10.3.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 75/119


Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s — Onlineplatformen en de digitale eengemaakte markt — Kansen en uitdagingen voor Europa

(COM(2016) 288 final)

(2017/C 075/20)

Rapporteur:

Thomas McDONOGH

Raadpleging

Europese Commissie, 25.5.2016

Rechtsgrondslag

Artikel 304 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Bevoegde afdeling

Afdeling Vervoer, Energie, Infrastructuur en Informatiemaatschappij

Goedkeuring door de afdeling

15.11.2016

Goedkeuring door de voltallige vergadering

14.12.2016

Zitting nr.

521

Stemuitslag

(voor/tegen/onthoudingen)

175/0/3

1.   Conclusies en aanbevelingen

1.1.

Het EESC is ingenomen met het actieplan van de Commissie dat een herziening van de telecom- en e-privacyrichtlijnen beoogt voor wat de positie van „over-the-top-onlinecommunicatiediensten” (OTT) betreft, en een inventarisatie bevat van de vrijwillige maatregelen van platformen, waaruit wellicht richtsnoeren voortvloeien, alsook een onderzoek naar b2b-praktijken, de financiering van opendataprojecten en een voorstel voor een strategie om het ontstaan van concurrerende EU-platformen te vergemakkelijken en te bevorderen.

1.2.

Het EESC onderstreept dat veel onlineplatformen een belangrijke rol spelen in de deeleconomie en wijst nogmaals op zijn bevindingen inzake de deeleconomie, vooral op het gebied van consumentenbescherming, werknemers en zelfstandigen.

1.3.

Het EESC vreest echter dat het tempo waarin de digitale markten zich ontwikkelen, nooit kan worden bijgehouden door nieuwe EU-regelgeving en -strategieën, om nog maar te zwijgen over de uitvoering daarvan in de lidstaten. Het EESC is benieuwd naar de wijze waarop de coördinatie tussen de verschillende partijen in de Commissie en de lidstaten kan worden verbeterd en naar de mechanismen die daarbij kunnen helpen.

1.4.

Het gevaar van fragmentatie moet worden uitgebannen en er is een coherente EU-aanpak nodig om te voorkomen dat verschillende nationale regels onzekerheid veroorzaken, dat opschaling moeilijker wordt voor start-ups en dat de beschikbaarheid van digitale diensten wellicht wordt beperkt. De tijd dringt. Sommige lidstaten hebben immers al specifieke maatregelen genomen — of overwegen dat te doen — tegen oneerlijke handelspraktijken die de digitale eengemaakte markt dreigen te versnipperen.

1.5.

De mededeling bevat geen specifieke voorstellen en stelt weinig concrete oplossingen voor. Er worden weliswaar enkele oplossingen aangedragen, maar er wordt geen antwoord gegeven op echt belangrijke vragen als „zijn platformen schadelijk voor leveranciers op sommige markten?”.

1.6.

De opkomst van onlineplatformen heeft grote voordelen opgeleverd voor leveranciers en consumenten en voor de economie en onze levensstijl in het algemeen. Toch kleven er ook nadelen aan en daarom adviseert het EESC om nauwkeuriger te omschrijven wat de grootste gevaren zijn voor bedrijven en consumenten en vervolgens goed en duidelijk aan te geven in hoeverre deze punten van zorg voor alle onlineplatformen gelden en of zij een hele sector betreffen dan wel alleen bepaalde firma’s. Het EESC pleit ook voor samenwerking binnen en tussen sectoren en voor het monitoren van de ontwikkeling van onlineplatformen om eventuele toekomstige problemen aan te pakken.

1.7.

Het EESC constateert tot zijn tevredenheid dat de Commissie maatregelen wil nemen om het overstappen en overdragen van gegevens tussen verschillende onlineplatformen en clouddiensten makkelijker te maken, zowel voor bedrijven als voor particuliere gebruikers.

1.8.

Het EESC pleit voor bewustmakingsprogramma’s en bevordering van digitale geletterdheid voor alle burgers, ongeacht hun leeftijd, maar vooral voor kinderen en ouderen omdat die het meest kwetsbaar zijn, en zou erg blij zijn als er in heel Europa systematisch educatie op dit vlak zou worden ingevoerd.

1.9.

Het EESC verzoekt de Commissie om na te gaan of het noodzakelijk is dat platformen gebruiksvriendelijke informatie publiceren waarin wordt aangegeven of er sprake is van gepersonaliseerde prijsvorming, in welke volgorde de resultaten worden getoond en hoe onvoorwaardelijk en zonder administratieve rompslomp gebruik kan worden gemaakt van het recht om te worden vergeten.

1.10.

Het EESC is verheugd dat de Commissie aangeeft met onlineplatformen te werken aan een gedragscode inzake haatzaaiende uitlatingen op het internet en schadelijke onlinecontent voor minderjarigen. Het EESC vindt echter dat er ook bepaalde sancties moeten worden ingevoerd voor wie dergelijke inhoud niet verwijdert na erop te zijn gewezen.

1.11.

Het Comité vindt het jammer dat de Commissie wederom geen aandacht heeft besteed aan de sociale dimensie van onlineplatformen. Het EESC wijst erop dat de sociale verantwoordelijkheid van platformen jegens hun werknemers, zowel degenen met een regulier dienstverband als de werknemers in nieuwe arbeidsvormen, nauwkeuriger moet worden omschreven. Speciale aandacht dient uit te gaan naar de werknemers zonder regulier dienstverband, en iedereen die voor een platform werkt, heeft recht op billijke arbeidsvoorwaarden, adequate sociale bescherming, gezonde en veilige werkomstandigheden, opleiding, collectieve arbeidsovereenkomsten en vakbondsrechten (1). Daarnaast moet ook worden gekeken naar de uitdagingen die onlineplatformen in de deeleconomie meebrengen.

1.12.

In tegenstelling tot de Commissie, die vindt dat de huidige regelgeving grotendeels volstaat, is het Comité van mening dat er een EU-kader zou moeten komen voor „crowd working” om te voorkomen dat minimumlonen, arbeidstijdregelingen en socialezekerheidsstelsels worden aangetast of worden omzeild.

1.13.

Het EESC verzoekt de Commissie met klem om de fiscale aspecten van de activiteiten van onlineplatformen onder de loep te nemen en praktijken die een gelijk speelveld belemmeren, tegen te gaan.

2.   Kern van de mededeling van de Commissie

2.1.

Met haar recente mededeling en het werkdocument van haar diensten, en meer in het algemeen met haar strategie voor de digitale eengemaakte markt, wil de Commissie innovatie door en efficiënte mededinging tussen onlineplatformen bevorderen en tegelijkertijd de rechten en privacy van consumenten beschermen.

2.2.

In deze mededeling komen de belangrijkste kwesties aan de orde die bij de beoordeling van onlineplatformen zijn geconstateerd, en wordt beschreven hoe deze platformen in de toekomst zullen worden aangepakt.

2.3.

Er wordt geen totaalpakket nieuwe EU-regels voor platformen voorgesteld.

2.4.

De Commissie stelt alleen voor om regelgevende maatregelen te nemen die duidelijk omschreven problemen in verband met een specifieke categorie of activiteit van onlineplatformen aanpakken, en geen preventieve regels op te leggen die innovatie kunnen belemmeren.

2.5.

De Commissie erkent dat onlineplatformen in alle soorten en maten bestaan en zich voortdurend ontwikkelen, hetgeen betekent dat er geen consensus bestaat over een definitie van onlineplatformen.

2.6.

Volgens de Commissie is een uniforme aanpak van de regelgeving voor onlineplatformen geen goede manier om het hoofd te bieden aan de verschillende uitdagingen die de verschillende soorten platformen meebrengen.

2.7.

De Commissie erkent dat het bestaande rechtskader grotendeels ontoereikend is om platformen te reguleren, hoewel dit rechtskader niet duidelijk onder de bevoegdheid van één enkele regelgever valt.

2.8.

De mededeling bevat een stappenplan en beginselen voor toekomstige actie:

een gelijk speelveld voor audiovisuele mediadiensten;

verantwoordelijk gedrag van onlineplatformen om fundamentele waarden te beschermen;

transparantie en billijkheid om het vertrouwen van de gebruiker te behouden en innovatie te beschermen;

open en niet-discriminerende markten in de dataeconomie.

2.9.

De Commissie streeft ernaar de regelgeving in de telecomsector gelijk te trekken, eventueel door deregulering en specifieke regelgeving voor „over-the-top”-communicatiedienstverleners.

2.10.

De Commissie overweegt de e-privacyrichtlijn uit te breiden tot onlinecommunicatiediensten.

2.11.

De Commissie wil videoplatformen graag, op basis van een nieuwe richtlijn voor audiovisuele mediadiensten, nieuwe verplichtingen opleggen om schadelijke inhoud aan te pakken.

2.12.

De Commissie zal de aansprakelijkheidsregeling voor dienstverleners die als intermediair optreden, tegen het licht houden en daarbij ook nagaan:

of er richtsnoeren nodig zijn voor de aansprakelijkheid van onlineplatformen die maatregelen op basis van vrijwilligheid invoeren ter bestrijding van illegale inhoud online, en

of er behoefte is aan formele meldings- en actieprocedures.

2.13.

De Commissie zal gecoördineerde EU-brede zelfregulering door onlineplatformen verder aanmoedigen (en de doeltreffendheid daarvan regelmatig toetsen) ter bestrijding van illegale inhoud online.

2.14.

Onlineplatformen zullen worden aangemoedigd om valse of misleidende onlinerecensies te bestrijden.

2.15.

De Commissie zal in 2017 met beginselen en adviezen inzake e-ID-interoperabiliteit komen.

2.16.

De onlangs door de Commissie aangenomen nieuwe voorstellen voor auteursrecht streven naar een eerlijker verdeling van de waarde die wordt gegenereerd met de onlinedistributie van auteursrechtelijk beschermde inhoud via onlineplatformen die toegang bieden tot dergelijke inhoud.

2.17.

Bij deze mededeling wordt een wetsvoorstel tot herziening van de verordening betreffende samenwerking met betrekking tot consumentenbescherming gepresenteerd, met het oog op een meer doeltreffende handhaving van de EU-consumentenwetgeving in internationale situaties.

2.18.

De Commissie heeft de richtsnoeren van de richtlijn oneerlijke handelspraktijken herzien zodat deze samen met deze mededeling kunnen worden goedgekeurd. Zij gaat verder beoordelen of de bestaande regels betreffende consumentenbescherming in verband met platformen moeten worden aangepast in het kader van de geschiktheidscontrole van het EU-consumenten- en marketingrecht in 2017.

2.19.

De Commissie is van plan om een doelgericht feitenonderzoek uit te voeren naar contractuele praktijken in b2b-relaties onder onlineplatformen om in het voorjaar van 2017 te „beoordelen of aanvullende actie van de EU nodig is”.

2.20.

De Commissie zal ook nagaan welke potentiële belemmeringen er zijn voor een Europese interne markt voor data door rechtsonzekerheid over eigendom, gebruik en toegankelijkheid van gegevens, en zal zich in het kader van het voor eind 2016 geplande initiatief voor vrij gegevensverkeer buigen over mogelijkheden om het overstappen en overdragen van gegevens tussen verschillende platformen makkelijker te maken.

3.   Algemene opmerkingen

3.1.

Als Europa de komende tien jaar een jaarlijkse bbp-groei van meer dan 1,5 % wil bereiken, dan is een bloeiende digitale economie noodzakelijk (zie het rapport van de Global Agenda Council van het World Economic Forum over Europa).

3.2.

Onlineplatformen zijn een van de belangrijkste en meest invloedrijke bedrijven ter wereld geworden en hun rol in de wereldeconomie zal alleen maar groter worden.

3.3.

Maar slechts 4 % van de totale marktkapitalisatie van onlineplatformen vindt in de EU plaats (2).

3.4.

Een vijftigtal grote Europese internetproviders moet rekening houden met 28 verschillende nationale regelingen, terwijl de zes grote providers op de Amerikaanse markt en de drie bedrijven die de Chinese markt domineren, zich aan één pakket regels moeten houden (3).

3.5.

Problemen in verband met onlineplatformen hebben de druk op lidstaten om actie te ondernemen opgevoerd en hebben fragmentatie in de hand gewerkt.

3.6.

Ook harmonisatie van het overeenkomstenrecht en de consumentenwetgeving zijn belangrijk voor een duurzame ontwikkeling en opschaling van onlineplatformen.

3.7.

De wetgevende en niet-wetgevende initiatieven die tegen eind 2016 op tafel moeten liggen om een volledig geïntegreerde digitale eengemaakte markt tot stand te brengen, verdienen de grootste aandacht. In de jaren 2016 en 2017 zal vast komen te staan of Europa een plan heeft om op digitaal vlak te concurreren en te groeien of dat Europa de digitale boot mist.

3.8.

In de mededeling wordt een aantal terreinen genoemd die volgens de Commissie een probleem hebben, maar zij vertelt er niet bij wat daartegen moet worden gedaan (als er al iets moet worden gedaan). Het gaat hier vooral om problemen bij b2b-relaties. Voorgesteld wordt om gedurende zes maanden verder onderzoek te doen alvorens in het voorjaar van 2017 een besluit te nemen.

3.9.

Wanneer de Commissie de conclusies van haar onderzoek op dit vlak presenteert, begin volgend jaar, valt een nieuw belangrijk debat te verwachten.

3.10.

Te veel of inflexibele regelgeving kan de positieve bijdrage van onlineplatformen aan de Europese digitale economie in gevaar brengen en veranderingen in regelgeving mogen niet ten koste gaan van de bescherming van consumenten en werknemers.

3.11.

Een gelijk speelveld voor vergelijkbare digitale diensten in een digitale eengemaakte markt mag geen nadelige gevolgen hebben voor de belastinginkomsten en mag niet tot een verdere uitholling van de heffingsgrondslag leiden door ondernemingen toe te staan dat zij belasting betalen in de ene lidstaat en waarde creëren in de andere. Belasting op winsten moet worden betaald op de plaats waar de economische activiteit plaatsvindt.

4.   Specifieke opmerkingen

4.1.

De Commissie omschrijft platformen als tweezijdige of veelzijdige markten waar gebruikers worden bijeengebracht door een exploitant van een platform om een interactie te vergemakkelijken.

4.2.

De eigen lijst van de Commissie, die zowel sociale media en zoekmachines als betalingssystemen en reclamediensten omvat, vermeldt geen traditionele platformbedrijven die nu online opereren, maar wel een paar digitale platformen die niet veelzijdig zijn.

4.3.

Bovendien heeft de Commissie in haar eigen lijst evenmin het toenemend aantal platformen waar arbeid wordt verricht, opgenomen met als gevolg dat de specifieke problemen van deze platformen, met name op het gebied van billijk werk en adequate sociale bescherming, niet worden aangepakt. Om te voorkomen dat de rechten van werknemers en de arbeidsnormen worden omzeild en ervoor te zorgen dat die normen worden gewaarborgd, moet er volgens het EESC wetgeving worden vastgesteld op het gebied van de arbeidsrechten en bescherming van online-/platformwerknemers, vooral in het geval van nieuwe arbeidsvormen (4). Daarin moeten mensen die werk verrichten voor onlineplatformen als „werknemer” worden gedefinieerd en moet hun arbeidsrelatie worden vastgelegd, hun recht op gelijke behandeling ten opzichte van reguliere werknemers worden gewaarborgd en worden ingestaan voor een effectieve handhaving van deze bepalingen (bijv. AppJobber, Applause, Clickworker, content.de, Crowd Guru, Designenlassen.de, Freelancer, greatcontent, Jovoto, Local Motors, Microworkers, MyLittleJob, Streetspotr, Testbirds, testlO, Textbroker, Twago, Upwork, 99designs).

4.4.

Er zijn sterke pioniersvoordelen en platformen die succesvol gebruikmaken van netwerkeffecten, kunnen zowel geduchte concurrenten als onvermijdelijke handelspartners voor bedrijven worden.

4.5.

Het platform voor onlinegeschillenbeslechting kan worden gebruikt voor alternatieve geschillenbeslechting in zakelijke geschillen, maar eerst moet vast komen te staan dat het onlinegeschillenbeslechtingsmechanisme voor geschillen tussen bedrijven en consumenten fatsoenlijk werkt.

4.6.

Vrees voor commerciële vergeldingsacties door onlineplatformen waarvan zij afhankelijk zijn, kan klagers ervan weerhouden zich te wenden tot de mededingingsautoriteiten. Het EESC raadt nieuwe maatregelen aan om de klagers op deze markten te beschermen.

4.7.

De mensen achter websites en de internetserviceproviders die deze sites toegankelijk maken, bevinden zich vaak buiten Europa of maken hun identiteit niet bekend. Rechterlijke bevelen die oorspronkelijk bedoeld waren voor internetserviceproviders die websites met piraterij hostten, om providers te dwingen tot het blokkeren van ongeoorloofde inhoud, kunnen een waardevol instrument zijn voor rechthebbenden en bevelen om websites te blokkeren, kunnen worden gebruikt en zijn al gebruikt om merken en consumenten te beschermen tegen de onlineverkoop van namaakgoederen.

4.8.

Het feit dat de Amerikaanse durfkapitaalmarkt sterker is dan de Europese is ook een stimulans voor jonge bedrijven om naar de VS te verhuizen.

4.9.

De huidige kennisgevingsvereisten zijn niet van toepassing op de overname van bedrijven met een lage omzet, ook niet wanneer het overgenomen bedrijf over commercieel waardevolle gegevens of een aanzienlijk marktpotentieel beschikt. De bestaande, op omzet gebaseerde, drempels op het gebied van concentratiecontrole zouden kunnen worden aangevuld met bijkomende aanmeldingsverplichtingen op basis van het transactievolume.

4.10.

Mededingingsautoriteiten zouden meer gebruik kunnen maken van voorlopige maatregelen en termijnen om vaart te zetten achter handhavingsactiviteiten in dynamische markten.

4.11.

Onlineplatformen vragen hun gebruikers vaak om allerlei informatie die geen rechtstreeks verband houdt met de inhoud van het platform, en eisen dat zij voorwaarden accepteren die zij onder normale omstandigheden niet zouden accepteren, maar wat ze nu wel doen om gebruik te kunnen maken van de diensten van het platform.

4.12.

Persoonsgegevens zijn de munteenheid van de hedendaagse digitale markt, maar veel consumenten lijken zich niet bewust te zijn van het feit dat zij hun persoonsgegevens verkopen in ruil voor toegang tot veel van de zogeheten gratis diensten en dat hun gegevens kunnen worden verkocht aan of gedeeld met derden. Overigens is internetgebruik met behoud van privacy, ondanks alle bestaande en geplande maatregelen ter bescherming van de consument, technisch gezien tegenstrijdig omdat er altijd wel mensen zullen zijn die over de vaardigheden beschikken om zich toegang te verschaffen tot praktisch alle gegevens. Daarom moeten alle burgers, ongeacht hun leeftijd, maar vooral kinderen en ouderen, omdat die het meest kwetsbaar zijn, mede bewust worden gemaakt van dergelijke gevaren.

Brussel, 14 december 2016.

De voorzitter van het Europees Economisch en Sociaal Comité

Georges DASSIS


(1)  PB C 71 van 24.2.2016, blz. 65.

(2)  COM(2016) 288 final

(3)  Zie voetnoot 1.

(4)  PB C 303 van 19.8.2016, blz. 54