25.11.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 392/9


Samenvatting van Advies nr. 4/2015 van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming: Naar een nieuwe digitale ethiek: data, waardigheid en technologie

(De volledige tekst van dit advies is beschikbaar in het Duits, het Engels en het Frans op de EDPS-website www.edps.europa.eu)

(2015/C 392/08)

De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming (EDPS) is een onafhankelijke instelling van de EU, die er overeenkomstig artikel 41, lid 2, van Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad (1) voor zorgt „dat de fundamentele rechten en vrijheden van natuurlijke personen, met name het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer, bij de verwerking van persoonsgegevens, door de communautaire instellingen en organen in acht worden genomen”, en ook zorgt voor „…het verstrekken van advies aan de communautaire instellingen en organen en aan de betrokkenen inzake de verwerking van persoonsgegevens”. De toezichthouder is in december 2014 samen met de adjunct-toezichthouder benoemd met als specifieke opdracht zich constructiever en proactiever op te stellen. De EDPS heeft in maart 2015 een vijfjaarsstrategie gepubliceerd waarin uiteengezet wordt hoe hij deze opdracht wil gaan uitvoeren en hoe hij daarvoor ter verantwoording kan worden geroepen.

Dit advies volgt op het eerdere advies van de EDPS inzake de Algemene Verordening betreffende gegevensbescherming, waarmee hij beoogde de belangrijkste instellingen van de EU te helpen bij het bereiken van de juiste consensus over een werkbare, toekomstgerichte reeks voorschriften die de rechten en vrijheden van natuurlijke personen versterken. NET als het advies over mobiele gezondheid dat begin 2015 werd uitgebracht, gaat dit advies in op de uitdaging van de „digitalisering” van de gegevensbescherming — de derde doelstelling van de EDPS-Strategie — „de aanpassing van de bestaande gegevensbeschermingsbeginselen aan de mondiale digitale arena”, mede in het licht van de EU-plannen voor een digitale interne markt. Het advies stemt overeen met de benadering van de Artikel 29-Groep betreffende de gegevensbeschermingsaspecten van het gebruik van nieuwe technologieën, zoals het „Internet der dingen”, waaraan de EDPS als volwaardig lid van de groep heeft bijgedragen.

„De menselijke waardigheid is onschendbaar. Zij moet worden geëerbiedigd en beschermd”

Artikel 1, EU-Handvest van de grondrechten

De grondrechten van bescherming van de persoonlijke levenssfeer en bescherming van de persoonsgegevens zijn belangrijker voor de bescherming van de menselijke waardigheid dan ooit tevoren. Zij zijn verankerd in de Europese Verdragen en in het EU-Handvest van de grondrechten. Zij stellen mensen in staat om hun eigen persoonlijkheid te ontwikkelen, een onafhankelijk leven te leiden, te innoveren en andere rechten en vrijheden uit te oefenen. De in het EU-handvest gedefinieerde beginselen voor de gegevensbescherming — noodzakelijkheid, evenredigheid, eerlijkheid, gegevensminimalisatie, doelbinding, toestemming en transparantie — gelden voor het hele proces van gegevensverwerking, zowel de verzameling als het gebruik.

De technologie mag geen normen en rechten dicteren, maar mag hun relatie evenmin reduceren tot een valse dichotomie. De digitale revolutie stelt voordelen op het gebied van gezondheid, milieu, internationale ontwikkeling en economische efficiëntie in het vooruitzicht. In de EU-plannen voor een digitale interne markt worden cloudcomputing, het „Internet der Dingen”, „Big Data” en andere technologieën gezien als de sleutel voor concurrentiekracht en groei. In ondernemingsmodellen worden nieuwe mogelijkheden voor de massale verzameling, de onmiddellijke overdracht en het combineren en hergebruiken van persoonsinformatie benut voor onvoorziene doeleinden, en gerechtvaardigd door lang en ondoorgrondelijk privacybeleid. Hierdoor zijn de beginselen voor gegevensbescherming weer onder druk komen te staan, waardoor opnieuw over hun toepassing moet worden nagedacht.

In de huidige digitale omgeving kan niet worden volstaan met de naleving van de wetgeving; ook de ethische dimensie van gegevensverwerking moet door ons in overweging worden genomen. Het regelgevingskader van de EU laat reeds ruimte voor flexibele beslissingen en waarborgen op individuele basis bij de omgang met persoonsgegevens. De hervorming van het regelgevingskader zal een goede stap voorwaarts betekenen. Maar er zijn dieperliggende vragen ten aanzien van de gevolgen van tendensen in een door gegevens gestuurde maatschappij voor de waardigheid, de individuele vrijheid en het functioneren van de democratie.

Deze vraagstukken hebben technische, filosofische, juridische en morele implicaties. Dit advies belicht een aantal belangrijke technologische tendensen die een onaanvaardbare verwerking van persoonsinformatie met zich mee kunnen brengen of die inbreuk op het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer kunnen maken. Het schetst de contouren van een uit vier lagen bestaand ecosysteem ter bescherming van „Big Data” als reactie op de digitale uitdaging: een gezamenlijke inspanning, onderbouwd door ethische overwegingen.

(1)

Een toekomstgerichte regulering van de gegevensverwerking en het respecteren van het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer en het recht op gegevensbescherming.

(2)

Verantwoordingsplichtige verantwoordelijken die de verwerking van persoonsgegevens bepalen.

(3)

Een privacybewust(e) ontwikkeling en ontwerp van producten en diensten op het gebied van gegevensbescherming.

(4)

Weerbare natuurlijke personen

De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming wil zowel binnen als buiten de EU een open en goed geïnformeerd debat stimuleren, waaraan wordt deelgenomen door de civiele samenleving, ontwikkelaars, het bedrijfsleven, academici, overheidsinstanties en toezichthouders. De nieuwe ethische commissie voor gegevensbescherming dat wij bij de EDPS gaan opzetten, zal helpen om een nieuwe digitale ethiek te formuleren, waarmee de voordelen van technologie voor de samenleving en de economie beter kunnen worden gerealiseerd op manieren die de rechten en vrijheden van natuurlijke personen versterken.

4.   Conclusie: tijd voor verdieping van de discussie

De bescherming van de persoonlijke levenssfeer en gegevensbescherming zijn onderdeel van de oplossing, niet het probleem Voorlopig wordt de technologie door mensen gecontroleerd. Het is niet eenvoudig om deze potentiële ontwikkelingen simpelweg te classificeren als goed of slecht, wenselijk of schadelijk, voordelig of nadelig, en nog minder indien een aantal mogelijke tendensen in context moet worden bezien. Beleidsmakers, technologieontwikkelaars, activiteitenontwikkelaars en wij allen moeten serieus nadenken of en hoe wij invloed willen uitoefenen op de ontwikkeling van technologie en de toepassing daarvan. Maar even belangrijk is dat de EU met spoed gaat kijken naar de ethiek en de plaats van de menselijke waardigheid in de technologieën van de toekomst.

De beginselen voor gegevensbescherming hebben bewezen dat zij natuurlijke personen en hun persoonlijke levenssfeer kunnen beschermen tegen de risico’s van onverantwoorde gegevensverwerking. Maar de tendensen van vandaag vergen mogelijk een geheel nieuwe benadering. Daarom geven wij de aanzet voor een nieuw debat over de vraag in welke mate de toepassing van beginselen zoals eerlijkheid en rechtmatigheid afdoende is. Degenen die bij de gegevensbescherming betrokken zijn, kunnen een nieuwe rol spelen met gebruikmaking van bestaande instrumenten, zoals voorafgaande controles en autorisaties — omdat er geen andere organisaties toegerust zijn om een dergelijke gegevensverwerking aan een onderzoek te onderwerpen. Nu de technologie, mondiale innovatie en menselijke verbondenheid zich pijlsnel ontwikkelen, hebben wij de kans om aandacht te vragen, belangstelling te wekken en consensus te bereiken.

Met dit advies hopen wij een kader te bieden voor een bredere en diepere discussie over hoe de EU de integriteit van haar normen en waarden kan waarborgen, terwijl zij tegelijkertijd de voordelen van de nieuwe technologieën omarmt.

Gedaan te Brussel, 11 september 2015.

Giovanni BUTTARELLI

Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming


(1)  PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1.