MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT overeenkomstig artikel 294, lid 6, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie over het standpunt van de Raad met het oog op de vaststelling van een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 428/2009 tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer, de overbrenging, de tussenhandel en de doorvoer van producten voor tweeërlei gebruik /* COM/2014/0151 final - 2011/0310 (COD) */
2011/0310 (COD) MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET
EUROPEES PARLEMENT
overeenkomstig artikel 294, lid 6, van het Verdrag betreffende de werking van
de Europese Unie
over het standpunt van de Raad met het oog op de
vaststelling van een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot
wijziging van Verordening (EG) nr. 428/2009 tot instelling van een
communautaire regeling voor controle op de uitvoer, de overbrenging, de
tussenhandel en de doorvoer van producten voor tweeërlei gebruik 1. Achtergrond Indiening voorstel bij het Europees Parlement en de Raad (document COM(2011) 704 definitief – 2011/0310 COD): || 7 november 2011 Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing: || 23 oktober 2012 Vaststelling van het standpunt van de Raad: || 3 maart 2014 2. Doel van het voorstel van de
Commissie Het voorstel voorziet in wijzigingen aan
Verordening (EG) nr. 428/2009 van de Raad met betrekking tot de procedure
voor het bijwerken van de EU-controlelijst. Doel is de Commissie de bevoegdheid te
verlenen om de in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 van de Raad
opgenomen EU-lijst van aan controle onderworpen producten voor tweeërlei
gebruik bij te werken door middel van gedelegeerde handelingen, overeenkomstig
artikel 290 VWEU, met het oog op de volledige naleving van de
verplichtingen inzake internationale veiligheid en het behoud van het
concurrentievermogen van de marktdeelnemers uit de EU. Het voorstel van de
Commissie heeft ook tot doel de Commissie de bevoegdheid te verlenen om
"bestemmingen" (d.w.z. landen) te schrappen van de lijst in bijlage
II met landen waarvoor algemene EU-uitvoervergunningen gelden, zodat de EU snel
kan inspelen op internationale omstandigheden. 3. Opmerkingen over het
standpunt van de Raad De Raad steunt in zijn standpunt de
kernelementen van het voorstel van de Commissie, maar overweegt enkele
wijzigingen aan het oorspronkelijke Commissievoorstel met betrekking tot het
schrappen van bepaalde bestemmingen (landen) waarvoor vereenvoudigde
uitvoerprocedures gelden en met betrekking tot het toepassingsgebied van de
gedelegeerde handelingen. De Raad suggereert
voorts om de controle van gedelegeerde bevoegdheden door het Parlement in
overeenstemming te brengen met het akkoord over de algemene handelswet II.
Bij de verordening zal een verklaring van de Commissie over gedelegeerde
handelingen worden gevoegd, waarin de Commissie eraan herinnert dat zij zich er
uit hoofde van de kaderovereenkomst toe verbindt het Parlement informatie over
deskundigengroepen te verstrekken. In
zijn standpunt overweegt de Raad eveneens bepaalde wijzigingen met betrekking
tot de toetsing en de geldigheid van de delegatie van bevoegdheden: deze zou
worden beperkt tot 5 jaar en mits voorlegging van een verslag stilzwijgend
worden verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad ten laatste drie
maanden voor het einde van de periode tegen deze verlenging bezwaar maakt. Ten
slotte bevat het standpunt van de Raad een begeleidende gemeenschappelijke
verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie over de toetsing
van het controlesysteem voor de uitvoer van producten voor tweeërlei gebruik en
een verklaring van de Commissie over bijwerking van de verordening (zie
hieronder). 4. Conclusie De Commissie gaat akkoord met het standpunt
van de Raad. ___ VERKLARINGEN Gemeenschappelijke verklaring van het
Europees Parlement, de Raad en de Commissie over de toetsing van het
controlesysteem voor de uitvoer van producten voor tweeërlei gebruik Het Europees Parlement, de Raad en de
Commissie onderkennen het belang van een voortdurende verbetering van de
doeltreffendheid en de samenhang van de EU-regeling voor controle op de uitvoer
van strategische producten, waarbij een hoog niveau van veiligheid en voldoende
transparantie worden gewaarborgd zonder dat er wordt geraakt aan het
concurrentievermogen en de legitieme handel in producten voor tweeërlei
gebruik. De drie instellingen vinden dat modernisering
en verdere convergentie van het systeem noodzakelijk zijn om gelijke tred te
kunnen houden met nieuwe dreigingen en snelle technologische veranderingen,
verstoringen te beperken, een echte gemeenschappelijke markt voor producten
voor tweeërlei gebruik (gelijk speelveld voor uitvoerders) tot stand te brengen
en te blijven fungeren als uitvoercontrolemodel voor derde landen. Daartoe is het van essentieel belang dat het
proces voor bijwerking van de controlelijsten (bijlagen bij de verordening)
wordt gestroomlijnd, de risicobeoordeling en de uitwisseling van informatie
worden versterkt, verbeterde industrienormen worden
ontwikkeld en ongelijkheden bij de uitvoering worden beperkt. Het Europees Parlement, de Raad en de
Commissie onderkennen de kwesties met betrekking tot de uitvoer van bepaalde
informatie- en communicatietechnologieën (ICT) die kunnen worden gebruikt in verband
met mensenrechtenschendingen of om de veiligheid van de EU te ondermijnen, met
name wat betreft technologieën die worden gebruikt voor grootschalige bewaking,
monitoring, nasporen, traceren en censureren, of om zwakke plekken in software
uit te buiten. Er is hierover technisch overleg gestart,
onder meer in het kader van het collegiale bezoek inzake producten voor
tweeërlei gebruik van de EU, de Coördinatiegroep tweeërlei gebruik, en de
regelingen voor uitvoercontrole, en er worden verdere maatregelen genomen om
noodsituaties aan te pakken met sancties (overeenkomstig artikel 215 VWEU), of
nationale maatregelen. Er zullen ook meer inspanningen worden gedaan om
multilaterale overeenkomsten in de context van uitvoercontroleregelingen te
stimuleren, en er zal worden nagegaan hoe deze kwestie kan worden aangepakt in
de context van de lopende evaluatie van het beleid van de EU inzake
uitvoercontrole op producten voor tweeërlei gebruik, en de opstelling van een
mededeling van de Commissie. In dit verband hebben de drie instellingen nota
genomen van de overeenkomst van 4 december 2013 van de deelnemende
lidstaten aan het Wassenaar Arrangement om controles op complexe
bewakingsinstrumenten die toegang zonder toestemming tot computersystemen
mogelijk maken, en op IP-netwerkbewakingssystemen goed te keuren. Het Europees Parlement, de Raad en de
Commissie hechten ook aan de verdere ontwikkeling van het bestaande
vangnetmechanisme voor producten voor tweeërlei gebruik die niet onder bijlage
I bij de verordening vallen, teneinde het uitvoercontrolesysteem en de
toepassing daarvan op de Europese eengemaakte markt verder te versterken. Verklaring van de
Commissie over gedelegeerde handelingen In het kader van deze
verordening herinnert de Commissie aan haar toezegging in punt 15 van de
kaderovereenkomst over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de
Commissie, namelijk dat zij in het kader van de opstelling van gedelegeerde
handelingen het Parlement alle informatie en documentatie over haar
bijeenkomsten met nationale deskundigen zal verstrekken. Verklaring van de
Commissie over de plannen voor bijwerking van de verordening Teneinde een meer geïntegreerde, doeltreffende
en coherente Europese aanpak van het vervoer (uitvoer, overbrenging,
tussenhandel en doorvoer) van strategische producten te waarborgen, zal de
Commissie met een nieuw voorstel komen om de verordening zo spoedig mogelijk
bij te werken. _______________________