|
25.7.2018 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 262/28 |
Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad en de Europese Centrale Bank — Verdere stappen naar voltooiing van Europa's economische en monetaire unie: een routekaart
(COM(2017) 821 final), over de
mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad en de Europese Centrale Bank — Nieuwe begrotingsinstrumenten voor een stabiele eurozone binnen het kader van de unie
(COM(2017) 822 final), over de
mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad en de Europese Centrale Bank — Een Europees minister van economische zaken en financiën
(COM(2017) 823 final), over het
voorstel voor een richtlijn van de Raad tot vaststelling van bepalingen ter versterking van de begrotingsverantwoordelijkheid en de begrotingskoers op middellange termijn in de lidstaten
(COM(2017) 824 final — 2017/0335 (CNS)), en over het
voorstel voor een verordening van de Raad tot instelling van een Europees Monetair Fonds
(COM(2017) 827 final — 2017/0333 (APP))
(2018/C 262/05)
|
Rapporteur: |
Mihai IVAŞCU |
|
Corapporteur: |
Stefano PALMIERI |
|
Raadpleging |
Europese Commissie, 12.2.2018 en 28.2.2018 |
|
Rechtsgrondslag |
Artikel 304 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie |
|
|
|
|
Bevoegd |
Economische en Monetaire Unie, Economische en Sociale Samenhang |
|
Goedkeuring door de afdeling |
26.3.2018 |
|
Goedkeuring door de voltallige vergadering |
19.4.2018 |
|
Zitting nr. |
534 |
|
Stemuitslag (voor/tegen/onthoudingen) |
152/3/2 |
1. Conclusies en aanbevelingen
|
1.1 |
Het EESC waardeert de voorgestelde routekaart voor de voltooiing van de Europese monetaire unie (EMU), maar steunt deze niet geheel en enthousiast, aangezien voorbij is gegaan aan een aantal sociale, politieke en economische kwesties, waarop in een vorig advies al is gewezen. De voltooiing van de EMU vereist in de eerste plaats een krachtig politiek engagement, efficiënt bestuur en een beter gebruik van de beschikbare financiële middelen, teneinde zowel risicobeperking als risicodeling tussen de lidstaten daadwerkelijk aan te pakken. Daarom beklemtoont het EESC dat de beginselen van verantwoordelijkheid en solidariteit op EU-niveau hand in hand moeten gaan. |
|
1.2 |
Het is zeer teleurstellend dat de twee institutionele adviesorganen van de EU, het EESC en het CvdR, niet in de mededeling worden vermeld en dat de rol van het Europees Parlement nog steeds vrij beperkt is. Voorts is er evenmin sprake van een grotere deelname van de sociale partners en het maatschappelijk middenveld aan de evaluatie van het Europees semester. |
|
1.3 |
Het EESC heeft er meer dan eens op gewezen dat er een duidelijk gebrek is aan strategische visie op de toekomst en aan vermogen om adequaat te reageren op andere economische en financiële crises. Het EMU-pakket moet worden geëvalueerd en ten uitvoer gelegd, indachtig dat de Europeanen meer en beter Europa nodig hebben. |
|
1.4 |
De door het EESC bepleite sociale unie ontbreekt op de lijst van unies die samen de EMU vormen, terwijl een toezegging om de Europese pijler van sociale rechten te integreren, ontbreekt. |
|
1.5 |
Het EESC moet er opnieuw op wijzen dat hoe langer het huidige bezuinigingsbeleid zonder een doeltreffend investeringsplan wordt voortgezet, hoe meer de welvaart van Europa in gevaar komt. |
|
1.6 |
„Het dak repareren terwijl de zon schijnt” is van vitaal belang en moet snel gebeuren, na een geactualiseerde evaluatie van de oorzaken waarom „het dak kapot is gegaan” en van de verantwoordelijkheid hiervoor. Het EESC wijst erop dat er nieuwe financiële instrumenten moeten worden ontwikkeld om crises te voorkomen en procyclische maatregelen tegen te gaan. |
|
1.7 |
De voltooiing van de bankenunie en de kapitaalmarktenunie moet bovenaan op de agenda blijven staan. Het huidige voorstel bevat hoegenaamd niets over het Europese depositoverzekeringsstelsel, hoewel het EESC hierover al een advies heeft uitgebracht (1). Voorts moeten er stappen worden ondernomen om de oninbare leningen onmiddellijk en doeltreffend aan te pakken. |
1.8 Europees Monetair Fonds (EMF)
|
1.8.1 |
De voorgestelde taak van het nieuwe EFM, namelijk om te fungeren als een gemeenschappelijk vangnet voor het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds, is uiterst belangrijk en wordt ten volle ondersteund. Het EESC benadrukt echter dat deze maatregel niet als een gouden parachute mag gaan werken en banken ertoe mag aanzetten onnodige en gevaarlijke risico's te nemen. |
|
1.8.2 |
Het is van het allergrootste belang dat het EMF in de EU een actievere rol speelt, zoals het Internationaal Monetair Fonds op mondiaal niveau: ondersteuning van de economische ontwikkeling en het opvangen van schokken, en niet alleen het voorkomen van bankcrises. |
1.9 Verdrag inzake stabiliteit, coördinatie en bestuur (VSCB)
|
1.9.1 |
Het VSCB moet in het EU-recht worden opgenomen, samen met de omvorming van het ESM in het EMF, zonder dat de lidstaten de krenten uit de pap kunnen halen. |
|
1.9.2 |
Het EESC erkent de flexibele interpretatie van het stabiliteits- en groeipact (SGP), maar meent dat dit onvoldoende is en beveelt aan dat er op EU-niveau wordt bezien of strategische overheidsinvesteringen met een meerwaarde van de werkingssfeer van het SGP moeten worden uitgesloten. Dit moet niet worden gezien als een kostenpost, maar eerder als een bron van toekomstige inkomsten, die een soepele bedrijfscyclus mogelijk maakt en zorgt voor zowel kwalitatief hoogwaardige banen als minder ongelijkheden, zoals het EESC in eerdere adviezen (2) heeft bepleit en conform de duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen (SDG's) van de VN (3). |
|
1.9.3 |
Overheidsinvesteringen, inclusief sociale investeringen, zouden immers op korte termijn een grotere vraag genereren, maar ook het groeipotentieel op lange termijn vergroten, en zo ook iets doen aan de houdbaarheid van de overheidsschuld. |
1.10 Nieuwe begrotingsinstrumenten
|
1.10.1 |
Het EESC staat volledig achter het voorstel om een specifieke convergentiefaciliteit in te voeren voor de lidstaten die tot de eurozone willen toetreden. Technische ondersteuning moet gericht zijn op het verkrijgen van reële convergentie. |
|
1.10.2 |
Om de bestaande verschillen tussen de EU-economieën te verkleinen, is macro-economische stabilisatie van bijzonder belang, aangezien de lidstaten steeds minder onafhankelijk kunnen optreden ten gevolge van EMU-beperkingen. |
1.11 Minister van Economische Zaken en Financiën (MEF)
|
1.11.1 |
Het EESC onderschrijft de invoering van een minister van Economische Zaken en Financiën voor de EMU, als eerste stap op weg naar meer samenhang tussen de momenteel versnipperde beleidsgebieden. Zo iemand zou de eurozone in internationale organen moeten vertegenwoordigen, in volledige transparantie de voorgestelde eigen begroting van de eurozone beheren en de gewenste geaggregeerde begrotingskoers van de eurozone moeten vastleggen samen met de wijze waarop deze moet worden gerealiseerd. |
|
1.11.2 |
Het Commissievoorstel dreigt echter uit te lopen op een buitensporige consolidatie van uitvoerende macht in de handen van één en dezelfde persoon. Het EESC pleit dan ook voor verdere bezinning op en versterking van de democratische verantwoordingsplicht van de voorgestelde minister. |
2. Inleiding en algemene opmerkingen
|
2.1 |
Na jarenlang crisisbeheer, waarbij de voorkeur uitging naar de intergouvernementele methode om de institutionele gebreken van een onvolledige economische en monetaire unie (EMU) te verhelpen, is het EESC ingenomen met deze hernieuwde keuze voor de communautaire methode, de enige die de democratische legitimiteit van de besluitvorming op EU-niveau kan waarborgen en de integratie kan verdiepen. Tegen deze achtergrond vereist de voltooiing van de EMU krachtige politieke wil, efficiënt bestuur en een beter gebruik van de beschikbare financiële middelen. |
|
2.2 |
Het EESC waardeert het dat de voorgestelde routekaart ambitieus van opzet en tijd is en de goede richting opgaat, zoals het in eerdere adviezen heeft opgemerkt (4). De steun is echter niet onvoorwaardelijk en enthousiast, aangezien in dit pakket een aantal sociale, politieke en economische kwesties — die ook in eerdere adviezen zijn benadrukt — niet aan bod zijn gekomen. |
|
2.3 |
Ten eerste blijft de rol van het Europees Parlement (EP) te beperkt en wordt aan de twee institutionele adviserende comités van de EU, het EESC en het CvdR, voorbijgegaan. Er is geen sprake van een versterkte sociale en civiele dialoog over het Europees semester door een actievere betrokkenheid van de sociale partners en het maatschappelijk middenveld. In een eerder advies heeft het EESC het volgende gesteld: „En om redenen van democratische verantwoordingsplicht en betrokkenheid moeten […] het EP, de nationale parlementen, de sociale partners en het maatschappelijk middenveld een rol in het Europese semester spelen […]. De sociale dimensie moet op gelijke voet met de economische dimensie staan.” (5) |
|
2.4 |
De snelle en efficiënte voltooiing van de bankenunie is van het grootste belang om een concurrerend Europees ondernemingsklimaat te waarborgen en een echte Europese eenheidsmunt tot stand te brengen. |
|
2.5 |
Bovendien ontbreekt de door het EESC bepleite sociale unie in de lijst van unies die de EMU vormen. Er is geen toezegging gedaan om de Europese pijler van sociale rechten, die in november 2017 in Gothenburg (6) is aangekondigd, in het bestuur van de eurozone op te nemen. Sociale rechten moeten net zo belangrijk zijn als de economische vrijheden om het in het Verdrag verankerde begrip „sociale markteconomie” kracht bij te zetten. |
|
2.6 |
Bovendien lijkt de Commissie huiverig of bang te zijn om de term „politieke unie” te gebruiken en vervangt zij deze door zwakkere en minder expliciete termen zoals „democratische verantwoordingsplicht” en „versterkt bestuur”. Dit is niet gerechtvaardigd als duidelijk wordt uitgelegd dat een „politieke unie” niet per se één politieke entiteit is, maar veeleer een reeks kleine stappen waarbij de noodzaak van gemeenschappelijk politiek bestuur op EU-niveau op bepaalde gebieden wordt erkend. Dit begrip is zeer duidelijk uiteengezet in de adviezen van het EESC (7). |
|
2.7 |
Het pakket voor de economische en monetaire unie moet worden geëvalueerd en ten uitvoer gelegd, indachtig dat de Europeanen meer en beter Europa nodig hebben. Het EESC heeft er meer dan eens op gewezen dat het schort aan strategische visie op de toekomst en aan vermogen om adequaat te reageren op de economische en financiële crisis. Het uitgangspunt van het economisch bestuur van de EU moet zijn dat op EU-niveau een grotere meerwaarde kan worden bereikt dan wanneer de lidstaten afzonderlijk optreden (8). |
|
2.8 |
Ondanks het aanhoudende herstel zijn de gevolgen van de economische crisis in ons dagelijks leven en in het huidige beleid van de lidstaten nog steeds voelbaar. Het EESC heeft ervoor gewaarschuwd dat hoe langer het huidige bezuinigingsbeleid aanhoudt — dat in de eerste plaats op lagere uitgaven is gericht, zonder doeltreffend investeringsplan om inkomsten te genereren via groei, sociale cohesie en solidariteit — hoe duidelijker het wordt dat toenemende sociale ongelijkheid de economische integratie en de welvaart van Europa in gevaar brengt (9). |
|
2.9 |
Bovendien zijn de kapitaalmarkten verre van geïntegreerd en zijn zij nog niet in staat symmetrische en asymmetrische schokken op te vangen, zoals in de Verenigde Staten het geval was. Gezien de ontwikkeling van de onderhandelingen over de brexit en de komende terugtrekking uit de Europese interne markt van een van de grootste kapitaalmarkten ter wereld, is verdere versnippering waarschijnlijk. Er moeten maatregelen worden genomen om dit tegen te gaan. |
3. Oprichting van het Europees Monetair Fonds (EMF)
|
3.1 |
Het EESC is ingenomen met de omvorming van het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) tot het EMF en is van oordeel dat de voorgestelde institutionele verankering het vertrouwen in het vermogen van de EU om op toekomstige financiële en economische crises te reageren, verder zal vergroten. |
|
3.2 |
Het EESC wijst erop dat er nieuwe financiële instrumenten moeten worden ontwikkeld om crises te voorkomen en anticyclische maatregelen te bevorderen. De metafoor „repareer het dak terwijl de zon schijnt” geldt ook hier, net als voor het hele pakket. Nu het EMF het ESM zal opvolgen, met de huidige financiële en institutionele structuren, is het van groot belang zijn capaciteiten en vermogens te ontwikkelen, onder rechtstreeks toezicht van de Commissie, de Raad en het Europees Parlement en in nauwe samenwerking met de Europese Centrale Bank. |
|
3.3 |
Een zeer belangrijk nieuw element in het voorstel van de Commissie is dat het EMF kan zorgen voor een gemeenschappelijk vangnet voor het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds, zoals de lidstaten in 2013 zijn overeengekomen. Hoewel het EESC erkent dat het vangnet de banksector geloofwaardiger zal maken, wijst het erop dat de voorgestelde maatregel niet als gouden parachute mag fungeren, die banken ertoe aanzet onnodige en gevaarlijke risico's te nemen. |
|
3.4 |
De EU hoeft de financiële controle op de lidstaten niet te versterken, maar moet de bestaande financiële instrumenten doeltreffender en duurzamer maken. Het nieuwe EMF dient in de EU een actievere rol te spelen, zoals die van het Internationaal Monetair Fonds in internationaal verband: ondersteuning van de economische ontwikkeling in de EU en het opvangen van symmetrische en asymmetrische schokken, en niet alleen het voorkomen van bankcrises. |
|
3.5 |
Het EMF moet namelijk snel kunnen ingrijpen en asymmetrische schokken kunnen tegengaan die niet op lidstaatniveau kunnen worden aangepakt en die zich naar andere EU-landen kunnen verspreiden, waardoor de integriteit van de eurozone en de interne markt in gevaar komen. Lidstaten die de euro niet als munt hebben, maar wel deel uitmaken van de bankenunie, moeten ook de vruchten kunnen plukken van het EFM, mits zij inschrijven op en bijdragen aan het maatschappelijk kapitaal. |
|
3.6 |
Het toenemend aantal oninbare leningen blijft drukken op de balansen van banken en vormt een enorme last voor de verdere financiering van de EU-economie. Zij doen de kredietverlening krimpen, verstoren de krediettoewijzing, ondermijnen het marktvertrouwen en vertragen de economische groei. Om de omvang van deze leningen te beperken, zijn onmiddellijk maatregelen nodig, die bovenaan op de agenda van de Europese instellingen moeten blijven staan. |
|
3.7 |
Gezien de noodzaak om de geloofwaardigheid van het nieuwe EMF te vergroten, moeten tegelijk maatregelen worden genomen om crises te voorkomen en belastingbetalers te beschermen tegen aansprakelijkheid voor schulden van insolvabele banken. |
|
3.8 |
Het EMF moet in samenwerking met de Europese Centrale Bank (ECB) optreden, aangezien het EMF speculatieve aanvallen op lidstaten kan helpen voorkomen, terwijl de ECB alleen financiële middelen kan vrijmaken om aanvallen op grote economische systemen af te wenden. Daarom betreurt het EESC het dat de Commissie in het pakket niet heeft voorgesteld een debat te beginnen over de verbetering van het statuut van de ECB om naast prijsstabiliteit groei en volledige werkgelegenheid als tweede doelstelling van het monetair beleid op te nemen. |
|
3.9 |
Het EESC onderschrijft de adviserende rol van het Europees Parlement in verband met de benoemingsprocedure van de directeur van het EMF en de verplichting om aan het Parlement, de Raad en de Commissie jaarlijks verslag uit te brengen. |
|
3.10 |
Het huidige voorstel bevat absoluut niets over een Europees depositoverzekeringsstelsel. De Commissie heeft hierover in november 2015 een voorstel gedaan, maar de wetgevers zijn het tot nu toe nog niet eens kunnen worden, hoewel het EESC al advies heeft uitgebracht (10). |
4. Integratie van het Verdrag inzake stabiliteit, coördinatie en bestuur (VSCB) in het rechtskader van de Unie
|
4.1 |
Het EESC is ervan overtuigd dat het VSCB en het ESM beide op het hoogtepunt van de crisis zijn ingesteld als intergouvernementele oplossingen die in grote lijnen de beginselen verantwoordelijkheid en solidariteit op EU-niveau belichamen. Deze beginselen zijn volgens het Comité onlosmakelijk met elkaar verbonden en vooruitgang op het ene gebied is niet mogelijk zonder vooruitgang op het andere. Zij moeten daarom worden samengevoegd en binnen de EU-wetgeving op voet van gelijkheid worden behandeld, zonder dat de lidstaten selectief kunnen kiezen. Verantwoordelijkheid en solidariteit moeten in één pakket worden gepresenteerd. |
|
4.2 |
Hoewel het richtlijnvoorstel tot opname van het VSCB in het EU-recht rekening houdt met de flexibele interpretatie die de Commissie geeft aan de regels van het stabiliteits- en groeipact (SGP), heeft het EESC er al op gewezen dat deze flexibiliteit ontoereikend is en dat er op EU-niveau discussies moeten worden gestart over een volwaardige regel die overheidsinvesteringen met een meerwaarde uitsluit van de werkingssfeer van het SGP, doorgaans aangeduid als de „gouden regel”. |
|
4.3 |
Het EESC acht het voorstel om het VSCB, en met name het Begrotingspact, zonder enige extra flexibiliteit in het rechtskader van de EU op te nemen, dan ook problematisch, vooral als het gaat om overheidsinvesteringen of sociale overwegingen. Waar dit nodig is, moet dit soort investeringen worden gericht op verbetering van de productiviteit en het concurrentievermogen door middel van financiering van projecten op het gebied van onderzoek en ontwikkeling, fysieke en sociale infrastructuur, digitalisering van de economie en permanente ontwikkeling van vaardigheden om het hoofd te bieden aan technologische verandering en mondiale openheid. |
|
4.4 |
Evenwichtige begrotingen die overheidsinvesteringen met schuldfinanciering uitsluiten, zullen de economische ontwikkeling negatief beïnvloeden (door belastingverhogingen en bezuinigingen op de overheidsuitgaven). Overheidsinvesteringen — op het laagste niveau in de EU in de voorbije 20 jaar — mogen niet worden gezien als een kost en dus als onderdeel van overheidstekorten, maar eerder als een bron van toekomstige inkomsten, om een soepele bedrijfscyclus te bewerkstelligen en groei en werkgelegenheid te creëren. |
|
4.5 |
Het EESC onderschrijft het verslag van de door Romano Prodi en Christian Sautter voorgezeten taskforce op hoog niveau voor het stimuleren van investeringen in de sociale infrastructuur in Europa, om het scheppen van banen te versnellen en om het welzijn, de gezondheid, de huisvesting en de vaardigheden van mensen te verbeteren (11). |
|
4.6 |
Wordt men het erover eens dat op de toekomst gerichte productieve overheidsinvesteringen gunstiger behandeld zullen worden, dan kan de integratie van het VSCB samen met de EMF in het EU-rechtskader ons fiscale instrumentarium verrijken en een doeltreffender, legitiemer en democratischer bestuur van de EMU bevorderen. |
5. Nieuwe begrotingsinstrumenten voor een stabiele eurozone
|
5.1 |
De macro-economische stabiliseringsfunctie is van bijzonder belang, aangezien het ontbreken ervan een van de oorzaken van de strategische crisis in de EU was. Terwijl de lidstaten minder mogelijkheden hebben om zelfstandig op te treden en invloed uit te oefenen op de arbeidsmarkt en het socialezekerheidsstelsel, zijn er op Europees niveau nog geen sociale vangnetten gecreëerd die alle burgers in staat stellen de vruchten te plukken van groei en mondiale concurrentie (12). |
|
5.2 |
Het EESC staat volledig achter het voorstel om een specifieke convergentiefaciliteit in te voeren voor de lidstaten die tot de eurozone willen toetreden. Dit zou de rol van de eurozone op internationaal niveau versterken en het gebruik van de euro als munteenheid vergroten. De technische ondersteuning moet gericht zijn op het bereiken van reële convergentie, teneinde de risico's voor het algemeen welzijn van de burgers en de economieën van de kandidaat-lidstaten van de eurozone tegen te gaan en te beperken. |
|
5.3 |
Gezond begrotingsbeleid en investeringsgerichte uitgaven zijn de weg voorwaarts, indachtig het feit dat de hoge ratio's tussen overheidsschuld en bbp vaak het gevolg zijn van de economische crisis en recessie. Het EESC dringt daarom aan op een soepel mechanisme dat in geval van economische neergang snel kan worden toegepast en acht het voorgestelde percentage van 1 % van het bbp toereikend. |
|
5.4 |
Het EESC is voorstander van een begroting voor de eurozone als onderdeel van de EU-begroting. Dit zou vermijden dat nieuwe instellingen worden gecreëerd die een politieke wig kunnen drijven tussen landen van de eurozone en landen daarbuiten. Ingrijpende hervorming van de EU-begroting is hoe dan ook geboden. |
|
5.5 |
Zoals het EESC al heeft bepleit, zou een autonome en substantiële begroting voor de eurozone, met eigen specifieke belastinginkomsten, in geval van regionale schokken voorzien in een tijdelijke maar aanzienlijke overdracht van middelen, ernstige recessies in het gehele gebied tegengaan en voor de nodige financiële stabiliteit zorgen, met een macro-economische stabilisatiefunctie om investeringen te beschermen en werkloosheid en onzekere arbeidsvormen tegen te gaan (13). |
6. Europese minister van Economie en Financiën
|
6.1 |
Het EESC heeft herhaaldelijk gepleit (14) voor een minister van Economische Zaken en Financiën voor de EMU, als eerste stap op weg naar meer samenhang in het beleid, dat momenteel versnipperd is vanwege het aantal verschillende betrokken instellingen. Zo iemand zou de EMU in internationale organen moeten vertegenwoordigen. Hij of zij moet een eigen specifieke begroting beheren op basis van de beginselen van eenvoud, transparantie, billijkheid en democratische verantwoordingsplicht. De minister zou ook de gewenste geaggregeerde begrotingskoers van de eurozone moeten vastleggen samen met de wijze waarop deze moet worden gerealiseerd. |
|
6.2 |
De in de mededeling van de Commissie beschreven functies en kenmerken sluiten meer aan op die van een minister van Financiën van de eurozone dan van een minister van de gehele EU. Maar in het voorstel van de Commissie gaat het niet om een echte en daadwerkelijke minister van Financiën; de verkeerde benaming kan misplaatste verwachtingen en verwarring scheppen. |
|
6.3 |
Het EESC beschouwt de combinatie van de functie van vertegenwoordiger van de eurozone op EU-niveau met de functies van voorzitter van de Eurogroep, voorzitter van de Raad van gouverneurs van het nieuwe EMF en vicevoorzitter van de Europese Commissie een buitensporige consolidatie van uitvoerende macht in de handen van één persoon. Bovendien vindt het EESC het ondemocratisch om voor te stellen dat de voorzitter van de Eurogroep automatisch twee opeenvolgende mandaten krijgt om het mandaat van de Eurogroep samen te laten vallen met dat van de Europese Commissie. |
|
6.4 |
Het EESC vreest dat de voorgestelde structuur in zijn huidige vorm de rol van de Commissie en die van de Raad door elkaar haalt, waardoor het subtiele evenwicht tussen de communautaire belangen en de nationale belangen waarop de EU is gegrondvest, ondermijnd wordt. Het EESC pleit dan ook voor verdere bezinning op en versterking van de democratische verantwoordingsplicht van de voorgestelde minister. |
|
6.5 |
Het is ook onduidelijk in de mededeling of er meer ministerposten zullen worden gecreëerd of dat het slechts om één post gaat. Deze post is alleen zinvol als de EU over een eigen begroting en eigen belastinginkomsten beschikt, vergezeld van instrumenten en beleidsmaatregelen voor het beheer van de begroting, zodat economische groei en sociale gelijkheid kunnen worden bevorderd. |
Brussel, 19 april 2018.
De voorzitter van het Europees Economisch en Sociaal Comité
Luca JAHIER
(1) Europees depositoverzekeringsstelsel, PB C 177 van 18.5.2016, blz. 21
(2) Economisch beleid in de eurozone (2016) PB C 177 van 18.5.2016, blz. 41; Economisch beleid in de eurozone (2017) PB C 173 van 31.5.2017, blz. 33; en Economisch beleid in de eurozone 2017 (aanvullend advies), PB C 81 van 2.3.2018, blz. 216.
(3) Duurzame ontwikkelingsdoelstellingen..
(4) CCI/Belangrijke hervormingen van het economische beleid, PB C 271 van 19.09.2013, blz. 45, Voltooiing van de EMU — de volgende Europese legislatuur PB C 451 van 16.12.2014, blz. 10 en Voltooiing van de EMU: de politieke pijler, PB C 332 van 8.10.2015 blz. 8
(5) Verdieping van de EMU voor 2025, par. 1.5, PB C 81 van 2.3.2018, blz. 124.
(6) Europese pijler van sociale rechten
(7) Voltooiing van de EMU: de politieke pijler, PB C 332 van 8.10.2015 blz. 8 en Verdieping van de EMU voor 2025, PB C 81 van 2.3.2018, blz. 124.
(8) EU-financiën voor 2025, par. 1.2 en 1.3, PB C 81 van 2.3.2018, blz. 131.
(9) Een democratische en sociale EMU door de communautaire methode, par. 1.2, PB C 13 van 15.1.2016, blz. 33
(10) Europees depositoverzekeringsstelsel, PB C 177 van 18.5.2016, blz. 21
(11) L. Fransen, G. del Bufalo en E. Reviglio, Boosting Investment in Social Infrastructure in Europe. Report of the High-Level Task Force on Investing in Social Infrastructure in Europe, European Economy Discussion Paper, nr. 74, januari 2018.
(12) EU-financiën voor 2025, par. 3.3.1, PB C 81 van 2.3.2018, blz. 131.
(13) EU-financiën voor 2025, par. 3.3, PB C 81 van 2.3.2018, blz. 131.
(14) Een nieuwe impuls voor groei, par. 3.2, PB C 143 van 22.5.2012, blz. 10; Voltooiing van de EMU: de politieke pijler, par. 4.3.1 en 4.3.4, PB C 332 van 8.10.2015, blz. 8; Economisch beleid in de eurozone (2016), par. 3.5, PB C 177 van 18.5.2016, blz. 41; Economisch beleid in de eurozone (2017), par. 1.13, PB C 173 van 31.5.2017, blz. 33 en Verdieping van de EMU voor 2025, par. 1.11, PB C 81 van 2.3.2018, blz. 124.