|
16.7.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 240/51 |
Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s over het gecoördineerd plan inzake kunstmatige intelligentie
(COM(2018) 795 final)
(2019/C 240/12)
Rapporteur: Tellervo KYLÄ-HARAKKA-RUONALA
|
Raadpleging |
Commissie, 18.2.2019 |
|
Rechtsgrondslag |
Artikel 304 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie |
|
Bevoegde afdeling |
Interne Markt, Productie en Consumptie |
|
Goedkeuring door de afdeling |
2.4.2019 |
|
Goedkeuring door de voltallige vergadering |
15.5.2019 |
|
Zitting nr. |
543 |
|
Stemuitslag (voor/tegen/onthoudingen) |
210/2/1 |
1. Conclusies en aanbevelingen
|
1.1. |
Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) verwelkomt het gecoördineerde plan over kunstmatige intelligentie (KI) en dringt aan op de spoedige implementering ervan, gezien de snelle vooruitgang in de ontwikkeling en invoering van KI buiten de EU. Om de mondiale concurrentie met succes aan te gaan, moet de EU een voortrekker zijn op het gebied innovatie en investeringen en daarbij uitgaan van het principe „controle van mens over machine”en betrouwbare KI. |
|
1.2. |
Het EESC vindt het belangrijk dat bij de ontwikkeling en invoering van KI ook actoren uit het maatschappelijk middenveld worden betrokken, waaronder ondernemingen, werknemers en consumenten. Bij de implementering van de KI-strategie moet daarom de nodige aandacht uitgaan naar hoe de kansen van KI optimaal kunnen worden benut voor de hele samenleving. |
|
1.3. |
Het EESC steunt de initiatieven om meer middelen uit te trekken voor innovatie, infrastructuur, onderwijs en opleiding op het vlak van KI via EU-financieringsinstrumenten. Het dringt er ook bij de lidstaten op aan om met het oog op de gemeenschappelijke doelstellingen de nodige stappen te zetten. |
|
1.4. |
Om te bevorderen dat de privésector KI omarmt en gaat ontwikkelen, pleit het EESC voor een gunstig ondernemingsklimaat, met een ondersteunend en stabiel beleids- en regelgevingskader dat innovatie en investeringen op het gebied van KI stimuleert, met aandacht voor de bijzondere noden van kleine en middelgrote ondernemingen, start-ups en scale-ups. |
|
1.5. |
Het EESC acht het van cruciaal belang dat de kwaliteit, de beschikbaarheid, de toegankelijkheid, de interoperabiliteit en de vlotte doorstroming van gegevens op de interne markt gewaarborgd worden, maar evenzeer de bescherming van die gegevens en de privacy. Het dringt aan op een vlottere toegang tot overheidsgegevens en pleit voor gunstige voorwaarden voor de oprichting van Europese digitale platforms. |
|
1.6. |
Het EESC steunt de initiatieven op het gebied van grensoverschrijdende samenwerking, partnerschappen en netwerken om innovatie en het gebruik van KI te bevorderen, en benadrukt het belang van breed opgezette samenwerking tussen verschillende maatschappelijke actoren. |
|
1.7. |
Het EESC dringt er bij de lidstaten op aan hun onderwijsstelsels aan te passen aan de vraag naar nieuwe vaardigheden. Daarvoor zijn hervormingen nodig, van lagere scholen tot universiteiten. Een leven lang en permanent leren is een noodzaak, en zal steeds vaker in het kader van werk plaatsvinden. De sociale dialoog speelt een essentiële rol bij het anticiperen op werkgerelateerde veranderingen en behoeften. |
|
1.8. |
Wat het omgaan met KI-gerelateerde structurele veranderingen betreft, beschouwt het EESC de versterking van het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering als een stap in de richting van een volwaardig Europees overgangsfonds om de digitale transformatie in goede banen te leiden. |
|
1.9. |
Het EESC wijst erop dat de ontwikkeling en het gebruik van KI moeten plaatsvinden met respect voor de waarden van de EU en in overeenstemming met het consumenten-, arbeids- en ondernemingsrecht. Vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld en de sociale partners dienen te worden betrokken bij de opstelling van beleid en maatregelen op het vlak van KI. Om het vertrouwen van de burgers te vergroten, is het ook noodzakelijk om kennis over KI te verstrekken. |
|
1.10. |
Omdat KI de samenleving als geheel moet dienen en tegelijk economische, sociale en milieuaspecten in aanmerking moet nemen, stelt het EESC voor dat de EU het kader voor duurzame ontwikkeling als leidraad gebruikt voor toekomstige ontwikkelingen op het vlak van KI. Het EESC roept ook individuele organisaties op om KI op duurzame wijze te implementeren en daarbij onder meer voldoende oog te hebben voor informatie en raadpleging. |
2. Algemene opmerkingen
|
2.1. |
In aansluiting op de in april 2018 bekendgemaakte strategie voor kunstmatige intelligentie heeft de Europese Commissie met de lidstaten samengewerkt aan een gecoördineerd plan inzake KI met als doel de algemene impact van maatregelen, met name investeringen, op zowel EU- als nationaal niveau te vergroten en ervoor te zorgen dat de EU de mondiale concurrentie het hoofd kan bieden. |
|
2.2. |
In het gecoördineerde plan worden gezamenlijke acties voorgesteld op vier gebieden: meer investeringen, een betere beschikbaarheid van en toegang tot data, het stimuleren van talent en vaardigheden, en het vertrouwen in KI vergroten. In het gecoördineerde plan worden de lidstaten ook opgeroepen om tegen midden 2019 met nationale strategieën te komen. |
|
2.3. |
Het EESC ziet het gecoördineerde plan als een belangrijke stap om de tenuitvoerlegging van de strategie te faciliteren. Het formuleerde zijn opmerkingen over de strategie reeds in een vorig advies (1). Het bracht ook een advies uit over het „Digitaal Europa”-programma (2). Verder stelde het initiatiefadviezen op over verschillende aspecten van KI (3), evenals meerdere andere adviezen met betrekking tot KI. |
|
2.4. |
Het EESC vindt het belangrijk dat uitvoeringsmaatregelen zowel op EU- als op lidstaatniveau worden gepland, gezien de bevoegdheden van de EU en de lidstaten verschillen op verschillende beleidsterreinen. Samenwerking en coördinatie zijn tevens nodig om optimale resultaten en doeltreffendheid te bereiken voor de hele EU. Het EESC dringt er bij alle lidstaten op aan om met het oog op de gemeenschappelijke doelstellingen de nodige stappen te zetten, en erkent daarbij dat de situatie in de verschillende landen uiteenloopt. |
|
2.5. |
Naast samenwerking en coördinatie tussen beleidsmakers op verschillende niveaus, is ook samenwerking tussen alle maatschappelijke actoren vereist. Dit is noodzakelijk om inconsistenties, overlappingen en lacunes bij maatregelen te voorkomen en aldus de efficiëntie en impact ervan te verhogen. |
|
2.6. |
Het EESC dringt aan op urgentie bij het implementeren van de strategie, gezien de snelle vooruitgang in de ontwikkeling en invoering van kunstmatige intelligentie buiten de EU. Tegelijkertijd moeten de EU en de lidstaten sterk vasthouden aan de langetermijndoelstellingen ervan. Het EESC staat achter de ambitie dat Europa „de toonaangevende regio van de wereld voor de ontwikkeling en invoering van geavanceerde, ethische en veilige KI wordt, en daarbij een mensgerichte benadering in de mondiale context voorstaat” (4). |
|
2.7. |
Om de mondiale concurrentie met succes aan te gaan, moet de EU op vastberaden wijze haar eigen pad volgen en tegelijk externe ontwikkelingen en trends in het oog houden. Het EESC vindt het belangrijk dat concurrentiekracht en vertrouwen samen worden beschouwd. Betrouwbaarheid kan een concurrentievoordeel voor de EU worden, hoewel andere concurrentieaspecten ook in aanmerking moeten worden genomen. |
|
2.8. |
Omdat KI de samenleving als geheel moet dienen, stelt het EESC voor dat de EU het kader voor duurzame ontwikkeling als leidraad gebruikt voor toekomstige ontwikkelingen op het vlak van KI. Voor een duurzame ontwikkeling met haar drie pijlers zijn beleid en maatregelen geboden die de economie versterken en het welbevinden van de samenleving verhogen, en tegelijkertijd de impact op klimaat en milieu verkleinen. |
|
2.9. |
KI-gerelateerd beleid moet worden uitgewerkt vanuit het standpunt van maatschappelijke actoren, waaronder ondernemingen, werknemers en consumenten. Daarbij moet de nodige aandacht worden besteed aan de vraag hoe de kansen van KI optimaal kunnen worden benut voor de hele samenleving en hoe de risico’s (waaronder de manipulatie van democratische processen) zo veel mogelijk kunnen worden beperkt. |
|
2.10. |
Het EESC benadrukt het belang van inclusiviteit en het beginsel dat „niemand buiten de boot mag vallen”bij de ontwikkeling en invoering van KI. Dit geldt zowel voor de toegankelijkheid van gegevens en infrastructuur en de beschikbaarheid van gebruiksvriendelijke producten als voor de toegang tot kennis en vaardigheden. Inclusiviteit is belangrijk voor zowel mensen als ondernemingen, met name kleine en middelgrote ondernemingen. Bijzondere maatregelen zijn geboden om de vaardigheden van vrouwen op het gebied van KI te vergroten en hen aan te moedigen KI-gerelateerde banen en taken op te nemen, ook in de industrie. |
|
2.11. |
Gelet op de enorme maatschappelijke uitdagingen en de bijzonder snelle ontwikkeling van technologieën, dient de EU volop in te zetten op KI bij voorspellende analyses voor sectoren als de gezondheidszorg en vervoer, ook wat werk en werkgelegenheid betreft. Voorts moet de EU anticiperen op de kansen die gepaard gaan met disruptieve technologieën zoals kwantumtechnologie. |
3. Het bevorderen van innovatie en kansen voor het bedrijfsleven
|
3.1. |
KI maakt zakelijke verrichtingen efficiënter en productiever, en levert ook nieuwe zakenkansen op voor een hele reeks sectoren en diensten. Dat geldt zowel voor grote bedrijven als kleine en middelgrote ondernemingen, waaronder start-ups en scale-ups. Daarnaast zullen ook volledig nieuwe activiteiten worden opgezet. |
|
3.2. |
Aangezien er buiten de EU een snelle evolutie aan de gang is wat betreft de ontwikkeling en introductie van KI, moet ook de EU haar inspanningen opvoeren om haar concurrentiepositie op dit terrein te verbeteren. De bedoeling is niet om „winnaars uit te kiezen”, maar veeleer om problemen en uitdagingen te identificeren die om actie vragen, met als doel de juiste voorwaarden te scheppen en te handhaven om de kansen van KI te benutten en de risico’s ervan in te perken. |
|
3.3. |
Investeringen in infrastructuur en de verdere ontwikkeling van de eengemaakte markt zijn sleutelgebieden waar het EU-optreden zich op moet richten. Voorts wijst het EESC op het belang van het algemene ondernemingsklimaat, zoals belastingen, regelgeving en de beschikbaarheid van productiefactoren, voor innovatieactiviteiten en investeringsbeslissingen door bedrijven. |
|
3.4. |
Het EESC steunt de initiatieven om meer middelen uit te trekken voor de ontwikkeling en integratie van KI. Instrumenten als Horizon Europa, Digitaal Europa, InvestEU en het Europees Fonds voor strategische investeringen zijn stuk voor stuk waardevol en noodzakelijk om innovatie en investeringen in KI te stimuleren. |
|
3.5. |
De overheid heeft een belangrijke rol te spelen door haar eigen investeringen in KI en aanbestedingen, maar er zijn ook veel particuliere investeringen vereist om voldoende vooruitgang te boeken met zowel de ontwikkeling als de integratie van KI in diverse sectoren. Overheidsfinanciering zorgt voor een hefboomeffect voor particuliere investeringen en is als zodanig van essentieel belang. De financieringsmethoden dienen echter gebruiksvriendelijker te worden gemaakt. Ook dienen financieringsregels te worden ontwikkeld om het nemen van risico’s aan te moedigen. |
|
3.6. |
Bedrijfsecosystemen, bestaande uit ondernemingen van verschillende omvang die behoren tot verschillende sectoren en verschillende delen van de waardeketens, zijn noodzakelijk voor de ontwikkeling en toepassing van KI, evenals de samenwerking tussen ondernemingen en diverse belanghebbenden. Het EESC steunt de plannen van de Commissie om grensoverschrijdende samenwerking, partnerschappen en netwerken te bevorderen door middel van geconnecteerde onderzoeksexcellentiecentra, testfaciliteiten en digitale-innovatiehubs (DIH’s). Het EESC benadrukt dat het noodzakelijk is om contacten met kleine en middelgrote ondernemingen te faciliteren en dringt erop aan dat maatschappelijke organisaties en de sociale partners betrokken worden bij samenwerking in het kader van DIH’s. |
|
3.7. |
Competenties en vaardigheden spelen een belangrijke rol als motor voor innovatie en bedrijfsontwikkelingen op het vlak van KI. Er is niet alleen vraag naar specifieke „KI-vaardigheden”, maar ook naar vaardigheden om KI toe te passen in specifieke bedrijven, waaronder ondernemersvaardigheden. Aangezien nieuw talent voor het bedrijfsleven en de industrie het best kan worden gestimuleerd door middel van onderzoeksprojecten, dringt het EESC er bij de EU en de lidstaten op aan om te zorgen voor voldoende financiering voor onderzoek op dit gebied. |
|
3.8. |
Door het snelle tempo van de ontwikkelingen is flexibiliteit geboden bij het bevorderen van innovatie op het gebied van KI. Dit vereist testlocaties en wetgevende „proeftuinen”waarin experimenten opgezet en nieuwe ideeën uitgeprobeerd kunnen worden. Voorts is het belangrijk ervoor te zorgen dat testresultaten gedeeld en wederzijds erkend worden. |
|
3.9. |
Het EESC pleit voor meer investeringen in de technologie en infrastructuur die nodig is voor KI(-toepassingen), waaronder krachtige computers en 5G-netwerken, samen met maatregelen ter verbetering van de cyberbeveiliging. Verder moet de EU vooroplopen bij de ontwikkeling van kwantumtechnologie, met name kwantumcomputing en kwantumcommunicatie. |
|
3.10. |
Aangezien KI in de eerste plaats afhankelijk is van data, acht het EESC het van cruciaal belang dat de kwaliteit, de beschikbaarheid, de toegankelijkheid, de interoperabiliteit en de vlotte doorstroming van gegevens gewaarborgd worden, maar evenzeer de bescherming van die gegevens en de privacy. Een naar behoren functionerende interne markt voor gegevens wordt steeds belangrijker, aangezien deze in verband staat met de interne markt voor goederen, kapitaal en diensten. |
|
3.11. |
Het EESC steunt de initiatieven van de Commissie voor het creëren van een gemeenschappelijke Europese gegevensruimte. Het dringt erop aan dat big data die de overheid genereert, worden opengesteld (en de toegang ertoe wordt gefaciliteerd) voor alle gebruikers en applicatieprogramma-interfaces (API’s) worden versterkt. Het EESC pleit ook voor gunstige voorwaarden voor de oprichting van Europese platforms voor het delen van gegevens. Een betere toegang tot gegevens en het hergebruik ervan moeten gepaard gaan met eerlijke concurrentie en een passende bescherming van gegevens en intellectuele eigendom. |
|
3.12. |
Bedrijfsmodellen op basis van gegevens, platforms en ecosystemen worden „het nieuwe normaal”. Terwijl „business-to-consumer”-platforms momenteel hoofdzakelijk worden gedomineerd door grote niet-Europese bedrijven, heeft de EU een groot potentieel om met succes te concurreren op het gebied van „government-to-citizen”- en „business-to-business”-platforms. Een gelijk speelveld met buitenlandse concurrenten is hoe dan ook cruciaal. |
|
3.13. |
Het EESC pleit voor een faciliterend kader dat innovatie bevordert en de ontwikkeling van KI niet in de weg staat door overdreven gedetailleerde regels en vereisten, en tegelijkertijd betrouwbare KI waarborgt. Ook verzoekt het EESC de Commissie om samen met het bedrijfsleven en andere belanghebbenden na te gaan of er regelgeving is die de ontwikkeling of invoering van betrouwbare KI mogelijk belemmert. Hierbij moet onder meer de geschiktheid van het mededingingsrecht worden onderzocht. |
|
3.14. |
Het EESC verzoekt de beleidsmakers ook om beleidsinstrumenten te betrachten vanuit het oogpunt van de sector in kwestie. „One-size-fits-all”-oplossingen zijn er niet, want de verschillende sectoren hebben verschillende noden en uitdagingen. De mogelijkheden van normalisatie moeten ten volle worden benut, bijvoorbeeld om de interoperabiliteit te bevorderen, gelet op de snelheid van de veranderingen en de noodzaak van voortdurende verbetering. |
4. Mensen in staat stellen om zich voor te bereiden op de toekomst
|
4.1. |
Het is duidelijk dat burgers zich niet in ruime mate bewust zijn van de kansen die KI met zich meebrengt om hun het leven makkelijker te maken, terwijl de bezorgdheid over de controle van mens over machine manifest is. Het EESC is daarom van mening dat er behoefte is aan bewustmaking over de kansen die KI biedt voor de samenleving als geheel. Meer kennis van en inzicht in de aard en werking van KI is ook noodzakelijk om het vertrouwen van de burgers te vergroten door hen in staat te stellen kritisch te denken. Het EESC dringt aan op betere statistische gegevens en meer onderzoek naar de gevolgen van KI voor werkgelegenheid en werk, waaronder studies over de impact op specifieke sectoren. |
|
4.2. |
Aangezien KI potentieel belangrijke gevolgen zal hebben voor het dagelijks leven van mensen als consumenten, alsook voor de ontwikkeling van werk en werkgelegenheid, is het cruciaal om mensen de nodige kennis en vaardigheden aan te reiken om ze op die veranderingen voor te bereiden. De sociale partners spelen een essentiële rol bij het anticiperen op veranderingen op het gebied van werk en werkgelegenheid, het bevorderen van digitale vaardigheden en het vergroten van de inzetbaarheid van werknemers op de arbeidsmarkt. |
|
4.3. |
De uitrol van KI heeft beduidende gevolgen voor de vraag naar vaardigheden. Door het ingrijpende karakter en de snelheid waarmee KI zich ontwikkelt, moeten zowel de onmiddellijke als de langetermijnbehoeften op het vlak van opleiding en onderwijs in kaart worden gebracht. Het onderwijs moet kunnen voldoen aan de behoeften aan zowel elementaire als geavanceerde digitale vaardigheden. Naast elementaire KI-geletterdheid dienen mensen over algemene vaardigheden te beschikken om KI te kunnen toepassen bij het zoeken naar en benutten van innovatieve oplossingen in hun dagelijkse leven en werk, waarbij bijvoorbeeld te denken valt aan de samenwerking tussen mens en robot. |
|
4.4. |
Het EESC roept de lidstaten op om op de vraag naar nieuwe vaardigheden in te spelen door middel van aanpassingen in hun onderwijsstelsels. Het benadrukt ook het belang van samenwerking tussen overheden, onderwijsinstellingen, de sociale partners, consumentenorganisaties en andere betrokken maatschappelijke organisaties bij zowel het ontwerpen als het implementeren van nieuwe onderwijs- en opleidingsprogramma’s, teneinde vaardigheden te versterken die relevant zijn op de arbeidsmarkt en in de samenleving in het algemeen. KI dient ook te worden ingezet bij het beoordelen van de behoeften aan vaardigheden en het organiseren en verstrekken van inhoud voor onderwijs en opleidingen. |
|
4.5. |
In dit verband zijn aanpassingen nodig in de leerplannen, van lagere scholen tot universiteiten. Een sterke basis op het gebied van wetenschap, technologie, engineering en wiskunde is noodzakelijk, hoewel zowel de ontwikkeling als het gebruik van KI ruime vaardigheden vereisen. Dit wijst op het belang van onderricht in onder meer sociale en alfawetenschappen. |
|
4.6. |
Naast aandacht voor het basisonderwijs is er ook een duidelijke nood aan om- of bijscholing, ook voor leraren. Een leven lang leren en permanente bijscholing zijn een noodzaak voor iedereen die de huidige en toekomstige ontwikkelingen bij wil houden. Leren zal meer en meer plaatsvinden in het kader van werk en gebaseerd zijn op individuele ambities. |
|
4.7. |
Het EESC meent dat investeringen in onderwijs en opleidingen een centraal onderdeel moeten zijn van nationale KI-strategieën, en dat goede praktijkvoorbeelden van nationale initiatieven uitgewisseld moeten worden op Europees niveau. Het EESC pleit voor meer EU-middelen ter ondersteuning van zowel hervormingen als nieuwe initiatieven op het gebied van onderwijs en opleiding. |
|
4.8. |
Het is ook belangrijk adequaat om te gaan met de structurele veranderingen in regio’s en bedrijfstakken die de grootste gevolgen ondervinden van de uitrol van KI. De lidstaten dienen methoden uit te werken om de vaardighedenkloof te dichten en negatieve sociale gevolgen te beperken, bijvoorbeeld door mensen te beschermen die niet op de arbeidsmarkt kunnen worden ingeschakeld. Om te voorkomen dat een digitale kloof ontstaat, moet de toegang tot internet overal gegarandeerd worden. Het EESC ziet de door de Commissie voorgestelde versterking van het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering als een stap in de richting van een volwaardig Europees overgangsfonds om de digitale transformatie op een sociaal verantwoorde manier in goede banen te leiden. |
5. Meer vertrouwen in KI bevorderen
|
5.1. |
Het EESC is ervan overtuigd dat, om de kansen van KI te grijpen, er ook sprake moet zijn van een sterk vertrouwen in KI. Consumenten en werknemers, maar ook werkgevers, ondernemers, investeerders en financiers, verwachten betrouwbaarheid. |
|
5.2. |
De bezorgdheid over KI zal vermoedelijk afnemen naarmate mensen meer inzicht krijgen in wat KI is, hoe het kan worden toegepast en hoe besluiten op dit gebied genomen worden. Op die manier kan het vertrouwen in KI worden vergroot door in te zetten op kritisch denken en door oog te hebben voor fundamentele kwesties als „de controle van mens over machine”en het vooruitzicht dat mensen de controle over hun leven behouden. Anderzijds is vertrouwen afhankelijk van zeer praktische aspecten zoals gebruiksvriendelijkheid. |
|
5.3. |
De Europese deskundigengroep op hoog niveau inzake KI heeft onlangs ethische richtsnoeren voor betrouwbare KI afgekondigd. Het EESC neemt nota van deze richtsnoeren en wijst op het cruciale belang van open, adequate en betrouwbare gegevens, transparantie bij besluiten inzake KI en een inclusieve ontwikkeling en invoering van KI. Het EESC roept ook op tot brede discussies over kwesties als de gevolgen van profiling en de voorwaarden voor het aanvechten van door KI genomen besluiten. |
|
5.4. |
Vanuit het oogpunt van duurzame ontwikkeling hebben de ethische aspecten die thans het voorwerp van discussie zijn vooral betrekking op mensgerelateerde kwesties, waardoor ze onder de sociale dimensie van duurzaamheid vallen. Daarnaast moet bij KI rekening worden gehouden met milieuaspecten, zoals die in verband met de klimaatverandering of de natuurlijke hulpbronnen, waaronder een duurzaam energie- en grondstoffengebruik en het voorkomen van voortijdige veroudering van producten. Voorts vereist economische duurzaamheid dat KI-oplossingen economisch gezond zijn, dat wil zeggen productief, rendabel en concurrerend. |
|
5.5. |
Ook de impact van KI-toepassingen is een element van vertrouwen. Indien KI nuttig is voor de samenleving — in de geest van duurzame ontwikkeling — doordat KI economische welvaart, sociaal en lichamelijk welzijn en milieuvoordelen genereert, kan het als „heilzaam”worden beschouwd. |
|
5.6. |
Het EESC meent dat het vertrouwen in KI kan worden versterkt via een op de burger gericht beleid en door vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld te betrekken bij het uitwerken van beleid en maatregelen op het vlak van KI. De overheid kan het vertrouwen in KI ook versterken door een op de burger gericht bestuur, waar KI een beduidende rol kan spelen door administratieve procedures te vereenvoudigen en beter op individuele behoeften af te stemmen. Daarnaast dient te worden onderzocht welke mogelijkheden bijvoorbeeld blockchaintechnologieën bieden om digitale diensten betrouwbaarder te maken. |
|
5.7. |
De ontwikkeling en de invoering van KI moeten plaatsvinden met volledige inachtneming van de wetgeving, ongeacht of het consumenten-, arbeids- of ondernemingsrecht betreft. Er bestaat veel wetgeving die relevant is voor de ontwikkeling en de inzet van KI. Het EESC roept de Commissie op om haar beoordeling van de relevante wetgeving af te ronden en aan te vullen, bijvoorbeeld op het gebied van veiligheid en aansprakelijkheid, met aandacht voor de doelmatigheid ervan met betrekking tot betrouwbare KI. Ook de haalbaarheid van relevante sectorale regelgeving zou geëvalueerd moeten worden. |
|
5.8. |
Het is echter van het grootste belang dat de benadering en principes van betrouwbare KI worden omarmd en ingevoerd als een integraal onderdeel van de cultuur van iedere afzonderlijke organisatie, zowel in de particuliere als in de publieke sector. KI-ethiek dient niet te worden beschouwd als iets dat losstaat van of verschilt van ethiek in het algemeen. Organisaties dienen ethiek op het vlak van KI in hun algemene strategieën, algemene gedragscodes en gebruikelijke bestuurspraktijken te integreren. Daaronder vallen onder meer het informeren en raadplegen van werknemers, alsook monitoring- en auditsystemen. |
|
5.9. |
Betrouwbare KI kan proactief worden bevorderd door ethische aspecten te integreren in onderwijs en opleidingen voor KI-ontwikkelaars en -gebruikers, alsmede door ethische richtsnoeren op te stellen en ten uitvoer te leggen. Het EESC is bereid om informatie omtrent ethische aspecten te verspreiden onder de actoren van het maatschappelijk middenveld. |
Brussel, 15 mei 2019.
De voorzitter
van het Europees Economisch en Sociaal Comité
Luca JAHIER
(1) PB C 440 van 6.12.2018, blz. 51.
(2) PB C 62 van 15.2.2019, blz. 292.
(3) PB C 288 van 31.8.2017, blz. 43; PB C 440 van 6.12.2018, blz. 1; PB C 345 van 13.10.2017, blz. 52; PB C 190 van 5.6.2019, blz. 17.
(4) COM(2018) 795 final, bijlage.