2.2.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 34/106


Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende grensoverschrijdende pakketbezorgdiensten

(COM(2016) 285 final — 2016/0149 (COD))

(2017/C 034/16)

Rapporteur:

Raymond HENCKS

Raadpleging

Europees Parlement, 9.6.2016

Raad van de Europese Unie, 21.6.2016

Rechtsgrondslag

Artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

 

(COM(2016) 285 final — 2016/0149 (COD))

Bevoegde afdeling

Interne Markt, Productie en Consumptie

Goedkeuring door de afdeling

4.10.2016

Goedkeuring door de voltallige vergadering

19.10.2016

Zitting nr.

520

Stemuitslag

(voor/tegen/onthoudingen)

212/0/8

1.   Conclusies en aanbevelingen

1.1.

Uit verschillende studies in opdracht van de Commissie is gebleken dat de tarieven voor grensoverschrijdende pakketbezorging, vooral voor particulieren en kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s), soms wel vijfmaal hoger liggen dan de tarieven voor binnenlandse zendingen en dat die verschillen niet kunnen worden verklaard door loonkosten of andere kosten in het land van bestemming. Hierdoor kunnen consumenten en webwinkels niet ten volle profiteren van de mogelijkheden die de eengemaakte markt biedt.

1.2.

Het EESC erkent dat nieuwe actie van de Commissie geboden is om ervoor te zorgen dat alle webwinkels en consumenten, vooral particulieren en kmo’s in afgelegen gebieden, eindelijk kunnen profiteren van een vlot toegankelijke en kwalitatief hoogwaardige grensoverschrijdende pakketbezorging tegen betaalbare prijzen.

1.3.

Met het onderhavige voorstel voor een verordening, dat echter alleen van toepassing is op universeledienstaanbieders op de pakketmarkt, wil de Commissie in het geweer komen tegen de hogere tarieven.

1.4.

Het EESC vreest dat de maatregelen die in deze verordening worden voorgesteld — vergroting van de transparantie van tarieven en eindvergoedingen, publicatie van een referentie-offerte en beoordeling van de betaalbaarheid van tarieven — en waarvan het nut niet valt te betwisten, zonder bijkomende actie ontoereikend zullen zijn en de betrokken grensoverschrijdende pakketbezorgers niet of nauwelijks zullen aanzetten tot het hanteren van redelijke tarieven.

1.5.

Het EESC betreurt dat de Commissie eventuele strengere maatregelen uitstelt tot eind 2018, in de hoop dat de situatie tegen die tijd is verbeterd. De Commissie vertelt echter niet wat zij van plan is als de verwachte verbetering zich niet voordoet.

1.6.

Het EESC vraagt de Commissie om, net als in het geval van de roamingtarieven voor mobiele telefonie, alle grensoverschrijdende pakketbezorgers in ieder geval nog één keer met klem te verzoeken om hun prijzen te verlagen en alvast aan te kondigen dat zij anders met reglementering komt en maximumtarieven zal voorstellen.

1.7.

Wat de beoordeling van betaalbare prijzen betreft, vraagt het EESC al jaren om te verduidelijken wat onder de „betaalbaarheid” van diensten van algemeen economisch belang wordt verstaan en wetgevingsvoorstellen te formuleren die de lidstaten verplichten om indicatoren vast te stellen voor het bepalen van die betaalbaarheid. De voorschriften in deze verordening zijn een eerste stap in de goede richting, mits er na een dergelijke beoordeling in voorkomend geval ook gepaste maatregelen volgen.

2.   Bezorgdiensten en onlinehandel

2.1.

De fysieke levering van online bestelde goederen is een van de kernaspecten van de groei van elektronische handel. In de Europese Unie ontwikkelt de onlinehandel zich veel langzamer op transnationale dan op nationale schaal. In 2014 deed amper 15 % van de consumenten, en in de ene lidstaat meer dan in de andere, een onlineaankoop in een andere lidstaat, tegen 44 % in hun eigen land.

2.2.

De tarieven, de kwaliteit en de procedures voor de fysieke levering van online bestelde producten, evenals de voorwaarden voor het eventueel retourneren van spullen behoren tot de factoren die van invloed zijn op het besluit van een consument om online iets te kopen. Het antwoord op de vraag hoe tevreden iemand is met zijn onlineaankoop is dus gedeeltelijk afhankelijk van zijn ervaring met de bezorging. De beschikbaarheid van goedkope en efficiënte oplossingen voor pakketbestellingen is van bijzonder belang voor kmo’s, micro-ondernemingen en particuliere consumenten die in afgelegen gebieden of perifere regio’s gevestigd zijn.

2.3.

De bezorging van pakketten met een gewicht van maximaal 31,5 kilo is in tal van lidstaten booming business. Veel aanbieders hebben oplossingen bedacht waarmee zij beter tegemoet kunnen komen aan de verwachtingen van hun klanten. Het gaat hier om aanvullende diensten als de keuze tussen standaardverzending of verzending met bijzondere voorwaarden, spoedservice of bezorging overdag, verzending met een track-and-trace-code of met een ontvangstbevestiging, keuze van het bezorgadres, pakketpunten, pakketautomaten, aangetekende verzending, verzekerde verzending enz. Pakjes van minder dan 2 kilo, waar het in naar schatting 80 % van de gevallen van onlinehandel om gaat, worden overigens vaak beschouwd als „brievenbuspakje” en gaan met de gewone post mee.

2.4.

Voor de levering van pakketten tot 10 kilo, en in sommige gevallen tot 20 kilo, geldt een universeledienstverplichting, d.w.z. dat de lidstaten voor zowel nationale als grensoverschrijdende pakketbestellingen een minimumdienst moeten verzorgen op alle punten van hun grondgebied en tegen betaalbare prijzen voor iedereen.

2.5.

De markt voor onlinehandel is extreem divers. Deze markt wordt veelal gedomineerd door een paar grote webwinkels die elke dag een zeer grote hoeveelheid pakketten versturen en daarom een goede uitgangspositie hebben om over tarieven en voorwaarden te onderhandelen met pakketbezorgers, die onder druk staan om met zeer gunstige „speciale” tarieven en specifieke leveringsvoorwaarden te werken. Vaak nemen de webwinkels de verzendkosten voor hun rekening, ook bij verzending naar het buitenland. Slechts enkele grote pakketbezorgdiensten kunnen concurreren op deze markt van „speciale voorwaarden”, zowel in binnen- als buitenland; in het laatste geval moeten zij bovendien over een internationaal distributienetwerk beschikken.

2.6.

Hiervan is momenteel echter totaal geen sprake wanneer het om kleinere hoeveelheden grensoverschrijdende onlineaankopen of occasionele bestellingen gaat, of om kleinere bedrijven, waaronder veel kmo’s. Dan gelden er geen gunstige tarieven en kan er niet worden geprofiteerd van een internationaal distributienetwerk, behalve tegen zeer hoge prijzen, en is het uiteindelijk vaak de consument die het gelag betaalt. In deze gevallen kunnen de tarieven voor bezorging in het buitenland soms wel drie- tot vijfmaal hoger zijn dan binnenlandse verzending (1) zonder dat die verschillen kunnen worden verklaard door loonkosten of andere kosten in het land van bestemming. Voorbeelden van hoge prijzen en grote verschillen tussen de lidstaten zijn te vinden in de effectbeoordeling (SWD(2016) 166 final) van de Commissie.

2.7.

De Commissie houdt zich al jaren bezig met dit probleem en heeft verschillende mededelingen gepubliceerd over dit onderwerp:

COM(2011) 942 final: Een coherent kader voor een groter vertrouwen in de digitale eengemaakte markt voor elektronische handel en onlinediensten;

COM(2012) 698 final: Een geïntegreerde markt van pakketbestellingen voor groei van de elektronische handel in de EU;

COM(2013) 886 final: Een stappenplan voor de voltooiing van de interne markt voor pakketbezorging — Vertrouwen scheppen in bezorgdiensten en onlineverkoop stimuleren;

COM(2015) 192 final: Strategie voor een digitale eengemaakte markt voor Europa.

2.8.

De Commissie wilde haalbare oplossingen aandragen om beter te kunnen voldoen aan de verwachtingen van de consument.

2.9.

Omdat deze inspanningen slechts gedeeltelijk resultaat hebben opgeleverd, zag de Commissie zich genoodzaakt om met het onderhavige voorstel voor een verordening te komen, waarbij ook nog een begeleidend stuk (SWD(2016) 167 final) hoort, een bijlage (COM(2016) 285 final) en een omvangrijke effectbeoordeling van 289 bladzijden (SWD(2016) 166 final).

3.   Inhoud van het voorstel voor een verordening

3.1.

De verbetering van grensoverschrijdende bezorgdiensten is een van de maatregelen die worden voorzien in de „Strategie voor een digitale eengemaakte markt in Europa”, die de toegang van consumenten en bedrijven tot digitale goederen en diensten in de hele Unie wil bevorderen.

3.2.

De voorgestelde maatregelen moeten:

de markten doeltreffender laten werken door enerzijds het toezicht door de regelgever op de pakketmarkten doeltreffender en consistenter te maken en anderzijds de concurrentie op het gebied van grensoverschrijdende pakketbezorgdiensten te bevorderen;

de transparantie van de tarieven en eindvergoedingen vergroten om enerzijds ongerechtvaardigde tariefverschillen aan te pakken en anderzijds de tarieven te verlagen die particulieren en kleine bedrijven, met name in afgelegen gebieden, betalen;

de beoordeling, door de nationale regelgevende instantie, van de betaalbaarheid van de leveringstarieven mogelijk maken;

de transparante en niet-discriminerende toegang tot de diensten en de infrastructuur die nodig zijn voor het aanbieden van grensoverschrijdende pakketbezorgdiensten waarborgen.

4.   Algemene opmerkingen

4.1.

Aangezien de verschillende initiatieven van de Commissie, waaronder het Groenboek uit 2012 „Een geïntegreerde markt van pakketbestellingen voor groei van de elektronische handel in de EU” en het „Stappenplan voor de voltooiing van de interne markt voor pakketbezorging — Vertrouwen scheppen in bezorgdiensten en onlineverkoop stimuleren” uit 2013 (2), slechts een bescheiden succes hebben opgeleverd voor wat betreft grensoverschrijdende tarieven, is nieuwe actie van de Commissie geboden om ervoor te zorgen dat alle webwinkels en consumenten, vooral particulieren en kmo’s in afgelegen gebieden, eindelijk kunnen profiteren van een vlot toegankelijke en kwalitatief hoogwaardige grensoverschrijdende pakketbezorging tegen betaalbare prijzen.

4.2.

Uit een onderzoek door de Université Saint-Louis in Brussel is gebleken dat de prijzen die particulieren en kleine bedrijven moeten betalen aan universeledienstaanbieders voor grensoverschrijdende pakketbezorging bijna vijfmaal hoger zijn dan het binnenlandse equivalent, terwijl in een studie van Copenhague Economics wordt geconcludeerd dat de prijzen die andere aanbieders aanrekenen voor grensoverschrijdende pakketbezorging drie- tot vijfmaal hoger liggen dan de binnenlandse prijzen, zonder dat deze verschillen kunnen worden verklaard door loonkosten of andere kosten in het land van bestemming.

4.3.

Het EESC constateert dus dat de prijzen die particulieren en kleine ondernemingen worden aangerekend veel te hoog zijn, ongeacht de pakketbezorgingsdienst. De Commissie wil dit probleem aanpakken door de nationale regelgevende instantie te laten beoordelen of de prijzen voor grensoverschrijdende levering schappelijk zijn.

4.4.

Het EESC vindt het een goede zaak dat de Commissie voor een verordening heeft gekozen om geen extra tijd meer te verliezen. Het EESC vreest echter dat de maatregelen die in deze verordening worden genoemd, weinig effect zullen sorteren. Door alleen te streven naar vergroting van de transparantie van tarieven en eindvergoedingen, publicatie van een referentie-offerte en beoordeling van de betaalbaarheid van tarieven, waarvan het nut niet valt te betwisten, bestaat het gevaar dat de betrokken pakketbezorgers zonder extra maatregelen niet of nauwelijks worden aangezet tot het hanteren van redelijke tarieven.

4.5.

Het EESC betreurt dat de Commissie eventuele strengere maatregelen uitstelt tot eind 2018, in afwachting van een evaluatieverslag over de toepassing van de onderhavige verordening. In dit verslag wil de Commissie nagaan of grensoverschrijdende pakketbezorgdiensten betaalbaarder zijn geworden en of de mate waarin aanbieders van de universele dienst die pakketbezorgdiensten aanbieden transparante en niet-discriminerende grensoverschrijdende wholesaletoegang verlenen. De Commissie vertelt echter niet wat zij van plan is als er geen sprake is van verbetering en evenmin van niet-discriminerende toegang.

4.6.

Het EESC had liever gezien dat de Commissie, net als in het geval van de roamingtarieven voor mobiele telefonie, alle grensoverschrijdende pakketbezorgers minstens nog één keer met klem had verzocht om hun prijzen te verlagen en alvast aan te kondigen dat er anders reglementering wordt ingevoerd waarin maximumprijzen worden voorgeschreven.

4.7.

Bovendien zijn de voorstellen in de verordening betreffende transparantie van tarieven en eindvergoedingen, publicatie van een referentie-offerte, beoordeling van de betaalbaarheid van tarieven en transparante en niet-discriminerende grensoverschrijdende toegang slechts van toepassing op de aanbieders van de universele diensten die pakketbezorgdiensten aanbieden.

4.8.

Op de totale markt voor pakketbezorging varieert het aandeel van de universeledienstverleners van 10 % (Bulgarije, Spanje, Verenigd-Koninkrijk, Italië) tot 25 % (Tsjechië, Denemarken, Frankrijk, Estland), terwijl op slechts een klein percentage (5 tot 10 %) van deze pakketten een universeledienstverplichting rust. Dat betekent dus dat de onderhavige verordening slechts betrekking heeft op een marginaal deel van de markt, maar niettemin van groot belang is voor de consumenten en kmo’s in verafgelegen gebieden die niet over alternatieven beschikken.

4.9.

Wat de beoordeling van betaalbare prijzen betreft, vraagt het EESC al jaren om te verduidelijken wat onder de „betaalbaarheid” van diensten van algemeen economisch belang wordt verstaan en wetgevingsvoorstellen te formuleren die de lidstaten verplichten om indicatoren vast te stellen voor het bepalen van die betaalbaarheid (3). De voorschriften in deze verordening zijn een eerste stap in de goede richting, mits er na een dergelijke beoordeling in voorkomend geval ook gepaste maatregelen volgen.

4.10.

De in de onderhavige verordening voorziene evaluatie geldt echter alleen voor de tarieven voor zendingen die worden genoemd in de bijlage bij de verordening en waarvoor een openbare lijst van grensoverschrijdende tarieven moet worden ingediend, nl. de pakketten van 500 g, 1, 2 en 5 kg (met of zonder mogelijkheid om de zending te volgen en te lokaliseren). Het EESC is van mening dat deze evaluatie ook zou moeten gelden voor pakketten van 10, 15 en 20 kg, ook met het oog op een eventuele toekomstige regulering van de tarieven voor grensoverschrijdende pakketbezorging.

Brussel, 19 oktober 2016.

De voorzitter van het Europees Economisch en Sociaal Comité

Georges DASSIS


(1)  Copenhagen Economics, E-commerce and delivery; Groenboek „Een geïntegreerde markt van pakketbestellingen voor groei van de elektronische handel in de EU” (COM(2012) 698 final).

(2)  PB C 451 van 16.12.2014, blz. 51.

(3)  PB C 177 van 11.6.2014, blz. 24.