EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 30.11.2017
COM(2017) 709 final
2017/0315(NLE)
Voorstel voor een
BESLUIT VAN DE RAAD
betreffende het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt met betrekking tot een wijziging van bijlage XI (Elektronische communicatie, audiovisuele diensten en informatiemaatschappij) bij de EER-overeenkomst
TOELICHTING
1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL
•Motivering en doel van het voorstel
Het ontwerpbesluit van het Gemengd Comité van de EER (dat aan dit voorstel voor een besluit van de Raad is gehecht) beoogt de wijziging van bijlage XI (Elektronische communicatie, audiovisuele diensten en informatiemaatschappij) bij de EER-overeenkomst, om Verordening (EU) nr. 910/2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt erin op te nemen.
De aanpassingen in het bijgaande ontwerpbesluit van het Gemengd Comité van de EER gaan verder dan wat als louter technische aanpassingen kan worden beschouwd in de zin van Verordening nr. 2894/94 van de Raad.
•Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein
Met het bijgaande ontwerpbesluit van het Gemengd Comité van de EER wordt het reeds bestaande EU-beleid uitgebreid tot de EER-/EVA-staten (Noorwegen, IJsland en Liechtenstein).
•Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie
De uitbreiding van de EU-wetgeving tot de EER-/EVA-staten door de opname ervan in de EER-overeenkomst geschiedt conform de doelstellingen en beginselen van deze overeenkomst, met het oog op een dynamische en homogene Europese economische ruimte, gebaseerd op gemeenschappelijke regels en gelijke concurrentievoorwaarden.
2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID
•Rechtsgrondslag
De wetgeving die in de EER-overeenkomst dient te worden opgenomen, is gebaseerd op artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
Overeenkomstig artikel 1, lid 3, van Verordening (EG) nr. 2894/94 van de Raad houdende bepaalde wijzen van toepassing van de EER-overeenkomst stelt de Raad met betrekking tot dit soort besluiten op voorstel van de Commissie het standpunt van de Unie vast.
De EDEO dient in samenwerking met de Commissie het ontwerpbesluit van het Gemengd Comité van de EER bij de Raad in met het oog op vaststelling van het standpunt van de Unie. De EDEO hoopt dit standpunt zo spoedig mogelijk in het Gemengd Comité van de EER te kunnen uiteenzetten.
•Subsidiariteit (voor niet-exclusieve bevoegdheden)
Het voorstel is om de volgende reden in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel.
De doelstelling van dit voorstel, namelijk te zorgen voor de homogeniteit van de interne markt, kan niet voldoende door de lidstaten alleen worden verwezenlijkt en kan derhalve, gezien de gevolgen van de maatregelen, beter op het niveau van de Unie worden verwezenlijkt.
De opname van de EU-wetgeving in de EER-overeenkomst geschiedt conform Verordening (EG) nr. 2894/94 van de Raad van 28 november 1994 houdende bepaalde wijzen van toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, hetgeen een bevestiging is van de gekozen aanpak.
•Evenredigheid
Overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel gaat dit voorstel niet verder dan wat voor de verwezenlijking van deze doelstelling nodig is.
•Keuze van het instrument
Overeenkomstig artikel 98 van de EER-overeenkomst is voor een besluit van het Gemengd Comité van de EER gekozen. Het Gemengd Comité van de EER ziet toe op de doeltreffende uitvoering en werking van de EER-overeenkomst. Het neemt besluiten in de gevallen waarin deze overeenkomst voorziet.
3.RESULTATEN VAN EX-POSTEVALUATIES, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELINGEN
•Bijeenbrengen en gebruik van expertise
Niet van toepassing.
•Effectbeoordeling
Niet van toepassing.
4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING
Er zijn geen gevolgen voor de begroting als gevolg van de opname van Verordening (EU) nr. 910/2014 in de EER-overeenkomst.
5.OVERIGE ELEMENTEN
•Motivering en voorgestelde oplossing:
Artikel 14 van Verordening (EU) nr. 910/2014:
Op grond van artikel 14 van Verordening (EU) nr. 910/2014 worden vertrouwensdiensten die worden verstrekt door in een derde land gevestigde verleners van vertrouwensdiensten, rechtens erkend als gelijkwaardig aan gekwalificeerde vertrouwensdiensten die worden verstrekt door gekwalificeerde, in de EU gevestigde verleners van vertrouwensdiensten, indien de vertrouwensdiensten die afkomstig zijn uit het derde land worden erkend op grond van een overeenkomst, gesloten tussen de EU en het betrokken derde land of een internationale organisatie.
Als gevolg van de opname van Verordening (EU) nr. 910/2014 in de EER-overeenkomst is het in artikel 4 van de verordening vastgelegde internemarktbeginsel van toepassing ten aanzien van alle overeenkomstsluitende partijen van de EER, waardoor een interne markt tussen de EU en de EVA-staten tot stand komt. De EU-overeenkomsten volgens welke, op grond van artikel 14, is toegestaan dat derde landen diensten verlenen op de uitgebreide interne markt (inclusief de EVA-staten), worden evenwel niet gesloten namens de EVA-staten. Omgekeerd doet de EER-overeenkomst geen afbreuk aan de bevoegdheid van de EVA-staten tot sluiting van internationale overeenkomsten met derde landen of internationale organisaties in eigen naam. Derhalve moeten deze overeenkomsten, op voorwaarde dat hierin de in artikel 14, lid 2, vastgestelde normen worden nageleefd, het ook mogelijk maken dat vertrouwensdiensten uit derde landen als gelijkwaardig worden erkend op de uitgebreide interne markt. Bijgevolg moet artikel 14, lid 1, worden aangepast.
Met het oog op de goede werking van de EER-overeenkomst in dit verband dient een uitwisseling van informatie over internationale overeenkomsten inzake markttoegang voor vertrouwensdiensten plaats te vinden binnen het Gemengd Comité van de EER, overeenkomstig artikel 92 van de EER-overeenkomst. Indien nodig plegen de overeenkomstsluitende partijen overleg met het oog op de oplossing van eventuele problemen. Derhalve wordt een aanpassing voorgesteld.
Om gelijke concurrentievoorwaarden op de uitgebreide interne markt te behouden is het van belang dat de in de EVA-staten gevestigde verleners van vertrouwensdiensten zoveel mogelijk profiteren van de wederkerige behandeling die derde landen in het kader van door de EU gesloten overeenkomsten hanteren ten aanzien van ondernemingen uit de EU, aangezien de ondernemingen uit die derde landen daardoor automatisch toegang krijgen tot de markt van de EVA-staten. Het ontwerpbesluit van het Gemengd Comité van de EER bevat derhalve een voorstel om de overeenkomstige aanpassing op te nemen.
De drie voorgestelde aanpassingen zijn in wezen identiek aan de thans in de EER geldende aanpassingen met betrekking tot Richtlijn 1999/93/EG van het Europees Parlement en de Raad, zie punt 51 van bijlage XI bij de EER-overeenkomst.
2017/0315 (NLE)
Voorstel voor een
BESLUIT VAN DE RAAD
betreffende het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt met betrekking tot een wijziging van bijlage XI (Elektronische communicatie, audiovisuele diensten en informatiemaatschappij) bij de EER-overeenkomst
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114, in samenhang met artikel 218, lid 9,
Gezien Verordening (EG) nr. 2894/94 van de Raad van 28 november 1994 houdende bepaalde wijzen van toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en met name artikel 1, lid 3,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)De Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (hierna "de EER-overeenkomst" genoemd) is op 1 januari 1994 in werking getreden.
(2)Overeenkomstig artikel 98 van de EER-overeenkomst kan bijlage XI (Elektronische communicatie, audiovisuele diensten en informatiemaatschappij) bij de EER-overeenkomst bij besluit van het Gemengd Comité van de EER worden gewijzigd.
(3)Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen.
(4)Bijlage XI (Elektronische communicatie, audiovisuele diensten en informatiemaatschappij) bij de EER-overeenkomst dient derhalve dienovereenkomstig te worden gewijzigd.
(5)Het standpunt van de Unie in het Gemengd Comité van de EER dient derhalve te worden gebaseerd op het hieraan gehechte ontwerpbesluit,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het in het Gemengd Comité van de EER namens de Unie in te nemen standpunt met betrekking tot de voorgestelde wijziging van bijlage XI (Elektronische communicatie, audiovisuele diensten en informatiemaatschappij) bij de EER-overeenkomst wordt gebaseerd op het aan dit besluit gehechte ontwerpbesluit van het Gemengd Comité van de EER.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Brussel,
Voor de Raad
De voorzitter
EUROPESE COMMISSIE
Brussel,30.11.2017
COM(2017) 709 final
BIJLAGE
bij het
Voorstel voor een Besluit van de Raad
betreffende het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt met betrekking tot een wijziging van bijlage XI (Elektronische communicatie, audiovisuele diensten en informatiemaatschappij) bij de EER-overeenkomst
BIJLAGE
BESLUIT NR. …/2017 VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER
van
tot wijziging van Bijlage XI (Elektronische communicatie, audiovisuele diensten en informatiemaatschappij) bij de EER-overeenkomst
HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,
Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (hierna "de EER-Overeenkomst" genoemd), en met name artikel 98,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen.
(2)De in de EER-overeenkomst opgenomen Richtlijn 1999/93/EG van het Europees Parlement en de Raad wordt bij Verordening (EU) nr. 910/2014 ingetrokken en moet derhalve uit de EER-overeenkomst worden geschrapt.
(3)Bijlage XI bij de EER-overeenkomst moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
In bijlage XI bij de EER-overeenkomst wordt de tekst van punt 51 (Richtlijn 1999/93/EG van het Europees Parlement en de Raad) vervangen door:
"32014 R 0910: Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG (PB L 257 van 28.8.2014, blz. 73).
De bepalingen van de verordening worden voor de toepassing van deze overeenkomst als volgt aangepast:
a)In artikel 14, lid 1, wordt na "artikel 218, VWEU" het volgende ingevoegd: ", of tussen een EVA-staat en het betrokken derde land of een internationale organisatie".
b)De overeenkomstsluitende partijen stellen elkaar in kennis van de in artikel 14, lid 1, bedoelde onderhandeling en sluiting van overeenkomsten. Op hun verzoek vindt overleg plaats in het Gemengd Comité van de EER.
c)Bij de onderhandeling over overeenkomsten als bedoeld in artikel 14, lid 1, streeft de Europese Unie naar een gelijke behandeling voor gekwalificeerde vertrouwensdiensten die worden verleend door in de EVA-staten gevestigde verleners van gekwalificeerde vertrouwensdiensten.
d)In artikel 51, wat betreft de EVA-staten:
i)wordt in lid 3 "1 juli 2017" vervangen door "zes maanden na de datum van de inwerkingtreding van Besluit nr. …/… van het Gemengd Comité van de EER [onderhavig besluit]";
ii)wordt in lid 4 "2 juli 2017" vervangen door "na zes maanden vanaf de datum van de inwerkingtreding van Besluit nr. …/… van het Gemengd Comité van de EER [onderhavig besluit]".";
Artikel 2
De in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken teksten in de IJslandse en de Noorse taal van Verordening (EU) nr. 910/2014 zijn authentiek.
Artikel 3
Dit besluit treedt in werking op […], op voorwaarde dat alle in artikel 103, lid 1, van de EER-overeenkomst bedoelde kennisgevingen hebben plaatsgevonden.
Artikel 4
Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel,
Voor het Gemengd Comité van de EER
De voorzitter
De secretarissen
van het Gemengd Comité van de EER