30.6.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 206/17


Samenvatting van het besluit van de Commissie

van 4 december 2013

inzake een procedure op grond van artikel 101 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en artikel 53 van de EER-overeenkomst

(Zaak AT.39914 — Rentederivaten in euro)

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2013) 8512)

(Slechts de tekst in de Engelse taal is authentiek)

(2017/C 206/07)

Op 4 december 2013 heeft de Commissie een besluit vastgesteld inzake een procedure op grond van artikel 101 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (hierna „het Verdrag” genoemd) en artikel 53 van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (hierna „de EER-overeenkomst” genoemd). Overeenkomstig artikel 30 van Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad  (1) publiceert de Commissie hierbij de namen van de partijen en de belangrijkste punten van het besluit, waaronder de opgelegde sancties, rekening houdende met het rechtmatige belang van de ondernemingen inzake de bescherming van hun bedrijfsgeheimen.

1.   INLEIDING

(1)

De adressaten van het besluit hebben deelgenomen aan één voortdurende inbreuk op artikel 101 van het Verdrag en artikel 53 van de EER-overeenkomst. De inbreuk strekte ertoe de mededinging te beperken en/of te verstoren in de sector van de aan de Euro Interbank Offered Rate (hierna „Euribor” genoemd) en/of de Euro OverNight Index Average (hierna „Eonia” genoemd) gekoppelde rentederivaten in euro (hierna tezamen „EIRD” of „EIRD’s” genoemd).

(2)

De Euribor is een referentierentetarief dat de kosten van interbancaire leningen in euro moet weergeven en dat courant gebruikt wordt op de internationale geldmarkten. De Euribor wordt omschreven als een index van „het tarief waartegen interbancaire termijndeposito’s in euro door een grote bank worden aangeboden aan een andere grote bank binnen de eurozone” (2); deze is gebaseerd op het door individuele panelbanken opgegeven rentetarief („quote”) waartegen volgens hen de ene hypothetische grote bank aan een andere grote bank leningen wil verstrekken (3). Volgens de Euribor Code of Conduct van de European Banking Federation (hierna „EBF” genoemd) „geven panelbanken dagelijks rentetarieven door […] waartegen elke panelbank volgens hen binnen de eurozone interbancaire termijndeposito’s aan een andere grote bank wil verstrekken” (4).

(3)

De Euribor wordt berekend (5) op basis van de rentetarieven van de deelnemende „panelbanken” (6) die iedere handelsdag tussen 10.45 en 11.00 uur (plaatselijke tijd Brussel) worden doorgegeven aan Thomson Reuters, die als calculation agent optreedt voor de European Banking Federation (EBF). Elke panelbank heeft personeel dat verantwoordelijk is voor het doorgeven van de rentetarieven namens die panelbank (zogeheten „submitters”). Deze submitters werken doorgaans op de afdeling liquiditeitsbeheer van de betrokken panelbank. De Euribor wordt elke handelsdag vastgesteld en bekendgemaakt om 11.00 uur plaatselijke tijd Brussel (10.00 uur plaatselijke tijd Londen). Een panelbank levert gegevens aan voor elk van de 15 verschillende Euribor-rentetarieven (één voor elke looptijd, variërend van één week tot twaalf maanden) (zgn. „tenors”).

(4)

De Euribor heeft geen eendagslooptijd (overnight). Daarvoor wordt de Eonia gebruikt, een eendagsrentetarief dat met de hulp van de Europese Centrale Bank (ECB) wordt berekend als een gewogen gemiddelde van alle ongedekte eendagskrediettransacties van bepaalde banken op de interbankenmarkt. De banken die meewerken aan de Eonia, zijn dezelfde als de panelbanken die meewerken aan de Euribor.

(5)

De verschillende Euribor-looptijden (zoals 1, 3, 6 of 12 maanden) worden gebruikt als prijscomponenten voor op de Euribor gebaseerde rentederivaten in euro (EIRD’s). Voor EIRD’s kan de respectieve Euribor-looptijd die op een bepaalde datum afloopt of verlengd wordt, van invloed zijn op de cashflow die een bank ontvangt van de tegenpartij van de EIRD, of de cashflow die een bank nodig heeft om de tegenpartij op die datum te betalen. Een bank kan, afhankelijk van de handelsposities of de blootstelling die haar handelaren hebben ingenomen, er baat bij hebben dat de Euribor hoog wordt vastgesteld (indien ze een op basis van de Euribor berekend bedrag ontvangt), laag wordt vastgesteld (indien ze een op basis van de Euribor berekend bedrag verschuldigd is) of „vlak” is (indien ze geen aanzienlijke posities heeft in beide richtingen).

(6)

Euribor-tarieven komen onder meer tot uiting in de prijsstelling van EIRD’s, wereldwijd verhandelde financiële producten die door kapitaalvennootschappen, financiële instellingen, hefboomfondsen en andere ondernemingen worden gebruikt om hun renterisicoblootstelling te beheren (hedging, zowel voor kredietnemers als beleggers) of voor speculatiedoeleinden (7). De meest voorkomende basis-EIRD’s zijn: i) rentetermijncontracten, ii) renteswaps, iii) renteopties en iv) rentefutures. EIRD’s kunnen onderhands (otc) worden verhandeld of, in het geval van rentefutures, aan de beurs worden verhandeld.

(7)

Het besluit is gericht tot de volgende partijen (hierna tezamen „de adressaten” genoemd):

Barclays plc, Barclays Bank plc, Barclays Directors Limited, Barclays Group Holdings Limited, Barclays Capital Services Limited en Barclays Services Jersey Limited (hierna tezamen „Barclays” genoemd);

Deutsche Bank AG, Deutsche Bank Services (Jersey) Limited en DB Group Services (UK) Limited (hierna tezamen „Deutsche Bank” genoemd);

Société Générale, en

The Royal Bank of Scotland Group plc en The Royal Bank of Scotland plc (hierna tezamen „RBS” genoemd).

(8)

Dit besluit is gebaseerd op feiten zoals die alleen door Barclays, Deutsche Bank, Société Générale en RBS in de schikkingsprocedure zijn aanvaard. Dit besluit stelt geen aansprakelijkheid vast ten aanzien van niet-schikkende partijen voor eventuele betrokkenheid bij een inbreuk op het EU-mededingingsrecht in deze zaak.

(9)

Barclays, Deutsche Bank en Société Générale maakten gedurende de volledige duur van hun betrokkenheid bij de inbreuk deel uit van de Euribor-panelbanken. De RBS-groep ging vanaf 17 oktober 2007 deel uitmaken van de panelbanken, nadat delen van ABN Amro daadwerkelijk waren overgenomen.

2.   BESCHRIJVING VAN DE ZAAK

2.1.   De procedure

(10)

De zaak is ingeleid op basis van een immuniteitsverzoek van Barclays op 14 juni 2011. Tussen 18 en 21 oktober 2011 heeft de Commissie onaangekondigde inspecties uitgevoerd in de lokalen van verschillende banken in Londen en Parijs. Ook heeft de Commissie een reeks verzoeken om inlichtingen gezonden. Na de inspecties ontving de Commissie clementieverzoeken van RBS, Deutsche Bank en Société Générale.

(11)

Bij besluiten van 5 maart 2013 en 29 oktober 2013 heeft de Commissie, met het oog op het aangaan van schikkingsgesprekken, de procedure van artikel 11, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1/2003 ingeleid ten aanzien van de adressaten van het besluit en drie andere banken. Er hebben schikkingsbijeenkomsten plaatsgevonden met de partijen, en de adressaten van het besluit hebben vervolgens hun formele schikkingsverzoek op grond van artikel 10 bis, lid 2, van Verordening (EG) nr. 773/2004 ingediend bij de Commissie.

(12)

Op 29 oktober 2013 heeft de Commissie een mededeling van punten van bezwaar vastgesteld ten aanzien van Barclays, Deutsche Bank, Société Générale en RBS, en alle vier de partijen hebben bevestigd dat deze de inhoud weergaf van hun schikkingsverklaringen en dat ze vasthielden aan het volgen van de schikkingsprocedure. Het Adviescomité voor mededingingsregelingen en economische machtsposities heeft op 29 november 2013 een gunstig advies uitgebracht, waarna de Commissie op 4 december 2013 het besluit heeft vastgesteld.

2.2.   Beschrijving van de gedragingen

(13)

De partijen hebben, door de gedragingen van bepaalde van hun medewerkers, deelgenomen aan regelingen in de EIRD-sector die bestonden in de volgende praktijken tussen verschillende partijen:

a)

bepaalde handelaren die in dienst waren van verschillende partijen, hebben occasioneel hun voorkeuren meegedeeld en/of ontvangen voor een ongewijzigde, lage of hoge fixing voor bepaalde Euribor-looptijden. Deze voorkeuren werden bepaald door hun handelsposities/blootstelling;

b)

bepaalde handelaren van verschillende partijen hebben occasioneel aan elkaar gedetailleerde, niet publiek bekende/beschikbare gegevens over de handelsposities of de voornemens voor in de toekomst op te geven Euribor-rentetarieven voor bepaalde looptijden meegedeeld en/of deze van elkaar ontvangen, en dit van ten minste één van hun banken;

c)

bepaalde handelaren hebben occasioneel ook de mogelijkheden verkend om hun EIRD-handelsposities af te stemmen op basis van de gegevens zoals beschreven onder a) of b);

d)

bepaalde handelaren hebben occasioneel ook de mogelijkheden verkend om de nieuw op te geven rentestanden voor de Euribor van hun bank af te stemmen op basis van de gegevens zoals beschreven onder a) of b);

e)

ten minste één van de bij dat soort overleg betrokken handelaren heeft occasioneel de Euribor-submitters van de betrokken banken benaderd, of aangegeven dat dit soort benadering zou worden gehanteerd, om de bij de calculation agent van de EBF in te dienen rentestand in een bepaalde richting of op een specifiek niveau aan te passen;

f)

ten minste één van de bij dit soort overleg betrokken handelaren heeft aangegeven dat hij occasioneel verslag zou uitbrengen of verslag heeft uitgebracht over het antwoord van de submitters voordat de dagelijkse Euribor-rentetarieven moesten worden ingediend bij de calculation agent of dat hij, in die gevallen waarin die handelaar een en ander al had besproken had met de submitter, dergelijke gegevens heeft doorgespeeld aan een handelaar van een andere partij;

g)

ten minste één handelaar van een partij heeft occasioneel aan een handelaar van een andere partij andere gedetailleerde en gevoelige gegevens onthuld over de handels- of prijszettingsstrategie van zijn bank wat betreft EIRD’s.

(14)

Bovendien hebben bepaalde handelaren die voor verschillende partijen werkten, nadat de Euribor-rentetarieven voor een bepaalde dag waren vastgesteld en bekendgemaakt, occasioneel overlegd over de uitkomsten van de Euribor-tariefstelling, waaronder de opgegeven tarieven van bepaalde banken.

(15)

Elke partij heeft ten minste deelgenomen aan bepaalde van deze gedragingen. Dit alles heeft zich voorgedaan gedurende de hele periode dat de schikkende partijen betrokken waren bij de inbreuk, hoewel niet alle schikkende partijen hebben deelgenomen aan alle gevallen van collusie en de intensiteit van de heimelijke contacten varieerde gedurende de duur van de inbreuk.

(16)

De heimelijke regelingen verliepen via bilaterale contacten, hoofdzakelijk via onlinechats, e-mailberichten en onlineberichten of via telefoongesprekken.

2.3.   Individueel aandeel in de gestelde gedragingen

(17)

In de periode van 29 september 2005 tot en met 30 mei 2008 heeft Barclays zich samen met Deutsche Bank, Société Générale, RBS en drie andere banken ingelaten met bilaterale praktijken die ten minste onder één van de in punt 13 genoemde praktijken vallen, en dit gedurende de duur van de betrokkenheid van elk van deze partijen.

(18)

In de periode van 29 september 2005 tot en met 30 mei 2008 heeft Deutsche Bank zich samen met Barclays, RBS en één andere bank ingelaten met bilaterale praktijken die ten minste onder één van de in punt 13 genoemde praktijken vallen, en dit gedurende de duur van de betrokkenheid van elk van deze partijen.

(19)

In de periode van 31 maart 2006 tot en met 30 mei 2008 heeft Société Générale zich samen met Barclays en RBS ingelaten met bilaterale praktijken die ten minste onder één van de in punt 13 genoemde praktijken vallen, en dit gedurende de duur van de betrokkenheid van elk van deze partijen.

(20)

In de periode van 26 september 2007 tot en met 30 mei 2008 heeft RBS zich samen met Barclays, Deutsche Bank en Société Générale ingelaten met bilaterale praktijken die vallen onder ten minste één van de in punt 13 opgesomde praktijken.

(21)

Zoals opgemerkt in punt 8, wordt in dit besluit geen aansprakelijkheid vastgesteld ten aanzien van niet-schikkende partijen voor eventuele betrokkenheid bij een inbreuk op het EU-mededingingsrecht in deze zaak.

2.4.   Geografische reikwijdte

(22)

De inbreuk bestreek, uit geografisch oogpunt, ten minste de hele EER.

2.5.   Sancties

(23)

In het besluit worden de richtsnoeren boetetoemeting van 2006 (8) toegepast. In het besluit worden geldboeten opgelegd aan de in punt 7 genoemde entiteiten van Deutsche Bank, Société Générale en RBS.

2.5.1.   Basisbedrag van de geldboete

(24)

Het basisbedrag van de geldboete die aan de betrokken ondernemingen moet worden opgelegd, dient te worden bepaald op basis van de waarde van de verkopen, het feit dat de inbreuk naar haar aard tot de meest schadelijke mededingingsbeperkingen behoort, de duur en de geografische omvang van het kartel, het feit dat de collusie verband hield met financiële benchmarks, het cruciale belang dat de betrokken tarieven hebben voor de sector financiële diensten op de interne markt en in de lidstaten, te vermeerderen met een bijkomend bedrag om ondernemingen ervan af te schrikken zich met dit soort onrechtmatige praktijken in te laten.

(25)

De Commissie neemt in de regel de waarde van de verkopen die de ondernemingen gedurende het laatste volledige boekjaar van hun deelname aan de inbreuk hebben behaald, in aanmerking (9). Zij kan van deze praktijk echter afwijken, indien een andere referentieperiode passender is gelet op de kenmerken van de zaak (10).

(26)

Voor deze inbreuk heeft de Commissie de jaarwaarde van de verkopen voor alle schikkende partijen berekend op basis van de cashflow die elke bank heeft ontvangen uit haar respectieve portfolio van met tegenpartijen in de EER aangegane EIRD’s tijdens de maanden die overeenstemmen met hun respectieve deelname aan de inbreuk, verlaagd met een uniforme factor om rekening te houden met de bijzondere kenmerken van de EIRD-sector, zoals het feit dat netting inherent is aan deze sector, d.w.z. dat banken derivaten zowel verkopen als kopen zodat de inkomende betalingen worden verrekend met uitgaande betalingen, en de omvang van de prijsverschillen.

2.5.2.   Aanpassing van het basisbedrag: verzwarende of verzachtende omstandigheden

(27)

De Commissie heeft geen verzwarende of verzachtende omstandigheden in aanmerking genomen.

2.5.3.   Toepassing van het 10 %-omzetplafond

(28)

Krachtens artikel 23, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1/2003 mag de voor elke inbreuk aan elke onderneming opgelegde geldboete niet hoger zijn dan 10 % van de totale omzet die deze in het aan het besluit van de Commissie voorafgaande boekjaar heeft behaald.

(29)

In dit geval bedraagt geen enkele van de geldboeten meer dan 10 % van de totale omzet van een onderneming met betrekking tot het aan de datum van dit besluit voorafgaande boekjaar.

2.5.4.   Toepassing van de clementieregeling van 2006

(30)

De Commissie heeft volledige boete-immuniteit verleend aan Barclays. De Commissie heeft ook een boetevermindering van 50 % toegekend aan RBS, van 30 % aan Deutsche Bank en van 5 % aan Société Générale voor de medewerking die deze partijen aan het onderzoek hebben verleend.

2.5.5.   Toepassing van de mededeling betreffende schikkingsprocedures

(31)

Als gevolg van de toepassing van de mededeling betreffende schikkingsprocedures is het bedrag van de alle schikkende partijen op te leggen geldboeten met 10 % verminderd; deze vermindering kwam boven op eventuele clementiekortingen.

3.   CONCLUSIE

(32)

Overeenkomstig artikel 23, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1/2003 zijn de volgende geldboeten opgelegd:

Onderneming

Geldboete (in EUR)

Barclays

0

Deutsche Bank

465 861 000

Société Générale

445 884 000

RBS

131 004 000


(1)  PB L 1 van 4.1.2003, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 411/2004 (PB L 68 van 6.3.2004, blz. 1).

(2)  http://www.euribor-ebf.eu/euribor-org/about-euribor.html

(3)  Nadere gegevens over de samenstelling van het panel en de procedureregels voor het opgeven van rentetarieven zijn beschreven in de Euribor Code of Conduct van de European Banking Federation, te vinden onder http://www.euribor-ebf.eu/assets/files/Euribor_code_conduct.pdf

(4)  European Banking Federation, Euribor Code of Conduct, blz. 17.

(5)  Van alle rentetarieven die de panelbanken doorgeven, worden de hoogste en de laagste 15 % van de opgegeven rentetarieven geschrapt. De resterende rentetarieven worden gemiddeld en afgerond tot op drie decimalen na de komma.

(6)  Ten tijde van de inbreuk waren er 44 panelbanken; thans zijn het er 25.

(7)  Volgens de Bank voor Internationale Betalingen (BIS) bedroeg de brutomarktwaarde van de uitstaande EIRD’s (http://www.bis.org/statistics/dt21a21b.pdf) 9 067 miljard USD in december 2012 en vertegenwoordigen ze het grootste deel (48 %) van de otc-rentederivaten op de markt.

(8)  PB C 210 van 1.9.2006, blz. 2.

(9)  Punt 13 van de richtsnoeren boetetoemeting.

(10)  Arrest van het Gerecht van 16 november 2011, ASPLA/Commissie, T-76/06, ECLI:EU:T:2011:672, punten 111-113.