52014PC0585

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende de tariefbehandeling van goederen van oorsprong uit Ecuador /* COM/2014/0585 final - 2014/0287 (COD) */


TOELICHTING

1.           ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

De onderhandelingen met Ecuador over de toetreding van dat land tot de handelsovereenkomst tussen de EU en Colombia/Peru zijn op 17 juli 2014 voltooid. Ter afronding van deze onderhandelingen is op [...] het Protocol betreffende de toetreding van Ecuador tot de Overeenkomst (hierna "het toetredingsprotocol") geparafeerd.

Om in afwachting van de voltooiing van de procedures voor de goedkeuring en toepassing van het toetredingsprotocol de handel niet onnodig te verstoren, moet worden gewaarborgd dat de op de datum van parafering van het toetredingsprotocol toegepaste douanerechten niet worden verhoogd en dat er op producten van oorsprong uit Ecuador geen nieuwe douanerechten worden ingesteld. Daarom voorziet de voorgestelde verordening in de handhaving van de op de datum van parafering van het toetredingsprotocol op Ecuador toegepaste rechtentarieven.

Deze verordening zal van toepassing zijn met ingang van 1 januari 2015 tot en met zes maanden nadat het toetredingsprotocol in werking treedt (of, in voorkomend geval, voorlopig wordt toegepast), en uiterlijk tot 31 december 2016. Deze tijdspanne is nodig om zowel de EU als Ecuador voldoende tijd te bieden voor het verrichten van alle vereiste interne procedures met betrekking tot de toepassing van het toetredingsprotocol. Door het noodzakelijke overleg over het toetredingsprotocol en de goedkeuring ervan door Colombia en Peru zou extra vertraging kunnen ontstaan voorafgaand aan het besluit van de Commissie inzake het voorstel voor de besluiten van de Raad betreffende de ondertekening en voorlopige toepassing en betreffende de sluiting van het toetredingsprotocol. De mogelijke overlapping van deze verordening met de toepassing van het toetredingsprotocol gedurende zes maanden wordt nodig geacht om de marktdeelnemers in staat te stellen zich aan te passen aan de nieuwe procedures.

2.           RESULTATEN VAN DE RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDE PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELING

Niet van toepassing.

3.           JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET VOORSTEL

De rechtsgrondslag van dit voorstel is artikel 207, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

4.           GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

De voorgestelde verordening handhaaft de huidige markttoegangsregelingen en heeft in die zin geen bijkomende financiële gevolgen voor de begroting van de Unie. Zonder toepassing ervan zouden de douaneontvangsten echter kunnen stijgen.

De omvang van die douaneontvangsten valt moeilijk te voorspellen, maar zou in ieder geval betrekkelijk beperkt zijn. De rechtenbesparingen voor Ecuador op grond van de huidige markttoegangsregeling die op 1 januari 2015 vervalt, bedragen ongeveer 215 miljoen euro (gebaseerd op handelscijfers van 2013). De uitvoer van Ecuador naar de EU is in hoge mate geconcentreerd en 95 % van de besparingen zijn terug te voeren op de uitvoer van vijf productgroepen met een gemiddeld douanerecht van 16 %. De toepassing van "erga omnes"-rechten op deze producten zou de uitvoer van deze producten naar de EU aanzienlijk doen verminderen en de daadwerkelijke gevolgen voor de begroting van de EU verder verkleinen.

2014/0287 (COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende de tariefbehandeling van goederen van oorsprong uit Ecuador

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 207, lid 2,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)       Artikel 329 van de op 26 juni 2012 ondertekende handelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Colombia en Peru, anderzijds (hierna "de overeenkomst" genoemd), voorziet in de mogelijkheid dat andere lidstaten van de Andesgemeenschap tot de overeenkomst toetreden.

(2)       Naar aanleiding van het verzoek van Ecuador om hervatting van de onderhandelingen met de Unie om partij te worden bij de overeenkomst, zijn in 2014 tussen de Unie en Ecuador onderhandelingen gevoerd. Ter afronding van deze onderhandelingen is op [...] het Protocol betreffende de toetreding van Ecuador tot de overeenkomst (hierna "het toetredingsprotocol") geparafeerd.

(3)       Naar aanleiding van de parafering van het toetredingsprotocol moet een tijdelijke wederkerigheidsregeling ter instelling van een vrijhandelsruimte met Ecuador worden getroffen om te voorkomen dat de handel onnodig wordt verstoord. Daarom mogen de op de datum van parafering van het toetredingsprotocol toegepaste douanerechten met ingang van 1 januari 2015 niet worden verhoogd en mogen op producten van oorsprong uit Ecuador geen nieuwe douanerechten worden toegepast.

(4)       Deze verordening handhaaft derhalve met ingang van 1 januari 2015 de op [datum van parafering van het toetredingsprotocol] op Ecuador toegepaste rechtentarieven.

(5)       Deze maatregel laat maatregelen op grond van de Verordeningen (EG) nrs. 597/2009[1], 1225/2009[2]en 260/2009[3] onverlet.

(6)       Als voorwaarde voor de toepassing van de tariefbehandeling overeenkomstig deze verordening mag Ecuador ten aanzien van de invoer van producten van oorsprong uit de Unie na [datum van parafering van het toetredingsprotocol] geen nieuwe douanerechten of heffingen van gelijke werking dan wel nieuwe kwantitatieve beperkingen of maatregelen van gelijke werking instellen, de bestaande douanerechten of heffingen niet verhogen en geen andere beperkingen invoeren.

(7)       Om te waarborgen dat Ecuador zijn verplichtingen ten aanzien van de belangrijkste internationale verdragen inzake mensen- en arbeidsrechten, milieubescherming en goed bestuur nakomt, moet de toepassing van deze maatregel afhankelijk zijn van de verdere effectieve tenuitvoerlegging van die verdragen.

(8)       Om fraude te voorkomen, moet aan het recht om gebruik te maken van de tariefbehandeling uit hoofde van deze verordening de voorwaarde worden verbonden dat Ecuador voldoet aan de desbetreffende regels inzake de oorsprong van producten en de daarmee samenhangende procedures.

(9)       Bepaald moet worden dat, wanneer na onderzoek van de Commissie blijkt dat een product van oorsprong uit Ecuador ernstige moeilijkheden veroorzaakt of dreigt te veroorzaken voor producenten van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten in de Unie, de normale rechten van het gemeenschappelijk douanetarief worden toegepast.

(10)     Voor het geval dat één van de in deze verordening neergelegde voorwaarden niet wordt nageleefd, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om de tariefbehandeling tijdelijk geheel of ten dele te schorsen. Deze bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad[4].

(11)     Deze verordening moet van toepassing zijn tot en met zes maanden na de inwerkingtreding van de relevante bepalingen van het toetredingsprotocol of de datum van voorlopige toepassing ervan, en uiterlijk tot en met 31 december 2016,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a)           "tariefbehandeling": de rechten en behandeling die worden toegepast op goederen van oorsprong uit Ecuador als bedoeld in artikel 2;

b)           "rechten van het gemeenschappelijk douanetarief": de rechten die zijn vermeld in deel II van bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad[5], als gewijzigd, met uitzondering van de rechten die als deel van tariefcontingenten zijn vastgesteld;

c)           "product(en) van oorsprong uit Ecuador": producten die voldoen aan de oorsprongsvereisten van titel II, hoofdstuk 2, van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad[6] en, afhankelijk van de gevraagde tariefbehandeling, van de bepalingen van titel IV, hoofdstuk 1, artikel 2, of hoofdstuk 2, afdeling 1, van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie[7].

Artikel 2

Tariefbehandeling

1.           De op [datum van parafering van het protocol] op producten van oorsprong uit Ecuador toegepaste douanerechten worden niet verhoogd en na die datum worden geen nieuwe douanerechten op die producten ingesteld.

2.           De in lid 1 voorziene tariefbehandeling laat eventuele maatregelen op grond van de Verordeningen (EG) nrs. 597/2009, 1225/2009 en 260/2009 onverlet.

Artikel 3

Voorwaarden voor recht op de tariefbehandeling

Het recht op de in artikel 2 vastgestelde tariefbehandeling is afhankelijk van de volgende voorwaarden:

a)           naleving van de op [datum van parafering van het Protocol van toetreding] toepasselijke regels inzake de oorsprong als bedoeld in artikel 1, onder c), en de daarmee samenhangende procedures, in voorkomend geval met inbegrip van bepalingen inzake doeltreffende administratieve samenwerking;

b)           Ecuador voert na [de datum van parafering van het toetredingsprotocol] geen nieuwe douanerechten of heffingen van gelijke werking dan wel nieuwe kwantitatieve beperkingen of maatregelen van gelijke werking in voor de invoer van producten uit de Unie, verhoogt de bestaande douanerechten of heffingen niet en voert geen andere beperkingen in;

c)           Ecuador maakt de ratificatie en de effectieve uitvoering van de in de bijlage bij deze Verordening genoemde verdragen, overeenkomsten en protocollen niet ongedaan en aanvaardt zonder voorbehoud de rapportageverplichtingen, het regelmatige toezicht op en de evaluatie van zijn staat van dienst ter zake overeenkomstig de bepalingen van de verdragen, overeenkomsten en protocollen die het geratificeerd heeft;

d)           samenwerking met de Europese Commissie en verstrekking van alle noodzakelijke informatie aan de hand waarvan de naleving van de onder c) genoemde vereisten door Ecuador kan worden beoordeeld;

e)           Ecuador blijft zich inspannen voor de ondertekening en ratificatie van het toetredingsprotocol bij de handelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Colombia en Peru, anderzijds.

Artikel 4

Tijdelijke schorsing

Indien de Commissie van oordeel is dat er voldoende bewijs is dat de in artikel 3 vastgelegde voorwaarden niet worden nageleefd, kan zij uitvoeringshandelingen vaststellen teneinde de tariefbehandeling ten aanzien van alle of bepaalde producten van oorsprong uit Ecuador tijdelijk te schorsen. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 6, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Artikel 5

Vrijwaringsclausule

Wanneer een product van oorsprong uit Ecuador wordt ingevoerd in hoeveelheden en/of tegen prijzen die ernstige moeilijkheden veroorzaken of dreigen te veroorzaken voor producenten van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten in de Unie, kunnen met overeenkomstige toepassing van de procedureregels van Verordening (EU) nr. 19/2013 van het Europees Parlement en de Raad[8] op dat product opnieuw de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief worden ingesteld.

Artikel 6

Comitéprocedure

1.           De Commissie wordt voor de toepassing van artikel 4 van deze verordening bijgestaan door het Comité douanewetboek, ingesteld bij artikel 248 bis van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

2.           Wanneer naar dit artikel wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Artikel 7

Inwerkingtreding, toepassing en vervaldatum

1.           Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

2.           Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2015.

3.           Deze verordening vervalt zes maanden na de inwerkingtreding van het toetredingsprotocol of, in voorkomend geval, de datum van voorlopige toepassing ervan, en uiterlijk op 31 december 2016. De Commissie publiceert in het Publicatieblad van de Europese Unie een bericht indien deze verordening vóór 31 december 2016 buiten werking treedt.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement                        Voor de Raad

De voorzitter                                                  De voorzitter

[1]               Verordening (EG) nr. 597/2009 van de Raad van 11 juni 2009 betreffende bescherming tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid van de Europese Gemeenschap zijn (PB L 188 van 18.7.2009, blz. 93).

[2]               Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (PB L 343 van 22.12.2009, blz. 51).

[3]               Verordening (EG) nr. 260/2009 van de Raad van 26 februari 2009 betreffende de gemeenschappelijke invoerregeling (PB L 84 van 31.3.2009, blz. 1).

[4]               Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).

[5]               Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1).

[6]               Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PB L 302 van 19.10.1992, blz. 1).

[7]               Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1).

[8]               Verordening (EU) nr. 19/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2013 tot uitvoering van de bilaterale vrijwaringsclausule en het stabilisatiemechanisme voor bananen in de handelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Colombia en Peru, anderzijds (PB L 17 van 9.1.2013, blz. 1).

BIJLAGE

In artikel 3, onder c), bedoelde verdragen, overeenkomsten en protocollen

VN/IAO-verdragen betreffende fundamentele mensen- en arbeidsrechten

1.           Verdrag inzake de voorkoming en de bestraffing van genocide (1948)

2.           Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie (1965)

3.           Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (1966)

4.           Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten (1966)

5.           Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen (1979)

6.           Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing (1984)

7.           Verdrag inzake de rechten van het kind (1989)

8.           Verdrag betreffende de gedwongen of verplichte arbeid, nr. 29 (1989)

9.           Verdrag betreffende de vrijheid tot het oprichten van vakverenigingen en de bescherming van het vakverenigingsrecht, nr. 87 (1948)

10.         Verdrag betreffende de toepassing van de beginselen van het recht zich te organiseren en collectief te onderhandelen, nr. 98 (1949)

11.         Verdrag betreffende gelijke beloning van mannelijke en vrouwelijke arbeidskrachten voor arbeid van gelijke waarde, nr. 100 (1951)

12.         Verdrag betreffende de afschaffing van gedwongen arbeid, nr. 105 (1957)

13.         Verdrag betreffende discriminatie in arbeid en beroep, nr. 111 (1958)

14.         Verdrag betreffende de minimumleeftijd voor toelating tot het arbeidsproces, nr. 138 (1973)

15.         Verdrag betreffende het verbod op en de onmiddellijke actie voor de uitbanning van de ergste vormen van kinderarbeid, nr. 182 (1999)

Verdragen betreffende beginselen op het gebied van milieu en goed bestuur

16.         Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde dier- en plantensoorten (1973)

17.         Protocol van Montreal betreffende stoffen die de ozonlaag afbreken (1987)

18.         Verdrag van Bazel inzake de beheersing van de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen en de verwijdering ervan (1989)

19.         Verdrag inzake biologische diversiteit (1992)

20.         Raamverdrag van de VN inzake klimaatverandering (1992)

21.         Protocol van Cartagena inzake bioveiligheid (2000)

22.         Verdrag van Stockholm inzake persistente organische verontreinigende stoffen (2001)

23.         Protocol van Kyoto bij het Raamverdrag van de VN inzake klimaatverandering (1998)

24.         Enkelvoudig Verdrag van de Verenigde Naties inzake verdovende middelen (1961)

25.         Verdrag inzake psychotrope stoffen (1971)

26.         Verdrag van de Verenigde Naties tegen de sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen (1988)

27.         Verdrag van de VN ter bestrijding van corruptie (2004)