EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 22.4.2015
COM(2015) 172 final
2015/0089(NLE)
Voorstel voor een
BESLUIT VAN DE RAAD
betreffende het namens de Europese Unie in te nemen standpunt
in het Gemengd Comité van de EER over een wijziging van protocol 31 bij de EER-overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden
(EaSI)
TOELICHTING
1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL
Om de vereiste rechtszekerheid en homogeniteit van de interne markt te waarborgen, dient het Gemengd Comité van de EER alle relevante EU-wetgeving zo spoedig mogelijk na de vaststelling ervan in de EER-overeenkomst op te nemen.
Volgens artikel 78 van de EER-overeenkomst versterken en verbreden de overeenkomstsluitende partijen de samenwerking in het kader van de werkzaamheden van de Unie op het gebied van onder andere sociaal beleid.
2.RESULTATEN VAN DE RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDE PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELING
Het ontwerp-besluit van het Gemengd Comité van de EER (dat aan dit voorstel voor een besluit van de Raad is gehecht) beoogt de wijziging van protocol 31 bij de EER-overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden, teneinde de samenwerking tussen de overeenkomstsluitende partijen op het gebied van sociaal beleid uit te breiden.
Verordening (EU) nr. 1296/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 betreffende een programma van de Europese Unie voor werkgelegenheid en sociale innovatie ("EaSI") en tot wijziging van Besluit nr. 283/2010/EU tot instelling van een Europese Progress-microfinancieringsfaciliteit voor werkgelegenheid en sociale insluiting, werd reeds opgenomen in de EER-overeenkomst bij Besluit nr. 151/2014 van het Gemengd Comité van de EER van 27 juni 2014, om het mogelijk te maken dat EER/EVA-landen deelnemen aan geselecteerde pijlers van het EaSI-programma.
Noorwegen neemt momenteel alleen deel aan een van de drie pijlers van het EaSI-programma, namelijk de EURES-pijler, maar heeft voorgesteld zijn deelname met ingang van 1 januari 2015 uit te breiden tot de Progress-pijler. Protocol 31 bij de EER-overeenkomst dient derhalve dienovereenkomstig te worden gewijzigd.
3.JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET VOORSTEL
Overeenkomstig artikel 1, lid 3, van Verordening (EG) nr. 2894/94 van de Raad houdende bepaalde wijzen van toepassing van de EER-overeenkomst stelt de Raad met betrekking tot dit soort besluiten op voorstel van de Commissie het standpunt van de Unie vast.
De Commissie dient het ontwerp-besluit van het Gemengd Comité van de EER bij de Raad in met het oog op vaststelling van het standpunt van de Unie. De Commissie hoopt dit standpunt zo spoedig mogelijk in het Gemengd Comité van de EER te kunnen uiteenzetten.
2015/0089 (NLE)
Voorstel voor een
BESLUIT VAN DE RAAD
betreffende het namens de Europese Unie in te nemen standpunt
in het Gemengd Comité van de EER over een wijziging van protocol 31 bij de EER-overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden
(EaSI)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name de artikelen 46, onder d), 149, 153, lid 2, onder a), 175, derde alinea, en 218, lid 9,
Gezien Verordening (EG) nr. 2894/94 van de Raad van 28 november 1994 houdende bepaalde wijzen van toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en met name artikel 1, lid 3,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)De Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (hierna "de EER-overeenkomst" genoemd) is op 1 januari 1994 in werking getreden.
(2)Overeenkomstig artikel 98 van de EER-overeenkomst kan onder meer protocol 31 bij die overeenkomst bij besluit van het Gemengd Comité van de EER worden gewijzigd.
(3)Protocol 31 bij de EER-overeenkomst bevat bepalingen en regelingen betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden.
(4)Verordening (EU) nr. 1296/2013 van het Europees Parlement en de Raad werd bij Besluit nr. 151/2014 van het Gemengd Comité van de EER van 27 juni 2014 in de EER-overeenkomst opgenomen.
(5)De beperkte deelname van Noorwegen aan het programma dient te worden uitgebreid tot de Progress-pijler.
(6)Protocol 31 bij de EER-overeenkomst dient derhalve te worden gewijzigd om deze uitgebreide samenwerking per 1 januari 2015 mogelijk te maken.
(7)Het standpunt van de Unie in het Gemengd Comité van de EER dient derhalve te worden gebaseerd op het hieraan gehechte ontwerp-besluit,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt over de voorgestelde wijziging van protocol 31 bij de EER-overeenkomst, betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden, wordt gebaseerd op het aan dit besluit gehechte ontwerp-besluit van het Gemengd Comité van de EER.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Brussel,
Voor de Raad
De voorzitter