|
22.3.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 110/145 |
Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over de aanbeveling voor een besluit van de Raad houdende machtiging tot het openen van onderhandelingen over een verdrag tot oprichting van een multilateraal gerecht voor de beslechting van investeringsgeschillen
(COM(2017) 493 final)
(2019/C 110/27)
|
Rapporteur: |
Philippe DE BUCK |
|
Corapporteur: |
Tanja BUZEK |
|
Raadpleging |
13.12.2017 (Europese Commissie) |
|
Rechtgrondslag: |
Artikel 207 VWEU |
|
Bevoegde afdeling |
REX |
|
Goedkeuring door de afdeling |
23.11.2018 |
|
Goedkeuring door de voltallige vergadering |
12.12.2018 |
|
Zitting nr. |
539 |
|
Stemuitslag (voor/tegen/onthoudingen) |
206/3/3 |
1. Conclusies en aanbevelingen
|
1.1. |
Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) erkent ten volle dat de beslechting van geschillen tussen investeerders en staten (ISDS) in handels- en investeringsverdragen voor een aantal belanghebbenden wat betreft aspecten als legitimiteit, consistentie en transparantie steeds controversiëler is geworden. Deze kritiek omvat onder meer, maar is niet beperkt tot procedurele en inhoudelijke overwegingen. |
|
1.2. |
Het EESC heeft actief deelgenomen aan het debat over de hervorming en modernisering van de investeringsbescherming. Het heeft de adviezen REX/464 en REX/411 goedgekeurd, die beide meermaals bezorgdheid uiten en aanbevelingen doen. |
|
1.3. |
Het EESC is dan ook ingenomen met de inspanningen van de Commissie om onder auspiciën van Uncitral te komen tot een multilaterale hervorming van de ISDS en acht het van essentieel belang dat de EU open blijft staan voor alle benaderingen en ideeën die in verband met de hervorming van de ISDS naar voren zijn gekomen. |
|
1.4. |
Het EESC is met name ingenomen met de ruimere toezeggingen voor transparantie, waardoor niet-gouvernementele organisaties in staat worden gesteld de discussies te volgen en zelfs hieraan deel te nemen. |
|
1.5. |
Het EESC acht het essentieel dat Werkgroep III van Uncitral de bijdrage van alle relevante belanghebbenden in een streven naar meer inclusiviteit verwelkomt en dringt aan op een betere en evenwichtigere selectie van belanghebbenden. Het EESC verzoekt de Commissie voorts alles in het werk te stellen om het EESC actief bij de werkzaamheden van werkgroep III te betrekken. |
|
1.6. |
Het EESC heeft altijd beseft dat buitenlandse directe investeringen (BDI) in hoge mate bijdragen tot economische groei en dat buitenlandse investeerders dan ook wereldwijd moeten worden beschermd tegen rechtstreekse onteigening en discriminatie en soortgelijke rechten dienen te genieten als binnenlandse investeerders. |
|
1.7. |
Anderzijds heeft het EESC ook altijd benadrukt dat het recht van staten om in het algemeen belang te reguleren niet mag worden ondermijnd. |
|
1.8. |
In het kader van de oprichting van een multilateraal investeringsgerecht (MIC) benadrukt het EESC dat een aantal fundamentele kwesties moet worden aangepakt: het toepassingsgebied, de bescherming van het algemeen belang, de toegankelijkheid en de betrekkingen met de nationale rechter. |
|
1.9. |
Het toepassingsgebied: hoewel het EESC meent dat een meer holistische benadering die zowel bezorgdheid over materiële als procedurele aspecten van investeringsbescherming omvat, de voorkeur zou hebben, stelt het EESC vast dat het toepassingsgebied van het mandaat beperkt is tot de procedurele aspecten van de beslechting van geschillen tussen investeerders en staten. |
|
1.10. |
Algemeen belang: volgens het EESC is het essentieel dat het MIC op geen enkele wijze afbreuk doet aan het vermogen van de EU en de lidstaten om hun verplichtingen uit hoofde van internationale milieu-, mensenrechten- en arbeidsovereenkomsten na te komen, noch aan de bescherming van de consument. Verder moet het MIC beschikken over procedurele waarborgen tegen claims die gericht zijn op de nationale wetgeving inzake het algemeen belang. Daarom meent het EESC dat dit alleen in voldoende mate kan worden bereikt door de opname van een hiërarchieclausule en een uitzonderingsbepaling voor het algemeen belang. |
|
1.11. |
Rechten van derden en tegenvorderingen: het EESC beschouwt het toestaan van bijdragen van amicus curiae als een eerste stap, die echter in wezen bedoeld is om ervoor te zorgen dat rechters er rekening mee moeten houden, en is verheugd dat in het mandaat de mogelijkheid wordt opgenomen dat derden kunnen interveniëren. Het beveelt aan om de rol van derde partijen te onderzoeken, zoals omwonenden, werknemers, vakbonden, milieugroeperingen of consumenten. |
|
1.12. |
Betrekkingen met nationale rechtbanken: het MIC mag in geen geval afbreuk doen aan het rechtssysteem van de EU en de autonomie van het EU-recht. Het merkt op dat de betrekkingen tussen de nationale rechtbanken en het MIC door de verschillende belanghebbenden verschillend wordt beoordeeld, maar moedigt de Commissie aan om de uitputting van lokale middelen en de manier waarop zij in het kader van het MIC zou kunnen fungeren, nader onder de loep te nemen. |
|
1.13. |
Onafhankelijkheid en legitimiteit van de rechters: de benoeming van rechters op permanente basis is essentieel om een begin te maken met de opbouw van jurisprudentie en het verbeteren van de voorspelbaarheid, terwijl hun kwalificaties aantoonbare expertise op een breed rechtsgebied vereisen. Het EESC is ingenomen met de toezeggingen om duidelijke en hoogwaardige criteria vast te stellen om de rechtsstaat en het vertrouwen van de burgers te waarborgen en dringt aan op een transparante selectieprocedure die aan de beginselen van publieke controle wordt onderworpen. |
|
1.14. |
Een effectief systeem: terwijl een secretariaat moet worden belast met het effectieve beheer van het MIC moeten voldoende middelen worden gegarandeerd voor het functioneren ervan en moeten de administratieve kosten op een billijke basis door de partijen worden gedekt, rekening houdend met verschillende criteria. Het midden- en kleinbedrijf (mkb) moet dezelfde mate van bescherming en toegang tot geschillenbeslechting tegen redelijke voorwaarden en kosten genieten. Alle besluiten van het MIC moeten uitvoerbaar zijn en openbaar worden gemaakt. |
|
1.15. |
Hoog beschermingsniveau en mogelijke overgangsperiode: er moet op gewezen worden dat geen van de door de EU of de lidstaten gesloten overeenkomsten automatisch onder de jurisdictie van een MIC zullen vallen en dat gedurende een eventuele overgangsperiode de overeengekomen geschillenbeslechtingsprocedures zullen blijven gelden om een hoog niveau van bescherming van investeringen te waarborgen, gezien de grondwettigheid en levensvatbaarheid van een MIC krachtens het EU-recht. |
2. Achtergrond
|
2.1. |
Het systeem voor investeringsbescherming, dat aan de hand van meer dan 3 200 verdragen sinds de jaren zeventig tot stand is gekomen, behelst wezenlijk clausules inzake investeringsbescherming en clausules inzake de procedure voor geschillenbeslechting die voorzien in een mechanisme waarbij buitenlandse investeerders conform de wettelijke bepalingen van de verdragen vorderingen kunnen instellen tegen de staten van ontvangst (ISDS). |
|
2.2. |
Het EESC neemt kennis van een recente publicatie van beleidsanalist Joachim Pohl in het kader van de OESO-werkdocumenten over internationale investeringen, getiteld „Social benefits and costs of international investment agreements — a critical review of aspects and available empirical evidence” (1). |
|
2.3. |
De voorbije jaren stond de hervorming van de beslechting van geschillen tussen investeerders en staten (ISDS) centraal in het debat over het investeringsbeleid van de EU, waarbij het systeem van investeringsbescherming van een aantal belanghebbenden steeds omstredener werd in verband met de legitimiteit, consistentie en transparantie. Deze kritiek heeft onder meer betrekking op procedurele en inhoudelijke overwegingen. |
|
2.4. |
Deze zorgen werden met name geuit tijdens twee door de Europese Commissie gehouden openbare raadplegingen — de eerste tijdens de onderhandelingen over het trans-Atlantisch Partnerschap voor handel en investeringen (TTIP) (2) in 2014, de tweede in het kader van multilaterale hervormingsinspanningen ten aanzien van de beslechting van investeringsgeschillen (3) in 2017. |
|
2.5. |
Het Europees Parlement verzocht in zijn TTIP-resolutie van 8 juli 2015 de Commissie om „het ISDS-mechanisme te vervangen door een nieuw stelsel voor de afdoening van geschillen tussen investeerders en staten dat onderworpen is aan democratische beginselen en toetsing, waarbij potentiële geschillen op transparante wijze worden behandeld door van overheidswege benoemde beroepsrechters in openbare zittingen, in een hoger-beroepsinstantie is voorzien, gezorgd is voor consistentie in de uitspraken, de rechtsmacht van de rechters van de EU en van de lidstaten wordt gerespecteerd en particuliere belangen doelstellingen van overheidsbeleid niet kunnen ondermijnen” (4). |
Ontwikkelingen op EU-niveau
|
2.6. |
In reactie op de kritiek op het huidige ISDS-systeem en op druk vanuit het maatschappelijk middenveld om het te hervormen, stelde de Commissie het stelsel van investeringsgerechten (ICS) voor, een systeem voor de beslechting van geschillen tussen investeerders en staten, en nam dit op in de Brede Economische en Handelsovereenkomst (CETA) tussen de EU en Canada en de vrijhandelsovereenkomsten tussen de EU en Singapore en de EU en Vietnam. |
|
2.7. |
In dit verband is in artikel 8.29 van de CETA een specifieke bepaling opgenomen, waarin de partijen worden opgeroepen om eventueel in de toekomst een multilateraal investeringsgerecht (MIC) op te richten: De partijen streven samen met andere handelspartners naar de oprichting van een multilateraal investeringsgerecht en een beroepsmechanisme voor de beslechting van investeringsgeschillen. Bij de instelling van zo’n multilaterale beroepsmogelijkheid neemt het Gemengd Comité voor de CETA een besluit waarin wordt bepaald dat over investeringsgeschillen in het kader van deze afdeling zal worden besloten volgens die multilaterale beroepsmogelijkheid, en waarin wordt voorzien in passende overgangsregelingen. |
|
2.8. |
Geen van de voornoemde overeenkomsten is echter al geratificeerd en er is ook een zaak aanhangig bij het Hof van Justitie van de Europese Unie met betrekking tot het stelsel van investeringsgerechten in de CETA (5). Een uitspraak wordt pas over diverse maanden verwacht. |
|
2.9. |
Er bestaat geen hoofdstuk over investeringsbescherming in de economische partnerschapsovereenkomst tussen de EU en Japan vanwege het feit dat Japan het voorstel van de EU over het stelsel van investeringsgerechten niet kon aanvaarden. |
Betrokkenheid van het EESC
|
2.10. |
Gedurende dit proces heeft het Europees Economisch en Sociaal Comité actief deelgenomen aan het debat over de modernisering en hervorming van de bescherming van investeringen, en met name van het ISDS-systeem, onder meer door twee openbare hoorzittingen te organiseren in juni 2016 (6) en de meest recente in februari 2018 (7). In deze context keurde het EESC het advies REX/464 goed, „Het standpunt van het EESC inzake bepaalde belangrijke kwesties in het kader van de onderhandelingen over het trans-Atlantische partnerschap voor handel en investeringen (TTIP)” (8), alsook advies REX/411 „Bescherming van investeerders en beslechting van geschillen tussen investeerders en staten in handels- en investeringsovereenkomsten tussen de EU en derde landen” (9). |
|
2.11. |
Het EESC besefte dat buitenlandse directe investeringen (BDI) in hoge mate bijdragen tot economische groei; buitenlandse investeerders moeten dan ook wereldwijd worden beschermd tegen rechtstreekse onteigening en discriminatie en dienen soortgelijke rechten te genieten als binnenlandse investeerders. |
|
2.12. |
Tegelijkertijd benadrukte het EESC dat het recht van een staat om in het algemeen belang te reguleren essentieel is en niet ondermijnd mag worden door de bepalingen van enige internationale investeringsovereenkomst (IIA). Een ondubbelzinnige bepaling met horizontale toepassing om dit recht te garanderen is essentieel. |
|
2.13. |
Tot slot was het EESC van mening dat het door de Europese Commissie voorgestelde stelsel van investeringsgerechten een stap in de goede richting was, maar op een aantal terreinen verder moet worden verbeterd om als een onafhankelijke internationale rechterlijke instantie te kunnen functioneren. Voorts stelde het EESC vast dat sommige belanghebbenden zich afvragen of een apart investeringsarbitragesysteem wel nodig is in goed functionerende en sterk ontwikkelde nationale rechtsstelsels. |
|
2.14. |
Het EESC sprak zijn bezorgdheid uit over een aantal punten die meer specifiek betrekking hebben op ISDS in zijn advies over de bescherming van investeerders en beslechting van geschillen tussen investeerders en staten in handels- en investeringsovereenkomsten tussen de EU en derde landen (10). Deze omvatten: belangenconflicten en partijdigheid van arbiters; lichtzinnige vorderingen; de aard van de arbitrage-industrie; het gebruik van ISDS zonder andere verhaalsmogelijkheden te zoeken; het onnodig gebruik van ISDS tussen landen met ontwikkelde rechtssystemen; de mogelijke onverenigbaarheid van ISDS met EU-wetgeving; en ondoorzichtige procedures. |
Multilateraal niveau
|
2.15. |
Ondertussen vinden besprekingen over een hervorming van ISDS ook op multilateraal niveau plaats. Op 10 juli 2017 besloot de Commissie van de Verenigde Naties voor internationaal handelsrecht (Uncitral), na een formeel verzoek van tal van haar leden, waaronder de lidstaten van de Europese Unie (11), een door regeringen geleide Werkgroep III op te richten, die gemachtigd is om (1) zorgen ten aanzien van ISDS in kaart te brengen en te onderzoeken, (2) te onderzoeken of hervorming in het licht van vastgestelde zorgen wenselijk is en (3), indien de Werkgroep zou concluderen dat hervorming wenselijk is, relevante oplossingen te ontwikkelen om die aan de Commissie aan te bevelen (12). |
|
2.16. |
Vanuit een breder perspectief draagt de Conferentie van de Verenigde Naties voor handel en ontwikkeling (Unctad) ook bij aan het huidige debat over de hervorming van ISDS door te voorzien in een analyse van de huidige IIA’s-regeling en in aanbevelingen voor de modernisering van de IIA’s. Deze omvatten het bevorderen van gemeenschappelijke interpretaties van verdragsbepalingen, het wijzigen of vervangen van achterhaalde verdragen, het verwijzen naar wereldwijde normen, het aangaan van multilaterale dialogen en beëindiging van of terugtrekking uit oude verdragen (13). |
|
2.17. |
Volgens Unctad-statistieken, die tijdens de openbare hoorzitting van het EESC in februari 2018 naar voren kwamen, zijn de afgelopen jaren 107 investeringsovereenkomsten met ISDS beëindigd en niet vervangen. Vorig jaar zijn er meer investeringsovereenkomsten beëindigd dan afgesloten (14). Het EESC stelt vast dat sommige landen zijn begonnen hun benadering van ISDS te heroverwegen. |
|
2.18. |
Naast de hervorming van de ISDS wil het EESC benadrukken dat diverse beleidsinstrumenten ook kunnen bijdragen tot een levensvatbaar investeringsklimaat, zoals:
|
|
2.19. |
Tot slot neemt het EESC kennis van resolutie 26/9 van 26 juni 2014 van de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties tot instelling van een intergouvernementele werkgroep voor onbepaalde duur voor transnationale bedrijven en andere ondernemingen met betrekking tot de rechten van de mens, met als mandaat het uitwerken van een internationaal juridisch bindend instrument, aan de hand waarvan de activiteiten van transnationale ondernemingen en andere ondernemingen overeenkomstig het internationaal recht inzake de mensenrechten moeten worden gereguleerd (15). Dit zogenaamde bindende VN-verdrag, dat momenteel besproken wordt door de leden van de VN, is bedoeld om de internationale mensenrechtenverplichtingen voor de activiteiten van transnationale ondernemingen te codificeren. Volgens het EESC kan dit in de toekomst gevolgen hebben voor de handels- en investeringsverdragen. |
Mandaat van de Commissie
|
2.20. |
De Europese Commissie publiceerde op 13 september 2017 haar aanbeveling voor een Besluit van de Raad houdende machtiging tot het openen van onderhandelingen over een verdrag tot oprichting van een multilateraal gerecht voor de beslechting van investeringsgeschillen (16). Het mandaat, zoals gewijzigd door de lidstaten, is op 20 maart 2018 door de Raad goedgekeurd (17). |
|
2.21. |
De aangenomen onderhandelingsrichtsnoeren beogen de oprichting van een permanente rechtbank met onafhankelijke rechters die in staat zijn om op basis van bilaterale of multilaterale overeenkomsten onwrikbare, voorspelbare en consistente besluiten te nemen over investeringsgeschillen tussen investeerders en staten, wanneer beide (of ten minste twee) partijen bij deze overeenkomsten zijn overeengekomen om ze onder de jurisdictie van de rechtbank te plaatsen. Er is ook voorzien in een beroepstribunaal. Over het algemeen dient de rechtbank kosteneffectief, transparant en efficiënt te functioneren; dit geldt ook voor de benoeming van de rechters. De rechtbank moet ook openstaan voor interventies van derden (waaronder bijvoorbeeld belanghebbende milieu- of arbeidsorganisaties). |
3. Algemene opmerkingen
|
3.1. |
Het EESC is ingenomen met het werk van de Europese Commissie voor een multilaterale hervorming van de geschillenregeling voor investeerders en staten. Het EESC erkent ook de bredere dynamiek van de ISDS-hervorming, de multilaterale inspanningen in het kader van Uncitral en diverse nationale inspanningen. |
|
3.2. |
Het EESC acht het essentieel dat de EU open blijft staan voor alle opties voor de hervorming van de ISDS, met name gezien de diverse andere benaderingen en ideeën die naar voren zijn gekomen in verband met de hervorming van de ISDS. Door andere landen en organisaties uitgewerkte voorstellen moeten met name door de Uncitral-werkgroep III in overweging worden genomen en beoordeeld. |
|
3.3. |
In dit verband stelt het EESC vast dat de openbare raadpleging van de Commissie over „Opties voor een multilaterale hervorming van de beslechting van investeringsgeschillen” in de eerste plaats gericht was op technische kwesties omtrent de oprichting van een permanent MIC. Het EESC wil nadrukkelijk wijzen op de zeer uiteenlopende standpunten van belanghebbenden over de vraag of in de evaluatie van de Commissie rekening is gehouden met alternatieve meningen. |
|
3.4. |
Hoewel de onderhandelingen voor de oprichting van een multilateraal investeringsgerecht nog niet van start zijn gegaan en naar verwachting een lange en complexe aangelegenheid zullen zijn, is het EESC ingenomen met de grotere inzet van de Europese Commissie voor transparantie, met name door de publicatie van het ontwerpmandaat voor de onderhandelingen. Het EESC prijst de Raad voor de publicatie van het door de lidstaten goedgekeurde definitieve mandaat. Dit is een belangrijke stap om ervoor te zorgen dat het debat en de eventuele onderhandelingen op transparante, verantwoorde en inclusieve wijze plaatsvinden. |
|
3.5. |
Een debat onder auspiciën van Uncitral is een stap in de goede richting, met name wat betreft transparantie, aangezien niet-gouvernementele organisaties zo in staat worden gesteld de besprekingen te volgen en er zelfs aan deel te nemen. Het EESC merkt niettemin op dat nog niet alle relevante stakeholders toegang hebben gekregen tot de notulen en dat meer organisaties — die het bedrijfsleven, vakbonden en andere maatschappelijke organisaties vertegenwoordigen — in de context van Werkgroep III door Uncitral zouden moeten worden uitgenodigd. Het besluitvormingsproces zou volledig transparant en op consensus gebaseerd moeten zijn. |
|
3.6. |
Het EESC acht het essentieel dat de werkgroep de inbreng van alle belanghebbenden in een streven naar meer inclusiviteit verwelkomt en dat de selectie van stakeholders verder wordt verbeterd en evenwichtiger wordt. In dit verband dringt het Comité er bij de Europese Commissie op aan om ervoor te zorgen dat het EESC een actievere rol kan gaan spelen. |
|
3.7. |
De oprichting van een MIC is een langetermijnproject waarvoor de inzet van een kritische massa van staten die bereid zijn partijen bij het gerecht te worden, is vereist. Daarom zou de EU alle diplomatieke inspanningen moeten leveren die nodig zijn om derde landen te overtuigen aan de onderhandelingen deel te nemen. Het EESC acht het met name van belang dat dit project ook door ontwikkelingslanden wordt uitgevoerd en ondersteund. |
|
3.8. |
Elk toekomstig MIC zou ernaar streven de procedure voor geschillenbeslechting in aanhangig gemaakte zaken tussen investeerders en staten uit hoofde van een brede reeks bestaande internationale investeringsovereenkomsten te stroomlijnen. Ondanks een zekere mate van overeenstemming tussen materiële clausules inzake investeringsbescherming in bilaterale investeringsverdragen of vrijhandelsovereenkomsten met hoofdstukken over investeringsbescherming zal volledige harmonisatie van het systeem moeilijk te bereiken zijn. |
|
3.9. |
Dit zou een uitgebreidere hervorming vereisen. Hoewel het nog niet is ingevoerd en nog in behandeling is bij het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ), zou ICS — zoals voorzien in de Brede Economische en Handelsovereenkomst (CETA) (18) tussen de EU en Canada, de vrijhandelsovereenkomsten tussen de EU en Singapore (19), de EU en Vietnam en de EU en Mexico, waarbij er nog meer zullen volgen (20) — ervaring kunnen verschaffen voor en kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van regels voor een MIC. |
|
3.10. |
De doelstelling van de aanbeveling van de Europese Commissie is een nieuw systeem van geschillenbeslechting tussen investeerders en staten op te zetten. Het EESC erkent dat een aantal door het maatschappelijk middenveld geuite zorgen door het nieuwe systeem zouden kunnen worden aangepakt. Niettemin blijven een aantal fundamentele kwesties onopgelost die verder moeten worden verduidelijkt. |
Fundamentele kwesties
|
3.11. |
In het besef dat de multilaterale hervorming van de ISDS nog in de kinderschoenen staat, snijden belanghebbenden een aantal fundamentele kwesties aan in het kader van de oprichting van een MIC. Deze betreffen aspecten van het toepassingsgebied — of de hervorming nu betrekking heeft op materiële of procedurele aspecten van de bescherming van beleggingen, of beide; toegankelijkheid — of alleen beleggers vorderingen kunnen instellen op grond van een MIC of ook derden; en de toepassing van lokale rechtsmiddelen — of de beschikbare lokale rechtsmiddelen eerst moeten zijn gebruikt, voordat een belegger een zaak kan aanspannen op grond van een toekomstig MIC. In dit advies wordt op deze vragen ingegaan. |
|
3.12. |
In dit verband wil het EESC erop wijzen dat bij de eventuele oprichting van een MIC rekening moet worden gehouden met zowel het subsidiariteitsbeginsel als artikel 1 van het VEU, dat bepaalt dat „besluiten in zo groot mogelijke openheid en zo dicht mogelijk bij de burger worden genomen” (21). |
|
3.13. |
Het EESC neemt nota van de vrees dat het MIC leidt tot uitbreiding van het ISDS-systeem zonder dat eerst naar behoren de bestaande zorgen over de ICS worden behandeld, waaronder de verenigbaarheid ervan met het EU-recht. Het EESC is het ermee eens dat een internationale investeringsrechtbank in geen geval een algemeen substituut mag worden voor binnenlandse geschillenbeslechting in landen met adequate rechtsstelsels. |
|
3.14. |
Verscheidene belanghebbenden hebben grote bezorgdheid geuit over de eventualiteit dat de procedure wordt hervormd alvorens het door een toekomstig MIC toe te passen materiële recht te beoordelen en dat een geïnstitutionaliseerd multilateraal orgaan in staat wordt gesteld deze normen te interpreteren. Evenzo bestaat de vrees dat dit mogelijk op zichzelf tot een nieuwe juridische machtsbasis zal leiden. Andere belanghebbenden zijn het eens met de Europese Commissie, nl. dat het materiële recht in de ten grondslag liggende overeenkomsten wordt gedefinieerd. |
4. Omvang van de voorgestelde hervorming tussen materiële beschermingsclausules en de geschillenbeslechtingsprocedure
|
4.1. |
Het EESC stelt vast dat de reikwijdte van de voorgestelde multilaterale hervorming beperkt is gebleven tot de procedurele aspecten van de beslechting van geschillen tussen investeerders en staten. |
|
4.2. |
Hoewel het EESC van mening is dat een meer holistische benadering, die zowel bezorgdheid over materiële als procedurele aspecten van investeringsbescherming omvat, de voorkeur zou hebben, erkent het de complexiteit van een dergelijke benadering en de noodzaak om politieke steun op multilateraal niveau te vergaren. |
|
4.3. |
Gelet op de besprekingen die onder auspiciën van Uncitral zijn gevoerd, heeft Werkgroep III een aantal problemen in kaart gebracht. Hiertoe behoort de vraag of er kan worden toegewerkt naar een procedurele hervorming van de beslechting van geschillen tussen investeerders en staten vóór een materiële hervorming. Uncitral acht dit een moeilijke doch niet onmogelijke taak. In deze context zal Werkgroep III kwesties onderzoeken die verband kunnen houden met het procedurele aspect, maar die tegelijkertijd de legitimiteit en consistentie van het systeem als geheel significant kunnen beïnvloeden, zoals een gedragscode voor arbiters, financiering door derden en parallelle procedures. |
|
4.4. |
Materiële investeringsbescherming wordt gewoonlijk verleend via een aantal beginselen, waaronder nationale behandeling, meestbegunstigingsbehandeling, eerlijke en billijke behandeling en garantie van overdracht van kapitaal. Er gelden echter beperkingen voor zaken die buitenlandse investeerders kunnen aanspannen om geschillen te beslechten. Vorderingen kunnen bijvoorbeeld niet alleen op gronden van gederfde winst of loutere wijziging van nationale wetgeving worden gebaseerd. |
|
4.5. |
Staten nemen verschillende maatregelen om aan de geuite bezorgdheid tegemoet te komen. Deze variëren van meer holistische benaderingen, zoals het ontwikkelen van nieuwe overeenkomstmodellen die zijn gericht op de hervorming van zowel de materiële als de procedurele elementen van investeringsbescherming, tot meer gerichte benaderingen, toegespitst op de hervorming van ofwel de materiële ofwel de procedurele zijde van die bescherming. Het EESC stelt vast dat de EU al een begin heeft gemaakt met de bevordering van een meer holistische aanpak, in ieder geval op bilateraal niveau, via de ICS. |
|
4.6. |
De Commissie streeft ernaar dat een MIC na de oprichting het standaardmodel voor investeringsgerelateerde geschillenbeslechting wordt in alle toekomstige overeenkomsten van de EU, terwijl het uiteindelijk ook de procedurele mechanismen in bestaande investeringsovereenkomsten van de EU en de lidstaten moet vervangen. |
|
4.7. |
In dit verband zou de oprichting van een MIC, als het doorgaat, de bestaande ISDS zó moeten hervormen dat enerzijds effectieve bescherming van buitenlandse directe investeringen wordt gewaarborgd en anderzijds geheel aan de door belanghebbenden geuite zorgen wordt tegemoetgekomen. Wij zouden erop willen wijzen dat in dit opzicht aanzienlijke vooruitgang is geboekt, met name in de context van de meest recente moderne vrijhandelsovereenkomsten waarover de Unie onderhandeld heeft. |
5. Het algemeen belang
|
5.1. |
Volgens het EESC is het essentieel dat het MIC op geen enkele wijze afbreuk doet aan het vermogen van de EU en de lidstaten om hun verplichtingen uit hoofde van internationale milieu-, mensenrechten- en arbeidsovereenkomsten na te komen, noch aan de bescherming van de consument. |
|
5.2. |
In de eerste plaats moet de overeenkomst tot oprichting van het MIC een hiërarchieclausule bevatten die garandeert dat in geval van inconsistentie tussen een internationale investeringsovereenkomst en een internationale milieu-, sociale of mensenrechtenovereenkomst die voor een partij bij een geschil bindend is, de verplichtingen uit hoofde van de laatstvermelde internationale overeenkomst prevaleren, om te voorkomen dat voorrang wordt gegeven aan overeenkomsten van investeerders (22). Deze clausule is bijzonder belangrijk om ervoor te zorgen dat de partijen bij het MIC de nodige vrijheid hebben om de doelstellingen van de overeenkomst van Parijs te bereiken, die een belangrijke wijziging van de regelgeving vereist om een succesvolle energietransitie tot stand te brengen. |
|
5.3. |
Er zijn procedurele waarborgen nodig tegen vorderingen die gericht zijn op nationale wetgeving inzake het algemeen belang, teneinde het recht van een partij te waarborgen om naar eigen goeddunken in zijn regelgeving het algemeen belang boven de bescherming van de investeerder te stellen. Het EESC meent dat dit alleen in voldoende mate kan worden bereikt door de opname van een uitzonderingsbepaling voor het algemeen belang. Dit moet echter vergezeld gaan van passende garanties dat deze niet wordt misbruikt voor protectionistische doeleinden. In dit verband moet het reguleringsrecht op het gebied van sociale bescherming expliciet melding maken van collectieve overeenkomsten, inclusief tripartiete en/of algemene (erga omnes-) overeenkomsten, zodat zij niet als een schending van het gewettigd vertrouwen van een investeerder geïnterpreteerd kunnen worden (23). |
|
5.4. |
Het EESC merkt op dat artikel 8.18, lid 3, van de CETA er al voor zorgt dat een belegger geen claim mag indienen als de investering is gedaan door middel van frauduleuze, verkeerde voorstellingen, verzwijging, corruptie en gedragingen die neerkomen op misbruik van de procedure. Een eventuele toekomstige overeenkomst tot oprichting van het MIC moet ervoor zorgen dat deze clausule wordt uitgebreid tot het toepasselijke recht op het gebied van fraude, schendingen van de mensenrechten of schendingen van (internationale) milieu-, sociale of consumentenwetgeving. |
|
5.5. |
Ook zouden in de regels van het MIC strenge criteria moeten worden opgenomen om lichtzinnige vorderingen te voorkomen en te zorgen voor vroegtijdige afwijzing van „schijnzaken”. Het is belangrijk dat er vooraf versnelde procedures bestaan voor de afwijzing van lichtzinnige claims, omdat dit ingaat op een van de punten van kritiek op het huidige systeem en ervoor zorgt dat het in de toekomst niet misbruikt zal worden. Bovendien zal zo’n versnelde procedure voor oneigenlijke vorderingen bijdragen tot een vermindering van de kosten voor het functioneren van de rechtbank. |
|
5.6. |
Het EESC stelt vast dat tijdens zijn openbare hoorzitting onder meer de mogelijkheid van financiering van geschillen door derden aan de orde is gesteld. Financiering door derden strookt mogelijk niet met de oorspronkelijke doelstellingen van investeringsovereenkomsten en kan leiden tot perverse prikkels. Het EESC beveelt daarom aan om in het kader van het MIC de impact en de behoefte aan financiering door derden, en de regulering daarvan te onderzoeken (24). |
6. Rechten van derden en tegenvorderingen
|
6.1. |
Het EESC acht het een welkome eerste stap op weg naar een evenwichtig en rechtvaardig systeem om bijdragen van amici curiae (25) toe te staan, die momenteel al mogelijk zijn in het kader van een groot aantal ISDS-procedures. Het EESC vindt het echter essentieel dat het verdrag tot oprichting van het MIC niet alleen opmerkingen van amici curiae toelaat, maar ook dat de rechters er bij hun beraadslagingen rekening mee moeten houden. |
|
6.2. |
Het doet het EESC dan ook deugd dat in het mandaat voor het MIC de mogelijkheid van interventies door derden wordt opgenomen. Het EESC beveelt echter aan te onderzoeken of derden een rol kunnen spelen die verder gaat dan de huidige Uncitral-regels, teneinde te zorgen voor een evenwichtig en eerlijk systeem en effectieve rechten voor betrokken derden, zoals omwonenden, werknemers, vakbonden, milieugroeperingen of consumenten. |
|
6.3. |
Het EESC is ingenomen met de inspanningen van de Commissie in het kader van het voorstel voor een Investeringsgerecht in TTIP voor de mogelijkheid van interventies door derden en de verduidelijking in het mandaat dat zulke interventies openstaan voor alle belanghebbenden die een juridisch belang hebben bij een zaak. Het EESC verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat de permanente criteria van het MIC niet onnodig beperkend zijn en eerlijke toegang tot procedures mogelijk maken, volledig strokend met en in de geest van de verplichtingen van de EU in het kader van het Verdrag van Aarhus. |
|
6.4. |
Volgens sommige belanghebbenden moet het MIC ook in staat zijn om claims van derden en tegenvorderingen van staten tegen beleggers te horen, zoals conform bestaande ontwikkelingen in het kader van het oude ISDS-systeem. Deze kwestie roept een aantal juridische en praktische vragen op die zorgvuldig moeten worden onderzocht. Deze mogelijkheid hangt bijvoorbeeld af van het toepasselijke recht, d.w.z. de materiële bepalingen in de overeenkomsten die onder de bevoegdheid van het gerecht vallen. |
|
6.5. |
Het EESC verzoekt de Commissie erop toe te zien dat het MIC op zijn minst niet de deur sluit voor vorderingen van betrokken derden op buitenlandse investeerders. In die zin zou een verdrag tot oprichting van het MIC bepalingen kunnen bevatten die dergelijke vorderingen mogelijk maken wanneer de partijen bij een internationale overeenkomst zijn overeengekomen dat het MIC bevoegd is voor zulke geschillen. |
7. Betrekkingen met nationale rechtbanken
|
7.1. |
Het MIC mag in geen geval afbreuk doen aan het rechtssysteem van de EU en de autonomie van het EU-recht. Het EESC merkt op dat het in zijn advies REX/411 heeft gesteld dat er grote zorgen bestaan over de verhouding tussen de ISDS en de rechtsorde van de EU in verband met het EU-Verdrag en het constitutionele recht. Daarom meende het dat het „absoluut noodzakelijk [was] om het Hof van Justitie (HvJ) formeel om advies over ISDS te verzoeken, alvorens de bevoegde instellingen een besluit nemen en voordat er sprake is van voorlopige inwerkingtreding van een IIA, waarover de Commissie heeft onderhandeld.” |
|
7.2. |
In dit verband wil het EESC de aandacht vestigen op twee door het Europees Hof van Justitie behandelde zaken, die gebaseerd waren op het vroegere ISDS-arbitragesysteem en relevant zijn voor de discussie. Ten eerste heeft het Hof van Justitie in zijn advies 2/15 van 16 mei 2017 over de vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Singapore vastgesteld dat de EU geen exclusieve bevoegdheid heeft op het gebied van de ISDS, waarbij het oordeelde dat de ISDS „geschillen aan de rechterlijke bevoegdheid van de lidstaten” onttrekt. In de tweede plaats heeft het HvJ in zijn arrest in zaak C-284/16, Slowaakse Republiek tegen Achmea BV betreffende investeringsovereenkomsten binnen de EU, geoordeeld dat ISDS geschillen onttrekt aan de rechterlijke bevoegdheid van de lidstaten en, als gevolg daarvan, ook aan het stelsel van rechtsmiddelen in het rechtsstelsel van de EU. |
|
7.3. |
Het EESC prijst de Belgische regering voor haar verzoek om een advies conform artikel 218, lid 11, VWEU over de verenigbaarheid van het stelsel van investeringsgerechten in de CETA met de EU-Verdragen, zoals bepleit door het EESC in zijn advies over bepaalde belangrijke kwesties in het kader van de onderhandelingen over het trans-Atlantische partnerschap voor handel en investeringen (TTIP) (26). Het EESC hoopt dat advies 1/17 van het HvJ de EU-instellingen de broodnodige richtsnoeren zal verschaffen voor belangrijke kwesties in verband met het Europees constitutioneel recht. |
|
7.4. |
Het EESC erkent dat sommige belanghebbenden van mening zijn dat de meest doeltreffende manier om de bevoegdheden van de nationale rechtbanken te handhaven erin bestaat om de procesbevoegdheid van het multilateraal investeringsgerecht te beperken tot staten en internationale organisaties zoals de EU. Beslechting van geschillen tussen staten is ook het standaard mechanisme voor de beslechting van geschillen in het kader van het internationaal publiekrecht. Dit is reeds in verscheidene investeringsovereenkomsten gebruikt en verdient daarom de voorkeur in verband met het investeringsrecht. Het EESC merkt op dat andere belanghebbenden menen dat de beslechting van geschillen tussen investeerders en staten in het geval van investeringen een efficiëntere optie is, die volgens hen een neutrale, gedepolitiseerde en kosteneffectieve oplossing van geschillen biedt. Dit is nog steeds het standaardsysteem voor de beslechting van investeringsgeschillen sinds de invoering ervan tientallen jaren geleden. |
|
7.5. |
Het EESC stelt vast dat de relatie tussen nationale gerechten en het multilateraal investeringsgerecht door verschillende belanghebbenden verschillend wordt bekeken. Terwijl sommigen menen dat het multilateraal investeringsgerecht als ultimum remedium zou moeten worden beschouwd, d.w.z. na verplichte uitputting van lokale rechtsmiddelen, pleiten anderen ervoor dat de momenteel door de Commissie gevolgde „benadering van geen ommekeer” ook een goede basis vormt in de context van het multilateraal investeringsgerecht. |
|
7.6. |
In het kader van de „benadering van geen ommekeer” heeft een belegger het recht zich rechtstreeks tot de lokale rechtbanken of het ICS/MIC te wenden. Als de zaak echter eenmaal in een bepaald forum is afgerond, kan een investeerder die niet opnieuw via een ander forum openen. Volgens sommige belanghebbenden komt deze aanpak met succes tegemoet aan de bezorgdheid die is ontstaan doordat beleggers in diverse fora om opheldering kunnen vragen voor dezelfde vermeende schending. Zij merken ook op dat verscheidene internationale investeringsovereenkomsten deze aanpak volgen (27). Volgens een analyse van de Unctad (28) probeert de no U-turn clausule de gelijktijdige internationale vordering van een investeerder die beweert dat de IIA wordt geschonden, en een nationale procedure van de dochteronderneming van de investeerder die beweert dat een contract of het nationale recht wordt geschonden, uit te sluiten. |
|
7.7. |
De eis om eerst de nationale rechtsmiddelen uit te putten, is een grondbeginsel van het internationaal gewoonterecht en het internationaal recht inzake mensenrechten. Er zijn ook diverse investeringsovereenkomsten tussen lidstaten en derde landen die de aanvragers uitdrukkelijk verplichten om de nationale rechtsmiddelen uit te putten (29). De logica hierachter is dat de staat waar de schending heeft plaatsgevonden de gelegenheid krijgt om deze met eigen middelen te herstellen, binnen het kader van zijn nationale rechtsstelsel, en dat deze regel telkens wordt toegepast wanneer internationale en nationale procedures bedoeld zijn om hetzelfde resultaat te bereiken (30). Het Internationaal Gerechtshof oordeelde dat dit zo belangrijk is dat het niet kan worden uitgelegd als impliciet nietig verklaard door een internationale overeenkomst (31). Daarom achten sommige partijen het belangrijk dat deze regel expliciet wordt opgenomen in de overeenkomst tot oprichting van het MIC. |
|
7.8. |
In het licht van het bovenstaande moedigt het EESC de Commissie aan om de uitputting van lokale middelen en de manier waarop zij in het kader van het MIC zou kunnen fungeren, nader onder de loep te nemen. |
|
8. |
Onafhankelijkheid en legitimiteit van de rechters |
|
8.1. |
Ongeacht zijn institutionele structuur (een op zichzelf staande internationale organisatie of verbonden aan een bestaande instelling) zou de onafhankelijkheid van het MIC moeten worden gewaarborgd. De benoeming van rechters op permanente basis wordt beschouwd als een belangrijke factor voor de opbouw van jurisprudentie, waarbij dus de voorspelbaarheid wordt verbeterd en wordt afgestapt van de praktijk van ISDS, die vaak als „ad hoc” wordt gezien. |
|
8.2. |
Als het MIC er komt, moeten vaste rechters het uiteindelijke doel zijn. In de beginfase van de oprichting van het gerecht moet het zich kunnen organiseren, rekening houdend met het aantal zaken dat het gerecht zal behandelen. Dit hangt af van het aantal initiële partijen bij het verdrag tot oprichting van het gerecht en het aantal overeenkomsten die zij onder de bevoegdheid van het gerecht brengen. |
|
8.3. |
Hoewel de methode voor de benoeming van de rechters niet in de aanbevelingen van de Europese Commissie voor een mandaat is opgenomen, is het EESC ingenomen met het streven naar het vaststellen van duidelijke en strenge criteria, inclusief aangaande de kwalificaties van kandidaten en de naleving van een gedragscode, zoals de Magna Carta van rechters (32) — die het uitblijven van belangenconflicten en de onafhankelijkheid van de rechters zullen garanderen. Dit is essentieel om de rechtsstaat en het vertrouwen van het publiek te waarborgen. |
|
8.4. |
Ten aanzien van de kwalificaties van rechters zou niet alleen aantoonbare expertise moeten worden gevraagd op het gebied van internationaal publiek recht maar ook op terreinen als investerings-, consumenten-, milieu-, mensen- en arbeidsrecht en geschillenbeslechting. Dit is cruciaal om ervoor te zorgen dat de rechters over de nodige ervaring beschikken om de verschillende soorten zaken te behandelen, en in staat zijn de juridische context volledig te begrijpen en naar behoren te beoordelen, die betrekking heeft op verschillende sectoren en soorten investeringen die onder de bevoegdheid van het gerecht zullen worden gebracht. |
|
8.5. |
Voorts pleit het EESC voor een transparante procedure voor de benoeming van de rechters die criteria volgt die de gelijke vertegenwoordiging van alle partijen bij het verdrag tot oprichting van het gerecht zullen waarborgen. Het selectieproces moet transparant zijn en gebonden aan de beginselen van publieke controle. |
|
8.6. |
Het waarborgen van transparantie, toegankelijkheid van informatie voor het bredere publiek alsook toegankelijkheid voor belanghebbenden, bijvoorbeeld middels accreditatie, is een ander cruciaal element voor het verbeteren van de geloofwaardigheid en de legitimiteit van het systeem. De normen van Uncitral betreffende transparantie van op een verdrag gebaseerde arbitrage tussen investeerders en staten en het Verdrag van de Verenigde Naties inzake transparantie van op een verdrag gebaseerde arbitrage tussen investeerders en staten zouden een uitgangspunt moeten vormen voor de regels inzake transparantie in een toekomstig MIC. |
9. Een doeltreffend systeem
|
9.1. |
Het doeltreffende beheer van een MIC zou aan een secretariaat moeten worden overgelaten. Hoewel het momenteel niet duidelijk is of het gerecht een nieuw opgerichte organisatie zal zijn of aan een bestaande internationale organisatie zal zijn verbonden, moeten aan het secretariaat voldoende middelen beschikbaar worden gesteld. |
|
9.2. |
In het ontwerpmandaat wordt voorgesteld dat de administratieve kosten worden verdeeld tussen de partijen op een billijke grondslag, waarbij rekening wordt gehouden met factoren zoals de mate van economische ontwikkeling van de partijen, het aantal overeenkomsten per partij en de omvang van de internationale investeringsstromen of -bestanden van de partijen. |
|
9.3. |
In het ontwerpmandaat wordt geen uitspraak gedaan over de verwijzing in de proceskosten (uitgezonderd de bezoldiging van rechters, die volgens het voorstel vast zou moeten zijn). Het EESC vraagt om duidelijkheid hierover. |
|
9.4. |
Een aanzienlijk aantal directe buitenlandse investeringen wordt gedaan door kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s), die tegen redelijke voorwaarden en kosten dezelfde mate van bescherming en toegang tot geschillenbeslechting moeten genieten. |
|
9.5. |
De mogelijkheid te voorzien in een bemiddelingsmechanisme om partijen te helpen een geschil op minnelijke wijze op te lossen, zou ook moeten worden overwogen. |
|
9.6. |
Alle besluiten van het MIC moeten uitvoerbaar zijn en openbaar worden gemaakt. |
10. Hoog niveau van bescherming en mogelijke overgangsperiode
|
10.1. |
Er zij op gewezen dat een belangrijke basisvoorwaarde voor een onder de bevoegdheid van het gerecht te brengen overeenkomst is dat beide partijen bij de overeenkomst hun toestemming moeten verlenen. Dit houdt concreet in dat geen van de door de EU of de lidstaten van de EU getekende overeenkomsten automatisch aan de bevoegdheid van het gerecht zal worden onderworpen, tenzij de derde partij hier ook mee instemt. |
|
10.2. |
In dit verband blijven tijdens een mogelijke overgangsperiode tussen het huidige ISDS-systeem en het ICS, en tot de oprichting van een MIC, de overeengekomen geschillenbeslechtingsprocedures gelden om een hoog niveau van bescherming van de investeringen te garanderen, gezien de grondwettigheid en de levensvatbaarheid ervan krachtens de EU-wetgeving, hangende de zaak die door België aan het Hof van Justitie van de EU is voorgelegd (33). |
Brussel, 12 december 2018.
De voorzitter van het Europees Economisch en Sociaal Comité
Luca JAHIER
(1) http://www.oecd-ilibrary.org/finance-and-investment/societal-benefits-and-costs-of-international-investment-agreements_e5f85c3d-en
(2) http://trade.ec.europa.eu/consultations/index.cfm?consul_id=179
(3) http://trade.ec.europa.eu/consultations/index.cfm?consul_id=233
(4) http://www.europarl.europa.eu/sides/getDoc.do?pubRef=-//EP//TEXT+TA+P8-TA-2015-0252+0+DOC+XML+V0//NL
(5) Op 6 september 2017 vroeg België om een advies van het Hof van Justitie van de Europese Unie over de verenigbaarheid van het stelsel van investeringsgerechten met 1) de exclusieve bevoegdheid van het HvJ om te voorzien in de definitieve uitlegging van het recht van de Europese Unie; 2) het algemene gelijkheidsbeginsel en de vereiste van het „praktische effect” van het recht van de Europese Unie; 3) het recht op toegang tot de rechter, en 4) het recht op een onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke macht. (https://diplomatie.belgium.be/sites/default/files/downloads/ceta_summary.pdf).
(6) https://www.eesc.europa.eu/en/agenda/our-events/events/public-hearing-framework-eesc-own-initiative-opinion-position-eesc-specific-key-issues-ttip-negotiations
(7) https://www.eesc.europa.eu/en/agenda/our-events/events/multilateral-investment-court-hearing
(8) Zie het „Standpunt van het EESC inzake bepaalde belangrijke kwesties in het kader van de onderhandelingen over het trans-Atlantische partnerschap voor handel en investeringen (TTIP) (PB C 487 van 28.12.2016, blz. 30).
(9) Zie het initiatiefadvies van het EESC over Bescherming van investeerders en beslechting van geschillen tussen investeerders en staten in handels- en investeringsovereenkomsten tussen de EU en derde landen (PB C 332, 8.10.2015, blz. 45). Het advies bevat een bijlage waarin wordt verwezen naar een mogelijk multilateraal instrument voor de beslechting van geschillen tussen investeerders en staten.
(10) Zie voetnoot 9.
(11) De EU is geen staat en dus geen lid, maar geniet binnen Uncitral een versterkte waarnemersstatus.
(12) http://daccess-ods.un.org/access.nsf/Get?OpenAgent&DS=A/CN.9/WG.III/WP.142&Lang=E
(13) http://unctad.org/en/PublicationsLibrary/diaepcb2017d3_en.pdf
(14) Unctad IIA Issues Note, „Recent Developments in the International Investment Regime” (mei 2018), te raadplegen op http://investmentpolicyhub.unctad.org/Publications/Details/1186
(15) http://www.ohchr.org/EN/HRBodies/HRC/WGTransCorp/Pages/IGWGOnTNC.aspx
(16) http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=COM:2017:493:FIN
(17) http://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-12981-2017-ADD-1-DCL-1/nl/pdf
(18) https://www.eesc.europa.eu/en/agenda/our-events/events/multilateral-investment-court-hearing
(19) In advies 2/15 van 16 mei 2017 verstrekte het Hof van Justitie van de Europese Unie duidelijkheid over de aard van de vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Singapore, waarbij het verklaarde welke delen van de overeenkomst onder de exclusieve bevoegdheid van de EU vallen en welke delen onder zogeheten „gedeelde bevoegdheid” vallen en waarvoor de ratificatie door nationale parlementen is vereist. (https://curia.europa.eu/jcms/upload/docs/application/pdf/2017-05/cp170052nl.pdf).
(20) Bijvoorbeeld de vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Chili (die momenteel wordt geactualiseerd), de economische partnerschapsovereenkomst tussen de EU en Japan (die in 2017 werd gesloten en geen hoofdstuk over investeringsbescherming bevat, maar waarvan de partijen zijn overeengekomen dat de kwestie in de toekomst verder zal worden besproken en aangepakt), alsook de toekomstige vrijhandelsovereenkomsten met Australië en Nieuw-Zeeland.
(21) Bovendien maakt deze regel ook deel uit van internationale mensenrechtenverdragen, waaronder het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens (ECHR).
(22) Voor een kritische analyse van eerdere ISDS-rechtszaken zie Andreas Kulick, Global Public Interest in International Investment Law (Cambridge University Press 2012), blz. 225-306.
(23) Zie voetnoot 8.
(24) http://ccsi.columbia.edu/work/projects/third-party-funding-in-investor-state-dispute-settlement/
(25) Amicus curiae: letterlijk vriend van het hof. Een persoon met een uitgesproken interesse in of opvattingen over het onderwerp van een zaak, maar geen partij bij de zaak, kan bij de rechtbank een verzoek indienen om een korte toelichting te geven, ogenschijnlijk namens een partij, maar eigenlijk om een redenering uiteen te zetten die bij zijn eigen opvattingen aansluit. Voor meer informatie: https://legal-dictionary.thefreedictionary.com/amicus+curiae.
(26) Zie voetnoot 8.
(27) Veel door de VS en Canada gesloten overeenkomsten bevatten no-U-turnbepalingen. Bijvoorbeeld de Canada-Jordan BIT (2009) in artikel 26 over de voorwaarden voor de indiening van een verzoek om arbitrage.
(28) Unctad-reeks over Issues in International Investment Agreements II, Investor-State Dispute Settlement (Unctad, 2014): http://unctad.org/en/PublicationsLibrary/diaeia2013d2_en.pdf
(29) Zie bijv. artikel 5 van de BIT Duitsland-Israël (1976), artikel 8 van de BIT Egypte-Zweden (1978), artikel 7 van de BIT Roemenië-Sri Lanka (1981), artikel 8 van de BIT Albanië-Litouwen (2007), artikel XI van de BIT Uruguay-Spanje (1992), artikel X van de BIT Uruguay- Polen (1991).
(30) Interhandel (Zwits. v. V.S.), Preliminary Objections, 1959 I.C.J. Rep. 6, in 27 (21 maart). Te raadplegen op http://www.icj-cij.org/docket/files/34/2299.pdf, in 27.
(31) Elettronica Sicula S.p.A. (ELSI) (Italië v. VS), arrest, 1989 I.C.J. Rep. 15, 28 I.L.M. 1109 (20 juli), par. 50.
(32) https://rm.coe.int/16807482c6
(33) Zie voetnoot 5.