7.3.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 86/84


Advies van het Europees Comité van de Regio’s over het Europees Sociaal Fonds Plus

(2019/C 86/07)

Rapporteur:

Susana DÍAZ PACHECO (ES/PSE), minister-president van Andalusië

Referentiedocument:

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+)

COM(2018) 382 final

I.   AANBEVELINGEN VOOR WIJZIGINGEN

Wijzigingsvoorstel 1

Preambule, eerste aanhaling

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 46, onder d), artikel 149, artikel 153, lid 2, onder a), artikel 164, artikel 168, lid 5, artikel 175, lid 3, en artikel 349,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 9, artikel 46, onder d), artikel 149, artikel 153, lid 2, onder a), artikel 164, artikel 168, lid 5, artikel 174, artikel 175, lid 3, en artikel 349,

Motivering

Gezien de werkingssfeer van het ESF+ lijkt een verwijzing naar artikel 9 van het VWEU aangewezen. Daarnaast moet meer aandacht uitgaan naar de doelstelling van het regionaal beleid, overeenkomstig artikel 4, lid 2, van het voorstel voor een verordening gemeenschappelijke bepalingen, waarin uitdrukkelijk wordt bepaald dat het ESF+ moet bijdragen tot het optreden van de Unie dat is gericht op de versterking van de economische, sociale en territoriale samenhang.

Wijzigingsvoorstel 2

Preambule, na overweging 5 een nieuwe overweging invoegen:

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

 

gezien de interinstitutionele afkondiging van de Europese pijler van sociale rechten (2017/C 428/09),

Wijzigingsvoorstel 3

Overweging 1

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

(1)

Op 17 november 2017 hebben het Europees Parlement, de Raad en de Commissie gezamenlijk de Europese pijler van sociale rechten afgekondigd als reactie op de sociale uitdagingen in Europa. De twintig kernbeginselen van de pijler zijn opgebouwd rond drie categorieën: gelijke kansen en toegang tot de arbeidsmarkt; billijke arbeidsvoorwaarden; sociale bescherming en inclusie. De twintig beginselen van de Europese pijler van sociale rechten moeten als leidraad dienen voor de acties in het kader van het Europees Sociaal Fonds+ (ESF+). Om bij te dragen tot de uitvoering van de Europese pijler van sociale rechten moet het ESF+ investeringen in mensen en systemen op de beleidsgebieden werkgelegenheid, onderwijs en sociale inclusie ondersteunen en daardoor bijdragen aan de economische, territoriale en sociale samenhang overeenkomstig artikel 174 VWEU .

(1)

Op 17 november 2017 hebben het Europees Parlement, de Raad en de Commissie gezamenlijk de Europese pijler van sociale rechten afgekondigd als reactie op de sociale uitdagingen in Europa. De twintig kernbeginselen van de pijler zijn opgebouwd rond drie categorieën: gelijke kansen en toegang tot de arbeidsmarkt; billijke arbeidsvoorwaarden; sociale bescherming en inclusie. De twintig beginselen van de Europese pijler van sociale rechten moeten als leidraad dienen voor de acties in het kader van het Europees Sociaal Fonds+ (ESF+). Op bij te dragen tot de economische, territoriale en sociale samenhang overeenkomstig artikel 174 VWEU en de uitvoering van de Europese pijler van sociale rechten te ondersteunen, moet het ESF+ investeringen in mensen en systemen op de beleidsgebieden werkgelegenheid, onderwijs en sociale inclusie ondersteunen.

Motivering

De aandacht moet allereerst worden gevestigd op de doelstelling van het regionaal beleid, zonder afbreuk te doen aan het belang van de ondersteuning van de uitvoering van de Europese pijler van sociale rechten.

Wijzigingsvoorstel 4

Overweging 2

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

(2)

Het Europees Semester voor coördinatie van het economisch beleid is het kader op Unieniveau voor de vaststelling van nationale hervormingsprioriteiten en het toezicht op de uitvoering ervan. De lidstaten ontwikkelen hun eigen nationale meerjarige investeringsstrategieën ter ondersteuning van die hervormingsprioriteiten. Die strategieën moeten in aansluiting met de jaarlijkse nationale hervormingsprogramma’s worden gepresenteerd als een manier om de prioritaire investeringsprojecten die nationale en/of Uniefinanciering moeten krijgen, vast te stellen en te coördineren. Zij moeten ook dienen om de financiering van de Unie op coherente wijze te gebruiken en de meerwaarde te maximaliseren van de financiële steun die met name zal worden ontvangen uit de programma’s die in voorkomend geval door de Unie worden ondersteund in het kader van het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Cohesiefonds, het Europees Sociaal Fonds+, het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling, de stabilisatiefunctie voor Europese investeringen en InvestEU.

(2)

Op Unieniveau zou een ontwikkelingsstrategie voor de lange termijn, die de Europa 2020-strategie vervangt en waarmee de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling worden uitgevoerd, een strategisch kader moeten bieden voor de nieuwe programmeringsperiode die in 2021 begint. Het Europees Semester voor coördinatie van het economisch beleid is het kader voor de vaststelling van nationale hervormingsprioriteiten en het toezicht op de uitvoering ervan. De lidstaten ontwikkelen hun eigen nationale meerjarige investeringsstrategieën ter ondersteuning van die hervormingsprioriteiten. Die strategieën moeten worden uitgewerkt in samenwerking met de nationale, regionale en lokale overheden en in aansluiting met de jaarlijkse nationale hervormingsprogramma’s worden gepresenteerd als een manier om de prioritaire investeringsprojecten die nationale en/of Uniefinanciering moeten krijgen, vast te stellen en te coördineren. Zij moeten ook dienen om de financiering van de Unie op coherente wijze te gebruiken en de meerwaarde te maximaliseren van de financiële steun die met name zal worden ontvangen uit de programma’s die in voorkomend geval door de Unie worden ondersteund in het kader van het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Cohesiefonds, het Europees Sociaal Fonds+, het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling, de stabilisatiefunctie voor Europese investeringen en InvestEU.

Wijzigingsvoorstel 5

Overweging 5

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

De Unie wordt geconfronteerd met structurele uitdagingen als gevolg van de economische globalisering, het beheer van migratiestromen en de toenemende veiligheidsbedreigingen, de overgang naar schone energie, technologische veranderingen en de steeds meer vergrijzende beroepsbevolking en het toenemend tekort aan vaardigheden en arbeidskrachten in bepaalde sectoren en regio’s, dat vooral door kleine en middelgrote ondernemingen wordt ervaren. Rekening houdend met de veranderende realiteit van de arbeidsmarkt, moet de Unie voorbereid zijn op de huidige en toekomstige uitdagingen door te investeren in relevante vaardigheden, door groei inclusiever te maken en het sociaal en werkgelegenheidsbeleid te verbeteren, ook met het oog op arbeidsmobiliteit.

De Unie wordt geconfronteerd met structurele uitdagingen als gevolg van de economische globalisering, het beheer van migratiestromen en de toenemende veiligheidsbedreigingen, de rechtvaardige overgang naar schone energie, technologische veranderingen , inclusief de digitale transformatie, en de steeds meer vergrijzende Europese bevolking en het toenemend tekort aan vaardigheden en arbeidskrachten in bepaalde sectoren en regio’s, dat vooral door kleine en middelgrote ondernemingen wordt ervaren. Rekening houdend met de veranderende realiteit van de arbeidsmarkt, moet de Unie voorbereid zijn op de huidige en toekomstige uitdagingen door te investeren in relevante vaardigheden, door groei inclusiever te maken, met name op regionaal en lokaal niveau, en het beleid inzake onderwijs en opleiding alsook het sociaal en werkgelegenheidsbeleid te verbeteren, ook met het oog op arbeidsmobiliteit.

Motivering

Er moet technologieneutrale en al bestaande terminologie worden gebruikt.

Wijzigingsvoorstel 6

Overweging 6

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

(6)

Verordening (EU) nr. […] stelt het kader vast voor actie door het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO), het Europees Sociaal Fonds+ (ESF+), het Cohesiefonds, het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (EFMZV), het Fonds voor asiel, migratie en integratie (AMIF), het Fonds voor interne veiligheid (ISF) en het instrument voor grensbeheer en visa (BMVI) als onderdeel van het Fonds voor geïntegreerd grensbeheer (IBMF), en bevat met name de beleidsdoelstellingen en de regels betreffende programmering, monitoring en evaluatie, beheer en controle voor de fondsen van de Unie die onder gedeeld beheer worden uitgevoerd. Daarom moeten de algemene doelstellingen van het ESF+ worden omschreven en moeten specifieke bepalingen worden vastgesteld betreffende de activiteiten die door het ESF+ kunnen worden gefinancierd.

(6)

Verordening (EU) nr. […] stelt het kader vast voor actie door het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO), het Europees Sociaal Fonds+ (ESF+), het Cohesiefonds, het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (EFMZV), het Fonds voor asiel, migratie en integratie (AMIF), het Fonds voor interne veiligheid (ISF) en het instrument voor grensbeheer en visa (BMVI) als onderdeel van het Fonds voor geïntegreerd grensbeheer (IBMF), en bevat met name de beleidsdoelstellingen en de regels betreffende programmering, monitoring en evaluatie, beheer en controle voor de fondsen van de Unie die onder gedeeld beheer worden uitgevoerd. Daarom moeten de algemene doelstellingen van het ESF+ en de coördinatie met de andere fondsen worden omschreven en moeten specifieke bepalingen worden vastgesteld betreffende de activiteiten die door het ESF+ kunnen worden gefinancierd.

Wijzigingsvoorstel 7

Overweging 8

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

(8)

De in deze verordening vermelde financieringsvormen en de uitvoeringsmethoden moeten worden gekozen op basis van de mogelijkheden die zij bieden voor het vervullen van de specifieke doelstellingen van de acties en voor het behalen van resultaten, waarbij met name rekening wordt gehouden met de kosten van controles, de administratieve lasten en het verwachte risico op niet-naleving. Voor subsidies houdt dit in dat het gebruik van vaste bedragen, vaste percentages en eenheidskosten wordt overwogen, alsook financiering die niet aan de kosten is gekoppeld, zoals bedoeld in artikel 125, lid 1, van het Financieel Reglement. Om maatregelen uit te voeren die verband houden met de sociaal-economische integratie van onderdanen van derde landen, en overeenkomstig artikel 88 van de GB-verordening kan de Commissie lidstaten vergoeden die gebruikmaken van vereenvoudigde kostenopties, waaronder vaste bedragen.

(8)

De in deze verordening vermelde financieringsvormen en de uitvoeringsmethoden moeten worden gekozen op basis van de mogelijkheden die zij bieden voor het vervullen van de specifieke doelstellingen van de acties en voor het behalen van resultaten, waarbij met name rekening wordt gehouden met de kosten van controles, de administratieve lasten , de aard van de acties en het verwachte risico op niet-naleving. Voor subsidies houdt dit in dat het gebruik van vaste bedragen, vaste percentages en eenheidskosten wordt overwogen, alsook financiering die niet aan de kosten is gekoppeld, zoals bedoeld in artikel 125, lid 1, van het Financieel Reglement. Om maatregelen uit te voeren die verband houden met de sociaal-economische integratie van onderdanen van derde landen, en overeenkomstig artikel 88 van de GB-verordening kan de Commissie lidstaten vergoeden die gebruikmaken van vereenvoudigde kostenopties, waaronder vaste bedragen.

In het licht hiervan is het belangrijk dat de vereenvoudigingsmaatregelen worden voortgezet om de administratieve lasten van het fonds te verminderen en zo de toegevoegde waarde, de zichtbaarheid en de doeltreffendheid van de fondsen te vergroten; dit houdt in dat de inspanningen en de menselijke middelen op de eerste plaats gericht moeten zijn op de verwezenlijking van de beleidsdoelstellingen.

Motivering

De verduidelijking „de aard van de acties” wordt toegevoegd omdat vereenvoudiging met name noodzakelijk is in het geval van maatregelen voor kansarme groepen. De vereenvoudiging van de kosten en procedures zal de verwezenlijking van de beleidsdoelstellingen dichterbij brengen, aangezien zo de doeltreffendheid van de acties centraal komt te staan en de toegang van kleine begunstigden tot de middelen wordt vergemakkelijkt.

Wijzigingsvoorstel 8

Nieuwe overweging na overweging 8

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

 

(8a)

Steun in het kader van de investeringsprioriteit „vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling” kan bijdragen tot de verwezenlijking van alle in deze verordening vastgestelde thematische doelstellingen. De door het ESF+ gesteunde strategieën voor „vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling” (CLLD) moeten ook gericht zijn op de kansarme groepen in de gemeenschap in kwestie, zowel wat het bestuur van de groepen voor lokale ontwikkeling als de inhoud van de strategie betreft.

Motivering

Gezien de noodzaak om meer aandacht te besteden aan de sterkere regionale en lokale gerichtheid van het ESF+ na 2020, is een duidelijke verwijzing naar vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling noodzakelijk.

Wijzigingsvoorstel 9

Overweging 14

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

(14)

Het ESF+ moet steun bieden om onderwijs- en opleidingsstelsels kwaliteitsvoller, doeltreffender en relevanter voor de arbeidsmarkt te maken om het verwerven van sleutelcompetenties te vergemakkelijken, in het bijzonder digitale vaardigheden die elke persoon nodig heeft voor zelfontplooiing en ontwikkeling, werk, sociale inclusie en actief burgerschap. Het ESF+ moet helpen bij de voortgang in onderwijs en opleiding en bij de overgang naar werk. Het moet een leven lang leren en de inzetbaarheid op de arbeidsmarkt ondersteunen en bijdragen tot het concurrentievermogen en de maatschappelijke en economische innovatie door schaalbare en duurzame initiatieven op deze gebieden te ondersteunen. Dit kan bijvoorbeeld worden bereikt via werkgerelateerde opleidingen en leerlingplaatsen, levenslange begeleiding, het anticiperen op vaardigheden in samenwerking met de sector, actueel opleidingsmateriaal, prognoses en het volgen van afgestudeerden, opleiding van opleiders, validatie van leerresultaten en de erkenning van kwalificaties.

(14)

Als belangrijkste EU-instrument voor investeringen in menselijk kapitaal en vaardigheden speelt het ESF+ een sleutelrol bij de bevordering van sociale, economische en territoriale samenhang. Het ESF+ moet steun bieden om onderwijs- en opleidingsstelsels kwaliteitsvoller, doeltreffender en relevanter voor de arbeidsmarkt te maken om het verwerven van sleutelcompetenties te vergemakkelijken, in het bijzonder digitale vaardigheden die elke persoon nodig heeft voor zelfontplooiing en ontwikkeling, werk, sociale inclusie en actief burgerschap. Het ESF+ moet helpen bij de voortgang in onderwijs en opleiding en bij de overgang naar werk. Het moet een leven lang leren en de inzetbaarheid op de arbeidsmarkt ondersteunen en bijdragen tot het concurrentievermogen en de maatschappelijke en economische innovatie door schaalbare en duurzame initiatieven op deze gebieden te ondersteunen. Dit kan bijvoorbeeld worden bereikt via werkgerelateerde opleidingen en leerlingplaatsen, levenslange begeleiding, het anticiperen op vaardigheden in samenwerking met de sector, actueel opleidingsmateriaal, prognoses en het volgen van afgestudeerden, opleiding van opleiders, validatie van leerresultaten en de erkenning van kwalificaties.

Motivering

Er mag niet worden geraakt aan de territoriale dimensie van het ESF.

Wijzigingsvoorstel 10

Overweging 15

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

(15)

Steun uit het ESF+ moet worden gebruikt ter bevordering van gelijke toegang voor iedereen, in het bijzonder voor kansarme groepen, tot kwaliteitsvolle, niet-gesegregeerde en inclusieve voorzieningen voor onderwijs en opleiding, vanaf onderwijs en opvang voor jonge kinderen via algemeen onderwijs en beroepsonderwijs en -opleiding tot tertiair niveau, evenals de volwasseneneducatie en -opleiding. Daarbij moet overstappen tussen onderwijs- en opleidingssectoren worden vergemakkelijkt, voortijdig schoolverlaten worden voorkomen, de kennis van gezondheid worden verbeterd, de koppeling met niet-formeel en informeel leren worden versterkt en de leermobiliteit voor iedereen worden vergemakkelijkt. Synergieën met het programma Erasmus, met name ter bevordering van de deelname van kansarme lerenden aan leermobiliteit, moet in deze context worden ondersteund.

(15)

Steun uit het ESF+ moet worden gebruikt ter bevordering van gelijke toegang voor iedereen tot kwaliteitsvolle, niet-gesegregeerde voorzieningen voor onderwijs en opleiding die onder meer sociale insluiting bevorderen en rekening houden met kansarme groepen, tot kwaliteitsvolle, niet-gesegregeerde en inclusieve voorzieningen voor onderwijs en opleiding, vanaf onderwijs en opvang voor jonge kinderen, waarbij speciale aandacht moet worden besteed aan kinderen met een kansarme sociale achtergrond, zoals kinderen in een instelling en dakloze kinderen, via algemeen onderwijs en beroepsonderwijs en -opleiding tot tertiair niveau , alsmede herintegratie in het onderwijsstelsel, evenals de volwasseneneducatie en -opleiding om de overdracht van armoede van de ene op de andere generatie te verhinderen . Daarbij moet overstappen tussen onderwijs- en opleidingssectoren worden vergemakkelijkt, voortijdig schoolverlaten en sociale uitsluiting worden voorkomen, de kennis van gezondheid worden verbeterd, de koppeling met niet-formeel en informeel leren worden versterkt en de leermobiliteit voor iedereen worden vergemakkelijkt. Er moeten in deze context synergieën met het programma Erasmus worden gecreëerd, om kansarme lerenden actief en op passende wijze te benaderen, hen voor te bereiden op mobiliteitservaringen in het buitenland en hun deelname aan grensoverschrijdende leermobiliteit te verhogen.

Motivering

Overeenkomstig overweging 1 moet het ESF+ investeringen in mensen en systemen op de beleidsgebieden werkgelegenheid, onderwijs en sociale inclusie ondersteunen; het is niet nodig om de steun op het gebied van onderwijs afhankelijk te maken van sociale inclusie.

Wijzigingsvoorstel 11

Overweging 18

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

(18)

Het ESF+ moet de inspanningen van de lidstaten ter bestrijding van armoede ondersteunen zodat het doorgeven van achterstand van generatie op generatie wordt doorbroken. Het moet sociale inclusie bevorderen door gelijke kansen te waarborgen voor iedereen en discriminatie en ongelijkheid op gezondheidsgebied aan te pakken. Dit vereist dat een heel scala aan beleidsmaatregelen voor de meest kansarmen wordt ingezet, ongeacht hun leeftijd, met inbegrip van kinderen, gemarginaliseerde gemeenschappen zoals de Roma en werkende armen. Het ESF+ moet de actieve inclusie van mensen die ver van de arbeidsmarkt af staan bevorderen met het oog op hun sociaal-economische integratie. Het ESF+ moet ook worden ingezet ter bevordering van de tijdige en gelijke toegang tot betaalbare, duurzame en hoogwaardige diensten, zoals gezondheidszorg en langdurige zorg, in het bijzonder zorg in gezins- en gemeenschapsverband. Het ESF+ moet bijdragen tot de modernisering van socialebeschermingssystemen, vooral met het oog op het bevorderen van de toegankelijkheid ervan.

(18)

Het ESF+ moet de inspanningen van de lidstaten ter bestrijding van armoede — inclusief energiearmoede als bedoeld in de onlangs overeengekomen regels inzake de governance van de energie-unie — op alle overheidsniveaus, ook op regionaal en lokaal niveau, ondersteunen zodat het doorgeven van achterstand van generatie op generatie wordt doorbroken. Het moet sociale inclusie bevorderen door gelijke kansen te waarborgen voor iedereen, discriminatie te bestrijden en ongelijkheid op sociaal en gezondheidsgebied aan te pakken. Dit vereist dat een heel scala aan proactieve en reactieve beleidsmaatregelen voor de meest kansarmen wordt ingezet, ongeacht hun leeftijd, met inbegrip van kinderen , overeenkomstig beginsel 11 van de Europese pijler van sociale rechten, gemarginaliseerde gemeenschappen zoals de Roma , personen met een handicap, daklozen, onderdanen van derde landen en werkende armen. Het ESF+ moet de actieve inclusie van mensen die ver van de arbeidsmarkt af staan bevorderen met het oog op hun sociale en economische integratie , onder meer door gerichte steun te bieden aan de sociale en op solidariteit gebaseerde economie . Het ESF+ moet ook worden ingezet ter bevordering van de tijdige en gelijke toegang tot kosteloze of betaalbare, duurzame en hoogwaardige diensten, zoals gezondheidszorg en langdurige zorg, in het bijzonder zorg in gezins- en gemeenschapsverband , alsook tot diensten die advies bieden over de toegang tot geschikte sociale of betaalbare huisvesting . Het ESF+ moet bijdragen tot de modernisering van socialebeschermingssystemen, vooral met het oog op het bevorderen van de toegankelijkheid ervan.

Motivering

Er moet worden beklemtoond dat de lokale en regionale overheden een belangrijke bijdrage leveren aan de economische, sociale en territoriale samenhang.

Wijzigingsvoorstel 12

Overweging 19

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

(19)

Het ESF+ moet bijdragen tot het terugdringen van de armoede door ondersteuning van nationale regelingen die erop gericht zijn voedselgebrek en ernstige materiële deprivatie te verminderen en de sociale integratie van mensen die risico lopen op armoede of sociale uitsluiting en van de meest behoeftigen te bevorderen. Aangezien op Unieniveau ten minste 4 % van de ESF+-middelen onder gedeeld beheer de meest behoeftigen ondersteunt, moeten de lidstaten ten minste 2 % van hun nationale ESF+-middelen onder gedeeld beheer gebruiken om de vormen van extreme armoede te bestrijden die het sterkst bijdragen tot sociale uitsluiting, zoals dakloosheid, kinderarmoede en voedselgebrek. Gezien de aard van de activiteiten en het type eindontvangers is het nodig eenvoudigere regels toe te passen op de steun ter bestrijding van materiële deprivatie van de meest behoeftigen.

(19)

Het ESF+ moet bijdragen tot het terugdringen van de armoede door ondersteuning van nationale en regionale regelingen die erop gericht zijn voedselgebrek en ernstige materiële deprivatie te verminderen en de sociale integratie van mensen die risico lopen op armoede of sociale uitsluiting en van de meest behoeftigen te bevorderen. Aangezien op Unieniveau ten minste 4 % van de ESF+-middelen onder gedeeld beheer de meest behoeftigen ondersteunt, moeten de lidstaten ten minste 2 % van hun nationale ESF+-middelen onder gedeeld beheer gebruiken om de vormen van extreme armoede te bestrijden die het sterkst bijdragen tot sociale uitsluiting, zoals dakloosheid, kinderarmoede en voedselgebrek. Gezien de aard van de activiteiten en het type eindontvangers is het nodig eenvoudigere regels toe te passen op de steun ter bestrijding van materiële deprivatie van de meest behoeftigen.

Motivering

Er moet worden beklemtoond dat de lokale en regionale overheden een belangrijke bijdrage leveren aan de economische, sociale en territoriale samenhang.

Wijzigingsvoorstel 13

Overweging 20

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

(20)

In het licht van de aanhoudende behoefte aan grotere inspanningen voor het beheer van de migratiestromen in de Unie als geheel en met het oog op coherente, sterke en consistente ondersteuning van inspanningen voor solidariteit en de verdeling van de verantwoordelijkheid, moet het ESF+ steun verlenen ter bevordering van de sociaal-economische integratie van onderdanen van derde landen als aanvulling op de acties die worden gefinancierd in het kader van het Fonds voor asiel, migratie en integratie.

(20)

In het licht van de aanhoudende behoefte aan grotere inspanningen voor het beheer van de migratiestromen in de Unie als geheel en met het oog op coherente, sterke en consistente ondersteuning van inspanningen voor solidariteit en de eerlijke verdeling van de verantwoordelijkheid, moet het ESF+ steun verlenen ter bevordering van de sociale en economische integratie van onderdanen van derde landen als aanvulling op en ter coördinatie van de acties die worden gefinancierd in het kader van het Fonds voor asiel, migratie en integratie , het EFRO, en de fondsen die een positief effect kunnen hebben op de inclusie van onderdanen van derde landen . De lidstaten moeten een passend bedrag aan ESF+-middelen toewijzen aan lokale en regionale overheden om tegemoet te komen aan de behoeften aan integratie van onderdanen van derde landen op lokaal niveau.

Motivering

Overlapping tussen het ESF+ en het Fonds voor asiel en migratie moet worden vermeden; de uit deze fondsen te financieren acties moeten niet alleen complementair zijn, ook coördinatie is nodig.

Wijzigingsvoorstel 14

Overweging 21

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

(21)

Het ESF+ moet beleids- en systeemhervormingen ondersteunen op het gebied van werkgelegenheid, sociale inclusie, gezondheidszorg en langdurige zorg, en onderwijs en opleiding. Om de afstemming op het Europees Semester te verbeteren, moeten de lidstaten een gepast bedrag van hun ESF+-middelen onder gedeeld beheer toewijzen voor de uitvoering van relevante landspecifieke aanbevelingen in verband met structurele uitdagingen die het best kunnen worden aangepakt via meerjarige investeringen binnen het toepassingsgebied van het ESF+. De Commissie en de lidstaten moeten zorgen voor samenhang, coördinatie en complementariteit tussen de ESF+-onderdelen onder gedeeld beheer en het onderdeel gezondheid van het ESF+ enerzijds en het steunprogramma voor hervormingen anderzijds , met inbegrip van het hervormingsinstrument en het instrument voor technische ondersteuning. De Commissie en de lidstaten moeten met name in alle stadia van het proces doeltreffende coördinatie waarborgen om de consistentie, samenhang, complementariteit en synergie tussen financieringsbronnen en de technische bijstand daarvan te bewaren.

(21)

Het ESF+ moet beleids- en systeemhervormingen ondersteunen op het gebied van werkgelegenheid, sociale inclusie, gezondheidszorg en langdurige zorg, en onderwijs en opleiding , die verband houden met de verwezenlijking van de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling en de problemen die in het kader van het Europees semester en de nationale verslagen in kaart zijn gebracht door het sociale scorebord. Deze verslagen moeten worden opgesteld in nauw overleg met de lokale en regionale overheden. Rekening houdend met de specifieke kenmerken van de verschillende regio’s moeten de lidstaten een gepast bedrag van hun ESF+-middelen onder gedeeld beheer toewijzen voor de uitvoering van landspecifieke aanbevelingen die relevant zijn vanuit het oogpunt van de reikwijdte en de opdracht van het ESF+, in overleg met de regionale en lokale autoriteiten en rekening houdend met de vraag welk niveau bevoegd is voor het beheer van de verschillende beleidsmaatregelen en de benodigde financiële middelen. De Commissie, de lidstaten en de lokale en regionale overheden moeten zorgen voor samenhang, coördinatie en complementariteit tussen de ESF+-onderdelen onder gedeeld beheer en het onderdeel gezondheid van het ESF+ enerzijds en het steunprogramma voor hervormingen anderzijds ; daarbij mag niet worden geraakt aan de autonomie van het ESF+, dat enkel mag functioneren als financieringsinstrument voor het Europees semester wanneer dezelfde doelstellingen worden nagestreefd . De Commissie en de lidstaten moeten met name in alle stadia van het proces doeltreffende coördinatie waarborgen om de consistentie, samenhang, complementariteit en synergie tussen financieringsbronnen en de technische bijstand daarvan te bewaren.

Motivering

Bij het verband tussen ESF+-financiering en het Europees semester moet rekening worden gehouden met het sociale scorebord, maar ook met de nationale verslagen die in nauw overleg tussen de Commissie en de lidstaten worden opgesteld en waarover ook de regionale en lokale overheden moeten worden geraadpleegd. Gezien de nauwe band tussen het ESF+ en de werkgelegenheidspatronen die in het Europees semester zijn opgenomen, kan het ESF+ een instrument zijn voor de financiering van het Europees semester voor acties die onder een van de doelstellingen van het fonds vallen.

Wijzigingsvoorstel 15

Nieuwe overweging na overweging 22

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

 

(22a)

Gegeven de aanhoudend hoge mate van kinderarmoede en sociale uitsluiting in de EU (26,4  % in 2017), en gezien de Europese pijler van sociale rechten, uit hoofde waarvan kinderen recht hebben op bescherming tegen armoede en kinderen uit kansarme milieus recht hebben op specifieke maatregelen die gelijke kansen versterken, moeten de lidstaten een adequate hoeveelheid van hun ESF+-middelen onder gedeeld beheer toewijzen aan de Europese kindergarantieregeling met het oog op de uitbanning van armoede en sociale uitsluiting onder kinderen. In een vroeg stadium investeren in kinderen komt kinderen én de samenleving als geheel aanzienlijk ten goede. Door kinderen te steunen bij de ontwikkeling van hun vaardigheden en capaciteiten worden zij in staat gesteld om hun volledige potentieel te ontplooien, actieve leden van de samenleving te worden en als jongere hun kansen op de arbeidsmarkt te verbeteren.

Wijzigingsvoorstel 16

Overweging 23

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

(23)

In het licht van de aanhoudend hoge niveaus van werkloosheid en inactiviteit onder jongeren in een aantal lidstaten en regio’s, die vooral van invloed zijn op jongeren die geen werk hebben en geen onderwijs of opleiding volgen, moeten die lidstaten zich blijven inzetten om voldoende ESF+-middelen onder gedeeld beheer te investeren in acties ter bevordering van jongerenwerkgelegenheid, onder andere via de uitvoering van jongerengarantieregelingen. Voortbouwend op de acties die gericht zijn op individuele personen en werden ondersteund door het jongerenwerkgelegenheidsinitiatief in de programmeringsperiode 2014-2020 moeten de lidstaten verder steun blijven verlenen voor herintegratie op de arbeidsmarkt en in het onderwijs en voor outreachmaatregelen voor jongeren door, waar van toepassing, prioriteit te geven aan langdurig werkloze, inactieve en kansarme jongeren, onder meer via jeugdwerk . De lidstaten moeten ook investeren in maatregelen die erop gericht zijn de overgang van school naar werk te vergemakkelijken en de diensten voor arbeidsvoorziening te hervormen en aan te passen zodat zij ondersteuning op maat kunnen bieden aan jongeren. De betrokken lidstaten moeten daarom ten minste 10 % van hun nationale ESF+-middelen onder gedeeld beheer toewijzen aan ondersteuning van de inzetbaarheid van jongeren.

(23)

In het licht van de aanhoudend hoge niveaus van werkloosheid en inactiviteit onder jongeren in een aantal lidstaten en regio’s , die vooral van invloed zijn op jongeren die geen werk hebben en geen onderwijs of opleiding volgen, moeten die lidstaten en regio’s zich blijven inzetten om voldoende ESF+-middelen onder gedeeld beheer te investeren in acties ter bevordering van jongerenwerkgelegenheid, onder andere via de uitvoering van jongerengarantieregelingen. Voortbouwend op de acties die gericht zijn op individuele personen en werden ondersteund door het jongerenwerkgelegenheidsinitiatief in de programmeringsperiode 2014-2020 moeten de lidstaten en de regio’s verder steun blijven verlenen voor herintegratie op de arbeidsmarkt en in het onderwijs en voor outreachmaatregelen voor jongeren door, waar van toepassing, prioriteit te geven aan langdurig werkloze, inactieve en kansarme jongeren, onder meer via werkgelegenheid voor jongeren . De lidstaten en de regio’s moeten ook investeren in maatregelen die erop gericht zijn de overgang van school naar werk te vergemakkelijken en de diensten voor arbeidsvoorziening te hervormen en aan te passen zodat zij ondersteuning op maat kunnen bieden aan jongeren. De lidstaten met regio’s waar de jeugdwerkloosheid hoog is en er veel inactieve jongeren zijn, moeten daarom ten minste 15 % van hun nationale ESF+-middelen onder gedeeld beheer toewijzen aan ondersteuning van de inzetbaarheid van jongeren in die regio’s .

Motivering

Er moet worden beklemtoond dat de lokale en regionale overheden een belangrijke bijdrage leveren aan de economische, sociale en territoriale samenhang. Aan de andere kant worden diverse lidstaten getroffen door de hoge jeugdwerkloosheid en inactiviteit onder jongeren, hoewel de percentages op regionaal niveau binnen eenzelfde staat sterk kunnen verschillen. In de berekeningen moet dan ook worden gekeken naar de uiteenlopende regionale situaties, en er moet voor worden gezorgd dat de middelen worden toegewezen aan deze kwetsbare gebieden.

Wijzigingsvoorstel 17

Overweging 24

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

(24)

De lidstaten moeten zorgen voor coördinatie en complementariteit tussen de door deze fondsen ondersteunde acties.

(24)

De lidstaten moeten zorgen voor coördinatie en complementariteit tussen de door deze fondsen ondersteunde actie s, met volledige inachtneming van de beginselen van partnerschap, subsidiariteit en multilevel governance conform artikel 6 van de GB-verordening .

Motivering

De territoriale aanpak waarop het ESF+ is gebaseerd vereist ook nauwe samenwerking tussen alle overheidsniveaus en andere organen als bedoeld in artikel 6 van de verordening gemeenschappelijke bepalingen (GB-verordening), zodat coördinatie en complementariteit verzekerd zijn.

Wijzigingsvoorstel 18

Nieuwe overweging na overweging 25

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

 

(25a)

Er moet ook rekening worden gehouden met de bepalingen van artikel 174, derde alinea, VWEU, waarin is bepaald dat bijzondere aandacht moet worden besteed aan regio’s die te kampen hebben met ernstige en permanente natuurlijke of demografische belemmeringen, zoals insulaire, grensoverschrijdende en berggebieden.

Wijzigingsvoorstel 19

Overweging 26

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

(26)

Een doelmatige en doeltreffende uitvoering van de door het ESF+ ondersteunde acties hangt af van een goed bestuur en een goed partnerschap tussen alle actoren op de relevante territoriale niveaus en de sociaaleconomische actoren, met name de sociale partners en het maatschappelijk middenveld. Het is daarom van essentieel belang dat de lidstaten de sociale partners en het maatschappelijk middenveld aanmoedigen deel te nemen aan de uitvoering van het ESF+ onder gedeeld beheer.

(26)

Een doelmatige en doeltreffende uitvoering van de door het ESF+ ondersteunde acties hangt af van een goed bestuur en een goed partnerschap tussen alle actoren op de relevante territoriale niveaus , meer concreet en in het bijzonder het lokale en regionale niveau, en de sociaaleconomische actoren, met name de sociale partners, het maatschappelijk middenveld en de niet-gouvernementele organisaties. Het is daarom van essentieel belang dat de lidstaten en de lokale en regionale overheden de sociale partners en het maatschappelijk middenveld aanmoedigen deel te nemen aan de uitvoering van het ESF+ onder gedeeld beheer.

Motivering

Er moet worden beklemtoond dat de lokale en regionale overheden een belangrijke bijdrage leveren aan de economische, sociale en territoriale samenhang.

Wijzigingsvoorstel 20

Overweging 28

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

(28)

De lidstaten en de Commissie moeten ervoor zorgen dat het ESF+ bijdraagt tot de bevordering van de gelijkheid van vrouwen en mannen overeenkomstig artikel 8 VWEU ter bevordering van gelijke behandeling en kansen voor vrouwen en mannen op alle gebieden, waaronder de participatie op de arbeidsmarkt, arbeidsvoorwaarden en loopbaanontwikkeling. Zij moeten er ook voor zorgen dat het ESF+ gelijke kansen voor iedereen bevordert, zonder discriminatie, overeenkomstig artikel 10 VWEU, alsook de inclusie in de maatschappij van personen met een handicap op voet van gelijkheid met anderen en dat het bijdraagt tot de uitvoering van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap. Met deze beginselen moet tijdig en op consistente wijze rekening worden gehouden in alle dimensies en in alle fasen van de voorbereiding, monitoring, uitvoering en evaluatie van de programma’s, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat er specifieke acties worden ondernomen ter bevordering van gendergelijkheid en gelijke kansen. Het ESF+ moet ook de overgang van residentiële/institutionele zorg naar zorg in gezins- en gemeenschapsverband bevorderen, in het bijzonder voor degenen die te maken hebben met meervoudige discriminatie. Het ESF mag geen actie ondersteunen die bijdraagt tot segregatie of sociale uitsluiting. Verordening (EU) nr. [toekomstige GB-verordening] bepaalt dat de regels betreffende subsidiabiliteit van de uitgaven op nationaal niveau moeten worden vastgesteld, met bepaalde uitzonderingen, waarvoor in specifieke bepalingen ten aanzien van het ESF+-onderdeel onder gedeeld beheer moet worden voorzien.

(28)

De beheersautoriteiten van de lidstaten op regionaal en nationaal niveau en de Commissie moeten ervoor zorgen dat het ESF+ bijdraagt tot de bevordering van de gelijkheid van vrouwen en mannen overeenkomstig artikel 8 VWEU ter bevordering van gelijke behandeling en kansen voor vrouwen en mannen op alle gebieden, waaronder de participatie op de arbeidsmarkt, arbeidsvoorwaarden en loopbaanontwikkeling. Zij moeten er ook voor zorgen dat het ESF+ gelijke kansen voor iedereen bevordert, zonder discriminatie, overeenkomstig artikel 10 VWEU, alsook de inclusie in de maatschappij van personen met een handicap op voet van gelijkheid met anderen en dat het bijdraagt tot de uitvoering van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap. Met deze beginselen moet tijdig en op consistente wijze rekening worden gehouden in alle dimensies en in alle fasen van de voorbereiding, monitoring, uitvoering en evaluatie van de programma’s, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat er specifieke acties worden ondernomen ter bevordering van gendergelijkheid en gelijke kansen. Het ESF+ moet ook de overgang van residentiële/institutionele zorg naar zorg in gezins- en gemeenschapsverband bevorderen, in het bijzonder voor degenen die te maken hebben met meervoudige discriminatie. Het ESF mag geen actie ondersteunen die bijdraagt tot segregatie of sociale uitsluiting. Verordening (EU) nr. [toekomstige GB-verordening] bepaalt dat de regels betreffende subsidiabiliteit van de uitgaven op nationaal niveau moeten worden vastgesteld, met bepaalde uitzonderingen, waarvoor in specifieke bepalingen ten aanzien van het ESF+-onderdeel onder gedeeld beheer moet worden voorzien.

Motivering

Er moet worden beklemtoond dat de lokale en regionale overheden een belangrijke bijdrage leveren aan de economische, sociale en territoriale samenhang.

Wijzigingsvoorstel 21

Overweging 30

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

(30)

Met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens in het kader van deze verordening moeten de nationale verantwoordelijken voor de gegevensverwerking hun taken in het kader van deze verordening uitvoeren in overeenstemming met Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad.

(30)

Met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens in het kader van deze verordening moeten de nationale en regionale verantwoordelijken voor de gegevensverwerking hun taken in het kader van deze verordening uitvoeren in overeenstemming met Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad. Bovendien moeten de lidstaten en regio’s de toegang tot dergelijke gegevens waarborgen via passende kanalen, zodat de termijnen voor het doorgeven van de vastgestelde indicatoren kunnen worden nageleefd.

Wijzigingsvoorstel 22

Overweging 31

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

(31)

Via sociale experimenten, een kleinschalig project, kan informatie worden verzameld over de haalbaarheid van sociale innovatie. Het moet mogelijk zijn met haalbare ideeën op ruimere schaal of in andere contexten door te gaan met financiële ondersteuning van het ESF+ en andere bronnen.

(31)

Via sociale experimenten, een kleinschalig project, kan informatie worden verzameld over de haalbaarheid van sociale innovatie. Het moet mogelijk zijn om in verschillende regio’s of lidstaten de kwaliteit van haalbare ideeën op ruimere schaal of in andere contexten te evalueren en daarmee door te gaan, met financiële ondersteuning van het ESF+ , eventueel in combinatie met andere bronnen.

Motivering

Om te helpen haalbare ideeën door te geven mag de transnationale samenwerking zich niet beperken tot innovaties die door de lidstaten werden verbeterd, maar moeten proefprojecten met beproefde innovaties ook op stedelijk niveau worden uitgevoerd.

Wijzigingsvoorstel 23

Nieuwe overweging na overweging 31

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

 

(31a)

Onder de reikwijdte van het ESF+ vallen grensoverschrijdende partnerschappen tussen regionale overheidsdiensten voor arbeidsvoorziening en sociale partners en hun activiteiten om vrijwillige en eerlijke mobiliteit te bevorderen, alsmede de transparantie en de integratie van grensoverschrijdende arbeidsmarkten via informatie, advies en plaatsing. In veel grensregio’s spelen deze partnerschappen een belangrijke rol bij de totstandbrenging van een echte Europese arbeidsmarkt.

Wijzigingsvoorstel 24

Overweging 32

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

(32)

In het ESF+ zijn bepalingen vastgelegd om het vrije verkeer van werknemers op niet-discriminerende wijze te verwezenlijken door een nauwe samenwerking tussen de centrale diensten voor arbeidsvoorziening van de lidstaten onderling en met de Commissie tot stand te brengen. Het Europees netwerk van diensten voor arbeidsvoorziening moet een betere werking van de arbeidsmarkten bevorderen door grensoverschrijdende mobiliteit van werknemers gemakkelijker te maken en de informatie op de arbeidsmarkten transparanter te maken. Het toepassingsgebied van het ESF+ omvat ook de ontwikkeling en ondersteuning van gerichte mobiliteitsregelingen zodat vacatures kunnen worden vervuld waar tekortkomingen op de arbeidsmarkt zijn geïdentificeerd.

(32)

In het ESF+ zijn bepalingen vastgelegd om het vrije verkeer van werknemers op niet-discriminerende wijze te verwezenlijken door een nauwe samenwerking tussen de centrale en regionale diensten voor arbeidsvoorziening van de lidstaten onderling en met de Commissie tot stand te brengen. Het Europees netwerk van diensten voor arbeidsvoorziening moet een betere werking van de arbeidsmarkten bevorderen door grensoverschrijdende mobiliteit van werknemers gemakkelijker te maken en de informatie op de arbeidsmarkten transparanter te maken. Het toepassingsgebied van het ESF+ omvat ook de ontwikkeling en ondersteuning van gerichte mobiliteitsregelingen zodat vacatures kunnen worden vervuld waar tekortkomingen op de arbeidsmarkt zijn geïdentificeerd.

Motivering

Er moet worden beklemtoond dat de lokale en regionale overheden een belangrijke bijdrage leveren aan de economische, sociale en territoriale samenhang.

Wijzigingsvoorstel 25

Overweging 36

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

(36)

Mensen langer gezond en actief houden en hen in staat stellen een actieve rol te spelen bij de zorg voor de eigen gezondheid, zal positieve effecten hebben op de volksgezondheid, op de ongelijkheid op gezondheidsgebied, op de levenskwaliteit, de productiviteit, het concurrentievermogen en de inclusiviteit, en zal de druk op de nationale begrotingen doen afnemen. De Commissie is vastbesloten de lidstaten te helpen om hun duurzameontwikkelingsdoelstellingen (sustainable development goals — SDG’s) te behalen, in het bijzonder SDG 3 „Gezondheid en welzijn voor iedereen, op elke leeftijd”.

(36)

Mensen langer gezond en actief houden en hen in staat stellen een actieve rol te spelen bij de zorg voor de eigen gezondheid, zal positieve effecten hebben , met name op de ongelijkheid in termen van toegang tot gezondheidszorg, met inbegrip van preventieve zorg, op de levenskwaliteit, de productiviteit, het concurrentievermogen en de inclusiviteit, en zal de druk op de nationale begrotingen doen afnemen. De Commissie is vastbesloten de lidstaten en de regio’s te helpen om hun duurzameontwikkelingsdoelstellingen (sustainable development goals — SDG’s) te behalen, in het bijzonder SDG 3 „Gezondheid en welzijn voor iedereen, op elke leeftijd”.

Wijzigingsvoorstel 26

Overweging 46

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

(46)

Deze verordening weerspiegelt het belang van de strijd tegen klimaatverandering in overeenstemming met de toezeggingen van de Unie om de Overeenkomst van Parijs en de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties uit te voeren, en zal ertoe bijdragen dat klimaatactie in alle beleidsdomeinen van de Unie wordt geïntegreerd en dat het algemene streefcijfer van 25 % van de EU-begrotingsuitgaven voor de ondersteuning van klimaatdoelstellingen wordt gehaald. Relevante acties zullen in kaart worden gebracht tijdens de voorbereiding en uitvoering, en opnieuw worden beoordeeld in het kader van de tussentijdse evaluatie ervan.

(46)

Deze verordening weerspiegelt het belang van de strijd tegen klimaatverandering in overeenstemming met de toezeggingen van de Unie om de Overeenkomst van Parijs en de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties uit te voeren, en zal ertoe bijdragen dat klimaatactie met het oog op een maatschappelijk aanvaardbare en rechtvaardige overgang naar een duurzame koolstofarme economie in alle beleidsdomeinen van de Unie wordt geïntegreerd en dat het algemene streefcijfer voor de ondersteuning van klimaatdoelstellingen hoger kan liggen dan 30 % van de EU-begrotingsuitgaven. Relevante acties zullen in kaart worden gebracht tijdens de voorbereiding en uitvoering, en opnieuw worden beoordeeld in het kader van de tussentijdse evaluatie ervan.

Motivering

Samenhang met het advies 2389/2018 over het Pakket meerjarig financieel kader 2021-2027.

Wijzigingsvoorstel 27

Artikel 2, lid 1, punt 3)

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

(3)

„fundamentele materiële bijstand”: goederen om aan iemands basisbehoeften voor een waardig leven te voldoen, zoals kleding, toiletartikelen en schoolgerief;

(3)

„fundamentele materiële bijstand”: goederen om aan iemands basisbehoeften voor een waardig leven te voldoen, zoals kleding, toiletartikelen en schoolgerief , adequate voeding, fatsoenlijke huisvesting en gezondheidszorg ;

Wijzigingsvoorstel 28

Artikel 2, lid 1

Na punt 7) een nieuw punt invoegen:

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

 

„grensoverschrijdende partnerschappen” op het gebied van werkgelegenheid en sociale innovatie: structuren voor samenwerking tussen openbare diensten voor arbeidsvoorziening en sociale partners in grensgebieden van ten minste twee landen;

Wijzigingsvoorstel 29

Artikel 2, lid 1, punt 10)

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

10)

„juridische entiteit”: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die is opgericht krachtens en als dusdanig wordt erkend in het nationale recht, het recht van de Unie of het internationale recht, die rechtspersoonlijkheid bezit en die, in eigen naam handelend, rechten en verplichtingen kan hebben;

10)

„juridische entiteit”: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die is opgericht krachtens en als dusdanig wordt erkend in het nationale recht, het recht van de Unie of het internationale recht, die rechtspersoonlijkheid bezit en die, in eigen naam handelend, rechten en verplichtingen kan hebben;

Motivering

Geldt alleen voor het Spaans. Voorgesteld wordt in het Spaans „juridische entiteit” te vervangen door „rechtspersoon” omdat het tegenstrijdig lijkt met de term „juridische entiteit” te verwijzen naar een natuurlijke persoon.

Wijzigingsvoorstel 30

Artikel 2, lid 1, punt 16)

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

(16)

„sociale innovatie”: activiteiten waarvan zowel de doelstellingen als de middelen sociaal zijn, en met name die activiteiten die verband houden met de ontwikkeling en uitvoering van nieuwe ideeën (met betrekking tot producten, diensten en modellen) die in sociale behoeften voorzien en tegelijk nieuwe sociale betrekkingen of samenwerkingsverbanden creëren en zo de samenleving ten goede komen en haar handelingscapaciteit vergroten;

(16)

„sociale innovatie”: collectieve activiteiten waarvan zowel de doelstellingen als de middelen sociaal zijn, en met name die activiteiten die verband houden met de ontwikkeling , het testen, de validering , de uitvoering en opschaling van nieuwe (combinaties van) producten, diensten, modellen of praktijken die in sociale behoeften voorzien en maatschappelijke problemen aanpakken , en tegelijk nieuwe sociale betrekkingen of samenwerkingsverbanden tussen organisaties uit de openbare, de particuliere en de derde sector creëren en zo de maatschappelijke organisaties meer verantwoordelijkheid geven en hun handelingscapaciteit vergroten;

Wijzigingsvoorstel 31

Artikel 2, lid 1, punt 17)

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

(17)

„sociale experimenten”: beleidsmaatregelen die innovatieve oplossingen voor sociale behoeften aandragen en op kleine schaal worden uitgevoerd onder omstandigheden die het mogelijk maken de effecten ervan te meten, alvorens ze — wanneer de resultaten overtuigend zijn  — onder andere omstandigheden of op grotere schaal worden uitgevoerd;

(17)

„sociale experimenten”: testen en opmaken van een vergelijkende evaluatie van innovatieve oplossingen voor sociale behoeften, uitgevoerd op kleine schaal onder omstandigheden die het mogelijk maken de effecten ervan te meten, alvorens ze — wanneer uit de resultaten blijkt dat zij beter zijn dan de bestaande oplossingen  — onder andere geografische of sectorale omstandigheden of op grotere schaal worden uitgevoerd;

Wijzigingsvoorstel 32

Artikel 3, eerste alinea

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Het ESF+ beoogt — in overeenstemming met de beginselen van de op 17 november 2017 door het Europees Parlement, de Raad en de Commissie afgekondigde Europese pijler van sociale rechten — de lidstaten te steunen met het oog op hoge werkgelegenheidsniveaus, een billijke sociale bescherming en een geschoolde en veerkrachtige beroepsbevolking voor de toekomstige arbeidswereld.

Het ESF+ beoogt — in overeenstemming met de beginselen van het cohesiebeleid om de verschillen terug te dringen en de economische, sociale en territoriale samenhang te vergroten, conform artikel 174 VWEU, alsook met de beginselen van de op 17 november 2017 door het Europees Parlement, de Raad en de Commissie afgekondigde Europese pijler van sociale rechten en met de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling  — de diverse lokale, regionale en centrale bestuursniveaus van de lidstaten te steunen met het oog op hoge werkgelegenheidsniveaus, een billijke sociale bescherming en een geschoolde en veerkrachtige beroepsbevolking voor de toekomstige arbeidswereld ; daarbij moet rekening worden gehouden met de noodzaak om geïntegreerde maatregelen te ontwikkelen die zijn afgestemd op de specifieke subnationale situaties.

Motivering

Er moet worden beklemtoond dat de lokale en regionale overheden een belangrijke bijdrage leveren aan de economische, sociale en territoriale samenhang.

Wijzigingsvoorstel 33

Artikel 3, tweede alinea

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Het ESF+ verleent steun en meerwaarde aan de beleidsmaatregelen van de lidstaten en het vult die maatregelen aan met het oog op gelijke kansen, toegang tot de arbeidsmarkt, billijke arbeidsvoorwaarden, sociale bescherming en inclusie, en een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid.

Het ESF+ verleent steun en meerwaarde aan de beleidsmaatregelen van de lidstaten en hun subnationale overheden en het vult die maatregelen aan met het oog op gelijke kansen, toegang tot de arbeidsmarkt, billijke arbeidsvoorwaarden, sociale bescherming en inclusie, en een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid.

Motivering

Er moet worden beklemtoond dat de lokale en regionale overheden een belangrijke bijdrage leveren aan de economische, sociale en territoriale samenhang.

Wijzigingsvoorstel 34

Artikel 4, lid 1, onder i)

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

i)

de toegang van alle werkzoekenden — en vooral van jongeren en langdurig werklozen — en inactieven tot werk verbeteren en zelfstandig ondernemerschap en de sociale economie bevorderen;

i)

de toegang van alle werkzoekenden — en vooral van jongeren en langdurig werklozen, inactieven en mensen met een handicap  — tot werk verbeteren en zelfstandig ondernemerschap en werkgelegenheid in bedrijven en in organisaties van de sociale economie bevorderen en grensoverschrijdende arbeidsmobiliteit ondersteunen ;

Motivering

Er moet uitdrukkelijk worden verwezen naar mensen met een handicap alsook naar de bevordering van grensoverschrijdende arbeidsmobiliteit; deze kwesties zijn immers van groot belang voor een Europa met een sterkere economische, sociale en territoriale samenhang. Bevordering van de werkgelegenheid moet betrekking hebben op alle economische actoren.

Wijzigingsvoorstel 35

Artikel 4, lid 1, onder ii)

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

ii)

de arbeidsmarktinstellingen en -diensten moderniseren om behoeften aan vaardigheden te beoordelen en erop te anticiperen en om tijdige en op maat gesneden bijstand en steun te verlenen met het oog op een betere afstemming van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt en ter bevordering van overgangen en mobiliteit op de arbeidsmarkt;

ii)

de arbeidsmarktinstellingen en -diensten moderniseren om behoeften aan vaardigheden te beoordelen en erop te anticiperen en om tijdige en op maat gesneden bijstand en steun te verlenen met het oog op een betere afstemming van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt en ter bevordering van overgangen en mobiliteit op de arbeidsmarkt , en om de kwaliteit van werk in alle opzichten te verbeteren;

Motivering

Er moet uitdrukkelijk worden verwezen naar de verbetering van de kwaliteit van werk in alle opzichten, gezien het belang hiervan voor de totstandbrenging van een inclusiever Europa met een sterkere economische, sociale en territoriale samenhang.

Wijzigingsvoorstel 36

Artikel 4, lid 1, onder iv)

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

iv)

de kwaliteit, de doeltreffendheid en de relevantie voor de arbeidsmarkt van de onderwijs- en opleidingsstelsels verbeteren om de verwerving van sleutelcompetenties — onder meer digitale vaardigheden — te bevorderen;

iv)

de kwaliteit, de doeltreffendheid en de relevantie voor de arbeidsmarkt van de onderwijs- en opleidingsstelsels en het hoger onderwijs verbeteren om de verwerving van sleutelcompetenties — onder meer digitale vaardigheden — te bevorderen;

Motivering

Het moet mogelijk blijven om onderwijsmogelijkheden te verbeteren teneinde het innovatievermogen van een regio te vergroten en via kwalificaties betere wetenschappelijke en economische beroepsmogelijkheden te creëren. Ondersteuning van het hoger onderwijs is daartoe van groot belang.

Wijzigingsvoorstel 37

Artikel 4, lid 1, onder v)

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

v)

de gelijke toegang tot en de voltooiing van kwaliteitsvolle en inclusieve educatie en opleiding — vooral voor kansarme groepen — bevorderen vanaf onderwijs en opvang voor jonge kinderen via algemeen onderwijs en beroepsonderwijs en -opleiding tot tertiair niveau, evenals de volwasseneneducatie en -opleiding, onder meer door de leermobiliteit voor iedereen te vergemakkelijken;

v)

de gelijke toegang tot en de voltooiing van kwaliteitsvolle en inclusieve educatie en opleiding — vooral voor kansarme groepen — bevorderen vanaf onderwijs en opvang voor jonge kinderen via algemeen onderwijs en beroepsonderwijs en -opleiding tot tertiair niveau, evenals de volwasseneneducatie en -opleiding en het hoger onderwijs, onder meer door de leermobiliteit voor iedereen te vergemakkelijken;

Motivering

Het moet mogelijk blijven om onderwijsmogelijkheden te verbeteren teneinde het innovatievermogen van een regio te vergroten en via kwalificaties betere wetenschappelijke en economische beroepsmogelijkheden te creëren. Ondersteuning van het hoger onderwijs is daartoe van groot belang.

Wijzigingsvoorstel 38

Na artikel 4, lid 1, onder xi) een nieuw punt invoegen

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

 

xii)

versterking van de institutionele capaciteit van de autoriteiten en belanghebbenden en bijdragen tot een efficiënt openbaar bestuur.

Motivering

Het doel is om thematische doelstelling 11 van de huidige ESIF-programmeringsperiode ook na 2020 te handhaven, aangezien de versterking van de institutionele capaciteit en van de lokale overheden vertraging heeft opgelopen.

Wijzigingsvoorstel 39

Artikel 4, lid 2, punt 1)

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

1.

een slimmer Europa via de ontwikkeling van vaardigheden voor slimme specialisatie, vaardigheden voor sleuteltechnologieën, de industriële overgang, sectorale samenwerking rond vaardigheden en ondernemerschap, de opleiding van onderzoekers, networking en partnerschappen tussen instellingen voor hoger onderwijs, instellingen voor school- en beroepsopleiding, technologische en onderzoekscentra, bedrijven en clusters, steun voor micro-, kleine en middelgrote ondernemingen en de sociale economie;

1.

een slimmer Europa via de ontwikkeling van vaardigheden voor slimme specialisatie, vaardigheden voor sleuteltechnologieën, de industriële overgang, sectorale samenwerking rond vaardigheden en ondernemerschap, de opleiding van onderzoekers en opleiders , networking en partnerschappen tussen instellingen voor hoger onderwijs, instellingen voor school- en beroepsopleiding, technologische en onderzoekscentra, bedrijven en clusters, steun voor micro-, kleine en middelgrote ondernemingen en de sociale economie;

Motivering

Opleiding van werklozen is sterk gericht op het vinden van een baan; gespecialiseerde opleiders zijn dan ook nodig om succes te boeken.

Wijzigingsvoorstel 40

Artikel 5, lid 2

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

2.   Het deel van de financiële middelen voor het ESF+-onderdeel onder gedeeld beheer in het kader van de doelstelling investeren in groei en werkgelegenheid bedraagt 100 000 000 000  EUR in lopende prijzen of 88 646 194 590  EUR in prijzen van 2018, waarvan 200 000 000  EUR in lopende prijzen of 175 000 000  EUR in prijzen van 2018 wordt toegewezen voor de in artikel 23, onder i), bedoelde transnationale samenwerking ter ondersteuning van innovatieve oplossingen en 400 000 000  EUR in lopende prijzen of 376 928 934  EUR in prijzen van 2018 als aanvullende financiering voor de in artikel 349 VWEU bedoelde ultraperifere gebieden en de regio’s van NUTS-niveau 2 die voldoen aan de criteria van artikel 2 van Protocol nr. 6 bij de Akte van Toetreding van 1994.

2.   Het deel van de financiële middelen voor het ESF+-onderdeel onder gedeeld beheer in het kader van de doelstelling investeren in groei en werkgelegenheid bedraagt 100 000 000 000  EUR in lopende prijzen of 88 646 194 590  EUR in prijzen van 2018, waarvan 200 000 000  EUR in lopende prijzen of 175 000 000  EUR in prijzen van 2018 wordt toegewezen voor de in artikel 23, onder i), bedoelde transnationale samenwerking ter ondersteuning van innovatieve oplossingen. Met het oog op de versterking van de economische, sociale en territoriale samenhang moet bij de verdeling van de financiële middelen bijzondere aandacht uitgaan naar de minst ontwikkelde regio’s alsook naar de regio’s als bedoeld in artikel 174, derde alinea, VWEU. Daarnaast wordt 400 000 000  EUR in lopende prijzen of 376 928 934  EUR in prijzen van 2018 als aanvullende financiering gebruikt voor de in artikel 349 VWEU bedoelde ultraperifere gebieden en de regio’s van NUTS-niveau 2 die voldoen aan de criteria van artikel 2 van Protocol nr. 6 bij de Akte van Toetreding van 1994.

Motivering

Het ESF+ levert een bijdrage aan de maatregelen van de Unie ter versterking van de economische, sociale en territoriale samenhang overeenkomstig artikel 174 VWEU; bij de verdeling van de financiële middelen moet dan ook in het bijzonder aandacht worden besteed aan de minst ontwikkelde regio’s, alsook aan de in artikel 174, derde alinea VWEU vermelde regio’s, dit met het oog op de versterking van de economische, sociale en territoriale samenhang.

Wijzigingsvoorstel 41

Artikel 5, lid 5

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

5.   De in de leden 3 en 4 bedoelde bedragen kunnen ook worden gebruikt voor technische en administratieve bijstand voor het uitvoeren van de programma’s, zoals werkzaamheden op het gebied van voorbereiding, monitoring, controle, audit en evaluatie, daaronder begrepen institutionele informatietechnologiesystemen.

5.   De in de leden 2, 3 en 4 bedoelde bedragen kunnen ook worden gebruikt voor technische en administratieve bijstand voor het uitvoeren van de programma’s, zoals werkzaamheden op het gebied van voorbereiding, monitoring, controle, audit en evaluatie, daaronder begrepen informatietechnologiesystemen.

Motivering

Ook het in lid 2 bedoelde bedrag, waarbij het gaat om middelen onder gedeeld beheer, moet kunnen worden gebruikt voor technische bijstand.

Wijzigingsvoorstel 42

Artikel 7, lid 1, eerste alinea

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

1.    De lidstaten gebruiken de ESF+-middelen onder gedeeld beheer vooral voor maatregelen met betrekking tot de uitdagingen die zijn vastgesteld in hun nationale hervormingsprogramma’s, het Europees Semester en de overeenkomstig artikel 121, lid 2, VWEU en artikel 148, lid 4, VWEU aangenomen relevante landspecifieke aanbevelingen , en ze houden rekening met de in de Europese pijler van sociale rechten vastgestelde beginselen en rechten .

1.    Rekening houdend met de specifieke kenmerken van de verschillende regio’s gebruiken de regionale en nationale beheersautoriteiten van de lidstaten een passend bedrag van de ESF+-middelen onder gedeeld beheer voor maatregelen die de economische, sociale en territoriale samenhang en de in de Europese pijler van sociale rechten vastgelegde rechten bevorderen en die betrekking hebben op de uitdagingen die zijn vastgesteld in hun nationale hervormingsprogramma’s, het Europees Semester en de overeenkomstig artikel 121, lid 2, VWEU en artikel 148, lid 4, VWEU aangenomen landenverslagen en landspecifieke sociale aanbevelingen alsook in overeenstemming met de Overeenkomst van Parijs en de VN-doelstellingen voor duurzame ontwikkeling . De lidstaten kunnen begunstigde alleen aanvullende verplichtingen opleggen wanneer deze zijn gerechtvaardigd voor de verwezenlijking van de doelstellingen van het ESF+ en de uitvoering ervan.

Motivering

Er moet worden beklemtoond dat de lokale en regionale overheden een belangrijke bijdrage leveren aan de economische, sociale en territoriale samenhang.

Wijzigingsvoorstel 43

Artikel 7, lid 1, tweede alinea

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Zowel tijdens de planning als de uitvoering bevorderen de lidstaten en — in voorkomend geval — de Commissie synergieën en zorgen ze voor coördinatie, complementariteit en samenhang tussen het ESF+ en andere fondsen, programma’s en instrumenten van de Unie, zoals Erasmus, het Fonds voor asiel en migratie en het steunprogramma voor hervormingen — met inbegrip van het hervormingsinstrument en het instrument voor technische ondersteuning. De lidstaten en — in voorkomend geval — de Commissie optimaliseren de coördinatiemechanismen om dubbel werk te voorkomen en zorgen voor nauwe samenwerking tussen de voor de uitvoering verantwoordelijken met het oog op coherente en gestroomlijnde steunmaatregelen.

Zowel tijdens de planning als de uitvoering bevorderen de regionale en nationale beheersautoriteiten van de lidstaten en — in voorkomend geval — de Commissie synergieën en zorgen ze voor coördinatie, complementariteit en samenhang tussen het ESF+ en andere fondsen, met name het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Cohesiefonds en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling, alsook programma’s en instrumenten van de Unie, zoals Erasmus, het Fonds voor asiel en migratie en het steunprogramma voor hervormingen , zonder de doelstellingen van de artikelen 3 en 4 van de strategie voor duurzame ontwikkeling uit het oog te verliezen. De lidstaten en — in voorkomend geval — de Commissie optimaliseren de coördinatiemechanismen om dubbel werk te voorkomen en zorgen voor nauwe samenwerking tussen de voor de uitvoering verantwoordelijken met het oog op coherente en gestroomlijnde steunmaatregelen.

Motivering

Er moet worden beklemtoond dat de lokale en regionale overheden een belangrijke bijdrage leveren aan de economische, sociale en territoriale samenhang. De verwijzing naar coördinatie met de twee nieuwe instrumenten, het hervormingsinstrument en het instrument voor technische ondersteuning, lijkt dan weer overbodig. Wel moet worden toegezien op coördinatie met het EFSI en de andere in de tekst van het artikel vermelde fondsen, rekening houdend met de voornaamste doelstelling van het ESF+. Ook dient uitdrukkelijk te worden verwezen naar de strategie voor duurzame ontwikkeling.

Wijzigingsvoorstel 44

Artikel 7, lid 2

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

2.   De lidstaten wijzen een gepast bedrag van hun ESF+-middelen onder gedeeld beheer toe om de uitdagingen aan te gaan die zijn vastgesteld in de overeenkomstig artikel 121, lid 2, VWEU en artikel 148, lid 4, VWEU aangenomen relevante landspecifieke aanbevelingen en in het Europees Semester binnen de werkingssfeer van het ESF+, zoals vastgesteld in artikel 4.

2.   De lidstaten wijzen in overleg met de regio’s en rekening houdend met de vraag welk niveau bevoegd is voor het beheer van de verschillende beleidsmaatregelen en de benodigde financiële middelen, een gepast bedrag van hun ESF+-middelen onder gedeeld beheer toe om de uitdagingen aan te gaan die zijn vastgesteld in de overeenkomstig artikel 121, lid 2, VWEU en artikel 148, lid 4, VWEU aangenomen relevante landspecifieke aanbevelingen , rekening houdend met de specifieke regionale kenmerken, en in het Europees Semester binnen de werkingssfeer van het ESF+, zoals vastgesteld in artikel 4; ook dient hierbij rekening te worden gehouden met de in de Europese pijler van sociale rechten vastgelegde beginselen en rechten en met de doelstelling van economische, sociale en territoriale samenhang.

Motivering

Om aan deze vereisten te voldoen moet er in de Europese Unie een grotere economische en sociale samenhang tot stand worden gebracht; bij de toewijzing van de bedragen moet dan ook worden gekeken naar de beheerscapaciteit en de bevoegdheden van de regionale en lokale overheden, en dit in het licht van de uitdagingen waarmee zij worden geconfronteerd.

Wijzigingsvoorstel 45

Artikel 7, lid 5

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

5.   lidstaten waar het percentage jongeren tussen 15 en 29 jaar die geen werk hebben en geen onderwijs of opleiding volgen, in 2019 op basis van gegevens van Eurostat boven het gemiddelde van de Unie ligt, wijzen ten minste 10 % van hun ESF+-middelen onder gedeeld beheer voor de periode 2021-2025 toe voor gerichte acties en structurele hervormingen om de jeugdwerkgelegenheid, de overgang van school naar werk, trajecten om jongeren opnieuw in onderwijs of opleiding te integreren en tweedekansonderwijs te ondersteunen, met name in het kader van de uitvoering van jongerengarantieregelingen.

5.   lidstaten met regio’s waar het percentage jongeren tussen 15 en 29 jaar die geen werk hebben en geen onderwijs of opleiding volgen, in 2019 op basis van gegevens van Eurostat boven het gemiddelde van de Unie ligt, wijzen ten minste 15 % van hun ESF+-middelen onder gedeeld beheer voor de periode 2021-2025 toe voor gerichte acties en structurele hervormingen om de jeugdwerkgelegenheid, de overgang van school naar werk, trajecten om jongeren opnieuw in onderwijs of opleiding te integreren en tweedekansonderwijs te ondersteunen, met name in het kader van de uitvoering van jongerengarantieregelingen op lokaal en regionaal niveau .

Bij de tussentijdse programmering van de ESF+-middelen onder gedeeld beheer voor 2026 en 2027 overeenkomstig artikel [14] van [de toekomstige GB-verordening] wijzen lidstaten waar het percentage jongeren tussen 15 en 29 jaar die geen werk hebben en geen onderwijs of opleiding volgen, in 2024 op basis van gegevens van Eurostat boven het gemiddelde van de Unie ligt, ten minste 10 % van hun ESF+-middelen onder gedeeld beheer voor de jaren 2026 en 2027 voor deze acties toe.

Bij de tussentijdse programmering van de ESF+-middelen onder gedeeld beheer voor 2026 en 2027 overeenkomstig artikel [14] van [de toekomstige GB-verordening] wijzen lidstaten waar het percentage jongeren tussen 15 en 29 jaar die geen werk hebben en geen onderwijs of opleiding volgen, in 2024 op basis van gegevens van Eurostat boven het gemiddelde van de Unie ligt, ten minste 10 % van hun ESF+-middelen onder gedeeld beheer voor de jaren 2026 en 2027 voor deze acties toe.

Ultraperifere gebieden die aan de voorwaarden van de eerste en tweede alinea voldoen, wijzen ten minste 15 % van de ESF+-middelen onder gedeeld beheer in hun programma’s toe voor de in de eerste alinea vastgestelde gerichte acties. Met deze toewijzing wordt rekening gehouden bij de verificatie van de naleving van het in de eerste en tweede alinea vastgestelde minimumpercentage op nationaal niveau.

Ultraperifere gebieden die aan de voorwaarden van de eerste en tweede alinea voldoen, wijzen ten minste 15 % van de ESF+-middelen onder gedeeld beheer in hun programma’s toe voor de in de eerste alinea vastgestelde gerichte acties. Met deze toewijzing wordt rekening gehouden bij de verificatie van de naleving van het in de eerste en tweede alinea vastgestelde minimumpercentage op nationaal niveau.

Bij de uitvoering van dergelijke acties geven de lidstaten voorrang aan inactieve en langdurig werkloze jongeren en zorgen ze voor gerichte outreachmaatregelen.

Bij de uitvoering van dergelijke acties geven de lidstaten voorrang aan inactieve en langdurig werkloze jongeren en zorgen ze voor gerichte outreachmaatregelen. lidstaten wijzen een adequate hoeveelheid van hun ESF+-middelen onder gedeeld beheer toe voor de uitvoering van de Europese kindergarantie, teneinde te zorgen voor gelijke toegang van kinderen tot gratis gezondheidszorg, gratis onderwijs, gratis kinderopvang, fatsoenlijke huisvesting en adequate voeding.

Motivering

Diverse lidstaten worden getroffen door de hoge jeugdwerkloosheid en inactiviteit onder jongeren, hoewel de percentages op regionaal niveau binnen eenzelfde staat sterk kunnen verschillen. In de berekeningen moet dan ook worden gekeken naar de uiteenlopende regionale situaties, en er moet voor worden gezorgd dat de middelen worden toegewezen aan deze kwetsbare gebieden. Bevordering van werkgelegenheid voor jongeren moet een van de belangrijkste uitdagingen zijn die door het ESF+ worden aangepakt, met name in landen met regio’s waar de werkloosheidscijfers hoger zijn dan gemiddeld, en er moet voor worden gezorgd dat deze steun voldoende is door middel van een toewijzing van ten minste 15 %.

Wijzigingsvoorstel 46

Artikel 8, lid 1

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

1.    Elke lidstaat zorgt ervoor dat sociale partners en maatschappelijke organisaties naar behoren worden betrokken bij beleidsmaatregelen op het gebied van werkgelegenheid, onderwijs en sociale inclusie die door het ESF+-onderdeel onder gedeeld beheer worden ondersteund.

1.    De regionale en nationale beheersautoriteiten van de lidstaten zorgen ervoor dat sociale partners en maatschappelijke organisaties naar behoren worden betrokken bij beleidsmaatregelen op het gebied van werkgelegenheid, onderwijs en sociale inclusie die door het ESF+-onderdeel onder gedeeld beheer worden ondersteund , conform de gedragscode voor partnerschap en multilevel governance.

Motivering

Er moet worden beklemtoond dat de lokale en regionale overheden een belangrijke bijdrage leveren aan de economische, sociale en territoriale samenhang.

Wijzigingsvoorstel 47

Artikel 11

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

De acties om de in artikel 7, lid 2, bedoelde uitdagingen aan te gaan die zijn vastgesteld in relevante landenspecifieke aanbevelingen en in het Europees Semester, worden in het kader van een of meer specifieke prioriteiten geprogrammeerd.

De acties om de in artikel 7, lid 2, bedoelde uitdagingen aan te gaan die zijn vastgesteld in relevante landenspecifieke aanbevelingen en in het Europees Semester, worden in het kader van een of meer prioriteiten geprogrammeerd. Op het niveau van de beheersautoriteit moet voldoende flexibiliteit worden verzekerd, zodat bij het in kaart brengen van de prioriteiten en gebieden voor ESF+-investeringen rekening wordt gehouden met de specifieke lokale en regionale problemen.

Motivering

Acties in verband met landenspecifieke aanbevelingen (met betrekking tot diverse thematische gebieden en in het kader van diverse specifieke doelstellingen) mogen niet in het kader van een of meer specifieke prioriteiten worden opgenomen. Acties in verband met landenspecifieke aanbevelingen moeten deel uitmaken van één of meer prioriteiten, in overeenstemming met het desbetreffende thematische gebied.

Wijzigingsvoorstel 48

Artikel 13, lid 1

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

1.   De lidstaten verlenen steun aan sociale innovatie en sociale experimenten of versterken bottom-up benaderingen op basis van partnerschappen tussen de overheid, de particuliere sector en het maatschappelijk middenveld, zoals de lokale actiegroepen die door de gemeenschap geleide, plaatselijke ontwikkelingsstrategieën ontwikkelen en uitvoeren.

1.   De lidstaten verlenen steun aan sociale innovatie en sociale experimenten en/ of versterken bottom-up benaderingen op basis van partnerschappen tussen de lokale, regionale en nationale overheden , de particuliere sector , de sociale partners en het maatschappelijk middenveld, zoals de lokale actiegroepen die door de gemeenschap geleide, plaatselijke ontwikkelingsstrategieën ontwikkelen en uitvoeren.

Motivering

De groepen voor plattelandsontwikkeling en de strategieën voor vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling moeten in de context van het ESF+ worden gezien als een algemeen instrument om de territoriale benadering te versterken. Zij moeten dan ook een nieuwe rol gaan spelen als instrument voor innovatieve acties.

Wijzigingsvoorstel 49

Artikel 13, lid 4

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

4.   Elke lidstaat wijdt ten minste één prioriteit aan de uitvoering van de leden 1 of 2 of aan beide. Het maximale medefinancieringspercentage voor deze prioriteiten kan tot 95 % worden verhoogd voor de toewijzing van maximaal 5 % van de nationale ESF+-toewijzing onder gedeeld beheer aan deze prioriteiten.

4.   Elke lidstaat wijdt ten minste één prioriteit aan de uitvoering van de leden 1 of 2 of aan beide. Het maximale medefinancieringspercentage voor deze prioriteiten kan tot 95 % worden verhoogd voor de toewijzing van maximaal 5 % van de nationale ESF+-toewijzing onder gedeeld beheer aan deze prioriteiten. Een minimumbedrag van de nationale ESF+-toewijzing onder gedeeld beheer moet worden bestemd voor de ondersteuning van sociale experimenten en sociale innovatie. De auditvoorschriften voor dergelijke acties moeten voldoende flexibel zijn, zodat het mogelijk wordt risico’s te nemen en creativiteit de ruimte krijgt. Transnationale samenwerking moet worden ondersteund zodat in een andere context beproefde innovaties op lokaal, regionaal of nationaal niveau kunnen worden overgenomen.

Motivering

Uit gegevens uit de periode 2014-2017 blijkt dat het ESF een katalysator kan zijn voor sociale innovatie op lokaal niveau, maar dat al te strikte auditregels de mogelijkheden ervan beperken. Daarnaast is het belangrijk dat de regels voldoende flexibel zijn, zodat risico’s kunnen worden genomen en onmiddellijk kan worden beslist. Om geslaagde projecten op het vlak van sociale innovatie op grotere schaal te kunnen uitvoeren mag de transnationale samenwerking zich niet beperken tot innovaties die door de lidstaten werden verbeterd, maar moeten proefprojecten met beproefde innovaties ook op stedelijk niveau worden uitgevoerd.

Wijzigingsvoorstel 50

Artikel 14, lid 1

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

1.   Naast de in artikel [58] van [de toekomstige GB-verordening] bedoelde kosten zijn de volgende kosten niet subsidiabel in het kader van de algemene steun van het ESF+-onderdeel onder gedeeld beheer:

1.   Naast de in artikel [58] van [de toekomstige GB-verordening] bedoelde kosten zijn de volgende kosten niet subsidiabel in het kader van de algemene steun van het ESF+-onderdeel onder gedeeld beheer:

a)

de aankoop van grond en onroerend goed en de beschikbaarstelling van infrastructuur, en

a)

de aankoop van grond en onroerend goed en de beschikbaarstelling van infrastructuur, en

b)

de aankoop van meubilair, apparatuur en voertuigen, tenzij de aankoop voor de verwezenlijking van de doelstelling van de actie noodzakelijk is, of de items volledig zijn afgeschreven, of de aankoop van deze items de meest economische optie is.

 

Motivering

Het gaat hier om kosten die ten onrechte niet in aanmerking zouden worden genomen.

Wijzigingsvoorstel 51

Artikel 15, lid 5

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

5.   Wanneer gegevens in registers of gelijkwaardige bronnen beschikbaar zijn, stellen de lidstaten de beheersautoriteiten en andere instanties die belast zijn met de verzameling van gegevens die nodig zijn voor de monitoring en de evaluatie van de algemene steun van het ESF+-onderdeel onder gedeeld beheer, in staat deze gegevens uit gegevensregisters of gelijkwaardige bronnen te verkrijgen, overeenkomstig artikel 6, lid 1, onder c) en e), van Verordening (EU) 2016/679.

5.   Wanneer gegevens in registers of gelijkwaardige bronnen beschikbaar zijn, stellen de lidstaten de beheersautoriteiten en andere instanties die belast zijn met de verzameling van gegevens die nodig zijn voor de monitoring en de evaluatie van de algemene steun van het ESF+-onderdeel onder gedeeld beheer, in staat deze gegevens uit gegevensregisters of gelijkwaardige bronnen te verkrijgen, overeenkomstig artikel 6, lid 1, onder c) en e), van Verordening (EU) 2016/679. Bovendien moeten de lidstaten de toegang tot dergelijke gegevens waarborgen via passende kanalen, zodat de termijnen voor het doorgeven van de vastgestelde indicatoren kunnen worden nageleefd.

Motivering

De toestemming om gegevens uit administratieve registers te verkrijgen is op zich geen garantie voor de verwezenlijking van de doelstelling van artikel 15, waarin wordt bepaald dat de individuele gegevens van de deelnemers ter beschikking moeten worden gesteld, zonder dat de deelnemers zelf om die gegevens hoeft te worden gevraagd, zodat de waarden van de indicatoren die op basis van deze gegevens worden berekend kunnen worden doorgegeven binnen de gestelde termijnen. Daartoe is het van essentieel belang dat er permanent flexibele kanalen zijn voor het vergelijken van gegevens.

Wijzigingsvoorstel 52

Artikel 21, lid 4

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

4.   Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van dit artikel te waarborgen, stelt de Commissie door middel van een uitvoeringshandeling een model vast voor het gestructureerd onderzoek naar de eindontvangers volgens de in artikel 39, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure.

4.   Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van dit artikel te waarborgen, stelt de Commissie door middel van een uitvoeringshandeling een model vast voor het gestructureerd onderzoek naar de eindontvangers volgens de in artikel 39, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure. De gegevens die via een enquête worden opgevraagd moeten beperkt blijven tot de variabelen die onmisbaar zijn voor de controle en evaluatie van de voortgang die met de ESF+-steun wordt geboekt in de bestrijding van materiële deprivatie.

Motivering

De uitwerking van enquêtes voor huishoudens is duur en kan een zware last betekenen voor de burgers, wat indruist tegen Verordening (EG) nr. 223/2009 betreffende de Europese statistiek, waarin het beginsel van „kosteneffectiviteit” is vastgelegd. De in de enquête op te vragen informatie moet beperkt zijn, zodat er geen variabelen worden opgenomen die niet echt nodig of onevenredig moeilijk te verkrijgen zijn, in verhouding tot de eventuele voordelen.

Wijzigingsvoorstel 53

Artikel 23, onder h)

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

h)

advies verstrekken voor de ontwikkeling van de voor de uitvoering van de Europese pijler van sociale rechten benodigde sociale infrastructuur (met inbegrip van huisvesting, kinderopvang, onderwijs en opleiding, gezondheidszorg en langdurige zorg);

h)

advies verstrekken voor de ontwikkeling van de voor de uitvoering van de Europese pijler van sociale rechten en de verwezenlijking van de VN-doelstellingen voor duurzame ontwikkeling benodigde sociale infrastructuur (met inbegrip van huisvesting, kinderopvang, onderwijs en opleiding, gezondheidszorg en langdurige zorg en strategieën voor vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling );

Wijzigingsvoorstel 54

Bijlage II, punt 2 — Gemeenschappelijke resultaatindicatoren

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Aantal eindontvangers die voedselhulp ontvangen

Aantal eindontvangers die voedselhulp ontvangen

—

Aantal kinderen van 18 jaar of jonger ;

—

Aantal kinderen jonger dan 18 jaar ;

Motivering

Er wordt verwezen naar de leeftijdsgroep van 0 tot 18 jaar, wat betekent dat er een overlapping is met de volgende groep: „Aantal jongeren in de leeftijdsgroep van 18-29 jaar”. 18-jarigen zouden zo onder beide groepen vallen, wat verwarrend is.

II.   BELEIDSAANBEVELINGEN

HET EUROPEES COMITÉ VAN DE REGIO’S,

Het belang van het Europees Sociaal Fonds

1.

wijst erop dat het Europees Sociaal Fonds het belangrijkste instrument is geworden om in mensen te investeren, de gelijkheid van vrouwen en mannen te bevorderen en het leven van miljoenen Europese burgers te verbeteren, en is ingenomen met de positieve resultaten van het Europees Sociaal Fons in de periode 2007-2013.

2.

Het Comité is verheugd dat de traditionele doelstellingen van het Europees Sociaal Fonds om de doeltreffendheid van de werking van de arbeidsmarkten te verbeteren, de toegang tot kwaliteitsvol werk te bevorderen en de toegang tot onderwijs en opleiding te verbeteren, worden aangevuld met nieuwe doelstellingen zoals werkgelegenheid voor jongeren, versterkte bevordering van sociale inclusie en gezondheid en terugdringing van de armoede.

3.

Het is noodzakelijk dat het Europees Sociaal Fonds zich ontpopt als een instrument dat kan zorgen voor de verdere groei van het bbp en de productiviteit en dat de toegang tot fatsoenlijk en degelijk werk aanpakt, teneinde het proces van economische en sociale convergentie in de EU, dat schade heeft geleden door de crisis en een broos economisch en sociaal herstel vertoont, te versnellen, zodat het een essentiële pijler blijft van het cohesiebeleid en de groei op de lange termijn, en gericht blijft op de verbetering van het menselijke kapitaal van de EU, de verbetering van de voorwaarden voor toegang tot en vooruitgang naar meer en betere banen en de ondersteuning van de personen en sectoren die het meest geleden hebben onder de economische crisis en die er nog steeds niet van hersteld zijn.

4.

Een goed ontwerp en een goede uitvoering van het ESF+ kunnen helpen het gunstige imago van de Europese Unie in het maatschappelijk middenveld te verbeteren, door de zichtbaarheid van de inspanningen van de Europese Unie te verbeteren op het gebied van zorg voor de meest behoeftige personen.

Cohesiebeleid

5.

Het Comité is verheugd over het verband met de Europese pijler van sociale rechten dat in het voorstel voor een verordening van het ESF+ wordt gelegd, hoewel een duidelijker verband met de doelstelling van de economische, sociale en territoriale samenhang, voor zover beide elementen elkaar aanvullen en met elkaar zijn verbonden, ontbreekt.

6.

Het is noodzakelijk dat het ESF+ in het voorstel voor een verordening wordt erkend als essentieel onderdeel van het cohesiebeleid en dat wordt voorkomen dat het een instrument van het sectoraal EU-beleid wordt.

7.

De toegevoegde waarde van het ESF+ in vergelijking met de maatregelen van de lidstaten houdt verband met de territoriale behoeften en de integratie met andere fondsen in het kader van het cohesiebeleid ten behoeve van de uitvoering van consistente en algemene initiatieven op lokaal niveau. Daarom betreurt het Comité dat het ESF+ financieel is gescheiden van het EFRO en het Cohesiefonds, in die mate dat daardoor het cohesiebeleid uiteen kan vallen in het meerjarig financieel kader na 2027, zoals onlangs het geval was met het Elfpo.

Decentralisatie, gedeeld beheer en medefinanciering

8.

Het Comité betreurt de slechte zichtbaarheid van de regionale en lokale overheden in het voorstel voor een verordening en herinnert de Commissie eraan dat die autoriteiten, gesteund door ruime ervaring, een belangrijke rol spelen in het beheer van het fonds.

9.

Het Comité verzet zich tegen de leidende rol die aan de nationale autoriteiten van de lidstaten wordt toegewezen, ten koste van de regionale en lokale autoriteiten, aangezien deze centralisatie alleen noodzakelijkerwijs kan worden afgeleid van de institutionele structuur van de betreffende lidstaat.

10.

Het is gebleken dat de decentralisatie heeft geleid tot een betere uitvoering van de plaatsgebonden benadering en een efficiëntere verdeling van de middelen. Om die reden zou in het voorstel voor een verordening uitdrukkelijk meer inspraak in het beheer van het fonds, alsook in de verdeling ervan, moeten worden vastgelegd voor de regionale en lokale autoriteiten in de lidstaten die op politiek en bestuurlijk vlak sterk gedecentraliseerd zijn, zodat de beheersstructuur voor het fonds wordt aangepast aan de organisatiestructuur van de lidstaten, met name in de meest gedecentraliseerde lidstaten.

11.

De steun die in het voorstel voor een verordening wordt gegeven aan een model voor direct beheer, hoewel voorzichtig, schept een precedent voor toekomstige kaders dat hoe dan ook beperkt moet blijven tot acties die passend zijn binnen het toepassingsgebied en in het kader van de opdracht van het ESF+.

12.

Het Comité betreurt de terugkeer van n+2 en de vermindering van het medefinancieringspercentage en de bedragen van de voorfinanciering in het voorstel van de GB-verordening zeer. In combinatie met een mogelijke vermindering van de middelen voor de noodzakelijke nationale bijdrage als gevolg van het begrotingsconsolidatiebeleid zal dat een sterke negatieve invloed hebben op het beheer van het fonds waardoor het onmogelijk wordt de vastgestelde doelen te verwezenlijken. Om die reden verzoekt het Comité om de medefinancieringspercentages voor de programmeringsperioden 2007-2013 en 2014-2020 te verhogen of ten minste te handhaven zodat de ondersteuning van de sociale inclusie en de pijler van sociale rechten niet wordt overschaduwd door een verlaging van de financiële steun van de Europese Unie. Er zijn bepaalde voorwaarden waarvan de uitvoering niet onder de bevoegdheid van de lokale en regionale autoriteiten valt. Daarom wordt voorgesteld enkel te sanctioneren indien de lokale of regionale overheden hebben deelgenomen aan de onderhandelingen over die voorwaarden en daardoor een zekere verantwoordelijkheid op zich hebben genomen.

Begroting

13.

Het Comité is zeer ingenomen met de transparantieoefening die voor het eerst is uitgevoerd door de Europese Commissie, die voor de periode 2021-2027 een exact aantal financiële middelen heeft toegewezen aan het ESF+, en met het feit dat in het voorstel van de Commissie rekening is gehouden met eerdere adviezen van het Europees Comité van de Regio’s en wordt voorgesteld om voor de toewijzing van middelen aan de lidstaten ook andere sociale indicatoren te gebruiken dan die voor het bbp. Voorts wordt de Commissie aangemoedigd om in de toekomst rekening te houden met een indicator voor de integratie van onderdanen van derde landen die meer behelst dan een eenvoudige berekening van het netto migratiesaldo.

14.

Het Comité betreurt de afschaffing van het minimum van 23,1 % van het cohesiebeleid dat naar het ESF+ moet gaan, alsook de verlaging, die uit het voorstel van de Commissie over het cohesiebeleid blijkt, in verband met het ESF+. Deze verlaging heeft niet alleen een vermindering van de totale middelen voor werkgelegenheid en sociale inclusie tot gevolg, maar houdt ook in dat de lokale en regionale overheden een kleinere rol hebben in de programmering en het beheer van het ESF+.

15.

Het Comité maakt zich zorgen over de vermindering van de financiële middelen in een voorstel waarin nieuwe aanvullende doelstellingen zijn opgenomen voor het ESF+, want daardoor worden minder middelen toegewezen, maar moeten meer doelstellingen worden verwezenlijkt.

16.

De specifieke rol van het ESF bestaat erin steun te verstrekken voor projecten die het gemakkelijker maken om het lokale en regionale, op menselijk kapitaal gebaseerde potentieel af te stemmen op de behoeften van de arbeidsmarkt. Dit is de enige manier om de kosten in verband met de migratie van menselijk kapitaal en dus het waardeverlies ervan (ook als gevolg van „brain drain”) te beperken. Daarom is het belangrijk om maatregelen te ondersteunen die het onderwijsaanbod koppelen aan de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt, zodat talent kan worden aangetrokken en behouden op het grondgebied en tegelijkertijd banen kunnen worden gecreëerd.

17.

De Europese Commissie wordt verzocht om bij de toewijzing van middelen aan de lidstaten de unieke kenmerken van de regio’s in beschouwing te nemen, met name in het geval van minder ontwikkelde regio’s. Ook moet rekening worden gehouden met de specifieke situatie van de ultraperifere gebieden en de regio’s van NUTS-niveau 2 die aan de criteria van artikel 2 van Protocol nr. 6 bij de Akte van Toetreding van 1994 voldoen, en van de regio’s die kampen met ernstige en permanente natuurlijke of demografische belemmeringen, overeenkomstig het uitdrukkelijke mandaat van artikel 174 VWEU.

Vereenvoudiging

18.

De verdere vereenvoudiging die uit het voorstel blijkt, wordt toegejuicht en de Europese Commissie wordt aangemoedigd aanvullende vereenvoudigingsmaatregelen aan te nemen voor de beheersautoriteiten en voor de begunstigden in de instrumenten die bij de ontwikkeling van de verordening moeten worden goedgekeurd, want het is belangrijk dat de belastende vereisten en administratieve belemmeringen vanaf het begin van het selectieproces voor maatregelen worden afgeschaft.

19.

Het Comité is verheugd over de uitbreiding van de instrumenten met betaling per resultaat, alsook over de gezamenlijke actieplannen en de vereenvoudigde kostenopties in de GB-verordening, en is ervan overtuigd dat de lidstaten geen bijkomende regels zullen toevoegen aan de regels die zijn vastgesteld door de Europese Commissie.

20.

De formulering van de output- en resultaatindicatoren vraagt tijd en inspanning. Met het oog op het voorkomen van een zware werklast en het in gevaar brengen van de haalbaarheid en de kwaliteit van het systeem van indicatoren, moeten de gegevens daarom tweemaal per jaar, met inbegrip van de voorbereiding van het jaarlijkse overleg van de beheersautoriteiten met de Commissie, worden overgedragen en niet om de twee maanden zoals in het voorstel wordt aangegeven.

Coördinatie met andere strategieën

21.

Het Comité is zeer ingenomen met de bepalingen van het voorstel voor een verordening die bijdragen tot het consolideren van de beginselen van gendergelijkheid en van gelijke kansen, door het horizontale karakter ervan, waarmee rekening moet worden gehouden in alle fasen van de programma’s, te versterken.

22.

Het Comité is positief gestemd over de voortzetting, herstructurering en uitbreiding van de fundamentele doelstellingen van de ESF+ -interventies, maar wijst erop dat het, om de sociale inclusie en de zorg voor de meest behoeftigen mogelijk te maken, cruciaal is dat meer generieke, flexibele en open acties worden toegestaan die kunnen worden ingezet in de huidige programmeringsperiode.

23.

Het Comité is ingenomen met de openstelling van het ESF+ op het gebied van sociale innovatie, maar acht het noodzakelijk de instrumenten en mechanismen vast te stellen om de capaciteiten van de partners te versterken bij het ontwerpen, uitvoeren en beoordelen van dit soort programma’s. De Commissie moet een deel van haar inspanningen besteden aan de versterking van een netwerk ter ondersteuning van de voorlichting, opleiding en bijstand bij de planning en de uitvoering van initiatieven voor sociale innovatie, in samenwerking met het InvestEU-initiatief.

24.

Het ESF+ kan en moet actief bijdragen aan de verwezenlijking van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen, aangezien het directe gevolgen heeft voor veel doelstellingen en indirecte voor bijna alle doelstellingen.

25.

Het ESF+ moet de coördinatie verbeteren en synergieën met de initiatieven tot aanpassing en verbetering van het antwoord op de uitdagingen van de digitale revolutie bevorderen.

26.

Het ESF+ moet de coördinatie verbeteren en synergieën bevorderen met initiatieven op het gebied van gezondheid, zowel wat betreft preventie als zorg.

27.

Het ESF+ moet bijdragen aan een meer egalitaire samenleving, met als prioriteit de mens centraal te stellen in het ESF+. Om die reden verwelkomt het Comité het verband tussen de doelstellingen van het ESF+ en de Europese pijler van sociale rechten. Het CvdR blijft echter bezorgd over het verband tussen het ESF+ en de landspecifieke aanbevelingen die zijn goedgekeurd in het kader van het Europees Semester. Het is in dit verband van mening dat het ESF+ rekening moet houden met het proces van de Europese economische governance, maar dat het zijn autonomie moet behouden en niet subsidiair mag zijn ten opzichte ervan. Bovendien benadrukt het CvdR de noodzaak om de investeringsprioriteiten van het ESF+ te integreren in een nieuwe langetermijnstrategie van de EU ter verwezenlijking van de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling, en erkent het dat het Commissievoorstel strookt met de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid.

28.

Volgens het Comité is het geen goede oplossing om maatregelen in verband met de uitvoering van de landenspecifieke aanbevelingen, die meestal betrekking hebben op zeer uiteenlopende thematische gebieden (gaande van onderwijs en activering tot het creëren van kinderopvangplaatsen enz.) en tegelijkertijd onder verschillende specifieke doelstellingen van de ESF-verordening vallen, kunstmatig onder een of meer specifieke prioriteiten te scharen. De meest geschikte handelswijze is ervoor te zorgen dat maatregelen in verband met de uitvoering van de landenspecifieke aanbevelingen deel uitmaken van een of meer prioriteiten overeenkomstig de relevante thematische gebieden (werkgelegenheid, onderwijs, sociale integratie). Er moet ook aandacht worden besteed aan het feit dat landenspecifieke aanbevelingen verband moeten houden met de prioriteiten van de financiële vooruitzichten voor de lange termijn.

29.

Het Comité betreurt het gebrek aan verduidelijking van het percentage dat de lidstaten via hun middelen moeten gebruiken om de uitdagingen die zijn vastgesteld in het Europees Semester voor coördinatie van het economische beleid aan te pakken, voor de nationale hervormingsprogramma’s en voor de landspecifieke aanbevelingen, en verzoekt de Europese instellingen het verband met het Europees Semester duidelijker te bepalen zonder het bestuurs- en beheersmodel van het fonds te wijzigen en, vooral, zonder de middelen te verminderen die worden beheerd door de regionale autoriteiten in sterk gedecentraliseerde lidstaten.

30.

Het Comité is positief gestemd over de opname van de sociaal-economische integratie van immigranten in het beleidsgebied sociale inclusie als onderdeel van het Europese antwoord op deze kwestie, een antwoord dat ordelijk, alomvattend en verantwoordelijk moet zijn, met eerbiediging voor de waardigheid van personen en bestand tegen elke vorm van discriminatie.

31.

Het empirisch bewijs toont aan dat de geleidelijke integratie van werkende migranten een belangrijke gelegenheid kan vormen in termen van economische dynamiek en stijging van de werkgelegenheid. Dit effect wordt bovendien nog groter als het om geschoolde migranten gaat.

32.

Bij de sociaal-economische integratie van immigranten, in het bijzonder niet-begeleide minderjarigen en jongeren, moet het belangrijke werk van de regionale en lokale overheden, met name die met buitengrenzen, worden erkend. Er moet worden gezocht naar een grotere mate van complementariteit met het Fonds voor asiel, migratie en integratie waardoor een overlapping tussen beide instrumenten wordt voorkomen en de samenhang tussen het zorg- en integratiebeleid voor immigranten en het beleid ter bevordering en integratie op de arbeidsmarkt wordt verbeterd, met ondersteuning van de meest behoeftige regio’s door middel van aanvullende specifieke middelen.

33.

Het Comité verzoekt om goedkeuring van de nodige mechanismen die ervoor zorgen dat ten minste 10 % van de middelen uit het ESF+ wordt gebruikt voor maatregelen ter ondersteuning van de werkgelegenheid voor jongeren, teneinde de doeltreffendheid en efficiëntie ervan te waarborgen en marginalisatie van de garantieregelingen voor werkgelegenheid voor jongeren in het nieuwe ESF+ te voorkomen, en dringt erop aan dat in deze maatregelen rekening wordt gehouden met de regionale en lokale verschillen die binnen eenzelfde lidstaat kunnen bestaan. Om die reden is het absoluut noodzakelijk dat de berekening van het percentage jongeren tussen 15 en 29 jaar die geen werk hebben en geen onderwijs of opleiding volgen en dat in 2019 boven het gemiddelde van de Unie ligt, gebeurt op basis van gegevens van Eurostat op regionaal en niet op nationaal niveau.

Brussel, 5 december 2018.

De voorzitter van het Europees Comité van de Regio's

Karl-Heinz LAMBERTZ