|
31.7.2015 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 251/19 |
Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over de vorderingen in de tenuitvoerlegging van de Europa 2020-strategie en de verwezenlijking van de betreffende doelstellingen vóór 2020
(door het Letse EU-voorzitterschap aangevraagd verkennend advies)
(2015/C 251/04)
|
Algemeen rapporteur: |
Etele BARÁTH |
In een brief d.d. 25 september 2014 heeft waarnemend minister van Buitenlandse Zaken en minister van Binnenlandse Zaken van Letland, Rihards KOZLOVISKIS, het Europees Economisch en Sociaal Comité (hierna „het EESC” genoemd) verzocht om een verkennend advies op te stellen over de
„Vorderingen in de tenuitvoerlegging van de Europa 2020-strategie en de verwezenlijking van de betreffende doelstellingen vóór 2020”.
Het bureau van het EESC heeft de stuurgroep Europa 2020 op 14 oktober 2014 met de voorbereiding van de desbetreffende werkzaamheden belast.
Gezien de urgentie van de werkzaamheden heeft het EESC tijdens zijn op 18 en 19 februari 2015 gehouden 505e zitting (vergadering van 19 februari) Etele BARÁTH aangewezen als algemeen rapporteur en vervolgens onderstaand advies met 184 stemmen vóór en 5 tegen, bij 6 onthoudingen, goedgekeurd.
1. Conclusies en aanbevelingen
|
1.1. |
Het EESC is het met het Letse EU-voorzitterschap eens dat herziening van de Europa 2020-strategie fundamenteel is om het Europese concurrentievermogen te stimuleren. Het is goed dat er een rechtstreeks verband wordt gelegd tussen een betere Europese concurrentiepositie en het vlaggenschipinitiatief Digitale Agenda voor Europa (1) en dat er ook aandacht is voor de enorme gevolgen daarvan voor het bedrijfsleven, de arbeidsmarkt en de samenleving in haar geheel, die door de Commissie en de Raad onderschat zijn geweest. Er is een overkoepelende visie voor de middellange en lange termijn nodig en de burgers moeten meer het gevoel krijgen zelf aan het succes van de strategie te kunnen bijdragen. |
|
1.2. |
De in dit advies voorgestelde maatregelen moeten eraan bijdragen dat de Europa 2020-strategie (en daarna de Europa 2030-strategie) geleidelijk, gedurende een periode van meerdere jaren, het centrale, onderliggende concept wordt van de economische, sociale en territoriale EU-strategieën voor de lange termijn, rekening houdend met de verschillen tussen de lidstaten. |
|
1.3. |
De financiële crisis heeft ingrijpende consequenties gehad voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de Europa 2020-strategie en legde beperkingen op aan de doeltreffendheid, geschiktheid en legitimiteit van de streefcijfers en het governancemodel. In het algemeen staat de EU nu veel verder af van de Europa 2020-doelstellingen dan in 2010. De strategie heeft te lijden gehad onder de crisis. |
|
1.4. |
De huidige situatie is in detail beschreven in de door de Commissie gepubliceerde analyse van de tussentijdse herziening van de Europa 2020-strategie en in het advies van het EESC daarover (2). Dat advies omvat een aantal interessante punten waarmee rekening moet worden gehouden in de toekomstgerichte aanpassingen die in de herziene strategie zouden moeten worden doorgevoerd. Het EESC heeft meermaals onderstreept dat Europa geen volledig nieuwe strategie nodig heeft, maar wel een veel doeltreffendere. |
|
1.5. |
Het werkprogramma van de nieuwe, in het najaar van 2014 aangetreden Commissie is getiteld „Een nieuwe start voor Europa” (3). Het EESC kan zich vinden in de drie pijlers van dat werkprogramma:
|
|
1.6. |
Het nieuwe werkprogramma gaat over de implementatie van de tien beleidsrichtsnoeren die de prioriteiten van Commissievoorzitter Jean-Claude JUNCKER vormen. Dat is zeer relevant omdat een aantal daarvan de uitvoering van de Europa 2020-strategie direct ten goede komt:
|
|
1.6.1. |
Er is een globale visie nodig, samen met een strategie voor de invulling daarvan, alsmede grootschalige voorlichting erover. Het EESC vindt dat de Europa 2020-strategie en het investeringsplan veel nauwer met elkaar moeten worden verbonden. |
|
1.6.2. |
Het EESC gaat momenteel in het kader van een advies (5) na in hoeverre het investeringsplan de voornaamste tekortkomingen van de Europa 2020-strategie verhelpt en de nieuwe financiële instrumenten de kans vergroten dat de doelstellingen ervan worden verwezenlijkt. |
|
1.6.3. |
Het EESC is voorstander van een verbetering van het maatregelenpakket voor de digitale interne markt (6) omdat daarmee een beslissende stap wordt gezet richting de uitvoering van het digitale vlaggenschipinitiatief van de Europa 2020-strategie. Het veiligstellen van de digitale toekomst van de EU is fundamenteel voor het concurrentievermogen van de Europese economie en doorslaggevend voor de duurzame ontwikkeling van een milieuvriendelijke Europese samenleving. Het EESC dringt aan op maatregelen waardoor de sterke groei van het aantal digitale toepassingen ook positief uitpakt op de arbeidsmarkt. Verder spreekt het nogmaals zijn steun uit voor de toekenning van middelen ter compensatie van de bezuinigingen op de uitrol van breedband en digitale netwerken, waartoe de Europese Raad bij de vaststelling van het meerjarig financieel kader 2014-2020 heeft besloten (7). |
|
1.6.4. |
Het EESC herbevestigt zijn standpunt over de bevordering van een gemeenschappelijk Europees energiebeleid, dat gebaseerd zou moeten zijn op uitgangspunten als die van de wegwerking van verschillen in energieprijzen, de verbetering van de randvoorwaarden voor de interne energiemarkt, de vermindering van de energieafhankelijkheid van derde landen en de stimulering van het gebruik van duurzame energie. |
2. Analyse van de belangrijkste gevolgen voor de toekomstige stappen om de uitvoering van de Europa 2020-strategie te verbeteren
|
2.1. |
In de eind 2014 verschenen jaarlijkse groeianalyse (JGA) (8) wordt het nieuwe ontwikkelingsplan, dat essentieel is voor de toekomst van de EU, formeel in aanmerking genomen. De belangrijkste doelstellingen van het Europees semester, de nationale hervormingsprogramma’s en de Europa 2020-strategie zouden m.b.v. een langetermijnvisie uiteindelijk op elkaar moeten worden afgestemd: |
|
2.1.1. |
een gecoördineerde impuls voor investeringen, op basis van het investeringsplan voor Europa:
|
|
2.1.2. |
een hernieuwde verbintenis tot structurele hervormingen; |
|
2.1.3. |
streven naar budgettaire verantwoordelijkheid; |
|
2.1.4. |
een optimale benutting van de flexibiliteit van bestaande regels; |
|
2.1.5. |
een essentiële stroomlijning van het governancesysteem om het doeltreffender te maken en het gevoel van gedeelde verantwoordelijkheid van de lidstaten en de EU te vergroten. |
|
3. |
Er wordt de laatste hand gelegd aan de aanpassing van de operationele programma’s die zijn opgesteld op basis van de partnerschapsovereenkomsten tussen de Commissie en de lidstaten. Aangezien het „Nieuwe start”-programma onvermijdelijk gevolgen zal hebben voor de diverse nationale programma’s, zowel wat doelstellingen als instrumenten betreft, zal de tot nu toe gevoerde Europese coördinatie moeten worden geïntensiveerd. |
|
3.1. |
De relevantie, efficiëntie en doelmatigheid van de wijze waarop de Structuur- en Cohesiefondsen worden gebruikt, hebben grote invloed op de uitvoeringskaders voor de nieuwe financiële en rechtsinstrumenten. Het EESC stelt voor dat een overzicht wordt opgesteld van de investeringen in de infrastructuur- en economische-ontwikkelingsprogramma’s die met deze fondsen worden gesteund, en dat daarbij voor afstemming op het Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI) (9) wordt gezorgd. |
|
3.2. |
Om de doelstellingen van de Europa 2020-strategie te kunnen halen, is het essentieel dat de doelen van het investeringsplan en het EFSI worden gerealiseerd, de hefboomwerking van de EU-fondsen voor 2014-2020 wordt vergroot en de waarde van innovatieve financiële instrumenten wordt verdubbeld. |
|
3.3. |
Het EESC, het Comité van de Regio's en leden van het Europees Parlement hebben een aantal opties gepresenteerd om gedurende een overgangsperiode bepaalde tegemoetkomingen te doen teneinde meer middelen vrij te maken en aldus Europese investeringen te stimuleren. Er zou over moeten worden nagedacht hoe de medefinanciering door de lidstaten van structurele fondsen voor sociale langetermijninvesteringen (m.n. in het onderwijs) uit de berekening van het tekort van die lidstaten kan worden weggelaten zonder de regels aan te passen, in overeenstemming met de benadering van de Commissie. Het EESC staat achter de discussie die momenteel in de Commissie wordt gevoerd over de toepassing van de financiële „gulden regel”, ofwel over de mogelijkheid om, met inachtneming van de budgettaire regels van de EMU, op de toekomst gerichte overheidsinvesteringen niet mee te rekenen bij de bepaling van het nettotekort van een land (10). |
|
3.4. |
In financieel opzicht is het belangrijk dat er een alomvattende aanpak wordt gevonden voor de verschillende soorten uitgaven, zoals het medefinancieringssysteem voor de trans-Europese netwerken (11) en de Connecting Europe Facility (12), en de mede uit het EFSI gefinancierde nationale investeringen. De Commissie moet hierover meer duidelijkheid scheppen. |
|
3.5. |
Wat de doelstellingen van de Europa 2020-strategie betreft, is het niet alleen belangrijk dat het concurrentievermogen op de lange termijn verbetert, maar ook dat de structuurfondsen meer worden benut voor de uitvoering van sociale of milieuprogramma’s, waarmee ook een duurzame ontwikkeling wordt bevorderd die „verder gaat dan het bbp” (13). Dankzij de extra financieringsmogelijkheden zal nog meer aandacht worden geschonken aan „productiegerichte” ontwikkeling en beleidsterreinen die maatschappij, gezin en individu ten goede komen, zoals onderwijs en gezondheidszorg. |
|
4. |
Het EESC is ervan overtuigd dat een herziene en verbeterde Europa 2020-strategie een sleutelrol kan spelen bij de implementatie van een nieuwe, op meer concurrentievermogen en ontwikkeling gerichte, Europese economische governance. |
|
4.1. |
Vanwege de verschuivende prioriteiten en om een succesvolle uitvoering van de Europa 2020-strategie te garanderen, zou het nuttig zijn als „één loket” voor adequate coördinatie en rationalisering van taken en procedures zou kunnen zorgen, ook t.a.v. de EU-agentschappen. |
|
4.2. |
Het overwegen waard is het creëren van „één loket” (of het daartoe omvormen van een bestaande instantie) om de samenwerking tussen agentschappen en de coördinatie tussen de reële economie en de pan-Europese en nationale/regionale niveaus te leiden en te monitoren. Aldus zouden overlappingen kunnen worden voorkomen en zou meer synergie kunnen worden gecreëerd. |
5. Maatregelen om de Europese economische governance te verstevigen
|
5.1. |
Omdat er in het beheer van de Europa 2020-strategie nauwelijks verbanden worden gelegd tussen de korte- en langetermijndoelstellingen, zijn minimaal de volgende maatregelen nodig: |
|
5.1.1. |
In de JGA de vooruitgang vermelden die met de Europa 2020-strategie is geboekt:
|
|
5.1.2. |
De zeer uiteenlopende situaties in de lidstaten vragen om flexibiliteit bij beoordelingen en heldere doelstellingen en gerichte instrumenten in de landenspecifieke aanbevelingen, bijvoorbeeld:
|
6. Het concept „groei” verfijnen:
|
a) |
combineren met het concept „duurzaam concurrentievermogen”; |
|
b) |
beleid aannemen ter bevordering van nieuwe welvaart en milieubescherming (15); |
|
c) |
invoeren van een nieuwe Europese indicator voor arbeidsmarktontwikkelingen bij het creëren van echt nieuwe banen op EU-niveau. |
7. De Digitale Agenda voor Europa
|
7.1. |
Het EESC is het met de Commissie eens dat de digitale technologieën tot nieuwe productiemethoden en diensten leiden en onze manier van leven, werken en leren veranderen (16). De bijdrage van het EESC aan de tenuitvoerlegging van het vlaggenschipinitiatief Digitale Agenda voor Europa (17) en de speerpunten voor een ambitieuze interne digitale markt omvatten de volgende voorstellen:
|
|
7.2. |
De ontwikkeling van de digitale technologie en de sterke groei van het aantal digitale toepassingen leidt in vrijwel alle economische sectoren tot veranderingen die het karakter hebben van verregaande herstructureringen. De burgers hebben daarmee niet alleen als consumenten, maar vooral ook als werknemers te maken. Op de werkplek gaan digitale technologieën behalve met meer autonomie en flexibiliteit ook gepaard met een steeds groter wordende druk om naar optimale efficiëntie te streven, die voor de betrokkenen aanzienlijke kosten en zelfs baanverlies tot gevolg kan hebben. Het EESC vindt het een ernstige tekortkoming dat deze kwestie in bijna alle initiatieven van de Digitale Agenda voor Europa buiten beschouwing is gelaten, en dringt in dit verband aan op een mentaliteitsverandering en zal zich hierover uitspreken in een initiatiefadvies (19). |
8. Een nieuwe, op ontwikkeling gerichte economische governance
|
8.1. |
Maatregelen ter bevordering van een op ontwikkeling gerichte governance:
|
|
9. |
Randvoorwaarden voor een „goede” op ontwikkeling gerichte governance:
|
Brussel, 19 februari 2015.
De voorzitter van het Europees Economisch en Sociaal Comité
Henri MALOSSE
(1) Voor de „Digitale Agenda voor Europa”, zie de website van de Europese Commissie: http://ec.europa.eu/digital-agenda/
(2) EESC-advies „Tussenopname van de Europa 2020-strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei” (PB C 12 van 15.1.2015, blz. 105-114).
(3) Voor het werkprogramma „Een nieuwe start voor Europa”, zie de website van de Europese Commissie: http://ec.europa.eu/priorities/docs/pg_nl.pdf
(4) Voor het „Investeringsplan”, zie de website van de Europese Commissie: http://ec.europa.eu/priorities/jobs-growth-investment/plan/index_en.htm
(5) Zie het advies van het EESC over het investeringsplan voor Europa, (ECO/374) (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).
(6) Voor het maatregelenpakket voor de digitale interne markt, zie de website van de Europese Commissie: http://ec.europa.eu/priorities/digital-single-market
(7) Tijdens de onderhandelingen over het MFK werd 8,2 miljard EUR gekort op het onderdeel breedband van de Connecting Europe Facility, zodat daar nog maar 1 miljard EUR voor overblijft.
(8) Voor de jaarlijkse groeianalyse 2015, zie de website van de Europese Commissie: http://ec.europa.eu/europe2020/making-it-happen/annual-growth-surveys/index_nl.htm
(9) Voor het Europees Fonds voor strategische investeringen, zie de website van de Europese Commissie: http://ec.europa.eu/priorities/jobs-growth-investment/plan/index_en.htm
(10) Zie het advies van het EESC over de effecten van sociale investeringen (PB C 226 van 16.7.2014, blz. 21).
(11) Voor de trans-Europese netwerken, zie de website van de Europese Commissie: http://ec.europa.eu/transport/infrastructure/tentec/tentec-portal/site/index_en.htm
(12) Voor de „Connecting Europe Facility”, zie de website van de Europese Commissie: http://ec.europa.eu/digital-agenda/en/connecting-europe-facility
(13) EESC-advies „Het bbp en verder — De rol van maatschappelijke organisaties bij de vaststelling van aanvullende indicatoren” (PB C 181 van 21.6.2012, blz. 14).
(14) EESC-advies „Naar een banenrijk herstel” (PB C 11 van 15.1.2013, blz. 65).
(15) Zie de artikelen 191 en 192 van het Verdrag van Lissabon.
(16) EESC-advies „De impact van zakelijke diensten in het bedrijfsleven” (PB C 12 van 15.1.2015, blz. 23).
(17) Verkennend EESC-advies „De digitale sector als aanjager van groei” (PB C 229 van 31.7.2012, blz. 1).
(18) http://www.europarl.europa.eu/charter/pdf/text_nl.pdf
(19) Zie het advies van het EESC over de gevolgen van de digitalisering voor de dienstensector en de werkgelegenheid — CCMI/136 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad)