Brussel, 10.11.2017

COM(2017) 659 final

2017/0296(NLE)

Voorstel voor een

UITVOERINGSBESLUIT VAN DE RAAD

waarbij de Republiek Letland wordt gemachtigd een bijzondere maatregel toe te passen die afwijkt van artikel 287 van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde


TOELICHTING

Overeenkomstig artikel 395, lid 1, van Richtlijn 2006/112/EG van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde 1 (hierna "de btw-richtlijn" genoemd) kan de Raad op voorstel van de Commissie met eenparigheid van stemmen elke lidstaat machtigen bijzondere, van de bepalingen van deze richtlijn afwijkende maatregelen te treffen, teneinde de belastinginning te vereenvoudigen of bepaalde vormen van belastingfraude of -ontwijking te voorkomen.

Bij brief, ingekomen bij de Commissie op 3 juli 2017, heeft Letland verzocht om een maatregel te mogen blijven toepassen die afwijkt van artikel 287 van de btw-richtlijn, zodat het belastingplichtigen met een jaaromzet onder een bepaalde drempel van btw kan vrijstellen. Na een herbeoordeling van de toepassing van de vorige drempel heeft Letland verzocht om de vrijstellingsdrempel van 50 000 EUR tot 40 000 EUR te verlagen.

Overeenkomstig artikel 395, lid 2, van de btw-richtlijn heeft de Commissie de overige lidstaten bij brief van 13 september 2017 over het verzoek van Letland geïnformeerd. Bij brief van 14 september 2017 heeft de Commissie Letland meegedeeld dat zij over alle gegevens beschikte die zij nodig achtte voor de beoordeling van het verzoek.

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel van het voorstel

Overeenkomstig hoofdstuk 1 van titel XII van de btw-richtlijn kunnen de lidstaten een bijzondere regeling voor kleine ondernemingen toepassen, waarbij zij onder meer de mogelijkheid hebben om belastingplichtigen van wie de jaaromzet onder een bepaalde drempel blijft, van btw vrij te stellen. Deze vrijstelling houdt in dat de belastingplichtige geen btw in rekening hoeft te brengen over zijn prestaties, maar bijgevolg ook geen voorbelasting kan aftrekken.

Volgens punt 10 van artikel 287 van de btw-richtlijn mag Letland vrijstelling van btw verlenen aan belastingplichtigen met een jaaromzet die ten hoogste gelijk is aan de tegenwaarde van 17 200 EUR in de nationale munteenheid tegen de op de dag van zijn toetreding geldende omrekeningskoers. Bij Uitvoeringsbesluit 2010/584/EU van de Raad 2 is Letland gemachtigd om een hogere drempel toe te passen en vrijstelling van btw te verlenen aan belastingplichtigen met een jaaromzet van niet meer dan 50 000 EUR. Deze maatregel werd verlengd bij Uitvoeringsbesluit 2014/796/EU van de Raad 3 , dat op 31 december 2017 verstrijkt. Letland verzoekt om de maatregel met ingang van 1 januari 2018 te verlengen en tegelijkertijd de vrijstellingsdrempel van 50 000 EUR tot 40 000 EUR te verlagen.

Volgens de door Letland verstrekte informatie zou het verlagen van de btw-drempel van 50 000 tot 40 000 EUR het aantal btw-plichtigen met ongeveer 650 doen toenemen, vooral in de sectoren waarin juridische en boekhoudkundige diensten worden verleend, de detailhandel (met uitzondering van de handel in auto's en motorfietsen), de teelt van gewassen en vee, de jacht en aanverwante dienstverlenende activiteiten.

Het bedrag aan voorbelasting bij btw-plichtigen met een jaaromzet van niet meer dan 40 000 EUR in het jaar 2015 was doorgaans hoger dan het bedrag van de aan de nationale begroting af te dragen btw, dus de kosten van de staat om de btw van deze personen te innen zouden hoger liggen dan de verwachte inkomsten.

Aangezien de huidige drempel van Letland van 50 000 EUR bovendien hoger is dan in alle benchmarklanden, met name in vergelijking met de buurlanden (45 000 EUR in Litouwen en 40 000 EUR in Estland), zijn de btw-drempels opnieuw geëvalueerd. De voordelen van het verminderen van de fiscale beheer- en nalevingskosten zijn zorgvuldig afgezet tegen de concurrentieverstoringen als gevolg van de verschillende behandeling van belastingplichtigen aan beide zijden van de btw-drempel.

Belastingplichtigen van wie de omzet niet hoger is dan de drempel, zullen nog altijd de mogelijkheid hebben om voor de btw geïdentificeerd te worden.

Gelet op het feit dat Letland gemachtigd is om belastingplichtigen met een jaaromzet die niet hoger is dan de drempel van 50 000 EUR gedurende een periode van zeven jaar van btw vrij te stellen en dat het de situatie opnieuw heeft geëvalueerd, lijkt een lagere drempel aanvaardbaar. Daarom wordt voorgesteld Letland toe te staan voor kleine en middelgrote ondernemingen de vrijstellingsdrempel te verlagen van 50 000 EUR tot 40 000 EUR tot en met 31 december 2020 of, indien deze vroeger valt, de datum van inwerkintreding van een richtlijn waarin een drempelbedrag wordt vastgesteld voor de jaaromzet waaronder een belastingplichtige van btw kan worden vrijgesteld.

Samenhang met de huidige bepalingen op dit beleidsgebied

Aan andere lidstaten zijn reeds soortgelijke derogaties toegestaan. België 4 mag een drempel toepassen van 25 000 EUR, Luxemburg 5 een drempel van 30 000 EUR, Polen 6 en Estland 7  een drempel van 40 000 EUR, Litouwen 8  een drempel van 45 000 EUR, Slovenië 9  een drempel van 50 000 EUR, en Italië 10 een drempel van 65 000 EUR.

Derogaties van de btw-richtlijn moeten steeds in de tijd worden beperkt, zodat de gevolgen ervan kunnen worden beoordeeld. Bovendien worden de bepalingen van de artikelen 281 tot en met 294 van de btw-richtlijn betreffende de bijzondere regeling voor kleine ondernemingen momenteel geëvalueerd. Zoals in het btw-actieplan 11 en het werkprogramma van de Commissie voor 2017 12 werd aangekondigd, is het de bedoeling het voorstel van de Commissie uiterlijk eind 2017 te presenteren in de vorm van een breed pakket vereenvoudigingsmaatregelen.

Daarom wordt voorgesteld de maatregel te verlengen tot en met 31 december 2020 of tot de datum van inwerkingtreding van een richtlijn houdende wijziging van de bepalingen van de btw-richtlijn betreffende de bijzondere regeling voor kleine ondernemingen.

Samenhang met andere beleidsgebieden van de Unie

De maatregel is in overeenstemming met de doelstellingen van de Unie voor kleine bedrijven zoals die zijn uiteengezet in de mededeling van de Commissie "Denk eerst klein" — Een "Small Business Act" voor Europa" 13 , waarin de lidstaten worden opgeroepen om bij de opstelling van wetgeving rekening te houden met de bijzondere kenmerken van kleine en middelgrote bedrijven en het bestaande regelgevingskader te vereenvoudigen.

2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Rechtsgrondslag

Artikel 395 van de btw-richtlijn.

Subsidiariteit (voor niet-exclusieve bevoegdheden)

Gelet op de bepaling in de btw-richtlijn die de grondslag voor het voorstel vormt, is het subsidiariteitsbeginsel niet van toepassing.

Evenredigheid

Dit besluit betreft een machtiging die wordt verleend aan een lidstaat op diens eigen verzoek, en houdt geen enkele verplichting in.

Gezien de beperkte werkingssfeer van de derogatie staat de bijzondere maatregel in verhouding tot het beoogde doel, namelijk een vereenvoudiging voor een extra aantal kleine belastingplichtigen en voor de belastingdienst.

Keuze van het instrument

Voorgesteld instrument: uitvoeringsbesluit van de Raad.

Overeenkomstig artikel 395 van Richtlijn 2006/112/EG van de Raad kan slechts van de normale btw-regels worden afgeweken indien de Raad een lidstaat daartoe op voorstel van de Commissie met eenparigheid van stemmen machtigt. Een uitvoeringsbesluit van de Raad is het aangewezen instrument, omdat het tot een individuele lidstaat kan worden gericht.

3.RESULTATEN VAN EX-POSTEVALUATIES, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELINGEN

Raadpleging van belanghebbenden

Dit voorstel is gebaseerd op een verzoek van Letland en heeft uitsluitend betrekking op deze lidstaat.

Bijeenbrengen en benutten van deskundigheid

Er behoefde geen beroep te worden gedaan op externe deskundigheid.

Effectbeoordeling

Het voorstel voor een uitvoeringsbesluit van de Raad machtigt Letland om vrijstelling van btw te blijven verlenen aan belastingplichtigen met een jaaromzet van niet meer dan 40 000 EUR. Belastingplichtigen van wie de belastbare omzet onder de drempel blijft, hoeven zich niet voor de btw te identificeren; dankzij de maatregel zullen zij dus te maken hebben met minder administratieve lasten, aangezien zij geen btw-administratie meer zullen moeten voeren of een btw-aangifte moeten indienen.

Volgens Letland zal de drempel van 40 000 EUR geen noemenswaardige invloed hebben op de btw-opbrengsten. In tegendeel: uit een analyse van de btw-aangiften die zijn ingediend door marktdeelnemers met een jaaromzet tussen 40 000 EUR en 50 000 EUR blijkt dat de totale btw-inkomsten met 5,9 miljoen EUR zullen stijgen wanneer een drempel van 40 000 EUR voor de btw-registratie wordt ingevoerd.

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Het voorstel heeft geen gevolgen voor de EU-begroting omdat Letland een compensatieberekening zal verrichten overeenkomstig artikel 6 van Verordening (EEG, Euratom) nr. 1553/89 van de Raad.

5.OVERIGE ELEMENTEN

Het voorstel bevat een vervalbepaling.

2017/0296 (NLE)

Voorstel voor een

UITVOERINGSBESLUIT VAN DE RAAD

waarbij de Republiek Letland wordt gemachtigd een bijzondere maatregel toe te passen die afwijkt van artikel 287 van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde 14 , en met name artikel 395, lid 1,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)Volgens punt 10 van artikel 287 van Richtlijn 2006/112/EG mag Letland vrijstelling van btw verlenen aan belastingplichtigen met een jaaromzet die ten hoogste gelijk is aan de tegenwaarde van 17 200 EUR in de nationale munteenheid tegen de op de dag van zijn toetreding geldende omrekeningskoers.

(2)Bij Uitvoeringsbesluit 2010/584/EU van de Raad 15 werd Letland gemachtigd om — bij wijze van uitzondering — belastingplichtigen met een jaaromzet van niet meer dan 50 000 EUR tot 31 december 2013 van btw vrij te stellen. Deze maatregel werd verlengd bij Uitvoeringsbesluit 2014/796/EU van de Raad 16 , dat op 31 december 2017 verstrijkt.

(3)Bij brief, ingekomen bij de Commissie op 3 juli 2017, heeft Letland verzocht om machtiging tot verlenging van een maatregel die afwijkt van artikel 287, punt 10, van Richtlijn 2006/112/EG en om verlaging van de vrijstellingsdrempel tot 40 000 EUR. Hierdoor zullen deze belastingplichtigen van sommige of alle in de hoofdstukken 2 tot en met 6 van titel XI van Richtlijn 2006/112/EG vastgestelde btw-verplichtingen ontheven blijven.

(4)Overeenkomstig artikel 395, lid 2, van Richtlijn 2006/112/EG heeft de Commissie de overige lidstaten bij brief van 13 september 2017 van het verzoek van Letland in kennis gesteld. Bij brief van 14 september 2017 heeft de Commissie Letland meegedeeld dat zij over alle gegevens beschikte die zij nodig achtte voor de beoordeling van het verzoek.

(5)Aangezien de verlaagde drempel tot minder btw-verplichtingen moet leiden en dus tot minder administratieve kosten voor kleine bedrijven, dient Letland te worden gemachtigd de maatregel gedurende een beperkte periode toe te passen. Het moet voor belastingplichtigen mogelijk blijven om voor het normale btw-stelsel te kiezen.

(6)Aangezien de artikelen 281 tot en met 294 van Richtlijn 2006/112/EG betreffende de bijzondere regeling voor kleine ondernemingen momenteel worden geëvalueerd, is het niet ondenkbaar dat een richtlijn tot wijziging van deze bepalingen van Richtlijn 2006/112/EG vóór het verstrijken van de geldigheidstermijn van de derogatie in werking zal treden.

(7)Gebaseerd op de door Letland verstrekte gegevens zal de verlaagde drempel geen noemenswaardige invloed hebben op de totale belastingopbrengst in het stadium van het eindverbruik.

(8)De derogatie heeft geen gevolgen voor de eigen middelen van de Unie uit de btw omdat Letland een compensatieberekening zal verrichten overeenkomstig artikel 6 van Verordening (EEG, Euratom) nr. 1553/89 van de Raad 17 ,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

In afwijking van artikel 287, punt 10, van Richtlijn 2006/112/EG wordt de Republiek Letland gemachtigd om belastingplichtigen met een jaaromzet van niet meer dan 40 000 EUR van btw vrij te stellen.

Artikel 2

Dit besluit wordt van kracht op de dag van kennisgeving ervan.

Dit besluit is van toepassing vanaf 1 januari 2018 tot en met 31 december 2020, dan wel de datum van inwerkingtreding van een richtlijn tot wijziging van de artikelen 281 tot en met 294 van Richtlijn 2006/112/EG die betrekking hebben op de bijzondere regeling voor kleine ondernemingen, indien deze datum eerder valt.

Artikel 3

Dit besluit is gericht tot de Republiek Letland.

Gedaan te Brussel,

   Voor de Raad

   De voorzitter

(1) PB L 347 van 11.12.2006, blz. 1.
(2) Uitvoeringsbesluit 2010/584/EU van de Raad van 27 september 2010 waarbij de Republiek Letland wordt gemachtigd een maatregel toe te passen die afwijkt van artikel 287 van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 256 van 30.9.2010, blz. 29).
(3) Uitvoeringsbesluit 2014/796/EU van de Raad van 7 november 2014 waarbij de Republiek Letland wordt gemachtigd een maatregel toe te passen die afwijkt van artikel 287 van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 330 van 15.11.2014, blz. 46).
(4) Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/2348 van de Raad van 10 december 2015 tot wijziging van Uitvoeringsbesluit 2013/53/EU waarbij het Koninkrijk België wordt gemachtigd een bijzondere maatregel in te stellen die afwijkt van artikel 285 van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 330 van 16.12.2015, blz. 51).
(5) Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/319 van de Raad van 21 februari 2017 tot wijziging van Uitvoeringsbesluit 2013/677/EU waarbij Luxemburg wordt gemachtigd een bijzondere maatregel in te voeren die afwijkt van artikel 285 van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 47 van 24.2.2017, blz. 7).
(6) Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/2090 van de Raad van 21 november 2016 tot wijziging van Beschikking 2009/790/EG waarbij Polen wordt gemachtigd een maatregel toe te passen die afwijkt van artikel 287 van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 324 van 30.11.2016, blz. 7).
(7) Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/563 van de Raad van 21 maart 2017 waarbij de Republiek Estland wordt gemachtigd een bijzondere maatregel toe te passen die afwijkt van artikel 287 van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 80 van 25.3.2017, blz. 33).
(8) Uitvoeringsbesluit 2014/795/EU van de Raad van 7 november 2014 tot verlenging van Uitvoeringsbesluit 2011/335/EU waarbij de Republiek Litouwen wordt gemachtigd een maatregel toe te passen die afwijkt van artikel 287 van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 330 van 15.11.2014, blz. 44).
(9) Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/2089 van de Raad van 10 november 2015 tot wijziging van Uitvoeringsbesluit 2013/54/EU waarbij de Republiek Slovenië wordt gemachtigd een bijzondere maatregel in te stellen die afwijkt van artikel 287 van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 302 van 19.11.2015, blz. 107).
(10) Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/1988 van de Raad van 8 november 2016 tot wijziging van Uitvoeringsbesluit 2013/678/EU waarbij de Italiaanse Republiek wordt gemachtigd een maatregel te blijven toepassen die afwijkt van artikel 285 van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 306 van 15.11.2016, blz. 11).
(11) Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité over een actieplan betreffende de btw: naar een gemeenschappelijke btw-ruimte in de EU - tijd om knopen door te hakken, Brussel, 7 april 2016 (COM(2016) 148 final).
(12) Werkprogramma van de Europese Commissie voor 2017 - Naar een Europa dat ons beschermt, sterker maakt en verdedigt, Straatsburg, 25 oktober 2016 (COM(2016) 710 final).
(13) COM(2008) 394 van 25 juni 2008.
(14) PB L 347 van 11.12.2006, blz. 1.
(15) Uitvoeringsbesluit 2010/584/EU van de Raad van 27 september 2010 waarbij de Republiek Letland wordt gemachtigd een maatregel toe te passen die afwijkt van artikel 287 van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 256 van 30.9.2010, blz. 29).
(16) Uitvoeringsbesluit 2014/796/EU van de Raad van 7 november 2014 waarbij de Republiek Letland wordt gemachtigd een maatregel toe te passen die afwijkt van artikel 287 van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 330 van 15.11.2014, blz. 46).  
(17) Verordening (EEG, Euratom) nr. 1553/89 van de Raad van 29 mei 1989 betreffende de definitieve uniforme regeling voor de inning van de eigen middelen uit de belasting over de toegevoegde waarde (PB L 155 van 7.6.1989, blz. 9).