EUROPESE COMMISSIE
Brussels, 21.11.2017
COM(2017) 672 final
2017/0306(NLE)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN DE RAAD
tot vaststelling, voor 2018, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden in de Zwarte Zee
EUROPESE COMMISSIE
Brussels, 21.11.2017
COM(2017) 672 final
2017/0306(NLE)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN DE RAAD
tot vaststelling, voor 2018, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden in de Zwarte Zee
TOELICHTING
1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL
·Motivering en doel van het voorstel
Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad moet ervoor zorgen dat de levende aquatische hulpbronnen vanuit economisch, ecologisch en sociaal oogpunt duurzaam worden geëxploiteerd. Een belangrijk instrument in dit verband is de jaarlijkse vaststelling van de vangstmogelijkheden.
Het doel van dit voorstel is voor 2018 de vangstmogelijkheden van de lidstaten vast te stellen voor de in commercieel opzicht belangrijkste visbestanden in de Zwarte Zee.
Voor sprot is het voorstel gebaseerd op het wetenschappelijke advies voor een autonoom quotum, teneinde het huidige niveau van visserijsterfte te handhaven.
Voor tarbot is het voorstel gebaseerd op de TAC en quota zoals vastgesteld bij GFCM-aanbeveling (GFCM/41/2017/4) inzake een meerjarig beheersplan voor de tarbotvisserij in geografisch deelgebied 29 (Zwarte Zee).
·Algemene context
·In de mededeling van de Commissie betreffende een raadpleging over de vangstmogelijkheden voor 2018 (COM(2017) 368 final) wordt de achtergrond van het voorstel geschetst.
·De vangstmogelijkheden moeten worden vastgesteld overeenkomstig artikel 16, lid 1 (beginsel van relatieve stabiliteit) en artikel 16, lid 4 (doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid en de voorschriften in meerjarenplannen).
De bestanden in de Zwarte Zee die worden bevist door Bulgarije en Roemenië, worden gedeeld met niet-EU-landen zoals Turkije, Oekraïne, Georgië en de Russische Federatie. Tot 2016 hadden de EU- en de niet-EU-landen op regionaal niveau echter geen totale toegestane vangsten (TAC's) vastgesteld. De Europese Unie heeft sinds 2008 elk jaar autonome quota voor tarbot- en sprotbestanden vastgesteld om ervoor te zorgen dat de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB) worden toegepast.
Het wetenschappelijke advies inzake de vangstmogelijkheden in de Zwarte Zee voor 2018 is aangeleverd door het WTECV tijdens de zitting van september 2017.
De visserij op sprot is van groot sociaaleconomisch belang voor de oeverstaten van de Zwarte Zee. Volgens de beoordeling 2015-2016 van het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij (WTECV) met betrekking tot de Zwarte Zee bedroeg het aandeel van de EU-landen in de vangsten van sprot in de Zwarte Zee in 2014 4 %, in 2013 14 % en in 2012 9 % van de officiële, aangemelde aanlandingen. Volgens het verslag van de zitting van 2017 van de Algemene Visserijcommissie voor de Middellandse Zee (GFCM) wordt het sprotbestand in de Zwarte Zee duurzaam geëxploiteerd. Het is echter noodzakelijk het huidige niveau van visserijsterfte op 11 475 ton te handhaven om de duurzaamheid van het sprotbestand in de Zwarte Zee te waarborgen.
De visserij op tarbot is van groot sociaaleconomisch belang voor de oeverstaten van de Zwarte Zee. Op haar 41e jaarlijkse vergadering in 2017 heeft de GFCM een aanbeveling voor een meerjarig beheersplan voor de tarbotvisserij in geografisch deelgebied 29 (Zwarte Zee) goedgekeurd. In aanbeveling GFCM/41/2017/4 wordt een totale toegestane vangst voor tarbot (644 ton) voor de volgende twee jaar, 2018 en 2019, vastgesteld, met een tijdelijke toewijzing van quota aan de overeenkomstsluitende partijen. Indien in het advies van de GFCM-werkgroep inzake de Zwarte Zee van 2018 niet wordt bevestigd dat de gunstige ontwikkeling van de visserijsterfte in de richting van een herstel van de omvang van het tarbotbestand van de Zwarte Zee zich voortzet, kunnen de TAC's en quota door de GFCM worden herzien. Voor de EU bedraagt het toegewezen quotum 114 ton in 2018. De TAC en quota voor tarbot, het beheer van de visserijinspanning, de beperking van het aantal visdagen tot 180 per jaar en de thans geldende sluitingsperiode van twee maanden, van 15 april tot en met 15 juni, moeten in deze verordening worden omgezet.
Overeenkomstig artikel 2 van Verordening (EG) nr. 847/96 van de Raad 1 wordt voorgesteld de artikelen 3 en 4 van die verordening niet toe te passen op de onder deze verordening vallende bestanden. Daartegenover staat dat overeenkomstig artikel 15, lid 9, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 de daar bedoelde jaarflexibiliteit van toepassing is op bestanden waarvoor de aanlandingsverplichting geldt.
·Bestaande bepalingen op het door het voorstel bestreken gebied
De vangstmogelijkheden en de verdeling daarvan over de lidstaten worden jaarlijks vastgesteld. De recentste rechtshandeling hieromtrent is Verordening (EU) 2016/2372 van de Raad van 19 december 2016 tot vaststelling, voor 2017, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden in de Zwarte Zee 2 .
Naast de jaarlijkse vangstmogelijkheden zijn de volgende maatregelen van toepassing op de onder dit voorstel vallende visserijen in de Zwarte Zee. De Commissie werkt aan het voorstel ter omzetting van de GFCM-aanbevelingen, maar sommige daarvan zijn intrinsiek verbonden met de jaarlijkse vangstmogelijkheden, zodat daarmee in dit voorstel rekening moet worden gehouden:
–Voor de tarbotvisserij in de Zwarte Zee zijn de op de instandhouding gerichte minimummaten en de minimummaaswijdten vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 227/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 13 maart 2013 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 850/98 van de Raad voor de instandhouding van de visbestanden via technische maatregelen voor de bescherming van jonge exemplaren van mariene organismen 3 en Verordening (EG) nr. 1434/98 van de Raad tot vaststelling van de voorwaarden waarop haring mag worden aangevoerd voor andere industriële doeleinden dan rechtstreekse menselijke consumptie.
–Aanbeveling GFCM/37/2013/2 tot vaststelling van een reeks minimumnormen voor de visserij op tarbot met geankerde kieuwnetten en de instandhouding van walvisachtigen in de Zwarte Zee – aangenomen door de Algemene Visserijcommissie voor de Middellandse Zee (GFCM) tijdens haar 37e zitting (Split, mei 2013).
–Aanbeveling GFCM/39/2015/3 tot vaststelling van een reeks maatregelen teneinde illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij op tarbot in de Zwarte Zee te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen – aangenomen door de Algemene Visserijcommissie voor de Middellandse Zee (GFCM) tijdens haar 39e zitting (Milaan, mei 2015).
–De in de context van een door de GFCM georganiseerde bijeenkomst op hoog niveau inzake visserijgovernance in de Zwarte Zee in oktober 2016 bekrachtigde Verklaring van Boekarest 4 . De Conferentie heeft haar goedkeuring gehecht aan deze verklaring, waarin wordt onderstreept dat er gemeenschappelijke en collaboratieve benaderingen tussen de oeverstaten nodig zijn om de duurzaamheid van de visserij in de Zwarte Zee te verbeteren.
–De meerjarenstrategie van de GFCM voor de periode 2017-2020, gericht op de duurzaamheid van de visserij in de Middellandse Zee en de Zwarte Zee 5 , in het kader waarvan, onder andere, een reeks maatregelen ter versterking van de visserijgovernance in de Zwarte Zee op multilateraal niveau is vastgesteld.
–De verbintenissen die Bulgarije en Roemenië in december 2016 in het kader van de verordening inzake vangstmogelijkheden voor 2017 hebben aangegaan om de controle te verbeteren, IOO-visserij te bestrijden en een reeks maatregelen voor tarbot en doornhaai uit te voeren, worden efficiënt ten uitvoer gelegd. Zowel Bulgarije als Roemenië heeft een reeks maatregelen genomen, namelijk om de vismachtigingen te beperken tot de niveaus van 2016, om alle vangsten, met inbegrip van vangsten onder 50 kg, te registreren, en om de marktinspecties en inspecties op zee en gezamenlijke inspecties onder auspiciën van het EBVC op te voeren.
·Samenhang met andere beleidsgebieden en doelstellingen van de EU
De voorgestelde maatregelen zijn in overeenstemming met de doelstellingen en voorschriften van het gemeenschappelijk visserijbeleid en met het beleid van de Unie inzake duurzame ontwikkeling.
2.RESULTATEN VAN DE RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDE PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELINGEN
·Bijeenbrengen en gebruik van expertise
Belangrijkste geraadpleegde organisaties en deskundigen
De geraadpleegde wetenschappelijke organisatie is het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij (WTECV).
De Unie verzoekt het WTECV elk jaar om wetenschappelijk advies over de toestand van de belangrijke visbestanden. Het WTECV brengt zijn adviezen uit op basis van de door de Commissie verstrekte taakomschrijving. Het meest recente en accurate advies op het moment waarop dit voorstel in de Raad wordt besproken, zal betrekking hebben op alle bestanden in de Zwarte Zee waarvoor quota worden voorgesteld.
Het uiteindelijke doel is de bestanden op een niveau te brengen en/of te houden waarmee de maximale duurzame opbrengst kan worden gehaald. Dit doel is uitdrukkelijk opgenomen in artikel 2, lid 2, van de basisverordening voor het GVB, waar is bepaald dat dit exploitatieniveau "indien mogelijk tegen 2015, en [...] voor alle bestanden uiterlijk 2020 [moet worden] verwezenlijkt". Dit sluit aan op de toezeggingen van de Unie met betrekking tot de conclusies van de wereldtop over duurzame ontwikkeling (Johannesburg 2002) en het bijbehorende uitvoeringsplan.
·Raadpleging van belanghebbende partijen
De belanghebbende partijen zijn geraadpleegd via de mededeling van de Commissie betreffende de raadpleging over de vangstmogelijkheden voor 2018. De wetenschappelijke basis voor het voorstel zal worden aangeleverd door het WTECV. Alle verslagen van het WTECV zijn beschikbaar op de website van DG MARE.
·Effectbeoordeling
Op EU-niveau wordt het risico op negatieve gevolgen voor het herstel van de bestandspopulatie ingeperkt door aanvullende controlemaatregelen die door Roemenië en Bulgarije worden ingevoerd en geïmplementeerd overeenkomstig hun toezeggingen in het kader van de aanneming van de verordening tot vaststelling, voor 2017, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden in de Zwarte Zee.
Op multilateraal niveau wordt het risico op negatieve gevolgen voor het herstel van de bestandspopulatie beperkt door een aantal nieuwe maatregelen: 1) de vaststelling op de 41e jaarlijkse vergadering van de GFCM van het regionale actieplan ter bestrijding van IOO-visserij van de GFCM, 2) de uitvoering op multilateraal niveau van het GFCM-project "BlackSea4Fish", dat regionale samenwerking op het gebied van wetenschappelijke gegevens omvat, en 3) de vaststelling op de 41e jaarlijkse vergadering van de GFCM van een meerjarig beheersplan voor de tarbotvisserij in de Zwarte Zee (GSA 29). Dit plan gaat uit van een tweefasebenadering: (a) de vangstbeperking voor twee jaar (2018-2019) en een proefproject voor inspectie op zee; (b) een TAC met een verdeelsleutel met een permanent inspectieprogramma tegen 2020. De in het plan opgenomen herzieningsclausule zal het mogelijk maken de TAC en quota volgend jaar opnieuw te bekijken indien het wetenschappelijke advies niet bevestigt dat de gunstige ontwikkeling van de visserijsterfte zich voortzet. Dit plan zal bijdragen aan de doelmatige bestrijding van IOO-activiteiten en het goede beheer van het tarbotbestand door alle oeverstaten.
Het voorstel is niet alleen gericht op de korte termijn, maar past ook in de langeretermijnaanpak om de visserij geleidelijk op een niveau te brengen dat duurzaam is op lange termijn.
De voorgestelde benadering kan daarom op middellange termijn resulteren in een verlaging van de visserijinspanning, maar op de lange termijn in stabiele of zelfs stijgende quota. Op lange termijn zal deze aanpak wellicht resulteren in een beperktere impact op het milieu omdat de visserijinspanning en de vangstmogelijkheden worden aangepast. De duurzaamheid van de visserijactiviteiten zal op lange termijn toenemen.
3.JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET VOORSTEL
·Samenvatting van de voorgestelde maatregel(en)
Om de met het gemeenschappelijk visserijbeleid beoogde totstandbrenging van biologisch, economisch en sociaal duurzame visserijen te verwezenlijken, wordt in dit voorstel vastgesteld welke vangstbeperkingen in de Zwarte Zee gelden voor de visserijen van de Unie.
·Rechtsgrondslag
De rechtsgrondslag van dit voorstel is artikel 43, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
De verplichting van de Unie om de levende aquatische rijkdommen op duurzame wijze te exploiteren, vloeit voort uit de verplichtingen die zijn vastgelegd in artikel 2 van de basisverordening voor het GVB.
·Subsidiariteitsbeginsel
Het voorstel valt onder de exclusieve bevoegdheid van de Unie, zoals bedoeld in artikel 3, lid 1, onder d), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Het subsidiariteitsbeginsel is derhalve niet van toepassing.
·Evenredigheidsbeginsel
Het voorstel is om de volgende reden in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel.
Het gemeenschappelijk visserijbeleid is een gemeenschappelijk beleid. Krachtens artikel 43, lid 3, VWEU is het aan de Raad om maatregelen tot vaststelling en verdeling van de vangstmogelijkheden vast te stellen.
Krachtens de voorgestelde verordening van de Raad worden de vangstmogelijkheden over de lidstaten verdeeld. Met inachtneming van artikel 16, leden 6 en 7, en artikel 17 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 mogen de lidstaten deze mogelijkheden naar eigen goeddunken verdelen over de vaartuigen die hun vlag voeren. De lidstaten kunnen dus met een ruime mate aan vrijheid en conform het sociale en economische model van hun keuze beslissen hoe zij de aan hen toegewezen vangstmogelijkheden benutten.
Het voorstel heeft geen nieuwe financiële gevolgen voor de lidstaten. De Raad stelt elk jaar een verordening als de onderhavige vast, en de openbare en particuliere middelen voor de tenuitvoerlegging van deze verordening zijn reeds beschikbaar.
·Keuze van instrumenten
Voorgesteld instrument: verordening.
Dit is een voorstel voor visserijbeheer op basis van artikel 43, lid 3, VWEU, en overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1380/2013.
4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING
Het voorstel heeft geen gevolgen voor de begroting van de Unie.
2017/0306 (NLE)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN DE RAAD
tot vaststelling, voor 2018, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden in de Zwarte Zee
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 43, lid 3,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
1)Overeenkomstig artikel 43, lid 3, van het Verdrag moet de Raad op voorstel van de Commissie de maatregelen vaststellen voor de vaststelling en verdeling van de vangstmogelijkheden.
2)Krachtens Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad 6 moeten instandhoudingsmaatregelen worden vastgesteld met inachtneming van de beschikbare wetenschappelijke, technische en economische adviezen, met inbegrip van, waar toepasselijk, de verslagen van het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij (WTECV).
3)De Raad moet maatregelen vaststellen voor de vaststelling en de verdeling van de vangstmogelijkheden in de Zwarte Zee per visserij of groep visserijen, inclusief, in voorkomend geval, bepaalde voorwaarden die er functioneel verband mee houden. In artikel 16, leden 1 en 4, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 is bepaald dat de vangstmogelijkheden zo tussen de lidstaten moeten worden verdeeld dat de relatieve stabiliteit van de visserijactiviteiten van iedere lidstaat voor elk visbestand of elke visserij wordt gewaarborgd en dat de in artikel 2, lid 2, van die verordening vastgestelde doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid in acht worden genomen.
4)Op haar 41e jaarlijkse vergadering in 2017 heeft de Algemene Visserijcommissie voor de Middellandse Zee (GFCM) Aanbeveling GFCM/40/2017/4 inzake een meerjarig beheersplan voor de tarbotvisserij in geografisch deelgebied 29 (Zwarte Zee) aangenomen (GSA 29). In de aanbeveling wordt een totale toegestane vangst voor tarbot voor twee jaar (2018-2019) met een tijdelijke toewijzing van quota vastgesteld. Die maatregel moet in het recht van de Unie worden omgezet.
5)De vangstmogelijkheden dienen te worden vastgesteld op basis van de beschikbare wetenschappelijke adviezen, met inachtneming van de biologische en sociaaleconomische aspecten, waarbij een gelijke behandeling van de verschillende visserijsectoren moet worden gegarandeerd, en in het licht van de standpunten die tijdens de raadpleging van de belanghebbende partijen naar voren zijn gebracht.
6) Overeenkomstig het beschikbare wetenschappelijke advies van het WTECV is het noodzakelijk het huidige niveau van visserijsterfte te handhaven om de duurzaamheid van het sprotbestand in de Zwarte Zee te waarborgen.
7)Voor visserijen op sprot is de in artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 bedoelde aanlandingsverplichting van toepassing sinds 1 januari 2015. Voor visserijen op tarbot is de in artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 bedoelde aanlandingsverplichting van toepassing sinds 1 januari 2017.
8)De bij deze verordening vastgestelde vangstmogelijkheden moeten worden gebruikt overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad 7 , en met name de artikelen 33 en 34 van die verordening betreffende de registratie van de vangsten, respectievelijk de melding van gegevens over de uitputting van de vangstmogelijkheden. Derhalve dient te worden gepreciseerd welke codes de lidstaten moeten gebruiken wanneer zij de Commissie gegevens toesturen over aanlandingen van onder deze verordening vallende bestanden.
8)Overeenkomstig artikel 2 van Verordening (EG) nr. 847/96 van de Raad 8 moet worden bepaald op welke bestanden de verschillende, in die verordening vervatte maatregelen van toepassing zijn.
9)Met betrekking tot het tarbotbestand moeten verdere herstelmaatregelen worden genomen. De handhaving van de thans geldende sluitingsperiode van twee maanden, van 15 april tot en met 15 juni, zou verder bescherming bieden aan het bestand gedurende het paaiseizoen van tarbot. Het beheer van de visserijinspanning en de beperking van het aantal visdagen tot 180 per jaar, zou een positief effect op de instandhouding van het tarbotbestand hebben.
10)Om een onderbreking van de visserijactiviteiten te voorkomen en om het inkomen van de vissers in de Unie veilig te stellen, dienen de hier bedoelde visserijen op 1 januari 2018 met hun activiteiten in de Zwarte Zee van start te kunnen gaan. Gezien de urgentie dient deze verordening onmiddellijk na de bekendmaking ervan in werking te treden.
11)De vangstmogelijkheden moeten in volledige overeenstemming met het toepasselijke recht van de Unie worden gebruikt,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
HOOFDSTUK I
Onderwerp, toepassingsgebied en definities
Artikel 1
Onderwerp
Bij deze verordening worden voor 2018 de vangstmogelijkheden vastgesteld die voor de volgende bestanden beschikbaar zijn voor vissersvaartuigen van de Unie die de vlag van Bulgarije of Roemenië voeren:
a) sprot (Sprattus sprattus) in de Zwarte Zee;
b) tarbot (Psetta maxima) in de Zwarte Zee.
Artikel 2
Toepassingsgebied
Deze verordening is van toepassing op vissersvaartuigen van de Unie die de vlag van Bulgarije of Roemenië voeren en actief zijn in de Zwarte Zee.
Artikel 3
Definities
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
a)"GFCM": de Algemene Visserijcommissie voor de Middellandse Zee;
b)"Zwarte Zee": het geografische deelgebied 29 als omschreven in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1343/2011 van het Europees Parlement en de Raad 9 ;
c)"vissersvaartuig": elk vaartuig dat is uitgerust voor de commerciële exploitatie van mariene biologische rijkdommen;
d)"vissersvaartuig van de Unie": een vissersvaartuig dat de vlag van een lidstaat voert en in de Unie is geregistreerd;
e) "bestand": in een bepaald beheersgebied voorkomende biologische rijkdom van de zee;
f)"autonoom quotum van de Unie": vangstbeperking die autonoom aan vissersvaartuigen van de Unie wordt toegewezen bij gebrek aan een overeengekomen totale toegestane vangst (TAC);
g)"analytisch quotum": een autonoom quotum van de Unie waarvoor een analytische beoordeling beschikbaar is.
HOOFDSTUK II
Vangstmogelijkheden
Artikel 4
Verdeling van de vangstmogelijkheden
1. Het autonome quotum van de Unie voor sprot, de verdeling van dat quotum over de lidstaten en, in voorkomend geval, de voorwaarden die er functioneel verband mee houden, zijn opgenomen in de bijlage.
2. De TAC voor tarbot, welke in de wateren van de Unie en voor vissersvaartuigen van de Unie van toepassing is, en de verdeling van die TAC over de lidstaten en, in voorkomend geval, de voorwaarden die er functioneel verband mee houden, zijn opgenomen in de bijlage.
Artikel 5
Bijzondere bepalingen inzake de verdeling
De vangstmogelijkheden worden overeenkomstig deze verordening over de lidstaten verdeeld onverminderd:
a)het ruilen van vangstmogelijkheden op grond van artikel 16, lid 8, van Verordening (EU) nr. 1380/2013;
b)kortingen en nieuwe toewijzingen op grond van artikel 37 van Verordening (EG) nr. 1224/2009;
c)verlagingen op grond van de artikelen 105 en 107 van Verordening (EG) nr. 1224/2009.
Artikel 6
Beheer van de visserijinspanning voor tarbot
Het aantal visdagen voor vissersvaartuigen van de Unie die in de Zwarte Zee op tarbot mogen vissen, bedraagt, ongeacht de lengte over alles van de vaartuigen, niet meer dan 180 per jaar.
HOOFDSTUK III
Slotbepalingen
Artikel 7
Toezending van gegevens
Wanneer de lidstaten overeenkomstig de artikelen 33 en 34 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 gegevens met betrekking tot de aanlanding van hoeveelheden gevangen vis aan de Commissie melden, gebruiken zij daarvoor de in de bijlage bij deze verordening vermelde bestandscodes.
Artikel 8
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2018.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Done at Brussels,
Voor de Raad
De voorzitter
EUROPESE COMMISSIE
Brussel,21.11.2017
COM(2017) 672 final
BIJLAGE
bij
Voorstel voor een Verordening van de Raad
tot vaststelling, voor 2018, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden in de Zwarte Zee
BIJLAGE
|
Soort: |
Sprot |
Gebied: |
Wateren van de Unie in de Zwarte Zee |
||||
|
Sprattus sprattus |
(SPR/F37.4.2.C) |
||||||
|
Bulgarije |
8 032,50 |
Analytisch quotum Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|||||
|
Roemenië |
3 442,50 |
||||||
|
Unie |
11 475 |
||||||
|
TAC |
Niet relevant/niet overeengekomen |
||||||
|
|
Tarbot |
Gebied: |
Wateren van de Unie in de Zwarte Zee |
||||
|
Psetta maxima |
(TUR/F37.4.2.C) |
||||||
|
Bulgarije |
57 |
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|||||
|
Roemenië |
57 |
||||||
|
Unie |
114 |
(*) |
|||||
|
TAC |
644 |
||||||
|
_________ |
|||||||
|
(*) Van 15 april tot en met 15 juni 2018 is het verboden te vissen en vis over te laden, aan boord te nemen, aan te landen of voor eerste verkoop aan te bieden.
|
|||||||