EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 30.6.2017
COM(2017) 601 final
VERSLAG VAN DE COMMISSIE
JAARVERSLAG 2016
OVER DE BETREKKINGEN TUSSEN DE EUROPESE COMMISSIE
EN DE NATIONALE PARLIAMENTEN
EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 30.6.2017
COM(2017) 601 final
VERSLAG VAN DE COMMISSIE
JAARVERSLAG 2016
OVER DE BETREKKINGEN TUSSEN DE EUROPESE COMMISSIE
EN DE NATIONALE PARLIAMENTEN
VERSLAG VAN DE COMMISSIE
JAARVERSLAG 2016
OVER DE BETREKKINGEN TUSSEN DE EUROPESE COMMISSIE
EN DE NATIONALE PARLEMENTEN
1. INLEIDING
In 2014 presenteerde voorzitter Juncker de politieke beleidslijnen die het kader zouden vormen voor het werk van de Commissie onder zijn leiding. Bij die gelegenheid benadrukte hij het belang van de betrekkingen met de nationale parlementen, met name bij het waarborgen van het subsidiariteitsbeginsel. In het tweede volledige jaar van haar mandaat heeft de Commissie haar inspanningen om deze belangrijke betrekkingen met de nationale parlementen te verdiepen, voortgezet, met als doel de Europese Unie dichter bij de burgers te brengen.
Het belang dat de Commissie aan haar betrekkingen met de nationale parlementen hecht, is door voorzitter Juncker onderstreept in de opdrachtbrieven aan de leden van de Commissie en in de toespraak die hij op 14 september 2016 in het Europees Parlement heeft gehouden over de toestand van de Unie (de "State of the Union"). Bij die gelegenheid benadrukte hij dat "Europa [...] alleen [kan] slagen als een project voor en niet tegen de lidstaten". Voorzitter Juncker memoreerde hoeveel bezoeken leden van de Commissie sinds het begin van de mandaatsperiode aan nationale parlementen hadden afgelegd om zo Europa dichter bij de burgers en hun nationale vertegenwoordigers te brengen. Hij kondigde tevens aan dat de Commissie deze relatie verder zou versterken door de commissarissen de Staat van de Unie te laten voorstellen in de nationale parlementen. Als gevolg daarvan is de Staat van de Unie in vrijwel alle nationale parlementen voorgesteld en besproken.
Naast deze rechtstreekse contacten tussen leden van de Commissie en nationale parlementen onderhoudt de Commissie een actieve briefwisseling met nationale parlementen in het kader van de politieke dialoog en het subsidiariteitscontrolemechanisme.
Dit – inmiddels twaalfde – jaarverslag spitst zich toe op de politieke dialoog van de Commissie met de nationale parlementen. Deze dialoog is in 2006 van start gegaan met als doel de betrokkenheid van de nationale parlementen bij de vormgeving en uitvoering van het EU-beleid te bevorderen. Het subsidiariteitscontrolemechanisme geeft de nationale parlementen het recht te beoordelen of wetgevingsvoorstellen op gebieden waarvoor de Europese Unie niet exclusief bevoegd is, stroken met het subsidiariteitsbeginsel. Het mechanisme komt aan bod in het jaarverslag 2016 over subsidiariteit en evenredigheid 1 , dat als complementair aan dit verslag moet worden beschouwd. De twee verslagen worden gelijktijdig bekendgemaakt.
2. SCHRIFTELIJKE ADVIEZEN VAN DE NATIONALE PARLEMENTEN
a. Algemene opmerkingen
In 2016 hebben de nationale parlementen aanzienlijk meer adviezen (met inbegrip van gemotiveerde adviezen) aan de Commissie gericht: in totaal 620 (77 % meer dan de 350 adviezen in 2015). Voor de gemotiveerde adviezen bedroeg de stijging zelfs meer dan 700 % (van 8 in 2015 tot 65 in 2016) 2 .
b. Deelname en toepassingsgebied
Net als in de vorige jaren verschilde het aantal aan de Commissie gerichte adviezen van land tot land. De tien meest actieve kamers stuurden ongeveer 73 % van de adviezen (452 in totaal) in – nagenoeg hetzelfde aantal als in 2015, toen het aandeel van de tien meest actieve kamers 70 % bedroeg.
In tegenstelling tot de voorgaande jaren, toen de Portugese Assembleia da República het actiefst was, kwamen de meeste adviezen in 2016 van de Italiaanse Senato della Repubblica (81 stuks, of 13 %). De andere parlementen of kamers met tien of meer adviezen waren: de Roemeense Camera Deputaților (70 adviezen), de Portugese Assembleia da República (57), de Duitse Bundesrat (47), de Tsjechische Senát (46), de Roemeense Senat (43), de Franse Assemblée nationale (33), de Italiaanse Camera dei Deputati (27), de Franse Sénat (25), de Zweedse Riksdag (23), de Tsjechische Poslanecká sněmovna (19), de Poolse Senat (17), het Britse House of Lords (17), de Spaanse Cortes Generales (13) 3 en de Oostenrijkse Bundesrat (11).
c. Belangrijkste onderwerpen van de politieke dialoog
De meeste aandacht van de nationale parlementen ging uit naar de hieronder genoemde wetgevingsvoorstellen (nadere details zijn te vinden in bijlage 2).
1. Mededeling inzake het werkprogramma van de Commissie voor 2016: Tijd voor verandering 4
2. Voorstel voor een richtlijn betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten 5
3. Voorstel voor een verordening tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend (herschikking) 6
4. Voorstel voor een richtlijn betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud 7 en voorstel voor een richtlijn betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de onlineverkoop en andere verkoop op afstand van goederen 8
Het voorstel voor een richtlijn betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers heeft veertien gemotiveerde adviezen opgeleverd en heeft aanleiding gegeven tot de inwerkingtreding van het mechanisme van artikel 7, lid 2, van protocol nr. 2 bij de Verdragen (de "gelekaartprocedure"). Slechts twee keer eerder is gebruikgemaakt van dit mechanisme. Er zijn acht gemotiveerde adviezen ingediend over het voorstel voor een verordening tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend (herschikking). Het jaarverslag over subsidiariteit en evenredigheid bevat een meer gedetailleerde beschrijving.
·Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's inzake het werkprogramma van de Commissie voor 2016: Tijd voor verandering
Overeenkomstig de in de politieke beleidslijnen aangegane verbintenis om het werk toe te spitsen op die gebieden waar de Europese Unie echt het verschil kan maken, bevatte het werkprogramma voor 2016 een beperkt aantal nieuwe initiatieven voor de tien prioriteiten die voorzitter Juncker aan het begin van zijn mandaatsperiode had vastgesteld. In het werkprogramma 2016 was net als in het vorige een lijst opgenomen van hangende wetgevingsvoorstellen die zouden worden ingetrokken, en een lijst van wetgevingshandelingen die moesten worden geëvalueerd in het kader van het programma voor gezonde en resultaatgerichte regelgeving (Refit).
Het werkprogramma 2016 is goedgekeurd op 27 oktober 2015 en door eerste vicevoorzitter Frans Timmermans toegezonden aan de voorzitters van de commissies voor Europese zaken van de nationale parlementen, met een begeleidende brief waarin hij bevestigde dat de leden van de Commissie bereid waren de nationale parlementen desgevraagd te bezoeken om het werkprogramma voor te stellen en te bespreken.
De Commissie ontving in totaal 25 adviezen over het werkprogramma 2016: afzonderlijke adviezen van negen kamers 9 en een namens zestien kamers door de Nederlands Tweede Kamer ingediend gezamenlijk advies 10 waarin elke kamer aangeeft welke door de Commissie voorgestelde initiatieven voor het betrokken land van prioritair belang zijn. Bijna alle kamers die het gezamenlijk advies hadden ondertekend, noemden het pakket voor de energie-unie en een beter migratiebeheer. Andere initiatieven die door de meeste kamers als prioritair werden aangemerkt, waren het pakket inzake de circulaire economie, de herziening van het meerjarig financieel kader 2014-2020, de uitvoering van de strategie voor de digitale eengemaakte markt, het pakket arbeidsmobiliteit, de voltooiing van de bankenunie en het pakket inzake grensbeheer.
In haar antwoorden op de ontvangen adviezen toonde de Commissie zich verheugd over de belangstelling van de nationale parlementen voor het werkprogramma en over hun aanhoudende steun voor de beslissing van de Commissie zich te richten op een kleiner aantal initiatieven met een meerwaarde op Europees niveau. Het werkprogramma biedt haars inzien een geschikte gelegenheid om in een vroege fase met de nationale parlementen van gedachten te wisselen over hun prioriteiten.
·Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten.
Op 8 maart 2016 heeft de Commissie haar goedkeuring gehecht aan een voorstel voor een gerichte herziening van de richtlijn van 1996 11 inzake de terbeschikkingstelling van werknemers. Het doel van de herziening is in wezen ervoor te zorgen dat het vrij verrichten van diensten in de Unie gebeurt onder gelijke mededingingsvoorwaarden voor bedrijven en met inachtneming van de rechten van de werknemers. Het voorstel voorziet in veranderingen op drie belangrijke gebieden: de bezoldiging van ter beschikking gestelde werknemers, ook in geval van onderaanneming, de voorschriften voor uitzendkrachten en terbeschikkingstelling gedurende een lange periode. Met name wordt voorgesteld dat alle dwingende bezoldigingsvoorschriften van de gastlidstaat van toepassing zijn op in die lidstaat ter beschikking gestelde werknemers.
De Commissie heeft 23 adviezen 12 over dit voorstel ontvangen, waaronder 14 gemotiveerde adviezen, die aanleiding hebben gegeven tot de inwerkingtreding van de procedure op grond van artikel 7, lid 2, van protocol nr. 2 bij de Verdragen (de "gelekaartprocedure"). De inhoud van de gemotiveerde adviezen en de reactie van de Commissie op de opmerkingen van de nationale parlementen over subsidiariteit worden nader toegelicht in het jaarverslag 2016 over subsidiariteit en evenredigheid. Uit de adviezen bleek dat de standpunten van de nationale parlementen ver uit elkaar lagen. Sommige kamers uitten felle kritiek op het voorstel, andere spraken hun steun uit voor het initiatief. De kritische opmerkingen van de nationale parlementen hadden onder meer betrekking op de keuze van de rechtsgrondslag, de overeenstemming van het voorstel met het evenredigheidsbeginsel en de mogelijke interferentie met de bevoegdheid van enerzijds de sociale partners om collectieve overeenkomsten aan te gaan, en anderzijds de nationale overheden om collectieve overeenkomsten algemeen verbindend te maken.
Alle betrokken kamers hebben van de Commissie een antwoord op hun individuele opmerkingen ontvangen, tenzij deze betrekking hadden op de subsidiariteit. De opmerkingen met betrekking tot de subsidiariteit heeft de Commissie behandeld in haar mededeling van 20 juli 2016 13 .
·Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend (herschikking).
De Commissie heeft op 4 mei 2016 drie voorstellen op tafel gelegd om het gemeenschappelijk Europees asielstelsel te hervormen 14 . Met het oog op de herziening van de Dublin-verordening 15 werd een nieuw "correctiemechanisme voor toewijzing" voorgesteld om ervoor te zorgen dat geen enkele lidstaat te maken krijgt met onevenredige druk op zijn asielstelsel. Bij onevenredig hoge migratiedruk op een lidstaat zou een geautomatiseerd systeem in werking worden gesteld om asielzoekers te herplaatsen naar andere landen van de Europese Unie. Een lidstaat kan zijn deelname aan het mechanisme tijdelijk opschorten. In dat geval moet hij een financiële bijdrage van 250 000 EUR betalen voor elke asielzoeker die hij had moeten aanvaarden.
Naar aanleiding van het voorstel werden in 2016 veertien adviezen ingediend 16 , waarvan acht gemotiveerde. De inhoud van de gemotiveerde adviezen en de reactie van de Commissie op de opmerkingen van de nationale parlementen over subsidiariteit worden nader toegelicht in het jaarverslag 2016 over subsidiariteit en evenredigheid. Wat de argumenten in de adviezen betreft die geen betrekking hadden op de subsidiariteit, wees een groot aantal kamers erop dat de financiële bijdrage van 250 000 EUR onevenredig is en het bedrag niet gerechtvaardigd wordt. Een aantal nationale parlementen drong er ook op aan de bepalingen inzake niet-begeleide minderjarigen te wijzigen in het licht van het belang van het kind en passende garanties. Ten slotte hadden sommige kamers vragen bij de rechtsgrondslag van het voorstel.
In haar reactie lichtte de Commissie toe dat het bedrag van de solidariteitsheffing per verzoeker dient om de kosten van de opvang van asielzoekers gedurende een aantal jaren te dekken. De Commissie wees ook op het ontradende effect van de bijdrage. Het voorstel heeft per slot van rekening tot doel ervoor te zorgen dat alle lidstaten ten volle meewerken aan het billijke correctiemechanisme.
Om ervoor te zorgen dat niet-begeleide minderjarigen snel toegang krijgen tot de asielprocedure, wordt in het voorstel verduidelijkt dat de lidstaat waar het verzoek om internationale bescherming het eerst wordt ingediend, verantwoordelijk is, tenzij zulks aantoonbaar niet in het belang is van de minderjarige. De Commissie benadrukte dat wordt vastgehouden aan het beginsel dat het belang van het kind voorop moet staan in alle procedures waarin de verordening van Dublin voorziet.
Met betrekking tot de rechtsgrondslag van het voorstel verduidelijkte de Commissie dat krachtens artikel 78, lid 2, onder e), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie het Europees Parlement en de Raad maatregelen moeten vaststellen voor een gemeenschappelijk Europees asielstelsel, waaronder criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek of van een verzoek om subsidiaire bescherming, en dat die bepaling de basis vormt voor het onderhavige herschikkingsvoorstel, net als voor de bestaande Verordening (EU) nr. 604/2013 ("Dublin III").
·Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud en voorstel voor een richtlijn betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de onlineverkoop en andere verkoop op afstand van goederen
Ter uitvoering van haar strategie voor de digitale eengemaakte markt presenteerde de Commissie in december 2015 twee voorstellen om consumenten die online winkelen in de hele EU beter te beschermen en om bedrijven te helpen hun onlineverkoop uit te breiden. De voorstellen hebben als voornaamste doel belemmeringen op het gebied van overeenkomstenrecht die grensoverschrijdende online handel bemoeilijken, weg te nemen ten bate van zowel de consumenten als de handelaren.
De Commissie heeft elf adviezen ontvangen over het voorstel voor een richtlijn betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud 17 en twaalf adviezen over het voorstel voor een richtlijn betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de onlineverkoop en andere verkoop op afstand van goederen 18 . Acht adviezen hadden betrekking op de twee voorstellen 19 . Een daarvan was een gemotiveerd advies van de Franse Sénat.
De meeste nationale parlementen die een advies hebben ingediend, waren het eens over de noodzaak in de hele EU te zorgen voor een passend niveau van consumentenbescherming bij de levering van digitale inhoud. Wat het voorstel voor een richtlijn betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud betreft, had een aantal nationale parlementen opmerkingen over de samenhang met andere EU-wetgeving inzake consumentenbescherming, bescherming van intellectuele eigendom en gegevensbescherming, inzake de mogelijkheid voor leveranciers om aansprakelijkheid bij gebrek aan overeenstemming te omzeilen of inzake de opname van in ruil voor gegevens verstrekte digitale inhoud in het toepassingsgebied van het voorstel.
In haar antwoorden wees de Commissie erop dat een gemeenschappelijk geheel van regels een juridisch vacuüm zou opvullen en daardoor niet alleen rechtszekerheid zou bieden, maar tegelijkertijd ook versnippering van de interne markt zou voorkomen. Het voorstel bevat geen wettelijke garantieperiode voor digitale-inhoudproducten – omdat deze niet onderhevig zijn aan slijtage – maar biedt de consument niettemin een zeer hoog beschermingsniveau omdat de voorgestelde omkering van de bewijslast niet beperkt is in de tijd. Wat het verband tussen het voorstel voor digitale inhoud en de algemene verordening gegevensbescherming betreft, wordt in het voorstel verduidelijkt dat de richtlijn geen afbreuk doet aan de voorschriften inzake gegevensbescherming, met inbegrip van die betreffende de bescherming van minderjarigen.
Wat het voorstel voor de onlineverkoop en andere verkoop op afstand van goederen betreft, merkte een aantal nationale parlementen op dat de nieuwe regels alleen van toepassing zouden zijn op onlineverkoop en andere verkoop op afstand van goederen, maar niet op verkoop van hand tot hand. Daarnaast gingen de nationale parlementen in op de voorgestelde nieuwe voorschriften inzake de omkering van de bewijslast, de aansprakelijkheid voor schade en de wettelijke garantietermijn.
In haar antwoorden benadrukte de Commissie dat een einde moet worden gemaakt aan belangrijke verschillen tussen de nationale rechtsstelsels op het gebied van consumentenovereenkomsten, bijvoorbeeld inzake de duur van de garantietermijn en de omkering van de bewijslast. De Commissie beklemtoonde tevens het belang van een samenhangend EU-breed rechtskader voor het online, het op afstand en het van hand tot hand verkopen van goederen. Voorts gaf de Commissie aan dat zij begonnen was met een geschiktheidscontrole van het consumenten- en marketingrecht van de EU, die betrekking heeft op zes richtlijnen, waaronder de richtlijn betreffende de verkoop van en de garanties voor consumptiegoederen. Ten slotte benadrukte de Commissie dat het algehele niveau van consumentenbescherming in alle lidstaten zeer hoog zou blijven aangezien een eventuele verlaging van het nationale consumentenbeschermingsniveau op een paar specifieke punten in bepaalde lidstaten in zekere mate zou worden gecompenseerd door andere regels in het voorstel die voorzien in een hoger niveau van consumentenbescherming, bijvoorbeeld door de verlenging van de termijn voor de omkering van de bewijslast van zes maanden tot twee jaar.
Met betrekking tot de bezwaren van de Franse Sénat ten aanzien van de subsidiariteit herinnerde de Commissie eraan dat de keuze voor volledige harmonisatie op Europees niveau, in combinatie met een hoog niveau van consumentenbescherming, de enige mogelijkheid is om de twee doelstellingen te bereiken, met name rechtszekerheid en consumentenvertrouwen. De Commissie benadrukte dat de lidstaten niet in staat zouden zijn om op eigen initiatief de bestaande barrières tussen de nationale rechtsstelsels op het gebied van consumentenovereenkomsten in voldoende mate weg te werken. Verschillen in de contractuele bepalingen over, bijvoorbeeld, de wettelijke garantieperiode of de overeenstemming zijn precies de belemmeringen die de Commissie met haar voorstel wil wegwerken.
d. Resultaten van de politieke dialoog
De nationale parlementen zijn in 2016 uitvoerig ingegaan op twee voorstellen van de Commissie waarvoor het wetgevingsproces in hetzelfde jaar werd afgerond. Dit betekent dat in dit verslag een vergelijking kan worden gemaakt tussen de oorspronkelijke voorstellen van de Commissie en de teksten zoals die definitief zijn vastgesteld. Vanwege het grote aantal betrokkenen kan geen rechtstreeks verband worden gelegd tussen het standpunt van een bepaald nationaal parlement en het resultaat van het wetgevingsproces. Dit neemt niet weg dat de adviezen van de nationale parlementen de Commissie in haar interactie met de andere instellingen van waardevolle inzichten en analyses hebben voorzien.
·Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de Europese grens- en kustwacht en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2007/2004, Verordening (EG) nr. 863/2007 en Besluit 2005/267/EG van de Raad
De Commissie heeft op 15 december 2015 haar goedkeuring gehecht aan een voorstel voor de oprichting van een Europese grens- en kustwacht 20 , als onderdeel van de inspanningen voor een krachtig en gezamenlijk beheer van de buitengrenzen van de Europese Unie. De Europese grens- en kustwacht – een van de voorgestelde maatregelen in het kader van de Europese migratieagenda 21 – zal het op Frontex gebaseerde Europese Grens- en kustwachtagentschap samenbrengen met de voor het grensbeheer verantwoordelijke autoriteiten van de lidstaten, die het dagelijks beheer van de buitengrenzen op zich zullen blijven nemen.
De Commissie heeft tien adviezen over het voorstel ontvangen 22 . Een groot aantal kamers sprak zijn steun uit voor de oprichting van de Europese grens- en kustwacht. Tegelijkertijd uitten talrijke kamers hun bezorgdheid over de bepalingen op grond waarvan de bevoegdheden van het agentschap kunnen interfereren met de bevoegdheden van de lidstaten op het gebied van grensbescherming, handhaving van de binnenlandse veiligheid en de openbare orde. Een groot aantal kamers had twijfels bij de bepalingen van artikel 18 van het voorstel van de Commissie. Daarin is bepaald dat de Commissie in bepaalde situaties die dringend optreden aan de buitengrenzen vereisen (bijvoorbeeld onevenredige migratiedruk) na raadpleging van het agentschap een besluit kan nemen tot vaststelling van de door het agentschap uit te voeren maatregelen, waarbij de betrokken lidstaat verplicht wordt medewerking te verlenen aan het agentschap bij de uitvoering van die maatregelen. Volgens de kamers is de Raad, en niet de Commissie of het agentschap, bevoegd voor het vaststellen van dergelijke maatregelen, met goedkeuring van de lidstaten.
Met de vaststelling van de verordening op 14 september 2016 23 , na de besprekingen in het Europees Parlement en de Raad, hebben de Europese instellingen blijk gegeven van hun vermogen snel te reageren op dringende problemen. Overeenkomstig de verordening zal de Europese grens- en kustwacht bestaan uit enerzijds een nieuw, versterkt agentschap, dat voortbouwt op de basis die is gelegd door Frontex, en anderzijds een verplichte snel inzetbare pool van grenswachten. In de verordening is bepaald dat de lidstaten de eerste verantwoordelijkheid behouden voor het beheer van hun deel van de buitengrenzen. De lidstaten blijven bevoegd voor en soeverein over hun grenzen. De bevoegdheid voor het dagelijkse beheer van de buitengrenzen blijft eveneens bij de lidstaten berusten. In situaties die dringend optreden aan de buitengrenzen vereisen, moet de Raad krachtens de verordening, op basis van een voorstel van de Commissie en na raadpleging van het agentschap, de nodige besluiten nemen, bijvoorbeeld tot vaststelling van maatregelen die de risico's aan de grenzen van de lidstaten verlagen en die door het agentschap, in samenwerking met de betrokken lidstaat, op basis van een gezamenlijk overeengekomen operationeel plan worden uitgevoerd.
·Voorstel voor een richtlijn van de Raad tot vaststelling van regels ter bestrijding van belastingontwijkingspraktijken die de werking van de interne markt rechtstreeks schaden (de "anti-ontgaansrichtlijn")
De Commissie heeft dit voorstel op 28 januari 2016 ingediend als onderdeel van het pakket bestrijding belastingontwijking 24 . Op 20 juni 2016 heeft de Raad zijn goedkeuring gehecht aan Richtlijn (EU) 2016/1164 tot vaststelling van regels ter bestrijding van belastingontwijkingspraktijken welke rechtstreeks van invloed zijn op de werking van de interne markt 25 . Teneinde te voorzien in een alomvattend kader met betrekking tot hybride mismatches, ook ten aanzien van derde landen, heeft de Commissie op 25 oktober 2016 een voorstel ingediend ter aanvulling van de bestaande bepalingen inzake hybride mismatches {COM(2016) 687 final}. Met de regels inzake hybride mismatches moet worden voorkomen dat ondernemingen inspelen op verschillen in nationale regelgeving met als doel belasting te ontwijken.
De anti-ontgaansrichtlijn bevat vijf juridisch bindende maatregelen ter bestrijding van misbruik, die alle lidstaten moeten inzetten tegen gemeenschappelijke vormen van agressieve fiscale planning. De vijf maatregelen omvatten regels om winstverschuiving naar landen waar weinig of geen belasting wordt geheven, te ontraden, om dubbele niet-heffing van bepaalde inkomsten te voorkomen, om belastingontwijking bij het elders onderbrengen van activa te vermijden, om kunstmatige schuldenregelingen die bedoeld zijn om de belastingen tot een minimum te beperken, te ontmoedigen en om agressieve fiscale planning tegen te gaan wanneer geen andere regels van toepassing zijn.
De Commissie heeft in totaal zeven adviezen over de voorgestelde anti-ontgaansrichtlijn ontvangen van de nationale parlementen, waaronder twee gemotiveerde adviezen van de Maltese Kamra tad-Deputati en de Zweedse Riksdag 26 . Volgens de Kamra tad-Deputati mag de bestrijding van belastingontwijking niet worden gebaseerd op uniforme gemeenschappelijke regels tenzij ruimte wordt geboden voor flexibiliteit. De Riksdag sprak weliswaar zijn steun uit voor de doelstellingen van het voorstel, maar vond het kwalijk dat de Commissie het inderhaast had opgesteld zonder eerst een effectbeoordeling te hebben verricht.
Naar mening van de Commissie komen geharmoniseerde regels om belastingontwijking tegen te gaan, de werking van de eengemaakte markt ten goede. Uiteenlopende nationale benaderingen daarentegen kunnen nieuwe lacunes voor agressieve fiscale planning creëren en lidstaten dermate tegen elkaar uitspelen dat ze elkaars belastingregels uithollen. In het bijbehorende werkdocument verstrekken de diensten van de Commissie uitvoerig economisch bewijsmateriaal en wijzen zij op de prikkels die een rol spelen op het gebied van agressieve fiscale planning.
De Duitse Bundesrat stond in het algemeen positief tegenover het voorstel van de Commissie, maar vond het problematisch dat de richtlijn enkel betrekking zou hebben op ondernemingen die onderworpen zijn aan vennootschapsbelasting, en vroeg daarom om opname van maatschappen en eenmansbedrijven in het toepassingsgebied. De richtlijn is echter vastgesteld met hetzelfde toepassingsgebied als voorgesteld door de Commissie, met name ondernemingen die onderworpen zijn aan vennootschapsbelasting. Bovendien wilde de Bundesrat liever geen uitzonderingen voor specifieke sectoren. De Commissie had voorgesteld de voorschriften inzake gecontroleerde buitenlandse vennootschappen niet toe te passen op vennootschappen waarvan de belangrijkste categorie van aandelen regelmatig op een of meer erkende beurzen wordt verhandeld. Deze bepaling is weggevallen in de vastgestelde versie van de richtlijn. Voorts was de Bundesrat bezorgd over de impact van de regel inzake het beperken van de aftrekbaarheid van rente op kleine en middelgrote bedrijven. In de vastgestelde richtlijn kan een financieringskostensurplus worden afgetrokken ten belope van maximaal 3 miljoen EUR. In het oorspronkelijke voorstel van de Commissie bedroeg dit maximum 1 miljoen EUR.
Tot slot stelde de Bundesrat voor om, wat hybride mismatches betreft, te bekijken of wellicht moet worden geopteerd voor het overnemen van de gedifferentieerde benaderingen in het OESO-verslag over het aanpakken van grondslaguitholling en winstverschuiving. Als onderdeel van het definitieve compromisvoorstel voor de anti-ontgaansrichtlijn waarover op 20 juni 2016 overeenstemming werd bereikt, heeft de Raad Economische en Financiële Zaken (Ecofin) een verklaring over hybride mismatches afgelegd. In deze verklaring heeft de Ecofin de Commissie verzocht "om – met het oog op een akkoord voor eind 2016 – in oktober 2016 een voorstel over kwalificatieconflicten door hybride structuren waarbij derde landen betrokken zijn in te dienen teneinde te voorzien in regels die in overeenstemming zijn met en niet minder doeltreffend zijn dan de regels die in het OESO-verslag over BEPS-actie 2 [dit is het OESO-verslag over het aanpakken van grondslaguitholling en winstverschuiving] worden aanbevolen". De Commissie heeft op 25 oktober 2016 een voorstel voor een richtlijn tot wijziging van de anti-ontgaansrichtlijn 27 ingediend dat voortbouwt op de aanbevelingen van het OESO-verslag over grondslaguitholling en winstverschuiving voor actiepunt 2 "Neutralisering van de effecten van hybride mismatchstructuren".
3. ANDERE ONTWIKKELINGEN
·Een tweede "groene kaart"
De afgelopen jaren heeft een aantal nationale parlementen te kennen gegeven dat ze in staat zouden willen zijn om de Commissie te verzoeken een wetsvoorstel in te dienen of wijzigingen van bestaande wetgeving voor te stellen in het kader van een versterkte vorm van de politieke dialoog, bekend als de "groene kaart". Op 11 juli 2016 nodigden acht parlementaire kamers 28 op initiatief van de Franse Assemblée nationale de Commissie met een dergelijke groene kaart uit een ambitieus wetgevingsvoorstel in te dienen om de beginselen van maatschappelijk verantwoord ondernemen op Europees niveau ten uitvoer te leggen en, onder meer aan de hand van specifieke verplichtingen en sancties, toe te passen op alle ondernemingen met zetel in de Europese Unie. Op 26 juli 2016 sloot een negende kamer 29 zich bij het achttal aan. Na het initiatief tot beperking van het voedselafval 30 was dit de tweede keer dat een groene kaart werd ingezet.
In haar antwoord heeft de Commissie de kamers bedankt voor hun bijdrage over dit belangrijke onderwerp en beklemtoond dat zij op al haar beleidsterreinen proactief zou blijven ijveren voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. Zij wees op de talrijke maatregelen die zij ter zake reeds had genomen, met name op het gebied van regelgeving (de houtverordening, de verordening inzake conflictmineralen, herziene richtlijnen voor overheidsopdrachten, de richtlijn inzake de bekendmaking van niet-financiële informatie, het voorstel voor een herziene richtlijn inzake aandeelhoudersrechten en het voorstel tot wijziging van de richtlijn inzake de financiële overzichten van bepaalde ondernemingen en bijkantoren, wat de openbaarmaking van informatie over de winstbelasting betreft), maar ook aan de hand van algemene beleidsdocumenten en vrijwillige leidraden en raadplegingen.
In haar mededeling van november 2016 over volgende stappen voor een duurzame Europese toekomst 31 benadrukte de Commissie dat zij haar werkzaamheden met betrekking tot maatschappelijk verantwoord ondernemen zou intensiveren en zich daarbij zou richten op concrete maatregelen die beantwoorden aan de huidige en toekomstige uitdagingen op sociaal gebied en op het gebied van milieu en bestuur, voortbouwend op de kernbeginselen en de beleidsaanpak zoals door de Commissie beschreven in de EU-strategie voor maatschappelijk verantwoord ondernemen van 2011. Naast die werkzaamheden volgt de Commissie in nauwe samenwerking met de voornaamste belanghebbende partijen de ontwikkelingen in de lidstaten en bij de internationale instanties die betrokken zijn bij het proces op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen.
·De rol van de regionale parlementen
De regionale parlementen dragen indirect bij tot de betrekkingen van de Commissie met de nationale parlementen. Wanneer de nationale parlementen ontwerpen van wetgevingshandelingen op subsidiariteit toetsen met het oog op het uitbrengen van een gemotiveerd advies, moeten zij krachtens protocol nr. 2 bij de Verdragen in voorkomend geval de regionale parlementen met wetgevingsbevoegdheid raadplegen 32 .
De regionale parlementen zijn tevens vertegenwoordigd in het Comité van de Regio's. Sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon heeft dat comité meer bevoegdheden gekregen op het gebied van subsidiariteit – die, zoals in artikel 5, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie 33 uitdrukkelijk is bepaald – gepaard gaat met een lokale en regionale dimensie. Via een speciaal daartoe opgezet netwerk voor subsidiariteitstoezicht en onlineplatform ondersteunt het Comité van de Regio's de deelname van de regionale parlementen aan het mechanisme voor vroegtijdige waarschuwing in verband met het subsidiariteitsbeginsel (REGPEX). De werkzaamheden van het Comité van de Regio's in verband met toezicht op de subsidiariteit worden uitvoeriger beschreven in het jaarverslag 2016 over subsidiariteit en evenredigheid.
Hoewel in de Verdragen niet wordt voorzien in directe interactie tussen de Commissie en de regionale parlementen, hebben verschillende regionale parlementen, met name de deelstaatsparlementen in Oostenrijk en Duitsland, in 2016 bij de Commissie een aantal adviezen ingediend over diverse aspecten van de Commissievoorstellen. In januari 2016 heeft een delegatie van regionale parlementen die de "verklaring van Heiligendamm" 34 hebben ondertekend, een ontmoeting gehad met eerste vicevoorzitter Timmermans om met hem van gedachten te wisselen. Voorzitter Juncker heeft in de loop van het jaar gesproken met een groot aantal regionale regeringen en instanties uit onder meer Noordrijn-Westfalen, Brandenburg, Nedersaksen, Sleeswijk-Holstein, Rijnland-Palts en Hessen (Duitsland), Provence-Alpes-Côte d'Azur en Alsace-Champagne-Ardenne-Lorraine (Frankrijk), Tirol en Stiermarken (Oostenrijk), Wallonië (België) en Trentino-Alto Adige (Italië). Ook andere leden van de Commissie, in het bijzonder Corina Crețu, Europees commissaris voor regionaal beleid, hebben dergelijke ontmoetingen gehad.
4. BILATERALE CONTACTEN EN BEZOEKEN
Net als de vorige jaren hebben bijna alle 28 nationale parlementen in 2016 het bezoek gekregen van een lid van de Commissie. Een groot aantal is meer dan een keer bezocht, door voorzitter Juncker, de eerste vicevoorzitter, vicevoorzitters of commissarissen. Daarnaast hebben sommige nationale parlementen delegaties naar Brussel gestuurd of commissiebijeenkomsten in Brussel belegd en van de gelegenheid gebruikgemaakt om leden van de Commissie te ontmoeten. In totaal hebben in 2016 bijna 180 bezoeken en vergaderingen plaatsgevonden.
Bijzonder belangrijk in dit verband waren de bezoeken die leden van de Commissie aan de nationale parlementen hebben afgelegd om de toespraak van voorzitter Juncker over de toestand van de Unie voor te stellen 35 . Na zijn toespraak in het Europees Parlement hebben nagenoeg alle kamers een lid van de Commissie ontvangen. Deze bezoeken en ontmoetingen met leden van nationale parlementen zijn volgens de Commissie van onschatbare waarde voor een beter begrip van en een groter draagvlak voor het beleid van de Unie. In zijn toespraak over de toestand van de Unie kondigde voorzitter Juncker aan het aantal ervan nog te zullen verhogen, om de boodschap dat Europa alleen kan slagen als een project voor en niet tegen de lidstaten, kracht bij te zetten.
In 2016 hebben ambtenaren van de Commissie meer dan 80 nationale parlementaire commissievergaderingen bijgewoond om de meer technische aspecten van bepaalde wetgevingsvoorstellen te bespreken. Bovendien werden ambtenaren van de Commissie geregeld uitgenodigd om belangrijke initiatieven te presenteren tijdens bijeenkomsten van de in Brussel gevestigde permanente vertegenwoordigingen van nationale parlementen. Voorts onderhielden de bij het Europees semester betrokken ambtenaren van de vertegenwoordigingen van de Commissie in de lidstaten contact met de nationale parlementen over het Europees semester en andere economische aangelegenheden.
5. BELANGRIJKSTE ONTMOETINGEN EN CONFERENTIES
De Commissie onderhield in 2016 nauwe contacten met de nationale parlementen door een hele reeks belangrijke interparlementaire bijeenkomsten en conferenties bij te wonen, zoals de conferentie van parlementaire commissies voor Uniezaken van de parlementen van de Europese Unie (COSAC), de Europese parlementaire week en de interparlementaire conferenties over het gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid en het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid.
COSAC
De conferentie van parlementaire commissies voor Uniezaken van de parlementen van de Europese Unie (COSAC) – het enige in het Verdrag verankerde interparlementaire forum 36 – is twee keer samengekomen in elke lidstaat die in 2016 het roterende voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie bekleedde. Het Europees Parlement heeft als volwaardig lid van COSAC alle vergaderingen bijgewoond. De Commissie was in haar hoedanigheid van waarnemer op alle COSAC-bijeenkomsten vertegenwoordigd en heeft schriftelijk gereageerd op de bijdragen die COSAC tijdens haar twee plenaire vergaderingen van het jaar heeft goedgekeurd 37 .
Op een bijeenkomst van de COSAC-voorzitters op 8 februari 2016 in Den Haag spraken de afgevaardigden over de organisatie van het parlementaire toezicht en de samenwerking in dat verband. Zij deden dit op basis van een casestudy over Europol en de Europese prioriteiten vanaf 2016. Centrale sprekers waren Kristalina Georgieva, toenmalig vicevoorzitter Begroting en Personeelszaken van de Commissie, en Bert Koenders, minister van Buitenlandse Zaken van Nederland. Op de vijftigste plenaire zitting van COSAC (juni 2016) werd in aanwezigheid van eerste vicevoorzitter Frans Timmermans verder gedebatteerd over de rol van de parlementen, tijdens sessies over de uitwisseling van beste praktijken voor parlementair toezicht en parlementaire diplomatie en over de rol van de nationale parlementen bij het beschermen van de rechtsstaat in de Europese Unie. Voorts hielden de afgevaardigden een debat over migratie en met name de toepassing van de Verklaring EU-Turkije.
Op de bijeenkomst van de COSAC-voorzitters van 11 en 12 juli 2016 in Bratislava, onder het Slowaakse voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie, stonden de sociale dimensie van de Europese Unie en het cohesiebeleid centraal. Marianne Thyssen, commissaris voor Werkgelegenheid, Sociale Zaken, Vaardigheden en Arbeidsmobiliteit, wees in haar toespraak op de verbintenis van de Commissie om de sociale dimensie van de Europese Unie te verdiepen en vestigde de aandacht op een aantal voorstellen die door de Commissie worden voorbereid, zoals de Europese pijler van sociale rechten en de agenda voor vaardigheden voor Europa. Zij nam de gelegenheid te baat om te reageren op bepaalde punten van zorg die de nationale parlementen te berde hadden gebracht in hun gemotiveerde adviezen over het voorstel van de Commissie tot herziening van de richtlijn over de terbeschikkingstelling van werknemers.
Op de laatste COSAC-vergadering van het jaar, de 51e plenaire in Bratislava op 14 en 15 november 2016, stonden uiteenlopende onderwerpen op de agenda, zoals de versterking van de rol van de nationale parlementen (met een toespraak van eerste vicevoorzitter Frans Timmermans), het trans-Atlantische partnerschap voor handel en investeringen (TTIP), de energie-unie (in aanwezigheid van vicevoorzitter Maroš Šefčovič) en de bescherming van de buitengrenzen van de EU in het kader van irreguliere migratie.
De Europese parlementaire week
Dit evenement vond op 16 en 17 februari 2016 plaats in het Europees Parlement. Leden van nationale parlementen ontmoetten er hun collega's van het Europees Parlement voor een gezamenlijk debat over de cycli 2015/2016 van het Europees semester en over stabiliteit, economische coördinatie en governance in de Europese Unie. Het Nederlandse parlement fungeerde als medeorganisator en medevoorzitter van dit laatstgenoemde evenement 38 . De tweede interparlementaire conferentie van 2016 over stabiliteit, economische coördinatie en governance in de Europese Unie vond plaats in Bratislava, op 16, 17 en 18 oktober 2016, onder het Slowaakse voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie 39 .
Conferentie van voorzitters van de parlementen van de Europese Unie
Deze conferentie vindt jaarlijks plaats in de lidstaat die tijdens de tweede helft van het voorgaande jaar het voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie heeft bekleed. In 2016 werd ze georganiseerd in Luxemburg, op 22, 23 en 24 mei 2016. Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker sprak de aanwezigen toe over de uitdagingen voor de Europese Unie en de behoefte aan nauwere samenwerking tussen de Commissie en de nationale parlementen 40 .
GBVB/GVDB-conferenties
Tijdens de interparlementaire conferenties over het gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid (GBVB) en het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB) kregen de nationale parlementen en de instellingen van de Europese Unie de gelegenheid van gedachten te wisselen over buitenlands beleid. Het Nederlandse parlement organiseerde de achtste zitting, in april 2016. De hoge vertegenwoordiger/vicevoorzitter van de Commissie, Federica Mogherini, richtte zich in een videoboodschap tot de aanwezigen op de conferentie in Den Haag, waar toespraken werden gehouden door haar bijzonder adviseur en hooggeplaatste functionarissen van de Europese Dienst voor extern optreden. Op de negende zitting, die in september werd georganiseerd door de Slowaakse Národná rada, was Federica Mogherini zelf aanwezig, samen met hooggeplaatste functionarissen van de Europese Dienst voor extern optreden.
Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol)
In het licht van de nieuwe Europolverordening, die op 1 mei 2017 van toepassing is geworden 41 , hebben de nationale parlementen samen met het Europees Parlement een Gezamenlijke Parlementaire Controlegroep opgericht om een correcte democratische controle van de activiteiten van Europol te waarborgen overeenkomstig artikel 88, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie 42 . De eerste bijeenkomst van de interparlementaire commissie inzake Europol vond plaats op 28 november 2016, in aanwezigheid van commissaris Julian King.
6. CONCLUSIES EN VOORUITBLIK
In het tweede volledige jaar van haar mandaat heeft de Commissie, onder het voorzitterschap van Jean-Claude Juncker, haar inspanningen om de banden met de nationale parlementen verder aan te halen en te verdiepen, voortgezet. Zowel leden als ambtenaren van de Commissie hebben in de loop van dat jaar frequent met vertegenwoordigers van de nationale parlementen vergaderd in Brussel en hebben een groot aantal bezoeken aan nationale parlementen afgelegd om deze te betrekken bij een dialoog over de voornaamste beleidsgebieden en -voorstellen van de Commissie. Daarnaast is de briefwisseling tussen de Commissie en de nationale parlementen fors toegenomen.
Het succes van de inspanningen van de Commissie om een nieuw partnerschap met de nationale parlementen te smeden, kan echter niet alleen worden afgemeten aan het aantal bezoeken, vergaderingen en adviezen, hoe belangrijk deze ook zijn. Nu de Europese Unie zestig jaar na de ondertekening van de Verdragen van Rome werkt aan een visie voor haar toekomst met 27 lidstaten, is een grondiger debat op het hele Europese continent vereist. In haar witboek over de toekomst van Europa 43 (maart 2017) schetst de Commissie in vijf scenario's hoe Europa zich in de periode tot 2025 kan ontwikkelen en levert zij een bijdrage tot een eerlijk en open debat met de Europese burger. Om dit debat aan te zwengelen, zal de Commissie samen met het Europees Parlement en de lidstaten een reeks debatten over de toekomst van Europa organiseren in de parlementen, steden en regio's van Europa. Zoals voorzitter Juncker in september 2016 in zijn toespraak over de toestand van de Unie aangaf, moeten en zullen de nationale parlementen nauw bij dit proces worden betrokken.
COM(2017) 600 final.
Voor nadere bijzonderheden over de gemotiveerde adviezen: zie het jaarverslag 2016 betreffende de toepassing van het subsidiariteits- en het evenredigheidsbeginsel – COM(2017) 600 final.
Geregistreerd als dertien adviezen van twee kamers.
COM(2015) 610 final van 27 oktober 2015.
COM(2016) 128 final van 8 maart 2016.
COM(2016) 270 final van 4 mei 2016.
COM(2015) 634 final van 9 december 2015.
COM(2015) 635 final van 9 december 2015.
De Duitse Bundesrat, de Franse Sénat, de Italiaanse Senato della Repubblica, de Letse Saeima, de Litouwse Seimas, de Hongaarse Országgyűlés, de Portugese Assembleia da República, de Zweedse Riksdag en het Britse House of Lords.
De Tsjechische Poslanecká sněmovna en Senát, de Kroatische Hrvatski sabor, de Italiaanse Senato della Repubblica, de Letse Saeima, de Litouwse Seimas, de Hongaarse Országgyűlés, de Nederlandse Tweede Kamer en Eerste Kamer, de Poolse Senat, de Portugese Assembleia da República, de Roemeense Camera Deputaților en Senat, de Slowaakse Národná rada en het Britse House of Commons en House of Lords.
Richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten (PB L 18 van 21.1.1997, blz. 1).
De Bulgaarse Narodno sabranie, de Tsjechische Poslanecká sněmovna en Senát, de Deense Folketing, de Estse Riigikogu, de Franse Assemblée nationale en Sénat, de Spaanse Cortes Generales, de Kroatische Hrvatski sabor, de Italiaanse Camera dei Deputati en Senato della Repubblica, de Litouwse Seimas, de Letse Saeima, de Hongaarse Országgyűlés, de Poolse Sejm en Senat (gemotiveerd advies en advies), de Portugese Assembleia da República, de Roemeense Camera Deputaților (gemotiveerd advies en advies) en Senat, de Slowaakse Národná rada en het Britse House of Commons.
COM(2016) 505 final van 20 juli 2016. Zie ook het jaarverslag 2016 over subsidiariteit en evenredigheid.
COM(2016) 270 final, COM(2016) 271 final en COM(2016) 272 final van 4 mei 2016.
COM(2016) 270 final van 4 mei 2016.
De Tsjechische Poslanecká sněmovna (gemotiveerd advies) en Senát (gemotiveerd advies), de Duitse Bundesrat, de Hongaarse Országgyűlés (gemotiveerd advies), de Italiaanse Camera dei Deputati en Senato della Repubblica (gemotiveerd advies), de Poolse Sejm (gemotiveerd advies) en Senat (gemotiveerd advies en advies), de Portugese Assembleia da República, de Roemeense Camera Deputaților (gemotiveerd advies en advies) en Senat en de Slowaakse Národná rada (gemotiveerd advies).
COM(2015) 634 final van 9 december 2015.
COM(2015) 635 final van 9 december 2015.
De Tsjechische Senát, de Franse Sénat (gemotiveerd advies), de Luxemburgse Chambre des Députés, de Nederlandse Eerste Kamer (twee adviezen), de Oostenrijkse Bundesrat, de Portugese Assembleia da República en de Roemeense Senat.
COM(2015) 671 final van 15 december 2015.
COM(2015) 240 final van 13 mei 2015.
De Tsjechische Poslanecká sněmovna en Senát, de Franse Assemblée nationale, de Italiaanse Camera dei Deputati en Senato della Repubblica, de Nederlandse Tweede Kamer, de Poolse Senat, de Portugese Assembleia da República en de Roemeense Camera Deputaților en Senat.
Verordening (EU) 2016/1624 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2016 betreffende de Europese grens- en kustwacht en tot wijziging van Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 863/2007 van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EG) nr. 2007/2004 van de Raad en Besluit 2005/267/EG van de Raad (PB L 251 van 16.9.2016, blz. 1).
COM(2016) 26 final van 28 januari 2016.
PB L 193 van 19.7.2016, blz. 1.
De Tsjechische Senát, de Duitse Bundesrat, de Franse Assemblée nationale, de Maltese Kamra tad-Deputati, de Portugese Assembleia da República, de Roemeense Camera Deputaţilor en de Zweedse Riksdag.
COM(2016) 687 final van 25 oktober 2016.
De Franse Assemblée nationale, de Italiaanse Senato della Repubblica, de Letse Saeima, de Litouwse Seimas, de Nederlandse Tweede Kamer, de Portugese Assembleia da República, de Slowaakse Národná rada en het Britse House of Lords.
De Griekse Vouli ton Ellinon.
Zie het jaarverslag van 2015 over de betrekkingen tussen de Commissie en de nationale parlementen (COM(2016) 471 van 15.7.2016, blz. 10).
COM(2016) 739 final van 22 november 2016.
Artikel 6, eerste alinea, van protocol nr. 2 betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid: "Ieder nationaal parlement en iedere kamer van een van die parlementen kan binnen een termijn van acht weken vanaf de datum van toezending van een ontwerp van wetgevingshandeling aan de voorzitters van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie, in de officiële talen van de Unie, een gemotiveerd advies toezenden waarin wordt uiteengezet waarom het betrokken ontwerp zijns inziens niet strookt met het subsidiariteitsbeginsel. Ieder nationaal parlement of iedere kamer van een nationaal parlement raadpleegt, in voorkomend geval, de regionale parlementen met wetgevingsbevoegdheid".
Artikel 5, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie: "Krachtens het subsidiariteitsbeginsel treedt de Unie op de gebieden die niet onder haar exclusieve bevoegdheid vallen, slechts op indien en voor zover de doelstellingen van het overwogen optreden niet voldoende door de lidstaten op centraal, regionaal of lokaal niveau kunnen worden verwezenlijkt, maar vanwege de omvang of de gevolgen van het overwogen optreden beter door de Unie kunnen worden bereikt".
De "verklaring van Heiligendamm" van 16 juni 2015 is gezamenlijk aangenomen door de voorzitters van de deelstaatparlementen van Duitsland en Oostenrijk en het parlement van de deelstaat Zuid-Tirol. In deze verklaring wordt ervoor gepleit de regionale parlementen met wetgevingsbevoegdheden meer te betrekken bij het toezicht op en de toetsing van het subsidiariteitsbeginsel, en wordt erop aangedrongen dat de Commissie in officiële documenten, zoals het jaarverslag over subsidiariteit en evenredigheid en over de betrekkingen met de nationale parlementen, refereert aan de resoluties die dergelijke parlementen vaststellen in het kader van het mechanisme voor vroegtijdige waarschuwing in verband met het subsidiariteitsbeginsel.
http://europa.eu/rapid/press-release_SPEECH-16-3043_nl.htm
Protocol nr. 1 betreffende de rol van de nationale parlementen in de Europese Unie.
Zie de COSAC-website (http://www.cosac.eu/en/) voor gedetailleerde verslagen van de COSAC-vergaderingen, de COSAC-bijdragen en het antwoord van de Commissie daarop.
http://www.europarl.europa.eu/relnatparl/en/conferences/european-parliamentary-week.html.
http://www.ipex.eu/IPEXL-WEB/conference/getconference.do?id=082dbcc5559418240155963fbfde01d7.
http://www.ipex.eu/IPEXL-WEB/euspeakers/getspeakers.do?id=082dbcc54d8d4eaf014d9095cb270339.
Verordening (EU) 2016/794 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en tot vervanging en intrekking van de Besluiten 2009/371/JBZ, 2009/934/JBZ, 2009/935/JBZ, 2009/936/JBZ en 2009/968/JBZ van de Raad (PB L 135 van 24.5.2016, blz. 53).
Artikel 88, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie: "Het Europees Parlement en de Raad stellen volgens de gewone wetgevingsprocedure bij verordeningen de structuur, de werking, het werkterrein en de taken van Europol vast. Deze taken kunnen het volgende omvatten: a) de verzameling, opslag, verwerking, analyse en uitwisseling van informatie die met name door de autoriteiten van de lidstaten of van derde landen of instanties worden verstrekt; b) de coördinatie, organisatie en uitvoering van onderzoeken en operationele acties, die gezamenlijk met de bevoegde autoriteiten van de lidstaten of in gezamenlijke onderzoeksteams worden uitgevoerd, in voorkomend geval in samenwerking met Eurojust. Bij deze verordeningen wordt tevens bepaald op welke wijze de activiteiten van Europol door het Europees Parlement, tezamen met de nationale parlementen, worden gecontroleerd".
COM(2017) 2025 final.
EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 30.6.2017
COM(2017) 601 final
BIJLAGEN
bij het
VERSLAG VAN DE COMMISSIE
Jaarverslag 2016
over de betrekkingen tussen de Europese Commissie en de nationale parlementen
Bijlage 1
Totaal aantal door de Commissie in 2016 ontvangen adviezen per nationaal parlement/nationale kamer (in het kader van de politieke dialoog en het subsidiariteitscontrolemechanisme)
|
Lidstaat |
Kamer |
Totaal aantal adviezen 1 |
Aantal gemotiveerde adviezen (protocol nr. 2) 2 |
|
Italië |
Senato della Repubblica |
81 |
3 |
|
Roemenië |
Camera Deputaților |
70 |
2 |
|
Portugal |
Assembleia da República |
57 |
1 |
|
Duitsland |
Bundesrat |
47 |
0 |
|
Tsjechië |
Senát |
46 |
3 |
|
Roemenië |
Senat |
43 |
1 |
|
Frankrijk |
Assemblée nationale |
33 |
0 3 |
|
Italië |
Camera dei Deputati |
27 |
0 |
|
Frankrijk |
Sénat |
25 |
3 |
|
Zweden |
Riksdag |
23 |
12 |
|
Tsjechië |
Poslanecká sněmovna |
19 |
4 |
|
Polen |
Senat |
17 |
2 |
|
Verenigd Koninkrijk |
House of Lords |
17 |
0 |
|
Spanje |
Cortes Generales |
13 4 |
0 |
|
Oostenrijk |
Bundesrat |
11 |
4 |
|
Nederland |
Tweede Kamer |
8 |
3 |
|
Denemarken |
Folketing |
7 |
2 |
|
Slowakije |
Národná rada |
7 |
2 |
|
Litouwen |
Seimas |
7 |
1 |
|
Nederland |
Eerste Kamer |
7 |
1 |
|
Malta |
Kamra tad-Deputati |
6 |
5 |
|
Bulgarije |
Narodno sabranie |
6 |
3 |
|
Hongarije |
Országgyűlés |
6 |
2 |
|
Luxemburg |
Chambre des Députés |
6 |
2 |
|
Duitsland |
Bundestag |
5 |
0 |
|
Polen |
Sejm |
4 |
2 |
|
Letland |
Saeima |
4 |
1 |
|
Cyprus |
Vouli ton Antiprosopon |
4 |
0 |
|
Verenigd Koninkrijk |
House of Commons |
3 |
1 |
|
Ierland |
Houses of the Oireachtas |
3 |
0 |
|
Ierland |
Dáil Éireann |
2 |
2 |
|
Kroatië |
Hrvatski sabor |
2 |
1 |
|
Estland |
Riigikogu |
1 |
1 |
|
Ierland |
Seanad Éireann |
1 |
1 |
|
Oostenrijk |
Nationalrat |
1 |
0 |
|
Griekenland |
Vouli ton Ellinon |
1 |
0 |
|
België |
Belgische Senaat |
0 |
0 |
|
België |
Kamer van volksvertegenwoordigers |
0 |
0 |
|
Finland |
Eduskunta |
0 |
0 |
|
Slovenië |
Državni zbor |
0 |
0 |
|
Slovenië |
Državni svet |
0 |
0 |
|
TOTAAL |
620 |
65 |
|
Bijlage 2
Documenten van de Commissie waarover de Commissie in 2016 de meeste adviezen heeft ontvangen 5 (in het kader van de politieke dialoog en het subsidiariteitscontrolemechanisme)
|
Document van de Commissie |
Titel |
Totaal aantal adviezen 6 |
Aantal gemotiveerde adviezen (protocol nr. 2) 7 |
|
|
1 |
COM(2015) 610 |
Mededeling inzake het werkprogramma van de Commissie voor 2016: Tijd voor verandering |
25 |
0 |
|
2 |
COM(2016) 128 |
Voorstel voor een richtlijn tot wijziging van Richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten |
23 |
14 |
|
3 |
COM(2016) 270 |
Voorstel voor een verordening tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend (herschikking) |
14 8 |
8 |
|
4 |
COM(2015) 635 |
Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de onlineverkoop en andere verkoop op afstand van goederen |
12 9 |
1 |
|
5 |
COM(2016) 683 |
Voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende een gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting (CCCTB) |
11 10 |
8 |
|
6 |
COM(2016) 685. |
Voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende een gemeenschappelijke heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting |
11 11 |
8 |
|
7 |
COM(2015) 634. |
Voorstel voor een richtlijn betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud |
11 12 |
1 |
|
8 |
COM(2016) 52 |
Voorstel voor een verordening betreffende maatregelen tot veiligstelling van de gaslevering en houdende intrekking van Verordening (EU) nr. 994/2010 |
11 13 |
1 |
|
9 |
COM(2016) 53 |
Voorstel voor een besluit tot instelling van een mechanisme voor informatie-uitwisseling met betrekking tot intergouvernementele overeenkomsten en niet-bindende instrumenten tussen lidstaten en derde landen op energiegebied, en tot intrekking van Besluit nr. 994/2012/EU |
10 14 |
4 |
|
10 |
COM(2015) 750. |
Voorstel voor een richtlijn tot wijziging van Richtlijn 91/477/EEG van de Raad inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens |
10 15 |
1 |
|
11 |
COM(2015) 671. |
Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de Europese grens- en kustwacht en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2007/2004, Verordening (EG) nr. 863/2007 en Besluit 2005/267/EG van de Raad |
10 16 |
0 |
|
12 |
COM(2016) 378 |
Voorstel voor een richtlijn betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op een hooggekwalificeerde baan |
9 |
3 |
|
13 |
COM(2015) 595 |
Voorstel voor een richtlijn tot wijziging van Richtlijn 2008/98/EG betreffende afvalstoffen |
9 17 |
2 |
|
14 |
COM(2015) 625. |
Voorstel voor een richtlijn inzake terrorismebestrijding en ter vervanging van Kaderbesluit 2002/475/JBZ van de Raad inzake terrorismebestrijding |
9 18 |
0 |
|
15 |
COM(2015) 596 |
Voorstel voor een richtlijn tot wijziging van Richtlijn 94/62/EG betreffende verpakking en verpakkingsafval |
8 19 |
1 |
|
16 |
COM(2016) 271 |
Voorstel voor een verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 439/2010 |
8 20 |
0 |
Bijlage 3
Totale aantal door de Commissie in 2016 ontvangen adviezen per bevoegde dienst van de Commissie (in het kader van de politieke dialoog en het subsidiariteitscontrolemechanisme)
|
Bevoegde dienst van de Commissie |
Totaal aantal adviezen 21 |
|
DG Migratie en Binnenlandse Zaken |
113 |
|
Secretariaat-generaal |
59 |
|
DG Communicatienetwerken, Inhoud en Technologie |
58 |
|
DG Justitie en Consumentenzaken |
49 |
|
DG Belastingen en Douane-unie |
46 |
|
DG Werkgelegenheid, Sociale Zaken en Inclusie |
45 |
|
DG Interne markt, Industrie, Ondernemerschap en Midden- en kleinbedrijf |
41 |
|
DG Financiële Stabiliteit, Financiële Diensten en Kapitaalmarktenunie |
34 |
|
DG Energie |
32 |
|
DG Mobiliteit en Vervoer |
25 |
|
DG Milieu |
21 |
|
Europese Dienst voor extern optreden 22 |
14 |
|
DG Economische en Financiële Zaken |
13 |
|
DG Klimaat |
12 |
|
DG Landbouw en Plattelandsontwikkeling |
8 |
|
DG Handel |
7 |
|
DG Eurostat – Europese statistieken |
6 |
|
DG Onderwijs, Jongerenzaken, Sport en Cultuur |
6 |
|
DG Europees Nabuurschapsbeleid en Uitbreidingsonderhandelingen |
4 |
|
DG Begroting |
3 |
|
DG Gezondheid en Voedselveiligheid |
3 |
|
DG Maritieme Zaken en Visserij |
3 |
|
DG Onderzoek en Innovatie |
3 |
|
Dienst Instrumenten voor het buitenlands beleid |
3 |
|
DG Concurrentie |
1 |
|
DG Europese Civiele Bescherming en Humanitaire Hulp |
1 |
|
DG Internationale Samenwerking en Ontwikkeling |
1 |
|
DG Regionaal Beleid en Stadsontwikkeling |
1 |
|
TOTAAL |
612 23 |
Dit aantal omvat zowel de adviezen als de gemotiveerde adviezen van de nationale parlementen.
Overeenkomstig de definitie in protocol nr. 2 moet een advies, om als een gemotiveerd advies te worden beschouwd, duidelijk een inbreuk op het subsidiariteitsbeginsel vermelden en aan de Commissie worden toegezonden binnen een termijn van acht weken vanaf de datum van toezending van het wetgevingsvoorstel aan de nationale parlementen.
De Franse Assemblée nationale heeft een advies ingediend waarin een inbreuk op het subsidiariteitsbeginsel wordt vermeld. Dit advies werd echter ingediend meer dan acht weken na de datum waarop de Commissie het wetgevingsvoorstel aan de nationale parlementen had toegezonden.
Geregistreerd als dertien adviezen van twee kamers.
De tabel bevat alle documenten van de Commissie waarover ten minste acht adviezen werden ontvangen.
Dit aantal omvat zowel de adviezen als de gemotiveerde adviezen van de nationale parlementen.
Overeenkomstig de definitie in protocol nr. 2 moet een advies, om als een gemotiveerd advies te worden beschouwd, duidelijk een inbreuk op het subsidiariteitsbeginsel vermelden en aan de Commissie worden toegezonden binnen een termijn van acht weken vanaf de datum van toezending van het wetgevingsvoorstel aan de nationale parlementen.
Een van de adviezen betreffende dit document van de Commissie, dat van de CZ Poslanecká sněmovna, had betrekking op COM(2016) 270, COM(2016) 271 en COM(2016) 272. Eén advies, van de PT Assembleia da República, had betrekking op COM(2016) 197, COM(2016) 270, COM(2016) 271 en COM(2016) 272.
Zes adviezen, van de CZ Senát, de FR Sénat, de LU Chambre des Députés, de AT Bundesrat, de PT Assembleia da República en de RO Senat hadden betrekking op COM(2015) 634 en COM(2015) 635. De NL Eerste Kamer heeft twee adviezen ingediend, die betrekking hadden op COM(2015) 633, COM(2015) 634 en COM(2015) 635.
Acht adviezen, van de DK Folketing, de IE Dáil Éireann, de IE Seanad Éireann, de ES Cortes Generales, de LU Chambre des Députés, de MT Kamra tad-Deputati, de NL Tweede Kamer en de PT Assembleia da República hadden betrekking op COM(2016) 683 en COM(2016) 685. Een advies, van de NL Eerste Kamer, had betrekking op COM(2016) 683, COM(2016) 685 en COM(2016) 687.
Acht adviezen, van de DK Folketing, de IE Dáil Éireann, de IE Seanad Éireann, de ES Cortes Generales, de LU Chambre des Députés, de MT Kamra tad-Deputati, de NL Tweede Kamer en de PT Assembleia da República hadden betrekking op COM(2016) 683 en COM(2016) 685. Een advies, van de NL Eerste Kamer, had betrekking op COM(2016) 683, COM(2016) 685 en COM(2016) 687.
Een advies, van de IT Camera dei Deputati, had betrekking op COM(2015) 633 en COM(2015) 634. Zes adviezen, van de CZ Senát, de FR Sénat, de LU Chambre des Députés, de AT Bundesrat, de PT Assembleia da República en de RO Senat hadden betrekking op COM(2015) 634 en COM(2015) 635. De NL Eerste Kamer heeft twee adviezen ingediend, die betrekking hadden op COM(2015) 633, COM(2015) 634 en COM(2015) 635.
Twee adviezen, van de AT Bundesrat en de FR Assemblée nationale, hadden betrekking op COM(2016) 52 en COM(2016) 53. Twee adviezen, van de CZ Senát en de CZ Poslanecká sněmovna, hadden betrekking op COM(2016) 49, COM(2016) 51, COM(2016) 52 en COM(2016) 53.
Twee adviezen, van de FR Assemblée nationale en de AT Bundesrat, hadden betrekking op COM(2016) 52 en COM(2016) 53. Twee adviezen, van de CZ Senát en de CZ Poslanecká sněmovna, hadden betrekking op COM(2016) 49, COM(2016) 51, COM(2016) 52 en COM(2016) 53.
Een advies, van de CZ Senát, had betrekking op COM(2015) 750 en COM(2015) 624.
Een advies, van de RO Camera Deputaților, had betrekking op COM(2015) 671 en COM(2015) 673.
Een advies, van de FR Assemblée nationale, had betrekking op COM(2015) 593, COM(2015) 594, COM(2015) 595 en COM(2015) 596. Drie adviezen, van de CZ Senát, de IT Senato della Repubblica en de RO Senat, hadden betrekking op COM(2015) 593, COM(2015) 594, COM(2015) 595, COM(2015) 596 en COM(2015) 614. Twee adviezen, van de FR Sénat en de PL Senat, hadden betrekking op COM(2015) 594, COM(2015) 595 en COM(2015) 596. Een advies, van de DK Folketing, had betrekking op COM(2015) 595 en COM(2015) 596.
Een advies, van de FR Assemblée nationale, had betrekking op COM(2013) 534, COM(2015) 185, COM(2015) 624 en COM(2015) 625.
Een advies, van de FR Assemblée nationale, had betrekking op COM(2015) 593, COM(2015) 594, COM(2015) 595 en COM(2015) 596. Drie adviezen, van de CZ Senát, de IT Senato della Repubblica en de RO Senat, hadden betrekking op COM(2015) 593, COM(2015) 594, COM(2015) 595, COM(2015) 596 en COM(2015) 614. Twee adviezen, van de FR Sénat en de PL Senat, hadden betrekking op COM(2015) 594, COM(2015) 595 en COM(2015) 596. Een advies, van de DK Folketing, had betrekking op COM(2015) 595 en COM(2015) 596.
Eén advies, van de PT Assembleia da República, had betrekking op COM(2016) 197, COM(2016) 270, COM(2016) 271 en COM(2016) 272. Een advies, van de CZ Poslanecká sněmovna, had betrekking op COM(2016) 270, COM(2016) 271 en COM(2016) 272.
Dit aantal omvat zowel de adviezen als de gemotiveerde adviezen van de nationale parlementen.
De EDEO is geen dienst van de Commissie, maar een onafhankelijk orgaan.
Een initiatiefadvies van de FR Assemblée nationale en zeven initiatiefadviezen van het Britse House of Lords zijn alleen ter informatie ingediend en zijn niet toegewezen aan een dienst van de Commissie.