Brussel, 16.12.2015

COM(2015) 661 final

2015/0301(NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER
in te nemen standpunt inzake een wijziging van bijlage XX (Milieu) bij de EER-overeenkomst
(CO2-emissies)


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Het Gemengd Comité van de EER dient met het oog op de nodige juridische zekerheid en homogeniteit van de interne markt alle relevante EU-wetgeving zo spoedig mogelijk na de vaststelling ervan in de EER-overeenkomst op te nemen.

2.RESULTATEN VAN DE RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDE PARTIJEN EN VAN DE EFFECTBEOORDELING

Het ontwerpbesluit van het Gemengd Comité van de EER (dat aan dit voorstel voor een besluit van de Raad is gehecht) beoogt de wijziging van bijlage XX (Milieu) bij de EER-overeenkomst, door Verordeningen (EG) nr. 443/2009, (EU) nr. 1014/2010, (EU) nr. 63/2011, (EU) nr. 725/2011, (EU) nr. 429/2012, (EU) nr. 396/2013, (EU) nr. 397/2013, (EU) nr. 333/2014 en (EU) nr. 6/2015 erin op te nemen.

De EER-EVA-staten vragen aanpassingen waarbij het om meer dan louter technische aanpassingen gaat.

Motivering van de belangrijkste gevraagde aanpassingen en voorgestelde oplossing

Verordening (EG) nr. 443/2009 voorziet in een regeling van emissienormen voor nieuwe personenauto's. In het ontwerpbesluit van het Gemengd Comité van de EER wordt de EU-regeling uitgebreid tot de EER-EVA-staten, waardoor de regeling van toepassing zal zijn in alle EER-staten.

Bijdrage voor overtollige emissies, artikel 9, lid 1, van Verordening (EG) nr. 443/2009, zoals vastgesteld in aanpassing i) in het ontwerpbesluit van het Gemengd Comité

Er is een aanpassing opgenomen die bepaalt dat de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA bevoegd is om bijdragen voor overtollige emissies op te leggen aan fabrikanten in de EER-EVA-staten. 

Bijdragen zullen gezamenlijk worden opgelegd voor nieuwe personenwagens die respectievelijk in de EU en de EER-EVA-staten zijn verkocht. Bijgevolg moeten de bijdragen worden verdeeld over de EER-EVA-partijen.

Derhalve wordt voorgesteld gebruik te maken van een verdeelsleutel om ervoor te zorgen dat de bijdragen evenredig worden verdeeld op basis van het aantal nieuwe personenauto's dat respectievelijk in de EU of de EVA-staten is geregistreerd in verhouding tot het totale aantal nieuwe personenauto's dat in de EER is geregistreerd.

Inning van de bijdragen voor overtollige emissies, artikel 9, lid 3, van Verordening (EG) nr. 443/2009, zoals vastgesteld in aanpassing j) in het ontwerpbesluit van het Gemengd Comité

Artikel 9, lid 3, voorziet in een rechtsgrondslag voor de Commissie om methoden voor de inning van de bijdragen voor overtollige emissies vast te stellen. Deze methoden zijn vastgesteld bij Besluit 2012/100/EU van de Commissie 1 . Aangezien de EER-overeenkomst voorziet in een afzonderlijke toezichthoudende autoriteit en een afzonderlijk systeem van toezicht, is er een aanpassing opgenomen waarin is bepaald dat de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA bevoegd is voor het vaststellen van de methoden voor het innen van de bijdragen voor overtollige emissies. Deze methoden zullen gebaseerd zijn op de methoden van de Commissie.

Toewijzing van de bijdragen voor overtollige emissies, artikel 9, lid 4, van Verordening (EG) nr. 443/2009, zoals vastgesteld in aanpassing k) in het ontwerpbesluit van het Gemengd Comité

Artikel 9, lid 4, bepaalt dat de bijdragen terugvloeien naar de algemene begroting van de Europese Unie.

Bijgevolg is er een aanpassing opgenomen waarbij de EVA-staten bevoegd worden voor de toewijzing van de bedragen van de bijdrage voor overtollige emissies die toebehoren aan de EVA.

Toepasselijkheid van Verordening (EG) nr. 443/2009 op Liechtenstein, zoals vastgesteld in aanpassing n) in het ontwerpbesluit van het Gemengd Comité

Liechtenstein en Zwitserland onderhouden al heel lang nauwe betrekkingen. Het in 1923 gesloten verdrag inzake douane- en monetaire aangelegenheden dat voorziet in een douane- en muntunie tussen Zwitserland en Liechtenstein (LGBl. 1923 nr. 24) vormt een essentieel onderdeel van de band tussen beide landen. Dit verdrag heeft ook een aanzienlijke impact op het ecologische en budgettaire beleid van Liechtenstein. Talrijke Zwitserse milieubepalingen zijn op basis van het verdrag inzake douane- en monetaire aangelegenheden rechtstreeks van toepassing in Liechtenstein of worden opgenomen in de wetgeving van Liechtenstein op grond van de bilaterale verdragen tussen beide landen.

Derhalve verzoekt Liechtenstein om te worden vrijgesteld van de toepassing van Verordening (EG) nr. 443/2009, aangezien door de toepassing van de Zwitserse emissienormen in Liechtenstein de in de EU-wetgeving vastgestelde doeleinden eveneens zullen worden bereikt.

3.JURIDISCHE ASPECTEN VAN HET VOORSTEL

Overeenkomstig artikel 1, lid 3, van Verordening (EG) nr. 2894/94 van de Raad houdende bepaalde wijzen van toepassing van de EER-overeenkomst stelt de Raad met betrekking tot dit soort besluiten op voorstel van de Commissie het standpunt van de Unie vast.

De Commissie dient het ontwerpbesluit van het Gemengd Comité van de EER bij de Raad in tot vaststelling als het standpunt van de Unie. De Commissie hoopt dit standpunt zo spoedig mogelijk in het Gemengd Comité van de EER te kunnen uiteenzetten.

2015/0301 (NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER
in te nemen standpunt inzake een wijziging van bijlage XX (Milieu) bij de EER-overeenkomst

(CO
2-emissies)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 192, lid 1, en artikel 218, lid 9,

Gezien Verordening (EG) nr. 2894/94 van de Raad van 28 november 1994 houdende bepaalde wijzen van toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte 2 , en met name artikel 1, lid 3,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)De Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte 3 (hierna "de EER-overeenkomst" genoemd) is op 1 januari 1994 in werking getreden.

(2)Overeenkomstig artikel 98 van de EER-overeenkomst kan bijlage XX (Milieu) bij die overeenkomst bij besluit van het Gemengd Comité van de EER worden gewijzigd.

(3)Verordening (EG) nr. 443/2009 van het Europees Parlement en de Raad 4 moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen.

(4)Verordening (EU) nr. 1014/2010 van de Commissie 5 moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen.

(5)Verordening (EU) nr. 63/2011 van de Commissie 6 moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen.

(6)Uitvoeringsverordening (EU) nr. 725/2011 van de Commissie 7 moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen.

(7)Uitvoeringsverordening (EU) nr. 429/2012 van de Commissie 8 moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen.

(8)Uitvoeringsverordening (EU) nr. 396/2013 van de Commissie 9 moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen.

(9)Verordening (EU) nr. 397/2013 van de Commissie 10 moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen.

(10)Verordening (EU) nr. 333/2014 van het Europees Parlement en de Raad 11 moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen.

(11)Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/6 van de Commissie 12 moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen.

(12)De in de EER-overeenkomst opgenomen Beschikking nr. 1753/2000/EG van het Europees Parlement en de Raad 13 wordt bij Verordening (EG) nr. 443/2009 ingetrokken en moet derhalve uit de EER-overeenkomst worden geschrapt.

(13)Bijlage XX (Milieu) bij de EER-overeenkomst moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(14)Het door de Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt moet worden gebaseerd op het aan dit besluit gehechte ontwerpbesluit,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Het namens de Europese Unie binnen het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt met betrekking tot de voorgestelde wijziging van bijlage XX (Milieu) bij de EER-overeenkomst wordt gebaseerd op het aan dit besluit gehechte ontwerpbesluit van het Gemengd Comité van de EER.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Brussel,

   Voor de Raad

   De voorzitter

(1) Besluit 2012/100/EU van de Commissie van 17 februari 2012 inzake een methode voor de inning van bijdragen voor overtollige CO2-emissies van nieuwe personenauto’s op grond van Verordening (EG) nr. 443/2009 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 47 van 18.2.2012, blz. 71).
(2) PB L 305 van 30.11.1994, blz. 6.
(3) PB L 1 van 3.1.1994, blz. 3.
(4) Verordening (EG) nr. 443/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 tot vaststelling van emissienormen voor nieuwe personenauto’s, in het kader van de communautaire geïntegreerde benadering om de CO2-emissies van lichte voertuigen te beperken (PB L 140 van 5.6.2009, blz. 1).
(5) Verordening (EU) nr. 1014/2010 van de Commissie van 10 november 2010 inzake de monitoring en rapportering van registratiegegevens van nieuwe personenauto's overeenkomstig Verordening (EG) nr. 443/2009 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 293 van 11.11.2010, blz. 15).
(6) Verordening (EU) nr. 63/2011 van de Commissie van 26 januari 2011 tot vaststelling van gedetailleerde bepalingen voor de aanvraag van een afwijking van de specifieke CO2-emissiedoelstellingen uit hoofde van artikel 11 van Verordening (EG) nr. 443/2009 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 23 van 27.1.2011, blz. 16).
(7) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 725/2011 van de Commissie van 25 juli 2011 tot vaststelling van een procedure voor de goedkeuring en certificering van innoverende technologieën ter beperking van de CO2 -emissies  van personenauto's uit hoofde van Verordening (EG) nr. 443/2009 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 194 van 26.7.2011, blz. 19).
(8) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 429/2012 van de Commissie van 22 mei 2012 houdende wijziging van Verordening (EU) nr. 1014/2010 met het oog op het verstrekken van een gemeenschappelijk formaat voor de kennisgeving van fouten door fabrikanten van personenauto’s (PB L 132 van 23.5.2012, blz. 11).
(9) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 396/2013 van de Commissie van 30 april 2013 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1014/2010 met betrekking tot bepaalde eisen voor de monitoring op de CO2-emissies van nieuwe personenauto’s (PB L 120 van 1.5.2013, blz. 1).
(10) Verordening (EU) nr. 397/2013 van de Commissie van 30 april 2013 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 443/2009 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot de monitoring van CO2 -emissies van nieuwe personenauto’s (PB L 120 van 1.5.2013, blz. 4).
(11) Verordening (EU) nr. 333/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 443/2009 teneinde de modaliteiten vast te stellen voor het bereiken van de 2020-doelstelling om de CO2-emissies van nieuwe personenauto’s te verminderen (PB L 103 van 5.4.2014, blz. 15.)
(12) Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/6 van de Commissie van 31 oktober 2014 tot wijziging van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 443/2009 van het Europees Parlement en de Raad teneinde rekening te houden met de ontwikkeling van de massa van nieuwe personenauto's die in 2011, 2012 en 2013 zijn geregistreerd (PB L 3 van 7.1.2015, blz. 1).
(13) Beschikking nr. 1753/2000/EG van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van een systeem ter bewaking van de gemiddelde specifieke uitstoot van CO2 door nieuwe personenauto's (PB L 202 van 10.8.2000, blz. 1).

Brussel, 16.12.2015

COM(2015) 661 final

BIJLAGE

BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITE VAN DE EER Nr. .../2015
VAN

tot wijziging van bijlage XX (Milieu) bij de EER-overeenkomst

bij het

voorstel voor een Besluit van de Raad

betreffende het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER
in te nemen standpunt inzake een wijziging van bijlage XX (Milieu) bij de EER-overeenkomst
(CO2-emissies)


BIJLAGE

BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITE VAN DE EER Nr. …/2015

van


tot wijziging van bijlage XX (Milieu) bij de EER-overeenkomst

HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,

Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (hierna "de EER-overeenkomst" genoemd), en met name artikel 98,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)Verordening (EG) nr. 443/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 tot vaststelling van emissienormen voor nieuwe personenauto's, in het kader van de communautaire geïntegreerde benadering om de CO2-emissies van lichte voertuigen te beperken 1 moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen.

(2)Verordening (EU) nr. 1014/2010 van de Commissie van 10 november 2010 inzake de monitoring en rapportering van registratiegegevens van nieuwe personenauto’s overeenkomstig Verordening (EG) nr. 443/2009 van het Europees Parlement en de Raad 2 moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen.

(3)Verordening (EU) nr. 63/2011 van de Commissie van 26 januari 2011 tot vaststelling van gedetailleerde bepalingen voor de aanvraag van een afwijking van de specifieke CO2-emissiedoelstellingen uit hoofde van artikel 11 van Verordening EG) nr. 443/2009 van het Europees Parlement en de Raad 3 moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen.

(4)Uitvoeringsverordening (EU) nr. 725/2011 van de Commissie van 25 juli 2011 tot vaststelling van een procedure voor de goedkeuring en certificering van innoverende technologieën ter beperking van de CO2 -emissies  van personenauto's uit hoofde van Verordening (EG) nr. 443/2009 van het Europees Parlement en de Raad 4 moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen.

(5)Uitvoeringsverordening (EU) nr. 429/2012 van de Commissie van 22 mei 2012 houdende wijziging van Verordening (EU) nr. 1014/2010 met het oog op het verstrekken van een gemeenschappelijk formaat voor de kennisgeving van fouten door fabrikanten van personenauto’s 5 moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen.

(6)Uitvoeringsverordening (EU) nr. 396/2013 van de Commissie van 30 april 2013 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1014/2010 met betrekking tot bepaalde eisen voor de monitoring op de CO2-emissies van nieuwe personenauto’s 6 moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen.

(7)Verordening (EU) nr. 397/2013 van de Commissie van 30 april 2013 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 443/2009 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot de monitoring van CO2-emissies van nieuwe personenauto’s 7 moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen.

(8)Verordening (EU) nr. 333/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 443/2009 teneinde de modaliteiten vast te stellen voor het bereiken van de 2020-doelstelling om de CO2-emissies van nieuwe personenauto’s te verminderen 8 moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen.

(9)Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/6 van de Commissie van 31 oktober 2014 tot wijziging van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 443/2009 van het Europees Parlement en de Raad teneinde rekening te houden met de ontwikkeling van de massa van nieuwe personenauto's die in 2011, 2012 en 2013 zijn geregistreerd 9 moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen.

(10)De in de EER-overeenkomst opgenomen Beschikking nr. 1753/2000/EG van het Europees Parlement en de Raad 10 wordt bij Verordening (EG) nr. 443/2009 ingetrokken en moet derhalve uit de EER-overeenkomst worden geschrapt.

(11)Bijlage XX bij de EER-overeenkomst dient dienovereenkomstig te worden gewijzigd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage XX bij de EER-overeenkomst wordt als volgt gewijzigd:

1.De tekst van punt 21ae (Beschikking nr. 1753/2000/EG van het Europees Parlement en de Raad) wordt vervangen door:

"32009 R 0443: Verordening (EG) nr. 443/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 tot vaststelling van emissienormen voor nieuwe personenauto’s, in het kader van de communautaire geïntegreerde benadering om de CO2-emissies van lichte voertuigen te beperken (PB L 140 van 5.6.2009, blz. 1), gewijzigd bij:

32013 R 0397: Verordening (EU) nr. 397/2013 van de Commissie van 30 april 2013 (PB L 120 van 1.5.2013, blz. 4),

32014 R 0333: Verordening (EU) nr. 333/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 (PB L 103 van 5.4.2014, blz. 15),

32015 R 0006: Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 2015/6 van de Commissie van 31 oktober 2014 (PB L 3 van 7.1.2015, blz. 1).

Voor de toepassing van deze overeenkomst worden de bepalingen van de verordening als volgt gelezen:

a)Aan artikel 7, lid 2, wordt de volgende alinea toegevoegd:

"Indien uitsluitend fabrikanten uit de EVA-staten deel uitmaken van de groep, dienen de fabrikanten de informatie in bij de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA. Indien de groep ten minste één fabrikant uit de EU-lidstaten en ten minste één fabrikant uit de EVA-staten omvat, dienen de fabrikanten de informatie in bij de Commissie en de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA."

(b)Aan artikel 7, lid 3, wordt de volgende alinea toegevoegd:

"De Toezichthoudende Autoriteit van de EVA stelt de fabrikanten in de EVA-staten hiervan in kennis."

c)Aan artikel 7, lid 4, wordt de volgende alinea toegevoegd:

"Indien uitsluitend fabrikanten uit de EVA-staten deel uitmaken van de groep, stellen de fabrikanten de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA hiervan gezamenlijk in kennis. Indien de groep ten minste één fabrikant uit de EU-lidstaten en ten minste één fabrikant uit de EVA-staten omvat of indien na uitbreiding van de groep dit het geval is, stellen de fabrikanten zowel de Commissie als de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA hiervan gezamenlijk in kennis."

d)In artikel 7, lid 5, worden de woorden "artikelen 81 en 82 van het Verdrag" vervangen door "artikelen 53 en 54 van de EER-overeenkomst" en het woord "Gemeenschap" door "EER".

e)In artikel 7, lid 7, en artikel 10, lid 1, worden de woorden "en de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA" ingevoegd na het woord "Commissie".

f)De door de EVA-staten doorgegeven gegevens worden ook bijgehouden in het in artikel 8, lid 4, bedoelde centrale register.

g)Aan artikel 8, lid 4, wordt de volgende alinea toegevoegd:

"De Toezichthoudende Autoriteit van de EVA maakt de in de eerste alinea bedoelde berekeningen voor de fabrikanten in de EVA-staten en stelt de fabrikanten hiervan in kennis overeenkomstig de bepalingen van de tweede alinea."

h)Onverminderd Protocol nr. 1 bij de EER-overeenkomst, worden in artikel 8, leden 5 en 6, artikel 11, lid 3, artikel 11, lid 4, derde en vierde alinea, artikel 11, leden 5 en 6 en artikel 12, lid 4, de woorden "of in voorkomend geval de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA" ingevoegd na het woord "Commissie".

i)Aan artikel 9, lid 1, worden de volgende alinea’s toegevoegd:

"Wanneer de fabrikant of groepsbeheerder in een EVA-staat is gevestigd, wordt de bijdrage voor overtollige emissies opgelegd door de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA.

De bedragen van de bijdrage voor overtollige emissies worden evenredig verdeeld tussen de Commissie en de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA op basis van het aandeel nieuwe personenauto's dat respectievelijk in de EU of de EVA-staten is geregistreerd in verhouding tot het totale aantal nieuwe personenauto's dat in de EER is geregistreerd."

j)Aan artikel 9, lid 3, wordt de volgende alinea toegevoegd:

"Uit hoofde van lid 1 hanteert de Europese Commissie de gebruikelijke methode voor het innen van de bijdragen voor overtollige emissies zoals bepaald in Besluit 2012/100/EU van de Commissie ook met betrekking tot de registraties van in de EU gevestigde/geregistreerde EVA-fabrikanten.

Uit hoofde van lid 1 bepaalt de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA de methode voor het innen van de bijdragen voor overtollige emissies. Deze methode zal gebaseerd zijn op de methode van de Commissie."

k)Aan artikel 9, lid 4, wordt de volgende alinea toegevoegd:

 "Voor de EVA-staten bepalen de EVA-staten waaraan de bedragen van de bijdrage voor de overtollige emissies worden toegewezen."

l)Onverminderd Protocol nr. 1 bij de EER-overeenkomst worden in artikel 11, lid 2 en lid 4, tweede alinea, de woorden "of, indien het een fabrikant in de EVA-staten betreft, de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA" ingevoegd na het woord "Commissie".

m)Onverminderd Protocol nr. 1 bij de EER-overeenkomst worden in artikel 12, lid 3, de woorden "of, indien het een toeleverancier of fabrikant in de EVA-staten betreft, de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA" ingevoegd na het woord "Commissie".

n)Deze verordening is niet van toepassing op Liechtenstein."

2.Na punt 21ae (Beschikking nr. 1753/2000/EG van het Europees Parlement en de Raad) wordt het volgende ingevoegd:

"21aea.32011 R 0063: Verordening (EU) nr. 63/2011 van de Commissie van 26 januari 2011 tot vaststelling van gedetailleerde bepalingen voor de aanvraag van een afwijking van de specifieke CO2-emissiedoelstellingen uit hoofde van artikel 11 van Verordening (EG) nr. 443/2009 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 23 van 27.1.2011, blz. 16).

De bepalingen van de verordening worden voor de toepassing van deze overeenkomst als volgt gelezen:

a)Onverminderd Protocol nr. 1 bij de EER-overeenkomst worden in artikel 7, lid 1 de woorden "of in voorkomend geval de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA" ingevoegd na het woord "Commissie".

b)Artikel 7, lid 2, en het in bijlage I opgenomen e-mailadres zijn niet van toepassing op de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA.

21aeb.32011 R 0725: Uitvoeringsverordening (EU) nr. 725/2011 van de Commissie van 25 juli 2011 tot vaststelling van een procedure voor de goedkeuring en certificering van innoverende technologieën ter beperking van de CO2-emissies van personenauto's uit hoofde van Verordening (EG) nr. 443/2009 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 194 van 26.7.2011, blz. 19).

De bepalingen van de verordening worden voor de toepassing van deze overeenkomst als volgt gelezen:

Onverminderd Protocol nr. 1 bij de EER-overeenkomst worden in de artikelen 3, onder d), 4, 10, 11 en 12 de woorden "of in voorkomend geval de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA" ingevoegd na het woord "Commissie".

21aec.32010 R 1014: Verordening (EU) nr. 1014/2010 van de Commissie van 10 november 2010 inzake de monitoring en rapportering van registratiegegevens van nieuwe personenauto's overeenkomstig Verordening (EG) nr. 443/2009 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 293 van 11.11.2010, blz. 15), gewijzigd bij:

32012 R 0429: Uitvoeringsverordening (EU) nr. 429/2012 van de Commissie van 22 mei 2012 (PB L 132 van 23.5.2012, blz. 11),

32013 R 0396: Uitvoeringsverordening (EU) nr. 396/2013 van de Commissie van 30 april 2013 (PB L 120 van 1.5.2013, blz. 1).

Voor de toepassing van deze overeenkomst worden de bepalingen van de verordening als volgt gelezen:

a)In de artikelen 8 en 9 worden de woorden "of, indien het een fabrikant in de EVA-staten betreft, de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA" ingevoegd na het woord "Commissie".

b)Artikel 9, lid 5, is niet van toepassing op de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA."

Artikel 2

De in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken teksten in de IJslandse en de Noorse taal van de Verordeningen (EG) nr. 443/2009, (EU) nr. 1014/2010, (EU) nr. 63/2011, (EU) nr. 397/2013 en (EU) nr. 333/2014 en de Uitvoeringsverordeningen (EU) nr. 725/2011, (EU) nr. 429/2012 en (EU) nr. 396/2013 en Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 2015/6 zijn authentiek.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op […], op voorwaarde dat alle in artikel 103, lid 1, van de EER-overeenkomst bedoelde kennisgevingen hebben plaatsgevonden*.

11Artikel 4

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel,

   Voor het Gemengd Comité van de EER

   De voorzitter
   
   
   
   De secretarissen
   van het Gemengd Comité van de EER

(1) PB L 140 van 5.6.2009, blz. 1.
(2) PB L 293 van 11.11.2010, blz. 15.
(3) PB L 23 van 27.1.2011, blz. 16.
(4) PB L 194 van 26.7.2011, blz. 19.
(5) PB L 132 van 23.5.2012, blz. 11.
(6) PB L 120 van 1.5.2013, blz. 1.
(7) PB L 120 van 1.5.2013, blz. 4.
(8) PB L 103 van 5.4.2014, blz. 15.
(9) PB L 3 van 7.1.2015, blz. 1.
(10) PB L 202 van 10.8.2000, blz. 1.
(11) [Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.] [Grondwettelijke vereisten aangegeven.]