|
19.12.2018 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 458/187 |
P8_TA(2018)0006
Controle op de uitvoer, de overbrenging, de tussenhandel, de technische bijstand en de doorvoer van producten voor tweeërlei gebruik ***I
Amendementen van het Europees Parlement aangenomen op 17 januari 2018 op het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van een EU-regeling voor controle op de uitvoer, de overbrenging, de tussenhandel, de technische bijstand en de doorvoer van producten voor tweeërlei gebruik (herschikking) (COM(2016)0616 — C8-0393/2016 — 2016/0295(COD)) (1)
(Gewone wetgevingsprocedure — herschikking)
(2018/C 458/12)
Amendement 1
Voorstel voor een verordening
Overweging 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 2
Voorstel voor een verordening
Overweging 5
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 3
Voorstel voor een verordening
Overweging 6
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 4
Voorstel voor een verordening
Overweging 6 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 5
Voorstel voor een verordening
Overweging 6 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 6
Voorstel voor een verordening
Overweging 7 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 7
Voorstel voor een verordening
Overweging 9
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 8
Voorstel voor een verordening
Overweging 10
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 9
Voorstel voor een verordening
Overweging 11
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 10
Voorstel voor een verordening
Overweging 12
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 11
Voorstel voor een verordening
Overweging 13 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 12
Voorstel voor een verordening
Overweging 14
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 13
Voorstel voor een verordening
Overweging 15
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 14
Voorstel voor een verordening
Overweging 16 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 15
Voorstel voor een verordening
Overweging 17
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 16
Voorstel voor een verordening
Overweging 18
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 17
Voorstel voor een verordening
Overweging 19 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 18
Voorstel voor een verordening
Overweging 21
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 19
Voorstel voor een verordening
Overweging 22 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 20
Voorstel voor een verordening
Overweging 25
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 21
Voorstel voor een verordening
Overweging 25 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 22
Voorstel voor een verordening
Overweging 27
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 23
Voorstel voor een verordening
Overweging 29
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 24
Voorstel voor een verordening
Overweging 31
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 25
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — alinea 1 — punt 1 — letter a
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 26
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — alinea 1 — punt 1 — letter b
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 27
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — alinea 1 — punt 5 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
5 bis. „eindgebruiker”: elke natuurlijke of rechtspersoon of entiteit die de eindontvanger is van een product voor tweeërlei gebruik. |
Amendement 28
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — alinea 1 — punt 13
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 29
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — alinea 1 — punt 22
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 30
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — alinea 1 — punt 23
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
Schrappen |
Amendement 31
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — alinea 1 — punt 23 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 32
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 — lid 1 — letter d
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 33
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 — lid 1 — letter e
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
Schrappen |
Amendement 34
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Indien een exporteur, met inachtneming van zijn verplichting zich daarvoor de nodige moeite te getroosten, er kennis van draagt dat producten voor tweeërlei gebruik welke hij wenst uit te voeren en die niet op de lijst van bijlage I voorkomen, geheel of ten dele bestemd zijn voor een van de in lid 1 genoemde doeleinden, dient hij dit mee te delen aan de bevoegde autoriteit, die besluit of het dienstig is dat voor de betrokken uitvoer een vergunning wordt vereist. |
2. Indien een exporteur, terwijl hij de nodige zorgvuldigheid betracht, verneemt dat niet op de lijst van bijlage I voorkomende producten voor tweeërlei gebruik welke hij wenst uit te voeren geheel of ten dele bestemd kunnen zijn voor een van de in lid 1 genoemde doeleinden, dient hij dit mee te delen aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar hij is gevestigd , die besluit of het dienstig is dat voor de betrokken uitvoer een vergunning wordt vereist. |
Amendement 35
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 — lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. Vergunningen voor de uitvoer van niet in de lijst opgenomen producten worden verleend voor specifieke producten en eindgebruikers. De vergunningen worden verleend door de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de exporteur ingezetene of gevestigd is of, indien de exporteur een persoon is die buiten de Unie ingezetene of gevestigd is, door de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de producten zich bevinden. De vergunningen zijn in de gehele Unie geldig. De geldigheidsduur van de vergunningen bedraagt één jaar en kan door de bevoegde autoriteit worden verlengd. |
3. Vergunningen voor de uitvoer van niet in de lijst opgenomen producten worden verleend voor specifieke producten en eindgebruikers. De vergunningen worden verleend door de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de exporteur ingezetene of gevestigd is of, indien de exporteur een persoon is die buiten de Unie ingezetene of gevestigd is, door de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de producten zich bevinden. De vergunningen zijn in de gehele Unie geldig. De geldigheidsduur van de vergunningen bedraagt twee jaar en kan door de bevoegde autoriteit worden verlengd. |
Amendement 36
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 — lid 4 — alinea 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Als geen bezwaar wordt aangetekend, wordt ervan uitgegaan dat de geraadpleegde lidstaten geen bezwaar hebben en dat zij vergunningen zullen eisen voor alle „in wezen gelijksoortige transacties”. Zij stellen hun douaneadministratie en andere ter zake bevoegde nationale autoriteiten van de vergunningsplichten in kennis. |
Als geen bezwaar wordt aangetekend, wordt ervan uitgegaan dat de geraadpleegde lidstaten geen bezwaar hebben en dat zij vergunningen zullen eisen voor alle „in wezen gelijksoortige transacties” , waarmee een product wordt bedoeld met wezenlijk identieke parameters of technische kenmerken met dezelfde eindgebruiker of ontvanger . Zij stellen hun douaneadministratie en andere ter zake bevoegde nationale autoriteiten van de vergunningsplichten in kennis. De Commissie publiceert in het Publicatieblad een beknopte beschrijving van de zaak en de redenen voor het besluit en vermeldt zo nodig de nieuwe vergunningsplicht in een nieuw onderdeel E van bijlage II. |
Amendement 37
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 — lid 4 — alinea 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Als een van de geraadpleegde lidstaten bezwaar aantekent , wordt de vergunningsplicht ingetrokken tenzij de lidstaat die de vergunning eist, van oordeel is dat de uitvoer haar wezenlijke veiligheidsbelangen schaadt. In dat geval kan die lidstaat besluiten de vergunningsplicht te handhaven. De Commissie en de andere lidstaten moeten hiervan onverwijld in kennis worden gesteld. |
Als ten minste vier lidstaten die ten minste 35 % van de bevolking van de Unie vertegenwoordigen bezwaar aantekenen , wordt de vergunningsplicht ingetrokken, tenzij de lidstaat die de vergunning eist, van oordeel is dat de uitvoer zijn wezenlijke veiligheidsbelangen schaadt of de nakoming van zijn verplichtingen op het gebied van de mensenrechten belemmert . In dat geval kan die lidstaat besluiten de vergunningsplicht te handhaven. De Commissie en de andere lidstaten moeten hiervan onverwijld in kennis worden gesteld. |
Amendement 38
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 — lid 4 — alinea 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De Commissie en de lidstaten houden een geactualiseerd register bij van de geldende vergunningsplichten. |
De Commissie en de lidstaten houden een geactualiseerd register bij van de geldende vergunningsplichten. De in dat register beschikbare gegevens worden opgenomen in het in artikel 24, lid 2, bedoelde verslag aan het Europees Parlement, en zijn toegankelijk voor het publiek. |
Amendement 39
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Indien een tussenhandelaar ervan op de hoogte is dat de producten voor tweeërlei gebruik waarvoor hij diensten op het gebied van tussenhandel voorstelt, geheel of gedeeltelijk bestemd zijn voor een van de in artikel 4, lid 1, genoemde doeleinden, moet hij de bevoegde autoriteit daarvan in kennis stellen, zodat deze kan beslissen of voor de beoogde tussenhandeldiensten een vergunning vereist is . |
2. Indien een tussenhandelaar ervan op de hoogte is dat de producten voor tweeërlei gebruik waarvoor hij diensten op het gebied van tussenhandel voorstelt, geheel of gedeeltelijk bestemd zijn voor een van de in artikel 4, lid 1, genoemde doeleinden, stelt hij de bevoegde autoriteit daarvan in kennis , die vervolgens voor deze tussenhandeldiensten een vergunning vereist. |
Amendement 40
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Een vergunning is vereist voor het direct of indirect verlenen van technische bijstand met betrekking tot producten voor tweeërlei gebruik, of met betrekking tot de verstrekking, de fabricage, het onderhoud en het gebruik van producten voor tweeërlei gebruik, indien de verlener van technische bijstand door de bevoegde autoriteit in kennis is gesteld van het feit dat de betrokken producten geheel of gedeeltelijk bestemd zijn of kunnen zijn voor een van de in artikel 4 genoemde doeleinden. |
1. Een vergunning is vereist voor het direct of indirect verlenen van technische bijstand met betrekking tot producten voor tweeërlei gebruik, of met betrekking tot de verstrekking, de fabricage, het onderhoud en het gebruik van producten voor tweeërlei gebruik, indien de verlener van technische bijstand door de bevoegde autoriteit in kennis is gesteld van het feit dat de betrokken producten geheel of gedeeltelijk bestemd zijn of kunnen zijn voor een van de in artikel 4 , lid 1, genoemde doeleinden. |
Amendement 41
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Indien een verlener van technische bijstand ervan op de hoogte is dat de producten voor tweeërlei gebruik waarvoor hij technische bijstandsdiensten voorstelt, geheel of gedeeltelijk bestemd zijn voor een van de in artikel 4 genoemde doeleinden, moet hij de bevoegde autoriteit daarvan in kennis stellen, zodat deze kan beslissen of voor de beoogde technische bijstandsdiensten een vergunning moet worden vereist. |
Indien een verlener van technische bijstand ervan op de hoogte is dat de producten voor tweeërlei gebruik waarvoor hij technische bijstandsdiensten voorstelt, geheel of gedeeltelijk bestemd zijn voor een van de in artikel 4, lid 1, genoemde doeleinden, stelt hij de bevoegde autoriteit daarvan in kennis , die vervolgens voor deze technische bijstandsdiensten een vergunning vereist. |
Amendement 42
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Een lidstaat kan om redenen van openbare veiligheid of uit mensenrechtenoverwegingen een verbod instellen op of een vergunning verplicht stellen voor de uitvoer van producten voor tweeërlei gebruik die niet op de lijst van bijlage I voorkomen. |
1. Een lidstaat kan om redenen van openbare veiligheid, uit mensenrechtenoverwegingen of ter voorkoming van terroristische daden een verbod instellen op of een vergunning verplicht stellen voor de uitvoer van producten voor tweeërlei gebruik die niet op de lijst van bijlage I voorkomen. |
Amendement 43
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 — lid 7
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
7. In relevante handelsbescheiden die betrekking hebben op de overbrenging binnen de Unie van in de lijst van bijlage I vermelde producten voor tweeërlei gebruik dient duidelijk te worden vermeld dat die producten bij uitvoer uit de Unie aan controle worden onderworpen. De relevante handelsbescheiden omvatten met name een verkoopcontract, een orderbevestiging, een factuur of een verzendingsborderel. |
7. In relevante handelsbescheiden die betrekking hebben op de uitvoer naar derde landen en de overbrenging binnen de Unie van in de lijst van bijlage I vermelde producten voor tweeërlei gebruik dient duidelijk te worden vermeld dat die producten bij uitvoer uit de Unie aan controle worden onderworpen. De relevante handelsbescheiden omvatten met name een verkoopcontract, een orderbevestiging, een factuur of een verzendingsborderel. |
Amendement 44
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 — lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. De geldigheidsduur van individuele uitvoervergunningen en globale uitvoervergunningen bedraagt één jaar en kan door de bevoegde autoriteit worden verlengd. Globale uitvoervergunningen voor grote projecten zijn geldig voor een door de bevoegde autoriteit vast te stellen termijn . |
3. De geldigheidsduur van individuele uitvoervergunningen en globale uitvoervergunningen bedraagt twee jaar en kan door de bevoegde autoriteit worden verlengd. Globale uitvoervergunningen voor grote projecten zijn niet langer dan vier jaar geldig , behalve in naar behoren gemotiveerde gevallen waarin de duur van het project tot een langere geldigheidsduur noopt. Dit belet de bevoegde autoriteiten echter niet om individuele of globale uitvoervergunningen op enig moment nietig te verklaren, te schorsen, te wijzigen of in te trekken . |
Amendement 45
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 — lid 4 — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Exporteurs verstrekken de bevoegde autoriteit alle informatie die vereist is voor hun aanvragen van individuele en algemene uitvoervergunningen, zodat volledige informatie beschikbaar is over met name de eindgebruiker, het land van bestemming en het eindgebruik van het uitgevoerde product. |
Exporteurs verstrekken de bevoegde autoriteit alle informatie die vereist is voor hun aanvragen van individuele en algemene uitvoervergunningen, zodat volledige informatie beschikbaar is over met name de eindgebruiker, het land van bestemming en het eindgebruik van het uitgevoerde product. Wanneer de eindgebruiker een overheidsinstantie is, wordt in de verstrekte informatie duidelijk vermeld welk departement of agentschap of welke afdeling of onderafdeling de uiteindelijke eindgebruiker van het uitgevoerde product is. |
Amendement 46
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 — lid 4 — alinea 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Aan de vergunningen kan in voorkomend geval een verplichting worden verbonden om een verklaring betreffende het eindgebruik af te geven. |
Aan alle vergunningen voor producten voor cybertoezicht, alsmede aan alle individuele uitvoervergunningen voor producten waarbij het onttrekkingsgevaar of het risico dat de producten onder ongewenste omstandigheden worden wederuitgevoerd groot is, moet de verplichting worden verbonden om een verklaring betreffende het eindgebruik af te geven. Aan vergunningen voor andere producten kan in voorkomend geval een verplichting worden verbonden om een verklaring betreffende het eindgebruik af te geven. |
Amendement 47
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 — lid 4 — alinea 3 — inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Voor globale uitvoervergunningen moet de exporteur een doeltreffend intern nalevingsprogramma implementeren. De exporteur moet tevens ten minste één maal per jaar bij de bevoegde autoriteit verslag uitbrengen over het gebruik van de vergunning; het verslag moet ten minste de volgende informatie bevatten: |
Voor globale uitvoervergunningen moet de exporteur een doeltreffend intern nalevingsprogramma implementeren. De exporteur heeft, op vrijwillige basis, de mogelijkheid om zijn INP kosteloos door de bevoegde autoriteiten te laten certificeren op basis van een door de Commissie vastgesteld referentie-INP, teneinde tijdens de vergunningsprocedure te profiteren van door de nationale bevoegde autoriteiten geboden stimulansen. De exporteur moet tevens ten minste eenmaal per jaar of op verzoek van de bevoegde autoriteit bij de bevoegde autoriteit verslag uitbrengen over het gebruik van de vergunning; het verslag moet ten minste de volgende informatie bevatten: |
Amendement 48
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 — lid 4 — alinea 3 — letter d
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 49
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 — lid 4 — alinea 3 — letter d bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 50
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 — lid 4 — alinea 3 — letter d ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 51
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 — lid 5
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
5. De bevoegde autoriteiten van de lidstaten behandelen aanvragen voor individuele of algemene vergunningen binnen een volgens de nationale wetgeving of op grond van de nationale praktijk te bepalen termijn . De bevoegde autoriteiten verstrekken de Commissie alle informatie betreffende de gemiddelde termijn voor de behandeling van vergunningsaanvragen die relevant is voor de opstelling van het in artikel 24, lid 2, bedoelde jaarverslag . |
5. De bevoegde autoriteiten van de lidstaten behandelen aanvragen voor individuele of algemene vergunningen binnen een termijn van dertig dagen na de geldige indiening van de aanvraag . Indien de bevoegde autoriteit om gegronde redenen meer tijd nodig heeft om de aanvraag te verwerken, deelt zij dit binnen dertig dagen mee aan de aanvrager . De bevoegde autoriteit beslist in elk geval over aanvragen voor individuele of globale vergunningen uiterlijk zestig dagen na de geldige indiening van de aanvraag. |
Amendement 52
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 — lid 1 — alinea 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Wanneer de tussenhandelaar of de verlener van technische bijstand niet ingezeten of gevestigd is op het grondgebied van de Unie, worden vergunningen voor tussenhandeldiensten en technische bijstand op grond van deze verordening afgegeven door de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar het moederbedrijf van de tussenhandelaar of verlener van technische bijstand is gevestigd, of van waar de tussenhandeldiensten of technische bijstandsdiensten zullen worden verleend. |
Wanneer de tussenhandelaar of de verlener van technische bijstand niet ingezeten of gevestigd is op het grondgebied van de Unie, worden vergunningen voor tussenhandeldiensten en technische bijstand op grond van deze verordening afgegeven door de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de tussenhandeldiensten of technische bijstandsdiensten zullen worden verleend. Dit geldt ook voor tussenhandeldiensten en het verlenen van technische bijstand door dochterondernemingen of joint ventures die in derde landen gevestigd zijn, maar in handen zijn van of gecontroleerd worden door ondernemingen die op het grondgebied van de Unie gevestigd zijn. |
Amendement 53
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 — lid 1 — inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Bij hun besluit om al dan niet een individuele of globale uitvoervergunning te verlenen of om een vergunning voor de tussenhandeldiensten of technische bijstand uit hoofde van deze verordening te verlenen, of een overbrenging te verbieden, houden de bevoegde autoriteiten van de lidstaten rekening met de volgende criteria : |
1. Bij hun besluit om al dan niet een individuele of globale uitvoervergunning te verlenen of om een vergunning voor de tussenhandeldiensten of technische bijstand uit hoofde van deze verordening te verlenen, of een overbrenging te verbieden, houden de bevoegde autoriteiten van de lidstaten rekening met alle relevante overwegingen, waaronder : |
Amendement 54
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 — lid 1 — letter a
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 55
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 — lid 1 — letter a bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 56
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 — lid 1 — letter b bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 57
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 — lid 1 — letter c
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 58
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 — lid 1 — letter d bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 59
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 — lid 1 — letter d ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 60
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 — lid 1 — letter f
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 61
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 — lid 1 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
1 bis. Bij de verlening van individuele of globale uitvoervergunningen of vergunningen voor tussenhandeldiensten of technische bijstand voor producten voor cybertoezicht houden de bevoegde autoriteiten van de lidstaten in het bijzonder rekening met het risico voor schendingen van het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, het recht op gegevensbescherming, de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vereniging en vergadering, evenals met risico's op het gebied van de rechtsstaat, het rechtskader voor het gebruik van de uit te voeren producten en de mogelijke veiligheidsrisico's voor de Unie en de lidstaten. |
|
|
Als de bevoegde autoriteiten van een lidstaat tot de conclusie komen dat er sprake is van risico's die waarschijnlijk zullen leiden tot ernstige schendingen van de mensenrechten, verlenen zij geen uitvoervergunning en gaan zij over tot nietigverklaring, schorsing, wijziging of intrekking van reeds verleende vergunningen. |
Amendement 62
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. De Commissie en de Raad stellen raadgevingen en/of aanbevelingen ter beschikking om te waarborgen dat de bevoegde autoriteiten van de lidstaten voor de implementatie van die criteria gemeenschappelijke risicobeoordelingen gebruiken. |
2. Bij de inwerkingtreding van deze verordening stellen de Commissie en de Raad richtsnoeren ter beschikking om te waarborgen dat de bevoegde autoriteiten van de lidstaten voor de implementatie van die criteria gemeenschappelijke risicobeoordelingen gebruiken en om te voorzien in uniforme criteria voor besluiten inzake vergunningverlening . De Commissie stelt richtsnoeren op in de vorm van een handboek met de stappen die de bevoegde vergunningverlenende autoriteiten van de lidstaten en exporteurs moeten nemen om de nodige zorgvuldigheid te betrachten, met praktische aanbevelingen voor de uitvoering en naleving van de controles overeenkomstig artikel 4, lid 1, onder d), en de criteria als bedoeld in artikel 14, lid 1, en met voorbeelden van goede praktijken. Dit handboek wordt opgesteld in nauwe samenwerking met de EDEO en de coördinatiegroep tweeërlei gebruik, met gebruikmaking van de externe expertise van de academische wereld, exporteurs, tussenhandelaren en maatschappelijke organisaties, met inachtneming van de procedures als bedoeld in artikel 21, lid 3, en wordt, indien dat noodzakelijk en passend wordt geacht, geactualiseerd. |
|
|
De Commissie zet een programma voor capaciteitsopbouw op door gemeenschappelijke opleidingsprogramma's te ontwikkelen voor ambtenaren van vergunningverlenende autoriteiten en douanehandhavingsautoriteiten. |
Amendement 63
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 — lid 2 — letter b
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 64
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 — lid 2 — letter b bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 65
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 — lid 2 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
2 bis. Bijlage I, onderdeel B, beperkt zich tot producten voor cybertoezicht en bevat geen producten die opgenomen zijn in bijlage I, onderdeel A; |
Amendement 66
Voorstel voor een verordening
Artikel 18 — lid 5
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
5. In samenwerking met de lidstaten werkt de Commissie richtsnoeren uit om de onderlinge samenwerking tussen de vergunningverlenende autoriteiten en de douaneautoriteiten te bevorderen. |
5. (Niet van toepassing op de Nederlandse versie.) |
Amendement 67
Voorstel voor een verordening
Artikel 20 — lid 2 — letter a
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 68
Voorstel voor een verordening
Artikel 20 — lid 2 — letter b
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 69
Voorstel voor een verordening
Artikel 20 — lid 2 — letter c
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 70
Voorstel voor een verordening
Artikel 21 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. De voorzitter van de coördinatiegroep tweeërlei gebruik raadpleegt telkens wanneer hij of zij dit nodig acht de bij deze verordening betrokken exporteurs, tussenhandelaars en andere relevante belanghebbenden. |
2. De coördinatiegroep tweeërlei gebruik raadpleegt telkens wanneer zij dit nodig acht de bij deze verordening betrokken exporteurs, tussenhandelaars en andere relevante belanghebbenden. |
Amendement 71
Voorstel voor een verordening
Artikel 21 — lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. De coördinatiegroep tweeërlei gebruik richt, in voorkomend geval, technische deskundigengroepen op die zijn samengesteld uit deskundigen van de lidstaten om specifieke kwesties te onderzoeken met betrekking tot de uitvoering van controles, met inbegrip van kwesties met betrekking tot de bijwerking van de controlelijsten van de Unie van bijlage I. Technische deskundigengroepen raadplegen waar nodig exporteurs, tussenhandelaren en andere relevante belanghebbenden bij deze verordening. |
3. De coördinatiegroep tweeërlei gebruik richt, in voorkomend geval, technische deskundigengroepen op die zijn samengesteld uit deskundigen van de lidstaten om specifieke kwesties te onderzoeken met betrekking tot de uitvoering van controles, met inbegrip van kwesties met betrekking tot de bijwerking van de controlelijsten van de Unie van bijlage I , onderdeel B . Technische deskundigengroepen raadplegen exporteurs, tussenhandelaren , maatschappelijke organisaties en andere relevante belanghebbenden bij deze verordening. De coördinatiegroep tweeërlei gebruik richt in het bijzonder een technische werkgroep op voor de beoordelingscriteria als bedoeld in artikel 4, lid 4, onder d), en artikel 14, lid 1, onder b), alsmede voor de uitwerking van de richtsnoeren inzake zorgvuldigheid, een en ander in samenspraak met een onafhankelijke groep van deskundigen, vertegenwoordigers van de academische wereld en maatschappelijke organisaties. |
Amendement 72
Voorstel voor een verordening
Artikel 22 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Elke lidstaat treft passende maatregelen om de correcte toepassing van alle bepalingen van deze verordening te waarborgen en stelt met name de bij inbreuk op deze verordening en de bepalingen ter uitvoering daarvan op te leggen sancties vast . Deze sancties dienen doeltreffend, evenredig en afschrikkend te zijn. |
1. Elke lidstaat treft passende maatregelen om de correcte toepassing van alle bepalingen van deze verordening te waarborgen en stelt met name de sancties vast die van toepassing zijn bij inbreuken op , het faciliteren van inbreuken op en het omzeilen van de bepalingen van deze verordening en de bepalingen ter uitvoering daarvan. Deze sancties dienen doeltreffend, evenredig en afschrikkend te zijn. De maatregelen omvatten periodieke, op risico gebaseerde audits van de exporteurs. |
Amendement 73
Voorstel voor een verordening
Artikel 22 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. De coördinatiegroep tweeërlei gebruik richt een handhavingscoördinatiemechanisme op met het oog op de totstandbrenging van directe samenwerking en informatie-uitwisseling tussen de bevoegde autoriteiten en de handhavingsinstanties. |
2. De coördinatiegroep tweeërlei gebruik richt een handhavingscoördinatiemechanisme op met het oog op de totstandbrenging van directe samenwerking en informatie-uitwisseling tussen de bevoegde autoriteiten en de handhavingsinstanties en om te voorzien in uniforme criteria voor besluiten inzake vergunningverlening . Dit mechanisme moet er, na beoordeling van de Commissie van de door de lidstaten vastgestelde sancties, voor zorgen dat de sancties op inbreuken op deze verordening van vergelijkbare aard zijn en vergelijkbare effecten hebben. |
Amendement 74
Voorstel voor een verordening
Artikel 24 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. De Commissie en de Raad stellen, in voorkomend geval, raadgevingen en/of aanbevelingen beschikbaar voor beste praktijken met betrekking tot het toepassingsgebied van deze verordening om de doeltreffendheid van de regeling voor uitvoercontrole van de Unie en de consequente uitvoering ervan te waarborgen. De bevoegde autoriteiten van de lidstaten stellen, in voorkomend geval, ook bijkomende raadgevingen ter beschikking van exporteurs, tussenhandelaren en doorvoeroperateurs die in die lidstaat ingezetene of gevestigd zijn. |
1. De Commissie en de Raad stellen, in voorkomend geval, richtsnoeren beschikbaar voor beste praktijken met betrekking tot het toepassingsgebied van deze verordening om de doeltreffendheid van de regeling voor uitvoercontrole van de Unie en de consequente uitvoering ervan te waarborgen. De bevoegde autoriteiten van de lidstaten stellen, in voorkomend geval, ook bijkomende raadgevingen ter beschikking van exporteurs, met name kmo's, tussenhandelaren en doorvoeroperateurs die in die lidstaat ingezetene of gevestigd zijn. |
Amendement 75
Voorstel voor een verordening
Artikel 24 — lid 2 — alinea 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De lidstaten verstrekken de Commissie alle dienstige informatie die zij voor de opstelling van dit verslag behoeft. Dit jaarverslag is openbaar. |
De lidstaten verstrekken de Commissie alle dienstige informatie die zij voor de opstelling van dit verslag behoeft. Dit jaarverslag is openbaar. Voorts maken de lidstaten ten minste elke drie maanden op eenvoudig toegankelijke wijze over elke vergunning nuttige informatie openbaar met betrekking tot het type vergunning, de waarde, de omvang, de aard van de goederen, een beschrijving van het product, de eindgebruiker en het eindgebruik en het land van bestemming, alsmede informatie over de goedkeuring of afwijzing van de vergunningsaanvraag. De Commissie en de lidstaten houden rekening met de rechtmatige belangen die de betrokken natuurlijke personen en rechtspersonen erbij hebben dat hun zakengeheimen niet worden bekendgemaakt. |
Amendement 76
Voorstel voor een verordening
Artikel 24 — lid 3 — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Vijf tot zeven jaar na de datum van toepassing van deze verordening stelt de Commissie een evaluatie van deze verordening op en brengt zij over de belangrijkste bevindingen verslag uit aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité. |
Vijf tot zeven jaar na de datum van toepassing van deze verordening stelt de Commissie een evaluatie van deze verordening op en brengt zij over de belangrijkste bevindingen verslag uit aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité. Deze evaluatie omvat een voorstel inzake schrapping van cryptografie in bijlage I, onderdeel A, categorie 5, deel 2. |
Amendement 77
Voorstel voor een verordening
Artikel 25 — lid 1 — letter d
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 78
Voorstel voor een verordening
Artikel 25 — lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. De in de leden 1 en 2 bedoelde registers of dossiers en bescheiden worden bewaard gedurende ten minste drie jaar na het einde van het kalenderjaar waarin de uitvoer is geschied dan wel die tussenhandelsdiensten of technische bijstandsdiensten worden verleend. Zij worden op verzoek voorgelegd aan de bevoegde autoriteit. |
3. De in de leden 1 en 2 bedoelde registers of dossiers en bescheiden worden bewaard gedurende ten minste vijf jaar na het einde van het kalenderjaar waarin de uitvoer is geschied dan wel die tussenhandelsdiensten of technische bijstandsdiensten worden verleend. Zij worden op verzoek voorgelegd aan de bevoegde autoriteit. |
Amendement 79
Voorstel voor een verordening
Artikel 27 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. De Commissie en de bevoegde autoriteiten van de lidstaten wisselen, in voorkomend geval, op regelmatige en wederzijdse basis informatie uit met derde landen. |
1. De Commissie en de bevoegde autoriteiten van de lidstaten zetten zich, waar passend, binnen relevante internationale organisaties, zoals de OESO en multilaterale uitvoercontroleregelingen waaraan zij deelnemen, in voor de bevordering van de naleving op internationaal niveau van de lijst van aan uitvoercontrole onderworpen producten voor cybertoezicht van bijlage I, onderdeel B, en wisselen, in voorkomend geval, op regelmatige en wederzijdse basis informatie uit met derde landen , onder meer in het kader van de dialoog over producten voor tweeërlei gebruik waarin is voorzien in partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomsten en de strategische samenwerkingsovereenkomsten van de Unie, en streven naar capaciteitsopbouw en bevorderen de opwaartse convergentie . De Commissie brengt over deze bewustmakingsactiviteiten jaarlijks verslag uit aan het Europees Parlement. |
Amendement 80
Voorstel voor een verordening
Bijlage I — Onderdeel A — DEFINITIES VAN IN DEZE BIJLAGE GEBRUIKTE TERMEN
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||||||
|
„Inbraakprogrammatuur” (intrusion software) (4): „programmatuur” die speciaal is ontworpen of aangepast om opsporing door 'bewakingshulpmiddelen' te voorkomen of om 'beschermende tegenmaatregelen' van een computer of apparaat met netwerkcapaciteit te omzeilen en die een van de volgende functies verricht: |
„Inbraakprogrammatuur” (intrusion software) (4): „programmatuur” die speciaal is ontworpen of aangepast om te worden gebruikt of geïnstalleerd zonder toestemming van eigenaars of beheerders van computers of apparaten met netwerkcapaciteit, en die een van de volgende functies verricht: |
||||||||
|
|
||||||||
|
|
||||||||
|
Noten: |
Noten: |
||||||||
|
|
||||||||
|
|
||||||||
|
|
||||||||
|
|
||||||||
|
|
|
||||||||
|
|
||||||||
|
Technische noten: |
Technische noten: |
||||||||
|
|
||||||||
|
|
Amendement 81
Voorstel voor een verordening
Bijlage I — Onderdeel B — titel
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 82
Voorstel voor een verordening
Bijlage I — Onderdeel B — categorie 10 — punt 10A001 — technische noot — letter e bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 83
Voorstel voor een verordening
Bijlage II — Onderdeel A — deel 3 — lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 84
Voorstel voor een verordening
Bijlage II — Onderdeel A — deel 3 — lid 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 85
Voorstel voor een verordening
Bijlage II — Onderdeel A — deel 3 — lid 5 — punt 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 86
Voorstel voor een verordening
Bijlage II — Onderdeel B — deel 3 — lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 87
Voorstel voor een verordening
Bijlage II — Onderdeel B — deel 3 — lid 5 — punt 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 88
Voorstel voor een verordening
Bijlage II — Onderdeel C — deel 3 — lid 5
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 89
Voorstel voor een verordening
Bijlage II — Onderdeel C — deel 3 — lid 6 — punt 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 90
Voorstel voor een verordening
Bijlage II — Onderdeel D — deel 3 — lid 6
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 91
Voorstel voor een verordening
Bijlage II — Onderdeel D — deel 3 — lid 7 — punt 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 92
Voorstel voor een verordening
Bijlage II — Onderdeel F — deel 3 — lid 5 — punt 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 93
Voorstel voor een verordening
Bijlage II — Onderdeel G — deel 3 — lid 8 — punt 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 94
Voorstel voor een verordening
Bijlage II — Onderdeel H — deel 3 — lid 1 — inleidend gedeelte en punt 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
||||
|
|
Amendement 95
Voorstel voor een verordening
Bijlage II — Onderdeel H — deel 3 — lid 1 — punt 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
Schrappen |
Amendement 96
Voorstel voor een verordening
Bijlage II — Onderdeel H — deel 3 — lid 1 — punt 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
bij zijn of hun eigen productontwikkelingsactiviteiten en, in het geval van werknemers, in overeenstemming met de overeenkomst die hun arbeidsrelatie regelt. |
Schrappen |
Amendement 97
Voorstel voor een verordening
Bijlage II — Onderdeel I — deel 3 — lid 3 — punt 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Elke exporteur die voornemens is deze vergunning te gebruiken, moet zich vóór het eerste gebruik van de vergunning bij de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar hij ingezetene of gevestigd is, laten registreren. De registratie geschiedt automatisch en wordt binnen tien werkdagen na ontvangst door de bevoegde autoriteit aan de exporteur bevestigd. |
Een lidstaat kan verlangen dat de in die lidstaat gevestigde exporteurs zich vóór het eerste gebruik van de vergunning laten registreren. De registratie geschiedt automatisch en wordt onverwijld, en in elk geval binnen tien werkdagen na ontvangst, door de bevoegde autoriteiten aan de exporteur bevestigd. |
Amendement 98
Voorstel voor een verordening
Bijlage II — Onderdeel J — deel 3 — lid 5 — punt 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
(1) De zaak werd voor interinstitutionele onderhandelingen terugverwezen naar de bevoegde commissie op grond van artikel 59, lid 4, vierde alinea, van het Reglement (A8-0390/2017).
(1 bis) Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB van de Raad van 8 december 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor de controle op de uitvoer van militaire goederen en technologie (PB L 335 van 13.12.2008, blz. 99).
(1 bis) Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming)