17.12.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 422/51


VERSLAG

over de jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof betreffende het begrotingsjaar 2014, vergezeld van het antwoord van de gemeenschappelijke onderneming

(2015/C 422/06)

INHOUD

 

Paragraaf

bladzijde

Inleiding

1-4

52

Toelichting bij de betrouwbaarheidsverklaring

5

52

Betrouwbaarheidsverklaring

6-13

53

Oordeel over de betrouwbaarheid van de rekeningen

11

54

Oordeel over de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen bij de rekeningen

12

54

Opmerkingen over het begrotings- en financieel beheer

14-18

54

Uitvoering van de begroting

14-15

54

Oproepen tot het indienen van voorstellen

16-17

54

Meerjarige financiering

18

54

Andere aangelegenheden

19-22

55

Rechtskader

19

55

De interne-auditfunctie en de dienst Interne Audit van de Commissie

20-21

55

De rekenplichtige

22

55

Follow-up van eerdere opmerkingen

23-26

55

Toezicht op en verslaglegging over projectonderzoeksresultaten

23-24

55

Belangenconflicten

25

56

Tweede tussentijdse evaluatie van de Commissie

26

56

INLEIDING

1.

De Gemeenschappelijke Onderneming voor de uitvoering van het gezamenlijk technologie-initiatief voor brandstofcellen en waterstof (de Gemeenschappelijke Onderneming FCH), gevestigd te Brussel, werd in mei 2008 (1) opgericht voor de periode tot 31 december 2017 en werd financieel autonoom op 15 november 2010. In mei 2014 (2) heeft de Raad de oorspronkelijke verordening ingetrokken en de looptijd van de gemeenschappelijke onderneming, aangeduid met „Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof 2” (GO FCH 2) (3), verlengd tot 31 december 2024 binnen het kaderprogramma Horizon 2020 voor onderzoek en innovatie (4).

2.

De Gemeenschappelijke Onderneming FCH heeft onder meer tot doel, in overleg met de industrie en onderzoeksorganisaties onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratieactiviteiten in de lidstaten en met het zevende kaderprogramma (5) geassocieerde landen te ondersteunen en zich daarbij te richten op de ontwikkeling van markttoepassingen en daardoor extra inspanningen van de industrie te vergemakkelijken voor een snelle toepassing van brandstofcel- en waterstoftechnologieën. Binnen Horizon 2020 heeft de Gemeenschappelijke Onderneming FCH 2 tot doel, bij te dragen aan de realisatie van de uitdagingen van veilige, schone en efficiënte energie en van slim, groen en geïntegreerd vervoer en aan de doelstellingen van het gezamenlijk technologie-initiatief inzake brandstofcellen en waterstof door de ontwikkeling van een sterke, duurzame en wereldwijd concurrerende brandstofcel- en waterstofsector in de Unie (6).

3.

De leden van de gemeenschappelijke onderneming zijn de Europese Unie, vertegenwoordigd door de Commissie, de New Energy World Industry Grouping (NEW-IG) en de New European Research Grouping on Fuel Cells and Hydrogen (N.ERGHY).

4.

De maximale EU-bijdrage aan de Gemeenschappelijke Onderneming FCH ter dekking van de lopende kosten en onderzoeksactiviteiten bedraagt 470 miljoen euro uit de begroting van het zevende kaderprogramma (waarbij het deel dat bestemd is voor de administratieve kosten maximaal 20 miljoen euro mag bedragen). De maximale EU-bijdrage aan de Gemeenschappelijke Onderneming FCH 2 ter dekking van de administratieve kosten en operationele kosten bedraagt 665 miljoen euro uit de begroting van het programma Horizon 2020 (waarbij het deel dat bestemd is voor de administratieve kosten maximaal 19 miljoen euro mag bedragen (7)). De industrie- en onderzoeksgroeperingen dragen 50 % van de administratieve kosten en dragen bij aan het programma door het leveren van bijdragen in natura (8) voor de door de Gemeenschappelijke Onderneming FCH 2 gefinancierde projecten en voor bijkomende activiteiten (9) die buiten het werkplan van de Gemeenschappelijke Onderneming FCH 2 vallen, maar wel bijdragen aan de doelstellingen van het gezamenlijk technologie-initiatief FCH.

TOELICHTING BIJ DE BETROUWBAARHEIDSVERKLARING

5.

De door de Rekenkamer gehanteerde controleaanpak omvat cijferanalyses, toetsing van verrichtingen op het niveau van de gemeenschappelijke onderneming en een beoordeling van de essentiële controles van de toezicht- en controlesystemen. Hierbij komt nog controle-informatie afkomstig uit het werk van andere controleurs (indien relevant) en een analyse van de ''management representations''.

BETROUWBAARHEIDSVERKLARING

6.

Overeenkomstig het bepaalde in artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) controleerde de Rekenkamer:

a)

de jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof, die bestaat uit de financiële staten (10) en de verslagen over de uitvoering van de begroting (11) betreffende het per 31 december 2014 afgesloten begrotingsjaar;

b)

de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen bij de rekening.

De verantwoordelijkheid van de leiding

7.

Overeenkomstig de artikelen 16 en 22 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 110/2014 van de Commissie (12) is de leiding verantwoordelijk voor het opstellen en de getrouwe weergave van de jaarrekening van de gemeenschappelijke onderneming, alsmede voor de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen.

a)

De verantwoordelijkheden van de leiding inzake de jaarrekening van de gemeenschappelijke onderneming omvatten het opzetten, invoeren en in stand houden van een internebeheersingssysteem met betrekking tot de opstelling en de getrouwe weergave van financiële staten die geen materiële afwijkingen als gevolg van fraude of fouten bevatten, het kiezen en toepassen van adequate grondslagen voor financiële verslaglegging op basis van de door de rekenplichtige van de Commissie vastgestelde boekhoudregels (13) en het maken van boekhoudkundige schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn. De directeur keurt de jaarrekening van de gemeenschappelijke onderneming goed nadat de rekenplichtige deze heeft voorbereid op basis van alle beschikbare gegevens en een toelichting bij de jaarrekening heeft opgesteld waarin hij onder meer verklaart dat hij redelijke zekerheid heeft dat deze op alle materiële punten een getrouw beeld geeft van de financiële positie van de gemeenschappelijke onderneming.

b)

De verantwoordelijkheden van de leiding inzake de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen en de inachtneming van het beginsel van goed financieel beheer omvatten het opzetten, invoeren en in stand houden van een doeltreffend en doelmatig internebeheersingssysteem waarbij ook naar behoren toezicht wordt uitgeoefend en passende maatregelen worden getroffen ter voorkoming van onregelmatigheden en fraude en, indien nodig, rechtsvervolging wordt ingesteld om onverschuldigd betaalde of verkeerd gebruikte middelen terug te vorderen.

De verantwoordelijkheid van de controleur

8.

De Rekenkamer heeft de verantwoordelijkheid om op basis van haar controle aan het Europees Parlement en de Raad (14) een verklaring voor te leggen over de betrouwbaarheid van de jaarrekening en over de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen. De Rekenkamer verricht haar controle overeenkomstig de internationale controlestandaarden en de regels inzake beroepsethiek van IFAC en de internationale standaarden van hoge controle-instanties van INTOSAI. Volgens die standaarden moet de Rekenkamer de controle zodanig plannen en uitvoeren dat redelijke zekerheid wordt verkregen dat de jaarrekening van de gemeenschappelijke onderneming geen afwijkingen van materieel belang bevat en de onderliggende verrichtingen bij die rekening wettig en regelmatig zijn.

9.

De controle houdt in dat procedures worden uitgevoerd om controle-informatie te verkrijgen over de bedragen en mededelingen in de rekeningen en over de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen. De selectie van de procedures is afhankelijk van het oordeel van de controleur, dat is gebaseerd op de inschatting van de risico's op materiële afwijkingen in de rekeningen en op materiële niet-conformiteit van de onderliggende verrichtingen met vereisten uit de regelgeving van de Europese Unie, hetzij door fraude, hetzij door fouten. Bij deze risico-inschatting kijkt de controleur naar de internebeheersingsmaatregelen met betrekking tot de opstelling en getrouwe weergave van de rekeningen en naar de toezicht- en controlesystemen die worden gehanteerd ter waarborging van de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen en zet hij controleprocedures op die onder de gegeven omstandigheden adequaat zijn. Bij de controle worden tevens de geschiktheid van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaglegging en de redelijkheid van de boekhoudkundige schattingen beoordeeld, evenals de algehele presentatie van de rekeningen.

10.

De Rekenkamer is van oordeel dat de verkregen controle-informatie toereikend is en geschikt als grondslag voor haar betrouwbaarheidsverklaring.

Oordeel over de betrouwbaarheid van de rekeningen

11.

Naar het oordeel van de Rekenkamer geeft de jaarrekening van de gemeenschappelijke onderneming op alle materiële punten een getrouw beeld van haar financiële situatie per 31 december 2014 en van de resultaten van haar verrichtingen en kasstromen in het op die datum afgesloten jaar, overeenkomstig de bepalingen van haar financiële regeling en de door de rekenplichtige van de Commissie vastgestelde boekhoudregels.

Oordeel over de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen bij de rekeningen

12.

Naar het oordeel van de Rekenkamer zijn de onderliggende verrichtingen bij de jaarrekening betreffende het per 31 december 2014 afgesloten jaar op alle materiële punten wettig en regelmatig.

13.

De hiernavolgende opmerkingen doen niets af aan de oordelen van de Rekenkamer.

OPMERKINGEN OVER HET BEGROTINGS- EN FINANCIEEL BEHEER

Uitvoering van de begroting

14.

De oorspronkelijke en definitieve begrotingen 2014 omvatten vastleggingskredieten ad 100,9 miljoen euro, respectievelijk 112,9 miljoen euro en betalingskredieten ad, 72,1 miljoen euro, respectievelijk 97,5 miljoen euro.

15.

De bestedingsgraad van de vastleggingskredieten beliep 99,5 %, respectievelijk 96 % (98,9 % in 2013). De bestedingsgraad van de betalingskredieten beliep 66,3 %, respectievelijk 74,5 % (56,7 % in 2013), waarin het uitstel van de eind 2014 voorziene betaling van projectkostendeclaraties tot begin 2015 tot uitdrukking komt.

Oproepen tot het indienen van voorstellen

16.

Per 31 december 2014 omvatte het KP7-programma van de Gemeenschappelijke Onderneming FCH 155 subsidieovereenkomsten op grond van zeven jaarlijkse oproepen die gedurende de jaren 2008-2013 werden gedaan. De eerste subsidieovereenkomsten in het kader van het programma Horizon 2020 zullen worden ondertekend in 2015.

17.

Voor KP7 was het gemiddelde tijdsverloop tot de toekenning van voorfinanciering 370 dagen en tot de betaling ervan 14 dagen; voor de laatste oproep voor KP7 werd dit verbeterd (280, respectievelijk 5 dagen).

Meerjarige financiering

18.

De oproepen tot het indienen van KP7-voorstellen van 2008-2013 leidden tot subsidieovereenkomsten voor een totaalbedrag van 450 miljoen euro, de maximale EU-bijdrage aan de gemeenschappelijke onderneming voor onderzoeksactiviteiten.

ANDERE AANGELEGENHEDEN

Rechtskader

19.

De financiële regeling van de Gemeenschappelijke Onderneming FCH 2 werd op 30 juni 2014 vastgesteld op basis van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen (15) en overeenkomstig het bepaalde in Verordening (EU) nr. 559/2014 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming FCH 2.

De interne-auditfunctie en de dienst Interne Audit van de Commissie

20.

Overeenkomstig het DIA-werkplan 2014 voor de Gemeenschappelijke Onderneming FCH verrichtte de interne-auditcapaciteit (IAC) van de Gemeenschappelijke Onderneming FCH een follow-upcontrole inzake de gebruikerstoegangsrechten in de IT-tools van KP7 en verleende zij andere verzekerings- en adviesdiensten zoals de beoordeling van het niveau van de bijdragen in natura.

21.

In 2014 werd de Gemeenschappelijke Onderneming FCH niet onderworpen aan controle door de DIA van de Commissie. Deze dienst verrichtte echter wel een beperkt onderzoek naar de benutting en verspreiding van onderzoeksresultaten (16). Er werden actieplannen opgesteld en uitgevoerd in verband met controles van eerdere begrotingsjaren door de IAC van FCH en de DIA van de Commissie.

De rekenplichtige

22.

De raad van bestuur van de Gemeenschappelijke Onderneming FCH 2 heeft de rekenplichtige van de Europese Commissie per 15 juli 2014 benoemd tot rekenplichtige van de Gemeenschappelijke Onderneming FCH 2, overeenkomstig de in het financieel reglement van de Gemeenschappelijke Onderneming FCH 2 geboden mogelijkheid.

FOLLOW-UP VAN EERDERE OPMERKINGEN

Toezicht op en verslaglegging over de onderzoeksresultaten van projecten

23.

Met betrekking tot het toezicht op en de verslaglegging over de onderzoeksresultaten van projecten (17) gebruikte FCH haar eigen instrumenten naast die van de Europese Commissie om haar onderzoeksresultaten te integreren in het algemene rapportagesysteem van de Commissie. Het recentste toezichtsverslag van de Commissie over KP7, dat verscheen in maart 2015 (18), bevat voor het eerst kwantitatieve gegevens over de activiteiten van FCH (19). Sinds 2011 brengt de gemeenschappelijke onderneming jaarlijks een programma-evaluatieverslag (20) uit over de resultaten van de door de Gemeenschappelijke Onderneming FCH gefinancierde projecten in de portefeuille, afgemeten aan haar strategische doelstellingen.

24.

Het rechtskader van Horizon 2020 schrijft specifiek toezicht op onderzoeksresultaten voor op basis van kwantitatief en, waar passend, kwalitatief bewijs, inclusief aan prestatie-indicatoren afgemeten vooruitgang (21). Teneinde te voldoen aan de voorschriften van Horizon 2020 en om de verspreiding van KP7-onderzoeksresultaten te verbeteren (vooral naarmate de gefinancierde projecten ten einde lopen) (22), dient de samenwerking tussen de gemeenschappelijke onderneming en de Commissie te worden opgevoerd om de rapportage en verspreiding van onderzoeksresultaten te verbeteren (23).

Belangenconflicten

25.

De Commissie ontwikkelt een gemeenschappelijke template voor de gemeenschappelijke ondernemingen. Ondertussen blijft de procedure van FCH gelden.

Tweede tussentijdse evaluatie van de Commissie

26.

Op grond van de tweede tussentijdse evaluatie van de Commissie (24) werd een actieplan ten aanzien van de aanbevelingen vastgesteld door de raad van bestuur op 11 november 2014. De meeste aanbevelingen werden uitgevoerd (25).

Dit verslag werd door kamer IV onder voorzitterschap van de heer Milan Martin CVIKL, lid van de Rekenkamer, te Luxemburg vastgesteld op haar vergadering van 6 oktober 2015.

Voor de Rekenkamer

Vítor Manuel da SILVA CALDEIRA

President


(1)  Verordening (EG) nr. 521/2008 van de Raad van 30 mei 2008 betreffende de oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof (PB L 153 van 12.6.2008, blz. 1) zoals gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 1183/2011 van de Raad van 14 november 2011 (PB L 302 van 19.11.2011, blz. 3).

(2)  Verordening (EU) nr. 559/2014 van de Raad van 6 mei 2014 betreffende de oprichting van de gemeenschappelijke onderneming brandstofcellen en waterstof 2 (PB L 169 van 7.6.2014, blz. 108).

(3)  In dit verslag wordt de aanduiding „Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof” gebruikt, tenzij onderscheid tussen beide programma's moet worden gemaakt.

(4)  Het kaderprogramma Horizon 2020 voor onderzoek en innovatie, vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1982/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 104), is het onderzoek- en innovatieprogramma voor 2014-2020 en bundelt alle bestaande EU-financiering voor onderzoek en innovatie.

(5)  Het zevende kaderprogramma, vastgesteld bij Besluit nr. 1982/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 412 van 30.12.2006, blz. 1), brengt alle onderzoeksgerelateerde EU-initiatieven samen onder één dak en speelt een cruciale rol bij de verwezenlijking van de doelstellingen voor groei, concurrentievermogen en werkgelegenheid. Het is tevens een hoeksteen van de Europese Onderzoeksruimte.

(6)  Ter informatie geeft de bijlage een overzicht van de bevoegdheden, activiteiten en beschikbare middelen van de gemeenschappelijke onderneming.

(7)  De administratieve kosten van de Gemeenschappelijke Onderneming FCH 2 bedragen ten hoogste 38 miljoen euro en worden gedekt door de financiële bijdragen die op jaarbasis gelijkelijk worden verdeeld tussen de Unie en de andere leden.

(8)  Artikel 13, lid 3, van de bijlage bij Verordening (EU) nr. 559/2014 bepaalt: „De exploitatiekosten van de Gemeenschappelijke Onderneming FCH 2 worden als volgt gedekt: a) een financiële bijdrage van de Unie; b) bijdragen in natura van de samenstellende entiteiten of gelieerde entiteiten van de andere leden dan de Unie die deelnemen aan acties onder contract, bestaande uit de door hen gemaakte kosten bij het uitvoeren van acties onder contract minus de bijdrage van de Gemeenschappelijke Onderneming FCH 2 en alle andere bijdragen van de Unie aan die kosten.”

(9)  Zoals bepaald in artikel 4, lid 2, onder b), van Verordening (EU) nr. 559/2014.

(10)  Deze omvatten de balans en de staat van de financiële resultaten, de tabel van de kasstromen, de staat van de veranderingen van de nettoactiva en een overzicht van de belangrijkste grondslagen voor financiële verslaglegging en andere toelichtingen.

(11)  Deze omvatten de verslagen over de uitvoering van de begroting en een overzicht van begrotingsbeginselen en andere toelichtingen.

(12)  PB L 38 van 7.2.2014, blz. 2.

(13)  De door de rekenplichtige van de Commissie vastgestelde boekhoudregels zijn afgeleid van de International Public Sector Accounting Standards (IPSAS), uitgebracht door de Internationale Federatie van Accountants of, waar van toepassing, de International Accounting Standards (IAS)/International Financial Reporting Standards (IFRS), uitgebracht door de International Accounting Standards Board.

(14)  Artikel 47 van Verordening (EU) nr. 110/2014.

(15)  Verordening (EU) nr. 110/2014.

(16)  Zie voetnoot 22.

(17)  Paragrafen 21-23 van het Verslag van de Rekenkamer over 2013 (PB C 452 van 16.12.2014, blz. 67).

(18)  http://ec.europa.eu/research/evaluations/pdf/archive/fp7_monitoring_reports/7th_fp7_monitoring_report.pdf#view=fit&pagemode=none

(19)  In het EC-toezichtsverslag wordt deze informatie gepresenteerd in geaggregeerde waarden, samen met de informatie van de andere gemeenschappelijke technologie-initiatieven.

(20)  http://www.fch.europa.eu/sites/default/files/FCH-PPR14-17Mar2015-web%20%283%29.pdf

(21)  Artikel 31 van Verordening (EU) nr. 1291/2013 tot vaststelling van Horizon 2020 en bijlage II (prestatie-indicatoren) bij Besluit 2013/743/EU van de Raad van 3 december 2013 tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van „Horizon 2020” — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 965).

(22)  In dit kader voltooide de dienst Interne audit van de Commissie in mei 2014 een beperkt onderzoek naar de benutting en verspreiding van onderzoeksresultaten door de Gemeenschappelijke Onderneming FCH. De DIA erkende weliswaar dat de GO een beheers- en controlesysteem had ingevoerd voor het toezicht op de plannen van de begunstigden voor gebruik en verspreiding van onderzoeksresultaten, maar beval de GO FCH aan, haar plan voor de centrale verspreiding van onderzoeksresultaten te versterken.

(23)  Zie het Jaarlijks voortgangsverslag van de Europese Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over de activiteiten van de GO's voor de uitvoering van de GTI's (COM(2013) 935).

(24)  Paragraaf 26 van het Verslag van de Rekenkamer over 2013 (PB C 452 van 16.12.2014, blz. 67).

(25)  Met name waren er belangrijke aanbevelingen over a) organisatie, ontwerp en beheer, die in Verordening (EU) nr. 559/2014 van de Raad tot oprichting van de GO FCH 2 werden meegenomen en werkelijk worden uitgevoerd (zoals meer middelen voor programma- en kennisbeheer, boekhouddiensten van de Commissie); b) technologisch toezicht en beleidsondersteuning, die werden toegepast door de invoering van een specifiek instrument, TEMONAS, voor het monitoren van technologische vorderingen; en c) betrokkenheid van lidstaten, die werden verwerkt in Verordening (EU) nr. 559/2014, waarin een grotere rol wordt toebedacht aan de groep vertegenwoordigers van de staten.


BIJLAGE

Gemeenschappelijke onderneming brandstofcellen en waterstof (Brussel)

Bevoegdheden en activiteiten

Bevoegdheden van de Unie volgens het Verdrag

(Artikelen 187 en 188 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie)

Besluit nr. 1982/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 voorziet in publiek-private partnerschappen in de vorm van gezamenlijke technologie-initiatieven die zouden kunnen worden uitgevoerd via gemeenschappelijke ondernemingen in de zin van artikel 187 VWEU en van Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad (Horizon 2020), waarmee wordt gestreefd naar een grotere impact op onderzoek en innovatie door het combineren van middelen uit Horizon 2020 en de particuliere sector met publiek-private partnerschappen op essentiële terreinen waar onderzoek en innovatie kunnen bijdragen tot de bredere doelstellingen van de Unie inzake concurrentievermogen, particuliere investeringen kunnen opleveren en maatschappelijke uitdagingen kunnen helpen aanpakken.

Verordening (EU) nr. 559/2014 van de Raad van 6 mei 2014 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming FCH 2.

Bevoegdheden van de gemeenschappelijke onderneming

zoals bepaald in Verordening (EU) nr. 559/2014 van de Raad

Doelstellingen

De Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof 2 heeft de volgende doelstellingen:

a)

bijdragen aan de uitvoering van Verordening (EU) nr. 1291/2013 en in het bijzonder de uitdaging van veilige, schone en efficiënte energie en de uitdaging van slim, groen en geïntegreerd vervoer in het kader van deel III van bijlage I bij Besluit 2013/743/EU;

b)

bijdragen aan de verwezenlijking van de doelstellingen van het gezamenlijk technologie-initiatief inzake brandstofcellen en waterstof door de ontwikkeling van een sterke, duurzame en wereldwijd concurrerende brandstofcel- en waterstofsector in de Unie.

Zij moet met name:

a)

de productiekosten van brandstofcelsystemen voor vervoerstoepassingen terugdringen en de levensduur ervan verlengen tot niveaus die kunnen concurreren met conventionele technologieën;

b)

zorgen voor een verhoging van de elektrische efficiëntie en de duurzaamheid van de verschillende soorten brandstofcellen die worden gebruikt voor de elektriciteitsproductie, tot niveaus die kunnen concurreren met conventionele technologieën, en de kosten terugdringen;

c)

de energie-efficiëntie van het produceren van waterstof uit hoofdzakelijk elektrolyse van water en hernieuwbare bronnen verhogen en tegelijk de exploitatiekosten en kapitaalkosten terugdringen, zodat het waterstofproductiesysteem en de conversie met behulp van het brandstofcelsysteem als gecombineerd systeem kunnen concurreren met op de markt beschikbare alternatieven voor elektriciteitsproductie;

d)

op grote schaal de uitvoerbaarheid demonstreren van het gebruik van waterstof ter ondersteuning van de integratie van hernieuwbare energiebronnen in de energiesystemen, onder meer door het gebruik ervan als concurrerend opslagmedium voor elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen;

e)

het gebruik terugdringen van de door de EU gedefinieerde „kritieke grondstoffen”, bijvoorbeeld door middel van grondstoffen die platinumvrij zijn of die een laag platinumgehalte hebben en door zeldzame aardmetalen te recycleren of het gebruik ervan terug te dringen of te vermijden.

Organisatie

zoals bepaald in Verordening (EU) nr. 559/2014 van de Raad

De organen van de Gemeenschappelijke Onderneming FCH zijn:

 

1 —

De raad van bestuur

De raad van bestuur is het voornaamste besluitvormingsorgaan van de Gemeenschappelijke Onderneming FCH.

 

2 —

De uitvoerend directeur

De uitvoerend directeur is belast met het dagelijks beheer van de gemeenschappelijke onderneming en is de wettelijke vertegenwoordiger ervan. Hij is verantwoording verschuldigd aan de raad van bestuur.

 

3 —

Het wetenschappelijk comité

Bestaat uit maximaal negen leden, waarbij wordt gestreefd naar een evenwichtige vertegenwoordiging van expertise van wereldklasse uit de academische wereld, de industrie en toezichthouders. Het comité heeft de volgende taken:

a)

advies uitbrengen over de in de jaarlijkse werkplannen aan te pakken wetenschappelijke prioriteiten;

b)

advies uitbrengen over de in het jaarlijks activiteitenverslag beschreven wetenschappelijke prestaties.

De externe adviesorganen van de Gemeenschappelijke Onderneming FCH zijn:

 

4 —

De groep vertegenwoordigers van de FCH-staten

De groep is samengesteld uit één vertegenwoordiger van elke lidstaat en met H2020 geassocieerd land.

De groep vertegenwoordigers van de staten moet worden geraadpleegd en zal met name informatie onderzoeken en advies verlenen over het volgende:

a)

de voortgang van het programma in de Gemeenschappelijke Onderneming FCH 2 en de verwezenlijking van de doelstellingen ervan;

b)

de actualisering van de strategische oriëntatie;

c)

de koppeling aan Horizon 2020;

d)

de jaarlijkse werkplannen;

e)

de betrokkenheid van het mkb.

De groep vertegenwoordigers van de staten moet ook informatie verstrekken aan en fungeren als contactpunt voor de Gemeenschappelijke Onderneming FCH 2 inzake het volgende:

a)

de situatie van relevante nationale of regionale onderzoeks- en innovatieprogramma's en het vinden van mogelijke samenwerkingsterreinen, inclusief het inzetten van FCH-technologieën om synergieën te benutten en overlappingen te vermijden;

b)

specifieke maatregelen op nationaal of regionaal niveau met betrekking tot de bekendmaking van evenementen, specifieke technische workshops en communicatie-activiteiten.

 

5 —

Het forum van belanghebbenden

Het FVB vormt een belangrijk communicatiekanaal inzake de activiteiten van de GO FCH en staat open voor alle publieke en particuliere belanghebbenden en internationale belangengroeperingen in de lidstaten, geassocieerde landen en derde landen. Het wordt eenmaal per jaar bijeengeroepen. Het FVB wordt geïnformeerd over de werkzaamheden van de Gemeenschappelijke Onderneming FCH en wordt verzocht zijn opmerkingen kenbaar te maken.

De interne en externe controleurs en de kwijtingverlenende autoriteit van de Gemeenschappelijke Onderneming FCH zijn:

 

6 —

Interne audit

De manager interne audit van GO FCH (d.w.z. interne-auditcapaciteit — IAC);

de dienst Interne audit van de Commissie (DIA).

 

7 —

Externe controle

Europese Rekenkamer.

 

8 —

Kwijtingverlenende autoriteit

Parlement, op aanbeveling van de Raad.

In 2014 ter beschikking van de gemeenschappelijke onderneming gestelde middelen

Definitieve rekeningen 2014 van de Gemeenschappelijke Onderneming FCH

Begroting (vastleggingskredieten)

112,0 miljoen euro

Personeelsbestand per 31 december 2014

De lijst van het aantal ambten voor 2014 omvatte 26 posten (24 tijdelijke functionarissen en 2 arbeidscontractanten), waarvan er eind 2014 25 bezet waren; de betrokkenen verrichtten beleidsondersteunende activiteiten (18 VTE) en administratieve taken (7 VTE).

In 2014 verrichte activiteiten en diensten

Zie het jaarlijks activiteitenverslag 2014 van de GO FCH: http://www.fch.europa.eu/page/documents

Bron: Door de Gemeenschappelijke Onderneming FCH verstrekte gegevens.


ANTWOORD VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE ONDERNEMING

De Gemeenschappelijke Onderneming FCH 2 verheugt zich over het positieve oordeel van de Europese Rekenkamer betreffende de jaarrekening en alle onderliggende verrichtingen voor het begrotingsjaar 2014 van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof, en neemt nota van de gemaakte opmerkingen.