18.1.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 17/46


Advies van het Europees Comité van de Regio's — Wetgevingsvoorstellen tot wijziging van de richtlijnen betreffende afvalstoffen

(2017/C 017/09)

Rapporteur:

Domenico GAMBACORTA (IT/EVP), voorzitter van het provinciebestuur van Avellino

Referentiedocumenten:

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van de Richtlijnen 2000/53/EG betreffende autowrakken, 2006/66/EG inzake batterijen en accu's, alsook afgedankte batterijen en accu's, en 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur

COM(2015) 593 final — 2015/0272 (COD)

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 1999/31/EG betreffende het storten van afvalstoffen

COM(2015) 594 final — 2015/0274 (COD)

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2008/98/EG betreffende afvalstoffen

COM(2015) 595 final — 2015/0275 (COD)

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 94/62/EG betreffende verpakking en verpakkingsafval

COM(2015) 596 final — 2015/0276 (COD)

AANBEVELINGEN VOOR WIJZIGINGEN

Wijzigingsvoorstel 1

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van de Richtlijnen 2000/53/EG betreffende autowrakken, 2006/66/EG inzake batterijen en accu’s, alsook afgedankte batterijen en accu’s, en 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur — COM(2015) 593 final — 2015/0272 (COD)

Artikel 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Wijziging van Richtlijn 2006/66/EG

Wijziging van Richtlijn 2006/66/EG

Richtlijn 2006/66/EG wordt als volgt gewijzigd:

Richtlijn 2006/66/EG wordt als volgt gewijzigd:

 

1)

Aan artikel 2 (toepassingsgebied), wordt het volgende lid 3 toegevoegd:

„3.     Deze Richtlijn is niet van toepassing op batterijen en accu’s waarvan de energieopslag geen metalen of metaalverbindingen bevatten in de vorm van actieve materialen of elektrodematerialen en die evenmin gevaarlijke stoffen bevatten.”

1)

Artikel 22 wordt geschrapt.

2)

Artikel 22 wordt geschrapt.

2)

Artikel 23 wordt als volgt gewijzigd:

3)

Artikel 23 wordt als volgt gewijzigd:

a)

Lid 1 wordt vervangen door:

„De Commissie brengt uiterlijk eind 2016 verslag uit over de uitvoering van deze richtlijn en het effect ervan op het milieu, alsook op het functioneren van de interne markt.”;

a)

Lid 1 wordt vervangen door:

„De Commissie brengt uiterlijk eind 2016 verslag uit over de uitvoering van deze richtlijn en het effect ervan op het milieu, alsook op het functioneren van de interne markt.”;

b)

in lid 2 wordt de inleidende zin vervangen door:

„Het verslag van de Commissie bevat een evaluatie van de volgende aspecten van deze richtlijn:”.

b)

in lid 2 wordt de inleidende zin vervangen door:

„Het verslag van de Commissie bevat een evaluatie van de volgende aspecten van deze richtlijn:”.

Motivering

Het hoofddoel van deze richtlijn is om het negatieve effect van batterijen en accu’s op het milieu te minimaliseren door te voorkomen dat gevaarlijke stoffen (zware metalen) in het milieu terechtkomen. Er worden regels in vastgesteld voor het op de markt brengen van batterijen en de speciale verwijdering ervan.

De lidstaten bevorderen onderzoek naar milieuvriendelijke en kosteneffectieve recyclingmethoden voor alle typen batterijen en accu's. Biobatterijen zijn een nieuwe generatie batterijen die geen gevaarlijke stoffen bevatten. Onderzoeks- en innovatie-activiteiten worden uitgevoerd in heel Europa. De batterijen hebben niet alleen milieuveilige componenten maar bieden ook een enorm economisch potentieel en een breed scala van toepassingen.

Zonder het voorgestelde wijzigingsvoorstel worden voor biobatterijen dezelfde verplichtingen inzake verwijdering van kracht als voor traditionele batterijen, hoewel ze milieuvriendelijk zijn. Dit zou een belemmering vormen voor technologische innovatie ter ondersteuning van de milieudoelstellingen en zou ook belemmeren dat deze innovatie bijdraagt tot banen en economische groei in Europa. Om al die redenen dienen biobatterijen dus van het toepassingsgebied van deze richtlijn worden uitgesloten.

Wijzigingsvoorstel 2

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 1999/31/EG betreffende het storten van afvalstoffen (COM (2015) 594 final) — 2015/0274 (COD)

Artikel 1, punt 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

6)

Artikel 15 wordt vervangen door:

6)

Artikel 15 wordt vervangen door:

„Artikel 15

„Artikel 15

Verslaglegging

Verslaglegging

1.   De lidstaten rapporteren de gegevens betreffende de uitvoering van artikel 5, leden 2 en 5, voor elk kalenderjaar aan de Commissie. Zij dienen deze gegevens uiterlijk 18 maanden na het einde van het verslagjaar waarvoor de gegevens zijn verzameld elektronisch in. De gegevens worden gerapporteerd in de vorm die door de Commissie in overeenstemming met lid 5 is vastgesteld. Het eerste verslag omvat de gegevens voor de periode van 1 januari [enter year of transposition of this Directive + 1 year] tot en met 31 december [enter year of transposition of this Directive + 1 year].

1.   De lidstaten rapporteren de gegevens betreffende de uitvoering van artikel 5, leden 2 en 5, voor elk kalenderjaar aan de Commissie. Zij dienen deze gegevens uiterlijk 18 maanden na het einde van het verslagjaar waarvoor de gegevens zijn verzameld elektronisch in. De gegevens worden gerapporteerd in de vorm die door de Commissie in overeenstemming met lid 5 is vastgesteld. Het eerste verslag omvat de gegevens voor de periode van 1 januari [enter year of transposition of this Directive + 1 year] tot en met 31 december [enter year of transposition of this Directive + 1 year].

2.   De lidstaten dienen de gegevens betreffende de uitvoering van de in artikel 5, lid 2, vastgestelde doelstellingen tot 1 januari 2025 in.

2.   De lidstaten dienen de gegevens betreffende de uitvoering van de in artikel 5, lid 2, vastgestelde doelstellingen tot 1 januari 2025 in.

3.   De overeenkomstig dit artikel door de lidstaten ingediende gegevens gaan vergezeld van een kwaliteitscontroleverslag.

3.   De overeenkomstig dit artikel door de lidstaten ingediende gegevens gaan vergezeld van een kwaliteitscontroleverslag.

4.   De Commissie beoordeelt de overeenkomstig dit artikel ingediende gegevens en publiceert een verslag met de resultaten van haar beoordeling. Dit verslag omvat een beoordeling van de manier waarop de gegevensverzameling wordt georganiseerd, van de gegevensbronnen en van de in de lidstaten gebruikte methode, alsook van de volledigheid, betrouwbaarheid, tijdigheid en consistentie van de gegevens. De beoordeling kan specifieke aanbevelingen voor verbetering omvatten. Er wordt om de drie jaar een verslag opgesteld.

4.   De Commissie beoordeelt de overeenkomstig dit artikel ingediende gegevens en publiceert een verslag met de resultaten van haar beoordeling. Dit verslag omvat een beoordeling van de manier waarop de gegevensverzameling wordt georganiseerd, van de gegevensbronnen en van de in de lidstaten gebruikte methode, alsook van de volledigheid, betrouwbaarheid, tijdigheid en consistentie van de gegevens. De beoordeling kan specifieke aanbevelingen voor verbetering omvatten.

5.   De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast die het formaat bepalen voor de verslaglegging over de gegevens overeenkomstig lid 1. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 17, lid 2, van deze richtlijn bedoelde procedure vastgesteld;”

5.   De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast die het formaat bepalen voor de verslaglegging over de gegevens overeenkomstig lid 1. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 17, lid 2, van deze richtlijn bedoelde procedure vastgesteld.”

 

6.     Om aan eventuele uit deze Richtlijn voortvloeiende extra verslagleggingsvereiste te voldoen moeten, waar haalbaar, conform het beginsel van betere regelgeving in eerste instantie de bestaande nationale verslagleggingsvereisten worden toegepast of verbeterd, op voorwaarde dat de noodzakelijke samenhang van de over afval verstrekte informatie wordt verzekerd. Vooral wat lokale en regionale overheden betreft, kan het creëren van nieuwe rapportagelijnen, uitsluitend om aan deze Richtlijn te voldoen, alleen in laatste instantie worden overwogen. Vooraleer de lidstaten uitvoeringsbepalingen invoeren om aan de verslagleggingsvereisten van deze Richtlijn te voldoen, moeten de lidstaten en de Commissie gezamenlijk een evaluatie maken van de bijkomende rapportagebehoeften.

Motivering

Dit sluit aan bij het pakket EU-maatregelen voor betere regelgeving en het recente CvdR-advies over het naleven van de EU-milieuverplichtingen. De informatie moet samenhangend zijn om vergelijking mogelijk te maken bij de goedkeuring van maatregelen ter verbetering van het afvalbeheer.

Wijzigingsvoorstel 3

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2008/98/EG betreffende afvalstoffen (COM(2015) 595 final) — 2015/0275 (COD)

Artikel 1, punt 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

8)

Het volgende artikel 8 bis wordt ingevoegd:

8)

Het volgende artikel 8 bis wordt ingevoegd:

„Artikel 8 bis

„Artikel 8 bis

Algemene vereisten voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid

Algemene vereisten voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid

[…]

[…]

2.   De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de afvalstoffenhouders op wie de overeenkomstig artikel 8, lid 1, vastgestelde regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid betrekking hebben, worden geïnformeerd over de beschikbare afvalinzamelingssystemen en de preventie van zwerfafval. De lidstaten nemen tevens maatregelen om prikkels voor de afvalhouders te creëren om deel te nemen aan de bestaande systemen voor gescheiden inzameling, met name economische prikkels of regelgeving, waar passend.

2.   De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de afvalstoffenhouders op wie de overeenkomstig artikel 8, lid 1, vastgestelde regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid betrekking hebben, worden geïnformeerd over de beschikbare terugnamesystemen, erkende hergebruikcentra, toegestane voorbereiding voor hergebruikcentra en afvalinzamelingssystemen en over de preventie van (zwerf-) afval. De lidstaten nemen tevens maatregelen om prikkels voor de afvalhouders , producenten en detailhandelaars te creëren om deel te nemen aan de bestaande systemen voor gescheiden inzameling, met name economische prikkels of regelgeving, waar passend.

3.   De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat elke organisatie die is opgezet om namens een producent van producten de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid uit te voeren:

3.   De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat elke organisatie die is opgezet om namens een producent van producten de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid uit te voeren:

a)

een duidelijk omschreven geografisch gebied, product en materiaal bestrijkt;

a)

een duidelijk omschreven geografisch gebied, product en materiaal bestrijkt;

b)

over de nodige operationele en financiële middelen beschikt om aan haar verplichtingen inzake uitgebreide producentenverantwoordelijkheid te voldoen;

b)

over de nodige operationele en financiële middelen beschikt om aan haar verplichtingen inzake uitgebreide producentenverantwoordelijkheid te voldoen;

c)

voorziet in een adequaat mechanisme voor zelfbeheer, ondersteund door regelmatige onafhankelijke controles voor de beoordeling van:

c)

voorziet in een adequaat mechanisme voor zelfbeheer en een definitie van de minimumvereisten voor de beoordeling van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid , ondersteund door regelmatige onafhankelijke controles voor de beoordeling van:

 

het financiële beheer van de organisatie, waaronder de naleving van de vereisten van lid 4, onder a) en b);

de kwaliteit van de gegevens die zijn verzameld en gerapporteerd overeenkomstig artikel 1, derde streepje, en de vereisten van Verordening (EG) nr. 1013/2006.

 

het financiële beheer van de organisatie, waaronder de naleving van de vereisten van lid 4, onder a) en b);

de kwaliteit van de gegevens die zijn verzameld en gerapporteerd overeenkomstig artikel 1, derde streepje, en de vereisten van Verordening (EG) nr. 1013/2006;

d)

informatie openbaar beschikbaar maakt over:

d)

informatie openbaar beschikbaar maakt over:

 

de eigenaars en de leden;

de financiële bijdragen van de producenten;

de selectieprocedure voor afvalbeheerders.

 

de eigenaars en de leden;

de financiële bijdragen van de producenten;

de selectieprocedure voor afvalbeheerders.

4.   De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de financiële bijdragen die de producent betaalt om aan zijn verplichtingen inzake uitgebreide producentenverantwoordelijkheid te voldoen:

4.   De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de financiële bijdragen die de producent betaalt om aan zijn verplichtingen inzake uitgebreide producentenverantwoordelijkheid te voldoen:

a)

alle kosten van afvalbeheer dekken voor de producten die hij in de Unie in de handel brengt, met inbegrip van:

a)

alle kosten van verwijdering aan het einde van de levensduur en van afvalbeheer dekken voor de producten die hij in de Unie in de handel brengt, met inbegrip van:

 

de kosten van de gescheiden inzameling, sortering en verwerking die nodig zijn om te voldoen aan de doelstellingen voor afvalbeheer als bedoeld in lid 1, tweede streepje, rekening houdend met de inkomsten uit het hergebruik of de verkoop van secundaire grondstoffen van hun producten;

de kosten van het verstrekken van passende informatie aan afvalstoffenhouders overeenkomstig lid 2;

de kosten van het verzamelen en rapporteren van gegevens overeenkomstig lid 1, derde streepje;

 

de kosten van terugnamesystemen voor gebruikte producten

de kosten van hergebruiksystemen

de kosten van de gescheiden inzameling , het vervoer, indien mogelijk ook vanuit eilanden of afgelegen gebieden, naar sorteer- en verwerkingsinstallaties, en de sortering en verwerking die nodig zijn om te voldoen aan de doelstellingen voor afvalbeheer als bedoeld in lid 1, tweede streepje, rekening houdend met de inkomsten uit het hergebruik of de verkoop van secundaire grondstoffen van hun producten;

de kosten van het verstrekken van passende informatie aan afvalstoffenhouders overeenkomstig lid 2;

de kosten van de inzameling en verwerking van niet gescheiden ingezameld afval van producten die hij op de EU-markt heeft gebracht en die als onderdeel van de restafvalstroom worden ingezameld en verwerkt, of die als zwerfafval in het milieu terechtkomen en door de bevoegde autoriteiten worden ingezameld en verwerkt;

alle bijkomende kosten die moeten worden gedragen door gemeentelijke of andere overheden die de eindverantwoordelijkheid dragen voor de afvalinzameling, met name als regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid niet naar behoren werken;

de kosten van het verzamelen en rapporteren van gegevens overeenkomstig lid 1, derde streepje;

b)

worden gedifferentieerd op basis van de werkelijke kosten aan het einde van de levensduur van afzonderlijke afgedankte producten of groepen van soortgelijke producten, met name door rekening te houden met herbruikbaarheid en recycleerbaarheid;

b)

worden gedifferentieerd op basis van de werkelijke kosten aan het einde van de levensduur van afzonderlijke afgedankte producten of groepen van soortgelijke producten, met name door rekening te houden met herbruikbaarheid en recycleerbaarheid;

c)

zijn gebaseerd op de geoptimaliseerde kosten van de geleverde diensten in gevallen waarin publieke afvalbeheerders verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van operationele taken uit hoofde van de regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid.

c)

zijn gebaseerd op de geoptimaliseerde kosten van de geleverde diensten in gevallen waarin publieke afvalbeheerders verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van operationele taken uit hoofde van de regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid.

5.   De lidstaten stellen een passend kader vast voor de monitoring en handhaving om te waarborgen dat de producenten van producten aan hun verplichtingen inzake uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voldoen, dat de financiële middelen correct worden gebruikt en dat alle actoren die betrokken zijn bij de uitvoering van de regeling betrouwbare gegevens rapporteren.

5.   De lidstaten stellen een passend kader vast voor de monitoring en handhaving om te waarborgen dat de producenten van producten aan hun verplichtingen inzake uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voldoen, dat de financiële middelen correct worden gebruikt en dat alle actoren die betrokken zijn bij de uitvoering van de regeling betrouwbare gegevens rapporteren.

Indien in een lidstaat meerdere organisaties de verplichtingen inzake uitgebreide producentenverantwoordelijkheid namens de producenten uitvoeren, stelt de lidstaat een onafhankelijke instantie in die toezicht houdt op de uitvoering van de verplichtingen inzake uitgebreide producentenverantwoordelijkheid.

Indien in een lidstaat meerdere organisaties de verplichtingen inzake uitgebreide producentenverantwoordelijkheid namens producenten van dezelfde productsoort uitvoeren, stelt de lidstaat of de bevoegde subnationale overheid een onafhankelijke instantie („clearing house”) in die toezicht houdt op de uitvoering van de verplichtingen inzake uitgebreide producentenverantwoordelijkheid.

6.   De lidstaten creëren een platform voor een regelmatige dialoog tussen de belanghebbenden die betrokken zijn bij de uitvoering van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, waaronder private of publieke afvalverwerkers, lokale instanties en, waar van toepassing, erkende exploitanten van installaties voor voorbereiding voor hergebruik;”

[…]

6.    De lidstaten zorgen ervoor dat regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid bijdragen tot het voorkomen en inzamelen van zwerfafval, alsook schoonmaakinitiatieven ondersteunen.

 

7.   De lidstaten creëren een platform voor een regelmatige dialoog tussen de belanghebbenden die betrokken zijn bij de uitvoering van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, waaronder private of publieke afvalverwerkers, lokale instanties en, waar van toepassing, erkende exploitanten van installaties voor hergebruik en voorbereiding voor hergebruik;”

[…]

Motivering

De EU-regels moeten volledige producentenverantwoordelijkheid voor gegenereerd afval mogelijk maken. Gezien de omvang van de EU-markt moet een en ander worden gewaarborgd via gemeenschappelijke minimumcriteria. Conform het subsidiariteitsbeginsel moet deze producentenverantwoordelijkheid nationaal/lokaal worden gedefinieerd.

Wijzigingsvoorstel 4

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2008/98/EG betreffende afvalstoffen (COM(2015) 595 final) — 2015/0275 (COD)

Artikel 1, punt 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

9)

Artikel 9 wordt vervangen door:

9)

Artikel 9 wordt vervangen door:

„Artikel 9

„Artikel 9

Afvalpreventie

Afvalpreventie

1.   […]

1.   […]

2.   De lidstaten bewaken en evalueren de uitvoering van de afvalpreventiemaatregelen. Daartoe maken zij gebruik van passende kwalitatieve en kwantitatieve indicatoren en doelstellingen, met name voor de hoeveelheid stedelijk afval per hoofd van de bevolking die wordt verwijderd of energieterugwinning ondergaat.

2.   De lidstaten bewaken en evalueren de uitvoering van de afvalpreventiemaatregelen. Daartoe maken zij gebruik van passende kwalitatieve en kwantitatieve indicatoren en absolute doelstellingen, met name voor de hoeveelheid stedelijk afval per hoofd van de bevolking die wordt verwijderd of energieterugwinning ondergaat.

[…];”

[…];”

Motivering

De indicatoren zouden op de hoeveelheid geproduceerde afvalstoffen moeten zijn gebaseerd, bv. 100 kg restafval per hoofd, teneinde een representatief en doelmatig streefdoel vast te stellen, ook voor landen met kleine economieën en/of landen die reeds minder afval produceren.

Wijzigingsvoorstel 5

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2008/98/EG betreffende afvalstoffen (COM(2015) 595 final) — 2015/0275 (COD)

Artikel 1, punt 10, onder a)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

10)

Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:

10)

Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 1 worden de eerste en de tweede alinea vervangen door:

a)

in lid 1 worden de eerste en de tweede alinea vervangen door:

 

„1.   De lidstaten nemen passende maatregelen ter bevordering van activiteiten op het gebied van voorbereiding voor hergebruik, met name door het aanmoedigen van het opzetten en ondersteunen van hergebruiks- en reparatienetwerken, het vergemakkelijken van de toegang van deze netwerken tot afvalinzamelpunten en het stimuleren van de toepassing van economische instrumenten, aanbestedingscriteria, kwantitatieve doelstellingen of andere maatregelen.

 

„1.   De lidstaten nemen passende maatregelen ter bevordering van activiteiten op het gebied van voorbereiding voor hergebruik, met name door het aanmoedigen van het opzetten en ondersteunen van erkende hergebruiks- en reparatienetwerken, het vergemakkelijken van de toegang van deze netwerken tot afvalinzamelpunten , of door inzamelpunten in het leven te roepen voor afval dat van te voren is bestemd voor hergebruik, en het stimuleren van de toepassing van economische instrumenten, aanbestedingscriteria, kwantitatieve doelstellingen of andere maatregelen.

 

De lidstaten nemen maatregelen om recycling van hoge kwaliteit te bevorderen en voeren hiertoe gescheiden afvalinzameling in waar dat technisch, milieuhygiënisch en economisch haalbaar is en geschikt om aan de noodzakelijke kwaliteitsnormen voor de desbetreffende recyclingsectoren te voldoen en de in lid 2 beschreven doelstellingen te behalen;”

 

De lidstaten nemen maatregelen om recycling van hoge kwaliteit te bevorderen en voeren hiertoe gescheiden afvalinzameling in waar dat technisch, milieuhygiënisch en economisch haalbaar is en geschikt om aan de noodzakelijke kwaliteitsnormen voor de desbetreffende recyclingsectoren te voldoen en de in lid 2 beschreven doelstellingen te behalen.

 

 

In overeenstemming met de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid en de EU-beginselen inzake betere regelgeving voeren de lidstaten een beoordeling uit, gebaseerd op de bij de richtlijn gevoegde effectbeoordeling, van de impact van de in deze richtlijn voorgestelde doelstellingen op lokaal en regionaal niveau, met name wanneer de lokale en regionale overheden verantwoordelijk zijn voor het afvalbeheer. Op basis van hun bevindingen zal de Commissie het systeem voor vroegtijdige waarschuwing in werking stellen of de nodige flexibiliteit toekennen bij de tenuitvoerlegging van deze richtlijn zoals bedoeld in de artikelen 15 en 16 en hoofdstuk V;”

Motivering

De nieuwe richtlijn voorziet in een reeks mechanismen om het probleem van niet-naleving aan te pakken, maar ook om vooruitgang aan te moedigen. In de meeste gevallen leidt onvoldoende inzicht op EU-niveau in de regionale en lokale bevoegdheden op afvalgebied er echter toe dat de EU-doelstellingen onvoldoende worden behaald.

Wijzigingsvoorstel 6

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2008/98/EG betreffende afvalstoffen (COM(2015) 595 final) — 2015/0275 (COD)

Artikel 1, punt 10, onder c)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

c)

in lid 2 wordt punt b) vervangen door:

c)

in lid 2 wordt punt b) vervangen door:

 

„b)

tegen 2020 wordt de voorbereiding voor hergebruik, recycling en opvulactiviteiten van niet-gevaarlijk bouw- en sloopafval met uitzondering van in de natuur voorkomende materialen zoals omschreven in categorie 17 05 04 van de lijst van afvalstoffen, verhoogd tot een minimum van 70 gewichtsprocent;”

 

„b)

tegen 2020 wordt de voorbereiding voor hergebruik, recycling en opvulactiviteiten van niet-gevaarlijk bouw- en sloopafval met uitzondering van in de natuur voorkomende materialen zoals omschreven in categorie 17 05 04 van de lijst van afvalstoffen, verhoogd tot een minimum van 70 gewichtsprocent;

De Commissie beoordeelt het beheer van deze afvalstroom en de wenselijkheid om tegen 2020 doelstellingen voor de recycling van specifieke bouwmaterialen vast te stellen, te verwezenlijken tegen 2025 en 2030;”

Motivering

De voorgestelde maatregelen voor niet-gevaarlijk bouw- en sloopafval, dat een aanzienlijk deel van de totale hoeveelheid afval vormt, zijn niet ambitieus genoeg. In plaats van de huidige gecombineerde doelstelling inzake de voorbereiding voor hergebruik, recycling en opvulwerk, wordt voorgesteld specifieke doelstellingen te definiëren — of deze in ieder te plannen — voor de recycling van specifieke bouwmaterialen, om zo de circulaire economie te promoten.

Wijzigingsvoorstel 7

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2008/98/EG betreffende afvalstoffen (COM(2015) 595 final) — 2015/0275 (COD)

Artikel 1, punt 10, onder d)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

d)

aan lid 2 worden de volgende punten c) en d) toegevoegd:

d)

aan lid 2 worden de volgende punten c) en d) toegevoegd:

 

„c)

tegen 2025 wordt de voorbereiding voor hergebruik en de recycling van stedelijk afval verhoogd tot minimaal 60 gewichtsprocent;

d)

tegen 2030 wordt de voorbereiding voor hergebruik en de recycling van stedelijk afval verhoogd tot minimaal 65 gewichtsprocent.”

 

„c)

tegen 2025 wordt de voorbereiding voor hergebruik en de recycling van stedelijk afval verhoogd tot minimaal 60 gewichtsprocent;

d)

tegen 2030 wordt de voorbereiding voor hergebruik en de recycling van stedelijk afval verhoogd tot minimaal 70 gewichtsprocent.”

Motivering

Het is een gemiste kans dat de doelstelling van 70 %, die de Europese Commissie vorig jaar zelf had voorgesteld, niet is behouden, aangezien recycling zorgt voor nieuwe banen op lokaal niveau en minder emissies oplevert dan storten of verbranden. Het CvdR heeft er reeds eerder op gewezen dat de goede resultaten in sommige lidstaten en regio's aantonen dat we ambitieuze doelstellingen kunnen bereiken, of dicht in de buurt ervan kunnen komen, mits de algemene voorwaarden juist zijn en de nodige administratieve capaciteit wordt ontwikkeld daar waar deze nog niet voorhanden is (1).

Wijzigingsvoorstel 8

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2008/98/EG betreffende afvalstoffen (COM(2015) 595 final) — 2015/0275 (COD)

Artikel 1, punt 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Artikel 1, punt 13)

Artikel 1, punt 13)

13)

Artikel 22 wordt vervangen door:

13)

Artikel 22 wordt vervangen door:

„De lidstaten moeten zorgen voor de gescheiden inzameling van bioafval waar dat technisch, milieuhygiënisch en economisch haalbaar is en geschikt om ervoor te zorgen dat aan de desbetreffende kwaliteitsnormen voor compost wordt voldaan en om de in artikel 11, lid 2, onder a), c) en d) en artikel 11, lid 3, beschreven doelstellingen te behalen.

„De lidstaten moeten zorgen voor de gescheiden inzameling van bioafval behalve wanneer wordt aangetoond dat dit technisch, milieuhygiënisch en economisch onuitvoerbaar is om ervoor te zorgen dat aan de desbetreffende kwaliteitsnormen voor compost wordt voldaan en om de in artikel 11, lid 2, onder a), c) en d) en artikel 11, lid 3, beschreven doelstellingen te behalen.

De lidstaten nemen passende maatregelen en bevorderen overeenkomstig de artikelen 4 en 13, het volgende:

De lidstaten nemen passende maatregelen en bevorderen overeenkomstig de artikelen 4 en 13, het volgende:

a)

recycling, met inbegrip van het composteren en vergisten van bioafval;

a)

recycling, met inbegrip van het composteren en vergisten van bioafval;

b)

de verwerking van bioafval op een wijze die een hoge mate van milieubescherming biedt;

b)

de verwerking van bioafval op een wijze die een hoge mate van milieubescherming biedt;

c)

het gebruik van met bioafval geproduceerd milieuveilig materiaal.”;

c)

het gebruik van met bioafval geproduceerd milieuveilig materiaal.

 

De Commissie beoordeelt samen met de lidstaten tegen 2018 of het wenselijk is om minimumvereisten voor de kwaliteit van uit bioafval gewonnen compost en digestaat vast te stellen, teneinde een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu te waarborgen.”;

Motivering

De voorgestelde formulering beoogt de gescheiden inzameling van bioafval verplicht te stellen. Het wordt nuttig geacht de formulering van letter a) te verbeteren, door de recycling van bioafval in verband te brengen met de productie van hoogwaardig compost en digestaat, daar deze anders vaak terechtkomen op stortplaatsen in plaats van te worden gerecycleerd.

Wijzigingsvoorstel 9

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2008/98/EG betreffende afvalstoffen (COM(2015) 595 final) — 2015/0275 (COD)

Artikel 1, punt 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

17)

Artikel 29 wordt als volgt gewijzigd:

17)

Artikel 29 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 1 wordt de eerste zin vervangen door:

a)

in lid 1 wordt de eerste zin vervangen door:

 

„1.   De lidstaten zetten afvalpreventieprogramma's op waarin afvalpreventiemaatregelen overeenkomstig de artikelen 1, 4 en 9 worden beschreven.”;

 

„1.   De lidstaten zetten afvalpreventieprogramma's op waarin afvalpreventiemaatregelen overeenkomstig de artikelen 1, 4 en 9 worden beschreven , teneinde de hoeveelheid stedelijk afval in 2025 met 10 % ten opzichte van 2015, en de hoeveelheid levensmiddelenafval tegen 2025 met minstens 30 % en tegen 2030 met 50 % te verminderen. ”;

b)

de leden 3 en 4 worden geschrapt;

b)

de leden 3 en 4 worden geschrapt;

Motivering

De preventie van stedelijk afval sluit aan bij de doelstellingen van het 7e milieuactieprogramma en het mandaat van de Commissie, overeenkomstig artikel 9 c) van de kaderrichtlijn. In verschillende nationale afvalpreventieprogramma’s zijn reeds kwantitatieve doelstellingen vastgesteld.

Wijzigingsvoorstel 10

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 94/62/EG betreffende verpakking en verpakkingsafval (COM(2015) 596 final) — 2015/0276 (COD)

Artikel 1, punt 3, onder b)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

b)

aan lid 1 worden de volgende punten f) tot en met i) toegevoegd:

b)

aan lid 1 worden de volgende punten f) tot en met i) toegevoegd:

 

„f)

uiterlijk op 31 december 2025 wordt ten minste 65 gewichtsprocent van alle verpakkingsafval voorbereid voor hergebruik en gerecycleerd;

g)

uiterlijk op 31 december 2025 worden de volgende minimumdoelstellingen voor de voorbereiding voor hergebruik en de recycling verwezenlijkt voor de volgende specifieke in verpakkingsafval aanwezige materialen:

55 gewichtsprocent van het kunststof;

60 gewichtsprocent van het hout;

75 gewichtsprocent van de ferrometalen;

75 gewichtsprocent van het aluminium;

75 gewichtsprocent van het glas;

75 gewichtsprocent van het papier en karton;

h)

uiterlijk op 31 december 2030 wordt ten minste 75 gewichtsprocent van alle verpakkingsafval voorbereid voor hergebruik en gerecycleerd;

i)

uiterlijk op 31 december 2030 worden de volgende minimumdoelstellingen voor de voorbereiding voor hergebruik en de recycling verwezenlijkt voor de volgende specifieke in verpakkingsafval aanwezige materialen:

75 gewichtsprocent van het hout;

85 gewichtsprocent van de ferrometalen;

85 gewichtsprocent van het aluminium;

85 gewichtsprocent van het glas;

85 gewichtsprocent van het papier en karton.”

 

„f)

uiterlijk op 31 december 2025 wordt ten minste 65 gewichtsprocent van alle verpakkingsafval voorbereid voor hergebruik en gerecycleerd;

g)

uiterlijk op 31 december 2025 worden de volgende minimumdoelstellingen voor de voorbereiding voor hergebruik en de recycling verwezenlijkt voor de volgende specifieke in verpakkingsafval aanwezige materialen:

55 gewichtsprocent van het kunststof;

60 gewichtsprocent van het hout;

75 gewichtsprocent van de ferrometalen;

75 gewichtsprocent van het aluminium;

75 gewichtsprocent van het glas;

75 gewichtsprocent van het papier en karton;

h)

uiterlijk op 31 december 2030 wordt ten minste 75 gewichtsprocent van alle verpakkingsafval voorbereid voor hergebruik en gerecycleerd;

i)

uiterlijk op 31 december 2030 worden de volgende minimumdoelstellingen voor de voorbereiding voor hergebruik en de recycling verwezenlijkt voor de volgende specifieke in verpakkingsafval aanwezige materialen:

75 gewichtsprocent van het hout;

85 gewichtsprocent van de ferrometalen;

85 gewichtsprocent van het aluminium;

85 gewichtsprocent van het glas;

85 gewichtsprocent van het papier en karton.

De Commissie zal binnen enkele jaren een nieuwe doelstelling voor kunststofverpakkingen moeten presenteren, gebaseerd op gegevens die voortvloeien uit onderzoek in het kader van de strategie voor een circulaire economie.”;

Motivering

Voor 2030 ontbrak een doelstelling inzake de voorbereiding voor hergebruik én recycling van kunststofverpakkingen. De Commissie zou op zijn minst moeten worden verplicht om binnen enkele jaren met een dergelijke doelstelling te komen.

I.   BELEIDSAANBEVELINGEN

HET EUROPEES COMITÉ VAN DE REGIO'S

Algemene opmerkingen

1.

is ingenomen met de wetgevingsvoorstellen tot wijziging van de richtlijnen betreffende afvalstoffen in het nieuwe pakket voor de circulaire economie en wijst op de voordelen daarvan voor consumenten, ondernemingen, het milieu en de economie van de EU.

2.

In dit verband zij erop gewezen dat de overstap op een circulaire economie nieuwe banen zal creëren, het concurrentievermogen van kleine, middelgrote en grote ondernemingen in de EU zal verhogen, de ontwikkeling van schone technologieën zal bevorderen en de afhankelijkheid van Europa van ingevoerde grondstoffen en energie zal terugdringen.

Onderlinge afstemming van definities

3.

is ingenomen met de duidelijke reeks geharmoniseerde definities in de verschillende richtlijnen betreffende afvalstoffen en roept de Commissie op ervoor te zorgen dat alle definities in overeenstemming zijn met de Europese afvalcatalogus, dat dubbelzinnigheden worden voorkomen en dat vergelijkende gegevens beschikbaar zijn over de door de lidstaten en de lokale en regionale overheden geboekte vooruitgang.

4.

Wel beveelt het de medewetgevers aan om een definitie van „zwerfafval op openbare plaatsen” te formuleren.

Controles

5.

Er is een versterking geboden van de controles op illegale transporten van afvalstoffen die o.a. leiden tot een aanzienlijke vermindering van de beschikbare hoeveelheid afval in de EU voor de circulaire economie die gebaseerd is op recycling en hergebruik.

Etikettering

6.

Het zou een goede zaak zijn als er een verplichte etikettering zou worden ingevoerd voor in de EU verhandelde consumentenproducten waarbij duidelijk wordt aangegeven in welke macrocategorie van gescheiden ingezameld afval het product moet worden gesorteerd, voor de gebieden waar gescheiden inzameling van toepassing is. Wanneer een product afval genereert dat tot verschillende categorieën behoort, moet worden vermeld hoe de consument op eenvoudige wijze de verschillende onderdelen in de verschillende categorieën gesorteerd materiaal kan onderbrengen.

Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid

7.

Het CvdR wijst erop dat het voorstel om de minimumvoorschriften te harmoniseren van essentieel belang is om de uitvoering van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid in alle lidstaten te verbeteren.

8.

De medewetgevers zouden deze voorschriften niet mogen afzwakken. Belangrijke bepalingen zoals die inzake transparantie en de volledige dekking door producenten van de kosten voor lokale en regionale overheden met betrekking tot de inzameling, het beheer en de behandeling van afvalstromen en publieksvoorlichting, zouden in stand moeten worden gehouden. De terugkoop van herbruikbare verpakkingen (glazen potten, plastic PET-flessen) door de grote winkelketens is misschien wel een van de belangrijkste factoren om afval te voorkomen.

Afvalpreventie

9.

Het CvdR onderstreept dat de „minimumkwaliteitsvereisten” voor levensmiddelen nader moeten worden omschreven, en stelt voor een „standaard minimumprocedure” vast te stellen voor het terugwinnen van levensmiddelen, waarbij de voedselveiligheid gewaarborgd is en die op uniforme wijze kan worden toegepast in de lidstaten.

10.

Lokale, regionale en nationale overheden moeten communicatie- en onderwijscampagnes opzetten om de bewustwording inzake afvalpreventie te vergroten.

Milieucampagnes „Let's do it!” en „Clean-up-day”

11.

Het CvdR dringt er bij de Commissie, de lidstaten en de lokale en regionale overheden op aan om de verschillende initiatieven van het maatschappelijk middenveld voor lokale en nationale schoonmaakacties van het milieu in alle opzichten te ondersteunen (bv. de lokale campagne „Let‘s do it” of de wereldwijde actiedag „Let‘s clean up the World in just one day!”).

Hergebruik en recycling

12.

Het CvdR herhaalt zijn verzoek om bijkomende — bindende en onafhankelijke — doelstellingen voor hergebruik te definiëren voor specifieke afvalstromen, met name voor meubels, textiel en afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA). De voorbereiding voor hergebruik is van belang voor de preventie van afval, staat net als recycling hoog in de afvalhiërarchie en biedt zeker potentieel voor de ontwikkeling van de circulaire economie (2).

13.

De Commissie wordt in dat verband verzocht een minimumdoelstelling van 70 gewichtsprocent voor de voorbereiding voor hergebruik en recycling van plastic vast te stellen die tegen 2030 voor verpakkingsafval moet worden gehaald.

14.

Preventie en hergebruik hebben betrekking op activiteiten die plaatsvinden met stoffen en voorwerpen die op dat moment niet de status van afvalstof hebben, terwijl bij recycling en voorbereiding voor hergebruik materialen worden gebruikt die wel degelijk als afval worden beschouwd. Vanwege de juridische gevolgen voor bedrijven en instellingen verdient het aanbeveling meer duidelijkheid te scheppen ten aanzien van het onderscheid tussen afval en niet-afval.

15.

Het CvdR stelt voor om, bijvoorbeeld in de Europese afvalcatalogus, de begrippen recycling en hergebruik te definiëren, omdat hiervoor momenteel twee verschillende soorten installaties bestaan, die elk beantwoorden aan specifieke trajecten en behoeften. a) De voor recycling bestemde afvalstoffen belanden op de sorteerband van sorteerstations voor gescheiden afvalinzameling, waar zij worden gegroepeerd naargelang de behoeften van de industrie. b) In het geval van afvalstoffen die zijn bestemd voor hergebruik is het mogelijk om de kringloop van het afvalbeheersysteem te vermijden. Grote winkelketens moeten de mogelijkheid krijgen om verpakkingen terug te kopen, hoewel de eindbeslissing over wat er met deze afvalstoffen moet gebeuren bij de koper blijft liggen.

16.

De medewetgevers zouden de lidstaten moeten aanbevelen om in hun afvalpreventieprogramma's financiële beloningsmechanismen voor te stellen voor productieprocessen waarbij minder afval wordt geproduceerd. In lijn hiermee zouden de lokale en regionale overheden stimuleringsmaatregelen moeten nemen om de hoeveelheid afval die niet wordt gerecycleerd terug te dringen.

17.

Het beveelt de Europese Commissie aan zich te beraden over de mogelijkheid om in de kaderrichtlijn een verplichting voor de lidstaten op te nemen om (niet-gevaarlijk) industrieel afval aan te melden. Bovendien zou het Europees Milieuagentschap moeten zorgen voor de inzameling en follow-up van deze gegevens, vóór 2020 de balans moeten opmaken van de situatie alsook een evaluatie moeten maken van de doelstellingen voor de voorbereiding voor hergebruik en recycling van deze afvalstromen (3).

18.

Het CvdR wijst erop dat de overschakeling van recyclingsdoelstellingen naar gecombineerde doelstellingen inzake de voorbereiding voor hergebruik en recycling: i) een gescheiden meting van de recycling en van de voorbereiding voor hergebruik van verpakkingen en verpakkingsafval bemoeilijkt; ii) nader moet worden toegelicht.

19.

Er zijn geharmoniseerde methoden geboden voor de berekening van de recyclingpercentages in de hele EU en wat voedselafval en inert bouw- en sloopafval betreft, moet er een regeling komen waarbij instrumenten en bevoegde instanties worden aangewezen voor de monitoring van de gegevens inzake beperking van de afvalproductie in de hele productie-, verwerkings- en consumptieketen.

20.

Het CvdR stelt voor dat de Commissie indicatoren ontwikkelt voor de milieuwaarde van verschillende soorten afval. De huidige wetgeving en het voorstel van de Europese Commissie houden geen rekening met de verschillen in milieuwaarde van verschillende soorten afval. Dankzij dergelijke indicatoren zal duidelijk worden gemaakt op welke materialen de klemtoon moet komen te liggen teneinde het afvalbeheer te verbeteren en het milieu meer te ontzien.

Energieterugwinning en stortafval

21.

Conform de afvalhiërarchie moeten de lidstaten de ontwikkeling van hoogrenderende energieproductie uit afval bevorderen, in het kader van het „energie uit afval”- initiatief van de Europese Commissie; dergelijke installaties voor de omzetting van afval in energie kunnen een bijdrage leveren om de Unie minder afhankelijk te maken van de import van energie, in lijn met de energie-unie.

22.

Het CvdR erkent het belang van een geleidelijke invoering van beperkingen op het storten van afval en steunt de verandering van aanpak van de Europese Commissie, bedoeld om het storten van gescheiden ingezameld afval te verbieden, met inbegrip van bioafval, rekening houdend met de mededeling over de circulaire economie (COM(2015) 614), waarin wordt aangedrongen op een trapsgewijze benutting van biologische hulpbronnen waarvan het hergebruik een bron van concurrentie kan zijn (4).

23.

Het beveelt aan prioriteit te blijven geven aan een kwalitatieve en ambitieuzere aanpak die erop gericht is om recycleerbaar en biologisch afbreekbaar afval niet langer te storten.

24.

De Europese Commissie wordt verzocht de mogelijkheid na te gaan om de doelstelling van maximaal 10 % stortafval tegen 2030 niet alleen voor stedelijk afval maar ook voor alle andere soorten afval te laten gelden (5).

Uitzonderingen voor bepaalde lidstaten als het gaat om de doelstellingen voor stedelijk afval en het storten van afval

25.

Het CvdR stemt in met de vrijstellingen die worden toegekend aan de zeven lidstaten met de laagste prestaties op het gebied van afvalbeheer, maar staat erop dat de bepalingen worden gehandhaafd volgens welke de lidstaten die een vrijstelling inroepen, uitvoeringsplannen moeten presenteren met gedetailleerde tijdschema's voor de maatregelen die zij moeten nemen om hun doelstellingen te behalen.

Registratie- en verslagleggingsplicht

26.

Het CvdR wijst op het ontbreken van een bepaling, die de Europese Commissie al in 2014 had voorgesteld in de kaderrichtlijn, op grond waarvan industriële en commerciële ondernemingen een register van door hen verwerkte niet-gevaarlijke afvalstoffen moeten bijhouden en deze informatie op verzoek beschikbaar moeten stellen aan de bevoegde autoriteiten.

Gedelegeerde handelingen

27.

Het CvdR is bezorgd over de ruime bevoegdheid die in de voorgestelde richtlijnen wordt toegekend aan de Europese Commissie om gedelegeerde handelingen vast te stellen, en dringt er bij de medewetgevers op aan het gebruik hiervan te beperken, omdat deze hun eigen controlebevoegdheden verzwakken en buiten het democratische en wetgevingsproces vallen (6).

Burgemeestersconvenant voor afvalbeheer

28.

Gezien het succes van het Burgemeestersconvenant voor klimaat en energie stelt het CvdR voor vergelijkbare afspraken te maken voor afvalbeheer; het wijst in dit verband op zijn rol als EU-assemblee van regionale en lokale vertegenwoordigers om de lokale en regionale overheden te mobiliseren en grotere inspanningen te laten leveren voor een efficiënter gebruik van hulpbronnen, minder verspilling, en meer recycling, hergebruik en terugwinning van afvalstoffen in steden.

Subsidiariteit en evenredigheid

29.

Het CvdR wijst erop dat de voorstellen van de Europese Commissie geen aanleiding geven tot twijfels over de eerbiediging van het subsidiariteitsbeginsel, maar dat er wel reden tot bezorgdheid is over de eerbiediging van het evenredigheidsbeginsel (7).

Brussel, 15 juni 2016

De voorzitter van het Europees Comité van de Regio's

Markku MARKKULA


(1)  COM (2014) 397 final.

(2)  CDR-1617-2013.

(3)  CDR-1617-2013.

(4)  COR-2014-04083, CdR 3751/2013, CdR 1617/2013.

(5)  CdR 1617/2013.

(6)  COR-2014-04083; „Consultation of the subsidiarity expert group and relevant decisions of national and regional parliaments on subsidiarity and proportionality related aspects of the circular economy package — synthesis and analysis”, COR-2016-1521.

(7)  Zie ook het document „Consultation of the subsidiarity expert group and relevant decisions of national and regional parliaments on subsidiarity and proportionality related aspects of the circular economy package — synthesis and analysis”, COR-2016-1521.