Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende de gemeenschappelijke regeling voor de invoer uit bepaalde derde landen (herschikking) /* COM/2014/0323 final - 2014/0168 (COD) */
TOELICHTING 1. In de context van een Europa van de
burgers hecht de Commissie groot belang aan het vereenvoudigen en
verduidelijken van het recht van de Unie om het duidelijker en toegankelijker
te maken voor de gewone burger, zodat deze nieuwe mogelijkheden krijgt en in
staat wordt gesteld gebruik te maken van de specifieke rechten die hij aan het
recht van de Unie kan ontlenen. Dit doel kan niet worden verwezenlijkt zolang
talloze bepalingen die meermaals en vaak ingrijpend zijn gewijzigd,
gedeeltelijk in de oorspronkelijke handeling en gedeeltelijk in de latere
wijzigingshandelingen te vinden zijn. Om dan na te gaan wat de geldende regels
zijn, is veel zoekwerk vereist, waarbij een groot aantal handelingen moet
worden vergeleken. Codificatie van meermaals gewijzigde regels is dan
ook van essentieel belang om het recht duidelijk en doorzichtig te maken. 2. Bij haar besluit van 1 april 1987[1] heeft de Commissie haar diensten opgedragen alle handelingen na maximaal
tien wijzigingen te codificeren, waarbij zij erop wijst dat dit een
minimumregel is en dat haar diensten ter wille van de duidelijkheid en het
juiste begrip van de bepalingen ernaar zouden moeten streven de teksten
waarvoor zij verantwoordelijkheid dragen, met nog kortere tussenpozen te
codificeren. 3. De conclusies van het
voorzitterschap van de Europese Raad van Edinburgh (december 1992) hebben dit
bevestigd[2] en het belang van codificatie onderstreept, omdat daarmee
rechtszekerheid wordt verschaft omtrent de vraag welke wet op een gegeven
moment op een bepaald onderwerp van toepassing is. Bij codificatie moet de normale procedure voor de
vaststelling van handelingen van de Unie volledig in acht worden genomen. 4. Dit voorstel beoogt de codificatie
van Verordening (EG) nr. 625/2009 van de Raad van 7 juli 2009 betreffende de
gemeenschappelijke regeling voor de invoer uit bepaalde derde landen[3]. De nieuwe verordening vervangt de verschillende handelingen die erin
zijn verwerkt[4] en laat de inhoud van de handelingen die worden gecodificeerd onverlet.
Tevens is het nuttig een aantal derde landen in bijlage I bij Verordening (EG)
nr. 625/2009 te schrappen, een fout in de wijzigingshandeling van die
verordening te herstellen en Verordening (EG) nr. 427/2003 in te trekken. Om
die reden wordt dit voorstel in de vorm van een herschikking ingediend. 5. Dit voorstel voor een herschikking
is opgesteld op basis van een voorafgaande consolidatie, in 22 officiële
talen, van Verordening (EG) nr. 625/2009 en de handeling tot wijziging daarvan,
met behulp van een gegevensverwerkingssysteem van het Bureau voor
publicaties van de Europese Unie. Voor zover de artikelen zijn vernummerd, is
het verband tussen de oude en de nieuwe nummering weergegeven in een
concordantietabel die is opgenomen in bijlage IV bij de herschikte verordening. ê 625/2009 (aangepast) 2014/0168 (COD) Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN
DE RAAD betreffende de gemeenschappelijke regeling
voor de invoer uit bepaalde derde landen (herschikking) HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN
DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag Ö betreffende de
werking van de Europese Unie Õ , en met name
artikel Ö 207, lid
2 Õ , Gezien het voorstel van de Europese Commissie, Na toezending van het ontwerp van
wetgevingshandeling aan de nationale parlementen, Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité[5], Handelend volgens de gewone
wetgevingsprocedure, Overwegende hetgeen volgt: ò nieuw (1) Verordening
(EG) nr. 625/2009 van de Raad[6] is ingrijpend gewijzigd[7]. Aangezien
nieuwe wijzigingen nodig zijn, dient ter wille van de duidelijkheid tot
herschikking van die verordening te worden overgegaan. ê 625/2009
overweging 2 (aangepast) (2) Ö Het
gemeenschappelijk handelsbeleid Õ dient op eenvormige Ö beginselen Õ te berusten. ê 625/2009
overweging 5 (aangepast) (3) Een eenvormige regeling voor
de invoer dient te worden Ö verzekerd Õ door het vaststellen
van bepalingen die zoveel mogelijk overeenstemmen met die van de
gemeenschappelijke regeling die op andere derde landen van toepassing is, met
inachtneming evenwel van de bijzondere kenmerken van de economische systemen
van de betrokken derde landen. ê 625/2009
overweging 6 (4) De gemeenschappelijke
regeling voor de invoer is ook van toepassing op steenkool- en staalproducten,
onverminderd eventuele maatregelen ter uitvoering van een overeenkomst die
specifiek op deze producten betrekking heeft. ê 625/2009
overweging 7 (aangepast) (5) De liberalisering van de
invoer, dat wil zeggen de afwezigheid van kwantitatieve beperkingen, moet
derhalve het uitgangspunt zijn van de Ö Unieregeling Õ ter zake. ê 625/2009
overweging 8 (6) Voor een aantal producten
moet de Commissie de voorwaarden bij de invoer, de ontwikkeling van de invoer,
de diverse aspecten van de economische en commerciële situatie en de eventueel
te nemen maatregelen onderzoeken. ê 625/2009
overweging 9 (aangepast) (7) Het kan voor die producten
nodig blijken dat Ö Unietoezicht Õ wordt uitgeoefend op
de invoer van sommige ervan. ê 625/2009
overweging 10 (aangepast) (8) Het Ö is de taak Õ van de Commissie om
de nodige vrijwaringsmaatregelen aan te nemen ter bescherming van de belangen
van de Ö Unie Õ , waarbij rekening
dient te worden gehouden met de bestaande internationale verplichtingen. ê 625/2009
overweging 11 (aangepast) (9) Toezicht- of
vrijwaringsmaatregelen ten behoeve van een of meer regio’s van de Ö Unie Õ kunnen soms de
voorkeur genieten boven maatregelen die in de gehele Ö Unie Õ van toepassing zijn.
Dergelijke maatregelen mogen echter slechts bij wijze van uitzondering worden
goedgekeurd indien er geen alternatieven zijn. Er moet op worden toegezien dat
deze maatregelen van tijdelijke aard zijn en de werking van de interne markt zo
min mogelijk verstoren. ê 625/2009
overweging 12 (aangepast) (10) Het in het vrije verkeer
brengen van onder Ö Unietoezicht Õ geplaatste producten
moet afhankelijk worden gesteld van de overlegging van een toezichtsdocument
dat aan uniforme criteria voldoet. Dit document moet, op verzoek van de
importeur, binnen een bepaalde termijn door de autoriteiten van de lidstaten
worden afgegeven, zonder dat de importeur hierdoor een recht van invoer
verkrijgt. Dit document mag derhalve slechts gebruikt worden zolang de
invoerregeling niet wordt gewijzigd. ê 625/2009
overweging 13 (aangepast) (11) Rekening houdend met de
technische kenmerken van het toezichtsdocument, is het, om redenen van een goed
administratief beheer en in het belang van het bedrijfsleven in de Ö Unie Õ, dienstig vorm en
inhoud van het toezichtsdocument zoveel mogelijk af te stemmen op de
formulieren voor invoervergunningen die zijn opgenomen in Verordening (EG)
nr. 738/94 van de Commissie[8],
Verordening (EG) nr. 3168/94 van de Commissie[9] en Verordening (EG)
nr. 3169/94 van de Commissie[10]. ê 625/2009
overweging 14 (aangepast) (12) De lidstaten en de Commissie
dienen elkaar, in het belang van de Ö Unie Õ , zo volledig
mogelijk op de hoogte te houden van de resultaten van het Ö Unietoezicht Õ . ê 625/2009
overweging 15 (13) Het is noodzakelijk precieze
criteria voor de beoordeling van eventuele schade vast te stellen en een
onderzoekprocedure in te stellen, zonder de mogelijkheid uit te sluiten dat de
Commissie in spoedgevallen de vereiste maatregelen neemt. ê 625/2009
overweging 16 (14) Er is derhalve behoefte aan
gedetailleerde bepalingen inzake de opening van een dergelijk onderzoek, de
vereiste controles en verificaties, het horen van belanghebbenden, de
behandeling van de ontvangen inlichtingen en de criteria ter beoordeling van de
schade. ê 625/2009
overweging 17 (aangepast) (15) De bepalingen inzake onderzoek
Ö in Õ deze verordening doen
geen afbreuk aan de Ö Unievoorschriften Õ en de nationale
voorschriften inzake het beroepsgeheim. ê 625/2009
overweging 18 (16) Tevens moeten termijnen worden
gesteld, zowel voor het openen van onderzoeken als voor het bepalen of al dan
niet maatregelen dienen te worden getroffen, met de bedoeling ter zake een
snelle besluitvorming te waarborgen en zodoende de rechtszekerheid van de
betrokken ondernemingen te vergroten. ê 625/2009
overweging 19 (aangepast) (17) Met het oog op de
eenvormigheid van de regeling voor de invoer, moeten de door de importeurs te
vervullen formaliteiten eenvoudig en identiek zijn, ongeacht waar de goederen
worden ingeklaard. Het is derhalve dienstig te bepalen dat Ö alle Õ formaliteiten worden
vervuld met behulp van formulieren waarvan het model Ö bij deze
verordening is gevoegd Õ . ê 625/2009
overweging 20 (aangepast) (18) De toezichtsdocumenten die in
het kader van toezichtmaatregelen Ö van de Unie Õ worden afgegeven,
dienen Ö in de gehele Unie Õ geldig te zijn,
ongeacht lidstaat Ö van afgifte Õ . ê 625/2009
overweging 21 (aangepast) (19) Voor de textielproducten die
onder Verordening (EG) nr. 517/94 van de Raad[11] vallen, geldt zowel op
Ö Unieniveau Õ als op
internationaal niveau een speciale behandeling. Derhalve moeten deze producten
in hun geheel van het toepassingsgebied van deze verordening worden uitgesloten. ò nieuw (20) De
bevoegdheid tot wijziging van de lijst van derde landen in bijlage I bij
Verordening (EG) nr. 625/2009 was opgenomen in Verordening (EG) nr.
427/2003 van de Raad[12]. Aangezien de bepalingen van titel I van
Verordening (EG) nr. 427/2003 inzake een productspecifiek
vrijwaringsmechanisme in de overgangsperiode per 11 december 2013
zijn komen te vervallen en de bepalingen van titel II van die verordening
inmiddels achterhaald zijn, is het ter wille van de samenhang, de duidelijkheid
en een rationele ordening van de tekst nuttig de artikelen 14 bis en 14
ter van die verordening in de onderhavige verordening op te nemen. Verordening
(EG) nr. 427/2003 moet daarom worden ingetrokken. ê 37/2014 art.
1 en bijlage, punt 9 (aangepast) (21) De Commissie moet de
bevoegdheid worden toegekend gedelegeerde handelingen vast te stellen
overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag teneinde bijlage I bij Ö deze Õ verordening te
kunnen wijzigen om landen te schrappen in de lijst van de in die bijlage
genoemde derde landen wanneer die landen lid worden van de Wereldhandelsorganisatie
(WTO). ê 37/2014 art. 1 en bijlage, punt 20 (aangepast) (22) De uitvoering Ö van deze
verordening vereist Õ eenvormige
voorwaarden voor de vaststelling van voorlopige en definitieve
vrijwaringsmaatregelen, en voor het opleggen van maatregelen inzake voorafgaand
toezicht. Deze maatregelen moeten door de Commissie worden vastgesteld overeenkomstig
Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad[13]. (23) De raadplegingsprocedure moet
worden toegepast voor de vaststelling van toezicht- en voorlopige maatregelen,
gelet op de effecten van dergelijke maatregelen en de sequentiële logica ervan
met betrekking tot de vaststelling van definitieve vrijwaringsmaatregelen. Als
vertraging bij de oplegging van maatregelen schade zou veroorzaken die moeilijk
te herstellen zou zijn, moet de Commissie onmiddellijk toepasselijke voorlopige
maatregelen kunnen vaststellen. ò nieuw (24) Bij
de wijziging van Verordening (EG) nr. 625/2009 was de tweede alinea van artikel 18, lid 2, abusievelijk
geschrapt. Die bepaling dient opnieuw te worden ingevoegd. (25) Nu
Armenië, Rusland, Tadzjikistan en Vietnam lid van de WTO zijn geworden, dienen
die derde landen bij gedelegeerde handeling van de Commissie in bijlage I bij
Verordening (EG) nr. 625/2009 te worden geschrapt. Ter wille van de
duidelijkheid en een rationele ordening van de tekst, zijn zij nu niet
opgenomen in de lijst van derde landen in bijlage I bij de onderhavige
verordening, ê 625/2009
(aangepast) HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD: HOOFDSTUK I ALGEMENE BEGINSELEN Artikel 1 1. Deze verordening is van toepassing op de
invoer van producten van oorsprong uit de in bijlage 1 genoemde derde
landen, met uitzondering van textielproducten die onder Verordening (EG)
nr. 517/94 vallen. 2. De invoer in de Ö Unie Õ van de in lid 1
bedoelde producten is vrij en is dus aan geen enkele kwantitatieve beperking
onderworpen, onverminderd de maatregelen die op grond van hoofdstuk V kunnen
worden opgenomen. HOOFDSTUK II INFORMATIE- EN OVERLEGPROCEDURE Ö VAN DE UNIE Õ Artikel 2 Wanneer de ontwikkeling van de invoer
toezicht- of vrijwaringsmaatregelen noodzakelijk kan maken, wordt de Commissie
hiervan door de lidstaten in kennis gesteld. Deze kennisgeving dient het
bewijsmateriaal te bevatten dat beschikbaar is ten aanzien van de in
artikel 6 vermelde criteria. De Commissie geeft deze inlichtingen
onverwijld aan alle lidstaten door. HOOFDSTUK III ONDERZOEKPROCEDURE Ö VAN DE UNIE Õ Artikel 3 ê 37/2014 art. 1
en bijlage, punt 20, onder 3) 1. Wanneer de Commissie van oordeel is dat er
voldoende bewijsmateriaal is om een onderzoek in te stellen, opent zij binnen
één maand na de datum van ontvangst van inlichtingen van een lidstaat een
onderzoek en doet zij een bekendmaking verschijnen in het Publicatieblad van
de Europese Unie. Deze bekendmaking: ê 625/2009 a) bevat een samenvatting van de
ontvangen inlichtingen en het verzoek de Commissie alle nuttige inlichtingen
toe te zenden; b) geeft aan over welke termijn de
belanghebbenden beschikken om hun standpunt schriftelijk kenbaar te maken en
inlichtingen te verstrekken, willen die standpunten en inlichtingen in
aanmerking kunnen worden genomen tijdens het onderzoek; c) vermeldt over welke termijn de
belanghebbenden beschikken voor de indiening van een verzoek om mondeling door
de Commissie te worden gehoord overeenkomstig lid 4. De Commissie maakt in samenwerking met de
lidstaten een aanvang met het onderzoek. ê 37/2014 art. 1
en bijlage, punt 20, onder 3) De Commissie verstrekt de lidstaten informatie
betreffende haar onderzoek van de informatie normaliter binnen 21 dagen nadat
de informatie aan de Commissie is verstrekt. 2. De Commissie wint alle inlichtingen in die
zij nodig acht en tracht deze, indien zij dit dienstig acht, te verifiëren bij
importeurs, handelaars, vertegenwoordigers, producenten en handelsverenigingen
of -organisaties. ê 625/2009
(aangepast) De Commissie wordt in deze taak bijgestaan
door functionarissen uit de lidstaat op het grondgebied waarvan de verificaties
plaatsvinden, voor zover deze lidstaat daartoe de wens te kennen heeft gegeven. Zowel de vertegenwoordigers van het
exporterende land als de belanghebbenden die zich overeenkomstig lid 1,
eerste alinea, kenbaar hebben gemaakt, mogen van alle inlichtingen die in het
kader van het onderzoek aan de Commissie zijn verstrekt kennis nemen, zij het
niet van interne documenten die door de autoriteiten van de Ö Unie Õ of haar lidstaten
zijn opgesteld, mits deze inlichtingen relevant zijn voor de verdediging van
hun belangen, niet vertrouwelijk zijn in de zin van artikel 5 en door de
Commissie bij het onderzoek worden gebruikt. Zij dienen daartoe een
schriftelijk verzoek in bij de Commissie, waarin zij vermelden welke
inlichtingen zij nodig hebben. 3. De lidstaten verstrekken de Commissie op
haar verzoek en op de door haar vastgestelde wijze de inlichtingen waarover zij
beschikken met betrekking tot de ontwikkelingen op de markt van het product
waarop het onderzoek betrekking heeft. 4. De Commissie kan de belanghebbenden horen.
Deze moeten worden gehoord indien zij hierom schriftelijk hebben verzocht
binnen de termijn vastgesteld in de bekendmaking in het Publicatieblad van de
Europese Unie en daarbij hebben aangetoond dat zij daadwerkelijk belang
kunnen hebben bij het resultaat van het onderzoek en dat zij bijzondere redenen
hebben om gehoord te willen worden. 5. Wanneer er binnen de bij deze verordening
vastgestelde termijnen of binnen de door de Commissie op grond van deze
verordening vastgestelde termijnen geen inlichtingen worden verstrekt of
wanneer het onderzoek in belangrijke mate hinder ondervindt, kunnen er
conclusies worden getrokken op basis van het beschikbare feitenmateriaal.
Wanneer de Commissie constateert dat een belanghebbende of een derde haar
onjuiste of misleidende inlichtingen heeft verstrekt, laat zij die inlichtingen
buiten beschouwing en kan zij gebruikmaken van het beschikbare feitenmateriaal. ê 37/2014 art. 1
en bijlage, punt 20, onder 3) 6. Wanneer de Commissie van oordeel is dat er
onvoldoende bewijsmateriaal is om een onderzoek in de stellen, stelt zij de
lidstaten binnen één maand na de datum van ontvangst van de inlichtingen van de
lidstaten in kennis van haar besluit. ê 625/2009
(aangepast) è1 37/2014 art. 1 en bijlage, punt 20, onder 4) Artikel 4 1. Aan het einde van het onderzoek legt de
Commissie het comité een verslag voor over de resultaten ervan. è1 2.
Indien de Commissie binnen negen maanden na opening van het onderzoek tot de
conclusie komt dat het niet nodig is dat de Unie toezicht- of
vrijwaringsmaatregelen neemt, wordt het onderzoek binnen een maand afgesloten.
De Commissie beëindigt het onderzoek volgens de in artikel 22, lid 2, bedoelde
raadplegingsprocedure. ç Het besluit tot
afsluiting van het onderzoek, dat de voornaamste conclusies van het onderzoek
en een samenvatting van de redenen daarvoor dient te bevatten, wordt
bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie. 3. Indien de Commissie tot de slotsom komt dat
toezicht- of vrijwaringsmaatregelen Ö van de Unie Õ noodzakelijk zijn,
neemt zij uiterlijk negen maanden na de opening van het onderzoek de nodige
besluiten daartoe overeenkomstig de hoofdstukken IV en V. In uitzonderlijke
omstandigheden kan deze termijn met ten hoogste twee maanden worden verlengd.
In dat geval doet de Commissie in het Publicatieblad van de Europese Unie
een bekendmaking verschijnen waarin de duur van de verlenging en een
samenvatting van de redenen daarvoor worden meegedeeld. 4. Het bepaalde in dit hoofdstuk doet geen
afbreuk aan de mogelijkheid om op gelijk welk ogenblik toezichtmaatregelen te
nemen overeenkomstig de artikelen 7 tot en met 12, of, indien een kritieke
situatie, waarin uitstel moeilijk te herstellen schade zou veroorzaken, een
onmiddellijk ingrijpen vereist, vrijwaringsmaatregelen te nemen overeenkomstig
de artikelen 13, 14 en 15. De Commissie neemt onmiddellijk de
onderzoekmaatregelen die zij nog noodzakelijk acht. De resultaten van het
onderzoek worden gebruikt voor een hernieuwd onderzoek van de genomen
maatregelen. Artikel 5 1. De op grond van deze verordening ontvangen
inlichtingen mogen slechts worden gebruikt voor het doel waarvoor zij werden
gevraagd. ê 37/2014 art. 1
en bijlage, punt 20, onder 5) 2. De Commissie noch de lidstaten, inclusief
de functionarissen van beide, mogen inlichtingen met een vertrouwelijk karakter
die zij op grond van deze verordening hebben ontvangen, of inlichtingen die op
vertrouwelijke basis zijn verstrekt, bekendmaken zonder de uitdrukkelijke
toestemming van degene die ze heeft verstrekt. ê 625/2009
(aangepast) 3. Bij elk verzoek om vertrouwelijke
behandeling van inlichtingen wordt aangegeven waarom deze vertrouwelijk zijn. Wanneer blijkt dat een verzoek om
vertrouwelijke behandeling niet gegrond is en degene die de inlichtingen heeft
verstrekt, deze noch openbaar wil maken noch toestemming wil geven tot
bekendmaking ervan in algemene termen of in samengevatte vorm, kunnen deze
inlichtingen buiten beschouwing worden gelaten. 4. Inlichtingen worden in elk geval als
vertrouwelijk beschouwd indien uit de bekendmaking ervan aanzienlijk nadeel kan
voortvloeien voor degene die ze heeft verstrekt of die de bron ervan is. 5. De leden 1 tot en met 4 vormen geen
beletsel voor het vermelden van algemene inlichtingen door de autoriteiten van
de Ö Unie Õ en in het bijzonder
van de motieven waarop de op grond van deze verordening genomen besluiten
berusten. De autoriteiten van de Ö Unie Õ moeten echter
rekening houden met het rechtmatig belang dat de betrokken natuurlijke en
rechtspersonen hebben bij het niet bekendmaken van hun zakengeheimen. Artikel 6 1. De bestudering van de ontwikkeling van de
invoer, de omstandigheden waaronder deze plaatsvindt en de ernstige schade die
de producenten in de Ö Unie Õ daardoor lijden of
dreigen te lijden, heeft met name betrekking op de volgende factoren: a) de ingevoerde hoeveelheden, met name
wanneer deze aanzienlijk zijn toegenomen, hetzij absoluut, hetzij ten opzichte
van de productie of het verbruik in de Ö Unie Õ; b) de prijzen van de ingevoerde
producten, met name wanneer er een aanzienlijke onderbieding is geweest in
vergelijking met de prijs van een soortgelijk product in de Ö Unie Õ; c) de invloed hiervan op de producenten
in de Ö Unie Õ van soortgelijke of
rechtstreeks concurrerende producten, zoals dit blijkt uit de ontwikkeling van
bepaalde economische factoren, zoals: –
productie, –
bezettingsgraad, –
voorraden, –
verkoop, –
marktaandeel, –
prijzen (dat wil zeggen, prijsdalingen of het niet
plaatsvinden van prijsverhogingen die normaal wel zouden hebben
plaatsgevonden), –
winsten, –
rentabiliteit, –
cashflow, –
werkgelegenheid. 2. Bij haar onderzoek houdt de Commissie
rekening met het bijzondere economische stelsel van de in bijlage I
bedoelde landen. 3. Wanneer beweerd wordt dat de producenten in
de Ö Unie Õ ernstige schade
dreigen te lijden, gaat de Commissie tevens na of een bepaalde situatie naar
alle waarschijnlijkheid tot werkelijke schade zal leiden. In dit verband kan
onder meer met de volgende factoren rekening worden gehouden: a) het percentage waarmee de uitvoer
naar de Ö Unie Õ is gestegen; b) de uitvoercapaciteit die in het land
van oorsprong of uitvoer reeds bestaat of daar in de voorzienbare toekomst zal
bestaan, en de waarschijnlijkheid dat de daaruit voortkomende uitvoer voor de Ö Unie Õ bestemd zal zijn. HOOFDSTUK IV TOEZICHTMAATREGELEN Artikel 7 1. Wanneer de belangen van de Ö Unie Õ dit vereisen, kan de
Commissie op verzoek van een lidstaat of op eigen initiatief: a) besluiten tot Ö Unietoezicht Õ achteraf op bepaalde
ingevoerde producten, overeenkomstig de door haar vast te stellen procedure; b) besluiten de invoer van bepaalde
producten afhankelijk te stellen van Ö Unietoezicht Õ vooraf,
overeenkomstig artikel 8, teneinde de ontwikkeling van die invoer te
volgen. ê 37/2014 art. 1
en bijlage, punt 20, onder 6) 2. De beslissingen uit hoofde van lid 1 worden
genomen door de Commissie volgens de in artikel 22, lid 2, bedoelde
raadplegingsprocedure. ê 625/2009
(aangepast) 3. De toezichtmaatregelen hebben een beperkte
geldigheidsduur. Behoudens andersluidende bepalingen vervallen zij aan het
einde van het tweede halfjaar volgende op het halfjaar waarin zij werden
ingesteld. Artikel 8 1. Onder voorafgaand Ö Unietoezicht Õ geplaatste producten
kunnen eerst na overlegging van een toezichtsdocument in het vrije verkeer
worden gebracht. Dit document wordt door de door de lidstaten aangewezen
bevoegde autoriteit kosteloos voor elke gevraagde hoeveelheid afgegeven binnen
maximaal vijf werkdagen nadat zij de aangifte van de importeur in de Ö Unie Õ heeft ontvangen,
ongeacht diens plaats van vestiging in de Ö Unie Õ. Deze aangifte wordt
geacht uiterlijk drie werkdagen na indiening door de bevoegde nationale
autoriteiten te zijn ontvangen, tenzij het tegendeel wordt bewezen. 2. Het toezichtsdocument wordt op een
formulier gesteld waarvan het model in bijlage II is opgenomen. Tenzij in het
besluit om goederen onder toezicht te plaatsen anders bepaald, dient de
aanvraag van een toezichtsdocument van de importeur slechts de volgende
gegevens te bevatten: a) naam en volledig adres van de
aanvrager (met inbegrip van zijn telefoon- en faxnummer en eventueel zijn
identificatienummer bij de bevoegde nationale autoriteiten) alsmede zijn
btw-nummer indien hij btw-plichtige is; b) eventueel, naam en volledig adres
van de aangever of de eventuele vertegenwoordiger van de aanvrager (met
inbegrip van zijn telefoon- en faxnummer); c) de omschrijving van de goederen met
opgave van: –
de handelsbenaming, –
de code van de gecombineerde nomenclatuur waar zij
onder vallen, –
oorsprong en herkomst; d) de aangegeven hoeveelheden, in
kilogram, en eventueel in iedere andere ter zake doende extra eenheid (paar,
stuks enz.); e) de waarde van de goederen cif-grens Ö Unie Õ in euro; f) de volgende verklaring, gedateerd
en ondertekend door de aanvrager, die daarin ook zijn naam in hoofdletters
vermeldt: „Ondergetekende verklaart dat de inlichtingen in
deze aanvraag naar beste weten en te goeder trouw werden verstrekt en dat hij
in de Ö Unie Õ is gevestigd.”. 3. Het toezichtsdocument is geldig in de
gehele Ö Unie Õ, ongeacht welke
lidstaat het heeft afgegeven. 4. De constatering dat de prijs per eenheid
waartegen de transactie plaatsvindt de in het toezichtsdocument vermelde prijs
met minder dan 5 % overschrijdt of dat de waarde of de hoeveelheid van de
ten invoer aangebrachte producten in totaal minder dan 5 % hoger is dan
die welke in dit document is vermeld, vormt geen beletsel voor het in het vrije
verkeer brengen van het betrokken product. De Commissie kan, na het comité te
hebben gehoord en met inachtneming van de aard van de producten en de andere
bijzondere kenmerken van de transactie, een ander percentage vaststellen, dat
normaliter evenwel niet meer dan 10 % mag bedragen. 5. Het toezichtsdocument mag slechts worden
gebruikt zolang voor de betrokken transacties de regeling inzake de liberalisering
van de invoer van toepassing is, doch niet langer dan gedurende een termijn die
terzelfder tijd en volgens dezelfde procedure als de ondertoezichtplaatsing
wordt vastgesteld, waarbij de aard van de producten en de andere bijzondere
kenmerken van de transacties in aanmerking worden genomen. 6. Wanneer dit vereist is volgens een op grond
van artikel 7 genomen besluit, dient de oorsprong van de onder Ö Unietoezicht Õ geplaatste producten
door middel van een certificaat van oorsprong te worden aangetoond. Dit lid
laat andere bepalingen inzake de overlegging van een dergelijk certificaat
onverlet. 7. Wanneer in een lidstaat regionale
vrijwaringsmaatregelen van toepassing zijn op een onder voorafgaand Ö Unietoezicht Õ geplaatst product,
mag de door deze lidstaat afgegeven invoervergunning in plaats van het
toezichtsdocument worden gebruikt. 8. De formulieren met betrekking tot de
toezichtsdocumenten en de uittreksels daarvan worden opgesteld in twee
exemplaren, waarvan het eerste „origineel voor de geadresseerde” wordt genoemd
en het nummer 1 draagt, en het tweede, dat „exemplaar voor de bevoegde
autoriteit” wordt genoemd en het nummer 2 draagt, wordt bewaard door de
autoriteit die het document heeft afgegeven. Voor administratieve doeleinden
kan de bevoegde autoriteit aan formulier nr. 2 een aantal extra kopieën
toevoegen. 9. De formulieren worden gedrukt op wit
houtvrij papier, zodanig gelijmd dat het goed te beschrijven is, met een
gewicht van 55 tot 65 g per m2. Het formaat van de formulieren
is 210 × 297 mm. De regelafstand is 4,24 mm (een zesde
duim). De indeling van de formulieren moet strikt in acht worden genomen. Beide
zijden van het exemplaar nr. 1, dat het eigenlijke toezichtsdocument vormt,
zijn bovendien voorzien van een gele geguillocheerde onderdruk die elke
vervalsing met mechanische of chemische middelen zichtbaar maakt. 10. De lidstaten dragen zorg voor het drukken
van de formulieren. Deze kunnen eveneens worden gedrukt door drukkerijen die
daartoe zijn erkend door de lidstaat waar zij gevestigd zijn. In dit geval
dient op elk formulier een verwijzing naar deze erkenning voor te komen. Voorts
worden op elk formulier de naam en het adres van de drukker vermeld of een
teken aan de hand waarvan deze kan worden geïdentificeerd. Artikel 9 Wanneer de belangen van de Ö Unie Õ dit vereisen, kan de
Commissie, op verzoek van een lidstaat of op eigen initiatief, wanneer de in
artikel 13, lid 1, bedoelde situatie zich dreigt voor te doen: –
de termijn inkorten gedurende welke het eventueel
vereiste toezichtsdocument kan worden gebruikt; ê 37/2014 art. 1
en bijlage, punt 20, onder 7) –
de afgifte van dat document afhankelijk stellen van
bepaalde voorwaarden en, bij wijze van uitzondering van de opneming van een
herroepingsclausule. ê 37/2014 art. 1
en bijlage, punt 20, onder 8) Artikel 10 Wanneer de invoer van een product niet onder
voorafgaand toezicht van de Unie is geplaatst, kan de Commissie, door middel
van uitvoeringshandelingen die zijn vastgesteld overeenkomstig de in artikel 22,
lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure en overeenkomstig artikel 15, een
toezicht instellen dat beperkt is tot één of meer regio's van de Unie. ê 625/2009
(aangepast) Artikel 11 1. Onder regionaal toezicht geplaatste
producten kunnen in de betrokken regio eerst na overlegging van een
toezichtsdocument in het vrije verkeer worden gebracht. Dit document wordt door
de door de lidstaat (lidstaten) aangewezen bevoegde autoriteit kosteloos voor
elke gevraagde hoeveelheid afgegeven binnen maximaal vijf werkdagen nadat zij
de aangifte van de importeur in de Ö Unie Õ heeft ontvangen,
ongeacht diens plaats van vestiging in de Ö Unie Õ . Deze aangifte
wordt geacht uiterlijk drie werkdagen na indiening door de bevoegde nationale
autoriteit te zijn ontvangen, tenzij het tegendeel wordt bewezen. De
toezichtsdocumenten kunnen slechts worden gebruikt zolang de liberalisatieregeling
voor de invoer voor de betrokken verrichtingen van kracht blijft. 2. Artikel 8, lid 2, is van
toepassing. Artikel 12 1. Ingeval Ö Unietoezicht Õ of regionaal
toezicht is ingesteld, delen de lidstaten binnen de eerste tien dagen van elke
maand de Commissie mede: a) in geval van voorafgaand toezicht:
de hoeveelheden en de aan de hand van de cif-prijzen berekende bedragen
waarvoor tijdens de voorafgaande periode toezichtsdocumenten zijn afgegeven; b) in alle gevallen: de invoer in de
periode die aan de onder a) bedoelde periode is voorafgegaan. In de mededelingen van de lidstaten wordt een
onderverdeling naar product en land gegeven. Andere bepalingen kunnen terzelfder tijd en
volgens dezelfde procedure als de ondertoezichtplaatsing worden vastgesteld. 2. Wanneer dit op grond van de aard van de
producten of bijzondere omstandigheden vereist is, kan de Commissie op verzoek
van een lidstaat of op eigen initiatief, het tijdschema voor de mededelingen
wijzigen. 3. De Commissie houdt de lidstaten op de
hoogte. HOOFDSTUK V VRIJWARINGSMAATREGELEN Artikel 13 1. Wanneer een product in dermate gestegen
hoeveelheden of tegen zodanige voorwaarden in de Ö Unie Õ wordt ingevoerd dat
de producenten Ö in de Unie Õ van soortgelijke of
rechtstreeks concurrerende producten hierdoor ernstige schade lijden of dreigen
te lijden, kan de Commissie, ter bescherming van de belangen van de Ö Unie Õ , op verzoek van een
lidstaat of op eigen initiatief, de regeling voor de invoer van dat product
zodanig wijzigen dat het alleen in het vrije verkeer mag worden gebracht als
een invoervergunning wordt overgelegd, die op de door haar vastgestelde
voorwaarden en binnen de door haar gestelde grenzen wordt verleend. ê 37/2014 art. 1
en bijlage, punt 20, onder 9) 2. De genomen maatregelen worden onverwijld
aan de lidstaten meegedeeld en zijn met onmiddellijke ingang van toepassing. ê 625/2009 (aangepast) 3. De in dit artikel bedoelde maatregelen zijn
van toepassing op elk product dat na de inwerkingtreding van deze maatregelen
in het vrije verkeer wordt gebracht. Overeenkomstig artikel 15 kunnen deze
maatregelen tot één of meer regio’s van de Ö Unie Õ worden beperkt. Deze maatregelen vormen evenwel geen beletsel
voor het in het vrije verkeer brengen van producten die reeds onderweg zijn
naar de Ö Unie Õ , mits hun
bestemming niet kan worden gewijzigd en de producten die op grond van de
artikelen 8 en 11 alleen in het vrije verkeer mogen worden gebracht als
een toezichtsdocument wordt overgelegd, daadwerkelijk van dat document
vergezeld gaan. ê 37/2014 art. 1
en bijlage, punt 20, onder 9) 4. Wanneer een lidstaat de Commissie verzoekt
in te grijpen, neemt de Commissie binnen een termijn van vijf werkdagen na de
datum van ontvangst van het verzoek een besluit volgens de in artikel 22, lid
3, of in spoedeisende gevallen, artikel 22, lid 4, bedoelde
onderzoeksprocedure. ê 625/2009 Artikel 14 ê 37/2014 art. 1
en bijlage, punt 20, onder 10) 1. De Commissie kan met name in de situatie
bedoeld in artikel 13, lid 1, passende vrijwaringsmaatregelen nemen volgens de
in artikel 22, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure. ê 625/2009
(aangepast) 2. Artikel 13, lid 3, is van
toepassing. Artikel 15 Wanneer, met name op grond van de in
artikel 6 genoemde factoren, blijkt dat in één of meer regio’s van de Ö Unie Õ wordt voldaan aan de
voorwaarden voor het nemen van de in hoofdstuk IV en artikel 13 bedoelde
maatregelen, kan de Commissie, na onderzoek van alternatieve oplossingen, bij
wijze van uitzondering de toepassing van toezicht- of vrijwaringsmaatregelen
die alleen voor de betrokken regio(’s) gelden, toestaan indien zij van oordeel
is dat toepassing van zulke maatregelen op dat niveau de voorkeur verdient
boven de toepassing van zulke maatregelen in de gehele Ö Unie Õ . Deze maatregelen zijn van tijdelijke aard en
dienen de werking van de interne markt zo min mogelijk te verstoren. Deze maatregelen worden vastgesteld
overeenkomstig de in artikel 7, respectievelijk artikel 13
neergelegde procedure. ê 37/2014 art. 1
en bijlage, punt 20, onder 11) Artikel 16 1. Gedurende de tijd dat een op grond van de
hoofdstukken IV en V toegepaste toezicht- of vrijwaringsmaatregel van kracht
is, kan de Commissie hetzij op verzoek van een lidstaat of op eigen initiatief: a) het effect van deze maatregelen
onderzoeken; b) nagaan of handhaving van de
maatregelen nog noodzakelijk is. Indien de Commissie van oordeel is dat de
maatregel nog moet worden toegepast, stelt zij de lidstaten daarvan in kennis. 2. Wanneer de Commissie van oordeel is dat de
in de hoofdstukken IV en V bedoelde toezicht- of vrijwaringsmaatregelen moeten
worden ingetrokken of gewijzigd, trekt zij de betrokken maatregel in of wijzigt
zij deze in volgens de in artikel 22, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure. ò nieuw Wanneer dat besluit
betrekking heeft op regionale toezichtmaatregelen, is het van toepassing met
ingang van de zesde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad
van de Europese Unie. ê 625/2009
(aangepast) HOOFDSTUK VI SLOTBEPALINGEN Artikel 17 1. Deze verordening doet geen afbreuk aan
verplichtingen op grond van speciale bepalingen in overeenkomsten die tussen de
Ö Unie Õ en derde landen zijn
gesloten. 2. Onverminderd andere Ö Uniebepalingen Õ vormt deze
verordening geen beletsel voor de vaststelling of toepassing door de lidstaten
van: a) Ö verboden,
kwantitatieve beperkingen of toezichtmaatregelen die zijn ingesteld uit hoofde
van de bescherming van de openbare zeden, de openbare orde, de openbare
veiligheid, de gezondheid of het leven van mensen, dieren of planten, het
nationale artistieke, historische of archeologische erfgoed of de industriële
of commerciële eigendom Õ ; b) speciale formaliteiten voor het
deviezenverkeer; c) formaliteiten die, in
overeenstemming met het Verdrag, op grond van internationale overeenkomsten
zijn ingevoerd. De lidstaten delen de Commissie mee welke
maatregelen of formaliteiten zij op grond van Ö de eerste
alinea Õ voornemens zijn in
te voeren of te wijzigen. In bijzonder spoedeisende gevallen worden deze
nationale maatregelen of formaliteiten aan de Commissie meegedeeld zodra zij
zijn vastgesteld. ê 37/2014 art. 1
en bijlage, punt 20, onder 12) Artikel 18 De Commissie neemt in haar jaarlijks verslag
aan het Europees Parlement en de Raad over de toepassing en uitvoering van
handelsbeschermende maatregelen, bedoeld in artikel 22 bis, van Verordening
(EG) nr. 1225/2009 van de Raad[14],
informatie op over de uitvoering van deze verordening. ê 625/2009
(aangepast) Artikel 19 1. Deze verordening doet geen afbreuk aan de
toepassing van de regelingen houdende een gemeenschappelijke ordening van de
landbouwmarkten, hieruit voortvloeiende Ö bestuursrechtelijke
bepalingen van de Unie Õ of nationale
bestuursrechtelijke bepalingen en de specifieke regelingen op grond van
artikel Ö 352 Õ van het Verdrag voor
goederen die door de verwerking van landbouwproducten zijn verkregen, doch
vormt een aanvulling daarop. 2. De artikelen 7 tot en met 12 en
artikel 16 zijn niet van toepassing op onder de in lid 1 bedoelde
regelingen vallende producten waarvoor, volgens de Ö Unievoorschriften Õ voor het
handelsverkeer met derde landen, een invoercertificaat of ander invoerdocument
moet worden overgelegd. De artikelen 13, 15 en 16 zijn niet van
toepassing op producten waarvoor, volgens de Ö Unievoorschriften Õ voor het
handelsverkeer met derde landen, kwantitatieve invoerbeperkingen kunnen worden
ingesteld. ê 37/2014 art.
1 en bijlage, punt 9, onder 7) Artikel 20 De Commissie is bevoegd gedelegeerde
handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 21 ten aanzien van
wijzigingen van bijlage I, om landen te schrappen in de lijst van de in die
bijlage genoemde derde landen wanneer die landen lid worden van de WTO. Artikel 21 1. De bevoegdheid tot vaststelling van
gedelegeerde handelingen wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit
artikel vastgestelde voorwaarden. 2. De in artikel 20 bedoelde bevoegdheid om
gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor
een termijn van vijf jaar vanaf 20 februari 2014. De Commissie stelt uiterlijk
negen maanden vóór het verstrijken van de termijn van vijf jaar een verslag op
over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend
verlengd met termijnen van dezelfde duur, tenzij het Europees Parlement of de
Raad zich uiterlijk drie maanden voor het verstrijken van elke termijn tegen
dergelijke verlenging verzet. 3. Het Europees Parlement of de Raad kan de in
artikel 20 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit
tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde
bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in
het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere
datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde
handelingen onverlet. 4. Zodra de Commissie een gedelegeerde
handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het
Europees Parlement en de Raad. 5. Een overeenkomstig artikel 20 vastgestelde
gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement
noch de Raad binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de
handeling aan het Europees Parlement en de Raad daartegen bezwaar heeft
gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het
verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen
geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees
Parlement of de Raad met twee maanden verlengd. ê 37/2014 art. 1
en bijlage, punt 20, onder 2) Artikel 22 1. De Commissie wordt bijgestaan door het bij
Verordening (EU) nr. […/…] van het Europees Parlement en de Raad[15] ingestelde Comité
vrijwaringsmaatregelen. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU)
nr. 182/2011. 2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is
artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing. 3. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is
artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing. 4. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is
artikel 8 van Verordening (EU) nr. 182/2011 in samenhang met artikel 5 van
toepassing. ê 625/2009
(aangepast) Artikel 23 Ö De
Verordeningen Õ (EG) nr. Ö 427/2003
en (EG) nr. 625/2009 worden Õ ingetrokken. Verwijzingen naar de ingetrokken Ö verordeningen Õ gelden als
verwijzingen naar de onderhavige verordening en worden gelezen volgens de
concordantietabel in bijlage IV. Artikel 24 Deze verordening treedt in werking op de
twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de
Europese Unie. Deze
verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk
in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, Voor het Europees Parlement Voor
de Raad De voorzitter De
voorzitter [1] COM(87) 868 PV. [2] Zie bijlage 3 bij deel A van die conclusies. [3] Opgenomen in het wetgevingsprogramma voor 2014. [4] Zie bijlage III bij dit voorstel. [5] PB C […] van […], blz. […]. [6] Verordening (EG) nr. 625/2009
van de Raad van 7 juli 2009 betreffende de gemeenschappelijke regeling voor de
invoer uit bepaalde derde landen (PB L 185 van 17.7.2009, blz. 1). [7] Zie bijlage III. [8] Verordening (EG) nr. 738/94 van de Commissie van 30
maart 1994 tot vaststelling van een aantal bepalingen ter uitvoering van
Verordening (EG) nr. 520/94 houdende de totstandbrenging van een
gemeenschappelijke procedure voor het beheer van kwantitatieve contingenten (PB
L 87 van 31.3.1994, blz. 47). [9] Verordening (EG) nr. 3168/94 van de Commissie van
21 december 1994 houdende vaststelling van een communautaire
invoervergunning voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 517/94 van de
Raad betreffende een gemeenschappelijke regeling voor de invoer van
textielproducten uit bepaalde derde landen, die niet vallen onder bilaterale
overeenkomsten, protocollen of andere regelingen, noch onder een andere,
bijzondere, communautaire regeling (PB L 335 van 23.12.1994, blz. 23). [10] Verordening (EG) nr. 3169/94 van de Commissie van
21 december 1994 tot wijziging van bijlage III bij Verordening
(EEG) nr. 3030/93 van de Raad betreffende een gemeenschappelijke regeling
voor de invoer van bepaalde textielproducten uit derde landen en tot
vaststelling van een communautaire invoervergunning voor de toepassing van
genoemde verordening (PB L 335 van 23.12.1994, blz. 33). [11] Verordening (EG) nr. 517/94 van de Raad van
7 maart 1994 betreffende een gemeenschappelijke regeling voor de
invoer van textielproducten uit bepaalde derde landen, die niet vallen onder
bilaterale overeenkomsten, protocollen of andere regelingen, noch onder een
andere, bijzondere, communautaire regeling (PB L 67 van 10.3.1994,
blz. 1). [12] Verordening (EG) nr. 427/2003
van de Raad van 3 maart 2003 over een productspecifiek vrijwaringsmechanisme in
de overgangsperiode voor producten uit de Volksrepubliek China en tot wijziging
van Verordening (EG) nr. 519/94 betreffende een gemeenschappelijke regeling
voor de invoer uit bepaalde derde landen (PB L 65 van 8.3.2003, blz. 1). [13] Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement
en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de voorschriften en
algemene beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de
uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L
55 van 28.2.2011, blz. 13). [14] Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30
november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit
landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (PB L 343 van
22.12.2009, blz. 51). [15] Verordening (EU) nr. […/…] van het Europees Parlement
en de Raad van […] betreffende de gemeenschappelijke regeling voor de invoer
(PB L […] van […], blz. […]). ê 625/2009
(aangepast) BIJLAGE I LIJST VAN DERDE LANDEN Armenië Azerbeidzjan Kazachstan Noord-Korea Rusland Tadzjikistan Turkmenistan Oezbekistan Vietnam Wit-Rusland _____________ BIJLAGE II || EUROPESE UNIE || TOEZICHTSDOCUMENT 1 || 1. Geadresseerde (naam, volledig adres, land, BTW-nummer) || 2. Nummer van afgifte Origineel voor de geadresseerde || || || 3. Voorziene plaats en datum van de invoer || || 4. Voor de afgifte bevoegde autoriteit (naam, adres en telefoonnummer) || 5. Aangever/vertegenwoordiger (indien van toepassing) (naam, volledig adres) || 6. Land van oorsprong (en nummer van geonomenclatuur) || || || 7. Land van herkomst (en nummer van geonomenclatuur) || || || 8. Laatste dag van geldigheid 1 || || || 9. Omschrijving van de goederen || 10. Goederencode (GN) en ‑categorie || || || || 11. Hoeveelheid in kg (nettomassa) of in extra eenheden || || || || 12. Waarde cif-grens Unie in euro || || || 13. Aanvullende gegevens || || || 14. Visum van de bevoegde autoriteit || || Datum: ……………………………………………. || Handtekening: ……………………………………. || (Stempel) || || 15. AFSCHRIJVINGEN In het eerste deel van kolom 17 de beschikbare hoeveelheid en in het tweede deel de afgeschreven hoeveelheid aanduiden 16. Nettohoeveelheid (nettomassa of andere meeteenheid met aanduiding van de eenheid) || 19. Douanedocument (soort en nummer) of uittreksel (nummer) en datum van afschrijving || 20. Naam, Lidstaat, handtekening en stempel van de afschrijvende autoriteit 17. In cijfers || 18. In letters voor de afgeschreven hoeveelheid || || 1. || || || 2. 1. || || || 2. 1. || || || 2. 1. || || || 2. 1. || || || 2. 1. || || || 2. 1. || || || 2. Hier de eventuele verlengstrook bevestigen. || EUROPESE UNIE || TOEZICHTSDOCUMENT 2 || 1. Geadresseerde (naam, volledig adres, land, BTW-nummer) || 2. Nummer van afgifte Exemplaar voor de bevoegde autoriteit || || || 3. Voorziene plaats en datum van de invoer || || 4. Voor de afgifte bevoegde autoriteit (naam, adres en telefoonnummer) || 5. Aangever/vertegenwoordiger (indien van toepassing) (naam, volledig adres) || 6. Land van oorsprong (en nummer van geonomenclatuur) || || || 7. Land van herkomst (en nummer van geonomenclatuur) || || || 8. Laatste dag van geldigheid 2 || || || 9. Omschrijving van de goederen || 10. Goederencode (GN) en ‑categorie || || || || 11. Hoeveelheid in kg (nettomassa) of in extra eenheden || || || || 12. Waarde cif-grens Unie in euro || || || 13. Aanvullende gegevens || || || 14. Visum van de bevoegde autoriteit || || Datum: ……………………………………………. || Handtekening: ……………………………………. || (Stempel) || || 15. AFSCHRIJVINGEN In het eerste deel van kolom 17 de beschikbare hoeveelheid en in het tweede deel de afgeschreven hoeveelheid aanduiden 16. Nettohoeveelheid (nettomassa of andere meeteenheid met aanduiding van de eenheid) || 19. Douanedocument (soort en nummer) of uittreksel (nummer) en datum van afschrijving || 20. Naam, Lidstaat, handtekening en stempel van de afschrijvende autoriteit 17. In cijfers || 18. In letters voor de afgeschreven hoeveelheid || || 1. || || || 2. 1. || || || 2. 1. || || || 2. 1. || || || 2. 1. || || || 2. 1. || || || 2. 1. || || || 2. Hier de eventuele verlengstrook bevestigen. _____________ é BIJLAGE III Ingetrokken verordening met de wijziging ervan Verordening (EG) nr. 625/2009 van de Raad (PB L 185 van 17.7.2009, blz. 1) || Verordening (EU) nr. 37/2014 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 18 van 21.1.2014, blz. 1) || Uitsluitend punt 9, onder 7, en punt 20 van de bijlage _____________ BIJLAGE IV Concordantietabel Verordening (EG) nr. 625/2009 || Verordening (EG) nr. 427/2003 || De onderhavige verordening Artikel 1 || || Artikel 1 Artikel 2 || || Artikel 2 Artikel 4 || || Artikel 22 Artikel 5 || || Artikel 3 Artikel 6 || || Artikel 4 Artikel 7 || || Artikel 5 Artikel 8 || || Artikel 6 Artikel 9, lid 1 || || Artikel 7, lid 1 Artikel 9, lid 1 bis || || Artikel 7, lid 2 Artikel 9, lid 2 || || Artikel 7, lid 3 Artikel 10 || || Artikel 8 Artikel 11 || || Artikel 9 Artikel 12 || || Artikel 10 Artikel 13 || || Artikel 11 Artikel 14 || || Artikel 12 Artikel 15 || || Artikel 13 Artikel 16 || || Artikel 14 Artikel 17 || || Artikel 15 Artikel 18 || || Artikel 16 Artikel 19 || || Artikel 17 Artikel 19 bis || || Artikel 18 Artikel 20 || || Artikel 19 || Artikelen 1 t/m 14 || - || Artikel 14 bis || Artikel 20 || Artikel 14 ter || Artikel 21 || Artikelen 15 t/m 24 || - Artikel 21 || || Artikel 23 Artikel 22 || || Artikel 24 Bijlage I || || Bijlage I Bijlage II || || Bijlage II Bijlage III || || Bijlage III Bijlage IV || || Bijlage IV || Bijlage I || - || Bijlage II || - _____________