Brussel, 30.5.2017

COM(2017) 262 final

2017/0102(COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot vaststelling van het rechtskader van het Europees Solidariteitskorps en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1288/2013, (EU) nr. 1293/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1305/2013, (EU) nr. 1306/2013 en van Besluit nr. 1313/2013/EU

{SWD(2017) 166 final}
{SWD(2017) 167 final}
{SWD(2017) 168 final}


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel van het voorstel

De Europese Unie is gebouwd op solidariteit, een gedeelde waarde die in heel de Europese samenleving sterk voelbaar is. Solidariteit kenschetst het Europese project en zorgt voor de noodzakelijke eenheid om het hoofd te bieden aan de huidige en toekomstige crises door stevig vast te houden aan morele normen. Solidariteit dient als een duidelijke leidraad voor de Europese jeugd die streeft naar een betere Unie. In de Verklaring van Rome, ter gelegenheid van de 60e verjaardag van de Verdragen van Rome, hebben de leiders van de 27 lidstaten en de Europese Raad, het Europees Parlement en de Europese Commissie nogmaals bevestigd zich te blijven inspannen voor meer eenheid en solidariteit met het oog op een sterkere en veerkrachtigere Europese Unie 1 .

In de toespraak over de Staat van de Unie van 14 september 2016 werd benadrukt dat Europa moet investeren in jongeren en werd het idee van een Europees Solidariteitskorps aangekondigd. Het moet mogelijkheden scheppen voor jongeren in de hele Europese Unie om een betekenisvolle bijdrage te leveren aan de samenleving, solidariteit te tonen en hun vaardigheden te ontwikkelen, waardoor zij "niet alleen werk vinden, maar ook uiterst waardevolle persoonlijke ervaring opdoen". Op de top van Bratislava van 16 september 2016 werd aangedrongen op een versterkt politiek momentum om jonge Europeanen te ondersteunen en nieuwe EU-programma's op te zetten zodat zij betere kansen krijgen. De mededeling van de Commissie "Een Europees Solidariteitskorps" van 7 december 2016 2 luidde de eerste fase van het Europees Solidariteitskorps in en bevatte opnieuw de doelstelling om tegen 2020 100 000 Europese jongeren te laten deelnemen aan het Europees Solidariteitskorps. Tijdens deze eerste fase werden acht verschillende EU-programma's 3 ingeschakeld om jongeren in de hele EU mogelijkheden te bieden voor vrijwilligerswerk, stages of banen.

Met dit voorstel wordt ook tegemoetgekomen aan de oproep van de Europese Raad in zijn conclusies van 15 december 2016 om verder werk te maken van het Europees Solidariteitskorps 4 . Het is ook een van de prioritaire initiatieven uit de gezamenlijke verklaring over de wetgevingsprioriteiten van de Unie voor 2017 5 , waarbij de voorzitters van het Parlement, de Raad en de Commissie zich ertoe hebben verbonden de inspanningen van hun instellingen te stroomlijnen zodat snel vooruitgang kan worden gemaakt met wetgeving op het gebied van prioritaire initiatieven met de bedoeling resultaten te boeken voor het einde van 2017.

Dit voorstel biedt het rechtskader voor het Europees Solidariteitskorps om jongeren de kans te bieden deel te nemen aan solidariteitsactiviteiten. Dat zal bijdragen tot het aanpakken van onvervulde maatschappelijke behoeften en tegelijkertijd de persoonlijke, educatieve, sociale en professionele ontwikkeling van jongeren en hun ontwikkeling als burger stimuleren. Bij het opstellen van dit voorstel heeft de Commissie rekening gehouden met de bewijzen en bevindingen die zijn verzameld via de evaluatie vooraf bij dit voorstel en de inzichten en suggesties die zijn verzameld via een uitgebreid openbaar raadplegingsproces, zoals hieronder beschreven in de desbetreffende hoofdstukken. Deze voorbereidende werkzaamheden hebben de volgende lacunes helpen identificeren waarop dit voorstel een antwoord wil bieden.

Het aantal jongeren dat wil deelnemen aan solidariteitsactiviteiten is groot en tegelijkertijd zijn er talrijke onvervulde behoeften in gemeenschappen die beter zouden kunnen worden aangepakt dankzij de betrokkenheid van jongeren in solidariteitsactiviteiten. Er is bij vele organisaties een onbenutte vraag naar gemotiveerde jongeren om hun inspanningen te ondersteunen; indien zij ondersteund worden, kunnen deze organisaties nog meer betekenen voor hun gemeenschappen. Er bestaan echter tekortkomingen in de afstemming van vraag en aanbod, en obstakels in verband met de beschikbaarheid van middelen, kwaliteitsborging, en verschillende juridische aspecten.

De belangrijkste uitdagingen op dit gebied kunnen als volgt worden samengevat:

de voorbije decennia heeft onze maatschappij onvoldoende geïnvesteerd in het emanciperen van jonge Europeanen om effectief, als vrijwilliger of beroepsmatig, aan solidariteitsactiviteiten deel te nemen. Na de wereldwijde financiële en economische crisis bevindt de economie van de EU zich momenteel weer op een stabielere voet, maar het herstel is nog onevenredig verdeeld over de maatschappij en de regio's, en vooral de jongere generatie staat voor een ernstige uitdaging. Concreet bieden solidariteitsactiviteiten de mogelijkheid om jongeren te mobiliseren voor positieve doelen en hen te helpen de kennis, vaardigheden en competenties te ontwikkelen die van essentieel belang zullen zijn voor hun persoonlijke, sociale, educatieve en professionele ontwikkeling en hun ontwikkeling als burger. Dit is voor alle jongeren het geval, ook voor jongeren uit kansarme milieus. Ervoor zorgen dat deze jongeren meer bij solidariteitsactiviteiten betrokken worden, is een specifieke kwestie die in dit verband ook in overweging moet worden genomen;

om solidariteit in de praktijk te brengen en sociale, economische en maatschappelijke cohesie op te bouwen, is een rijk netwerk van dynamische organisaties nodig (particuliere en openbare organisaties, en organisaties met of zonder winstoogmerk). Tegen deze achtergrond moet beter aan de behoeften van dergelijke organisaties tegemoet worden gekomen, in het bijzonder van organisaties die aan de basis werken met de meest kansarme gemeenschappen. Organisaties die plaatsen voor solidariteitsactiviteiten creëren en aanbieden, hebben ondersteuning nodig in de vorm van middelen, zodat vrijwilligers, stagiairs of werknemers de gepaste opleiding en voorbereiding kunnen genieten en de organisaties actief kunnen zijn op Europees niveau. Organisaties hebben ook behoefte aan duidelijke en eenvoudige regels;

in de EU is het aanbod aan solidariteitsactiviteiten in beroepsmatig verband of op vrijwillige basis behoorlijk versnipperd. Indien de mogelijkheden bestaan, ontbreekt het vaak aan kennis daarvan. Door deze versnippering ontstaan ook lacunes met betrekking tot het inzicht in en het documenteren en valideren van wat jongeren hebben geleerd uit hun deelname aan een bepaalde solidariteitsactie.

Bij gebrek aan maatregelen om organisaties en jongeren samen te brengen rond solidariteit, bestaat het risico dat een belangrijk potentieel voor solidariteitsactiviteiten onbenut blijft, met een onnodig verlies aan welvaart voor organisaties, jongeren en de maatschappij tot gevolg.

Tegen deze achtergrond heeft het Europees Solidariteitskorps tot doel de betrokkenheid van jongeren en organisaties bij kwaliteitsvolle solidariteitsactiviteiten die voor alle jongeren toegankelijk zijn, te vergroten, als een middel om bij te dragen tot meer cohesie en solidariteit in Europa, tot de ondersteuning van gemeenschappen en het bieden van een antwoord op onvervulde maatschappelijke behoeften. Om deze algemene doelstelling te bereiken, zal het Europees Solidariteitskorps jongeren laagdrempelige mogelijkheden bieden om deel te nemen aan vrijwilligersactiviteiten, stages of banen in solidariteitsgerelateerde sectoren, en op eigen initiatief solidariteitsprojecten te bedenken en te ontwikkelen; dit zal ook hun vaardigheden en competenties helpen verbeteren voor hun persoonlijke, sociale en professionele ontwikkeling en hun inzetbaarheid. Het Europees Solidariteitskorps zal ook netwerkactiviteiten ondersteunen voor jongeren en organisaties die deelnemen aan het Europees Solidariteitskorps. Dit moet een Europees Solidariteitskorpsgevoel versterken, het gevoel te behoren tot een bredere gemeenschap die zich inzet voor solidariteit, en de uitwisseling van nuttige praktijken en ervaring aanmoedigen. Daarnaast zal het Europees Solidariteitskorps tot doel hebben ervoor te zorgen dat de solidariteitsactiviteiten die de jonge deelnemers aangeboden krijgen 6 , bijdragen tot het aanpakken van concrete maatschappelijke uitdagingen en gemeenschappen helpen versterken, dat zij kwaliteitsvol zijn en dat de leerresultaten uit de deelname van jongeren aan deze activiteiten naar behoren gevalideerd worden.

Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein

Dit voorstel maakt deel uit van een bredere reeks initiatieven genaamd "Investeren in de jongeren van Europa", die op 7 december 2016 is gelanceerd. Het maakt verder werk van de uitrol in heel Europa van alle belangrijke onderdelen van het EU-jeugdbeleid, namelijk de Europese jeugdstrategie, de jongerengarantie en de nieuwe vaardighedenagenda voor Europa; hieronder valt een brede waaier aan acties ter ondersteuning van jongeren, gaande van informeel onderwijs en vrijwilligerswerk tot beroepsopleiding en werkgelegenheid. De initiatieven hebben tot doel de kansen voor jongeren te verbeteren door de kwaliteit en verwachte resultaten ervan aanzienlijk te verhogen.

Het Europees Solidariteitskorps zal voortbouwen op de rijke en lange traditie en ervaring van de lidstaten op het vlak van activiteiten ten dienste van het algemeen belang, bv. via vrijwilligerswerk. Sommige lidstaten hebben burgerdienstprogramma's die jongeren de mogelijkheid bieden om zich te engageren; andere lidstaten ondersteunen activiteiten van het maatschappelijk middenveld.

Op EU-niveau heeft het Europees vrijwilligerswerk (EVS) jongeren twintig jaar lang vrijwilligersmogelijkheden geboden en programma's zoals de jongerengarantie en de regeling "Je eerste Eures-baan" helpen jongeren aan stages en banen. Het Europees Solidariteitskorps zal voortbouwen op de sterkten van deze initiatieven en de ervaring die ermee is opgedaan. Daardoor kan het steunen op een solide bestaande basis die het ook uitbreidt, zodat het nieuwe kansen, meer zichtbaarheid en een grotere impact kan bieden. Het Europees Solidariteitskorps zal nieuwe mogelijkheden bieden die niet in het kader van de huidige programma's worden ondersteund, en tegelijkertijd de toegang ertoe voor zowel geïnteresseerde jongeren als organisaties vereenvoudigen. Het Europees Solidariteitskorps zal via zijn portaalsite een centraal, laagdrempelig toegangspunt bieden, en zal erop gericht zijn zo veel mogelijk deelnemende organisaties en betrokken jongeren te bereiken. Daarnaast zal het vóór een plaatsing beschikbare opleidingen ontwikkelen en bevorderen, en na een plaatsing relevante ondersteuning en de validering van leerresultaten.

Om te zorgen voor continuïteit met betrekking tot de vrijwilligersactiviteiten die EU-steun ontvangen, zullen de vrijwilligersactiviteiten die in het kader van het Europees vrijwilligerswerk werden ondersteund en die binnen het geografisch toepassingsgebied van het Europees Solidariteitskorps vallen, door het laatstgenoemde worden ondersteund in de vorm van grensoverschrijdend vrijwilligerswerk. Tegelijkertijd zullen de andere vrijwilligersactiviteiten in het kader van het Europees vrijwilligerswerk die niet binnen het geografisch toepassingsgebied van het Europees solidariteitskorps vallen, blijven worden ondersteund via het programma dat is ingesteld bij Verordening (EU) nr. 1288/2013 7 . Wat de uitlegging van gerelateerde wetgeving op het niveau van de Unie betreft, bevat het voorstel bepalingen die ervoor moeten zorgen dat zowel grensoverschrijdend vrijwilligerswerk in het kader van het Europees Solidariteitskorps als de vrijwilligersactiviteiten die nog steeds zullen worden ondersteund in het kader van Verordening (EU) nr. 1288/2013 worden beschouwd als gelijkwaardig met de activiteiten die in het kader van het Europees vrijwilligerswerk worden uitgevoerd.

Om te zorgen voor een efficiënte en effectieve uitvoering zal het Europees Solidariteitskorps maximaal gebruikmaken van de bestaande beheersregelingen. Hierdoor zal het mogelijk worden de nadruk te leggen op het behalen van maximale resultaten en prestaties en tegelijkertijd de administratieve lasten zoveel mogelijk te beperken. Daarom zal de uitvoering van het Europees Solidariteitskorps worden toevertrouwd aan bestaande structuren, namelijk de Europese Commissie, ook via haar Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur (EACEA), en de nationale agentschappen voor het beheer van de acties als bedoeld in het hoofdstuk "Jeugd" van Verordening (EU) nr. 1288/2013 tot vaststelling van het Erasmus+-programma.

Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie

De acties van het Europees Solidariteitskorps zullen consistent zijn met een reeks relevante beleidslijnen en programma's van de EU en deze aanvullen, in het bijzonder (maar niet beperkt tot) degene die verband houden met onderwijs en opleiding, werkgelegenheid, gelijkheid tussen vrouwen en mannen, ondernemerschap (in het bijzonder sociaal ondernemerschap), burgerschap 8 en democratische participatie, milieu en natuurbescherming, klimaatactie, rampenpreventie, paraatheid en hersteloperaties, landbouw en plattelandsontwikkeling, het verstrekken van voedsel en non-foodartikelen, gezondheid en welzijn, creativiteit en cultuur, lichamelijke opvoeding en sport, sociale bijstand en welvaart, de ontvangst en integratie van onderdanen van derde landen, territoriale samenwerking en cohesie.

In de eerste fase van het Europees Solidariteitskorps, die een aanvang heeft genomen in december 2016, werden acht verschillende EU-programma's ingeschakeld om jongeren in de hele EU mogelijkheden te bieden voor vrijwilligerswerk, stages of banen. Voor die activiteiten zullen, ongeacht of zij voor of na de datum van inwerkingtreding van de voorgestelde verordening worden uitgevoerd, de regels en voorwaarden van de EU-programma's die de activiteiten tijdens de eerste fase van het Europees Solidariteitskorps hebben gefinancierd, blijven gelden.

Voor de tweede fase, die een aanvang neemt bij de inwerkingtreding van de voorgestelde verordening, zal via verschillende EU-programma's worden bijgedragen tot het Europees Solidariteitskorps. Bij sommige daarvan 9 zal dit gebeuren via bijdragen aan de financiële middelen van het Europees Solidariteitskorps (zoals nader wordt toegelicht in afdeling 4); andere 10 kunnen bijdragen aan de doelstellingen van het Europees Solidariteitskorps via de ondersteuning van activiteiten die tot het toepassingsgebied van het Korps behoren. Die bijdrage zal worden gefinancierd in overeenstemming met de respectieve basishandelingen van de betrokken programma's.

2.    RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Rechtsgrondslag

Dit voorstel heeft in de eerste plaats tot doel jongeren de kans te bieden deel te nemen aan solidariteitsactiviteiten, met inbegrip van vrijwilligerswerk, stages, banen en projecten die door jongeren op eigen initiatief worden ontwikkeld, die allemaal een belangrijke opleidingscomponent zullen bevatten ten voordele van de persoonlijke, sociale, educatieve en professionele ontwikkeling van jongeren. In overeenstemming hiermee ligt de nadruk in dit voorstel op het aanmoedigen van mobiliteit, actieve deelname, niet-formeel onderwijs en beroepsopleiding van jongeren. Daarnaast zal het voorstel de inzetbaarheid van jongeren helpen verbeteren en de overgang naar een reguliere baan helpen vergemakkelijken.

Daartoe is het voorstel gebaseerd op artikel 165, lid 4, en artikel 166, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Volgens artikel 165, lid 4, is optreden van de Unie mogelijk dat erop gericht is "de ontwikkeling van uitwisselingsprogramma's voor jongeren [...] te bevorderen, en de deelneming van jongeren aan het democratisch leven van Europa aan te moedigen". Het optreden van de Unie op basis van artikel 166, lid 4, vormt een passende rechtsgrondslag voor een handeling zoals dit voorstel dat erop gericht is "door verbetering van de initiële beroepsopleiding en van bij- en nascholing, de opneming en de wederopneming op de arbeidsmarkt te bevorderen" en "de toegang tot beroepsopleidingen te vergemakkelijken en de mobiliteit van opleiders en leerlingen, met name jongeren, te bevorderen".

Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)

Gelet op de Europese dimensie van de voorgestelde doelstellingen, namelijk jongeren mobiliseren voor solidariteitsdoelen in de hele Europese Unie, is optreden op EU-niveau passend. Voor de EU is een rol weggelegd in het ondersteunen van een Europese aanpak van solidariteit. EU-acties via het Europees Solidariteitskorps zullen soortgelijke acties door de lidstaten niet vervangen; zij zullen deze aanvullen en ondersteunen, met volledige inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel. Alle lidstaten hebben hun eigen traditie wat betreft het beheren van programma's en instrumenten ter ondersteuning van activiteiten ten dienste van het algemeen belang, in het bijzonder via vrijwilligerswerk, en deze lopen nogal uiteen: sommige landen verkiezen overheidsmaatregelen terwijl andere het maatschappelijk middenveld het voortouw laten nemen. Er bestaan ook verscheidene concepten en connotaties van solidariteitsactiviteiten en vrijwilligerswerk, en de soorten activiteiten verschillen van elkaar op het vlak van inhoud en duur. Bovendien bestaan er nogal uiteenlopende percepties van de manier waarop sociale bescherming verband houdt met vrijwilligerswerk, en zijn er verschillende gradaties wat de rechtsstatus, het leren en de erkenning betreft. Al deze elementen leiden tot versnippering op EU-niveau, wat betekent dat jongeren in de EU ongelijke toegang hebben tot de mogelijkheden die worden aangeboden.

EU-acties via het Europees Solidariteitskorps zullen helpen tegemoet te komen aan de behoefte om deze versnippering tegen te gaan, zoals is gebleken uit de evaluatie vooraf bij dit voorstel. Tegelijkertijd zal het een gelegenheid zijn om voort te bouwen op de lessen die zijn getrokken uit de diverse ervaringen in de lidstaten, en om vrijwilligerswerk aan te moedigen in de lidstaten waar dit vandaag minder gangbaar is, zoals werd aangegeven door de belanghebbenden die zijn geraadpleegd tijdens de voorbereiding van dit voorstel. Het Europees Solidariteitskorps zal de bestaande openbare en particuliere beleidsmaatregelen, programma's en activiteiten op nationaal en Europees niveau aanvullen. Door een aantal kwaliteitswaarborgen in te bouwen, zoals het handvest van het Europees Solidariteitskorps, een kwaliteitskeurmerk voor de deelnemende organisaties en de beginselen van het kwaliteitskader voor stages, kan het Europees Solidariteitskorps de kwaliteit van verschillende activiteiten voor jongeren in de hele EU en de validatie van de leerresultaten ervan helpen verbeteren.

Bovendien zal het Europees Solidariteitskorps één toegangspunt bieden tot kwaliteitsvolle plaatsen voor vrijwillige en beroepsmatige solidariteit voor jongeren in de hele EU, in tegenstelling tot de huidige situatie waarin deze slechts toegankelijk zijn via tal van regelingen. Het zal er bijgevolg voor zorgen dat alle geïnteresseerde jongeren overal in de EU gelijke kansen hebben om zich aan te sluiten bij en gemakkelijker toegang krijgen tot een breder scala van activiteiten. De verschillende soorten activiteiten samenbrengen onder één naam kan ook het bewustzijn over en de zichtbaarheid van de mogelijkheden voor jongeren helpen verbeteren.

Het Europees Solidariteitskorps zal activiteiten aanbieden die de deelnemer kan uitvoeren in zijn land van verblijf (binnenlands) of in een ander land (grensoverschrijdend). Deze flexibiliteit is in overeenstemming met de voorstellen van de geraadpleegde belanghebbenden. Wat grensoverschrijdende plaatsingen betreft, kunnen individuele maatregelen van de lidstaten niet in de plaats komen van het optreden van de EU, met name gezien de versnippering van structuren en programma’s die vrijwilligerswerk en stages aanbieden en de uiteenlopende visies op en concepten van de sector die solidariteitsactiviteiten aanbiedt. Voor binnenlandse activiteiten zal het Europees Solidariteitskorps naar verwachting innoverend zijn door lokale en nationale uitdagingen vanuit een breder Europees perspectief aan te pakken. EU-acties kunnen met name nuttig zijn om versnippering van het activiteitenaanbod tegen te gaan en ervoor te zorgen dat alle jongeren kunnen deelnemen, ook degenen voor wie de deelname aan internationale activiteiten moeilijk is. Daarnaast kunnen zij een Europees kader bieden en Europese oplossingen helpen zoeken voor specifieke uitdagingen die niet beperkt zijn tot een bepaald land.

Tot slot, maar daarom niet minder belangrijk, zal het gebruik van bestaande structuren die doeltreffend en doelmatig zijn gebleken, een efficiënte en effectieve uitvoering van het Europees Solidariteitskorps mogelijk maken, en zorgen voor synergieën en complementariteit tussen de acties van de lidstaten ten gunste van jongeren.

Evenredigheid

Het voorstel biedt een antwoord op bepaalde lacunes die in kaart zijn gebracht, door laagdrempelige mogelijkheden voor deelname aan solidariteitsactiviteiten voor jongeren aan te bieden, en het gaat niet verder dan wat noodzakelijk is om de doelstellingen ervan te verwezenlijken.

Keuze van het instrument

Het voorgestelde instrument is een verordening van het Europees Parlement en de Raad.

3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

Raadpleging van belanghebbenden

Ter voorbereiding van dit voorstel en de bijbehorende evaluatie vooraf, heeft een raadpleging plaatsgevonden op verschillende niveaus; daarbij zijn onder meer een brede reeks belanghebbenden en individuele burgers geraadpleegd alsook overheidsdiensten en andere instellingen en organen van de EU (namelijk het Europees Parlement, de Raad, het Comité van de Regio's en het Economisch en Sociaal Comité).

Er werd gedurende acht weken een online openbare raadpleging gehouden, waarop 660 antwoorden en 82 standpuntnota's zijn ontvangen. De raadpleging was beschikbaar in 23 officiële EU-talen, en er zijn antwoorden ontvangen in elk van deze talen. Bovendien vond op 12 april 2017 een breed forum voor belanghebbenden plaats met ongeveer 700 deelnemers, en werden gerichte raadplegingen georganiseerd met de lidstaten en belangrijke belanghebbenden (waaronder vrijwilligersorganisaties, solidariteitsorganisaties, jongerenvertegenwoordigers, openbare diensten voor arbeidsvoorziening alsook Eures-coördinatoren, coördinatoren van de jongerengarantie, sociale partners, bedrijven, begunstigden van programma's en belanghebbenden van programma's, waaronder nationale autoriteiten en nationale agentschappen van het Erasmus+-programma).

Een gedetailleerd overzicht van het raadplegingsproces is als bijlage gehecht aan de evaluatie vooraf bij dit voorstel. De voornaamste resultaten uit deze raadplegingen worden hieronder samengevat.

Kort samengevat drukten de belanghebbenden die aan de raadplegingen deelnamen hun algemene appreciatie uit met betrekking tot de zichtbaarheid en de politieke erkenning van de deelname van jongeren aan solidariteit. Zij toonden zich ingenomen met de nieuwe mogelijkheden voor jongeren om verandering te brengen dankzij het Europees Solidariteitskorps. Zij benadrukten het potentieel van het Europees Solidariteitskorps voor het bevorderen van integratie, inter-Europese en intergenerationele solidariteit en het promoten van gemeenschappelijke waarden. Zij onderstreepten echter ook de behoefte aan aanvullende financiering om te zorgen voor een inclusieve aanpak waardoor ook jongeren uit kansarme milieus en kleine organisaties kunnen deelnemen, en kwaliteitsvolle activiteiten, waarbij moet worden voortgebouwd op reeds bestaande structuren.

Meer specifiek was een van de belangrijkste kwesties die door belanghebbenden werd aangehaald de behoefte aan een inclusieve aanpak. Talrijke belanghebbenden maakten inderdaad melding van de behoefte in het bijzonder de nadruk te leggen op inclusiviteit voor alle jongeren, met inbegrip van de jongeren uit kansarme milieus en met minder kansen.

De belanghebbenden benadrukten dat het Europees Solidariteitskorps nog meer gericht moet zijn op solidariteit dan de bestaande programma's, en een duidelijke definitie van "solidariteitsactiviteiten". Zij erkenden dat de activiteiten binnen het toepassingsgebied van het Europees Solidariteitskorps kunnen bijdragen tot de ontwikkeling van vaardigheden en competenties, en dus formeel en informeel leren en de inzetbaarheid van jongeren ondersteunen. Daarnaast benadrukten organisaties in gelijke mate het vereiste om vrijwilligers op te leiden, en maakten sommigen melding van de behoefte om een certificaat voor vrijwilligers uit te reiken.

Mogelijke overlappingen met bestaande programma’s en een gebrek aan financiering behoorden tot de voornaamste bezorgdheden van belanghebbenden. Velen verzochten om een aparte begroting voor het Europees Solidariteitskorps. De meeste belanghebbenden benadrukten dat het Europees Solidariteitskorps voldoende aanvullende middelen moet krijgen bovenop de beschikbare middelen uit bestaande programma's om tegemoet te kunnen komen aan de huidige en toekomstige behoeften. Ook werd door de meeste belanghebbenden gevraagd een duidelijk onderscheid te maken tussen vrijwillige en beroepsmatige activiteiten om te vermijden dat wordt gebruikgemaakt van goedkope of onbetaalde arbeid, bijvoorbeeld door stagiairs en werknemers te vervangen door vrijwilligers.

Met betrekking tot de uitvoering onderstreepten belanghebbenden dat deze eenvoudig en effectief moet zijn om onnodige administratieve lasten voor jongeren en organisaties te vermijden. Zij benadrukten ook het belang om te zorgen voor kwaliteitsnormen en om voort te bouwen op synergieën en ervaring uit bestaande, goed functionerende regelingen zoals het Europees vrijwilligerswerk. Belanghebbenden benadrukten de noodzaak om de rollen en bevoegdheden tussen de uitvoerende instanties duidelijk te verdelen, de regels voor de accreditatie van organisaties te verduidelijken en te beschikken over een goed functionerend selectie-instrument tussen organisaties en vrijwilligers en een kwaliteitsvol ondersteuningssysteem voor de deelnemers als belangrijke factoren om dit doel te bereiken.

Met betrekking tot het geografisch toepassingsgebied pleitten de meeste belanghebbenden voor consistentie met de voorwaarden van bestaande programma's. Belanghebbenden steunden de voorgestelde mogelijkheid om solidariteitsactiviteiten op lokaal niveau te bevorderen naast grensoverschrijdende kansen en zij erkennen dat dergelijke activiteiten het voor jongeren uit kansarme milieus gemakkelijker kunnen maken om deel te nemen. Verschillende belanghebbenden wezen echter op de noodzaak tot samenwerking en coördinatie met nationale regeringen en lokale gemeenschappen om te zorgen voor complementariteit met bestaande programma's.

Het voorstel voor het Europees Solidariteitskorps houdt in belangrijke mate rekening met deze standpunten en aanbevelingen die zijn verzameld tijdens de raadplegingen. In overeenstemming daarmee zal het Europees Solidariteitskorps nieuwe mogelijkheden bieden die toegankelijk zijn voor alle jongeren, met een sterkere nadruk op het beantwoorden van behoeften op het vlak van solidariteit en op het aanmoedigen van de deelname van kansarme jongeren, door onder meer aanvullende financiële ondersteuning te overwegen, waar nodig. Het zal ook speciale aandacht besteden aan de zorg voor relevantie en kwaliteit van de te ondersteunen activiteiten. Aan de deelnemers zullen kwaliteits- en ondersteuningsmaatregelen worden aangeboden, zoals een verzekering, online taalkundige ondersteuning, algemene online opleiding en specifieke opleiding, een certificaat van het Europees Solidariteitskorps en ondersteuning na plaatsing. Kwaliteit zal ook een criterium zijn voor de organisaties die plaatsen wensen aan te bieden in het kader van het Europees Solidariteitskorps. Daarvoor, en in overeenstemming met de suggesties die tijdens de raadplegingen werden verzameld, zal een kwaliteitskeurmerk worden ingevoerd als voorwaarde voor deelname voor alle geïnteresseerde organisaties. Het zal tot doel hebben na te gaan of de deelnemende organisaties voldoen aan de beginselen en vereisten van het handvest van het Europees Solidariteitskorps met betrekking tot hun rechten en verantwoordelijkheden gedurende alle fasen van de solidariteitservaring.

In overeenstemming met de aanbevelingen van de belanghebbenden zal de Europese Commissie ernaar streven de gebruiksvriendelijkheid van het inschrijvings- en aanvraagproces voor jongeren en organisaties te verbeteren en de administratieve lasten ervan zoveel mogelijk te beperken. De ontwikkeling van de website van het Europees Solidariteitskorps is reeds een stap in deze richting. De website en het selectie-instrument bieden één contactpunt voor solidariteitsactiviteiten in de hele Europese Unie.

Een groot aantal belanghebbenden pleitte voor aanvullende financiering. Daarom zal het Europees Solidariteitskorps zowel worden gefinancierd met aanvullende middelen als met bijdragen uit verschillende bestaande programma's die in overeenstemming zijn met de doelstellingen van het Europees Solidariteitskorps om zoveel mogelijk synergieën en complementariteit met bestaande regelingen te bereiken. Daarnaast pleitten de belanghebbenden ervoor een duidelijk onderscheid te maken tussen vrijwillige en beroepsmatige activiteiten. Hiermee zal rekening worden gehouden in de omschrijving van de activiteiten die zullen worden ondersteund, maar ook met betrekking tot de financiële steun die aan deze activiteiten zal worden geboden. In dit verband bevat het wetgevingsvoorstel een indicatieve opsplitsing van de financiële steun aan solidariteitsplaatsen en -projecten (80 % voor vrijwilligersplaatsen en solidariteitsprojecten enerzijds en 20 % voor stages en banen anderzijds), hetgeen ook moet bijdragen aan de continuïteit van de activiteiten die worden ondersteund door de programma’s die bijdragen tot het Europees Solidariteitskorps.

Het geografisch toepassingsgebied voor de uitvoering van het Europees Solidariteitskorps zal in eerste instantie de EU-lidstaten bestrijken. De voorgestelde verordening voorziet echter in de mogelijkheid om het Europees Solidariteitskorps open te stellen voor andere landen op basis van bilaterale overeenkomsten met die landen.

Effectbeoordeling

Er is geen effectbeoordeling uitgevoerd aangezien het Europees Solidariteitskorps reeds werd opgericht door de Commissie in haar mededeling van december 2016. De doelstelling van de onderhavige verordening ligt in het verlengde hiervan; aangezien de verordening gepaard gaat met aanzienlijke uitgaven, is zij echter vergezeld van een evaluatie vooraf om te voldoen aan de vereisten van het Financieel Reglement.

In de evaluatie vooraf is onderzoek verricht naar uitdagingen op twee niveaus: de nadruk op jongeren en hun kansen om deel te nemen aan solidariteitsactiviteiten enerzijds, en op bredere sociale, institutionele en organisatorische behoeften anderzijds. Uit de evaluatie vooraf is gebleken dat de EU de volgende belangrijke uitdagingen moet aanpakken in het kader van een Europees initiatief voor jongeren op het gebied van solidariteit:

versnippering moet worden tegengegaan en er moeten meer mogelijkheden worden geboden om de deelname van jongeren en organisaties aan solidariteitsactiviteiten aan te moedigen, namelijk door vrijwillige en beroepsmatige ervaringen samen te brengen en deze op dezelfde kwaliteitsvolle manier te benaderen, en door een zichtbare en brede validatie van de opgedane leerervaring te ontwikkelen, ongeacht de context waarin die ervaring is opgedaan. Daarnaast bestaat de noodzaak gemakkelijke en gelijke toegang te bieden via eenvoudige procedures en tegelijk te voorzien in passende maatregelen om de inclusie van jongeren uit kansarme milieus aan te moedigen;

de plaatsen en activiteiten die een Europees initiatief voor jongeren op het vlak van solidariteit aanbiedt, moeten tegemoetkomen aan onvervulde maatschappelijke behoeften en beantwoorden aan gedeelde kwaliteitsnormen en een gemeenschappelijk begrip van de verwerving van kennis, vaardigheden en competenties die over de grenzen heen moeten worden gevalideerd.

In de evaluatie vooraf werd voornamelijk gekeken naar twee opties, namelijk: 1) verdergaan met de uitvoering van het Europees Solidariteitskorps via verschillende bestaande programma's, zoals het geval was tijdens de eerste fase die in december 2016 van start is gegaan en waarbij acht programma's solidariteitsacties hebben gefinancierd, elk daarvan op basis van de eigen rechtsgrondslag, doelstellingen en begroting; 2) een nieuw, afzonderlijk, initiatief ontwikkelen met een sterkere nadruk op solidariteit, en dat zou voortbouwen op de ervaring uit bestaande programma's maar dat zijn eigen duidelijk gedefinieerde doelstellingen zou hebben en meer duidelijkheid zou verschaffen over het doel en de reikwijdte van de maatregel.

De mogelijkheid de rechtsgrondslag van een van de bestaande programma's te gebruiken, werd verworpen, aangezien dit tot een programma met een complex aantal overlappende doelstellingen en een beperkte zichtbaarheid van solidariteitsacties in een breder kader zou hebben geleid. Bovendien zou een dergelijke benadering hebben geleid tot de terugtrekking van belanghebbenden uit de andere programma's.

Er zijn dus twee opties in kaart gebracht, geanalyseerd en vergeleken aan de hand van de volgende criteria, die rekening houden met de suggesties van de belanghebbenden uit de raadpleging:

toegankelijkheid (zichtbaarheid en duidelijkheid voor organisaties, jongeren en andere belanghebbenden over de manier waarop kan worden deelgenomen en solidariteitsactiviteiten gefinancierd kunnen worden);

kwaliteit (procedures en criteria voor kwaliteitsborging en veiligheid van de activiteiten);

inclusiviteit (maatregelen om ervoor te zorgen dat kansarme jongeren kunnen deelnemen);

synergie (betrokkenheid van en synergieën tussen organisaties die actief zijn op het vlak van solidariteitsactiviteiten, ongeacht hun lokale, regionale, nationale of Europese reikwijdte);

efficiënte en eenvoudige beheersbepalingen en lage administratieve kosten.

Op basis van deze multicriteria-analyse is gebleken dat optie 2 (een nieuw, afzonderlijk, initiatief met een sterkere nadruk op solidariteit) voor alle criteria de beste resultaten zou opleveren; deze is dan ook weerhouden als de voorkeursoptie. Deze optie zal voorzien in een duidelijk en enig toegangspunt voor organisaties en jongeren en zal de zichtbaarheid van solidariteitsacties verbeteren. Zij zal een inclusievere benadering omvatten via een specifieke inclusiestrategie. Er zal worden gezorgd voor de algemene kwaliteit van de plaatsen en de mate van voorbereiding van jonge deelnemers aan de hand van een reeks specifieke kwaliteitsprocessen en criteria (zoals het kwaliteitskeurmerk voor organisaties, opleiding, verzekering enz.). Er zullen nieuwe synergieën worden gecreëerd tussen de activiteiten en de erkenning ervan aangezien zij in een gemeenschappelijk kader geplaatst worden, en er zal worden bijgedragen tot het opzetten van nieuwe netwerken tussen personen en organisaties met een gemeenschappelijk streven op het vlak van solidariteit. Met optie 2 wordt het eveneens mogelijk tegelijkertijd de beheerskosten te beperken en toch een grotere impact te hebben (meer rendement).

Verschillende uitvoeringsmechanismen werden onderzocht met betrekking tot de voorkeursoptie: direct beheer, indirect beheer of een combinatie van beide. Uit de analyse is gebleken dat het laatstgenoemde mechanisme – een combinatie van direct en indirect beheer – de meest kosteneffectieve manier zou zijn om de beoogde doelstelling, namelijk het mobiliseren van 100 000 jongeren tegen 2020, te behalen. In de evaluatie vooraf werd voorts benadrukt dat toereikende en consistente financiële middelen van essentieel belang zijn om de beoogde doelstelling te behalen.

In de evaluatie vooraf werd ook aandacht besteed aan de verwachte positieve sociale effecten van de voorkeursoptie voor het individuele niveau (bv. verbeterde kennis, vaardigheden en competenties voor de persoonlijke en professionele ontwikkeling van jongeren; een groter gevoel van solidariteit en burgerschap voor hun sociale ontwikkeling en ontwikkeling als burger) en voor het maatschappelijk niveau (bv. de kwesties die worden aangepakt in de gemeenschappen met gevolgen voor de sociale welvaart en het welzijn; meer steun voor organisaties die zich inzetten voor solidariteit met positieve gevolgen voor hun inzet en voor de kansen die aan jongeren worden geboden; bijdrage aan andere beleidsdoelstellingen zoals jongerenparticipatie, civiele bescherming, sociale inclusie, cohesie, regionale ontwikkeling en milieubescherming; een verbeterd beeld van jongeren in bepaalde nationale media).

Het bevorderen van de deelname door jongeren en het sociaal kapitaal hangt ook nauw samen met economische groei. Een betere deelname door en inzetbaarheid van jongeren kan positieve gevolgen hebben voor de werkgelegenheid en de macro-economische groei. Echter, gelet op de relatief geringe omvang van de voorgestelde maatregel en het feit dat de impact ervan gespreid zal zijn over heel Europa en niet geconcentreerd in een bepaalde lidstaat of sector, was het niet mogelijk om de daadwerkelijke impact in economische termen te meten. Ook werd het niet relevant geacht een diepgaande analyse uit te voeren van de gevolgen voor het milieu. In de evaluatie vooraf werd erkend dat het Europees Solidariteitskorps in beginsel de vraag naar vervoer zal doen toenemen, wat kan leiden tot meer uitstoot van broeikasgassen, zoals het geval is voor andere mobiliteitsprogramma's. Deze gevolgen werden echter als verwaarloosbaar beschouwd in verhouding tot de totale mobiliteitsstromen in Europa. Het is echter nuttig op te merken dat het Europees Solidariteitskorps, als neveneffect, een belangrijke rol kan spelen om jongeren bewust te maken van en hen te mobiliseren voor milieukwesties, wat reeds het geval was tijdens de eerste fase, waarbij de verschillende ondersteunende programma's reeds een waaier aan projecten in verband met milieukwesties ondersteund hebben.

Dit voorstel is volledig in overeenstemming met de voorkeursoptie.

Grondrechten

Dit voorstel is volledig in overeenstemming met het Handvest van de grondrechten van de EU 11 , waarin is erkend dat solidariteit een universele waarde is waarin de EU haar grondslag heeft. Meer bepaald neemt dit voorstel de in de artikelen 5 (Het verbod van slavernij en dwangarbeid), 14 (Het recht op onderwijs), 15 (De vrijheid van beroep en het recht te werken), 21 (Non-discriminatie), 24 (De rechten van het kind), 26 (De integratie van personen met een handicap), 31 (Rechtvaardige en billijke arbeidsomstandigheden en -voorwaarden) en 32 (Het verbod van kinderarbeid en de bescherming van jongeren op het werk) van het Handvest vastgestelde rechten en verbodsbepalingen in acht.

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

De Commissie stelt voor om drie vierde van de begroting van het Europees Solidariteitskorps te financieren met middelen uit bestaande programma's. Voor het resterende bedrag zal een beroep worden gedaan op de overkoepelende marge voor vastleggingen in 2018 en op beschikbare niet-toegewezen marges in 2019 en 2020.

Het voornaamste referentiebedrag in het kader van rubriek 1a voor de periode 2018-2020 bedraagt 294,2 miljoen EUR, en bestaat uit herschikkingen van het Erasmus+-programma (197,7 miljoen EUR) en van het Programma voor werkgelegenheid en sociale innovatie (10 miljoen EUR).

De toewijzingen in rubriek 1a zullen worden aangevuld met bijdragen uit programma's in andere rubrieken binnen hun bestaande financiële toewijzing, in overeenstemming met de doelstelling de solidariteitsactiviteiten mainstream te maken in verschillende EU-programma's en middelen van de EU-begroting. Het totale voorgestelde bedrag voor de bijdrage uit andere rubrieken is 47,3 miljoen EUR en is gebaseerd op de volgende bijdragende programma's: het Europees Sociaal Fonds (35 miljoen EUR), het Uniemechanisme voor civiele bescherming (6 miljoen EUR), het LIFE-programma (4,5 miljoen EUR) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (1,8 miljoen EUR).

De nader gedetailleerde financiële gevolgen en de gevolgen voor de begroting van dit voorstel zijn uiteengezet in het financieel memorandum bij het voorstel.

5.OVERIGE ELEMENTEN

Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage

In overeenstemming met de in het kader van de evaluatie vooraf uitgevoerde analyse bij dit voorstel, en om te zorgen voor een efficiënte en effectieve uitvoering en synergieën en om de administratieve lasten zoveel mogelijk te beperken, zal het Europees Solidariteitskorps gebruikmaken van de bestaande beheers- en uitvoeringsregelingen in het kader van Erasmus+. Op basis van de positieve ervaring met de uitvoering van dit programma en voortbouwend op de structuren ervan, voorziet het voorstel in een duidelijke verdeling van de taken op het vlak van programmabeheer tussen de Commissie, de nationale agentschappen die zijn opgericht in het kader van het Erasmus+-programma en het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur (EACEA). Sinds zijn oprichting in 2006 heeft het EACEA met succes delen van het Erasmus+-programma en de programma's Creatief Europa, Europa van de burger en EU-vrijwilligers voor humanitaire hulp (en de programma’s die eraan vooraf gingen) uitgevoerd op hoog niveau, hetgeen wordt bevestigd in een aantal onafhankelijke externe evaluaties. Zoals is vereist in Verordening (EG) nr. 58/2003 tot vaststelling van het statuut van de uitvoerende agentschappen 12 is een kosten-batenanalyse uitgevoerd voorafgaand aan de delegatie van programma's aan uitvoerende agentschappen, waaruit is gebleken dat het kosteneffectief is voor bepaalde taken in verband met de uitvoering van het Europees Solidariteitskorps een beroep te doen op het EACEA. Tegelijkertijd heeft het succesvolle model van de nationale agentschappen in het kader van Erasmus+ aantoonbare prestaties en efficiëntie opgeleverd, gekoppeld aan een hoge mate van zekerheid en goed financieel beheer.

De regelingen voor de monitoring en evaluatie van het Europees Solidariteitskorps zullen bestaan uit permanente monitoring om de voortgang te beoordelen en een evaluatie om het bestaande bewijs omtrent de effectiviteit van de behaalde resultaten te beoordelen.

De regeling op het vlak van monitoring zal gebaseerd zijn op een uitgebreide analyse van de kwantitatieve outputs en de kwalitatieve resultaten van het Europees Solidariteitskorps. De kwantitatieve outputs zullen systematisch worden verzameld via de IT-systemen voor het beheer van de acties van het Europees Solidariteitskorps. De kwalitatieve resultaten zullen worden gemonitord aan de hand van periodieke onderzoeken die zowel op personen als deelnemende organisaties gericht zullen zijn. Dankzij de rapportage- en beoordelingsregelingen door alle uitvoeringsorganen zal de uitvoering van het voorstel uitgebreid worden gemonitord.

In 2020 zal de Commissie een verslag publiceren over de voortgang voor het behalen van de doelstelling om 100 000 jongeren kansen te bieden in het kader van het Europees Solidariteitskorps. Daarnaast zal het voorstel vier jaar na de datum van toepassing ervan worden onderworpen aan een onafhankelijke evaluatie om de kwalitatieve resultaten van de ondersteunde acties te beoordelen, met inbegrip van de gevolgen ervan voor de jongeren en de organisaties. In de evaluatie moet rekening worden gehouden met het bestaande bewijs over de effectiviteit en de gevolgen van de resultaten van het Europees Solidariteitskorps. Als bronnen voor de verificaties zullen monitoringgegevens, de in de werkplannen en verslagen van de uitvoeringsorganen opgenomen informatie, de resultaten uit de verspreiding, empirisch onderbouwde studies, enquêtes enz. worden gebruikt.

Artikelsgewijze toelichting

Hoofdstuk I – Algemene bepalingen van de voorgestelde verordening bevat het onderwerp, de definities van bepaalde terugkerende termen, de algemene en specifieke doelstellingen van de activiteiten van het Europees Solidariteitskorps en de samenhang en complementariteit van het optreden van de Unie. Het Europees Solidariteitskorps heeft tot doel de betrokkenheid van jongeren en organisaties in solidariteitsactiviteiten van goede kwaliteit die toegankelijk zijn voor alle jongeren te vergroten, als een middel om bij te dragen aan meer cohesie en solidariteit in Europa, door gemeenschappen te ondersteunen en een antwoord te bieden op maatschappelijke uitdagingen.

Hoofdstuk II – Acties van het Europees Solidariteitskorps bevat een beschrijving van de beoogde activiteiten voor het behalen van de doelstellingen van de voorgestelde verordening. De ondersteunende maatregelen van de Unie omvatten solidariteitsplaatsen, -projecten en netwerkactiviteiten enerzijds en kwaliteits- en ondersteuningsmaatregelen anderzijds.

Hoofdstuk III – Financiële bepalingen bevat de begrotingsmiddelen van het Europees Solidariteitskorps voor de periode 2018-2020 en de beoogde vormen van financiering door de Unie. Het voornaamste referentiebedrag bestaat uit herschikkingen van het Erasmus+-programma (197,7 miljoen EUR) en van het Programma voor werkgelegenheid en sociale innovatie (10 miljoen EUR) en uit aanvullende middelen voor de financiële jaren 2018, 2019 en 2020. De financiële middelen worden aangevuld met bijdragen uit verschillende rubrieken en verscheidene EU-programma’s.

In Hoofdstuk IV – Deelname aan het Europees Solidariteitskorps zijn criteria vastgesteld voor de deelnemende landen, personen en organisaties. De deelnemende landen zijn de EU-lidstaten en mogelijk andere landen op basis van bilaterale overeenkomsten. Jongeren tussen 17 en 30 jaar kunnen zich via de portaalsite van het Europees Solidariteitskorps inschrijven; deelname is slechts mogelijk vanaf 18 jaar (tot 30 jaar). Een deelnemende organisatie die solidariteitsplaatsen of -activiteiten aanbiedt aan ingeschreven personen is een publieke of private entiteit of een internationale organisatie die solidariteitsactiviteiten uitvoert in de deelnemende landen, op voorwaarde dat deze een kwaliteitskeurmerk heeft gekregen ter bevestiging van het feit dat zij voldoet aan de vereisten van het Europees Solidariteitskorps.

Hoofdstuk V – Prestaties, resultaten en verspreiding bevat bepalingen voor de Commissie en de deelnemende landen om te zorgen voor een regelmatige monitoring, rapportage en evaluatie van de prestaties van het Europees Solidariteitskorps, en om te zorgen voor de verspreiding van informatie en publiciteitsmateriaal en van informatie over follow-upmaatregelen in verband met alle acties die door het Europees Solidariteitskorps worden ondersteund.

Hoofdstuk VI – Beheers- en auditsysteem stelt de uitvoeringsorganen van het Europees Solidariteitskorps vast. Uit beheersoogpunt is de voorgestelde modaliteit voor de uitvoering een combinatie van indirect beheer (via nationale agentschappen op nationaal niveau) en direct beheer (via de Commissie op het niveau van de Unie, met inbegrip van het gebruik van een uitvoerend agentschap op basis van een kosten-batenanalyse). De combinatie van beheersmethoden is gebaseerd op de positieve ervaring met de uitvoering van het Erasmus+-programma en bouwt voort op de bestaande structuren van dat programma. In het voorstel is bepaald dat de nationale autoriteiten en de nationale agentschappen die voor het beheer van de jongerenacties in het kader van Erasmus+ zijn aangeduid, eveneens optreden als nationale autoriteiten en nationale agentschappen in het kader van het Europees Solidariteitskorps in de betrokken deelnemende landen. Voor landen waar geen nationale autoriteit en geen nationaal agentschap zijn aangewezen, zullen deze worden vastgesteld in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 1288/2013. De nationale agentschappen zullen het grootste deel van de middelen beheren en zullen werken op basis van een delegatieovereenkomst. Bovendien zal de Commissie voor bepaalde taken in verband met de uitvoering van het Europees Solidariteitskorps een beroep doen op het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur. Voor de uitvoering van deze verordening zal de Commissie taken uitvoeren waarbij beleidskeuzes moeten worden gemaakt, in het bijzonder het stellen van doelstellingen en prioriteiten, het goedkeuren van werkprogramma's (met inbegrip van financiële besluiten), de vertegenwoordiging van de Commissie in het programmacomité enz. Het uitvoerend agentschap zal verantwoordelijk zijn voor uitvoeringstaken zoals de lancering en het afsluiten van subsidie- en aanbestedingsprocedures, projectmonitoring, financiële controle en boekhouding, de bijdrage tot de evaluatie van het programma en verschillende ondersteunende taken.

In Hoofdstuk VII – Controlesysteem is het noodzakelijke toezichtssysteem vastgesteld dat er moet voor zorgen dat bij de uitvoering van acties die in het kader van de verordening betreffende het Europees Solidariteitskorps worden gefinancierd naar behoren rekening wordt gehouden met de bescherming van de financiële belangen van de Unie.

Hoofdstuk VIII – Uitvoeringsbepalingen bevat de noodzakelijke bepalingen voor de overdracht van bepaalde bevoegdheden aan de Commissie om werkprogramma's goed te keuren aan de hand van uitvoeringshandelingen. Met betrekking tot het bij Verordening (EU) nr. 182/2011 13 vereiste comité om de Commissie bij te staan bij het vaststellen van uitvoeringshandelingen, wordt in het voorstel het bij artikel 36 van Verordening (EU) nr. 1288/2013 tot vaststelling van het Erasmus+-programma vastgestelde comité aangeduid. Het comité zou zijn werkzaamheden uitvoeren in verschillende configuraties (Erasmus+ en het Europees Solidariteitskorps), waarbij de lidstaten de mogelijkheid zouden hebben hun afgevaardigden voor de verschillende configuraties aan te duiden.

Hoofdstuk IX – Wijzigings- en slotbepalingen voorziet in de nodige wijzigingen van de basishandelingen van de programma's die bedragen uit hun respectieve financiële middelen voor de periode 2014-2020 herbestemmen voor acties in het kader van het Europees Solidariteitskorps. De slotbepalingen stellen de datum van inwerkingtreding van de voorgestelde verordening vast die verbindend is in al haar onderdelen en rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat met ingang van 1 januari 2018.

2017/0102 (COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot vaststelling van het rechtskader van het Europees Solidariteitskorps en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1288/2013, (EU) nr. 1293/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1305/2013, (EU) nr. 1306/2013 en van Besluit nr. 1313/2013/EU

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 165, lid 4, en artikel 166, lid 4,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité 14 ,

Gezien het advies van het Comité van de Regio's 15 ,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure 16 ,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)De Europese Unie is gebouwd op solidariteit tussen burgers en tussen lidstaten. Deze gemeenschappelijke waarde geeft richting aan haar handelingen en zorgt voor de eenheid die nodig is om het hoofd te bieden aan de huidige en toekomstige maatschappelijke uitdagingen. Jonge Europeanen willen daarbij helpen door hun solidariteit in de praktijk te brengen.

(2)In de toespraak over de Staat van de Unie van 14 september 2016 17 werd benadrukt dat Europa moet investeren in jongeren en werd de oprichting van een Europees Solidariteitskorps aangekondigd. Het moet mogelijkheden scheppen voor jongeren in de hele Unie om een betekenisvolle bijdrage te leveren aan de samenleving, solidariteit te tonen en hun vaardigheden te ontwikkelen, waardoor zij niet alleen werk vinden, maar ook uiterst waardevolle persoonlijke ervaring opdoen.

(3)In haar mededeling "Een Europees Solidariteitskorps" van 7 december 2016 18 benadrukte de Commissie dat het nodig is de basis voor solidair werk in heel Europa te versterken, jongeren meer en betere mogelijkheden te bieden voor solidariteitsactiviteiten op een groot aantal gebieden, en nationale en lokale actoren te ondersteunen bij het aanpakken van verscheidene uitdagingen en crises. Met de mededeling nam een eerste fase van het Europees Solidariteitskorps een aanvang. Daarbij werden verschillende Unie-programma's ingeschakeld om jongeren in de hele EU mogelijkheden te bieden voor vrijwilligerswerk, stages of banen. Voor die activiteiten moeten, ongeacht of zij voor of na de datum van inwerkingtreding van deze verordening worden uitgevoerd, de regels en voorwaarden van de EU-programma's die de activiteiten tijdens de eerste fase van het Europees Solidariteitskorps hebben gefinancierd, blijven gelden.

(4)Jongeren moeten laagdrempelige kansen krijgen om deel te nemen aan solidariteitsactiviteiten. Die kunnen hen de mogelijkheid bieden hun betrokkenheid bij de gemeenschappen uit te drukken en tegelijkertijd nuttige ervaring op te doen en vaardigheden en competenties te verwerven voor hun persoonlijke, educatieve, sociale en professionele ontwikkeling en hun ontwikkeling als burger, waardoor hun inzetbaarheid verbetert. Die activiteiten zullen ook de mobiliteit van jonge vrijwilligers, stagiairs en werknemers ondersteunen.

(5)De aan jongeren aangeboden solidariteitsactiviteiten moeten van hoge kwaliteit zijn: zij moeten tegemoetkomen aan onvervulde behoeften van de samenleving, bijdragen tot de versterking van gemeenschappen, jongeren de mogelijkheid bieden waardevolle kennis en competenties te verwerven, financieel toegankelijk zijn voor jongeren en worden uitgevoerd in veilige en gezonde omstandigheden.

(6)Het Europees Solidariteitskorps biedt één contactpunt voor solidariteitsactiviteiten in de hele Unie. Er moet worden gezorgd voor consistentie en complementariteit van dat kader met andere relevante beleidsgebieden en programma’s. Het Europees Solidariteitskorps moet voortbouwen op de sterke punten en synergieën van bestaande programma's, met name het Europees vrijwilligerswerk. Het moet ook een aanvulling vormen op de inspanningen van de lidstaten om jongeren te ondersteunen en de overgang van school naar werk te vergemakkelijken in het kader van de jongerengarantie 19 door hen extra kansen te bieden om op de arbeidsmarkt te komen in de vorm van een stage of een baan op solidariteitsgerelateerde gebieden in hun eigen of een andere lidstaat. Er moet eveneens worden gezorgd voor complementariteit met bestaande EU-netwerken die betrekking hebben op de activiteiten in het kader van het Europees Solidariteitskorps, zoals het Europees netwerk van openbare diensten voor arbeidsvoorziening, Eures en het Eurodesk-netwerk. Bovendien moet worden gezorgd voor complementariteit tussen bestaande regelingen (in het bijzonder nationale solidariteitsregelingen en mobiliteitsprogramma’s voor jongeren) en het Europees Solidariteitskorps door in voorkomend geval voort te bouwen op goede praktijken.

(7)Om het grootst mogelijke effect uit het Europees Solidariteitskorps te halen, moeten regelingen worden getroffen die andere programma’s van de Unie (zoals het Fonds voor asiel, migratie en integratie, het programma "Europa voor de burger", het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en het gezondheidsprogramma) toelaten bij te dragen aan de doelstellingen van het Europees Solidariteitskorps door activiteiten te ondersteunen in het kader van het Korps. Die bijdrage moet worden gefinancierd in overeenstemming met de respectieve basisbesluiten van de betrokken programma's. Zodra zij een geldig kwaliteitskeurmerk van het Europees Solidariteitskorps hebben gekregen, moeten de begunstigden toegang krijgen tot de portaalsite van het Europees Solidariteitskorps en de kwaliteits- en ondersteuningsmaatregelen waarin wordt voorzien naargelang van het soort activiteit dat wordt aangeboden.

(8)Het Europees Solidariteitskorps moet jongeren nieuwe mogelijkheden bieden om deel te nemen aan vrijwilligersactiviteiten, stages of banen in solidariteitsgerelateerde gebieden en om op eigen initiatief solidariteitsprojecten te bedenken en te ontwikkelen. Die mogelijkheden moeten bijdragen aan hun persoonlijke, educatieve, sociale en professionele ontwikkeling en aan hun ontwikkeling als burger. Het Europees Solidariteitskorps moet ook netwerkactiviteiten voor personen en organisaties die deelnemen aan het Europees Solidariteitskorps ondersteunen, naast maatregelen om de kwaliteit van de ondersteunde activiteiten te waarborgen en de validatie van de leerresultaten te verbeteren.

(9)Vrijwilligersactiviteiten vormen een rijke ervaring in een niet-formele en informele leercontext die bijdragen tot de persoonlijke, sociale, educatieve en professionele ontwikkeling, het actief burgerschap en de inzetbaarheid van jongeren. Vrijwilligersactiviteiten mogen geen negatieve gevolgen hebben voor potentiële of bestaande banen of als vervanging daarvan worden beschouwd. Om te zorgen voor continuïteit met betrekking tot de vrijwilligersactiviteiten die op het niveau van de Unie worden ondersteund, moeten de vrijwilligersactiviteiten in het kader van het Europees vrijwilligerswerk die binnen het geografische toepassingsgebied van het Europees Solidariteitskorps vallen, worden ondersteund door het laatstgenoemde in de vorm van grensoverschrijdend vrijwilligerswerk. De andere vrijwilligersactiviteiten in het kader van het Europees vrijwilligerswerk die niet binnen het geografisch toepassingsgebied van het Europees Solidariteitskorps vallen, moeten blijven worden ondersteund via het programma dat is ingesteld bij Verordening (EU) nr. 1288/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van "Erasmus +": het programma van de Unie voor onderwijs, opleiding, jeugd en sport 20 . Wat de uitlegging van gerelateerde wetgeving op het niveau van de Unie betreft, moeten zowel grensoverschrijdend vrijwilligerswerk in het kader van het Europees Solidariteitskorps als de vrijwilligersactiviteiten die nog steeds worden ondersteund in het kader van Verordening (EU) nr. 1288/2013 worden beschouwd als gelijkwaardig met de activiteiten die in het kader van het Europees vrijwilligerswerk worden uitgevoerd.

(10)Stages en banen op solidariteitsgerelateerde gebieden kunnen jongeren extra kansen bieden om op de arbeidsmarkt te komen terwijl zij helpen maatschappelijke uitdagingen aan te pakken. Dergelijke ervaringen kunnen de inzetbaarheid en de productiviteit van jongeren helpen bevorderen en hun overgang van school naar werk vergemakkelijken, wat essentieel is om hun kansen op de arbeidsmarkt te vergroten. De stageplaatsen die in het kader van het Europees Solidariteitskorps worden aangeboden, moeten worden vergoed door de deelnemende organisatie en moeten voldoen aan de kwaliteitsbeginselen van de Aanbeveling van de Raad inzake een kwaliteitskader voor stages van 10 maart 2014 21 . De stages en banen die worden aangeboden, moeten een springplank zijn voor jongeren om op de arbeidsmarkt te komen en moeten daarom gepaard gaan met adequate ondersteuning na plaatsing. De stages en banen moeten worden gefaciliteerd door relevante arbeidsmarktactoren, met name openbare en particuliere diensten voor arbeidsvoorziening, sociale partners en kamers van koophandel. Als deelnemende organisaties moeten zij financiering kunnen aanvragen via de bevoegde uitvoeringsstructuur van het Europees Solidariteitskorps voor de bemiddeling tussen de deelnemende jongeren en de werkgevers die stages en banen in solidariteitsgerelateerde sectoren aanbieden.

(11)De zin voor initiatief van jongeren is een belangrijke troef voor de maatschappij en de arbeidsmarkt. Het Europees Solidariteitskorps moet dit aspect helpen bevorderen door jongeren de kans te bieden hun eigen projecten voor het aanpakken van specifieke uitdagingen ten bate van hun lokale gemeenschappen te ontwerpen en uit te voeren. Die projecten moeten een gelegenheid zijn om ideeën uit te proberen en moeten jongeren ondersteunen om zelf de drijvende kracht achter solidariteitsactiviteiten te zijn. Zij kunnen ook dienen als springplank naar verdere betrokkenheid bij solidariteitsactiviteiten en kunnen een eerste stap zijn in het stimuleren van deelnemers aan het Europees Solidariteitskorps om als zelfstandige aan de slag te gaan of verenigingen, ngo's of andere organisaties op te zetten die actief zijn in solidariteitsgerelateerde, non-profit- en jeugdsectoren.

(12)Jongeren en organisaties die deelnemen aan het Europees Solidariteitskorps moeten voelen dat zij deel uitmaken van een gemeenschap van personen en entiteiten die zich inzetten voor meer solidariteit in heel Europa. Tegelijkertijd hebben de deelnemende organisaties behoefte aan ondersteuning om hun capaciteit te versterken zodat zij hoogwaardige plaatsen kunnen bieden aan een toenemend aantal deelnemers. Het Europees Solidariteitskorps moet netwerkactiviteiten ondersteunen om de betrokkenheid van de jongeren en de deelnemende organisaties bij die gemeenschap te verstevigen, om een Europees Solidariteitskorpsgevoel te versterken en de uitwisseling van nuttige ervaringen en praktijken aan te moedigen. Die activiteiten moeten ook bijdragen tot een grotere bekendheid van het Europees Solidariteitskorps bij openbare en particuliere actoren en tot het verzamelen van feedback over de uitvoering van het Europees Solidariteitskorps bij de deelnemers en de deelnemende organisaties.

(13)Er moet vooral aandacht worden besteed aan de kwaliteit van de plaatsen en andere mogelijkheden die worden aangeboden in het kader van het Europees Solidariteitskorps. Dat kan met name door te voorzien in opleiding, taalondersteuning, verzekering, administratieve ondersteuning en ondersteuning na plaatsing en in de validatie van de kennis, vaardigheden en competenties die de deelnemers hebben verworven door hun ervaring bij het Europees Solidariteitskorps.

(14)Om ervoor te zorgen dat de activiteiten in het kader van het Europees Solidariteitskorps effectief een impact hebben op de persoonlijke, educatieve, sociale en professionele ontwikkeling van de deelnemers en op hun ontwikkeling als burger, moeten de kennis, vaardigheden en competenties die het leerresultaat van de activiteit zijn, duidelijk in kaart gebracht en gedocumenteerd worden. Daarbij moet rekening worden gehouden met de nationale omstandigheden en bijzonderheden zoals aanbevolen in de Aanbeveling van de Raad van 20 december 2012 betreffende de validatie van niet-formeel en informeel leren 22 .

(15)Er moet een kwaliteitskeurmerk worden ingevoerd om ervoor te zorgen dat de deelnemende organisaties voldoen aan de beginselen en vereisten van het handvest van het Europees Solidariteitskorps, wat hun rechten en verantwoordelijkheden gedurende alle fasen van de solidariteitservaring betreft. Het behalen van het kwaliteitskeurmerk moet een voorwaarde zijn voor deelname, maar mag niet automatisch leiden tot financiering uit hoofde van het Europees Solidariteitskorps.

(16)Een kenniscentrum van het Europees Solidariteitskorps moet de uitvoerende organen en de deelnemende organisaties en jongeren bijstaan om de kwaliteit van de uitvoering en van de activiteiten van het Europees Solidariteitskorps te verbeteren, alsook de identificatie en de validatie van de vaardigheden die via die activiteiten zijn verworven.

(17)Er moet voortdurend worden gewerkt aan een portaalsite van het Europees Solidaiteitskorps zodat het Europees Solidariteitskorps eenvoudig toegankelijk is en zodat een enig contactpunt wordt geboden, zowel voor geïnteresseerde personen als organisaties, onder meer in verband met inschrijving, identificatie en afstemming van de profielen en de mogelijkheden, netwerkvorming en virtuele uitwisselingen, online opleiding, taalondersteuning en ondersteuning na plaatsing en met andere nuttige functionaliteiten die in de toekomst kunnen ontstaan.

(18)In deze verordening worden voor de periode 2018-2020 de financiële middelen vastgelegd die voor het Europees Parlement en de Raad gedurende de jaarlijkse begrotingsprocedure het voornaamste referentiebedrag vormen in de zin van punt 17 van het Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie over de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer 23 . Het voornaamste referentiebedrag bestaat uit herschikkingen van het Erasmus+-programma (197,7 miljoen EUR) en van het Programma voor werkgelegenheid en sociale innovatie (10 miljoen EUR) voor de financiële jaren 2018, 2019 en 2020. Het wordt aangevuld met bijdragen uit verschillende Unie-programma’s onder verschillende rubrieken, zoals het Europees Sociaal Fonds, het Uniemechanisme voor civiele bescherming, het LIFE-programma en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling.

(19)Om te zorgen voor continuïteit tussen de activiteiten die door de bijdragende programma's worden ondersteund, moet voor de financiële steun aan solidariteitsplaatsen en projecten indicatief een 80 %-20 %-verdeling worden gevolgd tussen vrijwilligersplaatsen en solidariteitsprojecten enerzijds en stages en banen anderzijds.

(20)Om het grootst mogelijke effect uit het Europees Solidariteitskorps te halen, moeten regelingen worden getroffen om het voor de deelnemende landen mogelijk te maken aanvullende nationale financiering ter beschikking te stellen overeenkomstig de regels van het Europees Solidariteitskorps.

(21)Om de vereisten waaraan de begunstigden moeten voldoen te vereenvoudigen, moet zo veel mogelijk worden gebruikgemaakt van forfaitaire bedragen, op kosten per eenheid gebaseerde subsidies of vaste subsidiebedragen.

(22)Het Europees Solidariteitskorps moet niet alleen openstaan voor de lidstaten, maar ook voor deelname van andere landen, op basis van bilaterale overeenkomsten. Deze deelname wordt in voorkomend geval gefinancierd uit aanvullende kredieten volgens met de betrokken landen nader overeen te komen procedures.

(23)Het Europees Solidariteitskorps moet gericht zijn op jongeren van 18 tot 30 jaar. Om te kunnen deelnemen aan de door het Europees Solidariteitskorps aangeboden activiteiten moeten zij zich eerst inschrijven op de portaalsite van het Europees Solidariteitskorps.

(24)In het bijzonder moet erop worden gelet dat de door het Europees Solidariteitskorps ondersteunde activiteiten toegankelijk zijn voor alle jongeren en vooral voor de meest kansarme. Daarom moeten bijzondere maatregelen worden getroffen om de sociale inclusie en de deelname van kansarme jongeren te bevorderen en rekening te houden met de problemen in verband met de grote afstand van de ultraperifere gebieden van de Unie en de overzeese landen en gebiedsdelen 24 . De deelnemende landen moeten er ook naar streven alle nodige maatregelen te treffen om wettelijke en administratieve belemmeringen voor de goede werking van het Europees Solidariteitskorps weg te nemen. Dat houdt in dat, waar mogelijk en onverminderd het Schengenacquis en het Unierecht inzake de binnenkomst en het verblijf van onderdanen van derde landen, administratieve kwesties die problemen veroorzaken bij het verkrijgen van visa en verblijfsvergunningen moeten worden opgelost.

(25)Elke entiteit die wenst deel te nemen aan het Europees Solidariteitskorps, ongeacht of zij gefinancierd wordt uit de begroting van het Europees Solidariteitskorps, door een ander programma van de Unie of door een andere financieringsbron, moet een kwaliteitskeurmerk ontvangen als de voorwaarden daarvoor zijn vervuld. De uitvoerende instanties van het Europees Solidariteitskorps moeten voortdurend toezien op het proces dat leidt tot de toekenning van een kwaliteitskeurmerk. Het toegekende kwaliteitskeurmerk moet op gezette tijden opnieuw worden beoordeeld en kan worden ingetrokken als bij een controle wordt vastgesteld dat niet langer wordt voldaan aan de toekenningsvoorwaarden.

(26)Voor een entiteit een financieringsaanvraag kan doen voor het aanbieden van plaatsen in het kader van het Europees Solidariteitskorps, moet zij eerst het kwaliteitskeurmerk hebben gekregen. Die voorwaarde mag niet gelden voor natuurlijke personen die financiële steun aanvragen ten behoeve van de solidariteitsprojecten van een informele groep deelnemers aan het Europees Solidariteitskorps.

(27)Met het oog op een doeltreffend prestatiebeheer, dat onder meer monitoring en evaluaties omvat, moeten specifieke, meetbare en realistische indicatoren worden ontwikkeld die gedurende langere tijd kunnen worden gemeten en rekening houden met de specifieke opzet van de maatregel.

(28)Op Europees, nationaal en lokaal niveau moet worden gezorgd voor passende voorlichting, publiciteit en verspreiding van de mogelijkheden en resultaten van de door het Europees Solidariteitskorps ondersteunde activiteiten. De voorlichtings-, publiciteits- en verspreidingsactiviteiten moeten worden gedragen door alle uitvoeringsorganen van het Europees Solidariteitskorps, in voorkomend geval met de steun van andere belangrijke belanghebbenden.

(29)Om te zorgen voor een efficiëntere communicatie met het brede publiek en een sterkere synergie tussen de op initiatief van de Commissie ondernomen communicatieactiviteiten, moeten de bij deze verordening voor communicatie toegewezen middelen ook worden gebruikt voor institutionele communicatie betreffende de politieke prioriteiten van de Unie, voor zover deze verband houden met de algemene doelstellingen van deze verordening.

(30)Om te zorgen voor een efficiënte en effectieve uitvoering van deze verordening zal het Europees Solidariteitskorps maximaal gebruikmaken van de bestaande beheersregelingen. Daarom moet de uitvoering van het Europees Solidariteitskorps worden toevertrouwd aan bestaande structuren, namelijk de Commissie, het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur en de nationale agentschappen voor het beheer van de in Hoofdstuk III van Verordening (EU) nr. 1288/2013 bedoelde acties.

(31)Om te zorgen voor een financieel gezonde uitvoering en een nauwgezette monitoring van het Europees Solidariteitskorps op nationaal niveau is het belangrijk om een beroep te doen op de bestaande nationale autoriteiten die zijn aangeduid voor het beheer van de in Hoofdstuk III van Verordening (EU) nr. 1288/2013 bedoelde acties.

(32)Om te zorgen voor een gezond financieel beheer en rechtszekerheid in elk deelnemend land, moet elke nationale autoriteit een onafhankelijk auditorgaan aanwijzen. Waar mogelijk en om de efficiëntie te vergroten, kan het onafhankelijk auditorgaan hetzelfde zijn als het orgaan dat is aangewezen voor de in Hoofdstuk III van Verordening (EU) nr. 1288/2013 bedoelde acties.

(33)De financiële belangen van de Unie moeten gedurende de gehele uitgavencyclus worden beschermd met evenredige maatregelen, waaronder de preventie, de opsporing en het onderzoek van onregelmatigheden, de terugvordering van verloren gegane, ten onrechte betaalde of slecht bestede middelen en, indien nodig, met sancties.

(34)Om ervoor te zorgen dat deze verordening volgens eenvormige voorwaarden wordt uitgevoerd, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren 25 .

(35)In overeenstemming met Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie 26 moet de Commissie werkprogramma's vaststellen en het Europees Parlement en de Raad daarvan op de hoogte brengen. Het werkprogramma moet de nodige maatregelen bevatten voor de uitvoering ervan in overeenstemming met de algemene en specifieke doelstellingen van het Europees Solidariteitskorps, de selectie- en gunningscriteria voor subsidies en alle andere noodzakelijke elementen. De werkprogramma's en de wijzigingen daarvan moeten door middel van uitvoeringshandelingen overeenkomstig de onderzoeksprocedure worden vastgesteld.

(36)Aangezien de doelstelling van deze verordening, namelijk het vaststellen van een Europees Solidariteitskorps, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt maar, vanwege de omvang en de gevolgen ervan, beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

(37)Om redenen van efficiëntie en effectiviteit moet het op grond van Verordening (EU) nr. 1288/2013 ingestelde comité de Commissie ook bijstaan bij de uitvoering van deze verordening. Met betrekking tot het Europees Solidariteitskorps moet dat comité in een specifieke samenstelling bijeenkomen en het mandaat van het comité moet worden aangepast om deze nieuwe rol te vervullen. Het is aan de deelnemende landen relevante vertegenwoordigers voor deze vergaderingen aan te wijzen, rekening houdend met de vrijwillige en werkgerelateerde dimensies van het Europees Solidariteitskorps.

(38)Verordening (EU) nr. 1288/2013 moet worden gewijzigd om rekening te houden met de wijzigingen van het Europees vrijwilligerswerk door de nieuwe vrijwilligersactiviteiten die in het kader van het Europees Solidariteitskorps worden ondersteund.

(39)De financiële middelen van het Europees Solidariteitskorps onder rubriek 1a van het meerjarig financieel kader bouwen ook voort op overgehevelde middelen van het Erasmus+-programma. Deze middelen moeten voornamelijk komen van kredieten voor de financiering van de activiteiten van het Europees vrijwilligerswerk die zouden vallen onder het toepassingsgebied van het vrijwilligerswerk dat in het kader van deze verordening wordt ondersteund. Bepaalde kredieten van de garantiefaciliteit voor studentenleningen, die waarschijnlijk niet zullen worden opgenomen in het kader van Erasmus+, moeten worden overgeheveld om te voorzien in adequate medefinanciering van de werkingskosten van de nationale agentschappen en moeten meer in overeenstemming worden gebracht met de absorptiecapaciteit van deze actie.

(40)De financiële middelen van het Europees Solidariteitskorps onder rubriek 1a van het meerjarig financieel kader moeten worden aangevuld met financiële bijdragen van andere programma's en rubrieken. Daarvoor moeten de Verordeningen (EU) nr. 1293/2013 27 , (EU) nr. 1303/2013 28 , (EU) nr. 1305/2013 29 , (EU) nr. 1306/2013 30 en Besluit nr. 1313/2013/EU van het Europees Parlement en de Raad 31 worden gewijzigd.

(41)Deze verordening moet van toepassing zijn met ingang van 1 januari 2018. Om ervoor te zorgen dat de in deze verordening opgenomen maatregelen meteen kunnen worden toegepast, moet deze verordening in werking treden op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Onderwerp

In deze verordening wordt het rechtskader vastgesteld voor het Europees Solidariteitskorps, dat jongeren mogelijkheden biedt om deel te nemen aan solidariteitsactiviteiten.

Artikel 2

Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

1)"solidariteitsactiviteit": een activiteit die gericht is op het aanpakken van onvervulde behoeften van de samenleving ten bate van een gemeenschap en tegelijkertijd bijdraagt aan de persoonlijke, educatieve, sociale en professionele ontwikkeling van een jongere en aan zijn ontwikkeling als burger; de activiteit kan de vorm aannemen van plaatsen, projecten of netwerkactiviteiten die zijn ontwikkeld met betrekking tot verschillende gebieden zoals onderwijs en opleiding, werkgelegenheid, gendergelijkheid, ondernemerschap (in het bijzonder sociaal ondernemerschap), burgerschap en democratische participatie, milieu en natuurbescherming, klimaatactie, rampenpreventie, paraatheid en hersteloperaties, landbouw en plattelandsontwikkeling, het verstrekken van voedsel en non-foodartikelen, gezondheid en welzijn, creativiteit en cultuur, lichamelijke opvoeding en sport, sociale bijstand en welzijn, de ontvangst en integratie van onderdanen van derde landen, territoriale samenwerking en cohesie;

2)"deelnemer": een jongere die is ingeschreven op de portaalsite van het Europees Solidariteitskorps en deelneemt aan een solidariteitsactiviteit die in het kader van het Europees Solidariteitskorps door een deelnemende organisatie wordt aangeboden;

3)"kansarme jongeren": personen die aanvullende ondersteuning nodig hebben wegens een handicap, leerproblemen, economische belemmeringen, culturele verschillen, gezondheidsproblemen, sociale problemen of geografische belemmeringen;

4)"deelnemende organisatie": een publieke of private entiteit die het kwaliteitskeurmerk van het Europees Solidariteitskorps heeft gekregen en die een plaats biedt aan een deelnemer aan het Europees Solidariteitskorps of andere activiteiten uitvoert in het kader van het Europees Solidariteitskorps;

5)"solidariteitsplaats": een vrijwilligersactiviteit, stage of baan in een solidariteitsgerelateerd gebied, die wordt georganiseerd door een deelnemende organisatie en die erop is gericht belangrijke maatschappelijke uitdagingen aan te pakken en tegelijkertijd bijdraagt aan de persoonlijke, educatieve, sociale en professionele ontwikkeling van de deelnemer aan het Europees Solidariteitskorps, aan zijn ontwikkeling als burger en aan zijn inzetbaarheid; de deelnemer voert de activiteit uit in zijn land van verblijf (binnenlands) of in een ander land (grensoverschrijdend);

6)"vrijwilligerswerk": voltijds 32 onbetaald vrijwilligerswerk voor een periode van maximaal twaalf maanden, dat jongeren de kans biedt bij te dragen aan de dagelijkse werkzaamheden van organisaties die actief zijn in solidariteitsgerelateerde gebieden, ten bate van de gemeenschappen waarin de activiteiten worden verricht, en die de jonge vrijwilligers een solide leer- en opleidingsbasis verschaffen om vaardigheden en competenties te verwerven die nuttig zijn voor hun persoonlijke, educatieve, sociale en professionele ontwikkeling en ook zullen bijdragen tot het verbeteren van hun inzetbaarheid;

7)"werk in een vrijwilligersteam": werk waarbij teams van deelnemers aan het Europees Solidariteitskorps uit verschillende deelnemende landen gedurende twee weken tot twee maanden als vrijwilliger voor een gezamenlijk doel samen handenarbeid of intellectuele taken kunnen verrichten in het kader van een waardevol project voor gemeenschapsdienst;

8)"stage": een periode van twee tot twaalf maanden werkervaring die wordt vergoed door de organisatie die de deelnemer aan het Europees Solidariteitskorps onvangt en is gebaseerd op een schriftelijke stageovereenkomst, die een leer- en opleidingscomponent omvat en wordt doorlopen om praktische en beroepservaring op te doen om de inzetbaarheid te verhogen en de overgang naar een reguliere baan te vergemakkelijken;

9)"baan": een periode van twee tot twaalf maanden werk, dat wordt vergoed door de organisatie die de deelnemer aan het Europees Solidariteitskorps in dienst neemt en wordt verricht in een deelnemend land, en is gebaseerd op een arbeidsovereenkomst die voldoet aan het nationale regelgevingskader van het deelnemende land;

10)"solidariteitsproject": een lokaal initiatief voor een periode van twee tot twaalf maanden dat is opgezet en wordt uitgevoerd door groepjes van ten minste vijf deelnemers aan het Europees Solidariteitskorps en dat erop gericht is belangrijke uitdagingen in hun lokale gemeenschap aan te pakken en in een ruimer Europees perspectief te brengen;

11)"kwaliteitskeurmerk": de certificering die aan een publieke of private entiteit of een internationale organisatie die in het kader van het Europees Solidariteitskorps plaatsen wil aanbieden, wordt toegekend na een procedure die erop gericht is te waarborgen dat de beginselen en voorschriften van het handvest van het Europees Solidariteitskorps worden nageleefd;

12)"Handvest van het Europees Solidariteitskorps": het document waarin de respectieve rechten en verantwoordelijkheden zijn vastgesteld en waarmee alle entiteiten die willen deelnemen aan het Europees Solidariteitskorps zich akkoord moeten verklaren;

13)"Kenniscentrum van het Europees Solidariteitskorps": de aanvullende functies die worden uitgeoefend door een aangewezen nationaal agentschap ter ondersteuning van de ontwikkeling en de uitvoering van activiteiten in het kader van het Europees Solidariteitskorps, alsook de identificatie van de door de deelnemers via hun stages en projecten verworven competenties;

14)"Portaalsite van het Europees Solidariteitskorps": een webinstrument dat relevante onlinediensten biedt voor de deelnemers en deelnemende organisaties aan het Europees Solidariteitskorps, waaronder informatie over het Europees Solidariteitskorps, de inschrijving van deelnemers, het zoeken naar plaatsen door de deelnemers, het adverteren van en zoeken naar plaatsen, het zoeken naar mogelijke projectpartners, het beheren van contacten en het aanbod van stages en projecten, opleiding, communicatie en netwerkactiviteiten, informatie over en aankondiging van mogelijkheden alsook andere relevante ontwikkelingen met betrekking tot het Europees Solidariteitskorps.

Artikel 3

Algemene doelstelling

Het doel van het Europees Solidariteitskorps is de inzet van jongeren en organisaties in toegankelijke en kwalitatieve solidariteitsactiviteiten te vergroten om bij te dragen aan de versterking van de cohesie en de solidariteit in Europa, de gemeenschappen te ondersteunen en te reageren op maatschappelijke uitdagingen.

Artikel 4

Specifieke doelstellingen

Het Europees Solidariteitskorps streeft de volgende specifieke doelstellingen na:

a)met de steun van de deelnemende organisaties, jongeren gemakkelijk toegankelijke mogelijkheden bieden om mee te doen aan solidariteitsactiviteiten en tegelijkertijd hun vaardigheden en competenties te vergroten om hun persoonlijke, educatieve, sociale en professionele ontwikkeling en hun ontwikkeling als burger te bevorderen, hun inzetbaarheid te vergroten en hun overgang naar de arbeidsmarkt te vergemakkelijken, onder meer ook door de mobiliteit van jonge vrijwilligers, stagiairs en werknemers te ondersteunen;

b)ervoor zorgen dat de solidariteitsactiviteiten die aan de deelnemers van het Europees Solidariteitskorps worden geboden om concrete, onvervulde behoeften van de samenleving aan te pakken en de gemeenschappen te versterken van hoge kwaliteit zijn en passend worden gevalideerd.

Artikel 5

Samenhang en complementariteit met het optreden van de Unie

1.De acties van het Europees Solidariteitskorps zijn consistent en complementair met de relevante beleidslijnen en programma's op de in artikel 2, lid 1, genoemde gebieden en met de bestaande netwerken op het niveau van de Unie die betrekking hebben tot de activiteiten van het Europees Solidariteitskorps.

2.De Commissie en de deelnemende landen werken samen om efficiëntie en effectiviteit te bereiken, door samenhang te waarborgen tussen nationale programma’s en regelingen in verband met solidariteit, onderwijs, beroepsopleiding en jeugd enerzijds en acties in het kader van het Europees Solidariteitskorps anderzijds. Die acties bouwen voort op relevante goede praktijken en bestaande programma’s.

3.Andere programma's van de Unie kunnen ook bijdragen tot de doelstellingen van het Europees Solidariteitskorps door activiteiten binnen het toepassingsgebied van het Korps te ondersteunen. Die bijdrage wordt gefinancierd in overeenstemming met de respectieve basisbesluiten.

HOOFDSTUK II

ACTIES VAN HET EUROPEES SOLIDARITEITSKORPS

Artikel 6

Acties van het Europees Solidariteitskorps

Het Europees Solidariteitskorps streeft zijn doelstellingen na door middel van de volgende soorten acties:

a)solidariteitsplaatsen, projecten en netwerkactiviteiten;

b)kwaliteits- en ondersteuningsmaatregelen.

Artikel 7

Solidariteitsplaatsen, projecten en netwerkactiviteiten

4.Deze actie verleent steun aan:

a)solidariteitsplaatsen in de vorm van vrijwilligerswerk, stages of banen, waaronder zowel individuele grensoverschrijdende en binnenlandse plaatsingen als werk in een vrijwilligersteam;

b)solidariteitsprojecten op initiatief van deelnemers aan het Europees Solidariteitskorps;

c)netwerkactiviteiten voor personen en organisaties die deelnemen aan het Europees Solidariteitskorps.

5.De in lid 1, onder a), bedoelde grensoverschrijdende plaatsingen worden beschouwd als gelijkwaardig met de activiteiten die in het kader van het Europees vrijwilligerswerk worden uitgevoerd en verwijzingen naar het Europees vrijwilligerswerk in Unie-wetgeving worden wat die plaatsingen betreft, gelezen als eveneens verwijzend naar het Europees Solidariteitskorps.

Artikel 8

Kwaliteits- en ondersteuningsmaatregelen

Deze actie verleent steun aan:

a)maatregelen die erop gericht zijn de kwaliteit van solidariteitsplaatsen, met inbegrip van opleiding, taalondersteuning, administratieve ondersteuning voor deelnemers en deelnemende organisaties, verzekering en ondersteuning na plaatsing te verbeteren en een certificaat te ontwikkelen dat de tijdens de plaatsing verworven kennis, vaardigheden en competenties valideert;

b)het ontwikkelen en onderhouden van een kwaliteitskeurmerk voor entiteiten die plaatsen voor het Europees Solidariteitskorps willen aanbieden om ervoor te zorgen dat de beginselen en vereisten van het handvest van het Europees Solidariteitskorps worden nageleefd;

c)de activiteiten van het kenniscentrum van het Europees Solidariteitskorps om de kwaliteit van de uitvoering van de acties van het Europees Solidariteitskorps te ondersteunen en te verbeteren en de validatie van de resultaten ervan te versterken;

d)het opzetten, onderhouden en bijwerken van de portaalsite van het Europees Solidariteitskorps en andere relevante onlinediensten, alsook de nodige ondersteunende computersystemen en webinstrumenten.

HOOFDSTUK III

FINANCIËLE BEPALINGEN

Artikel 9

Begroting

1.De algemene beschikbare begroting voor de uitvoering van het Europees Solidariteitskorps van 1 januari 2018 tot en met 31 december 2020 is vastgesteld op 341 500 000 EUR in lopende prijzen.

2.Het in lid 1 genoemde bedrag omvat een bedrag van 294 200 000 EUR 33 in lopende prijzen, dat wordt aangevuld met bijdragen van:

a)het Europees Sociaal Fonds, dat 35 000 000 EUR in lopende prijzen bijdraagt;

b)het Uniemechanisme voor civiele bescherming, dat 6 000 000 EUR in lopende prijzen bijdraagt;

c)het LIFE-programma, dat 4 500 000 EUR in lopende prijzen bijdraagt;

d)het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling, dat 1 800 000 EUR in lopende prijzen bijdraagt.

3.De financiële ondersteuning van de in artikel 7, lid 1, onder a) en b), bedoelde solidariteitsplaatsen en -projecten bedraagt indicatief 80 % voor vrijwilligersplaatsen en solidariteitsprojecten en 20 % voor stages en banen.

4.De financiële toewijzing kan ook de uitgaven dekken voor voorbereidende, monitoring-, controle-, audit- en evaluatieactiviteiten die nodig zijn voor het beheer van het Europees Solidariteitskorps en de verwezenlijking van de doelstellingen ervan, met name studies, bijeenkomsten van deskundigen en voorlichtings- en communicatieacties, uitgaven die verband houden met het opzetten, onderhouden en bijwerken van de portaalsite van het Europees Solidariteitskorps en de nodige ondersteunende computersystemen, en alle andere kosten voor technische en administratieve bijstand die door de Commissie voor het beheer van het Europees Solidariteitskorps zijn gedaan.

5.Indien nodig kunnen in de begroting voor de jaren na 2020 kredieten worden opgenomen om vergelijkbare uitgaven te dekken, zodat maatregelen die per 31 december 2020 nog niet zijn voltooid verder kunnen worden beheerd.

6.Een deelnemend land kan aan begunstigden nationale middelen ter beschikking stellen die volgens de voorschriften van het Europees Solidariteitskorps beheerd worden, en daartoe gebruikmaken van de gedecentraliseerde structuren van het Europees Solidariteitskorps, voor zover dit land naar evenredigheid deelneemt aan de financiering van die structuren.

Artikel 10

Vormen van financiering door de Unie

1.Financiering van het Europees Solidariteitskorps kan worden verstrekt onder een of meer van de vormen als vastgesteld in Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012, met name subsidies, plaatsing van overheidsopdrachten en prijzen.

2.De Commissie kan het Europees Solidariteitskorps op indirecte wijze uitvoeren overeenkomstig artikel 58, lid 1, onder c), van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012.

HOOFDSTUK IV

DEELNAME AAN HET EUROPEES SOLIDARITEITSKORPS

Artikel 11

Deelnemende landen

1.De lidstaten nemen deel aan het Europees Solidariteitskorps.

2.Het Europees Solidariteitskorps staat niet alleen open voor de lidstaten, maar ook voor deelname van andere landen, op basis van bilaterale overeenkomsten. Deze samenwerking wordt in voorkomend geval gefinancierd uit aanvullende kredieten volgens met de betrokken landen nader overeen te komen procedures.

Artikel 12

Deelname van personen

1.Jongeren tussen 17 en 30 jaar die willen deelnemen aan het Europees Solidariteitskorps schrijven zich in op de portaalsite van het Europees Solidariteitskorps. Op het moment waarop de plaatsing of het project begint, moet de ingeschreven jongere echter de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt en mag hij niet ouder zijn dan 30 jaar.

2.Bij de uitvoering van deze verordening zorgen de Commissie en de deelnemende landen ervoor dat bijzondere voorzieningen worden getroffen om sociale inclusie en met name deelname van kansarme jongeren te bevorderen.

Artikel 13

Deelnemende organisaties

1.Het Europees Solidariteitskorps staat open voor deelname van publieke en private entiteiten of internationale organisaties, op voorwaarde dat zij een kwaliteitskeurmerk van het Europees Solidariteitskorps hebben gekregen.

2.Een aanvraag voor deelname aan het Europees Solidariteitskorps van een in aanmerking komende entiteit wordt beoordeeld door de bevoegde uitvoerende instantie van het Europees Solidariteitskorps om na te gaan of haar activiteiten voldoen aan de vereisten van het Europees Solidariteitskorps.

3.Op grond van die beoordeling kan het kwaliteitskeurmerk van het Europees Solidariteitskorps aan de entiteit worden toegekend. Het toegekende kwaliteitskeurmerk wordt op gezette tijden opnieuw beoordeeld en kan worden ingetrokken.

4.Elke entiteit die het kwaliteitskeurmerk van het Europees Solidariteitskorps heeft gekregen, krijgt toegang tot de portaalsite van het Europees Solidariteitskorps en mag solidariteitsactiviteiten aanbieden aan ingeschreven jongeren.

5.Het kwaliteitskeurmerk van het Europees Solidariteitskorps leidt niet automatisch tot financiering uit hoofde van het Europees Solidariteitskorps.

6.De solidariteitsactiviteiten en daarmee gepaard gaande kwaliteits- en ondersteuningsmaatregelen die door een deelnemende organisatie worden aangeboden, kunnen in aanmerking komen voor subsidies uit het Europees Solidariteitskorps of een ander programma van de Unie dat autonoom bijdraagt tot de doelstellingen van het Europees Solidariteitskorps of van andere financieringsbronnen die los staan van de EU-begroting.

Artikel 14

Toegang tot financiering door het Europees Solidariteitskorps

Publieke of private entiteiten die zijn gevestigd in een deelnemend land en internationale organisaties die solidariteitsactiviteiten verrichten in de deelnemende landen kunnen een aanvraag indienen voor financiering door het Europees Solidariteitskorps. In het geval van activiteiten als bedoeld in artikel 7, lid 1, onder a), moet de deelnemende organisatie eerst het kwaliteitskeurmerk behalen voor zij financiering door het Europees Solidariteitskorps kan verkrijgen. In het geval van solidariteitsprojecten als bedoeld in artikel 7, lid 1, onder b), kunnen ook natuurlijke personen een aanvraag voor financiering doen namens informele groepen van deelnemers aan het Europees Solidariteitskorps.

HOOFDSTUK V

PRESTATIES, RESULTATEN EN VERSPREIDING

Artikel 15

Controle en evaluatie van de prestaties en resultaten

1.De Commissie controleert, in samenwerking met de deelnemende landen, regelmatig de prestaties van het Europees Solidariteitskorps met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen.

2.De voortgang in verband met de specifieke doelstellingen wordt gemeten aan de hand van indicatoren, zoals:

a)het aantal deelnemers aan vrijwilligerswerk (in eigen land of in het buitenland);

b)het aantal deelnemers aan stages (in eigen land of in het buitenland);

c)het aantal deelnemers aan banen (in eigen land of in het buitenland);

d)het aantal deelnemers aan solidariteitsprojecten;

e)het aantal organisaties die het kwaliteitskeurmerk van het Europees Solidariteitskorps hebben.

Uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening stelt de Commissie een gedetailleerd programma op voor de monitoring van de outputs, resultaten en effecten van deze verordening.

3.In 2020 publiceert de Commissie een verslag waarin zij de balans opmaakt van de voortgang die is gemaakt met het oog op de verwezenlijking van de resultaten, waaronder de doelstelling om tegen 2020 100 000 jongeren kansen te bieden om deel te nemen aan het Europees Solidariteitskorps (hiermee worden alle plaatsingen en projecten als bedoeld in artikel 7, lid 1, onder a) en b).

4.Vier jaar na de inwerkingtreding van deze verordening voert de Commissie een onafhankelijke beoordeling van deze verordening uit en legt zij een verslag met de belangrijkste bevindingen voor aan het Europees Parlement, de Raad, het Comité van de Regio’s en het Europees Economisch en Sociaal Comité.

Artikel 16

Communicatie en verspreiding

1.De Commissie zorgt in samenwerking met de deelnemende landen voor de verspreiding van informatie en publiciteitsmateriaal en van informatie over follow-upmaatregelen in verband met alle acties die door het Europees Solidariteitskorps worden ondersteund.

2.De in artikel 20 bedoelde nationale agentschappen ontwikkelen een consistent beleid met betrekking tot doeltreffende voorlichting en de verspreiding en benutting van de resultaten van activiteiten die worden ondersteund in verband met de door hen beheerde acties, staan de Commissie bij in de uitvoering van de algemene taak van voorlichting over het Europees Solidariteitskorps, met inbegrip van informatie over de op nationaal en Unieniveau beheerde acties, en de resultaten ervan, en informeren relevante doelgroepen over de initiatieven die in hun land zijn ondernomen.

3.In het kader van communicatieactiviteiten wordt tevens de institutionele communicatie betreffende de beleidsprioriteiten van de Unie ondersteund, op voorwaarde dat zij betrekking hebben op de algemene doelstellingen van deze verordening.

HOOFDSTUK VI

BEHEERS- EN AUDITSYSTEEM

Artikel 17

Uitvoeringsorganen

Deze verordening wordt op consistente wijze uitgevoerd door:

a)de Commissie op het niveau van de Unie;

b)de nationale agentschappen op nationaal niveau in de deelnemende landen.

Artikel 18

Nationale autoriteit

In elk land dat deelneemt aan het Europees Solidariteitskorps treden de nationale autoriteiten die zijn aangewezen voor het beheer van de acties als bedoeld in hoofdstuk III van Verordening (EU) nr. 1288/2013 ook op als nationale autoriteiten in het kader van het Europees Solidariteitskorps. Artikel 27, leden 1, 3, 5, 8, 9, 11, 12, 13, 14, 15 en 16, van die verordening is naar analogie van toepassing op het Europees Solidariteitskorps. Voor de landen zoals bedoeld in artikel 11, lid 2, van deze verordening, waarvoor geen nationale autoriteit is aangeduid, wordt deze aangewezen overeenkomstig artikel 27, leden 2 tot en met 6 en leden 8 tot en met 15, van Verordening (EU) nr. 1288/2013.

Artikel 19

Onafhankelijk auditorgaan

1.De nationale autoriteit wijst een onafhankelijk auditorgaan aan. Het onafhankelijke auditorgaan geeft een auditverklaring af over de in artikel 60, lid 5, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 bedoelde jaarlijkse beheersverklaring.

2.Het onafhankelijke auditorgaan:

a)beschikt over de noodzakelijke beroepsbekwaamheid om audits in de publieke sector te verrichten;

b)zorgt ervoor dat bij de auditwerkzaamheden internationaal aanvaarde auditnormen in acht worden genomen;

c)verkeert niet in een belangenconflict met betrekking tot de juridische entiteit waarvan het nationale agentschap als bedoeld in artikel 20 deel uitmaakt en is, wat zijn functies betreft, onafhankelijk van de juridische entiteit waarvan het nationale agentschap deel uitmaakt.

3.Het onafhankelijke auditorgaan verschaft de Commissie en haar vertegenwoordigers alsmede de Rekenkamer volledige toegang tot alle documenten en rapporten ter staving van de auditverklaring die het afgeeft over de jaarlijkse beheersverklaring van het nationale agentschap.

Artikel 20

Nationaal agentschap

1.In elk land dat deelneemt aan het Europees Solidariteitskorps treden de nationale agentschappen die zijn aangewezen voor het beheer van de acties als bedoeld in hoofdstuk III van Verordening (EU) nr. 1288/2013 in hun respectieve landen ook op als nationale agentschappen in het kader van het Europees Solidariteitskorps.

Artikel 28, leden 1, 2, 5, 6, 7 en 8, van Verordening (EU) nr. 1288/2013 is naar analogie van toepassing op het Europees Solidariteitskorps.

2.Onverminderd artikel 28, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1288/2013 is het nationale agentschap ook verantwoordelijk voor alle fasen van de projectcyclus van de acties in het kader van het Europees Solidariteitskorps die zijn opgenomen in de in artikel 24 bedoelde uitvoeringshandelingen overeenkomstig artikel 58, lid 1, onder c), punten v) en vi), van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 en artikel 44 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012 van de Commissie 34 .

3.Voor de landen zoals bedoeld in artikel 11, lid 2, van deze verordening, waarvoor geen nationaal agentschap is aangewezen, wordt dit vastgesteld overeenkomstig artikel 28, leden 2, 5, 6, 7 en 8, van Verordening (EU) nr. 1288/2013.

Artikel 21

Europese Commissie

1.De regels die van toepassing zijn op de betrekkingen tussen de Commissie en het nationale agentschap worden vastgelegd in een schriftelijk document dat het volgende bevat:

a)nadere bepalingen inzake de interne controlenormen voor nationale agentschappen en de voorschriften voor het beheer van middelen van de Unie voor het verlenen van subsidies door nationale agentschappen;

b)het werkprogramma van het nationale agentschap, waaronder een omschrijving van de beheerstaken van het nationale agentschap waaraan steun door de Unie wordt verstrekt;

c)specificatie van de rapportagevereisten voor het nationale agentschap.

2.De Commissie stelt jaarlijks de volgende middelen beschikbaar aan het nationale agentschap:

a)middelen voor subsidieverlening in het deelnemende land voor acties van het Europees Solidariteitskorps waarvan het beheer is opgedragen aan het nationale agentschap;

b)een financiële bijdrage ter ondersteuning van de beheerstaken van het nationale agentschap, die wordt bepaald volgens de in artikel 29, lid 4, onder b), van Verordening (EU) nr. 1288/2013 beschreven modaliteiten.

3.De Commissie stelt de vereisten voor het werkprogramma van het nationale agentschap vast. De Commissie stelt geen middelen van het Europees Solidariteitskorps beschikbaar aan het nationale agentschap voor zij het werkprogramma van het nationale agentschap formeel heeft goedgekeurd.

4.Op basis van de in artikel 27, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1288/2013 bedoelde nalevingsvoorschriften voor nationale agentschappen beoordeelt de Commissie de nationale beheers- en controlesystemen, de jaarlijkse beheersverklaring van het nationale agentschap en de verklaring van het onafhankelijke auditorgaan daarover, naar behoren rekening houdend met de informatie die door de nationale autoriteit over zijn monitoring- en supervisieactiviteiten betreffende het Europees Solidariteitskorps wordt verstrekt.

5.Na de beoordeling van de jaarlijkse beheersverklaring en de verklaring van het onafhankelijke auditorgaan daarover verstrekt de Commissie haar advies en opmerkingen aan het nationale agentschap en de nationale autoriteit.

6.Indien de Commissie de jaarlijkse beheersverklaring of de onafhankelijke auditverklaring daarover niet kan aanvaarden of indien het nationale agentschap geen bevredigend gevolg geeft aan de opmerkingen van de Commissie, kan de Commissie voorzorgs- of correctieve maatregelen nemen die noodzakelijk zijn om de financiële belangen van de Unie te waarborgen overeenkomstig artikel 60, lid 4, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012.

7.De Commissie organiseert regelmatig bijeenkomsten met het netwerk van nationale agentschappen om zorg te dragen voor een coherente uitvoering van het Europees Solidariteitskorps in alle deelnemende landen.

HOOFDSTUK VII

CONTROLESYSTEEM

Artikel 22

Beginselen van het controlesysteem

1.De Commissie neemt passende maatregelen om ervoor te zorgen dat bij de uitvoering van uit hoofde van deze verordening gefinancierde acties, de financiële belangen van de Unie worden beschermd door middel van maatregelen ter bestrijding van fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten, door middel van doeltreffende controles en, indien onregelmatigheden worden ontdekt, door middel van terugvordering van de ten onrechte betaalde bedragen en, voor zover van toepassing, door middel van doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties.

2.De Commissie is verantwoordelijk voor de uitoefening van toezichthoudende controles met betrekking tot de acties van het Europees Solidariteitskorps die door de nationale agentschappen worden beheerd. Zij stelt minimumeisen vast voor de controles door het nationale agentschap en het onafhankelijke auditorgaan.

3.Het nationale agentschap is verantwoordelijk voor de primaire controle van de begunstigden van subsidies voor de acties van het Europees Solidariteitskorps die aan hen worden toevertrouwd. Die controles bieden een redelijke zekerheid dat de verleende subsidies worden besteed voor de doeleinden waarvoor zij bestemd zijn en in overeenstemming met de toepasselijke voorschriften van de Unie.

4.Met betrekking tot de middelen die aan de nationale agentschappen worden overgemaakt, zorgt de Commissie voor een goede coördinatie van haar controles met de nationale autoriteiten en de nationale agentschappen, op basis van het beginsel van één enkele audit en volgens een op risico gebaseerde analyse. Deze bepaling is niet van toepassing op onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF).

Artikel 23

Bescherming van de financiële belangen van de Unie

1.De Commissie of haar vertegenwoordigers en de Rekenkamer hebben de bevoegdheid om audits, op basis van documenten of ter plaatse, uit te voeren met betrekking tot alle begunstigden van subsidies, contractanten, subcontractanten en andere derde partijen die middelen van de Unie hebben ontvangen. Zij kunnen ook audits en controles verrichten bij de nationale agentschappen.

2.OLAF kan overeenkomstig de procedures van Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 35 controles en verificaties ter plaatse bij de direct of indirect bij de financiering betrokken marktdeelnemers uitvoeren om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten in verband met een subsidieovereenkomst of -besluit of een contract betreffende financiering door de Unie, waardoor de financiële belangen van de Unie geschaad zijn.

3.Onverminderd de leden 1 en 2 verlenen de uit deze verordening voortvloeiende samenwerkingsovereenkomsten met derde landen en internationale organisaties, subsidieovereenkomsten en -besluiten en contracten de Commissie, de Rekenkamer en OLAF uitdrukkelijk de bevoegdheid om dergelijke audits en controles en verificaties ter plaatse uit te voeren.

HOOFDSTUK VIII

UITVOERINGSBEPALINGEN

Artikel 24

Uitvoering van het Europees Solidariteitskorps

1.Om deze verordening uit te voeren stelt de Commissie werkprogramma’s vast door middel van uitvoeringshandelingen. Elk werkprogramma zorgt ervoor dat de algemene en specifieke doelstellingen als neergelegd in de artikelen 3 en 4 op consistente wijze ten uitvoer worden gelegd en vermeldt de verwachte resultaten, de tenuitvoerleggingsmethode en het totale bedrag ervan. Het werkprogramma omvat ook een omschrijving van de te financieren acties, een indicatie van het voor elke actie toegewezen bedrag, alsmede een indicatie van de verdeling van middelen tussen de deelnemende landen voor de door de nationale agentschappen te beheren acties, en een indicatief tijdschema voor de uitvoering.

2.Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 25, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Artikel 25

Comitéprocedure

1.De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 36 van Verordening (EU) nr. 1288/2013 opgerichte comité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

2.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

HOOFDSTUK IX

WIJZIGINGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 26

Wijziging van Verordening (EU) nr. 1288/2013

Verordening (EU) nr. 1288/2013 wordt als volgt gewijzigd:

1.Artikel 13 van Verordening (EU) nr. 1288/2013 wordt vervangen door:

"1. Individuele leermobiliteit verleent steun aan:

a) de mobiliteit van jongeren in niet-formele en informele leeractiviteiten tussen de programmalanden; die mobiliteit kan de vorm aannemen van zowel uitwisseling van jongeren en vrijwilligerswerk als vernieuwende acties die voortbouwen op bestaande mobiliteitsvoorzieningen;

b) de mobiliteit van mensen die actief zijn in het jeugdwerk en jeugdorganisaties, en van jeugdleiders; deze mobiliteit kan de vorm aannemen van opleiding en netwerkactiviteiten.

2. Deze actie ondersteunt tevens de mobiliteit van jongeren, met inbegrip van vrijwilligerswerk, alsmede de mobiliteit van mensen die actief zijn in het jeugdwerk of jeugdorganisaties en jeugdleiders, naar en vanuit partnerlanden, met name nabuurschapslanden.

3. De vrijwilligersactiviteiten als bedoeld in lid 1, onder a), en lid 2 worden als gelijkwaardig beschouwd aan die welke worden uitgevoerd in het kader van het Europees vrijwilligerswerk en verwijzingen naar het Europees vrijwilligerswerk in de wetgeving van de Unie worden ook gelezen als verwijzingen naar deze vrijwilligersactiviteiten.".

2.Artikel 18, leden 1, 2 en 3, van Verordening (EU) nr. 1288/2013, wordt vervangen door:

"1. De financiële middelen voor de uitvoering van dit programma vanaf 1 januari 2014 worden vastgesteld op 14 576 824 000 euro in lopende prijzen.

2. Het in lid 1 genoemde bedrag wordt als volgt aan de acties van het programma toegewezen, met een flexibiliteitsmarge van ten hoogste 5 % van elk van de toegewezen bedragen:

a) ten minste 80,7 % aan onderwijs en opleiding, met de volgende minimumtoewijzingen:

i) 44,3 % aan het hoger onderwijs, oftewel 35,7 % van de totale begroting;

ii) 21,4 % aan beroepsonderwijs en -opleiding, oftewel 17,3 % van de totale begroting;

iii) 14,6 % aan het schoolonderwijs, oftewel 11,8 % van de totale begroting;

iv) 4,9 % aan het volwassenenonderwijs, oftewel 3,9 % van de totale begroting;

b) 8,8 % voor jeugd;

c) maximaal 1,5 % aan de garantiefaciliteit voor studentenleningen;

d) 1,9 % aan Jean Monnet;

e) 1,8 % aan sport, waarvan ten hoogste 10 % aan de in artikel 17, lid 1, onder b), genoemde activiteit;

f) 3,5 % aan exploitatiesubsidies voor nationale agentschappen;

g) 1,8 % aan administratieve uitgaven.

3. Van de in lid 2, onder a) en b), bedoelde toewijzingen is ten minste 63 % bestemd voor individuele leermobiliteit, ten minste 27 % voor samenwerking met het oog op innovatie en uitwisseling van goede praktijken en ten minste 4,2 % voor ondersteuning van beleidshervormingen.".

Artikel 27

Wijziging van Verordening (EU) nr. 1293/2013

Aan artikel 4 van Verordening (EU) nr. 1293/2013 wordt het volgende lid toegevoegd:

"3. Maximaal 3 000 000 miljoen EUR in lopende prijzen van het subprogramma Milieu, dat overeenkomt met het prioritaire gebied Milieubeleid en -bestuur en informatie, en maximaal 1 500 000 EUR in lopende prijzen van het subprogramma Klimaatactie, dat overeenkomt met het prioritaire gebied Klimaatgovernance en -informatie, wordt toegewezen voor de financiering van projecten in de zin van artikel 17, lid 4, uitgevoerd door het Europees Solidariteitskorps overeenkomstig Verordening (EU) nr. 2017/XXX, die bijdragen tot een of meer van de prioritaire gebieden in de zin van de artikelen 9 en 13. Deze toewijzing wordt uitsluitend toegepast overeenkomstig Verordening (EU) 2017/XXX, met uitsluiting van de specifieke eisen van Verordening (EU) nr. 1293/2013. ".

Artikel 28

Wijzigingen van Verordening (EU) nr. 1303/2013

Verordening (EU) nr. 1303/2013 wordt als volgt gewijzigd:

1.Artikel 58, lid 1, wordt als volgt gewijzigd:

a) de eerste alinea wordt vervangen door:

"Op initiatief van de Commissie kunnen de ESI-fondsen steun verlenen voor maatregelen op het gebied van voorbereiding, toezicht, administratieve en technische bijstand, evaluatie, audit en controle die voor de uitvoering van deze verordening nodig zijn, alsmede steun verlenen voor acties uit hoofde van Verordening (EU) 2017/XXX als bedoeld in de derde alinea, voor zover deze acties erop gericht zijn de doelstelling inzake economische, sociale en territoriale cohesie te bereiken.";

b) aan de derde alinea wordt het volgende punt m) toegevoegd:

"m) uit hoofde van Verordening (EU) 2017/XXX betreffende het Europees Solidariteitskorps gefinancierde acties die erop zijn gericht de persoonlijke, educatieve, sociale en professionele ontwikkeling van jongeren en hun ontwikkeling als burger te stimuleren, hun inzetbaarheid te vergroten en de overgang naar de arbeidsmarkt te vergemakkelijken.".

2.Aan artikel 91, lid 3, wordt de volgende alinea toegevoegd:

"35 000 000 EUR in lopende prijzen van het bedrag dat is toegewezen aan technische bijstand op initiatief van de Commissie wordt toegewezen voor het Europees Solidariteitskorps ter ondersteuning van zijn acties, overeenkomstig artikel 9, lid 2, onder a), van Verordening (EU) 2017/XXX. Deze toewijzing wordt uitsluitend toegepast overeenkomstig Verordening (EU) 2017/XXX, met uitsluiting van de specifieke eisen van fondsspecifieke verordeningen.".

Artikel 29

Wijziging van Verordening (EU) nr. 1305/2013

Aan artikel 51, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1305/2013 wordt na de eerste alinea de volgende alinea toegevoegd:

"Het Elfpo mag eveneens acties financieren die worden uitgevoerd door het Europees Solidariteitskorps voor een bedrag van 1 800 000 EUR in lopende prijzen overeenkomstig Verordening (EU) 2017/XXX die bijdragen tot een of meer prioriteiten van de Unie voor plattelandsontwikkeling. De toewijzing wordt uitsluitend toegepast overeenkomstig Verordening (EU) 2017/XXX, met uitsluiting van de specifieke eisen van Verordening (EU) nr. 1305/2013.".

Artikel 30

Wijziging van Verordening (EU) nr. 1306/2013

Aan artikel 6 van Verordening (EG) nr. 1306/2013 wordt het volgende punt j) toegevoegd:

"j) de door het Europees Solidariteitskorps overeenkomstig Verordening (EU) 2017/XXX uitgevoerde acties die bijdragen tot een of meer prioriteiten van de Unie op het gebied van landbouw en plattelandsontwikkeling, en met name de acties als bedoeld in artikel 51, lid 1, tweede alinea, van Verordening (EU) nr. 1305/2013. Deze toewijzing wordt uitsluitend toegepast overeenkomstig Verordening (EU) 2017/XXX, met uitsluiting van de specifieke eisen van fondsspecifieke verordeningen.".

Artikel 31

Wijziging van Besluit nr. 1313/2013/EU

Aan artikel 19, lid 1, van Besluit nr. 1313/2013/EU wordt na de tweede alinea de volgende alinea toegevoegd:

"Het bedrag van 6 000 000 EUR in lopende prijzen van de financiële middelen afkomstig van rubriek 3 ("Veiligheid en burgerschap") wordt toegewezen voor de financiering van door het Europees Solidariteitskorps overeenkomstig Verordening (EU) 2017/XXX uitgevoerde acties die bijdragen tot een of meer prioriteiten van de Unie op het gebied van civiele bescherming. De toewijzing wordt uitsluitend toegepast overeenkomstig Verordening (EU) 2017/XXX, met uitsluiting van de specifieke eisen van Besluit nr. 1313/2013/EU.".

Artikel 32

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2018.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement    Voor de Raad

De voorzitter    De voorzitter

FINANCIEEL MEMORANDUM

1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

1.1.Benaming van het voorstel/initiatief

1.2.Betrokken beleidsterrein(en)

*1.3.Aard van het voorstel/initiatief

1,4.Doelstelling(en)

1.5.Motivering van het voorstel/initiatief

1.6.Duur en financiële gevolgen

1.7.Beheersvorm(en)

2.BEHEERSMAATREGELEN

2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen

2.2.Beheers- en controlesysteem

2,3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden

3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

3.1.Rubriek(en) van het meerjarige financiële kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven

3.2.Geraamde gevolgen voor de uitgaven 

3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de uitgaven

3.2.2.Geraamde gevolgen voor de beleidskredieten

3.2.3.Geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten

3.2.4.Verenigbaarheid met het huidige meerjarige financiële kader

3.2.5.Bijdragen van derden

3.3.Geraamde gevolgen voor de ontvangsten

FINANCIEEL MEMORANDUM

1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

1.1.Benaming van het voorstel/initiatief

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende het Europees Solidariteitskorps 

1.2.Betrokken beleidsterrein(en) 

Titel 15 Onderwijs en cultuur

1.3.Aard van het voorstel/initiatief

 Het voorstel/initiatief betreft een nieuwe actie 

 Het voorstel/initiatief betreft een nieuwe actie na een proefproject/een voorbereidende actie 36  

 Het voorstel/initiatief betreft de verlenging van een bestaande actie 

 Het voorstel/initiatief betreft een actie die wordt omgebogen naar een nieuwe actie 

1.4.Doelstelling(en)

1.4.1.De met het voorstel/initiatief beoogde strategische meerjarendoelstelling(en) van de Commissie

Onderwijs en cultuur – werkgelegenheid en groei

1.4.2.Specifieke doelstelling(en)

Specifieke doelstelling nr. 1:

jongeren, met de steun van de deelnemende organisaties, laagdrempelige mogelijkheden bieden om deel te nemen aan solidariteitsacties en tegelijk hun vaardigheden en competenties ten behoeve van hun persoonlijke, educatieve, sociale en professionele ontwikkeling en hun ontwikkeling als burger te verbeteren, hun inzetbaarheid te vergroten en de overgang naar de arbeidsmarkt te vergemakkelijken, onder meer door het ondersteunen van de mobiliteit van jonge vrijwilligers, stagiairs en werknemers.

Specifieke doelstelling nr. 2:

ervoor zorgen dat de solidariteitsactiviteiten die aan de deelnemers van het Europees Solidariteitskorps worden aangeboden, bijdragen tot het aanpakken van concrete, onvervulde maatschappelijke behoeften en het versterken van gemeenschappen, van hoge kwaliteit zijn en naar behoren worden gevalideerd.

1.4.3.Verwachte resulta(a)t(en) en gevolg(en)

Vermeld de gevolgen die het voorstel/initiatief zou moeten hebben op de begunstigden/doelgroepen.

Het voorstel zal naar verwachting gevolgen hebben op verschillende niveaus:

– voor de deelnemers aan het Europees Solidariteitskorps, omdat zij de mogelijkheid zullen hebben om deel te nemen aan een breed scala van solidariteitsactiviteiten en zich aan te sluiten bij een Europese gemeenschap van gelijkgestemde fellows. Dit zal hun de mogelijkheid bieden uiting te geven aan hun solidariteit, hun engagement en hun motivatie om bij te dragen tot het aanpakken van belangrijke maatschappelijke uitdagingen. Tegelijkertijd krijgen zij de kans nuttige ervaring op te doen en vaardigheden en competenties te ontwikkelen die belangrijk zijn voor hun persoonlijke en professionele ontwikkeling;

– voor de organisaties die deelnemen aan het Europees Solidariteitskorps en de gemeenschappen waarin de leden van het Europees Solidariteitskorps actief zijn, omdat zij baat hebben bij de financiële en/of andere steun van het Europees Solidariteitskorps en bij de hulp van gemotiveerde jonge mensen om beter het hoofd te kunnen bieden aan de uitdagingen die zij willen aanpakken;

– voor de samenleving, omdat solidariteitsactiviteiten voorzien in onvervulde behoeften en daardoor bijdragen aan de versterking van de capaciteit en veerkracht van kwetsbare gemeenschappen alsook aan een grotere cohesie en solidariteit binnen gemeenschappen.

1.4.4.Resultaat- en effectindicatoren

Vermeld de indicatoren aan de hand waarvan kan worden nagegaan in hoeverre het voorstel/initiatief is uitgevoerd.

De regeling op het vlak van monitoring zal gebaseerd zijn op een uitgebreide analyse van de kwantitatieve outputs van het programma, via speciale IT-systemen, waardoor het gemakkelijker wordt de nodige informatie over uitgevoerde activiteiten en projecten te verzamelen. De voornaamste outputindicatoren die zullen worden verzameld zijn onder andere:

- het aantal deelnemers aan vrijwilligerswerk (in eigen land of in het buitenland);

- het aantal deelnemers aan stages (in eigen land of in het buitenland);

- het aantal deelnemers aan banen (in eigen land of in het buitenland);

- het aantal deelnemers aan solidariteitsprojecten;

- het aantal organisaties die het kwaliteitskeurmerk van het Europees Solidariteitskorps hebben.

Uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening stelt de Commissie een gedetailleerd programma op voor de monitoring van de outputs, resultaten en effecten van deze verordening.

1.5.Motivering van het voorstel/initiatief

1.5.1.Behoefte(n) waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien

Een korps van gemotiveerde Europese jongeren oprichten die bereid zijn om – in eigen land of in het buitenland – vrijwilligerswerk te doen, stage te lopen of te werken op solidariteitsgerelateerde gebieden.

Tegen 2020 concrete kansen te hebben geboden aan 100 000 jonge Europeanen.

Organisaties ondersteunen bij de uitvoering van toegankelijke solidariteitsacties van hoge kwaliteit waarvan wordt verwacht dat zij zullen bijdragen tot het aanpakken van onvervulde maatschappelijke behoeften en tegelijkertijd de persoonlijke, educatieve, sociale en professionele ontwikkeling van jongeren en hun ontwikkeling als burger zullen stimuleren. 

1.5.2.Toegevoegde waarde van de betrokkenheid van de Unie (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, o.a. coördinatiewinst, rechtszekerheid, een grotere doeltreffendheid en complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder "toegevoegde waarde van de betrokkenheid van de Unie" verstaan de waarde die een optreden van de Unie oplevert bovenop de waarde die zou zijn gecreëerd indien alleen de lidstaat een maatregel had getroffen.

Het Europees Solidariteitskorps zal de Europese dimensie van solidariteit vergroten. Het zal een aanvulling vormen op de bestaande openbare en particuliere beleidsmaatregelen, programma’s en activiteiten en dit zal geen concurrentie of substitutie-effecten opleveren. Dit complementaire effect zal worden gewaarborgd aangezien het korps onvervulde maatschappelijke behoeften zal aanpakken, namelijk situaties waarin de behoeften van gemeenschappen en burgers – bijvoorbeeld wegens een gebrek aan middelen – niet worden vervuld door de arbeidsmarkt of door bestaande programma's voor vrijwilligerswerk of andere vormen van solidariteit.

1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan

Met betrekking tot de dimensie vrijwilligerswerk zal het Europees Solidariteitskorps voortbouwen op het succesvolle model van het Europees vrijwilligerswerk, dat de afgelopen twintig jaar een tastbare bijdrage heeft geleverd aan de ontwikkeling van competenties, het leren van talen, het stimuleren van een internationale attitude en de bevordering van Europese waarden onder jongeren. Hoewel het Europees Solidariteitskorps verder zal gaan dan het Europees vrijwilligerswerk door een bredere waaier aan activiteiten te ondersteunen en administratieve vereenvoudigingen door te voeren, zal het het kwalitatieve kader (opleiding, verzekering, mentoring en taalcursussen, leerdimensie voor jonge deelnemers) dat in het kader van het Europees vrijwilligerswerk is ontwikkeld, in stand houden en verder verbeteren.

1.5.4.Verenigbaarheid en eventuele synergie met andere passende instrumenten

De acties van het Europees Solidariteitskorps zullen consistent zijn met een reeks relevante beleidslijnen en programma's van de EU en deze aanvullen, zoals die welke verband houden met onderwijs en opleiding, werkgelegenheid, gelijkheid tussen vrouwen en mannen, ondernemerschap (in het bijzonder sociaal ondernemerschap), burgerschap en democratische participatie, milieu en natuurbescherming, klimaatactie, rampenpreventie, paraatheid en hersteloperaties, landbouw en plattelandsontwikkeling, het verstrekken van voedsel en non-foodartikelen, gezondheid en welzijn, creativiteit en cultuur, lichamelijke opvoeding en sport, sociale bijstand en welvaart, de ontvangst en integratie van onderdanen van derde landen, territoriale samenwerking en cohesie.

Verschillende EU-programma’s zullen bijdragen aan de algemene begroting van het Europees Solidariteitskorps zoals beschreven in hoofdstuk 3 van dit document. Ook andere programma’s en fondsen kunnen bijdragen tot de doelstellingen van het Europees Solidariteitskorps via hun specifieke bepalingen overeenkomstig hun respectieve basishandelingen.


Duur en financiële gevolgen

 Voorstel/initiatief met een beperkte geldigheidsduur

Voorstel/initiatief is van kracht vanaf 1/1/2018 tot en met 31/12/2020

Financiële gevolgen vanaf 2018 tot en met 2023 (na 2020 uitsluitend geldig voor betalingskredieten).

1.6.Beheersvorm(en) 37  

Direct beheer door de Commissie

door haar diensten, waaronder het personeel in de delegaties van de Unie;

   door de uitvoerende agentschappen;

 Gedeeld beheer met lidstaten

1.7. Indirect beheer door begrotingsuitvoeringstaken te delegeren aan:

derde landen of de door hen aangewezen organen;

internationale organisaties en hun agentschappen (geef aan welke);

de EIB en het Europees Investeringsfonds;

de in de artikelen 208 en 209 van het Financieel Reglement bedoelde organen;

publiekrechtelijke organen;

privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, voor zover zij voldoende financiële garanties bieden;

privaatrechtelijke organen van een lidstaat, waaraan de uitvoering van een publiek-privaat partnerschap is toevertrouwd en die voldoende financiële garanties bieden;

personen aan wie de uitvoering van specifieke maatregelen op het gebied van het GBVB in het kader van titel V van het VEU is toevertrouwd en die worden genoemd in de betrokken basishandeling.

Verstrek, indien meer dan een beheersvorm is aangekruist, extra informatie onder "Opmerkingen".

Opmerkingen

Het beheer van de belangrijkste acties van het Europees Solidariteitskorps zal worden overgedragen aan de nationale agentschappen die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de gedecentraliseerde acties in het kader van het Erasmus+-programma. Deze organen zullen verantwoordelijk zijn voor acties zoals: Kwaliteitskeurmerk en opleiding; Plaatsingen: Solidariteitsprojecten; Netwerkactiviteiten; Kenniscentrum en certificaten voor deelnemers.

De Europese Commissie zal, deels ook via het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur, acties beheren om horizontale diensten te verlenen aan de deelnemers van het Europees Solidariteitskorps (d.w.z. de portaalsite, online opleiding, online taalkundige ondersteuning, verzekering), alsook een deel van de acties, zoals het kwaliteitskeurmerk, plaatsen (voor bepaalde profielen van organisaties of soorten plaatsen) en netwerkactiviteiten (voor activiteiten op Europees niveau).

2.BEHEERSMAATREGELEN

2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen

Vermeld frequentie en voorwaarden.

Het doel is zo veel mogelijk gebruik te maken van de bestaande regelingen voor Erasmus+ en de administratieve lasten voor de deelnemers en de deelnemende organisaties te vereenvoudigen en te verlichten.

Daarom zullen stelselmatig regels voor het toezicht en de verslaglegging worden vastgesteld met het oog op efficiëntie en kosteneffectiviteit, gebaseerd op de ervaring die onder andere met het Erasmus+-programma is opgedaan.

Forfaitaire bedragen, vaste subsidiebedragen en op kosten per eenheid gebaseerde subsidies worden zo algemeen mogelijk toegepast. De verslaglegging en controles zijn derhalve gericht op de realisering van de gefinancierde activiteit en de behaalde resultaten, en niet op de subsidiabiliteit van de gemaakte kosten, waardoor de werklast en de kans op fouten voor zowel deelnemers als beheersorganen worden verminderd.

De begunstigden van het programma (organisaties die gebruikmaken van de regeling) zullen in hun subsidieaanvraag en verslagen de nodige informatie over het beheer verstrekken. De verslagleggingsvereisten zijn evenredig aan de hoogte van de subsidie en de duur en complexiteit van de gesubsidieerde actie. Indicatoren bieden een stabiele basis voor het vergaren en evalueren van gegevens met het oog op toezicht en verslaglegging.

De aanvragen voor en verslagen over de acties van de begunstigden kunnen via elektronische formulieren worden ingediend. Hierdoor wordt het vergaren en evalueren van gegevens met het oog op controle en verslaglegging vereenvoudigd, zowel op nationaal als op Unieniveau. De Europese Commissie beschikt over een grote verscheidenheid van op maat gemaakte IT-oplossingen om het vergaren en de verslaglegging te vergemakkelijken.

2.2.Beheers- en controlesysteem

2.2.1.Mogelijke risico's

De risico's die bij de tenuitvoerlegging van de lopende programma's zijn geïdentificeerd, kunnen voornamelijk in de volgende categorieën worden ingedeeld:

- fouten als gevolg van het gebrek aan ervaring van de begunstigden met de regels: het foutenpercentage en het aantal financiële aanpassingen zijn naar verwachting hoger naarmate de regels voor het financieel beheer van de actie complexer zijn, met name wanneer de subsidie op de reële kosten is gebaseerd; dit wordt grotendeels getemperd door het gebruik van vereenvoudigde kosten (vaste bedragen, forfaitaire tarieven en schalen van eenheidskosten), zoals toegestaan door het Financieel Reglement;

- betrouwbaarheid van de controleketen en instandhouding van het controlespoor: het Europees Solidariteitskorps zou worden beheerd door een groot aantal intermediairs, de nationale agentschappen, de auditorganen en de nationale autoriteiten. Het controlekader vermindert deze risico’s en is goed geïnstitutionaliseerd;

- specifieke doelgroepen: met name in de sector vrijwilligerswerk beschikken de deelnemers niet altijd over de nodige financiële reserves of over geavanceerde beheersstructuren. Een dergelijk gebrek aan formele organisatie kan gevolgen hebben voor het vermogen van de begunstigde om middelen van de Unie financieel en operationeel te beheren. Eenvoudige formaten voor acties en vereenvoudigde kosten beperken dit risico aanzienlijk doordat de regels gemakkelijk te volgen worden.

2.2.2.Informatie over het ingestelde systeem voor interne controle

Het controlesysteem voor het initiatief wordt zodanig opgezet dat efficiënte en kosteneffectieve controles worden gewaarborgd.

Het toezicht door de Commissie en de prestatiekaders zullen zorgen voor een hoog niveau van toezicht en feedback op de beleidsaanpak;

De Europese Commissie zal het Europees Solidariteitskorps opnemen in haar programma van toezichthoudende bezoeken, financiële audits, en monitoring- en controlebezoeken, alsook begeleidende activiteiten zoals startvergaderingen, conferenties, vergaderingen van de nationale agentschappen, opleidingen en webinars.

Zoals uitgelegd in punt 2.1, bestaat de belangrijkste vereenvoudiging om het foutenpercentage als gevolg van complexe financiële regels te verminderen in de brede toepassing van vaste bedragen, forfaitaire tarieven en schalen van eenheidskosten, zoals reeds met succes toegepast bij Erasmus+.

Verwachte resultaten/interne controledoelstelling

De controledoelstellingen zullen de volgende streefdoelen hebben:

Controledoelstelling

Streefdoel

De doeltreffendheid van de controles met betrekking tot de wettigheid en regelmatigheid

De controles bieden een redelijke zekerheid ten aanzien van de wettigheid en de regelmatigheid; de toezichthoudende controles zijn doeltreffend wat betreft verantwoordelijke instanties;

het meerjarige restfoutenpercentage voor de uitvoering via de nationale agentschappen en het EACEA ligt onder 2 %;

Efficiëntie en kosteneffectiviteit

Al met al moeten de kosten van controles laag blijven – tussen 1 % en 5 % – afhankelijk van de gehanteerde maatstaf, in overeenstemming met soortgelijke programma’s zoals Erasmus+. De kosten van de controles moeten evenredig en kosteneffectief zijn;

Fraudepreventie en -detectie

Vermoedelijke onregelmatigheden of fraude en lopende onderzoeken van OLAF worden opgevolgd via de bestaande fraudebestrijdingsstrategie van de Commissie, zonder dat dit gevolgen heeft voor de zekerheid tijdens de verslagperiode;

Andere controledoelstellingen: bescherming van activa en informatie, betrouwbaarheid van verslaglegging

·De toevertrouwde fondsen worden naar behoren beschermd;

·De boekhouding en verslaglegging zijn betrouwbaar;

·De begrotingsuitvoering is in overeenstemming met de doelstellingen.

Betrouwbaarheid van de controleketen en het controlespoor

2.2.3.Raming van de kosten en baten van de controles en evaluatie van het verwachte foutenrisico

Wat de kosteneffectiviteit betreft, heeft de Commissie een eerste raming gemaakt van de kosten van de middelen en input die nodig zijn om de controles uit te voeren en heeft, voor zover mogelijk, een raming gemaakt van de voordelen in termen van het aantal voorkomen, opgespoorde en gecorrigeerde fouten en onregelmatigheden, maar ook in termen van niet-kwantificeerbare fouten. Bij deze aanpak ligt de nadruk op de belangrijkste financiële en operationele controles in de controleketen.

De controlestrategie is gebaseerd op één geïntegreerd controlekader om redelijke zekerheid te bieden gedurende de gehele projectcyclus. De benadering van de beoordeling van kosteneffectiviteit van de controles is gebaseerd op de logica van bouwstenen van garanties en één geïntegreerd controlekader. De Commissie onderscheidt de frequentie en de intensiteit van de controles – gezien de verschillende risicoprofielen tussen haar huidige en toekomstige verrichtingen en de kosteneffectiviteit van haar bestaande en alternatieve controles, met name zoals uiteengezet voor de nationale agentschappen in de richtsnoeren voor de uitvoering van het programma. De uitvoerende agentschappen en de entiteiten waaraan de uitvoering is toevertrouwd, zijn altijd verantwoordelijk voor de primaire controles met het oog op de bescherming van de financiële belangen van de Europese Unie, en de Commissie is verantwoordelijk voor de toezichthoudende controles.

De Commissie schat dat de totale kosten van de controles laag zijn – tussen 1 % tot 5 % – afhankelijk van de gehanteerde maatstaf van de beheerde begroting (uitgezonderd de begroting van het Uitvoerend Agentschap). Deze kosten zijn evenredig en kosteneffectief gezien het aanzienlijke risico op fouten indien deze controles niet zouden worden uitgevoerd, en de verplichting om het foutenpercentage onder 2 % te houden. Op basis van de ervaring met Erasmus+ en de vorige programma’s, die een foutenpercentage van circa 1 % hebben op meerjarige basis, ligt het verwachte foutenpercentage lager dan 2 %.

2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden

Vermeld de bestaande en geplande preventie- en beschermingsmaatregelen.

De controles met het oog op de preventie en opsporing van fraude verschillen niet van de controles op de wettigheid en regelmatigheid van de verrichtingen (de onopzettelijke fouten). Elk jaar onderzoekt de Commissie alle verslagen van de nationale agentschappen op mogelijke fraude of onregelmatigheden. De follow-up van deze gevallen vindt meestal plaats op nationaal niveau, waar de nationale agentschappen rechtstreeks een beroep kunnen doen op rechtsmiddelen en doorverwijzing van fraudegevallen.

De diensten van de Commissie dragen bij aan de lopende onderzoeken van OLAF en geven vervolg aan afgeronde OLAF-onderzoeken. De financiële schade voor de EU-begroting als gevolg van fraude in eindverslagen in OLAF-zaken met betrekking tot programma’s met soortgelijke regels en belanghebbenden is laag. Zaken worden waar passend doorverwezen naar OLAF en IDOC, maar een groot aantal zaken wordt in de loop van het jaar rechtstreeks opgevolgd bij de nationale agentschappen en de nationale autoriteiten, die rechtstreeks toegang hebben tot de bevoegde rechterlijke instanties en instanties voor fraudebestrijding.

De diensten van de Commissie die de actie uitvoeren, hebben sinds 2014 hun eigen fraudebestrijdingsstrategie (AFS) ontwikkeld en uitgevoerd, die is opgesteld op basis van de methodologie van OLAF. Deze wordt regelmatig bijgewerkt en zo nodig aangevuld met lagere procedurestukken, waarin wordt beschreven hoe zaken worden doorverwezen en opgevolgd.

Gezien de omvang van de gevolgen van fraude voor het voorgestelde programma, met name de financiële schade die wordt geregistreerd door het Europees Bureau voor fraudebestrijding, vormt het restrisico van fraude geen rechtvaardiging voor extra maatregelen. De diensten van de Commissie onderhouden nauwe samenwerking met OLAF en volgen de lopende zaken op de voet. Daarom is het mogelijk tot een positieve conclusie te komen over zekerheid ten aanzien van het risico op fraude.

3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

3.1.Rubriek(en) van het meerjarige financiële kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven

·Te creëren nieuwe begrotingsonderdelen

In volgorde van de rubrieken van het meerjarige financiële kader en de begrotingsonderdelen.

Rubriek van het meerjarige financiële kader:

Begrotingsonderdeel

Soort
krediet

Bijdrage

GK/ NGK

van EVA-landen

van kandidaat-lidstaten

van derde landen

in de zin van artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement

1A

15 01 04 03 Uitgaven ter ondersteuning van het Europees Solidariteitskorps

NGK

NEE*

NEE*

NEE*

NEE

1A

15 05 01 Europees Solidariteitskorps

Gespl.

NEE*

NEE*

NEE*

NEE

1B

04 02 65 Europees Solidariteitskorps – Bijdrage van het Europees Sociaal Fonds (ESF)

Gespl.

NEE*

NEE*

NEE*

NEE

2

05 04 60 04 Europees Solidariteitskorps – Bijdrage van het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo)

Gespl.

NEE*

NEE*

NEE*

NEE

2

07 02 07 Europees Solidariteitskorps – Bijdrage van het LIFE-subprogramma Milieu

Gespl.

NEE*

NEE*

NEE*

NEE

2

34 02 05 Europees Solidariteitskorps – Bijdrage van het LIFE-subprogramma Klimaatactie

Gespl.

NEE*

NEE*

NEE*

NEE

3

23 03 01 03 Europees Solidariteitskorps – Bijdrage van het mechanisme voor civiele bescherming van de Europese Unie (UCPM)

Gespl.

NEE*

NEE*

NEE*

NEE

* In eerste instantie is deelname aan het Europees Solidariteitskorps bedoeld voor de lidstaten van de Europese Unie. In een latere fase kan de deelname worden uitgebreid tot andere landen op basis van bilaterale overeenkomsten, zoals beschreven in artikel 11 van dit wetgevingsvoorstel.

3.2.Geraamde gevolgen voor de uitgaven

Financieringsbronnen voor het Europees Solidariteitskorps (in miljoenen euro's, afgeronde bedragen))

2018

2019

2020

TOTAAL

Erasmus+, waarvan:

51,9

69,2

76,6

197,7

15 02 01 01 – Bevordering van uitmuntendheid en samenwerking in de Europese onderwijs- en opleidingssector en het belang daarvan voor de arbeidsmarkt

2,1

2,1

1,8

5,9

15 02 01 02 – Bevordering van uitmuntendheid en samenwerking op het gebied van de Europese jeugd en de participatie van jongeren aan het Europees democratisch leven

49,9

67,1

74,8

191,8

Programma van de Europese Unie voor werkgelegenheid en sociale innovatie (EaSI), waarvan:

2,5

3,5

4,0

10,0

04 03 02 01- Progress – Ondersteuning van de ontwikkeling, tenuitvoerlegging, monitoring en evaluatie van het werkgelegenheids- en sociaal beleid van de Unie en van de regelgeving inzake arbeidsomstandigheden

2,5

3,5

4,0

10,0

Het Uniemechanisme voor civiele bescherming, waarvan:

2,0

2,0

2,0

6,0

23 03 01 01 – Rampenpreventie en rampenparaatheid binnen de Unie

2,0

2,0

2,0

6,0

LIFE, waarvan:

1,5

1,5

1,5

4,5

34 02 03 – Betere klimaatgovernance en -informatie op alle niveaus

0,5

0,5

0,5

1,5

07 02 03 – De ondersteuning van betere klimaatgovernance en -informatie op alle niveaus

1,0

1,0

1,0

3,0

Europees Sociaal Fonds (ESF)*

11,1

12,1

11,8

35,0

Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) *

1,8

1,8

Niet-toegewezen marge onder rubriek 1a (met inbegrip van de overkoepelende marge voor vastleggingen)

18,4

30,5

37,7

86,5

Totale bijdrage aan het Europees Solidariteitskorps

89,2

118,7

133,6

341,5

* De bijdrage uit het Elfpo en het ESF is afkomstig van de algemene middelen voor technische bijstand die zijn opgenomen in de financiële programmering en nog niet zijn toegewezen.

3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de uitgaven

in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

Rubriek van het meerjarige financiële
kader

1A

Europees Solidariteitskorps

DG: EAC

JAAR

2018

JAAR

2019

JAAR

2020

Volgende jaren

TOTAAL

• Beleidskredieten

15 05 01 Europees Solidariteitskorps

Vastleggingen

1)

68,236

98,596

114,368

0,000

281,200

Betalingen

2)

51,177

97,454

110,484

22,085

281,200

Uit het budget van specifieke programma's gefinancierde administratieve kredieten 38  

 

 

 

15 01 04 03 Uitgaven ter ondersteuning van het Europees Solidariteitskorps

3)

4,550

4,550

3,900

0,000

13,000

TOTAAL kredieten
voor DG EAC

Vastleggingen

=1+1a +3

72,786

103,146

118,268

0,000

294,200

Betalingen

=2+2a

+3

55,727

102,004

114,384

22,085

294,200



TOTAAL beleidskredieten H1A

Vastleggingen

4)

68,236

98,596

114,368

0,000

281,200

Betalingen

5)

51,177

97,454

110,484

22,085

281,200

• TOTAAL uit het budget van specifieke programma's gefinancierde administratieve kredieten

6)

4,550

4,550

3,900

0,000

13,000 

TOTAAL kredieten
onder RUBRIEK 1A

van het meerjarige financiële kader
(voornaamste referentiebedrag)

Vastleggingen

=4+6

72,786

103,146

118,268

0,000

294 200

Betalingen

=5+6

55,727

102,004

114,384

22,085

294,200

Rubriek van het meerjarige financiële
kader

1B

Europees Solidariteitskorps

DG: EAC

JAAR

2018

JAAR

2019

JAAR

2020

Volgende jaren

TOTAAL

• Beleidskredieten

04 02 65 Europees Solidariteitskorps – Bijdrage van het Europees Sociaal Fonds (ESF)

Vastleggingen

1)

11,102

12,078

11,820

0,000

35,000

Betalingen

2)

8,327

12,487

11,810

2,377

35,000

Uit het budget van specifieke programma's gefinancierde administratieve kredieten 39  

3)

TOTAAL kredieten
voor DG EAC

Vastleggingen

=1+1a +3

11,102

12,078

11,820

0,000

35,000

Betalingen

=2+2a

+3

8,327

12,487

11,810

2,377

35,000



TOTAAL beleidskredieten H1B

Vastleggingen

4)

11,102

12,078

11,820

0,000

35,000

Betalingen

5)

8,327

12,487

11,810

2,377

35,000

• TOTAAL uit het budget van specifieke programma's gefinancierde administratieve kredieten

6)

TOTAAL kredieten
onder RUBRIEK 1B

van het meerjarige financiële kader

Vastleggingen

=4+6

11,102

12,078

11,820

0,000

35,000

Betalingen

=5+6

8,327

12,487

11,810

2,377

35,000

Rubriek van het meerjarige financiële
kader:

2

Europees Solidariteitskorps

DG: EAC

JAAR

2018

JAAR

2019

JAAR

2020

Volgende jaren

TOTAAL

• Beleidskredieten

05 04 60 04 Europees Solidariteitskorps – Bijdrage van het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo)

Vastleggingen

1)

1,800

0,000

0,000

0,000

1,800

Betalingen

2)

1,350

0,360

0,090

0,000

1,800

07 02 07 Europees Solidariteitskorps – Bijdrage van het LIFE-subprogramma Milieu

Vastleggingen

1)

1,000

1,000

1,000

0,000

3,000

Betalingen

2)

0,750

1,050

1,000

0,200

3,000

34 02 05 Europees Solidariteitskorps – Bijdrage van het LIFE-subprogramma Klimaatactie

Vastleggingen

1)

0,500

0,500

0,500

0,000

1,500

Betalingen

2)

0,375

0,525

0,500

0,100

1,500

Uit het budget van specifieke programma's gefinancierde administratieve kredieten 40  

3)

TOTAAL kredieten
voor DG EAC

Vastleggingen

=1+1a +3

3,300

1,500

1,500

0,000

6,300

Betalingen

=2+2a

+3

2,475

1,935

1,590

0,300

6,300



TOTAAL beleidskredieten H2

Vastleggingen

4)

3,300

1,500

1,500

0,000

6,300

Betalingen

5)

2,475

1,935

1,590

0,300

6,300

• TOTAAL uit het budget van specifieke programma's gefinancierde administratieve kredieten

6)

TOTAAL kredieten
onder RUBRIEK 2

van het meerjarige financiële kader

Vastleggingen

=4+6

3,300

1,500

1,500

0,000

6,300

Betalingen

=5+6

2,475

1,935

1,590

0,300

6,300

Rubriek van het meerjarige financiële
kader

3

Europees Solidariteitskorps

DG: EAC

JAAR

2018

JAAR

2019

JAAR

2020

Volgende jaren

TOTAAL

• Beleidskredieten

23 03 01 03 Europees Solidariteitskorps – Bijdrage van het mechanisme voor civiele bescherming van de Europese Unie (UCPM)

Vastleggingen

1)

2,000

2,000

2,000

0,000

6,000

Betalingen

2)

1,500

2,100

2,000

0,400

6,000

Uit het budget van specifieke programma's gefinancierde administratieve kredieten 41  

3)

TOTAAL kredieten
voor DG EAC

Vastleggingen

=1+1a+3

2,000

2,000

2,000

0,000

6,000

Betalingen

=2+2a

+3

1,500

2,100

2,000

0,400

6,000



TOTAAL beleidskredieten H3

Vastleggingen

4)

2,000

2,000

2,000

0,000

6,000

Betalingen

5)

1,500

2,100

2,000

0,400

6,000

• TOTAAL uit het budget van specifieke programma's gefinancierde administratieve kredieten

6)

TOTAAL kredieten
onder RUBRIEK 3

van het meerjarige financiële kader

Vastleggingen

=4+6

2,000

2,000

2,000

0,000

6,000

Betalingen

=5+6

1,500

2,100

2,000

0,400

6,000

Wanneer het voorstel/initiatief gevolgen heeft voor meerdere rubrieken

• TOTAAL beleidskredieten

Vastleggingen

4)

84,638

114,174

129,688

0,000

328,500

Betalingen

5)

63,479

113,976

125,884

25,162

328,500

• TOTAAL uit het budget van specifieke programma's gefinancierde administratieve kredieten

6)

4,550

4,550

3,900

0,000

13,000

TOTAAL kredieten
onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 4
van het meerjarige financiële kader

(Voornaamste referentiebedrag plus bijdragen uit andere programma's)

Vastleggingen

=4+6

89,188

118,724

133,588

0,000

341,500

Betalingen

=5+6

68,029

118,526

129,784

25,162

341,500



Rubriek van het meerjarige financiële
kader

5

"Administratieve uitgaven"

in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

JAAR

2018

JAAR

2019

JAAR

2020

TOTAAL

DG: EAC

• Personele middelen (arbeidscontractanten)

0,525

0,385

0,350

.

1,260

• Andere administratieve uitgaven

TOTAAL DG EAC

Kredieten

0,525

0,385

0,350

1,260

TOTAAL kredieten
onder RUBRIEK 5
van het meerjarige financiële kader
 

(totaal vastleggingen = totaal betalingen)

0,525

0,385

0,350

1,260

in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

JAAR

2018

JAAR

2019

JAAR

2020

Volgende jaren

TOTAAL

TOTAAL kredieten
onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 5
van het meerjarige financiële kader
 

Vastleggingen

89,713

119,109

133,938

0,000

342,760

Betalingen

68,554

118,911

130,134

25,162

342,760

3.2.2.Geraamde gevolgen voor de beleidskredieten

   Voor het voorstel/initiatief zijn geen beleidskredieten nodig.

   Voor het voorstel/initiatief zijn beleidskredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

Vastleggingskredieten in miljoenen euro's voor de kolom "Kosten" (tot op drie decimalen)

Vermeld doelstellingen en outputs

JAAR

2018

JAAR

2019

JAAR

2020

TOTAAL

OUTPUTS

Soort

Gem. kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Totaal aantal

Totale kosten

- Output

Deelnemers aan vrijwilligerswerk

3 264

12 500

40,790

17 500

57,105

20 000

65,295

50 000

163,190

- Output

Deelnemers aan stages en banen

2 253

4 500

10,364

6 500

14,509

7 400

16,590

18 400

41,463

- Output

Deelnemers aan solidariteitsprojecten

1 203

3 800

4,570

5 400

6,400

6 000

7,312

15 200

18,282

- Output

Deelnemers aan netwerkactiviteiten

199

17 500

3,484

24 500

4,876

28 000

5,574

70 000

13,934

- Output

Deelnemers aan een algemene online opleiding

47

21 500

2,400

30 000

1,000

34 500

0,600

86 000

4,000

- Output

Deelnemers aan grensoverschrijdende plaatsingen die een specifieke opleiding volgen

1 000

8 934

8,934

15 635

15,635

20 101

20,101

44 670

44,670

- Output

Deelnemers aan grensoverschrijdende plaatsingen die online taalkundige ondersteuning krijgen

45

13 880

0,625

19 435

0,875

22 215

0,999

55 530

2,499

- Output

Deelnemers die onder de verzekering van het Europees Solidariteitskorps vallen

250

16 143

4,035

22 600

5,650

25 827

6,458

64 570

16,143

- Output

Deelnemers die een certificaat krijgen

6

17 200

0,100

34 400

0,200

34 400

0,200

86 000

0,500

- Output

Organisaties die een kwaliteitskeurmerk krijgen

411

4 000

1,849

4 000

1,437

2 000

0,822

10 000

4,108

- Output

Portaalsite van het Europees Solidariteitskorps

4 000 000

1

2,000

1

1,000

1

1.000

1

4,000

- Output

Kenniscentrum

400 000

1

0,128

1

0,128

1

0,144

1

0,400

- Output

Nationale agentschappen die een beheersprovisie ontvangen

546 821

28

5,359

28

5,359

28

4,593

28

15,311

TOTALE KOSTEN

84,638

114,174

129,688

328,500

3.2.3.Geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten

3.2.3.1.Samenvatting

   Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig.

   Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

JAAR

2018

JAAR

2019

JAAR

2020

TOTAAL

RUBRIEK 5
van het meerjarige financiële kader

Personele middelen

0,525

0,385

0,350

1,260

Andere administratieve uitgaven

Subtotaal RUBRIEK 5
van het meerjarige financiële kader

0,525

0,385

0,350

1,260

Buiten RUBRIEK 5 42
van het meerjarige financiële kader

Personele middelen

Andere uitgaven
van administratieve aard

Subtotaal
buiten RUBRIEK 5
van het meerjarige financiële kader

TOTAAL

0,525

0,385

0,350

1,260

De benodigde kredieten voor personeel en andere administratieve uitgaven zullen worden gefinancierd uit de kredieten van het DG die reeds voor het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.

3.2.3.2.Geraamde personeelsbehoeften

   Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig.

   Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

Raming in voltijdequivalenten

Jaar
2018

Jaar
2019

Jaar 2020

zoveel jaren als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

• Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)

XX 01 01 01 (zetel en vertegenwoordigingen van de Commissie)

30

30

30

XX 01 01 02 (delegaties)

XX 01 05 01 (onderzoek door derden)

10 01 05 01 (eigen onderzoek)

Extern personeel (in voltijdequivalenten VTE) 43

XX 01 02 01 (AC, END, INT van de "totale financiële middelen")

7,5

5,5

5

XX 01 02 02 (AC, AL, END, INT en JED in de delegaties)

XX 01 04 jj  44

- zetel

- delegaties

XX 01 05 02 (AC, END, INT – onderzoek door derden)

10 01 05 02 (AC, END, INT – eigen onderzoek)

Ander begrotingsonderdeel (te vermelden)

TOTAAL

37,5

35,5

35

XX is het beleidsterrein of de begrotingstitel.

Voor de benodigde personele middelen zal een beroep worden gedaan op het personeel van het DG dat reeds voor het beheer van deze actie is toegewezen en/of binnen het DG is herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.

Beschrijving van de uit te voeren taken:

Ambtenaren en tijdelijk personeel

Beheer van het programma

Extern personeel

Beheer van het programma

3.2.4.Verenigbaarheid met het huidige meerjarige financiële kader

   Het voorstel is verenigbaar met het huidige meerjarige financiële kader en kan gepaard gaan met het gebruik van speciale instrumenten als omschreven in Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 45 .

   Het voorstel/initiatief vergt herprogrammering van de betrokken rubriek van het meerjarige financiële kader.

Zet uiteen welke herprogrammering nodig is, onder vermelding van de betrokken begrotingsonderdelen en de desbetreffende bedragen.

   Het voorstel/initiatief vergt toepassing van het flexibele instrument of herziening van het meerjarige financiële kader.

Zet uiteen wat nodig is, onder vermelding van de betrokken rubrieken en begrotingsonderdelen en de desbetreffende bedragen.

3.2.5.Bijdragen van derden

Het voorstel/initiatief voorziet niet in medefinanciering door derden.

Het voorstel/initiatief kan voorzien in medefinanciering, zoals hieronder wordt geraamd 46 :

Kredieten in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

Jaar
2018

Jaar
2019

Jaar
2020

Totaal

Medefinancieringsbron 

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

TOTAAL medegefinancierde kredieten

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.


Geraamde gevolgen voor de ontvangsten

   Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten.

   Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen:

   voor de eigen middelen

   voor de diverse ontvangsten

in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

Begrotingsonderdeel voor ontvangsten:

Voor het lopende begrotingsjaar beschikbare kredieten

Gevolgen van het voorstel/initiatief 47

Jaar
2018

Jaar
2019

Jaar
2020

 

Artikel ….

Voor de diverse ontvangsten die worden "toegewezen", vermeld het (de) betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven.

Vermeld de wijze van berekening van de gevolgen voor de ontvangsten.

 

(1) http://www.consilium.europa.eu/nl/press/press-releases/2017/03/25-rome-declaration/
(2) Europese Commissie (2016), "Een Europees Solidariteitskorps", mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's, COM(2016) 942 final van 7.12.2016.
(3) Het Erasmus+-programma, het Programma voor werkgelegenheid en sociale innovatie (EaSI), het LIFE-programma, het Fonds voor asiel, migratie en integratie, het gezondheidsprogramma, het programma "Europa voor de burger", het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (via Interreg) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling.
(4) http://www.consilium.europa.eu/nl/meetings/european-council/2016/12/20161215-euco-conclusions-final_pdf/
(5) "Snellere en betere resultaten: drie instellingen ondertekenen gezamenlijke verklaring over EU wetgevingsprioriteiten voor 2017", IP/16/4360.
(6) De deelnemers aan het Europees Solidariteitskorps voldoen aan de voorwaarden voor verblijf in hun gastland in overeenstemming met het EU-recht.
(7) Verordening (EU) nr. 1288/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van "Erasmus+": het programma van de Unie voor onderwijs, opleiding, jeugd en sport en tot intrekking van Besluiten nr. 1719/2006/EG, nr. 1720/2006/EG en nr. 1298/2008/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 50).
(8) Het Europees Solidariteitskorps is een prioriteit van de Commissie in haar verslag 2017 over het EU-burgerschap, COM(2017) 30 final/2 van 31.1.2017.
(9) Het Erasmus+-programma, het programma voor werkgelegenheid en sociale innovatie, het Europees Sociaal Fonds, het Uniemechanisme voor civiele bescherming, het LIFE-programma en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling.
(10) Waaronder, maar niet beperkt tot, het Fonds voor asiel, migratie en integratie, het programma "Europa voor de burger", het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en het gezondheidsprogramma.
(11) http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=OJ:C:2016:202:FULL&from=EN (2012/C 326/02) (PB C 326 van 26.10.2012, blz. 391).
(12) Verordening (EG) nr. 58/2003 van de Raad van 19 december 2002 tot vaststelling van het statuut van de uitvoerende agentschappen waaraan bepaalde taken voor het beheer van communautaire programma's worden gedelegeerd (PB L 11 van 16.1.2003, blz. 1).
(13) Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).
(14) PB C […] van […], blz. […].
(15) PB C […] van […], blz. […].
(16) Standpunt van het Europees Parlement van ... (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en Besluit van de Raad van ... (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).
(17) Staat van de Unie 2016: Naar een beter Europa — een Europa dat ons beschermt, sterker maakt en verdedigt, IP/16/3042 (http://europa.eu/rapid/press-release_IP-16-3042_en.htm).
(18) Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's — Een Europees Solidariteitskorps (COM(2016) 942 final van 7.12.2016).
(19) Aanbeveling van de Raad van 22 april 2013 tot invoering van een jongerengarantie (PB C 120 van 26.4.2013, blz. 1).
(20) Verordening (EU) nr. 1288/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van "Erasmus+": het programma van de Unie voor onderwijs, opleiding, jeugd en sport en tot intrekking van Besluiten nr. 1719/2006/EG, nr. 1720/2006/EG en nr. 1298/2008/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 50).
(21) Aanbeveling van de Raad van 10 maart 2014 inzake een kwaliteitskader voor stages (PB C 88 van 27.3.2014, blz. 1).
(22) Aanbeveling van de Raad van 20 december 2012 betreffende de validatie van niet-formeel en informeel leren (PB C 398 van 22.12.2012, blz. 1).
(23) Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1).
(24) Personen uit een land of gebied overzee (LGO) en bevoegde publieke en/of private organen en instellingen van een LGO kunnen aan de programma's deelnemen overeenkomstig Besluit 2001/822/EG van de Raad van 27 november 2001 betreffende de associatie van de LGO met de Europese Economische Gemeenschap (PB L 314 van 30.11.2001, blz. 1).
(25) Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).
(26) Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1).
(27) Verordening (EU) nr. 1293/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake de vaststelling van een programma voor het milieu en klimaatactie (LIFE) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 614/2007 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 185).
(28) Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320).
(29) Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 487).
(30) Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 549).
(31) Besluit nr. 1313/2013/EU van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende een Uniemechanisme voor civiele bescherming (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 924).
(32) algemeen genomen een activiteit die aaneensluitend wordt verricht gedurende 5 dagen per week en 7 uur per dag.
(33) Deze financiële middelen vormen het voornaamste referentiebedrag in de zin van punt 17 van het Interinstitutioneel Akkoord (2013/C 373/01) tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer.
(34) Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012 van de Commissie van 29 oktober 2012 houdende uitvoeringsvoorschriften voor Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (PB L 362 van 31.12.2012, blz. 1).
(35) Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden (PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2).
(36) In de zin van artikel 54, lid 2, onder a) of b), van het Financieel Reglement.
(37) Nadere gegevens over de beheersvormen en verwijzingen naar het Financieel Reglement zijn beschikbaar op BudgWeb: https://myintracomm.ec.europa.eu/budgweb/EN/man/budgmanag/Pages/budgmanag.aspx  
(38) Technische en/of administratieve bijstand en uitgaven ter ondersteuning van de uitvoering van programma's en/of acties van de EU (vroegere "BA"-onderdelen), onderzoek door derden, eigen onderzoek.
(39) Technische en/of administratieve bijstand en uitgaven ter ondersteuning van de uitvoering van programma's en/of acties van de EU (vroegere "BA"-onderdelen), onderzoek door derden, eigen onderzoek.
(40) Technische en/of administratieve bijstand en uitgaven ter ondersteuning van de uitvoering van programma's en/of acties van de EU (vroegere "BA"-onderdelen), onderzoek door derden, eigen onderzoek.
(41) Technische en/of administratieve bijstand en uitgaven ter ondersteuning van de uitvoering van programma's en/of acties van de EU (vroegere "BA"-onderdelen), onderzoek door derden, eigen onderzoek.
(42) Technische en/of administratieve bijstand en uitgaven ter ondersteuning van de uitvoering van programma's en/of acties van de EU (vroegere "BA"-onderdelen), onderzoek door derden, eigen onderzoek.
(43) AC = Agent Contractuel (arbeidscontractant); AL = Agent Local (plaatselijk functionaris); END = Expert National Détaché (gedetacheerd nationaal deskundige); INT= Intérimaire (uitzendkracht); JED= Jeune Expert en Délégation (jonge deskundige in delegaties).
(44) Subplafond voor extern personeel uit beleidskredieten (vroegere "BA"-onderdelen).
(45) Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884).
(46) Zoals vermeld in hoofdstuk 3.1, is deelname aan het Europees Solidariteitskorps in eerste instantie bedoeld voor de lidstaten van de Europese Unie. In een latere fase kan de deelname worden uitgebreid tot andere landen op basis van bilaterale overeenkomsten, zoals beschreven in artikel 11 van dit wetgevingsvoorstel.
(47) Voor traditionele eigen middelen (douanerechten en suikerheffingen) moeten nettobedragen worden vermeld, d.w.z. na aftrek van 25 % aan inningskosten.