15.2.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 58/252


P8_TA(2016)0125

Bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens ***II

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 14 april 2016 betreffende het standpunt van de Raad in eerste lezing met het oog op de vaststelling van een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (05419/1/2016 — C8-0140/2016 — 2012/0011(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: tweede lezing)

(2018/C 058/40)

Het Europees Parlement,

gezien het standpunt van de Raad in eerste lezing (05419/1/2016 — C8-0140/2016),

gezien de gemotiveerde adviezen die in het kader van Protocol nr. 2 betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid zijn uitgebracht door de Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers, de Duitse Bondsraad, de Franse Senaat, de Italiaanse Kamer van Afgevaardigden en de Zweedse Rijksdag, en waarin wordt gesteld dat het ontwerp van wetgevingshandeling niet strookt met het subsidiariteitsbeginsel,

gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 23 mei 2012 (1),

gezien het advies van 10 oktober 2012 van het Comité van de Regio's (2),

gezien de adviezen van de Europese toezichthouder voor gegevensbescherming van 7 maart 2012 (3) en 19 november 2015 (4),

gezien het advies van de Commissie (COM(2016)0214),

gezien zijn standpunt in eerste lezing (5) inzake het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2012)0011),

gezien artikel 294, lid 7, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

gezien artikel 76 van zijn Reglement,

gezien de aanbeveling voor de tweede lezing van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0139/2016),

1.

hecht zijn goedkeuring aan het standpunt van de Raad in eerste lezing;

2.

constateert dat het besluit is vastgesteld overeenkomstig het standpunt van de Raad;

3.

verzoekt zijn Voorzitter het besluit samen met de voorzitter van de Raad overeenkomstig artikel 297, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie te ondertekenen;

4.

verzoekt zijn secretaris-generaal het besluit te ondertekenen nadat is nagegaan of alle procedures naar behoren zijn uitgevoerd, en met de secretaris-generaal van de Raad zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

5.

verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.


(1)  PB C 229 van 31.7.2012, blz. 90.

(2)  PB C 391 van 18.12.2012, blz. 127.

(3)  PB C 192 van 30.6.2012, blz. 7.

(4)  PB C 67 van 20.2.2016, blz. 13.

(5)  Aangenomen teksten van 12.3.2014, P8_TA(2014)0212.