Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het namens de Europese Unie in te nemen standpunt in de Associatieraad EU-Turkije over de vervanging van protocol nr. 3 bij Besluit nr. 1/98 van de Associatieraad EG-Turkije betreffende de handelsregeling voor landbouwproducten, dat betrekking heeft op de definitie van het begrip "producten van oorsprong" en methoden van administratieve samenwerking, door een nieuw protocol waarin, wat de oorsprongsregels betreft, naar de Regionale Conventie betreffende de pan-Euro-mediterrane preferentiële oorsprongsregels wordt verwezen /* COM/2015/023 final - 2015/0015 (NLE) */
TOELICHTING 1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL De Regionale Conventie betreffende de
pan-Euro-mediterrane preferentiële oorsprongsregels[1] (hierna "de
conventie" genoemd) bevat bepalingen over de oorsprong van goederen die op
grond van de desbetreffende overeenkomsten tussen de partijen worden
verhandeld. De EU en Turkije hebben de conventie respectievelijk op 15 juni 2011
en 4 november 2011 ondertekend. De EU en Turkije hebben hun akte van
aanvaarding respectievelijk op 26 maart 2012 en 4 december 2013
bij de depositaris van de conventie neergelegd. Als gevolg daarvan is op grond
van artikel 10, lid 3, de conventie voor de EU en Turkije op
respectievelijk 1 mei 2012 en 1 februari 2014 in werking getreden. In artikel 6 van de conventie is bepaald
dat elke partij de nodige maatregelen neemt om ervoor te zorgen dat de
conventie daadwerkelijk wordt toegepast. Daartoe dient de Associatieraad
EU-Turkije een besluit te nemen om protocol nr. 3 bij Besluit nr. 1/98
van de Associatieraad EG-Turkije betreffende de handelsregeling voor
landbouwproducten[2],
dat betrekking heeft op de definitie van het begrip "producten van
oorsprong" en methoden van administratieve samenwerking, te vervangen door
een nieuw protocol waarin, wat de oorsprongsregels betreft, naar de conventie wordt
verwezen. Het door de EU in de Associatieraad in te nemen standpunt moet door
de Raad worden vastgesteld. 2. RESULTATEN VAN DE
RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDE PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELING De EU-lidstaten werden op 13 mei 2013
in het Comité douanewetboek – afdeling oorsprong in kennis gesteld van het
ontwerpbesluit van de Raad. De partijen bij de conventie werden laatstelijk
geraadpleegd tijdens de vergadering van de pan-Euro-med-werkgroep op 22 en
23 oktober 2014. Er behoefde geen beroep te worden gedaan op
externe deskundigheid. Er behoefde ook geen effectbeoordeling te worden
verricht omdat de voorgestelde wijzigingen louter technisch van aard zijn en
het thans geldende oorsprongsprotocol inhoudelijk ongemoeid laten. 3. JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET
VOORSTEL De rechtsgrondslag voor het besluit van de
Raad is artikel 207, lid 4, eerste alinea, in samenhang met artikel 218, lid 9,
van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Het voorstel betreft een gebied dat onder de
exclusieve bevoegdheid van de Unie valt. Het subsidiariteitsbeginsel is
derhalve niet van toepassing. Voorgesteld instrument: besluit van de Raad. 2015/0015 (NLE) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het namens de Europese Unie in te
nemen standpunt in de Associatieraad EU-Turkije over de vervanging van protocol
nr. 3 bij Besluit nr. 1/98 van de Associatieraad EG-Turkije
betreffende de handelsregeling voor landbouwproducten, dat betrekking heeft op
de definitie van het begrip "producten van oorsprong" en methoden van
administratieve samenwerking, door een nieuw protocol waarin, wat de
oorsprongsregels betreft, naar de Regionale Conventie betreffende de
pan-Euro-mediterrane preferentiële oorsprongsregels wordt verwezen DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag betreffende de werking van
de Europese Unie, en met name artikel 207, lid 4, eerste alinea, in samenhang
met artikel 218, lid 9, Gezien het voorstel van de Europese Commissie, Overwegende hetgeen volgt: (1) Protocol nr. 3 bij
Besluit nr. 1/98 van de Associatieraad EG-Turkije betreffende de
handelsregeling voor landbouwproducten[3]
heeft betrekking op de definitie van het begrip "producten van
oorsprong" en methoden van administratieve samenwerking (hierna
"protocol nr. 3" genoemd). (2) De Regionale Conventie
betreffende de pan-Euro-mediterrane preferentiële oorsprongsregels[4] (hierna "de
conventie" genoemd) bevat bepalingen over de oorsprong van goederen die op
grond van de desbetreffende overeenkomsten tussen de partijen worden
verhandeld. (3) De Unie en Turkije hebben de
conventie respectievelijk op 15 juni 2011 en 4 november 2011
ondertekend. (4) De Unie en Turkije hebben hun
akte van aanvaarding respectievelijk op 26 maart 2012 en 4 december 2013
bij de depositaris van de conventie neergelegd. Bijgevolg is op grond van
artikel 10, lid 3, van de conventie de conventie voor de Unie en
Turkije op respectievelijk 1 mei 2012 en 1 februari 2014 in werking
getreden. (5) In artikel 6 van de
conventie is bepaald dat elke partij de nodige maatregelen neemt om ervoor te
zorgen dat de conventie daadwerkelijk wordt toegepast. Daartoe dient de
Associatieraad EU-Turkije een besluit te nemen om protocol nr. 3 te
vervangen door een nieuw protocol waarin, wat de oorsprongsregels betreft, naar
de conventie wordt verwezen. (6) Het standpunt van de Unie in
de Associatieraad EU-Turkije moet derhalve worden gebaseerd op bijgaand
ontwerpbesluit, HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1 Het namens de Europese Unie in te nemen
standpunt in de Associatieraad EU-Turkije over de vervanging van protocol
nr. 3 bij Besluit nr. 1/98 van de Associatieraad EG-Turkije
betreffende de handelsregeling voor landbouwproducten, dat betrekking heeft op
de definitie van het begrip "producten van oorsprong" en methoden van
administratieve samenwerking, door een nieuw protocol waarin, wat de
oorsprongsregels betreft, naar de Regionale Conventie betreffende de
pan-Euro-mediterrane preferentiële oorsprongsregels wordt verwezen, dient te
worden gebaseerd op het aan dit besluit gehechte ontwerpbesluit van de
Associatieraad EU-Turkije. Kleine wijzigingen van het ontwerpbesluit van
de Associatieraad EU-Turkije kunnen zonder nader besluit van de Raad worden
goedgekeurd door de vertegenwoordigers van de Unie in de Associatieraad
EU-Turkije. Artikel 2 Het besluit van de Associatieraad EU-Turkije
wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie. Artikel 3 Dit besluit treedt in werking op de dag waarop
het wordt vastgesteld. Gedaan te Brussel, Voor
de Raad De
voorzitter [1] PB L 54 van 26.2.2013, blz. 4. [2] PB L 86 van 20.3.1998, blz. 1. [3] PB L 86 van 20.3.1998, blz. 1. [4] PB L 54 van 26.2.2013, blz. 4. Ontwerp
BESLUIT NR. ... VAN DE ASSOCIATIERAAD EU-TURKIJE van tot vervanging van protocol nr. 3 bij Besluit nr. 1/98 van de
Associatieraad EG-Turkije betreffende de handelsregeling voor
landbouwproducten, dat betrekking heeft op de definitie van het begrip
"producten van oorsprong" en methoden van administratieve
samenwerking De ASSOCIATIERAAD EU-TURKIJE, Gezien Besluit nr. 1/98 van de Associatieraad
EG-Turkije betreffende de handelsregeling voor landbouwproducten[1], en met name artikel 4, Gezien protocol nr. 3 bij Besluit nr. 1/98
van de Associatieraad EG-Turkije betreffende de handelsregeling voor
landbouwproducten, dat betrekking heeft op de definitie van het begrip
"producten van oorsprong" en methoden van administratieve
samenwerking, Overwegende hetgeen volgt: (1)
In artikel 4 van Besluit nr. 1/98 van de
Associatieraad EG-Turkije betreffende de handelsregeling voor landbouwproducten
(hierna "het besluit" genoemd) wordt verwezen naar protocol nr. 3
bij het besluit (hierna "protocol nr. 3" genoemd), dat de oorsprongsregels
bevat en voorziet in cumulatie van oorsprong tussen de Europese Unie, Turkije
en andere partijen bij de conventie. (2)
Krachtens artikel 39 van
protocol nr. 3 kan de Associatieraad EU-Turkije besluiten de
bepalingen van dit protocol te wijzigen. (3)
De Regionale Conventie betreffende de
pan-Euro-mediterrane preferentiële oorsprongsregels[2] (hierna "de
conventie" genoemd) strekt ertoe de protocollen inzake de oorsprongsregels
die momenteel van kracht zijn tussen de landen van het pan-Euro-mediterrane
gebied, door één rechtshandeling te vervangen. (4)
De Europese Unie en Turkije hebben de conventie
respectievelijk op 15 juni 2011 en 4 november 2011 ondertekend. (5)
De Europese Unie en Turkije hebben hun akte van
aanvaarding respectievelijk op 26 maart 2012 en 4 december 2013 bij
de depositaris van de conventie neergelegd. Bijgevolg is op grond van
artikel 10, lid 3, van de conventie de conventie voor de
Europese Unie en Turkije op respectievelijk 1 mei 2012 en 1 februari 2014
in werking getreden. (6)
De deelnemers aan het stabilisatie- en
associatieproces zijn via de conventie opgenomen in de pan-Euro-mediterrane
zone voor oorsprongscumulatie. (7)
Protocol nr. 3 moet derhalve worden vervangen
door een nieuw protocol dat naar de conventie verwijst, HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD: Artikel 1 Protocol nr. 3 bij Besluit nr. 1/98 van
de Associatieraad EG-Turkije betreffende de handelsregeling voor
landbouwproducten, dat betrekking heeft op de definitie van het begrip
"producten van oorsprong" en methoden van administratieve
samenwerking, wordt vervangen door de tekst in de bijlage bij dit besluit. Artikel 2 Dit besluit treedt in werking op de dag waarop
het wordt vastgesteld. Het is van toepassing met ingang van …. Gedaan te …, Voor
de Associatieraad EU-Turkije De
voorzitter Bijlage Protocol
nr. 3 betreffende
de definitie van het begrip "producten van oorsprong" en methoden van
administratieve samenwerking Artikel 1 Toepasselijke
regels van oorsprong 1. Voor de toepassing van dit besluit
zijn aanhangsel I en de relevante bepalingen van aanhangsel II bij de
Regionale Conventie betreffende de pan-Euro-mediterrane preferentiële
oorsprongsregels[3]
(hierna "de conventie" genoemd), van toepassing. 2. Alle verwijzingen naar de
"desbetreffende overeenkomst" in aanhangsel I en in de relevante
bepalingen van aanhangsel II bij de Regionale Conventie betreffende de
pan-Euro-mediterrane preferentiële oorsprongsregels gelden als verwijzingen
naar dit besluit. Artikel 2 Geschillenregeling 1. Indien er een geschil ontstaat in
verband met de controleprocedures in artikel 32 van aanhangsel I bij
de conventie dat niet kan worden opgelost door de douaneautoriteit die de
controle heeft aangevraagd en de douaneautoriteit die de controle moet
uitvoeren, wordt dit aan de Associatieraad EU-Turkije voorgelegd. 2. In alle gevallen is de wetgeving
van het land van invoer van toepassing op de regeling van geschillen tussen een
importeur en de douaneautoriteiten van het land van invoer. Artikel 3 Wijzigingen
van het protocol De Associatieraad EU-Turkije kan besluiten de
bepalingen van dit protocol te wijzigen. Artikel 4 Opzegging
van de conventie 1. Indien ofwel de Europese Unie ofwel
Turkije de depositaris van de conventie schriftelijk te kennen geeft de
conventie op grond van artikel 9 van de conventie te willen opzeggen, openen de
Europese Unie en Turkije onmiddellijk onderhandelingen over oorsprongsregels
voor de toepassing van dit besluit. 2. Tot de inwerkingtreding van deze
nieuw overeengekomen oorsprongsregels blijven de op het moment van opzegging
geldende oorsprongsregels in aanhangsel I en, in voorkomend geval, de
relevante bepalingen van aanhangsel II bij de conventie van toepassing op
dit besluit. Vanaf de opzegging worden de oorsprongsregels in aanhangsel I en,
in voorkomend geval, de relevante bepalingen van aanhangsel II bij de conventie
evenwel zo uitgelegd dat zij uitsluitend bilaterale cumulatie tussen de
Europese Unie en Turkije toestaan. Artikel 5 Overgangsbepalingen
— cumulatie Niettegenstaande artikel 16, lid 5, en artikel
21, lid 3, van aanhangsel I bij de conventie mag het bewijs van oorsprong een
certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of een oorsprongsverklaring zijn
indien bij de cumulatie alleen EVA-landen, de Faeröer, de Europese Unie,
Turkije en de deelnemers aan het stabilisatie- en associatieproces zijn
betrokken. [1] PB L 86 van 20.3.1998, blz. 1. [2] PB L 54 van 26.2.2013, blz. 4. [3] PB L 54 van 26.2.2013, blz. 4.