|
14.6.2014 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 182/2 |
MEERJARENACTIEPLAN 2014-2018 VOOR EUROPESE E-JUSTITIE
2014/C 182/02
I. INLEIDING
|
1. |
Op 6 december 2013 heeft de Raad JBZ de nieuwe strategie inzake Europese e-justitie 2014-2018 aangenomen (1). In deze strategie worden de algemene beginselen en doelstellingen van de Europese e-justitie bepaald en de algemene richtsnoeren voor de opstelling van een hiermee corresponderend nieuw Europees meerjarenactieplan voor e-justitie in de eerste helft van 2014 uiteengezet. |
|
2. |
Het actieplan, dat in de bijlage staat, bevat een lijst van de projecten waarvan de uitvoering in de periode 2014-2018 wordt overwogen, met vermelding van de deelnemers, acties voor de praktische uitvoering ervan en in voorkomend geval een indicatief tijdschema; het is de bedoeling concrete follow-up van het actieplan door de Groep e-recht (e-justitie) mogelijk te maken. |
|
3. |
Dit tweede Europees meerjarenactieplan voor e-justitie bouwt voort op reeds verricht werk en zet de positieve ontwikkeling op nationaal en Europees niveau voort. Het werk moet ook worden gezien als onderdeel van een bredere ontwikkeling in de richting van een Europese justitiële ruimte, in de context van de lopende besprekingen over de toekomstige ontwikkeling van het gebied justitie en binnenlandse zaken. |
|
4. |
Tijdens de besprekingen in het najaar van 2013 onder het Litouwse voorzitterschap en vervolgens in de eerste helft van 2014 onder het Griekse voorzitterschap, was er sprake van vergaande consensus onder de lidstaten over de toekomstige ontwikkeling van e-justitie als een hoeksteen van een efficiënt functionerende justitie in de lidstaten en op Europees niveau. |
II. ACTIEPLAN
|
5. |
De uitvoering van de strategie vereist een uitvoerig actieplan om de e-justitie in de lidstaten en op Europees niveau over de hele linie beter te laten functioneren. |
|
6. |
Wat de strategie inzake Europese e-justitie (2014-2018) (2) betreft, is het Europese e-justitieportaal, dat door de Commissie overeenkomstig de richtsnoeren van de Raad wordt gehost en beheerd, onverminderd de nationale projecten en ontwikkelingen op het gebied van e-justitie, van essentieel belang voor het verwezenlijken van een Europese e-justitie. |
|
7. |
Dit blijkt ook uit de bijgevoegde lijst van projecten op het gebied van toegang tot informatie op het gebied van justitie, toegang tot de rechter en buitengerechtelijke procedures in grensoverschrijdende situaties, en communicatie tussen rechterlijke instanties. |
Projecten
|
8. |
De ontwikkeling van een Europese e-justitie dient acties op Europees en nationaal niveau te omvatten. |
|
9. |
Voor alle nieuwe en bestaande e-justitieprojecten moet bijzondere aandacht worden besteed aan de breedst mogelijke participatie, zodat de verwachtingen van de gebruikers worden ingelost, en de projecten op lange termijn uitvoerbaar en kostenefficiënt zijn. Nieuwe projecten in het kader van Europese e-justitie moeten daarom van dien aard zijn dat alle lidstaten van de Europese Unie erbij kunnen worden betrokken; alle lidstaten moeten worden aangemoedigd vrijwillig aan elk van de projecten deel te nemen. |
|
10. |
Daartoe moeten nieuwe projecten met een mogelijk effect op Europese e-justitie, die door de lidstaten worden gepland en niet in de bijlage zijn vermeld, indien mogelijk eerst in de Groep e-recht (e-justitie) worden besproken, met het oog op een algemene beoordeling van de praktische en andere relevante aspecten van het project. Ook kan dan terdege rekening worden gehouden met de behoeften en standpunten van de lidstaten en de Commissie, en dubbel werk worden vermeden. |
|
11. |
Bij het plannen van toekomstig werk moet worden gestreefd naar een goede balans tussen innovatie en consolidatie. Met het oog op kostenefficiëntie moeten, gezien de beperkte middelen, eerst de bestaande projecten worden voortgezet en tot zo veel mogelijk lidstaten worden uitgebreid, voordat met nieuwe projecten wordt begonnen. Uit de grote ontwikkelingen van de afgelopen jaren in de lidstaten, blijkt evenwel dat nieuwe en innovatieve projecten op het gebied van justitie worden aangemoedigd. |
Projectfinanciering
|
12. |
De lidstaten moeten onderling op vrijwillige basis samenwerken voor de financiering van de voorgestelde projecten. |
|
13. |
De Commissie zal de ontwikkeling, de exploitatie en de vertaling van de Europese e-justitieportaalsite blijven financieren en verder voorzien in financiering van e-justitieprojecten met een meerwaarde, bijvoorbeeld in het kader van het Justitieprogramma (2014-2020) (3) of andere programma’s, zoals de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen (4), het programma Interoperabiliteitsoplossingen voor Europese overheidsdiensten (interoperability solutions for European public administrations — ISA) (5) of het vervolgprogramma daarvan. |
A. Toegang tot justitiële gegevens
1. Informatie via het e-justitieportaal
|
14. |
Met het oog op een gecoördineerde aanpak moet de Commissie ook in de toekomst aan het begin van elk semester een werkprogramma presenteren. |
|
15. |
Het e-justitieportaal moet burgers, bedrijven, rechtsbeoefenaren en justitie verder algemene informatie verstrekken over de wetgeving en jurisprudentie van de Unie en van de lidstaten, en toegang verschaffen tot EUR-Lex en N-Lex. |
|
16. |
Het portaal moet ook specifieke justitiële informatie op nationaal, Europees en internationaal niveau ontsluiten. |
|
17. |
Ter verbetering van de efficiëntie van het portaal zal voorts een gebruikersenquête worden gehouden. Ook andere activiteiten worden ondernomen om het portaal gebruikersvriendelijker te maken. |
|
18. |
Plaatsing van informatie over of koppeling met systemen die zijn ontwikkeld als onderdeel van initiatieven van rechtsbeoefenaren, zoals advocaten, notarissen en justitiële ambtenaren, moet verder in het portaal kunnen worden overwogen, na overleg met de belanghebbenden. In de toekomst kunnen ook initiatieven van andere belanghebbenden, zoals bemiddelaars of gerechtelijk deskundigen, in aanmerking worden genomen. |
|
19. |
Wat betreft de informatie op het portaal, zijn alle aanbieders, ook en vooral de lidstaten en de Commissie, verantwoordelijk voor de nauwkeurigheid en de actualisering van de informatie op hun pagina’s. Ten minste eenmaal per jaar moeten zij de informatie bezien en zo nodig actualiseren. |
2. Registers
|
20. |
Het Europees e-justitieportaal moet de gebruiker via een centraal punt toegang geven tot justitieel relevante informatie in registers die door nationale overheids- of beroepsinstanties worden beheerd, zodat de rechtsbedeling wordt vergemakkelijkt en het recht toegankelijker wordt; wel moeten de technische en juridische voorwaarden daartoe in de lidstaten zijn vervuld. |
|
21. |
De aandacht moet vooral uitgaan naar het koppelen van registers die belangrijk zijn voor de burgers, de ondernemingen, de rechtsbeoefenaren en de rechterlijke macht. |
3. Semantisch web
|
22. |
Efficiënte middelen voor grensoverschrijdende uitwisseling van juridische informatie, met name gegevens betreffende Europese of nationale wetgeving, jurisprudentie en juridische glossaria, zoals Legivoc, moeten verder worden ontwikkeld. |
|
23. |
Verschillende projecten kunnen het probleem verhelpen en de uitwisseling en semantische interoperabiliteit van justitiële gegevens binnen Europa en met de rest van de wereld bevorderen. De fundamenten van het Europees justitieel semantisch web zijn universele identificatie, gemeenschappelijke metadata en ontologische conceptualisering van juridische informatie. |
B. De gang naar de rechter en buitengerechtelijke procedures in grensoverschrijdende situaties
1. Algemene aspecten
|
24. |
De gang naar de rechter en het instellen van buitengerechtelijke procedures, met name in grensoverschrijdende situaties, moeten worden vergemakkelijkt dankzij grotere beschikbaarheid van elektronische communicatie tussen justitie en de partijen, getuigen, deskundigen en andere deelnemers. |
|
25. |
Voorts moet het gebruik van videoconferenties, televergaderingen of andere vormen van afstandscommunicatie voor hoorzittingen, voor zover mogelijk, worden uitgebreid, zodat mensen zich niet meer hoeven te verplaatsen voor rechtszaken, vooral grensoverschrijdende rechtszaken. |
2. Samenwerking met de rechterlijke macht en rechtsbeoefenaren
|
26. |
De rechterlijke macht en de betreffende rechtsbeoefenaren in de lidstaten (zoals advocaten, notarissen en gerechtelijke ambtenaren) moeten voortaan worden betrokken bij besprekingen op het gebied van e-justitie; met de gekozen oplossingen moet namelijk worden ingespeeld op de feitelijke behoeften van hun potentiële doelgroepen. |
|
27. |
Een dergelijke regeling zou rechtstreeks contact mogelijk maken met deze beroepsgroepen waarop e-justitie in eerste instantie is gericht, om kwesties van gemeenschappelijk belang te bespreken en bekendheid te geven aan de laatste ontwikkelingen op het gebied van e-justitie. |
|
28. |
De strategie inzake Europese e-justitie voorziet in de instelling van een mechanisme voor samenwerking met de rechterlijke macht en rechtsbeoefenaren. In dit verband zal jaarlijks een bijeenkomst met vertegenwoordigers van de rechterlijke macht en rechtsbeoefenaren (zoals advocaten, notarissen en gerechtsdeurwaarders) worden georganiseerd, waar met deze doelgroepen van gedachten wordt gewisseld (6). Deze bijeenkomsten zullen een specifiek agendapunt van de gewone vergaderingen van de Groep e-recht (e-justitie) vormen. |
|
29. |
Vertegenwoordigers van de rechterlijke macht en van de rechtsbeoefenaren moeten, voor de hen rechtstreeks rakende projecten, zo veel mogelijk worden betrokken bij het werk van de informele groepen en de deskundigengroepen van de Commissie. |
|
30. |
Het Europees justitieel netwerk in burgerlijke en handelszaken, en het Europees justitieel netwerk in strafzaken, spelen een belangrijke rol bij de ontwikkeling van e-justitie; de nauwe samenwerking met beide netwerken moet worden voortgezet. |
C. Communicatie tussen justitiële autoriteiten
|
31. |
De elektronische communicatie tussen rechterlijke instanties van de verschillende lidstaten, meer bepaald in het kader van de regelgeving die in de Europese justitiële ruimte op het gebied van burgerlijk recht, strafrecht en bestuursrecht is vastgesteld, moet verder worden ontwikkeld (bijvoorbeeld via videoconferenties of beveiligde elektronische gegevensuitwisseling). |
|
32. |
In dit verband moet het e-justitieportaal worden uitgebouwd tot een doeltreffend instrument voor rechtsbeoefenaren en justitiële instanties, dat een platform vormt en individuele functies biedt voor doeltreffende en beveiligde uitwisseling van gegevens, onder meer via het e-CODEX-netwerk. |
D. Horizontale kwesties
1. Algemene aspecten
|
33. |
Bepaalde aspecten van het toekomstige optreden zijn meer algemeen van aard en bestrijken verschillende terreinen van e-justitie. De ontwikkeling van grootschalige IT-projecten, zoals e-CODEX, is succesvol geweest; de resultaten van e-CODEX moeten nu worden geïntegreerd in het portaal, en worden geactualiseerd (7). |
2. Prioritering van de werkzaamheden
|
34. |
De in het actieplan op te nemen projecten, die zijn vermeld in de bijlage, zijn in twee categorieën onderverdeeld: „A”- en „B”-projecten (8): |
|
35. |
De lijst van A-projecten is prioritair. Het betreft projecten die aan een van de volgende criteria voldoen:
|
|
36. |
„B”-projecten zijn projecten buiten de „A”-categorie die
|
|
37. |
Tijdens de voortgangsbewaking met betrekking tot dit actieplan zal de Groep e-recht (e-justitie) bepalen welke van de in punt 36 bedoelde „B”-projecten bij voorrang moeten worden uitgevoerd, rekening houdend met de menselijke en financiële middelen en met de in punt 9 vermelde actiebeginselen. |
|
38. |
Met het oog op de noodzakelijke flexibiliteit bij de uitvoering van dit actieplan kan de Groep e-recht (e-justitie) ook besluiten nieuwe initiatieven voor te stellen of in het licht van nieuwe ontwikkelingen projecten naar de andere categorie over te brengen. |
3. Doorlichting van wetgevingsvoorstellen
|
39. |
Voor een consequent gebruik van moderne informatie- en communicatietechnologie bij de toepassing van nieuwe Uniewetgeving op justitiegebied, moet in toekomstige wetgeving ter zake steeds plaats worden ingeruimd voor e-justitie, met dien verstande dat de taken van de bevoegde Raadsgroep onverlet moeten worden gelaten. Daarom moet ontwerpwetgeving steeds tegen het licht worden gehouden, en moet de groep indien nodig advies kunnen geven, zodat de mogelijke toepassing van e-justitie in overweging wordt genomen. |
E. Externe betrekkingen
|
40. |
De samenwerking met derde landen op het gebied van e-justitie moet worden voortgezet, geheel met inachtneming van de institutionele regels van de Unie. Derde landen moeten worden aangemoedigd om technologische oplossingen en informatiemodellen te gaan gebruiken die vergelijkbaar zijn met wat er op dit gebied binnen de EU gangbaar is, zodat een interoperabele omgeving voor toekomstige samenwerking op vrijwillige basis ontstaat. |
|
41. |
Ook toetredende landen en andere belangstellende derde staten kunnen in bepaalde gevallen worden ingeschakeld, bijvoorbeeld bij videoconferenties en debatten in het kader van e-CODEX. |
|
42. |
De Groep e-recht (e-justitie) dient na te gaan welke vorm van contacten met specifieke derde landen moet worden gelegd. |
F. Governance-structuur
|
43. |
Nader bekeken moet worden hoe de resultaten van dit actieplan, bijvoorbeeld die van het e-CODEX-project, zullen worden geconsolideerd. Overigens zal bij de uitvoering van dit tweede actieplan de algemene werkstructuur worden toegepast die is vastgelegd in het meerjarenactieplan 2009-2013 voor Europese e-justitie (2009-2013) (punten 57-63). |
G. Follow-up
|
44. |
De groep zal de uitvoering van het actieplan ten minste eenmaal per semester evalueren en het eventueel aanpassen in het licht van nieuwe behoeften en ontwikkelingen. Men bedenke dat de uitvoering van de in de bijlage vermelde acties de lidstaten en voor de Commissie veel geld en extra administratie zal kosten. De projecten moeten daarom door de Groep e-recht (e-justitie) zorgvuldig op prioriteit worden beoordeeld. |
|
45. |
Informele werkgroepen van de lidstaten die bij specifieke projecten zijn betrokken, kunnen bijeenkomen om op die terreinen vooruitgang te bewerkstelligen. De nadere bijzonderheden van de organisatie van hun werkzaamheden zullen in een afzonderlijk document worden behandeld. |
|
46. |
De Raad zal in de eerste helft van 2016 de uitvoering beoordelen en maatregelen ter verbetering van e-justitie voorstellen. |
III. CONCLUSIES
|
47. |
Het Coreper/de Raad wordt verzocht dit actieplan op 6 juni 2014 te bekrachtigen. |
(1) Bekendgemaakt in het Publicatieblad op 21 december 2013 (2013/C 376/06).
(2) Zoals bekend, staat in punt 17 van de strategie inzake Europese e-justitie (2014-2018) dat „met Europese e-justitie moet worden gestreefd naar grotere consistentie binnen het algemene kader van e-overheid […].”.
(3) Verordening (EU) nr. 1382/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een programma „Justitie” voor de periode 2014-2020 (PB L 354, 28.12.2013, blz. 73).
(4) Verordening (EU) nr. 1316/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 913/2010 en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 680/2007 en (EG) nr. 67/2010 (PB L 348 van 20.12.2013, blz. 129).
(5) Besluit nr. 922/2009/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 inzake interoperabiliteitsoplossingen voor Europese overheidsdiensten (ISA) (PB L 260, 3.10.2009, blz. 20).
(6) De werkgroep moet deze bijeenkomsten voorbereiden, met name door te bepalen voor welke beroepsgroepen zij bedoeld zijn. De vertegenwoordigers van de rechterlijke macht moeten wel door de lidstaten worden aangewezen.
(7) Deze thema’s kunnen verder worden bestudeerd in het kader van de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen (CEF).
(8) De Groep e-recht (e-justitie) heeft ook andere projecten van belang overwogen, die echter niet als A- of B-project zijn aangemerkt en in een later stadium opnieuw door de groep kunnen worden bekeken.
(9) De daarin bepaalde termijnen moeten worden nageleefd.
(10) Voor zover de resultaten van deze projecten geïntegreerd moeten worden in het e-justitieportaal, zal een besluit over de prioritaire integratie daarvan door de Groep e-recht (e-justitie) worden genomen na beraad over de toegevoegde waarde daarvan ten opzichte van andere initiatieven en de beschikbare middelen.
BIJLAGE
A. Toegang tot justitiële gegevens
1. Informatie via het e-justitieportaal
|
Project |
Bevoegd voor de actie |
Te ondernemen acties |
Tijdschema |
Categorie |
||||||||||||
|
|
|
2014 tot en met 2018 (lopend) |
A |
||||||||||||
|
|
|
|
B |
||||||||||||
|
|
|
|
B |
||||||||||||
|
|
|
|
B (niet prioritair voor vertaling door de Commissie) |
||||||||||||
|
|
|
|
B |
||||||||||||
|
|
|
2014 en 2015 |
B (zie ook punt 36) |
||||||||||||
|
|
|
|
B
|
||||||||||||
|
|
|
|
B
|
||||||||||||
|
|
|
|
B |
2. Registers
|
Project |
Bevoegd voor de actie |
Te ondernemen acties |
Tijdschema |
Categorie |
||||||||||
|
|
|
2014 |
A |
||||||||||
|
|
2017 en 2018 |
|
|||||||||||
|
|
|
2015 |
A (3) |
||||||||||
|
|
|
2014 |
A |
||||||||||
|
|
|
2016 |
B |
||||||||||
|
|
|
2014 tot en met 2016 |
B |
||||||||||
|
|
|
2016 |
B |
||||||||||
|
|
|
|
B |
||||||||||
|
|
|
|
B |
||||||||||
|
|
|
|
A |
||||||||||
|
|
|
|
B |
||||||||||
|
|
|
|
A |
3. Semantisch web
|
Project |
Bevoegd voor de actie |
Te ondernemen acties |
Tijdschema |
Categorie |
||||||||||
|
|
Groep e-justitie en deskundigengroep van de Commissie |
2014 tot en met 2018 (lopend) |
A (B, indien ook automatische uittreksels uit rechtshandelingen tot de functies gaan behoren) |
||||||||||
|
|
|
|
A |
||||||||||
|
|
follow-up door de Groep e-justitie |
2014 (lopend project) |
A |
B. De gang naar de rechter en buitengerechtelijke procedures in grensoverschrijdende situaties
|
Project |
Bevoegd voor de actie |
Te ondernemen acties |
Tijdschema |
Categorie |
||||||
|
|
|
|
|
||||||
|
|
|
2014 |
A |
||||||
|
|
|
|
B |
||||||
|
|
|
2014 |
A |
||||||
|
|
|
2014 |
A |
||||||
|
|
|
2015 |
A |
||||||
|
|
|
|
B |
||||||
|
|
|
2015 en 2016 |
A |
||||||
|
|
|
|
A |
C. Communicatie tussen justitiële autoriteiten
|
Project |
Bevoegd voor de actie |
Te ondernemen acties |
Tijdschema |
Categorie |
||||||||||||||||
|
|
|
2014 tot en met 2016 |
A |
||||||||||||||||
|
|
|
|
B |
||||||||||||||||
|
|
|
2014 tot en met 2016 |
A
|
||||||||||||||||
|
|
|
2014 tot en met 2016 |
A |
D. Horizontale kwesties
|
Project |
Bevoegd voor de actie |
Te ondernemen acties |
Tijdschema |
Categorie |
||||||||||
|
|
|
2014 en verder |
A |
||||||||||
|
2014 en verder |
A |
||||||||||||
|
|
|
2014 en verder |
A |
||||||||||
|
|
|
|
|
||||||||||
|
|
|
|
A |
||||||||||
|
|
|
|
B |
||||||||||
|
|
|
|
B |
||||||||||
|
|
|
2014 tot en met […] |
A |
||||||||||
|
|
|
2014 tot en met […] |
A |
||||||||||
|
|
|
2014 tot en met […] |
A |
||||||||||
|
|
|
2014 tot en met […] |
A |
||||||||||
|
|
|
2014 tot en met […] |
A |
(1) Met name informatie over de slachtoffers van misdrijven.
(2) Verzamelen en beschikbaar maken van actuele informatie op het gebied van internationale justitiële samenwerking in strafzaken.
(3) De praktische toepassing moet nog nader worden bekeken.
(4) Gerechtstolken en -vertalers zijn niet in alle lidstaten als zodanig bekend.
(5) Betreft bepaalde lidstaten.
(6) Dit punt betreft het project BABELLEX, dat bestaande databanken van juridisch vertalers en tolken en bestaande vertalingen van juridische teksten toegankelijk moet maken.
(7) Betreft bepaalde lidstaten.
(8) Betreft bepaalde lidstaten.
(9) Lopend proefproject betreffende bepaalde lidstaten.
(10) Lopend proefproject van notarissen.
(11) Met dit project moet informatie worden verstrekt over de rechten van vertegenwoordiging, bijvoorbeeld in gevallen waarin gezagsrecht over minderjarigen wordt uitgeoefend.
(12) De groep moet later nog bespreken en besluiten of dit project wordt uitgebreid.
(13) Technische oplossingen voor elektronische uitwisseling van EOB’s tussen de instanties van de lidstaten.
(14) Het betreft onder meer de toevoeging van interactieve en dynamische zoekmodules.
(15) „Apparaat-onafhankelijke” communicatie voor grensoverschrijdende civiele rechtszaken.
(16) Leges in verband met rechtszaken of voor toegang tot registers.