|
1.10.2018 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 351/7 |
Eindverslag van de raadadviseur-auditeur (1)
(Zaak M.8444 — ArcelorMittal/Ilva)
(2018/C 351/06)
Inleiding
|
1. |
Op 21 september 2017 heeft de Commissie een aanmelding ontvangen van een voorgestelde concentratie overeenkomstig artikel 4 van de concentratieverordening (2) ingevolge waarvan ArcelorMittal SA („ArcelorMittal” of „de aanmeldende partij”) uitsluitende zeggenschap zou verkrijgen over bepaalde activa van de Ilva-groep („Ilva”), die een insolventieprocedure (Amministrazione Straordinaria) is ingegaan („de transactie”). |
Procedure
|
2. |
Tijdens het eerste onderzoek van de Commissie zijn ernstige twijfels gerezen over de verenigbaarheid van de transactie met de interne markt en het functioneren van de EER-markt. Op 8 november 2017 heeft de Commissie besloten een procedure overeenkomstig artikel 6, lid 1, onder c), van de concentratieverordening in te leiden, op welk besluit ArcelorMittal op 18 november 2017 heeft gereageerd (3). |
|
3. |
Op 15 december 2017, 22 februari 2018 en 12 maart 2018 is de termijn in artikel 10, lid 3, eerste alinea, van de concentratieverordening overeenkomstig artikel 10, lid 3, tweede alinea, derde volzin, van de concentratieverordening met in totaal twintig werkdagen verlengd. |
Mededeling van punten van bezwaar
|
4. |
Op 18 januari 2018 heeft de Commissie overeenkomstig artikel 18 van de concentratieverordening een mededeling van punten van bezwaar vastgesteld, waarvan de aanmeldende partij op dezelfde dag in kennis is gesteld. Op 25 januari 2018 heeft Ilva overeenkomstig artikel 13, lid 2, van Verordening (EG) nr. 802/2004 van de Commissie (4) een niet-vertrouwelijke versie van de mededeling van punten van bezwaar ontvangen. In de mededeling van punten van bezwaar nam de Commissie het voorlopige standpunt in dat de transactie daadwerkelijke mededinging op een wezenlijk deel van de interne markt in de zin van artikel 2 van de concentratieverordening op een significante wijze zou belemmeren vanwege i) horizontale niet aan coördinatie toe te schrijven effecten op de markten voor warmgewalste platte koolstofstaalproducten, koudgewalst staal, thermisch verzinkt staal en elektrolytisch verzinkt staal in de EER, en ii) horizontale aan coördinatie toe te schrijven effecten op de markten voor plat koolstofstaal in de EER. |
|
5. |
ArcelorMittal kreeg tot 2 februari 2018 de gelegenheid om op de mededeling van punten van bezwaar te reageren en diende haar antwoord uiteindelijk in de ochtend van 3 februari 2018 in. Ilva maakte haar opmerkingen over de mededeling van punten van bezwaar kenbaar op 1 februari 2018. Zowel ArcelorMittal als Ilva heeft verzocht om een gelegenheid om haar standpunten mondeling toe te lichten. |
Toegang tot het dossier
|
6. |
Aan de aanmeldende partij is desgevraagd, overeenkomstig artikel 17, eerste alinea, van de uitvoeringsverordening van de concentratieverordening, op 19 januari via cd-rom toegang tot het dossier verleend. Van 19 januari tot en met 29 januari 2018 is er een „data room” georganiseerd waarmee de economisch adviseurs van ArcelorMittal in de gelegenheid werden gesteld vertrouwelijke informatie van kwantitatieve aard in het dossier van de Commissie te verifiëren. Aanvullende documenten zijn op 24 januari, 1 februari, 2 maart, 26 maart, 28 maart en 26 april 2018 verstuurd. Van 1 maart tot en met 2 maart 2018 werd er een tweede data room georganiseerd. |
|
7. |
Ik heb geen verzoeken om toegang tot het dossier op grond van artikel 7 van het mandaat ontvangen. |
Belanghebbende derden
|
8. |
Op hun verzoek heb ik drie ondernemingen (ThyssenKrupp AG, Tata Steel Limited en Marcegaglia) als belanghebbende derden tot de onderhavige procedure toegelaten. Deze ondernemingen zijn concurrent en/of klant van ArcelorMittal en Ilva en hebben aan het onderzoek van de Commissie bijdragen. |
|
9. |
Alle belanghebbende derden werden voorzien van een niet-vertrouwelijke versie van de mededeling van punten van bezwaar en kregen een termijn waarbinnen zij hun reacties konden indienen. Gezien de spoedeisendheid van de procedure mochten de belanghebbende derden hun standpunten kenbaar maken tijdens de mondelinge hoorzitting voorafgaand aan de indiening van hun schriftelijke opmerkingen overeenkomstig artikel 16, lid 2, van de uitvoeringsverordening. |
Mondelinge toelichting
|
10. |
De formele hoorzitting werd op 8 februari 2018 gehouden en werd bijgewoond door ArcelorMittal en Ilva, evenals hun externe juridisch en economisch adviseurs, de drie belanghebbende derden, relevante diensten van de Commissie en vertegenwoordigers van de mededingingsautoriteiten van zeven lidstaten (België, Duitsland, Finland, Frankrijk, Italië, Luxemburg en Spanje) en de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA. |
Letter of facts
|
11. |
Op 28 februari 2018 heeft de Commissie een „letter of facts” aan de aanmeldende partij gestuurd met aanvullende feitelijke elementen die de Commissie, na verdere analyse van het dossier en het antwoord op de mededeling van punten van bezwaar, relevant achtte voor de definitieve beoordeling van de transactie. Ten aanzien van deze letter of facts heeft ArcelorMittal op 9 maart 2018 schriftelijke opmerkingen ingediend. |
Toezeggingen
|
12. |
Op 15 maart 2018 heeft de aanmeldende partij een eerste reeks formele toezeggingen ingediend. Dientengevolge is de toetsingstermijn verder verlengd overeenkomstig artikel 10, lid 3, eerste alinea, van de concentratieverordening. Op grond van terugkoppeling die is verkregen van het marktonderzoek van deze toezeggingen heeft de aanmeldende partij op 11 april 2018 een definitieve reeks toezeggingen („definitieve toezeggingen”) ingediend. |
|
13. |
In het ontwerpbesluit stelt de Commissie vast dat de definitieve toezeggingen geschikt en toereikend zijn om de significante belemmering van daadwerkelijke mededinging weg te nemen waartoe de transactie aanleiding zou geven. Derhalve maken de definitieve toezeggingen de transactie verenigbaar met de interne markt en de EER-overeenkomst. |
Ontwerpbesluit
|
14. |
Ik heb het ontwerpbesluit onderzocht overeenkomstig artikel 16, lid 1, van Besluit 2011/695/EU en concludeer dat het uitsluitend punten van bezwaar betreft ten aanzien waarvan de partijen in de gelegenheid zijn gesteld hun standpunt kenbaar te maken. |
Conclusie
|
15. |
Ik concludeer dat de partijen hun procedurele rechten in de onderhavige procedure daadwerkelijk hebben kunnen uitoefenen. |
Brussel, 3 mei 2018.
Joos STRAGIER
(1) Opgesteld overeenkomstig de artikelen 16 en 17 van Besluit 2011/695/EU van de voorzitter van de Europese Commissie van 13 oktober 2011 betreffende de functie en het mandaat van de raadadviseur-auditeur in bepaalde mededingingsprocedures (PB L 275 van 20.10.2011, blz. 29) („het mandaat”).
(2) Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (de „EG-concentratieverordening”) (PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1).
(3) ArcelorMittal heeft op 19 november 2017 een herziene versie van haar schriftelijke opmerkingen gestuurd.
(4) Verordening (EG) nr. 802/2004 van de Commissie van 7 april 2004 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (PB L 133 van 30.4.2004, blz. 1) („de uitvoeringsverordening van de concentratieverordening”).