Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van politiële samenwerking en justitiële samenwerking in strafzaken /* COM/2014/0715 final - 2014/0339 (COD) */
TOELICHTING 1. ACHTERGROND
VAN HET VOORSTEL Het is een prioriteit van de Commissie om te
zorgen dat het wetgevingsacquis van de EU actueel blijft en geschikt voor het
beoogde doel. Reeds in het interinstitutioneel akkoord inzake betere wetgeving
van 16 december 2003[1]
zijn het Europees Parlement, de Raad en de Commissie overeengekomen dat de
omvang van de wetgeving van de Europese Unie moet worden verminderd door
handelingen te schrappen die niet langer worden toegepast. Dergelijke handelingen zouden moeten
worden verwijderd uit het EU-acquis om de transparantie te verbeteren en alle burgers en lidstaten meer zekerheid
te bieden. Dit is in
overeenstemming met het beleid van de Commissie inzake gezonde regelgeving. In
haar mededeling van juni 2014 inzake het programma voor gezonde en
resultaatgerichte regelgeving (REFIT): stand van zaken en vooruitzichten[2], heeft de Commissie
verklaard dat ze het acquis op het gebied van politiële en justitiële
samenwerking in strafzaken onderzoekt om te bezien welke besluiten kunnen
worden geschrapt in het kader van het verstrijken van de in de Verdragen
neergelegde overgangstermijn De Commissie heeft nu haar beoordeling van de
rechtshandelingen op het gebied van vrijheid, veiligheid en justitie afgerond,
inclusief het acquis van de voormalige derdepijler. Een aantal handelingen die
in de vorige decennia zijn vastgesteld, hebben geen enkel effect meer. Deze
handelingen zijn achterhaald vanwege het tijdelijke karakter ervan, of doordat
de inhoud is overgenomen in latere handelingen. Omwille van de rechtszekerheid
stelt de Commissie voor dat de in dit voorstel neergelegde maatregelen worden
ingetrokken door het Europees Parlement en de Raad. I. Bij Gemeenschappelijk Optreden 96/610/JHA van de Raad[3] werd een
repertorium voor specifieke bekwaamheden, vaardigheden en expertise op het
gebied van de terrorismebestrijding aangelegd om deze algemener en
makkelijker toegankelijk te maken voor instanties in alle lidstaten, waardoor
het vermogen van de lidstaten tot terrorismebestrijding vergroot wordt. Dat
Gemeenschappelijk Optreden is achterhaald omdat bij Besluit 2009/371/JBZ van de
Raad[4] Europol werd belast met
de ondersteuning en de versterking van het optreden van de bevoegde
autoriteiten van de lidstaten en hun onderlinge samenwerking bij de voorkoming
en bestrijding van terrorisme, en omdat bij Besluit 2008/615/JBZ[5] van de Raad (het
zogenoemde Prüm-besluit) een nieuw kader werd ingevoerd voor
grensoverschrijdende samenwerking ter bestrijding van terrorisme. II.
Gemeenschappelijk Optreden 96/699/JBZ van de Raad[6] inzake
de uitwisseling van informatie over de chemische descriptie van drugs met het
oog op de vergemakkelijking van de bestrijding van de illegale drugshandel.
Dat Gemeenschappelijk Optreden is achterhaald als gevolg van de
inwerkingtreding van Besluit 2009/371/JBZ[7] van de Raad tot oprichting van
Europol, waarin de voormalige drugseenheid werd geïntegreerd, en de Overeenkomst betreffende de
wederzijdse
rechtshulp in strafzaken tussen de lidstaten
van de
Europese Unie[8], waardoor in een ruimere
samenwerking tussen de lidstaten op het gebied van drugsbeleid wordt voorzien. III. Gemeenschappelijk
Optreden 96/747/JBZ[9] van de Raad had tot doel
een nauwere samenwerking tussen de rechtshandhavingsinstanties van de lidstaten
tot stand te brengen door bijstand te verlenen in de strijd tegen criminaliteit
in de EU. Dat Gemeenschappelijk Optreden is achterhaald omdat bij Besluit
2009/371/JBZ[10]
van de Raad Europol werd belast met het ontwikkelen van deskundigheid over de
opsporingsmethoden van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten en met het
verlenen van advies aan de nationale autoriteiten bij onderzoeken. Bovendien
hebben de hoofden van de nationale Europol-eenheden (HENU) naar aanleiding van
de ontwikkeling van het Europol-platform voor deskundigen (EPE) op 16 februari
2012 besloten om het bij Gemeenschappelijk Optreden 96/747/JBZ ingevoerde
repertorium te sluiten. IV.
Gemeenschappelijk Optreden 96/750/JBZ van de Raad[11]
betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen en praktijken ter
bestrijding van drugsverslaving en ter voorkoming en bestrijding van de
illegale drugshandel. Dat Gemeenschappelijk Optreden is achterhaald na de
inwerkingtreding van de Overeenkomst betreffende de
wederzijdse
rechtshulp in strafzaken tussen de lidstaten
van de Europese Unie[12] waarbij een grotere samenwerking tussen de lidstaten op het
gebied van drugsbeleid
mogelijk wordt gemaakt, en van Kaderbesluit 2004/757/JBZ van de Raad[13]
betreffende minimumvoorschriften met betrekking tot strafbare feiten en met
betrekking tot straffen op het gebied van de illegale drugshandel waarbij
strengere voorschriften inzake definities en sancties met betrekking tot
bepaalde strafbare handelingen op het gebied van drugsbeleid worden vastgelegd. V. Bij Gemeenschappelijk Optreden 97/339/JBZ van de Raad[14] werd samenwerking
en verplichte gegevensuitwisseling tussen lidstaten met betrekking tot
grootschalige gebeurtenissen mogelijk gemaakt ter wille van het handhaven van
de openbare orde en het voorkomen van strafbare feiten. Dat
Gemeenschappelijk Optreden is achterhaald omdat bij Besluit 2008/615/JBZ[15] van de Raad (het
zogenoemde Prüm-besluit) een nieuw kader voor samenwerking is ingevoerd voor
het handhaven van de openbare orde en veiligheid in samenhang met grootschalige
evenementen en de uitwisseling van gegevens. Daarnaast zijn er bij de Besluiten
2002/348/JBZ[16]
en 2007/412/JBZ[17]
van de Raad nationale informatiepunten betreffende voetbal opgezet om
internationale politiesamenwerking en gegevensuitwisseling in verband met
voetbalwedstrijden met een internationale dimensie te coördineren en te
faciliteren. VI. Gemeenschappelijk Optreden 97/372/JBZ[18] had tot doel de
uitwisseling van informatie en inlichtingen tussen douaneautoriteiten en andere
rechtshandhavingsinstanties over met name drugs te bevorderen. Dat
Gemeenschappelijk Optreden is achterhaald na de inwerkingtreding van de
Overeenkomst van Napels[19]
waarbij in meer gedetailleerde regels werd voorzien voor de wederzijdse
bijstand en samenwerking tussen de lidstaten bij het voorkomen en opsporen van
inbreuken op de nationale douanevoorschriften, en bij het vervolgen en
bestraffen van inbreuken op de communautaire en nationale douanevoorschriften.
Voorts werd bij Besluit 2009/917/JBZ van de Raad[20] een
douane-informatiesysteem (DIS) opgezet om de doeltreffendheid van de
samenwerkings-en controleprocedures van de douneautoriteiten te verhogen. Dit
systeem heeft tot doel inbreuken op communautaire douane- of landbouwwetgeving
te voorkomen, onderzoeken en vervolgen. Voorts werd bij Besluit 2009/371/JBZ
van de Raad Europol belast met de taken ter ondersteuning van
douanesamenwerking. VII. Gemeenschappelijk
Optreden 98/427/JBZ[21] inzake goede praktijken bij wederzijdse rechtshulp
in strafzaken is achterhaald na de inwerkingtreding van de Overeenkomst betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de
lidstaten van de Europese Unie[22], die een grotere samenwerking in
strafzaken tussen de lidstaten mogelijk maakt. VIII. Besluit van de Raad van 3 december 1998 houdende vaststelling
van het Statuut voor de personeelsleden van Europol[23] was van toepassing op
personeel dat door Europol is aangeworven vóór de inwerkingtreding van Besluit
2009/371/JBZ van de Raad. De arbeidsovereenkomsten die van kracht zijn, zullen
echter binnenkort verstrijken met het achterhaald zijn van dit statuut als
gevolg. Bij de in het onderhavige voorstel neergelegde overgangsbepalingen
wordt bepaald dat dit besluit op deze arbeidsovereenkomsten van toepassing
blijft totdat zij zijn afgelopen. 2. RESULTATEN VAN DE
RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDE PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELING In de loop van 2014 vond in het kader van de Groep vrienden van het
voorzitterschap, die was samengeroepen teneinde alle kwesties te onderzoeken in
verband met de afloop van de overgangsperiode van vijf jaar die in artikel 10
van Protocol (nr. 36) bij de Verdragen was vastgelegd, een dialoog plaats
tussen de Commissie en de vertegenwoordigers van de lidstaten en het
secretariaat-generaal van de Raad om vast te stellen welke
wetgevingsmaatregelen van het acquis van de voormalige derde pijler achterhaald
waren. 3. JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET
VOORSTEL Samenvatting van de voorgestelde maatregelen Het voorstel strekt tot intrekking van een aantal wettelijke maatregelen van het acquis van de voormalige derde pijler waarvan vastgesteld is dat deze achterhaald zijn. Rechtsgrondslag De rechtsgrondslag voor het intrekken van Gemeenschappelijk Optreden 96/610/JBZ van de Raad is artikel 87, lid 2, onder c), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. De rechtsgrondslag voor het intrekken van Gemeenschappelijk Optreden 96/699/JBZ van de Raad is artikel 87, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. De rechtsgrondslag voor het intrekken van Gemeenschappelijk Optreden 96/747/JBZ van de Raad is artikel 88, lid 2, onder a), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. De rechtsgrondslag voor het intrekken van Gemeenschappelijk Optreden 96/750/JBZ van de Raad is artikel 83, lid 1, en 87, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. De rechtsgrondslag voor het intrekken van Gemeenschappelijk Optreden 97/339/JBZ van de Raad is artikel 87, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. De rechtsgrondslag voor het intrekken van Gemeenschappelijk Optreden 97/372/JBZ is artikel 87, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. De rechtsgrondslag voor het intrekken van Gemeenschappelijk Optreden 98/427/JBZ van de Raad is artikel 82, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. De rechtsgrondslag voor het intrekken van Besluit van de Raad van 3 december 1998 houdende vaststelling van het statuut voor de personeelsleden van Europol is artikel 88, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Subsidiariteits- en evenredigheidsbeginselen De maatregelen waarop dit voorstel betrekking heeft, zijn achterhaald vanwege hun tijdelijke karakter, of doordat de inhoud is overgenomen in latere handelingen. Het is derhalve in overeenstemming met de subsidiariteits- en evenredigheidsbeginselen om deze maatregelen in te trekken. Het is aan de wetgever van de Unie om de daarvoor noodzakelijke maatregelen vast te stellen. Keuze van instrumenten Voorgesteld instrument: verordening van het Europees Parlement en de Raad. Bij artikel 88, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is bepaald dat het Europees Parlement en de Raad bij verordeningen de structuur, de werking, het werkterrein en de taken van Europol vaststellen. Een verordening is derhalve het soort handeling waarin uitdrukkelijk is voorzien bij deze bepaling van primair recht. 4. GEVOLGEN
VOOR DE BEGROTING Het voorstel heeft geen gevolgen voor de
begroting 2014/0339 (COD) Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN
DE RAAD tot intrekking van bepaalde handelingen op
het gebied van politiële samenwerking en justitiële samenwerking in strafzaken HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN
DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag betreffende de werking van
de Europese Unie, en met name artikel 82, lid 1, artikel 83, lid 1, artikel 87,
lid 2, en artikel 88, lid 2, Gezien het voorstel van de Europese Commissie[24], Na toezending van het ontwerp van
wetgevingshandeling aan de nationale parlementen, Handelend volgens de gewone
wetgevingsprocedure, Overwegende hetgeen volgt: (1) Het transparanter maken van
het recht van de Unie is een essentieel onderdeel van de strategie voor beter
wetgeven die de instellingen van de Unie ten uitvoer leggen. In dat verband is
het dienstig handelingen die geen enkel doel meer dienen, uit de geldende
regelgeving te verwijderen. (2) Een aantal op het gebied van
politiële en justitiële samenwerking in strafzaken vastgestelde handelingen
zijn, hoewel zij niet zijn ingetrokken, achterhaald vanwege hun tijdelijke karakter, of doordat hun inhoud is overgenomen in latere handelingen. (3) Bij Gemeenschappelijk
Optreden 96/610/JBZ van de Raad[25]
werd een repertoire voor specifieke bekwaamheden, vaardigheden en expertise op
het gebied van terrorismebestrijding aangelegd om deze algemener en makkelijker
toegankelijk te maken voor instanties in alle lidstaten. Dat Gemeenschappelijk
Optreden is achterhaald omdat bij Besluit 2009/371/JBZ van de Raad[26] Europol werd belast
met de ondersteuning en de versterking van het optreden van de bevoegde
autoriteiten van de lidstaten en hun onderlinge samenwerking bij de voorkoming
en bestrijding van terrorisme, en omdat bij Besluit 2008/615/JBZ[27] van de Raad een nieuw
kader werd ingevoerd voor grensoverschrijdende samenwerking ter bestrijding van
terrorisme. (4) Bij Gemeenschappelijk
Optreden 96/699/JBZ van de Raad[28]
werd de Europol-Drugseenheid aangewezen als de instantie waaraan informatie van
lidstaten over chemische descriptie moest worden toegezonden. Dat
Gemeenschappelijk Optreden is achterhaald na de inwerkingtreding van Besluit 2009/371/JBZ[29] en van de Overeenkomst betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken
tussen de lidstaten.[30]. (5) Gemeenschappelijk Optreden
96/747/JBZ van de Raad[31]
had tot doel een nauwere samenwerking tussen de rechtshandhavingsinstanties van
de lidstaten tot stand te brengen door een repertorium voor specialistische
bekwaamheden, vaardigheden en expertise aan te leggen. Dat Gemeenschappelijk
Optreden is achterhaald omdat bij Besluit 2009/371/JBZ van de Raad Europol werd
belast met het ontwikkelen van deskundigheid op het gebied van de
opsporingsmethoden van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten en met het
verlenen van advies bij onderzoeken. (6) Gemeenschappelijk Optreden
96/750/JBZ van de Raad[32]
had tot doel de samenwerking van de betrokken autoriteiten van de lidstaten in
de strijd tegen drugsverslaving te verbeteren en de lidstaten op te roepen hun
wetgeving onderling aan te passen met het oog op een grotere verenigbaarheid,
voor zover dit nodig was om illegale drugshandel in de Europese Unie te
voorkomen en te bestrijden Dat
Gemeenschappelijk Optreden is achterhaald na de inwerkingtreding van de Overeenkomst betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de
lidstaten van de Europese Unie en
Kaderbesluit 2004/757/JBZ van de Raad[33]. (7) Bij Gemeenschappelijk
Optreden 97/339/JBZ van de Raad[34]
werd samenwerking en verplichte gegevensuitwisseling tussen lidstaten met
betrekking tot grootschalige evenementen waaraan grote aantallen mensen
deelnemen uit meer dan één lidstaat mogelijk gemaakt. Deze samenwerking en
gegevensuitwisseling hebben tot doel de openbare orde te handhaven, de mensen
en hun eigendommen te beschermen en strafbare feiten te voorkomen. Dat
Gemeenschappelijk Optreden is achterhaald na de inwerkingtreding van Besluiten
2008/615/JBZ[35],
2002/348/JBZ[36]
en 2007/412/JBZ van de Raad[37]
waarbij in nieuwe regels voor de uitwisseling van andere dan persoonsgegevens
en persoonsgegevens werden voorzien en waarbij andere vormen van samenwerking
voor het handhaven van de openbare orde en veiligheid bij grote evenementen
werden ingevoerd. (8) Gemeenschappelijk Optreden
97/372/JBZ[38]
had tot doel de uitwisseling van informatie en inlichtingen tussen
douaneautoriteiten en andere rechtshandhavingsinstanties over met name drugs te
bevorderen. Dat Gemeenschappelijk Optreden is achterhaald na de
inwerkingtreding van Akte 98/C 24/01[39]
van de Raad tot vaststelling van de Overeenkomst van Napels waarbij
gedetailleerde regels werden ingevoerd inzake de wederzijdse bijstand en
samenwerking tussen de lidstaten bij het voorkomen en opsporen van inbreuken op
de nationale douanevoorschriften, en van Besluit 2009/917/JBZ van de Raad[40] waarbij een
douane-informatiesysteem (DIS) werd ingevoerd om de doeltreffendheid van de
samenwerkings-en controleprocedures van de douneautoriteiten te verhogen, en
van Besluit 2009/371/JBZ van de Raad waarbij Europol werd belast met de taken
ter ondersteuning van douanesamenwerking. (9) Gemeenschappelijk Optreden 98/427/JBZ[41]
van de Raad inzake goede praktijken
bij wederzijdse rechtshulp in strafzaken had tot doel de uitwisseling
van goede praktijken tussen de lidstaten mogelijk te maken voor de uitvoering
van verzoeken om rechtshulp in strafzaken. Dat Gemeenschappelijk Optreden is achterhaald. Het is nooit
geëvalueerd en heeft de facto zijn belang verloren na de inwerkingtreding
van de Overeenkomst betreffende de
wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de lidstaten. (10) Besluit 1999/C 26/07 van de
Raad[42]
is nog steeds van toepassing op personeel dat door Europol is aangeworven vóór
de inwerkingtreding van Besluit 2009/371/JBZ van de Raad. De van kracht zijnde
arbeidsovereenkomsten zullen echter verstrijken waardoor dit statuut
achterhaald is. (11) Omwille van de rechtszekerheid
en de duidelijkheid moeten deze achterhaalde Gemeenschappelijke Optredens en
deze achterhaalde akte van de Raad worden ingetrokken. (12) De doelstelling van deze
verordening, namelijk het intrekken van bepaalde achterhaalde handelingen van
de Unie op het gebied van politiële en justitiële samenwerking in strafzaken,
kan niet door de lidstaten worden verwezenlijkt, maar enkel op het niveau van
de Unie: deze verordening voldoet derhalve aan de vereisten van het in artikel
5 van het Verdrag neergelegde subsidiariteitsbeginsel. Overeenkomstig het in
hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet
verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken. (13) Overeenkomstig artikel 1 van
het aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de
werking van de Europese Unie gehechte Protocol (nr. 22) betreffende de positie
van Denemarken, neemt Denemarken geen deel aan de vaststelling van dit besluit. (14) Overeenkomstig de artikelen 1
en 2 van het aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag
betreffende de werking van de Europese Unie gehechte Protocol (nr. 21)
betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van
de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht en onverminderd artikel 4 van dat
protocol, nemen deze lidstaten geen deel aan de vaststelling van deze
verordening, HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD: Artikel 1
Intrekking van achterhaalde handelingen De Gemeenschappelijke Optredens 96/610/JBZ, 96/699/JBZ, 96/747/JBZ, 96/750/JBZ,
97/339/JBZ, 97/372/JBZ 98/427/JBZ en Besluit 1999/C 26/07 van de Raad worden ingetrokken.
Artikel 2
Overgangsbepalingen Besluit 1999/C 26/07 van de Raad blijft gelden
voor krachtens dat besluit gesloten arbeidsovereenkomsten. Artikel 3 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de
twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de
Europese Unie. Deze verordening is verbindend in al
haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, Voor het Europees Parlement Voor
de Raad De voorzitter De
voorzitter [1] PB C 321 van 31.12.2003, blz. 1. [2] COM(2014) 368 final van 18.6.2014. [3] Gemeenschappelijk Optreden
96/610/JBZ van 15 oktober 1996 aangenomen door de Raad op basis van artikel K.3
van het Verdrag betreffende de Europese Unie inzake het aanleggen en bijhouden
van een repertorium voor specifieke bekwaamheden, vaardigheden en expertise op
het gebied van terrorismebestrijding teneinde de samenwerking bij de terrorismebestrijding
tussen de lidstaten van de Europese Unie te vergemakkelijken (PB L 273 van
25.10.1996, blz. 1). [4] Besluit 2009/371/JBZ van de Raad van 6 april 2009
tot oprichting van de Europese politiedienst (Europol) (PB L 121 van 15.5.2009,
blz. 37). [5] Besluit 2008/615/JBZ van de Raad van 23 juni 2008 inzake
de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter
bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit
(PB L 210 van 6.8.2008, blz. 1). [6] Gemeenschappelijk Optreden
96/699/JBZ van 29 november 1996 door de Raad aangenomen op grond van artikel
K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie inzake de uitwisseling van
informatie over de chemische descriptie van drugs met het oog op de
vergemakkelijking van een betere samenwerking tussen de lidstaten bij de
bestrijding van de illegale drugshandel (PB L 322 van 12.12.96, blz. 5) [7] Besluit 2009/371/JBZ
van de Raad van 6 april 2009 tot oprichting van de Europese politiedienst
(Europol), PB L 121 van 15.5.2009, blz. 37. [8] Overeenkomst
van 29 mei 2000, door
de Raad vastgesteld overeenkomstig artikel 34 van het Verdrag betreffende de Europese Unie betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie. [9] Gemeenschappelijk Optreden 96/747/JBZ van de Raad van 29
november 1996 aangenomen door de Raad op basis van artikel K.3 van het Verdrag
betreffende de Europese Unie inzake het aanleggen en bijhouden van een
repertorium voor specialistische bekwaamheden, vaardigheden en expertise op het
gebied van de bestrijding van de internationale georganiseerde criminaliteit
teneinde de samenwerking tussen de lidstaten van de Europese Unie op het gebied
van wetshandhaving te vergemakkelijken (PB L 342 van 31.12.1996, blz. 2). [10] Besluit 2009/371/JBZ van de Raad van 6 april 2009 tot
oprichting van de Europese politiedienst (Europol) (PB L 121 van 15.5.2009,
blz. 37). [11] Gemeenschappelijk Optreden 96/750/JBZ van de Raad van 17
december 1996 door de Raad aangenomen op basis van artikel K.3 van het Verdrag
betreffende de Europese Unie, betreffende de onderlinge aanpassing van de
wetgevingen en praktijken van de lidstaten van de Europese Unie ter bestrijding
van drugsverslaving en ter voorkoming en bestrijding van de illegale
drugshandel (PB L 342 van 31.12.1996, blz. 6). [12] Overeenkomst van 29 mei 2000, door de Raad vastgesteld overeenkomstig artikel 34 van het Verdrag
betreffende de Europese Unie betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken
tussen de lidstaten van de Europese Unie en het Protocol bij de Overeenkomst betreffende de wederzijdse
rechtshulp in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie door de Raad
vastgesteld overeenkomstig artikel 34 van het Verdrag betreffende de
Europese Unie (PB C 326 van 21.11.2001). [13] Kaderbesluit 2004/757/JBZ van
de Raad van 25 oktober 2004 betreffende de vaststelling van
minimumvoorschriften met betrekking tot de bestanddelen van strafbare feiten en
met betrekking tot straffen op het gebied van de illegale drugshandel (PB L 335
van 11.11.2004, blz. 8). [14] Gemeenschappelijk Optreden 97/339/JBZ van de Raad van 26
mei 1997 door de Raad aangenomen op grond van artikel K.3 van het Verdrag
betreffende de Europese Unie met betrekking tot de samenwerking op het terrein
van de openbare orde en veiligheid (PB L 147 van 5.6.1997, blz.1). [15] Besluit 2008/615/JBZ van de Raad van 23 juni 2008 inzake
de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter
bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit (PB L 210 van
6.8.2008, blz. 1). [16] Besluit 2002/348/JBZ van de Raad van 25 april 2002 inzake
veiligheid naar aanleiding van voetbalwedstrijden met een internationale
dimensie (PB L 121 van 8.5.2002, blz. 1). [17] Besluit 2007/412/JBZ van de Raad van 12 juni 2007 tot
wijziging van Besluit 2002/348/JBZ inzake veiligheid naar aanleiding van
voetbalwedstrijden met een internationale dimensie (PB L 155 van 15.6.2007,
blz. 76). [18] Gemeenschappelijk Optreden 97/372/JBZ van de Raad van 9
juni 1997 door de Raad aangenomen op basis van artikel K.3 van het Verdrag
betreffende de Europese Unie, betreffende het verfijnen van de criteria voor
gerichte controles, selectiemethodes, enz. en het verzamelen van douane- en
politie-informatie (PB L 159 van 17.6.1997, blz. 1). [19] Akte 98/C 24/01 van de Raad van 18 december 1997 tot
vaststelling van de overeenkomst op grond van artikel K.3 van het Verdrag
betreffende de Europese Unie inzake wederzijdse bijstand en samenwerking tussen
de douaneadministraties (PB C 24 van 23.1.1998). [20] Besluit 2009/917/JBZ van de Raad van 30 november 2009
inzake het gebruik van informatica op douanegebied (PB L 323 van 10.12.2009,
blz. 20). [21] Gemeenschappelijk
Optreden 98/427/JBZ van
de Raad van 29 juni 1998 door de Raad
aangenomen op grond van artikel
K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, inzake goede
praktijken bij wederzijdse rechtshulp in
strafzaken. [22] Overeenkomst van 29 mei 2000, door de Raad vastgesteld overeenkomstig artikel 34 van het Verdrag
betreffende de Europese Unie betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken
tussen de lidstaten van de Europese Unie en het Protocol bij de Overeenkomst betreffende de wederzijdse
rechtshulp in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie door de Raad
vastgesteld overeenkomstig artikel 34 van het Verdrag betreffende de
Europese Unie (PB C 326 van 21.11.2001). [23] PB C 026 van 30.1.1999, blz. 23. [24] XXX [25] Gemeenschappelijk Optreden
96/610/JBZ van 15 oktober 1996 aangenomen door de Raad op basis van artikel K.3
van het Verdrag betreffende de Europese Unie inzake het aanleggen en bijhouden
van een repertorium voor specifieke bekwaamheden, vaardigheden en expertise op
het gebied van terrorismebestrijding teneinde de samenwerking bij de
terrorismebestrijding tussen de Lid- Staten van de Europese Unie te
vergemakkelijken (PB L 273 van 25.10.1996, blz. 1). [26] Besluit 2009/371/JBZ van de Raad van 6 april 2009 tot
oprichting van de Europese politiedienst (Europol) (PB L 121 van 15.5.2009,
blz. 37). [27] Besluit 2008/615/JBZ van de Raad van 23 juni 2008 inzake
de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter
bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit (PB L 210 van 6.8.2008,
blz. 1). [28] Gemeenschappelijk Optreden
96/699/JBZ van 29 november 1996 door de Raad aangenomen op grond van artikel
K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie inzake de uitwisseling van
informatie over de chemische descriptie van drugs met het oog op de
vergemakkelijking van een betere samenwerking tussen de lidstaten bij de
bestrijding van de illegale drugshandel (PB L 322 van 12.12.1996, blz. 5) [29] Besluit
2009/371/JBZ van de Raad van 6 april 2009 tot oprichting van de
Europese politiedienst (Europol), (PB L 121 van 15.5.2009, blz. 37.) [30] Overeenkomst
van 29 mei 2000, door de Raad vastgesteld overeenkomstig artikel 34 van het Verdrag betreffende de
Europese Unie
betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de lidstaten
van de Europese Unie
(PB C 197 van 12.7.2000, blz. 3) en het Protocol bij de Overeenkomst betreffende de wederzijdse
rechtshulp in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie door de Raad
vastgesteld overeenkomstig artikel 34 van het Verdrag betreffende de
Europese Unie (PB C 326 van 21.11.2001, blz. 1). [31] Gemeenschappelijk Optreden 96/747/JBZ van de Raad van 29
november 1996 door de Raad aangenomen op basis van artikel K.3 van het Verdrag
betreffende de Europese Unie inzake het aanleggen en bijhouden van een repertorium
voor specialistische bekwaamheden, vaardigheden en expertise op het gebied van
de bestrijding van de internationale georganiseerde criminaliteit teneinde de
samenwerking tussen de lidstaten van de Europese Unie op het gebied van
wetshandhaving te vergemakkelijken (PB L 342 van 31.12.1996, blz. 2). [32] Gemeenschappelijk Optreden 96/750/JBZ van de Raad van 17
december 1996 door de Raad aangenomen op basis van artikel K.3 van het Verdrag
betreffende de Europese Unie, betreffende de onderlinge aanpassing van de
wetgevingen en praktijken van de lidstaten van de Europese Unie ter bestrijding
van drugsverslaving en ter voorkoming en bestrijding van de illegale
drugshandel (PB L 342 van 31.12.1996, blz. 6). [33] Kaderbesluit 2004/757/JBZ van de Raad van 25 oktober 2004
betreffende de vaststelling van minimumvoorschriften met betrekking tot de
bestanddelen van strafbare feiten en met betrekking tot straffen op het gebied
van de illegale drugshandel (PB L 335 van 11.11.2004, blz. 8). [34] Gemeenschappelijk Optreden 97/339/JBZ van 26 mei 1997 door
de Raad aangenomen op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de
Europese Unie met betrekking tot de samenwerking op het terrein van de openbare
orde en veiligheid (PB L 147 van 5.6.1997, blz.1). [35] Besluit 2008/615/JBZ van de Raad van 23 juni 2008 inzake
de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter
bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit (PB L 210 van
6.8.2008, blz. 1). [36] Besluit 2002/348/JBZ van de Raad van 25 april 2002 inzake
veiligheid naar aanleiding van voetbalwedstrijden met een internationale
dimensie (PB L 121 van 8.5.2002, blz. 1). [37] Besluit 2007/412/JBZ van de Raad van 12 juni 2007 tot
wijziging van Besluit 2002/348/JBZ inzake veiligheid naar aanleiding van
voetbalwedstrijden met een internationale dimensie (PB L 155 van 15.6.2007,
blz. 76). [38] Gemeenschappelijk Optreden 97/372/JBZ van 9 juni 1997 door
de Raad aangenomen op basis van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de
Europese Unie, betreffende het verfijnen van de criteria voor gerichte
controles, selectiemethodes en het verzamelen van douane- en politie-informatie
(PB L 159 van 17.6.1997, blz. 1). [39] Akte 98/C 24/01 van de Raad van 18 december 1997 tot
vaststelling van de overeenkomst op grond van artikel K.3 van het Verdrag
betreffende de Europese Unie inzake wederzijdse bijstand en samenwerking tussen
de douaneadministraties (de Overeenkomst van Napels) (PB C 24 van 23.1.1998). [40] Besluit 2009/917/JBZ van de Raad van 30 november 2009
inzake het gebruik van informatica op douanegebied (PB L 323 van 10.12.2009,
blz.20). [41] Gemeenschappelijk
Optreden 98/427/JBZ van
de Raad van 29 juni 1998
door de Raad aangenomen
op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende
de Europese Unie,
inzake goede praktijken
bij wederzijdse rechtshulp in strafzaken (PB L 191 van 7.7.1998, blz. 1).. [42] Besluit 1999/C 26/07 van de Raad van 3 december 1998
houdende vaststelling van het statuut voor de personeelsleden van Europol (PB C
26 van 30.1.1999, blz. 23).