|
21.12.2018 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 461/16 |
Advies van het Europees Comité van de Regio’s over de oprichting van een Europese Arbeidsautoriteit
(2018/C 461/03)
|
I. AANBEVELINGEN VOOR WIJZIGINGEN
Wijzigingsvoorstel 1
Voorstel voor een besluit
Overweging 5
|
Door de Europese Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
||||
|
|
Motivering
Voor een duidelijke, eerlijke en doeltreffende handhaving van de regels van de Unie inzake grensoverschrijdende arbeidsmobiliteit en de coördinatie van de sociale zekerheid hebben de nationale en regionale autoriteiten adequate handhavingsmechanismen nodig, die ook een afschrikkende en preventieve werking hebben.
Wijzigingsvoorstel 2
Voorstel voor een besluit
Overweging 14 bis (nieuw)
|
Door de Europese Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
||
|
|
|
Motivering
Al jarenlang bevelen hoge functionarissen van de arbeidsinspectie (SLIC) aan om in de hele EU duidelijkheid te scheppen over de status van gezamenlijke acties.
Wijzigingsvoorstel 3
Voorstel voor een besluit
Artikel 5, onder c)
|
Door de Europese Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
||||
|
|
Motivering
Het karakter van onderling afgestemde en gezamenlijke inspecties van bevoegde nationale autoriteiten moet flink worden verstevigd om de uitkomsten ervan beter te kunnen handhaven.
Wijzigingsvoorstel 4
Voorstel voor een besluit
Artikel 5, onder h) (nieuw)
|
Door de Europese Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
||
|
|
|
Motivering
De door de Commissie in het vooruitzicht gestelde synergie en integratie van bestaande en functionerende structuren (zoals de voor regio’s belangrijke EURES-grenspartnerschappen) moet worden gewaarborgd, ook in budgettair opzicht.
Wijzigingsvoorstel 5
Voorstel voor een besluit
Artikel 6, onder c)
|
Door de Europese Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
||||
|
|
Motivering
Op maat gesneden informatie moet aan alle sociale partners ter beschikking worden gesteld.
Wijzigingsvoorstel 6
Voorstel voor een besluit
Artikel 6, onder g) (nieuw)
|
Door de Europese Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
||
|
|
|
Motivering
Informatie over lokale omstandigheden en ervaringen is van groot belang voor betere samenwerking, capaciteitsopbouw en benutting en ontwikkeling van bestaande kennis.
Wijzigingsvoorstel 7
Voorstel voor een besluit
Artikel 7, lid 1, onder e) (nieuw)
|
Door de Europese Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
||
|
|
|
Motivering
Ook wat diensten betreft moet ervoor worden gezorgd dat ervaringen worden uitgewisseld.
Wijzigingsvoorstel 8
Voorstel voor een besluit
Artikel 8, lid 1, onder d)
|
Door de Europese Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
||||
|
|
Motivering
Doordat de verantwoordingsplicht in geval van de oplegging van nationale sancties en boeten in een grensoverschrijdende context niet goed is geregeld, komt de doeltreffende toepassing van het Unierecht in het gedrang bij grensoverschrijdende samenwerking tussen regionale overheden.
Wijzigingsvoorstel 9
Voorstel voor een besluit
Artikel 9, lid 1
|
Door de Europese Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
|
1. Op verzoek van een of meer lidstaten coördineert de Autoriteit onderling afgestemde of gezamenlijke inspecties op gebieden die onder de bevoegdheden van de Autoriteit vallen. Het verzoek kan door een of meer lidstaten worden ingediend. De Autoriteit kan de autoriteiten van de betrokken lidstaten ook voorstellen dat zij zelf een onderling afgestemde of gezamenlijke inspectie uitvoeren. |
1. Op verzoek van een of meer lidstaten coördineert de Autoriteit onderling afgestemde of gezamenlijke inspecties op gebieden die onder de bevoegdheden van de Autoriteit vallen. Het verzoek kan door een of meer lidstaten worden ingediend in overeenstemming met de nationale arbeidsmarktpraktijken in de betrokken lidstaten . De Autoriteit kan de autoriteiten van de betrokken lidstaten ook voorstellen dat zij zelf een onderling afgestemde of gezamenlijke inspectie uitvoeren. |
Motivering
De grote verscheidenheid aan nationale tradities ten aanzien van het toezicht op de naleving van wetgeving (zoals de samenwerking tussen instellingen en nationale autoriteiten) moet in aanmerking worden genomen.
Wijzigingsvoorstel 10
Voorstel voor een besluit
Artikel 9, lid 2
|
Door de Europese Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
|
Wanneer de autoriteit van een lidstaat beslist de in lid 1 bedoelde onderling afgestemde of gezamenlijke inspectie niet uit te voeren of er niet aan deel te nemen, brengt zij de Autoriteit ruim van tevoren schriftelijk op de hoogte van de redenen voor haar beslissing. De Autoriteit brengt dan de andere betrokken nationale autoriteiten op de hoogte. |
Wanneer de autoriteit van een lidstaat beslist de in lid 1 bedoelde onderling afgestemde of gezamenlijke inspectie niet uit te voeren of er niet aan deel te nemen, brengt zij de Autoriteit ruim van tevoren schriftelijk op de hoogte van de redenen voor haar beslissing. De Autoriteit brengt dan de andere betrokken nationale autoriteiten op de hoogte. |
Wijzigingsvoorstel 11
Voorstel voor een besluit
Artikel 10, lid 5 bis (nieuw)
|
Door de Europese Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
|
|
5 bis. De resultaten van de gezamenlijke inspecties kunnen door de bevoegde autoriteiten in de deelnemende lidstaten worden gebruikt als bewijs met dezelfde juridische waarde als de documenten die in zij in hun eigen rechtsgebied hebben verzameld. |
Motivering
Al jarenlang bevelen hoge functionarissen van de arbeidsinspectie (SLIC) aan om in de hele EU duidelijkheid te scheppen over het juridisch bindende karakter van gezamenlijke acties.
Versterking van de samenwerking moet ook inhouden dat de resultaten van de gezamenlijke inspecties op alle bestuursniveaus gegarandeerd juridisch kunnen worden gebruikt.
Wijzigingsvoorstel 12
Voorstel voor een besluit
Artikel 11, lid 2, onder d) (nieuw)
|
Door de Europese Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
||
|
|
|
Motivering
Ook wat analyses en risicobeoordelingen betreft moet worden gezorgd voor regelmatige uitwisseling van ervaringen en input van de meest betrokken regio’s.
Wijzigingsvoorstel 13
Voorstel voor een besluit
Artikel 18
|
Door de Europese Commissie voorgestelde tekst |
Wijzigingsvoorstel van het CvdR |
|
1. De raad van bestuur bestaat uit één hooggeplaatste vertegenwoordiger van elke lidstaat en twee vertegenwoordigers van de Commissie, die allen stemrecht hebben. |
1. De raad van bestuur bestaat uit één hooggeplaatste vertegenwoordiger van elke lidstaat, twee vertegenwoordigers van de Commissie en één vertegenwoordiger van de regionale overheden van de lidstaten , die allen stemrecht hebben. |
|
2. Elk lid van de raad van bestuur heeft een plaatsvervanger. De plaatsvervangers vertegenwoordigen de afwezige leden. |
2. Elk lid van de raad van bestuur heeft een plaatsvervanger. De plaatsvervangers vertegenwoordigen de afwezige leden. |
|
3. De leden van de raad van bestuur die een lidstaat vertegenwoordigen, en hun plaatsvervangers worden door hun respectieve lidstaat benoemd op basis van hun kennis van de in artikel 1, lid 2, vermelde gebieden, waarbij rekening wordt gehouden met relevante bestuurlijke, administratieve en budgettaire vaardigheden. |
3. De leden van de raad van bestuur die een lidstaat vertegenwoordigen, en hun plaatsvervangers worden door hun respectieve lidstaat benoemd op basis van hun kennis van de in artikel 1, lid 2, vermelde gebieden, waarbij rekening wordt gehouden met relevante bestuurlijke, administratieve en budgettaire vaardigheden. |
|
De Commissie benoemt de leden die haar vertegenwoordigen. |
De Commissie benoemt de leden die haar vertegenwoordigen. |
|
|
De vertegenwoordiger van de regionale overheden van de lidstaten wordt benoemd door het Comité van de Regio’s uit zijn leden die afkomstig zijn uit de lidstaten van de Europese Unie waar de wetgevende bevoegdheden op het gebied van werkgelegenheidsbeleid worden gedeeld met de regio’s. |
|
De lidstaten en de Commissie trachten het verloop van hun vertegenwoordigers in de raad van bestuur te beperken om de continuïteit van de werkzaamheden van de raad van bestuur te waarborgen. Alle partijen streven naar een evenwichtige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in de raad van bestuur. |
De lidstaten, de Commissie en het Comité van de Regio’s trachten het verloop van hun vertegenwoordigers in de raad van bestuur te beperken om de continuïteit van de werkzaamheden van de raad van bestuur te waarborgen. Alle partijen streven naar een evenwichtige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in de raad van bestuur. |
|
4. De ambtstermijn van de leden en hun plaatsvervangers bedraagt vier jaar. Die termijn kan worden verlengd |
4. De ambtstermijn van de leden en hun plaatsvervangers bedraagt vier jaar. Die termijn kan worden verlengd |
|
5. Vertegenwoordigers van derde landen die het recht van de Unie toepassen op de gebieden die onder deze verordening vallen, kunnen als waarnemers aan de vergaderingen van de raad van bestuur deelnemen. |
5. Vertegenwoordigers van derde landen die het recht van de Unie toepassen op de gebieden die onder deze verordening vallen, kunnen als waarnemers aan de vergaderingen van de raad van bestuur deelnemen. |
Motivering
Aangezien de bevoegdheid voor het werkgelegenheidsbeleid in sommige lidstaten wordt gedeeld door de staat en de regio’s, is het passend te voorzien in een vertegenwoordiger van de regionale overheden in de raad van bestuur van de Autoriteit, om te zorgen voor een evenwichtige vertegenwoordiging van de belangen.
II. BELEIDSAANBEVELINGEN
HET EUROPEES COMITÉ VAN DE REGIO’S
Algemene overwegingen en basisevaluatie van het voorstel
|
1. |
is ingenomen met de doelstelling van het voorstel om door een doeltreffendere toepassing van het recht van de Unie op het gebied van grensoverschrijdende arbeidsmobiliteit en coördinatie van de sociale zekerheid de eerlijkheid op en het vertrouwen in de interne markt te vergroten. |
|
2. |
Het CvdR kan zich vinden in de oprichting van een Europese Arbeidsautoriteit (de „Autoriteit”) om de lidstaten te ondersteunen bij de aanpak van onregelmatigheden op het gebied van het vrije verkeer van werknemers, de vrijheid van vestiging en het vrij verrichten van diensten, en aldus de kwaliteit van de mobiliteit te verbeteren. |
|
3. |
Als deze vrijheden worden misbruikt, ondermijnt dat niet alleen de cohesie in de EU, maar heeft dat ook aanzienlijke sociale, economische en budgettaire consequenties voor regio’s, steden, gemeenten en de burgers zelf. |
|
4. |
Daardoor worden er namelijk minder belastingen en sociale premies afgedragen met alle negatieve gevolgen van dien voor werkgelegenheid, arbeidsvoorwaarden, mededinging, lokale en regionale ontwikkeling, welvaart en de sociale zekerheid. |
|
5. |
Het CvdR pleit dan ook voor meer samenhang en een vlottere samenwerking tussen de nationale autoriteiten, die bij de toepassing van de bestaande regels in grensoverschrijdende situaties stuiten op beperkingen die hun territoriale bevoegdheden met zich meebrengen. |
|
6. |
Betere coördinatie op EU-niveau van sancties bij inbreuken tegen de wetgeving op het gebied van arbeidsmobiliteit zou marktdeelnemers ervan kunnen weerhouden de regels te overtreden en zou aanzienlijk kunnen bijdragen tot een doeltreffendere handhaving, ook in de geest van de artikelen 81 en 82 VWEU. Dit zou bovendien het vertrouwen in en de billijkheid van de interne markt versterken doordat zo onder meer wordt gezorgd voor een helder ondernemingsklimaat en een gelijk speelveld. Om zulke coördinatie efficiënt vorm te geven, moeten alle noodzakelijke stappen worden genomen (zoals het aan elkaar koppelen van IT-platforms, telematicasystemen of andere communicatiemiddelen). |
|
7. |
Het CvdR kan zich vinden in de operationele rol van de Autoriteit, die technische taken van de bestaande structuren moet overnemen dan wel integreren en verder ontwikkelen, om vastgestelde leemten op te vullen en synergieën te creëren. |
|
8. |
Taken en bevoegdheden moeten helder worden gedefinieerd, zodat de ondersteunende samenwerking op alle bestuursniveaus doeltreffend en efficiënt vorm krijgt en duplicaties van bestaande structuren worden uitgesloten. |
|
9. |
Aangezien het voorgestelde werkterrein van de Autoriteit een breed spectrum van nationale, regionale en lokale praktijken en rechtsregels omvat, dient het mandaat van de Autoriteit met deze grote verscheidenheid verenigbaar te zijn en moet verworven kennis in aanmerking worden genomen. |
Kritische beoordeling van doelstellingen en taken vanuit regionaal perspectief
|
10. |
Met name werknemers die grensoverschrijdend actief zijn, vormen in Europa een kwetsbare groep van wie de rechten sneller in het gedrang kunnen komen door hun mobiliteit tussen herkomst- en gastregio. |
|
11. |
Het lokale en regionale niveau ondervindt direct de gevolgen van onregelmatigheden op het gebied van grensoverschrijdende arbeidsmobiliteit want het staat het dichtst bij de burgers en dus ook bij werkzoekenden en werkgevers. Mobiliteit op de arbeidsmarkt heeft bovendien een overwegend regionaal karakter en kan vooral op regionaal niveau worden gestuurd (1). |
|
12. |
Vanwege deze belangrijke rol van de lokale en regionale overheden moeten zij absoluut adequaat worden vertegenwoordigd in de raad van bestuur van de Autoriteit (2). |
|
13. |
De Autoriteit moet alle economische sectoren beslaan. Om de grote verscheidenheid aan problemen naar behoren in aanmerking te kunnen nemen, dienen de sociale partners nauw bij de stakeholdergroep te worden betrokken, zowel via sectorale als regionale vertegenwoordigers. |
|
14. |
Voor het realiseren van de doelstellingen is het uitermate belangrijk dat de Autoriteit verantwoording aflegt over haar werkzaamheden en dat de door haar genomen maatregelen kunnen worden gehandhaafd, waarbij de autonomie van de nationale systemen in gelijke mate gewaarborgd moet blijven. |
Subsidiariteit en evenredigheid
|
15. |
Het subsidiariteitsbeginsel moet in alle ontwikkelingsstadia van de Autoriteit volledig in acht worden genomen. Hetzelfde geldt voor alle nationale bevoegdheden op het gebied van sociaal en werkgelegenheidsbeleid. |
|
16. |
Ook het evenredigheidsbeginsel moet volledig worden gerespecteerd, om nieuwe financiële en administratieve lasten te vermijden. |
|
17. |
De oprichting van de Autoriteit moet erop zijn gericht de fundamentele vrijheden van de interne markt te versterken. De Autoriteit moet de nationale autoriteiten daar ondersteunen waar nationale grenzen de lidstaten belemmeren in de doeltreffende uitvoering van het Unierecht en/of daar waar regionale verschillen vanuit nationaal perspectief onvoldoende kunnen worden aangepakt. |
|
18. |
De Autoriteit moet ruimte laten voor de verschillende arbeidsmarktmodellen en -prioriteiten die de lidstaten kunnen hebben. Het is van doorslaggevend belang dat ze de autonomie van de sociale partners en de centrale rol die zij vervullen, niet aantast. |
|
19. |
Dit alles moet de kwaliteit van de mobiliteit in het kader van bestaande bevoegdheden en regelgeving verbeteren. |
|
20. |
Zowel de herkomst- als gastregio’s mogen voordelen verwachten als de nationale autoriteiten grensoverschrijdend adequater kunnen optreden, er meer belastingen en sociale premies worden afgedragen en de grotere rechtszekerheid en uniformere toepassing van de regels merkbaar leiden tot eerlijkere arbeids- en concurrentievoorwaarden op lokaal niveau (3). |
Aanvullende voorstellen en verdere behoeften aan regelgeving
|
21. |
Gelet op de dynamische aard van de Europese arbeidsmarkt ten gevolge van demografische en technologische veranderingen zou de Autoriteit zich verder moeten kunnen ontwikkelen, met inachtneming van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid. |
|
22. |
Om te zorgen voor positieve gevolgen op regionaal en lokaal niveau, zouden bij grensoverschrijdende kwesties alle betrokkenen zich meer moeten inzetten voor een snelle, doeltreffende en consistente aanpak daarvan. |
|
23. |
Met betrekking tot derde landen en indien van toepassing, zou de Autoriteit zich moeten baseren op de macroregionale strategieën van de EU, waarmee via intensievere samenwerking gezamenlijke uitdagingen worden aangegaan van een bepaald geografisch gebied dat zich zowel in lidstaten als derde landen bevindt, en waarmee aldus wordt bijgedragen aan de verwezenlijking van sociale, economische en territoriale cohesie. |
Brussel, 9 oktober 2018.
De voorzitter van het Europees Comité van de Regio's
Karl-Heinz LAMBERTZ
(1) Advies van het CvdR over arbeidsmobiliteit en verbetering van Eures (COR-2014-1315).
(2) Advies van het CvdR over de Europese pijler van sociale rechten (CDR 2868/2016).
(3) https://cor.europa.eu/en/our-work/Documents/Territorial-impact-assessment/TIA-ELA-Labour-Authority-20180704.pdf