|
10.2.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 51/34 |
Advies van het Europees Comité van de Regio’s — Een eerlijk en doeltreffend vennootschapsbelastingstelsel in de Europese Unie
(2016/C 051/07)
|
BELEIDSAANBEVELINGEN
HET EUROPEES COMITÉ VAN DE REGIO’S
|
1. |
herinnert eraan dat elk wetgevingsvoorstel van de Commissie, ook op fiscaal gebied op basis van artikel 113, 115 of 116 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, noodzakelijkerwijs moet stroken met het subsidiariteits- en het evenredigheidsbeginsel. |
|
2. |
Het Europees Comité van de Regio's (CvdR) steunt de vier doelstellingen van het actieplan van de Commissie inzake de belastingheffing op bedrijven:
|
|
3. |
De huidige wetgeving op het gebied van belastingregelingen voor ondernemingen, zowel op nationaal, Europees als mondiaal niveau, is in de huidige economische context van mondialisering, mobiliteit, digitalisering, nieuwe bedrijfsmodellen en complexe ondernemingsstructuren niet langer toereikend. |
|
4. |
De huidige vennootschapsbelastingregels binnen de Unie zijn uitermate ingewikkeld. De stelsels van de verschillende lidstaten zijn onvoldoende op elkaar afgestemd en vullen elkaar onvoldoende aan. |
|
5. |
Het valt te betreuren dat bepaalde ondernemingen, met name multinationals, van deze situatie profiteren om minder belasting af te dragen door middel van juridisch strafbare praktijken als belastingfraude en belastingontwijking of door te kiezen voor een agressieve fiscale planning, hetgeen misschien niet onwettig is, maar wel indruist tegen de geest van de regelgeving ter zake. |
|
6. |
De uiteindelijke belastingheffing op deze ondernemingen is in beide gevallen verre van eerlijk in die zin dat zij weinig belasting over hun inkomsten betalen. |
|
7. |
Volgens sommige berekeningen kan het jaarlijkse verlies aan belastinginkomsten door belastingontwijking, belastingfraude en agressieve fiscale planning oplopen tot 1 000 miljard EUR (1). Op alle niveaus, ook het lokale en regionale, hebben de overheidsfinanciën daaronder te lijden. Een rechtvaardige, transparante, doeltreffende en billijke belastinginning voor alle vennootschappen zou ruimte scheppen om de belastingdruk te verminderen. |
|
8. |
Het CvdR stelt voor dat in alle internationale overeenkomsten waarbij de Europese Unie partij is, zoals de handelsovereenkomsten en economische partnerschapsovereenkomsten, bepalingen worden opgenomen om goed fiscaal bestuur te bevorderen, niet alleen wat transparantie betreft, maar ook met betrekking tot de bestrijding van schadelijke fiscale praktijken. Het verzoekt de Europese Commissie hierop in de lopende onderhandelingen, met name over het trans-Atlantisch partnerschap voor handel en investeringen (TTIP) en de Overeenkomst betreffende de handel in diensten (TiSA), aan te dringen. |
|
9. |
Het is betreurenswaardig dat deze schadelijke belastingpraktijken zo wijdverbreid voorkomen nu de belastingdruk voor veel belastingbetalers, met name particulieren, in sommige lidstaten als gevolg van het bezuinigingsbeleid is toegenomen. Dit gebrek aan fiscale rechtvaardigheid is nefast voor de sociale vrede en de economische stabiliteit. |
|
10. |
De complexiteit van de huidige vennootschapsbelastingregels pakt goed uit voor bepaalde grote ondernemingen, die zwakke plekken in de regelgeving uitbuiten, maar is duidelijk nadelig voor kleine, middelgrote en micro-ondernemingen omdat hun activiteiten, vooral de grensoverschrijdende, door de administratieve lasten worden afgeremd. |
|
11. |
Bovendien leidt deze situatie tot scheve concurrentieverhoudingen tussen ondernemingen, met name tussen grote multinationals, die over de nodige middelen beschikken om zich met een agressieve fiscale planning te onttrekken aan belastingheffing, en kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s), die dat niet kunnen. |
|
12. |
De wettelijke tarieven voor de vennootschapsbelasting in de EU zijn over de gehele linie al geruime tijd aan het dalen. |
|
13. |
Tegelijkertijd hebben zich de afgelopen jaren diverse ontwikkelingen voorgedaan, zoals verruiming van de heffingsgrondslagen, toename van het aantal nieuwe vennootschappen en een lage rente (waardoor minder belasting afgetrokken kan worden), die tot hogere inkomsten uit de vennootschapsbelasting hadden moeten leiden. |
|
14. |
Aangezien het moeilijk is om de effectieve belastingtarieven in de verschillende lidstaten met elkaar te vergelijken, stelt het CvdR voor een gemeenschappelijke berekeningsmethode uit te werken om aan de hand daarvan een vergelijkende tabel met de effectieve belastingtarieven in de verschillende lidstaten op te stellen. |
|
15. |
Aangezien uit studies van de OESO blijkt dat sommige multinationals met behulp van gerichte strategieën slechts 5 % winstbelasting betalen, terwijl dit percentage voor kleinere bedrijven kan oplopen tot 30 %, steunt het CvdR de eis dat de multinationals in hun financiële overzichten per lidstaat en per derde land waarin zij gevestigd zijn, een reeks samengevoegde gegevens moeten publiceren, met inbegrip van hun winst of verlies vóór belasting, winstbelasting, aantal werknemers en activa. Deze gegevens moeten openbaar worden gemaakt, indien mogelijk via een centraal Europees register. |
Gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting (CCCTB)
|
16. |
De gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting (CCCTB) heeft een tweeledig nut: bij het bestrijden van agressieve fiscale planning, belastingfraude en belastingontwijking en van de schadelijke fiscale concurrentieslag tussen de lidstaten, en bij het versterken van de eengemaakte markt en het verlagen van de administratieve lasten waarmee zowel grote als kleine ondernemingen met grensoverschrijdende activiteiten geconfronteerd worden. |
|
17. |
Invoering van een heffingsgrondslag die uitgaat van één set fiscale regels in plaats van 28, zou een vereenvoudiging betekenen en tot besparingen op de administratieve kosten voor ondernemingen leiden; dit is met name van belang voor kmo’s die actief zijn in meerdere lidstaten. |
|
18. |
Waarschijnlijk zal de CCCTB dan ook positieve effecten hebben op de economische groei, de werkgelegenheid en de fiscale rechtvaardigheid en op de overheidsfinanciën, mede op lokaal en regionaal niveau. |
CCCTB: lokale en regionale aspecten
|
19. |
Hoewel de CCCTB niet direct gericht is op lokale en regionale belastingen, althans niet in het voorstel uit 2011, zou de invoering van de CCCTB toch van invloed kunnen zijn op de belastinginkomsten van de lokale en regionale overheden. In sommige lidstaten worden lokale of regionale belastingen namelijk geheven op basis van de nationale belastinggrondslag en/of hebben lokale en regionale overheden een aandeel in de opbrengsten van de nationale vennootschapsbelasting. |
|
20. |
Het CvdR verzoekt de Commissie om de potentiële gevolgen van een nieuw wetgevingsvoorstel tot vaststelling van de CCCTB voor de lokale en regionale overheden en in het bijzonder voor hun begroting grondig te bestuderen. Dit betekent echter niet dat de effectbeoordelingsprocedure volledig opnieuw gedaan moet worden, aangezien de invoering van de CCCTB daardoor nodeloos vertraagd zou worden. |
|
21. |
De invoering van de CCCTB zou in sommige lidstaten ook gevolgen hebben voor de lokale en regionale belastingen, aangezien het met het oog op vereenvoudiging logisch zou zijn dat de CCCTB ook zou worden gebruikt om de lokale en regionale belastingen vast te stellen. |
CCCTB en belastingtarieven
|
22. |
Met de CCCTB wordt geen harmonisering van de belastingtarieven beoogd, gelet op het feit dat de bestaande verdragen geen enkel specifiek artikel over directe belastingen bevatten. Dat een harmonisatie op basis van de huidige verdragen niet in het vooruitzicht kan worden gesteld, doet evenwel geen afbreuk aan de stelling dat de lidstaten kunnen overwegen op dit gebied nauwer samen te werken. |
|
23. |
De wettelijke vennootschapsbelastingtarieven in de verschillende lidstaten zijn een onnauwkeurige indicator en zelfs misleidend, aangezien er verschillen bestaan qua heffingsgrondslag, aftrekmogelijkheden en preferentiële regelingen. De effectieve belastingtarieven staan in sommige gevallen niet in verhouding tot de wettelijke belastingtarieven. |
|
24. |
Het CvdR dringt er dan ook met het oog op de transparantie op aan dat de lidstaten en de regio’s met regelgevingsbevoegdheid op het gebied van vennootschapsbelasting de Commissie gedetailleerde cijfers over het gemiddelde effectieve vennootschapsbelastingtarief na alle belastingaftrek verstrekken. |
Bindend karakter van de CCCTB en uitstel van de consolidatie
|
25. |
Het CvdR is ingenomen met de pogingen van de Commissie om de CCCTB in haar nieuwe voorstel een bindend karakter te geven, in ieder geval voor multinationals. Het lijdt immers geen twijfel dat multinationals die agressieve fiscale strategieën hanteren of niet terugdeinzen voor belastingontwijking of belastingfraude, zich niet vrijwillig zullen onderwerpen aan een CCCTB-regeling die erop gericht is zulke praktijken te voorkomen. |
|
26. |
Het CvdR heeft er in zijn advies van 2011 ook voor gepleit om de CCCTB na een overgangsperiode verplicht te stellen, in elk geval voor grotere ondernemingen (2). |
|
27. |
Het CvdR acht het wenselijk om rechtstreeks een geconsolideerde gemeenschappelijke belastinggrondslag voor ondernemingen in te voeren. Omdat de onderhandelingen over de consolidatie moeizaam en langdurig zijn, steunt het CvdR de benadering van de Commissie met betrekking tot het uitstellen van de werkzaamheden in verband met de consolidatie van de CCCTB, ervan uitgaande dat de onderhandelingen over de andere onderdelen van het voorstel, en met name het vaststellen van een gemeenschappelijke grondslag, daardoor vlotter kunnen verlopen. Het neemt hierbij tevens nota van het feit dat de Commissie in haar op 27 oktober goedgekeurde werkprogramma voor 2016 haar voornemen heeft bekendgemaakt om het huidige CCCTB-voorstel in te trekken, maar vraagt zich af in hoeverre haar voornemen om dit voorstel te vervangen „door voorstellen voor een stapsgewijze aanpak, waarbij eerst een verplichte belastinggrondslag wordt overeengekomen” vooruitloopt op de conclusies van de openbare raadpleging die de Commissie op 8 oktober heeft gelanceerd en tot 8 januari 2016 liep. |
|
28. |
De EU-instellingen en de lidstaten moeten echter wel naar consolidatie blijven streven op het vlak van de belastingheffing voor ondernemingen, aangezien consolidatie een oplossing voor de problematiek rond verrekenprijzen binnen groepen in de Europese Unie en de daarmee samenhangende belastingontwijking kan bieden en verdere vereenvoudiging van en aanzienlijke besparing op de administratieve lasten voor ondernemingen kan opleveren. |
|
29. |
Mochten de onderhandelingen over consolidatie stranden, dan zou een minimumbelastingtarief overwogen kunnen worden. |
|
30. |
Overigens maakt het CvdR zich zorgen over het tijdelijke grensoverschrijdende compensatiemechanisme dat de Commissie wil hanteren zolang er nog geen consolidatie is overeengekomen; dit zou nieuwe mogelijkheden voor agressieve fiscale planning kunnen scheppen. Aangezien lidstaten daardoor aanzienlijke belastinginkomsten zouden mislopen, dringt het CvdR er bij de Commissie op aan om het oorspronkelijk voorgestelde tijdschema in te korten. |
Andere overwegingen ten aanzien van de CCCTB
|
31. |
Volgens het CvdR belemmert de gunstige regeling voor schulden en rentelasten in tal van belastingstelsels de diversificatie van financieringsmodellen voor ondernemingen, alsook de versterking in de EU van de financiering van ondernemingen met eigen vermogen, iets wat in andere landen wel gebruikelijk is. |
|
32. |
Het CvdR verzoekt de Commissie en de lidstaten dan ook om de diversificatie van financieringsbronnen voor ondernemingen te stimuleren, hetgeen de groei en de werkgelegenheid ongetwijfeld ten goede zal komen. |
|
33. |
In zijn advies uit 2011 over de CCCTB pleitte het CvdR er al voor om bij het opstellen van de lijst met aftrekbare kosten rekening te houden met de terugkerende kosten voor klimaatbescherming en het terugdringen van broeikasgassen, tevens rekening houdend met initiatieven die gericht zijn op de invoering van geïntegreerde productieprocessen met een lage milieu-impact. |
|
34. |
Het CvdR roept de Commissie op een dergelijke aftrekmogelijkheid in haar nieuwe wetgevingsvoorstel, dat in 2016 wordt verwacht, op te nemen. |
|
35. |
Het CvdR wijst er net als in 2011 op dat de beoogde administratieve vereenvoudiging alleen volledig gerealiseerd kan worden als de invoering van de CCCTB samengaat met de invoering van gemeenschappelijke boekhoudregels. |
Inspanningen van de OESO
|
36. |
Het CvdR verheugt zich erover dat de werkzaamheden van de Organisatie voor Economische Samenwerking in Europa (OESO) ertoe hebben geleid dat de staatshoofden en regeringsleiders van de G20 op 16 november 2015 te Antalya haar actieplan tegen de uitholling van de belastinggrondslagen en de verschuiving van de winsten (base erosion and profit shifting) hebben goedgekeurd, waarbij 62 landen zich hebben aangesloten. Niettemin zijn de bepalingen inzake de openbare rapportage per land (country by country reporting) volgens hem onvoldoende omdat actie 13 van de „BEPS” alleen voorziet in een automatische rapportage bij de belastingdiensten van het land waar de moederentiteit van de groep belastingplichtig is; feit is immers dat er op EU-niveau reeds een verplichting van openbare rapportage bestaat voor in de EU gevestigde banken en winningsindustrieën. |
|
37. |
Om deze verschijnselen binnen de EU doeltreffend te bestrijden, worden de Europese Commissie, de lidstaten en de regio’s met wetgevende bevoegdheid inzake vennootschapsbelasting verzocht ervoor te zorgen dat een nieuwe „anti-BEPS-richtlijn” wordt ingevoerd, waarmee het BEPS-pakket bindend ten uitvoer wordt gelegd. |
|
38. |
Het CvdR is verheugd dat Ecofin overeenstemming heeft bereikt over de „gemodificeerde nexusbenadering” en vindt dat middels deze richtlijn ook de „gemodificeerde nexusbenadering”, die op OESO-niveau werd vastgesteld in het kader van het BEPS-pakket en op Ecofin-niveau in het kader van de Groep gedragscode en gericht is op belastingregelingen waarmee inkomsten uit octrooien of „patent boxes” worden begunstigd, op EU-niveau bindend recht moet worden. |
Niet-coöperatieve rechtsgebieden
|
39. |
Tegelijk met de noodzakelijke initiatieven en vorderingen binnen de Unie moet er beslist een strengere Europese benadering van niet-coöperatieve rechtsgebieden en belastingparadijzen worden ontwikkeld. |
|
40. |
Juist op dat gebied kunnen ondernemingen dankzij het gebrek aan eenheid tussen de lidstaten en het gebrek aan coördinatie ontkomen aan een eerlijke belastingheffing. |
|
41. |
Het CvdR is verheugd dat de Commissie als bijlage bij de mededeling een lijst van „niet-coöperatieve fiscale rechtsgebieden in derde landen” heeft gevoegd en is van mening dat hiervan een krachtige symbolische werking uitgaat. |
|
42. |
Op basis van deze lijst dient een ambitieus debat tussen alle lidstaten gevoerd te worden, met als doel een gemeenschappelijke en gecoördineerde EU-aanpak jegens deze rechtsgebieden uit te werken, om zo de strijd aan te binden met de schadelijke belastingpraktijken die binnen deze rechtsgebieden worden gefaciliteerd. |
|
43. |
Het CvdR vraagt zich wel af of het criterium dat bij het opstellen van de lijst is gehanteerd — de desbetreffende rechtsgebieden moeten door ten minste tien lidstaten als niet-coöperatief zijn aangewezen —, niet al te restrictief is. |
|
44. |
Het CvdR is in dit verband verheugd over de in mei 2015 tussen de EU enerzijds en Zwitserland, Andorra en Liechtenstein anderzijds gesloten overeenkomsten, die een belangrijke stap vooruit betekenen op het gebied van transparantie en de bestrijding van belastingfraude. |
|
45. |
De automatische uitwisseling van informatie die is voorzien in de overeenkomsten die in de vorige paragraaf worden genoemd, is een doeltreffend middel om agressieve fiscale strategieën tegen te gaan en zou algemeen toegepast moeten worden. Het is daarnaast een goede zaak dat meerdere niet-coöperatieve rechtsgebieden op de lijst van de Commissie de mondiale norm op dit gebied hebben overgenomen of hebben toegezegd dit te zullen doen. |
Brussel, 4 december 2015.
De voorzitter van het Europees Comité van de Regio's
Markku MARKKULA
(1) Closing the European Tax Gap, Report for Group of the Progressive Alliance of Socialists & Democrats in the European Parliament, by R. Murphy, Director of Tax Research UK. Zie: http://www.socialistsanddemocrats.eu/sites/default/files/120229_richard_murphy_eu_tax_gap_en.pdf
(2) Advies van het Comité van de Regio’s „Een gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting (CCCTB)”. Rapporteur: Gusty GRAAS (LU/ALDE). ECOS-V-018/CdR 152/2011 fin. Zie: http://webapi.cor.europa.eu/documentsanonymous/cdr152-2011_fin_ac_nl.doc