8.6.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 197/17


Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over de „mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s — Het jaarlijkse werkprogramma van de Unie voor Europese normalisatie voor 2018”

(COM(2017) 453 final)

(2018/C 197/03)

Afdelingsrapporteur:

Juan MENDOZA CASTRO

Raadpleging

Europese Commissie, 9.10.2017

Rechtsgrondslag

Artikel 304 VWEU

Bevoegde afdeling

Interne Markt, Productie en Consumptie

Goedkeuring door de afdeling

18.12.2017

Goedkeuring door de voltallige vergadering

17.1.2018

Zitting nr.

531

Stemuitslag

(voor/tegen/onthoudingen)

195/1/0

1.   Conclusies en aanbevelingen

1.1.

Het Comité is ingenomen met het normalisatieprogramma voor 2018, met name de maatregelen op sociaal en milieugebied, maar beveelt aan dat in toekomstige versies een overzicht van de verwezenlijkingen van eerdere programma’s wordt opgenomen.

1.2.

Het beveelt aan om alle maatregelen op het gebied van ICT onder te brengen in één document.

1.3.

Het dringt er bij de Commissie op aan nauwlettend toe te zien op mogelijk misbruik van octrooiregels en gesloten normen.

1.4.

Het Comité benadrukt de rol van de Commissie in het Europees normalisatiesysteem, dat van essentieel belang is voor de ontwikkeling van de interne markt en dat van de EU een wereldleider maakt op dit gebied.

1.5.

Het EESC verzoekt de Commissie om voldoende begrotingsmiddelen en personeel te blijven voorzien om de doelstellingen van Verordening (EU) nr. 1025/2012 te verwezenlijken.

1.6.

De inspanningen van de belangrijkste normalisatieactoren zouden een gedetailleerde follow-up moeten krijgen. Het EESC zou, als prioriteit, een ad-hocforum over de inclusiviteit van het Europees normalisatiesysteem kunnen oprichten.

1.7.

Het Comité is van mening dat de 27 voor 2018 geplande acties over het algemeen geschikt zijn, maar vraagt aandacht voor de volgende aspecten:

De digitale eengemaakte markt: het EESC maakt zich zorgen omdat wereldwijd geldende „de facto”-normen vaak worden aangestuurd door industriële giganten van buiten de EU, met alle negatieve gevolgen van dien;

Nieuwe normen voor ethanol: het EESC beveelt nadrukkelijk aan rekening te houden met de milieubescherming;

Het Comité is bijzonder ingenomen met de verschillende acties die gericht zijn op een aanzienlijke verbetering van de milieubescherming en de volksgezondheid;

Normen voor medische hulpmiddelen: het EESC vindt dat ook naar de kosteneffectiviteit moet worden gekeken;

Harmonisatie van de emissiecriteria in de vervoerssector: het EESC wijst erop dat er sinds de eerste stappen in 1995 nauwelijks vooruitgang is geboekt.

1.8.

Het EESC steunt de plannen van de Commissie op het gebied van internationale samenwerking maar vestigt de aandacht op het feit dat een groeiend aantal normen tegenwoordig op internationaal niveau wordt vastgesteld, zonder een gecoördineerde Europese inbreng.

1.9.

Het EESC pleit ervoor dat de Europese normalisatie-instellingen de procedures voor de in bijlage III bedoelde organisaties om toegang te krijgen tot het normalisatieproces vereenvoudigen, om zo de drempel voor hun effectieve deelname te verlagen.

1.10.

Het EESC is ingenomen met de verschillende maatregelen van het gezamenlijk initiatief inzake normalisatie (GIN), maar vindt dat ook rekening moet worden houden met de indirecte gevolgen van de normalisatieactiviteiten op kwesties zoals de verplaatsing van banen, inclusiviteit van de samenleving, onderwijs en opleiding enz.

2.   De voorstellen van de Commissie

2.1.

Het jaarlijkse werkprogramma van de EU richt zich op de problemen en overwegingen met betrekking tot essentiële standaardoctrooien, ICT-normalisatie, de internationale dimensie van normalisatie en op autonome voertuigen, en vormt hiervan een afspiegeling.

2.2.

Het houdt ook rekening met het gezamenlijk initiatief inzake normalisatie van juni 2016 (1).

2.3.

Er worden acties vastgesteld met het oog op de volgende strategische prioriteiten ter ondersteuning van relevante initiatieven in het kader van het werkprogramma van de Commissie voor 2017 en de uit deze initiatieven voortvloeiende normalisatiebehoeften voor 2018:

De strategie voor de digitale eengemaakte markt;

De strategie voor de energie-unie;

De Europese ruimtevaartstrategie;

Het EU-actieplan voor de circulaire economie;

Het Europees defensieactieplan;

Een diepere en eerlijkere interne markt met een sterkere industriële basis.

2.4.

De Commissie zal interinstitutionele training organiseren zodat wetgevers en medewetgevers een beter inzicht krijgen in het gebruik van normen bij de tenuitvoerlegging van wetgeving en beleid.

2.5.

Zij vraagt de Europese normalisatie-instellingen zich te blijven inspannen om het werk van de in bijlage III bedoelde organisaties en van alle geïnteresseerde belanghebbenden te vergemakkelijken en deze inspanningen te intensiveren, waarbij speciaal aandacht moet worden besteed aan hun interne regels en procedures en aan het werken op internationaal niveau, met name binnen de ISO en de IEC.

3.   Algemene opmerkingen

3.1.

Het EESC is ingenomen met het jaarlijkse werkprogramma voor 2018, zoals voorgesteld door de Commissie, dat betrekking heeft op sociale kwesties en enkele belangrijke milieukwesties, met inbegrip van de circulaire economie, klimaatverandering en schone energie. Wel is het van mening dat de toekomstige versies een samenvatting zouden moeten bevatten waarin gedetailleerd wordt uiteengezet in hoeverre de eerdere jaarprogramma’s zijn verwezenlijkt.

3.2.

De platforms en coördinatiemechanismen op ICT-gebied moeten worden gestroomlijnd om dubbel werk en een eventueel gebrek aan coördinatie te voorkomen. Alle normalisatiewerkzaamheden op dit gebied moeten worden opgenomen in één document.

3.3.

Open normen zijn belangrijk voor de industriële en technologische ontwikkeling in de EU. Het Comité dringt er bij de Commissie op aan te voorkomen dat het gebruik strijdig is met de mededingingsbeginselen van de octrooiregels en de „closed source”-normen. In het geval van essentiële octrooien (standard essential patents, SEP’s) zijn wij voorstander van eerlijke, redelijke en niet-discriminerende licentievoorwaarden (fair, reasonable and non-discriminatory, FRAND).

3.4.

Het normalisatiemodel verschaft de EU de status van wereldleider. Het EESC wijst erop dat de Commissie hierbij een grote rol speelt. De eenvormigheid en samenhang van het geheel van Europese normen worden gewaarborgd door het onderliggende beginsel van „één norm, één test — aanvaard in heel Europa”. Dit biedt bedrijven een goed investeringsklimaat en juridische en financiële zekerheid.

3.5.

Gezien de specifieke aard en het belang van het Europees normalisatiesysteem (ESS) voor de industrie, kmo’s, consumenten en werknemers, dringt het EESC er bij de Commissie op aan de begrotings- en personele middelen op peil te houden om de doelstellingen van Verordening (EU) nr. 1025/2012 te kunnen verwezenlijken.

3.6.

Het EESC zou graag zien dat een grondige follow-up plaatsvindt van de inspanningen van de belangrijkste normalisatieactoren, om het inclusieve karakter van het ENS te versterken. Het EESC zou, als prioriteit, een ad-hocforum over de inclusiviteit van het Europees normalisatiesysteem kunnen oprichten. Deze instantie zou ermee belast worden een jaarlijkse openbare hoorzitting te organiseren om de vorderingen ter zake te beoordelen.

3.7.

Aangezien er tot op heden nog geen bevredigende respons is gekomen op de conclusies van het Europees Hof van Justitie in de zaak James Elliott (2), waarin voor het eerst werd erkend dat Europese normen deel uitmaken van de EU-wetgeving, benadrukt het EESC dat het belangrijk is dat de Commissie controle uitoefent op de normalisatiewerkzaamheden, in nauwe samenwerking met de andere Europese instellingen, en dringt het erop aan deze kwestie op interinstitutioneel niveau te bespreken.

3.8.

Het EESC stelt voor dat de Commissie het raadplegingsproces van het voorontwerp van het jaarlijkse werkprogramma van de Unie onder de loep neemt, omdat het geen strategische visie, geen structuur, geen context en geen motivering van de ingediende voorstellen bevat.

4.   Opmerkingen over de in 2018 te nemen maatregelen

Een nieuwe impuls voor banen, groei en investeringen

4.1.   Vaststelling van gestandaardiseerde regels voor de vervaardiging van meststoffen (waaronder organische) (3)

Het EESC heeft al eerder opgemerkt dat verscheidene definities en normen met betrekking tot meststoffen die zijn vervaardigd uit secundaire grondstoffen, niet duidelijk zijn. Met het oog op een betere tenuitvoerlegging van de nieuwe verordening beveelt het Comité aan deze meer te integreren en te harmoniseren met de bestaande afvalstoffenrichtlijn (4), en ook het belang van milieuoverwegingen niet uit het oog te verliezen als het gaat om meststoffen.

Digitale eengemaakte markt

4.2.   Verbetering van de kwaliteit van vaste en draadloze mobiele diensten (5)

4.2.1.

Normalisatie speelt op dit gebied een onbetwistbare rol en voorkomt versnippering van de markt, wat tot concurrentieverstorende praktijken kan leiden (6).

4.2.2.

Het EESC staat volledig achter de strategie van de Commissie voor een digitale eengemaakte markt, maar wijst erop dat deze belangrijke gevolgen heeft voor de organisatie van de Europese arbeidsmarkt, aangezien een groeiend aantal „crowdworkers” voor platforms werken, in vaak zeer kortdurende en „vluchtige” arbeidsverhoudingen.

4.2.3.

De digitalisering van de industrie is een wereldwijde trend die de komende jaren alleen maar zal toenemen. ICT-normen zijn essentieel voor de ontwikkeling van digitale technologieën in tal van industriële sectoren. Wereldwijd geldende „de facto”-normen worden echter vaak aangestuurd door industriële giganten van buiten de EU.

4.2.4.

De ontwikkeling van nationale, Europese of internationale normen door de officiële normalisatie-instellingen (CEN, Cenelec, ETSI) duurt te lang gelet op de snel veranderende digitale technologie. Daarom ontwikkelen bedrijven hun eigen normen — in veel kortere tijd en met hun eigen regels.

4.2.5.

Het risico bestaat dat de ontwikkeling van normen een ondoorzichtige en exclusieve aangelegenheid wordt.

4.3.   Vaststellen van normen die de ontwikkeling van het 5G-netwerk in de 26 GHz band (24,25 — 27,50 GHz) en banden met hogere millimetergolven vergemakkelijken (7)

Het EESC is van mening dat deze maatregel van wezenlijk belang is om de leidende positie van de EU bij de uitrol van 5G-technologieën te behouden.

4.4.   Vaststellen van gemeenschappelijke normen voor het verbeteren van de radiocommunicatiesystemen, uitwisseling van passagiersgegevens en tijdschema’s en IT-beveiliging (8)

Het EESC stelt voor om ook de technologische veranderingen en nieuwe bedrijfsmodellen in de toeristische sector te normaliseren en de ontwikkeling van geïntegreerde slimme kaartverkoop- en informatiediensten te bevorderen.

4.5.   Interoperabiliteit en uitwisseling van gegevens tussen ondernemingen ter bevordering van efficiëntere vervoers- en logistieke diensten (9)

De Commissie stelt „aanvullende maatregelen” voor met het oog op de vaststelling van normen. Toch is het belangrijk te herinneren aan de grote uitdagingen waarvoor deze sector zich gesteld ziet, gezien de huidige situatie: herhaalde indiening van gegevens in verschillende systemen wegens een mozaïek van niet-interoperabele normen; gebrek aan onderling verbonden systemen en onvoldoende vertrouwen in de bescherming van gevoelige gegevens; elektronische vervoersdocumenten die niet worden erkend door autoriteiten, banken en verzekeringsmaatschappijen; gebrek aan een kritische massa van belanghebbenden die gegevens delen en nieuwe zakelijke mogelijkheden verkennen (10).

Een schokbestendige Energie-unie met een toekomstgericht beleid inzake klimaatverandering

4.6.   Vaststellen van nieuwe sensoren en meetmethoden voor de beoordeling van de luchtkwaliteit (11) ; Toezicht houden op de uitstoot van ammoniak (HN3), chloor en chloordioxide in de lucht en van waterstoffluoride of totaal gasvormige fluoriden door industriële sectoren (12); Mensen beschermen tegen gevolgen voor de gezondheid veroorzaakt door polycyclische aromatische koolwaterstoffen (13)

Het Comité is ingenomen met de voorgestelde verbeteringen die gericht zijn op een aanzienlijke verbetering van de milieubescherming en de volksgezondheid. De blootstelling van de bevolking aan polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s), waarvan er vele bekend staan als kankerverwekkende stoffen, wordt al geruime tijd als zorgwekkend beschouwd en er zijn verschillende EU-wetgevingsteksten die de aanwezigheid van deze stoffen in bepaalde levensmiddelen, in water en in de lucht reeds beperken.

4.7.   Ecologisch ontwerp: beperken van het energieverbruik van diverse producten (zoals computers) (14) ; energie-efficiëntie-etikettering van gecentraliseerde systemen (15) ; groene infrastructuur (16)

Het EESC benadrukt de veerkracht van de essentiële EU-infrastructuur ten aanzien van de onvermijdelijke gevolgen van de klimaatverandering, en wijst op de trage respons van het normalisatiesysteem op dit belangrijke probleem. Normen kunnen de ontwikkeling van groene infrastructuur bevorderen door bij te dragen aan een efficiënter gebruik van hulpbronnen in de bouwsector en een betere weerstand tegen de gevolgen van de klimaatverandering.

4.8.   De ontwikkeling van normen voor een stijging van het percentage ethanol in benzine van 10 % tot 20/25 % (17)

Als de Commissie besluit om het CEN een mandaat te verlenen op dit gebied, beveelt het EESC ten zeerste aan om na te denken over: de ecologische gevolgen van monocultuurgewassenplantages; schade aan water en bodem door de toepassing van pesticiden en meststoffen; bodemerosie; uitspoeling van nutriënten; intensiever gebruik van zoetwaterbronnen; verlies aan biodiversiteit en habitats voor in het wild levende dieren en planten (18).

4.9.   Harmonisatie van criteria inzake emissies in de vervoerssector (19)

Volgens het EESC moet de Commissie meer specifieke voorstellen doen met betrekking tot deze actie, die duidelijk noodzakelijk is. Er zij op gewezen dat de eerste stap in de richting van emissiereductie in de vervoerssector is gezet in 1995 (20).

Interne markt

4.10.   Versterken van de rol van CESNI, het Europees Comité voor de opstelling van standaarden voor de binnenvaart (21)

Actie is geboden, gezien het grote aantal eisen dat momenteel aan de korte vaart wordt gesteld (22), maar het EESC meent dat het voorstel nauwkeuriger moet worden geformuleerd.

4.11.   Stappenplan voor de downstream normalisatie van het Europese wereldwijde satellietnavigatiesysteem (EGNSS) & uitvoering van het stappenplan en uitbreiding van de interoperabiliteit van de diensten van Galileo en de luchtvaartmarkt (23)

Het EESC staat zeer positief tegenover dit voorstel, temeer daar de wereldmarkt voor producten en diensten op basis van GNSS — de downstreammarkt — in 2013 goed was voor 200 miljard EUR (24).

4.12.   Elektronisch aanbesteden (25)

Harmonisatie is een belangrijke stap in de democratisering van een markt die, met het oog op een optimale besteding van de publieke middelen, transparant en toegankelijk moet zijn. Tegelijkertijd moeten de kosten van het opzetten en onderhouden van platforms of het aanpassen van bestaande platforms zo laag mogelijk worden gehouden. Normalisatie is dus van het allergrootste belang (26).

4.13.   De ontwikkeling van normen voor printers en andere apparatuur (27)

Het EESC is het ermee eens dat er nieuwe geharmoniseerde normen moeten komen: de consument verwacht immers dat nieuwe en innovatieve producten zoals 3D-printers, robots en autonome voertuigen even veilig zijn als de meer traditionele producten. Het is absoluut noodzakelijk dat nieuwe producten geen bedreiging vormen voor de veiligheid van de consument.

4.14.   Aanscherpen van de veiligheids- en prestatie-eisen voor medische hulpmiddelen (28)

Het EESC is het met de Commissie eens dat de nieuwe verordening de veiligheids- en prestatievoorschriften voor medische hulpmiddelen versterkt, om gelijke tred te houden met de technologische en wetenschappelijke vooruitgang. Dit is dan ook de belangrijkste doelstelling, maar omdat nieuwe technologie de belangrijkste oorzaak is van de snel stijgende uitgaven voor gezondheidszorg, stelt het EESC voor dat de kosteneffectiviteit eveneens in aanmerking wordt genomen.

4.15.   Actualiseren van de hygiëne- en veiligheidseisen voor bouwproducten die in contact komen met drinkwater (29)

Het EESC betreurt dat er, zelfs na tien jaar discussiëren, nog steeds geen Europese normen zijn op dit gebied. Het besluit tot wijziging van het huidige mandaat (M/136) (30) verplicht de normalisatie-instellingen om tegen eind 2018 de eerste resultaten te presenteren.

4.16.   Ondersteunen van het werk aan essentiële eisen voor onbemande luchtvaartuigen (31)

Het EESC merkt op dat de publieke discussie over het gebruik van drone-technologie voor recreatief en commercieel gebruik, met inbegrip van de veiligheids- en beveiligingsrisico’s, is toegenomen. Internationale normen zijn van cruciaal belang voor het creëren van de mondiale commerciële markt. Het is essentieel dat deze normen een wereldwijd geharmoniseerd luchtruim voor routinematige toegang van onbemande luchtvaartuigen tot stand brengen, dat commerciële mogelijkheden uitbreidt zonder afbreuk te doen aan de veiligheid en de algehele efficiëntie van het luchtruim. Kritische normen die momenteel worden ontwikkeld hebben onder meer betrekking op „detecteren en vermijden”, en „bevelvoering en controle” (32).

4.17.   Herziening van de geharmoniseerde criteria inzake explosieven voor civiel gebruik (met name ontstekers) (33)

Het doel van deze actie is het verbeteren van de veiligheid van explosieven voor civiel gebruik, aangezien op grote schaal gebruikte producten (met name elektronische ontstekers) geenszins worden gedekt door de huidige geharmoniseerde normen. Uiteraard beschouwt het Comité dit als een volkomen terecht voorstel.

4.18.   Interoperabiliteit: nieuwe technische specificaties voor interoperabiliteit van het spoorwegsysteem (34)

Het EESC juicht dit voorstel toe als een nieuwe stap op de lange weg naar spoorwegintegratie in Europa; in dit geval zijn de normen voor rollend materieel met een spoorbreedte van 1 520 mm gunstig voor de aansluiting op de Europese spoorbreedte van 1 435 mm.

4.19.   Bescherming van de gezondheid van werknemers tegen risico’s als gevolg van een explosieve omgeving (ATEX) (35)

Het EESC stemt hier volledig mee in, aangezien de nieuwe ATEX-richtlijn een aanpassing van het mandaat op grond van het nieuwe wetgevingskader vereist.

4.20.   Verbetering van de veiligheid van consumenten (36)

Het EESC hoopt dat de nieuwe normen in overeenstemming zijn met het beginsel dat de consumentenbescherming vereist dat de goederen en diensten die aan consumenten ter beschikking worden gesteld, bij normaal of te verwachten gebruik onder normale of te verwachten omstandigheden de gezondheid van de consumenten niet in gevaar mogen brengen en dat zij, indien zij dat wel doen, via snelle en eenvoudige procedures uit de handel worden genomen (37).

Een ruimte van recht en grondrechten

4.21.   Normalisatie: vaststellen van vereisten voor detectieapparatuur (op andere gebieden dan de luchtvaart) om burgers te beschermen tegen terroristische aanvallen (38)

Hoewel het deze actie volledig steunt benadrukt het EESC dat de samenwerking tussen de EU en de VS van essentieel belang is, aangezien beide te lijden hebben onder de gesel van het terrorisme (39). Het is zaak om, onder meer, kwesties in verband met cyberbeveiliging en bedreigingen die specifiek zijn voor de vervoerssector aan te pakken.

De EU als een sterkere speler op het wereldtoneel

4.22.   Ontwikkeling: ondersteunen van de inspanningen van lidstaten om gezamenlijke defensiecapaciteiten te ontwikkelen (minimumnormen) (40)

In afwachting van de studie die momenteel wordt voorbereid door de Commissie en van het besluit dat zij naar aanleiding daarvan zal nemen, staat het EESC achter de ontwikkeling van gemeenschappelijke normen voor zowel wapens als producten voor tweeërlei gebruik, waarbij overlapping met bestaande normen, in het bijzonder NAVO-normen, moet worden voorkomen (41).

5.   Internationale samenwerking

5.1.

Het EESC steunt het initiatief van de Commissie om de beleidsdialoog met de internationale normalisatieactoren te intensiveren, maar vestigt de aandacht op het feit dat een groeiend aantal normen tegenwoordig op internationaal niveau wordt vastgesteld, zonder een gecoördineerde Europese inbreng.

5.2.

De internationalisering van normalisatieactiviteiten is niet zonder gevolgen: maatschappelijke belanghebbenden, kmo’s en markttoezichtautoriteiten kunnen niet langer deelnemen omdat zij niet over voldoende middelen beschikken om actief invloed uit te oefenen op de internationale normalisatieactiviteiten.

5.3.

Aangezien deze internationale normen rechtstreeks op nationaal niveau kunnen worden overgenomen, om de Europese normalisatie-instellingen te omzeilen, neemt het risico toe dat de harmonisatie van de interne markt wordt afgebroken.

6.   Inclusiviteit

Het EESC is ingenomen met de maatregelen van de Commissie om de vorderingen bij de tenuitvoerlegging van een echt inclusief Europees normalisatiesysteem bij te houden. Het EESC dringt er met klem op aan dat de Europese normalisatie-instellingen de procedures voor de in bijlage III bedoelde organisaties om toegang te krijgen tot het normalisatieproces vereenvoudigen, om zo de drempel voor hun effectieve deelname te verlagen.

7.   Tenuitvoerlegging van het gezamenlijk initiatief inzake normalisatie (GIN)

7.1.

Het EESC is ingenomen met de verschillende GIN-acties. Met betrekking tot de studie op EU-niveau over de economische en maatschappelijke gevolgen van normalisatie en de toegang tot normen in de EU en de EVA-lidstaten, stelt het voor om ook rekening te houden met de indirecte gevolgen van de normalisatieactiviteiten op kwesties zoals de verplaatsing van banen, inclusiviteit van de samenleving, onderwijs en opleiding enz.

7.2.

Het EESC is ingenomen met de initiatieven om het normalisatieproces te versnellen, maar vreest dat dit ten koste gaat van de „zichtbaarheid” van het voorbereidende werk dat voorafgaat aan de vaststelling van normen.

Brussel, 17 januari 2018.

De voorzitter van het Europees Economisch en Sociaal Comité

Georges DASSIS


(1)  COM(2015) 550 final.

(2)  C-613/14 — James Elliott Construction.

(3)  COM(2016) 157 final.

(4)  PB C 389, 21.10.2016, blz. 80.

(5)  COM(2016) 176 final.

(6)  BEREC (het orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie) Report on Enabling the Internet of Things, 12.2.2016.

(7)  Richtlijn 2014/53/EU, PB L 153 van 22.5.2014, blz. 62.

(8)  Richtlijn (EU) 2016/797, PB L 138, 26.5.2016, blz. 44.

(9)  COM(2011) 144 final, COM(2009) 8 final, COM(2013) 913 final, SWD(2013) 524 final, C(2015) 2259 final.

(10)  Zie Digital Transport and Logistics Forum — Background, 2015.

(11)  Richtlijn 2008/50/EC, PB L 152, 11.6.2008, blz. 1; Richtlijn 2004/107/EC, PB L 23, 26.1.2005, blz. 3.

(12)  Richtlijn 2010/75/EU, PB L 334 van 17.12.2010, blz. 17.

(13)  Verordening (EG) nr. 1907/2006, PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1.

(14)  Richtlijn 2009/125/EG, PB L 285 van 31.10.2009, blz. 10.

(15)  Richtlijn 2009/28/EG, PB L 140 van 5.6.2009, blz. 16.

COM(2016) 767 final.

(16)  COM(2013) 249 final; COM(2013) 216 final; COM(2014) 445 final.

(17)  Richtlijn 2009/28/EG, PB L 140 van 5.6.2009, blz. 16.

(18)  Project: Biofuel Marketplace. Mei 2006.

(19)  Richtlijn 2003/87/EG, PB L 275 van 25.10.2003, blz. 32.

(20)  COM(95) 302 final.

(21)  Richtlijn (EU) 2016/1629, PB L 252, 16.9.2016, blz. 118.

(22)  Europese norm tot vaststelling van technische voorschriften voor binnenschepen. Editie 2015/1.

(23)  COM(2016) 705 final.

(24)  Galileo Services Position Paper on the main priorities of the Horizon 2020 Space Work Programme 2018-2020.

(25)  COM(2013) 453 final; Richtlijnen inzake overheidsopdrachten (2017/24/EU); COM(2015) 0192 final.

(26)  PB C 67, 6.3.2014, blz. 96.

(27)  Richtlijn 2006/42/EG, Richtlijn 95/16/EG (herschikking), PB L 157, 9.6.2006, blz. 24.

(28)  Verordening (EU) 2017/745, PB L 117, 5.5.2017, blz. 1; Verordening (EU) 2017/746, PB L 117, 5.5.2017, blz. 176.

(29)  Verordening (EU) 305/2011, PB L 88, 4.4.2011, blz. 5; Richtlijn van de Raad 98/83, PB L 330, 5.12.1998, blz. 32.

(30)  Herzien mandaat voor CEN/Cenelec.

(31)  COM(2015) 613 final.

(32)  ISO. How standards will target the drone industry.

(33)  Richtlijn 2014/28/EU, PB L 96, 29.3.2014, blz. 1.

(34)  Richtlijn (EU) 2016/797, PB L 138, 26.5.2016, blz. 44.

(35)  Richtlijn 2014/34/EU, PB L 96, 29.3.2014, blz. 309.

(36)  Richtlijn 2001/95/EG, PB L 11 van 15.1.2002, blz. 4.

(37)  PB C 271 van 19.9.2013, blz. 81.

(38)  COM(2014) 247 final; COM(2015) 624 final; COM(2012) 417 final.

(39)  The Benefits of U.S.-European Security Standardisation. National Institute of Standards and Technology. U.S. Department of Commerce, juni 2012.

(40)  COM(2016) 950 final.

(41)  PB C 288 van 31.8.2017, blz. 62.