|
18.1.2017 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 17/13 |
Advies van het Europees Comité van de Regio’s — Staalindustrie: behoud van duurzame banen en groei in Europa
(2017/C 017/04)
|
ALGEMENE OPMERKINGEN
HET EUROPEES COMITÉ VAN DE REGIO’S
Betekenis en toestand van de staalsector in de Europese Unie
|
1. |
Wijst erop dat de staalsector in de EU een centrale rol heeft gespeeld in de Europese integratie en dit nog steeds doet, en van groot belang is voor welvaart, waardeschepping, investeringen en werkgelegenheid in Europa. De staalsector is een strategisch essentiële bedrijfstak in de EU die aan 330 000 mensen werk biedt en 500 productielocaties in 23 lidstaten telt. In 2014 produceerde deze branche circa 169 miljoen ton staal, wat neerkwam op 10 % van de wereldproductie, en bedroeg haar totale omzet 166 miljard EUR, goed voor 1,3 % van het bbp van de EU. |
|
2. |
De staalindustrie blijft ook van grote betekenis voor de herindustrialisering van Europa, ondanks dat de productie en werkgelegenheid de afgelopen decennia zijn afgenomen. De Europese Commissie formuleerde in haar mededeling van 22 januari 2014 getiteld „Voor een heropleving van de Europese industrie” de doelstelling om het aandeel van de industrie in het bbp tot 2020 op te trekken tot 20 %. Dat is alleen maar haalbaar met een concurrerende staalindustrie. |
|
3. |
De staalindustrie is economisch nauw vervlochten met andere sectoren waarmee voor of na het productieproces wordt samengewerkt. Toeleveranciers uit de mijnbouw, energiesector, transportwereld en andere dienstverleners, alsook afnemers uit de metaalindustrie, de automobielsector, de machinebouw en de bouwsector vormen samen met de staalindustrie omvangrijke waardenetwerken en clusters. |
|
4. |
De toekomstige ontwikkeling van de staalindustrie heeft directe en indirecte gevolgen voor de regionale en lokale ontwikkeling. Bovendien is een concurrerende en duurzame staalindustrie onmisbaar voor het economisch herstel en de economische groei in veel Europese regio’s. Verder genereert de staalsector veel indirecte werkgelegenheid vanwege zijn significante belang voor veel andere industrietakken. |
|
5. |
De Europese staalindustrie is volledig ingekapseld in de mondiale grondstoffen-, aankoop- en afzetmarkten en kan in dit opzicht niet zonder eerlijke mededingingsregels. |
|
6. |
De ondernemingen in de staalindustrie zijn per definitie energie-intensief en 40 % van hun operationele kosten bestaan uit energiekosten. Een goedkope en gegarandeerde energievoorziening is voor de sector daarom onontbeerlijk. |
|
7. |
De staalindustrie levert een bijdrage aan de ontwikkeling van de energietransitie en de strijd tegen de klimaatverandering. Zo zijn innovatieve staalproducten nodig voor de bouw van windparken, hoogefficiënte energiecentrales en elektrische auto’s. En hoewel bij de staalproductie veel CO2 vrijkomt, wordt met innovatieve staalsoorten zesmaal zoveel CO2 bespaard als de productie ervan veroorzaakt. |
|
8. |
De staalindustrie is van strategisch belang voor de ontwikkeling van de spoorweginfrastructuur op het hele Europese continent, evenals vanwege haar bijdrage aan de totstandbrenging van plaatselijke spoornetwerken, als volwaardig alternatief om het wegvervoer te ontlasten, vooral met het oog op de verbetering van de levenskwaliteit en het milieu in grootstedelijke gebieden. |
|
9. |
De in Europa gevestigde staalproducenten moeten zo kosten- en hulpbronnenefficiënt mogelijk produceren en hun productie technisch op het hoogste niveau houden door voortdurend te investeren. Hun concurrentiekracht op de lange termijn hangt ook af van hun vermogen om baanbrekende technologieën te ontwikkelen op bijvoorbeeld het gebied van energie-efficiëntie. Het is echter even belangrijk dat de EU en de lidstaten, wanneer zij beleidsbesluiten nemen, steeds letten op de gevolgen voor het nationale en internationale concurrentievermogen van de staalsector en de economische impact op de lange termijn. |
|
10. |
Wil de staalindustrie haar voortbestaan garanderen, dan moet ze met innovaties en aandacht voor het milieu blijven bewijzen dat ze bereid is de uitdagingen van de toekomst aan te gaan. In dit verband zou ze bijvoorbeeld actief moeten bijdragen aan milieu- en klimaatbescherming en bij herinvesteringen technische milieu- en klimaatnormen consequent moeten toepassen. |
|
11. |
De Europese staalindustrie kent hoge sociale standaards en levert al veel inspanningen om klimaat en milieu te beschermen. |
|
12. |
Staalrecycling bespaart grondstoffen en energie, leidt tot minder broeikasgasuitstoot en bevordert de circulaire economie. Het moet vooral benadrukt worden dat staal als materiaal voor 100 % recyclebaar is. Hergebruik en recycling van staal dienen met het oog op een concurrerende en duurzame circulaire economie verder bevorderd te worden, ook gezien het feit dat er in de EU een overschot aan schroot is. Bovendien biedt de ontwikkeling van nieuwe staalsoorten, ferrolegeringen, giettechnieken en productiemethoden de markt enorm veel mogelijkheden. |
|
13. |
De Europese staalindustrie levert met behulp van de modernste technologieën en hoogopgeleide vakkrachten topprestaties op staalgebied, waarbij klantgericht onderzoek en productontwikkeling centraal staan. De ontwikkeling van innovatieve producten van hoge kwaliteit helpt om het concurrentievermogen van de sector te waarborgen en te versterken. |
|
14. |
De moderne staalproductie hangt in grote mate af van de constante ontwikkeling van hoogopgeleide arbeidskrachten die in staat zijn om toekomstgerichte oplossingen uit te werken. De agenda voor nieuwe vaardigheden zal de weg vrijmaken voor permanente investeringen in mensen, zoals omscholings- en bijscholingsmaatregelen. Daarvan zal een hele reeks economische sectoren, waaronder de staalindustrie, profiteren. |
|
15. |
Het Comité staat achter de inspanningen van de Europese staalsector voor meer gelijke kansen voor alle werknemers. Zo is het aandeel vrouwen in deze sector de afgelopen 10 jaar gestegen; dit ligt nu tussen de 6 % en 25 %, afhankelijk van positie en lidstaat. Ook zijn bedrijven de afgelopen twee jaar in diverse lidstaten begonnen met een reeks initiatieven om vrouwen te stimuleren voor de staalsector te kiezen. |
|
16. |
De Europese staalindustrie neemt op het gebied van gezondheid en veiligheid een toppositie in en kent wereldwijd de strengste normen voor arbeidshygiëne. Op EU-niveau wordt uitgebreid de tijd genomen voor de uitwisseling van goede praktijkvoorbeelden t.a.v. gezondheid en veiligheid op het werk. Bovendien is de Europese staalindustrie betrokken bij intensief sociaal overleg op EU-niveau. |
|
17. |
In onderwijs en beroepsopleiding moet meer aandacht worden besteed aan digitale vaardigheden en technologieën, en met name tijdens stages. De digitalisering van productieprocessen eist van werknemers grotere vaardigheden omdat hun taken complexer worden (1). |
|
18. |
De digitalisering van productieprocessen eist van werknemers grotere abstraherende en probleemoplossende vermogens omdat hun taken complexer worden. Verder moeten zij hun werkzaamheden zelf kunnen organiseren, over uitstekende vaardigheden beschikken om interdisciplinair en autonoom te kunnen werken, en goed kunnen communiceren. |
|
19. |
Europa staat als vestigingsplaats van de staalindustrie onder grote druk ten gevolge van mondiale overcapaciteit, lage prijzen, hoge energieprijzen en belastingen en heffingen op energiedragers, de komende hervorming van de EU-regeling voor de handel in emissierechten en ook concurrentieverstorende dumpingpraktijken van staalproducenten uit niet-EU-landen. De productie van ruwstaal in Europa en het wereldmarktaandeel van de Europese staalsector lopen terug, wat leidt tot herstructureringen van ondernemingen en veranderingen in werkgelegenheid. |
|
20. |
Het Comité is bezorgd over de funeste sociaaleconomische gevolgen van bedrijfssluitingen en verlagingen van de ijzer- en staalproductie voor lokale en regionale gemeenschappen, en over de maatregelen die nodig zijn om de betrokken gemeenschappen weer te laten herstellen en groeien. |
|
21. |
Een Europese strategie voor de toekomst van de staalindustrie is nuttig en doelmatig. In dit verband is het echter wel geboden dat de lokale en regionale overheden worden betrokken bij goedkeuring en besluitvorming en steeds rekening wordt gehouden met plaatselijke omstandigheden en specialisaties van ondernemingen. |
|
22. |
Het Comité is voorstander van een EU-industriebeleid waarin het concurrentievermogen van de staalindustrie centraal staat, op basis van mededingingsconforme randvoorwaarden. Daarmee kan de toekomst van bestaande staalfabrieken en arbeidsplaatsen worden veiliggesteld en verbeterd. |
|
23. |
Het Comité onderschrijft het standpunt van de Commissie in haar Stappenplan energie 2050 dat een daling van de CO2-uitstoot door de economie en een scenario met veel energie uit hernieuwbare bronnen op de lange termijn goedkoper kunnen zijn dan voortzetting van het huidige beleid en dat de kosten voor kernenergie en energie uit fossiele brandstoffen in de loop der tijd waarschijnlijk verder zullen stijgen, terwijl de aan hernieuwbare energiebronnen verbonden kosten kunnen dalen. Het erkent in dit verband tegelijk het streven van de lidstaten om in passende mate te zorgen voor compensatie van de onevenredige belasting van de internationaal concurrerende staalindustrie in verband met de bevordering van hernieuwbare energie. Het dringt er echter op aan dat de EU ervoor zorgt dat de nationale compensatiemechanismen, met name op het gebied van staatssteun, niet leiden tot concurrentieverstoringen op de interne markt. |
|
24. |
Gemeenschappen die sterk afhankelijk zijn van de eigen staalproductie, moeten worden geholpen om zich economisch te diversifiëren voordat het tot herstructureringsmaatregelen komt. De diversificatie van de lokale economie dient met name synergie tussen duurzame industrie en dienstverlening na te streven en zou ook via belastingprikkels gestimuleerd kunnen worden. |
Hervorming van de EU-regeling voor de emissiehandel
|
25. |
Het is positief dat de Europese Raad in zijn conclusies van 23-24 oktober 2014 pleit voor een balans tussen de doelstellingen voor terugdringing van de broeikasgasuitstoot en het veiligstellen van het concurrentievermogen van de Europese industrie. |
|
26. |
Niettemin heeft de Europese Raad besloten de jaarlijkse reductiefactor voor de maximaal toegestane uitstoot door de industrie te verhogen van 1,74 % in de 3e handelsperiode 2013-2020 naar 2,20 % in de 4e handelsperiode 2021-2030. Hoewel de kosteloze toewijzing van emissierechten op basis van benchmarks blijft bestaan, kan deze verhoging leiden tot aanzienlijke tekorten aan certificaten en daarmee tot extra lasten voor de staalsector, waarmee concurrenten uit landen zonder emissiehandel niet te maken hebben. |
|
27. |
Het is essentieel dat er een mondiaal emissiehandelssysteem wordt ingevoerd om het concurrentievermogen van het Europese bedrijfsleven te waarborgen en koolstoflekkage te vermijden door het voorkomen van een verdere toename van de te veilen rechten. Geharmoniseerde compensatiemechanismen voor indirecte kosten (zoals die van elektriciteit) en op nauwkeurige en actuele gegevens gebaseerde benchmarks zouden voor meer garanties kunnen zorgen. |
|
28. |
In dit verband zij verder opgemerkt dat de ruwijzerbenchmark voor de toewijzing van certificaten aan de staalindustrie al in de 3e handelsperiode 2013-2020 zo’n 10 % lager ligt dan wat fysiek en technisch haalbaar is. Bovendien is de sintelbenchmark niet correct berekend omdat die ook geldt voor pelletinstallaties. De toewijzing moet worden gebaseerd op de werkelijke omstandigheden, met volledige inachtneming van de stroomproductie uit bijproductgassen van de staalindustrie, en worden aangepast naarmate de technologie zich ontwikkelt. Tegelijkertijd is een dynamische toewijzing van emissierechten tijdens de productiefase geboden. |
|
29. |
Toe te juichen valt dat de Commissie haar „Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2003/87/EG ter bevordering van kosteneffectieve emissiereducties en koolstofarme investeringen” ruim vóór het begin van de 4e Europese emissiehandelsperiode heeft voorgelegd. |
|
30. |
Daardoor komt er hopelijk voor alle betrokkenen vroeg duidelijkheid over de toekomstige randvoorwaarden van de emissiehandel in de EU. |
|
31. |
Tegelijkertijd moet de hervorming van de EU-regeling voor de emissiehandel uitvoerig met alle stakeholders worden gecoördineerd en bediscussieerd. |
|
32. |
Zorgwekkend is echter dat het richtlijnvoorstel van de Commissie onvoldoende tegemoetkomt aan het streven van de Europese Raad om het internationale concurrentievermogen van de industrie veilig te stellen, aangezien de Europese staalindustrie met substantiële kostenverhogingen wordt belast die haar voortbestaan bedreigen. |
|
33. |
Het richtlijnvoorstel zou daarom tijdens het verdere verloop van de wetgevingsprocedure grondig moeten worden herzien — met het oog op een doeltreffende EU-emissiehandel en een adequate verdeling van de lasten over alle economische sectoren -en met name de volgende punten moeten integreren:
|
|
34. |
Het is absoluut noodzakelijk de in de stroomprijs doorberekende kosten van de broeikasgasuitstoot volledig te compenseren, om te voorkomen dat CO2-emissies eventueel zullen worden verplaatst. De lidstaten kunnen tot nu toe ieder op hun eigen manier aan deze compensatie invulling geven, wat tot concurrentieverstoringen kan leiden. De Commissie moet daarom nagaan of de compensatie in de toekomst geharmoniseerd of op EU-niveau geregeld dient te worden. |
|
35. |
Het Comité is er zeer mee ingenomen dat de wereldgemeenschap tijdens de klimaatconferentie in Parijs zich in een raamakkoord voor het eerst volkenrechtelijk heeft verbonden aan de doelstelling om de opwarming van de aarde onder de 2 graden Celsius te houden, en de wil heeft uitgesproken serieuze inspanningen te zullen verrichten om de mondiale temperatuurstijging niet meer dan 1,5 graad Celsius te laten bedragen. Het uitgangspunt om in de tweede helft van de eeuw wereldwijd te komen tot broeikasgasneutraliteit, moet nog concreet worden uitgewerkt wat de gevolgen ervan voor de ontwikkeling van de productie-industrie betreft. De opengehouden mogelijkheid marktmechanismen te ontwikkelen en overeen te komen voor een mondiale, kostenefficiënte emissiehandel, biedt de kans om in de toekomst concurrentieverstoringen ten gevolge van klimaatmaatregelen te verminderen of te voorkomen. |
Buitenlandse handel van de EU
|
36. |
Het ontbreken van een gelijk speelveld, oneerlijke praktijken van ondernemingen in hun handel met andere landen en ongelijk handelsbeleid van niet-EU-lidstaten vormen ernstige bedreigingen voor de Europese staalindustrie. |
|
37. |
Het externe handelsbeleid van de EU en o.a. de beschermingsmechanismen die daarvan deel uitmaken zijn dan ook onmisbaar om het internationale concurrentievermogen van de Europese staalindustrie veilig te stellen. Het Comité steunt de oproep van het Europees Parlement voor een algemene hervorming van de handelsbeschermingsinstrumenten van de EU om de zgn. „WTO+-elementen” uit het EU-systeem te verwijderen en met name te waarborgen dat de EU-industrie dezelfde concurrentievoorwaarden geniet als China (2). |
|
38. |
Het is zorgwekkend dat de staalindustrie momenteel melding maakt van een wereldwijde overcapaciteit van 452 miljoen ton en dat juist overcapaciteit in de Chinese staalindustrie er steeds weer toe leidt dat haar producten in de EU, ook via derde landen, tegen dumpingprijzen op de markt worden gebracht. Zonder adequate tegenmaatregelen van de EU komen daardoor het voortbestaan van de gehele Europese staalindustrie en vele arbeidsplaatsen direct en indirect in gevaar. |
|
39. |
Er zou een mechanisme moeten komen waarmee in derde landen kan worden nagegaan hoe de installaties voor de behandeling van secundaire grondstoffen (schroot) in de landen van bestemming functioneren om uitvoer te voorkomen naar derde landen die afval niet op een milieuverantwoorde wijze verwerken. |
|
40. |
De EU-instellingen zouden de Commissie moeten toestaan om bij haar antidumping- en antisubsidieonderzoeken naar Chinese invoer gebruik te maken van een niet-standaardmethode, overeenkomstig afdeling 15 van het toetredingsprotocol van China tot de WTO, totdat China voldoet aan alle vijf EU-criteria om als markteconomie te worden aangemerkt. Mocht bovendien in december 2016 aan de Volksrepubliek China de status van markteconomie worden verleend, dan zal het nagenoeg onmogelijk worden nog doeltreffende antidumpingmaatregelen te nemen omdat vanaf dat moment de berekeningsmethode voor dumpingmarges zal veranderen. De WTO-leden zijn echter niet verplicht om China in 2016 automatisch de status van markteconomie toe te kennen. |
|
41. |
Het is onrustbarend dat China momenteel echter slechts aan een van de vijf criteria van de EU voldoet die moeten worden vervuld om als markteconomie te worden erkend. Deze technische criteria zijn: bedrijfsbesluiten op basis van marktsignalen, bedrijfsboekhoudingen volgens internationale boekhoudnormen, geen noemenswaardige verstoring van de productiekosten en de financiële situatie van ondernemingen t.g.v. het vroegere niet-markteconomische systeem, eigendoms- en faillissementswetgeving die ondernemers rechtszekerheid en stabiliteit garandeert, en omrekening van valuta’s tegen marktkoersen. |
|
42. |
De Commissie zou daarom moeten wachten op de adviezen van de betrokken sectoren alvorens de economische en sociale gevolgen van de verlening van de status van markteconomie aan China te onderzoeken. Ook zou ze haar besluit daarover in nauw overleg met andere belangrijke WTO-landen en de VS moeten nemen. |
|
43. |
Als aan China de status van markteconomie wordt verleend, dan zouden gelijkwaardige en doeltreffende instrumenten moeten worden gecreëerd voor de bescherming van eerlijke handel. In dit verband zou ook moeten worden gedacht aan de mogelijkheid om de landen zonder markteconomie in de toekomst niet meer expliciet in de antidumpingbasisverordening te noemen, maar daarin algemene regels voor niet-markteconomieën op te nemen. Daarbij zou de referentielandmethode door een andere methode kunnen worden vervangen. De bewijslast voor het bestaan van een markteconomie zou echter bij de landen zonder markteconomie moeten blijven. |
|
44. |
Als aan China de status van markteconomie wordt verleend, dan zouden gelijkwaardige en doeltreffende instrumenten moeten worden gecreëerd voor de bescherming van eerlijke handel. |
|
45. |
Het is positief dat de Commissie in februari 2016 voorlopige antidumpingrechten voor uit Rusland en China ingevoerde koudgewalste platstaalproducten heeft opgelegd. |
|
46. |
Helaas heeft de Commissie hierbij voor Chinese staalproducten de „regel van het laagste recht” toegepast en daarmee voorlopige antidumpingrechten opgelegd die lager uitvallen dan de vastgestelde dumpingmarges. |
|
47. |
Door de toepassing van deze regel is het concurrentievermogen van de Europese staalindustrie onvoldoende beschermd. |
|
48. |
Toepassing van deze regel is op grond van de WTO-bepalingen niet verplicht en vindt ook geen navolging in andere delen van de wereld, bijvoorbeeld in de VS. |
|
49. |
Derhalve zou bij een hervorming van de handelsbeschermingsinstrumenten de „regel van het laagste recht” moeten worden afgeschaft, met name in het geval van bestaande overcapaciteit. |
|
50. |
Het Comité is ermee ingenomen dat de Commissie op 28 april 2016 heeft besloten om, zoals aangekondigd in het actieplan, (opnieuw) een systeem van voorafgaand toezicht op de import van staalproducten in de EU in te voeren. Dat systeem vereist een invoervergunning voor de import van staalproducten in de EU, is bedoeld om op korte termijn te anticiperen op marktontwikkelingen en helpt de Commissie om oneerlijke invoer adequaat aan te pakken. Zo biedt het haar onder andere de mogelijkheid zaken aanhangig te maken wanneer importontwikkelingen EU-producenten bedreigen. |
|
51. |
Toe te juichen valt het streven van de Commissie, dat blijkt uit de al bestaande EU-handelsbeschermingsmaatregelen voor staalproducten, om regels voor eerlijke internationale concurrentie ingevoerd te krijgen en zo eraan bij te dragen het concurrentievermogen van de Europese staalindustrie veilig te stellen. |
|
52. |
De antidumpingprocedures van de EU nemen echter te veel tijd in beslag — vooral in vergelijking met de procedures van andere WTO-landen — en staan daardoor een doeltreffende bescherming van het concurrentievermogen van de Europese staalindustrie in de weg. |
|
53. |
Bij een hervorming van de handelsbeschermingsinstrumenten van de EU zou daarom ook moeten worden getracht de antidumpingprocedures te versnellen. |
|
54. |
Het Comité steunt de Commissie in haar inspanningen om in internationale besprekingen en onderhandelingen te ijveren voor een wereldwijd gelijk speelveld. |
|
55. |
Het Comité verwacht dat de Raad in elk nieuw mandaat voor een vrijhandelsovereenkomst hoofdstukken opneemt over energie en grondstoffen. |
|
56. |
De Commissie wordt verzocht het Comité als institutioneel vertegenwoordiger van de Europese lokale en regionale overheden op te nemen in de sinds mei 2015 bestaande groep op hoog niveau voor energie-intensieve industrieën om te waarborgen dat de reeds vertegenwoordigde stakeholders rekening houden met de belangen en het potentieel van het regionale en lokale niveau. |
Flankerende maatregelen ter waarborging van het concurrentievermogen van de EU-staalsector
|
57. |
De huidige EU-steunprogramma’s voor investeringen in nieuwe uitrusting, onderzoek en ontwikkeling alsmede kwalificaties en bijscholing kunnen de staalsector in aanzienlijke mate helpen om concurrerend te blijven en de milieu- en klimaatnormen en rechten van werknemers na te leven. |
|
58. |
Het Comité wijst ook op de doelstellingen van het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal (RFCS) en de Europese structuur- en investeringsfondsen (ESIF), alsook van het Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI), die ondersteuning van onderzoeks- en innovatieprojecten in de staalsector mogelijk maken, onder andere door mogelijke synergie-effecten en coördinatie van acties. Het potentieel van het EFSI voor de staalsector is echter vrij beperkt omdat de marktomstandigheden bij de huidige lage staalprijzen geen behoorlijk investeringsrendement kunnen garanderen. Waardevolle bijdragen kunnen verder worden geleverd door samenwerkingsverbanden van lokale en regionale overheden met prioriteiten op staalgebied, mits daarbij de strenge EU-regels voor steun aan de staalindustrie in acht worden genomen. |
|
59. |
Overheidsinvesteringen en de middelen uit het EU-programma Horizon 2020 zijn zeer belangrijk om toekomstgerichte investeringen in de staalindustrie te stimuleren en de milieu- en energie-efficiëntie van de sector te verbeteren. |
|
60. |
Gelet op de specifieke kenmerken van de staalsector, die behoefte heeft aan zowel onderzoeksacties als acties van structurele aard, zouden er bij de evaluatie van onderzoeksprojecten in het kader van Horizon 2020 meer punten moeten worden gegeven aan projecten die voorzien in een Europees partnerschap met o.a. gebruikmaking van middelen uit de structuurfondsen, om te zorgen voor betere integratie van de verschillende Europese programma’s. |
|
61. |
Doel blijft scholing en het behoud van arbeidsplaatsen in de context van een beter concurrerende staalindustrie in de EU, waarbij, in geval van industriële herstructurering, gewezen wordt op het grote belang van het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EGF) voor de sociale ondersteuning van eventuele personeelsinkrimping, daar in gevallen waarin meer dan 500 werknemers van één bedrijf (inclusief leveranciers en downstreambedrijven) ontslagen worden of in een of meer naburige regio’s talrijke werknemers van een industrietak hun baan verliezen, uit dit fonds tot 60 % van de kosten betaald kunnen worden van projecten om ontslagen werknemers te helpen bij het vinden van een nieuwe baan of hun eigen bedrijf te starten. Het is echter de vraag of het voor de periode 2014-2020 voorziene maximale jaarlijkse budget van 150 miljoen EUR toereikend is. |
|
62. |
De overdracht van ervaring en kennis aan nieuwe generaties collega’s speelt in de Europese staalindustrie al een grote rol. De vaardigheden en industriële knowhow van de arbeidskrachten zouden met doelgerichte opleidings- en bijscholingsmaatregelen moeten worden verbeterd. |
|
63. |
Op alle productielocaties van de staalindustrie zouden hulpbronnenefficiënte kringloopsystemen moeten worden gebouwd en achter de aanleg daarvan moet vaart worden gezet, om de installaties door het gebruik van bijproducten en gerecycled staal concurrerender te kunnen maken. Een en ander moet aansluiten op wat bepaald is voor „industriële symbiose” in het actieplan van de Commissie voor de circulaire economie en meer mogelijkheden scheppen om de uit de staalindustrie afkomstige slakken te gebruiken. |
Brussel, 15 juni 2016.
De voorzitter van het Europees Comité van de Regio's
Markku MARKKULA
(1) CDR 1319/2014 Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s — EU-kwaliteitskader voor anticipatie op veranderingen en herstructurering.
(2) Zie de resolutie van het Europees Parlement van 12 mei 2016 over de markteconomiestatus van China (2016/2667(RSP)).