevens. Op die basis verstrekt de webdienst vervoerders het antwoord OK/NIET OK. Vervoerders mogen de door hen verstuurde informatie en het door hen ontvangen antwoord opslaan in overeenstemming met het toepasselijke recht. Vervoerders stellen een authenticatieprocedure vast om te waarborgen dat enkel gemachtigde personeelsleden toegang hebben tot de webdienst. Het antwoord OK/NIET OK kan niet worden beschouwd als een beslissing om toegang te verlenen of te weigeren overeenkomstig Verordening (EU) 2016/399.";

(3)in artikel 35, lid 4, worden de woorden "via de infrastructuur van het VIS" geschrapt.

Artikel 5
Wijzigingen van Verordening (EU) 2016/399

Verordening (EU) 2016/399 wordt als volgt gewijzigd:

(1) in artikel 8, lid 3, wordt het volgende punt b bis) ingevoegd:

"b bis) indien de onderdaan van het derde land houder is van een visum voor verblijf van langere duur of een verblijfsvergunning, behelzen de grondige controles bij binnenkomst ook de verificatie van de identiteit van de houder van het visum voor verblijf van langere duur of de verblijfsvergunning en van de echtheid van het visum voor verblijf van langere duur of de verblijfsvergunning, door middel van raadpleging van het Visuminformatiesysteem (VIS) overeenkomstig artikel 22 octies van Verordening (EG) nr. 767/2008;

wanneer de verificatie inzake de houder van het document of inzake het document overeenkomstig artikel 22 octies van die verordening, naargelang het geval, geen resultaat oplevert, of wanneer er twijfel bestaat omtrent de identiteit van de houder of de echtheid van het document en/of het reisdocument, verifiëren de naar behoren gemachtigde personeelsleden van die bevoegde autoriteiten de chip van het document.";

(2) in artikel 8, lid 3, worden de punten c) tot en met f), geschrapt.

Artikel 7
Wijzigingen van Verordening (EU) XXX tot vaststelling van een kader voor interoperabiliteit tussen de EU-informatiesystemen (grenzen en visa) [interoperabiliteitsverordening]

Verordening (EU) XXX tot vaststelling van een kader voor interoperabiliteit tussen de EU-informatiesystemen (grenzen en visa) [interoperabiliteitsverordening] wordt als volgt gewijzigd:

(1)artikel 13, lid 1, onder b), wordt vervangen door:

"b) de gegevens bedoeld in artikel 9, lid 6, artikel 22 quater, lid 2, onder f) en g), en artikel 22 quinquies, onder f) en g), van Verordening (EG) nr. 767/2008;"

(2)artikel 18, lid 1, onder b), wordt vervangen door:

"b)    de gegevens bedoeld in artikel 9, lid 4, onder a) tot en met c), artikel 9, leden 5 en 6, artikel 22 quater, lid 2, onder a) tot en met cc), f) en g), en artikel 22 quinquies, onder a) tot en met c), f) en g), van Verordening (EG) nr. 767/2008;"

(3)artikel 26, lid 1, onder b), wordt vervangen door:

"b) de bevoegde autoriteiten bedoeld in artikel 6, leden 1 en 2, van Verordening (EG) 767/2008 bij het aanmaken of bijwerken van een aanvraagdossier of een persoonlijk dossier in het VIS overeenkomstig artikel 8 of 22 bis van Verordening (EG) nr. 767/2008;";

(4)artikel 27 wordt als volgt gewijzigd:

a) lid 1, onder b), wordt vervangen door:

"b)    een aanvraagdossier of een persoonlijk dossier wordt opgesteld of bijgewerkt in het VIS overeenkomstig artikel 8 of 22 bis van Verordening (EG) nr. 767/2008;";

b) lid 3, onder b), wordt vervangen door:

"b) achternaam (familienaam); voornaam/-namen; geboortedatum, geslacht en nationaliteit(en) als bedoeld in artikel 9, lid 4, onder a), artikel 22 quater, lid 2, onder a), en artikel 22 quinquies, onder a), van Verordening (EG) nr. 767/2008;";

(4)artikel 29, lid 1, onder b), wordt vervangen door:

"b) de bevoegde autoriteiten bedoeld in artikel 6, leden 1 en 2, van Verordening (EG) nr. 767/2008 voor treffers die zich voordoen bij het opstellen of bijwerken van een aanvraagdossier of een persoonlijk dossier in het VIS overeenkomstig artikel 8 of 22 bis van Verordening (EG) nr. 767/2008;".

Artikel 8
Intrekking van Besluit 2008/633/JBZ

Besluit 2008/633/JBZ wordt ingetrokken. Verwijzingen naar Besluit 2008/633 gelden als verwijzingen naar Verordening (EG) nr. 767/2008 en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage 2.

.

Artikel 9
Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten overeenkomstig de Verdragen.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement    Voor de Raad

De voorzitter    De voorzitter



FINANCIEEL MEMORANDUM

1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

1.1.Benaming van het voorstel/initiatief

1.2.Betrokken beleidsterrein(en)

1.3.Aard van het voorstel/initiatief

1.4.Doelstelling(en)

1.5.Motivering van het voorstel/initiatief

1.6.Duur en financiële gevolgen

1.7.Beheersvorm(en)

2.BEHEERSMAATREGELEN

2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen

2.2.Beheers- en controlesysteem

2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden

3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

3.1.Rubriek(en) van het meerjarige financiële kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven

3.2.Geraamde gevolgen voor de uitgaven 

3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de uitgaven

3.2.2.Geraamde gevolgen voor de beleidskredieten

3.2.3.Geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten

3.2.4.Verenigbaarheid met het huidige meerjarige financiële kader

3.2.5.Bijdragen van derden

3.3.Geraamde gevolgen voor de ontvangsten

FINANCIEEL MEMORANDUM

1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

1.1.Benaming van het voorstel/initiatief

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 767/2008 betreffende het Visuminformatiesysteem (VIS) en de uitwisseling tussen de lidstaten van gegevens op het gebied van visa voor kort verblijf (VIS-verordening) en Verordening (EG) nr. 810/2009 tot vaststelling van een gemeenschappelijke visumcode (Visumcode)

1.2.Betrokken beleidsterrein(en) 

Binnenlandse zaken

1.3.Aard van het voorstel/initiatief

 Het voorstel/initiatief betreft een nieuwe actie 

 Het voorstel/initiatief betreft een nieuwe actie na een proefproject/een voorbereidende actie 75  

 Het voorstel/initiatief betreft de verlenging van een bestaande actie 

 Het voorstel/initiatief betreft een actie die wordt omgebogen naar een nieuwe actie 

1.4.Motivering van het voorstel/initiatief

1.4.1.Behoefte(n) waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien

1) bijdragen tot de ondersteuning van de identificatie en terugkeer van onderdanen van derde landen die niet of niet meer voldoen aan de voorwaarden voor binnenkomst of verblijf op het grondgebied van de lidstaten, overeenkomstig de terugkeerrichtlijn;

2) de efficiëntie van het VIS verhogen teneinde terugkeerprocedures te faciliteren;

3) de VIS-doelstellingen beter bereiken (faciliteren van fraudebestrijding, van controles aan de doorlaatposten aan de buitengrenzen en van de toepassing van de Dublin II-verordening);

4) bijdragen tot het voorkomen en bestrijden van kinderhandel en de identificatie/verificatie van de identiteit van kinderen die onderdaan zijn van een derde land;

5) controles aan de doorlaatposten aan de buitengrenzen op het grondgebied van de lidstaten vergemakkelijken en versterken;

6) de veiligheid in het Schengengebied bevorderen, door de informatie-uitwisseling tussen lidstaten inzake onderdanen van derde land die houder zijn van of een aanvraag indienen voor een visum voor verblijf van langere duur of een verblijfsdocument, te vergemakkelijken;

7) bijdragen tot het voorkomen, opsporen en onderzoeken van terroristische misdrijven en andere ernstige strafbare feiten;

8) statistieken verzamelen ter ondersteuning van een op feiten gebaseerde beleidsvorming op het gebied van migratie in de Europese Unie;

9) dezelfde procedurele zoeknorm toepassen als andere constitutieve systeemelementen van het visumbeleid, om de lasten voor de lidstaten te doen dalen en tot de doelstelling van een gemeenschappelijk visumbeleid bij te dragen.

1.4.2.Toegevoegde waarde van de betrokkenheid van de Unie (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, o.a. coördinatiewinst, rechtszekerheid, een grotere doeltreffendheid en complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder "toegevoegde waarde van de betrokkenheid van de Unie" verstaan de waarde die een optreden van de Unie oplevert bovenop de waarde die zou zijn gecreëerd indien alleen de lidstaat een maatregel had getroffen.

Redenen voor een EU-optreden (vooraf)

De doelstellingen van de herziene VIS-verordening, namelijk het opzetten van een gemeenschappelijk systeem en gemeenschappelijke procedures voor de uitwisseling van visumgegevens tussen lidstaten, kunnen niet voldoende door de lidstaten worden verwezenlijkt en kunnen derhalve vanwege de omvang en de gevolgen van het optreden beter door de EU worden verwezenlijkt. De verdere verbetering van deze gemeenschappelijke procedures en regels inzake de uitwisseling van gegevens vereist derhalve optreden van de EU.

De vastgestelde problemen zullen waarschijnlijk niet in de nabije toekomst verdwijnen en houden direct verband met de huidige bepalingen van het VIS. Het rechtskader van het VIS en de daarmee verband houdende wetgeving kunnen alleen op EU-niveau worden gewijzigd. Door de omvang, de effecten en de impact van de voorgestelde maatregelen kunnen de fundamentele doelstellingen alleen doeltreffend en systematisch worden bereikt op EU-niveau. Wat met name de kopie van het reisdocument en vingerafdrukken van minderjarigen betreft, zal de verdere analyse van de optie aantonen hoe zonder optreden van de EU het probleem niet naar behoren kan worden verholpen, omdat er een oplossing noodzakelijk is die gecentraliseerde opslag en toegang tot gegevens omvat en de lidstaten niet afzonderlijk tot een dergelijke oplossing kunnen komen. In verband met het probleem van visa voor verblijf van langere duur en verblijfsdocumenten was ruim 90 % van de geraadpleegde lidstaten van mening dat de EU wetgevingsmaatregelen moet nemen om de informatielacune op te vullen. Op het gebied van migratie en veiligheidscontrole is, gezien de aard ervan, onmiddellijke toegang tot alle informatie van andere lidstaten nodig, hetgeen alleen via EU-optreden kan worden bereikt.

Het initiatief zal de regels van het VIS verder tot ontwikkeling brengen en verbeteren, om deze zo veel mogelijk te harmoniseren, tot een niveau dat niet door de lidstaten afzonderlijk kan worden bereikt en alleen op EU-niveau haalbaar is.

Verwachte toegevoegde waarde EU (ex-post)

Het VIS is de belangrijkste databank met gegevens inzake visumplichtige onderdanen van derde landen in Europa. Tegen die achtergrond is het VIS een onontbeerlijk instrument voor de ondersteuning van het buitengrenstoezicht en van de controles op irreguliere migranten die op het nationale grondgebied worden aangetroffen. Dit voorstel heeft tot doel technische verbeteringen aan te brengen om de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het systeem te versterken en het gebruik ervan in de deelnemende lidstaten te harmoniseren. Omdat deze doelstellingen een grensoverschrijdende dimensie hebben en omdat het waarborgen van een doeltreffende uitwisseling van informatie ter bestrijding van steeds weer andersoortige dreigingen met bepaalde uitdagingen gepaard gaat, is de EU het beste geplaatst om oplossingen aan te dragen. De doelstellingen – verbetering van de doeltreffendheid en het geharmoniseerde gebruik van het VIS, verhoging van het volume, de kwaliteit en de snelheid van de informatie-uitwisseling via een gecentraliseerd, grootschalig informatiesysteem dat wordt beheerd door een regelgevend agentschap (eu-LISA) – zijn van dien aard dat ze niet door de lidstaten alleen kunnen worden bereikt en een optreden op EU-niveau vereisen. Als deze problemen niet worden aangepakt en het VIS blijft functioneren volgens de huidige regels, gaat men voorbij aan de mogelijkheden die bij de evaluatie van het systeem en het gebruik ervan door de lidstaten naar voren komen om de doeltreffendheid en de toegevoegde EU-waarde van het VIS te optimaliseren.

Met betrekking tot het nemen van vingerafdrukken van visumaanvragers jonger dan 12 jaar, kunnen de lidstaten niet eenzijdig beslissen het systeem te wijzigen, omdat de VIS-verordening al een aantal regels omvat.

Nationaal optreden is mogelijk, en wenselijk, om te streven naar een betere samenwerking met derde landen inzake de terugkeer van irreguliere migranten. Het is echter onwaarschijnlijk dat met dergelijke activiteiten hetzelfde effect zal worden bereikt als met het beschikbaar maken van reisdocumenten in het VIS voor naar behoren gemotiveerde doeleinden.

Met betrekking tot visa voor verblijf van langere duur en verblijfsdocumenten is het onwaarschijnlijk dat nationale maatregelen het probleem zullen oplossen. De lidstaten kunnen op individuele basis hun documenten, de afgifte ervan en de controle ervan aan grensdoorlaatposten bevorderen of de bilaterale samenwerking versterken of systematiseren. Met deze stappen zouden de vastgestelde informatielacunes echter niet op een alomvattende wijze worden aangepakt, zoals nader beschreven in de effectbeoordeling.

Met betrekking tot het automatisch doorzoeken van andere databanken staat het de lidstaten vrij oplossingen te ontwikkelen om zowel hun nationale als EU- en internationale databanken te raadplegen. Een harmonisering van de desbetreffende regels op EU-niveau heeft echter de voorkeur om ervoor te zorgen dat de lidstaten de gemeenschappelijke Schengenvoorschriften op gecoördineerde wijze toepassen.

1.4.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan

De belangrijkste lessen die zijn geleerd uit de ontwikkeling van het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie en van het Visumsysteem, zijn:

1. De ontwikkelingsfase mag pas van start gaan als de technische en operationele vereisten volledig zijn gedefinieerd. Het VIS zal pas worden bijgewerkt nadat de achterliggende rechtsinstrumenten, met een omschrijving van het doel, het toepassingsgebied, de functies en de technische details, definitief zijn vastgesteld.

2. De Commissie blijft, net als voorheen, regelmatig overleg plegen met de belanghebbenden, met inbegrip van de gedelegeerden van het SISVIS-comité in het kader van de comitéprocedure en de contactgroep inzake terugkeer. De in deze verordening voorgestelde wijzigingen zijn uit en te na en op transparante wijze besproken in het kader van speciaal daarvoor georganiseerde bijeenkomsten en workshops. Bovendien heeft de Commissie intern een horizontale stuurgroep opgezet die het secretariaat-generaal, het directoraat-generaal Migratie en Binnenlandse Zaken en het directoraat-generaal Justitie omvat. Deze groep monitorde het evaluatieproces en gaf sturing waar dat nodig was. Voorts heeft de Commissie openbare raadplegingen gehouden over de onderzochte beleidsaspecten.

3. De Commissie heeft in het voorstel ook de resultaten verwerkt van externe expertise waarop zij een beroep deed:

- een externe studie over de haalbaarheid en de gevolgen van een lagere leeftijd voor het nemen van vingerafdrukken van kinderen en over het opslaan van een gescande kopie van het reisdocument van visumaanvragers in het Visuminformatiesysteem (Ecorys), waarbij twee beleidsterreinen/probleemgebieden zijn behandeld

- een externe studie over geïntegreerd grensbeheer en de haalbaarheid van de opname van documenten inzake visa voor verblijf van langere duur, verblijfsdocumenten en documenten inzake klein grensverkeer in een register, die in september 2017 is gepubliceerd

1.4.4.Verenigbaarheid en eventuele synergie met andere passende instrumenten

Overeenkomstig de mededeling van april 2016 over krachtigere en slimmere informatiesystemen voor grenzen en veiligheid heeft de Commissie aanvullende informatiesystemen voorgesteld op het gebied van grensbeheer. In het inreis-uitreissysteem (EES) 76 zullen de gegevens inzake inreis, uitreis en weigering van toegang van niet-EU-onderdanen die de buitengrenzen van het Schengengebied overschrijden, worden geregistreerd, zodat overschrijding van de toegestane verblijfsduur wordt opgemerkt. De verordening tot instelling van het systeem wijzigt de VIS-verordening en omvat bepalingen inzake de interoperabiliteit van het EES en het VIS, waardoor er directe communicatie is tussen de twee systemen ten behoeve van de grens- en visumautoriteiten. Hierdoor zullen de grensautoriteiten aan de buitengrenzen de geldigheid van een visum en de identiteit van de houder rechtstreeks aan de hand van het VIS kunnen controleren. Consulaire autoriteiten zullen het EES-dossier van een aanvrager kunnen raadplegen om na te gaan hoe de betrokkene vorige visa heeft gebruikt.

De Commissie heeft ook een voorstel tot instelling van een Europees Systeem voor reisinformatie en -autorisatie (ETIAS) 77 gepresenteerd, dat het beheer van de buitengrenzen van de EU efficiënter moet maken en er door de introductie van een controle van alle niet-visumplichtige reizigers voorafgaand aan hun aankomst aan de buitengrenzen ervoor moet zorgen dat de interne veiligheid toeneemt.

In december 2017 heeft de Commissie een voorstel gepresenteerd voor de interoperabiliteit tussen EU-informatiesystemen voor veiligheid en grens- en migratiebeheer. Het voorstel moet de toegang van rechtshandhavingsautoriteiten tot niet voor rechtshandhaving bedoelde informatiesystemen op EU-niveau, zoals het VIS, faciliteren en stroomlijnen, waar dit nodig is voor preventie, opsporing, onderzoek of vervolging van zware criminaliteit en terrorisme. Het garanderen van de interoperabiliteit van verschillende informatiesystemen is echter maar een eerste stap. Teneinde de interoperabiliteit te kunnen benutten, zijn concrete maatregelen nodig om IT-systemen interoperabel te maken.

Bovenop deze wetgevingsmaatregelen heeft de Commissie in haar mededeling van september 2017 over de uitvoering van de Europese migratieagenda 78 erkend dat het gemeenschappelijk visumbeleid verder moet worden aangepast aan de huidige uitdagingen, door rekening te houden met nieuwe IT-oplossingen, het juiste evenwicht te vinden tussen de voordelen van versoepeld reizen met een visum en visumvrij reizen enerzijds en verbeterd migratie-, veiligheids- en grensbeheer anderzijds, en door de interoperabiliteit ten volle te benutten. In deze context heeft de Commissie op 14 maart 2018 een mededeling gepresenteerd over de aanpassing van het visumbeleid aan nieuwe uitdagingen 79 , samen met een voorstel tot wijziging van de Visumcode. Het voorstel tot wijziging van de Visumcode 80 is erop gericht de procedure voor het aanvragen van een visum te vereenvoudigen en te versterken, zodat toeristen en zakenlui gemakkelijker met een visum naar Europa reizen en tegelijkertijd risico’s op het gebied van veiligheid en irreguliere migratie worden voorkomen, met name door het visumbeleid aan het terugkeerbeleid te koppelen. Het VIS past in deze context als instrument voor de elektronische verwerking ter ondersteuning van de visumprocedure.

In de mededeling van maart is ook aangekondigd dat er zou worden toegewerkt naar meer veiligheid door een herziening van het VIS en volledige benutting van interoperabiliteit. Voorts werd aangekondigd op welke drie wijzen voor meer veiligheid zou worden gezorgd: 1. betere controles bij de behandeling van visumaanvragen door interoperabiliteit; 2. het opvullen van resterende informatielacunes op het gebied van grenzen en veiligheid, door visa voor verblijf van langere duur en verblijfsdocumenten in het VIS op te nemen; en 3. het opvullen van resterende informatielacunes op het gebied van de verwerking van visa voor verblijf van langere duur, met betrekking tot de leeftijd voor het nemen van vingerafdrukken en het bijhouden van kopieën van reisdocumenten.

1.5.Duur en financiële gevolgen

 Voorstel/initiatief met een beperkte geldigheidsduur

   Voorstel/initiatief is van kracht vanaf [DD/MM]JJJJ tot en met [DD/MM]JJJJ

   Financiële gevolgen vanaf JJJJ tot en met JJJJ

 Voorstel/initiatief met een onbeperkte geldigheidsduur

Uitvoering met een opstartperiode vanaf 2021 tot en met 2023,

gevolgd door een volledige uitvoering.

1.6.Beheersvorm(en) 81  

Direct beheer door de Commissie

x door haar diensten, waaronder het personeel in de delegaties van de Unie;

   door de uitvoerende agentschappen

 Gedeeld beheer met lidstaten

 Indirect beheer door begrotingsuitvoeringstaken te delegeren aan:

derde landen of de door hen aangewezen organen;

internationale organisaties en hun agentschappen (geef aan welke);

de EIB en het Europees Investeringsfonds;

de in de artikelen 208 en 209 van het Financieel Reglement bedoelde organen;

publiekrechtelijke organen;

privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, voor zover zij voldoende financiële garanties bieden;

privaatrechtelijke organen van een lidstaat, waaraan de uitvoering van een publiek-privaat partnerschap is toevertrouwd en die voldoende financiële garanties bieden;

personen aan wie de uitvoering van specifieke maatregelen op het gebied van het GBVB in het kader van titel V van het VEU is toevertrouwd en die worden genoemd in de betrokken basishandeling.

Verstrek, indien meer dan een beheersvorm is aangekruist, extra informatie onder "Opmerkingen".

Opmerkingen

2.BEHEERSMAATREGELEN

2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen

Vermeld frequentie en voorwaarden.

De regels inzake monitoring en evaluatie worden beschreven in artikel 50 van de VIS-verordening:

1. De beheersautoriteit zorgt ervoor dat er procedures zijn om de resultaten, de kosteneffectiviteit, de beveiliging en de kwaliteit van de dienstverlening van het VIS te toetsen aan de doelstellingen.

2. Met het oog op het technische onderhoud heeft de beheersautoriteit toegang tot de vereiste informatie over de in het VIS verrichte verwerkingshandelingen.

3. Twee jaar na de ingebruikneming van het VIS, en vervolgens om de twee jaar, legt de beheersautoriteit aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie een verslag voor over de technische werking van het VIS, daaronder begrepen de beveiliging ervan.

4. Drie jaar na de ingebruikneming van het VIS, en vervolgens om de vier jaar, stelt de Commissie een algemene evaluatie van het VIS op. In deze algemene evaluatie worden de bereikte resultaten afgezet tegen de doelstellingen, en wordt nagegaan of de uitgangspunten nog gelden, hoe deze verordening is toegepast met betrekking tot het VIS, hoe de beveiliging van het VIS is, hoe gebruik wordt gemaakt van de in artikel 31 bedoelde bepalingen en welke gevolgen een en ander voor toekomstige werkzaamheden heeft. De Commissie legt deze evaluatie voor aan het Europees Parlement en de Raad.

5. Vóór het verstrijken van in artikel 18, lid 2, bedoelde termijnen brengt de Commissie verslag uit over de technische vooruitgang ten aanzien van het gebruik van vingerafdrukken aan de buitengrenzen en de gevolgen ervan voor de duur van opzoekingen aan de hand van het nummer van de visumsticker in combinatie met de verificatie van de vingerafdrukken van de visumhouder, alsmede over de vraag of de verwachte duur van een dergelijke opzoeking buitensporige wachttijden aan de doorlaatposten aan de grenzen meebrengt. De Commissie legt deze evaluatie voor aan het Europees Parlement en de Raad. Op basis van die evaluatie kunnen het Europees Parlement en de Raad de Commissie verzoeken om, indien nodig, passende wijzigingen van deze verordening voor te stellen.

6. De lidstaten verstrekken de beheersautoriteit en de Commissie de informatie die nodig is om de in de leden 3, 4 en 5 bedoelde verslagen op te stellen.

7. De beheersautoriteit verstrekt de Commissie de informatie die nodig is om de in lid 4 bedoelde algemene evaluaties op te stellen.

8. Gedurende een overgangsperiode die voorafgaat aan de aanvang van de werkzaamheden van de beheersautoriteit, is de Commissie verantwoordelijk voor het opstellen en voorleggen van de in lid 3 bedoelde verslagen.

2.2.Beheers- en controlesysteem

2.2.1.Mogelijke risico's

1. Problemen met de technische ontwikkeling van het systeem.

Aanpassingen aan het VIS kunnen aanvullende wijzigingen van interfaces voor belanghebbenden nodig maken. De lidstaten beschikken over nationale IT-systemen die in technisch opzicht van elkaar verschillen. Bovendien kunnen de grenscontroleprocedures variëren naargelang de plaatselijke omstandigheden. Ook moeten de integratie van de nationale uniforme interfaces (NUI) volledig in overeenstemming zijn met de centrale vereisten.

Er blijft een risico aanwezig dat de lidstaten op verschillende wijze uitvoering geven aan technische en juridische aspecten van het VIS, als gevolg van onvoldoende coördinatie tussen het centrale en het nationale niveau. Het NUI-concept zou dat risico moeten beperken.

2. Moeilijkheden met de tijdige ontwikkeling van het systeem

Op basis van ervaringen met de ontwikkeling van het VIS en het SIS II mag er nu al van worden uitgegaan dat de tijdige aanpassing van het systeem door een externe contractant cruciaal zal zijn voor de succesvolle tenuitvoerlegging van de aanpassing van het VIS. Als kenniscentrum op het gebied van de ontwikkeling en het beheer van grootschalige IT-systemen zal eu-LISA ook bevoegd zijn voor het toekennen en beheren van opdrachten.

3. Problemen voor de lidstaten:

Besprekingen met de lidstaten over het afstemmen van de nationale systemen op de centrale vereisten kunnen leiden tot vertragingen bij de ontwikkeling. Dit risico kan deels worden opgevangen door vroegtijdig een beroep te doen op de lidstaten zodat tijdig maatregelen kunnen worden genomen.

2.2.2.Informatie over het ingestelde systeem voor interne controle

eu-LISA is verantwoordelijk voor de centrale onderdelen van het VIS. Om het gebruik van het VIS voor het analyseren van trends op het gebied van migratiedruk, grensbeheer en strafbare feiten beter te monitoren, moet eu-LISA een geavanceerde capaciteit kunnen ontwikkelen voor statistische rapportage aan de lidstaten en de Commissie.

De rekeningen van eu-LISA worden ter goedkeuring voorgelegd aan de Rekenkamer en worden onderworpen aan de kwijtingsprocedure. De Interne Auditdienst van de Commissie zal de audits uitvoeren in samenwerking met de interne controleur van eu-LISA.

2.2.3.Raming van de kosten en baten van de controles en evaluatie van het verwachte foutenrisico

n.v.t.

2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden

Vermeld de bestaande en geplande preventie- en beschermingsmaatregelen.

De fraudebestrijdingsmaatregelen staan in artikel 35 van Verordening (EU) nr. 1077/2011 en houden het navolgende in.

1. Met het oog op de bestrijding van fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten is Verordening (EG) nr. 1073/1999 van toepassing.

2. Het Agentschap treedt toe tot het Interinstitutioneel Akkoord betreffende de interne onderzoeken verricht door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en stelt onverwijld de dienovereenkomstige voorschriften vast, die op alle personeelsleden van het Agentschap van toepassing zijn.

3. In de financieringsbesluiten en de uitvoeringsovereenkomsten en -instrumenten die uit die besluiten voortvloeien, wordt uitdrukkelijk bepaald dat de Rekenkamer en OLAF, indien nodig, tot controle ter plaatse kunnen overgaan bij de begunstigden van de middelen van het Agentschap en bij de tussenpersonen die deze middelen verdelen.

Overeenkomstig deze bepaling heeft de raad van bestuur van het Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht op 28 juni 2012 een besluit vastgesteld over de voorwaarden voor interne onderzoeken in verband met het voorkomen van fraude, corruptie en alle andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Europese Unie worden geschaad.

De strategie voor fraudepreventie en -opsporing van DG HOME zal van toepassing zijn.

3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

3.1.Rubriek(en) van het meerjarige financiële kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven

·Bestaande begrotingsonderdelen

In volgorde van de rubrieken van het meerjarige financiële kader en de begrotingsonderdelen.

Rubriek van het meerjarige financiële kader:

Begrotingsonderdeel

Soort krediet

Bijdrage

Nummer
[Omschrijving………………………...……………]

GK/ NGK 82 .

van EVA-landen 83

van kandidaat-lidstaten 84

van derde landen

in de zin van artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement

[XX.YY.YY.YY]

GK/ NGK

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

·Te creëren nieuwe begrotingsonderdelen

In volgorde van de rubrieken van het meerjarige financiële kader en de begrotingsonderdelen.

Rubriek van het meerjarige financiële kader:

Begrotingsonderdeel

Soort krediet

Bijdrage

Aantal [3]

[RubriekVeiligheid en burgerschap]

GK/ NGK

van EVA-landen

van kandidaat-lidstaten

van derde landen

in de zin van artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement

3

Onderdeel Fonds voor grensbeheer van het MFK 2021-2027

Gespl.

NEE

NEE

JA

NEE

3

Rubriek 5 Veiligheid en defensie, cluster 12 Veiligheid - Europol

Gespl.

NEE

NEE

NEE

NEE

3

Rubriek 4 (cluster 11 Grensbeheer) – Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (eu-LISA) van het MFK 2021-2027

Gespl.

NEE

NEE

JA

NEE

3

Rubriek 4 (cluster 11 Grensbeheer) – Europees Grens- en kustwachtagentschap (Frontex) van het MFK 2021-2027

Gespl.

NEE

NEE

JA

NEE

3.2.Geraamde gevolgen voor de uitgaven

3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de uitgaven

in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

Rubriek van het meerjarige financiële kader
 

3

Veiligheid en burgerschap

DG HOME 

Jaar  

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

TOTAAL

Onderdeel Fonds voor grensbeheer (18.0201XX) van het MFK 2014-2020

Vastleggingen

18,000

13,500

13,500

0,000

0,000

0,000

0,000

45,000

Onderdeel Fonds voor grensbeheer (18.0201XX) van het MFK 2014-2020 

Betalingen

9,000

11,250

13,275

7,088

3,375

1,013

0,000

45,000

TOTAAL kredieten

voor DG HOME

Vastleggingen

18,000

13,500

13,500

0,000

0,000

0,000

0,000

45,000

Betalingen

9,000

11,250

13,275

7,088

3,375

1,013

0,000

45,000

Deze uitgaven zullen kosten dekken met betrekking tot:

- bijdragen aan de lidstaten voor de ontwikkeling en uitvoering van specifieke maatregelen op nationaal niveau om de migratieautoriteiten die op het grondgebied verblijfsvergunningen afgeven, aan het VIS te koppelen, voor de ontwikkeling van de nationale functie voor het uitvoeren van automatische zoekopdrachten aan de hand van andere databanken, voor het uitvoeren van de maatregelen voor het nemen van vingerafdrukken van aanvragers jonger dan 6 jaar, voor het opslaan van kopieën van reisdocumenten, voor het voorbereiden van nationale interfaces voor het centrale VIS-register voor rapportage en statistieken en voor de uitvoering van maatregelen inzake gegevenskwaliteit.

- van de bijdragen aan de lidstaten wordt een raming uitgevoerd op basis van de middelen die de lidstaten in het verleden uit het ISF hebben uitgegeven voor de uitvoering van verschillende onderdelen van het VIS. Een bedrag van ruwweg 700 000 euro per lidstaat is nodig om de huidige capaciteit van de nationale interfaces, die momenteel nodig is voor visa voor kort verblijf, te verhogen om ook gegevens inzake visa voor verblijf van langere duur en verblijfsvergunningen te kunnen uitwisselen (er worden 22 miljoen aanvragen verwacht, terwijl de huidige capaciteit van het VIS voor visa voor kort verblijf op 52 miljoen aanvragen ligt – ter vergelijking: de lidstaten geven gemiddeld 800 000 euro per jaar uit aan terugkerende VIS-activiteiten).

Oude post 18.02.XX – Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol)

 Jaar 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

TOTAAL

Personeelsuitgaven

Vastleggingen

 

 

0,148

0,370

0,370

0,370

0,370

1,628

 

Betalingen

 

 

0,148

0,370

0,370

0,370

0,370

1,628

Operationele uitgaven

Vastleggingen

7,000

7,000

6,000

2,000

2,000

2,000

2,000

28,000

 

Betalingen

7,000

7,000

6,000

2,000

2,000

2,000

2,000

28,000

TOTAAL kredieten

voor Europol

Vastleggingen

7,000

7,000

6,148

2,370

2,370

2,370

2,370

29,628

Betalingen

7,000

7,000

6,148

2,370

2,370

2,370

2,370

29,628

Deze uitgaven zullen kosten dekken met betrekking tot:

- de ontwikkeling van een geautomatiseerd systeem voor de identificatie van vingerafdrukken (AFIS) waarmee vingerafdrukken/gezichtsopnamen kunnen worden gecontroleerd aan de hand van biometrische Europol-gegevens. Het AFIS moet dezelfde responstijd hebben als het VIS (~10 minuten), om vertraging bij de behandeling van visumaanvragen te voorkomen. De raming van de kosten voor de ontwikkeling van het AFIS is gebaseerd op de ervaring met de ontwikkeling van het VIS/AFIS door eu-LISA, waarbij de eerste uitvoering 30 miljoen euro heeft gekost (cijfers van 2006) en de uitbreiding van het gegevensvolume 10 miljoen euro. Europol-gegevens nemen een derde van de VIS-capaciteit in en vertegenwoordigen derhalve 13 miljoen euro. Er moet rekening worden gehouden met de huidige marktprijzen (systemen zijn duurder geworden door een toename van de vraag en een daling van de concurrentie), alsook met de groei van het Europol-systeem tegen 2021, wanneer met de ontwikkeling van het AFIS zal worden gestart, en de daarmee verband houdende kosten.

- er is personeel nodig voor de manuele verificatie van gegevens wanneer er treffers zijn met Europol-gegevens (deskundigen op het gebied van vingerafdrukken). Aangezien er momenteel binnen Europol geen dergelijke functie bestaat (omdat het systeem van automatische controles door dit voorstel wordt geïntroduceerd), moet hierin worden voorzien. Het aantal deskundigen op het gebied van vingerafdrukken is berekend op basis van een raming van de werklast voor naar verwachting 0,1% treffers aan de hand van biometrische Europol-gegevens van 16 miljoen aanvragers per jaar, d.w.z. 16 000 gevallen van verificatie per jaar of 44 gevallen per dag; een deskundige zou circa acht zaken per dag kunnen behandelen, wat betekent dat er vier personen nodig zouden zijn. Er worden vijf deskundigen voorgesteld, omdat er een beschikbaarheid van 7 dagen per week en 24 uur per dag moet worden gegarandeerd (aangezien het VIS dag en nacht functioneert en de consulaten wereldwijd op elk moment van de dag aanvragen kunnen doorsturen).

Oude rubriek 18.02.XX – Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (eu-LISA) van het MFK 2014-2020

 Jaar 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

TOTAAL

Personeelsuitgaven

Vastleggingen

0,942

1,376

1,302

0,651

0,286

0,286

0,286

5,129

 

Betalingen

0,942

1,376

1,302

0,651

0,286

0,286

0,286

5,129

Operationele uitgaven

Vastleggingen

16,244

28,928

28,343

6,467

6,510

6,562

6,624

99,678

 

Betalingen

16,244

28,928

28,343

6,467

6,510

6,562

6,624

99,678

TOTAAL kredieten

voor eu-LISA

Vastleggingen

17,186

30,304

29,645

7,118

6,796

6,848

6,910

104,807

Betalingen

17,186

30,304

29,645

7,118

6,796

6,848

6,910

104,807

Deze uitgaven zullen kosten dekken met betrekking tot:

- de ontwikkeling van alle IT-onderdelen van het voorstel, d.w.z. aanpassing van het bestaande systeem voor de opname van kopieën van reisdocumenten, uitbreiding van de capaciteit van het systeem om grotere volumes vingerafdrukgegevens op te slaan, aanpassing van het systeem om de opslag van visa voor verblijf van langere duur en verblijfsdocumenten mogelijk te maken, ontwikkeling van software voor automatische controles aan de hand van andere databanken, ontwikkeling van een centrale functie voor gegevenskwaliteit, ontwikkeling van de ondersteuning voor gezichtsherkenningssysteem en voor zoekopdrachten met latente vingerafdrukken, de integratie van VISMail in het VIS, de ontwikkeling van een centraal VIS-register voor rapportage en statistieken en bevordering van de capaciteit van het centrale VIS voor monitoring van de goede werking en beschikbaarheid (uitvoering van het actief/actief-systeem voor het VIS). De berekeningen voor ieder onderdeel van de operationele uitgaven zijn gebaseerd op kostenramingen uit drie studies die gebruikt zijn voor de effectbeoordeling van deze maatregel ("VIS developments" door eu-LISA, de studie van Ecorys over het verlagen van de leeftijd voor het nemen van vingerafdrukken van kinderen en het opnemen van een kopie van paspoorten in het centrale VIS en de studie van PwC over een centraal register voor gegevens met betrekking tot verblijf voor langere duur).

- er moet tijdelijk personeel worden aangeworven voor de ontwikkelingsfase, en na deze fase moeten twee tijdelijke functionarissen aangeworven blijven, omdat het beheer van het systeem voor een hogere werklast zal zorgen zodra het VIS is uitgebreid met nieuwe gegevens (gegevens inzake documenten voor verblijf van langere duur en hun houders) en voor nieuwe toegang (Europees Grens- en kustwachtagentschap) en een nieuwe functie, en er derhalve meer behoefte zal zijn aan monitoring, onderhoud en beveiliging.

- ingebruikneming van het bijgewerkte VIS.

Oude post 18.02.XX – Europees Grens- en kustwachtagentschap (Frontex) van het MFK 2014-2020

Jaar 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

TOTAAL

Operationele uitgaven

Vastleggingen

0,730

0,380

0,200

0,200

0,200

0,200

0,200

2,110

 

Betalingen

0,730

0,380

0,200

0,200

0,200

0,200

0,200

2,110

TOTAAL kredieten

voor het Europees Grens- en kustwachtagentschap

Vastleggingen

0,730

0,380

0,200

0,200

0,200

0,200

0,200

2,110

Betalingen

0,730

0,380

0,200

0,200

0,200

0,200

0,200

2,110

Deze uitgaven zullen kosten dekken met betrekking tot:

- de invoering van toegang tot het VIS voor het Europees Grens- en kustwachtagentschap, via een centraal toegangspunt, zodat het personeel dat betrokken is bij met terugkeer verband houdende operaties of de ondersteuning van migratiebeheer, toegang heeft tot het VIS en zoekopdrachten kan uitvoeren.

Wanneer het voorstel/initiatief gevolgen heeft voor meerdere rubrieken

TOTAAL kredieten
voor alle RUBRIEKEN
van het meerjarige financiële kader
(referentiebedrag)

Vastleggingen

42,916

51,184

49,493

9,688

9,366

9,418

9,480

181,545

Betalingen

33,916

48,934

49,268

16,775

12,741

10,430

9,480

181,545

Rubriek van het meerjarige financiële
kader

7

Administratieve uitgaven

DG HOME

Jaar 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

TOTAAL

Personele middelen 85

Vastleggingen

0,074

0,074

0,074

0,037

0

0

0

0,259

 

Betalingen

0,074

0,074

0,074

0,037

0

0

0

0,259

Andere administratieve uitgaven

Vastleggingen

 

Betalingen

TOTAAL kredieten

voor RUBRIEK 7 van het meerjarige financiële kader

Vastleggingen

0,074

0,074

0,074

0,037

0

0

0

0,259

Betalingen

0,074

0,074

0,074

0,037

0

0

0

0,259

in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

Jaar 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

TOTAAL

TOTAAL kredieten
voor alle RUBRIEKEN

van het meerjarige financiële kader 

Vastleggingen

42,990

51,258

49,567

9,725

9,366

9,418

9,480

181,804

Betalingen

33,990

49,008

49,342

16,812

12,741

10,430

9,480

181,804

3.2.1.1.Samenvatting Europol

   Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig.

   Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

Europol

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Totaal

Ambtenaren

Arbeidscontractanten

0,148

0,370

0,370

0,370

0,370

1,628

Subtotaal

0,148

0,370

0,370

0,370

0,370

1,628

De begroting dekt het extra personeel dat nodig is voor de manuele verificatie van gegevens wanneer er treffers zijn met Europol-gegevens (deskundigen op het gebied van vingerafdrukken).

Europol

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

XX 01 02 01 (AC, END, INT van de "totale financiële middelen")

0

0

2

5

5

5

5

0

0

2

5

5

5

5

De raming is gebaseerd op de veronderstelling dat voor 16 miljoen aanvragers per jaar Europol-gegevens in 0,1% gevallen een treffer zullen opleveren, d.w.z. 16 000 gevallen van verificatie per jaar of 44 gevallen per dag; een vingerafdrukdeskundige zou circa acht gevallen per dag kunnen behandelen, wat betekent dat er vier personen nodig zouden zijn. Er worden vijf deskundigen voorgesteld, omdat er een beschikbaarheid van 7 dagen per week en 24 uur per dag moet worden gegarandeerd (aangezien het VIS dag en nacht functioneert en de consulaten wereldwijd op elk moment van de dag aanvragen kunnen doorsturen).

Bij de cijfers wordt ervan uitgegaan dat er enkel een beroep zal worden gedaan op arbeidscontractanten.

3.2.1.2.eu-LISA

   Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig.

   Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

eu-LISA

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Totaal

Personele middelen

0,942

1,376

1,302

0,651

0,286

0,286

0,286

5,129

Andere administratieve uitgaven

Subtotaal personele middelen
van het meerjarige financiële kader

0,942

1,376

1,302

0,651

0,286

0,286

0,286

5,129

eu-LISA 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)

4

6

6

3

2

2

2

Extern personeel 

XX 01 02 01 (AC, END, INT van de "totale financiële middelen")

5

7

6

3

TOTAAL voor eu-LISA

9

13

12

6

2

2

2

Vanaf januari 2021 zullen geleidelijk aan tijdelijke functionarissen en arbeidscontractanten (technische deskundigen) worden aangeworven, om tegen 2022, wanneer de ontwikkelingsactiviteiten op kruissnelheid zijn, tot 6 tijdelijke functionarissen en 7 arbeidscontractanten te komen. Er moet vanaf begin 2021 al een aantal personeelsleden beschikbaar zijn, zodat de ontwikkelingsfase van drie jaar tijdig van start kan gaan en de volledige, nieuwe functie tegen 2024 operationeel kan worden. De middelen zullen worden besteed aan het beheer van projecten en contracten en aan de ontwikkeling en het testen van het systeem.

Na de ontwikkelingsfase moeten twee tijdelijke functionarissen aangeworven blijven, omdat het beheer van het systeem voor een hogere werklast zal zorgen zodra het VIS is uitgebreid met nieuwe gegevens (gegevens inzake documenten voor verblijf van langere duur en hun houders) en voor nieuwe toegang (Europees Grens- en kustwachtagentschap) en een nieuwe functie, en er derhalve meer personeel nodig zal zijn voor monitoring, onderhoud en beveiliging van het systeem.

De geraamde personeelsbehoeften in het voorstel omvatten het extra personeel dat bovenop de basispersoneelsbezetting komt en het extra personeel in het kader van andere voorstellen (met name inzake interoperabiliteit).

Van alle wijzigingen van het VIS die in dit voorstel zijn opgenomen, zijn er vier elementen die bijzonder relevant zijn, aangezien zij nieuwe functies toevoegen aan het huidige VIS (i.p.v. bestaande functies uitbreiden): opname van kopieën van reisdocumenten, een lagere leeftijd voor het nemen van vingerafdrukken, opname van reisdocumenten en visa voor verblijf van langere duur in het VIS en invoering van automatische veiligheidscontroles.

Uit de eerste tabel blijkt dat wordt aangenomen dat de opname van reisdocumenten en het verlagen van de leeftijd voor het nemen van vingerafdrukken binnen 18 maanden resultaten zal opleveren. De laatste twee projecten zijn veel omvangrijker en vereisen een eigen projectorganisatie. De resultaten van deze projecten worden derhalve binnen een termijn van drie jaar verwacht.

Voor ieder project wordt aangenomen dat het door een externe contractant zal worden uitgevoerd, die door personeel van eu-LISA zal worden gestuurd. Aangezien de projecten naar verwachting in de periode 2020-2023 zullen worden uitgevoerd, kan er niet van worden uitgegaan dat bestaande middelen zullen kunnen worden gebruikt, omdat eu-LISA bovenop zijn verantwoordelijkheden voor het onderhouden en beheren van bestaande systemen al een groot aantal projecten moet uitvoeren.

Voor ieder project wordt een team toegevoegd voor de ontwikkelingsfase. De omvang en samenstelling van het team zijn gebaseerd op een vergelijking met andere projecten en zijn aangepast aan de kenmerken van ieder systeem: het toevoegen van visa voor verblijf van langere duur en verblijfsvergunningen is databankintensief werk, terwijl bij de veiligheidscontroles in vergelijking meer focus ligt op transacties.    
In het eerste jaar na de voltooiing van de ontwikkeling, wordt het ontwikkelingsteam met de helft gereduceerd, om de overgang te maken naar onderhoud/operaties. Voor onderhoud en operaties worden twee personeelsleden toegevoegd, omdat de toevoeging van visa voor verblijf van langere duur en verblijfsvergunningen de groep eindgebruikers sterk vergroot, waardoor er meer verzoeken tot wijziging en interventie zullen zijn.

Van het totale aantal vereiste personeelsleden zal tijdens de ontwikkelingsfase de helft als tijdelijke functionaris worden aangeworven en de andere helft als arbeidscontractant. Voor de onderhoudsfase is het gunstig om kennis binnen de organisatie te houden en wordt er derhalve enkel een beroep gedaan op tijdelijke functionarissen.

 

 

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

 

Ontwikkeling/operaties

 

 

 

 

 

 

 

 

Reisdocumenten

 

 

 

 

 

 

 

 

Vingerafdrukken

 

 

 

 

 

 

 

 

Verblijfsdocumenten

 

 

 

 

 

 

 

 

Veiligheidscontroles

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Opname van een kopie van het reisdocument in het VIS

 

 

 

 

 

 

 

 

 Projectmanager/solutionarchitect

1

0,5

 

 

 

 

 

1,5

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Lagere leeftijd voor het nemen van vingerafdrukken

 

 

 

 

 

 

 

 

 Projectmanager/solutionarchitect

1

0,5

 

 

 

 

 

1,5

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Opname van verblijfsdocumenten en visa voor verblijf van langere duur in het VIS

 

 

 

 

 

 

 

 

Projectmanager

1

1

1

0,5

 

 

 

3,5

Solutionarchitect

1

1

1

0,5

 

 

 

3,5

Databankontwerper

1

1

1

0,5

 

 

 

3,5

Applicatiebeheerder

1

1

1

0,5

 

 

 

3,5

Systeemtests

 

3

3

1

1

1

1

10

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Automatische veiligheidscontroles

 

 

 

 

 

 

 

 

Projectmanager

1

1

1

0,5

 

 

 

3,5

Solutionarchitect

1

1

1

0,5

 

 

 

3,5

Databankontwerper

0,5

0,5

0,5

0,5

 

 

 

2

Applicatiebeheerder

0,5

0,5

0,5

0,5

 

 

 

2

Systeemtests

 

2

2

1

1

1

1

8

Tijdelijke functionaris

4

6

6

3

2

2

2

25

Arbeidscontractant

5

7

6

3

 

 

 

21

TOTAAL

9

13

12

6

2

2

2

46

3.2.2.Geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten

3.2.2.1.DG HOME: samenvatting

   Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig

   Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

TOTAAL

RUBRIEK 7
van het meerjarige financieel kader

Personele middelen

0,074

0,074

0,074

0,037

0

0

0

0,259

Andere administratieve uitgaven

Subtotaal RUBRIEK 7
van het meerjarige financiële kader

0,074

0,074

0,074

0,037

0

0

0

0,259

Totaal

0,074

0,074

0,074

0,037

0

0

0

0,259

Er zijn geen kosten buiten rubriek 7.

3.2.2.2.Geraamde personeelsbehoeften

   Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig.

   Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

Raming in voltijdequivalenten

DG HOME 86  

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Extern personeel 87

XX 01 02 01 (AC, END, INT van de "totale financiële middelen")

1

1

1

0,5

TOTAAL voor DG HOME

1

1

1

0,5

 

 

 

Arbeidscontractanten moeten worden aangeworven voor de voorbereiding van de uitvoering van de maatregelen waarin dit voorstel voorziet, zoals die welke verband houden met de voorbereiding van uitvoeringshandelingen en de lancering van overheidsopdrachten.

3.2.3.Verenigbaarheid met het huidige meerjarige financiële kader

x    Het voorstel/initiatief is verenigbaar met het huidige meerjarige financiële kader Indien het voorstel wordt aangenomen vóór het volgende financieel kader, zullen de vereiste middelen (die op 1,5 miljoen euro worden geraamd), uit de begrotingslijn ISF-Grenzen en visa worden gefinancierd.

   Het voorstel/initiatief vergt herprogrammering van de betrokken rubriek van het meerjarige financiële kader.

Zet uiteen welke herprogrammering nodig is, onder vermelding van de betrokken begrotingsonderdelen en de desbetreffende bedragen.

   Het voorstel/initiatief vergt toepassing van het flexibiliteitsinstrument of herziening van het meerjarige financiële kader.

Zet uiteen wat nodig is, onder vermelding van de betrokken rubrieken en begrotingsonderdelen en de desbetreffende bedragen.

3.2.4.Bijdragen van derden

Het voorstel/initiatief voorziet niet in medefinanciering door derden

Het voorstel/initiatief voorziet in medefinanciering, zoals hieronder wordt geraamd:

Kredieten in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

Jaar
N

Jaar
N+1

Jaar
N+2

Jaar
N+3

invullen: zoveel jaren als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

Totaal

Medefinancieringsbron 

TOTAAL medegefinancierde kredieten



3.3.Geraamde gevolgen voor de ontvangsten

   Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten.

   Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen:

   voor de eigen middelen

   voor de diverse ontvangsten

in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

Begrotingsonderdeel voor ontvangsten:

Voor het lopende begrotingsjaar beschikbare kredieten

Gevolgen van het voorstel/initiatief 88

Jaar
N

Jaar
N+1

Jaar
N+2

Jaar
N+3

Invullen: zoveel jaren als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

Artikel ………….

Voor de diverse ontvangsten die worden "toegewezen", vermeld het (de) betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven.

Vermeld de wijze van berekening van de gevolgen voor de ontvangsten.

(1)    Zoals opgericht bij Verordening (EG) nr. 767/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 (VIS-verordening), PB L 218 van 13.8.2008, blz. 60.
(2)    COM(2018) 251 final.
(3)    Het gemeenschappelijk visumbeleid bestaat uit een reeks geharmoniseerde voorschriften inzake diverse aspecten: (i) de gemeenschappelijke “visumlijsten” van landen waarvan de onderdanen een visum nodig hebben om naar de EU te reizen, en van landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld; (ii) de Visumcode met de procedures en voorwaarden voor de afgifte van visa voor kort verblijf; (iii) het uniforme model voor de visumsticker; en iv) het Visuminformatiesysteem (VIS), waarin alle visumaanvragen en de desbetreffende beslissingen van de lidstaten worden geregistreerd, met inbegrip van de persoonsgegevens, foto’s en vingerafdrukken van de aanvragers.
(4)    Verordening (EG) nr. 810/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot vaststelling van een gemeenschappelijke visumcode (Visumcode), PB L 243 van 15.9.2009.
(5)    COM(2017) 570 final.
(6)    COM(2018) 252 final van 14 maart 2018.
(7)    COM(2017) 793 final.
(8)    Verordening (EU) 2017/2226 van 30 november 2017 tot instelling van een inreis-uitreissysteem (EES), PB L 327 van 9.12.2017, blz. 20.
(9)    De deskundigengroep op hoog niveau werd in juni 2017 door de Commissie opgericht als adviesorgaan voor de verbetering van de EU-architectuur voor gegevensbeheer op het gebied van grenstoezicht en veiligheid. Het eindverslag van de groep is op 11 mei 2017 vastgesteld.
(10)     http://ec.europa.eu/transparency/regexpert/index.cfm?do=groupDetail.groupDetailDoc&id=32600  
(11)     http://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-10151-2017-INIT/nl/pdf  
(12)     https://ec.europa.eu/home-affairs/sites/homeaffairs/files/docs/pages/201709_ibm_feasibility_study_final_report_en.pdf  
(13)    Ondersteunende studie ''Legal analysis on the necessity and proportionality of extending the scope of the Visa Information System (VIS) to include data on long stay visas and residence documents'' (2018).
(14)    COM (2016) 655.
(15)    COM (2018) 212 final.
(16)    Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1612/68 en tot intrekking van de Richtlijnen 64/221/EEG, 68/360/EEG, 72/194/EEG, 73/148/EEG, 75/34/EEG, 75/35/EEG, 90/364/EEG, 90/365/EEG en 93/96/EEG (PB L 158 van 30.4.2004, blz. 77).
(17)    COM(2017) 570 final.
(18)    COM(2015) 185 final.
(19)    COM(2018) 251 final.
(20)    COM(2016) 655, SWD(2016) 327 en SWD(2016) 328.
(21)    SWD(2018) 195.
(22)    Op grond van artikel 16 van Verordening (EG) nr. 767/2008 is VISMail een mechanisme voor uitwisseling van informatie en voor raadpleging tussen centrale autoriteiten van de lidstaten, op basis van VIS-infrastructuur.
(23)    De deskundigengroep op hoog niveau is in juni 2017 door de Commissie opgericht als adviesorgaan voor de verbetering van de EU-architectuur voor gegevensbeheer op het gebied van grenstoezicht en veiligheid. Het eindverslag van de groep is op 11 mei 2017 vastgesteld.
(24)    Bv. visa voor verblijf van langere duur en verblijfsdocumenten (waaronder verblijfsvergunningen en verblijfskaarten).
(25)

   De databank voor gestolen of verloren reisdocumenten (SLTD) en de databank voor reisdocumenten met signaleringen (TDAWN) van Interpol bevatten informatie over reisdocumenten die verband houden met personen die bij Interpol gesignaleerd staan.

(26)    JRC (2013). Fingerprint Recognition for Children.
(27)    "Automatic fingerprint recognition: from children to elderly" (2018 – JRC).
(28)    ''Feasibility and implications of lowering the fingerprinting age for children and on storing a scanned copy of the visa applicant's travel document in the Visa Information System (VIS)'' (2018).
(29)    Aangewezen autoriteiten kunnen op grond van de verordening de volgende gegevens van het visumaanvraagdossier doorgeven: voornaam, familienaam en vroegere familienaam (indien van toepassing); geslacht, datum, plaats en land van geboorte; huidige nationaliteit en nationaliteit bij de geboorte; soort en nummer van het reisdocument, de autoriteit die het heeft afgegeven, de datum van afgifte van het document en de datum waarop de geldigheidstermijn ervan verstrijkt; verblijfplaats; in geval van minderjarigen: achternaam en voornamen van de vader en de moeder van de aanvrager.
(30)     EMN Ad-Hoc Query on COM AHQ on Member States’ Experiences with the use of the Visa Information System (VIS) for Return Purposes . Door de Commissie aangevraagd op 18 maart 2016. Er werden 24 antwoorden ontvangen.
(31)    Conclusies van de Raad van 8 juni 2017 over de verdere stappen voor het verbeteren van de informatie-uitwisseling en het waarborgen van de interoperabiliteit van de EU-informatiesystemen (ST/10151/17); conclusies van juni 2016 inzake een routekaart voor het verbeteren van informatie-uitwisseling en informatiebeheer (9368/1/16 REV 1).
(32)    Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).
(33)    Verordening (EU) nr. 1053/2013 van de Raad van 7 oktober 2013 betreffende de instelling van een evaluatiemechanisme voor de controle van en het toezicht op de toepassing van het Schengenacquis en houdende intrekking van het besluit van 16 september 1998 tot oprichting van de Permanente Schengenbeoordelings- en toepassingscommissie, PB L 295 van 6.11.2013, blz. 27.
(34)    ECLI:EU:C:2010:631.
(35)    PB L 176 van 10.7.1999, blz. 36.
(36)    PB L 53 van 27.2.2008, blz. 52.
(37)    PB L 160 van 18.6.2011, blz. 19.
(38)    Besluit nr. 565/2014/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 tot instelling van een vereenvoudigde regeling voor de controle van personen aan de buitengrenzen, gebaseerd op de eenzijdige erkenning door Bulgarije, Kroatië, Cyprus en Roemenië van bepaalde documenten als gelijkwaardig met hun nationale visa voor de doorreis over hun grondgebied of een voorgenomen verblijf op hun grondgebied van ten hoogste 90 dagen binnen een periode van 180 dagen en tot intrekking van de Beschikkingen nr. 895/2006/EG en nr. 582/2008/EG (PB L 157 van 27.5.2014, blz. 23).
(39)    PB C [...] van [...], blz. [...].
(40)    PB C [...] van [...], blz. [...].
(41)    Beschikking 2004/512/EG van de Raad van 8 juni 2004 betreffende het opzetten van het Visuminformatiesysteem (VIS) (PB L 213 van 15.6.2004, blz. 5).
(42)    Verordening (EG) nr. 767/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende het Visuminformatiesysteem (VIS) en de uitwisseling tussen de lidstaten van gegevens op het gebied van visa voor kort verblijf (VIS-verordening) (PB L 218 van 13.8.2008, blz. 60).
(43)    Verordening (EG) nr. 810/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot vaststelling van een gemeenschappelijke visumcode (Visumcode) (PB L 243 van 15.9.2009, blz. 1).
(44)    Besluit 2008/633/JBZ van de Raad van 23 juni 2008 over de toegang tot het Visuminformatiesysteem (VIS) voor raadpleging door aangewezen autoriteiten van de lidstaten en door Europol, met het oog op het voorkomen, opsporen en onderzoeken van terroristische misdrijven en andere ernstige strafbare feiten (PB L 218 van 13.8.2008, blz. 129).
(45)    Verordening (EU) nr. 604/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend (PB L 180 van 29.6.2013, blz. 31).
(46)    COM(2016) 205 final.
(47)    Routekaart voor het verbeteren van informatie-uitwisseling en informatiebeheer op het gebied van justitie en binnenlandse zaken (9368/1/16 REV 1).
(48)    Conclusies van de Raad over de verdere stappen voor het verbeteren van de informatie-uitwisseling en het waarborgen van de interoperabiliteit van de EU-informatiesystemen (10151/17).
(49)    ''Integrated Border Management (IBM) – Feasibility Study to include in a repository documents for Long-Stay visas, Residence and Local Border Traffic Permits'' (2017).
(50)    ''Legal analysis on the necessity and proportionality of extending the scope of the Visa Information System (VIS) to include data on long stay visas and residence documents'' (2018).
(51)    COM(2017) 558 final, blz. 15.
(52)    COM(2018) 251 final.
(53)    Fingerprint Recognition for Children (2013 - EUR 26193).
(54)    "Automatic fingerprint recognition: from children to elderly" (2018 – JRC).
(55)    ''Feasibility and implications of lowering the fingerprinting age for children and on storing a scanned copy of the visa applicant's travel document in the Visa Information System (VIS)'' (2018).
(56)    Verordening (EU) 2016/794 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en tot vervanging en intrekking van de Besluiten 2009/371/JBZ, 2009/934/JBZ, 2009/935/JBZ, 2009/936/JBZ en 2009/968/JBZ van de Raad (PB L 135 van 24.5.2016, blz. 53).
(57)    Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).
(58)    Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing of de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en intrekking van het Kaderbesluit van de Raad 2008/977/JBZ (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 89).
(59)    Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven (PB L 348, 24.12.2008, blz. 98).
(60)    Verordening (EU) .../... van het Europees Parlement en de Raad [volledige titel] (PB L [...] van [...], blz. [...]).
(61)    Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1).
(62)    Besluit nr. 1105/2011/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de lijst van reisdocumenten waarmee de houder de buitengrenzen kan overschrijden en waarin een visum kan worden aangebracht en betreffende de invoering van een mechanisme voor het opstellen van deze lijst (PB L 287 van 4.11.2011, blz. 9).
(63)    Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1612/68 en tot intrekking van de Richtlijnen 64/221/EEG, 68/360/EEG, 72/194/EEG, 73/148/EEG, 75/34/EEG, 75/35/EEG, 90/364/EEG, 90/365/EEG en 93/96/EEG (PB L 158 van 30.4.2004, blz. 77). 
(64)    Besluit 2000/365/EG van de Raad van 29 mei 2000 betreffende het verzoek van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland deel te mogen nemen aan enkele van de bepalingen van het Schengenacquis (PB L 131 van 1.6.2000, blz. 43).
(65)    Besluit 2002/192/EG van de Raad van 28 februari 2002 betreffende het verzoek van Ierland deel te mogen nemen aan bepalingen van het Schengenacquis (PB L 64 van 7.3.2002, blz. 20).
(66)    PB L 176 van 10.7.1999, blz. 36.
(67)    Besluit 1999/437/EG van de Raad van 17 mei 1999 inzake bepaalde toepassingsbepalingen van de door de Raad van de Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen gesloten Overeenkomst inzake de wijze waarop deze twee staten worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (PB L 176 van 10.7.1999, blz. 31).
(68)    PB L 53 van 27.2.2008, blz. 52.
(69)    Besluit 2008/146/EG van de Raad van 28 januari 2008 betreffende de sluiting namens de Europese Gemeenschap van de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (PB L 53 van 27.2.2008, blz. 1).
(70)    Besluit 2008/149/JBZ van de Raad van 28 januari 2008 betreffende de sluiting namens de Europese Unie van de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (PB L 53 van 27.2.2008, blz. 50).
(71)    PB L 160 van 18.6.2011, blz. 21.
(72)    Besluit 2011/350/EU van de Raad van 7 maart 2011 betreffende de sluiting namens de Europese Unie van het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis betreffende de afschaffing van controles aan de binnengrenzen en het verkeer van personen (PB L 160 van 18.6.2011, blz. 19).
(73)    Besluit 2011/349/EU van de Raad van 7 maart 2011 betreffende de sluiting namens de Europese Unie van het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis, met name betreffende de justitiële samenwerking in strafzaken en de politiële samenwerking (PB L 160 van 18.6.2011, blz. 1).
(74)    Besluit (EU) 2017/1908 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende de inwerkingstelling van bepaalde bepalingen van het Schengenacquis inzake het Visuminformatiesysteem in de Republiek Bulgarije en in Roemenië (PB L 269 van 19.10.2017, blz. 39).
(75)    In de zin van artikel 54, lid 2, onder a) of b), van het Financieel Reglement.
(76)    Verordening (EU) 2017/2226 van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2017 tot instelling van een inreis-uitreissysteem (EES) voor de registratie van inreis- en uitreisgegevens en van gegevens over weigering van toegang ten aanzien van onderdanen van derde landen die de buitengrenzen overschrijden en tot vaststelling van de voorwaarden voor toegang tot het EES voor rechtshandhavingsdoeleinden en tot wijziging van de overeenkomst ter uitvoering van het te Schengen gesloten akkoord en Verordeningen (EG) nr. 767/2008 en (EU) nr. 1077/2011.
(77)    COM(2016) 731 van 16.11.2016.
(78)     COM(2017) 558 final .
(79)    COM(2018) 251.
(80)    COM(2018) 252.
(81)    Nadere gegevens over de beheersvormen en verwijzingen naar het Financieel Reglement zijn beschikbaar op BudgWeb: https://myintracomm.ec.europa.eu/budgweb/EN/man/budgmanag/Pages/budgmanag.aspx  
(82)    GK = gesplitste kredieten/NGK = niet-gesplitste kredieten.
(83)    EVA: Europese Vrijhandelsassociatie.
(84)    Kandidaat-lidstaten en, in voorkomend geval, potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan.
(85)    De benodigde kredieten voor personeel en andere administratieve uitgaven zullen worden gefinancierd uit de kredieten van het DG die reeds voor het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.
(86)    De benodigde kredieten voor personeel en andere administratieve uitgaven zullen worden gefinancierd uit de kredieten van het DG die reeds voor het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.
(87)    AC = Agent Contractuel (arbeidscontractant); AL = Agent Local (plaatselijk functionaris); END = Expert National Détaché (gedetacheerd nationaal deskundige); INT= Intérimaire (uitzendkracht); JED= Jeune Expert en Délégation (jonge deskundige in delegaties).
(88)    Voor traditionele eigen middelen (douanerechten en suikerheffingen) moeten nettobedragen worden vermeld, d.w.z. na aftrek van 25 % aan inningskosten.

Brussel,16.5.2018

COM(2018) 302 final

BIJLAGE

bij

de verordening van het Europees Parlement en de Raad

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 767/2008, Verordening (EG) nr. 810/2009, Verordening (EU) 2017/2226, Verordening (EU) 2016/399, Verordening XX/2018 [de interoperabiliteitsverordening] en Beschikking 2004/512/EG, en tot intrekking van Besluit 2008/633/JBZ van de Raad

{SEC(2018) 236 final}
{SWD(2018) 195 final}
{SWD(2018) 196 final}


BIJLAGE 2

Transponeringstabel

Besluit 2008/633/JBZ van de Raad

Verordening (EG) nr. 767/2008

Artikel 1

Onderwerp en toepassingsgebied

Artikel 1

Onderwerp en toepassingsgebied

Artikel 2

Definities

Artikel 4

Definities

Artikel 3

Aangewezen autoriteiten en centrale toegangspunten

Artikel 22 duodecies

Aangewezen autoriteiten van de lidstaten

Artikel 22 terdecies

Europol

Artikel 4

Procedure voor de toegang tot het VIS

Artikel 22 quaterdecies

Procedure voor toegang tot het VIS voor rechtshandhavingsdoeleinden

Artikel 5

Voorwaarden voor toegang tot het VIS door de aangewezen autoriteiten van de lidstaten

Artikel 22 quindecies

Voorwaarden voor toegang tot VIS-gegevens door de aangewezen autoriteiten van de lidstaten

Artikel 6

Voorwaarden voor toegang tot VIS-gegevens door aangewezen autoriteiten van een lidstaat ten aanzien waarvan Verordening (EG) nr. 767/2008 nog niet in werking is getreden

Artikel 22 novodecies

Voorwaarden voor toegang tot VIS-gegevens door aangewezen autoriteiten van een lidstaat ten aanzien waarvan deze verordening nog niet in werking is getreden

Artikel 7

Voorwaarden voor toegang tot VIS-gegevens door Europol

Artikel 22 septdecies

Procedure en voorwaarden voor toegang tot VIS-gegevens door Europol

Artikel 8

Bescherming van persoonsgegevens

Hoofdstuk VI

Rechten en toezicht op het gebied van gegevensbescherming

Artikel 9

Gegevensbeveiliging

Artikel 32

Gegevensbeveiliging

Artikel 10

Aansprakelijkheid

Artikel 33

Aansprakelijkheid

Artikel 11

Interne Controle

Artikel 35

Interne bewaking

Artikel 12

Sancties

Artikel 36

Sancties

Artikel 13

Opslag van VIS-gegevens in nationale bestanden

Artikel 30

Het bewaren van VIS-gegevens in nationale bestanden

Artikel 14

Recht van toegang, recht op verbetering en verwijdering van gegevens

Artikel 38

Recht van toegang, recht op rechtzetting en verwijdering van gegevens

Artikel 15

Kosten

n.v.t.

Artikel 16

Registratie

Artikel 22 octodecies

Loggen en documenteren

Artikel 17

Monitoring en evaluatie

Artikel 50

Monitoring en evaluatie