|
13.7.2018 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 247/16 |
Advies van het Europees Comité van de Regio’s over de kosten en risico’s van het ontbreken van cohesiebeleid: de strategische waarde van het cohesiebeleid voor het verwezenlijken van de doelstellingen uit het Verdrag en het aangaan van nieuwe uitdagingen voor de Europese regio’s
(2018/C 247/04)
|
BELEIDSAANBEVELINGEN
HET EUROPEES COMITÉ VAN DE REGIO’S
Algemene opmerkingen
|
1. |
is verheugd over de publicatie van het 7e cohesieverslag, dat een belangrijk uitgangspunt vormt voor het debat over het nieuwe cohesiebeleid na 2020, en onderstreept in dit verband dat het cohesiebeleid in de periode 2014-2020 wordt geacht om o.a. meer dan 7,4 miljoen banen op te leveren, bijna 9 miljoen mensen aan betere kwalificaties te helpen en zo’n 15 miljoen huishoudens van breedbandinternet te voorzien, alsook om investeringen in 1,1 miljoen kmo’s te ondersteunen en 16 miljard EUR in de digitale economie te injecteren. Het Comité wijst dan ook op de niet te schatten kosten van het ontbreken van cohesiebeleid, aangezien het wezenlijke belang van Europese territoriale convergentie voor Europa, zijn burgers, zijn economie en zijn steden en regio’s groter is dan ooit. |
|
2. |
Het Comité waardeert het feit dat het Europees Parlement de kosten van een niet-verenigd Europa regelmatig in kaart brengt, omdat daarmee wordt aangetoond dat het ontbreken van gemeenschappelijk optreden op Europees niveau op sommige gebieden leidt tot een significant minder efficiënte economie alsook tot een beperkte beschikbaarheid van belangrijke collectieve goederen. |
|
3. |
Het Comité betreurt in dit verband dat het Europees Parlement en de Europese Commissie in hun analyses en besluitvormingsprocedures tot dusver geen plaats hebben ingeruimd voor de kwestie van de kosten van het ontbreken van cohesiebeleid. |
|
4. |
Het Comité dankt het Bulgaarse voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie voor zijn verzoek om een advies op te stellen over „De kosten en risico’s van het ontbreken van cohesiebeleid”. Dit biedt het Comité een uitstekende aanleiding om een bredere beschouwing over de strategische rol van het cohesiebeleid te houden. |
|
5. |
Het Comité herinnert aan het essentiële feit dat versterking van de economische, sociale en territoriale samenhang van de Europese Unie tot de belangrijkste doelstellingen van de EU behoort en is vastgelegd in artikel 174 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en benadrukt daarom dat het cohesiebeleid zich moet blijven kwijten van zijn taak om de steun voor de meest achtergebleven regio’s en probleemregio’s te combineren met steunmogelijkheden voor alle regio’s, teneinde hun respectieve regionale uitdagingen en mogelijkheden in aanmerking te nemen en een harmonieuze ontwikkeling van de EU als geheel te bevorderen, zodat burgers ter plaatse duidelijk wordt aangetoond welke meerwaarde EU-financiering biedt. Het Comité herinnert in dit verband aan de specifieke kenmerken van de regio’s die in artikel 349 van het VWEU genoemd worden. |
|
6. |
Het cohesiebeleid is het belangrijkste Europese investeringsbeleid om bovengenoemde Verdragsdoelstellingen te verwezenlijken, maar is tevens in staat om innovatie te bevorderen en de effecten van de klimaatverandering te beperken en de overschakeling op een koolstofarme economie in goede banen te leiden, en om asymmetrische economische schokken te verzachten door groeivriendelijke overheidsinvesteringen in regio’s te beschermen en bij te dragen tot terugdringing van langdurige en jeugdwerkloosheid en bevordering van sociale inclusie. Het Comité spreekt dan ook opnieuw zijn krachtige steun uit voor de #CohesionAlliance (1). |
|
7. |
Het cohesiebeleid behoort tot de beleidsterreinen van de EU met de best ontwikkelde prestatiekaders, is het EU-beleid dat het nauwkeurigst wordt gemonitord en het best wordt geëvalueerd, en heeft zijn doeltreffendheid het afgelopen decennium voortdurend weten te verbeteren. |
Economische samenhang
|
8. |
Het Comité is ingenomen met de opmerkingen in het zevende cohesieverslag dat de Europese economie zich aan het herstellen is van de economische crisis en dat de regionale verschillen sinds kort weer aan het afnemen zijn. Aangezien het bbp per hoofd van de bevolking en de werkgelegenheid in veel regio’s nog onder het niveau van voor de crisis liggen en qua overheidsinvesteringen een aanzienlijke achterstand is opgelopen, zijn de gevolgen van de economische crisis echter nog niet overwonnen. |
|
9. |
Het Comité is ingenomen met het feit dat de minder ontwikkelde regio’s tussen 2000 en 2015 de kloof met het EU-gemiddelde hebben weten te verkleinen. Dit geldt met name voor de meeste regio’s in de EU-13. Zorgwekkend is wel dat de situatie in een aantal regio’s, vooral in Zuid-Europa, niet is verbeterd en zelfs nog slechter is dan vóór de crisis. |
|
10. |
Regio’s waar het bbp al ver boven het EU-gemiddelde ligt, zijn bovendien sneller gegroeid. Dit is met name het geval in veel metropolitane gebieden, die de belangrijkste motor van het regionale concurrentievermogen zijn. Anderzijds lijken regio’s met een bbp per hoofd van de bevolking dat rond het EU-gemiddelde ligt, vast te zitten in de „midden-inkomensval”; hun groei blijft flink achter bij het EU-gemiddelde. |
|
11. |
Zorgwekkend zijn de sterk uiteenlopende prestaties op het gebied van innovatie. Niet alleen blijft de innovatie zich concentreren in de meest ontwikkelde regio’s in het noordwesten van de EU, maar ook neemt de kloof toe: toonaangevende regio’s presteren steeds beter, perifere, minder ontwikkelde regio’s en overgangsregio’s steeds slechter. Dit geeft aan hoe belangrijk een gebiedsgebonden bottom-upaanpak, waar de strategieën voor slimme specialisatie voor staan, is om de innovatiecapaciteit van regio’s te ondersteunen. |
Sociale samenhang
|
12. |
Het Comité is verheugd dat niet alleen de economie zich herstelt, maar ook de werkgelegenheidssituatie in de EU er steeds beter uitziet. Dit neemt niet weg dat de werkloosheid nog altijd grote regionale verschillen vertoont en in diverse regio’s in de zuidelijke lidstaten boven de 20 % uitkomt. |
|
13. |
Zorgwekkend genoeg blijft de jeugdwerkloosheid een nijpend probleem: het niveau is nog altijd hoger dan voor de crisis en bedraagt meer dan het dubbele van het algemene werkloosheidscijfer. De situatie in minder ontwikkelde en overgangsregio’s is bijzonder verontrustend. |
|
14. |
Het Comité vestigt de aandacht op de situatie van mensen die met armoede en sociale uitsluiting geconfronteerd dreigen te worden. Ondanks enkele positieve ontwikkelingen blijft het risico hierop onaanvaardbaar hoog. |
|
15. |
Veel gebieden, voornamelijk de regio’s en plattelandsgebieden in de EU-13, hebben te maken gehad met een forse bevolkingskrimp als gevolg van natuurlijke veranderingen en emigratie, terwijl in andere regio’s de totale bevolking juist sterk is gegroeid. Het grote aantal migranten en vluchtelingen dat de EU sinds 2015 binnenkomt heeft ook een significante impact op de demografische situatie en sociale cohesie in sommige lidstaten, regio’s en steden. |
Territoriale samenhang
|
16. |
De milieudimensie is van groot belang voor de duurzame ontwikkeling van de steden en regio’s en voor de gezondheid en het welzijn van de Europese burgers in Europa. Het toenemende aantal milieukwesties — met name klimaatverandering en de daaruit voortvloeiende toename van de frequentie en de intensiteit van natuurrampen, de uitbreiding van woongebieden, bebouwde gebieden en industriële activiteiten, het verlies van biodiversiteit, de versnippering van habitats en andere belastingen van het milieu, zoals lucht- en waterverontreiniging — kan schadelijke economische en maatschappelijke gevolgen hebben voor de EU. Ondanks de vorderingen die met het terugdringen van de druk op het milieu zijn gemaakt, vreest het Comité dat de belangrijkste milieudoelstellingen niet gehaald zullen worden, met name in de Midden- en Oost-Europese lidstaten. |
|
17. |
Het Comité is verheugd dat er aanzienlijke vooruitgang is geboekt bij de beperking van het energieverbruik en de uitstoot van broeikasgassen, maar wijst er ook op dat deze vooruitgang deels het gevolg is van de afname van de bedrijvigheid tijdens de recessie. Dit betekent dat er aanvullende inspanningen nodig zijn om een overschakeling op schone energiebronnen, waaronder hernieuwbare energie, en een energie-efficiëntere economie, waaronder emissiearm vervoer, tot stand te brengen. |
|
18. |
Het Comité wijst op de territoriale dimensie van klimaatverandering en door het klimaat veroorzaakte natuurrampen, die ongelijke gevolgen voor de regio’s hebben. Het is dan ook van belang dat kwetsbare punten grondig worden onderzocht, er adaptatiemaatregelen voor Europese steden en regio’s worden getroffen en groene infrastructuur wordt aangelegd. |
|
19. |
Het vervoersnetwerk van de EU, en dan met name het spoorwegnet, laat nog veel te wensen over, met name in de regio’s van de EU-13. Het Comité beklemtoont in dit verband dat de voltooiing van het TEN-V, met name het kernnetwerk dat de belangrijkste knooppunten verbindt, en de integratie ervan in de nationale en regionale vervoerssystemen niet alleen nodig zijn om knelpunten weg te nemen, de reistijden te verkorten en de negatieve gevolgen van de perifere ligging van sommige regio’s te verzachten, maar vooral ook om de economische ontwikkeling van de hele EU te stimuleren door de eengemaakte markt efficiënter te laten functioneren. Om dezelfde redenen benadrukt het Comité dat de digitale transformatie een van de grootste uitdagingen is waarmee alle regio’s in de EU worden geconfronteerd en wijst het erop hoe belangrijk het is om meer in breedbandinfrastructuur en digitale vaardigheden te investeren. |
|
20. |
Bijna een derde van de EU-burgers woont en werkt in grensregio’s, die het over het algemeen economisch minder goed doen dan andere regio’s. Hoewel de afgelopen decennia grote vooruitgang is geboekt blijven de grenzen een obstakel voor het verkeer van goederen, diensten, personen, kapitaal en ideeën, waardoor niet alle vruchten van integratie geplukt kunnen worden. Het wegnemen van grensspecifieke belemmeringen zou grensregio’s niet alleen in een significant hoger bbp opleveren, maar ook een aanmerkelijke verlaging van grensspecifieke kosten. |
Uitdagingen voor steden en regio’s
|
21. |
De demografische veranderingen behoren tot de grootste uitdagingen waar de EU mee geconfronteerd wordt en hebben verstrekkende gevolgen op economisch, sociaal en milieugebied. De bevolking vergrijst, het aantal jongeren neemt af, het geboortecijfer daalt, de actieve beroepsbevolking krimpt en er is sprake van een braindrain (uitstroom van talent). Het gevolg hiervan is dat de bevolkingsgroei grotendeels afhangt van migratiebewegingen, die binnen de EU sterk van regio tot regio verschillen. Deze onevenwichtigheden hebben aanzienlijke sociaaleconomische gevolgen, zowel voor gebieden die leeglopen en vergrijzen — vooral in overgangsregio’s — en die vaak te maken hebben met een verschuiving naar niet-verhandelbare lokale diensten waardoor hun export-, groei- en innovatiepotentieel beperkt wordt, als voor grote stedelijke centra waar steeds meer mensen gaan wonen. Het cohesiebeleid zou dan ook een krachtigere rol moeten spelen bij de aanpak van sociale uitdagingen, zoals vergrijzing, ziekten die verband houden met de levensstijl, en werkloosheid, met name onder jongeren en NEET’s, alsook de integratie van migranten en vluchtelingen, armoede en sociale uitsluiting. |
|
22. |
Heel Europa zal waarschijnlijk vaker te maken gaan krijgen met extreme weersverschijnselen, met alle steeds grotere gevolgen van dien. De impact van de klimaatverandering verschilt sterk per regio. De blootstelling aan rampenrisico neemt echter toe, en daarmee ook de potentiële verliezen, vooral in dichtbevolkte gebieden. |
|
23. |
Grensoverschrijdende, transnationale en interregionale samenwerking is van groot belang om de territoriale samenhang te versterken, de solidariteit tussen regio’s van de EU te bevorderen en de EU-doelstellingen een substantiële meerwaarde te geven. |
|
24. |
Regio’s en steden staan voor ongekende uitdagingen, variërend van wereldwijde concurrentie, digitale transformatie en de opkomst van ontwrichtende technologieën, demografische veranderingen, migratie en het risico op armoede en sociale uitsluiting, tot energiezekerheid, klimaatverandering en het verlies van biodiversiteit. Al deze uitdagingen hebben grote territoriale gevolgen, waarbij de kosten en baten ongelijk over de regionale economieën en gemeenschappen van Europa zijn verdeeld, zoals wordt bevestigd door het 7e cohesieverslag, waaruit blijkt dat zich regionale „ontwikkelingsclubs” aan het vormen zijn. Het gevaar is reëel dat deze uitdagingen elkaars werking versterken en het economische, sociale en territoriale landschap van Europa in negatieve zin veranderen, en zo in belangrijke mate bijdragen tot vergroting van de bestaande ongelijkheden, waardoor de in het Verdrag vastgelegde doelstelling om de samenhang van de EU te versterken, op losse schroeven zou komen te staan. |
|
25. |
Het is in dit verband van belang dat het cohesiebeleid in alle regio’s van de EU blijft investeren, aangezien zij zich alleen aan bovengenoemde schokken kunnen aanpassen als er gebiedsgebonden en gebiedsgerichte langetermijnstrategieën worden ontwikkeld waarmee de economische, sociale en territoriale dimensies geïntegreerd kunnen worden en synergieën tussen alle Europese structuur- en investeringsfondsen en met andere EU-instrumenten benut kunnen worden. Het Comité herhaalt dan ook dat het er sterk tegen gekant is om de sociale dimensie en het Europees Sociaal Fonds los te zien van het cohesiebeleid, omdat dit schadelijk kan zijn. Ook blijft het ervan overtuigd dat het ESF een steeds grotere rol moet gaan vervullen bij het bevorderen van territoriale sociale convergentie, en dat de rol van de lokale en regionale overheden bij de programmering en het beheer van het ESF moet worden versterkt. |
|
26. |
Aangezien het in het licht van artikel 174 van het VWEU essentieel is dat de territoriale impact van overheidsinterventies in aanmerking wordt genomen, wijst het Comité er nogmaals op hoe belangrijk het is dat bij het uitstippelen van EU-beleidsmaatregelen een territoriale effectbeoordeling wordt uitgevoerd om het beleid zo doeltreffend mogelijk te maken. |
De rol van het cohesiebeleid
|
27. |
Het cohesiebeleid moet centraal staan in de discussie over de vraag hoe het potentieel van alle delen van de EU kan bijdragen tot economische groei en hoe alle EU-burgers op een inclusieve manier kunnen profiteren van de Europese integratie, alsook hoe ervoor gezorgd kan worden dat alle delen van de EU de kansen die de mondiale transformatie biedt, kunnen benutten. Het Comité herhaalt dan ook dat er voor de periode na 2020 een krachtig cohesiebeleid voor alle regio’s tot stand gebracht moet worden en onderstreept dat het cohesiebeleid ook in de toekomst een belangrijke rol moet blijven spelen, zoals het in zijn advies over „De toekomst van het cohesiebeleid na 2020” heeft aangegeven (2). |
|
28. |
Het Comité herinnert eraan dat het cohesiebeleid, ondersteund door regionale beleidsmaatregelen van de lidstaten, bedoeld is om gelijke mededingingsvoorwaarden te scheppen die de hele EU in staat stellen om de voordelen te benutten van een volledig eengemaakte markt, die — samen met territoriale veerkracht — bepalend is voor de concurrentiepositie van de EU op het wereldtoneel. Bovendien benadrukt het dat de eengemaakte markt weliswaar functioneert als een succesvolle „convergentiemachine” voor de EU, maar dat de baten ervan niet gelijkelijk verdeeld worden en het niet zo is dat kansarme regio’s, waaronder die met specifieke geografische uitdagingen, en sociale groepen er uiteindelijk automatisch op vooruitgaan. Het risico bestaat dus nog steeds dat de economische en sociale kloof tussen regio’s die de groei in de EU aandrijven en andere regio’s groter wordt. |
|
29. |
Het cohesiebeleid heeft dan ook niets aan relevantie ingeboet, aangezien het alle EU-burgers, met name uit minder ontwikkelde gebieden, in staat stelt te profiteren van de voordelen die de integratie van de EU biedt. Door gebruik te maken van de instrumenten die het cohesiebeleid biedt kunnen minder ontwikkelde regio’s hun endogene potentieel ontsluiten en benutten, terwijl de sterkere regio’s beter zijn toegerust om de mondiale uitdagingen het hoofd te bieden. In dit opzicht komt de Europese solidariteit nergens zo goed tot uiting als in het cohesiebeleid, dat mensen in alle regio’s van de EU gelijke kansen en een betere kwaliteit van leven biedt. Het toekomstige cohesiebeleid zou dan ook niet beschouwd moeten worden als een schenking, maar als een onontbeerlijke pijler van een eengemaakte markt die diverse landen en regio’s met een ongelijk ontwikkelingsniveau met elkaar verbindt. |
|
30. |
Het cohesiebeleid is het belangrijkste Europese beleid om territoriale onevenwichtigheden te bestrijden en de ontwikkelingsverschillen die het gevolg zijn van de uiteenlopende uitdagingen, te verkleinen. Het heeft een belangrijke bijdrage weten te leveren aan positieve economische, sociale en territoriale veranderingen in de EU, dankzij een complexe sectoroverschrijdende aanpak die gericht is op ondersteuning van innovatie, kmo’s, een koolstofarme economie, vervoersinfrastructuur, stadsvernieuwing, industriële transformatie, plattelandsdiversificatie, alsook onderwijs en vaardigheden, werkgelegenheid, cultuur en sociale infrastructuur en sociale inclusie, om maar enkele voorbeelden te noemen. Het Comité benadrukt in dit verband dat gezorgd moet worden voor meer synergie en coördinatie tussen het cohesiebeleid en de sectorspecifieke beleidsmaatregelen en programma’s van de EU. |
|
31. |
Gezien het grote aantal uitdagingen en de belangrijke territoriale dimensie daarvan is een krachtig en doeltreffend cohesiebeleid voor alle regio’s van de EU meer dan ooit noodzakelijk wil de Europese Unie sterk en doeltreffend kunnen optreden. Het Comité wijst er nogmaals op dat het cohesiebeleid een flexibele en gebiedsgerichte aanpak kan bieden als reactie op uitdagingen die zich nu voordoen of in het verschiet liggen, met name die uitdagingen die voortvloeien uit acute crisissituaties in verband met de globalisering. Ook beklemtoont het dat stedelijke en landelijke gebieden functionele ruimten zijn die elkaar aanvullen; alleen als beide de juiste steun krijgen en sterker worden, kan het overkoepelende doel worden bereikt: een sociaaleconomisch en op milieugebied krachtig Europa en meer territoriale samenhang. |
|
32. |
De instrumenten van het cohesiebeleid moeten in de toekomst worden vereenvoudigd en dusdanig worden aangepast dat ze beter kunnen inspelen op nieuwe uitdagingen. Daarbij moet echter worden voorkomen dat ze al te complex worden, aangezien het nauwelijks mogelijk is om aspecten als economische en sociale convergentie, het omgaan met conjunctuurcycli, begrotingsdiscipline en het voorkomen van politieke erosie met elkaar te combineren. Het Comité spreekt zich opnieuw uit voor een gedifferentieerde benadering om het systeem van beheer en controle binnen het cohesiebeleid te versterken en te vereenvoudigen. |
|
33. |
Er moet meer gebruik worden gemaakt van Europese territoriale samenwerking om grensbelemmeringen weg te nemen en grensoverschrijdende samenwerking te bevorderen en de burgers van de EU daarmee concrete resultaten te bieden. Toekomstige programma’s in het kader van Europese territoriale samenwerking moeten flexibel genoeg zijn om tegemoet te komen aan de specifieke behoeften van verschillende grensregio’s en daarbij ook ruimte te bieden voor people-to-people en kleinschalige projecten. Het Comité acht het bovendien noodzakelijk dat de grens van 150 km die voor maritieme samenwerking geldt, wordt geschrapt en er een meer evenredige benadering komt wat betreft de eisen op het vlak van staatssteun, audit en controle in de ETS-programma’s (3). Ook is er sprake van een toenemende behoefte om meer gebruik te maken van macroregionale strategieën; het cohesiebeleid dient daarbij samen met andere beleidsmaatregelen van de EU ondersteuning te bieden. |
|
34. |
Het Comité roept het Europees Parlement en de Europese Commissie op een methode te ontwikkelen om de „kosten van het ontbreken van cohesie” te berekenen, zodat de Europese meerwaarde van het cohesiebeleid met aanvullende kwantificeerbare gegevens onderbouwd kan worden. |
De waarden achter het cohesiebeleid
|
35. |
De implementatie van het cohesiebeleid heeft tal van positieve overloopeffecten aangezien de kwaliteit van het bestuur en van instellingen er in veel regio’s beter door wordt. Het cohesiebeleid is niet alleen een essentiële voorwaarde voor economische groei, maar vormt ook een solide basis voor het welzijn van de samenleving als geheel, met inbegrip van het vertrouwen van de burgers en de politieke legitimiteit van de EU. In het kader van het cohesiebeleid moet blijven worden aangestuurd op een nieuwe bestuurscultuur in de regio’s door versterking van multilevel governance, het partnerschapsbeginsel, economische planning op middellange termijn, meerjarenprogrammering en -financiering, geïntegreerde gebiedsgebonden benaderingen en instrumenten, alsook transparante en op feiten gebaseerde besluitvormingsprocessen, ex-antevoorwaarden, resultaatgerichtheid, thematische concentratie, op stimulansen gebaseerde mechanismen, geavanceerde beheerssystemen en communicatiemaatregelen om de directe gevolgen ervan naar de burgers toe te vertalen. |
|
36. |
Het cohesiebeleid is het meest doeltreffende EU-beleid om van tunnelvisies in het beleid af te komen. Het kan fungeren als belangrijkste motor van structurele veranderingen in de EU door de beleidsmaatregelen op de afzonderlijke terreinen onder te brengen in geïntegreerde, gebiedsgebonden en slimme-specialisatiestrategieën die oplossingen op maat bieden op basis van de comparatieve voordelen, ontwikkelingsmogelijkheden en uitdagingen van een bepaald gebied, zoals die door de burgers, ondernemers en overheden van dat gebied zijn vastgesteld. |
|
37. |
In dit verband wijst het Comité erop dat het cohesiebeleid veel efficiënter kan zijn als de lidstaten vastbesloten zijn om structurele hervormingen en ex-antevoorwaarden door te voeren die bijdragen aan betere randvoorwaarden voor de tenuitvoerlegging van het cohesiebeleid, inclusief meer institutionele capaciteit. Als structurele hervormingen en het cohesiebeleid meer aan elkaar worden gekoppeld, ook op financieel niveau, moeten de regionale en lokale overheden via een gedragscode voor het Europees Semester bij een en ander worden betrokken, teneinde de efficiëntie en het ownership van het hele proces te vergroten. Voorts is het cruciaal dat de Europese meerwaarde van alle structurele hervormingen vooraf wordt beoordeeld en dat zij direct verband houden met de in het Verdrag vastgelegde doelstellingen (4). |
|
38. |
Het cohesiebeleid heeft aangetoond dat empowerment van regionale en lokale actoren cruciaal is om gemakkelijker structurele veranderingen door te kunnen voeren. Bovendien blijkt uit onderzoek dat er nog onvoldoende gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheden om de productiviteit in het hele land te verhogen door de prestaties van regio’s te verbeteren. Daarom moeten regio’s en lokale overheden nauwer worden betrokken bij een slim en krachtig cohesiebeleid, als onderdeel van de brede ondersteuning van complexe en robuuste ontwikkelingsstrategieën. Dit moet de legitimiteit van de EU op lokaal en regionaal niveau vergroten door het Europese integratieproces zichtbaarder te maken voor de burgers. |
De kosten en risico’s van het ontbreken van cohesiebeleid voor de Europese Unie: vroegtijdige waarschuwing
|
39. |
Het is van het allergrootste belang dat er een beleidskader komt als opvolger van de Europa 2020-strategie, zodat na 2020 met de thematische concentratie kan worden doorgegaan en het cohesiebeleid afgestemd blijft op de behoeften van het regionale en lokale niveau. |
|
40. |
Het Comité onderstreept dat afzwakking of versnippering van het cohesiebeleid, bijvoorbeeld door het te beperken tot bepaalde categorieën regio’s of door het Europees Sociaal Fonds los te koppelen, grote politieke risico’s met zich mee zou brengen; bij gebrek aan de minimaal noodzakelijke steun in veel regio’s zou het vermogen van de EU om het in het Verdrag vastgelegde streven naar versterking van de economische, sociale en territoriale samenhang te verwezenlijken in het gedrang komen, hetgeen ook lagere investeringen in belangrijke Europese doelstellingen zou inhouden. |
|
41. |
Het Comité vreest in dit verband dat het ontbreken van cohesie in de Europese Unie in het ergste geval zou kunnen leiden tot:
|
|
42. |
Het Comité is dan ook van mening dat de aanhoudende economische, sociale en territoriale kloof in de EU op lange termijn de grootste uitdaging voor de Europese Unie als geheel vormt. |
|
43. |
Het Comité herhaalt in dit verband dat het cohesiebeleid niet mag worden onderworpen aan ex-postvoorwaarden op Europees niveau die buiten het bereik liggen van de lokale en regionale overheden of ertoe zouden kunnen leiden dat zij gegijzeld worden door beleid van de nationale overheid. |
Brussel, 22 maart 2018.
De voorzitter van het Europees Comité van de Regio's
Karl-Heinz LAMBERTZ
(1) www.cohesionalliance.eu
(2) PB C 306 van 15.9.2017, blz. 8.
(3) Workshop van het CvdR over vereenvoudiging van de ETS (https://cor.europa.eu/Documents/Migrated/Events/ETC-WORKSHOP-FINAL-REPORT.pdf).
(4) Resolutie van het CvdR over wijziging van de verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen voor de ESI-fondsen ter ondersteuning van structurele hervormingen, COR-2017-06173-00-00-RES.