Brussel, 14.11.2018

COM(2018) 742 final

VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD EN HET EUROPEES PARLEMENT

Samenvatting van de jaarverslagen over de uitvoering van operationele programma's die in 2016 zijn medegefinancierd door het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen


Samenvatting van de jaarverslagen over de uitvoering van operationele programma's die in 2016 zijn medegefinancierd door het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen

1.INLEIDING

Het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen (FEAD) 1 helpt de ergste vormen van armoede te verminderen, zoals voedselgebrek, kinderarmoede en dakloosheid. Hoewel de situatie in 2016 weliswaar is verbeterd, blijft het percentage mensen dat blootstaat aan het risico op armoede of sociale uitsluiting (23,5 %) en het percentage mensen dat lijdt onder ernstige materiële ontbering (7,5 %) hoog. Het FEAD helpt de meest achtergestelde groepen in de samenleving door het verstrekken van voedsel en basisbenodigdheden, zoals schoolbenodigdheden en persoonlijke verzorgingsmiddelen, of door het organiseren van activiteiten ter bevordering van sociale inclusie.

In totaal beschikt het FEAD over 3,8 miljard EUR in lopende prijzen. De EU vult het bedrag dat door een lidstaat is uitgetrokken aan met maximaal 85 %. Dat brengt de totale waarde van het fonds op ongeveer 4,5 miljard EUR.

De toegevoegde waarde van het fonds bestaat uit het bieden van gerichte hulp aan een groep mensen die geen directe toegang hebben tot en niet kunnen profiteren van andere EU-financieringsinstrumenten, zoals de Europese structuur- en investeringsfondsen 2 . Wat de programmaopzet betreft mogen de lidstaten kiezen voor het ontwikkelen van i) een operationeel programma voor voedselhulp en/of fundamentele materiële bijstand (OP I) en/of ii) een operationeel programma voor sociale inclusie (OP II). Daarin kunnen ze de beoogde doelgroepen, het type hulp en de geografische dekking bepalen. Voedselhulp en/of fundamentele materiële bijstand moeten worden aangevuld met begeleidende maatregelen, bijvoorbeeld een doorverwijzing naar sociale voorzieningen. 

Overeenkomstig artikel 13, lid 9, van Verordening (EU) nr. 223/2014 (de FEAD-verordening) is deze samenvatting gebaseerd op de informatie in de verslagen over de uitvoering van 2016, zoals deze door de Commissie zijn aanvaard. Alle lidstaten hebben een verslag over de uitvoering ingediend, behalve het Verenigd Koninkrijk omdat de uitvoering van het fonds daar nog niet is gestart.

Vanwege de tijd die is verstreken tussen uitvoering en verslaglegging, gaat dit verslag ook in op latere ontwikkelingen, voor zover daarover informatie beschikbaar is.

2.VOORUITGANG BIJ DE UITVOERING VAN DE OPERATIONELE PROGRAMMA'S

2.1.Algemene ontwikkelingen en ontwikkelingen op EU-niveau

Eind 2016 had de Commissie het juridisch kader vastgesteld en waren alle uitvoerende en gedelegeerde handelingen gepubliceerd. De Commissie had een herziening van het Financieel Reglement 3 in gang gezet, waaronder amendementen op de FEAD-verordening voor een breder gebruik van vereenvoudigde kostenopties en voor meer flexibiliteit. Het amendement omvat een waarborg voor subsidies aan partnerorganisaties. Deze waarborg zorgt ervoor dat een financiële correctie van de aankoopkosten van een publiekrechtelijke instantie vanwege niet-naleving van de toepasselijke wet- en regelgeving niet leidt tot een verlaging van de subsidiabele kosten van de partnerorganisaties, vooropgesteld dat dit andere instanties zijn.

In maart 2015 had de Commissie alle operationele programma's (OP's) vastgesteld. Deze verkeren nu allemaal in de uitvoeringsfase, behalve in het Verenigd Koninkrijk waar de uitvoering nog niet is gestart. Verder hadden de meeste lidstaten in 2016 het proces voor de aanwijzing van autoriteiten voltooid. Een aantal operationele programma's is in 2016 gewijzigd om het mechanisme voor het vaststellen van de meest behoeftigen te verbeteren, partnerorganisaties te kiezen (BG, HU) of extra maatregelen toe te voegen, zoals een schoolmaaltijd (CZ).

De FEAD-deskundigengroep, die bestaat uit leden van de beheerautoriteiten, is in 2016 twee keer samengekomen om de uitvoeringsproblemen van het FEAD-programma te bespreken. Tijdens deze vergaderingen hebben de lidstaten een overzicht van allerlei zaken gepresenteerd, bijvoorbeeld het op nationaal niveau vaststellen van richtsnoeren voor een evenwichtig voedingspatroon, alsmede een overzicht van de distributie van vers voedsel. Wat ook aan bod kwam, was het mogelijke gebruik van interventievoorraden 4 conform de FEAD-verordening. Verder hield de Commissie tot in juli 2017 elf bijeenkomsten van het FEAD-netwerk. Dit netwerk bestaat uit belanghebbenden van het FEAD en is in het leven geroepen om ervaringen en goede praktijken uit te wisselen. De bijeenkomsten in 2016 gingen over de verschillende aspecten van het FEAD die moeten bijdragen aan de sociale inclusie van de meest behoeftigen. De deelnemers hebben casestudy's voorgesteld en over uitdagingen en oplossingen verteld met betrekking tot vraagstukken van gezamenlijk belang bij de uitvoering van FEAD-programma's.

Op 5 december 2016 had de Commissie een vergadering met vertegenwoordigers van de partnerorganisaties op EU-niveau. Daarbij heeft de Commissie op basis van het vorige jaarlijkse uitvoeringsverslag de stand van zaken van het FEAD gepresenteerd, alsmede een kort overzicht van de voorgestelde amendementen van de FEAD-verordening. In een presentatie werd onderzocht welke bijdragen het maatschappelijk middenveld heeft geleverd in de aanloop naar de FEAD-verordening. Daarna volgde een terugblik op het eerste jaar van het FEAD-netwerk voor het uitwisselen van goede praktijken tussen iedereen die betrokken is bij de uitvoering van het FEAD.

De Commissie bleef gestaag verder werken aan de tussentijdse evaluatie van het FEAD. De openbare raadpleging van belanghebbenden van het FEAD en het grote publiek was klaar en verwerkt in een conceptevaluatieverslag, samen met de uitgevoerde gestructureerde onderzoeken. Het conceptverslag is aan de FEAD-deskundigengroep gepresenteerd. De definitieve versie van de tussentijdse evaluatie wordt uiterlijk 31 december 2018 aan het Europees Parlement en de Raad gepresenteerd.

2.2.Financiële uitvoering

De financiële uitvoering van de FEAD-programma's was al in 2015 goed op gang gekomen, en die trend zette zich voort in 2016. In 2016 is 508,6 miljoen EUR toegezegd voor de ondersteuning van concrete FEAD-acties in 27 lidstaten. In 2015 was dit bedrag lager, namelijk 470 miljoen EUR. Daarmee komen de cumulatief vastgelegde uitgaven voor de periode 2014-2016 op 1 315,9 miljoen EUR, wat neerkomt op 30 % van de totale financiële middelen van de programma's (EU en nationale medefinanciering). De betalingen aan begunstigden zijn ook gestegen, namelijk van 385,9 miljoen EUR in 2015 naar 429,4 miljoen EUR in 2016. Een uitgebreide financiële specificatie staat in tabel I in de bijlage, ook opgesplitst per lidstaat.

De belangrijkste vooruitgang werd geboekt bij de betalingsaanvragen die bij de Commissie werden ingediend. In 2016 hebben 24 lidstaten in totaal 353,8 miljoen EUR aan subsidiabele overheidsuitgaven gedeclareerd. Dat is ruim zeven keer zoveel als in 2015 (46,3 miljoen EUR). De cumulatieve betalingen bedroegen 1 022 miljoen EUR op 31 december 2017. 603 miljoen EUR daarvan betrof tussentijdse betalingen.

2.3.Fysieke uitvoering

In 2016 hebben in totaal 23 lidstaten de meest behoeftigen in de EU ondersteund met voedselhulp, materiële bijstand en sociale-inclusieprojecten. 19 lidstaten hebben levensmiddelen verstrekt en/of materiële bijstand verleend en begeleidende maatregelen genomen (OP I). 4 lidstaten hebben programma's voor sociale inclusie opgezet in het kader van OP II (zie figuur 1). 5 lidstaten hadden te kampen met obstakels waardoor ze nog niet met de uitvoering konden beginnen.

Naar schatting hebben in 2016 bijna 16 miljoen mensen geprofiteerd van de FEAD-bijstand, een aanzienlijke vooruitgang ten opzichte van 2015. 15,2 miljoen (96 %) van deze mensen heeft voedselhulp gehad, ruim 662 000 (4 %) mensen kregen fundamentele materiële bijstand en ongeveer 23 000 mensen hebben meegedaan aan programma's voor sociale inclusie (OP II) 5 .

Tussen 2014 en 2016 heeft het FEAD steun verleend aan ongeveer 38 miljoen mensen. De uitvoering van OP I en OP II werd doorgezet in 2016, waarbij 2,2 miljoen meer mensen dan in 2015 steun ontvingen uit het FEAD. De vier lidstaten (GR, IE, MT, SK) die in 2016 met de steunverlening begonnen, hebben voedselhulp aan 657 000 extra mensen verleend. Vier andere lidstaten (BG, FI, FR, RO) hebben 1,5 miljoen mensen meer bereikt dan in 2015. De zes lidstaten (AT, CZ, GR, LU, LV, SK) die fundamentele materiële bijstand verleenden, rapporteerden dat het aantal mensen dat dit soort hulp ontving, was vernegenvoudigd ten opzichte van 2015.

Figuur 1: Soorten verleende bijstand in 2016

OP

Soort bijstand

Lidstaat

OP I

Levensmiddelen

BE, BG, EE, ES, FI, FR, IE, IT, LT, MT, PL, RO, SI (13)

Fundamentele materiële bijstand

AT (1)

Beide

CZ, GR, LU, LV, SK (5)

OP II

Sociale inclusie

DE, DK, NL, SE (4)

OP I – Levensmiddelen en fundamentele materiële bijstand

18 lidstaten hebben in 2016 voedselhulp verleend. Qua gewicht is meer dan 90 % van deze voedselhulp verleend door vijf landen: ES, FR, RO, PL en IT. In totaal is 377 500 ton aan levensmiddelen gedistribueerd in 2016, wat het totaal tussen 2014 en 2016 op 939 600 ton bracht. Terwijl de samenstelling in soorten levensmiddelen vrijwel hetzelfde was als in het jaar daarvoor, daalde de totale hoeveelheid uitgedeelde levensmiddelen met 7 % in vergelijking met het vorige jaar. De oorzaak lag voornamelijk bij een vertraging van de aanbestedingen in IT, waardoor het aantal tonnen levensmiddelen in dat land lager uitviel dan in 2015. Bovendien is de voedseldistributie in PT in 2016 enige tijd onderbroken geweest omdat het programma werd herzien. In LT, BE, PL en RO daalde de omvang van de voedselhulp lichtjes. In de overige dertien landen nam het bedrag aan voedselhulp toe, maar niet voldoende om de afname in andere lidstaten te compenseren. In absolute zin deed de toename zich voornamelijk voor in ES en FR (respectievelijk 17 % en 8 %). GR, SK, MT en IE zijn in 2016 begonnen met voedselhulp en in BG en CZ werd aanzienlijk meer hulp verleend (zie ook figuur 2). Levensmiddelenschenkingen maakten in vier landen deel uit van de verleende voedselhulp, al was dit aandeel beperkt.

Figuur 2: Verleende voedselhulp in 2014-2016 (x 1 000 ton)

Bron: Gemeenschappelijke outputindicator FEAD (ID 11), 2014-2016

17 lidstaten hebben voedselpakketten verstrekt. Bij tien van hen waren dit ook kant-en-klaarmaaltijden. Het totale aantal voedselpakketten was ongeveer even groot als in 2015. De jaarlijkse toename in verstrekte maaltijden bedroeg 14 %. De voedselhulp die in BG, ES en MT werd verleend, werd helemaal gefinancierd uit het FEAD. In de andere landen werd de voedselhulp aangevuld met levensmiddelen die uit andere bronnen werden gefinancierd of geschonken. In LU werd 44 % van de levensmiddelen geschonken, en daarvoor nam het FEAD de kosten voor vervoer, opslag en distributie voor zijn rekening.

Zes lidstaten hebben fundamentele materiële bijstand verleend in de vorm van bijvoorbeeld schoolbenodigdheden en persoonlijke verzorgingsmiddelen. Alle landen deden dit naast de voedselhulp, behalve AT. AT en GR waren goed voor ongeveer 80 % van de totale waarde in geld van gedistribueerde goederen (7,6 miljoen EUR). De totale waarde in geld van gedistribueerde goederen in 2016 is sterk gestegen ten opzichte van 2015. De reden daarvoor was dat AT, LV en LU hun materiële bijstand in 2016 flink hadden opgeschroefd in vergelijking met 2015, en dat GR, CZ en SK in 2016 zijn begonnen met het verlenen van materiële bijstand. AT en LV hebben schooltassen en andere schoolbenodigdheden verstrekt (onder meer papier, schriften, pennen en benodigdheden voor creatieve vakken). LV en SK hebben pakketten met persoonlijke verzorgingsmiddelen uitgedeeld, bestaande uit essentiële hygiënische producten. CZ, GR, LU en SK hebben toilet- en verzorgingsartikelen verstrekt aan zowel kinderen als daklozen (verbandtrommels, zeep, tandenborstels, wegwerpscheermesjes e.d.).

Figuur 3: Totale waarde in geld van fundamentele materiële bijstand in 2014-2016 (x miljoen EUR)

Bron: Gemeenschappelijke outputindicator FEAD (ID 15), 2014-2016

De manieren waarop voedselhulp en/of fundamentele materiële bijstand werd verleend, verschilden per lidstaat. Een van de belangrijkste verschillen was de mate waarin overheidsinstanties (beheerautoriteiten, intermediaire instanties en/of andere instanties) erbij betrokken waren (bijvoorbeeld bij het identificeren van in aanmerking komende begunstigden, het verspreiden van informatie of het regelen van de logistiek en distributie). Dit komt overeen met de rechtsgrondslag van het FEAD-programma, want elke lidstaat mag de hulpverlening naar eigen inzicht uitvoeren. In SK heeft de regering de in aanmerking komende begunstigden geïdentificeerd aan de hand van socialezekerheidsgegevens en vervolgens de hulpverlening gepland, in nauwe samenwerking met lokale gemeentelijke instanties. Andere landen kozen ervoor om meer te delegeren aan partnerorganisaties. In IE was één nationale non-profitorganisatie verantwoordelijk voor het verkrijgen van de levensmiddelen (zowel door schenkingen als door deze aan te kopen) en vervolgens voor het distribueren daarvan naar kleinere lokale liefdadigheidsinstellingen. Deze organisaties bepaalden op hun beurt aan wie ze de voedselhulp verstrekten. In FI hielden partnerorganisaties vooral "open hulpverleningsdagen", waarbij iedereen hulp kreeg die daar om kwam vragen. De organisaties die verantwoordelijk waren voor het verstrekken van de hulp aan de eindontvangers, waren meestal niet-gouvernementele organisaties op alle niveaus (lokaal, regionaal, nationaal en internationaal). In een aantal landen kregen de eindontvangers een standaardpakket levensmiddelen of andere artikelen (BE, BG, LT, LU, LV, MT, PL, ES, SI, SK, RO). In andere landen werd de hulp meer afgestemd op de behoeften (FR, IE, CZ). In AT konden de eindontvangers kiezen uit diverse soorten hulppakketten.

Voedselhulp is aan 7,5 miljoen vrouwen verleend en fundamentele materiële bijstand aan 346 000 vrouwen. De gegevens voor de specifieke doelgroepen zijn gebaseerd op ramingen en overlappen elkaar deels. 4,4 miljoen kinderen tot en met 15 jaar hebben geprofiteerd van voedselhulp, en meer dan 246 000 van fundamentele materiële bijstand. Ongeveer 1,7 miljoen ouderen en ruim 940 000 mensen met een handicap werden bereikt, wat respectievelijk 32 % en 21 % meer is dan in 2015. Ouderen waren ook een van de groepen die in 2016 het meest waren toegenomen ten opzichte van 2015 en qua fundamentele materiële bijstand (135 in 2015 versus 21 500 in 2016).

2016 kende ook een significante toename van de hulp die aan daklozen werd verleend. In 2015 ontvingen 42 daklozen in slechts één lidstaat (LU) fundamentele materiële bijstand (basisgoederen), terwijl dit aantal in 2016 steeg naar ruim 8 700 in vier lidstaten (CZ, GR, LU en SK). Toch blijkt uit de indicatoren dat het aantal daklozen dat in 2016 voedselhulp ontving in het algemeen aanzienlijk lager was dan in 2015 (1,2 miljoen in 2015 versus 200 000 in 2016). Dit komt voornamelijk door het feit dat FR geen cijfers heeft aangeleverd over het aantal daklozen dat in 2016 voedselhulp ontving 6 . CZ, FI en SI hebben aanzienlijk meer daklozen bereikt. GR, IE en SK zijn in 2016 begonnen met het verlenen van voedselhulp aan deze doelgroep.

Migranten (of mensen met een buitenlandse achtergrond, minderheden) waren in 2016 de op twee na grootste doelgroep voor fundamentele materiële bijstand en de op drie na grootste qua voedselhulp. Het totale aantal migranten dat in 2016 fundamentele materiële bijstand ontving, was ruim twee keer zo groot als in 2015 (17 800 in 2015 versus 40 000 in 2016). Het totale aantal mensen in deze groep dat voedselhulp ontving, was echter kleiner dan in 2015 (ongeveer 2 miljoen in 2015 versus 1,6 miljoen in 2016). BE, ES, IT, LV, PL en SI meldden dat zij minder migranten hadden bereikt dan in 2015. BG, CZ en FI zagen juist een grote toename.

De lidstaten hebben in 2016 uiteenlopende begeleidende maatregelen genomen. Deze omvatten onder meer:

·begeleiding/psychologische ondersteuning (bv. in EE, GR, FI, FR, LV, LT, SI, SK);

·advies/voorlichting over sociale en medische voorzieningen (ES, FI, IE, IT, RO);

·financiële zaken binnen het gezin (BE, EE, GR, HR, LV, SK);

·sport en vrijetijdsbesteding (SI, LV);

·hygiëne/gezondheid (HR, LV, RO, SK);

·workshops/voorlichting over koken/een gezond voedingspatroon (BE, BG, GR, FI, FR, HR, LV, PL, RO, SI);

·optreden bij noodgevallen/calamiteiten (BG);

·training in sociale vaardigheden (LV, SI);

·doorzien van telefonische oplichters (BG);

·voorkomen van voedselverspilling (PL);

·daklozenopvang (BG); alsmede

·initiatieven voor samen eten, vrijwilligerswerk (FI) en taal(vaardigheids)lessen stimuleren (FR, SI).

Daarnaast heeft EE speciale trainingsprogramma's opgezet voor ex-gedetineerden en herstellende alcoholisten.

De lidstaten hebben aangegeven dat hun begeleidende maatregelen hebben bijgedragen aan het bereiken van het FEAD-doelstelling aangaande sociale inclusie. In EE volgde 72 % van de begunstigden een opleiding en/of maakten ze gebruik van de aangeboden voorzieningen. Verder waren vrijwel alle ontvangers van voedselhulp die jonger waren dan 16 jaar schoolgaande kinderen. In IT waren de begeleidende maatregelen volledig geïntegreerd in de concrete FEAD-acties. Zowel nationale als lokale spelers hadden veel aandacht voor sociale inclusie. In CZ konden de daklozen met succes worden doorverwezen, zodat ze gebruik konden maken van de diensten van een dagopvang. In SK toonden begunstigden na elke distributie interesse in aanvullende steun, zoals begeleiding of andere psychologische diensten. LV merkte op dat degenen die gebruik hadden gemaakt van de aangeboden begeleidende maatregelen (begeleiding, advies over financiële zaken, hygiëne/gezondheid of een training in sociale vaardigheden), vonden dat de verstrekte informatie nuttig was en/of dat hun sociale vaardigheden verbeterd waren. De lidstaten werden ook met uitdagingen geconfronteerd. In EE meldden zich geen deelnemers voor de activiteiten ter bevordering van sociale inclusie die bedoeld waren voor laagopgeleide volwassenen. IT meende dat de maatregelen ter bevordering van sociale inclusie effectiever zouden zijn als de vrijwilligers meer werden ondersteund en de rol van lokale dienstverleners werd versterkt. Deze informatie ten spijt was de verslaglegging over de begeleidende maatregelen beperkt, deels omdat de uitvoering soms op zich liet wachten.



OP II – Sociale inclusie

In 2016 hebben vier landen gebruikgemaakt van OP II om activiteiten ter bevordering van sociale inclusie op te zetten: DE, DK, NL en SE. DE was het enige land dat hier al in 2015 mee was begonnen, terwijl DK, NL en SE pas in 2016 zover waren. Samen hebben deze vier landen ongeveer 23 000 mensen bereikt in 2016. Wat de (elkaar overlappende) doelgroepen betreft waren migranten (of mensen met een buitenlandse achtergrond, minderheden), vrouwen en daklozen degenen die het vaakst een beroep deden op sociale-inclusieprogramma's (OP II), in deze volgorde.

Over het algemeen werden de doelgroepen goed bereikt. Met name DE was zeer effectief in het bereiken van daklozen en van volwassenen en kinderen die pas waren aangekomen uit een ander EU-land (vooral Roma). Ook DK was goed bezig, aangezien dit land in het eerste uitvoeringsjaar al op 34 % zat van de 1 400 daklozen die het tussen 2016 en 2019 wil bereiken, door opvang te regelen en gesprekken met een maatschappelijk werker aan te bieden. Van dit aantal viel ongeveer 30 % terug op andere bestaande sociale voorzieningen nadat ze aan het programma voor sociale bijstand hadden meegedaan. NL bereikte slechts 6 % van de personen van 65 jaar of ouder vanwege een late FEAD-uitvoering, die pas in 2016 van start ging. SE richtte zich vooral op EU/EER-migranten en bereikte 581 personen dankzij activiteiten voor integratie in de gemeenschap, zoals verwijzingen naar opvanghuizen, voorlichting over rechten en plichten in SE, vertaaldiensten en het stimuleren van een gezonde levensstijl.

DE heeft in 2016 84 projecten gestart met als doel: 1) achtergestelde, net aangekomen mensen uit EU-landen beter toegang geven tot reguliere begeleiding en steun; 2) net aangekomen kinderen beter toegang geven tot vroeg onderwijs en maatregelen ter bevordering van sociale inclusie (zoals taalcursussen, vrijetijdsbesteding of kinderopvang); en 3) daklozen en mensen die een verhoogd risico lopen dakloos te worden beter toegang geven tot reguliere begeleiding en steun.

Obstakels voor de uitvoering

Een aantal lidstaten kon in 2016 helemaal geen of pas later steun verlenen. De meeste vertragingen zijn nog steeds terug te voeren op een late aanwijzing van de beheerautoriteiten. CY wilde in 2016 beginnen, maar vanwege diverse factoren moest het programma anders worden ingericht en worden bijgesteld. In HR was sprake van opstartproblemen, al waren er in 2016 wel contracten aanbesteed voor het verlenen van voedselhulp op scholen, aan alleenstaanden en gezinnen die in armoede leefden of daar een verhoogd risico op liepen. In PT is in 2016 alleen voedselhulp opgestart uit de nationale begroting; voor een soepele overgang vanuit het voormalige MDP-programma waren een aantal amendementen vereist. HU heeft de hulpverlening herzien, waardoor de concrete acties van dat land pas in december 2016 op gang kwamen. In alle desbetreffende lidstaten is de uitvoering nu in volle gang, waarmee het totale aantal op 27 lidstaten komt. De UK is het enige land dat nog niet is begonnen met de uitvoering van het operationele FEAD-programma. 

De overige lidstaten hebben geen grote obstakels gerapporteerd. Er was sprake van enkele problemen met i) het vervoer (FI, GR, LV); ii)de regionale coördinatie van de hoeveelheid levensmiddelen (PL); iii) onvoldoende capaciteit bij de distributieorganisaties (GR, PL); iv)  ingewikkelde aanbestedingsprocedures (HU) en v) overige vertragingen (BE, MT). De lidstaten die OP II uitvoerden, hebben geen grote obstakels gerapporteerd. In SE had het programma in 2016 alleen in de beginfase te lijden onder een trage werving van medewerkers en vrijwilligers en onder de noodzaak om geplande activiteiten toe te spitsen op specifieke gemeenschappen. De meeste lidstaten wezen echter op meer algemene obstakels voor de uitvoering. De meeste problemen hadden te maken met de aankoop van de goederen (vooral IT en GR), het beheer van de begroting/financiën en de capaciteit bij partnerorganisaties. Door dit alles liep de uitvoering vertraging op. Een kleinere groep lidstaten heeft diverse problemen van voornamelijk administratieve aard gemeld. Over het algemeen zijn de meeste obstakels uit de weg geruimd, waardoor de programma's na 2016 wellicht sneller kunnen worden uitgevoerd.

Horizontale beginselen

De meeste lidstaten hebben coördinatiemechanismen 7 om te zorgen voor complementariteit met het Europees Sociaal Fonds (ESF) en andere EU-beleidsmaatregelen en om dubbele financiering te voorkomen. De lidstaten hebben intermediaire instanties of coördinatie-/werkgroepen die ervoor moeten zorgen dat projecten en partnerorganisaties niet uit zowel het ESF als het FEAD gesubsidieerd worden en dat alle activiteiten worden gecoördineerd. Enkele lidstaten merkten op dat het handig is als het FEAD en ESF onder dezelfde beheerautoriteit vallen. Dat bevordert de onderlinge coördinatie en voorkomt dubbele financiering. De lidstaten gaven aan dat het ESF en FEAD elkaar ondersteunen en dat geen van beide fondsen de problemen betreffende sociale uitsluiting en armoede alleen aankan. Verdere integratie en synergie zijn dan ook noodzakelijk. De Commissie greep deze belangrijke observatie aan om voor te stellen beide fondsen voor de financieringsperiode na 2020 samen te voegen.

De LEAP!-centra in MT bijvoorbeeld bieden sociale steun aan achtergestelde gemeenschappen en ontvangen financiële steun uit het ESF. De operationele uitvoering van dit project werd aangepast om niet alleen voedselpakketten te kunnen uitdelen (met steun uit het FEAD), maar ook om gezinnen te helpen hun levenskwaliteit te verbeteren en onafhankelijk te worden van sociale voorzieningen. In Litouwen deden zich problemen voor om de doelgroepen van het ESF-programma te bereiken. Daarom is een beroep gedaan op het FEAD om de doelgroepen te bereiken en te stimuleren deel te nemen aan de maatregelen die uit het ESF worden gefinancierd.

De meeste lidstaten gaven aan hoe ze zich hebben gehouden aan de beginselen van gelijkheid van mannen en vrouwen 8 en van non-discriminatie. De lidstaten bevorderden de gelijkheid van mannen en vrouwen en gendermainstreaming in diverse fasen van de projectcyclus. CZ merkte op dat er bij de bijstandsverlening rekening werd gehouden met de specifieke behoeften van de doelgroepen, bijvoorbeeld door bepaalde artikelen te verstrekken voor alleenstaande moeders of moeders in opvanghuizen. DE, LV, SE en SK lichtten toe dat zij voor een genderbewuste aanpak hadden gekozen bij de selectie van medewerkers en partnerorganisaties, alsook van het type bijstand voor de doelgroepen. HU, MT en PL stelden expliciet dat ze bij de voedseldistributie en de locatie van de workshops rekening hadden gehouden met de behoeften van mensen met een handicap. SE meldde enkele problemen bij de toepassing van dit horizontale beginsel, met name in het geval van kindhuwelijken en andere problemen in verband met geweld tegen vrouwen en meisjes. Om dit in de toekomst te ondervangen, werden workshops en bijeenkomsten met belanghebbenden georganiseerd.

Met het oog op de gelijkheid van mannen en vrouwen zorgde LV ervoor dat de afleveringstijden van voedselpakketten flexibel waren, zodat de pakketten ook thuis en na werktijd konden worden bezorgd. Om meer mensen te bereiken, werden ook begeleidende maatregelen voor kinderopvang getroffen. Bij de distributiepunten werd voorzien in een oppasservice.

De meeste lidstaten probeerden op diverse manieren voedselverspilling te verminderen 9 . Meestal werden lang houdbare levensmiddelen verdeeld en de levensmiddelen op de behoeften/smaak van de doelgroepen afgestemd om te voorkomen dat zij ongewenste producten kregen. MT zorgde er bijvoorbeeld voor dat levensmiddelen die niet waren uitgedeeld, werden opgeslagen en opnieuw werden gebruikt. LV had specifieke plaatsen aangewezen waar overgebleven levensmiddelen konden worden achtergelaten om te voorkomen dat ze werden weggegooid. PL kocht onverkochte levensmiddelen op van zuivelbedrijven. In de zomer en bij hittegolven schonken zuivelproducenten ook producten ten behoeve van behoeftigen. Wat de klimatologische en ecologische aspecten betreft gebruikten de lidstaten duurzame materialen die recyclebaar en/of biologisch afbreekbaar waren. Verder probeerden ze de uitstoot van de vervoermiddelen in de distributieketen te beperken. BE bijvoorbeeld deelde duurzaam verbouwde levensmiddelen en graanproducten zonder ggo's uit, vermeed palmolie en verstrekte fairtrade- en biologische producten.

Vrijwel alle OP I-lidstaten gaven aan hoe zij de begunstigden hebben geholpen om een evenwichtig voedingspatroon te bereiken 10 . Over het algemeen boden de landen voedselpakketten aan met levensmiddelen die weinig koolhydraten, zout, suiker en vet bevatten en veel proteïnen, vezels, vitaminen en mineralen. Twee landen (ES en FI) boden levensmiddelen aan (bijvoorbeeld babyvoeding en melkpoeder met vitamine D) om een tekort aan voedingsstoffen tegen te gaan. BE voerde een samenwerkingsprocedure in om de samenstelling van voedselpakketten te selecteren en een evenwichtig voedingspatroon te waarborgen. Deze selectieprocedure is als goede praktijk aangemerkt in de catalogus met FEAD-casestudies, die in 2017 door het FEAD-netwerk is gepubliceerd.

Uitgevoerde evaluaties

In 2016 hebben diverse lidstaten (AT, IT, LV, MT en SE) onderzoeken, evaluaties en/of enquêtes uitgevoerd om na te gaan in hoeverre hun concrete acties goed werkten en hoe tevreden de ontvangers waren met de steun die ze hadden gekregen. AT stuurde in 2016 een vragenlijst naar 10 000 behoeftige huishoudens. Het resultaat was positief: 86 % van deze huishoudens kwalificeerde de schooltas als "zeer goede" bijstand, terwijl 13 % deze als "goed" beoordeelde. SE heeft het FEAD-beheer en de eerste uitvoeringsfasen van de uitgevoerde projecten laten evalueren door een externe contractant. In het evaluatieverslag werden aanbevelingen gegeven om enkele geconstateerde problemen aan te pakken, zoals duidelijkere programmadoelen voor de nationale socialebeleidsdoelstellingen en follow-up van de resultaten voor de deelnemers. IT had eind 2015 een vooronderzoek naar de voedselhulpverlening laten uitvoeren en bracht daarvan in 2016 verslag uit. Uit dit onderzoek bleek dat 71 % van de partnerorganisaties die voedselhulp verleenden ook begeleidende maatregelen namen, wat als een goed uitgangspunt kan worden beschouwd.

Bijdragen aan de algemene en specifieke FEAD-doelstellingen

De lidstaten vonden dat het FEAD bijdraagt aan het bereiken van de doelstellingen van de Europa 2020-strategie om armoede en sociale uitsluiting terug te dringen door samenwerking met andere EU- en nationale beleidsgebieden en programma's. Dit is gekoppeld aan de overkoepelende doelstelling van het FEAD om de sociale samenhang te bevorderen, de sociale inclusie te versterken en bij te dragen aan de uitbanning van de armoede, en zo een bijdrage te leveren aan de verwezenlijking van de doelstelling van de Europa 2020-strategie "om ten minste 20 miljoen minder mensen bloot te stellen aan het risico op armoede en sociale uitsluiting". EE meldde dat de FEAD-voedselhulp (samen met overheidsmaatregelen op het gebied van de arbeidsmarkt, onderwijs en sociaal welzijn, de hervorming van de werkgelegenheid (gefinancierd uit het ESF), de toename in sociale voorzieningen en de algehele groei van de economie) van grote invloed is geweest op de armoede, die sinds 2012 daalt. In DE heeft het FEAD mensen met een verhoogd risico op armoede geholpen om sociale uitsluiting te vermijden. Doordat zij makkelijker konden deelnemen aan een ESF-project, kwamen ze ook een stap dichter bij het behalen van de nodige kwalificaties voor een baan. Het algehele oordeel luidt dat het FEAD armoede heeft teruggedrongen en sociale inclusie heeft versterkt.

Wat specifieke doelstelling 1 betreft (helpen de ergste vormen van armoede te verminderen door niet-financiële bijstand te verlenen aan de meest behoeftigen) rapporteerden de lidstaten dat:

1) het FEAD heeft bijgedragen aan het terugdringen van ernstige materiële ontbering: omdat het FEAD synergie met andere nationale socialebijstandsprogramma's heeft opgeleverd, kon PL rapporteren dat ongeveer 13 000 mensen niet meer in aanmerking kwamen voor voedselhulp uit het FEAD omdat hun omstandigheden verbeterd waren. GR merkte op dat het FEAD een positieve uitwerking had op het verminderen van de ergste vormen van armoede in dat land, zelfs al verergerde de armoede tijdens de economische crisis. In SK droeg de verstrekking van levensmiddelen en/of persoonlijke verzorgingsmiddelen bij aan het veiligstellen van de basislevensomstandigheden voor de begunstigden, bijvoorbeeld door de variatie en voedingswaarde van hun eten te verbeteren, alsook hun persoonlijke hygiëne.

2) het FEAD de levensstandaard van de meest behoeftigen heeft verbeterd: in LV en BG hielden gezinnen door de verleende voedselhulp geld over dat ze aan andere basisbehoeften konden besteden. In LV bijvoorbeeld vond 82 % van de in 2016 ondervraagde begunstigden dat het FEAD hen had geholpen om te sparen en dat het welzijn van hun gezin dankzij het FEAD was verbeterd. Verder gaf 78 % aan dat zij het uitgespaarde geld gebruikten om meer levensmiddelen te kopen. Enkele gezinnen besteedden het geld aan buitenschoolse activiteiten voor de kinderen, wat het risico op sociale uitsluiting verkleinde. Desalniettemin herhaalde FR dat voedselpakketten mensen weliswaar in staat stelden om hun inkomen aan andere zaken te besteden, maar dat voedselhulp alleen niet voldoende was om te voorzien in de dagelijkse behoeften en dan ook niet het enige middel kon zijn om armoede tegen te gaan.

3) het FEAD mensen een uitweg uit de armoede heeft geboden: partnerorganisaties in CZ rapporteerden een significant effect van de verstrekking van (voorschoolse) schoolmaaltijden, met name een afname van het schoolverzuim en een verbetering van de lichamelijke conditie, het geestelijk welzijn, het vermogen om schoolwerk te doen en concentratie. Ook stonden de begunstigden hierdoor in hoger aanzien bij hun leeftijdgenoten en waren hun sociale vaardigheden beter geworden. In DK hebben daklozen dankzij het programma beter toegang gekregen tot bestaande sociale voorzieningen en daarmee is de kans op blijvende sociale steun groter geworden, wat hen kan helpen om boven de armoedegrens uit te stijgen.

Wat specifieke doelstelling 2 betreft (een aanvulling vormen op de duurzame nationale beleidsmaatregelen op het gebied van armoedebestrijding en sociale inclusie) menen de lidstaten dat het FEAD hun nationale beleid aanvult door:

1) groepen bij te staan die anders geen enkele hulp zouden ontvangen: in SE werd uit het FEAD steun verleend aan EER-/EU-migranten die niet in aanmerking kwamen voor nationale socialebijstandsprogramma's. In DE hebben FEAD-activiteiten een weg gebaand voor de doelgroepen, zodat ze een beroep konden doen op de reguliere sociale voorzieningen waarop ze anders geen aanspraak hadden kunnen maken. In FI was de overheid dankzij een FEAD-aanvulling op het nationale socialebijstandsprogramma in staat om voedselhulp te verlenen aan degenen die dat nodig hadden. Zij hadden die hulp anders niet gehad, omdat de overheid zelf geen voedselhulpprogramma's subsidieert.

2) bestaande nationale initiatieven ter bestrijding van armoede en sociale uitsluiting: MT stelde dat het FEAD een aanvulling vormde op het nationale strategische beleid voor het terugdringen van armoede en sociale uitsluiting en bijdroeg aan het verwezenlijken van de doelstellingen van de Europa 2020-strategie. EE meldde dat het FEAD het nationale welzijnsontwikkelingsplan (2016-2023) en uit het ESF gefinancierde maatregelen aanvulde. IT rapporteerde dat in het kielzog van het FEAD-programma nieuwe nationale beleidsmaatregelen zijn ontstaan, zoals een (inmiddels naar het hele land uitgerold) programma voor steun aan actieve inclusie en een nationaal fonds voor de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting.

In combinatie met andere EU- en nationale beleidsgebieden en -programma's is het FEAD duidelijk een instrument voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de Europa 2020-strategie voor het terugdringen van armoede en sociale uitsluiting. Als zodanig is de eigen bijdrage van het FEAD een bescheiden, maar kritische schakel in het geheel. Verder zijn er bepaalde aspecten van de FEAD-doelstellingen die lastig te meten en te kwantificeren zijn, zoals sociale samenhang. De lidstaten waren over het algemeen terughoudend in het leggen van een duidelijk causaal verband tussen de FEAD-activiteiten en een afname van de armoede. Ze spraken liever over een correlatie. Desalniettemin bevestigden ze dat het FEAD een waardevolle bijdrage leverde.

3.CONCLUSIE

Ondanks het beperkte toepassingsgebied heeft het FEAD laten zien dat het fonds een concrete aanvulling vormt op de nationale inspanningen om materiële ontbering aan te pakken en armoede en sociale uitsluiting terug te dringen. De steun uit het FEAD heeft in 2016 bijna 16 miljoen mensen bereikt, blijkens de gegevens en ramingen. In veel gevallen zijn binnen de totale doelgroep van meest behoeftigen specifieke groepen bereikt die anders geen enkele hulp hadden ontvangen. Dit geldt bijvoorbeeld voor de meest behoeftige EU-/EER-migranten die volgens de wet- en regelgeving van de desbetreffende lidstaat geen recht hebben op financiële bijstand. Naar schatting is een aanzienlijk aantal daklozen bereikt.

De grootste succesfactor voor het bereiken van de doelgroepen en het verlenen van de juiste bijstand was de nauwe samenwerking met partnerorganisaties. Partnerorganisaties hebben de benodigde kennis en ervaring in huis en weten wie de meest behoeftige mensen in hun gemeenschap zijn. Zij kennen hun behoeften en weten hoe ze het beste bijstand kunnen verlenen. Door middel van de voedselhulp en materiële bijstand konden de partnerorganisaties in diverse lidstaten een vertrouwensrelatie opbouwen met de begunstigden. Dat maakte het makkelijker om begeleidende maatregelen te nemen en andere hulp op het gebied van sociale inclusie te verstrekken. De flexibiliteit van het fonds en het vermogen om zich aan te passen aan de verschillende situaties in de verschillende lidstaten is een belangrijke succesfactor en een onderscheidend kenmerk van het FEAD. In veel landen hadden de partnerorganisaties de vrijheid om zelf te beslissen wie de bijstand waar en hoe zou ontvangen. Daardoor konden ze veel doeltreffender inspelen op de behoeften van de begunstigden. De continue uitwisseling van goede praktijken binnen het FEAD-netwerk en de FEAD deskundigengroep plus het overleg met de partnerorganisaties op EU-niveau hebben dit aspect verder verbeterd.

Het FEAD heeft enkele indirecte effecten die te maken hebben met synergie en het hefboomeffect. Het FEAD heeft een hefboomeffect gehad op de inzet van mensen/middelen en de mobilisering van bijstand die de partnerorganisaties verleenden, bijvoorbeeld voor de distributie van levensmiddelen uit andere bronnen (zoals onverkochte producten van zuivelbedrijven), wat bredere milieuvoordelen met zich meebracht (conform de horizontale beginselen) en de producenten aan andere toeleveringsketens koppelde. Het FEAD heeft er ook voor gezorgd dat nationale en lokale spelers zich bewuster zijn geworden van het sociale-inclusieaspect van het programma. Dat heeft de rol en het netwerk van de partnerorganisaties versterkt. Het heeft ook een grotere synergie opgeleverd tussen de nationale en lokale spelers die verantwoordelijke waren voor de uitvoering van het programma.

De punten waar nog ruimte is voor verbetering betreffen het versnellen van de uitvoering in een aantal landen, de integratie van voedselschenkingen in de hulpverlening en een betere verslaglegging van de begeleidende maatregelen. Eind 2017 was de uitvoering van de hulpverlening in alle landen van start gegaan, behalve in de UK. De Commissie blijft de ontwikkelingen op de voet volgen, vooral voor die lidstaten waar de uitvoering van het programma wordt onderzocht of is vertraagd. Extra aandacht gaat uit naar de vooruitgang die wordt geboekt bij het uitvoeren van de fundamentele materiële bijstand in het kader van de OP I-programma's. Ondanks de significante vooruitgang die in 2016 is geboekt, blijft dit nog steeds achter bij de uitvoering van de voedselhulp. De Commissie en elke lidstaat komen eens per jaar in een evaluatievergadering bij elkaar om deze zaken te bespreken. Het aandeel aan geschonken levensmiddelen in het programma is nog steeds klein. De Commissie heeft dit probleem aangepakt met een amendement op de FEAD-verordening via de zogeheten Omnibus-verordening, die door het Europees Parlement en de Raad is vastgesteld en die in augustus 2018 van kracht is geworden. Hierdoor zijn de lidstaten in staat om financiering volgens een vast percentage, vaste bedragen of eenheidskosten (vereenvoudigde kostenopties) vast te leggen en deze als basis te gebruiken voor betalingen aan de partnerorganisaties die geschonken levensmiddelen inzamelen en distribueren. Begeleidende maatregelen zijn een sleutelelement van het fonds, aangezien ze de sociale uitsluiting van de meest behoeftigen verminderen. De verslaglegging van de lidstaten over dit punt was echter te beperkt voor een diepgaand onderzoek. Dat was voornamelijk te wijten aan de hiervoor genoemde vertraagde uitvoering, maar hierdoor is het wel lastig om goed te kunnen beoordelen in hoeverre dit element bijdraagt aan de doelstelling van het FEAD om sociale samenhang te bevorderen.

(1)      Verordening (EU) nr. 223/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 betreffende het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen (PB L 72 van 12.3.2014, blz. 1).
(2)

     Strategisch verslag 2017 inzake de tenuitvoerlegging van de Europese structuur- en investeringsfondsen, COM(2017) 755 final.

(3)

     Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 2012/2002, (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1305/2013, (EU) nr. 1306/2013, (EU) nr. 1307/2013, (EU) nr. 1308/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en (EU) nr. 652/2014 van het Europees Parlement en de Raad en Besluit nr. 541/2014/EU van het Europees Parlement en de Raad, (COM(2016) 605) final.

(4)      Voorraden die nationale interventiebureaus in de Europese Unie aanhouden nadat ze die als interventieproducten met marktprijsondersteuning hebben opgekocht.
(5)      De cijfers voor OP I zijn gebaseerd op ramingen van partnerorganisaties op basis van steekproeven (bijvoorbeeld het tellen van ontvangers op bepaalde dagen of in bepaalde weken en vervolgens extrapoleren) of op basis van andere methoden. Voor zowel OP I als OP II geldt dat de eindontvangers mogelijk meerdere keren geteld zijn. Het totale aantal eindontvangers per doelgroep is dan ook hoger dan het totale aantal eindontvangers dat de lidstaten hebben gerapporteerd.
(6)      Volgens het uitvoeringsverslag van FR was indicator 14f (daklozen) bijzonder lastig en daarom hebben we daar dit jaar geen gegevens over verzameld. In 2015 rapporteerde FR dat het land voedselhulp had verleend aan meer dan 1 miljoen daklozen.
(7)      Artikel 5, lid 6, van Verordening (EU) nr. 223/2014.
(8)      Artikel 5, lid 11, van Verordening (EU) nr. 223/2014.
(9)      Artikel 5, lid 13, van Verordening (EU) nr. 223/2014.
(10)      Artikel 5, lid 13, van Verordening (EU) nr. 223/2014.

Brussel, 14.11.2018

COM(2018) 742 final

BIJLAGE

bij

VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD EN HET EUROPEES PARLEMENT

Samenvatting van de jaarverslagen over de uitvoering van operationele programma's die in 2016 zijn medegefinancierd door het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen


I.Gemeenschappelijke inputindicatoren (OP I en OP II) 2014-2020

Lidstaat

Indicator 1

Indicator 2

Indicator 2a

Indicator 2b

Indicator 3

Totaalbedrag van de subsidiabele overheidsuitgaven dat is goedgekeurd in de documenten waarin de voorwaarden voor de steun voor concrete acties zijn aangegeven (EUR)

Totaalbedrag van door begunstigden gedane subsidiabele overheidsuitgaven dat is betaald voor de uitvoering van concrete acties (EUR)

Totaalbedrag van door begunstigden gedane subsidiabele overheidsuitgaven dat is betaald voor de uitvoering van concrete acties met betrekking tot voedselhulp, voorzover van toepassing (EUR)

Totaalbedrag van door begunstigden gedane subsidiabele overheidsuitgaven dat is betaald voor de uitvoering van concrete acties met betrekking tot fundamentele materiële bijstand (EUR)

Totaalbedrag van de bij de Commissie gedeclareerde subsidiabele overheidsuitgaven (EUR)

Periode

2016

Cumulatief 1  

2016

Cumulatief

2016

Cumulatief

2016

Cumulatief

2016

Cumulatief

AT

2 968 957,00

5 879 698,00

3 468 847,07

5 771 520,92

0

0

2 901 486,01

5 075 435,83

2 631 447,26

2 631 447,26

BE

11 096 510,27

37 074 099,75

12 970 034,41

28 939 619,93

12 545 524,14

27 938 300,18

0

0

18 814 832,10

18 814 832,10

BG

35 235 665,90

51 881 092,70

12 935 582,78

14 692 445,91

12 166 117,49

13 922 980,62

0

0

6 074 917,69

6 074 917,69

CY

17 241,50

52 527,77

17 241,50

52 527,77

0

0

0

0

43 048,79

43 048,79

CZ

4 725 911,78

7 271 219,78

1 315 923,55

1 315 923,55

703 699,56

703 699,56

355 318,30

355 318,30

1 237 406,31

1 237 406,31

EE

1 480 675,00

2 845 868,00

1 480 667,00

2 840 314,00

1 480 667,00

2 840 314,00

0

0

1 620 014,00

2 139 032,00

ES

104 821 561,72

231 915 984,49

99 241 040,76

217 667 477,26

92 674 841,92

207 412 592,93

0

0

155 341 488,00

155 341 488,00

FI

4 333 325,00

10 917 000,00

3 903 542,46

5 499 499,70

3 737 881,36

5 245 006,24

0

0

1 774 642,85

1 774 642,85

FR

83 093 679,20

239 772 626,38

68 590 927,93

174 575 795,67

68 316 097,31

174 300 965,05

0

0

0

44 426 883,60

GR

15 799 768,03

21 592 275,70

18 501 124,37

18 501 124,37

15 107 056,36

15 107 056,36

3 394 068,01

3 394 068,01

13 245 733,91

13 245 733,91

HR

14 058 517,79

14 058 517,79

131 885,14

131 885,14

612,99

612,99

0

0

131 272,15

131 272,15

HU

15 457 132,00

45 468 095,00

909,96

909,96

0

0

0

0

909,96

909,96

IE

883 843,00

883 843,00

869 000,00

869 000,00

869 000,00

869 000,00

0

0

0

0

IT

40 425 000,00

151 925 000,00

55 621 437,38

107 645 352,73

55 621 437,38

107 645 352,73

0

0

33 011 947,00

33 011 947,00

LT

0

28 023 522,24

11 404 777,00

27 924 742,93

11 404 777,00

27 924 742,93

0

0

11 004 687,00

11 004 687,00

LU

594 052,00

1 647 083,00

631 106,61

897 433,60

400 268,34

504 288,20

153 826,73

208 014,90

226 377,82

226 377,82

LV

6 754 377,00

19 868 411,00

4 751 085,75

7 917 550,80

3 750 754,20

6 252 043,47

701 106,16

975 337,52

5 205 043,01

6 610 580,57

MT

4 640 777,00

4 640 777,00

919 518,52

919 518,52

919 518,52

919 518,52

0

0

474 961,16

474 961,16

PL

76 406 618,64

156 507 979,84

46 193 124,23

99 418 900,50

46 193 124,23

99 418 900,50

0

0

74 526 000,71

74 526 000,71

PT

23 415 928,23

23 415 928,23

20 989 839,31

20 989 839,31

20 906 493,82

20 906 493,82

0

0

20 906 493,82

20 906 493,82

RO

0

176 299 669,17

53 302 288,00

161 273 631,16

53 302 288,00

161 273 631,16

0

0

4 290 711,93

4 290 711,93

SI

4 248 828,64

10 748 828,64

3 221 297,78

4 700 176,46

3 089 785,11

4 519 440,90

0

0

2 716 673,84

2 716 673,84

SK

8 926 005,57

9 208 743,97

4 118 881,47

4 118 881,47

3 746 540,43

3 746 540,43

0

0

129 628,19

129 628,19

DE

48 787 170,52

53 828 020,52

3 613 976,81

3 622 108,89

0

0

0

0

0

0

DK

266 210,62

266 210,62

227 024,65

227 024,65

0

0

0

0

192 970,95

192 970,95

NL

73 515,00

4 584 303,00

575 391,00

749 413,00

0

0

0

0

97 601,00

97 601,00

SE

63 788,00

5 403 702,21

405 835,00

465 186,24

0

0

0

0

148 037,00

148 037,00

Totaal

508 575 059,41

1 315 981 027,80

429 402 310,44

911 727 804,26

406 936 485,16

881 451 480,59

7 505 805,21

10 008 174,56

353 846 846,45

400 198 285,61


II.Gemeenschappelijke outputindicatoren voor verstrekte voedselhulp (OP I) 2014-2020 2

Lidstaat

Indicator 4

Indicator 5

Indicator 6

Indicator 7

Indicator 8

Indicator 9

Hoeveelheid fruit en groenten (ton)

Hoeveelheid vlees, eieren, vis, schaal- en schelpdieren (ton)

Hoeveelheid meel, brood, aardappelen, rijst en andere zetmeelhoudende producten (ton)

Hoeveelheid suiker (ton)

Hoeveelheid zuivelproducten (ton)

Hoeveelheid vetten, olie (ton)

Periode

2016

Cumulatief

2016

Cumulatief

2016

Cumulatief

2016

Cumulatief

2016

Cumulatief

2016

Cumulatief

AT

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

BE

1 198,10

2 815,35

249,56

1 221,59

2 252,19

4 106,66

0

0

1 815,73

7 147,12

422,70

697,15

BG

982,56

1 079,63

253,40

338,23

3 410,97

3 599,51

15,48

16,84

116,44

151,64

32,51

44,34

CY

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

CZ

53,11

54,07

68,43

70,54

107,60

108,86

30,60

30,60

23,39

23,68

34,12

35,26

EE

44,00

77,00

172,00

389,00

289,00

513,00

104,00

188,00

0

0

101,00

183,00

ES

16 525,62

33 262,62

4 752,36

8 618,36

14 739,15

43 469,15

0

0

35 422,46

72 758,46

6 349,63

11 157,63

FI

0

0

198,10

258,57

1 349,73

1 759,39

0

0

130,15

176,87

0

0

FR

7 145,79

21 328,89

4 757,92

10 669,70

9 138,99

30 302,35

2 784,38

8 139,89

47 346,57

124 494,54

2 939,38

9 925,79

GR

3 931,74

3 931,74

1 226,52

1 226,52

1 044,69

1 044,69

829,45

829,45

904,98

904,98

631,41

631,41

HR

0

 0

0

0

0

 0

0

 0

0

 0

0

 0

HU

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

IE

47,65

47,65

0

0

48,64

48,64

27,83

27,83

6,51

6,51

0

0

IT

455,05

12 651,95

0

1 305,60

14 042,85

34 677,15

0

3 776,98

19 264,30

53 086,81

0

4 641,15

LT

139,81

214,97

260,53

589,15

3 486,63

9 544,69

676,60

1 954,16

333,63

516,47

610,58

1 577,85

LU

167,00

287,00

371,00

421,00

176,00

282,00

65,00

103,00

324,00

493,00

113,00

157,00

LV

0

0

210,41

281,75

1 292,09

2 233,79

141,25

212,59

147,01

261,15

183,74

326,42

MT

93,97

93,97

25,28

25,28

99,75

99,75

0

0

64,90

64,90

0

0

PL

10 658,48

19 866,79

9 033,31

18 317,04

15 876,93

33 147,31

6 117,35

14 940,75

10 602,93

25 686,00

4 627,65

9 718,12

PT

0

2 585,00

0

1 843,00

0

3 686,00

0

981,00

0

5 492,00

0

1 370,00

RO

0

 0

0

22 210

34 838,00

80 692,00

7 918,00

22 247,00

0

 0

15 835,00

30 164,00

SI

0

0

0

0

2 036,60

3 195,01

0

0

1 992,58

2 806,34

353,64

500,28

SK

295,50

295,50

290,58

290,58

1 379,03

1 379,03

197,00

197,00

78,80

78,80

197,00

197,00

Totaal

41 738,38

98 592,13

21 869,40

68 075,91

105 608,84

253 888,98

18 906,94

53 645,09

118 574,38

294 149,27

32 431,36

71 326,40

Lidstaat

Indicator 10

Indicator 11

Indicator 11a

Indicator 11b

Indicator 12

Indicator 13

Hoeveelheid kant-en-klare levensmiddelen, andere levensmiddelen (die niet onder andere categorieën vallen) (ton)

Totale hoeveelheid verstrekte voedselhulp (ton)

Aandeel levensmiddelen waarvoor alleen transport, distributie en opslag zijn betaald door het OP (%)

Aandeel door het FEAD medegefinancierde levensmiddelen van het totale volume van het door de partnerorganisaties verdeelde voedsel (%) 3

Totale aantal verstrekte maaltijden gedeeltelijk of volledig gefinancierd door het OP (aantal) 4

Totale aantal verstrekte voedselpakketten gedeeltelijk of volledig gefinancierd door het OP (aantal) 5

Periode

2016

Cumulatief

2016

Cumulatief

2016

2016

2016

Cumulatief

2016

Cumulatief

AT

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

BE

599,55

1 840,51

6 537,83

17 828,38

0

50,00

1 111 363

3 818 345

1 702 987

4 776 252

BG

95,18

118,24

4 906,54

5 348,43

0

100,00

1 586 388

2 052 997

265 000

265 000

CY

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

CZ

114,95

116,21

432,20

439,22

0

65,00

32848

32 848

85 797

87 424

EE

80,00

148,00

790,00

1 498,00

0

38,00

0

0

50 608

90 658

ES

17 400,19

56 280,19

95 189,41

225 546,41

0

100,00

31 590 716,00

78 608 489

4 254 261

11 612 269

FI

240,43

321,52

1 918,41

2 516,35

0

45,13

60 832

67 440

312 491

386 776

FR

6 063,12

15 261,48

80 176,15

220 122,64

0

31,73

0

0

76 252 590

225 650 502

GR

984,64

984,64

9 553,43

9 553,43

0

0,63

225 728

225 728

0

0

HR

0

0

0

0

0

0

0

 

0

0

HU

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

IE

31,70

31,70

162,33

162,33

0

24,00

266 393

266 393

111 906

111 906

IT

0

11 139,87

33 762,20

121 279,51

0

62,74

17 809 135

34 790 375

51 085 610

102 961 962

LT

407,50

772,60

5 915,28

15 169,89

0

52,27

0

0

1 220 445

3 444 476

LU

831,00

1 478,00

2 047,00

3 221,00

44,00

28,00

0

0

11 622

19 960

LV

0

0

1 974,50

3 315,70

0

71,40

204 900

207 105

367 451

652 813

MT

16,87

16,87

300,77

300,77

0

100,00

0

0

13 828

13 828

PL

0

0

56 916,65

121 676,01

0

41,40

1 320 142

1 656 810

5 411 258

12 404 894

PT

0

0

0

15 957,00

0

0

0

0

0

857 423

RO

11 085,00

11 085,00

69 676,00

166 398,00

0

85,00

0

0

7 917 692

15 096 901

SI

253,94

253,94

4 636,76

6 755,57

0

61,49

0

0

1 041 386

1 856 858

SK

70,29

70,29

2 508,20

2 508,20

0

75,00

1 468

1 468

197 005

197 005

Totaal

38 274,36

99 919,06

377 403,66

939 596,84

-

-

54 209 913

121 727 998

150 301 937

380 486 907

III.Gemeenschappelijke resultaatindicatoren voor verstrekte voedselhulp 6 (OP I) 2014-2020

Lidstaat

Indicator 14

Indicator 14a

Indicator 14b

Indicator 14c

Indicator 14d

Indicator 14e

Indicator 14f

Totale aantal personen die voedselhulp ontvangen

Aantal kinderen van 15 jaar of jonger

Aantal personen van 65 jaar of ouder

Aantal vrouwen

Aantal migranten, deelnemers met een buitenlandse achtergrond, minderheden

Aantal personen met een handicap

Aantal daklozen

Periode

2016

Cumulatief

2016

Cumulatief

2016

Cumulatief

2016

Cumulatief

2016

Cumulatief

2016

Cumulatief

2016

Cumulatief

AT

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

BE

300 526

799 196

75 824

207 135

15 782

49 915

87 331

246 900

93 466

279 595

10 611

21 482

10 378

42 748

BG

272 521

279 057

5 101

5 663

103 473

105 567

179 707

183 266

49 943

52 211

22 014

23 551

123

224

CY

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

CZ

59 759

61 675

24 740

25 176

4 582

4 680

30 653

31 017

19 776

19 928

3 080

3 134

15 179

16 194

EE

29 516

56 124

10 713

19 600

525

937

15 020

28 523

5 101

9 737

5 333

8 888

1 000

2 022

ES

1 528 479

5 393 301

465 873

1 570 707

99 647

359 141

795 107

2 803 751

332 318

1 402 175

24 423

97 745

22 995

93 745

FI

289 824

403 015

36 166

56 283

59 288

82 299

103 248

138 004

21 990

29 598

4 344

5 874

1 805

2 109

FR

4 397 813

12 661 651

1 561 066

4 470 549

177 597

611 423

2 307 787

6 939 892

0

0

0

0

0

1 010 198

GR

410 000

410 000

108 155

108 155

17 957

17 957

213 566

213 566

5 000

5 000

727

727

1 000

1 000

HR

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

HU

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

IE

54 605

54 605

20 000

20 000

7 321

7 321

25 696

25 696

3 647

3 647

2 709

2 709

7 073

7 073

IT

2 778 207

5 587 338

890 560

1 747 439

248 892

558 097

1 320 000

2 654 337

1 055 718

2 404 101

50 077

100 641

111 000

223 365

LT

218 769

741 442

60 627

175 588

9 109

18 247

110 086

261 192

3 227

6 839

19 710

52 269

506

1 072

LU

11 728

20 971

3 513

6 337

185

320

6 273

11 281

7 880

14 277

351

661

53

95

LV

61 497

130 373

14 652

32 434

6 218

12 209

31 671

72 707

1 084

2 529

6 524

14 122

290

648

MT

17 051

17 051

8 020

8 020

848

848

9 486

9 486

1 162

1 162

86

86

0

0

PL

1 183 227

2 757 540

371 034

893 027

63 724

148 235

587 358

1 384 105

11 554

30 146

184 147

418 229

24 903

59 039

PT

0

857 423

0

208 051

0

87 670

0

368 896

0

0

0

0

0

0

RO

3 286 466

6 347 777

660 370

1 277 604

822 638

1 555 962

1 451 414

2 879 267

0

0

594 021

1 101 702

0

0

SI

180 920

383 744

40 265

84 389

26 029

49 736

95 430

199 615

14 324

30 886

5 946

11 815

3 027

4 867

SK

175 003

175 003

75 549

75 549

4 044

4 044

92 863

92 863

0

0

9 235

9 235

835

835

Totaal

15 255 911

37 137 286

4 432 228

10 991 706

1 667 859

3 674 608

7 462 696

18 471 657

1 626 190

4 291 831

943 338

1 872 870

200 167

1 465 234

IV.Gemeenschappelijke outputindicatoren voor verstrekte fundamentele materiële bijstand (OP I) 2014-2020

Lidstaat

Indicator 15

Indicator 15a

Indicator 15b

Indicator 15c

Totale waarde in geld van gedistribueerde goederen (EUR)

Totale waarde in geld van goederen voor kinderen (EUR)

Totale waarde in geld van goederen voor daklozen (EUR)

Totale waarde in geld van goederen voor andere doelgroepen (EUR)

Periode

2016

Cumulatief

2016

Cumulatief

2016

Cumulatief

2016

Cumulatief

AT

2 690 401,99

4 940 924,99

2 690 401,99

4 940 924,99

0

0

0

0

BE

0

0

0

0

0

0

0

0

BG

0

0

0

0

0

0

0

0

CY

0

0

0

0

0

0

0

0

CZ

537 392,50

537 392,50

225 526,60

225 526,60

98 298,60

98 298,60

213 567,30

213 567,30

EE

0

0

0

0

0

0

0

0

ES

0

0

0

0

0

0

0

0

FI

0

0

0

0

0

0

0

0

FR

0

0

0

0

0

0

0

0

GR

3 405 165,81

3 405 165,81

554 002,48

554 002,48

33 167,80

33 167,80

2 817 995,53

2 817 995,53

HR

0

0

0

0

0

0

0

0

HU

0

0

0

0

0

0

0

0

IE

0

0

0

0

0

0

0

0

IT

0

0

0

0

0

0

0

0

LT

0

0

0

0

0

0

0

0

LU

153 826,73

208 014,73

0

0

0

0

153 826,73

208 014,73

LV

605 968,58

797 661,38

605 968,58

797 661,38

0

0

0

0

MT

0

0

0

0

0

0

0

0

PL

0

0

0

0

0

0

0

0

PT

0

0

0

0

0

0

0

0

RO

0

0

0

0

0

0

0

0

SI

0

0

0

0

0

0

0

0

SK

266 136,00

266 136,00

247 506,00

247 506,00

3 012,00

3 012,00

15 618,00

15 618,00

Totaal

7 658 891,61

10 155 295,41

4 323 405,65

6 765 621,45

134 478,40

134 478,40

3 201 007,56

3 255 195,56

(16)

Categorieën goederen die aan kinderen zijn verstrekt 7

AT

BE

BG

CY

CZ

EE

ES

FI

FR

GR

HR

HU

IE

IT

LT

LU 8

LV

MT

PL

PT

RO

SI

SK

16a

Babyuitzet

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

16b

Schooltassen

J

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

J

N

N

N

N

N

N

16c

Papier, schriften, pennen, schilderuitrusting en andere schooluitrusting (afgezien van kleding)

J

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

J

N

N

N

N

N

N

16d

Sportuitrusting (sportschoenen, maillot, badpak e.d.)

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

16e

Kleding (winterjas, schoeisel, schooluniform e.d.)

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

(17)

Categorieën goederen die aan daklozen zijn verstrekt 9

AT

BE

BG

CY

CZ

EE

ES

FI

FE

GR

HR

HU

IE

IT

LT

LU

LV

MT

PL

PT

RO

SI

SK

17a

Slaapzakken/dekens

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

17b

Keukenuitrusting (potten, pannen, bestek e.d.)

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

17c

Kleding (winterjas, schoeisel e.d.)

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

17d

Huishoudlinnen (handdoeken, beddengoed)

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

17e

Hygiënische artikelen (verbandtrommel, zeep, tandenborstel, wegwerpscheermesje e.d.)

N

N

N

N

J

N

N

N

N

J

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

N

J

V.Gemeenschappelijke resultaatindicatoren voor verstrekte fundamentele materiële bijstand 10 (OP I) 2014-2020

Lidstaat

Indicator 19

Indicator 19a

Indicator 19b

Indicator 19c

Indicator 19d

Indicator 19e

Indicator 19f

Totale aantal personen dat fundamentele materiële bijstand ontvangt

Aantal kinderen van 15 jaar of jonger

Aantal personen van 65 jaar of ouder

Aantal vrouwen

Aantal migranten, deelnemers met een buitenlandse achtergrond, minderheden

Aantal personen met een handicap

Aantal daklozen

Periode

2016

Cumulatief

2016

Cumulatief

2016

Cumulatief

2016

Cumulatief

2016

Cumulatief

2016

Cumulatief

2016

Cumulatief

AT

40 994

74 207

33 965

64 458

0

0

20 087

36 029

16 807

27 435

0

0

0

0

BE

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

BG

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

CY

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

CZ

41 417

41 417

19 320

19 320

3 361

3 361

22 870

22 870

14 822

14 822

1 384

1 384

7 219

7 219

EE

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

ES

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

FI

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

FR

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

GR

410 000

410 000

108 155

108 155

17 957

17 957

213 566

213 566

0

0

0

0

1 000

1 000

HR

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

HU

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

IE

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

IT

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

LT

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

LU

11 728

20 971

3 513

6 337

185

320

6 273

11 281

7 880

14 277

351

661

53

95

LV

19 657

45 332

14 407

32 189

0

0

10 123

22 688

554

1 358

760

1 677

0

0

MT

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

PL

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

PT

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

RO

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

SI

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

SK

138 627

138 627

66 512

66 512

11

11

72 973

72 973

0

0

2 592

2 592

502

502

Totaal

662 423

730 554

245 872

296 971

21 514

21 649

345 892

379 407

40 063

57 892

5 087

6 314

8 774

8 816

VI.Gemeenschappelijke outputindicatoren voor verstrekte sociale-inclusiebijstand (OP II) 2014-2020

Lidstaat

Indicator 20

Indicator 20a

Indicator 20b

Indicator 20c

Indicator 20d

Indicator 20e

Indicator 20f

Totale aantal personen dat bijstand voor sociale inclusie ontvangt

Aantal kinderen van 15 jaar of jonger

Aantal personen van 65 jaar of ouder

Aantal vrouwen

Aantal migranten, deelnemers met een buitenlandse achtergrond, minderheden

Aantal personen met een handicap

Aantal daklozen

Periode

2016

Cumulatief

2016

Cumulatief

2016

Cumulatief

2016

Cumulatief

2016

Cumulatief

2016

Cumulatief

2016

Cumulatief

DE

21 614

21 655

2 132

2 137

346

346

10 343

10 361

15 426

15 464

701

705

5 162

5 165

DK

474

474

0

0

23

23

68

68

467

467

2

2

474

474

NL

281

281

0

0

281

281

210

210

87

87

3

3

0

0

SE

582

582

12

12

0

0

360

360

581

581

0

0

578

578

Totaal

22 951

22 992

2 144

2 149

650

304

10 981

10 999

16 561

16 599

706

710

6 214

6 217

(1) De lidstaten hebben de mogelijkheid om de waarden die in voorgaande jaren voor een indicator zijn gerapporteerd bij te stellen. In de kolom "Cumulatief" (de som van alle waarden voor elke indicator vanaf 2014), zijn eventuele wijzigingen verwerkt van de waarden voor 2014 die de lidstaten in hun uitvoeringsverslag van 2016 hebben doorgevoerd.
(2) De indicatoren 4 t/m 11 omvatten alle vormen van deze producten: vers, in blik en ingevroren.
(3) De waarden voor deze indicator worden vastgesteld aan de hand van een gefundeerde raming van de partnerorganisaties.
(4) De definitie van wat onder een maaltijd moet worden verstaan, kan worden vastgesteld op het niveau van de partnerorganisatie/de concrete actie/de beheerautoriteit. De waarden voor deze indicator worden vastgesteld op basis van een beoordeling door de partnerorganisaties.
(5) De definitie van wat onder een voedselpakket moet worden verstaan, kan worden vastgesteld op het niveau van de partnerorganisatie/de concrete actie/de beheerautoriteit. Pakketten hoeven niet gestandaardiseerd te zijn wat omvang of inhoud betreft. De waarden voor deze indicator worden vastgesteld op basis van een beoordeling door de partnerorganisaties. 
(6) De waarden voor deze indicatoren worden vastgesteld op basis van een gefundeerde raming van de partnerorganisaties. Het wordt niet verwacht of vereist dat de indicatoren gebaseerd worden op door de eindontvangers verstrekte informatie. De gerapporteerde waarden moeten worden gezien als een ruwe schatting van het aantal gevallen van deelname en niet zozeer van het aantal individuele deelnemers.
(7) Deze lijst omvat alle relevante categorieën die tezamen ten minste 75 % van de gedistribueerde goederen bestrijken.
(8) LU heeft toiletartikelen als tandpasta, douchegel, shampoo en toiletpapier gedistribueerd. Het land heeft deze echt niet onder ID 17e geschaard, maar onder "overige categorieën goederen die aan andere doelgroepen zijn verstrekt" (ID 18a-1).
(9) Deze lijst omvat alle relevante categorieën die tezamen ten minste 75 % van de gedistribueerde goederen bestrijken.
(10) De waarden voor deze indicatoren worden vastgesteld op basis van een gefundeerde raming van de partnerorganisaties. Het wordt niet verwacht of vereist dat de indicatoren gebaseerd worden op door de eindontvangers verstrekte informatie. De gerapporteerde waarden moeten worden gezien als een ruwe schatting van het aantal gevallen van deelname en niet zozeer van het aantal individuele deelnemers.