WERKDOCUMENT VAN DE DIENSTEN VAN DE COMMISSIE SAMENVATTING VAN DE EFFECTBEOORDELING Begeleidend document bij de Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s Blauwe energie Vereiste maatregelen voor het benutten van het potentieel van oceaanenergie in Europa’s zeeën en oceanen tegen 2020 en daarna /* SWD/2014/012 final */
WERKDOCUMENT VAN DE DIENSTEN VAN DE
COMMISSIE SAMENVATTING VAN DE EFFECTBEOORDELING Begeleidend document bij de Mededeling van de Commissie aan het
Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het
Comité van de Regio’s Blauwe energie
Vereiste maatregelen voor het benutten van het potentieel van oceaanenergie in
Europa’s zeeën en oceanen tegen 2020 en daarna 1. Inleiding Het energiepotentieel van onze zeeën en
oceanen overtreft ruim onze huidige energiebehoeften. Er worden momenteel
verschillende technologieën ontwikkeld om deze energie in al haar vormen te
benutten, waaronder golfslag-, getijden- en osmose-energie en energie uit thermische
gradiënten. De toepassing ervan is momenteel nog beperkt, maar de sector heeft
potentieel om te groeien, waardoor het de economische groei en de
werkgelegenheid kan stimuleren, niet alleen in kustgebieden maar via de
bijbehorende toeleveringsketens ook in het binnenland. Nu de EU haar inspanningen opvoert om de
doelstellingen van de Europa 2020-strategie te bereiken[1] en zich bezint op haar
energie- en klimaatbeleid na 2020, is het een goed moment om alle mogelijkheden
te verkennen om innovatie te stimuleren, economische groei en werkgelegenheid
te creëren, alsook om onze koolstofvoetafdruk te verkleinen. Gegeven de
investeringen op lange termijn die hiervoor nodig zijn, moet nu actie worden
ondernomen om ervoor te zorgen dat de sector oceaanenergie een rol van
betekenis kan spelen bij de verwezenlijking van onze doelstellingen voor 2020
en daarna. Deze effectbeoordeling kijkt naar de toekomst van een veelbelovende
nieuwe technologie en beoordeelt de diverse opties die op EU-niveau voorhanden
zijn om de ontwikkeling ervan te ondersteunen. 2. Probleemomschrijving De ontwikkeling van deze veelbelovende sector
wordt momenteel gehinderd door verschillende technologische en
niet-technologische belemmeringen. Deze moeten worden aangepakt als de sector
zijn volledige potentieel wil verwezenlijken. Kostenreductie, financieringsproblemen en
winstgevendheid De exploitatiekosten van oceaanenergie zijn
momenteel hoog vergeleken met conventionele energiebronnen, maar ook vergeleken
met andere hernieuwbare energiebronnen, die lang hebben geprofiteerd van sterke
overheidssteun. De meeste technologieën voor oceaanenergie bevinden zich nog in
de demonstratiefase en de voortgang voor wat betreft de vermindering van de
kapitaalkosten wordt belemmerd door aanhoudende technische problemen. Het
relatief nieuwe karakter van deze technologieën en het idee dat zij veel risico
opleveren, kan investeerders afschrikken. Daarnaast leidt de complexiteit van
het technologische landschap tot een versnippering van de inspanningen inzake
onderzoek en ontwikkeling (O&O), waardoor de vooruitgang op de leercurve
wordt vertraagd. Infrastructuurkwesties Het gebrek aan zekerheid bij de planning van
netwerken, de lange aanlooptijd totdat aansluitingen tot stand komen en
prohibitieve transmissiekosten kunnen investeringen in oceaanenergie
afschrikken. De versterking van netwerken, niet alleen offshore maar ook op het
vasteland en tussen landen, is een fundamentele voorwaarde voor de ontwikkeling
van oceaanenergie. De beschikbaarheid van toegang tot geschikte
havenvoorzieningen en gespecialiseerde vaartuigen moet ook aandacht krijgen. Administratieve en regelgevingskwesties Langdurige en overmatig gecompliceerde
vergunnings- en toestemmingsprocedures zijn gesignaleerd als belangrijke
obstakels voor de ontwikkeling van projecten op het gebied van oceaanenergie.
De invoering van oceaanenergie wordt gehinderd door onzekerheid over de juiste
toepassing van de milieuwetgeving, die kan leiden tot nog langere
toestemmingsprocedures en extra administratieve en financiële lasten voor
projectontwikkelaars. Milieukwesties De beschikbare gegevens over de milieueffecten
van oceaanenergie zijn momenteel beperkt. Onderzoek is vaak te kostbaar voor
projectontwikkelaars om op individuele basis uit te voeren. Er is meer O&O nodig,
alsook een betere uitwisseling van informatie, om de negatieve milieueffecten
van oceaanenergie-installaties te begrijpen en te beperken. 3. Analyse van de
subsidiariteit en de toegevoegde waarde van de EU De bevoegdheid van de EU op het gebied van
hernieuwbare oceaanenergie wordt omschreven in de doelstellingen van het
Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met betrekking tot energie,
de interne markt en het milieu. Vergeleken met de afzonderlijke initiatieven en
budgetten van de lidstaten kan coördinatie op Europees niveau van activiteiten
op het gebied van onderzoek, maar ook van andere niet-technologische kwesties,
leiden tot een versnelde ontwikkeling van de sector. 4. Beleidsdoelstellingen De algemene doelstelling van het
beleidsoptreden is om de sector oceaanenergie in staat te stellen een bijdrage
van betekenis te leveren aan Europa's doelstellingen op de middellange termijn inzake
werkgelegenheid, innovatie, klimaat en milieu, in combinatie met meer
gevestigde technologieën voor hernieuwbare energie. Meer bepaald is het doel om
de bovengenoemde belemmeringen aan te pakken door de samenwerking tussen
ontwikkelaars van technologie, beleidsmakers, investeerders en andere
belanghebbenden te stimuleren en zo de kloof tussen de onderzoekssector en de
markt te overbruggen. 5. Beleidsopties Optie 1 (huidig beleidskader) bestaat uit de voortzetting van de huidige beleidsinitiatieven op
EU-niveau die, direct of indirect, gevolgen hebben voor oceaanenergie. Een
ERA-Net voor oceaanenergie kan bijdragen aan een verbetering van de
onderzoekscoördinatie tussen de lidstaten. De Commissie en de belanghebbenden
zullen in het kader van het nieuwe Horizon 2020-programma mogelijkheden blijven
zoeken om de financiering voor oceaanenergie uit te breiden. De ontwikkeling van
offshore-netwerken zal een punt van bespreking blijven in de context van
bestaande initiatieven als het North Seas Countries' Offshore Grid
Initiative (NSCOGI). De discussie over het voorstel voor een richtlijn
betreffende maritieme ruimtelijke ordening (MRO) wordt voortgezet, evenals de
discussie over het voorstel tot wijziging van de richtlijn
milieueffectrapportage (MER-richtlijn), dat bedoeld is om de procedures te
vereenvoudigen en onnodige administratieve lasten te elimineren. Optie 2 (verbeterde politieke en sectorale
coördinatie) bestaat uit het opzetten van een forum
waarin alle belanghebbenden bijeen worden gebracht. Het doel hiervan is het
bedenken van haalbare oplossingen voor de hierboven beschreven problemen en de
ontwikkeling van een strategisch stappenplan, waarin mijlpalen voor de
industriële ontwikkeling van de sector en een duidelijke tijdsplanning moeten
worden opgenomen, alsook een indicatief uitvoeringsplan. De actieve
betrokkenheid van de lidstaten en de Europese Commissie bij dit proces zou een
duidelijk signaal van politieke steun betekenen. De infrastructurele knelpunten zouden kunnen
worden aangepakt door een meer proactieve dialoog te bevorderen tussen de
sector en de partijen die verantwoordelijk zijn voor de netwerkplanning.
Verwacht wordt dat ook andere infrastructurele behoeften (havendiensten en
toeleveringsketen) in het forum door de belanghebbenden in kaart zullen worden
gebracht. De onzekerheid over de milieueffecten zal worden aangepakt door het
vrijwillig delen van gegevens te bevorderen. Gedifferentieerde inkomenssteun is belangrijk
om ervoor te zorgen dat minder ver ontwikkelde energietechnologieën op gelijke
voorwaarden kunnen concurreren. De erkenning van de specifieke behoeften van
minder ver ontwikkelde technologieën in de aangekondigde richtsnoeren van de
Commissie betreffende inkomenssteun vormt daarom een belangrijk onderdeel van
optie 2. Optie 3 (gerichte structurele maatregelen) bouwt verder op optie 2. Bij deze optie wordt ernaar gestreefd de
samenwerking tussen belanghebbenden te consolideren en de sector een solide
institutioneel ondersteuningskader te bieden. Naast de onder optie 2 beschreven
maatregelen zou er een Europees industrieel initiatief (EII) worden opgezet om
investeringen aan te trekken en het strategisch stappenplan uit te voeren. Ook is het de bedoeling een specifiek platform
voor netwerkplanning op te zetten ter bevordering van de belangen van de sector
hernieuwbare offshore-energie op het gebied van netwerkplanning. Om andere
infrastructurele knelpunten aan te pakken, zal een sectorspecifiek orgaan worden
belast met het in kaart brengen en beoordelen van de specifieke behoeften van
de sector met betrekking tot de toeleveringsketen. Dit orgaan zal ook de
mogelijke voordelen dienen te onderzoeken van samenwerking met andere sectoren,
met name offshore-windenergie, met het oog op een verlaging van de kosten en de
benutting van synergieën. Deze optie voorziet in het opstellen van
richtsnoeren die oriëntatie bieden bij de toepassing van artikel 13 van de richtlijn
hernieuwbare energie, dat de lidstaten verplicht ervoor te zorgen dat de
nationale toestemmings- en vergunningsvoorschriften inzake installaties voor
hernieuwbare energie “evenredig en noodzakelijk” zijn. Gelet op de potentiële
ontwikkeling van oceaanenergie, wordt bij deze optie de mogelijkheid onderzocht
om sectorspecifieke richtsnoeren te ontwikkelen voor maritieme ruimtelijke
ordening, alsook richtsnoeren ter oriëntatie bij de toepassing van de habitat-
en de vogelrichtlijn. 6. Beoordeling van de effecten Economische effecten In het geval van optie 1 zal oceaanenergie
waarschijnlijk slechts een marginale bijdrage leveren aan de toekomstige
energiemix van de EU. De integrale elektriciteitskosten zullen in dit geval waarschijnlijk
relatief langzaam afnemen. Derhalve zullen waarschijnlijk ook de economische
voordelen voor de groei van de sector als zodanig en de stimulering van de
economische activiteit in de toeleveringsketens beperkt zijn. Zonder extra
steun kan de EU bovendien haar concurrentievoorsprong kwijtraken aan derde
landen en kunnen de groei en de werkgelegenheid die de sector al heeft
gecreëerd weer teniet worden gedaan. Intensievere samenwerking tussen de
belanghebbenden gestimuleerd door optie 2 kan het effect van publieke en
private investeringen in de sector versterken en kostenreducties opleveren. De
marktpenetratie zal derhalve waarschijnlijk beter zijn dan bij optie 1, maar de
mate waarin is onzeker, aangezien veel van de gebruikte instrumenten op vrijwilligheid
zijn gebaseerd. De erkenning van oceaanenergie als een
strategische energietechnologie en de oprichting van een Europees industrieel
initiatief, zoals voorgenomen in optie 3, zullen de toegang tot
financiering van projectontwikkelaars naar verwachting vergemakkelijken en
innovatie sterk stimuleren. De voorgestelde richtsnoeren kunnen verdere
besparingen opleveren doordat bepaalde transactiekosten worden vermeden. Aan de
andere kant zullen opties 2 en 3 vermoedelijk gepaard gaan met relatief hogere
elektriciteitskosten en een zekere mate van administratieve lasten met zich
meebrengen. Milieueffecten De ontwikkeling van oceaanenergie kan de
broeikasgasemissies helpen verminderen. Ervan uitgaande dat iedere
geïnstalleerde eenheid een overeenkomstige eenheid voor conventionele opwekking
vervangt, wordt verwacht dat het beperkende effect op klimaatverandering bij
optie 1 klein zal zijn en bij opties 2 en 3 relatief groter. Installaties voor oceaanenergie hebben een groot
aantal lokale milieueffecten, die zowel positief als negatief kunnen zijn.
Voorzichtig geschat, wordt ervan uitgegaan dat optie 1, waarbij een relatief
klein gebied wordt gebruikt voor oceaanenergie-installaties, beperkte negatieve
lokale effecten zal hebben, terwijl opties 2 en 3 overeenkomstig grotere
negatieve lokale effecten zullen hebben. Dit zou echter kunnen worden
gecompenseerd door het feit dat naarmate het geïnstalleerd vermogen toeneemt,
de opgebouwde ervaring kan leiden tot de ontwikkeling van doeltreffende
instrumenten en praktijken voor de beheersing van milieueffecten. Sociale effecten De commerciële toepassing van oceaanenergie
levert waarschijnlijk hoogwaardige banen op, met name bij optie 3, waar de mate
van toepassing het hoogst is. De meeste banen zullen naar verwachting worden
gecreëerd in de lidstaten en regio’s waar oceaanenergie wordt opgewekt, hoewel
zich ook fabricagemogelijkheden en andere economische kansen zullen voordoen in
andere landen die deelnemen aan de toeleveringsketen. Naarmate de sector zich
verder ontwikkelt, zal de vraag naar hoogopgeleide arbeidskrachten toenemen.
Bij optie 2 en vooral bij optie 3 kan de toegenomen vraag naar gekwalificeerde
ingenieurs leiden tot scherpere concurrentie met de sector van de
offshore-windenergie in het bijzonder, en mogelijk zelfs met de olie- en
gasindustrie. Naargelang deze nieuwe technologie op grotere
schaal wordt ingevoerd, zou dit kunnen leiden tot weerstand bij het grote
publiek. Een ruimere toepassing van oceaanenergie bij opties 2 en 3 kan leiden
tot een evenredige stijging van de mogelijkheid van conflicten met andere
gebruikers van de mariene wateren. Deze gevolgen kunnen echter mogelijk worden
beperkt door alle belanghebbenden vroegtijdig bij de ontwikkeling te betrekken. 7. Vergelijking van de opties Doeltreffendheid Optie 1 kan niet voldoen aan deze doelstelling,
aangezien in dit geval weinig wordt gedaan om de commerciële toepassing van
oceaanenergie te bespoedigen. Optie 2 leidt mogelijk tot grotere samenwerking
en voorkomt dubbel werk; de resultaten zullen echter afhangen van de deelnamebereidheid
van belanghebbenden en zijn derhalve onzeker. Hoewel optie 3 naar verwachting
de vastgestelde knelpunten niet geheel kan wegnemen, zullen deze hierdoor
waarschijnlijk wel minder ernstig worden, wat een concrete stimulans voor de
sector betekent. Doelmatigheid Optie 1 voldoet niet aan deze voorwaarde,
aangezien in dit geval wordt afgezien van een belangrijk deel van, en mogelijk
zelfs alle economische voordelen die voortvloeien uit de ontwikkeling van de
sector oceaanenergie. Het opzetten van een forum in het kader van optie 2
vergt de nodige inspanningen, maar levert waarschijnlijk wel verbeteringen op.
De effecten zijn echter wel sterk afhankelijk van de deelnamebereidheid van de belanghebbenden.
Het opzetten van een Europees industrieel initiatief voor oceaanenergie (optie 3)
vraagt om een hogere inzet van de participerende belanghebbenden. Afgezet
tegen de kosten wordt optie 3 als het meest doelmatig beschouwd, met
uitzondering van de oprichting van een speciaal orgaan voor de bevordering van
de belangen van de sector op het gebied van netwerkplanning, aangezien dit
bestaande initiatieven overlapt. Samenhang Alle beleidsopties zijn coherent met de
beleidsdoelstellingen van de EU op lange termijn, inclusief de doelstellingen
betreffende klimaat, energie, milieu en economische groei. Haalbaarheid Hoewel sommige maatregelen haalbaar zijn op de
korte termijn, zijn andere maatregelen uit optie 3 alleen uitvoerbaar op de
langere termijn. Zo moet de sector bijvoorbeeld eerst een strategische
onderzoeksagenda vaststellen voordat een industrieel initiatief kan worden
opgezet. Voor richtsnoeren ter aanvulling van richtlijnen op milieugebied is het
nodig dat er gegevens over de milieueffecten beschikbaar zijn. De
sectorspecifieke richtsnoeren ter aanvulling van de richtlijn maritieme
ruimtelijke ordening kunnen pas worden opgesteld wanneer die richtlijn ten
uitvoer is gelegd en de effecten ervan bekend zijn. In plaats van een keuze te
maken tussen opties 2 en 3 is het daarom wellicht beter om de maatregelen van
optie 2 uit te voeren als eerste stap voor de eventuele uitvoering van de
maatregelen van optie 3, waardoor de sector in elk geval vorderingen kan
boeken. De vergelijkende analyse van de drie opties kan
als volgt worden samengevat: Optie 1 (huidig beleidskader) Een aantal initiatieven die van belang zijn voor
de ontwikkeling van de sector lopen al; zij houden echter geen rekening met bepaalde
specifieke behoeften van de sector. Als er geen specifieke maatregelen worden
genomen om oceaanenergie te ondersteunen, zullen de ontwikkelaars van deze technologie
te kampen krijgen met een sterke concurrentiedruk van meer geavanceerde
technologieën voor de opwekking van hernieuwbare en conventionele energie, die
in het verleden al geprofiteerd hebben van stimulerend beleid en omvangrijke
private en publieke investeringen. Optie 2 (verbeterde politieke en sectorale
coördinatie) Ondersteuning van de sector door het opzetten
van netwerken van belanghebbenden, vrijwillige informatie-uitwisseling en
sterkere integratie met bestaande financieringsmechanismen zal de knelpunten
waarschijnlijk tot op zekere hoogte verminderen en derhalve tot verbeteringen
leiden. De omvang van de positieve effecten is echter onzeker gezien de
vrijwillige aard van de initiatieven in kwestie. Optie 3 (gerichte structurele maatregelen) Afgezien van de instrumenten van optie 2 biedt
optie 3 doeltreffende hulpmiddelen om het profiel van de sector te versterken,
O&O en de samenwerking tussen belanghebbenden te verbeteren en een aantal
administratieve belemmeringen voor projectontwikkelaars weg te nemen. Optie 3
geeft een sterk politiek signaal af; sommige maatregelen zijn echter
vermoedelijk pas op de langere termijn uitvoerbaar. Tabel 1:
Vergelijking van de opties op basis van de verwachte resultaten || Optie 1 (status quo) || Optie 2 || Optie 3 Economische effecten Integrale kostprijs elektriciteit || + || ++ || +++ Consolidatie van onderzoek en ontwikkeling || 0/+ || ++ || +++ Kostprijs voor afnemers || - || -- || --- Concurrentievermogen || - || + || ++ Netwerkontwikkeling || + || ++ || ++ Ontwikkeling toeleveringsketens en havens || 0 || + || ++ Synergieën met andere sectoren || 0 || + || + Administratieve kosten* || - || ++/- || ++/- Milieueffecten Beperking klimaatverandering || + || ++ || +++ Overige ecologische effecten** || - || -- || --- Vermindering onzekerheid over milieueffecten || 0 || ++ || +++ Vergemakkelijking toepassing wetgeving || 0 || 0 || + Sociale effecten Scheppen van werkgelegenheid || + || ++ || +++ Scheppen van werkgelegenheid in gebieden met hoge werkloosheid || + || ++ || +++ Onderwijs en opleidingen || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. Inventarisatie vaardigheden || 0 || ++ || ++ Gezondheid en veiligheid || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. Publieke acceptatie*** || 0 || +/- || +/- Verklaring: + positief effect, ++ sterk positief effect,
- negatief effect, -- sterk negatief effect, 0 geen effect, n.v.t. – niet van
toepassing/zeer moeilijk te beoordelen. * Hoewel de bij opties 2 en 3 voorgestelde maatregelen
leiden tot een geleidelijke daling van de administratieve kosten, brengen de
administratieve stappen die nodig zijn om deze maatregelen door te voeren ook
kosten met zich mee. ** De aard en mate van de overige ecologische effecten
hangt sterk af van de specifieke technologie, maar er kan geredelijk worden
aangenomen dat indien OE op grotere schaal wordt toegepast, de negatieve
ecologische effecten zullen toenemen. *** Hangt af van de
inzet van de belanghebbenden. 8. Monitoring en evaluatie Voorgesteld wordt dat de Commissie de
vooruitgang van de sector oceaanenergie bijhoudt en evalueert op basis van de
indicatoren vermeld in tabel 2. De gegevens zullen worden verzameld door middel
van enquêtes die aan de belanghebbenden worden toegestuurd, waaronder
technologieontwikkelaars, projectontwikkelaars, investeerders en
gespecialiseerde onderzoeksinstellingen. Een eerste complete evaluatie dient
uiterlijk in 2020 plaats te vinden. Tabel
2: Kernindicatoren om de ontwikkeling van oceaanenergie te beoordelen Indicator || Relevantie Geïnstalleerd vermogen || Commerciële toepassing technologie Omvang investeringen in de sector || Perceptie van de betrouwbaarheid, efficiëntie en kosteneffectiviteit van de technologieën Aantal gezamenlijke projecten || Samenwerking in de sector, synergieën Aanlooptijd (d.w.z. de totale tijd die nodig is om goedkeuring voor de bouw en vergunningen voor netaansluiting te krijgen) || Doelmatigheid van plannings- en vergunningsprocedures [1] COM(2010) 2020, 3.3.2010.