EUROPESE COMMISSIE
Brussel,31.10.2017
JOIN(2017) 40 final
2017/0279(NLE)
Gezamenlijk voorstel voor een
BESLUIT VAN DE RAAD
tot vaststelling van het standpunt dat de Europese Unie zal innemen in het interministerieel comité en in het gemengd samenwerkingscomité die zijn opgericht bij de overeenkomst inzake een strategisch partnerschap tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Canada, anderzijds, over de vaststelling van het reglement van orde van het interministerieel comité, het mandaat van het gemengd samenwerkingscomité en het mandaat van de door het gemengd samenwerkingscomité opgerichte subcomités
TOELICHTING
1.ONDERWERP VAN HET VOORSTEL
Dit voorstel heeft betrekking op het besluit tot vaststelling van het standpunt dat de Europese Unie zal innemen in het interministerieel comité en in het gemengd samenwerkingscomité die zijn opgericht bij de overeenkomst inzake een strategisch partnerschap tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Canada, anderzijds, over de beoogde vaststelling van het reglement van orde van het interministerieel comité, het mandaat van het gemengd samenwerkingscomité en het mandaat van de door het gemengd samenwerkingscomité opgerichte subcomités.
2.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL
2.1.De overeenkomst inzake een strategisch partnerschap tussen de EU en Canada
Met de overeenkomst inzake een strategisch partnerschap tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Canada, anderzijds (hierna "de overeenkomst" genoemd), wordt gestreefd naar een verbetering van de strategische betrekkingen tussen de EU en Canada met een alomvattend kader voor samenwerking op het gebied van het buitenlands en veiligheidsbeleid en op een groot aantal sectorale beleidsterreinen. De overeenkomst wordt geschraagd door de gedeelde waarden en beginselen van de EU en Canada met betrekking tot democratie, mensenrechten, vrede en veiligheid en de rechtsstaat, en is bedoeld om de politieke dialoog te versterken en uit te breiden en deze waarden in de wereld uit te dragen. De overeenkomst voorziet dan ook in mechanismen voor een gestructureerde dialoog.
De overeenkomst wordt sinds 1 april 2017 op voorlopige basis toegepast.
2.2.Interministerieel comité
Het interministerieel comité is opgericht bij artikel 27, lid 2, van de overeenkomst. Zijn voornaamste taak is het evalueren van de algehele samenwerking tussen de EU en Canada en het verstrekken van strategische richtsnoeren om de tenuitvoerlegging van de overeenkomst te vergemakkelijken, de samenhang te waarborgen en de reikwijdte ervan uit te breiden waar mogelijk.
Met name zal het interministerieel comité de balans opmaken van de samenwerking op basis van een jaarverslag van het gemengd samenwerkingscomité. Het zal aanbevelingen doen over het werk van het gemengd samenwerkingscomité, met inbegrip van nieuwe gebieden voor toekomstige samenwerking en de regeling van geschillen die voortvloeien uit de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst, overeenkomstig artikel 28 van de overeenkomst.
Het interministerieel comité kan besluiten nemen met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van de overeenkomst. Besluiten worden goedgekeurd nadat de partijen hun eigen interne procedures overeenkomstig hun wet- en regelgeving hebben voltooid.
Het interministerieel comité is samengesteld uit vertegenwoordigers van de partijen en wordt gezamenlijk voorgezeten door de minister van Buitenlandse Zaken van Canada en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid. Het komt jaarlijks samen, of zoals wederzijds overeengekomen naargelang van de omstandigheden. Het interministerieel comité keurt zijn eigen regels en procedures goed.
2.3.Gemengd samenwerkingscomité
Het gemengd samenwerkingscomité is opgericht bij artikel 27, lid 3, van de overeenkomst. Zijn belangrijkste taken zijn:
- prioriteiten aanduiden met betrekking tot de samenwerking tussen de partijen;
- toezicht houden op de ontwikkeling van de strategische betrekkingen tussen de partijen;
- een dialoog organiseren en voorstellen doen inzake vraagstukken die van wederzijds belang zijn;
- aanbevelingen doen voor efficiëntieverbeteringen, grotere effectiviteit en synergieën tussen de partijen;
- de goede werking van de overeenkomst waarborgen;
- een jaarverslag aan het interministerieel comité doen toekomen over de stand van zaken van de betrekkingen; en
- subcomités oprichten om het bij de vervulling van zijn taken bij te staan.
Het gemengd samenwerkingscomité bestaat uit vertegenwoordigers van beide partijen en wordt gezamenlijk voorgezeten door een hoge ambtenaar van de Unie en een van Canada. Het gemengd samenwerkingscomité komt één keer per jaar afwisselend in de Unie en Canada bijeen. Het stelt zijn eigen mandaat vast. Het gemengd samenwerkingscomité kan de comités en gelijkaardige krachtens bestaande bilaterale overeenkomsten tussen de partijen opgerichte organen verzoeken om op regelmatige basis verslag uit te brengen over hun activiteiten in het kader van een permanente brede evaluatie van de betrekkingen tussen de partijen.
2.4.Beoogde handeling van het interministerieel comité
Het interministerieel comité zal een besluit vaststellen over de goedkeuring van het reglement van orde van het interministerieel comité (hierna de "beoogde handeling" genoemd).
De beoogde handeling is bedoeld om overeenkomstig artikel 27, lid 2, onder b), iv), van de overeenkomst, het reglement van orde betreffende de werking van het interministerieel comité goed te keuren teneinde de tenuitvoerlegging van de overeenkomst mogelijk te maken.
2.5.Beoogde handelingen van het gemengd samenwerkingscomité
Het gemengd samenwerkingscomité stelt zijn eigen mandaat en het mandaat van de subcomités vast (hierna "de beoogde handelingen" genoemd).
De beoogde handelingen zijn bedoeld om overeenkomstig artikel 27, lid 3, onder c), en artikel 27, lid 3, onder b), viii), van de overeenkomst, het mandaat betreffende de werking van het interministerieel comité en de mandaten van de door het gemengd samenwerkingscomité opgerichte subcomités goed te keuren teneinde de tenuitvoerlegging van de overeenkomst mogelijk te maken.
3.NAMENS DE UNIE IN TE NEMEN STANDPUNT
Het namens de Unie in te nemen standpunt moet goedkeuring beogen van het reglement van orde van het interministerieel comité, het mandaat van het gemengd samenwerkingscomité en de mandaten van de door het gemengd samenwerkingscomité opgerichte subcomités, zoals bepaald in de overeenkomst.
4.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID
4.1.Procedurele rechtsgrondslag
4.1.1.Beginselen
Artikel 218, lid 9, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) voorziet in de vaststelling van besluiten tot bepaling van "de standpunten die namens de Unie worden ingenomen in een krachtens een overeenkomst opgericht lichaam, wanneer dit lichaam handelingen met rechtsgevolgen vaststelt, met uitzondering van handelingen tot aanvulling of wijziging van het institutionele kader van de overeenkomst".
Het begrip "handelingen met rechtsgevolgen" omvat tevens handelingen die rechtsgevolgen hebben uit hoofde van de op het betrokken lichaam toepasselijke volkenrechtelijke bepalingen. Onder dit begrip vallen tevens instrumenten die volkenrechtelijk niet bindend zijn, maar die "beslissende invloed [hebben] op de inhoud van de regelgeving die de wetgever van de Unie vaststelt".
4.1.2.Toepassing op het onderhavige geval
Het interministerieel comité en het gemengd samenwerkingscomité en zijn subcomités zijn organen die zijn opgericht bij de overeenkomst inzake een strategisch partnerschap tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Canada, anderzijds.
De handelingen die zijn opgenomen in de bijlagen van dit besluit dat het interministerieel comité en het gemengd samenwerkingscomité moeten goedkeuren, zijn bindend. Overeenkomstig artikel 27, lid 2, onder b), iv) en v), van de overeenkomst, moet het interministerieel comité immers zijn eigen reglement van orde en beslissingen vaststellen met goedkeuring van de partijen, en overeenkomstig artikel 27, lid 3, onder b), viii) en c), moet het gemengd samenwerkingscomité subcomités oprichten en zijn eigen mandaat goedkeuren.
De beoogde handelingen strekken niet tot aanvulling of wijziging van het institutionele kader van de overeenkomst.
De procedurele rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is derhalve artikel 218, lid 9, VWEU.
4.2. Materiële rechtsgrondslag
4.2.1.Beginselen
De materiële rechtsgrondslag voor een overeenkomstig artikel 218, lid 9, VWEU te nemen besluit wordt in de eerste plaats bepaald door de doelstelling en de inhoud van de beoogde handeling ten aanzien waarvan namens de Unie een standpunt moet worden ingenomen. Wanneer de beoogde handeling een tweeledige doelstelling heeft of bestaat uit twee componenten, waarvan er een kan worden gezien als hoofddoelstelling of overwegende component, terwijl de andere doelstelling of de andere component slechts ondergeschikt is, moet het overeenkomstig artikel 218, lid 9, VWEU te nemen besluit op één materiële rechtsgrondslag worden gebaseerd, namelijk die welke vereist is gelet op de hoofddoelstelling of de overwegende component.
Wanneer de beoogde handeling een aantal doelstellingen heeft, of meerdere componenten, die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, zonder dat de ene ondergeschikt is aan de andere, moet de materiële rechtsgrondslag waarop een overeenkomstig artikel 218, lid 9, VWEU te nemen besluit wordt gebaseerd, uitzonderlijke de verschillende rechtsgrondslagen omvatten.
4.2.2.Toepassing op het onderhavige geval
De doelstelling en de inhoud van de beoogde handelingen hebben in de eerste plaats betrekking op de tenuitvoerlegging van de overeenkomst.
De overeenkomst heeft doelstellingen en componenten op het gebied van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en technische samenwerking met geïndustrialiseerde landen. Deze aspecten van de overeenkomst zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, zonder dat het ene ondergeschikt is aan het andere. De ondertekening van de overeenkomst en de voorlopige toepassing waren gebaseerd op artikel 37 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en op artikel 212, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).
De beoogde handelingen moeten dan ook worden gebaseerd op dezelfde materiële rechtsgrondslagen.
5.CONCLUSIE
In het licht van het voorgaande moet de rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit artikel 37, VEU, en artikel 212, lid 1, VWEU, in samenhang met artikel 218, lid 9, VWEU, zijn.
2017/0279 (NLE)
Gezamenlijk voorstel voor een
BESLUIT VAN DE RAAD
tot vaststelling van het standpunt dat de Europese Unie zal innemen in het interministerieel comité en in het gemengd samenwerkingscomité die zijn opgericht bij de overeenkomst inzake een strategisch partnerschap tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Canada, anderzijds, over de vaststelling van het reglement van orde van het interministerieel comité, het mandaat van het gemengd samenwerkingscomité en het mandaat van de door het gemengd samenwerkingscomité opgerichte subcomités
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 37,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 212, lid 1, in samenhang met artikel 218, lid 9,
Gezien het gezamenlijke voorstel van de Europese Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)
De overeenkomst inzake een strategisch partnerschap tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Canada anderzijds (hierna "de overeenkomst" genoemd), werd op 30 oktober 2016 in Brussel ondertekend en wordt sinds 1 april 2017 voorlopig toegepast.
(2)
In artikel 27, leden 2 en 3, van de overeenkomst worden een interministerieel comité en een gemengd samenwerkingscomité opgericht om de tenuitvoerlegging van de overeenkomst te vergemakkelijken.
(3)
In artikel 27, lid 2, onder b), iv) van het overeenkomst wordt bepaald dat het interministerieel comité zijn eigen regels en procedures opstelt, en in artikel 27, lid 3, onder c), van de overeenkomst, wordt bepaald dat het gemengd samenwerkingscomité zijn eigen mandaat vaststelt. In artikel 27, lid 3, onder b), viii) wordt bepaald dat het gemengd samenwerkingscomité subcomités opricht om het bij de uitvoering van zijn taken bij te staan.
(4)
In artikel 27, lid 2, onder v), ii), van de overeenkomst wordt bepaald dat de minister van Buitenlandse Zaken van Canada en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid het interministerieel comité gezamenlijk voorzitten. In artikel 27, lid 3, onder c), wordt bepaald dat het gemengd samenwerkingscomité gezamenlijk wordt gezamenlijk voorgezeten door een hoge ambtenaar van Canada en een hoge ambtenaar van de Unie.
(5)
Om de doeltreffende uitvoering van de overeenkomst te waarborgen, moeten het reglement van orde van het interministerieel comité en het mandaat van het gemengd samenwerkingscomité en zijn comités worden goedgekeurd.
(6)
Het namens de Europese Unie in het interministerieel comité en het gemengd samenwerkingscomité in te nemen standpunt moet dan ook gebaseerd zijn op de ontwerpteksten van het reglement van orde van het interministerieel comité en van het mandaat van het gemengd samenwerkingscomité en zijn subcomités,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
(1)
Het namens de Europese Unie in het interministerieel comité tussen de EU en Canada in te nemen standpunt moet gebaseerd zijn op het reglement van orde van het interministerieel comité dat aan dit besluit is gehecht.
(2)
Het namens de Europese Unie in het gemengd samenwerkingscomité tussen de EU en Canada in te nemen standpunt moet gebaseerd zijn op het mandaat van het gemengd samenwerkingscomité en op het mandaat van de subcomités die aan dit besluit zijn gehecht.
Artikel 2
Dit besluit is gericht tot de Commissie en tot de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid.
Gedaan te Brussel,
Voor de Raad
De voorzitter
EUROPESE COMMISSIE
Brussel,31.10.2017
JOIN(2017) 40 final
BIJLAGEN
bij
het gezamenlijk voorstel voor een besluit van de Raad
tot vaststelling van het standpunt dat de Europese Unie zal innemen in het interministerieel comité en in het gemengd samenwerkingscomité die zijn opgericht bij de overeenkomst inzake een strategisch partnerschap tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Canada, anderzijds, over de vaststelling van het reglement van orde van het interministerieel comité, het mandaat van het gemengd samenwerkingscomité en het mandaat van de door het gemengd samenwerkingscomité opgerichte subcomités
BIJLAGE 1
Reglement van orde van het interministerieel comité
HET INTERMINISTERIEEL COMITÉ EU-CANADA,
Gezien de overeenkomst inzake een strategisch partnerschap tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Canada, anderzijds (hierna "de overeenkomst" genoemd), en met name artikel 27,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)Overeenkomstig artikel 30, lid 2, van de overeenkomst wordt de overeenkomst voorlopig toegepast sinds 1 april 2017.
(2)Krachtens artikel 27, lid 2, onder b), iv), van de overeenkomst stelt het interministerieel comité zijn reglement van orde vast,
BESLUIT:
Het reglement van orde van het interministerieel comité, zoals opgenomen in de bijlage, wordt vastgesteld.
Ondertekend te ....., xxxx.
|
|
Voor het interministerieel comité van de EU en Canada
De medevoorzitters
|
BIJLAGE
Reglement van orde van het interministerieel comité
Taken
1. Het interministerieel comité
(a)maakt de balans op van de betrekkingen op basis van het jaarverslag van het gemengd samenwerkingscomité;
(b)doet aanbevelingen met betrekking tot het werk van het gemengd samenwerkingscomité, met inbegrip van nieuwe gebieden voor toekomstige samenwerking;
(c)neemt beslissingen met de goedkeuring van beide partijen;
(d)doet aanbevelingen voor de regeling van geschillen die uit de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst voortvloeien, overeenkomstig artikel 28 van de overeenkomst.
Voorzitter, samenstelling en deelnemers
1. Het interministerieel comité wordt gezamenlijk voorgezeten door de minister van Buitenlandse Zaken van Canada en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid.
2. Elke partij bij de overeenkomst deelt voorafgaand aan elke vergadering van het interministerieel comité de samenstelling van haar delegatie mee aan het secretariaat.
3. De medevoorzitters kunnen deskundigen of vertegenwoordigers van andere organen voor de vergadering uitnodigen als waarnemer of om informatie te verschaffen over een specifiek onderwerp.
Vergaderingen
1. Het interministerieel comité komt jaarlijks samen, of zoals wederzijds overeengekomen naargelang van de omstandigheden. De vergaderingen van het interministerieel comité vinden afwisselend in de Europese Unie en Canada plaats, of op een andere plaats als de medevoorzitters dat zijn overeengekomen, op een door de partijen overeengekomen datum.
2. De vergaderingen van het interministerieel comité vinden achter gesloten deuren plaats, tenzij de medevoorzitters, met goedkeuring van de partijen bij de overeenkomst, besluiten dat de vergadering openbaar is.
Secretariaat
1. Een vertegenwoordiger van de Europese Dienst voor extern optreden en een vertegenwoordiger van het departement Internationale Aangelegenheden van Canada (Global Affairs Canada) treden gezamenlijk op als secretarissen van het interministerieel comité. Relevante mededelingen van en aan de medevoorzitters worden doorgestuurd naar de secretarissen.
2. Het secretariaat zorgt voor regelmatige contacten, ook via videoconferenties, voorafgaand aan de vergaderingen van het interministerieel comité om de balans op te maken van de thematische dialogen die voorafgaand aan de vergadering van het interministerieel comité hebben plaatsgevonden. De inhoud van deze contacten wordt verwerkt in de agenda van de volgende vergadering van het interministerieel comité.
Agenda van de vergaderingen
1. Het secretariaat van de partij die gastheer is van de vergadering, stelt voor elke vergadering een voorlopige agenda op. Die wordt, samen met de nodige documenten, ten minste 15 werkdagen voor de vergadering aan de partijen gestuurd, tenzij dat door omstandigheden niet mogelijk is.
2. De agenda wordt door de medevoorzitters goedgekeurd en aan het begin van elke vergadering ook door het interministerieel comité. Indien de medevoorzitters zulks beslissen, kunnen punten die niet op de voorlopige agenda staan, als agendapunt worden opgenomen.
Verklaring van het interministerieel comité
1. De partijen keuren aan het eind van elke vergadering een verklaring van het interministerieel comité goed. Deze verklaring wordt openbaar gemaakt en kan de aanbevelingen bevatten die de partijen hebben goedgekeurd.
Besluiten en aanbevelingen
1. Het interministerieel comité kan besluiten nemen of aanbevelingen doen met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van de overeenkomst.
2. Besluiten en aanbevelingen van het interministerieel comité worden door de partijen goedgekeurd en meegedeeld door de EU aan, zoals passend wordt geacht, het secretariaat-generaal van de Europese Commissie, de Europese Dienst voor extern optreden, de permanente vertegenwoordigingen van de lidstaten bij de EU, het secretariaat-generaal van de Raad van de EU en door Canada aan de bevoegde Canadese autoriteiten.
3. Besluiten worden goedgekeurd nadat de partijen hun eigen interne procedures overeenkomstig hun wet- en regelgeving hebben voltooid.
4. Besluiten en aanbevelingen van het interministerieel comité worden vastgelegd in twee door de medevoorzitters ondertekende afschriften.
5. In dringende gevallen kunnen besluiten en aanbevelingen via een schriftelijke procedure worden goedgekeurd zonder dat een formele bijeenkomst van het interministerieel comité plaatsvindt. Dergelijke besluiten en aanbevelingen moeten aan de partijen worden meegedeeld.
Onkosten
1. Elke partij draagt haar eigen personeels-, reis- en verblijfskosten en haar eigen kosten voor post en telecommunicatie in verband met de deelname aan vergaderingen van het interministerieel comité.
2. Elke partij draagt haar eigen kosten van vertolking bij vergaderingen en vertaling.
3. De partij die gastheer is van de vergadering, draagt de kosten in verband met de organisatie van vergaderingen en de reproductie van documenten.
Vertrouwelijkheid
Wanneer een partij aan het interministerieel comité informatie overlegt die zij als vertrouwelijk aanduidt, behandelt de andere partij die informatie als zodanig.
BIJLAGE 2
Mandaat van het gemengd samenwerkingscomité
HET GEMENGD SAMENWERKINGSCOMITÉ VAN DE EU EN CANADA,
Gezien de overeenkomst inzake een strategisch partnerschap tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Canada, anderzijds (hierna "de overeenkomst" genoemd), en met name artikel 27,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)Overeenkomstig artikel 30, lid 2, van de overeenkomst wordt de overeenkomst voorlopig toegepast sinds 1 april 2017.
(2)Overeenkomstig artikel 27, lid 3, onder c), van de overeenkomst stelt het gemengd samenwerkingscomité zijn eigen mandaat vast,
BESLUIT:
Het mandaat van het gemengd samenwerkingscomité, zoals opgenomen in de bijlage, wordt vastgesteld.
Ondertekend te ....., xxxx.
|
|
Voor het gemengd samenwerkingscomité van de EU en Canada
De medevoorzitters
|
BIJLAGE
Mandaat van het gemengd samenwerkingscomité
Taken
Het gemengd samenwerkingscomité
(a)duidt prioriteiten aan met betrekking tot de samenwerking tussen de partijen;
(b)houdt toezicht op de ontwikkeling van de strategische betrekkingen tussen de partijen;
(c)organiseert een dialoog en doet voorstellen inzake vraagstukken die van wederzijds belang zijn;
(d)doet aanbevelingen voor efficiëntieverbeteringen, grotere effectiviteit en synergieën tussen de partijen;
(e)ziet toe op de goede werking van deze overeenkomst;
(f)doet een jaarverslag aan het interministerieel comité toekomen over de stand van zaken van de betrekkingen, dat door de partijen openbaar wordt gemaakt;
(g)gaat op gepaste wijze om met alle zaken die de partijen het gemengd samenwerkingscomité op grond van deze overeenkomst voorleggen;
(h)richt subcomités op om het bij de vervulling van zijn taken bij te staan. Deze subcomités mogen echter geen duplicaat zijn van organen die tussen de partijen op grond van andere overeenkomsten zijn opgericht;
(i)beoordeelt situaties waarin een partij van oordeel is dat haar belangen zijn of kunnen worden aangetast door besluitvormingsprocessen op gebieden van samenwerking die niet onder een specifieke overeenkomst vallen.
Samenstelling, voorzitter en deelnemers
1. Het gemengd samenwerkingscomité bestaat uit vertegenwoordigers van beide partijen.
2. Het gemengd samenwerkingscomité wordt gezamenlijk voorgezeten door een hoge ambtenaar van de Europese Dienst voor extern optreden en een hoge ambtenaar van het departement Internationale Aangelegenheden van Canada (Global Affairs Canada).
3. Elke partij deelt voorafgaand aan elke vergadering van het gemengd samenwerkingscomité de samenstelling van haar delegatie mee aan de medevoorzitters.
4. De medevoorzitters kunnen deskundigen of vertegenwoordigers van andere organen voor de vergadering uitnodigen als waarnemer of om informatie te verschaffen over een specifiek onderwerp.
Vergaderingen
1. Het gemengd samenwerkingscomité komt jaarlijks samen of zoals wederzijds overeengekomen. De vergaderingen van het gemengd samenwerkingscomité worden bijeengeroepen door de medevoorzitters. De vergaderingen van het gemengd samenwerkingscomité vinden afwisselend in de Europese Unie en in Canada plaats, op een door de partijen overeengekomen datum. Op verzoek van een partij kunnen bijzondere vergaderingen van het gemengd samenwerkingscomité worden belegd.
2. Met goedkeuring van de medevoorzitters kunnen deze bijzondere vergaderingen uitzonderlijk via video- of teleconferentie plaatsvinden.
3. De vergaderingen van het gemengd samenwerkingscomité vinden achter gesloten deuren plaats, tenzij de medevoorzitters, met goedkeuring van de partijen bij de overeenkomst, besluiten dat de vergadering openbaar is.
Secretariaat
Een vertegenwoordiger van de Europese Dienst voor extern optreden en een vertegenwoordiger van het departement Internationale Aangelegenheden Canada (Global Affairs Canada) treden gezamenlijk op als secretarissen van het gemengd samenwerkingscomité. Relevante mededelingen van en aan de medevoorzitters worden doorgestuurd naar de secretarissen.
Agenda van de vergaderingen
1. Het secretariaat van de partij die gastheer is van de vergadering, stelt in overleg met het andere secretariaat voor elke vergadering een voorlopige agenda op. Die wordt, samen met de nodige documenten, ten minste 15 werkdagen voor de vergadering aan de partijen gestuurd. De medevoorzitters kunnen, met goedkeuring van de partijen indien nodig, een andere termijn vaststellen voor een bepaalde vergadering.
2. Elke partij kan het secretariaat verzoeken een onderwerp op de agenda te plaatsen. De voorlopige agenda bevat alle onderwerpen waarvoor het secretariaat ten laatste 21 werkdagen voor de datum van de vergadering een dergelijk verzoek heeft ontvangen.
3. De agenda wordt door de medevoorzitters goedgekeurd en aan het begin van elke vergadering ook door het gemengd samenwerkingscomité. Indien de medevoorzitters zulks goedkeuren, kunnen punten die niet op de voorlopige agenda staan, als agendapunt worden opgenomen.
4. De partijen zorgen voor regelmatige contacten, ook via videoconferenties, voorafgaand aan de vergaderingen van het gemengd samenwerkingscomité om de balans op te maken van de thematische en geografische dialogen die voorafgaand aan de vergadering van het gemengd samenwerkingscomité hebben plaatsgevonden. De inhoud van deze contacten wordt verwerkt in de agenda van de volgende vergadering van het gemengd samenwerkingscomité.
Notulen
1. De medevoorzitters geven een opsomming van de door het gemengd samenwerkingscomité bereikte conclusies. Beide secretariaten stellen de ontwerpnotulen op op basis van deze conclusies. Een eerste ontwerp wordt door het secretariaat van de partij die gastheer was, binnen 15 werkdagen na de vergaderdatum voorgelegd.
2. De ontwerpnotulen worden binnen 30 werkdagen na de vergaderdatum of uiterlijk op een andere door de partijen overeengekomen datum door de partijen goedgekeurd. Als de partijen de ontwerpnotulen hebben goedgekeurd, worden twee afschriften ervan door de medevoorzitters met de hand of elektronisch ondertekend.
Aanbevelingen
1. Aanbevelingen van het gemengd samenwerkingscomité worden door de partijen goedgekeurd en opgenomen in de gezamenlijke notulen. De notulen worden meegedeeld; door de EU aan, zoals passend wordt geacht, het secretariaat-generaal van de Europese Commissie, de Europese Dienst voor extern optreden, de permanente vertegenwoordigingen van de lidstaten bij de Europese unie, het secretariaat-generaal van de Raad van de EU en door Canada aan de bevoegde Canadese autoriteiten.
2. Het gemengd samenwerkingscomité doet aanbevelingen inzake geschillen die uit de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst voortvloeien. Dergelijke aanbevelingen worden gedaan overeenkomstig artikel 28 van de overeenkomst.
Jaarverslag aan het gemengd samenwerkingscomité
1. Het secretariaat zorgt dat een jaarverslag over de stand van zaken van de betrekkingen wordt opgesteld en ten minste 15 werkdagen voor de vergadering van het gemengd samenwerkingscomité aan de partijen wordt gezonden.
2. Het gemengd samenwerkingscomité keurt het aan het interministerieel comité te bezorgen jaarverslag goed. Dat verslag zal vervolgens openbaar worden gemaakt.
Onkosten
1. Elke partij draagt haar eigen personeels-, reis- en verblijfskosten en haar eigen kosten voor post en telecommunicatie in verband met de deelname aan vergaderingen van het gemengd samenwerkingscomité.
2. Elke partij draagt haar eigen kosten van vertolking bij vergaderingen en vertaling.
3. De partij die gastheer is van de vergadering, draagt de kosten in verband met de organisatie van vergaderingen en de reproductie van documenten.
Oprichting van subcomités
1. Het gemengd samenwerkingscomité kan subcomités oprichten om het bij de vervulling van zijn taken bij te staan. De subcomités brengen na elke vergadering verslag uit aan het gemengd samenwerkingscomité en mogen geen duplicaat zijn van organen die op grond van andere overeenkomsten tussen de partijen zijn opgericht.
2. Het gemengd samenwerkingscomité kan besluiten bestaande subcomités op te heffen, hun mandaat vast te stellen of te wijzigen, of bijkomende subcomités op te richten.
Vertrouwelijkheid
Wanneer een partij aan het gemengd samenwerkingscomité informatie overlegt die zij als vertrouwelijk aanduidt, behandelt de andere partij die informatie als zodanig.
BIJLAGE 3
HET GEMENGD SAMENWERKINGSCOMITÉ VAN DE EU EN CANADA,
Subcomités en hun mandaat
HET GEMENGD SAMENWERKINGSCOMITÉ VAN DE EU EN CANADA,
Gezien de overeenkomst inzake een strategisch partnerschap tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Canada, anderzijds (hierna "de overeenkomst" genoemd), en met name artikel 27, lid 3, onder b), viii), en artikel 28, lid 2, en gezien het mandaat van het gemengd samenwerkingscomité,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)Om op deskundigenniveau te kunnen beraadslagen over de kerngebieden die onder de overeenkomst vallen, kan het gemengd samenwerkingscomité subcomités oprichten,
BESLUIT:
Het mandaat van eventuele subcomités wordt vastgesteld in de bijlage.
Ondertekend te,
Voor het gemengd samenwerkingscomité van de EU en Canada
De medevoorzitters
BIJLAGE
Mandaat van subcomités van het gemengd samenwerkingscomité opgericht bij de overeenkomst inzake een strategisch partnerschap
Taken
1. De subcomités van het gemengd samenwerkingscomité (hierna "de subcomités" genoemd) kunnen de tenuitvoerlegging van de overeenkomst op hun werkgebieden bespreken. Zij kunnen ook onderwerpen of specifieke projecten bespreken in verband met het desbetreffende domein van bilaterale samenwerking, met inbegrip van de interpretatie van de overeenkomst.
2. De subcomités werken onder het gezag van het gemengd samenwerkingscomité. Zij brengen verslag uit en sturen hun notulen en conclusies binnen 20 werkdagen na iedere vergadering aan de medevoorzitters van het gemengd samenwerkingscomité.
Samenstelling en deelnemers
1. De subcomités bestaan uit vertegenwoordigers van beide partijen.
2. De subcomités kunnen voor hun vergaderingen deskundigen uitnodigen en horen met betrekking tot specifieke punten op de agenda.
3. De subcomités worden gezamenlijk voorgezeten door de partijen.
Secretariaat
Elk subcomité beslist hoe de secretariaatstaken worden toegewezen om ervoor te zorgen dat de verslagen tijdig aan het gemengd samenwerkingscomité worden overgelegd.
Vergaderingen
1. De subcomités komen bijeen als de omstandigheden zulks vereisen, op schriftelijk verzoek van een van de partijen. Elke vergadering vindt plaats op een door de partijen overeengekomen plaats en datum. Vergaderingen kunnen ook plaatsvinden via videoconferentie.
2. De vergaderingen van de subcomités vinden achter gesloten deuren plaats, tenzij de medevoorzitters, met goedkeuring van de partijen bij de overeenkomst, besluiten dat de vergadering openbaar is.
Agenda van de vergaderingen
De partijen keuren de agenda van de vergaderingen van de subcomités gezamenlijk goed.
Notulen
De partijen stellen de notulen van elke vergadering van de subcomités gezamenlijk vast.
BIJLAGE […]