Brussel, 8.3.2018

COM(2018) 113 final

2018/0048(COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende Europese aanbieders van crowdfundingdiensten voor ondernemingen (ECSP)

(Voor de EER relevante tekst)

{SWD(2018) 56 final}
{SWD(2018) 57 final}


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel van het voorstel

De Commissie heeft vandaag een pakket maatregelen goedgekeurd om de kapitaalmarktenunie te verdiepen, samen met een Mededeling: "Voltooiing van de kapitaalmarktenunie tegen 2019 - Tijd om snel resultaten te boeken". Het pakket omvat onderhavig voorstel, alsook een voorstel voor een EU-machtigingskader inzake gedekte obligaties, een voorstel ter vergemakkelijking van de grensoverschrijdende distributie van beleggingsfondsen, een voorstel inzake het recht dat van toepassing is op de gevolgen voor derden van cessies van schuldvorderingen en een mededeling inzake het recht dat van toepassing is op de gevolgen voor de eigendom van transacties in effecten.

Dit initiatief maakt deel uit van de prioriteit van de Commissie om een kapitaalmarktenunie (KMU) tot stand te brengen, die tot doel heeft de toegang tot financiering voor innovatieve ondernemingen, startende ondernemingen en andere niet-beursgenoteerde ondernemingen te verruimen 1 .

De toegang tot financiering blijft voor deze ondernemingen momenteel moeilijk, vooral wanneer zij van de opstartfase naar de expansiefase overstappen, dit vanwege structurele informatieasymmetrieën. Overmatig gebruik van kortlopende bancaire kredietverlening is vaak duur. Bovendien worden de volumes van bancaire kredietverlening aan zowel startende ondernemingen als kleine en middelgrote ondernemingen sterk beïnvloed door de financiële crisis van 2008 en kunnen zij nog steeds moeilijk het niveau van voor de crisis bereiken, waardoor het gebrek aan financiële middelen in belangrijke mate bijdraagt tot het mislukken van startende ondernemingen. Deze problemen worden significant versterkt in lidstaten met minder ontwikkelde kapitaalmarkten en een minder ontwikkeld banksysteem.

Als een nieuwe vorm van door technologie ondersteunde financiële dienstverlening kan crowdfunding ertoe bijdragen dat beleggers beter worden gematcht met zakelijke projecten die financiering nodig hebben. Crowdfundingplatforms fungeren als intermediair tussen beleggers en bedrijven, waardoor beleggers gemakkelijker projecten waarin zij geïnteresseerd zijn kunnen identificeren en ondersteunen. Crowdfunding kan een belangrijke bron van niet-bancaire financiering worden en aldus bijdragen tot de overkoepelende doelstellingen van de KMU om een duurzamere financiële integratie en private beleggingen te ondersteunen ten behoeve van de banencreatie en economische groei. Crowdfunding wordt steeds meer een belangrijk onderdeel van de financieringsladder voor startende en jonge ondernemingen, meestal gefinancierd door familie, vrienden en eigen financiële middelen tot aan latere ontwikkelingsrondes waar risicokapitaal of zelfs private equity-fondsen zich gaan interesseren. Crowdfunding kan dus een alternatief bieden voor ongedekte bancaire kredietverlening, die momenteel de belangrijkste bronnen van externe financiering voor kleine en middelgrote ondernemingen vormt, vooral tijdens de beginperiode van hun activiteiten.

De diensten van de Commissie monitoren reeds enkele jaren de marktontwikkelingen op het gebied van crowdfunding. In een in 2014 gepubliceerde mededeling 2 en een werkdocument van de diensten van de Commissie van mei 2016 3 werd geconcludeerd dat er op dat moment geen sterke argumenten waren voor beleidsinterventie op EU-niveau. Intussen hebben de diensten van de Commissie zich geëngageerd om deze markt te monitoren en hebben zij sindsdien door middel van raadplegingen van belanghebbenden en externe studies significant bewijs verzameld over belemmeringen voor grensoverschrijdende activiteiten en de ontwikkeling van de interne markt. Bovendien heeft de voortdurende concentratie van de Europese crowdfundingsector in een paar lidstaten de noodzaak onderstreept om deze financieringsmethode ruimer beschikbaar te stellen ten behoeve van wie op zoek zijn naar financiële middelen en beleggers in alle lidstaten.

Onderhavig voorstel voert een Europees label in voor op deelneming in eigen vermogen en op kredietverlening gebaseerde crowdfundingplatforms, dat grensoverschrijdende activiteiten mogelijk maakt en beoogt risico's op evenredige wijze aan te pakken. Het voorstel beoogt de opschaling van crowdfundingdiensten op de interne markt te vergemakkelijken en daarmee de toegang tot financiering voor ondernemers, starters, doorgroeiers en kleine en middelgrote ondernemingen in het algemeen te bevorderen. Bijgevolg zijn op schenking en beloning gebaseerde crowdfunding uitgesloten van het toepassingsgebied van dit initiatief. Het opnemen van deze bedrijfsmodellen zou onevenredig zijn, aangezien zij geen betrekking hebben op financiële producten en gezien de informatieasymmetrieën die deze producten creëren. Bovendien geldt de EU-wetgeving inzake consumentenbescherming reeds voor op beloning gebaseerde crowdfunding met strikte regels om de consumenten te beschermen.

Onderhavig voorstel is niet van toepassing op de diensten die worden aangeboden aan projecteigenaren die kwalificeren als consumenten zoals gedefinieerd in artikel 3, onder a), van Richtlijn 2008/48/EG. Bijgevolg is het voorstel niet van toepassing op kredietverlening aan consumenten voor consumptiedoeleinden, aangezien dit geen zakelijke kredietverlening is en gedeeltelijk binnen het toepassingsgebied van de bestaande EU-wetgeving valt: i) met name wanneer een consument een lening voor persoonlijke consumptie ontvangt en buiten zijn beroepscapaciteit om opereert valt deze activiteit onder de werkingssfeer van de richtlijn consumentenkrediet; en ii) in geval van een consument die een lening ontvangt om een onroerend goed te kopen, valt deze activiteit onder de werkingssfeer van de richtlijn hypothecair krediet.

Onderhavig voorstel beoogt eveneens de positie van beleggers te versterken door hen de noodzakelijke informatie over crowdfunding te verstrekken inclusief informatie over de onderliggende risico's. Om het vertrouwen van beleggers in deze innovatieve diensten te ondersteunen, vereist onderhavig voorstel eveneens dat de aanbieders van crowdfundingdiensten over de noodzakelijke waarborgen beschikken om de kans dat risico's zich daadwerkelijk voordoen tot een minimum te beperken.

Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein

Tot dusver heeft de EU geen gerichte maatregelen genomen met betrekking tot het aanbieden van crowdfundingdiensten. Aanbieders van crowdfundingdiensten hebben hun bedrijfsmodellen aan zeer uiteenlopende nationale kaders aangepast en zijn afhankelijk van de tenuitvoerlegging van bestaande EU- en nationale regelingen door nationale bevoegde autoriteiten. De dynamische aard van bedrijfsmodellen en de uiteenlopende interpretaties van de bestaande EU-wetgeving in de verschillende lidstaten hebben geleid tot een grote verscheidenheid aan regelgevingskaders voor aanbieders van crowdfundingdiensten, variërend van geen regulering tot strikte toepassing van de regels inzake beleggersbescherming. Sommige lidstaten hebben tot nu toe nationale maatwerkregelingen voor crowdfunding ingevoerd, terwijl andere lidstaten vereisen dat crowdfundingplatforms een vergunning aanvragen en opereren volgens bestaande EU-kaders, zoals de richtlijn markten voor financiële instrumenten (MiFID II), de richtlijn betalingsdiensten (PSD) en de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen (AIFMD).

Het onderhavige voorstel voor een Europees rechtskader inzake crowdfunding is er niet op gericht in te grijpen in nationale maatwerkregelingen of bestaande vergunningen, inclusief die op grond van MiFID II, PSD of AIFMD, maar beoogt veeleer aanbieders van crowdfundingdiensten de mogelijkheid te bieden een EU-label aan te vragen waarmee zij hun activiteiten over heel Unie kunnen opschalen onder bepaalde voorwaarden.

Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie

Het voorstel beoogt de toegang tot financiering voor innovatieve ondernemingen, kleine en middelgrote ondernemingen en andere niet-beursgenoteerde ondernemingen te verruimen in lijn met de prioriteit van de Commissie om een KMU tot stand te brengen. Door platforms in staat te stellen hun activiteiten over de hele Europese markt op te schalen beoogt het voorstel startende ondernemingen en kleine en middelgrote ondernemingen toegang te bieden tot alternatieve bronnen van kapitaal, in lijn met andere initiatieven om de toegang tot financiering voor deze entiteiten te vergemakkelijken, zoals het kader voor Europese durfkapitaalfondsen.

Het initiatief maakt eveneens deel uit van het fintechactieplan van de Europese Commissie, dat bedoeld is om een beter inzicht te verwerven in en technologie mogelijk te maken ter ondersteuning van de financiëledienstensector. De financiëledienstensector is namelijk de grootste gebruiker van digitale technologieën en vormt een belangrijke aanjager van de digitale transformatie van onze samenleving. Deze nieuwe technologieën veranderen de manier waarop consumenten en bedrijven toegang hebben tot diensten en verbeteren de mogelijkheden om inzicht te verwerven in risico's en deze te meten. De Commissie streeft ernaar te opteren voor een meer op innovatie gerichte benadering van fintech door een regelgevingskader te bevorderen waarin innovatieve financiële diensten, producten en oplossingen in heel EU kunnen worden uitgerold in een veilige, financieel stabiele omgeving voor zowel beleggers als ondernemingen.

2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Rechtsgrondslag

De rechtsgrondslag voor dit voorstel is artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Op grond hiervan kunnen maatregelen voor de onderlinge aanpassing van nationale bepalingen worden vastgesteld die de instelling en de goede werking van de interne markt tot doel hebben.

Momenteel kan crowdfunding geen voordeel halen uit de interne markt door het ontbreken van een specifiek en coherent regelgevings- en toezichtstelsel. Sommige lidstaten passen het huidige kader voor financiële diensten toe op aanbieders van crowdfundingdiensten, terwijl andere toestaan dat zij buiten de regelgeving blijven en onder vrijstellingen opereren, voor zover relevant voor het specifieke bedrijfsmodel. Ondertussen implementeert een toenemend aantal lidstaten nationale maatwerkkaders om specifiek te voorzien in activiteiten voor crowdfunding.

De divergente kaders, regels en interpretaties van bedrijfsmodellen die worden toegepast op aanbieders van crowdfundingdiensten over heel Unie belemmeren aldus de potentiële opschaling van crowdfundingactiviteiten op EU-niveau. Grote verschillen in regelgevingsnormen en divergente toepassingsgebieden van de wetgeving van de lidstaten vormen een belemmering voor crowdfundingplatforms die hun activiteiten over heel EU opschalen, aangezien hun bedrijfsmodellen zouden moeten worden aangepast aan elke jurisdictie, vaak meerdere nationale vergunningen of registraties vereist zijn en naleving vereist is van divergente nationale wetten, onder andere op het gebied van publiciteit en consumentenbescherming. Dit leidt tot hoge kosten, juridische complexiteit en onzekerheid voor aanbieders van crowdfundingdiensten en zorgt voor onnodige marktfragmentatie en een gebrek aan schaalvoordelen en inconsequente benaderingen van transparantie en financiële risico's. Deze verschillen vormen een belemmering voor de totstandbrenging en de soepele werking van de interne markt.

Hierdoor wordt de capaciteit van crowdfundingplatforms om andere EU-markten buiten de nationale markt te penetreren beperkt en zijn er voor aanbieders van crowdfundingdiensten alleen financiële prikkels in grotere EU-landen met voldoende marktomvang. Hierdoor wordt op zijn beurt de capaciteit beperkt om een geïntegreerde interne EU-markt voor crowdfundingdiensten te ontwikkelen.

Tegelijk hebben beleggers beperkte toegankelijkheid en mogelijkheden om risico's op dezelfde manier te diversifiëren door het gebrek aan een interne markt. Er zijn belangrijke en innovatieve sectoren, zoals technologie, waarbij de geografische nabijheid niet de belangrijkste factor is om te beleggen, vandaar dat van een internationale beleggersbasis gebruik wordt gemaakt. Internationale beleggers hebben het moeilijk om toegang te verkrijgen tot Europese crowdfundingplatforms vanwege de hierboven opgemerkte grensoverschrijdende belemmeringen, ondanks de snelle groei van de binnenlandse markten. Als gevolg daarvan brengt de moeilijkheid voor beleggers om grensoverschrijdend te opereren extra zoekkosten met zich mee en wordt de vrije stroom van kapitaal binnen de Unie beperkt.

Er is vastgesteld dat een aantal bedrijven hun toevlucht nemen tot de oprichting van een juridische entiteit en het aantrekken van financiële middelen in landen met ontwikkelde crowdfundingmarkten. Hoewel dit eveneens door andere factoren zou kunnen zijn beïnvloed, zoals het lokale financiële ecosysteem, betekent dit dat kleine bedrijven in sectoren met een lage mobiliteit van productiefactoren geen toegang zouden kunnen hebben tot deze financieringsmogelijkheden, tenzij reeds een efficiënte binnenlandse crowdfundingmarkt bestaat. Daardoor kan het feit dat platforms en beleggers niet grensoverschrijdend kunnen opereren de toegang tot financiering voor ondernemingen in een groot aantal sectoren belemmeren.

Deze divergenties creëren eveneens een ongelijk speelveld voor platformaanbieders afhankelijk van hun locatie, door financieringsmodellen langs nationale lijnen te fragmenteren en aldus extra belemmeringen op te werpen voor een interne markt voor crowdfundingdiensten . De belangrijkste aanjagers zijn onder meer de verschillende interpretaties en behandeling van aanbieders van crowdfundingdiensten, alsook het extra wantrouwen dat hierdoor ontstaat voor beleggers in een grensoverschrijdende context met betrekking tot onzekerheid en hoge zoekkosten. Belangrijker nog is dat dergelijke divergente interpretaties en behandeling van crowdfundingdiensten substantiële rechtsonzekerheid creëren voor retailbeleggers, die ervan weerhouden worden om crowdfundingdiensten aan te bieden in het licht van de zwakke of onzekere bescherming van hun rechten, rechtsmiddelen en een gebrek aan transparantie op het gebied van prijsstelling en lasten in verband met beleggingen in de projecten.

Door de invoering van uniforme operationele voorwaarden voor ondernemingen binnen de EU lost het voorstel de verschillen in nationale rechtskaders op die hebben geleid tot marktfragmentatie op EU-niveau, en vermindert het de complexiteit, financiële en administratieve lasten voor de belangrijkste belanghebbenden, d.w.z. crowdfundingplatforms, projecteigenaren en beleggers, significant. Tegelijkertijd zorgt het voor een gelijk speelveld tussen alle aanbieders van diensten die hetzelfde EU-label gebruiken.

Subsidiariteit

Volgens artikel 4 VWEU moet EU-actie voor de voltooiing van de interne markt worden beoordeeld in het licht van het subsidiariteitsbeginsel van artikel 5, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie (TEU). Er moet worden nagegaan of de doelstellingen van het voorstel niet door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt in het kader van hun nationale rechtsstelsels en, vanwege de omvang en de gevolgen ervan, beter op EU-niveau kunnen worden verwezenlijkt.

De uiteenlopende benaderingen van de lidstaten en hun verschillende interpretaties van crowdfundingactiviteiten hebben de geschetste problemen in toenemende mate versterkt. Aangezien nationale maatwerkregelingen de belangrijkste hinderpaal vormen voor platforms en tot verdere marktfragmentatie leiden, kunnen de doelstellingen niet worden bereikt door individueel optreden van de lidstaten.

De diensten van de Commissie monitoren de markt reeds een aantal jaren en onderkennen toenemende divergentie en verergering van problemen die ingrijpen op EU-niveau rechtvaardigen. Uit studies en openbare raadplegingen is duidelijk gebleken dat er een breed draagvlak is voor actie. Tot dusver zijn er tussen de lidstaten nog geen coördinatie-inspanningen geleverd op het gebied van regels voor kredietverleningsdiensten door niet-depositohoudende instellingen, en de toepassing van de MiFID-regels op beleggingsgebaseerde crowdfundingplatforms blijft onvoldoende uniform om grensoverschrijdende activiteiten mogelijk te maken. Met actie van de lidstaten kan alleen hun eigen markt worden geremedieerd, wat niet zou volstaan om de negatieve impact op de werking van de interne markt te verminderen.

Hierdoor is de toegang tot financiering op de startkapitaalmarkten beperkt tot grotere EU-landen en hebben beleggers beperkte toegankelijkheid en mogelijkheden om risico's op dezelfde manier te diversifiëren, ongeacht waar zij zich geografisch bevinden. Door te voorzien in een kader op EU-niveau zou ervoor worden gezorgd dat crowdfundingactiviteiten overal op de interne markt in het paspoort kunnen worden opgenomen. Dit zou resulteren in meer concurrentie tussen de aanbieders van crowdfundingdiensten en zou lidstaten met kleine interne markten in staat stellen alternatieve financieringsbronnen te ontwikkelen. Hierdoor zou eveneens voor startende ondernemingen en kleine en middelgrote ondernemingen meer kapitaal ter beschikking komen en zouden beleggers toegang kunnen verkrijgen tot een alternatieve activaklasse.

Evenredigheid

Op grond van het evenredigheidsbeginsel gaan de inhoud en de vorm van het optreden van de EU niet verder dan wat nodig is om de doelstellingen van de Verdragen te verwezenlijken.

Vandaag mogen aanbieders van crowdfundingdiensten die hun diensten in andere lidstaten willen aanbieden dit doen, voor zover zij een lokale vergunning verkrijgen en voldoen aan de nationale crowdfundingregeling van die lidstaat. In de praktijk betekent dit dat een aanbieder van crowdfundingdiensten tegelijkertijd moet voldoen aan verschillende nationale regelingen en zijn bedrijfsmodel moet aanpassen als hij zijn diensten grensoverschrijdend wil aanbieden. Dit vormt een aanzienlijke belemmering voor de aanbieders van crowdfundingdiensten om hun aanbod op EU-niveau op te schalen.

De aanbieding van crowdfundingdiensten is gericht op kleinere activiteiten voor het aantrekken van kapitaal voor projecten, startende ondernemingen in de beginfase en kleine en middelgrote ondernemingen. In sommige lidstaten moeten aanbieders echter de bestaande sectorale wetgeving, zoals MiFID II en MiFIR, toepassen. Deze regels kunnen onevenredig zijn voor kleine activiteiten. Voorts is het mogelijk dat deze regels niet geschikt zijn voor het beoogde doel. Crowdfunding omvat veel verschillende bedrijfsmodellen, die misschien niet allemaal kunnen worden aangepakt, en kan bijgevolg onvoorspelbare overloopeffecten op de regelgeving hebben. Als gevolg daarvan is het misschien niet mogelijk om op evenredige wijze een groeiend aantal platformen te bestrijken die verschillende bedrijfsmodellen met elkaar combineren welke op kredietverlening en op deelneming in eigen vermogen gebaseerde transacties kunnen inhouden.

Een op zichzelf staande vrijwillige Europese regeling voor crowdfunding onder het label van een Europese aanbieder van crowdfundingdiensten, waarvoor platforms zouden kiezen wanneer zij grensoverschrijdend zaken willen doen, zou de nationale maatwerkkaders voor crowdfundingdiensten ongewijzigd laten en kansen bieden voor platforms die hun activiteiten op Europees niveau willen opschalen en grensoverschrijdend zaken willen doen. Dit zou bepalend zijn voor een vrij snelle en aanzienlijke verlaging van de markttoegangskosten (regelgevings- en toezichtkosten) voor crowdfundingplatforms die grensoverschrijdend opereren (of voornemens zijn dat te doen), aangezien hiervoor slechts één vergunning nodig zou zijn. Tegelijkertijd zou de regeling evenrediger zijn dan in geval van de MiFID-regels. De voorgestelde regeling, die gericht is op het aanbieden van diensten, zou eveneens ruimte bieden voor platformactiviteiten die verschillende bedrijfsmodellen combineren, aangezien het om één enkele regeling gaat die van toepassing is op zowel op deelneming in eigen vermogen gebaseerde als op kredietverlening gebaseerde modellen (vermindering van de onzekerheid over de regelgeving). De aanpak zou eveneens garanderen dat de regeling toekomstbestendig is in het licht van de snelle ontwikkelingen binnen de sector en het gebruik van verschillende instrumenten.

De voorkeursoptie zou eveneens coherent zijn met het wetgevingskader, aangezien zij het naast elkaar bestaan van bestaande financiële kaders en deze regeling mogelijk maakt, met een uitzonderingsbepaling in lijn met de parameter van 1 miljoen EUR die is vastgesteld in een ander essentieel onderdeel van de EU-wetgeving, met name Verordening (EU) 2017/1129 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten 4 . Deze aanpak zou de risico's van regelgevingsarbitrage tot een minimum beperken en tegelijkertijd grensoverschrijdende activiteiten mogelijk maken in lijn met een solide kader voor beleggersbescherming en financiële stabiliteit.

Keuze van het instrument

Artikel 114 VWEU maakt de goedkeuring van handelingen in de vorm van een verordening of richtlijn mogelijk. Er is hier voor een verordening gekozen omdat een "EU-label" in alle lidstaten rechtstreeks van toepassing moet zijn om effectief te zijn.

In de tweede plaats mag, omdat de voorgestelde verordening geharmoniseerde vereisten vaststelt voor crowdfundingplatforms die een vergunning willen aanvragen, deze niet aan specifieke nationale regels onderworpen zijn. Bijgevolg is in dit geval een verordening passender dan een richtlijn. Alle elementen die buiten het toepassingsgebied van het voorstel vallen zouden echter onderworpen zijn aan nationale regels inclusief die tot omzetting van de bepalingen van de toepasselijke EU-richtlijnen.

3. RESULTATEN VAN EX-POSTEVALUATIES, RAADPLEGINGEN VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELINGEN

Raadpleging van belanghebbenden

De reacties op de openbare raadplegingen van de Commissie over crowdfunding in 2013, het KMU-groenboek in 2014, de KMU-midterm review in 2017 en de fintechraadpleging in 2017 hebben kwalitatief bewijs geleverd ter ondersteuning van ontwikkeling van een effectbeoordeling. De respondenten op de raadpleging in het kader van het KMU-groenboek hebben een aantal belemmeringen vastgesteld voor de ontwikkeling van op passende wijze gereguleerde crowdfunding platforms: belemmeringen op het gebied van regelgeving, gebrekkige beschikbaarheid en kwaliteit van informatie en andere belemmeringen zoals het ontbreken van secundaire markten en fiscale belemmeringen. Sommige respondenten waren van mening dat EU-optreden grensoverschrijdende transacties tegen lagere kosten zou vergemakkelijken. Veel respondenten op de raadpleging in het kader van de KMU-midterm review hebben zich in dezelfde zin uitgelaten en gepleit voor de ontwikkeling van een goed rechtskader voor crowdfunding over heel EU om te zorgen voor een passende bescherming van beleggers en consumenten, teneinde een markt van voldoende omvang te creëren.

De Commissie heeft een openbare raadpleging gehouden over ‘fintech: meer concurrentievermogen en meer innovatie voor de Europese financiële sector'. Op de openbare raadpleging zijn in totaal 226 reacties ontvangen die betrekking hadden op personen, de sector (van een significante verscheidenheid van marktdeelnemers), nationale en Europese regelgevers en toezichthouders, gebruikers en vakbonden. Op 12 september 2017 is een samenvatting van de bijdragen samen met een gedetailleerde samenvatting van de individuele reacties op de openbare raadpleging gepubliceerd. De respondenten waren over het algemeen van mening dat de nationale regelgeving voor crowdfunding in Europa een directe impact heeft op de ontwikkeling van de crowdfundingsector. Deze overtuiging werd over de hele linie gedeeld door alle soorten respondenten (particulieren, particuliere organisaties, overheidsinstanties en internationale organisaties). Bijna de helft van de respondenten die hun mening gaven over deze kwestie geloofde dat nationale regelgeving grensoverschrijdende crowdfundingactiviteiten belemmerde en dat harmonisatie op EU-niveau vereist was. Zij wezen er eveneens op dat de Europese markt gefragmenteerd was als gevolg van verschillen in de regelingen die door de verschillende lidstaten werden ingevoerd. Voorts voerden sommigen aan dat het belemmeren van grensoverschrijdende activiteiten door naast elkaar bestaande nationale regelgeving de werkelijke concurrentie belemmerde en het voor platforms moeilijk en duurder maakte om op te schalen en de noodzakelijke omvang te bereiken om op langere termijn winstgevend te zijn.

Daarnaast hebben de diensten van de Commissie een reeks workshops georganiseerd, waarbij de lidstaten, beroepsorganisaties en hun leden zijn geraadpleegd. In december 2014, februari 2016 en november 2017 zijn in het kader van de deskundigengroep van het Europees Comité voor het effectenbedrijf (EGESC) regelgevingsworkshops over crowdfunding met de lidstaten gehouden. De deskundigen hebben gewezen op een aantal kwesties die zouden kunnen worden aangepakt om juridische belemmeringen te vermijden en crowdfundingactiviteiten in de EU te bevorderen, zoals het delen van informatie, het verzamelen van gegevens, de invoering van een gemeenschappelijke taxonomie, het ondersteunen van paspoortverlening en meer convergerende informatieverschaffingsvereisten voor effectenemissies onder de prospectusdrempel. De diensten van de Commissie hebben in 2015 eveneens een Europees Stakeholderforum Crowdfunding (ECSF) opgericht die de deskundigengroep van vertegenwoordigers van verenigingen van betrokken groepen belanghebbenden en nationale autoriteiten vormt. Ten slotte is in juni 2017 een workshop over grensoverschrijdende crowdfunding gehouden over de studie "Identifying market and regulatory obstacles to the cross-border development of crowdfunding in the EU".

Bijeenbrengen en gebruik van expertise

Het voorstel maakt gebruik van een uitgebreide hoeveelheid bureauonderzoek, externe studies, doelgerichte raadplegingen, interviews, focusgroepen, workshops en andere. Het gebruikte materiaal is verzameld sinds de diensten van de Commissie in 2013 de markt zijn gaan monitoren. Daartoe behoren bijeenkomsten met belanghebbenden, in opdracht van de Commissie en door belanghebbenden uit de sector uitgevoerde studies, werkdocumenten van de diensten, oordelen en adviezen van de toezichthoudende autoriteiten, studies alsmede academische onderzoekspapers. Er werd een studie besteld om vast te stellen wat de belemmeringen zijn voor de grensoverschrijdende aanbieding van crowdfundingdiensten.

Effectbeoordeling

Onderhavig voorstel gaat vergezeld van een effectbeoordeling, die op 18 november 2017 is ingediend en op 15 december 2017 door de Raad voor regelgevingstoetsing (RSB) is goedgekeurd.

De RSB heeft verzocht de ontwerp-effectbeoordeling te wijzigen ter verduidelijking van i) de bedoeling en urgentie van het initiatief en de wijze waarop het standpunt van de Commissie de afgelopen jaren is geëvolueerd en de focus op de zeer vroege financieringsbehoeften van innovatieve ondernemers, kleine ondernemingen en starters; ii) de mate waarin het voorstel toekomstgericht is en kan worden aangepast aan toekomstige ontwikkelingen; iii) het belang van fragmentatie van de regelgeving in vergelijking met de belemmeringen die niet worden aangepakt door het voorstel; iv) extra bewijs over de vraag naar grensoverschrijdende activiteiten; v) de interactie tussen het voorstel en de bestaande sectorale en nationale EU-wetgeving; en vi) de motivering van de keuze van de relevante toezichthouder en de impact van het voorstel op de Europese Autoriteit voor effecten en markten. De effectbeoordeling is dienovereenkomstig gewijzigd.

De conclusie van de effectbeoordeling luidde dat de EU-markten voor crowdfunding voor zakelijke financiering in vergelijking met andere grote economieën sterk onderontwikkeld zijn, maar - en dit is het belangrijkste - niet goed grensoverschrijdend kunnen functioneren. Als gevolg van gefragmenteerde en tegenstrijdige regelgeving zijn crowdfundingplatforms niet in staat hun diensten op pan-Europees niveau op te schalen en vrij aan te bieden. Evenzo zien beleggers af van grensoverschrijdende activiteiten vanwege een gebrek aan vertrouwen in deze platforms en de gefragmenteerde regelgevingskaders die van toepassing zijn op de dienstenaanbieding. Om deze problemen aan te pakken werden in de effectbeoordeling vier beleidsopties aangewezen en onderzocht:

(1)Referentiescenario - Geen EU-optreden.

(2)Optie 1 - Bouwen op reputatiekapitaal: minimumnormen met beste praktijken

(3)Optie 2 - Een productgebaseerde aanpak: crowdfunding binnen het bestaande Europees Single Rulebook brengen

(4)Optie 3 - Een complementaire dienstgebaseerde oplossing: een regeling voor ‘Europese aanbieders van crowdfundingdiensten’.

In het referentiescenario werden de marktontwikkelingen geanalyseerd ingeval geen EU-actie werd ondernomen. Als de EU geen actie onderneemt, zullen crowdfundingplatforms nog minder in staat zijn om grensoverschrijdend op te schalen, en de toenemende conflicten tussen nationale regimes kunnen leiden tot lacunes in de bescherming van beleggers en de integriteit van de markt.

In de tweede optie werd nagegaan of het mogelijk was in heel de EU elementen van minimumharmonisatie in te voeren in combinatie met beste praktijken. Deze optie werd evenmin gekozen, aangezien zij zou leiden tot buitensporige onzekerheid over de regelgeving als gevolg van het handhavingsmechanisme op basis van zelfregulering en de interactie daarvan met reeds bestaande nationale regelingen.

In de derde optie is gekeken naar de argumenten voor de invoering van bepalingen voor crowdfundingdiensten op grond van het huidige EU-wetgevingskader, zoals MiFID, en voor de invoering van een op zichzelf staande regeling voor op kredietverlening gebaseerde activiteiten inzake crowdfundingdiensten waarvoor momenteel geen Europees kader bestaat. Er werd niet voor gekozen om de crowdfundingregeling in het Europees Single Rulebook in te passen, omdat dit niet zo kosteneffectief is als andere opties, terwijl de resultaten wat betreft integriteit en transparantie vergelijkbaar zijn.

In de vierde en voorkeursoptie werd de mogelijkheid bekeken om een EU-label in te voeren voor aanbieders van crowdfundingdiensten, die op grond van een EU-regeling een vergunning zouden krijgen en waarop toezicht zou worden uitgeoefend op EU-niveau. Deze optie combineert flexibiliteit ten aanzien van bedrijfsmodellen (die vrij kunnen kiezen tussen het EU-label of het nationale stelsel) met evenredige beleggersbescherming en organisatorische regels. Bovendien voorziet de integrale paspoortregeling eveneens in een kosteneffectief instrument om volgens een gemeenschappelijk kader op te schalen, de rechtsonzekerheid te verminderen en de administratieve lasten te verlichten.

Grondrechten

De EU hecht aan hoge normen inzake de bescherming van grondrechten en is partij bij een ruim aantal mensenrechtenverdragen. In dit verband is het risico gering dat het voorstel een direct effect zal hebben op deze rechten, zoals die zijn opgesomd in de belangrijkste VN-mensrechtenverdragen, het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, dat integrerend deel uitmaakt van de EU-Verdragen, en het Europees Verdrag van de rechten van de mens (EVRM).

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

De voorkeursoptie heeft gevolgen in termen van kosten en administratieve lasten voor ESMA. De omvang en de verdeling van deze kosten zullen afhangen van de precieze vereisten die aan Europese aanbieders van crowdfundingdiensten worden gesteld en de daarmee verband houdende toezicht- en monitoringtaken.

Ervan uitgaande dat ESMA verantwoordelijk zal zijn voor het verlenen van vergunningen aan en het toezicht op 25 Europese aanbieders van crowdfundingdiensten in het eerste volledige jaar van implementatie (2020), zal er een kostenimpact zijn (exclusief vergoedingen die aan de sector in rekening worden gebracht) van ongeveer 1 637 000 EUR in dat jaar. In deze raming is eveneens rekening gehouden met de helft van 500 000 EUR aan eenmalige kosten die over de eerste twee jaar moeten worden gespreid om de nodige IT-systemen op te zetten. Aangezien de Europese crowdfundingsector nog jong is en voornamelijk wordt gekenmerkt door kleine platforms met beperkte inkomsten zijn vergoedingen van Europese aanbieders van crowdfundingdiensten op passende wijze geplafonneerd.

5.OVERIGE ELEMENTEN

Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage

Niet van toepassing.

Artikelsgewijze toelichting

Het voorstel beoogt uniforme regels inzake crowdfunding op EU-niveau in te stellen. Het vervangt geen bestaande nationale regels inzake crowdfunding. Op grond van het voorstel kan een aanbieder van crowdfundingdiensten ervoor kiezen om binnenlands diensten aan te bieden of te blijven aanbieden op grond van de toepasselijke nationale wetgeving (eveneens indien een lidstaat ervoor kiest MiFID II toe te passen op crowdfundingactiviteiten) of een vergunning aan te vragen om crowdfundingdiensten aan te bieden op grond van de voorgestelde verordening. In geval van vergunningen op grond van de EU-regelgeving omvat de vergunning zowel het aanbieden van diensten in één enkele lidstaat als grensoverschrijdend. Als de aanbieder ervoor kiest de EU-regels toe te passen, wordt de vergunning die op grond van de toepasselijke nationale regels is verleend ingetrokken. Vergunningen die op grond van de onderhavige verordening worden verleend, zouden aanbieders van crowdfundingdiensten in staat stellen om crowdfundingdiensten op basis van een paspoort in alle lidstaten aan te bieden.

Artikel 1 omschrijft het toepassingsgebied; met name bepaalt artikel 1 dat de verordening van toepassing is op aanbieders van crowdfundingdiensten en stelt het uniforme vereisten vast met betrekking tot hun activiteiten, organisatie, vergunningverlening eraan en doorlopend toezicht erop. Artikel 2 omschrijft het toepassingsgebied, dat beperkt is tot de rechtspersonen die ervoor kiezen een vergunning overeenkomstig artikel 11 aan te vragen en tot de rechtspersonen waaraan overeenkomstig dat artikel vergunning is verleend. Het voorziet eveneens in vrijstellingen op grond waarvan de onderhavige verordening niet van toepassing mag zijn op crowdfundingdiensten die worden aangeboden aan consumenten, zoals gedefinieerd in artikel 3, onder a), van Richtlijn 2008/48/EG, op crowdfundingdiensten die worden aangeboden door rechtspersonen waaraan overeenkomstig artikel 7 van Richtlijn 2014/65/EU vergunning is verleend als beleggingsonderneming, of op crowdfundingdiensten die worden aangeboden door natuurlijke of rechtspersonen die daartoe door de nationale wetgeving een vergunning hebben gekregen. Uit deze bepaling vloeit voort dat personen die over een vergunning als aanbieder van crowdfundingdiensten beschikken en diensten willen blijven aanbieden die buiten het toepassingsgebied van onderhavige verordening vallen, niet langer in staat mogen zijn onder de krachtens onderhavige verordening verleende vergunning te opereren. Dergelijke personen die op deelneming in eigen vermogen gebaseerde grensoverschrijdende crowdfundingdiensten aanbieden, moeten een vergunning aanvragen krachtens Richtlijn 2014/65/EU, terwijl hun vergunning als aanbieder van crowdfundingdiensten krachtens de onderhavige verordening moet worden ingetrokken.

Artikel 3 bevat termen en definities die voor de toepassing van onderhavige verordening worden gebruikt, met name "crowdfundingdiensten", "crowdfundingplatform", "aanbieder van crowdfundingdiensten", "crowdfundingaanbod” en andere. Van belang is dat de Commissie gedelegeerde handelingen kan vaststellen om verdere technische elementen van de definities in artikel 2 te specificeren om rekening te houden met marktontwikkelingen, technologische ontwikkelingen en ervaring.

Hoofdstuk II beschrijft de aanbieding van crowdfundingdiensten (artikel 4), doeltreffend en voorzichtig beheer (artikel 5) en klachtenbehandeling (artikel 6). Krachtens deze bepalingen moeten aanbieders van crowdfundingdiensten te allen tijde aan de organisatorische vereisten voldoen, terwijl natuurlijke personen die bevoegd zijn om een aanbieder van crowdfundingdiensten te beheren, over passende vaardigheden en beroepservaring moeten beschikken. Met betrekking tot belangenconflicten (artikel 7) moet een aanbieder van crowdfundingdiensten effectieve organisatorische en administratieve regelingen in stand houden en toepassen om alle redelijke maatregelen te nemen om te voorkomen dat belangenconflicten de belangen van zijn klanten negatief beïnvloeden. Aanbieders van crowdfundingdiensten zijn eveneens verplicht alle passende maatregelen te nemen om belangenconflicten tussen henzelf, inclusief hun managers en werknemers, of iedere persoon die rechtstreeks of onrechtstreeks met hen verbonden is door zeggenschap en hun klanten of tussen een klant en een andere klant die bij het aanbieden van diensten ontstaan te identificeren en te voorkomen of te beheren. De artikelen 8 en 9 bevatten regels inzake uitbesteding en bewaring van activa van klanten.

Hoofdstuk III bevat bepalingen inzake de vergunning en vereisten inzake voortdurende monitoring. Meer in het bijzonder voorziet artikel 10 in een vergunningsvereiste en stelt het de vergunningsvoorwaarden vast voor aanbieders van crowdfundingdiensten. Met name moeten aanbieders van crowdfundingdiensten aan een aantal criteria voldoen om een vergunning van ESMA te kunnen verkrijgen. In artikel 10 worden eveneens de procedures voor het inwilligen en weigeren van vergunningaanvragen vastgesteld. Artikel 11 schrijft voor dat ESMA een openbaar en actueel register van alle aanbieders van crowdfundingdiensten aanlegt. Artikel 12 specificeert dat crowdfundingdiensten onder toezicht van ESMA moeten worden aangeboden. Artikel 13 bevat bepalingen betreffende de intrekking van de vergunning.

Hoofdstuk IV bevat bepalingen inzake de bescherming van beleggers en transparantie. Ingevolge artikel 14 moet alle informatie, inclusief publicitaire mededelingen, van aanbieders van crowdfundingdiensten ten behoeve van klanten volledig, duidelijk en correct zijn. Artikel 15 behelst een eerste beoordeling van de geschiktheid van een potentiële klant en bepaalt dat platforms beleggers de mogelijkheid moeten bieden hun vermogen om verliezen te dragen te simuleren. Artikel 16 behandelt details en inhoud, alsook vorm en andere vereisten van het blad met essentiële beleggingsinformatie. Artikel 17 en artikel 18 hebben betrekking op respectievelijk het bulletinboard en het recht van de belegger om toegang te krijgen tot de administratieve vastleggingen.

Hoofdstuk V bevat bepalingen inzake publicitaire mededelingen. Meer bepaald bevat artikel 19 gedetailleerde vereisten voor publicitaire mededelingen en verplicht artikel 20 nationale bevoegde autoriteiten ertoe op hun websites nationale wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen bekend te maken en bij te houden die van toepassing zijn op de publicitaire mededelingen van aanbieders van crowdfundingdiensten.

Hoofdstuk VI bevat gedetailleerde bepalingen inzake de bevoegdheden van ESMA, het wettelijk verschoningsrecht (artikel 21), het verzoek om informatie (artikel 22), algemene onderzoeken (artikel 23), inspecties ter plaatse (artikel 24), de uitwisseling van informatie (artikel 25), het beroepsgeheim (artikel 26), toezichtmaatregelen van ESMA (artikel 27), alsmede administratieve sancties en andere maatregelen, met name boetes (artikel 28), dwangsommen (artikel 29), informatieverschaffing, aard en handhaving van boetes (artikel 30) en procedureregels voor het nemen van toezichtmaatregelen en het opleggen van boetes (artikel 31).

In de artikelen 32 en 33 worden vereisten gesteld met betrekking tot het horen van betrokken personen en de onbeperkte rechtsmacht van het Hof van Justitie over de besluiten van ESMA. Overeenkomstig artikel 34 moet ESMA overeenkomstig de verordening en de gedelegeerde handeling die op grond van de verordening is vastgesteld, vergoedingen kunnen aanrekenen aan de aanbieders van crowdfundingdiensten. Artikel 35 biedt ESMA de mogelijkheid om specifieke toezichttaken te delegeren aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten overeenkomstig de richtsnoeren van ESMA.

Crowdfunding kan, net als elke andere financiële dienst, blootgesteld zijn aan witwaspraktijken en praktijken voor de financiering van terrorisme. Bijgevolg voorziet de verordening in passende waarborgen om de risico's dat dergelijke praktijken worden toegepast, tot een minimum te beperken. Met name vereist artikel 9 dat betalingen voor crowdfundingtransacties moeten plaatsvinden via entiteiten met een vergunning op grond van de richtlijn betalingsdiensten (PSD) en dus onderworpen aan de vierde antiwitwasrichtlijn (AMLD), ongeacht of de betaling door het platform zelf dan wel door een derde wordt verricht. Artikel 9 bepaalt ook dat aanbieders van crowdfundingdiensten ervoor moeten zorgen dat projecteigenaren financiering van crowdfundingaanbiedingen of betalingen alleen aanvaarden via een entiteit met een vergunning op grond van de PSD. Artikel 10 voert vereisten in voor de "goede naam" van managers, waaronder het ontbreken van een strafregister op grond van de anti-witwaswetgeving. Artikel 13 vereist dat de nationale bevoegde autoriteiten, met inbegrip van de nationale bevoegde autoriteiten die overeenkomstig de bepalingen van Richtlijn (EU) 2015/849 zijn aangewezen, ESMA in kennis stellen van elke kwestie die relevant is op grond van de AMLD en waarbij een crowdfundingplatform betrokken is. ESMA kan vervolgens de vergunning intrekken op basis van deze informatie. Artikel 38 bepaalt dat de Commissie, om de financiële stabiliteit verder te waarborgen door risico's van witwassen van geld en financiering van terrorisme te voorkomen, moet beoordelen of het noodzakelijk en evenredig is om aanbieders van crowdfundingdiensten te onderwerpen aan verplichtingen inzake de naleving van de nationale bepalingen tot tenuitvoerlegging van Richtlijn (EU) 2015/849 met betrekking tot het witwassen van geld of de financiering van terrorisme en dergelijke aanbieders van crowdfundingdiensten voor de toepassing van Richtlijn (EU) 2015/849 aan de lijst van meldingsplichtige entiteiten toe te voegen.

De uitoefening van de delegatie met het oog op de vaststelling van gedelegeerde handelingen van de Commissie wordt geregeld in hoofdstuk VII. Het voorstel voor een verordening bevat bevoegdheidsdelegaties aan de Commissie om gedelegeerde handelingen vast te stellen tot specificering van bepaalde bijzonderheden, vereisten en regelingen als bepaald in de verordening.



2018/0048 (COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende Europese aanbieders van crowdfundingdiensten voor ondernemingen (ECSP)

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van de Europese Centrale Bank, 5

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité, 6

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

1)Crowdfunding is in toenemende mate een gangbare vorm van alternatieve financiering voor kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) in een vroeg stadium van de bedrijfsgroei die doorgaans van kleine beleggingen afhankelijk zijn. Crowdfunding is een nieuwe vorm van intermediatie waarbij een aanbieder van crowdfundingdiensten via een digitaal platform met zijn klanten interageert zonder zelf risico op zich te nemen om kandidaat-beleggers te matchen met ondernemingen die op zoek zijn naar financiering, ongeacht of die financiering leidt tot een leningovereenkomst, tot een aandelenbelang of tot een ander op effecten gebaseerd belang. Het is bijgevolg aangewezen om in het toepassingsgebied van deze verordening zowel op kredietverlening gebaseerde crowdfunding als op deelneming in eigen vermogen gebaseerde crowdfunding op te nemen, aangezien het vergelijkbare alternatieven voor zakelijke financiering betreft.

2)Het verkrijgen van financiering is een uitdaging voor kleine en beginnende ondernemingen, vooral wanneer zij van een opstart- naar een expansiefase overgaan. Crowdfunding kan ertoe bijdragen dergelijke ondernemingen toegang te verschaffen tot financiering en zo de kapitaalmarktenunie te voltooien Het gebrek aan toegang tot financiering voor dergelijke ondernemingen vormt een probleem, zelfs in lidstaten waar de toegang tot bankfinanciering gedurende de hele financiële crisis stabiel is gebleven. Crowdfunding is een gangbare praktijk geworden om een project of een onderneming te financieren, meestal door een groot aantal mensen of organisaties, via online platforms waarop burgers, organisaties en bedrijven, inclusief startende ondernemingen, relatief kleine geldbedragen aantrekken.

3)De aanbieding van crowdfundingdiensten steunt over het algemeen op drie soorten actoren: de projecteigenaar die het te financieren project voorstelt, beleggers die het voorgestelde project financieren, doorgaans door middel van beperkte beleggingen, en een bemiddelende organisatie in de vorm van een aanbieder van diensten die projecteigenaren en beleggers samenbrengt via een online platform.

4)Naast het aanbieden van een alternatieve bron van financiering, waaronder durfkapitaal, kan crowdfunding andere voordelen bieden voor ondernemingen. Het kan concept- en ideevalidatie bieden aan de projecteigenaar, toegang geven aan een groot aantal mensen die de ondernemer inzichten en informatie verschaffen en een marketingtool zijn als een crowdfundingcampagne succesvol is.

5)Verscheidene lidstaten hebben al nationale regelingen op maat voor crowdfunding ingevoerd. Deze regelingen zijn toegesneden op de kenmerken en behoeften van lokale markten en beleggers. Als gevolg daarvan divergeren de bestaande nationale regels wat betreft de bedrijfsvoorwaarden voor crowdfundingplatforms, de reikwijdte van de toegestane activiteiten en de vergunningsvereisten.

6)De verschillen tussen de bestaande nationale voorschriften zijn van dien aard dat zij een belemmering vormen voor de grensoverschrijdende aanbieding van crowdfundingdiensten en dus een rechtstreekse invloed hebben op de werking van de interne markt voor dergelijke diensten. Met name het feit dat het rechtskader langs nationale grenzen gefragmenteerd is, brengt aanzienlijke nalevingskosten met zich mee voor retailbeleggers, die vaak moeilijkheden ondervinden die onevenredig zijn met de omvang van hun belegging bij het bepalen van de regels die van toepassing zijn op grensoverschrijdende crowdfundingdiensten. Bijgevolg worden dergelijke beleggers er vaak van weerhouden om grensoverschrijdend te beleggen via crowdfundingplatforms. Om dezelfde redenen worden aanbieders van crowdfundingdiensten die dergelijke platforms exploiteren, ontmoedigd om hun diensten aan te bieden in een andere lidstaat dan die waarin zij gevestigd zijn. Als gevolg daarvan zijn crowdfundingactiviteiten tot nu toe grotendeels nationaal gebleven, hetgeen ten koste gaat van een EU-wijde markt voor crowdfunding, waardoor bedrijven geen toegang hebben tot crowdfundingdiensten.

7)Om grensoverschrijdende crowdfundingactiviteiten te bevorderen en de uitoefening van de vrijheid om dergelijke diensten aan te bieden en te ontvangen op de interne markt voor aanbieders van crowdfundingdiensten te vergemakkelijken, moeten de bestaande belemmeringen voor de goede werking van de interne markt voor crowdfundingdiensten worden aangepakt. Het vaststellen van één regeling voor de aanbieding van crowdfundingdiensten, die aanbieders van crowdfundingdiensten de optie biedt om voor de gehele Unie één enkele vergunning aan te vragen om hun activiteiten op grond van die regels uit te oefenen, is een geschikte eerste stap ter bevordering van grensoverschrijdende crowdfundingactiviteiten en bevordert zo de werking van de interne markt.

8)Door de belemmeringen voor de werking van de interne markt op het gebied van crowdfundingdiensten aan te pakken, beoogt deze verordening grensoverschrijdende bedrijfsfinanciering te bevorderen. Crowdfundingdiensten in verband met kredietverlening aan consumenten, als gedefinieerd in artikel 3, onder a), van Richtlijn 2008/48/EG van het Europees Parlement en de Raad 7 dienen derhalve niet onder het toepassingsgebied van deze verordening te vallen.

9)Om te voorkomen dat dezelfde activiteit binnen de Unie aan verschillende vergunningen is onderworpen, moeten crowdfundingdiensten die worden aangeboden door personen met een vergunning krachtens Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad 8 of die overeenkomstig de nationale wetgeving worden aangeboden, van het toepassingsgebied van deze verordening worden uitgesloten.

10)Met betrekking tot op kredietverlening gebaseerde crowdfunding moet de facilitering van het verstrekken van leningen, met inbegrip van diensten zoals het presenteren van crowdfundingaanbiedingen aan klanten of het beoordelen van de kredietwaardigheid van projecteigenaren, ruimte bieden aan verschillende bedrijfsmodellen die het mogelijk maken om via een crowdfundingplatform tussen een of meer klanten en een of meer projecteigenaren een leningovereenkomst te sluiten.

11)Wat op deelneming in eigen vermogen gebaseerde crowdfunding betreft is de overdraagbaarheid van een effect een belangrijke waarborg voor beleggers om uit hun belegging te kunnen stappen, aangezien zij hierdoor de juridische mogelijkheid verkrijgen om hun belang op de kapitaalmarkten te vervreemden. Bijgevolg behelst deze verordening alleen op deelneming in eigen vermogen gebaseerde crowdfundingdiensten met betrekking tot effecten en staat zij alleen het aanbieden van dergelijke diensten toe. Andere financiële instrumenten dan effecten dienen echter van het toepassingsgebied van deze verordening te worden uitgesloten omdat deze effecten risico's inhouden voor beleggers die binnen dit rechtskader niet naar behoren kunnen worden beheerd.

12)Gezien de aan crowdfundingbeleggingen verbonden risico's is het, met het oog op een effectieve bescherming van de beleggers, aangewezen een drempel vast te stellen voor een maximale prijs voor elk crowdfundingaanbod. Die drempel moet worden vastgesteld op 1 000 000 EUR, omdat die drempel overeenkomt met de in Verordening (EU) 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad 9 vastgestelde drempel voor de verplichte opstelling en goedkeuring van een prospectus boven die drempel.

13)Om regelgevingsarbitrage te vermijden en een doeltreffend toezicht op de aanbieders van crowdfundingdiensten te waarborgen, moet het aanbieders van crowdfundingdiensten worden verboden deposito's of andere terugbetaalbare financiële middelen van het publiek in ontvangst te nemen, tenzij zij over een vergunning als kredietinstelling beschikken overeenkomstig artikel 8 van Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad 10 .

14)Om dat doel te bereiken, moeten aanbieders van crowdfundingdiensten de mogelijkheid krijgen om één enkele vergunning voor de gehele Unie aan te vragen en hun activiteiten overeenkomstig die uniforme vereisten uit te oefenen. Om echter crowdfundingaanbiedingen die uitsluitend op nationale markten zijn gericht, waar aanbieders van crowdfundingdiensten ervoor kiezen hun diensten aan te bieden op grond van het toepasselijke nationale recht, op brede schaal beschikbaar te houden, moeten die aanbieders daartoe in staat gesteld blijven worden. Bijgevolg dienen de uniforme vereisten van deze verordening facultatief zijn en derhalve niet van toepassing te zijn op aanbieders van crowdfundingdiensten die ervoor kiezen uitsluitend op nationale basis actief te blijven.

15)Om een hoog niveau van beleggersbescherming te behouden, de risico's in verband met crowdfunding te verminderen en een eerlijke behandeling van alle klanten te waarborgen, moeten aanbieders van crowdfundingdiensten een beleid voeren dat waarborgt dat projecten op professionele, eerlijke en transparante wijze worden geselecteerd en dat crowdfundingdiensten op dezelfde wijze worden aangeboden.

16)Teneinde de dienstverlening aan hun klanten te verbeteren, moeten aanbieders van crowdfundingdiensten namens de klanten discretionaire bevoegdheid kunnen uitoefenen met betrekking tot de parameters van de orders van de klanten, mits zij alle nodige maatregelen nemen om het best mogelijke resultaat voor hun klanten te behalen en zij de exacte methode en parameters van de discretionaire bevoegdheid bekendmaken. Om ervoor te zorgen dat aan kandidaat-beleggers op neutrale basis beleggingsmogelijkheden worden aangeboden, mogen aanbieders van crowdfundingdiensten geen vergoeding, korting of niet-monetair voordeel betalen of aanvaarden voor sturing van orders van beleggers in de richting van een bepaald aanbod op hun platform of in de richting van een bepaald aanbod op een platform van een derde partij.

17)Deze verordening heeft tot doel directe beleggingen te vergemakkelijken en het creëren van regelgevingsarbitragemogelijkheden voor financiële intermediairs die onder andere wetgeving van de Unie vallen, met name Unieregels voor vermogensbeheerders, te vermijden. Het gebruik van juridische structuren, met inbegrip van special purpose vehicles, die tussen crowdfundingproject en beleggers in staan, moet bijgevolg strikt worden gereguleerd en alleen toegestaan indien dit gerechtvaardigd is.

18)Het waarborgen van een effectief governancesysteem is essentieel voor een behoorlijk risicobeheer en ter voorkoming van belangenconflicten. Aanbieders van crowdfundingdiensten moeten bijgevolg over governanceregelingen beschikken die een doeltreffend en voorzichtig beheer garanderen, en het management ervan moet een goede naam hebben en over voldoende kennis en ervaring beschikken. Aanbieders van crowdfundingdiensten moeten eveneens procedures vaststellen voor het ontvangen en behandelen van klachten van klanten.

19)Aanbieders van crowdfundingdiensten moet als neutrale tussenpersoon tussen klanten op hun crowdfundingplatform optreden. Om belangenconflicten te voorkomen, moeten bepaalde vereisten worden vastgesteld met betrekking tot aanbieders van crowdfundingdiensten en managers en werknemers, of iedere persoon die direct of indirect zeggenschap over hen uitoefent. Met name moet worden voorkomen dat aanbieders van crowdfundingdiensten een financiële participatie hebben in de crowdfundingaanbiedingen op hun crowdfundingplatforms. Bovendien mogen aandeelhouders die 20% of meer van het aandelenkapitaal of de stemrechten bezitten, managers en werknemers, of enige persoon die direct of indirect zeggenschap heeft over crowdfundingplatforms, niet optreden als klant met betrekking tot de crowdfundingdiensten die op dat crowdfundingplatform worden aangeboden.

20)In het belang van een efficiënte en soepele verlening van crowdfundingdiensten moet het aanbieders van crowdfundingdiensten worden toegestaan elke operationele functie geheel of gedeeltelijk toe te vertrouwen aan dienstverleners, op voorwaarde dat de uitbesteding de kwaliteit van de interne controles en het effectieve toezicht van aanbieders van crowdfundingdiensten niet wezenlijk aantast. Aanbieders van crowdfundingdiensten moeten echter volledig verantwoordelijk blijven voor de naleving van deze verordening.

21)Voor het aanhouden van financiële middelen van klanten en het aanbieden van betalingsdiensten is een vergunning als betalingsdienstaanbieder vereist overeenkomstig Richtlijn (EU) 2015/2366 van het Europees Parlement en de Raad 11 . Aan deze vergunningsplicht kan niet worden voldaan met een vergunning als aanbieder van crowdfundingdiensten. Bijgevolg moet worden verduidelijkt dat indien een aanbieder van crowdfundingdiensten dergelijke betalingsdiensten verricht in verband met zijn crowdfundingdiensten, hij eveneens een vergunning moet hebben als betalingsinstelling overeenkomstig Richtlijn (EU) 2015/2366. Om een adequaat toezicht op dergelijke activiteiten mogelijk te maken, dient de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA) te worden geïnformeerd over de vraag of de aanbieder van crowdfundingdiensten voornemens is zelf betalingsdiensten uit te voeren met de passende vergunning, dan wel of dergelijke diensten zullen worden uitbesteed aan een derde met een vergunning.

22)De groei en de soepele werking van grensoverschrijdende crowdfundingdiensten vereisen voldoende schaalgrootte en vertrouwen van het publiek in deze diensten. Bijgevolg moeten er uniforme, evenredige en rechtstreeks toepasselijke vergunningsvereisten en één enkel toezichtspunt worden vastgesteld.

23)Een hoog niveau van beleggersvertrouwen draagt bij tot de groei van crowdfundingdiensten. De vereisten inzake crowdfundingdiensten moeten derhalve de grensoverschrijdende verrichting van deze diensten vergemakkelijken, de operationele risico's beperken en een hoge mate van transparantie en beleggersbescherming waarborgen.

24)Crowdfundingdiensten kunnen blootstaan aan risico's in verband met het witwassen van geld en terrorismefinanciering, zoals benadrukt in het Verslag van de Commissie over de beoordeling van risico's op het gebied van witwassen en terrorismefinanciering die van invloed zijn op de interne markt en verband houden met grensoverschrijdende activiteiten 12 . Er moet dan ook in waarborgen worden voorzien bij het voldoen aan vergunningsvoorwaarden, het beoordelen van de goede naam van het management, het aanbieden van betalingsdiensten via entiteiten met een vergunning die onderworpen zijn aan vereisten met betrekking tot het witwassen van geld en terrorismefinanciering. Om de financiële stabiliteit verder te waarborgen door risico's van witwassen van geld en financiering van terrorisme te voorkomen, moet de Commissie beoordelen of het noodzakelijk en evenredig is om aanbieders van crowdfundingdiensten te onderwerpen aan verplichtingen inzake de naleving van de nationale bepalingen tot tenuitvoerlegging van Richtlijn (EU) 2015/849 met betrekking tot het witwassen van geld of de financiering van terrorisme en dergelijke aanbieders van crowdfundingdiensten voor de toepassing van Richtlijn (EU) 2015/849 aan de lijst van meldingsplichtige entiteiten toe te voegen.

25)Om aanbieders van crowdfundingdiensten in staat te stellen grensoverschrijdend te opereren zonder met divergente regels te worden geconfronteerd en daardoor de financiering van projecten in heel Unie door beleggers uit verschillende lidstaten te vergemakkelijken, mag het de lidstaten niet worden toegestaan om extra vereisten op te leggen aan aanbieders van crowdfundingdiensten die over een vergunning van ESMA beschikken.

26)Het vergunningsproces moet ESMA in staat stellen op de hoogte te worden gesteld van de diensten die de kandidaat-aanbieders van crowdfundingdiensten voornemens zijn te verlenen, de kwaliteit van hun management te beoordelen en de interne organisatie en procedures te beoordelen die door de kandidaat-aanbieders van crowdfundingdiensten zijn opgezet om ervoor te zorgen dat aan de in deze verordening vastgestelde vereisten wordt voldaan.

27)Om de transparantie voor kleine beleggers met betrekking tot het aanbieden van crowdfundingdiensten te bevorderen, moet ESMA een openbaar en actueel register instellen van alle crowdfundingdiensten die overeenkomstig deze verordening in de Unie worden verricht.

28)De vergunning moet worden ingetrokken indien niet langer aan de voorwaarden voor de afgifte ervan wordt voldaan. ESMA moet met name kunnen beoordelen of de goede naam van het management is aangetast dan wel of de interne procedures en systemen ernstig zijn tekortgeschoten. Opdat ESMA kan beoordelen of de vergunning als aanbieder van crowdfundingdiensten moet worden ingetrokken, moeten de nationale bevoegde autoriteiten ESMA op de hoogte brengen wanneer een aanbieder van crowdfundingdiensten, of een derde die namens deze optreedt, zijn vergunning als betalingsinstelling verliest of in strijd handelend met Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad is bevonden 13 .

29)Om ervoor te zorgen dat kandidaat-beleggers een duidelijk inzicht hebben in de aard, risico's, kosten en lasten van crowdfundingdiensten, moeten aanbieders van crowdfundingdiensten hun klanten passende informatie verstrekken.

30)Beleggingen in producten die op crowdfundingplatforms op de markt worden gebracht, zijn niet vergelijkbaar met traditionele beleggingsproducten of spaarproducten en mogen niet als zodanig op de markt worden gebracht. Om er echter voor te zorgen dat kandidaat-beleggers inzicht hebben in het risico dat verbonden is aan crowdfundingbeleggingen, moeten aanbieders van crowdfundingdiensten een instapkennistest van hun kandidaat-beleggers uitvoeren om na te gaan hoever hun kennis over beleggen reikt. Aanbieders van crowdfundingdiensten moeten kandidaat-beleggers uitdrukkelijk waarschuwen wanneer de aangeboden crowdfundingdiensten voor hen ongeschikt worden geacht.

31)Om beleggers in staat te stellen met kennis van zaken een beleggingsbeslissing te nemen, moeten aanbieders van crowdfundingdiensten kandidaat-beleggers een blad met essentiële beleggingsinformatie verstrekken. Het blad met essentiële beleggingsinformatie moet kandidaat-beleggers waarschuwen dat de beleggingsomgeving die zij hebben betreden, risico's inhoudt en niet valt onder het depositocompensatiestelsel, noch onder de beleggerscompensatiegaranties.

32)Het blad met essentiële beleggingsinformatie dient eveneens rekening te houden met de specifieke kenmerken en risico's van startende ondernemingen, en dient zich te concentreren op materiële informatie over de projecteigenaars, de rechten en vergoedingen van de beleggers en het type aangeboden effecten en leningsovereenkomsten. Omdat de betrokken projecteigenaar in de beste positie verkeert om deze informatie te verstrekken, dient de projecteigenaar het blad met essentiële beleggingsinformatie op te stellen. Aangezien aanbieders van crowdfundingdiensten echter verantwoordelijk zijn voor het informeren van hun kandidaat-beleggers, moeten zij ervoor zorgen dat het blad met essentiële beleggersinformatie volledig is.

33)Om een naadloze en vlotte toegang tot de kapitaalmarkten voor startende ondernemingen en kleine en middelgrote ondernemingen te waarborgen, hun financieringskosten te verlagen en vertragingen en kosten voor aanbieders van crowdfundingdiensten te vermijden dient het blad met essentiële beleggingsinformatie niet door een bevoegde autoriteit te worden goedgekeurd.

34)Om onnodige kosten en administratieve lasten voor de grensoverschrijdende aanbieding van crowdfundingdiensten te vermijden, dienen voor publicitaire mededelingen geen vertaalvereisten te gelden indien zij worden verstrekt in een taal die in de financiële sector gebruikelijk is.

35)Aanbieders van crowdfundingdiensten dienen niet in staat te zijn tot discretionaire of niet-discretionaire matching van aan- en verkoopintenties, omdat voor deze activiteit een vergunning als beleggingsonderneming overeenkomstig artikel 5 van Richtlijn 2014/65/EU of als gereglementeerde markt overeenkomstig artikel 44 van die richtlijn vereist is. Aanbieders van crowdfundingdiensten moeten in het belang van de transparantie en de informatiestroom beleggers die via hun platform hebben belegd in staat kunnen stellen via hun platformen met elkaar contact op te nemen en te handelen met betrekking tot beleggingen die oorspronkelijk op hun platform zijn gedaan. Aanbieders van crowdfundingdiensten dienen hun klanten er echter van op de hoogte te stellen dat zij geen handelssysteem exploiteren en dat de klant naar eigen goeddunken en onder zijn verantwoordelijkheid aan- en verkopen op hun platformen kan doet.

36)Om de transparantie te bevorderen en een goede documentatie van de communicatie met de klant te waarborgen, moeten aanbieders van crowdfundingdiensten alle passende vastleggingen over hun diensten en transacties bijhouden.

37)Om een eerlijke en niet-discriminerende behandeling van beleggers te garanderen, mogen aanbieders van crowdfundingdiensten die hun diensten via publicitaire mededelingen promoten, een bepaald project niet gunstiger behandelen door het te onderscheiden van andere projecten die op hun platform worden aangeboden. Er mogen bijgevolg geen open of geplande projecten worden opgenomen in publicitaire mededelingen van een crowdfundingplatform. Aanbieders van crowdfundingdiensten mogen echter niet worden belet om met succes gesloten aanbiedingen te vermelden waarin beleggingen via het platform niet langer mogelijk zijn.

38)Om te zorgen voor meer rechtszekerheid voor aanbieders van crowdfundingdiensten die in heel de Unie actief zijn en om markttoegang te vergemakkelijken, moet alle informatie over de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die in de lidstaten van toepassing zijn en samenvattingen daarvan die specifiek betrekking hebben op publicitaire mededelingen van aanbieders van crowdfundingdiensten elektronisch worden gepubliceerd in een taal die in internationale financiële kringen gebruikelijk is. Daartoe moeten de bevoegde autoriteiten en ESMA centrale gegevensbanken bijhouden.

39)Om een beter inzicht te verwerven in de omvang van de verschillen in regelgeving tussen de lidstaten met betrekking tot de vereisten die van toepassing zijn op publicitaire mededelingen, moeten de bevoegde autoriteiten ESMA jaarlijks een gedetailleerd verslag verstrekken over hun handhavingsactiviteiten op dit gebied.

40)Het is van belang er effectief en efficiënt voor te zorgen dat wordt voldaan aan de vereisten voor vergunningverlening en voor het aanbieden van crowdfundingdiensten, in overeenstemming met deze verordening. Aan ESMA moeten derhalve bevoegdheden worden verleend om vergunningen te verlenen en toezicht uit te oefenen. Om ESMA in staat te stellen dat toezichtmandaat te vervullen, moet haar de bevoegdheid worden verleend om informatie op te vragen, algemene onderzoeken en inspecties ter plaatse uit te voeren, openbare aankondigingen en waarschuwingen te publiceren en sancties op te leggen. ESMA moet op evenredige wijze gebruikmaken van haar toezichts- en sanctiebevoegdheden.

41)Door deze bevoegdheden aan ESMA toe te kennen, wordt een efficiëntere en centraler beheerde vergunningverlening en een efficiënter en centraler beheerd toezicht mogelijk en worden schaalvoordelen gegenereerd. Een dergelijke regeling inzake centraal toezicht is gunstig voor de marktdeelnemers in termen van grotere transparantie, beleggersbescherming en marktefficiëntie.

42)ESMA moet vergoedingen aan rechtstreeks onder toezicht staande entiteiten in rekening brengen om haar kosten, inclusief overheadkosten, te dekken. De hoogte van de vergoeding moet evenredig zijn aan de omvang van een rechtstreeks onder toezicht staande entiteit, rekening houdend met het feit dat de crowdfundingsector zich in een vroeg ontwikkelingsstadium bevindt.

43)Aangezien de doelstellingen van deze verordening, namelijk het aanpakken van de versnippering van het rechtskader dat van toepassing is op crowdfundingdiensten om de goede werking van de interne markt voor dergelijke diensten te waarborgen en tegelijkertijd de beleggersbescherming en de marktefficiëntie te verbeteren en bij te dragen tot de oprichting van de kapitaalmarktenunie, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar beter op het niveau van de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel maatregelen nemen. In overeenstemming met het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

44)De toepassing van deze verordening moet worden uitgesteld om deze af te stemmen op de toepassing van de nationale voorschriften tot omzetting van Richtlijn XXX/XXXXXX/EU (Richtlijn (EU)... /... van... van het Europees Parlement en de Raad), waardoor aanbieders van crowdfundingdiensten die onder het toepassingsgebied van deze verordening vallen, worden vrijgesteld van de toepassing van Richtlijn 2014/65/EU.

45)Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie erkende beginselen in acht. Bijgevolg dient deze verordening te worden uitgelegd en toegepast in overeenstemming met deze rechten en beginselen.

46)De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is in overeenstemming met artikel 28, lid 2, van Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad geraadpleegd 14 ,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I
Onderwerp, toepassingsgebied en definities

Artikel 1
Onderwerp

Deze verordening stelt uniforme vereisten in voor het volgende:

(a)de werking en organisatie van aanbieders van crowdfundingdiensten;

(b)de vergunningverlening aan en het toezicht op aanbieders van crowdfundingdiensten;

(c)transparantie en publicitaire mededelingen met betrekking tot de aanbieding van crowdfundingdiensten in de Unie.

Artikel 2
Toepassingsgebied

1.Deze verordening is van toepassing op rechtspersonen die ervoor kiezen een vergunning overeenkomstig artikel 10 aan te vragen en op aanbieders van crowdfundingdiensten waaraan overeenkomstig dat artikel vergunning is verleend met betrekking tot het aanbieden van crowdfundingdiensten.

2.Deze verordening is niet van toepassing op:

(a)crowdfundingdiensten die worden aangeboden aan projecteigenaren die consumenten zijn als gedefinieerd in artikel 3, onder a), van Richtlijn 2008/48/EG;

(b)crowdfundingdiensten die worden aangeboden door natuurlijke of rechtspersonen waaraan overeenkomstig artikel 7 van Richtlijn 2014/65/EU vergunning is verleend als beleggingsonderneming;

(c)crowdfundingdiensten die door natuurlijke of rechtspersonen worden aangeboden overeenkomstig de nationale wetgeving;

(d)crowdfundingaanbiedingen met een prijs van meer dan 1 000 000 EUR per crowdfundingaanbod, berekend over een periode van 12 maanden, met betrekking tot een bepaald crowdfundingproject.

Artikel 3
Definities

1.Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

(a)‘crowdfundingdienst’: het matchen van zakelijke financieringsbelangstelling van beleggers en projecteigenaren via het gebruik van een crowdfundingplatform bestaande uit het volgende:

i)de facilitering van het toekennen van leningen;

ii)de plaatsing zonder plaatsingsgarantie, als bedoeld in bijlage I, afdeling A, punt 7, van Richtlijn 2014/65/EU, van door projecteigenaars uitgegeven effecten en de ontvangst en doorgifte van orders van klanten, als bedoeld in bijlage I, afdeling A, punt 1, van Richtlijn 2014/65, met betrekking tot deze effecten;

(b)‘crowdfundingplatform’: een elektronisch informatiesysteem dat wordt geëxploiteerd of beheerd door een aanbieder van crowdfundingdiensten;

(c)"aanbieder van crowdfundingdiensten": een rechtspersoon die crowdfundingdiensten aanbiedt en daartoe door de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA) overeenkomstig artikel 11 van deze verordening een vergunning heeft verkregen;

(d)‘crowdfundingaanbod’: elke communicatie van aanbieders van crowdfundingdiensten die informatie bevat die kandidaat-beleggers in staat stelt te bepalen wat de merites zijn van het aangaan van een crowdfundingtransactie;

(e)‘klant': elke kandidaat- of feitelijke belegger of projecteigenaar aan wie een aanbieder van crowdfundingdiensten crowdfundingdiensten aanbiedt of kan aanbieden;

(f)‘projecteigenaar’: elke persoon die beoogt zijn crowdfundingproject te financieren via een crowdfundingplatform;

(g)'belegger': elke persoon die via een crowdfundingplatform leningen verstrekt of effecten verwerft;

(h)‘crowdfundingproject’: de zakelijke activiteit(en) die een projecteigenaar financiert of beoogt te financieren via het crowdfundingaanbod;

(i)‘effecten’: effecten in de zin van artikel 4, lid 1, punt 44, van Richtlijn 2014/65/EU;

(j)‘publicitaire mededelingen’: alle informatie of elke mededeling van een aanbieder van crowdfundingdiensten aan een kandidaat-belegger of kandidaat-projecteigenaar over de diensten van de aanbieder van crowdfundingdiensten, met uitzondering van de op grond van deze verordening vereiste informatieverschaffing aan beleggers;

(k)„duurzame drager”: een hulpmiddel dat het mogelijk maakt informatie op zodanige wijze op te slaan dat deze achteraf gedurende een voor het doel van de informatie toereikende periode kan worden geraadpleegd en waarmee de opgeslagen informatie ongewijzigd kan worden gereproduceerd.

(l)‘special purpose vehicle’ of ‘SPV’: entiteiten met als enige opdracht het verrichten van een securitisatie in de zin van artikel 1, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1075/2013 van de Europese Centrale Bank 15 .

2.De Commissie is bevoegd in overeenstemming met artikel 38 gedelegeerde handelingen vast te stellen om verdere technische elementen van de in lid 1 vastgestelde definities te specificeren om rekening te houden met marktontwikkelingen, technologische ontwikkelingen en ervaring met de exploitatie van crowdfundingplatforms en de aanbieding van crowdfundingdiensten.

Hoofdstuk II
Aanbieding van crowdfundingdiensten en organisatorische en operationele vereisten voor aanbieders van crowdfundingdiensten

Artikel 4
Aanbieding van crowdfundingdiensten

1.Crowdfundingdiensten worden alleen aangeboden door rechtspersonen met een effectieve en stabiele vestiging in een lidstaat van de Unie die in overeenstemming met artikel 11 van deze verordening als aanbieder van crowdfundingdiensten een vergunning hebben ontvangen.

2.Aanbieders van crowdfundingdiensten handelen eerlijk, rechtvaardig en professioneel in overeenstemming met de belangen van hun klanten en toekomstige klanten.

3.Aanbieders van crowdfundingdiensten mogen geen vergoeding, korting of niet-geldelijk voordeel betalen of aanvaarden voor het geleiden van orders van beleggers naar een bepaald crowdfundingaanbod op hun platform of naar een bepaald crowdfundingaanbod op een platform van een derde partij.

4.Aanbieders van crowdfundingdiensten kunnen namens hun klanten discretionaire bevoegdheid uitoefenen met betrekking tot de parameters van orders van klanten, in welk geval zij aan hun klanten de exacte methode en parameters van die discretionaire bevoegdheid bekendmaken en alle noodzakelijke stappen ondernemen om het best mogelijke resultaat voor hun klanten te behalen.

5.Wat het gebruik van special purpose vehicles voor de aanbieding van crowdfundingdiensten betreft, hebben aanbieders van crowdfundingdiensten slechts het recht één actief over te dragen aan het special purpose vehicle om beleggers in staat te stellen een blootstelling aan dat actief aan te gaan door middel van het verwerven van effecten. De beslissing om een blootstelling aan dat onderliggende actief aan te gaan, berust uitsluitend bij de beleggers.

Artikel 5
Effectief en prudent beheer

Het management van aanbieders van crowdfundingdiensten belast zich met het instellen van en toezien op de implementatie van adequate gedragslijnen en procedures om een effectief en prudent beheer te waarborgen inclusief scheiding van taken, bedrijfscontinuïteit en het voorkomen van belangenconflicten, op een wijze die de integriteit van de markt en de belangen van hun klanten bevordert.

Artikel 6
Klachtenbehandeling

1.Aanbieders van crowdfundingdiensten belasten zich met de instelling en handhaving van effectieve en transparante procedures voor een snelle, rechtvaardige en consistente behandeling van klachten van klanten.

2.Klanten kunnen kosteloos klachten indienen bij aanbieders van crowdfundingdiensten.

3.Aanbieders van crowdfundingdiensten houden een register bij van alle ontvangen klachten en de genomen maatregelen.

4.De Commissie kan gedelegeerde handelingen vaststellen in overeenstemming met artikel 37 om de vereisten, standaardformaten en procedures voor klachtenbehandeling te specificeren.

Artikel 7
Belangenconflicten

1.Aanbieders van crowdfundingdiensten hebben geen financiële participatie in een crowdfundingaanbod op hun crowdfundingplatform.

2.Aanbieders van crowdfundingdiensten aanvaarden geen van hun aandeelhouders die 20% of meer van het aandelenkapitaal of de stemrechten bezitten, noch hun managers of werknemers, noch enige persoon die rechtstreeks of onrechtstreeks met deze aandeelhouders, managers en werknemers verbonden is door een zeggenschapsband als gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 35, onder b), van Richtlijn 2014/65/EU, als klant.

3.Aanbieders van crowdfundingdiensten belasten zich met de instandhouding en toepassing van effectieve interne regels om belangenconflicten te voorkomen.

4.Aanbieders van crowdfundingdiensten nemen alle passende maatregelen om belangenconflicten tussen de aanbieders van crowdfundingdiensten zelf, hun aandeelhouders, hun managers en werknemers, of personen die rechtstreeks of onrechtstreeks met hen verbonden zijn door een zeggenschapsband als gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 35, onder b), van Richtlijn 2014/65/EU, en hun klanten, of tussen een klant en een andere klant te voorkomen, te identificeren, te beheren en openbaar te maken.

5.Aanbieders van crowdfundingdiensten stellen hun klanten en potentiële klanten in kennis van de algemene aard en de bronnen van belangenconflicten en van de maatregelen die zijn genomen om deze risico's te beperken wanneer zij van mening zijn dat dit noodzakelijk is voor de effectiviteit van de maatregelen die in overeenstemming met de in lid 3 bedoelde interne regels zijn genomen.

6.De in lid 5 bedoelde informatieverschaffing:

(a)wordt op een duurzame drager gedaan;

(a)bevat voldoende details, rekening houdend met de aard van elke klant, om elke klant in staat te stellen met kennis van zaken een beslissing te nemen over de dienst in verband waarmee het belangenconflict zich voordoet.

7.De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 37 gedelegeerde handelingen vast te stellen ter omschrijving van:

(a)de vereisten voor de instandhouding of de toepassing van interne regels als bedoeld in lid 3;

(b)de in lid 4 bedoelde maatregelen;

(c)de regelingen voor de in de leden 5 en 6 bedoelde informatieverschaffing.

Artikel 8
Uitbesteding

1.Wanneer aanbieders van crowdfundingdiensten een beroep doen op een derde voor de uitvoering van operationele taken, nemen zij alle redelijke maatregelen om extra operationeel risico te vermijden.

2.Uitbesteding van operationele functies mag de kwaliteit van de interne controle van aanbieders van crowdfundingdiensten en het vermogen van ESMA om de nakoming door aanbieders van crowdfundingdiensten van alle in deze verordening vastgestelde verplichtingen te monitoren niet wezenlijk aantasten.

3.Aanbieders van crowdfundingdiensten blijven volledig verantwoordelijk voor de naleving van deze verordening met betrekking tot de uitbestede activiteiten.

Artikel 9
Bewaring van activa van klanten, het aanhouden van financiële middelen en het aanbieden van betalingsdiensten

1.Aanbieders van crowdfundingdiensten informeren hun klanten over het volgende:

(a)of en op welke voorwaarden zij diensten in verband met de bewaring van activa verlenen, met inbegrip van verwijzingen naar het toepasselijke nationale recht;

(b)of diensten in verband met de bewaring van activa door hen of door derden worden verricht;

(c)of betalingsdiensten en het aanhouden en bewaren van financiële middelen worden aangeboden door de aanbieder van crowdfundingdiensten of via een derde aanbieder die namens hen handelt.

2.Aanbieders van crowdfundingdiensten of derde aanbieders die namens hen handelen mogen geen financiële middelen van klanten aanhouden of betalingsdiensten aanbieden, tenzij die financiële middelen bestemd zijn voor het aanbieden van betalingsdiensten in verband met crowdfundingdiensten en de aanbieder van crowdfundingdiensten of de derde aanbieder die namens hem handelt een betalingsinstelling is als gedefinieerd in artikel 4, lid 11, van Richtlijn (EU) 2015/2366.

3.De in lid 2 bedoelde financiële middelen worden bewaard in overeenstemming met de nationale bepalingen tot omzetting van Richtlijn (EU) 2015/2366.

4.Indien aanbieders van crowdfundingdiensten noch zelf, noch via een derde betalingsdiensten of het aanhouden en bewaren van financiële middelen in verband met crowdfundingdiensten aanbieden, treffen en handhaven dergelijke aanbieders van crowdfundingdiensten regelingen om ervoor te zorgen dat projecteigenaren financiering van crowdfundingaanbiedingen of enige betaling alleen aanvaarden door middel van een betalingsinstelling als gedefinieerd in artikel 4, lid 11, van Richtlijn (EU) 2015/2366.

Hoofdstuk II
Vergunningverlening aan en toezicht op aanbieders van crowdfundingdiensten

Artikel 10
Vergunning als aanbieder van crowdfundingdiensten

1.Een rechtspersoon die voornemens is crowdfundingdiensten aan te bieden, dient bij ESMA een aanvraag in voor een vergunning als aanbieder van crowdfundingdiensten.

2.De in lid 1 bedoelde aanvraag omvat al het volgende:

(a)het adres van de kandidaat-aanbieder van crowdfundingdiensten;

(b)    de rechtspositie van de kandidaat-aanbieder van crowdfundingdiensten;

(c)de statuten van de kandidaat-aanbieder van crowdfundingdiensten;

(d)    een operationeel programma met een beschrijving van de soorten crowdfundingdiensten die de kandidaat-aanbieder van crowdfundingdiensten wil aanbieden;

(e)een beschrijving van de governanceregelingen en internecontrolemechanismen van de kandidaat-aanbieder van crowdfundingdiensten om de naleving van deze verordening te waarborgen inclusief risicobeheer- en accountingprocedures;

(f)een beschrijving van de systemen, middelen en procedures van de kandidaat-aanbieder van crowdfundingdiensten voor de controle en beveiliging van de gegevensverwerkingssystemen;

(g)    een beschrijving van de bedrijfscontinuïteitsregelingen van de kandidaat-aanbieder van crowdfundingdiensten;

(h)de identiteit van de personen die verantwoordelijk zijn voor het management van de kandidaat-aanbieder van crowdfundingdiensten;

(i)bewijs dat de onder h) bedoelde personen een goede naam hebben en over de nodige kennis en ervaring beschikken om de kandidaat-aanbieder van crowdfundingdiensten te leiden;

(j)    een beschrijving van de interne regels van de kandidaat-aanbieder van crowdfundingdiensten om te voorkomen dat zijn aandeelhouders die 20% of meer van het aandelenkapitaal of de stemrechten bezitten, zijn managers of zijn werknemers of enige persoon die rechtstreeks of onrechtstreeks met hen verbonden is door middel van een zeggenschapsband, crowdfundingtransacties verrichten die door de kandidaat-aanbieder van crowdfundingdiensten worden aangeboden;

(k)een beschrijving van de uitbestedingsregelingen van de kandidaat-aanbieder van crowdfundingdiensten;

(l)een beschrijving van de procedures van de kandidaat-aanbieder van crowdfundingdiensten voor de behandeling van klachten van klanten;

(m)in voorkomend geval, een beschrijving van de betalingsdiensten die de kandidaat-aanbieder van crowdfundingdiensten voornemens is aan te bieden op grond van Richtlijn (EU) 2015/2366.

3.Voor de toepassing van lid 2, onder i), leveren kandidaat-aanbieders van crowdfundingdiensten het bewijs van het volgende:

(a)het ontbreken van vastleggingen in het strafregister met betrekking tot veroordelingen of straffen op grond van de geldende nationale regels op het gebied van handelsrecht, insolventierecht, wetgeving inzake financiële diensten, wetgeving ter bestrijding van het witwassen van geld, fraude of beroepsaansprakelijkheid voor alle personen die betrokken zijn bij het management van de kandidaat-aanbieder van crowdfundingdiensten;

(b)bewijs dat de personen die betrokken zijn bij het management van de aanbieder van crowdfundingdiensten gezamenlijk over voldoende kennis, vaardigheden en ervaring beschikken om de aanbieder van crowdfundingdiensten te leiden en dat deze personen voldoende tijd moeten besteden aan het uitvoeren van hun taken.

4.Binnen 20 werkdagen na ontvangst van de in lid 1 bedoelde aanvraag beoordeelt ESMA of die aanvraag volledig is. Indien de aanvraag niet volledig is, stelt ESMA een termijn vast waarbinnen de kandidaat-aanbieder van crowdfundingdiensten de ontbrekende informatie moet verstrekken.

5.Indien een aanvraag als bedoeld in lid 1 volledig is, stelt ESMA de kandidaat-aanbieder van crowdfundingdiensten daarvan onmiddellijk in kennis.

6.Binnen twee maanden na ontvangst van een volledige aanvraag beoordeelt ESMA of de kandidaat-aanbieder van crowdfundingdiensten voldoet aan de vereisten van deze verordening en neemt zij een volledig gemotiveerd besluit aan tot verlening of weigering van een vergunning als aanbieder van crowdfundingdiensten. ESMA heeft het recht een vergunning te weigeren als er objectieve en aantoonbare redenen zijn om aan te nemen dat het management van de aanbieder van crowdfundingdiensten een bedreiging kan vormen voor het effectieve, gezonde en prudente management en de bedrijfscontinuïteit ervan en voor een adequate afweging van de belangen van zijn klanten en de integriteit van de markt.

7.ESMA stelt de kandidaat-aanbieder van crowdfundingdiensten binnen vijf werkdagen na het nemen van dat besluit in kennis van haar besluit.

8.De in lid 1 bedoelde vergunning is werkzaam en geldig voor het gehele grondgebied van de Unie.

9.De lidstaten mogen niet vereisen dat aanbieders van crowdfundingdiensten fysiek aanwezig zijn op het grondgebied van een andere lidstaat dan de lidstaat waar deze aanbieders van crowdfundingdiensten zijn gevestigd teneinde crowdfundingdiensten op grensoverschrijdende basis aan te bieden.

10.De Commissie stelt in overeenstemming met artikel 37 gedelegeerde handelingen vast om de vereisten en regelingen voor de in lid 1 bedoelde aanvraag nader te specificeren.

Artikel 11
Register van aanbieders van crowdfundingdiensten

1.ESMA stelt een register van alle aanbieders van crowdfundingdiensten samen. Dat register wordt op haar website voor het publiek beschikbaar gesteld en wordt regelmatig bijgewerkt.

2.Het in lid 1 bedoelde register bevat de volgende gegevens:

(a)de naam en rechtsvorm van de aanbieder van crowdfundingdiensten;

(b)de handelsnaam en het internetadres van het crowdfundingplatform dat door de aanbieder van crowdfundingdiensten wordt geëxploiteerd;

(c)informatie over de diensten waarvoor de aanbieder van crowdfundingdiensten een vergunning heeft;

(d)sancties die zijn opgelegd aan de aanbieder van crowdfundingdiensten of zijn managers.

3.Elke intrekking van een vergunning in overeenstemming met artikel 13 wordt gedurende vijf jaar in het register bekendgemaakt.

Artikel 12
Toezicht

1.Aanbieders van crowdfundingdiensten bieden hun diensten aan onder toezicht van ESMA.

2.Aanbieders van crowdfundingdiensten voldoen te allen tijde aan de vergunningsvoorwaarden.

3.ESMA beoordeelt of de aanbieders van crowdfundingdiensten voldoen aan de verplichtingen waarin deze verordening voorziet.

4.Aanbieders van crowdfundingdiensten stellen ESMA onverwijld in kennis van elke materiële wijziging van de vergunningsvoorwaarden en verstrekken op verzoek de informatie die nodig is om te beoordelen of zij aan deze verordening voldoen.

Artikel 13
Intrekking van een vergunning

1.ESMA heeft de bevoegdheid om de vergunning van een aanbieder van crowdfundingdiensten in te trekken in elk van de volgende situaties waarin de aanbieder van crowdfundingdiensten:

(a)binnen 18 maanden nadat de vergunning is verleend, geen gebruik heeft gemaakt van de vergunning;

(b)uitdrukkelijk heeft afgezien van zijn vergunning;

(c)gedurende zes opeenvolgende maanden geen crowdfundingdiensten heeft aangeboden;

(d)zijn vergunning op onregelmatige wijze heeft verkregen en in zijn vergunningsaanvraag valse verklaringen heeft afgelegd;

(e)niet meer voldoet aan de voorwaarden waaronder de vergunning is verleend;

(f)de bepalingen van deze verordening ernstig heeft geschonden.

2.De nationale bevoegde autoriteiten stellen ESMA onverwijld in kennis van het volgende:

(a)het feit dat een aanbieder van crowdfundingdiensten of een namens die aanbieder van crowdfundingdiensten optredende derde zijn vergunning als betalingsinstelling in overeenstemming met artikel 13 van Richtlijn 2015/2366/EU is kwijtgeraakt;

(b)het feit dat een aanbieder van crowdfundingdiensten of zijn managers, werknemers of namens hem optredende derden de nationale bepalingen hebben overtreden ter uitvoering van Richtlijn (EU) 2015/849 betreffende het witwassen van geld of terrorismefinanciering.

Alinea 2, onder b), is ook van toepassing op de nationale bevoegde autoriteiten aangewezen overeenkomstig de bepalingen van Richtlijn (EU) 2015/849.

3.ESMA trekt de vergunning als aanbieder van crowdfundingdiensten in indien ESMA van oordeel is dat de in lid 2, onder a) en b), bedoelde feiten van invloed zijn op de goede naam van het management van de aanbieder van crowdfundingdiensten, of aangeven dat de governanceregelingen, internecontrolemechanismen of procedures als bedoeld in artikel 5 hebben gefaald.

4.ESMA stelt de nationale bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de aanbieder van crowdfundingdiensten gevestigd is onverwijld in kennis van haar besluit om de vergunning van een aanbieder van crowdfundingdiensten in te trekken.

Hoofdstuk IV
Transparantie en toegangskennistest door aanbieders van crowdfundingdiensten

Artikel 14
Informatieverstrekking aan klanten

1.Alle informatie, inclusief publicitaire mededelingen als bedoeld in artikel 19, die door aanbieders van crowdfundingdiensten aan klanten of potentiële klanten wordt verstrekt over henzelf, over de kosten en lasten in verband met crowdfundingdiensten of beleggingen, over de voorwaarden voor crowdfunding inclusief criteria voor de selectie van crowdfundingprojecten, of over de aard van en de risico's verbonden aan hun crowdfundingdiensten, moet duidelijk, begrijpelijk, volledig en correct zijn.

2.De in lid 1 bedoelde informatie wordt aan potentiële klanten verstrekt voordat zij een crowdfundingtransactie aangaan.

3.De in lid 1 bedoelde informatie is voor alle klanten en potentiële klanten op niet-discriminerende wijze beschikbaar op een duidelijk aangewezen deel van de website van het crowdfundingplatform.

Artikel 15
Toegangskennistest en simulatie van het vermogen om verlies te dragen

1.Alvorens kandidaat-beleggers volledige toegang te verlenen tot hun crowdfundingaanbiedingen, beoordelen de aanbieders van crowdfundingdiensten of en welke crowdfundingdiensten geschikt zijn voor kandidaat-beleggers.

2.Voor de toepassing van de beoordeling ingevolge het eerste lid verzoeken aanbieders van crowdfundingdiensten om informatie over de basiskennis over en het inzicht van de kandidaat-belegger in de risico's van beleggen in het algemeen en in de soorten beleggingen die op het crowdfundingplatform worden aangeboden, inclusief informatie over:

(a)de vroegere beleggingen van de kandidaat-belegger in effecten of leenovereenkomsten inclusief in ondernemingen in de begin- of expansiefase;

(b)alle relevante kennis of beroepservaring in verband met crowdfundingbeleggingen.

3.Aanbieders van crowdfundingdiensten nemen om de twee jaar voor elke belegger de nodige maatregelen om aan lid 1 te voldoen.

4.Indien kandidaat-beleggers de krachtens lid 1 vereiste informatie niet verstrekken of indien aanbieders van crowdfundingdiensten op basis van de krachtens lid 1 ontvangen informatie van mening zijn dat de kandidaat-beleggers onvoldoende kennis hebben, stellen zij die kandidaat-beleggers ervan in kennis dat de op hun platforms aangeboden diensten voor hen ongeschikt kunnen zijn en geven zij hen een risicowaarschuwing. Die informatie of risicowaarschuwing betekent niet dat kandidaat-beleggers niet in crowdfundingprojecten mogen beleggen. 

5.Aanbieders van crowdfundingdiensten bieden kandidaat-beleggers te allen tijde de mogelijkheid tot simulatie of zij vermogensverlies kunnen dragen, berekend als 10 % van hun vermogen, op basis van de volgende informatie:

(a)het vaste inkomen en het totale inkomen, en of het inkomen permanent of tijdelijk is;

(b)de activa, inclusief financiële beleggingen, roerende zaken en beleggingsonroerendgoed, pensioenfondsen en alle deposito's in contanten;

(c)de financiële verbintenissen, inclusief regelmatige, bestaande of toekomstige verbintenissen.

Ongeacht de resultaten van de simulatie wordt kandidaat-beleggers en beleggers niet belet te beleggen in crowdfundingprojecten.

6.De Commissie kan overeenkomstig artikel 37 gedelegeerde handelingen vaststellen tot specificatie van de regelingen nodig voor:

(a)het uitvoeren van de in lid 1 bedoelde beoordeling;

(b)het uitvoeren van de in lid 3 bedoelde simulatie;

(c)de in de leden 2 en 4 bedoelde informatieverschaffing.

Artikel 16
Blad met essentiële beleggingsinformatie

1.Aanbieders van crowdfundingdiensten verstrekken kandidaat-beleggers een door de projecteigenaar voor elk crowdfundingaanbod opgesteld blad met essentiële beleggingsinformatie. Het blad met essentiële beleggingsinformatie wordt opgesteld in ten minste één van de officiële talen van de betrokken lidstaat of in een taal die in internationale financiële kringen gangbaar is.

2.Het in lid 1 bedoelde blad met essentiële beleggingsinformatie omvat alle volgende informatie:

(a)de in de bijlage bedoelde informatie;

(b)de volgende toelichting die direct onder de titel van het blad met essentiële beleggingsinformatie staat:

"Dit crowdfundingaanbod is niet geverifieerd noch goedgekeurd door ESMA of de nationale bevoegde autoriteiten.

De geschiktheid van uw opleiding en kennis is niet beoordeeld voordat u toegang hebt gekregen tot deze belegging. Door deze belegging te doen, neemt u het volledige risico op u van deze belegging inclusief het risico van gedeeltelijk of volledig verlies van het belegde geld.";

(c)een risicowaarschuwing, die luidt als volgt:

"Beleggen in dit crowdfundingaanbod brengt risico's met zich mee, inclusief het risico van geheel of gedeeltelijk verlies van het belegde geld. Uw belegging valt niet onder de depositogarantie- en beleggerscompensatiestelsels die zijn ingesteld in overeenstemming met Richtlijn 2014/49/EU van het Europees Parlement en de Raad*en Richtlijn 97/9/EG van het Europees Parlement en de Raad.**

U ontvangt mogelijk geen rendement op uw belegging.

Dit is geen spaarproduct en u mag niet meer dan 10% van uw vermogen in crowdfundingprojecten beleggen.

U kunt de beleggingsinstrumenten mogelijk niet verkopen wanneer u dat wenst.

_______________

*    Richtlijn 2014/49/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 inzake de depositogarantiestelsels (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 149).

**    Richtlijn 97/9/EG van het Europees Parlement en de Raad van 3 maart 1997 inzake de beleggerscompensatiestelsels (PB L 084 van 26.3.1997, blz. 22).”

3.Het blad met essentiële beleggingsinformatie is duidelijk, begrijpelijk, volledig en correct en bevat geen andere voetnoten dan die met verwijzing naar het toepasselijke recht. Het wordt gepresenteerd op een op zichzelf staande, duurzame drager die duidelijk van publicitaire mededelingen te onderscheiden is en bestaat uit maximaal 6 bladzijden papier van A4-formaat als het wordt afgedrukt.

4.De aanbieder van crowdfundingdiensten houdt het blad met essentiële beleggingsinformatie te allen tijde en gedurende de gehele geldigheidsduur van het crowdfundingaanbod actueel.

5.Aanbieders van crowdfundingdiensten belasten zich met de invoering en toepassing van adequate procedures om de volledigheid en duidelijkheid van de informatie in het blad met essentiële beleggingsinformatie te controleren.

6.Wanneer een aanbieder van crowdfundingdiensten een materiële omissie, een materiële fout of een materiële onjuistheid in het blad met essentiële beleggingsinformatie vaststelt, vult de projecteigenaar deze informatie aan of wijzigt hij deze. Indien een dergelijke aanvulling of wijziging niet mogelijk is, doet de aanbieder van crowdfundingdiensten geen crowdfundingaanbod of annuleert hij het bestaande aanbod totdat het blad met essentiële beleggingsinformatie aan de vereisten van dit artikel voldoet.

7.Een belegger kan een aanbieder van crowdfundingdiensten verzoeken het blad met essentiële beleggingsinformatie te laten vertalen in een taal naar keuze van de belegger. De vertaling geeft de inhoud van het oorspronkelijke blad met essentiële beleggingsinformatie nauwkeurig weer.

Indien de aanbieder van crowdfundingdiensten de gevraagde vertaling van het blad met essentiële beleggingsinformatie niet verstrekt, adviseert de aanbieder van crowdfundingdiensten de belegger duidelijk om af te zien van het doen van de belegging.

8.Nationale bevoegde autoriteiten vereisen geen voorafgaande kennisgeving en goedkeuring van een blad met essentiële beleggingsinformatie.

9.De Commissie kan overeenkomstig artikel 37 gedelegeerde handelingen vaststellen tot specificatie van:

(a)de vereisten voor en inhoud van het model voor de presentatie van de in lid 2 en de bijlage bedoelde informatie;

(b)de soorten risico's die van materieel belang zijn voor het crowdfundingaanbod en derhalve moeten worden openbaar gemaakt overeenkomstig deel C van de bijlage;

(c)de vergoedingen en kosten waarvan sprake in deel H, onder a), van de bijlage, met inbegrip van een gedetailleerde uitsplitsing van de door de belegger te dragen directe en indirecte kosten.

Artikel 17
Bulletinboard

1.Aanbieders van crowdfundingdiensten die hun beleggers in staat stellen rechtstreeks met elkaar te interageren om leningovereenkomsten of effecten te kopen en te verkopen die oorspronkelijk op hun platformen werden gecrowfund, stellen hun klanten ervan in kennis dat zij geen handelssysteem exploiteren en dat dergelijke aan- en verkoopactiviteiten op hun platformen naar eigen goeddunken en verantwoordelijkheid van de klant zijn.

2.Aanbieders van crowdfundingdiensten die een referentieprijs voor de in lid 1 bedoelde aan- en verkoop voorstellen, delen hun klanten mee dat de voorgestelde referentieprijs niet-bindend is en onderbouwen de voorgestelde referentieprijs.

Artikel 18
Toegang tot vastleggingen

Aanbieders van crowdfundingdiensten:

(a)bewaren alle vastleggingen met betrekking tot hun diensten en transacties gedurende vijf jaar op een duurzame drager;

(b)zorgen ervoor dat hun klanten te allen tijde onmiddellijk toegang hebben tot de vastleggingen van de aan hen aangeboden diensten;

(c)bewaren gedurende vijf jaar alle overeenkomsten tussen de aanbieders van crowdfundingdiensten en hun klanten.

Hoofdstuk V
Publicitaire mededelingen

Artikel 19
Vereisten betreffende publicitaire mededelingen

1.Aanbieders van crowdfundingdiensten zorgen ervoor dat alle publicitaire mededelingen aan beleggers duidelijk als zodanig herkenbaar zijn.

2.Geen enkele publicitaire mededeling omvat reclame voor individuele geplande of lopende crowdfundingprojecten of aanbiedingen. In publicitaire mededelingen mag alleen worden vermeld waar en in welke taal klanten informatie kunnen verkrijgen over individuele projecten of aanbiedingen.

3.Voor hun publicitaire communicatie gebruiken aanbieders van crowdfundingdiensten een of meer officiële talen van de lidstaat waar de aanbieder van crowdfundingdiensten actief is of een taal die in internationale financiële kringen gebruikelijk is.

4.Nationale bevoegde autoriteiten vereisen geen voorafgaande kennisgeving en goedkeuring van publicitaire mededelingen.

Artikel 20
Bekendmaking van nationale bepalingen inzake publiciteitsvereisten

1.Nationale bevoegde autoriteiten belasten zich ermee op hun website de nationale wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen te publiceren en actueel te houden die van toepassing zijn op publicitaire mededelingen van aanbieders van crowdfundingdiensten.

2.De bevoegde autoriteiten stellen ESMA in kennis van de in lid 1 bedoelde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen en de hyperlinks naar de websites van bevoegde autoriteiten waar die informatie wordt gepubliceerd. De bevoegde autoriteiten verstrekken ESMA een samenvatting van die relevante nationale bepalingen in een taal die in de internationale financiële wereld gebruikelijk is.

3.De bevoegde autoriteiten stellen ESMA in kennis van elke wijziging in de overeenkomstig lid 2 verstrekte informatie en verstrekken onverwijld een bijgewerkte samenvatting van de relevante nationale bepalingen.

4.ESMA belast zich ermee op haar website een samenvatting van de relevante nationale bepalingen in een taal die gebruikelijk is in de internationale financiële wereld en de hyperlinks naar de websites van de in lid 1 bedoelde bevoegde autoriteiten te publiceren en bij te houden. ESMA is niet aansprakelijk voor de informatie die in de samenvatting wordt verstrekt.

5.De nationale bevoegde autoriteiten zijn het centrale aanspreekpunt voor het verstrekken van informatie over de publiciteitsregels in hun respectieve lidstaten.

6.ESMA kan richtsnoeren of aanbevelingen aan de nationale bevoegde autoriteiten richten waarin de beste praktijken op het gebied van publicitaire mededelingen en de verificatie van publicitaire mededelingen van aanbieders van crowdfundingdiensten worden gespecificeerd.

7.De bevoegde autoriteiten brengen regelmatig en ten minste eenmaal per jaar aan ESMA verslag uit over hun handhavingsmaatregelen die zij in het voorgaande jaar hebben genomen op grond van hun nationale wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die van toepassing zijn op publicitaire mededelingen van aanbieders van crowdfundingdiensten. Met name: omvat het verslag het volgende:

(a)het totale aantal handhavingsmaatregelen dat is genomen per soort overtreding, indien van toepassing;

(b)indien beschikbaar, de resultaten van de handhavingsmaatregelen, met inbegrip van de soorten sancties die zijn opgelegd per soort sanctie of remediërende maatregelen die door aanbieders van crowdfundingdiensten worden genomen;

(c)indien beschikbaar, voorbeelden van de wijze waarop bevoegde autoriteiten het feit hebben behandeld dat aanbieders van crowdfundingdiensten niet aan de nationale bepalingen hebben voldaan.

Hoofdstuk VI
Bevoegdheden van ESMA

Afdeling I
Bevoegdheden en procedures

Artikel 21
Wettelijk verschoningsrecht

De bevoegdheden die bij de artikelen 22 tot en met 25 zijn verleend aan ESMA, of aan functionarissen of andere personen die door ESMA zijn gemachtigd, mogen niet worden gebruikt om de openbaarmaking te vereisen van informatie die onder het wettelijk verschoningsrecht valt.

Artikel 22
Verzoek om informatie 

1.ESMA kan bij eenvoudig verzoek of bij besluit verlangen dat de volgende personen alle nodige informatie verschaffen om ESMA in staat te stellen haar taken op grond van deze verordening te vervullen:

(a)een aanbieder van crowdfundingdiensten of een persoon die direct of indirect zeggenschap heeft over of onder zeggenschap staat van een aanbieder van crowdfundingdiensten;

(b)projecteigenaren die een aanbod hebben gedaan of doen op een crowdfundingplatform;

(c)derden die overeenkomstig artikel 8 zijn aangewezen om taken uit te voeren met betrekking tot de aanbieding van crowdfundingdiensten;

(d)de managers van de onder a) tot en met c) bedoelde personen;

(e)de auditors en adviseurs van de onder a) tot en met c) bedoelde personen;

2.In een eenvoudig informatieverzoek als bedoeld in lid 1 neemt zij het volgende in acht:

(a)zij verwijst naar dit artikel als rechtsgrondslag voor dat verzoek;

(b)zij vermeldt het doel van het verzoek;

(c)zij geeft nader aan welke informatie wordt verlangd;

(d)zij bepaalt binnen welke termijn de informatie moet worden verstrekt;

(e)zij vermeldt het bedrag van de geldboete die overeenkomstig artikel 28 wordt opgelegd indien de verschafte informatie onjuist of misleidend is.

3.Wanneer ESMA krachtens lid 1 bij besluit gelast informatie te verstrekken, neemt zij het volgende in acht:

(a)zij verwijst naar dit artikel als rechtsgrondslag voor dat verzoek;

(b)zij vermeldt het doel van het verzoek;

(c)zij geeft nader aan welke informatie wordt verlangd;

(d)zij bepaalt binnen welke termijn de informatie moet worden verstrekt;

(e)zij vermeldt welke dwangsom overeenkomstig artikel 29 wordt opgelegd indien de gevraagde informatie niet volledig wordt overgelegd;

(f)zij vermeldt de geldboete die overeenkomstig artikel 28 zal worden opgelegd indien de antwoorden op de vragen onjuist of misleidend zijn;

(g)zij vermeldt dat tegen het besluit bezwaar kan worden gemaakt bij de bezwaarcommissie van ESMA en dat bij het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna "Hof van Justitie" genoemd) tegen het besluit beroep kan worden ingesteld overeenkomstig de artikelen 60 en 61 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

4.De in lid 1 genoemde personen of hun vertegenwoordigers en, in het geval van rechtspersonen of verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid, de krachtens de wet of hun statuten tot vertegenwoordiging bevoegde personen verstrekken de verlangde informatie. Naar behoren gemachtigde advocaten kunnen namens hun klanten de verlangde informatie verstrekken. Deze laatsten blijven volledig verantwoordelijk indien de verstrekte informatie onvolledig, onjuist of misleidend is.

5.ESMA zendt onverwijld een afschrift van het eenvoudig verzoek of van haar besluit aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de in lid 1 genoemde personen op wie het verzoek om informatie ziet, woonachtig of gevestigd zijn.

Artikel 23
Algemene onderzoeken

1.ESMA kan een onderzoek instellen naar de in artikel 22, lid 1, bedoelde personen. In dat verband zijn de functionarissen van ESMA en andere door ESMA gemachtigde personen bevoegd:

(a)alle vastleggingen, gegevens, procedures en ander materiaal te onderzoeken dat relevant is voor de uitvoering van hun taken, ongeacht de aard van de informatiedrager;

(b)voor echt gewaarmerkte kopieën of uittreksels te maken of te verkrijgen van dergelijke vastleggingen, gegevens, procedures en ander materiaal;

(c)alle in artikel 22, lid 1, bedoelde personen of hun vertegenwoordigers of personeelsleden op te roepen en te verzoeken om mondelinge of schriftelijke toelichting bij feiten of documenten met betrekking tot het onderwerp en het doel van de inspectie, en de antwoorden op te tekenen;

(d)alle andere natuurlijke personen of rechtspersonen te horen die daarin toestemmen, om informatie betreffende het onderwerp van een onderzoek te verzamelen;

(e)overzichten van telefoon- en dataverkeer op te vragen.

2.De functionarissen van ESMA en andere door ESMA ten behoeve van de in lid 1 bedoelde onderzoeken gemachtigde personen oefenen hun bevoegdheden uit na overlegging van een schriftelijke machtiging waarin het voorwerp en het doel van het onderzoek zijn vermeld. In die machtiging worden eveneens de dwangsommen vermeld die overeenkomstig artikel 29 worden opgelegd indien de vereiste vastleggingen, gegevens, procedures of ander materiaal, of de antwoorden op vragen, gesteld aan de in artikel 22, lid 1, genoemde personen, niet of onvolledig worden verstrekt, alsmede de in artikel 28 vastgestelde geldboeten die worden opgelegd indien de antwoorden op vragen, gesteld aan de in artikel 22, lid 1, genoemde personen, onjuist of misleidend zijn.

3.De in artikel 22, lid 1, bedoelde personen zijn verplicht zich aan op grond van een besluit van ESMA ingestelde onderzoeken te onderwerpen. Het besluit vermeldt het voorwerp en het doel van het onderzoek, de dwangsommen die overeenkomstig artikel 29 worden opgelegd, de krachtens Verordening (EU) nr. 1095/2010 beschikbare rechtsmiddelen en het recht om bij het Hof van Justitie tegen het besluit in beroep te gaan.

4.Tijdig vóór een in lid 1 bedoeld onderzoek stelt ESMA de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar het onderzoek dient plaats te vinden, in kennis van het onderzoek en van de identiteit van de gemachtigde personen. Die gemachtigde personen worden op verzoek van ESMA door functionarissen van de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat bijgestaan bij de uitvoering van hun taken. Functionarissen van de betrokken bevoegde autoriteit mogen op verzoek eveneens bij de onderzoeken aanwezig zijn.

5.Indien volgens het toepasselijke nationale recht voor een verzoek om de in lid 1, onder e), bedoelde overzichten van telefoon- of dataverkeer de toestemming van een rechterlijke instantie is vereist, wordt die toestemming gevraagd. Die toestemming kan eveneens bij wijze van voorzorgsmaatregel worden gevraagd.

6.Indien een nationale rechterlijke instantie een aanvraag om toestemming voor een in lid 1, onder e), bedoeld verzoek om overzichten van telefoon- of dataverkeer ontvangt, vergewist die instantie zich ervan dat:

(a)het in lid 3 bedoelde door ESMA vastgestelde besluit authentiek is;

(b)de te nemen maatregelen evenredig en niet willekeurig of buitensporig zijn.

7.Voor de toepassing van punt b) van lid 6 mag de nationale rechterlijke instantie ESMA om nadere toelichting verzoeken, met name met betrekking tot de redenen die ESMA heeft om aan te nemen dat op deze verordening inbreuk is gemaakt, en tot de ernst van de vermoedelijke inbreuk en de aard van de betrokkenheid van de aan de dwangmaatregelen onderworpen persoon. De nationale rechterlijke instantie mag evenwel niet de noodzakelijkheid van het onderzoek heroverwegen, noch vragen dat zij in het bezit wordt gesteld van de informatie in het dossier van ESMA. Het besluit van ESMA kan slechts door het Hof van Justitie op zijn rechtmatigheid worden getoetst volgens de procedure beschreven in Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 24
Inspecties ter plaatse

1.Om haar taken uit hoofde van deze verordening uit te voeren, kan ESMA alle nodige inspecties ter plaatse uitvoeren in de bedrijfsruimten van de in artikel 22, lid 1, genoemde personen.

2.De functionarissen van ESMA en andere door ESMA tot het uitvoeren van een inspectie ter plaatse gemachtigde personen mogen bedrijfsruimten van de personen die onder het door ESMA vastgestelde onderzoeksbesluit vallen, betreden en hebben alle in artikel 23, lid 1, vastgestelde bevoegdheden. Zij zijn tevens bevoegd tot het verzegelen van alle ruimten en boeken of vastleggingen van het bedrijf voor de duur van en voor zover vereist voor de inspectie.

3.ESMA stelt de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de inspectie zal worden uitgevoerd, voldoende tijd vóór de inspectie hiervan in kennis. Indien dit voor het behoorlijk en efficiënt uitvoeren van de inspecties vereist is, kan ESMA, nadat zij de betrokken bevoegde autoriteit daarvan in kennis heeft gesteld, de inspectie ter plaatse onaangekondigd uitvoeren. Inspecties in overeenstemming met dit artikel worden uitgevoerd op voorwaarde dat de betrokken autoriteit heeft bevestigd dat zij geen bezwaar maakt tegen die inspecties.

4.De functionarissen van ESMA en andere personen die door ESMA gemachtigd zijn een inspectie ter plaatse uit te voeren, oefenen hun bevoegdheden uit onder overlegging van een schriftelijke machtiging waarin het voorwerp en het doel van de inspectie en de dwangsommen die overeenkomstig artikel 33 worden opgelegd indien de betrokken personen zich niet aan het onderzoek onderwerpen, zijn gespecificeerd.

5.De in artikel 23, lid 1, genoemde personen onderwerpen zich aan bij ESMA-besluit gelaste inspecties ter plaatse. Dat besluit vermeldt het voorwerp en het doel van de inspectie, de datum waarop de inspectie zal aanvangen, de dwangsommen die overeenkomstig artikel 29 worden opgelegd, de krachtens Verordening (EU) nr. 1095/2010 beschikbare rechtsmiddelen en het recht om bij het Hof van Justitie tegen het besluit beroep in te stellen.

6.De functionarissen van en de personen die zijn gemachtigd of aangesteld door de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de inspectie zal worden uitgevoerd, verlenen op verzoek van ESMA actief bijstand aan de functionarissen van ESMA en andere door ESMA gemachtigde personen. Functionarissen van de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat mogen eveneens bij de inspecties ter plaatse aanwezig zijn.

7.ESMA mag bevoegde autoriteiten tevens vragen namens haar specifieke onderzoekstaken en inspecties ter plaatse uit te voeren als bedoeld in dit artikel en in artikel 23, lid 1.

8.Indien de functionarissen van ESMA en andere door ESMA gemachtigde begeleidende personen constateren dat een persoon zich tegen een uit hoofde van dit artikel gelaste inspectie verzet, verleent de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat hun de nodige bijstand om hen in staat te stellen hun inspectie ter plaatse uit te voeren, zo nodig door een beroep te doen op de politie of een gelijkwaardige rechtshandhavingsautoriteit.

9.Indien het nationale recht voorschrijft dat voor de in lid 1 bedoelde inspectie ter plaatse of voor de in lid 7 bedoelde bijstand de toestemming van een rechterlijke instantie is vereist, wordt die toestemming gevraagd. Die toestemming kan eveneens bij wijze van voorzorgsmaatregel worden gevraagd.

10.Indien een nationale rechterlijke instantie een aanvraag om de toestemming voor een in lid 1 bedoelde inspectie ter plaatse of voor de in lid 7 bedoelde bijstand ontvangt, vergewist die instantie zich ervan dat:

(a)het in lid 4 bedoelde door ESMA vastgestelde besluit authentiek is;

(b)de te nemen maatregelen evenredig en niet willekeurig of buitensporig zijn.

11.Voor de toepassing van lid 10, onder b), mag de nationale rechterlijke instantie ESMA om nadere toelichting verzoeken, met name met betrekking tot de redenen die ESMA heeft om aan te nemen dat op deze verordening inbreuk is gemaakt, en tot de ernst van de vermoedelijke inbreuk en de aard van de betrokkenheid van de aan de dwangmaatregelen onderworpen persoon. De nationale rechterlijke instantie mag evenwel niet de noodzakelijkheid van het onderzoek heroverwegen, noch vragen dat zij in het bezit wordt gesteld van de informatie in het dossier van ESMA. Het besluit van ESMA kan slechts door het Hof van Justitie op zijn rechtmatigheid worden getoetst volgens de procedure beschreven in Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 25
Uitwisseling van informatie

ESMA en de bevoegde autoriteiten verschaffen elkaar onverwijld de informatie die nodig is voor de uitoefening van hun taken uit hoofde van deze verordening.

Artikel 26
Beroepsgeheim

Het beroepsgeheim als bedoeld in artikel 76 van Richtlijn 2014/65/EU geldt voor ESMA en alle personen die werkzaam zijn of zijn geweest voor ESMA, of alle andere personen aan wie ESMA taken heeft gedelegeerd, met inbegrip van door ESMA aangestelde accountants en deskundigen.

Artikel 27
Toezichtmaatregelen van ESMA

1.Indien ESMA tot de bevinding komt dat een in artikel 22, lid 1, onder a), genoemde persoon een van de in hoofdstuk I tot en met V vermelde inbreuken heeft gemaakt, neemt zij één of meer van de volgende maatregelen:

(a)vaststelling van een besluit waarbij de persoon wordt gelast de inbreuk te beëindigen;

(b)vaststelling van een besluit waarbij geldboeten of dwangsommen worden opgelegd overeenkomstig de artikelen 28 en 29;

(c)het doen van openbare kennisgevingen;

(d)het uitbrengen van waarschuwingen.

2.Bij het nemen van de in lid 1 bedoelde maatregelen houdt ESMA rekening met de aard en de ernst van de inbreuk, op basis van de volgende criteria:

(a)de duur en de frequentie van de inbreuk;

(b)de vraag of financiële criminaliteit veroorzaakt of gefaciliteerd is door, dan wel op enige andere wijze valt toe te schrijven aan de inbreuk;

(c)de vraag of de inbreuk opzettelijk of uit onachtzaamheid is gemaakt;

(d)de mate van verantwoordelijkheid van de voor de inbreuk verantwoordelijke persoon;

(e)de financiële draagkracht van de voor de inbreuk verantwoordelijke persoon, zoals deze met name blijkt uit de totale omzet van de verantwoordelijke rechtspersoon of het jaarinkomen en het vermogen van de verantwoordelijke natuurlijke persoon;

(f)de impact van de inbreuk op de belangen van niet-professionele beleggers;

(g)de omvang van de door de voor de inbreuk verantwoordelijke persoon behaalde winsten of vermeden verliezen, dan wel de verliezen voor derden ten gevolge van de inbreuk, voor zover die zijn vast te stellen;

(h)de mate waarin de voor de inbreuk verantwoordelijke persoon aan ESMA medewerking heeft verleend, onverminderd de noodzaak te zorgen voor terugbetaling van de door die persoon behaalde winsten of vermeden verliezen;

(i)eerdere inbreuken door de voor de inbreuk verantwoordelijke persoon;

(j)maatregelen die de voor de inbreuk verantwoordelijke persoon na de inbreuk heeft genomen, om herhaling van de inbreuk te voorkomen.

3.ESMA stelt de voor de inbreuk verantwoordelijke persoon onverwijld in kennis van op grond van lid 1 genomen maatregelen en zij deelt die maatregelen mee aan de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten en aan de Commissie. ESMA maakt dergelijke besluiten publiekelijk bekend op haar website binnen 10 werkdagen vanaf de datum waarop de besluiten zijn genomen.

4.De in lid 3 bedoelde openbaarmaking omvat het volgende:

(a)een verklaring dat de voor de inbreuk verantwoordelijke persoon het recht heeft bezwaar te maken tegen het besluit;

(b)in voorkomend geval een verklaring dat bezwaar is gemaakt, met de vermelding dat dit bezwaar geen schorsende werking heeft;

(c)een verklaring dat de bezwaarcommissie van ESMA overeenkomstig artikel 60, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1095/2010 de toepassing van het bestreden besluit kan opschorten.

Afdeling II
BESTUURSRECHTELIJKE SANCTIES EN ANDERE MAATREGELEN

Artikel 28
Geldboeten

1.Indien ESMA overeenkomstig artikel 31, lid 5, tot de bevinding komt dat een persoon, opzettelijk of uit onachtzaamheid, een van de in hoofdstuk I tot en met V vermelde inbreuken heeft gepleegd, legt zij bij besluit een geldboete op overeenkomstig lid 3.

2.Een inbreuk wordt geacht opzettelijk te zijn gemaakt indien ESMA objectieve elementen vindt waaruit blijkt dat een persoon doelbewust handelde om de inbreuk te maken.

3.Het maximumbedrag van de in lid 1 bedoelde boete bedraagt maximaal 5% van de jaaromzet van de aanbieder van crowdfundingdiensten gedurende een kalenderjaar.

4.Bij het vaststellen van de hoogte van een geldboete overeenkomstig lid 1 houdt ESMA rekening met de in artikel 27, lid 2, uiteengezette criteria.

Artikel 29
Dwangsommen

1.ESMA legt, bij besluit, dwangsommen op teneinde:

(a)een persoon ertoe te dwingen een einde te maken aan een inbreuk, overeenkomstig een uit hoofde van artikel 23 genomen besluit;

(b)een in artikel 22, lid 1, genoemde persoon ertoe te dwingen:

i)volledige informatie te verschaffen waarom is verzocht bij een besluit uit hoofde van artikel 22;

ii)zich aan een onderzoek te onderwerpen en met name volledige vastleggingen, gegevens, procedures of enig ander verlangd materiaal over te leggen en andere informatie aan te vullen en te verbeteren die in het kader van een bij een besluit uit hoofde van artikel 23 ingesteld onderzoek zijn verstrekt;

iii)zich aan een bij een besluit uit hoofde van artikel 24 gelaste inspectie ter plaatse te onderwerpen.

2.Een dwangsom is effectief en evenredig. De dwangsom wordt opgelegd per dag vertraging.

3.Onverminderd het bepaalde in lid 2 bedraagt de dwangsom 3 % van de gemiddelde dagomzet in het voorafgaande boekjaar of, in het geval van natuurlijke personen, 2 % van de gemiddelde daginkomsten in het voorafgaande kalenderjaar. Zij wordt berekend vanaf de in het besluit tot oplegging van de dwangsom bepaalde datum.

4.Een dwangsom wordt opgelegd voor een periode van maximaal zes maanden vanaf de kennisgeving van het besluit van ESMA. Na het verstrijken van die periode beziet ESMA de maatregel opnieuw.

Artikel 30
Openbaarmaking, aard, tenuitvoerlegging en toewijzing van geldboeten en dwangsommen

1.ESMA maakt alle overeenkomstig de artikelen 28 en 29 opgelegde geldboeten en dwangsommen openbaar, tenzij die openbaarmaking de financiële markten ernstig in gevaar zou brengen of onevenredige schade zou toebrengen aan de betrokken partijen. Die openbaarmaking bevat geen persoonsgegevens in de zin van Verordening (EU) 2016/679 16 .

2.Overeenkomstig de artikelen 34 en 35 opgelegde geldboeten en dwangsommen hebben een administratief karakter.

3.Indien ESMA besluit geen geldboeten of dwangsommen op te leggen, stelt zij het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat hiervan in kennis en geeft zij de redenen voor haar besluit.

4.Overeenkomstig de artikelen 28 en 29 opgelegde geldboeten en dwangsommen zijn afdwingbaar.

5.De tenuitvoerlegging verloopt volgens de bepalingen van burgerlijke rechtsvordering die van kracht zijn in de staat op het grondgebied waarvan zij plaatsvindt.

6.De bedragen van de geldboeten en dwangsommen worden toegewezen aan de algemene begroting van de Europese Unie.

Artikel 31
Procedureregels voor het nemen van toezichtmaatregelen en het opleggen van geldboeten

1.Indien ESMA bij het verrichten van haar taken krachtens deze verordening tot de bevinding komt dat er ernstige aanwijzingen zijn voor het bestaan van feiten die een of meer van de in de hoofdstukken I tot en met V vermelde inbreuken zouden kunnen vormen, wijst ESMA intern een onafhankelijke onderzoeksfunctionaris aan om de aangelegenheid te onderzoeken. De aangestelde functionaris is niet betrokken bij of al dan niet middellijk betrokken geweest bij het toezicht op of de vergunningprocedure voor de betrokken aanbieder van crowdfundingdiensten en vervult zijn taken onafhankelijk van ESMA.

2.De in lid 1 genoemde onderzoeksfunctionaris onderzoekt de eventuele inbreuken en neemt daarbij opmerkingen in aanmerking van de personen die voorwerp zijn van onderzoek, om daarna een volledig dossier met zijn bevindingen bij ESMA in te dienen.

3.Voor het verrichten van zijn taken kan de onderzoeksfunctionaris gebruikmaken van de bevoegdheid om informatie op te vragen overeenkomstig artikel 22 en om onderzoeken en inspecties ter plaatse te verrichten overeenkomstig de artikelen 23 en 24.

4.Bij het verrichten van zijn taken heeft de onderzoeksfunctionaris toegang tot alle documenten en informatie die ESMA bij haar toezichtwerkzaamheden heeft vergaard.

5.De onderzoeksfunctionaris stelt, nadat hij zijn onderzoek heeft afgerond en voordat hij het dossier met zijn bevindingen bij ESMA indient, de personen die voorwerp zijn van onderzoek, in de gelegenheid over de onderzochte punten te worden gehoord. De onderzoeksfunctionaris baseert zijn bevindingen alleen op feiten ten aanzien waarvan de betrokken personen de gelegenheid hebben gehad opmerkingen te maken.

6.De rechten van verdediging van de betrokken personen worden volledig in acht genomen tijdens het op grond van dit artikel gevoerde onderzoek.

7.Wanneer de onderzoeksfunctionaris het dossier met zijn bevindingen aan ESMA voorlegt, stelt hij de personen die voorwerp zijn van onderzoek, van dat feit in kennis. De personen die voorwerp zijn van onderzoek, zijn gerechtigd toegang tot het dossier te krijgen, onder voorbehoud van het rechtmatige belang van andere personen bij de bescherming van hun bedrijfsgeheimen. Het recht op toegang tot het dossier geldt niet voor vertrouwelijke informatie die derden raakt.

8.ESMA neemt, op basis van het dossier met de bevindingen van de onderzoeksfunctionaris en na de personen die voorwerp zijn van onderzoek, op hun verzoek overeenkomstig artikel 32 te hebben gehoord, een besluit over de vraag of de personen die voorwerp zijn van onderzoek, al dan niet één of meer van de in de hoofdstukken I tot en met V vermelde inbreuken hebben gemaakt en, in voorkomend geval, neemt zij een toezichtmaatregel overeenkomstig artikel 31.

9.De onderzoeksfunctionaris neemt niet deel aan de beraadslagingen van ESMA of mengt zich in het geheel niet in het besluitvormingsproces van ESMA.

10.De Commissie kan tegen [please insert date 24 months after entry into force] overeenkomstig artikel 37 gedelegeerde handelingen vaststellen tot nadere invulling van de procedureregels voor de uitoefening van de bevoegdheid tot het opleggen van geldboeten of dwangsommen, met inbegrip van bepalingen inzake de rechten van verdediging, bepalingen inzake termijnen en de inning van geldboeten of dwangsommen, en verjaringstermijnen voor het opleggen en de tenuitvoerlegging van geldboeten en dwangsommen.

11.Indien ESMA bij het uitvoeren van haar taken uit hoofde van deze verordening tot de bevinding komt dat er ernstige aanwijzingen zijn voor het mogelijke bestaan van strafbare feiten, verwijst zij de zaak voor strafrechtelijke vervolging naar de bevoegde nationale autoriteiten. Voorts ziet ESMA af van het opleggen van geldboeten of dwangsommen indien een eerdere vrijspraak of veroordeling in een krachtens het nationale recht gevoerde strafprocedure wegens dezelfde feiten of in wezen gelijkaardige feiten reeds in kracht van gewijsde is gegaan.

Artikel 32
Horen van de betrokken personen

1.Voordat ESMA een besluit neemt overeenkomstig de artikelen 27, 28 and 29, stelt zij de aan de procedure onderworpen personen in de gelegenheid te worden gehoord met betrekking tot haar bevindingen. ESMA doet haar besluiten slechts steunen op bevindingen ten aanzien waarvan de aan de procedure onderworpen personen in de gelegenheid zijn gesteld opmerkingen te maken.

2.De eerste alinea is niet van toepassing indien dringende maatregelen vereist zijn om aanzienlijke en dreigende schade aan het financiële stelsel te voorkomen. In dat geval kan ESMA een voorlopig besluit nemen en worden de betrokken personen zo spoedig mogelijk na het nemen van het besluit in de gelegenheid gesteld te worden gehoord.

3.De rechten van verdediging van de personen die voorwerp zijn van onderzoek, worden volledig in acht genomen tijdens de procedure. Zij zijn gerechtigd toegang tot het dossier van ESMA te krijgen, onder voorbehoud van het rechtmatige belang van andere personen bij de bescherming van hun bedrijfsgeheimen. Het recht op toegang tot het dossier geldt niet voor vertrouwelijke informatie of voor interne voorbereidende documenten van ESMA.

Artikel 33
Beroep bij het Hof van Justitie

Het Hof van Justitie heeft volledige rechtsmacht ter zake van beroep tegen besluiten waarbij ESMA overeenkomstig deze verordening een geldboete of dwangsom heeft opgelegd of een andere sanctie of administratieve maatregel heeft opgelegd Het kan de opgelegde boete of dwangsom intrekken, verlagen of verhogen.

Artikel 34
Vergunning- en toezichtvergoedingen

1.ESMA berekent aanbieders van crowdfundingdiensten vergoedingen overeenkomstig deze verordening en overeenkomstig de ingevolge lid 3 vastgestelde gedelegeerde handelingen. De uitgaven van ESMA voor de vergunningverlening aan en het toezicht op aanbieders van crowdfundingdiensten en voor de terugbetaling van de kosten die de bevoegde autoriteiten bij het uitvoeren van hun werkzaamheden uit hoofde van deze verordening kunnen maken, met name ingevolge overeenkomstig artikel 35 gedelegeerde taken, worden door die vergoedingen gedekt.

2.Het bedrag van de vergoeding die een individuele aanbieder van crowdfundingdiensten in rekening wordt gebracht, wordt geplafonneerd tot een bedrag dat evenredig is aan de omvang van de activiteiten van de aanbieder van crowdfundingdiensten.

3.De Commissie stelt overeenkomstig artikel 37 een gedelegeerde handeling vast tegen [Publications Office: please insert date 24 months after entry into force] tot nadere bepaling van de soorten vergoedingen, de aangelegenheden waarvoor een vergoeding verschuldigd is, de hoogte van de vergoedingen en de wijze waarop deze dienen te worden voldaan en de methode voor de berekening van het maximale bedrag per entiteit overeenkomstig lid 2 dat door ESMA in rekening kan worden gebracht.

Artikel 35
Delegatie van taken door ESMA aan bevoegde autoriteiten

1.ESMA kan, indien zulks voor de goede uitoefening van een toezichttaak is vereist, overeenkomstig de uit hoofde van artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 door ESMA gepubliceerde richtsnoeren specifieke toezichttaken aan de bevoegde autoriteit van een lidstaat delegeren. Die gedelegeerde toezichttaken kunnen met name betrekking hebben op de bevoegdheid om overeenkomstig artikel 22 informatie op te vragen en om overeenkomstig artikel 23 en artikel 24, onderzoeken en inspecties ter plaatse te verrichten.

2.Voordat een taak wordt gedelegeerd, pleegt ESMA met de betrokken bevoegde autoriteit overleg over:

(a)de reikwijdte van de te delegeren taak;

(b)het tijdschema voor het vervullen van de taak; alsmede

(c)het overdragen van de noodzakelijke informatie door en aan ESMA.

3.ESMA vergoedt de bevoegde autoriteit de kosten die zijn gemaakt bij het verrichten van een gedelegeerde, in overeenstemming met de door de Commissie uit hoofde van artikel 34, lid 3, vastgestelde regeling inzake vergoedingen.

4.ESMA evalueert het in lid 1 bedoelde besluit op gezette tijden. Een delegatie van taken kan te allen tijde worden ingetrokken.

Artikel 36
Gegevensbescherming

1.Met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens in het kader van deze verordening voeren bevoegde autoriteiten hun taken in het kader van deze verordening uit in overeenstemming met Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad.

2.Bij de verwerking van persoonsgegevens in het kader van deze verordening leeft ESMA Verordening (EG) nr. 45/2001 na.

Hoofdstuk VII
Gedelegeerde handelingen

Artikel 37
Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie toegekend op de in dit artikel vastgestelde voorwaarden.

2.De in artikel 3 lid 2, artikel 6, lid 4, artikel 7, lid 7, artikel 10, lid 10, artikel 15, lid 6, artikel 16, lid 9, artikel 31, lid 10, en artikel 34, lid 3, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [Publications Office: Date of entry into force of this Regulation].

3.Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 3, lid 2, artikel 6, lid 4, artikel 7, lid 7, artikel 10, lid 10, artikel 15, lid 6, artikel 16, lid 9, artikel 31, lid 10, en artikel 34, lid 3, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Een besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.

5.Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, stelt zij het Europees Parlement en de Raad daarvan gelijktijdig in kennis.

6.Een overeenkomstig artikel 3, lid 2, artikel 6, lid 4, artikel 7, lid 7, artikel 10, lid 10, artikel 15, lid 6, artikel 16, lid 9, artikel 31, lid 10, en artikel 34, lid 3, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad vóór het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. De termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of van de Raad met drie maanden verlengd.

Hoofdstuk VIII
Slotbepalingen

Artikel 38
Verslag

1.Vóór [publications office please insert 24 months of entry into application of this Regulation] dient de Commissie, na raadpleging van ESMA, bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de toepassing van deze verordening, in voorkomend geval vergezeld van een wetgevingsvoorstel.

2.In het verslag worden beoordeeld:

(a)de werking van de markt voor aanbieders van crowdfundingdiensten in de Unie, met inbegrip van marktontwikkeling en -trends, rekening houdend met de door ESMA opgedane ervaring op het gebied van toezicht, het aantal aanbieders van crowdfundingdiensten waaraan ESMA vergunning heeft verleend en hun marktaandeel, en of aanpassingen nodig zijn van de definities in deze verordening en of het toepassingsgebied van de onder deze verordening vallende diensten passend blijft;

(b)de impact van deze verordening op de goede werking van de interne markt voor crowdfundingdiensten, met inbegrip van de impact op de toegang tot financiering voor kmo's en op beleggers en andere categorieën personen waarop deze diensten van invloed zijn;

(c)de implementatie van de technologische innovatie in de crowdfundingsector, met inbegrip van de toepassing van de nieuwe innovatieve zakelijke modellen en technologieën;

(d)of de in artikel 2, lid 2, onder d), vervatte drempel passend blijft om de in deze verordening vervatte doelstellingen te verwezenlijken;

(e)de effecten van de nationale wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake publicitaire mededelingen van aanbieders van crowdfundingdiensten op het vrij verrichten van diensten, de mededinging en de beleggersbescherming;

(f)de toepassing van administratieve sancties en met name de noodzaak om administratieve sancties voor inbreuken op deze verordening verder te harmoniseren.

(g)de noodzaak en evenredigheid van het onderwerpen van aanbieders van crowdfundingdiensten aan verplichtingen inzake de naleving van de nationale bepalingen tot tenuitvoerlegging van Richtlijn (EU) 2015/849 met betrekking tot het witwassen van geld of de financiering van terrorisme en dergelijke aanbieders van crowdfundingdiensten voor de toepassing van Richtlijn (EU) 2015/849 aan de lijst van meldingsplichtige entiteiten toe te voegen.

Artikel 39
Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van [Publications Office please insert 12 months from entry into force].

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement    Voor de Raad

De voorzitter    De voorzitter

FINANCIEEL MEMORANDUM

1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

1.1.Benaming van het voorstel/initiatief

1.2.Betrokken beleidsterrein(en) in de ABM/ABB-structuur

1.3.Aard van het voorstel/initiatief

1.4.Doelstelling(en)

1.5.Motivering van het voorstel/initiatief

1.6.Duur en financiële gevolgen

1.7.Beheersvorm(en)

2.BEHEERSMAATREGELEN

2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen

2.2.Beheers- en controlesysteem

2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden

3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

3.1.Rubriek(en) van het meerjarige financiële kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven

3.2.Geraamde gevolgen voor de uitgaven 

3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de uitgaven

3.2.2.Geraamde gevolgen voor de beleidskredieten

3.2.3.Geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten

3.2.4.Verenigbaarheid met het huidige meerjarige financiële kader

3.2.5.Bijdragen van derden

3.3.Geraamde gevolgen voor de ontvangsten

FINANCIEEL MEMORANDUM

1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

1.1.Benaming van het voorstel/initiatief

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende Europese aanbieders van crowdfundingdiensten voor ondernemingen

1.2.Betrokken beleidsterrein(en)

Beleidsterrein: Financiële stabiliteit, financiële diensten en kapitaalmarktenunie

Activiteit: Kapitaalmarktenunie

1.3.Aard van het voorstel/initiatief

 Het voorstel/initiatief betreft een nieuwe actie

 Het voorstel/initiatief betreft een nieuwe actie na een proefproject/een voorbereidende actie 17  

 Het voorstel/initiatief betreft de verlenging van een bestaande actie 

 Het voorstel/initiatief betreft een actie die wordt omgebogen naar een nieuwe actie 

1.4.Doelstelling(en)

1.4.1.De met het voorstel/initiatief beoogde strategische meerjarendoelstelling(en) van de Commissie

Bijdragen tot een diepere en meer rechtvaardige interne markt met versterkte industriële basis

1.4.2.Specifieke doelstelling(en)

Specifieke doelstelling nr.

1. Platforms in staat stellen om op te schalen

2. Versterking van de platformintegriteit

3. Versterking van de transparantie van platforms voor beleggers

1.4.3.Verwachte resulta(a)t(en) en gevolg(en)

Vermeld de gevolgen die het voorstel/initiatief zou moeten hebben op de begunstigden/doelgroepen.

1. Europese aanbieders van crowdfundingdiensten kunnen hun kernactiviteiten in alle lidstaten uitvoeren en als tussenpersoon optreden voor projecten ut heel de EU.

2. Het vertrouwen van de beleggers wordt versterkt, met name wanneer zij grensoverschrijdend toegang krijgen tot platforms en beleggen.

1.4.4.Resultaat- en effectindicatoren

Vermeld de indicatoren aan de hand waarvan kan worden nagegaan in hoeverre het voorstel/initiatief is uitgevoerd.

De diensten van de Commissie zouden de effecten van de gekozen beleidsoptie monitoren op basis van de volgende niet-limitatieve lijst van indicatoren:

1. Gevolgen voor de platforms:

a.    Aantal landen waar platforms deelnemen

b.    Jaarlijkse volumes van crowdfundingtransacties in EU-landen

c.    Beleggersbasis naar type belegger

d.    Aantal, volume en type grensoverschrijdend gefinancierde projecten

e.    Volume van de grensoverschrijdende beleggingsstromen

2.    Directe kosten

a.    Vergunningsvergoedingen

b.    Toezichts- en regelgevingsvergoedingen

c.    Handhavingskosten

3.    Indirecte kosten/baten

a.    Ontwikkeling van de betaalde vergoedingen om projecten te financieren / te beleggen

b.    Ontwikkeling van de gemiddelde emissiegrootte

1.5.Motivering van het voorstel/initiatief

1.5.1.Behoefte(n) waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien

Met het voorstel moeten de volgende uitdagingen worden aangepakt:

1) Eengemaakte markt: crowdfundingplatforms zijn sterk afhankelijk van netwerkeffecten. Schaalvergroting verhoogt niet alleen de levensvatbaarheid van bedrijfsmodellen, maar levert eveneens meer voordelen op voor platformgebruikers, beleggers en projecteigenaren. Momenteel ondervinden crowdfundingplatforms substantiële moeilijkheden bij hun pogingen om uit te breiden naar andere EU-lidstaten en blijven zij dus meestal binnen hun nationale grenzen. Onderhavig initiatief zal platformen die op EU-niveau willen opereren de mogelijkheid bieden om via de Europese Autoriteit voor effectenmarkten een vergunning als Europese aanbieder van crowdfundingdiensten aan te vragen die hen in staat zal stellen naadloos diensten op de hele eengemaakte markt aan te bieden.

2) Sectorale integriteit en veiligheid: crowdfunding moet zich nog bewijzen als een betrouwbare en volwassen sector en beleggers zijn bijzonder terughoudend in het doen van grensoverschrijdende beleggingen. Dit is ten dele toe te schrijven aan de verschillende regels die door de verschillende lidstaten worden ingevoerd en die onzekerheid scheppen over de toepasselijkheid van waarborgen, zorgvuldigheidseisen en controleniveau. Onderhavig initiatief zal voorzien in een herkenbaar Europees label dat zal zorgen voor een transparant en veilig klimaat voor intermediatie in financiële middelen, zodat beleggers zich kunnen richten op de levensvatbaarheid van de projecten die zij willen ondersteunen.

1.5.2.Toegevoegde waarde van de betrokkenheid van de Unie (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, o.a. coördinatiewinst, rechtszekerheid, een grotere doeltreffendheid en complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder "toegevoegde waarde van de betrokkenheid van de Unie" verstaan de waarde die een optreden van de Unie oplevert bovenop de waarde die zou zijn gecreëerd indien alleen de lidstaat een maatregel had getroffen.

EU-optreden zou de complexiteit, financiële en administratieve lasten voor de belangrijkste belanghebbenden, d.w.z. crowdfundingplatforms, projecteigenaren en beleggers significant verminderen en tegelijkertijd een gelijk speelveld garanderen voor alle aanbieders van diensten die hetzelfde EU-label gebruiken. Voorts zou harmonisatie van prudentiële regels, operationele voorwaarden en regels inzake transparantie voor alle relevante spelers duidelijke voordelen opleveren wat betreft de bescherming van beleggers en de financiële stabiliteit. Door harmonisatie van de belangrijkste bestanddelen van een crowdfundingplatform beoogt het voorstel een uniform kader tot stand te brengen met betrekking tot de omschrijving van dergelijke crowdfundingactiviteiten, met duidelijke gemeenschappelijke regels op specifieke gebieden.

Uit de raadplegingen van belanghebbenden en uit externe studies blijkt opnieuw dat optreden op dit moment nodig is. Het doel van het optreden op EU-niveau is bij te dragen tot de effectieve en efficiënte ontwikkeling van crowdfundingdiensten in de EU, bescherming van beleggers, stabiliteit en effectiviteit van het financieel systeem, voor de economie van de Unie, haar burgers en ondernemingen. De effectbeoordeling bij het voorstel van de Commissie draagt ertoe bij inzichtelijker te maken waarom deze doelstellingen beter op het niveau van de Unie kunnen worden verwezenlijkt.

1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan

Nieuw initiatief

1.5.4.Verenigbaarheid en eventuele synergie met andere passende instrumenten

De doelstellingen van onderhavig voorstel zijn consistent met een aantal andere essentiële EU-beleidsterreinen en lopende initiatieven, met name de kapitaalmarktenunie, het fintechinitiatief en de digitale eengemaakte markt.

1.6.Duur en financiële gevolgen

 Voorstel/initiatief meteen beperkte geldigheidsduur

   Voorstel/initiatief is van kracht vanaf [DD/MM]JJJJ tot en met [DD/MM]JJJJ

Financiële gevolgen vanaf JJJJ tot en met JJJJ

 Voorstel/initiatief met een beperkte geldigheidsduur

Uitvoering met een opstartperiode vanaf JJJJ tot en met JJJJ,

gevolgd door een volledige uitvoering.

1.7.Beheersvorm(en) 18  

 Direct beheer door de Commissie via

   uitvoerende agentschappen

 Gedeeld beheer met lidstaten

 Indirect beheer door begrotingsuitvoeringstaken te delegeren aan:

◻ internationale organisaties en hun agentschappen (geef aan welke);

◻de EIB en het Europees Investeringsfonds;

☒ de in de artikelen 208 en 209 bedoelde organen;

◻ publiekrechtelijke organen;

◻ privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, voor zover zij voldoende financiële garanties bieden;

◻ privaatrechtelijke organen van een lidstaat, waaraan de uitvoering van een publiek-privaat partnerschap is toevertrouwd en die voldoende financiële garanties bieden;

◻ personen aan wie de uitvoering van specifieke maatregelen op het gebied van het GBVB in het kader van titel V van het VEU is toevertrouwd en die worden genoemd in de betrokken basishandeling.

Opmerkingen

n.v.t.

2.BEHEERSMAATREGELEN

2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen

Vermeld frequentie en voorwaarden.

In lijn met de reeds bestaande regelingen stellen de ETA's regelmatig verslagen op over hun activiteiten (waaronder interne rapportage aan het senior management, rapportage aan de raden en het jaarverslag) en zijn zij onderworpen aan audits door de Rekenkamer en de dienst voor interne audit van de Commissie over hun gebruik van middelen en prestaties. De monitoring en rapportage van de in het voorstel opgenomen acties zal in overeenstemming zijn met reeds bestaande vereisten en met alle nieuwe vereisten die uit voorliggend voorstel voortvloeien.

2.2.Beheers- en controlesysteem

2.2.1.Mogelijke risico's

Gezien de bescheiden omvang van de markt, die gericht is op financiële ondersteuning van beginnende kleine ondernemingen, zijn er geen significante economische risico’s, risico's voor de financiële stabiliteit of andere risico's vastgesteld. Er zij op gewezen dat projecten die via crowdfundingplatforms worden geïntermedieerd zeer risicovol zijn, maar dit komt tot uitdrukking in risicowaarschuwingen voor beleggers en andere waarborgen, waardoor beleggers vertrouwd geraken met de door hen gekozen omgeving, die niet vergelijkbaar is met een ruimte voor spaarproducten, maar een ruimte is om ondernemingen te ondersteunen. Platforms zelf mogen niet deelnemen door te beleggen in of in te schrijven op deze aanbiedingen en helpen alleen transacties tussen de partijen faciliteren.

2.2.2.Controlemiddel(en)

De beheers- en controlesystemen waarin de ETA-verordeningen voorzien zijn reeds geïmplementeerd. De ETA's werken nauw samen met de dienst voor interne audit van de Commissie om ervoor te zorgen dat op alle gebieden van het internecontrolekader aan de passende normen wordt voldaan. Deze regelingen gelden eveneens ten aanzien van de rol van de ETA’s in het kader van het onderhavige voorstel.

Bovendien verleent het Europees Parlement op aanbeveling van de Raad elk begrotingsjaar kwijting aan elke ETA voor de uitvoering van haar begroting.

2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden

Vermeld de bestaande en geplande preventie- en beschermingsmaatregelen.

Met het oog op de bestrijding van fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten is Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) zonder enige beperking van toepassing op de ETA’s.

De ETA's beschikken over een specifieke fraudebestrijdingsstrategie en een daaruit resulterend actieplan. De versterkte acties van de ETA's op het gebied van fraudebestrijding zullen in overeenstemming zijn met de regels en richtsnoeren van het Financieel Reglement (fraudebestrijdingsmaatregelen als onderdeel van goed financieel beheer), het fraudepreventiebeleid van OLAF, de bepalingen van de fraudebestrijdingsstrategie van de Commissie (COM(2011)376) en van de gemeenschappelijke aanpak van gedecentraliseerde EU-agentschappen (juli 2012) en de bijbehorende routekaart.

Daarnaast bevatten de verordeningen tot oprichting van de ETA's en de financiële verordeningen van de ETA's bepalingen over de uitvoering en controle van de begroting van de ETA's en de toepasselijke financiële regels, met inbegrip van die ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden.

3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

3.1.Rubriek(en) van het meerjarige financiële kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven

·Bestaande begrotingsonderdelen

In volgorde van de rubrieken van het meerjarige financiële kader en de begrotingsonderdelen.

Rubriek van het meerjarige financiële kader

Begrotingsonderdeel

Soort
uitgaven

Bijdrage

Nummer
[Rubriek………………………...…………]

GK/ NGK 19 .

van EVA-landen 20

van kandidaat-lidstaten 21

van derde landen

in de zin van artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement

1a

12 02 06 ESMA

GK/ NGK.

NEE

NEE

NEE

NEE

·Te creëren nieuwe begrotingsonderdelen

In volgorde van de rubrieken van het meerjarige financiële kader en de begrotingsonderdelen.

Rubriek van het meerjarige financiële kader

Begrotingsonderdeel

Soort
uitgaven

Bijdrage

Nummer
[Rubriek………………………………………]

GK/ NGK

van EVA-landen

van kandidaat-lidstaten

van derde landen

in de zin van artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement

[…]

[XX.YY.YY.YY]

[…]

[…]

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

3.2.Geraamde gevolgen voor de uitgaven

3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de uitgaven

in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

Rubriek van het meerjarige financiële
kader

Nummer

[Rubriek……………...……………………………………………………………….]

DG: <…….>

Jaar
2019

Jaar
2020

Jaar
N+2

Jaar
N+3

Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

TOTAAL

Titel 1: Beleidskredieten

Vastleggingen

1)

0,764

1,637

2,401

Betalingen

2)

0,764

1,637

2. 401

Titel 2:

Vastleggingen

(1a)

Betalingen

(2 a)

Titel 3:

Vastleggingen

(3 a)

Betalingen

(3b)

TOTAAL kredieten
voor ESMA

Vastleggingen

=1+1a +3a

0,764

1. 637

2. 401

Betalingen

=2+2a

+3b

0,764

1. 637

2. 401





Rubriek van het meerjarige financiële
kader

5

“Administratieve uitgaven"

in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

Jaar
2019

Jaar
2020

Jaar
N+2

Jaar
N+3

Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

TOTAAL

DG: <…….>

• Personele middelen

0,401

0,995

1,396

• Andere administratieve uitgaven

0,091

0,236

0,327

TOTAAL DG <…….>

Kredieten

TOTAAL kredieten
onder de RUBRIEK 5
van het meerjarige financiële kader
 

(totaal vastleggingen = totaal betalingen)

in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

Jaar
2019

Jaar
2020

Jaar
N+2

Jaar
N+3

Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

TOTAAL

TOTAAL kredieten
onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 5
van het meerjarige financiële kader
 

Vastleggingen

0,764

1. 637

2. 401

Betalingen

0,764

1. 637

2. 401

3.2.2.Geraamde gevolgen voor de kredieten van [de instantie]

Voor het voorstel/initiatief zijn geen beleidskredieten nodig

Voor het voorstel/initiatief zijn beleidskredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

Vastleggingskredieten, in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

Vermeld doelstellingen en outputs

Jaar
N

Jaar
N+1

Jaar
N+2

Jaar
N+3

Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

TOTAAL

OUTPUTS

Soort 22

Gem. kosten

Nee

Kosten

Nee

Kosten

Nee

Kosten

Nee

Kosten

Nee

Kosten

Nee

Kosten

Nee

Kosten

Totaal aantal

Totale kosten

SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 1 23

- Output

- Output

- Output

Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 1

SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 2…

- Output

Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 2

TOTALE KOSTEN

3.2.3.Geraamde gevolgen voor het personeel van [de instantie]

3.2.3.1.Samenvatting

Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig

Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

Jaar
2019

Jaar
2020

Jaar
N+2

Jaar
N+3

Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

TOTAAL

Ambtenaren (AD)

2

6

8

Ambtenaren (AST)

Arbeidscontractanten

1

1

2

Tijdelijke functionarissen

Gedetacheerde nationale deskundigen

TOTAAL

3

7

Geraamde gevolgen voor het personeel (aanvullende VTE) – lijst van het aantal ambten

Functiegroep en rang

Jaar N

Jaar N+1

Jaar N+2

Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

AD16

AD15

AD14

AD13

AD12

AD11

AD10

AD9

AD8

AD7

AD6

AD5

 

Totaal AD

AST11

AST10

AST9

AST8

AST7

AST6

AST5

AST4

AST3

AST2

AST1

Totaal AST

AST/SC 6

AST/SC 5

AST/SC 4

AST/SC 3

AST/SC 2

AST/SC 1

Totaal AST/SC

TOTAAL-GENERAAL

Geraamde gevolgen voor het personeel (extra) - extern personeel

Arbeidscontractanten

Jaar N

Jaar N+1

Jaar N+2

Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

Functiegroep IV

Functiegroep III

Functiegroep II

Functiegroep I

Totaal

Gedetacheerde nationale deskundigen

Jaar N

Jaar N+1

Jaar N+2

Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

Totaal

Vermeld de geplande datum van indiensttreding en pas het aantal dienovereenkomstig aan (als de indiensttreding in juli plaatsvindt, wordt slechts rekening gehouden met 50 % van de gemiddelde kosten). Vermeld nadere informatie in een bijlage.

3.2.3.2.Geraamde behoefte aan personele middelen voor het verantwoordelijke DG

Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig

Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

Raming in een geheel getal (of met hoogstens 1 decimaal)

Jaar
2020

Jaar
N+1

Jaar N+2

Jaar N+3

Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

·Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)

XX 01 01 01 (zetel en vertegenwoordigingen van de Commissie)

XX 01 01 02 (delegaties)

XX 01 05 01 (onderzoek door derden)

10 01 05 01 (eigen onderzoek)

Extern personeel (in voltijdequivalenten: VTE) 24

XX 01 02 01 (AC, END, INT van de "totale financiële middelen")

XX 01 02 02 (AC, AL, END, INT en JED in de delegaties)

XX 01 04 jj 25

- zetel 26

- delegaties

XX 01 05 02 (AC, END, INT – onderzoek door derden)

10 01 05 02 (AC, END, INT – eigen onderzoek)

Ander begrotingsonderdeel (te vermelden)

TOTAAL

XX is het beleidsterrein of de begrotingstitel.

Voor de benodigde personele middelen zal een beroep worden gedaan op het personeel van het DG dat reeds voor het beheer van deze actie is toegewezen en/of binnen het DG is herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.

Beschrijving van de uit te voeren taken:

Ambtenaren en tijdelijk personeel

Extern personeel

De beschrijving van de kostenberekening per voltijdequivalent dient in het derde onderdeel van bijlage V, deel 3, te worden opgenomen.

3.2.4.Verenigbaarheid met het huidige meerjarige financiële kader

Het voorstel/initiatief is verenigbaar met het huidige meerjarige financiële kader

Het voorstel/initiatief vergt herprogrammering van de betrokken rubriek van het meerjarige financiële kader

Zet uiteen welke herprogrammering nodig is, onder vermelding van de betrokken begrotingsonderdelen en de desbetreffende bedragen.

Het voorstel/initiatief vergt toepassing van het flexibiliteitsinstrument of herziening van het meerjarige financiële kader 27 .

Zet uiteen wat nodig is, onder vermelding van de betrokken rubrieken en begrotingsonderdelen en de desbetreffende bedragen.

3.3.Geraamde gevolgen voor de ontvangsten

Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten

Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen:

voor de eigen middelen

voor de diverse ontvangsten

in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

Begrotingsonderdeel voor ontvangsten:

Voor het lopende begrotingsjaar beschikbare kredieten

Gevolgen van het voorstel/initiatief 28

Jaar
N

Jaar
N+1

Jaar
N+2

Jaar
N+3

Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

Artikel ………….

Voor de diverse ontvangsten die worden "toegewezen", vermeld het (de) betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven.

[…]

BIJLAGE bij het financieel memorandum voor het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende Europese aanbieders van crowdfundingdiensten voor ondernemingen

Toegepaste methode en voornaamste basisaannamen

De kosten in verband met de vergunningverlening aan en het toezicht op Europese aanbieders van crowdfundingdiensten door ESMA zijn geraamd op basis van drie kostencategorieën: personeelskosten, administratieve kosten en operationele kosten 29 .

Volgens de voorlopige huidige schattingen van de Commissie zullen de vergunnings- en toezichtstaken in verband met Europese aanbieders van crowdfundingdiensten in 2019 4 nieuwe personeelsleden en voor het jaar 2020 9 extra personeelsleden vereisen. Dit zou bovenop de personeelsleden komen die momenteel bij ESMA werken en onder het huidige budget voor ESMA vallen. De kosten zouden uit de EU-begroting worden gefinancierd om een opkomende industrie niet met onevenredige vergoedingen te belasten. De bijdragen zullen worden geïnd van Europese aanbieders van crowdfundingdiensten die op grond van deze regeling een vergunning hebben gekregen, maar er zal een plafond worden toegepast, zoals in de tekst van het voorstel wordt uiteengezet.

De behoefte aan meer personeel is de uitdrukking van de extra taken die door de verordening worden toevertrouwd aan ESMA en verband houden met de coördinatie van het toezicht op de Europese aanbieders van crowdfundingdiensten:

·vergunningsprocessen voorbereiden en beheren;

·opzetten en bijhouden van een centraal register;

·technische normen ontwikkelen waarin de verordening voorziet;

·evaluatie van de bladen met essentiële beleggingsinformatie;

·voorbereiden van de invoering van coördinatie en doorlopend toezicht op Europese aanbieders van crowdfundingdiensten;

·jaarlijks, monitoren van en rapporteren over kernprestatie-indicatoren.

Deze nieuwe taken zijn vastgesteld in de voorgestelde verordening en nauwkeuriger omschreven in de toelichting. Zij omvatten, maar zijn niet beperkt tot, de vergunningverlening aan en registratie van Europese aanbieders van crowdfundingdiensten, het toezicht op geregistreerde Europese aanbieders van crowdfundingdiensten, de verplichting tot periodieke contacten met het management/personeel van onder toezicht staande entiteiten, het beantwoorden van vragen, klachten of verzoeken van nationale bevoegde autoriteiten of consumenten, het monitoren van de naleving van de vereisten inzake Europese aanbieders van crowdfundingdiensten zoals vastgelegd in de verordening Europese aanbieders van crowdfundingdiensten, het opvragen van informatie bij Europese aanbieders van crowdfundingdiensten of personen die betrokken zijn bij het management van de entiteiten, het ter plaatse inspecteren, het onderzoeken van vastleggingen en het horen van personen over vermeende inbreuken op de verordening, het toetsen van het blad met essentiële beleggingsinformatie aan de vereisten van de verordening alsmede de vertaling van de noodzakelijke documenten. ESMA zou eveneens een rol kunnen spelen bij het intrekken van de vergunning van Europese aanbieders van crowdfundingdiensten, en andere toezichtmaatregelen kunnen nemen zoals vermeld in de verordening Europese aanbieders van crowdfundingdiensten.

In het volgende punt worden de algemene aannames voor de berekening van extra middelen, de kosten van nieuw personeel en de extra IT-infrastructuur geëvalueerd.

Algemene aannames bij het berekenen van extra middelen

De berekening van de extra middelen is gebaseerd op de volgende aannames.

Aangenomen wordt dat de verordening begin 2019 van toepassing wordt en dat het jaar zal worden gebruikt voor de voorbereidingen door ESMA voor het opstellen van technische reguleringsnormen en technische adviezen en het opzetten van processen en procedures. Op basis van het aantal crowdfundingplatforms dat momenteel op de markt is, hun omvang, activiteiten, de algemene marktomstandigheden en het aantal platforms dat reeds probeert uit te breiden over de grenzen heen, zal ESMA in 2020 naar schatting ongeveer 25 entiteiten controleren.

Extra posten worden geacht vast personeel of arbeidscontractanten te behelzen. De gemiddelde jaarlijkse totale kosten 30 voor vast personeel worden geraamd op 173 000 EUR en voor arbeidscontractanten op 86 000 EUR. De onderstaande tabel bevat een overzicht van de totale gemiddelde jaarlijkse kosten per personeelscategorie, inclusief pensioen- en aanwervingskosten, en met onderbrenging van personeelsgerelateerde administratieve en operationele kosten in een aparte categorie.

Tabel 1 Personeelskosten

Categorie van personeel

2019 Totale jaarlijkse gemiddelde personeelskosten (*)

2020 Totale jaarlijkse gemiddelde personeelskosten (*)

Ambtenaar

158 020 EUR

153 687 EUR

Arbeidscontractanten

85 640 EUR

72 640 EUR

(*) Omvat: aanwervingskosten, salarissen en toelagen, pensioenbijdragen, andere kosten (opleidingskosten, medische kosten, schoolkosten, kosten voor personeelsmanagement). exclusief personeelsgerelateerde administratieve kosten (bv. kosten voor dienstreizen) en operationele kosten (bv. kosten voor databanken, vergaderingen, juridische procedures).

Berekening van het extra personeelsbestand

Tabel 2 illustreert de verwachte personele middelen die ESMA nodig zal hebben om de taken uit te voeren als vervat in de verordening.

Tabel 2 Totaal VTE per jaar

2019

2020

AD

2

6

CA

1

1

Totaal

3

7

De toekomstige behoeften na 2020 zullen worden berekend en toegewezen in de context van het toekomstige meerjarige financiële kader.

Andere uitgaven

Andere uitgaven, zoals het opzetten van het register, databanken en andere, zijn opgenomen onder de operationele uitgaven in tabel 3. De IT-kosten worden geraamd op 250.000 EUR voor zowel 2019 als 2020, waarna zij zullen dalen tot 50. De vertaalkosten zijn eveneens opgenomen in de rij voor de operationele kosten en bedragen 350.000 EUR per jaar.

Totaal bedrag van de uitgaven 2019-2020

Rekening houdend met bovenstaande aannames zijn de totale geraamde bedragen voor de opzet- en toezichts- en vergunningstaken die ESMA voor de periode 2019-2020 moet uitvoeren, weergegeven in de onderstaande tabel.

Tabel 3 Totale ESMA-gerelateerde uitgaven voor ESMA in het kader van de Europese aanbieders van crowdfundingdiensten in 2019-2020, in EUR

2019

2020

Personeelsuitgaven

401 680 EUR

994 760 EUR

Administratieve uitgaven

90 720 EUR

236 040 EUR

Operationele uitgaven

271 600 EUR

656 200 EUR

Totale uitgaven

764 000 EUR

1 887 000 EUR

Van entiteiten met een vergunning geïnde vergoedingen (*)

0

25 x EUR 10 000

Totale begroting van de sector

0

250 000 EUR

Totale impact op de EU-begroting

764 000 EUR

1 637 000 EUR

(1)    In de resolutie van het Europees Parlement van 9 juli 2015 over de totstandbrenging van een KMU staat eveneens "dat de kapitaalmarktunie een passend regelgevingskader moet behelzen dat zorgt voor een betere toegang – over de grenzen heen – tot informatie over de bedrijven die op zoek zijn naar krediet, quasi-equity en equitystructuren, teneinde het gebruik van niet-bancaire financieringsmodellen, waaronder crowdfunding en 'peer-to peer'-leningen, te stimuleren”. Resolutie van het Europees Parlement van 9 juli 2015 over het opbouwen van een kapitaalmarktunie (2015/2634(RSP)), punt 47. Beschikbaar op http://www.europarl.europa.eu/sides/getDoc.do?pubRef=-//EP//NONSGML+TA+P8-TA-2015-0268+0+DOC+PDF+V0//E    
(2)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's, Ontsluiting van het potentieel van crowdfunding in de Europese Unie, COM(2014) 172 final van 27.3.2014.
(3)    SWD(2016) 154 final, beschikbaar op: https://ec.europa.eu/transparency/regdoc/rep/10102/2016/EN/10102-2016-154-EN-F1-1.PDF
(4)    PB L 168 van 30.6.2017, blz. 12.
(5)    PB C , blz. .
(6)    PB C , blz. .
(7)    Richtlijn 2008/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2008 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten en tot intrekking van Richtlijn 87/102/EEG van de Raad (PB L 133 van 22.5.2008, blz. 66).
(8)    Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU (PB L 173 van 12.6.2014 blz. 349).
(9)    Verordening (EU) 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG (PB L 168 van 30.6.2017, blz. 12).
(10)    Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 338).
(11)    Richtlijn (EU) 2015/2366 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende betalingsdiensten in de interne markt, houdende wijziging van de Richtlijnen 2002/65/EG, 2009/110/EG en 2013/36/EU en Verordening (EU) nr. 1093/2010 en houdende intrekking van Richtlijn 2007/64/EG (PB L 337 van 23.12.2015, blz. 35).
(12)    COM(2017) 340 final, Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over de beoordeling van risico's op het gebied van witwassen en terrorismefinanciering die van invloed zijn op de interne markt en verband houden met grensoverschrijdende activiteiten.
(13)    Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie (PB L 141 van 5.6.2015, blz. 73).
(14)    Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1).
(15)    PB L 297 van 7.11.2013, blz. 107.
(16)    Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).
(17)    In de zin van artikel 54, lid 2, onder a) of b), van het Financieel Reglement.
(18)    Nadere gegevens over de beheersvormen en verwijzingen naar het Financieel Reglement zijn beschikbaar op BudgWeb: https://myintracomm.ec.europa.eu/budgweb/EN/man/budgmanag/Pages/budgmanag.aspx .
(19)    GK = gesplitste kredieten/NGK = niet-gesplitste kredieten.
(20)    EVA: Europese Vrijhandelsassociatie.
(21)    Kandidaat-lidstaten en, in voorkomend geval, potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan.
(22)    Outputs zijn de te verstrekken producten en diensten (bv. aantal gefinancierde studentenuitwisselingen, aantal km aangelegde wegen enz.).
(23)    Zoals beschreven in punt 1.4.2. "Specifieke doelstelling(en)…".
(24)    AC = Agent Contractuel (arbeidscontractant); AL = Agent Local (plaatselijk functionaris); END = Expert National Détaché (gedetacheerd nationaal deskundige); INT= Intérimaire (uitzendkracht); JED= Jeune Expert en Délégation (jonge deskundige in delegaties).
(25)    Subplafond voor extern personeel uit beleidskredieten (vroegere "BA"-onderdelen).
(26)    Voornamelijk voor de structuurfondsen, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) en het Europees Visserijfonds (EVF).
(27)    Zie de artikelen 11 en 17 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020.
(28)    Voor traditionele eigen middelen (douanerechten en suikerheffingen) moeten nettobedragen worden vermeld, d.w.z. na aftrek van 25 % aan inningskosten.
(29)    Operationele kosten omvatten eveneens kosten van vertaling en IT.
(30)    Exclusief pensioen- en aanwervingskosten, maar inclusief personeelsgerelateerde operationele kosten (bv. kosten voor dienstreizen) en administratieve kosten (bv. kosten voor databanken, vergaderingen, juridische procedures).

Brussel,8.3.2018

COM(2018) 113 final

BIJLAGE

bij

Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad

betreffende Europese aanbieders van crowdfundingdiensten voor ondernemingen (ECSP)

{SWD(2018) 56 final}
{SWD(2018) 57 final}


BIJLAGE

Op het blad met essentiële beleggingsinformatie te verstrekken informatie

Deel A: Informatie over de projecteigenaar(s) en het crowdfundingproject

(a)Identiteit, rechtspositie, eigendom, management en contactgegevens

(b)Voornaamste activiteiten; aangeboden producten of diensten

(c)Een hyperlink naar de meest recente jaarrekening van de projecteigenaar, indien beschikbaar

(d)Beschrijving van het crowdfundingproject, inclusief het doel en de belangrijkste kenmerken ervan

Deel B: Belangrijkste kenmerken van het crowdfundingproces en voorwaarden voor het aantrekken van kapitaal of het inlenen van financiële middelen, voor zover van toepassing

(a)Minimumkapitaal dat men bij één enkel crowdfundingaanbod beoogt aan te trekken of financiële middelen die men beoogt in te lenen en het aantal aanbiedingen dat door de projecteigenaar of aanbieder van crowdfundingdiensten voor het crowdfundingproject is gehouden

(b)Termijn voor het bereiken van de doelstelling om kapitaal aan te trekken of financiële middelen in te lenen

(c)Informatie over de gevolgen indien het beoogde kapitaal niet wordt aangetrokken of de beoogde financiële middelen niet tijdig worden ingeleend

(d)Het maximumbedrag van het aanbod indien verschillend van het in punt a) beschreven beoogde kapitaal

(e)Bedrag aan eigen middelen dat door de projecteigenaar is uitgetrokken voor het crowdfundingproject

(f)Wijziging in de samenstelling van het kapitaal of de leningen van de emittent in verband met het crowdfundingaanbod

Deel C: Risicofactoren

Presentatie van de belangrijkste risico's die verbonden zijn aan de financiering van het crowdfundingproject alsmede de sector, het project, de projecteigenaar en het beleggingsinstrument, met inbegrip van eventuele geografische risico's

Deel D: Informatie met betrekking tot de aanbieding van effecten

(a)Totaal bedrag van de en type aangeboden beleggingsinstrumenten

(b)Inschrijvingsprijs

(c)Of overinschrijvingen worden aanvaard en de wijze waarop zij worden toegewezen

(d)Voorwaarden van inschrijving en betaling

(e)Bewaring en levering van beleggingsinstrumenten aan beleggers

(f)Indien de belegging door een garant of een zekerheid is gewaarborgd:

i)of de garant of de zekerheidssteller een rechtspersoon is

ii)de identiteit, rechtspositie en contactgegevens van die garant of zekerheidssteller

iii)informatie over de aard en de voorwaarden van de garantie of zekerheid

(g)Eventueel een vaste toezegging om effecten terug te kopen en de termijn voor een dergelijke terugkoop

(h)Voor niet-eigenvermogensinstrumenten: de nominale rentevoet, de datum vanaf wanneer rente betaalbaar wordt, de data waarop rente moet worden betaald, de vervaldatum en het toepasselijke rendement

Deel E: Informatie over de emittent, indien de emittent niet dezelfde is als de projecteigenaar en bijgevolg een SPV is

(a)Of er een SPV tussen de projecteigenaar en de belegger in staat

(b)Contactgegevens van de emittent

Deel F: Rechten van beleggers

(a)Belangrijkste aan de effecten verbonden rechten

(b)Beperkingen waaraan de effecten onderworpen zijn

(c)Beschrijving van alle beperkingen op de overdracht van effecten

(d)Uitstapmogelijkheden

(e)Voor eigenvermogensinstrumenten, verdeling van kapitaal en stemrechten vóór en na de kapitaalverhoging als gevolg van het aanbod (in de veronderstelling dat op alle effecten zal worden ingeschreven)

Deel G: Informatieverschaffing met betrekking tot de leningovereenkomst

Indien het crowdfundingaanbod kredietbemiddeling omvat, bevat het blad met essentiële beleggingsinformatie in plaats van de in de delen D, E en F bedoelde informatie de volgende informatie:

(a)Aard en duur van de kredietovereenkomst

(b)Toepasselijke rentevoeten of eventueel een andere vergoeding voor de belegger

(c)Risicobeperkende maatregelen, zoals of het krediet gedekt is

(d)Aflossingsschema voor de hoofdsom en terugbetaling van rente

Deel H: Vergoedingen, informatie en wettelijke genoegdoening

(a)In verband met de belegging aan de belegger in rekening gebrachte vergoedingen en door hem gemaakte kosten

(b)Waar en hoe extra informatie over het crowdfundingproject, de projecteigenaar en de emittent kosteloos kan worden verkregen

(c)Hoe en bij wie de belegger een klacht kan indienen over de belegging of over het gedrag van de projecteigenaar of over de aanbieder van crowdfundingdiensten