EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 15.7.2016
COM(2016) 463 final
VERSLAG VAN DE COMMISSIE
Controle op de toepassing van het EU-recht
Jaarverslag 2015
{SWD(2016) 230 final}
{SWD(2016) 231 final}
EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 15.7.2016
COM(2016) 463 final
VERSLAG VAN DE COMMISSIE
Controle op de toepassing van het EU-recht
Jaarverslag 2015
{SWD(2016) 230 final}
{SWD(2016) 231 final}
I. Inleiding
II. De handhaving op prioritaire beleidsterreinen
1. Een nieuwe impuls voor banen, groei en investeringen
2. Een connectieve digitale interne markt
3. Een schokbestendige energie-unie met een toekomstgericht beleid inzake klimaatverandering
4. Een diepere en eerlijkere interne markt met een sterkere industriële basis
5. Een diepere en eerlijkere economische en monetaire unie
6. Een ruimte van justitie en fundamentele rechten op basis van wederzijds vertrouwen
7. Naar een nieuw beleid op het gebied van migratie
8. Samenwerking met de lidstaten ten behoeve van een goede uitvoering van het EU-recht
8.1. Uitvoeringsplannen: stand van zaken
8.2. Toelichtende stukken: stand van zaken
III. Inbreukprocedures
IV. Fase voorafgaand aan de inleiding van de inbreukprocedure
1. Problemen identificeren
1.1. Onderzoek op eigen initiatief
1.2. Klachten en verzoekschriften
2. Problemen oplossen
V. De diverse fasen van de inbreukprocedure
1. Precontentieuze fase
2. Arresten van het Hof van Justitie op grond van de artikelen 258 en 260, lid 2, VWEU
VI. Omzetting van richtlijnen
1. Te late omzetting
2. Zaken die op grond van artikel 258 en artikel 260, lid 3, VWEU bij het Hof van Justitie aanhangig zijn gemaakt
VII. Conclusies
I.Inleiding
Om burgers en ondernemingen de vruchten te laten plukken van het beleid van de Europese Unie, is het essentieel dat het EU-recht effectief wordt toegepast. De juiste toepassing van het recht zorgt ervoor dat personen en ondernemingen hun rechten kunnen genieten en over snelle en doeltreffende verhaalsmogelijkheden beschikken indien deze rechten worden geschonden. Erop toezien dat het EU-recht ten uitvoer wordt gelegd, is dan ook een prioriteit voor de Europese Commissie. Niet uitgevoerde of niet correct toegepaste wetgeving tast de fundamenten van de Europese Unie aan.
Het toezicht op en de verbetering van de toepassing van het EU-recht vormen een prioriteit van de Commissie-Juncker en een belangrijk onderdeel van het pakket betere regelgeving 1 . De resultaten van dit toezicht worden meegenomen in de evaluatie van de wetgeving, in de effectbeoordelingen van nieuwe initiatieven en, meer algemeen, in de wetgevingscyclus. Het doel is om de uitvoering en handhaving van de bestaande wetgeving, alsmede de kwaliteit van nieuwe wetgeving te verbeteren.
De lidstaten zijn verantwoordelijk voor de tijdige en juiste omzetting van richtlijnen in nationale wetgeving, maar ook voor de correcte toepassing en uitvoering van het geheel van de EU-wetgeving (het acquis 2 ). Als hoedster van de Verdragen houdt de Commissie toezicht op de maatregelen van de lidstaten en zorgt ervoor dat de nationale wetgeving in overeenstemming is met het EU-recht 3 . Er moet worden gezorgd dat de lidstaten voldoen aan het EU-recht, door in partnerschap samen te werken en zo nodig ondersteuning en bijstand te verlenen.
Wanneer de Commissie meent dat er mogelijk sprake is van een inbreuk, gaat zij in eerste instantie een bilaterale dialoog aan met de betrokken lidstaat. Die wordt dan verzocht om het probleem snel en efficiënt op te lossen, in overeenstemming met het EU-recht. Wordt er geen oplossing gevonden, dan kan de Commissie een formele inbreukprocedure inleiden. Als een lidstaat vervolgens nog niet aan het EU-recht voldoet, kan de Commissie de zaak aanhangig maken bij het Hof van Justitie. Wanneer een lidstaat verzuimt een arrest van het Hof uit te voeren of de omzettingsmaatregelen van een wetgevende richtlijn aan de Commissie mede te delen, kan in laatste instantie om financiële sancties worden verzocht 4 .
In dit jaarverslag wordt ingegaan op de belangrijkste beleidsontwikkelingen inzake handhaving die in 2015 hebben plaatsgevonden. De structuur van het rapport geeft blijk van de nadruk die ligt bij de handhaving op de prioritaire beleidsgebieden van deze Commissie. De Commissie heeft bijvoorbeeld handhavingsacties nagestreefd op het gebied van migratie en asiel, toen de volledige en consequente toepassing van de gemeenschappelijke regels inzake asiel en illegale migratie in het licht van de vluchtelingencrisis naar voren werd geschoven. Een ander voorbeeld zijn de voormalige instrumenten van de derde pijler, op het gebied van de politiële en justitiële samenwerking in strafzaken, waarbij de volledige omzetting en uitvoering van het EU-recht essentieel is om tot een gecoördineerde Europese reactie op bedreigingen van de veiligheid te komen. In aanvulling op de prioritaire gebieden wordt in de begeleidende documenten bij het verslag 5 nagegaan hoe goed het EU-recht is toegepast en de uitdagingen in elke lidstaat en op elk beleidsterrein zijn aangepakt.
II.De handhaving op prioritaire beleidsterreinen
Teneinde ervoor te zorgen dat het EU-beleid in het algemeen en de beleidsprioriteiten van de Commissie-Juncker in het bijzonder de gewenste effecten sorteren, is het een noodzakelijke voorwaarde erop toe te zien dat de rechtsinstrumenten van de EU beter worden toegepast en ten uitvoer worden gelegd. De Commissie maakt gebruik van tal van instrumenten, met inbegrip van inbreukprocedures, om de doelstellingen van het EU-beleid te verwezenlijken. Het jaarverslag 2015 geeft een overzicht van de maatregelen die de Commissie in dit opzicht heeft genomen.
1.Een nieuwe impuls voor banen, groei en investeringen
De eerste prioriteit van de Commissie-Juncker is om het concurrentievermogen van Europa te versterken en investeringen die nieuwe banen scheppen, te stimuleren. De inspanningen om het juiste regelgevingsklimaat te scheppen ter ondersteuning van het bedrijfsleven en de werkgelegenheid, worden echter ondermijnd als het EU-acquis niet correct en tijdig ten uitvoer wordt gelegd. Het handhaven van de toepassing en uitvoering van het EU-recht draagt dan ook aanzienlijk bij tot meer arbeidsplaatsen, groei en investeringen.
De handhavingsactiviteiten van de Commissie spitsten zich in 2015 toe op de volgende gebieden.
De handhaving van het acquis inzake mededinging
De Commissie heeft haar inspanningen actief voortgezet teneinde antitrust- en staatssteunregels te handhaven. Zo werden bijvoorbeeld inbreukprocedures ingeleid om de aan een overheidsbedrijf toegekende bevoorrechte rechten met betrekking tot concessies voor waterkrachtenergie aan te pakken. De Commissie heeft ook de wettelijke bepalingen ter beperking van de bevoegdheden van de nationale mededingingsautoriteiten onderzocht. Ze heeft de procedure van artikel 260, lid 2, VWEU actief opgevolgd en het Hof van Justitie verzocht om de lidstaten die er niet in zijn geslaagd de onrechtmatige en onverenigbare staatssteun terug te vorderen, forfaitaire sommen en dwangsommen op te leggen. Een consistente tenuitvoerlegging van beslissingen is essentieel voor de geloofwaardigheid van de controles op de staatssteun die de Commissie uitvoert.
De handhaving van het acquis inzake gezondheid en veiligheid op het werk
De juiste en tijdige omzetting en toepassing van de EU-richtlijnen op het gebied van gezondheid en veiligheid op het werk is van cruciaal belang voor het waarborgen van een doeltreffende bescherming van de gezondheid en veiligheid van werknemers, alsmede voor een gelijk speelveld op de interne markt, hetgeen bijdraagt tot groei, werkgelegenheid en investeringen in de EU.
De Commissie is begonnen met controles op de door de lidstaten uitgevoerde omzetting van de richtlijn 6 betreffende de aanpassing van de richtlijnen op het gebied van de gezondheid en veiligheid op het werk aan de verordening betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels 7 . Door te zorgen voor samenhang tussen de richtlijnen inzake de veiligheid en gezondheid op het werk en de verordening inzake de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels, draagt deze richtlijn in hoge mate bij aan de bescherming van de gezondheid van werknemers tegen het risico van blootstelling aan gevaarlijke chemische stoffen. De Commissie voert bovendien controles uit op de juiste omzetting in de lidstaten van de richtlijn van de Raad tot uitvoering van de kaderovereenkomst van de sociale partners inzake de preventie van scherpe letsels in de ziekenhuis- en gezondheidszorgbranche 8 .
De handhaving van het acquis inzake onderwijs
De correcte toepassing van de bepalingen van het EU-recht op het gebied van onderwijs is van grote invloed op de rechten van EU-burgers, met inbegrip van mobiele studenten. De door de Commissie op dit gebied ontvangen klachten hebben betrekking op de toegang tot onderwijs en met name op kwesties in verband met de gelijke behandeling als het gaat om beurzen, subsidies en leningen, collegegeld, taalvereisten, gereduceerde vervoerstarieven voor studenten of administratieve praktijken. De hoofddoelstelling van de Commissie is om de leermobiliteit van burgers te bevorderen door middel van de juiste toepassing van het EU-recht, waardoor hun studieloopbaan wordt verbeterd en wordt bijgedragen aan werkgelegenheid en groei.
De handhaving van het acquis inzake milieu
De Commissie heeft de handhaving van de EU-milieuregelgeving gericht op het behalen van de Europa 2020-doelstellingen en op het leveren van een bijdrage aan een sterkere en meer circulaire economie die op een duurzamere manier gebruikmaakt van hulpbronnen. De effectieve handhaving van het milieurecht is niet alleen een onderdeel van de eerbiediging van de rechtsstaat en een voorwaarde voor de totstandbrenging van een gezonder milieu in de hele EU, zij draagt ook bij aan het waarborgen van gelijke spelregels voor alle lidstaten en economische actoren die moeten voldoen aan de milieuvoorschriften. Een strikte handhaving stimuleert de markt ook tot het vinden van innovatieve manieren voor een efficiënter gebruik van hulpbronnen en voor een verminderde afhankelijkheid van invoer. Dergelijke innovaties kunnen EU-bedrijven een commerciële voorsprong bieden en nieuwe arbeidsplaatsen creëren.
Er blijft in sommige lidstaten sprake van significante tekortkomingen in de uitvoering en handhaving van de EU-milieuwetgeving. Dit geldt met name op het gebied van afvalbeheer, de infrastructuur voor afvalwaterzuivering en de naleving van de grenswaarden voor de luchtkwaliteit.
De Commissie heeft getracht deze tekortkomingen middels wettelijke middelen verder te verhelpen, in het bijzonder via inbreukprocedures, maar ook door de naleving te ondersteunen. De Commissie steunt bijvoorbeeld de verbetering van het stedelijk afvalbeheer in regio's die op dit gebied slecht of gemiddeld presteren. Op basis van een beoordeling van de situatie inzake afvalbeheer in elke lidstaat zijn in elk land stappenplannen opgesteld met aanbevelingen ter verbetering van het stedelijk afvalbeheer. Dergelijke initiatieven dragen bij aan de uitvoering van het in december 2015 door de Commissie uitgebrachte initiatief "de circulaire economie" 9 .
De handhaving van het acquis inzake landbouw
De handhavingsstrategie van de Commissie trachtte vooral te verzekeren dat de landbouwmaatregelen die over het grootste potentieel beschikken om groei te bevorderen en banen te creëren, ten uitvoer werden gelegd. Een van de prioriteiten was de correcte uitvoering door de lidstaten van de bepalingen betreffende de regeling voor rechtstreekse betalingen in het kader van de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid in de periode 2014-2020. Jaarlijkse rechtstreekse betalingen zorgen voor een minimum aan bescherming van de inkomens van landbouwers tegen schokken waaraan de landbouw wordt blootgesteld, zoals prijsschommelingen en weersomstandigheden. Dit helpt om een overmatig verlies van banen en productie te voorkomen, zowel binnen de landbouw als in de vele andere sectoren die daarvan afhankelijk zijn.
De Commissie heeft ook de uitvoering van EU-regelingen inzake kwaliteitsetikettering op de voet gevolgd, op grond waarvan landbouwers en producenten in staat worden gesteld om bekendheid bij de consument op te bouwen voor producten met bijzondere kwaliteiten in verband met hun oorsprong (in het geval van zogenaamde geografische aanduidingen). Bovendien zijn er controles op de naleving uitgevoerd in de biologische sector om fraude te voorkomen, op te sporen en aan te pakken en het consumentenvertrouwen te vergroten.
Ook zijn grote inspanningen geleverd om ervoor te zorgen dat de door de lidstaten door middel van programma's voor plattelandsontwikkeling verleende steun voor plattelandsontwikkeling, in overeenstemming is met de relevante EU-regels en de criteria van de goedgekeurde programma's.
De handhaving van het acquis inzake maritieme zaken en visserij
De Commissie heeft nauwlettend toezicht gehouden op zones waar instandhoudings- en controlemaatregelen gelden voor visbestanden en die essentieel zijn voor de opbouw van een circulaire economie waarin visbestanden duurzaam worden gebruikt. Dit zal op de lange termijn bijdragen aan het veiligstellen van banen en groei in de visserijsector. Bijzondere aandacht werd besteed aan systemische tekortkomingen in de nationale systemen voor toezicht op de visserij waardoor illegale visserij onopgemerkt kan plaatsvinden, met nadelige gevolgen voor de duurzaamheid van de sector. In lijn met de doelstelling van de EU om uit te groeien tot een sterkere mondiale speler op het gebied van visserij, is de Commissie ook in actie gekomen bij een aantal gevallen waarin de exclusieve externe bevoegdheid van de Europese Unie niet werd gerespecteerd.
2.Een connectieve digitale eengemaakte markt
De handhavingsstrategie van de Commissie op het gebied van communicatienetwerken, inhoud en technologie was gericht op prioriteiten. Deze prioriteiten omvatten bijvoorbeeld structurele elementen van de wetgeving inzake elektronische communicatie, zoals de onafhankelijkheid van de nationale regelgevende instanties, de eerbiediging van raadplegingsprocedures en -termijnen bij het marktevaluatieproces, het spectrumbeheer en de vrijheid van vestiging. Tijdens het handhavend optreden zijn ook belangrijke bepalingen voor de instandhouding van de interne markt voor audiovisuele diensten aangepakt, zoals het oorsprongslandbeginsel en de vrijheid van ontvangst. Bovendien heeft de Commissie nalevingscontroles uitgevoerd op de omzetting door de lidstaten van de richtlijn inzake het hergebruik van overheidsinformatie (de richtlijn Overheidsinformatie) 10 .
3.Een schokbestendige energie-unie met een toekomstgericht beleid inzake klimaatverandering
In de "kaderstrategie voor een schokbestendige energie-unie met een toekomstgericht beleid inzake klimaatverandering" 11 van de Commissie staat dat "een volledige tenuitvoerlegging en strikte handhaving van de bestaande energie en aanverwante wetgeving de eerste prioriteit is om de energie-unie tot stand te brengen."
De Commissie houdt nauwlettend toezicht op de toepassing van het acquis op het gebied van klimaat- en energiebeleid. Ze heeft systematisch controles uitgevoerd op de omzetting van en de overeenstemming met:
de richtlijnen van het derde energiepakket 12 ,
de richtlijn inzake offshore-veiligheid 13 ,
de richtlijn inzake energie-efficiëntie 14 ,
de richtlijn betreffende de energieprestatie van gebouwen 15 ,
de richtlijn inzake hernieuwbare energie 16 ,
de richtlijn inzake olievoorraden 17 ,
de richtlijn inzake radioactief afval 18 ,
de richtlijnen betreffende het EU-emissiehandelsysteem 19 ,
de richtlijn betreffende brandstofkwaliteit 20 , en
de richtlijn betreffende de geologische opslag van kooldioxide 21 .
De Commissie heeft 15 inbreukprocedures ingeleid wegens te late omzetting van de richtlijn inzake offshore-veiligheid. Bovendien zijn stelselmatig EU-Pilotdialogen 22 en inbreukprocedures gestart wegens niet-naleving van rapportageverplichtingen, voornamelijk in het kader van de richtlijnen inzake energie-efficiëntie en de energieprestatie van gebouwen en de verordening betreffende de veiligstelling van de aardgasvoorziening 23 . Dit resulteerde in een nalevingsgraad van bijna 100 % met betrekking tot de rapportageverplichtingen in kwestie.
4.Een diepere en eerlijkere interne markt met een sterkere industriële basis
De interne markt biedt enorme mogelijkheden voor het Europese bedrijfsleven, alsook een ruimer aanbod en lagere prijzen voor consumenten. Het stelt mensen in staat om, waar zij dat willen, te reizen, wonen, werken en studeren. Als echter de internemarktregels niet worden toegepast of uitgevoerd, of als deze worden ondermijnd door andere belemmeringen, zullen deze voordelen niet zichtbaar worden.
De handhaving van het acquis inzake de interne markt, industrie, ondernemerschap en midden- en kleinbedrijf
De internemarktstrategie van de Commissie 24 voorziet in een meer holistische benadering van de handhaving van de internemarktregels, met inbegrip van de toepassing van een slimme handhavingsstrategie. Hieronder vallen alle stadia van de beleidsvorming, van de ontwikkeling en uitvoering van beleid tot informatie, conform de agenda voor betere regelgeving. Dit houdt onder meer in dat evaluatie en handhaving beter worden meegenomen bij de beleidsvorming en dat de lidstaten meer bijstand en richtsnoeren ontvangen over de wijze waarop internemarktregels ten uitvoer moeten worden gelegd. De strategie belooft ook een consequenter en doeltreffender handhavingsbeleid dat gericht is op het verbeteren van de algemene naleving van de internemarktregels en het EU-recht in het algemeen.
Overeenkomstig de nieuwe benadering hebben de Commissie en een aantal lidstaten in 2015 nationale strategieën ontwikkeld inzake openbare aanbestedingen om de oorzaken van systemische en terugkerende problemen aan te pakken. De Commissie heeft met de lidstaten overleg gevoerd over specifieke punten om problemen bij de uitvoering te voorkomen. Daarnaast heeft de Commissie zich ertoe verbonden om specifieke problemen in verband met de toepassing en implementatie in kaart te brengen, die ontstaan als gevolg van aanbestedingsregels in sectoren zoals de gezondheidszorg, IT, energie en afvalbeheer.
Bovendien heeft de Commissie maatregelen genomen ten aanzien van geconstateerde schendingen van de internemarktregels inzake de rechtsvorm en deelnemingen in het kader van de dienstenrichtlijn. Op grond hiervan zijn in 2015 10 EU-Pilotdialogen en 6 inbreukprocedures ingeleid.
Inbreukprocedures in verband met de richtlijn betalingsachterstand 25 hebben een aanzienlijke weerslag op de financiële aanpassingsprogramma's van de lidstaten. Uit hoofde van de richtlijn vereffende achterstallige betalingen aan particuliere leveranciers vallen onder het memorandum van overeenstemming tussen het Europees Stabiliteitsmechanisme en Griekenland, en onder het toezicht in aansluiting op het programma van Portugal. Aangezien deze programma's bepalen dat alle openbare achterstallige betalingen binnen een bepaald tijdsbestek moeten worden afgewikkeld, kan dit gevolgen hebben voor de naleving van de verplichtingen uit hoofde van de richtlijn inzake betalingsachterstand.
De handhaving van het acquis inzake consumentenbescherming
Het Hof van Justitie van de Europese Unie (HJEU) heeft steeds het beginsel kracht bijgezet dat in de procedurevoorschriften van de lidstaten rekening moet worden gehouden met de over het algemeen zwakkere positie van consumenten, opdat zij daadwerkelijk de vruchten kunnen plukken van de EU-wetgeving inzake consumentenbescherming. In 2015 heeft het Hof van Justitie deze jurisprudentie nader uitgewerkt op basis van de beginselen van ambtshalve controle door de nationale rechterlijke instanties, gelijkwaardigheid en doeltreffendheid. De Commissie heeft daarom de gevolgen van de op deze beginselen gebaseerde jurisprudentie van het Hof tijdens EU-Pilotdialogen, maar ook middels inbreukprocedures, onder de aandacht van de afzonderlijke lidstaten gebracht. De Commissie heeft ook opdracht gegeven voor een onderzoek naar het effect van de jurisprudentie van het HJEU op de procedures in de lidstaten.
De Commissie heeft inbreukprocedures ingeleid wegens te late omzetting van de richtlijn inzake alternatieve geschillenbeslechting 26 met betrekking tot de ontwikkeling van een doeltreffend en alternatief systeem voor de beslechting van geschillen in combinatie met een onlineplatform. De Commissie heeft ook de kwaliteit van de nationale maatregelen tot omzetting van de richtlijn inzake consumentenrechten 27 onderzocht, die onder meer van toepassing is op online afgesloten overeenkomsten. Op grond van de resultaten van deze controles is de Commissie 20 EU-Pilotdialogen gestart wegens de niet-naleving van de richtlijn.
Veel lidstaten gingen in 2015 verder met het doorvoeren van wetswijzigingen teneinde de nationale wetgeving in overeenstemming te brengen met de richtlijn betreffende oneerlijke handelspraktijken 28 . Parallel hieraan heeft de Commissie verder gewerkt aan de actualisering van de leidraad van 2009 voor de toepassing van de richtlijn 29 om de naleving door bedrijven en de handhaving in de lidstaten te verbeteren. Ook EU-Pilotdialogen en inbreukprocedures met betrekking tot de omzetting van de richtlijn inzake pakketreizen 30 hebben in een aantal lidstaten tot wetswijzigingen geleid. Deze wijzigingen zijn gericht op de naleving van het voorschrift dat de organisatoren van pakketreizen en/of kleinhandelaren in pakketreizen moeten aantonen de veiligheid van de betalingen te kunnen verzekeren en, in geval van insolvabiliteit, te zorgen voor repatriëring van de consument. In december 2015 heeft de Commissie bovendien een verslag 31 ingediend over de toepassing van de richtlijn inzake timesharing 32 .
Daarnaast heeft de Commissie nauw samengewerkt met de consumentenautoriteiten in het kader van een betere handhaving van de consumentenrechten. Op het gebied van autoverhuur zijn vijf grote autoverhuurbedrijven overeengekomen om de manier waarop zij omgaan met de consument, ingrijpend te herzien. Burgers zullen profiteren van meer duidelijkheid op het gebied van verzekeringen en tankmogelijkheden, en van een grotere prijstransparantie 33 .
De handhaving van het acquis inzake gezondheid en voedselveiligheid
In 2015 heeft de Commissie zich toegelegd op het waarborgen van de volledige omzetting van de richtlijn betreffende grensoverschrijdende gezondheidszorg 34 . Als gevolg hiervan is een aantal inbreukprocedures ingeleid. In reactie daarop hebben de lidstaten hun inspanningen opgevoerd, teneinde de omzetting te voltooien voordat zaken aanhangig werden gemaakt bij het Hof van Justitie. In de gezondheidssector heeft de Commissie EU-Pilotdialogen opgestart over de correcte omzetting van de richtlijn inzake menselijke weefsels en cellen 35 . De handhaving in de sector voor het dierenwelzijn is in gang gezet door de inleiding van inbreukprocedures tegen een aantal lidstaten wegens de niet-naleving van de voorschriften voor legkippen en de groepshuisvesting van zeugen. In 2015 hebben deze procedures tot de verwachte resultaten geleid, waarbij de meeste zaken konden worden afgesloten dankzij naleving van de relevante richtlijnen 36 .
De handhaving van het acquis inzake mobiliteit en vervoer
De Commissie heeft op dit gebied inbreukprocedures ingeleid of aanhangig gemaakt met betrekking tot kwesties die direct effect hebben op de voltooiing van de interne markt, met name:
discriminatoire gebruiksrechten voor personenauto's,
beperkingen op de toegang tot nationale wegvervoermarkten voor niet-ingezeten vervoerders,
belemmeringen voor de vrijheid van vestiging als gevolg van de monopolistische voorwaarden voor het werven van havenarbeiders, en
beperkingen op de verlening van vervoersdiensten en het vrije verkeer van goederen als gevolg van nationale minimumloonwetten.
In 2015 hebben de lidstaten hun inspanningen geïntensiveerd teneinde te voldoen aan de uitspraken van het Hof op grond waarvan de volledige toepassing van de bepalingen van het eerste spoorwegpakket vereist is. Op grond hiervan kon de Commissie dan ook de betreffende inbreukprocedures tegen drie lidstaten afsluiten. De lidstaten hebben echter geen vergelijkbare inspanning geleverd om de richtlijn tot instelling van één Europese spoorwegruimte 37 tijdig om te zetten. Naar aanleiding hiervan heeft de Commissie 20 inbreukprocedures ingeleid.
De Commissie is zich actief blijven inzetten om het gebruik van digitale technologieën, in het bijzonder in de wegvervoersector, te bevorderen. Het toezicht op de toepassing van het EU-recht op dit gebied is verscherpt en in 2015 is een aantal inbreukprocedures ingeleid of voortgezet in het kader van de toepassing van de richtlijn betreffende de interoperabiliteit van elektronische tolheffingssystemen voor het wegverkeer in Europa 38 . Normcontroles op de tenuitvoerlegging van de richtlijn betreffende het rijbewijs 39 hebben in 2015 geleid tot de inleiding van 20 inbreukprocedures.
De handhaving van het acquis inzake directe belastingen
De Commissie heeft drie initiatieven ontplooid met betrekking tot de naleving van de EU-wetgeving inzake directe belastingen die tussen 2011 en 2014 zijn gestart. De drie initiatieven zijn zodanig ontworpen dat ze de belastingbetaler ten goede komen. Met het eerste initiatief wordt nagegaan of mensen die vermogen erven in een andere lidstaat, dezelfde fiscale behandeling krijgen van de lidstaten 40 . Het tweede initiatief controleert of mensen die in de ene lidstaat wonen, maar in een andere lidstaat werken (grensarbeiders), een gelijke fiscale behandeling krijgen 41 . Het derde initiatief, dat eind 2014 is ingeleid, vormt een aanvulling op en voltooit de voorgaande initiatieven door de fiscale behandeling na te gaan van mensen die zich daadwerkelijk van de ene EU-lidstaat naar de andere verplaatsen (mobiele personen) 42 .
5.Een diepere en eerlijkere economische en monetaire unie
De ontwikkeling van een kapitaalmarktenunie, de voltooiing van de bankenunie en het bevorderen van grensoverschrijdende investeringen zijn van essentieel belang voor de financiële stabiliteit. Het handhavingsbeleid van de Commissie op dit gebied is gericht op het bewaken van de tijdige en correcte omzetting van de in het kader van de financiële hervorming vastgestelde richtlijnen.
Bijzondere aandacht is besteed aan de richtlijnen voor bankherstel en -afwikkeling 43 en depositogarantiestelsels 44 . De omzetting van deze richtlijnen is essentieel voor de tenuitvoerlegging van het onlangs ingestelde gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme, dat zal leiden tot verdere verdieping van de economische en monetaire verbondenheid. De Commissie is ook nagegaan of de richtlijn inzake financiële verslaglegging en de richtlijn inzake transparantie 45 tijdig zijn omgezet in nationale wetgeving. Bovendien heeft ze controles op de naleving verricht en, waar nodig, inbreukprocedures ingeleid wegens niet-naleving van:
de richtlijn betreffende de toegang tot de werkzaamheden van kredietinstellingen en het bedrijfseconomisch toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen 46 ,
de richtlijn inzake financiële conglomeraten 47 ,
de Solvabiliteit II- en Omnibus II-richtlijn 48 ,
de richtlijn inzake beheerders van alternatieve beleggingsfondsen 49 , en
de richtlijn inzake kredietratings 50 .
6.Een ruimte van justitie en grondrechten op basis van wederzijds vertrouwen
Europeanen delen waarden en genieten de rechten die zijn neergelegd in de EU-Verdragen en het Handvest van de grondrechten.
Een van de fundamentele vrijheden van de EU is het vrije verkeer van personen. De toepassing van de richtlijn inzake vrij verkeer 51 en het daarmee verband houdende acquis door de nationale overheden op lokaal niveau is onmisbaar om ervoor te zorgen dat Europeanen ten volle kunnen genieten van hun recht op vrij verkeer. Door een gebrek aan duidelijkheid over de rechten en plichten van EU-burgers kan hun vrij verkeer onder druk komen te staan. De Commissie zet zich er dan ook voor in om de nationale overheden bij te staan om deze informatiekloof te overbruggen. Te dien einde heeft de Commissie zich toegelegd op het ontwikkelen van een e-leerinstrument voor het recht van EU-burgers op vrij verkeer. Hierdoor zullen de nationale overheden — die op directe of indirecte wijze een invloed hebben op het recht op vrij verkeer van EU-burgers — een praktisch instrument in handen hebben om beter inzicht te krijgen in de rechten en verplichtingen in verband met het vrije verkeer en dus om de toepassing ervan in de praktijk te verbeteren. Op dit gebied is aanzienlijke vooruitgang geboekt in 2015 en het instrument zal in 2016 beschikbaar worden gesteld voor de autoriteiten van de lidstaten.
Op het gebied van het strafrecht moesten de lidstaten in 2015 twee belangrijke richtlijnen met betrekking tot justitie en grondrechten in nationale wetgeving omzetten. Eén richtlijn moet zorgen voor passende maatregelen ter bescherming van slachtoffers van misdrijven (Europees beschermingsbevel 52 ). De andere richtlijn stelt minimumnormen vast voor de rechten en de bescherming van deze slachtoffers 53 . De Commissie is inbreukprocedures gestart tegen lidstaten die niet voldoen aan de uit hoofde van deze richtlijnen voortvloeiende verplichtingen. Bovendien heeft ze controles op de conformiteit van de nationale wetgeving met de richtlijnen inzake procedurele rechten geïnitieerd of voltooid 54 , en EU-Pilotdialogen opgezet waar ze lacunes aantrof.
Op het gebied van justitiële samenwerking in burgerlijke zaken heeft de Commissie voorrang gegeven aan het bevorderen en beschermen van de rechten van kinderen, en in het bijzonder aan het voorkomen en bestrijden van de internationale ontvoering van kinderen. De Commissie was van mening dat de hele kwestie van internationale kinderontvoering (met inbegrip van de aanvaarding van nieuw toetredende landen tot het Verdrag van Den Haag van 1980 inzake internationale kinderontvoering) onder de exclusieve externe bevoegdheid van de EU viel vanwege de goedkeuring van parallelle interne EU-wetgeving (Verordening Brussel II bis 55 ). In het licht van de bezwaren hiertegen vanuit de meeste lidstaten, en na de inleiding van inbreukprocedures tegen een aantal lidstaten wegens de niet-naleving van de exclusieve externe bevoegdheid van de EU op dit gebied, heeft de Commissie het advies van het Hof van Justitie ingewonnen. Het Hof bevestigde 56 dat de exclusieve bevoegdheid van de EU de aanvaarding van de toetreding van een derde staat tot het Verdrag van Den Haag omvat. Naar aanleiding van het advies van het Hof, heeft de Raad de onderhandelingen hervat over de in verband met deze kwestie hangende voorstellen van de Commissie, die zij in 2015 heeft gepubliceerd.
Op het gebied van gegevensbescherming heeft het Hof in zijn arrest van 6 oktober 2015 57 de veiligehavenbeschikking van de Commissie ongeldig verklaard 58 . Het Hof oordeelde dat de beschikking onvoldoende bevindingen van de Commissie bevatte met betrekking tot de begrenzing van de toegang van Amerikaanse overheidsinstanties tot de krachtens de beschikking doorgegeven gegevens, alsook met betrekking tot de vraag of er effectieve rechtsbescherming tegen dat soort inmenging bestaat, vooral met het oog op de artikelen 7, 8 en 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Naar aanleiding van dit arrest heeft de Commissie op 6 november 2015 een mededeling uitgebracht over de overdracht van persoonsgegevens van de EU naar de VS in het kader van de richtlijn betreffende gegevensbescherming 59 . Dit bevat een overzicht van de alternatieve instrumenten voor de trans-Atlantische overdracht van gegevens in het kader van de richtlijn bij ontstentenis van een besluit waarbij het beschermingsniveau passend wordt verklaard.
Op het gebied van gelijke behandeling en non-discriminatie heeft de Commissie haar strijd tegen de discriminatie van Roma in de lidstaten voortgezet middels versterkte handhaving van de richtlijn inzake rassengelijkheid 60 . Ze heeft inbreukprocedures ingeleid tegen een tweede lidstaat wegens discriminatie van Roma-kinderen op het gebied van onderwijs, en verdere EU-Pilotdialogen gevoerd met verschillende andere lidstaten als gevolg van vermeende discriminatie van Roma op het gebied van huisvesting en/of onderwijs. De Commissie heeft zich ook verder ingespannen om de in het kader van de richtlijnen inzake gelijke behandeling opgerichte nationale instanties voor gelijke kansen te versterken in de strijd tegen discriminatie en om slachtoffers van discriminatie te helpen.
De in 2015 61 goedgekeurde Europese Veiligheidsagenda is bedoeld om de lidstaten instrumenten aan te reiken waarmee ze zowel veiligheidsproblemen op de korte als de lange termijn kunnen aanpakken. In dit verband is de Commissie EU-Pilotdialogen gestart met 12 lidstaten die niet voldeden aan de verplichtingen uit hoofde van de verordening betreffende precursoren voor explosieven 62 . De Commissie heeft haar inspanningen voortgezet om te zorgen voor de volledige omzetting en correcte uitvoering van de richtlijnen inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers daarvan 63 en inzake de bestrijding van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen en kinderpornografie 64 . Bovendien hebben de lidstaten in de loop van 2015 de omzetting van de richtlijn inzake aanvallen op informatiesystemen moeten omzetten 65 . De Commissie is inbreukprocedures gestart tegen lidstaten die niet voldoen aan de uit hoofde van deze richtlijnen voortvloeiende verplichtingen. Bovendien wordt in de agenda prioriteit gegeven aan de correcte omzetting en uitvoering van voormalige instrumenten van de derde pijler op het gebied van de politiële en justitiële samenwerking in strafzaken.
De overgangsperiode als bedoeld in Protocol 36 bij het Verdrag van Lissabon eindigde op 1 december 2014. Hiermee werden de beperkingen op de rechterlijke controle door het Europees Hof van Justitie en op de bevoegdheden van de Commissie overeenkomstig artikel 258 VWEU met betrekking tot het toezicht op de toepassing van de EU-wetgeving inzake de politiële en justitiële samenwerking in strafzaken, opgeheven.
De correcte omzetting en uitvoering van voormalige instrumenten van de derde pijler is essentieel voor de goede werking van het EU-beleid inzake vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid. Om een volledig en nauwkeurig overzicht van de uitvoering van deze instrumenten te verkrijgen en zichzelf in staat te stellen haar rol als hoedster van de Verdragen te vervullen, heeft de Commissie alle lidstaten verzocht hun nationale maatregelen voor de omzetting van de betreffende instrumenten vóór 15 maart 2015, met een verlenging tot 15 mei 2015, aan haar te melden.
Hoewel de Commissie een groot aantal kennisgevingen heeft ontvangen, zijn er ook lidstaten die van geen enkele maatregel voor de omzetting van een aantal van deze instrumenten melding hebben gemaakt. In december 2015 heeft de Commissie contact opgenomen met de lidstaten die hadden verzuimd om melding te maken van de volledige maatregelen voor de omzetting van de volgende instrumenten:
Kaderbesluit van de Raad 2006/960/JBZ (ook het Zweedse initiatief genoemd),
Kaderbesluit 2003/568/JBZ van de Raad inzake de bestrijding van corruptie in de privé-sector,
Kaderbesluit van de Raad 2008/841/JBZ ter bestrijding van georganiseerde criminaliteit,
Kaderbesluit 2009/315/JBZ inzake de uitwisseling van gegevens uit het strafregister tussen de lidstaten (ECRIS),
Kaderbesluit 2009/829/JBZ betreffende het Europees surveillancebevel,
Kaderbesluit 2008/947/JBZ betreffende proeftijdvoorwaarden en alternatieve straffen, en
Kaderbesluit 2008/909/JBZ inzake het overbrengen van gevangenen.
De Commissie heeft ook de conformiteit van de aangemelde nationale omzettingsmaatregelen met het EU-recht onderzocht.
7.Naar een nieuw beleid op het gebied van migratie
In de politieke beleidslijnen van voorzitter Juncker uit juli 2014 is migratie aangemerkt als een van de belangrijkste beleidsprioriteiten van de Commissie voor de termijn 2014-2019. In dit kader heeft de Commissie in 2015 de Europese agenda voor migratie aangenomen 66 . De agenda voorziet in een nieuwe en alomvattende aanpak waarbij intern en extern beleid worden samengevoegd, en is gebaseerd op wederzijds vertrouwen en solidariteit tussen de EU-lidstaten en de instellingen. De nadruk ligt hierbij op de effectieve tenuitvoerlegging van het EU-recht. De volledige en consequente toepassing door de lidstaten van de gemeenschappelijke regels inzake asiel en illegale migratie moet worden gegarandeerd door middel van systematische controle door de Commissie.
De Commissie heeft in het kader van deze agenda in 2015 prioriteit gegeven aan werkzaamheden met betrekking tot inbreuken op de juridische instrumenten inzake asiel, met bijzondere aandacht voor een snelle afhandeling van alle gevallen waarbij sprake was van late omzetting. Eind 2015 had de Commissie 37 inbreukprocedures ingeleid wegens te late omzetting van de herschikte richtlijn voor asielprocedures 67 en de herschikte richtlijn betreffende opvangvoorzieningen 68 . In twee gevallen van te late omzetting van de herschikte richtlijn betreffende de erkenning van beroepskwalificaties 69 , heeft de Commissie met redenen omklede adviezen uitgebracht aan de betrokken lidstaten.
De Commissie heeft ook inbreukprocedures wegens onjuiste uitvoering en/of inbreuken op de EU-wetgeving inzake asiel tegen lidstaten ingeleid. Deze hadden hoofdzakelijk betrekking op systemische tekortkomingen (behandeld in een tweede aanvullende aanmaningsbrief aan Griekenland) en in het geval van Hongarije op de naleving van recentelijk aangenomen wetgeving in het kader van het EU-acquis inzake asiel en het Handvest van de grondrechten. De Commissie heeft ook inbreukprocedures tegen vier lidstaten opgestart wegens onjuiste toepassing van de Eurodac-verordening 70 . Deze procedures hadden betrekking op de verplichting om vingerafdrukken te nemen van mensen die asiel aanvragen of illegaal de buitengrenzen overschrijden, en om deze afdrukken te versturen naar het Eurodac-systeem.
Een correcte tenuitvoerlegging van de terugkeerrichtlijn 71 is doorslaggevend voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de agenda tot bestrijding en voorkoming van illegale migratie. Op dit gebied heeft de Commissie administratieve brieven aan lidstaten verstuurd over de afgifte van terugkeerbesluiten en over de handhaving ervan in overeenstemming met de terugkeerrichtlijn. Daarnaast heeft ze een inbreukprocedure ingeleid tegen een lidstaat wegens onjuiste uitvoering van de richtlijn.
De Commissie heeft regelmatig verslag uitgebracht aan het publiek over de stand van zaken bij de tenuitvoerlegging van het EU-acquis inzake asiel. 72
8.Samenwerking met de lidstaten ten behoeve van een goede uitvoering van het EU-recht
Een van de belangrijkste doelstellingen van het pakket betere regelgeving is ervoor te zorgen dat het EU-recht correct wordt toegepast en uitgevoerd door de lidstaten. Reeds tijdens het ontwerp, en ruim voor de goedkeuring ervan, moet rekening worden gehouden met de wijze waarop nieuwe wetgeving wordt uitgevoerd. Volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie moeten de lidstaten de Commissie duidelijk en nauwkeurig in kennis stellen van de wijze waarop ze EU-richtlijnen vertalen naar hun nationale regels. 73
Bovendien voegt de wetgever, in gerechtvaardigde gevallen en op voorstel van de Commissie, een overweging in die een verwijzing vormt naar de toezegging van de lidstaten om toelichtende stukken bij de Commissie in te dienen, in aanvulling op de tekst van de nationale omzettingsmaatregelen, (zie paragraaf 8.2.).
Uitvoeringsplannen: stand van zaken
In het pakket betere regelgeving heeft de Commissie toegezegd om de lidstaten actief te helpen bij de omzetting en uitvoering van de wetgeving door uitvoeringsplannen op te stellen voor specifieke richtlijnen en verordeningen. Hoewel de lidstaten verantwoordelijk zijn voor de toepassing van het EU-recht, zijn de uitvoeringsplannen bedoeld om ze te helpen met de effectieve en tijdige uitvoering van de wetgeving. In de plannen worden de uitdagingen in kaart gebracht waarmee de lidstaten zich geconfronteerd zullen zien en waarmee rekening moet worden gehouden bij de voorbereiding van de omzetting en uitvoering van de wetgeving. De plannen voorzien ook in een groot aantal instrumenten ter ondersteuning van de lidstaten bij de uitvoering van EU-wetgeving, zoals richtsnoeren, deskundigengroepen en specifieke websites.
De uitvoeringsplannen gingen vergezeld van vijf, in 2015 door de Commissie ingediende voorstellen voor richtlijnen: één betreffende werkgelegenheid en sociale integratie en vier betreffende het milieu.
Er werd een uitvoeringsplan opgesteld voor het voorstel van de Commissie voor een richtlijn in het kader van een betere toegang voor gehandicapte consumenten tot een aantal producten en diensten 74 . In het plan wordt de steun beschreven die de Commissie aan de lidstaten verleent op de volgende voornaamste risicogebieden:
de correcte omzetting van de richtlijn binnen twee jaar en de juiste toepassing ervan vanaf zes jaar na goedkeuring;
een adequaat toezicht op en evaluatie van de richtlijn, hetgeen aan de hand van vijfjaarlijkse verslagen moet worden gewaarborgd; en
inspanningen om de consument bewust te maken van de producten en diensten die onder de richtlijn vallen. Hiervoor zal een nauwe samenwerking nodig zijn met economische actoren, belanghebbenden en nationale autoriteiten.
Vier voorstellen voor richtlijnen die onderdeel vormen van het pakket circulaire economie, gingen vergezeld van een ander uitvoeringsplan 75 . Deze voorstellen betreffen de wijziging van zes afvalbeheerrichtlijnen: inzake afvalstoffen 76 , verpakkingen en verpakkingsafval 77 , stortplaatsen 78 , autowrakken 79 , batterijen en accu's en afgedankte batterijen en accu's 80 , en afgedankte elektrische en elektronische apparatuur 81 . In het plan worden de volgende uitdagingen op het gebied van de tenuitvoerlegging, samen met mogelijke steunmaatregelen van de Commissie, in kaart gebracht:
de doelstellingen binnen de afgesproken termijnen te behalen. Dit behelst de ontwikkeling van infrastructuur voor gescheiden inzameling en verwerking van afval, het bijwerken van afvalbeheersplannen, de handhaving en coördinatie tussen de autoriteiten op alle niveaus, het gebruik van stortcapaciteiten terugdringen, en de toepassing van economische instrumenten; en
toezicht en kwaliteitsrapportage. Dit omvat de verbetering van gegevensverzameling en de ontwikkeling van meer betrouwbare gegevensverificatie- en rapportagesystemen.
De Commissie is van mening dat deze plannen de lidstaten zullen helpen bij de effectieve omzetting en tenuitvoerlegging van de voorgestelde richtlijnen. De Commissie zal nagaan in hoeverre de lidstaten gebruikmaken van de uitvoeringsplannen.
Toelichtende stukken: stand van zaken
De EU-instellingen en de lidstaten zijn in 2011 overeengekomen dat de lidstaten bij de aanmelding van nationale omzettingsmaatregelen bij de Commissie, wellicht ook informatie moeten verstrekken over de wijze waarop ze de richtlijnen hebben omgezet in nationale wetgeving 82 . De Commissie kan de lidstaten verzoeken om in gerechtvaardigde gevallen deze ondersteunende informatie ("toelichtende stukken") in te dienen 83 .
Toelichtende stukken spelen een essentiële rol bij het bevorderen van goed inzicht in de nationale omzettingsmaatregelen. Ze dragen bij tot een beter begrip van controle op de naleving: zonder de documenten zouden aanzienlijke middelen en tal van contacten met de nationale autoriteiten nodig zijn om de omzettingsmethoden in alle lidstaten te volgen. Aangezien omzettingsmaatregelen moeten worden samengevoegd met een complex bestaand wettelijk kader, leidt de daaruit voortvloeiende omzettingshandeling tot honderden maatregelen die moeten worden onderzocht.
In 2015 heeft de Commissie in 12 van de 14 aan het Europees Parlement en de Raad voorgelegde voorstellen voor richtlijnen om toelichtende stukken verzocht. Van de 38 richtlijnen die het Parlement en de Raad in de loop van dat jaar hebben aangenomen, heeft de Commissie bij 7 daarvan om toelichtende stukken verzocht. In alle zeven gevallen werd in de definitieve tekst de overeengekomen overweging over de noodzaak van dergelijke documenten gehandhaafd.
Gedurende het jaar hebben de lidstaten 56 richtlijnen moeten omzetten 84 . In 11 van deze gevallen hebben zij beloofd toelichtende stukken in te dienen 85 . Het evaluatieproces van de nationale maatregelen voor deze richtlijnen is nog gaande, waardoor de Commissie nog geen conclusies kan trekken over de kwaliteit van de ontvangen toelichtende stukken.
Twee van de elf richtlijnen waarvoor de lidstaten hebben toegezegd toelichtende stukken te verstrekken, hebben betrekking op het milieu. De Commissie heeft 12 toelichtende documenten ontvangen voor de richtlijn betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn 86 en 13 voor de richtlijn inzake prioritaire stoffen op het gebied van het waterbeleid 87 . Met behulp van deze documenten kon de Commissie de omzetting van deze richtlijnen in de betrokken lidstaten beoordelen. Een goede praktijken betrof de door Hongarije in het kader van de richtlijn betreffende de gevaren van zware ongevallen toegezonden concordantietabellen. Deze tabellen waren van goede kwaliteit en bevatten de benodigde gegevens, waardoor de Commissie kon beoordelen of de omzetting van deze belangrijke richtlijn in nationale wetgeving volledig was.
Vier van de elf zijn richtlijnen op het gebied van financiële markten. De lidstaten hebben 11 toelichtende stukken bij de Commissie ingediend voor de richtlijn inzake financiële verslaglegging 88 , 5 voor de richtlijn inzake transparantie 89 , 9 voor de richtlijn inzake depositogarantiestelsels 90 en 13 voor de Omnibus II-richtlijn 91 . In veel gevallen zijn het concordantietabellen die als toelichtende stukken worden ingediend, en die over het algemeen nauwkeurige informatie over de omzetting van de bepalingen van de richtlijn en de daarmee verband houdende nationale bepalingen bevatten. De kwaliteit van de ingediende stukken loopt uiteen. In één geval tonen de stukken niet alleen de nationale bepalingen tot omzetting van elke bepaling van de richtlijn inzake depositogarantiestelsels, maar wordt er bovendien in aangegeven welke bepalingen niet zijn omgezet en waarom niet, en van welke keuzevrijheid en speelruimte gebruik is gemaakt. In andere gevallen waren de ingediende toelichtende stukken voor de Omnibus II-richtlijn, tot wijziging van twee eerdere richtlijnen 92 , onvolledig; in de documenten wordt slechts verwezen naar een van de gewijzigde richtlijnen en ontbreekt het aan een overzicht van de omzetting van de andere delen van de gewijzigde richtlijn.
Twee van de elf richtlijnen hebben betrekking op het vervoer. De Commissie heeft zes toelichtende stukken ontvangen voor de richtlijn tot instelling van één Europese spoorwegruimte 93 en elf voor de richtlijn betreffende het rijbewijs 94 . De kwaliteit van deze laatste documenten lijkt toereikend te zijn en verschaft de Commissie de nodige informatie. Met de beoordeling van de stukken met betrekking tot de richtlijn inzake het rijbewijs wordt nu pas begonnen aangezien de omzettingstermijn op 31 december 2015 afliep.
Twee van de elf richtlijnen hebben betrekking op migratie en binnenlandse zaken. Vijftien lidstaten hebben documenten in de vorm van concordantietabellen over hun omzetting van de richtlijn inzake asielprocedures ingediend 95 . Met betrekking tot de richtlijn betreffende opvangvoorzieningen 96 hebben 13 lidstaten toelichtende stukken ingediend. In bijna alle gevallen zijn gedetailleerde concordantietabellen ingediend.
De laatste van de 11 richtlijnen betreft de alternatieve beslechting van consumentengeschillen 97 . De Commissie heeft voor deze richtlijn 11 toelichtende stukken ontvangen. De kwaliteit ervan lijkt te volstaan. In het bijzonder heeft één lidstaat opmerkingen opgenomen over de nationale rechtspraak en de administratieve maatregelen en daarmee een beeld gegeven van het nationale systeem. Een andere lidstaat heeft aanwijzingen gegeven over de wijze waarop de omzetting is uitgevoerd en waarom het in sommige gevallen niet noodzakelijk was om maatregelen om te zetten, aangezien er dan sprake was van reeds bestaande nationale regels (die in alle gevallen in het document zijn gekopieerd). Eén lidstaat heeft duidelijke verwijzingen opgenomen voor regels die op decentraal niveau zijn omgezet.
Niet alle lidstaten zijn in 2015 hun toezeggingen nagekomen om toelichtende stukken in combinatie met de nationale maatregelen tot omzetting van de richtlijnen in hun rechtsorde in te dienen. Uit een eerste evaluatie blijkt dat de kwaliteit van de toelichtende stukken die zijn ingediend, wisselend is.
De Commissie zal in haar jaarverslagen over de toepassing van het EU-recht, verslag uit blijven brengen over toelichtende stukken aan het Parlement en de Raad.
III.Inbreukprocedures
Er zijn drie belangrijke soorten inbreuken op het EU-recht:
a)niet-kennisgeving: een lidstaat heeft de Commissie niet tijdig in kennis
gesteld van zijn maatregelen tot omzetting van de richtlijn;
b)niet-conformiteit/niet-naleving: de Commissie is van mening dat de wetgeving van een lidstaat niet in overeenstemming is met de voorschriften van de EU-wetgeving;
c)onjuiste/verkeerde toepassing: het Unierecht wordt niet of niet correct toegepast door de nationale autoriteiten.
Inbreuken kunnen aan het licht komen door eigen onderzoek van de Commissie of onder haar aandacht worden gebracht door klachten of verzoekschriften van burgers, ondernemingen, ngo's of andere organisaties. De Commissie betrekt burgers actief bij de behandeling van hun klachten, door ze in alle fasen van de procedure in kennis te stellen van de genomen besluiten 98 .
Als een EU-Pilotdialoog met een lidstaat met betrekking tot een vermeende inbreuk geen resultaat oplevert, of als urgentie of een ander dwingend belang onmiddellijke actie vereist, kan de Commissie besluiten een formele inbreukprocedure in te leiden op grond van artikel 258 VWEU. De inbreukprocedure bestaat uit een precontentieuze fase en een contentieuze fase.
In de precontentieuze fase zendt de Commissie eerst een ingebrekestelling naar de lidstaat, met het verzoek om binnen een bepaalde termijn uitleg te verschaffen. Als de lidstaat niet antwoordt of het antwoord onbevredigend wordt geacht, zendt de Commissie de lidstaat een met redenen omkleed advies toe, met het verzoek dat binnen een bepaalde termijn op te volgen.
Indien de lidstaat het met redenen omkleed advies niet opvolgt, kan de Commissie de contentieuze procedure starten door de zaak op grond van artikel 258 VWEU aanhangig te maken bij het Hof van Justitie.
Wanneer de Commissie een zaak aanhangig maakt bij het Hof, omdat een lidstaat zijn verplichting tot mededeling van maatregelen ter omzetting van een volgens een wetgevingsprocedure aangenomen richtlijn niet is nagekomen, kan zij op grond van artikel 260, lid 3, VWEU, financiële sancties voorstellen.
Het Hof kan zich achter de Commissie scharen en besluiten dat de lidstaat zijn verplichtingen uit hoofde van het EU-recht niet is nagekomen. Indien het Hof hiertoe besluit en de lidstaat niet het nodige doet om zijn verplichtingen na te komen, kan de Commissie de inbreukprocedure op grond van artikel 260, lid 2, VWEU voortzetten. Dit houdt in dat zij de lidstaat na toezending van een ingebrekestelling op grond van artikel 260, lid 2, VWEU opnieuw voor het Hof daagt. De Commissie kan het Hof in dat geval voorstellen financiële sancties in de vorm van een forfaitaire som en/of dwangsom per dag of een andere aangegeven periode op te leggen.
Het Hof van Justitie kan ook op verzoek van nationale rechterlijke instanties problemen met betrekking tot de conformiteit van nationale wetgeving met EU-wetgeving in prejudiciële beslissingen op grond van artikel 267 VWEU aanpakken. Prejudiciële beslissingen verschillen van inbreukbeslissingen en bieden de Commissie een extra mogelijkheid om ervoor te zorgen dat schendingen van het Unierecht die voortvloeien uit de nationale wetgeving of de toepassing ervan, worden opgelost. De Commissie volgt de prejudiciële beslissingen, waarbij het Hof non-conformiteit van de nationale wetgevingen heeft vastgesteld, stelselmatig op.
IV.Fase voorafgaand aan de inleiding van de inbreukprocedure
1.Problemen identificeren
Onderzoek op eigen initiatief
De Commissie onderzoekt de uitvoering van het EU-recht vooral op eigen initiatief. Tenzij urgentie of een doorslaggevend belang anders vereist, start de Commissie bij een vermoeden van niet-naleving doorgaans eerst bilaterale besprekingen met de betrokken lidstaat via EU-Pilot, met het oog op een oplossing die in overeenstemming is met het EU-recht (EU-Pilot wordt hieronder in deel 2 toegelicht). In 2015 zijn er 578 EU-Pilotonderzoeken gestart (tegenover 777 in 2014).
Mobiliteit en vervoer, energie en milieu zijn de drie beleidsterreinen waarop in 2015 de meeste potentiële inbreuken werden vastgesteld (respectievelijk 96, 84 en 77 nieuwe EU-Pilotdossiers). De dossiers betroffen voornamelijk Italië, Portugal en Duitsland (respectievelijk 37, 30 en 28 nieuwe EU-Pilotdossiers).
Klachten en verzoekschriften
Burgers, ondernemingen, ngo's en andere organisaties hebben ook in 2015 een groot aantal mogelijke inbreuken op het EU-recht gemeld. Het aantal nieuwe klachten daalde echter voor het eerst sinds 2011 (met ongeveer 9 % ten opzichte van 2014).
De onderstaande grafiek bevat nog meer belangrijke gegevens over klachten van het publiek 99 :
Nog lopende publieke klachten einde jaar
|
2963 |
> |
Nog lopende klachten eind 2014 |
|
3450 |
> |
In 2015 geregistreerde nieuwe klachten |
|
3315 |
> |
In 2015 behandelde klachten |
|
= 3098 |
> |
Nog lopende klachten eind 2015 |
In 2015 werden 3 450 nieuwe klachten geregistreerd. De drie lidstaten waartegen de meeste klachten werden ingediend, waren Italië, Spanje en Duitsland.
• Italië: 637 klachten, vooral betreffende werkgelegenheid, sociale zaken en inclusie (286 klachten), belastingen en douane-unie (69 klachten), en interne markt, industrie, ondernemerschap en midden- en kleinbedrijf (64 klachten);
• Spanje: 342 klachten, vooral betreffende werkgelegenheid, sociale zaken en inclusie (66 klachten), justitie en consumentenzaken (65 klachten), en interne markt, industrie, ondernemerschap en midden- en kleinbedrijf (59 klachten); en
• Duitsland: 274 klachten, vooral betreffende justitie en consumentenzaken (48 klachten), belastingen en douane-unie (36 klachten), en interne markt, industrie, ondernemerschap en midden- en kleinbedrijf (32 klachten).
De onderstaande grafiek toont de vijf beleidsterreinen waarop de meeste nieuwe klachten zijn ingediend. Deze vijf beleidsterreinen vertegenwoordigen 72 % van alle in 2015 tegen de lidstaten ingediende klachten.
In 2015 zijn er 3 315 klachten behandeld. Na onderzoek van de klachten is de Commissie EU-Pilotdialogen met de lidstaten gestart om vast te stellen of er EU-regels waren geschonden. Niet alle klachten hebben geleid tot een bilaterale dialoog met de lidstaten, vanwege het feit dat: er in sommige gevallen geen sprake was van een inbreuk op het EU-recht (2 247), de Commissie niet bevoegd was (152) of de betrokken correspondentie niet als klacht kon worden aangemerkt (454). Deze 2 853 klachten werden afgesloten.
De klachten waarvoor via EU-Pilot een bilaterale dialoog werd gestart, hadden in de meeste gevallen betrekking op de interne markt, industrie, ondernemerschap en midden- en kleinbedrijf, belastingen en douane-unie, en werkgelegenheid, sociale zaken en inclusie (respectievelijk 76, 55 en 28 nieuwe EU-Pilotdossiers).
Deze klachten hadden ook voornamelijk betrekking op Italië, Spanje en Duitsland.
• Italië: 30 nieuwe EU-Pilotdossiers, waarvan het merendeel verband hield met klachten op het gebied van belastingen en douane-unie (8), interne markt, industrie, ondernemerschap en midden- en kleinbedrijf (5), en gezondheid en voedselveiligheid (4);
• Spanje: 24 nieuwe EU-Pilotdossiers, vooral in verband met klachten op het gebied van werkgelegenheid, sociale zaken en inclusie (7), en interne markt, industrie, ondernemerschap en midden- en kleinbedrijf (4); en
• Duitsland: 21 nieuwe EU-Pilotdossiers, waarvan het merendeel verband hield met klachten op het gebied van de interne markt, industrie, ondernemerschap en midden- en kleinbedrijf (10), en belasting en douane-unie (5).
Het Europees Parlement heeft de Commissie in 2015 via verzoekschriften en vragen gewezen op tekortkomingen in de uitvoering en toepassing van bepaalde EU-wetgeving door de lidstaten. Daarbij ging het onder meer om de volgende gebieden:
Milieu: er werd een ingebrekestelling aan Finland verstuurd in verband met de omzetting van de richtlijn inzake de toegang van het publiek tot milieu-informatie 100 .
In vijf andere milieuzaken startte de Commissie een dialoog met de betreffende lidstaten. De zaken houden verband met schaliegas, het beheer van wolven, een onjuiste toepassing van de richtlijn inzake strategische milieueffectbeoordeling 101 , en de conformiteit van de nationale wetgeving met de eisen van de richtlijn inzake de toegang van het publiek tot milieu-informatie 102 .
Justitie: een schriftelijke vraag in het Europees Parlement deed bij de Commissie vragen rijzen over de compatibiliteit van de nationale wetgeving inzake rechtshandhavingspersoneel van een lidstaat met het beginsel van het vrij verkeer van personen. Bovendien is de Commissie naar aanleiding van een verzoekschrift een bilaterale dialoog gestart met een lidstaat over diens beperkingen op naamswijzigingen na het huwelijk.
Belastingen: De Commissie is bilaterale besprekingen gestart met een aantal lidstaten over de belasting op onroerende zaken en de door studenten betaalde woonplaatsbelasting.
2.Problemen oplossen
EU-Pilot is een initiatief van de Commissie waarmee getracht wordt om oplossingen te vinden voor problemen bij de toepassing van het EU-recht. Het wordt ondersteund door een onlinedatabank en communicatieinstrument. Via de EU-Pilotdialoog kunnen problemen vaak sneller worden opgelost, waardoor de naleving van de verplichtingen die voortvloeien uit het EU-recht wordt gewaarborgd, wat de burgers en ondernemingen ten goede komt.
Het aantal nieuwe EU-Pilotdossiers is tussen 2011 en 2013 geleidelijk gestegen (zie onderstaande grafiek). In 2015 daalde het aantal echter tot onder het niveau van 2011: er werden 881 nieuwe dossiers geopend (een daling van ongeveer 30 % ten opzichte van 2014).
De onderstaande tabel geeft de voornaamste EU-Pilotcijfers voor 2015 weer 103 :
Nog lopende EU-pilotdossiers aan het einde van het jaar
|
1348 |
> |
Nog lopende EU-pilotdossiers eind 2014 |
|
881 |
> |
In 2015 geregistreerde nieuwe EU-pilotdossiers |
|
969 |
> |
In 2015 behandelde EU-pilotdossiers |
|
= 1260 |
> |
Nog lopende EU-pilotdossiers eind 2015 |
In 2015 werden 881 nieuwe EU-pilotdossiers geopend. Van deze nieuwe dossiers werden er 295 geopend naar aanleiding van klachten en 578 werden door de Commissie op eigen initiatief gestart.
De onderstaande grafiek geeft weer voor welke beleidsterreinen in 2015 de meeste nieuwe EU-Pilotdossiers zijn geopend:
In 2015 werden 969 EU-pilotdossiers behandeld. Er werden 726 dossiers door de Commissie afgesloten na een bevredigend antwoord van de betrokken lidstaten. Het percentage zaken dat op deze manier werd opgelost, bedroeg 75 %, exact gelijk aan het percentage van 2014.
In 243 EU-Pilotdossiers achtte de Commissie het antwoord van de lidstaat ontoereikend en werd het dossier gesloten. Voor 201 zaken werd daarna een formele inbreukprocedure ingeleid (tegenover 325 in 2014). Hoewel 65 van deze procedures werden geopend naar aanleiding van een klacht, werden de overige 136 procedures op eigen initiatief van de Commissie gestart.
De meeste EU-Pilotdossiers waarop een inbreukprocedure volgde, hadden betrekking op de volgende beleidsterreinen: mobiliteit en vervoer (50 zaken), milieu (38), interne markt, industrie, ondernemerschap en midden- en kleinbedrijf (29), en belastingen en douane-unie (26). De meeste EU-Pilotdossiers waarop een inbreukprocedure volgde, hadden betrekking op Italië, Frankrijk en Spanje (respectievelijk 19, 17 en 16 dossiers).
1 260 EU-Pilotdossiers waren eind 2015 nog niet afgesloten. De meeste dossiers die eind 2015 nog lopende waren, hadden betrekking op Italië (111), Spanje (78) en Polen (74). Met 298 lopende dossiers was milieu opnieuw het belangrijkste beleidsterrein, gevolgd door justitie (191) en belastingen en douane-unie (141).
De onderstaande grafiek geeft het percentage opgeloste EU-Pilotdossiers (het aantal door de Commissie afgesloten dossiers zonder inleiding van een inbreukprocedure per lidstaat in 2015) weer met betrekking tot het aantal behandelde dossiers in hetzelfde jaar.
De lidstaten moeten binnen een termijn van 10 weken (70 dagen) een oplossing aandragen voor een probleem of hiervan via EU-Pilot door de Commissie van in kennis worden gesteld. De onderstaande grafiek toont de gemiddelde reactietijd van de lidstaten in 2015.
V.De diverse fasen van de inbreukprocedure
1.Precontentieuze fase
In 2015 is de Commissie 742 nieuwe procedures gestart door een ingebrekestelling te verzenden. De onderstaande grafiek bevat een uitsplitsing naar lidstaat:
De volgende grafiek toont de belangrijkste beleidsterreinen waarop nieuwe procedures zijn ingeleid.
Voorts heeft de Commissie de lidstaten in 2015 248 met redenen omklede adviezen toegezonden. Mobiliteit en vervoer (49), milieu (40), financiële diensten (40) en energie (36) waren de belangrijkste beleidsterreinen.
De onderstaande grafiek bevat een uitsplitsing naar lidstaat:
Eind 2015 waren er 1 368 inbreukzaken lopende. De onderstaande grafiek toont dat hoewel het aantal lopende inbreukzaken licht is toegenomen ten opzichte van vorig jaar, het cijfer nog altijd ruim onder het niveau van 2011 ligt.
De onderstaande grafiek geeft per lidstaat het aantal inbreukzaken weer dat eind 2015 nog lopende was:
De onderstaande grafiek geeft het aantal inbreukzaken weer dat eind 2015 nog lopende was, opgesplitst naar beleidsterrein:
Ook na de inleiding van een formele procedure blijven de Commissie en de lidstaat in dialoog om tot naleving te komen. Statistieken wijzen uit dat de lidstaten grote inspanningen doen om hun inbreukzaken op te lossen vóór het Hof een uitspraak doet 104 .
In 2015 heeft de Commissie:
•474 inbreukzaken afgesloten na toezending van een ingebrekestelling;
•183 zaken afgesloten na toezending van een met redenen omkleed advies; en
•12 zaken afgesloten nadat werd besloten om de zaak bij het Hof aanhangig te maken, maar nog voor een verzoek werd ingediend. Voorts heeft de Commissie 13 zaken ingetrokken nog vóór het Hof een uitspraak deed.
2.Arresten van het Hof van Justitie op grond van de artikelen 258 en 260, lid 2, VWEU
Het Hof heeft in 2015 25 keer uitspraak gedaan op grond van artikel 258 VWEU, waarbij het de Commissie in 18 arresten (82 %) in het gelijk stelde. De meeste arresten van het Hof hadden betrekking op
Polen (vier, alle in het voordeel van de Commissie),
België (twee, beide in het voordeel van de Commissie),
Bulgarije (twee, beide in het voordeel van de Commissie),
Frankrijk (twee, beide in het voordeel van de Commissie),
Duitsland (twee, beide in het voordeel van de Commissie),
Griekenland (twee, beide in het voordeel van de Commissie),
Luxemburg (twee, beide in het voordeel van de Commissie),
Slowakije (twee, beide in het voordeel van Slowakije) en
het Verenigd Koninkrijk (twee, waarvan één in het voordeel van de lidstaat).
De beleidsterreinen waarop het Hof in 2015 de meeste arresten wees, waren belastingen (9), werkgelegenheid (6) en milieu (4).
De lidstaten nemen vaak de nodige maatregelen om het arrest van het Hof onverwijld na te komen. 85 inbreukprocedures waarvoor het Hof al een uitspraak had gedaan, waren eind 2015 toch nog lopende, omdat de Commissie van mening was dat de betrokken lidstaten de arresten op grond van artikel 258 VWEU nog niet waren nagekomen. Deze zaken betroffen vooral
Griekenland (10), Polen (8) en Spanje (7), en hielden vooral verband met milieu (35), vervoer (12), belastingen (9), en gezondheid en consumentenbescherming (7).
Van deze 85 zaken waren er twee reeds voor de tweede keer bij het Hof aanhangig gemaakt. Wanneer het Hof op grond van artikel 260, lid 2, VWEU financiële sancties oplegt, moet de in gebreke gebleven lidstaat de forfaitaire som onmiddellijk betalen, terwijl de dwangsom moet worden voldaan totdat het eerste en tweede arrest van het Hof volledig worden nagekomen. In 2015 heeft het Hof drie keer een uitspraak gedaan op grond van artikel 260, lid 2, VWEU. Het Hof heeft dwangsommen opgelegd aan Italië 105 en Griekenland 106 . Eind 2015 waren zeven inbreukprocedures nog steeds niet afgesloten na een arrest van het Hof op grond van artikel 260, lid 2, VWEU.
VI.Omzetting van richtlijnen
1.Te late omzetting
Het terugdringen van het aantal gevallen van te late omzetting is al heel lang een prioriteit van de Commissie. De Commissie stelt dan ook financiële sancties voor wanneer zij een lidstaat op grond van de artikelen 258 en 260, lid 3, VWEU voor het Hof van Justitie daagt omdat die zijn verplichting tot mededeling van maatregelen ter omzetting van een volgens een wetgevingsprocedure aangenomen richtlijn niet tijdig is nagekomen (zie punt VI.2).
Er moesten in 2015 56 richtlijnen worden omgezet, minder dan de 67 richtlijnen in 2014. Het aantal nieuwe inbreukzaken wegens te late omzetting daalde ook licht, van 585 naar 543.
Eind 2015 waren nog 518 inbreukprocedures wegens te late omzetting lopende. Dit is een stijging van 19 % ten opzichte van de 421 zaken die eind 2014 nog niet waren afgesloten.
De volgende grafiek bevat de belangrijkste cijfers betreffende inbreukprocedures wegens te late omzetting die de Commissie in 2015 heeft ingeleid:
Nog lopende inbreukzaken wegens te late omzetting aan het einde van het jaar
|
421 |
> |
Nog lopende inbreukprocedures wegens te late omzetting eind 2014 |
|
543 |
> |
Geregistreerde nieuwe inbreukprocedures wegens te late omzetting in 2015 |
|
446 |
> |
In 2015 gesloten inbreukprocedures wegens te late omzetting |
|
= 518 |
> |
Nog lopende inbreukprocedures wegens te late omzetting eind 2015 |
De volgende grafiek toont het aantal inbreukprocedures wegens te late omzetting die eind 2015 nog lopende waren, per lidstaat en ongeacht het jaar waarin de procedure werd ingeleid.
De volgende grafiek toont het aantal nieuwe inbreukprocedures (543 in totaal) dat in 2015 is ingeleid, per lidstaat.
De volgende grafiek geeft weer voor welke beleidsterreinen in 2015 de meeste nieuwe procedures werden ingeleid:
Tegen 26 lidstaten werd een inbreukprocedure ingeleid wegens te late omzetting van de richtlijn tot ontwikkeling van een herstel- en resolutiekader voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen 107 . Daarnaast werd tegen 23 lidstaten een procedure ingeleid wegens te late omzetting van de richtlijn inzake de bevoegdheden van de Europese toezichthoudende autoriteit 108 . Met betrekking tot de Solvabiliteit II-richtlijn 109 , de richtlijn betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn 110 en de richtlijn tot instelling van één Europese spoorwegruimte 111 werden 21 procedures ingeleid.
2.Zaken die op grond van artikel 258 en artikel 260, lid 3, VWEU bij het Hof van Justitie aanhangig zijn gemaakt
Op grond van artikel 260, lid 3, VWEU kan de Commissie, zelfs wanneer zij wegens
onvolledige omzetting een zaak op grond van artikel 258 VWEU voor de eerste keer aanhangig maakt bij het Hof van Justitie, financiële sancties voorstellen. Deze vernieuwing, die bij het Verdrag van Lissabon is ingevoerd, moet de lidstaten er verder toe aanzetten richtlijnen tijdig om te zetten. Bij het vaststellen van de omvang van de voorgestelde financiële sanctie volgt de Commissie het beleid dat is vastgelegd in de mededeling over de uitvoering van artikel 260, lid 3, VWEU
112
.
Ook in 2015 heeft de Commissie bij het Hof van Justitie een aantal inbreukzaken wegens te late omzetting aanhangig gemaakt, waarbij zij verzocht om op grond van artikel 260, lid 3, VWEU een dwangsom per dag op te leggen. Vijf lidstaten werden in 2015 voor het Hof gedaagd: Polen (twee zaken) 113 en Duitsland 114 , Griekenland 115 , Luxemburg 116 en Slovenië 117 (elk één zaak). De Commissie heeft één zaak stopgezet, nl. die met betrekking tot de te late omzetting door Slovenië van de richtlijn inzake afvalstoffen 118 . In een andere zaak betreffende te late omzetting van de richtlijn betreffende de bescherming van dieren die voor wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt, besloot de Commissie de zaak aanhangig te maken, maar namen de lidstaten in dit geval echter de nodige omzettingsmaatregelen aan vóór de verzoeken naar het Hof werden verzonden en werd een procedure voor het Hof afgewend.
De lidstaten hebben in 2015 extra inspanningen gedaan om nog vóór het arrest van het Hof van Justitie voor volledige omzetting te zorgen. Desondanks waren er nog vier inbreukzaken lopende waarin een dwangsom per dag werd voorgesteld: twee tegen Polen, en één tegen respectievelijk Griekenland en Luxemburg.
In één zaak hebben de betrokken lidstaten de omzetting voltooid en zette de Commissie de inbreukprocedure dan ook stop in een zeer laat stadium in de juridische procedure
119
. Deze bijzonder late intrekking heeft de Commissie aangezet tot herziening van haar beleid ten aanzien van de uitvoering van artikel 260, lid 3, VWEU
120
teneinde een meer doeltreffende en tijdige omzetting van EU-richtlijnen in de lidstaten te waarborgen
121
.
VII.Conclusies
Uit het grote aantal inbreukprocedures in 2015 kan worden opgemaakt dat de tijdige en correcte toepassing van EU-wetgeving in de lidstaten een grote uitdaging blijft vormen. De Commissie zal haar reactie, op het moment dat er inbreuken op EU-wetgeving worden vastgesteld, verder versterken. Met de goedkeuring van het pakket voor betere regelgeving in mei 2015 zullen de lidstaten zijn voorzien van de benodigde ondersteuning en bijstand tijdens de uitvoeringsfase en zal het gemakkelijker worden om EU-wetgeving af te dwingen. De Commissie heeft reeds in het kader van de agenda voor betere regelgeving, preventieve maatregelen genomen ter ondersteuning van de lidstaten tijdens het uitvoeringsproces van de EU-wetgeving. De Commissie biedt de lidstaten op dit gebied begeleiding en ondersteuning middels een breed scala aan instrumenten (richtsnoeren, bijeenkomsten, workshops, deskundige instanties, uitvoerings- en evaluatieverslagen achteraf, enz.). Tegelijkertijd is de Commissie voornemens de handhaving van de EU-wetgeving te versterken door de omzetting in en de conformiteit van nationale wetgeving structureel en systematisch te controleren. De lidstaten moeten echter ook extra inspanningen leveren om hieraan te voldoen, ten behoeve van burgers en ondernemingen.
Overeenkomstig de bijzondere aandacht die de Commissie-Juncker besteedt aan prioritaire dossiers ("big on big, small on small"), moet de huidige aanpak van het handhavingsbeleid van de Commissie zich ontwikkelen om een meer tijdige en doeltreffende handhaving te bewerkstelligen. De Commissie zal de balans opmaken van deze ontwikkeling in een nieuwe mededeling betreffende de toepassing van het EU-recht, die een meer strategische aanpak voor de handhaving op alle beleidsterreinen vooropstelt.
Richtlijn 2000/43/EG .