31.5.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 173/62


Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over het instellen van een EFDO-garantie en het EFDO-garantiefonds

(COM(2016) 586 final)

(2017/C 173/11)

Rapporteur:

Jan SIMONS

Raadpleging

24.11.2016

Rechtsgrondslag

Artikel 304 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Bevoegde afdeling

Externe Betrekkingen

Goedkeuring door de afdeling

31.1.2017

Goedkeuring door de voltallige vergadering

22.2.2017

Zitting nr.

523

Stemuitslag

(voor/tegen/onthoudingen)

205/1/0

1.   Conclusies en aanbevelingen

1.1.

Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) is ingenomen met het voorstel voor een Europees extern investeringsplan (EIP) en het voorstel betreffende het Europees Fonds voor duurzame ontwikkeling (EFDO) en tot instelling van de EFDO-garantie en het EFDO-garantiefonds. Deze vormen een goede aanzet om de oorzaken van irreguliere migratie bij de bron aan te pakken. Het EFDO zou ook de uitbanning van armoede als doel moeten hebben.

1.2.

Er moet vooral worden gewerkt aan een oplossing van de problemen in de landen waar de meeste migranten vandaan komen en waar economische en sociale omstandigheden en de veiligheidssituatie de economie hebben verwoest, tot grote armoede hebben geleid en een belemmering vormen voor enige vorm van duurzame ontwikkeling.

1.3.

In eerdere adviezen heeft het EESC al benadrukt dat de particuliere sector moet worden betrokken bij ontwikkelingsmaatregelen, mits deze stroken met de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling en de particuliere sector elementaire economische, milieu- en sociale rechten, de belangrijkste verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie en de Agenda voor waardig werk respecteert. Een en ander dient ook te gelden voor door het EFDO te financieren investeringsprojecten.

1.4.

Het voorstel betreffende het EFDO strookt met de aanbeveling van het EESC om ontwikkelingshulp zó in te zetten dat er via het aantrekken van privékapitaal voor investeringen in ontwikkelingslanden een multiplicatoreffect teweeg wordt gebracht, en om dergelijke steun te richten op duidelijk omschreven doelstellingen, zoals het scheppen van meer en betere banen, een kwalitatief betere productie en overdracht van managementknowhow naar de private sector.

1.5.

Om tekortkomingen en belemmeringen te voorkomen zou de Commissie de ervaringen die zijn opgedaan met het investeringsplan voor Europa en het Europees fonds voor strategische investeringen moeten bestuderen en analyseren, rekening houdend met het feit dat de situatie in de partnerlanden anders en veel gecompliceerder is dan in de EU-lidstaten.

1.6.

Het is een goede zaak dat de coördinatie van de samenwerking en governance gaat lopen via de strategische raad van het EFDO, waarin alle relevante instellingen en organen vertegenwoordigd zouden moeten zijn. Gezien de onmisbare rol van het maatschappelijk middenveld in de ontwikkelingssamenwerking zou het EESC graag de status van waarnemer krijgen in de strategische raad. Daarnaast zouden de representatieve organisaties van het maatschappelijk middenveld in partnerlanden een plaats moeten krijgen in de besluitvorming, ook wat de voorbereiding van concrete projecten betreft.

1.7.

Het Comité beveelt aan dat de voor de investeerders op te zetten onestopshop zich niet beperkt tot investeringskwesties, maar degenen die ontwikkelingsactiviteiten willen gaan ontplooien ook begeleiding biedt en alle nodige informatie en contacten verschaft.

1.8.

Uit de voorgestelde verordening zou de bereidheid moeten spreken om, als de uitvoeringsresultaten eenmaal zijn geëvalueerd, het EFDO en de EFDO-garantie na 2020 te laten doorlopen. Het EESC vraagt de Commissie, de Raad en het EP om hier bij het uitwerken van het nieuwe meerjarige financiële kader rekening mee te houden.

2.   Inhoud van het Commissievoorstel

2.1.

Op 28 juni 2016 heeft de Europese Raad de Commissie verzocht een voorstel voor een ambitieus extern investeringsplan (EIP) te presenteren, als onderdeel van het nieuwe partnerschapskader van de EU met derde landen, dat op zijn beurt deel uitmaakt van de Europese migratieagenda (1). Het nieuwe plan is gebaseerd op drie pijlers: een nieuw investeringsfonds (pijler 1), technische bijstand (pijler 2) om lokale autoriteiten en bedrijven bijstand te verstrekken bij de ontwikkeling van een groter aantal duurzame projecten en het aantrekken van investeerders, en (pijler 3) een reeks specifieke thematische, nationale en regionale EU-programma’s voor ontwikkelingssamenwerking, in combinatie met een gestructureerde politieke dialoog die erop gericht is het investeringsklimaat en de algehele beleidsomgeving in de betrokken landen te verbeteren.

2.2.

Pijler 1 wordt deels uitgevoerd door middel van het EFDO. De hoofddoelstelling van het EFDO is te voorzien in een geïntegreerd financieringspakket voor de financiering van investeringen in de regio’s van Afrika en de nabuurschap. Het EFDO wordt samengesteld uit regionale investeringsplatforms, die financiering afkomstig van bestaande blendingfaciliteiten en de EFDO-garantie combineren. Met het EFDO wordt één loket opgericht voor het ontvangen van financieringsvoorstellen van financiële instellingen en openbare of particuliere investeerders en het ter beschikking stellen van een breed gamma van financiële ondersteuning voor hiervoor in aanmerking komende investeringen.

2.3.

De hoofddoelstelling van het EFDO is te voorzien in een geïntegreerd financieringspakket voor de financiering van investeringen in landen die partij zijn bij de partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (ACS) enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten (2), en de nabuurschap, waarbij kansen voor groei en werkgelegenheid worden gecreëerd, de additionaliteit wordt gemaximaliseerd, innovatieve producten tot stand komen en middelen uit de particuliere sector worden aangetrokken. Met middelen uit de algemene begroting van de Unie en andere financieringsbronnen ten belope van 3,35 miljard EUR tot 2020 zal het EFDO naar verwachting tot 44 miljard EUR aan investeringen mobiliseren.

2.4.

De Unie zal tot 2020 een totaalbedrag van 750 miljoen EUR ter beschikking stellen dat afkomstig is van zowel de algemene begroting van de Unie als het elfde Europees Ontwikkelingsfonds (EOF). De Commissie is voornemens voor te stellen middelen uit de marge voor onvoorziene uitgaven ter beschikking te stellen om te voorzien in een bedrag van 250 miljoen EUR. Voor andere bijdragen uit de begroting van de Unie kunnen herschikkingen plaatsvinden of kan de focus van geprogrammeerde middelen worden verlegd. Verdere financiering kan ook andere bijdragen van andere contribuanten, zoals lidstaten, omvatten.

2.5.

Het EFDO wordt beheerd door de Commissie en uitgevoerd via regionale investeringsplatforms die financiering van de bestaande blendingfaciliteiten voor Afrika en de nabuurschap combineren met het verlenen van de EFDO-garantie. De Commissie zal worden geadviseerd door een strategische raad en twee operationele raden, één voor elk regionaal investeringsplatform. De Commissie zal het EFDO-secretariaat verzorgen, dat alle taken en functies zal vervullen die vereist zijn om de EIP-doelstellingen te verwezenlijken.

3.   Algemene opmerkingen

3.1.

Het EESC vertegenwoordigt het Europese georganiseerde maatschappelijke middenveld in diverse bilaterale commissies, zoals ACS-EU, Euromed, het Oostelijk Partnerschap en Latijns-Amerika, en zet zijn standpunten over de rol van het maatschappelijk middenveld bij de ondersteuning van ontwikkeling uiteen (3). Door toezicht te houden op de transparantie van de financiering en op de uitvoering van de investeringsprojecten kan het maatschappelijk middenveld van grote waarde zijn bij het evalueren van het nut en de houdbaarheid van deze projecten.

3.2.

Het Comité beschouwt het probleem van de grote aantallen vluchtelingen en irreguliere migranten naar de EU als een van de grootste uitdagingen waar de EU de afgelopen jaren mee te maken heeft gekregen. De twee fenomenen hebben verschillende oorzaken en vragen om verschillende oplossingen. Topprioriteit moet voor de internationale gemeenschap zijn alles in het werk te stellen om militaire conflicten tot een einde te brengen en een vredesregeling te bereiken, zodat de noodzakelijke voorwaarden voor echte ontwikkeling en verwezenlijking van de duurzameontwikkelingsdoelen geschapen kunnen worden. Naast de grote betekenis van het maatschappelijk middenveld voor preventie, bemiddeling en beslechting van geschillen zou de EU, als grootste donor van ontwikkelingshulp, bij deze inspanningen een leidende rol moeten vervullen.

3.3.

Irreguliere migratie is vaak het gevolg van povere economische vooruitzichten en lage economische groei in de landen van herkomst, en van slechte sociale omstandigheden en ernstige veiligheidsproblemen. Deze zaken leiden tot grote armoede en dwingen duizenden mensen om voor ballingschap te kiezen. Het is een goede zaak dat de Commissie en de Raad irreguliere migratie bij de wortel proberen aan te pakken.

3.4.

De officiële ontwikkelingshulp blijft onvervangbaar in de strijd tegen armoede, met name in de minst ontwikkelde landen en fragiele staten en voor kwetsbare bevolkingsgroepen, maar kan niet alle ontwikkelingsbehoeften dekken.

3.5.

In eerdere adviezen over de rol van de particuliere sector (4) en over de financiering van ontwikkeling (5) heeft het EESC al benadrukt dat alle beschikbare middelen moeten worden aangewend en dat de particuliere sector zowel op Europees als op lokaal niveau een veel grotere rol moet krijgen, mits de bedoelde ontwikkeling strookt met de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling en de particuliere sector de mensenrechten — waaronder economische en sociale rechten, en dan met name de belangrijkste verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie — respecteert. De nieuw gecreëerde banen moeten voldoen aan de Agenda voor waardig werk van de IAO, en hetzelfde geldt voor de investeringsprojecten die met behulp van het Europees Fonds voor duurzame ontwikkeling worden uitgevoerd.

3.6.

De nieuwe instrumenten, zoals de EFDO-garantie en het garantiefonds, zouden zo moeten worden ingezet dat er via het aantrekken van privékapitaal voor investeringen in ontwikkelingslanden een multiplicatoreffect teweeg wordt gebracht, en zij zouden moeten worden gekoppeld aan duidelijk omschreven doelstellingen, zoals het scheppen van meer en betere banen, een kwalitatief betere productie en overdracht van managementknowhow naar de private sector. Verder dient de mix van publieke en particuliere investeringen transparant en in evenwicht te zijn, om te voorkomen dat particuliere investeerders de winst opstrijken en de publieke sector de verliezen moet dekken. De resultaten van de projecten moeten duidelijk gemeten en gebenchmarkt worden, waarbij onder andere de eliminatie van de oorzaken van irreguliere migratie beoordeeld moet worden.

3.7.

Aangezien het EFDO geïnspireerd is op het Investeringsplan voor Europa en het Europees fonds voor strategische investeringen, zou de Commissie lering moeten trekken uit de tenuitvoerlegging hiervan, want deze kan niet beschreven worden als een doorslaand succes. Om bij het beheer van het EFDO tekortkomingen en belemmeringen te voorkomen zou de Commissie de opgedane ervaringen zorgvuldig moeten bestuderen en analyseren, rekening houdend met het feit dat de situatie in de partnerlanden anders en veel gecompliceerder is dan in de EU-lidstaten.

3.8.

Met het voorgestelde EFDO zullen de Afrikaanse investeringsfaciliteit (6) en de investeringsfaciliteit voor het nabuurschapsbeleid (7) als twee investeringsplatforms onder één paraplu worden gebracht. Representatieve organisaties van het maatschappelijk middenveld zouden op lokaal niveau betrokken moeten worden bij de besluitvorming, ook wat de voorbereiding van concrete projecten betreft, zodat zij toezicht kunnen helpen houden op de transparantie van de financiering en de effectiviteit van de investeringsprojecten.

3.9.

De EU heeft veel te veel financiële instrumenten voor ontwikkelingsprogramma’s (elfde Europese Ontwikkelingsfonds met zijn verschillende financieringsbedragen, faciliteiten, platforms, het meerjarig financieel kader 2014-2020 (begroting van de EU) met zijn verschillende territoriale en regionale programma’s, sectorale programma’s, de EIB met haar faciliteiten en programma’s, de EBWO enz.), en het wordt voor het brede publiek en de betrokken partners erg ingewikkeld om deze instrumenten te begrijpen en om te achterhalen hoe ze gebruikt moeten worden. Het EFDO zou de onestopshop moeten worden voor degenen die in ontwikkelingslanden willen investeren. Het Comité beveelt aan dat deze zich niet beperkt tot investeringen, maar ook begeleiding biedt en daarbij degenen die ontwikkelingsactiviteiten willen gaan ontplooien alle nodige informatie en contacten verschaft.

3.10.

Slechts 6 % van de ontwikkelingshulp van de EU ging naar fragiele staten en het grootste gedeelte daarvan was bestemd voor de tien landen die volop natuurlijke hulpbronnen bezitten. Het Comité hoopt dat het EFDO ook voor fragiele staten positieve resultaten zal opleveren, met name staten waarin sprake is van militaire conflicten, verwoeste economieën en falend bestuur. Daar kan de voorgestelde garantie mogelijk hulp bieden aan investeerders die met hogere projectrisico’s worden geconfronteerd. Het Comité is tevens tegen de pogingen om een plafond in te stellen voor wat de garantie kan dekken, omdat deze dan nog maar beperkt ingezet zou kunnen worden bij investeringen in fragiele landen.

3.11.

De belangrijkste kwalitatieve verandering die in de huidige situatie aangebracht zou kunnen worden, zou er volgens het Comité in bestaan dat de coördinatie alsook de samenwerking en governance gaat lopen via de strategische raad van het EFDO, waarin alle betrokken instellingen en organen vertegenwoordigd zouden moeten zijn. Gezien zijn rol in ontwikkelingssamenwerking roept het EESC de Commissie op om de vertegenwoordigers van het Comité de status van waarnemer te geven, zodat de standpunten van het maatschappelijk middenveld vertegenwoordigd kunnen worden.

3.12.

Het Comité meent dat de zeer belangrijke toegevoegde waarde van het nieuwe externe investeringsplan verschaft dient te worden via de tweede pijler, die verband houdt met technische bijstand, en de derde pijler, die betrekking heeft op verbetering van de democratie en governance in partnerlanden, vooral wat transparantie, toezicht en verantwoording betreft, en het scheppen van een ondernemingsklimaat waarin een impuls wordt gegeven aan investeringen die groei en banen opleveren en armoede bestrijden.

3.13.

Ook moet de communicatie over het investeringsplan en de specifieke bijbehorende projecten worden verbeterd, zodat het maatschappelijk middenveld toezicht kan houden op de uitvoering ervan.

4.   Specifieke opmerkingen

4.1.

In de voorgestelde verordening inzake de EFDO-garantie wordt aangegeven (8) dat de garantie voor een initiële investeringsperiode tot en met 31 december 2020 zal worden verleend. Dit tijdsbestek is volgens het Comité te kort om de doelstellingen van het EIP te kunnen realiseren. Het Comité pleit voor de mogelijkheid om het EIP, afhankelijk van het succes ervan, te verlengen en het toepassingsgebied ervan te verruimen tot andere landen en regio’s. Dit zou in overweging moeten worden genomen bij het opstellen van het nieuwe meerjarig financieel kader.

4.2.

Voorgesteld wordt dat de lidstaten de mogelijkheid krijgen om in de vorm van een garantie bijdragen te leveren die specifiek bestemd zijn voor een regio, sector of investeringsvenster (9). Het Comité beveelt aan hieraan toe te voegen dat de bijdragen van de lidstaten in overeenstemming dienen te zijn met de ontwikkelingsprioriteiten van de EU.

4.3.

Het Comité is verheugd dat de Commissie het Europees Parlement en de Raad jaarlijks verslag zal uitbrengen over de financierings- en investeringsverrichtingen die door de EFDO-garantie worden gedekt, en merkt tot zijn genoegen op dat het verslag openbaar zal worden gemaakt om de belanghebbenden, waaronder het maatschappelijk middenveld, in staat te stellen hun standpunten kenbaar te maken. Het EESC zal graag deelnemen aan de beoordeling van de vraag of het EFDO de duurzameontwikkelingsdoelstellingen helpt verwezenlijken, waaronder de oorzaken van irreguliere migratie wegnemen — de belangrijkste reden waarom het is opgericht.

4.4.

In al zijn adviezen over ontwikkelingssamenwerking heeft het Comité er nadrukkelijk op gewezen dat hulp op volstrekt transparante wijze verleend moet worden om fraude, corruptie, witwassen van geld en belastingontduiking te voorkomen. Het Comité steunt dan ook de expliciete vermelding van deze beginselen in het voorstel (10).

4.5.

Het Comité stelt voor armoedebestrijding toe te voegen aan de in artikel 3, lid 2, genoemde duurzameontwikkelingsdoelen waarop het EFDO zich zal richten, en ook te vermelden bij de algemene doelstellingen in artikel 8, lid 1, onder a).

Brussel, 22 februari 2017.

De voorzitter van het Europees Economisch en Sociaal Comité

Georges DASSIS


(1)  EESC-advies REX/478 over nieuw migratiepartnerschap met derde landen (zie bladzijde 66 van dit Publicatieblad).

(2)  Ondertekend te Cotonou op 23 juni 2000 („Overeenkomst van Cotonou”).

(3)  PB C 264 van 20.7.2016, blz. 1.

PB C 303 van 19.8.2016, blz. 138.

PB C 44 van 11.2.2011, blz. 129.

PB C 229 van 31.7.2012, blz. 133.

PB C 487 van 28.12.2016, blz. 24.

(4)  PB C 67 van 6.3.2014, blz. 1.

(5)  PB C 383 van 17.11.2015, blz. 49.

(6)  C(2015) 5210 final.

(7)  C(2016) 3436 final.

(8)  Overweging 9.

(9)  Overweging 14 en artikel 14, lid 4.

(10)  Artikelen 17, 18, 19 en 20.