Brussel, 1.6.2017

COM(2017) 258 final

2017/0104(NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende de sluiting van de samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en het Agentschap voor luchtvaartveiligheid in Afrika en Madagaskar (ASECNA) inzake de ontwikkeling van satellietnavigatie en de verlening van bijbehorende diensten ten behoeve van de burgerluchtvaart in het bevoegdheidsgebied van het ASECNA


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel van het voorstel

Dit voorstel voor een besluit van de Raad heeft als doel overeenkomstig artikel 218, lid 6, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) machtiging te verlenen voor de sluiting namens de Europese Unie van de samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie, enerzijds, en het Agentschap voor luchtvaartveiligheid in Afrika en Madagaskar (Agence pour la Sécurité de la Navigation Aérienne en Afrique et à Madagascar/ASECNA) 1 , anderzijds, betreffende de ontwikkeling van satellietnavigatie en de verlening van bijbehorende diensten ten behoeve van de burgerluchtvaart in het bevoegdheidsgebied van het ASECNA. Het voorstel strookt met Verordening (EU) nr. 1285/2013, die de basishandeling vormt voor de Europese satellietnavigatieprogramma's en waarin bij artikel 29 is bepaald dat de Unie in het kader van de Galileo- en Egnos-programma's overeenkomsten kan sluiten met derde landen en internationale organisaties.

De Europese Unie en Afrika werken samen op het gebied van satellietnavigatie sinds de goedkeuring van het actieplan 2011-2013 voor de tenuitvoerlegging van het strategisch partnerschap Afrika-EU in november 2010 tijdens de derde top Afrika-EU in Tripoli. De behoefte aan samenwerking op dit gebied is opnieuw bevestigd in de "routekaart 2014-2017" die is aangenomen in april 2014 tijdens de top Afrika-EU.

Uit onderzoek zijn belangrijke socio-economische voordelen voor het Afrikaanse continent naar voren gekomen. De samenwerking zal ook ten goede komen aan de Europese ruimtevaartindustrie die zal kunnen profiteren van een ruimere markt in Afrika voor de ontwikkeling van haar technologie, de uitrol van een nieuwe infrastructuur en het gebruik van diensten in verband met satellietnavigatie 2 .

Op 25 september 2014 heeft de Raad Concurrentievermogen, op grond van Aanbeveling COM(2014) 260 van de Commissie, de Commissie gemachtigd namens de Unie te onderhandelen over een internationale overeenkomst met het ASECNA waarin de voorwaarden worden vastgesteld voor de verlening van diensten op het gebied van satellietaugmentatie (SBAS) in Afrika op grond van het Europees satellietnavigatieprogramma Egnos. De onderhandelingen zijn begonnen in maart 2015. In april 2016 hebben zij geleid tot een ontwerpovereenkomst waarin het samenwerkingskader wordt bepaald dat nodig is voor de installatie en het gebruik van een SBAS-systeem dat autonoom is maar toch gebaseerd op het Europese Egnos-systeem, in het gebied waar het ASECNA bevoegd is. Overeenkomstig het mandaat dat de Raad heeft gegeven, betreft de overeenkomst de financiering en de governance en omvat zij eveneens een technische pijler.

Op 21 november 2016 heeft de Raad op basis van een voorstel van de Commissie van 12 september 2016 (COM(2016) 574) Besluit (EU) 2016/2234 3 vastgesteld, houdende machtiging tot de ondertekening namens de Unie van de overeenkomst. Die is officieel op 5 december 2016 te Brussel ondertekend door de Europese Unie en het ASECNA.

Verenigbaarheid met de bestaande bepalingen op het beleidsterrein en met andere beleidsterreinen van de Unie

De Europese satellietnavigatieprogramma's vormen een belangrijk element van het EU-beleid inzake vervoer, met name inzake de luchtvaart. Zij dragen bij aan de verbetering van de veiligheid en de continuïteit van de luchtvaartnavigatiediensten en houden tegelijkertijd een verbetering daarvan in op economisch en milieugebied. Op internationaal niveau zijn de programma's met name bevorderd door samenwerkingsovereenkomsten met landen als de Verenigde Staten van Amerika, China, Zuid-Korea en Israël.

Aangezien de ontwikkeling van diensten voor satellietnavigatie op het Afrikaanse continent gemeenschappelijke voordelen voor Europa en Afrika inhoudt, worden al verscheidene jaren talrijke politieke initiatieven genomen om te komen tot een actieve samenwerking in die zin tussen de Europese Unie en Afrika, waaronder:

   de verklaring van de referentiegroep over de infrastructuren van het strategisch partnerschap Afrika-EU voor de vergadering van de Europese Commissie en de Commissie van de Afrikaanse Unie (Addis-Abeba, 25-26 februari 2016);

   de routekaart (2014-2017), die is aangenomen tijdens de vierde top Afrika-EU (Brussel, 2 en 3 april 2014);

   de gezamenlijke verklaring van de ondernemingen op het "vijfde Handelsforum EU-Afrika" (Brussel, 1 april 2014);

   het gemeenschappelijk standpunt dat werd ingenomen tijdens de ministeriële conferentie over vervoer van de Unie voor het Middellandse Zeegebied (Brussel, 14 november 2013);

   de gezamenlijke mededeling aan de Europese Raad, het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's van 8 maart 2011, "Een partnerschap voor democratie en gedeelde welvaart met het zuidelijke Middellandse Zeegebied" (COM(2011) 200 definitief);

   de mededeling van de Commissie "Actieplan inzake toepassingen van het wereldwijd satellietnavigatiesysteem (GNSS)" (COM(2010) 308 definitief van 14 juni 2010);

   de conclusies van de bijeenkomst op hoog niveau over het thema "De ruimtevaart voor de Afrikaanse burger", georganiseerd door het Belgische EU-voorzitterschap op 16 september 2010;

   de resolutie van de zevende Ruimteraad "Mondiale uitdagingen: volledig benutten van de Europese ruimtesystemen" (Brussel, 25 november 2010);

   het actieplan 2011-2013 voor de tenuitvoerlegging van het strategisch partnerschap Afrika-EU dat werd aangenomen tijdens de derde top Afrika-EU (Tripoli, 29 en 30 november 2010);

   de gezamenlijke verklaring van de ondernemingen op het "vierde Handelsforum EU-Afrika" (Tripoli, 26 en 28 november 2010);

   de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2009, "Partnerschap Europese Unie-Afrika - Afrika en Europa met elkaar verbinden: naar een nauwere samenwerking op het gebied van vervoer" (COM(2009) 301 definitief van 24 juni 2009).

2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Rechtsgrondslag

De rechtsgrondslag van het voorstel is artikel 172 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, juncto artikel 218, lid 6.

Subsidiariteit

Het subsidiariteitsbeginsel is hier niet van toepassing omdat de Europese systemen voor satellietnavigatie toebehoren aan de Europese Unie.

Evenredigheid

De bepalingen van de overeenkomst beantwoorden aan het beoogde doel, namelijk het ASECNA de mogelijkheid bieden zijn eigen satellietaugmentatiesysteem te ontwikkelen op basis van het Europese satellietnavigatieprogramma Egnos. De bepalingen stroken eveneens met het streven van de Europese Unie haar deskundigheid op het gebied van satellietnavigatie naar het Afrikaanse continent uit te voeren.

Keuze van het instrument

Het opzetten van een bindend samenwerkingskader verloopt via het sluiten van een internationale overeenkomst. In artikel 29 van Verordening (EU) nr. 1285/2013 is uitdrukkelijk voorzien in de mogelijkheid overeenkomsten te sluiten met internationale organisaties in het kader van de Galileo- en Egnos-programma's.

3.RESULTATEN VAN DE RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN

Het gebruik van diensten voor satellietnavigatie op basis van Egnos in Afrika is onderworpen aan een socio-economische en aan een technische analyse. De resultaten van die analyse zijn herhaaldelijk voorgesteld en besproken met de betrokken Afrikaanse landen tijdens seminars, workshops en internationale fora zoals de Regionale Groep voor planning en uitvoering AFI (APIRG) binnen de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO).

Binnen de Europese Unie heeft de Commissie regelmatig, mondeling en schriftelijk, verslag uitgebracht over de voortgang van de onderhandelingen aan het door de Raad aangewezen speciale comité. Daarenboven heeft zij de lidstaten van de Unie op de hoogte gehouden van het verloop van de besprekingen en de gelegenheid geboden deel te nemen aan de onderhandelingsvergaderingen. Ten slotte hebben de lidstaten van de Unie vóór het einde van de onderhandelingen de mogelijkheid gekregen in de werkgroep "Vervoer — intermodale vraagstukken en netwerken" van de Raad opmerkingen te formuleren over de ontwerpovereenkomst. In de definitieve versie van de overeenkomst, voor de ondertekening waarvan de Raad op 21 november 2016 machtiging heeft verleend, is met die opmerkingen rekening gehouden.

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

De beoogde overeenkomst heeft geen enkel gevolg voor de door Verordening (EU) nr. 1285/2013 aan de Europese satellietnavigatieprogramma's toegewezen begroting.

De kosten voor de installatie en het gebruik van de in de overeenkomst voorziene infrastructuur, die toebehoort aan het ASECNA, zullen worden gedekt door de begroting van het ASECNA, door zijn lidstaten of door bijdragen in de vorm van leningen of schenkingen door landen van de Europese Unie en door internationale financiële instellingen (Europese Investeringsbank, Afrikaanse Ontwikkelingsbank enz.).

5.OVERIGE ELEMENTEN

In de overeenkomst is voorzien in de oprichting van een gemengd comité dat toeziet op het beheer en de correcte toepassing van de overeenkomst. Bovendien is voorzien in een arbitrageprocedure in geval van geschillen tussen beide partijen bij de overeenkomst.

2017/0104 (NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende de sluiting van de samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en het Agentschap voor luchtvaartveiligheid in Afrika en Madagaskar (ASECNA) inzake de ontwikkeling van satellietnavigatie en de verlening van bijbehorende diensten ten behoeve van de burgerluchtvaart in het bevoegdheidsgebied van het ASECNA

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 172, in samenhang met artikel 218, lid 6, tweede alinea, onder a), en artikel 218, lid 8,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Gezien de goedkeuring van het Europees Parlement,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)Overeenkomstig Besluit (EU) 2016/2234 van de Raad van 21 november 2016 4 is de samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en het Agentschap voor luchtvaartveiligheid in Afrika en Madagaskar (ASECNA) inzake de ontwikkeling van satellietnavigatie en de verlening van bijbehorende diensten ten behoeve van de burgerluchtvaart in het bevoegdheidsgebied van het ASECNA op 5 december 2016 ondertekend, onder voorbehoud van de sluiting ervan op een latere datum.

(2)De strategie van de Europese Unie, waarmee op basis van de Europese programma's voor satellietnavigatie enerzijds wordt beoogd de ontwikkeling van het gebruik van deze technologie te vergroten en bijbehorende diensten in het bevoegdheidsgebied van het ASECNA te verlenen, met name door de oprichting van een autonome dienst op het gebied van satellietaugmentatie (SBAS) ten behoeve van het ASECNA, en anderzijds, meer in het algemeen, de bevordering van het gebruik van satellietnavigatie op het Afrikaanse continent wordt beoogd, wordt actief voortgezet in het kader van de overeenkomst.

(3)De overeenkomst moet namens de Europese Unie worden goedgekeurd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en het Agentschap voor luchtvaartveiligheid in Afrika en Madagaskar (ASECNA) inzake de ontwikkeling van satellietnavigatie en de verlening van bijbehorende diensten ten behoeve van de burgerluchtvaart in het bevoegdheidsgebied van het ASECNA wordt namens de Unie goedgekeurd.

De tekst van de overeenkomst is aan dit besluit gehecht.

Artikel 2

De voorzitter van de Raad wijst de persoon aan die bevoegd is om namens de Europese Unie de in artikel 36 van de overeenkomst bedoelde akte van goedkeuring neer te leggen, waarmee de instemming van de Europese Unie om door de overeenkomst gebonden te zijn tot uiting wordt gebracht.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op […].

Gedaan te Brussel,

   Voor de Raad

   De voorzitter

(1)

   Het ASECNA is een in Dakar, Senegal, gevestigde internationale organisatie. Zijn opdracht is de veiligheid van de luchtvaart te waarborgen voor zijn 18 lidstaten: Benin, Burkina Faso, Kameroen, de Centraal-Afrikaanse Republiek, Tsjaad, de Comoren, Congo, Ivoorkust, Gabon, Guinee-Bissau, Equatoriaal-Guinea, Madagaskar, Mali, Mauritanië, Niger, Senegal, Togo en Frankrijk.

(2) De socio-economische voordelen voor het hele Afrikaanse continent zijn op basis van kosten-batenanalysen geschat op meer dan 4,8 miljard euro; daarbij is geen rekening gehouden met de voordelen op het gebied van economische ontwikkeling en regionale integratie die niet konden worden gekwantificeerd.
(3) PB L 337 van 13.12.2016, blz. 1.
(4) PB L 337 van 13.12.2016, blz. 1.

Brussel, 1.6.2017

COM(2017) 258 final

BIJLAGE

bij

voorstel voor een besluit van de Raad

betreffende de sluiting van de samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en het Agentschap voor luchtvaartveiligheid in Afrika en Madagaskar (ASECNA) inzake de ontwikkeling van satellietnavigatie en de verlening van bijbehorende diensten ten behoeve van de burgerluchtvaart in het bevoegdheidsgebied van het ASECNA


SAMENWERKINGSOVEREENKOMST
TUSSEN DE EUROPESE UNIE
EN HET AGENTSCHAP VOOR LUCHTVAARTVEILIGHEID IN AFRIKA

EN MADAGASKAR (ASECNA)

INZAKE DE ONTWIKKELING VAN SATELLIETNAVIGATIE

EN DE VERLENING VAN BIJBEHORENDE DIENSTEN TEN BEHOEVE VAN

DE BURGERLUCHTVAART IN HET BEVOEGDHEIDSGEBIED VAN HET ASECNA



De EUROPESE UNIE,

hierna "de Unie" genoemd,

   enerzijds,

en

het AGENTSCHAP VOOR LUCHTVAARTVEILIGHEID IN AFRIKA EN MADAGASKAR,

hierna "ASECNA" genoemd,

   anderzijds,

hierna gezamenlijk "de partijen" genoemd,

GEZIEN de toenemende ontwikkeling van de toepassingen van mondiale satellietnavigatiesystemen in de Unie, in Afrika en in andere gebieden van de wereld, met name in de burgerluchtvaartsector,

OVERWEGENDE dat het ASECNA voornamelijk belast is met het verlenen van luchtvaartnavigatiediensten in het luchtruim dat onder zijn bevoegdheid valt, met de organisatie van dat luchtruim, met de publicatie van luchtvaartinlichtingen, met de meteorologische verwachtingen voor de luchtvaart en de overdracht van inlichtingen op dat gebied,



ERKENNENDE het belang van de programma's voor satellietnavigatie van de Unie, Galileo en Europees overlaysysteem voor geostationaire navigatie (EGNOS), die specifiek zijn ontworpen voor civiele doeleinden, de voordelen die zijn verbonden aan de uitvoering ervan en het belang dat het ASECNA heeft bij satellietnavigatiediensten,

ERKENNENDE dat het Egnos-systeem, een regionale infrastructuur die op Europa gericht is en die open signalen uitgezonden door mondiale satellietnavigatiesystemen controleert en corrigeert door met name een betere precisie en een integriteitsfunctie te bieden, diensten verleent die bijzonder aangepast zijn aan de behoeften van de burgerluchtvaart,

OVERWEGENDE dat de diensten die gebaseerd zijn op de technologie van het EGNOS-systeem technisch gezien zouden kunnen worden uitgebreid tot het hele Afrikaanse continent aangezien er sprake zou zijn van synergieën tussen de infrastructuren op de grond onder de verantwoordelijkheid van de partijen en de transponders van het Egnos-systeem zijn geïnstalleerd op geostationaire satellieten boven Afrika,

GEZIEN de resolutie van de Ruimteraad van de Unie "Mondiale uitdagingen: volledig benutten van de Europese ruimtesystemen", aangenomen op 25 november 2010, waarin de Europese Commissie wordt verzocht samen met de Commissie van de Afrikaanse Unie te werken aan capaciteitsopbouw op dit gebied, en na te gaan hoe in Afrika een met die van het Egnos-programma vergelijkbare infrastructuur kan worden opgezet,

GEZIEN de mededeling van de Europese Commissie van 26 april 2007 over het Europese ruimtevaartbeleid, waarin bijzonder belang wordt gehecht aan de samenwerking van Europa met Afrika op het gebied van de ruimtevaart, en de mededeling van de Commissie van 4 april 2011 "Naar een ruimtevaartstrategie van de Europese Unie ten dienste van de burger", waarin de bereidheid van de Unie wordt benadrukt om haar deskundigheid en infrastructuur ten dienste te stellen van Afrika en de samenwerking met dat continent te versterken,



GEZIEN Resolutie nr. 2005 CM 44-11 van het Comité van Ministers van het ASECNA van 7 juli 2005 over het uitvoeren van satellietnavigatiesystemen (GNSS) bij het ASECNA, waarin met name steun wordt gevraagd van de Europese organen om gebruik te kunnen maken van de uitrol van Galileo of EGNOS voor de operationele behoeften van het Agentschap,

GEZIEN Resolutie nr. 2011 CA 120-18 van de raad van bestuur van het ASECNA van 7 juli 2011 over de effectieve deelname van het Agentschap aan de uitrol van EGNOS/Galileo in de regio Afrika en Indische Oceaan, waarin de algemeen directeur gemachtigd wordt daarvoor de nodige stappen te ondernemen bij de relevante Europese organen,

OVERWEGENDE dat het ASECNA in het kader van de uitvoering van die resolutie een SBAS-ASECNA-programma heeft ontwikkeld met het oog op de verlening van SBAS-diensten aan het ASECNA op basis van de technologie van het EGNOS-systeem in het bevoegdheidsgebied van het ASECNA,

OVERWEGENDE dat een samenwerking op lange termijn tussen de Unie en het ASECNA op het gebied van satellietnavigatie past in het algemene kader van het strategisch partnerschap tussen de Unie en Afrika; in de routekaart die is aangenomen tijdens de vierde top EU-Afrika in Brussel van 2 en 3 april 2014 om de samenwerking tussen de twee continenten voor de periode 20142017 te bepalen, wordt immers voorzien in voldoende en duurzame financiële en personele middelen met het oog op de uitrol van infrastructuren voor satellietnavigatie op basis van EGNOS en op de invoering van systemen voor governance en financiering van de investeringsuitgaven en de operationele uitgaven van Egnos in Afrika voor de betrokken landen,



OVERWEGENDE dat het ASECNA en de Unie uit hoofde van dat strategisch partnerschap tussen de Unie en Afrika reeds samenwerken in het kader van het ondersteuningsprogramma voor de luchtvaartsector en de satellietdiensten in Afrika dat wordt gefinancierd uit het tiende Europees Ontwikkelingsfonds, en van het pan-Afrikaans ondersteuningsprogramma voor EGNOS in Afrika dat wordt gefinancierd uit het Instrument voor ontwikkelingssamenwerking, met name via het opzetten van het gezamenlijk bureau voor programmabeheer (Joint Programme Office — JPO) EGNOS-Afrika,

GEZIEN het gemeenschappelijke belang bij de samenwerking op lange termijn tussen de Unie en het ASECNA op het gebied van de ontwikkeling van satellietnavigatie ten behoeve van de burgerluchtvaart, en de wens formeel een dergelijke samenwerking tot stand te brengen,

GEZIEN de noodzaak een uitstekend niveau van bescherming voor de satellietnavigatiediensten te waarborgen in de gebieden die door de partijen worden bestreken,

OVERWEGENDE dat de Unie haar eigen agentschappen heeft opgericht om haar bij te staan op een aantal specifieke gebieden, met name het Europees GNSS-Agentschap voor de Europese satellietnavigatieprogramma's en het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, en dat de exploitatie van het EGNOS-systeem gedurende de periode 20142021 het voorwerp uitmaakt van een delegatieovereenkomst tussen de Unie en het Europees GNSS-Agentschap,

ERKENNENDE dat bij Verordening (EU) nr. 1285/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 betreffende het opzetten en de exploitatie van de Europese satellietnavigatiesystemen 1 is bepaald dat de Unie eigenaar is van alle materiële en immateriële activa die in het kader van de Galileo- en EGNOS-programma's worden gecreëerd of ontwikkeld, dat de Unie in het kader van die programma's overeenkomsten kan sluiten met derde landen en internationale organisaties en dat de kosten voor een eventuele uitbreiding van de dekking van het Egnos-systeem buiten Europa niet gedekt worden door de overeenkomstig die verordening toegewezen begrotingsmiddelen,



GEZIEN Verordening (EU) nr. 912/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2010 tot oprichting van het Europese GNSS-Agentschap 2 ,

ERKENNENDE het belang van het coördineren van de benaderingen op het gebied van normalisatie en certificering en van alle kwesties in verband met de systemen en diensten voor satellietnavigatie in internationale normalisatie- en certificeringsfora, met name ter bevordering van een uitgebreid en innovatief gebruik van de diensten van Galileo, EGNOS en SBAS-ASECNA als mondiale norm voor satellietnavigatie en synchronisatie in de burgerluchtvaart,

ZIJN HET VOLGENDE OVEREENGEKOMEN:

DEEL I

ALGEMENE BEPALINGEN

ARTIKEL 1

Doelstellingen

1.    Deze overeenkomst heeft tot doel satellietnavigatie te ontwikkelen en bijbehorende diensten te verlenen in het bevoegdheidsgebied van het ASECNA ten behoeve van de burgerluchtvaart door het ASECNA toe te staan gebruik te maken van de Europese satellietnavigatieprogramma's.



Deze overeenkomst past binnen het kader van de regelingen ter bevordering van diensten op basis van die Europese satellietnavigatieprogramma's op het Afrikaanse continent.

2.    De vorm van en de voorwaarden voor de samenwerking tussen de partijen om de in lid 1 beoogde doelstellingen te verwezenlijken, worden in deze overeenkomst vastgesteld.

ARTIKEL 2

Definities

Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt verstaan onder:

1)    "GNSS" of "mondiaal satellietnavigatiesysteem": een infrastructuur bestaande uit een constellatie van satellieten en een netwerk van grondcentra en stations die het mogelijk maakt, dankzij het uitzenden van radiosignalen, over de hele aardbol een zeer precieze dienst voor de bepaling van tijd en plaats te verlenen aan gebruikers die over een geschikte ontvanger beschikken;

2)    "Europese satellietnavigatiesystemen": het mondiale satellietnavigatiesysteem dat is ingevoerd door het Galileo-programma en het EGNOS-systeem, die eigendom zijn van de Unie;

3)    "bevoegdheidsgebied van het ASECNA": het geografische gebied waarin het ASECNA luchtvaartnavigatiediensten verleent, zowel binnen als buiten het luchtruim van zijn lidstaten;



4)    "European Geostationary Navigation Overlay Service" (Europees overlaysysteem voor geostationaire navigatie) of "EGNOS": de regionale infrastructuur van een satellietnavigatiesysteem dat de open signalen uitgezonden door de mondiale systemen voor satellietnavigatie, voornamelijk GPS en Galileo, controleert en corrigeert, waardoor de gebruikers van die mondiale systemen over een betere prestatie kunnen beschikken, zoals verhoogde nauwkeurigheid en integriteit. EGNOS bestaat uit grondstations en verschillende op geostationaire satellieten geïnstalleerde transponders. De grondstations bestaan uit een technisch centrum, missiecontrolecentra, RIMS, NLES, een dienstencentrum en een EDAS-server. De regionale dekking van EGNOS beslaat in de eerste plaats het binnen Europa gelegen grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie;

5)    "SBAS-ASECNA": het satellietnavigatiesysteem van het ASECNA dat de open signalen uitgezonden door de mondiale systemen voor satellietnavigatie, voornamelijk GPS en Galileo, controleert en corrigeert, waardoor de gebruikers van die mondiale systemen over een betere prestatie kunnen beschikken, zoals verhoogde nauwkeurigheid en integriteit. SBAS-ASECNA is eigendom van het ASECNA. Het bestaat uit een grondinfrastructuur en verschillende op geostationaire satellieten geïnstalleerde transponders. De grondinfrastructuur bestaat hoofdzakelijk uit RIMS, een of twee missiecontrolecentra en NLES. Het SBAS-ASECNA-systeem bestrijkt in de eerste plaats het bevoegdheidsgebied van het ASECNA. Onder "SBAS-ASECNA-systeem" worden zowel de eerste versie van het systeem als alle daaropvolgende ontwikkelingen verstaan, met inbegrip van dubbele frequentie en multiconstellatie. De uitvoering van dat systeem bestaat met name uit de volgende fasen: specificatie en ontwerp, ontwikkeling en uitrol, goedkeuring en certificering. Daarop volgt de exploitatiefase;



6)    "dekkingsgebied van EGNOS" of "dekkingsgebied van SBAS-ASECNA": het gebied waarin het mogelijk is de door het betrokken systeem uitgezonden signalen te ontvangen (bijvoorbeeld de voetafdruk van de geostationaire satellieten);

7)    "dienstgebied van SBAS-ASECNA": het gebied binnen het dekkingsgebied van SBAS-ASECNA waarbinnen het SBAS-ASECNA-systeem een dienst verleent in overeenstemming met de door het ASECNA vastgestelde vereisten volgens de normen en aanbevolen praktijken (Standards and Recommended Practices - SARP's) van de ICAO en de desbetreffende goedgekeurde operaties voor zijn rekening neemt;

8)    "SOL-dienstgebied van EGNOS": het gebied binnen het dekkingsgebied van EGNOS waarbinnen het EGNOS-systeem een dienst verleent in overeenstemming met de normen en aanbevolen praktijken (SARP's) van de ICAO en de desbetreffende goedgekeurde operaties voor zijn rekening neemt;

9)    "RIMS": de stations van het EGNOS- of SBAS-ASECNA-systeem die als functie hebben in realtime de plaatsbepalingsgegevens afkomstig van de door de mondiale satellietnavigatiesystemen uitgezonden signalen te verzamelen;

10)    "NLES": de stations van het EGNOS- of SBAS-ASECNA-systeem die de gecorrigeerde gegevens naar de op de geostationaire satellieten geïnstalleerde transponders sturen waardoor de ontvangers van GNSS-signalen in het dekkingsgebied van één van beide systemen correcties kunnen aanbrengen in hun plaatsbepaling;



11)    "Galileo": een autonoom civiel Europees mondiaal satellietnavigatie- en tijdbepalingssysteem onder civiele leiding, voor de aanbieding van GNSS-diensten die zijn ontworpen en ontwikkeld door de Unie, het Europees Ruimteagentschap en hun respectieve lidstaten. De exploitatie van Galileo kan aan een privaat orgaan worden overgedragen. Galileo voorziet in een open dienst, een commerciële dienst, een beveiligde overheidsdienst en een opsporings- en reddingsdienst. Het systeem draagt ook bij aan integriteitsbewakingsdiensten gericht op gebruikers van beveiliging-van-levenstoepassingen;

12)    "interoperabiliteit": de geschiktheid van twee of meerdere satellietnavigatiesystemen en de erdoor geleverde diensten om samen gebruikt te kunnen worden, zodat op gebruikersniveau meer mogelijkheden worden geboden dan wanneer uitsluitend op één systeem wordt vertrouwd;

13)    "intellectuele eigendom": de betekenis die deze term heeft in artikel 2, punt viii), van het Verdrag tot oprichting van de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom, ondertekend te Stockholm op 14 juli 1967;

14)    "gerubriceerde informatie": informatie in elke vorm die bescherming vereist tegen onbevoegde openbaarmaking waardoor de wezenlijke belangen, waaronder de nationale veiligheid, van de partijen of van afzonderlijke lidstaten in verschillende mate zouden kunnen worden geschaad. De rubricering ervan wordt aangeduid met een rubriceringsmarkering. Dergelijke informatie wordt door de partijen gerubriceerd in overeenstemming met de van toepassing zijnde wet- en regelgeving en moet tegen elk verlies van vertrouwelijkheid, integriteit en beschikbaarheid worden beschermd.



ARTIKEL 3

Beginselen van de samenwerking

De partijen passen de volgende beginselen toe op de onder deze overeenkomst vallende samenwerkingsactiviteiten:

1.    wederzijds voordeel op basis van een algemeen evenwicht van rechten en verplichtingen, met inbegrip van bijdragen en toegang tot alle diensten;

2.    wederzijdse mogelijkheden om aan samenwerkingsactiviteiten in het kader van de satellietnavigatieprogramma's van de Unie en het ASECNA deel te nemen;

3.    uitwisseling, te gelegener tijd, van alle informatie die nuttig is voor de uitvoering van deze overeenkomst;

4.    adequate en effectieve bescherming van intellectuele eigendomsrechten.

ARTIKEL 4

Agentschappen van de Unie

De Unie kan de uitvoering van de taken waarin deze overeenkomst voorziet geheel of gedeeltelijk toevertrouwen aan het Europees GNSS-Agentschap of aan het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart. In dat geval blijft zij jegens het ASECNA verantwoordelijk voor de correcte en volledige uitvoering van de haar verplichtingen uit hoofde van deze overeenkomst.



ARTIKEL 5

Betrekkingen met derden

De Unie bevordert en ondersteunt elk samenwerkings- of partnerschapsinitiatief tussen het ASECNA en andere entiteiten die bij de Europese satellietnavigatieprogramma's EGNOS en Galileo betrokken zijn, met name het Europees Ruimteagentschap, voor zover die initiatieven de ontwikkeling en de verlening door het ASECNA van satellietnavigatiediensten op basis van beide programma's kunnen bevorderen.

DEEL II

BEPALINGEN INZAKE SAMENWERKING

ARTIKEL 6

Samenwerkingsactiviteiten

1.    De samenwerkingsactiviteiten waarin deze overeenkomst voorziet, betreffen hoofdzakelijk activiteiten die als doel hebben het opzetten en de exploitatie van het SBAS-ASECNA-systeem op basis van de technologie van het EGNOS-systeem. Zij betreffen ook het gebruik in Afrika van het door het Galileo-programma ingevoerde systeem, het radiospectrum, de normen, de certificering en de internationale organisaties, de beveiliging, het onderzoek en de ontwikkeling, de personele middelen, de communicatie en de zichtbaarheid, de uitwisselingen van personeel en de bevordering van satellietnavigatiediensten op het Afrikaanse continent.



De partijen kunnen deze lijst van activiteiten overeenkomstig artikel 34 van deze overeenkomst wijzigen.

2.    Deze overeenkomst is niet van invloed op de institutionele autonomie van de Unie bij de regulering van de Europese satellietnavigatieprogramma's, noch op de ten behoeve van de activiteiten van die Europese programma's door de Unie ingestelde structuur. Deze overeenkomst is evenmin van invloed op de regulerende maatregelen ter uitvoering van non-proliferatieverbintenissen, exportcontrole en controles van immateriële overdrachten van technologie. Zij is evenmin van invloed op nationale veiligheidsmaatregelen.

3.    Deze overeenkomst is niet van invloed op de institutionele autonomie van het ASECNA.

4.    Met inachtneming van hun respectieve regels bevorderen de partijen zo veel mogelijk de samenwerkingsactiviteiten op grond van deze overeenkomst.



SUBDEEL I

ARTIKEL 7

Uitvoering en exploitatie van het SBAS-ASECNA-systeem

1.    De Unie ondersteunt het ASECNA bij het opzetten en de exploitatie van het SBAS-ASECNA-systeem. Naast de bijzondere bepalingen van de artikelen 8 tot en met 16 verbindt de Unie zich ertoe in het algemeen het opzetten en de en exploitatie van het SBAS-ASECNA-systeem te bevorderen, met name door gratis alle nuttige informatie ter beschikking te stellen van het ASECNA, door het ASECNA advies te verlenen op het gebied van programmabeheer en op technisch en organisatorisch vlak, en door bij te dragen aan de evaluaties en de controle van het SBAS-ASECNA-programma.

2.    Wanneer interconnecties worden aangebracht tussen het EGNOS-systeem en het SBAS-ASECNA-systeem, is elke partij verantwoordelijk voor de aanpassingen van haar eigen systeem en neemt zij de daarmee samenhangende investerings- en exploitatiekosten voor haar rekening. Elke partij deelt aan de andere partij de nodige informatie mee en verleent haar medewerking aan de aanpassingen van het systeem van die andere partij. Er wordt een proces van verbintenissen inzake prestaties en controle daarvan ingesteld, waarbij de respectieve verplichtingen worden vastgesteld.



ARTIKEL 8

Specificatie en ontwerp van het SBAS-ASECNA-systeem

De Unie ondersteunt het ASECNA bij de specificatie en het ontwerp van het SBAS-ASECNA-systeem, vooral wat betreft de systeemarchitectuur, de locaties voor de grondinfrastructuur en het operatieconcept. In de daartoe uitgevoerde studies worden de interconnecties tussen het SBAS-ASECNA-systeem en het EGNOS-systeem gespecificeerd.

ARTIKEL 9

Ontwikkeling en uitrol van de RIMS

De Unie ondersteunt het ASECNA bij de ontwikkeling en de uitrol van de RIMS van het SBAS-ASECNA-systeem, vooral wat betreft de uitrusting, de exploitatieprocedures, de kwalificatie van het bedieningspersoneel en de validatie van de locaties voor de grondinfrastructuur, onder meer door het vaststellen en controleren van de beveiligingsvereisten.

Om de prestaties en de dienstgebieden van het EGNOS-systeem en het SBAS-ASECNA-systeem te optimaliseren, stemmen de partijen de installatie van hun respectieve RIMS op elkaar af, met name van die stations die zich in de gemeenschappelijke aangrenzende gebieden van de beide systemen bevinden, zodat die stations gelijkmatig verdeeld worden en in synergie kunnen functioneren dankzij de uitwisseling van door die RIMS gegenereerde gegevens, met inachtneming van de veiligheids- en beveiligingsvereisten die in de op elke partij toepasselijke regels zijn vastgesteld.



ARTIKEL 10

Ontwikkeling en uitrol van de controlecentra

De Unie ondersteunt het ASECNA bij de ontwikkeling en de uitrol van de controlecentra van het SBAS-ASECNA-systeem, vooral wat betreft de uitrusting, de exploitatieprocedures, de kwalificatie van het bedieningspersoneel en de validatie van de locaties voor de grondinfrastructuur, onder meer door het vaststellen en controleren van de beveiligingsvereisten.

ARTIKEL 11

Ontwikkeling en uitrol
van de NLES en de transponders

De Unie ondersteunt het ASECNA bij de ontwikkeling en de uitrol van de diensten voor de verspreiding van gegevens die gebaseerd zijn op de transponders van het SBAS-ASECNA-systeem die op geostationaire satellieten zijn geïnstalleerd en de bijbehorende grondstations voor transmissie van de gegevens. Zij ondersteunt het ASECNA eveneens bij de procedures en stappen die nodig zijn om de voor de exploitatie van het SBAS-ASECNA-systeem onontbeerlijke PRN-codes te verkrijgen.



ARTIKEL 12

Goedkeuring en certificering
van het SBAS-ASECNA-systeem

De Unie ondersteunt het ASECNA, op zijn verzoek, bij:

-    de certificering van het SBAS-ASECNA-systeem;

-    de goedkeuring van de beveiliging van het SBAS-ASECNA-systeem, met inbegrip van de locaties voor de grondinfrastructuur;

-    de certificering van de door het SBAS-ASECNA-systeem verleende diensten.

De Unie kan het ASECNA, op zijn verzoek, eveneens ondersteunen bij de ontwikkeling van methodes en procedures met het oog op:

-    de goedkeuring, vóór publicatie in de luchtvaartinlichtingenaankondiging (Aeronautical Information Publication - AIP), van de aan het SBAS-ASECNA-systeem verbonden opstijg-, vlucht- en landingsprocedures voor de luchtvaartuigen;

-    de certificering van de uitrusting aan boord van luchtvaartuigen die is bedoeld voor de ontvangst en de verwerking van de satellietnavigatiesignalen, en de goedkeuring van de exploitanten van luchtvaartuigen en van de bemanning.



ARTIKEL 13

Exploitatie van het SBAS-ASECNA-systeem

1.    De Unie ondersteunt het ASECNA bij de exploitatie van het SBAS-ASECNA-systeem.

Wat betreft de voorbereiding van de opstart van de exploitatie, staat zij het ASECNA met name bij in:

-    de invoering van de governanceregeling voor de dienstverlening;

-    de aanpassing, ten behoeve van het SBAS-ASECNA-systeem, van de operationele procedures en van de documentatie voor opleiding over het EGNOS-systeem;

-    de uitvoering van een geïntegreerd beheerssysteem voor de dienstverlening dat met name vraagstukken inzake veiligheid, beveiliging en milieu bestrijkt;

-    de analyse en uitvoering van uitbestedingsregelingen;

-    de opleiding van het bedieningspersoneel;

-    de verklaring inzake de dienstverlening.

De Unie ondersteunt het ASECNA eveneens bij het oplossen van exploitatieproblemen die zich na de verklaring inzake de dienstverlening voordoen, met name via het ter beschikking stellen van procedures en instrumenten voor prestatieanalyse, van opleidingsondersteuning en personeel op de locaties tijdens de beginfase.



De Unie biedt het ASECNA ook ondersteuning wanneer latere versies van het in werking zijnde systeem in gebruik worden genomen.

2.    De partijen staan elkaar bij om het gebruik van de door het EGNOS- en SBAS-ASECNA-systeem verleende diensten aan te moedigen en om de overeenkomstige ontwikkeling van de markten te bevorderen.

ARTIKEL 14

Dienstgebieden

De partijen plegen overleg in verband met de definiëring van het SOL-dienstgebied van EGNOS en het dienstgebied van SBAS-ASECNA teneinde moeilijkheden bij de exploitatie te vermijden, met name op het gebied van interoperabiliteit en aansprakelijkheid. De partijen streven er in dit verband naar gemeenschappelijke oplossingen te vinden.

Wanneer het SOL-dienstgebied van Egnos een gedeelte van het verantwoordelijkheidsgebied van het ASECNA omvat of wanneer het dienstgebied van SBAS-ASECNA een gedeelte van het grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie omvat, wordt een proces van verbintenissen inzake prestaties en controle daarvan ingesteld, waarbij de respectieve verplichtingen worden vastgesteld.



Wanneer het SOL-dienstgebied van Egnos en het dienstgebied van SBAS-ASECNA een gebied omvatten dat buiten het grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie en buiten het verantwoordelijkheidsgebied van het ASECNA ligt - of overlappen met een ander systeem dan EGNOS en SBAS-ASECNA - brengen de partijen elkaar op de hoogte en stemmen zij de stappen die zij bij de autoriteiten van het betrokken gebied of de betrokken gebieden ondernemen op elkaar af om ervoor te zorgen dat voor de problemen, met name op het gebied van interoperabiliteit en aansprakelijkheid, gezamenlijke oplossingen worden gevonden.

ARTIKEL 15

Overheidsopdrachten

1.    De Unie ondersteunt het ASECNA, op zijn verzoek, bij het opstellen van het aanbestedingsdossier en de analyse van de inschrijvingen voor de aanbestedingen met betrekking tot het opzetten en de exploitatie van het SBAS-ASECNA-systeem.

2.    Onverminderd artikel XXIII van de in het kader van de Wereldhandelsorganisatie gesloten overeenkomst inzake overheidsopdrachten (artikel III van de herziene Overeenkomst) hebben de overheidsinstanties en de ondernemingen van de lidstaten van de Europese Unie het recht mee te dingen naar aanbestedingen met betrekking tot het opzetten en de exploitatie van het SBAS-ASECNA-systeem, behalve in geval van belangenconflict.

3.    De aankopen in verband met het opzetten en de exploitatie van het EGNOS- en het SBAS-ASECNA-systeem kunnen het voorwerp uitmaken van gezamenlijke openbare aanbestedingen van de Unie en het ASECNA naargelang de belangen van elke partij, met name inzake de grondstations en de transponders.



ARTIKEL 16

Intellectuele-eigendomsrechten

1.    Elke partij laat de andere partij gratis beschikken over alle intellectuele-eigendomsrechten op de werken of uitvindingen waarvan zij eigenaar is en die nuttig zijn voor het opzetten en de exploitatie van het EGNOS- en het SBAS-ASECNA-systeem. Deze overeenkomst geldt als licentie voor het gebruik van deze rechten.

Als één van de partijen nieuwe intellectuele-eigendomsrechten tot stand brengt op basis van de intellectuele-eigendomsrechten waarover de andere partij haar heeft laten beschikken, krijgt laatstbedoelde partij de aldus ontstane nieuwe intellectuele-eigendomsrechten in eigendom en verleent zij gratis een licentie voor het gebruik van die nieuwe rechten aan de partij die die rechten heeft tot stand gebracht. De partij die eigenaar is van die nieuwe rechten kan echter slechts een licentie verlenen aan een derde na uitdrukkelijke toestemming van de andere partij.

De gebruiksvoorwaarden van de in de eerste en tweede alinea bedoelde licentie zijn vastgesteld in de leden 2 en 3.

2.    De in de eerste alinea van lid 1 bedoelde gebruikslicentie is persoonlijk, niet-exclusief en niet-overdraagbaar, onverminderd de bepalingen van de tweede alinea van lid 1. De licentie omvat, indien van toepassing, het recht om te gebruiken, te laten gebruiken, te wijzigen, te reproduceren en te vervaardigen enkel met het oog op het opzetten en de exploitatie van het EGNOS- en het SBAS-ASECNA-systeem.



Een partij mag de intellectuele-eigendomsrechten waarover de andere partij haar uit hoofde van de eerste alinea van lid 1 laat beschikken, behoudens uitdrukkelijke toestemming van die andere partij, op geen enkele manier commercialiseren of daarover een derde laten beschikken tenzij zij een derde over de rechten laat beschikken in het kader van openbare aanbestedingen of overeenkomsten die door een van de partijen zijn aangegaan voor het opzetten en de exploitatie van het EGNOS-systeem, het door het Galileo-programma ingevoerde systeem en het SBAS-ASECNA-systeem.

3.    Elke partij houdt een register bij van de intellectuele-eigendomsrechten waarover zij de andere partij ingevolge de eerste alinea van lid 1 laat beschikken. Zij verstrekt de andere partij daarvan een afschrift. Voor elk intellectueel-eigendomsrecht waarover een partij de andere partij laat beschikken, wordt in het register vermeld:

-    het voorwerp van het recht, zoals uitvinding, software, databank enz.;

-    de aard van het recht, zoals auteursrecht, octrooi enz.;

-    het verleende recht van gebruik, zoals recht om te reproduceren, te wijzigen, te vervaardigen enz.;

-    het grondgebied waarvoor het recht ter beschikking wordt gesteld;

-    de duur van de terbeschikkingstelling.

4.    Elke partij die de andere partij uit hoofde van de eerste alinea van lid 1 een licentie voor het gebruik toekent, kan de licentie intrekken als zij vaststelt dat niet wordt voldaan aan de gebruiksvoorwaarden daarvan waarin de leden 2 en 3 voorzien.



5.    De partijen verlenen en verzekeren, in overeenstemming met de strengste internationale normen die zijn vastgesteld in de Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom (Trade-Related Aspects of Intellectual Property - TRIPs) van de Wereldhandelsorganisatie, adequate en effectieve bescherming van de intellectuele-eigendomsrechten op de gebieden en in de sectoren die relevant zijn voor het opzetten en de exploitatie van het EGNOS- en het SBAS-ASECNA-systeem, met name door effectieve middelen te voorzien om dergelijke normen te handhaven.

SUBDEEL II

OVERIGE ACTIVITEITEN

ARTIKEL 17

Galileo

1.    De partijen werken samen bij de bevordering en het gebruik van het door het Galileo-programma ingevoerde systeem op het Afrikaanse continent, vooral via de ontwikkeling van toepassingen en het gebruik van diensten op basis van dat systeem, met name op het gebied van tijdsbepaling, navigatie, toezicht, opsporing en redding, en door de voordelen van de toepassingen en diensten op basis van dat systeem te benadrukken.

2.    Het ASECNA onthoudt zich van alle handelingen of initiatieven die de belangen van de Unie zouden kunnen schaden wat de met het Galileo-programma verbonden intellectuele-eigendomsrechten betreft.



ARTIKEL 18

Radiospectrum

1.    De partijen werken samen en ondersteunen elkaar wat betreft het radiofrequentiespectrum dat wordt beheerd door de Internationale Unie voor telecommunicatie (International Telecommunication Union - hierna "ITU" genoemd), met name voor de bescherming van de frequentiebanden voor de diensten voor satellietnavigatie en luchtvaartcommunicatie.

2.    De partijen wisselen informatie uit en ondersteunen elkaar bij het delen en toewijzen van frequenties door de ITU. Zij moedigen de toewijzing van geschikte frequenties voor het EGNOS- en het SBAS-ASECNA-systeem alsmede voor het door het Galileo-programma ingevoerde systeem aan en beschermen deze om de toegankelijkheid van de door deze systemen aangeboden diensten in de Unie en Afrika te waarborgen.

3.    Om het radiospectrum voor de navigatie te beschermen tegen verstoring, zoals al dan niet opzettelijk blokkeren en "misleiden", streven de partijen ernaar de bronnen van de verstoring op te sporen en tot wederzijds aanvaardbare oplossingen te komen.

4.    Niets in deze overeenkomst mag worden geïnterpreteerd als afwijking van de toepasselijke bepalingen van de ITU, met name de ITU-radioreglementen.



ARTIKEL 19

Normen, certificering
en internationale organisaties

1.    De partijen streven ernaar een gezamenlijke benadering te hanteren op het gebied van normalisatie en inzake alle kwesties in verband met de satellietnavigatiesystemen die worden behartigd door internationale organisaties en verenigingen, met name door de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie, de Radio Technical Commission for Aeronautics (RTCA) en de Europese Organisatie voor de burgerluchtvaartapparatuur (European Organisation for Civil Aviation Equipment - EUROCAE), en door verenigingen of groeperingen die actief zijn op het gebied van normalisatie.

2.    De partijen ondersteunen gezamenlijk de ontwikkeling van normen voor satellietnavigatie door internationale organisaties, met name de normen en aanbevolen praktijken van de ICAO (SARP's) en de minimale operationele prestatiespecificaties (MOPS) van de RTCA en de EUROCAE. In dat kader ondersteunen zij gezamenlijk de erkenning door die internationale organisaties van de Galileo-, EGNOS- en SBAS-ASECNA-normen en zetten zij zich in om de wereldwijde toepassing ervan te bevorderen, met de nadruk op de interoperabiliteit met andere satellietnavigatiesystemen.



ARTIKEL 20

Veiligheid

Om de Europese satellietnavigatiesystemen en het SBAS-ASECNA-systeem te beschermen tegen bedreigingen en vijandige handelingen, zoals opzettelijk blokkeren en "misleiden", nemen de partijen alle praktisch uitvoerbare maatregelen, met name op het gebied van controle en non-proliferatie van technologieën, om de continuïteit, veiligheid en beveiliging van de satellietnavigatiediensten, hun infrastructuur en kritieke gerelateerde voorzieningen te verzekeren, onverminderd artikel 6, lid 2.

ARTIKEL 21

Onderzoek en ontwikkeling

De partijen streven ernaar gezamenlijk activiteiten in het kader van onderzoek en ontwikkeling op het gebied van satellietnavigatie op te zetten, met name met het oog op de ontwikkeling en de planning van de toekomstige technologische vooruitgang van de satellietnavigatiesystemen.

Elke partij bevordert de deelname van de andere partij aan haar eigen programma's voor onderzoek en ontwikkeling.

De Unie bevordert de toegang van het ASECNA tot de fondsen van haar kaderprogramma's voor onderzoek en ontwikkeling.



ARTIKEL 22

Personele middelen

Op basis van haar eigen ervaring voorziet de Unie het ASECNA van alle nuttige informatie voor het beheer van de voor de uitvoering van het SBAS-ASECNA-programma nodige personele middelen.

De Unie ondersteunt het ASECNA bij het scheppen van de arbeidsplaatsen en de ontwikkeling van de competenties die nodig zijn voor het opzetten en de exploitatie van het SBAS-ASECNA-systeem.

De Unie bevordert elk samenwerkings- en partnerschapsinitiatief tussen het ASECNA en de entiteiten die betrokken zijn bij de capaciteitsontwikkeling op de gebieden met betrekking tot de Europese satellietnavigatieprogramma's. Zij bevordert eveneens de toegang van het ASECNA tot de fondsen van haar Europese opleidingsprogramma's.

Er kunnen gezamenlijke opleidingsactiviteiten worden uitgevoerd om te beantwoorden aan de behoeften in verband met het opzetten en de exploitatie van het Egnos- en het SBAS-ASECNA-systeem en het door het Galileo-programma ingevoerde systeem, en in verband met de voorbereiding van de technologische ontwikkeling van die systemen.

ARTIKEL 23

Communicatie en zichtbaarheid

De partijen streven ernaar gezamenlijke communicatie- en promotieactiviteiten uit te voeren voor hun respectieve satellietnavigatieprogramma's.



De Unie ondersteunt het ASECNA bij het bepalen en uitvoeren van de communicatiestrategieën ten aanzien van zowel de entiteiten waarvoor het opzetten en de exploitatie van het SBAS-ASECNA-systeem gevolgen hebben als het grote publiek.

ARTIKEL 24

Uitwisseling van personeel

De partijen wisselen personeel uit in het kader van de samenwerkingsactiviteiten waarin deze overeenkomst voorziet.

ARTIKEL 25

Bevordering van satellietnavigatie
op het Afrikaanse continent

De partijen ondersteunen elkaar om satellietnavigatie op het Afrikaanse continent te bevorderen en overleggen telkens wanneer dat nodig is over ter zake uit te voeren gemeenschappelijke activiteiten. Zij ondersteunen met name initiatieven die het gebruik van satellietnavigatie en de ontwikkeling van markten voor die technologie kunnen bevorderen.



DEEL III

FINANCIËLE BEPALINGEN

ARTIKEL 26

Financiering

1.    Het ASECNA financiert het opzetten en de exploitatie van het SBAS-ASECNA-systeem met eigen middelen, met steun of subsidies, met name die bedoeld in lid 3, met leningen die het aangaat bij financiële instellingen of met om het even welke andere financieringsmiddelen, onder voorbehoud van het bepaalde in lid 2.

2.    Het opzetten en de exploitatie van het SBAS-ASECNA-systeem kunnen in geen geval worden gefinancierd met de voor de Europese satellietnavigatieprogramma's voorziene begrotingsbijdragen als bedoeld in hoofdstuk II van Verordening (EU) nr. 1285/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013.

3.    Voor het opzetten en de exploitatie van het SBAS-ASECNA-systeem bevordert de Unie de toegang van het ASECNA tot haar fondsen voor samenwerking en ontwikkeling waarvoor het ASECNA in aanmerking komt, zowel in het kadervan lopende als toekomstige programma's. De lopende programma's zijn het pan-Afrikaans programma als bedoeld in artikel 9 en bijlage III bij Verordening (EU) nr. 233/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking voor de periode 20142020 en de programma's van het infrastructuurtrustfonds EU-Afrika als bedoeld in de Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement van 13 juli 2006 "Betere verbindingen voor Afrika: het infrastructuurpartnerschap tussen de EU en Afrika" (COM(2006) 376 definitief).


DEEL IV

SLOTBEPALINGEN

ARTIKEL 27

Juridische aansprakelijkheid

1.    Aangezien het ASECNA de Europese satellietnavigatiesystemen niet in eigendom heeft, draagt het geen enkele aansprakelijkheid die voortvloeit uit de eigendom van die systemen.

Aangezien de Unie het SBAS-ASECNA-systeem niet in eigendom heeft, draagt zij geen enkele aansprakelijkheid die voortvloeit uit de eigendom van dat systeem.

2.    Geen enkele partij kan aansprakelijk worden gesteld voor schade die het gevolg is van het gebruik van de in deze overeenkomst bedoelde technologieën door de andere partij. Geen enkele partij garandeert de goede werking van die technologieën.

ARTIKEL 28

Uitwisseling van gerubriceerde informatie

De partijen gaan slechts over tot de uitwisseling van gerubriceerde informatie wanneer zij daartoe een overeenkomst hebben gesloten. Zij streven ernaar een algemeen en coherent rechtskader in te stellen op grond waarvan een dergelijke overeenkomst kan worden gesloten.



ARTIKEL 29

Gemengd comité

1.    Er wordt een gemengd comité onder de naam "GNSS-comité EU/ASECNA" opgericht. Het bestaat uit vertegenwoordigers van de partijen en is verantwoordelijk voor het beheer en de juiste uitvoering van deze overeenkomst. Daartoe neemt het comité besluiten in de gevallen waarin deze overeenkomst voorziet; de partijen voeren deze besluiten volgens hun eigen regels uit. Het gemengd comité neemt deze besluiten bij onderlinge overeenstemming. Het gemengd comité formuleert eveneens aanbevelingen over kwesties waarvoor het geen beslissingsbevoegdheid heeft.

Het gemengd comité bepaalt de voorwaarden en modaliteiten die niet in deze overeenkomst zijn vermeld.

2.    Het gemengd comité stelt zijn reglement van orde op, waarin onder meer bepalingen voor het bijeenroepen van de vergaderingen, het aanwijzen van de voorzitter, het vaststellen van diens mandaat en de contacten tussen de partijen zijn vervat.

3.    Het gemengd comité komt bijeen wanneer dat nodig is. De Unie of het ASECNA kan verzoeken een vergadering te beleggen. Het gemengd comité komt bijeen binnen vijftien dagen na de indiening van een dergelijk verzoek.

4.    Het gemengd comité kan naar eigen inzicht besluiten tot de oprichting van werkgroepen of groepen van deskundigen om het bij de vervulling van zijn taken bij te staan.

5.    Het gemengd comité kan besluiten bijlage I te wijzigen.



ARTIKEL 30

Raadplegingen

1.    Met het oog op een goede uitvoering van deze overeenkomst wisselen de partijen regelmatig informatie uit en komen zij, wanneer één van de partijen daarom verzoekt, bijeen binnen het gemengd comité.

2.    Op verzoek van één van de partijen wordt door de partijen zonder verwijl overleg gepleegd over iedere vraag betreffende de interpretatie of toepassing van deze overeenkomst.

3.    De partijen houden elkaar regelmatig op de hoogte in verband met het beheer en de ontwikkeling van hun eigen satellietnavigatieprogramma's. Wanneer een partij voornemens is een besluit te nemen dat gevolgen kan hebben voor een of meerdere satellietnavigatiesystemen van de andere partij, dan wordt laatstbedoelde partij vooraf geraadpleegd zodat zij een niet-bindend advies kan formuleren. Elke partij stemt ermee in dat een vertegenwoordiger van de andere partij als waarnemer deelneemt aan haar eigen werkgroepen, beheersorganen en beheerscomités indien zulks niet strijdig is met de eisen inzake vertrouwelijkheid waarin de voor de partijen toepasselijke regels voorzien.



ARTIKEL 31

Vrijwaringsmaatregelen

1.    Elke partij kan, na overleg binnen het gemengd comité, passende vrijwaringsmaatregelen nemen, met inbegrip van de schorsing van een of meerdere samenwerkingsactiviteiten, als zij van oordeel is dat een gelijkwaardig niveau van exportcontrole of beveiliging niet langer is gewaarborgd tussen de partijen. Wanneer uitstel de goede werking van de Europese satellietnavigatiesystemen of van het SBAS-ASECNA-systeem in gevaar dreigt te brengen, mogen zonder voorafgaand overleg voorlopige beschermende maatregelen worden genomen, op voorwaarde dat er onmiddellijk nadat die maatregelen zijn genomen, overleg plaatsvindt.

2.    De reikwijdte en de duur van de in lid 1 bedoelde maatregelen moeten beperkt blijven tot wat nodig is om de situatie te regelen en een juist evenwicht tussen de uit deze overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen te garanderen. De andere partij kan het gemengd comité verzoeken overleg over de evenredigheid van die maatregelen op gang te brengen. Indien het niet mogelijk is het geschil binnen zes maanden te regelen, kan het door elk van de partijen worden voorgelegd voor bindende arbitrage, overeenkomstig de in bijlage I vastgestelde procedure. Kwesties betreffende de uitlegging van bepalingen van deze overeenkomst die identiek zijn aan overeenkomstige bepalingen van het recht van de Unie kunnen in dat kader niet worden geregeld.



ARTIKEL 32

Geschillenbeslechting

Onverminderd artikel 31 worden alle geschillen betreffende de interpretatie of de uitvoering van deze overeenkomst beslecht middels overleg binnen het gemengd comité.

Indien het geschil niet wordt beslecht binnen drie maanden na de datum waarop het aan het gemengd comité is voorgelegd, wordt gebruikgemaakt van de arbitrageprocedure van bijlage I.

ARTIKEL 33

Bijlagen

De bijlagen bij deze overeenkomst vormen een integraal deel daarvan.

ARTIKEL 34

Herziening

Deze overeenkomst kan te allen tijde worden gewijzigd en uitgebreid door middel van een door de partijen ondertekend amendement, overeenkomstig hun respectieve interne procedures.



ARTIKEL 35

Opzegging

1.    De Unie of het ASECNA kan deze overeenkomst opzeggen door de andere partij daarvan in kennis te stellen. De overeenkomst verstrijkt zes maanden na de datum van ontvangst van die kennisgeving.

2.    Het opzeggen van deze overeenkomst heeft geen invloed op de geldigheid of duur van in het kader van de uitvoering van de overeenkomst getroffen materiële regelingen. Het heeft ook geen invloed op de specifieke rechten en verplichtingen die op het gebied van intellectuele eigendom in het kader van de overeenkomst zijn ontstaan; een partij die de andere partij een gebruikslicentie heeft toegekend behoudt met name na opzegging van de overeenkomst het recht deze in te trekken als zij vaststelt dat niet aan de gebruiksvoorwaarden van de licentie wordt voldaan.

3.    In geval van opzegging van deze overeenkomst doet het gemengd comité een voorstel om de partijen in staat te stellen nog hangende kwesties met financiële gevolgen af te ronden, waarbij in voorkomend geval rekening wordt gehouden met het beginsel van pro rata temporis.



ARTIKEL 36

Inwerkingtreding

1.    Deze overeenkomst wordt door de partijen volgens hun eigen interne procedures goedgekeurd. Deze overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de eerste maand na de datum van ondertekening door de partij die de ondertekeningsformaliteit het laatst heeft afgerond.

2.    Deze overeenkomst is opgesteld in twee exemplaren uitsluitend in de Franse taal en wordt voor onbepaalde tijd gesloten.

   Voor de Europese Unie

   Voor het ASECNA

BIJLAGE I

ARBITRAGEPROCEDURE

Indien een geschil aan arbitrage wordt onderworpen, worden drie arbiters aangewezen, tenzij de partijen anders besluiten.

Elke partij wijst binnen dertig dagen na vaststelling van een gebrek aan overeenstemming binnen het gemengd comité één arbiter aan.

De beide aldus aangewezen arbiters wijzen in onderlinge overeenstemming een hoofdarbiter aan die geen onderdaan is van de partijen. Als de door de partijen aangewezen arbiters het binnen een termijn van twee maanden na aanwijzing van de laatste arbiter niet eens kunnen worden over de aanwijzing van een hoofdarbiter, kiezen zij de hoofdarbiter uit een lijst van zeven personen die door het gemengd comité wordt opgesteld. Het gemengd comité stelt deze lijst op en werkt deze bij in overeenstemming met zijn reglement van orde.

Tenzij de partijen anders besluiten, stelt de arbitrage-instantie zelf haar procedureregels vast. Zij besluit bij meerderheid van stemmen.

_______________

(1) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 1.
(2) PB L 276 van 20.10.2010, blz. 11.