6.12.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 440/22


Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over de bijdrage van Europese plattelandsgebieden aan het Europees Jaar van het Cultureel Erfgoed 2018 door te zorgen voor duurzaamheid en cohesie tussen stad en platteland

(initiatiefadvies)

(2018/C 440/04)

Rapporteur:

Tom JONES

Besluit van de voltallige vergadering

15.2.2018

Rechtsgrondslag

Artikel 29, lid 2, van het reglement van orde

 

Initiatiefadvies

Bevoegde afdeling

Landbouw, Plattelandsontwikkeling en Milieu

Goedkeuring door de afdeling

5.9.2018

Goedkeuring door de voltallige vergadering

19.9.2018

Zitting nr.

537

Stemuitslag

(voor/tegen/onthoudingen)

201/2/7

1.   Conclusies en aanbevelingen

Conclusies

1.1.

Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) staat volledig achter het besluit om 2018 uit te roepen tot Europees jaar van het cultureel erfgoed (EYCH 2018) en is ingenomen met de inspanningen van organisatoren op alle niveaus om bekendheid te geven aan Europa’s rijke en diverse cultureel erfgoed (1).

1.2.

Het EESC moedigt alle belanghebbenden en deelnemers aan om de breedst mogelijke definitie van cultuur te hanteren en geen enkele burger uit te sluiten.

1.3.

Tijdens EYCH 2018 moet niet alleen cultureel erfgoed uit het verleden centraal staan, maar ook de aandacht worden gevestigd op opkomende, nieuwe en prikkelende uitingen van menselijke inspiratie en vaardigheden, die vaak voortkomen uit in het landelijk cultureel erfgoed van de lidstaten verankerde tradities.

1.4.

Twaalf maanden is een korte periode, maar het EESC hoopt dat de extra inspanningen en investeringen in het kader van EYCH 2018 burgers ertoe aanzetten zich ook te richten op de kansen die cultureel erfgoed in plattelandsgebieden biedt. Dat zou hen in staat moeten stellen te bouwen aan een nog grotere esthetische, sociale en economische schat aan welzijn voor de huidige en toekomstige generaties. Halverwege het jaar was al aan meer dan 3 500 projecten het EYCH 2018-label toegekend. Het percentage plattelandsprojecten verschilt per regio.

1.5.

Het EESC schaart zich achter de oproep van de Europese Alliantie voor kunst en cultuur uit januari 2018 aan de Europese instellingen en lidstaten om in het meerjarig financieel kader voor na 2020 te voorzien in substantiële steun voor kunst en cultuur. Ook is het tevreden dat de Europese Commissie in haar ontwerpbegroting uit mei 2018 aangeeft zich te willen inzetten voor cultuur en met haar nieuwe agenda voor cultuur (2) soortgelijke toezeggingen doet.

Aanbevelingen

1.6.

De intrinsieke artistieke waarde van het rijke en diverse landelijk cultureel erfgoed en de sociaaleconomische bijdrage die dat kan leveren aan het welzijn van alle burgers in Europa, moeten formeel worden erkend (3).

1.7.

Publieke investeringen moeten een „plattelandstoetsing” ondergaan, zodat bij de ontwikkeling van nieuwe financieringsprogramma’s ook aandacht uitgaat naar steun voor de permanente inspanningen van landbouwers, hun familie en werknemers, voor niet-gouvernementele organisaties van individuele kunstenaars, folkloristische gezelschappen, plaatselijke actiegroepen en zorgboerderijen, en volledig rekening wordt gehouden met de maatregelen die nodig zijn om de infrastructuur voor het landelijk erfgoed te verbeteren.

1.8.

In bestaande Europese financieringsstromen, waaronder het programma voor plattelandsontwikkeling, moet cultuur steeds meer beschouwd gaan worden als horizontale waarde en moet er steun gaan naar culturele projecten, onder meer die voor de bescherming, promotie en bevordering van landschappen met een grote biodiversiteit. Goede voorbeelden zijn het herstel van nomadische landbouw en afgelegen landhuisjes in de Pyreneeën en van wijngaarden op Santorini, de bescherming van gezamenlijke begrazingsgebieden in Șeica Mare (Roemenië) en het cultureel Leader-project op Lesbos (Griekenland) ter ondersteuning van de integratie van migranten. Met agromilieuregelingen moet de ontwikkeling van agrarische habitats ondersteund blijven worden en de bebouwde omgeving moet gaan voldoen aan strengere normen voor ontwerp, waarbij traditionele culturele patronen in acht moeten worden genomen met oog voor modern gebruik.

1.9.

Er moeten steunmaatregelen komen om te vermijden dat duurzame bosgebieden, bossen en waterwegen worden aangetast en vervuild. Er moeten middelen worden uitgetrokken voor het behoud van houtwallen, die in het verleden op het platteland zijn gecreëerd (in Polen bijvoorbeeld naar het ontwerp van Dezydery Chłapowski) en bodemerosie en CO2-uitstoot tegengaan, oogsten gunstig beïnvloeden en het landschap verrijken.

1.10.

Open dagen op boerderijen, schoolexcursies naar het platteland, shows, ambachts- en andere markten en culturele festivals in landelijke gebieden kweken begrip en waardering bij burgers uit steden en verdienen dan ook financiële steun van de overheid. Hetzelfde geldt voor maatregelen om met culturele projecten de kloof tussen de inwoners van stad en platteland te verkleinen.

1.11.

Maatregelen om nieuwe generaties kennis te laten maken met de cultuur en tradities van het platteland via innovatieve moderne idiomen moeten worden gestimuleerd. De sociaaleconomische baten daarvan moeten worden gemeten en goede praktijkvoorbeelden moeten worden gedeeld en gepromoot. Kunstenaars en andere culturele inspirators moeten worden ondersteund om, soms in andere plaatsen, gemeenschappen te helpen het potentieel van hun lokale cultuurgoederen ten volle te benutten.

1.12.

Het ernstige verlies aan ambachtelijke vaardigheden moet een halt worden toegeroepen met meer investeringen in opleidingen, zodat kennis uit het verleden aan de volgende generatie doorgegeven en innovatie gestimuleerd wordt. Op scholen in landelijke gebieden moet niet alleen aandacht worden geschonken aan carrièremogelijkheden elders maar ook aan de werkgelegenheidskansen die het platteland biedt. Voor alle jongeren uit plattelandsgebieden, onder wie jonge landbouwers, ligt er de bijzondere uitdaging om blijk te geven van ondernemerschap maar daarbij hun erfgoed te omarmen en te beschermen.

1.13.

Het landelijk cultureel erfgoed moet onder andere worden gepromoot voor duurzaam toerisme, zodat burgers uit steden de culturele waarden van het platteland leren waarderen en worden gestimuleerd naar het platteland te verhuizen en in meer afgelegen plaatsen te gaan werken.

1.14.

De marketing van culturele producten uit landelijke gebieden, waaronder het gastronomisch erfgoed, moet worden bevorderd en geografische merknamen moeten een beschermde status krijgen, zodat kwaliteit en traceerbaarheid worden gewaarborgd.

1.15.

Vrijwilligers, maatschappelijk actieve gemeenschappen, sociale ondernemingen en ondernemers in plattelandsgebieden moeten worden aangemoedigd hun culturele activiteiten, waaronder de bevordering van de diversiteit van talen en dialecten, verder te ontwikkelen en met anderen te delen. Dat komt alle burgers ten goede. „Slimme” plattelandsgemeenschappen moeten de waarde en het potentieel van lokale cultuurgoederen benutten en zoeken naar mogelijkheden voor samenwerking met soortgelijke groepen elders om netwerkvorming te stimuleren en onder andere de vruchten te plukken van meer toerismekansen.

1.16.

Ook al zullen de projecten in het kader van EYCH 2018 waarschijnlijk langer doorlopen, het is van belang de kwantificeerbare investeringen en resultaten op heldere wijze te inventariseren en evalueren, rekening houdend met economische, sociale en culturele factoren. Er is na trialoogonderhandelingen tussen het Europees Parlement en de Raad in 2017 zo’n 8 miljoen EUR uitgetrokken voor EYCH 2018. Verwacht zou mogen worden dat een significant percentage daarvan beschikbaar is voor plattelandsgebieden.

1.17.

Meer onderzoek is gewenst om de kwaliteit van de baten van erfgoed en lopende culturele activiteiten voor het welzijn van de burgers te kwantificeren en te meten en toekomstige maatregelen te onderbouwen. Onverstoorbare pleitbezorgers van erfgoed moeten steun krijgen om nieuwe migranten en andere culturele tradities te verwelkomen.

1.18.

Er zijn dringend maatregelen nodig om vervoersverbindingen en digitale infrastructuur te verbeteren, die essentieel zijn voor de bevolking in landelijke gebieden en de ontwikkeling van cultuurtoerisme.

2.   Inleiding

2.1.

Dit advies richt zich met name op het brede scala aan cultuurgoederen en talenten van plattelandsgebieden en hun inwoners, waarmee zij het Europees cultureel erfgoed mede vormgeven, en op de manier waarop zo’n ruime definitie van cultuur bijdraagt aan een leefbaarder en welvarender platteland. Het EESC onderschrijft het Pan-Europees Handvest voor landelijk erfgoed over de bevordering van duurzame ruimtelijke ontwikkeling (4), en de volgende passage uit de Cork 2.0-verklaring van 2016: „Landbeheer speelt een sleutelrol in het raakvlak tussen burgers en milieu. Beleidsmaatregelen moeten de levering van collectieve milieugoederen stimuleren, met inbegrip van het behoud van Europa’s natuurlijk en cultureel erfgoed.”

2.2.

Het EYCH 2018-initiatief moet een „plattelandstoetsing” ondergaan. Het EESC is bezorgd dat kleine gemeenschappen in dorpen en stadjes niet tijdig zullen beschikken over voldoende kennis van EYCH 2018 om de nodige voorbereidingen te kunnen treffen voor de promotie van het hen omringende enorme arsenaal cultuurgoederen. Tijdens EYCH 2018 moet niet alleen cultureel erfgoed uit het verleden centraal staan, maar ook de aandacht worden gevestigd op opkomende, nieuwe en prikkelende uitingen van menselijke inspiratie en vaardigheden, die vaak voortkomen uit in het landelijk cultureel erfgoed van de lidstaten verankerde tradities.

2.3.

Het inventariseren van bestaande culturele activiteiten en het trekken van lessen uit geslaagde projecten is zeker waardevol, maar EYCH 2018 moet ook nieuwe, innovatieve culturele evenementen omvatten die het cultureel erfgoed uit het verleden op eigentijdse wijze doorgeven aan de nieuwe generaties zodat plattelandsgebieden nieuwe kansen krijgen. Het programma Creatief Europa kent twee landelijke projecten, „Roots and Roads” en „Food is Culture”, die als ze succesvol zijn kunnen bijdragen aan onderwijs en ontwikkeling.

2.4.

Hoewel het lastig is de sociaaleconomische baten van culturele activiteiten te kwantificeren (de Europese cultuur levert 300 000 rechtstreekse banen op), meent de OESO dat cultuur moet worden aangewend als welzijnsindicator. Verder is het van belang dat EYCH 2018-organisatoren enig onderzoek verrichten om toekomstige investeringen te kunnen rechtvaardigen. Er moet een duidelijk overzicht worden opgesteld van hoe succesvol het jaar was met de organisatie van activiteiten in landelijke en afgelegen gebieden en hoe op goede praktijkvoorbeelden, zoals de AlpFoodway (5) en de Terract-projecten (6), kan worden voortgebouwd om op Europees en regionaal niveau nieuwe prioriteiten vast te stellen.

3.   Algemene en specifieke opmerkingen

3.1.

Landelijke landschappen, het mozaïek van natuurlijke geologische structuren en menselijke invloeden door agrarische activiteiten, en bossen, meren, rivieren en nederzettingen, bieden wellicht het indrukwekkendste cultureel erfgoed dat er bestaat. Van nationale parken en Natura 2000-gebieden tot groene ruimten in de periferie van steden: er vallen vele vormen van schoonheid te bewonderen, die een bron van inspiratie zijn voor hele generaties kunstenaars, musici, schrijvers, dansers en voor alle mensen die niet tot een van die groepen behoren. De Commissie gaat in haar nieuwe agenda voor cultuur slechts kort in op de mogelijkheden voor het platteland. Ze schrijft echter dat herstel en verbetering van cultureel en natuurlijk erfgoed bijdragen aan groei en duurzaamheid, en dat geïntegreerd beheer van cultuurgoederen en natuurlijke hulpbronnen mensen stimuleert om beide te ontdekken en zich ervoor te engageren. Het Mayangna-volk uit Nicaragua gebruikt hetzelfde woord voor natuur en cultuur. Dat is ecologisch burgerschap.

3.2.

Plattelandsgemeenschappen waarderen het landschap zelfs op. Land- en bosbouwers en hun werknemers alsmede ambachtslieden — mannen en vrouwen — hebben de landelijke landschappen mede vormgegeven. Hele generaties goed geschoolde mensen hebben land en water bedwongen en benut voor voedsel, om er te wonen en inkomsten te genereren. In Polen bijvoorbeeld werden in de 19e eeuw houtwallen gecreëerd, die dienden ter bescherming van gronden en het moderne landschap zijn karakteristieke aanzien hebben gegeven. Andere bewoners hebben met stenen en hout land afgebakend en schuren en werkplaatsen gebouwd. Ze hielden inheemse veerassen die pasten in hun omgeving en bij het klimaat, en verbouwden gewassen. In de gemeenschappen ontstonden bijzondere gastronomische en folkloristische tradities. Hun nalatenschap is ook een rijk erfgoed bestaande uit verfijnde gebouwen — landhuizen, kastelen, kerken, maar ook boerenwoningen, kleine molens en winkeltjes op het platteland. Enkele daarvan zijn nauwgezet gerestaureerd en te vinden in het St Fagan Folk Museum in Wales. Vaak dragen particuliere investeerders de kosten van het onderhoud van dit soort historische architectuur, soms met de onmisbare steun van overheden en liefdadigheidsorganisaties. Bij een innovatief project in Noord-Wales wordt hernieuwbare energie uit de zeebodem gebruikt voor verwarming, waardoor kosten worden bespaard door Plas Newydd, een landhuis van de National Trust (7). Aandacht voor verleden en heden zou evenwicht moeten creëren tussen idealen en de dagelijkse problemen van mensen.

3.3.

Het EESC juicht alle inspanningen toe om dit erfgoed zorgvuldig te bewaren, ook die van de Europese Erfgoedalliantie. De restauratie ervan vereist ook de constructieve medewerking van planningsinstanties aan het in oude glorie herstellen van gebouwen. Het mede uit het Erasmus-programma gefinancierde Revab-project voorziet in cursussen om het potentieel voor het hergebruik van overbodige agrarische gebouwen te vergroten waardoor die niet verloren gaan.

3.4.

De bewoners van het platteland creëerden hun eigen cultuur, die een afspiegeling vormt van hun werk, vrijetijdsbesteding en sociale uitdagingen, wat tot uiting komt in kunst, sport en hun gemeenschappelijke activiteiten. Plattelandsgebieden zijn vaak belangrijk als plaatsen waar de diversiteit van minderheidstalen en dialecten wordt bewaard. De namen van dorpen, boerderijen en landerijen hebben vaak een belangrijke betekenis, die moet worden begrepen en gerespecteerd. Die, nog altijd groeiende, erfenis is van grote waarde voor de samenleving in het algemeen.

3.5.

Maar de economische activiteiten van plattelandsbewoners veranderen en verdwijnen nu en dan en niet alle landschappen zijn ongerept. Soms getuigen ze van industriële exploitatie, oorlogen en plunderingen, van de verwoestende gevolgen van droogten, overstromingen en bosbranden, of zelfs van overexploitatie ten gevolge van ongebreideld, zeer intensief toerisme. Alle landschappen vertellen verhalen, waar lessen uit kunnen worden getrokken. Beperking van de gevolgen van de klimaatverandering vereist positief ingrijpen om diversiteit en een palet aan ervaringen te behouden. Instandhouding van de banden met het verleden krijgt het etiket „levering van collectieve goederen” en landschappen verschralen als er geen sprake is van duurzame biodiversiteit, zorgvuldige planning en gecontroleerd gebruik. Zelfs kunst en cultuur verwateren als de plattelandsbevolking krimpt tot onder een duurzaam niveau.

3.6.

Eurostat wees er in 2017 op dat meer dan een derde van de Europeanen niet meedoet aan culturele activiteiten. Daarom is de ontwikkeling van cultuurtoerisme in landelijke gebieden in combinatie met gezondheidsactiviteiten en recreatie een belangrijk instrument om nu en in de toekomst de kloof tussen de inwoners van stad en platteland te verkleinen. De stad Galway is een goed voorbeeld van culturele samenwerking tussen steden en landelijke gebieden en de Europese culturele hoofdsteden (bijv. Plovdiv in Bulgarije en Matera in Italië in 2019) zouden altijd zowel cultuur uit steden als van het platteland voor het voetlicht moeten brengen. De erfgoeddienst van Wales (CADW) kent een inloopinitiatief, dat deel uitmaakt van een in vijftig landen lopend project, om burgers te helpen in de voetsporen van verandering te treden en zo hun bestaan beter te begrijpen (onder het motto „om je toekomst te kunnen plannen moet je je verleden begrijpen”).

3.7.

Een ander voorbeeld van het delen van kennis is te vinden in Griekenland, op de „kunstboerderij” van Sotiris Marinis (8). In het dorp Megali Mantineia in het westen van Mani heeft hij boomhuizen en een cursusruimte gebouwd met als leidraad dat „een ervaring hier kennis bijbrengt over ons landelijk en cultureel erfgoed”.

3.8.

Het cultuurtoerisme in landelijke gebieden is een bestaande en groeiende sociaaleconomische inkomstenbron en ligt aan de basis van gezamenlijke investeringen. De bescherming en ondersteuning van het cultureel erfgoed in Europa is een nationale, regionale en lokale verantwoordelijkheid en taak, waarbij het essentieel is een gevoel van trots te bezitten. De EU-instellingen kunnen het besef van de gemeenschappelijke Europese waarden bevorderen, goede praktijkvoorbeelden promoten en het delen van ervaringen stimuleren (9). Traditionele regionale recepten, bieren en wijnen, kostuums en muziek, zoals die tijdens de Groene Week in Berlijn ten toon worden gesteld (10), trekken jaarlijks duizenden internationale bezoekers en helpen het heden met het verleden te verbinden. Het wordt steeds populairder om consumenten via agrarische markten en internetverkoop rechtstreeks toegang te geven tot levensmiddelen en ambachtelijke producten van producenten uit landelijke gebieden. Een voorbeeld uit Finland zijn de lokale levensmiddelengroepen van REKO.

3.9.

Eenzame plekken waar burgers naar vogels kunnen kijken en luisteren, en natuurgebieden waar zij kennis kunnen maken met de diversiteit van bossen en de medische toepassingen van plantensoorten, stimuleren hun belangstelling, ontdekkingsdrang en welbevinden. Uitbreiding van de mogelijkheden daartoe moet helpen voorkomen dat kwetsbare plaatsen overbezocht worden. Dat creëert ook economische groei en werkgelegenheid in meer afgelegen landelijke gebieden doordat hun voornaamste hulpbronnen worden benut, waarvan slimme dorpen en gemeenschappen zich al bewust zijn. In de berggebieden van Lombardije wordt met het AttivAree-project het gevoel van verbondenheid van de mensen versterkt door via kunst het natuurlijk erfgoed te benadrukken. Dankzij dit project worden ook pensions opgeknapt en wordt de beschikbaarheid van accommodatie in afgelegen dorpen zoals Lavenone vergroot (11). Reisbureaus moeten worden aangemoedigd om samen met ondernemers uit afgelegen regio’s en sociale ondernemingen duurzaam cultureel toerisme te promoten.

3.10.

De verschaffing en verspreiding van culturele informatie met behulp van digitale technieken zal op creatieve wijze de kloof verkleinen die aan het ontstaan was tussen stad en platteland en tussen de jongere en oudere generaties. Projecten als YourAlps (12) die de jeugd weer in contact brengen met het erfgoed in berggebieden, krijgen de steun van het EESC. Er bestaan talrijke voorbeelden van nieuwe innovatieve manieren om culturele tradities te laten zien, zoals de artistieke projecten die lopen in Aasted (Denemarken) en het dorp Pfyn in Zwitserland. Die projecten zijn ontsproten aan lokale initiatieven en in kaart gebrachte lokale behoeften, en benutten participatieprocessen, die op hun beurt deel uitmaken van Europa’s culturele traditie. Om investeringen in soortgelijke initiatieven aan te moedigen, moeten de Europese, nationale en regionale bestuursniveaus over publieke en particuliere middelen kunnen beschikken.

3.11.

Er wordt ook meer en meer gebruikgemaakt van nieuwe digitale instrumenten om bijvoorbeeld in vroegere en huidige conflictgebieden belangrijke historische plekken te reconstrueren die zijn verwoest door verwaarlozing of oorlogen. Verder wordt technologie benut om grafstenen en vervagende manuscripten nauwkeuriger te kunnen lezen (13). Het EESC is ingenomen met de plannen van de Commissie voor een Digital4Culture-strategie en verwacht dat daarin ook alle relevante rurale aspecten in aanmerking worden genomen. In bijvoorbeeld het Memola-project worden 3D-scans van oude irrigatiegebieden gebruikt om nieuwe irrigatieprocessen aan te leren.

3.12.

Meer onderzoek is nodig om te begrijpen hoezeer culturele activiteiten belangrijk zijn en welke gezondheidsvoordelen ze opleveren voor mensen van alle leeftijden en met name degenen met fysieke of geestelijke aandoeningen (14). Met bestaande Erasmus+-programma’s, zoals TEMA Masters, worden momenteel goede onderzoeksmogelijkheden gefinancierd. Tijdens de Horizon 2020/EYCH 2018-conferentie op hoog niveau over innovatie en cultureel erfgoed (15) is gepleit voor meer onderzoeksinspanningen om prioriteiten en goede praktijkvoorbeelden voor de bevordering van culturele activiteiten vast te stellen.

3.13.

Door liefdadigheidsorganisaties en filantropische stichtingen gesteunde initiatieven dragen aanzienlijk bij aan het behoud van natuurgebieden en aan de stimulering van activiteiten, vaak via sociale ondernemingen, die de ontwikkeling van plattelandsgebieden op duurzame wijze aanjagen. De Finse Stichting voor de Cultuur steunt onderzoek naar maatregelen om te voorkomen dat agrarische residuen de waterkwaliteit van de Oostzee aantasten. Ze werkt samen met landbouwers vanuit de overtuiging dat meer biodiversiteit een rijker landschap betekent. Ook andere liefdadigheidsinitiatieven worden toegejuicht, zoals van de Wales Schools’ Cultural Heritage Trust, die culturele wedstrijden tussen scholen aanmoedigt waarbij kinderen culturele activiteiten kiezen en uitvoeren (16). Nog een goed voorbeeld is de school in het Roemeense Piscu (17), die een gespecialiseerde erfgoedinstelling is en workshops en conferenties organiseert en zo jongeren in staat stelt hun cultureel erfgoed te ontdekken. Het EESC zelf heeft in het kader van zijn initiatief „Jouw Europa, jouw mening” (18) in maart 2018 leerlingen van scholen uit heel Europa ontvangen voor een debat over hun culturele prioriteiten. Hun conclusies: „Wij willen leven in een Europa dat alle vormen van cultuur waardeert en beschermt…, wij willen elitarisme voorkomen en cultuur populariseren…, maar ook de kans krijgen zelf cultuur te creëren.” In het dorp Giffoni in Zuid-Italië hebben zo’n 300 studenten films en video’s gemaakt om hun regio te promoten.

3.14.

Publieke investeringen moeten een „plattelandstoetsing” ondergaan, zodat bij de ontwikkeling van nieuwe financieringsprogramma’s ook aandacht uitgaat naar steun voor de permanente inspanningen van landbouwers, hun familie en werknemers, voor niet-gouvernementele organisaties van individuele kunstenaars, folkloristische gezelschappen, plaatselijke actiegroepen en zorgboerderijen, en volledig rekening wordt gehouden met de maatregelen die nodig zijn om de infrastructuur voor het landelijk erfgoed te verbeteren.

3.15.

Er is ruimte voor en vraag van cultuurtoeristen naar meer thematische en geografische verbanden. Gezamenlijke profilering en gezamenlijke toegang tot projecten zijn welkom. Van groot sociaaleconomisch belang zijn landbouwshows in dorpen en stadjes en nationale evenementen zoals de Royal Welsh-show in Builth Wells (19), die zo’n 240 000 bezoekers lokt, en het literaire festival van Hay on Wye, dat een klein landelijk gebied naar schatting 21 miljoen GBP oplevert. Open dagen op boerderijen, jaarmarkten, culturele festivals, zoals het Llangollen International Eisteddfod, concerten, processietochten, zoals die in het Belgische Veurne, stoomtreintrajecten op smalspoor, nordic walking en traditionele dansgroepen dragen allemaal enorm bij aan het behoud en de promotie van het landelijk cultureel erfgoed. Het werk dat vrijwilligers reeds generaties lang voor dit soort evenementen verrichten vormt op zich al een belangrijk onderdeel van het cultureel erfgoed. Waardering verdienen de activiteiten van het Europees Vrijwilligerscentrum en nationale en regionale vrijwilligersorganisaties om de kwaliteit van het vrijwilligerswerk in de culturele sector te vergroten. Deze instanties worden aangemoedigd hun waardevolle werkzaamheden voort te zetten en ook gezondheids- en veiligheidstrainingen te geven zodat vrijwilligers en toeristen veilige en plezierige ervaringen beleven.

3.16.

Er is echter een groeiend tekort aan geschoolde ambachtslieden om kennis door te geven en een nieuwe generatie bij te brengen hoe het veelzijdige erfgoed kan worden beschermd en ontwikkeld. Het uit Frankrijk afkomstige JEMA-initiatief (20) stimuleert op regelmatige basis ambachtelijke activiteiten en herinnert aan de noodzaak nieuwe generaties daarin te scholen. Dat is tevens een kans bij uitstek om via en voor cultuur de band tussen verschillende generaties te verstevigen. Binnen bestaande Europese, nationale en regionale programma’s dient er meer nadruk te worden gelegd op praktijkopleidingen en erkenning van opgedane vaardigheden, met niet alleen aandacht voor bestaande ambachtelijke en milieuvaardigheden, maar ook voor begeleiding, ontwikkeling van nieuwe technieken en cultureel ondernemerschap. Onder meer kunstenaars moeten steun krijgen voor samenwerking met scholen in steden en op het platteland en voor de ontwikkeling van culturele ideeën tussen generaties en etnische groepen.

3.17.

Bij landelijk cultureel erfgoed gaat het ook over de participatiedemocratie. Europa kent een sterke traditie van gemeenschappelijke solidariteit en de bestrijding van isolement en achterstanden via gezamenlijke activiteiten, waarvan er vele een culturele basis hebben. De opbouw van lokaal duurzaam leiderschap en de uitvoering van lokale prioriteiten via door de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling (CLLD) en de Leader-methode passen bij de nalatenschap van maatschappelijke organisaties en bewegingen. Sociale en culturele activiteiten helpen mensen in gebieden met weinig publieke en particuliere voorzieningen om met elkaar verbonden te blijven. Een traditie van hulp van vrijwilligers, soms als laatste redmiddel, zorgt voor de instandhouding van precaire, kwetsbare landschappen waarin mensen kunnen overleven. Overheidssteun is daarvoor onontbeerlijk.

Brussel, 19 september 2018.

De voorzitter van het Europees Economisch en Sociaal Comité

Luca JAHIER


(1)  EESC-advies over een Nieuwe agenda voor cultuur (nog niet in het Publicatieblad bekendgemaakt).

(2)  https://ec.europa.eu/culture/news/new-european-agenda-culture_en

(3)  EESC-conferentie van 20 en 21 juni 2016.

(4)  Resolutie nr. 2 van de Europese Conferentie van ministers belast met ruimtelijke ordening/regionale planning van de lidstaten van de Raad van Europa (Cemat) over het Pan-Europees Handvest voor landelijk erfgoed: Bevordering van duurzame ruimtelijke ordening — Landelijk erfgoed als factor voor territoriale samenhang, goedgekeurd tijdens de 15e sessie van Cemat, Moskou, Rusland, 9 juli 2010.

(5)  http://www.alpine-space.eu/projects/alpfoodway/en/home

(6)  http://www.terract.eu/fr/

(7)  https://www.bangor.ac.uk/studentlife/studentnews/gift-s-marine-renewable-visit-to-plas-newydd-18421

(8)  https://www.facebook.com/agroktima.artfarm/

(9)  EESC-advies over een Nieuwe agenda voor cultuur (nog niet in het Publicatieblad bekendgemaakt).

(10)  https://www.gruenewoche.de/

(11)  AttivAree-project in de regio Lombardije.

(12)  http://www.alpine-space.eu/projects/youralps/en/home

(13)  Project van Andrew Skerrett, dat hij presenteerde tijdens de hoorzitting van de studiegroep op 24 juli 2018 in Cardiff.

(14)  Innovate Trust —Positive outcomes from field days horticulture project.

(15)  https://ec.europa.eu/info/events/innovation-and-cultural-heritage-2018-mar-20_nl

(16)  https://jamesprotheroe.wordpress.com/Darren Park Primary School, Ferndale

(17)  http://piscu.ro/piscu-school/#

(18)  https://www.eesc.europa.eu/nl/node/52237

(19)  http://www.rwas.wales/royal-welsh-show/

(20)  Journées Européennes des Métiers d’Art (Europese dagen van de ambachten), https://www.journeesdesmetiersdart.fr/